Heeft zelfsuggestie waarde en waarom?

image_pdf

6 juni 1966

Bij het begin van deze avond wil ik er op wijzen dat wij niet alwetend zijn en niet onfeilbaar, u wordt dus verzocht wat dat betreft, zelf na te denken zo nu en dan wanneer het de moeite waard blijkt. Dan wil ik nog dit zeggen: Vragen kunt u stellen – bij voorkeur over het onderwerp allereerst – na de pauze. Voor de pauze een inleiding over de vraag: Heeft zelfsuggestie waarde? En waarom?

Dan beginnen we maar met het idee: zelfsuggestie. Zelfsuggestie is het jezelf overtuigen van feiten waarvan je niet zeker bent, ongeacht of die feiten al dan niet met de waarheid in overeenstemming zijn. Het is dus gewoon een jezelf overtuigen. Nu moet u mij niet kwalijk nemen, dat ik onmiddellijk daaraan toevoeg dat suggestie op het ogenblik één van de normale verschijnselen van het leven is. Wanneer u gelooft dat uw vriend of vriendin is weggelopen omdat u B.O. heeft en geen “o up” gebruikt heeft, wat inderdaad voorkomt al wordt het misschien niet letterlijk zo gedacht, dan heeft u te maken met een soort suggestie. En wanneer ze u vertellen dat sigaret A beter is dan sigaret B, dan is dat negen op de tien gevallen ook een suggestie, want als u ze allebei in het donker rookt, dan merkt u geen verschil. Dat is dus weer suggestie en zo kan ik doorgaan.

Een groot gedeelte van uw leven wordt bepaald door suggestie. Er zijn een hele hoop mensen die klaar zullen staan om u dadelijk te vertellen: die suggestie is belangrijk en noodzakelijk omdat ze een vlot verloop van het productieproces en de afzet mogelijk maakt. Maar wanneer anderen u mogen suggereren – ook wanneer de feiten niet altijd stroken met de werkelijkheid – dan vraag ik me af: waarom zou je jezelf niet suggereren? Dan is een van de bezwaren: het haalt niets uit. Als u nu voldoende zelfsuggestie gebruikt merkt u er niets van, dan heeft u er geen last van. Maar hoe meer u denkt dat het irriteren zal, hoe irritanter het wordt. En dat heeft nu niets te maken met die beroemde methode Coué.

Die methode Coué die kent u allemaal. Het gaat me allemaal goed, het gaat me elke dag beter. Dat is de methode die op het ogenblik menige regeerder gebruikt voor zichzelf en meestal ook voor zijn volk. Soekarno had het daarin heel ver gebracht, maar hij is ergens onderweg blijven steken. Deze methodiek is het je voorstellen van iets dat niet werkelijk is, dat reëel is.

Maar mag ik nu eventjes erop wijzen dat u ook zelfsuggestie gebruikt – zonder het te weten misschien – die in uw maatschappij onvermijdelijk is. Er zijn een hele hoop mensen onder u die zichzelf voortdurend vertellen dat ze toch fatsoenlijke mensen zijn. Op den duur ga je er zo erg aan geloven dat je werkelijk fatsoenlijk wordt. We beginnen het al als kind te vertellen, dat het rechterhandje het mooie handje is. Waarom eigenlijk? Is er een verschil te zien tussen die twee kleine pootjes? Helemaal niet, het is een usance. Maar je wordt er rechtshandig door in plaats van ambidextrisch. U wordt daardoor vanzelf georiënteerd op rechts ergens. Behalve politiek misschien.

Laten we even goed begrijpen, uw normen van wat is wel netjes, van wat hoort wel en wat hoort niet, wat kan ik wel doen en wat niet, wat is mijn recht wel en wat is mijn recht niet, dat is negen op de tien ook een kwestie van zelfsuggestie. Wanneer wij nu dingen hebben die we nodig hebben en die we graag zouden willen benaderen, maar waar we eigenlijk weinig kans voor zien, dan moeten we ons maar eerst gaan overtuigen dat we wel kunnen en misschien ….. u moet me niet kwalijk nemen, het lijkt misschien een beetje onsamenhangend dat ik steeds voorbeelden grijp om de zaak duidelijk te stellen. U heeft misschien wel eens gehoord van die bekende slaapwandelaar? Hij droomde dat hij in het park liep en daardoor op de nok van het dak heel rustig heen en weer kuierde. Toen hij wakker werd, werd hij duizelig en hij viel er bijna af.

Iemand die zelfsuggestie gebruikt op de juiste manier zal zichzelf kunnen overtuigen dat de gevarenfactor minder is. Hij zal daardoor een langere tijd het gevaar kunnen negeren, maar ook domineren. Wanneer we horen dat er speciale engelen zijn voor kinderen en dronken lui, dan zeggen we: dat is maar een volkszegswijze. Maar gaat u maar eens kijken. Hoeveel kinderen ziet u levensgevaarlijk risico nemen in het verkeer, bij het spel zonder dat er eigenlijk wat ernstigs gebeurt. Alg je die risico’s bekijkt en je beziet dan wat er eigenlijk voor ongelukken gebeuren – en zelfs met dronken lui behalve als ze achter het stuur zitten – dan wordt het een klein beetje anders. Maar er zijn wel mensen die kunnen niet op hun benen staan, maar wel op een fiets zitten. Dan fietsen ze wel heel eigenaardig – ze leggen de afstand ongeveer twee keer af zo – maar ze komen zonder schade thuis. En daarbij komen ze situaties tegen waarbij een ander onvermijdelijk een ongeluk zou krijgen. Hoe komt dat? Omdat zij het gevaar niet zien. Ze zijn van het gevaar wel bewust, maar ze kunnen het niet met zichzelf in relatie brengen. Dit geeft hun een zekerheid, een actiezekerheid, een zekere reserve vaak en energie ook die anders ontbreken.

Een ander bekend gezegde: “Een held is iemand die te dom is om te begrijpen dat het ook voor hem gevaarlijk is.” Daar zit iets in. Als je een held bent, nou ja, dan ben je heus niet zo moedig. Werkelijke helden zijn mensen die doodsbenauwd zijn. De zg. helden zijn mensen die denken: mij gebeurt toch niets. Daardoor kunnen ze dingen doen die eigenlijk onmogelijk lijken. En dan hebben we het niet over James Bond of zoiets. We hebben het over doodgewone mensen, die gewoon maar eens eventjes iemand uit het water halen terwijl ze zelf haast niet kunnen zwemmen; nooit aan reddend zwemmen hebben gedaan. Dan spreken we over mensen die, terwijl ze helemaal geen opleiding hebben gehad, in een brandend huis binnendringen en daar kinderen uitslepen. Die mensen zijn dus ergens blind voor het gevaar.

Wanneer je dus gaat vragen of zelfsuggestie waarde heeft, dan zou ik zeggen: “Ja.” Tot op zekere hoogte heeft het dit zeer zeker. Want de zelfsuggestie maakt het mogelijk een deel van de psychische onzekerheid uit te schakelen. Je kunt dus een aantal, laten we zeggen, minder prettige eigenschappen, die een reactievermogen, die innerlijke zekerheid kunnen aantasten, tijdelijk opzij zetten. Je kunt je eigen energie beter gebruiken. Je kunt je gedrag makkelijker aanpassen. Ja, ik geloof toch wel dat suggestie en ook zelfsuggestie zin heeft, wanneer we daar de redelijkheidslimiet, dat nog juist aanvaardbare, er vanaf laten.

Wanneer ik mijzelf voorstel dat ik alleen door mijn woord een appelboom kan laten bloeien en een paar uur later vrucht kan laten dragen, dan klinkt dat krankzinnig. Iemand die zich dat zou willen suggereren is een dwaas. Het kan zijn, maar hoe moeten we dan verklaren dat er toch werkelijk heel wonderlijke dingen gebeuren?

Iemand gaat genezen, weet er geen steek van. Als je hem vraagt: waar zitten de organen, dan zegt hij: “Dat hart dat zit hier ergens, dat ding dat ziet eruit zo en als je verliefd bent zit er een pijltje door.” Zo medisch onderlegt zijn ze, maar ze hebben het genoeg zodat ze kunnen genezen.

Daar zit iemand met een werkelijk ernstige kwaal, ze gaan er naartoe. De dokter zegt: dat duurt jaren, maar ze pakken het aan, ze halen de ziekte volkomen weg. Hoe kan dat? Ze hebben zichzelf ervan overtuigd dat ze het kunnen. Maar het gekke is, daardoor kunnen ze ook veel meer dan redelijk verwacht zou kunnen worden.

Wanneer we horen van oude heiligen bv. dat ze wonderen doen, dan kunnen we zeggen: die mensen hadden er zich van overtuigd dat het wonder mogelijk was. Dat oude bekende voorbeeld mag ik hier wel even citeren.

