Heilige getallen

Als we over heilige getallen willen spreken, dan wordt het tamelijk moeilijk. Wanneer is een getal namelijk heilig? Neem nu bv. de Pythagoreeën. Zij zeiden; “Eén, twee, drie, vier en zeg nog zesendertig en je hebt onze eed, onze gelofte afgelegd.”

Als u daar even over nadenkt, dan vraagt u zich af; Hoe komen zij daaraan? Maar als u het even uitrekent;  1 + 2 + 3 + 4 = 10 x 36 = 360. 360 is het totale aantal graden van een cirkel ofwel de aanduiding van de totaliteit. Het was bovendien in die periode ook nog het aantal dagen (dat we dat niet vergeten, toen was het anders dan tegenwoordig) dat in het jaar werd geteld. Als er een paar dagen meer waren, dan namen zij vakantie. Tegenwoordig nemen ze vakantie en dan kijken ze wat er overschiet: toen deden zij het omgekeerd.

Waarom de mensen met die getallen werkten, is een vraag, totdat men gaat begrijpen: deze mensen werkten met een kosmische formule. De Pythagoreeën hebben volgens mij een zekere overeenkomst met Zen. Zen is een leer, die door boeddhisten wordt aangehangen en vormt dan het Zenboeddhisme. Zen zelf is ouder dan het boeddhisme; dat weten de meesten niet. In Zen zeggen ze:

“Woorden bedriegen, maar de daden zijn eenheid. En wanneer de gedachte de pijl stuurt, treft zij het doel.”

Dat is hetzelfde wat bij de Pythagoreeën een rol speelt als zij tellen. Want de getallen zijn bovendien nog elementen. Die elementen zijn bij hen niet de gangbare oude elementen alleen. Zij tellen: 1 = leven; 2 = lucht; 3 = materie; 4 = geboorte; 5 = Saturnus. Hier wordt ook wel Mercurius ge­zegd, dat ligt aan de leerstelligheid die wordt aangehangen.

In deze gevallen gaat het dus over bepaalde invloeden en elementen op aarde. De 5 laten de aanhangers van Pythagoras weg. Dat is een invloed binnen de kosmos, die kan nooit kosmisch zijn. De gehele kosmos openbaart zich in de 4 getallen. En daar krijgt men nu juist de curieuze situatie dat deze getallen heilig zijn, omdat ze de kosmos weergeven en gelijktijdig weer niet heilig zijn. Misschien begrijpt u nu waarom ik mij afvraag: Wanneer is een getal een heilig getal en wanneer niet?

Elders hoor ik spreken over het getal 7 als een heilig getal. Want ‑ zo zegt men ‑ 7 zijn de machten, die onze hemelen regeren. Maar kijk je verder, dan zijn het 7 planeten en dan is 7 dus in feite het basisgetal van waaruit de oude esoterische astrologie werkte. Is het getal 7 nu heilig of niet? Wie weet het.

Interessanter wordt het nog, als wij denken aan 3. Nu is 3 een wonderlijk getal, Men zegt; 1 = originator; 2 = schepping; 3 = de geest waardoor de originator zich in de schepping openbaart. Er zijn ook andere formules.

Met andere woorden; het getal 3 betekent volledigheid. Indien wij die volledigheid aantreffen, dan is het duidelijk dat 3 met zichzelf vermenigvuldigd kan worden. Daarom is 33 een heilig getal. Want 3 x 3 is de drie-eenheid in twee verschillende vormen samengebracht tot het getal 9, welk getal staat voor het hogepriesterlijke getal. Trouwens daar heeft Goethe ook wel van geweten, want “Vor eins sag zehn” zegt hij in de oorspronkelijke versie van zijn heksenalfabet. Later is het ook geworden “Vor eins sag keins” ofwel nul, maar dat komt op hetzelfde neer.

10 is namelijk de openbaring, de waan, de illusie, maar samengevat ook de werkelijkheid.

9 is het getal van degene die in de illusie de werkelijkheid kan aanschouwen. Daarom is het het hogepriesterlijke getal. Het is dus geen wonder, dat men ook het getal 3 heilig heeft geacht.

De 7 heeft men niet helemaal vergeten. Waarom? Omdat 7 ook bepaalde Griekse filosofen kennelijk in het vaarwater heeft gezeten. Voor hen was de 7 niet alleen maar de 7 symbolen van de planeten aan de hemel. Neen, 7 was voor hen ook het kringloopgetal. Het Panta Rhei is volgens hen gebaseerd op 7 x 7; en dat doet verdacht veel denken aan een getal dat wij in de bijbel vinden.

Waarom zij nu dit getal kiezen? Vermoedelijk omdat 7 een bepaalde volgorde aangeeft, die in hun leven erg belangrijk is geweest. Wij kennen tegenwoordig ook 7 dagen, ofschoon er geen 7‑daagse werkweek meer is. 7 staat volgens de Pythagoreeën dus voor de stoffelijke wereld, het totaal van de gebeurtenissen en ontwikkelingen daarin. Is het een wonder dat iemand zegt; “3 x 7 of 21 is een bijzonder heilig getal, want als ik 2 en 1 optel, krijg ik 3. En 3 is weer de geopenbaardheid van de Schepper. Die openbaring verkrijg ik door Zijn kracht die in mij is toe te passen op het gebeuren dat rond mij is, zodat er een volledige openbaring ontstaat van wat Hij is.”