Dat gebeurde in de tijd dat Savonarola met zijn hervormingen bezig was. De stadsraad die kwam er tegenop en Savonarola moest zich aan een vuurproef onderwerpen. Hij zou over een bed van gloeiende kolen van twintig tot vijfentwintig meter lengte op de markt moeten lopen en als hij zich niet zou verbranden, dan zou daaruit blijken dat God het met hem was. Nu had hij een leerling, een jonge man, die zei: “Ik geloof in Savonarola, ik zal het bewijzen”; deze wandelde over dat pad vurige kool (houtskool was het) heen zonder iets meer dan een paar vuile voeten en hij had die toch al, dus dat viel niet op. Toen kwam Savonarola zelf, maar hij geloofde niet in zichzelf, hij verbrandde zijn voeten. Wat is nu hier weer het geval?
De ene heeft zichzelf gesuggereerd: God is met Savonarola, het kan niet anders als ik in die juistheid geloof, dan kan niets gebeuren en er gebeurt ook niets.
De ander zegt: Ja, dat heb ik nu wel gezegd, maar hij wist dat hijzelf een beetje schijnheilig was. En zijn leidsman was eigenlijk een half idiote monnik in een kloostertje, daar wist hij ook wel van dat deze eigenlijk een heel klein tikkeltje geschift was. En omdat hij dat wist, werd hij bang. Doordat hij bang was, transpireerde hij; doordat hij transpireerde plakte de gloeiende kool aan zijn voetzolen en verbrandde hij zijn voeten.

Je kunt het helemaal verklaren, het is geen wonder misschien in de echte zin van het woord, maar het bewijst wel dat de mens heel wat meer kan dan hij denkt te kunnen. Maar dat is afhankelijk van zijn psychische instelling.

Dan ga ik nog een stap verder. Een magiër die geesten oproept, wat doet die eigenlijk? Een goede magiër natuurlijk, niet een zwart magiër, ofschoon die ook geloven. Die man die overtuigt zichzelf ervan dat hij het kan. En omdat hij zichzelf ervan overtuigt dat het mogelijk is, wordt het mogelijk. Heeft u iets in de gaten? Zelfsuggestie kan gebruikt worden om de waarde van de werkelijkheid tijdelijk te verschuiven.

Er is wel degelijk iets te zeggen voor die overtuiging, die zelfsuggestie. Of laten we een voorbeeld nemen veel dichter bij huis. U zit hier in een radiostad (Hilversum), daar ziet u nogal wat acteurs optreden, zijn erbij die wel transpireren voordat zij beginnen, maar die zo overtuigd zijn van hun eigen vat op het publiek dat ze dat hebben. Wilt u daarvan een mooi voorbeeld hebben? lk zal u er één geven, als ik tenminste goed geïnformeerd ben. Is het niet juist dan kunt u het tegen mij zeggen.

Er is een acteur in Nederland, die wel al tot de beste wordt gerekend, een zekere van Dijk. Ko geloof ik dat hij heet. En als ik het goed heb, is deze man in zijn persoonlijkheid een mengsel van Othello en Spoel de Wever. Nu is het eigenaardige dat deze man in duizenden vormen zichzelf speelt. Maar hij speelt zichzelf met zoveel overtuiging dat eenieder in hem gelooft. Omdat hij in zichzelf gelooft, maakt hij dingen waar die, wanneer zijn normale acteertalenten en zijn zeggingstalent afzonderlijk worden bezien, eigenlijk niet waar zijn. Hij maakt dingen tot een eenheid, die meer is dan de delen. Waarom? Doordat hij zichzelf ervan overtuigt dat wat hij doet waar is, dat het eerlijk is, dat het goed is.

Want er zijn ook hier mensen die zijn zo overtuigd dat ze het goed kunnen doen, dat ze hun piek niet proberen te bereiken. Dat zijn de erg vervelende mensen en naar ik heb gehoord, schijnt een groot gedeelte van de t.v.- en radioprogramma’s daarmee gevuld te worden. Maar daar zullen we dan verder maar niet op ingaan.

Wat ik wil betogen is dus – en nu gaan we even een paar punten bij elkaar halen, want anders wordt het vervelend – in de eerste plaats: zelfsuggestie heeft waarde, zij maakt het de mens mogelijk dingen te volbrengen en te bereiken, die zonder deze zelfsuggestie voor hem niet bereikbaar waren.

In de tweede plaats: zelfsuggestie is waardevol, omdat het de mens mogelijk maakt capaciteiten die in hem sluimeren, tijdelijk of zelfs blijvend, te gebruiken, terwijl hij normaal en alleen redelijk denkende, daartoe niet in staat is.

In de derde plaats: de zelfsuggestie kan gebruikt worden tot het punt waarbij men zelf geen bewijs meer vraagt voor hetgeen men zich suggereert. Op het ogenblik dat men geen bewijs meer vraagt van het gesuggereerde, is men de slaaf van een waanvoorstelling. Voor die tijd echter heeft men een middel om iets te bereiken. En daarmee heb ik geloof ik de waarde al voldoende aangetoond. Maar het zou zo gauw voorbij zijn als we het hierbij lieten. Bovendien is er meer te zeggen.

Wanneer wij nu eens terug gaan naar een oud geloof, bv. het Egyptisch geloof. We lezen dat “Dodenboek”. Dat is eigenlijk ook een methode van zelfsuggestie. Je suggereert jezelf dat je de goden kunt bedriegen. Maar daardoor bereik je in feite een zekerheid waardoor je de goden tegemoet kunt treden. Dat ligt in dat oude geloof en dat is precies hetzelfde eigenlijk, wanneer we een moderne godsdienst bekijken. We suggereren ons dat we een verbondenheid met God hebben. We maken dat daardoor voor onszelf ten dele waar. Hierdoor is de angst voor de dood niet meer zo intens. Daardoor wordt de betekenis van het leven voor ons een ander, en ik zou haast zeggen, ook een meer interessant iets. Kort en goed, in het geloof speelt die suggestie ook een grote rol. En de kernwaarden van het geloof zijn gedeeltelijk te herleiden tot zelfsuggestie, want wij zeggen nu wel, dat dit of dat ons door God wordt gegeven, maar we kunnen het niet bewijzen. Maar doordat wij het denkbeeld van die verbondenheid met God vinden, durven wij meer te vragen. Doordat wij meer durven te vragen, durven wij zelf meer waar te maken.

Ik geloof dat we toch al de waarde van deze zelfsuggestie aardig aan het bewijzen zijn. Nu komen we bij de esoterie. Een estheticus die zegt dat hij niet door kan dringen tot de hogere waarheid, zal het nooit doen. Die blijft in de formule steken. Je kunt alle esoterische werken en systemen ter wereld hebben doorgewerkt, ze in je hoofd hebben, met nog alle filosofieën erbij en geen stap verder komen in de richting van het goddelijke. Maar je kunt jezelf ook suggereren dat je met het hele beperkte beetje dat je weet, God kunt vinden. En het eigenaardige is dat daardoor de innerlijke afstemming ontstaat waardoor inderdaad het hogere zich binnen het ‘ik’ manifesteert.

Dat is eigenlijk wel gek, God openbaart zich meestal aan eenvoudige mensen. Zelden aan godgeleerden, vindt u ook? U beschouwt het kennelijk als een retorische vraag. Ik zal het u vertellen. Omdat de eenvoudige gelooft in zijn vermogen om God te bereiken. God is voor hem eenvoud. De theoloog maakt God eigenlijk zozeer een technisch probleem, dat het daardoor zo ver verheven is boven zijn eigen persoonlijkheid, dat hij niet de moed heeft om zich helemaal in God te projecteren. Hij zoekt het in de techniek en daar bereik je niets mee. U zegt: “Misschien, dat is gek”, maar het is waar.

Theologie kan een achtergrond zijn voor iemand die een voldoende eenvoud heeft om zichzelf te suggereren dat die God toch eenvoudig bereikbaar is. Dan geeft het hem de middelen om zijn innerlijk beleven uit te drukken voor anderen. Maar op het ogenblik dat het de basis wordt, dan is het contact met God er niet meer. De estheticus die alle systemen kent, die heeft in zich nog steeds niet het gevoel van verbondenheid.

Ik geloof dat dit eigenlijk wel de kern is van de waarde die wij aan zelfsuggestie moeten toekennen. Wij zijn hier aanwezig en u hoeft zich heus niet te suggereren dat er iets hoogs of iets laags aan de gang is. Maar ontspannen zijn op zichzelf oefent in zekere zin een suggestieve werking uit. Uw bereidheid tot luisteren en tot meedenken wordt groter. Uw verzet wordt ook in sommige punten gestimuleerd. Alleen is het jammer dat de meesten van u dat wel denken, maar zelden durven te uiten. Kortom, er komt door die suggestie hier een band tot stand. Die band maakt bepaalde dingen innerlijk duidelijker. Je gaat je problemen anders zien en je weet dat er een oplossing voor is. Het hopeloze van veel dingen verdwijnt. En toch kunnen we dat eigenlijk niet bewijzen. We kunnen het alleen ervaren. Daar zit nu de grote moeilijkheid en tegelijk de grote verdienste. We kunnen een hele hoop doen, met heel summiere middelen kunnen we heel veel bereiken.

Er zijn schilders die met een enkele veeg een heel bos aangeven. Het bos is er. Het is een suggestie die door de mens wordt aangevoeld. Ik denk dat God ons ook eigenlijk een aantal suggesties geeft. Hij geeft ons een aantal denkbeelden waarvoor geen enkele achtergrond bestaat. Die kunnen we niet vinden in wetten, die kunnen we niet vinden in de redelijkheid of in de wetenschap, maar ze zijn er ergens. Deze dingen hebben we nodig. Wanneer ze er niet zijn, dan staan we stil. Het is bv. typisch dat het geloof in de magie de mens wetenschappelijk en maatschappelijk veel verder heeft gebracht dan het atheïstisch systeem, waarbij men God uiteindelijk probeert uit te schakelen.

God is kennelijk het element van vernieuwing. Het is het onredelijke in de mens en als dat onredelijke achtergrond krijgt waardoor het aanvaardbaar wordt, dan kun je iets bereiken, maar anders dan val je terug op het menselijk systeem. Het menselijk systeem is verstikkend. Het menselijk systeem is steeds geneigd om zichzelf te handhaven, d.w.z.: stilstand.

Waar stilstand is, waar vernieuwing ontbreekt, daar ontstaat een soort aderverkalking in denken, economie en alle andere dingen. Wanneer er dan eenmaal mee gebroken moet worden, dan sta je voor de grootste moeilijkheden, omdat je dan niet meer in het systeem kunt geloven. Dan ben je stuurloos. Dat is nu eigenlijk hetgeen waarbij we die suggestie nodig hebben. Wij moeten eenvoudig geloven in de zin van de dingen en dan komt er precies niet uit wat we willen misschien, dan gaan we proberen om goud te maken en we komen in negen van de tien gevallen met het een of ander te voorschijn dat heel wat anders is.

Baltesar zocht het eeuwig leven en hij vond het, maar op een andere manier dan hij had verwacht, want in plaats van het elixer vond hij het buskruit uit en met het buskruit verwierf hij een onsterflijkheid zonder lichaam, terwijl hij dat liever met lichaam had bezeten. Daar hebt u zo’n typisch voorbeeld. Het gaat niet altijd precies zoals je dat jezelf suggereert, dat niet. Maar deze suggestie brengt een vooruitgang.

Ik zou zeggen dat de doorsneemens in zijn eigen leven een hoop hiaten heeft. Er zijn een hele hoop punten waarop je zegt: “Ja, maar dat kan toch niet meer, redelijk gezien moeten we aannemen dat daar toch niets mee te bereiken is. We geven het op. Het kan eenvoudig niet.” Dat zijn de beperkingen van leeftijd, van maatschappelijke toestand, van het sociaal systeem. Het heeft geen zin meer. Dan gaan we zitten, dan treuren we over de tekorten van ons leven. Als mens doe je dat gauw.

Nu kan die zelfsuggestie komen en zeggen: “Ja, maar voor de doorsnee zal dit gelden. Ze kunnen niet tegen die maatschappij, die techniek op. lk kan het wel, ik ga het proberen.” Het levende element, de mens komt niet voort uit de feitelijke werkelijkheid, maar uit de in hem levende en meestal ook door hemzelf aan zich opgelegde suggestie dat hij meer is dan de feiten. Uit dit meer zijn dan de feiten put de mens het vermogen om de feitelijke werkelijkheid uit te breiden, om ze steeds te vernieuwen en groter te maken.

De wetenschapsmens die werkelijk nieuwe ontdekkingen doet, is in feite een fantast. Hij suggereert zich dat hij het beter weet dan iedereen. Hij weet het alleen. Als hij dan wel eens denkt: ja, maar waarom wil men mij? Dan zegt hij: “Ja, omdat zij te dom zijn, het kan niet anders.” Hij suggereert zich dat. Hij kan daardoor doorzetten en hij vindt een vernieuwing, en dat geldt, of je nu Robert Koch heet of Alexander Fleming, die hebben allebei met die problemen te worstelen gehad. Dus de vernieuwing in de mensheid, maar ook de geestelijke vernieuwing. Het durven denken in andere termen. Dat is juist een vorm van deze eigenaardige innerlijke toestand van onwerkelijkheid, die door het voortdurend herhalen van bepaalde waarden aan je wordt opgelegd. En wanneer je dan denkt dat het niet juist is, dan moet je niet zeggen: “Dan deug ik niet”, dan moet je zeggen: “Ik heb het verkeerd geïnterpreteerd, ik moet het anders interpreteren.”

We hebben bv. – laten we eens proberen actueel te zijn – Monseigneur Sineus; dat is een Belg. Weten jullie daarvan? Nu goed, die heeft een paar besluiten genomen die een klein beetje raar zijn. Een heel progressief mens, een heel goed mens, heel vroom mens, maar hij heeft zo het idee: ik moet hier de vrede handhaven en de enige vrede die mogelijk is, is de vrede zoals ik die ken en God met de geest zullen mij helpen. Hij heeft zich dat gesuggereerd en dan ziet hij dat er ruzie van komt. Dan moet hij zeggen: “Ik heb kennelijk de zaak niet goed aangepakt, ik moet een beetje bijdraaien ergens.” Dat kan hij nu niet; hij zegt: “Als ik dat zeg is deze inspiratie waarom ik gebeden heb, die is mij dan niet gegeven. Dan ben ik een onvolmaakt mens, maar hoe kan ik dan de verantwoordelijkheid van het bisdom dragen?” Tragiek ergens, maar het is er. En zo kan ik ze u overal noemen. U kunt ze overal vinden. Ministerraad, de Eerste Kamer, Tweede Kamer, Kamer van Koophandel, in de kerk, in de gemeenteraad overal zitten ze. Mensen die suggestie voor zichzelf gebruiken.

Er zijn mensen bij, die weten niet eens hoe zo’n gemeenteraad functioneert, worden gemeenteraadslid van een plattelandspartij, althans pseudo plattelandspartij. Die zeggen doodgewoon: “Wij kunnen het wel.” Dan kunt u zeggen: “Ja, dat is onmogelijk, die mensen weten niets van gemeente administraties, ze weten niets van dit soort dingen”, maar de kans is er dat dit soort mensen het door hun suggestie juist wel kunnen, want die zetten zich boven de technische problemen. Ze gaan dus door de techniek heen kijken naar de werkelijke feiten. Wie weet dat er niet een paar bij zijn die het goed doen. Maar er zullen er ook bij zijn die zeggen: “Nu ja, ik heb het nu eenmaal gezegd en ik ga er niet verder over praten; ik heb neen gezegd en het blijft neen.” Dat zijn stommelingen.

Suggestie is waardevol. Ze is absoluut bruikbaar en zeker de zelfsuggestie, wanneer we ze binden aan de resultaten. Ik kan tegen mezelf zeggen: “Ik kan genezen.” Heb ik mijzelf er werkelijk van overtuigd, dan kan dat, maar dan moet ik toch ook eerst even kijken wat ik dan genees, want anders dan komt er een vandaag of morgen en die zegt: “Paardendroes, migraine, kippensnot (dat is een kippenziekte).”

Wanneer je daar eens over nadenkt, dat kan misschien niet allemaal. Daar zijn mensen die zullen een medemens maar moeilijk kunnen genezen, maar die zijn goed voor een hond en een paard. Die hebben er gewoon gevoel voor. Er zijn mensen die kunnen u geen hoofdpijntje afnemen, maar als uw clivia ziek is, moet u er naar toe gaan. Alleen hun nabijheid fleurt de plant al weer op. Je hebt een gave in een bepaalde richting, dat moet je uitzoeken. Je moet altijd denken: ik ben meer dan ze; denken: ik kan meer dan ze denken. Er is meer mogelijk dan ze denken. Dat moet je jezelf toch werkelijk aanpraten. Natuurlijk is dat zo, maar dan kom je ertoe om het te proberen.

Er is een grens ergens gesteld van de redelijkheid. En achter die redelijkheid daar zitten de mannetjes die zeggen dat met de cijfers uitgewezen is dat het niet anders kan. En degene die er overheen stapt, dat is degene die wat bereikt. Dan kunt u zeggen: “Ja, dat is allemaal kolder.”

Gaat u hier in Nederland eens kijken. Waar uiten zich de grootste problemen? Welke stad heeft de meeste problemen in Nederland? Amsterdam. Amsterdam moeten we Rotterdam tegenover zetten, dat gaat haast niet anders, dat is een soort erfelijke kwestie, al uit 1600. Dan moet u het eens zo bekijken. Amsterdam is een stad waar alles zeer goed wordt overlegd, heel goed wordt berekend. Waar men twintig plannen maakt om te weten welke het beste is. En Rotterdam, die gooit er vaak met de pet naar. Daar zeggen ze: “Wel, dat willen we hebben” en ze krijgen het. En daarom is een Europoortprogramma van Rotterdam mogelijk en dan hoeft Amsterdam nog niet eens te denken aan een oplossing van zijn eigen verkeersprobleem. Voelt u het verschil? Dat is een benadering.

Die benadering kun je alleen hebben wanneer je dat gevoel hebt dat je wat meer bent. Dan zult u zeggen: “Ja, maar dat is het toch niet alleen.” Denkt u dan aan vroeger. Je hebt tegenwoordig nog een paar van die mensen, hoe heten ze allemaal…. Zwolsman, Verolme enz. Die hebben het idee ‘wij kunnen het’. En vroeger was het zo: ik ben een heer, ik kan dat. En ze konden het. Ze stampten fabrieken uit de grond, ze werden heersers in handelsrijken. Ze zaten bij elkaar met hun kanten kragen en hun lubben, de vroomheid en de Bijbel. Ze draaiden eens aan de snorren en ze zeiden: “Ja, we moeten toch eens een nieuwe weg gaan zoeken.” En ze stuurden Barendz uit, maar ze stuurden ook Coen uit en ze zeiden: “We zijn wel een klein land én natuurlijk hebben de Spanjaarden meer, maar we moesten die Hein er toch maar eens op uit sturen.” Het ging. Tromp was voor een buitenlander kaperkapitein, maar zo een kundig man, dat hij met vier schepen deed wat een ander met geen twintig schepen dorst te doen. Omdat hij niet orthodox was. Hij had weinig systeem misschien, heel weinig systeem, maar hij won er mee. Dat is de grootheid geweest van Nederland in het verleden.

En wanneer is de grootheid van Engeland geweest? Zijn dat de mensen geweest die overtuigd waren dat alles precies met regels moest? Neen, het zijn mannen geweest als Ralley, als Drake. Het zijn mannen geweest die overal tegenin gingen. Wat hebben Sopatos en Cromwell bereikt? Niets. Daar moet u eens over nadenken.

Je moet je afvragen: “Is wat ik denk uiteindelijk waar? Bereik ik werkelijk iets?” Die vraag moet je je stellen en voor de rest moet je het idee hebben dat je meer bent.

Tegenwoordig zegt iemand: “Het heeft geen zin om de zaak te beginnen; ja, ik kan een beetje uitbreiden, ik maak er maar een zelfbedieningszaakje van.” Maar ze zeggen niet: “Ik kan een handelsrijk stichten. Ach, weet u, mijnheer, met de financiën en met de belastingen. Ja mevrouw, en dan moet u rekenen, wij kunnen ook niet zoveel winst meer nemen tegenwoordig.” Dan zitten ze te rekenen en te cijferen, maar ze zeggen niet: “Ik durf alles op alles te zetten, want ik kan dat. Ik kan dat!”

Natuurlijk, er zijn negatieve dingen gebeurd. Hitler zei ook: “Ik kán dat”, en hij kon het, dan mogen ze zeggen wat ze willen, maar hij kon het. Alleen op een gegeven ogenblik zei hij niet meer: “Laat ik nu eens toetsen of wat ik gezegd heb helemaal waar is.” Hij zei doodgewoon: “Ik heb het gezegd, dus is het waar.” Op dat ogenblik begon zijn val.

We hebben net Churchill gehad; hij was een groot man, een groot man, want hij had alles tegen. Hij was koppig, hij was eigenzinnig, hij was heus politiek nl. niet zo erg begaafd, ook al denkt men er tegenwoordig anders over. Het was helemaal niet wat je zegt, zo’n grote kerel, nee. Het was alleen een doorbijter. Maar hij had één ding, hij zei tegen zichzelf: “Ik kan dat en dat zal ik wel eens opknappen.” En omdat hij dat vertrouwen over wist te dragen, kón hij. Engeland zou gevallen zijn als er geen Churchill was geweest. Toch heeft Churchill Engeland niet gered. Maar hij heeft zijn vertrouwen gegeven, omdat Engeland het zichzelf misschien niet kon suggereren, heeft Old Winny het gedaan met zijn bloed- en donderpreken, want politieke speeches waren het eigenlijk niet. Denk er eens over na.

Waarom heeft de hele wereld zo ontroerd eigenlijk geconstateerd dat John Kennedy vermoord was? Omdat Kennedy een groot talent was? Kom, mensen, laat je niets aanpraten. Maar omdat Kennedy het idee had: ik ben integer, ik kan dit. Hij zei: “Ik kan dit. Ik kan die kleurlingenproblemen oplossen, ik kan hier die problemen aan”. Daarom kon hij ze aan. Beter dan zijn opvolger, die gelooft niet zo in zichzelf.

Een mens moet in zichzelf leren geloven. Het is zo, God helpt je wel als je begint om jezelf te helpen. Maar als je denkt dat je jezelf absoluut niet helpen kunt, is het afgelopen. En dat punt juist, dat wordt vergeten.

Onze vraag of zelfsuggestie nu werkelijk waarde bezit, is niet alleen de vraag of je er zo maar iets mee kunt doen, al kunt u uw eigen gezondheid en uw stemming daar ongetwijfeld wel mee beïnvloeden. Het gaat erom of u ze nodig hebt, dan zeg ik: “ja”. Want de mens die zich probeert te houden aan de feiten alleen, die mens staat alleen. Die mens is afhankelijk van de hele wereld. Die mens heeft misschien wel een God waar hij toe bidt, maar hij weet niet eens of God hem hoort. Die mens wil misschien innerlijk stijgen, maar hij heeft het vertrouwen niet om de duisternis binnen te dringen van zijn eigen persoonlijkheid. Mensen willen allemaal goed op aarde. Ze willen goed, maar ze durven niet. Ze kunnen zichzelf er niet van overtuigen op een positieve manier. Negatieve suggestie is de verantwoordelijkheid voor een hele hoop leed op deze wereld.

Er zijn mensen die zichzelf wijs maken: wij weten dat wij geen mens kunnen vertrouwen. Op den duur kunnen ze ook geen mens vertrouwen, want ze hebben wantrouwen gezaaid. Dan zeggen ze: “Dus, hebben we atoombommen nodig, dat is macht”. Dan beginnen ze aan zichzelf te twijfelen en dan zeggen ze: “We hebben meer macht nodig.” Ze worden zenuwziek onder de zware last die ze zichzelf opleggen en gelijktijdig zijn ze levensgevaarlijk voor de wereld. Dat is negatief. We moeten consequent zijn. Als we consequent zijn, moeten we zeggen, dat in zelfsuggestie ook grote gevaren kunnen schuilen. Het is zeker niet iets dat je zonder meer kunt hanteren en handhaven. Maar zonder dat bereik je helemaal niets.

Waar dit vermogen om jezelf een klein beetje hoger aan te slaan, van jezelf iets meer te verwachten niet aanwezig is, daar zou het menselijke ras rustig in het mausoleum kunnen worden bijgezet met honderden woorden: ‘Hier wacht de homo sapiens op zijn uitsterven.” Er is meer, meer in de mens dan redelijk denkbaar is. Er zijn meer mogelijkheden dan volgens alle feiten wel aannemelijk zijn. En dat er meer dingen zijn, dat we leren daarin te geloven! Onszelf te overtuigen, dat ze er zijn. We moeten onszelf zover weten op te zwepen dat we de proef durven nemen. Dat is misschien heel moeilijk, maar de mogelijkheid bestaat. Je moet leren om jezelf als het ware iets aan te praten en dan moet je jezelf ook leren om dan te kijken of het waar is. Dat zijn de twee voorname punten van vanavond.

Want de mensen die – in wat schijnbaar een krankzinnig vertrouwen is – zich tot God wenden met een zekerheid dat ze antwoord krijgen, die krijgen antwoord. Andere mensen bidden een heel leven lang in de aarzelende hoop dat God misschien eens zal antwoorden en ze krijgen geen antwoord.

Een moordenaar hangt aan het kruis, en als we het verhaal mogen geloven, dan zit hij een ogenblik daarna al in de eeuwige zaligheid. Er zijn een hele hoop mensen die hun hele leven lang geploeterd hebben en die vermoedelijk toch wel enige tijd ergens in een afdeling van het stookhuis van onderen vertoefd hebben. Waarom? Omdat zij zichzelf ervan overtuigd hebben dat ze zondig zijn. We moeten onszelf niet overtuigen dat we zondig zijn. We moeten onszelf ervan overtuigen dat we goed zijn, dat we beter kunnen. We moeten onszelf er niet van overtuigen dat we klein zijn ten opzichte van God, dat weten we toch wel. We moeten ervan overtuigd zijn dat we in onze kleinheid met God contact hebben. Dat is zelfsuggestie. Maar er komt een antwoord uit.

We moeten onszelf niet vertellen dat we machteloos staan tegenover het noodlot, om te zeggen dat we dat beetje meer hebben waardoor we dat noodlot kunnen ombuigen, dan kunnen we het, u ziet het, ik heb de vraag beantwoord en ik heb eigenlijk meer gezegd. Ik heb niet alleen gezegd waarom zelfsuggestie waardevol is, maar ik heb gezegd, ze is eigenlijk nodig. Misschien dat je dat nog als laatste punt het beste kunt zeggen:

Een mens die geen illusies heeft – dat weten we allemaal – die heeft geen leven. Je hebt altijd het beetje meer hoop nodig, waardoor je wilt blijven denken en blijven streven. Dat geldt zelfs voor de geest. Maar waarom zouden we blijven staan bij illusies? Waarom zouden we altijd maar aarzelend blijven hopen dat de zaak eens anders zal worden? Waarom veranderen we het zelf niet? Wij moeten positief worden en daartoe is die zelfsuggestie een middel.

We moeten voorzichtig zijn dat we niet helemaal onszelf vervreemden van de werkelijkheid. Dat is waar, maar ik geloof dat het gevaar dat wij aan de werkelijkheid ten ondergaan zo groot is dat het risico van vervreemding beter genomen kan worden, dan de feitelijke stilstand die voor negen op de tien mensen op het ogenblik een feit is.

Ik geloof dat de eeuwigheid voor de mens bereikbaar is, kenbaar, leefbaar, te betreden is op het ogenblik dat hij zichzelf er van kan overtuigen dat hij daarin kan binnen treden. Dat is heel veel. Noem het geloof, noem het zelfsuggestie, noem het autohypnose. Er zijn duizend namen voor. Maar de mens is meer, de mens kan meer, maar daardoor moet de mens eerst in zichzelf geloven. En in zichzelf geloven kan hij alleen door zichzelf voortdurend te suggereren dat er een waarde in hem bestaat.

Zelfsuggestie is noodzakelijk. En op het ogenblik dat er geen mens meer is die zichzelf suggereert dat iets wel kan, hetgeen een ander niet kan en het op de proef durft te stellen, op het ogenblik dat er geen mens meer is die zichzelf suggereert dat zijn gedachten juister zijn dan die van alle mensen met naam uit het verleden, is er geen vooruitgang, is er niets. Dat geldt ook voor het geestelijk leven.

Zolang u daar niet in gelooft dat dit de enige manier is om er misschien iets van te vinden – in de Bijbel misschien – komt u meestal niet ver, maar zodra u overtuigd bent in uzelf dat u aan dit geestelijk leven een direct deel hebt, dat u een eigen weg kent en probeert die weg te gaan, dan is dit alleen nog maar een aanvulling, een uitspreken van het gekende. Dat is nodig.

Het is niet nodig dat u allemaal spiritisten wordt of bent. Het is niet nodig dat u het aan theosofie of wat anders ontleent. Het is niet nodig dat u ingewijd bent of tot de loge behoort. Het is nodig dat u vanuit uzelf uitgrijpt naar de geest, naar God, naar het hogere. Overtuig uzelf dat u het kunt. Ja, dan valt misschien die orde een klein beetje meer uit elkaar, maar dat is niet zo erg. Dan hebben we een geestelijke orde die sterk is, sterk omdat veel van de leden die in de geest daarmee in contact staan, op aarde leven en werken. Dat zou waarschijnlijk nog heel wat nuttiger zijn voor de mensheid dan alles wat we nu doen, wanneer u alleen maar luistert. Kijk, dat wou ik alleen maar zeggen.

Misschien niet veel, naar misschien bent u een beetje teleurgesteld, had u er meer van verwacht. Stelt u dan uw vragen zo dadelijk, dan zal ik proberen om al datgene te geven dat u verwacht hebt. Mits u van mij niet verwacht dat ik u à priori gelijk geef, want dat doe ik in geen geval, tenzij u het toevallig zou hebben. Dit stipuleer ik er even bij. Dan zou ik zeggen: gaat u nu rustig pauzeren en suggereer uzelf dat ook u in staat bent om een juiste en verstandige vraag te stellen, dan zult u ontdekken dat het u nog lukt ook.

Tweede deel

Ik hoop dat u aangenaam gepauzeerd hebt. Dat het u erg goed bevallen is en dat u daar ondertussen uw vragen hebt kunnen vinden. Ik zou graag willen beginnen met datgene dat u op schrift hebt gesteld. We zullen wel kijken waar we terecht komen.

  • Hoe komt het dat de tendens van vele lezingen van andere O.D.V.-sprekers geheel tegengesteld is geweest aan die van uw bezielende toespraak van vanavond? Hebben zij er ergens speciale bedoelingen mee om juist te suggereren dat wij stervelingen in staat zijn iets meer te willen zijn en te doen dan het dagelijkse? Dit is een vraag die mij al vele jaren bezig houdt. Is er niet in de zg. witte magie ook een zeer belangrijke factor van geduld, bv. bij het gebruik van een mantra voor de bewustwording van de mensheid? In dit geval zal het niet mogelijk zijn resultaten te zien. Desalniettemin meen ik ook, een zelfsuggestie, dat het de moeite waard is met een dergelijk geestelijk pogen onversaagd door te gaan, jaar in jaar uit.

Dat zijn eigenlijk twee vaststellingen. Eén commentaar en dat wordt vooraf gegaan door een vooronderstelling. Dat vraagt wel even een antwoord. Moet u eens luisteren.

In de eerste plaats wordt er zo gesuggereerd, dat alle andere sprekers iets heel anders zeggen dan ik vanavond. En nu ben ik erg blij dat het een bezielende toespraak is geweest. Dat bewijst in elk geval dat het ergens aanspreekt, maar ik zou toch willen zeggen: is het ’t verschil tussen de onderwerpen en daardoor ook de benadering van één en hetzelfde punt? Wanneer ik zou spreken over gezond verstand, dan zou ik zeggen: “Goede mensen, jullie moeten alle dingen proberen. Als ze nu geen resultaat geven, dan moet je ermee uitscheiden.” Dan moet je voor jezelf zeggen: ”Ja, ik bereik daar niets mee, ik kan misschien iets anders beter doen.” En dan ben ik het er volledig mee eens, dat zijn die andere sprekers, want wat dan de teneur – zegt men dan deftig! – is van veel van het werk van de O.D.V. van de laatste tijd is dit: “Mensen, jullie moeten niet zo op verre afstand werken! Jullie moeten het niet zo zoeken in het allerhoogste. Jullie moeten niet gaan werken voor die hemel later. Jullie moeten die hemel dichtbij brengen.”  En ik geloof toch dat dat niet gek is. En nu kom ik dus en ik vul dat op mijn manier aan. Ja, maar mensen, nu moeten jullie niet zeggen, dat kunnen we niet. Dan moet je zeggen, ik kan de hemel dichterbij brengen, ik kan hem dichterbij brengen, hóe kan ik dat doen? Tja, ze zeggen wel dat dat niet kan. Ik heb het gevoel dat dat wel kan. Ik probeer het, ik trek die hemel naar ons hier totdat ik zeg: “Hier ben ik levend als mens deel van het koninkrijk Gods en ik ga in, in de vele woningen die zijn een deel van het Huis des Vaders.”

Dat is nu hetgeen dat ik betoog. En dan zegt een ander: “Maar als je nu honderd keer op je knieën hebt zitten bidden totdat je eksterogen op je kniepunten hebt zitten en je hebt die hemel nog steeds niet gekregen, mens, blijf dan niet liggen bidden, ga dan kijken of er misschien een andere methode is.” Ik geloof niet dat er een strijdigheid tussen is. Ik geloof alleen dat ik vanavond geprobeerd heb om een oplossing te geven juist voor dat gevoel van onmacht in de mensheid. Want de meeste mensen vertrouwen zichzelf eigenlijk niet. Ze willen de waarheid horen van een ander. Ze willen God ontmoeten door een ander. Ze willen de goddelijke waarheid lezen uit een boekje, niet uit de natuur, niet uit zichzelf …. uit een boekje. Ze willen luisteren naar de profeten, maar wij kunnen toch geen profeten zijn. En nu zeg ik: “Ja, dat denkt u, maar een profeet is iemand die overtuigd is van God, die daardoor God ontmoet en God ‘s werk doet.” Dat wat betreft de tegenstelling.

Dat was volgens mij de veronderstelling, suppositie, die vooraf ging aan het geheel.

En dan zegt u: “Ja, maar wanneer u nu werkt met die witte magie en bv. met een bepaalde mantra, dan hoeft dat resultaat ook niet zichtbaar te zijn.” Wanneer u bedoelt dat het niet onmiddellijk leiden moet tot hoopjes goud of zout of bloemetjes of wat anders, dan heeft u gelijk. Maar wanneer u in de witte magie werkt met een mantra, dan moet die mantra toch uzelf iets doen. U kunt daar gaan zitten als een of andere Tibetaanse monnik: “Um Mani Patme Hum” en het zegt u niets, dan kun je beter je mond houden. Dan kun je beter iets anders doen. Maar als je nu elke avond zegt: “Almachtige God uit uw kracht, uit uw Licht vind ik leven. En uw kracht en uw licht wil ik openbaren” dat siddert door je heen. Dan kun je zeggen, je ziet er niets van, maar je hebt het wel gemerkt. Dat is iets. Dat is voor u belangrijk.

Wanneer u zo zegt van die mantra of van de witte magie, dan zeg ik: ja natuurlijk, mensen, die dingen zijn er. Die dingen zijn ergens heel belangrijk. Maar als het je niets doet, wanneer het een gewoonte is, dan heeft het geen zin. Katholieken, even niet luisteren anders voelen jullie je gekwetst. Er zijn een hele hoop katholieken, die bidden heel regelmatig, zoals anderen die mantra zeggen en dat gaat zo: Hup, de vliegen zijn weg, Wees gegroet….. en de geest. Amen. Wèwèwèwè. . . Amen. Ik bedoel: wat is dat nou? Of het wordt nog veel erger, het wordt een schools dreuntje: Onze Vader die in de Hemelen zijt….. tatatatu. Mensen dat is geen bidden, dat heeft geen zin. Dat is tijd verknoeien met dode woorden.

Maar ik kan me voorstellen dat iemand alleen met dat ene zinnetje, noem het een mantra voor mijn part, zegt: “Onze Vader Gij die in de hemelen zijt, geheiligd zij uw Naam.” en dat hij God dichtbij voelt. Nu zeg dat dan, dan kan je de rest voor mijn part nog laten. Het Onze Vader is een kostbaar, het is een heilig gebed, maar dat is niet een formuletje, uuuuuuu dat moet leven. En als het je niets doet, ach, voor mijn part spreken we over het kleinood in de lotusbloem of spreken we over de machtige Osiris, wanneer het je beroert, wanneer het in je leeft, dan wordt het in jou tot een kracht. En dan kunt u zeggen: “Ja maar, daar wordt buiten mij niets gemerkt, ik moet er geduld bij hebben.” Nee! Wanneer het voor u merkbaar is, dan kunt u die resultaten misschien niet onmiddellijk zien, maar dan werkt het onmiddellijk. Maar als het uzelf niet beroert, lieve mensen, dan heb je er toch niets aan.

Kijk, dat wou ik nu betogen. Wanneer je zegt, ja, maar ik ben ervan overtuigd dat er iets mee gebeuren kan, je gaat dus jezelf suggereren dat er iets mee gebeuren kan, dan maak je meer mogelijk om er iets uit te halen, om het te beleven. Dan wordt een doodeenvoudig spreukje door die suggestie – omdat u zichzelf suggereert – dus de zelfsuggestie wordt het contact met God. Nogmaals, als ik hier een beetje suggestie gebruik, dan voelt u dat toch ook. Wanneer ik het begin zeg van dat ‘Onze Vader’, dan probeer ik met mijn stem duidelijk te maken wat er voor mij in leeft. Dat is een suggestie die ik u opleg, maar dan is het heilig, nietwaar? Dan zijn er verschillenden die zeggen: “God, het doet mij wat.” Kijk, dat moeten we nu hebben, meer niet.

Als u met al uw zelfsuggestie dat niet bereiken kunt, dan heeft uw geduld geen zin. Het is nl. zo: geduld is een gave zolang het wachten is op het in het ‘ik’ leven en daardoor onvermijdbare. Geduld wordt een luiheid zolang we wachten totdat er dan eindelijk wel wat komt. Dat laatste soort geduld moeten we absoluut vermijden.

Dan heb ik hier eigenlijk het hele geval al beantwoord en dan mag u dus weerwoord geven, maar ik zou alleen dit nog willen zeggen: “Witte magie is iets machtigs, iets heel machtigs. En iemand die wit magiër wil en kan zijn, die kan onnoemelijk veel goed doen, geestelijk en anderszins, maar hij moet nooit de pretentie hebben dat hij iets kan en doet, dat dan wel onzichtbaar gebeurt, zonder dat hijzelf daardoor beroerd wordt en zonder dat hij een resultaat ziet in de wereld. De wit magiër is deel van het magisch werk. En als hijzelf niet eens vibreert, dan kan u er wel zeker van zijn dat het werk weinig betekenis heeft. Zo, dat was mijn visie. Ik hoop dat ik daarmee beantwoord heb.

  • Mag ik even iets zeggen? De vraag is niet van mij. Ik sla met veel plezier zo nu en dan een kruis ‘s avonds op bed of hoe dan ook. Dat doet me erg veel, dat doe ik ook niet gedachteloos. Is het dan zelfsuggestie, want u maakte daar dat kruisje zo-even, maar zo bedoel ik het toch niet.

Maar nu moet u me niet kwalijk nemen, ik heb dat gegeven als een voorbeeld hoe het niet moet. Maar ik heb ook niet gezegd dat het een bezwaar is. Laten we het proberen met dat kruis. En laten we dan eens proberen te denken wat het waard is, dan zult u zien wat voor betekenis het kan hebben voor u, en dat het een soort mantra is. Een mantra waar het gebaar dan ook nog bijkomt, die magisch sterk is, die verlichtend, goddelijk kan zijn. Maar is het dat niet, dan krijgen we…..èèèèèè. Maar dan is het dus: ik leef, ik denk aan het leven, dan zeg ik: “In de Naam van de Vader, in de Naam van de Zoon en in de Naam van de Heilige Geest, zo zij het.” Dat is een spreuk van levensaanvaarding.

De meeste mensen die denken daar niet bij, maar als je dat zegt, dan zeg je dus: “Wat ik doe, wat ik ben, wat ik leef, in den Naam van de Vader. Hij, die is het bewustzijn, zetelend in het Al, de Scheppende Wil. In de Naam van de Zoon, het levende hart en de Liefde God’s die werken op aarde en in de Naam van de Heilige Geest, die is de openbaring van de kracht God’s in mij en alle schepselen.” Dat zeg je. Dan zeg je daarachteraan: “Zo zij het” en dan accepteer je het leven. Zeg eens dat dat geen machtige mantra is.

Als je het zo doet, dan heb ik er ook absoluut geen bezwaar tegen. En als u op die manier voor mijn part twintig rozenhoedjes wil bidden, maar u wilt dan het mysterie van de Maagd, en dat is niet alleen de jonkvrouw, maar dat is ook de Lichtmaagd die daarachter schuil gaat, u wilt dat in uzelf overdenken en beleven, dan zeg ik: “Mens, ga je gang”. Daar kun je wat mee doen. Maar zodra het een kwestie wordt van: wlwlwlwlwl, dat heeft toch geen zin.

Dat is precies hetzelfde, dan komen er mensen en die zullen eens eventjes gaan bezweren. Als ik u verveel, dan zegt u het maar. We moeten nog meer vragen beantwoorden, maar ik vind dit eigenlijk wel een leuk stukje discussie voor mijzelf, dan ga je daar soms makkelijker op in.

Dan denk ik wel eens: zie je, mensen die zijn magisch aan het bezweren, erg gewichtig: Tetragrammaton.… Adonai…. Johevahe….Weet je dan wat ze gedaan hebben? Komedie gespeeld, doodgewoon komedie gespeeld voor zichzelf en voor de wereld, want ze beleven het niet. Tetragrammaton is het beeld van de geschapen, van de geuite wereld, dat is die driehoek van licht met de driehoek van duister, dat is de geest en de stof vermengd en vereend in de cirkel der eeuwigheid, dat is Tetragrammaton.

Als ik Tetragrammaton zeg, aanroep ik tot hemel en aarde, dat moet u weten als ik het dan zeg, dan wordt het wat anders. Dan hoef ik er geen groot gebaar bij te maken, maar dan kan ik zeggen: Tetragrammaton. En dan denk ik aan God, de liefdevolle Schepper en dan zeg ik “Adonaï” en dan denk ik aan de drie eenheid, en dan zeg ik: “Johevahe”. En dan is datzelfde een bezwering. Dan moet ik het leven, ik moet het weten. Als je het niet weet, kun je het beter laten. Dat wou ik alleen maar zeggen. Dat is ook als je een kruisje slaat.

  • Ik wil daar niets tegen zeggen, maar Coué zegt altijd: je moet het lallen zelfs. Dat moet toch ook zekere zin hebben?

Dat komt ook daardoor dat de methode Coué voor zo weinig mensen resultaat heeft. Coué heeft nl. gespeculeerd op automatisme, dat was in zijn tijd erg populair. Er waren er nog meer die zich daarmee bezighielden. Die dacht dus: als je dat nu automatisch doet, ga je het wel geloven, maar dat is niet waar. Je móet weten wat je zegt tegen jezelf. De inhoud moet begrepen worden. Maar dat is toch heel iets anders, tussen twee haakjes, dan wat we nu zeggen over magie.

  • Ik dacht juist dat dat magie was. Dat hij ‘voor het slapen gaan’, was het idee, dan neemt het onderbewustzijn dat over. En dat neemt het niet over als je dat bewust doet. Ja, zo heb ik dat gehoord.

Zo hebt u het gehoord en zo blijkt het niet te zijn, omdat het onderbewustzijn reageert op een emotionele achtergrond. Het is dus heel in het kort, we moeten nog meer vragen beantwoorden ook, meen ik.

Wanneer we een bepaalde zelfsuggestie uiten, dan moet er een emotionele binding zijn. Door de emotie nl. wordt het begrip met de sensatie verenigd en aangezien de sensatiekant van ons bestaan, de gevoelswaarden en gevoelsprikkels voor ons de bepaling zijn van de organisatie, de gerichtheid van het onderbewustzijn, zal door de verknoping met het sentiment en sensatie een zin inhoud krijgen en naar ons weerkaatst worden. Dan krijgen we een soort echo-effect waarbij dus – zij het langzaam afstervend – de gegeven klank “het gaat mij steeds beter”, dat is het gevoel van wanhoop, dat moeten we even overstemmen, dan komt een gevoel van hoop. In mijn onderbewustzijn heb ik verlangen naar hoop, dus ik geef het terug. Het gaat mij steeds beter, gaat het mij beter? Ja, natuurlijk het moet mij beter gaan. Ach, als dat nu eens tot uiting kwam, het gaat mij steeds beter en dan blijft het heen en weer schieten en dan wordt de persoonlijkheid daardoor dus wel beheerst. Maar wanneer de suggestie zonder enig geloof en zonder enige inhoud in het begin wordt gezegd, dan blijft het effect uit en dan is de hele methode Coué niets. Het is doodgewoon een waterkuur, een Kneippkuur, die ook in bepaalde gevallen goed kan zijn, maar in de meeste gevallen weinig uithaalt, tenzij deze deskundig wordt toegepast. U moet me dus niet kwalijk nemen dat ik dat zo zeg.

  • Neen, ik ben het er helemaal mee eens, alleen dit heeft me altijd zo gefrappeerd dat het zo heel anders was.

Dan zou ik zeggen, dan moet u toch van Coué de eerste twee (hij heeft twee leerreden gehouden in Frankrijk) eens nalezen; hij heeft twee leringen gegeven aan de Sorbonne. U zult dan tot de conclusie komen dat hij zegt: “Wij moeten de patiënt overtuigen.” Hij gaat uit van het standpunt dat hij als suggestor optreedt en dat de patiënt dan de suggestie continueert. Daarbij heb ik het effect zelfsuggestie alleen als een versterking van een opgelegde suggestie, waarbij Coué als een halve hypnotiseur optreedt. Dat zegt hij dus zelf, dan moeten we wel aannemen dat hij dat zo bedoeld heeft ook. Mag ik verder gaan met schriftelijke vragen?

  • Het zou prettig zijn als u toch nog eens wat meer vertelde over genezen. De behoefte is vaak zo groot om op dit terrein iets te willen doen. Door misschien ongeloof in eigen kunnen, lukt het dan niet. Is er een bepaalde methodiek mogelijk?

Dat hebben we al eens eerder behandeld in verschillende kringen. Er zijn ook verschillende brochures over. Dus om dit nu helemaal uit te gaan werken op het ogenblik lijkt me wel iets overdreven, maar ik wil u wel een paar kleine trucjes leren zo in de gauwigheid. Zo net als in het begin van een goocheldoos, dan kun je goochelaar worden. Ja, dat is een soort goochelen met je eigen kracht, daar begint het mee.

Als je nu kracht hebt, probeer dit eens, zó handen tegen elkaar. Concentreer je nu eens op die handen. Zeg tegen jezelf: “Daar loopt stroom door die handen”. Draai die handen om. Trek ze langzaam, dus zo een klein stukje van elkaar, ze hoeven niet op elkaar gedrukt te zijn, maar van elkaar af. Als je dat een paar keer hebt gedaan, dan krijg je het gevoel dat er iets meetrekt, dat er wat tussen zit. Net of er een beetje nouga aan zit of zoiets, kauwgom. Als je dat gevoel nu hebt, dan weet je dat er een soort uitstraling is.

Wanneer je iemand wil gaan behandelen en je bent niet erg zeker van jezelf, was je handen, maak ze schoon – dat is ook hygiënisch, daar zal niemand bezwaar tegen hebben. Maar daarom niet alleen, maar zorg dat ze goed droog zijn; wrijf dan je handen tegen elkaar aan. Dan kijk je eens even. Als je dan die taaiigheid voelt, dan gooi je dat naar je patiënt toe. Dan stel je je in op de geest, God of wat anders, om die kracht te continueren. Maar zorg dat je eerst die stroom voelt lopen. Het is ten dele zelfsuggestie, ik zeg het er meteen bij, maar het bevordert die fluïdewerkingen.

Het tweede punt, en daar moet je ook eens over nadenken, negen tiende van een lichaam wordt vanuit het achterhoofd bestuurd. Wij hoeven dus heus niet als iemand kramp in zijn benen heeft, alleen aan dat been te gaan zitten, tenzij het een gewone spierkramp is en dan gaan we niet aan dat been magnetiseren, dan nemen we dat even en dan schudden we dat los. Gewoon lichte massage. Maar stel nu: dat is een kramp, daar zit een zenuwkwestie bij. Wat doen we? We kijken, we hebben één hand, daar geven we mee en de ander daar neem ik mee. Er zijn natuurlijk mensen die nemen met twee handen. Dus doe dit: de hand waarmee je geeft, daar geef je de stimulans via het bewustzijn, dus over de hersens.

Rust, het idee rust uitstralen, hier naar achter toe. Dat is punt twee. Doe dat kalm, rustig en zonder meer. Zolang het in hét lichaam iets is, als hij daarbij iets controleert en hij zegt, rust, harmonie dan hebt u al heel veel gedaan. Denk niet dat het resultaat onmiddellijk komt. Als je het zo doet, dan duurt het ongeveer een half uur tot drie kwartier voordat het goed werkbaar is, maar dan houdt het ook een tijdje.

Heb je iets met het hoofd te maken – ook een eenvoudig trucje. Begin eens met uw handen tegen de slaap te leggen, druk dat adertje, dat slaapadertje even af. Vooral bij hoofdpijn is het erg lekker. Dat zie je bij die oren zo. Hier zit zo’n ader, de slaapader. Die druk je af, je verlicht dus de bloeddruk naar die hersenen. Daar begin je mee. Licht masseren, dat die huid los komt, gelijktijdig adertje afdrukken, dan afzetten, dan met verschillende streken, altijd hier achter afnemen, even afslaan, klaar. Daarmee heeft u de beginselen van het genezen geleerd.

En dan moet u niet denken dat het niet waar is. Als u dat gevoel hebt in uw handen, dan werkt dat. Nu nog een geintje, een trucje. Maar dat is nu iets dat nu werkelijk misschien wel de moeite waard is om dat te weten. Wanneer u nu op een gegeven moment het gevoel hebt dat er zoveel van die stroop aan uw handen zit en u weet niet precies wat die patiënt eigenlijk heeft en u denkt: misschien zou ik het plaatselijk toch beter kunnen doen, het kan zijn, dan moet u eens proberen om zo op twee à drie centimeter van het lichaam langs te gaan. Zo heel rustig. En dan moet je niet zeggen: het moet warm of koud worden; het gebeurt toch niet precies zoals je het wilt. Maar je moet gewoon zeggen: waar ik nu voel dat het anders is dan de rest, daar moet iets niet harmonisch zijn en wanneer ik daar die spanning voel als een zuiging, het idee heb, het trekt me, dan ga ik er instralen. Maar heb ik het idee, de golven slaan er af, zoiets van pfff, dan neem ik het weg. Daar kunt u ook een hoop mee bereiken. Dat was eventjes een bliksemcursus

  • Mag ik wat vragen? Mijn dochter studeert heilgymnastiek en massage, die heeft nu al heel veel succes, ze moet het staatsexamen nog over een paar dagen doen, maar overal. . . Het is zo’n zonnig mens. Kunnen we die nog wat leren? Zo moet je het doen dat je kunt afschermen, dat je het toch aan de mensen …..

Nou nee, het is niet zo eenvoudig om dat een, twee, drie te leren, u bedoelt afschermen is ook een kunstje.

  • Ik ben toch zo bang dat ze daardoor moeilijkheden krijgt.

Dat is doodeenvoudig. Moet u maar weer eens luisteren. Wanneer ik iemand magnetiseer, dan heb ik meestal in de nemende hand, soms ook in de gevende hand een prikkeling die op gaat kruipen. Als die bij de elleboog begint te komen, die hoogte, dan scheidt u uit, u slaat af, u laat de handen even uithangen; dan hebt u het idee dat het eruit druipt; als u denkt ik ben voldoende afgedropen, dan sla je ze nog een keer af en dan ga je weer verder. Dan voorkom de dat je bepaalde storingen uit het gebied van een ander a.h.w. in jezelf opneemt. Omdat de mens denkt met zijn handen te werken, heeft hij meestal een sensatie die hierop lijkt. Vertelt u haar dat maar.

En een tweede punt is: wanneer je denkt, het is hier niet in orde, trek in je gedachte een cirkel om je heen, doe dat desnoods drie keer en denk aan iets waarin je gelooft, dat waardevol is; voor mijn part aan een kruis of aan God of wat anders. Stel jezelf a.h.w. onder de bescherming daarvan. Trek een cirkel om je heen in gedachte. Dat werkt meestal uitstekend als afscherming, zelfs tegen vele, laten we zeggen, minder lichtende geesten. Tegen grote kanonnen niet hoor, die hele zware jongens daar heb je wel wat meer voor nodig. Maar ja, daar komt u hopelijk toch niet mee in contact.

Zullen we weer terugkeren tot de resterende vragen?

  • Een ding wil ik u nog vragen over het gebed. U heeft een paar jaar geleden eens een mantra gegeven, die was zo ontzettend mooi, die Jezus gebruikt heeft. Mag die gebruikt worden door iedereen? Er komt in voor: ‘u bent het Licht en ik ben het Licht dat de schaduw verdrijft’, weet u dat nog die mantra?

Hij is niet van mij geweest. Ik heb hem u niet gebracht, maar ik meen wel dat ik weet waar het over gaat.

  • Men zei: Jezus heeft hem regelmatig gebruikt in Zijn leven.

Kijk eens, dat zijn mantra’s die kunt u desnoods zelf maken,

Onthoudt u dan maar één ding. Zolang je gelooft in “God” dan kun je altijd zeggen: “God het is uw Licht en uw Kracht, maar in uw naam werkende ben ik uw licht en uw kracht en uit uw naam en zijnde uw licht en kracht volbreng ik.” Dat mag je altijd doen. Je mag altijd zeggen: “God hier ben ik, ik wil uw werktuig zijn, ik wil alleen uw wil vervullen, uw licht, uw kracht zijnde in mij, werkt door mij.” Dat mag u rustig zeggen; helemaal geen bezwaar tegen.

  • Uitgaande van de werking van de wet van karma, vraagt men zich af of er ook nog sprake is van de vrije wil. Welke rol heeft die vrije wil of is er eigenlijk in het geheel geen sprake van vrije wil?

Mag ik het eenvoudig afdoen? Anders wordt het zo’n heel lang verhaal. Karma is een weg. We moesten eigenlijk naar Bussum, maar in plaats van dat we nu de Craalse weg namen, ben ik dom geweest in het leven en ik ben gereden naar Janskerkhof. Nu kan ik nog steeds naar Bussum, maar dan moet ik het doen over de autoweg of over het Laarderhoogt, geloof ik; u begrijpt wat ik bedoel. Karma is een weg die ik heb ingeslagen; mijn vrije wil bepaalt hoe ik met die bereikte punten verder ga. Nu kan het wel zijn, ik zit hier nu toch op het Janskerkhof, laat ik naar Laren gaan of naar Soest, Soestdijk. Weet je wat, ik rijd over Baarn gezellig naar Utrecht, dat kan ook. Maar dit is mijn punt van uitgang.

Karma is niet iets, al denkt u dat, waarmee uw leven bepaald wordt, maar uw mogelijkheden, uw begripsmogelijkheden zijn – en daarmede ook uw keuzemogelijkheden – voorlopig beperkt. Dat betekent dat u meer moeite zult moeten doen om hetzelfde te bereiken dan wanneer u een andere weg had gegaan in het vorige leven. Dat wel. Maar de vrije wil blijft bestaan. Karma is niet een kwestie van: gooi er een slechte daad in en er komt een vakje ellende uit.

Karma dat is: ik heb kwaad gedaan, ik ben mij nu bewust van dat kwaad, kan ik nu goed doen? Of vertik ik het goed te doen, dan zal ik het kwaad moeten nemen, want ik ben mij bewust van schuld en ik zal dat kwaad ondergaan. Dat is karma. Met andere woorden er is altijd in karma een alternatief. De vrije wil zal in beperkte keuze, die door karma voor het ‘ik’ ontstaan is, voortdurend actief kunnen zijn om voor het ‘ik’ en volgens het begrip van het ‘ik’, de meest juiste waarden te kiezen en daardoor het hele leven een diepere bestemming en inhoud te geven, die volgens het huidige ‘ik’ het beste zijn. Nu dat is het.

  • Kunt u mij het verschil uitleggen of de overeenkomst verklaren tussen de volgende heren: Jezus, Sananda, Maitreya, Christos, Michaël? Ik heb hierover al zoveel verschillende meningen gehoord en kan er niet uitkomen.

De overeenkomst is, dat zij allen de uiting geven aan de goddelijke liefde en de door de goddelijke liefde voor de mens bereikbare en benaderbare wetmatigheid, waardoor de eenwording met God mogelijk is.

Het verschil is dat elk van deze waarden vanuit zichzelf en via een bepaalde tijd en een bepaald aspect van het menszijn, uitdrukking geeft aan deze innerlijke waarden, zodat de uiterlijke verschillen van de leren in feite een formulering zijn van dezelfde waarheid. Is dit voldoende?

  • Als ik het eerlijk mag zeggen, ik begrijp er niet zoveel van.

Nou, dat is wijs gesproken. U kent dat verhaaltje hè? U weet wat een dwaas is? Een dwaas is iemand die denkt dat hij alles wel weet en een wijze is iemand die begint te beseffen dat hij heel weinig weet. Ik zal proberen om het heel duidelijk te zeggen, maar het is een beetje moeilijk om dat kort te doen. Moet u luisteren!

Jezus zegt: “Hebt uw naasten lief”; Boeddha zegt: “Onthecht uzelf.” U zegt dus, maak je los van de gebondenheid. Dat is ergens hetzelfde. De Mozaïsche wet zegt: “God moet je lief hebben boven alles. God staat voor alles.” Maar die zegt ook: “God in jou staat boven alles.” Dat zijn dus uitdrukkingen op verschillende manieren, maar de Mozaïsche wet zegt het autoritair: “Ik ben de Heer uw God en gij zult geen beelden en gesneden beelden voor mij stellen.” Dus: tussen Mijn wezen en het uwe moogt gij niets zetten. Dat klinkt als een gebod, maar het betekent eigenlijk: Ik ben altijd met u. Laten we het zo eens even zeggen: “Ik ben in u en ik ben in uw naasten.” Dat zit er echt in. Dan komt Jezus en zegt: “Ja, maar dit is te ingewikkeld geworden, de mensen hebben er te veel een wetje van gemaakt. We moeten dus hier proberen om dat eenvoudig te maken en Hij zegt: “Heb God lief boven alle dingen en uw naaste gelijk uzelf”. Klaar, maar Hij heeft precies hetzelfde gezegd.

Maar nu zit die arme Boeddha in een wereld met een hele hoop vorstendommetjes en een hele hoop standen- en kastenbewustzijn. Die mensen kunnen niet aan God denken en die kunnen niet denken aan een waarheid en hun medemens, wanneer ze niet eerst loskomen uit hun eigen ideeën en denkbeelden. Die gaat dus zeggen: “De onthechting, vrij zijn van angst en vrees, rechtvaardigheid, nederigheid ….” en al die dingen meer. Die gaat de pijlers geven waardoor ook datzelfde begrip van liefde tot God en naastenliefde kenbaar wordt. Kunt u het nu begrijpen?

  • Dat begrijp ik nu, maar ik vroeg niet hun leren, u hebt het misschien verkeerd verstaan, maar de Heren. Ik begrijp het verschil van persoonlijkheidsstructuur niet tussen de Heer Jezus, de Heer Sananda – zoals hij door Mark Adge genoemd wordt – de Heer Maitreya, de Christos. Het gaat me duizelen, wie is nu Christos, wie nu Jezus, wie is nu Sananda, ik kan dat allemaal niet meer volgen.

Nou laten we dan proberen dit probleem nog even heel duidelijk te stellen. Christus of Christos is eigenlijk de goddelijke liefde op een kenbare wijze uitgedrukt voor de mensen. In deze zin is Jezus de mens en Christos is ook in de Heer Maitreya, maar Maitreya is een andere entiteit, is een ander mens met een andere achtergrond en de Heer Michael is weer een ander. Maar in Hen uit zich die goddelijke waarheid. Ze drukken – dat is hetgeen dat ik probeerde te zeggen daarnet – volgens Hun eigen wezen, de omstandigheid waaronder zij leren, uit wat de goddelijke waarheid is.

Zij zeggen hetzelfde. Zij representeren de Christos, Zij representeren God en de goddelijke waarheid, maar in de termen en problemen van Hun tijd en vanuit Hun persoonlijk wezen en persoonlijk element.

  • Nu begin ik het te begrijpen. Jezus en Sananda, is toch ook een naam van Jezus?

Neen, Sananda is geen naam van Jezus, maar Sananda is de naam die gegeven wordt wel aan volgelingen van Jezus, maar ook van de Boeddha en in zichzelf is de Heer Sananda eigenlijk oorspronkelijk een Hindoegod. Sananda is een van de namen die uit het pantheon van de Hindoes komen. Wij zien varianten daarop in India veel voorkomen. Dat is zuiver een hindoepersoon.

  • Dat zijn de persoonlijkheden, mag ik nog even repeteren? Jezus, Sananda, Maitreya, Michael, dat zijn persoonlijkheden en de Christos is de kracht.

Juist.

  • De Amerikaanse groep Mark Adge zegt dat Jezus over ongeveer veertig jaar zal wederkeren. Wat is hierover uw mening?

Ik ben ervan overtuigd dat de Christus of Christos reeds actief is geweest op deze wereld, op het ogenblik actief is en dit zal blijven waarschijnlijk tot het jaar 2025. Of wij hiermee nu moeten zeggen dat Jezus weerkeert op aarde in stoffelijke vorm, geloof ik niet. Wel kunnen we zeggen dat degenen die deze kracht in zich gedragen hebben en daarmee verbonden zijn, in deze tijd allen (we hebben dat reeds gezien in de besluiten van de Witte Broederschap en ook bij de uitingen van de Witte Broederschap de laatste tijd, deze laatste vergadering zeker) zich bijzonder sterk op aarde richten. Ze zijn wel weer veel sterker dan voordien op aarde werkzaam, maar niet in stoffelijke vorm. Ik geloof niet dat daar een materiële uitdrukking, een blijvend menselijk-materiële uitdrukking mee gepaard gaat. Dat is nl. hetgeen ik zeggen kan.

  • Wat is het verschil tussen astraal en etherisch?

Etherisch is verbonden met leven, m.a.w. levenskracht. Astraal is een wereld in zich, dat is fijne materie. We zouden kunnen zeggen, vergelijk dus: het astraal is klei en etherisch is datgene dat in de klei kan groeien. Het etherisch lichaam draagt levenskracht, het astraal lichaam is een vormgeving die slechts door de levenskracht zelf tot stand kan komen. Is dit voldoende duidelijk?

  • Niet helemaal

Wat mankeert er aan?

  • U mag het nog een keer zeggen als u wilt, dan iets langzamer.

O, neem me niet kwalijk. Laten we het dan nog één keer zeggen. We moeten begrijpen: astraal is een fijnstoffelijke wereld. Kun je zeggen van fijnste delen, veel kleiner bv. dan van een elektron of van een proton, die ongebonden zijn en door de kracht van de gedachten of door levenskracht gebonden kunnen worden tot vorm.

Etherische kracht, of een etherisch lichaam is levenskracht; is dus in zich gebonden en bestaand, heeft in zich structuur en kan, doordat het die structuur heeft, een vorm doen ontstaan uit de astrale materie; dat wordt dan een astraal lichaam.

  • U hebt het woord mantra gebruikt, dat is mij totaal onbekend, misschien erg dom?

Mantra heb ik niet gebruikt. De eerste keer is het hier door een ander gebruikt. Ik zou u dus daarnaar kunnen verwijzen.

Maar dat is dus heel kort gezegd: mantra is een samenvoeging van klank of klank en gebaar, klank en kleur of klank en licht, er zijn heel veel verschillende mogelijkheden, met een magische betekenis, d.w.z. een inwerking die de stof en de geest beroert en daarin werking en een resultaat tot stand brengen.

Vrienden, u moet me niet kwalijk nemen, we gaan zo langzamerhand een einde maken aan de bijeenkomst.

image_pdf