U ziet, het is allemaal filosofie. Maar niet alléén filosofie, dat moet u goed begrijpen, want er zijn heel veel mensen, die hebben geprobeerd om in die getallen iets uit te drukken. En dan komen zij tot wat wij onder meer noemen; magische vierkanten.

Nu is een magisch vierkant niets anders dan een aantal cijfers in een raster gezet, waarvan elke kolom bij optelling hetzelfde getal geeft. Toch treffen wij hier weer iets terug, dat herinnert aan wat ik zei over dat “Hexen‑einmaleins”. Er bestaan z.g. magische vierkanten, die speciaal als het vierkant van de heks worden beschouwd. En in elk z.g. heksen soms ook machtsvierkant vinden wij altijd in één kolom (meestal in de eerste) de getallen 0 en 10 naast elkaar. Het is alsof zij willen zeggen; Vanuit het Niets gaan wij naar de illusie toe. En als u weet wat heksen meestal zijn, dan weet u ook dat de illusie daar een grote rol bij speelt. Want het is de illusie waardoor de mens zich afstemt op een werkelijkheid, die hij nog niet kan begrijpen en zo machten activeert waarvan hij eigenlijk heel weinig afweet.

Dan krijgen wij te maken met de zogenaamde eigen getallen.

Eigen getallen bestaan ervoor alle planeten. Maar er zijn ook eigen getallen voor bepaalde natuurgeesten. Als wij bv. met een luchtgeest te maken hebben, dan hebben wij een betrekkelijk eenvoudig diagram waarin het eigen getal 27 is. De natuurgeesten worden dus ook gerubriceerd met cijfers. Waarom? Wel, omdat ook een natuurgeest de uiting is van een hogere kracht. Die hogere kracht manifesteert zich op vele verschillende wijzen. Dank zij de vele verschillende manifestaties zal een natuurgeest een eigen kwaliteit bezitten. Die kwaliteit van de geest wordt dan weergegeven in het z.g. somgetal of eigen getal van het magische vierkant. Maar de verdeling van de eigenschappen kunnen wij mensen wel iets veranderen, denken ze, en daarom kunnen wij mits het eigen getal in elke kolom wordt gehandhaafd ‑ daarin de getallen arrangeren. Door ze te verschuiven krijgen wij nu – wonderlijk genoeg ‑ invloeden, die toch weer een bepaald soort geest of een bepaalde soort activiteit treffen. Dit is eigenlijk meer magie en mijn onderwerp is het heilige getal. Welk getal is nu heilig?

Eén? 1 = God, maar 1 = ook ego. In beide gevallen is het getal op gelijke wijze aanvaardbaar.

6 is geen heilig getal, omdat het een tegenstelling openbaart; het is namelijk 2 x 3. Maar als ik het getal 6 herhaal (denk eens aan de Openbaringen., 666 is het getal van het Beest met de naam eens mensen), dan moeten wij toch even gaan rekenen. 3 x 6 = 18, eindgetal = 9. En 9 is het getal van, “hem, die de waarheid ziet door de waan” ofwel van de hogepriester. Dan zou dit uiterste kwaad alleen denkbaar zijn, indien het uit het hoogste bewustzijn voortvloeit. Nu is dat natuurlijk voor vele mensen een strop, anders zou je zo gauw iemand tot het Beest kunnen benoemen. Maar nu is er nog een hoger bewustzijn ook bij nodig, dus wordt het veel moeilijker. Maar waarom gebruiken wij dan ook niet het heilige getal 999? Dit is ook heilig. Als je driemalen de waan doorziet, sta je voor de bereiking van de werkelijkheid. Reken het maar uit; 3 x 9 = 27. de openbaring in tegenstelling tot het kenbare. Het eindgetal is 9 ofwel de laatste stap vóór de bereiking.

Soms zit het een beetje moeilijker. Het getal 63 bv. is ook heilig. 63 = 3 x 3 x 7. En daarin zit ook weer een aardigheidje. Er zit in; het getal 3 (de geopenbaardheid die zichzelf herhaalt in het geheel van de uiting) en het getal 7‑ (Nogmaals de 7 danken wij hoofdzakelijk aan de Grieken.) Het resultaat is het getal 63, waarbij 6 eigenlijk een demonisch getal is. Maar dit demonische is het vermogen, dat door de openbaring (3) tezamen komt tot de mogelijke erkenning (het getal 9). Hoe vindt u die rekenles? U heeft waarschijnlijk gedacht dat er heel iets anders kwam. Maar als je moet spreken over “heilige getallen”, dan moet je je afvragen; Welk getal is voor iemand heilig?

Je kunt zeggen bv. het getal 13. Toch is 13, dat bij velen als onheilsgetal geldt, ook te beschouwen als een waarde, ook al noemen zij het meestal niet heilig.

1 = de Schepper, 3 = de geopenbaarde schepping, eindgetal = 4. 4 zijn de elementen. Met andere woorden; het is de inwerking van het Goddelijke door de openbaring op de beleefde wereld.

Je vraagt je soms af. hoe komen zij aan die krankzinnige denkbeelden. Maar ze zijn er geweest, anders zou ik ze niet aanhalen. Voor mij is dit alles ‑ dat wil ik erbij zeggen ‑ zeker niet zo belangrijk als u denkt, want een getal heeft vaak voor ons de betekenis, die wij daaraan hechten.

Ik heb in het begin een spreuk uit Zen geciteerd. Woorden bedriegen, maar de daden zijn eenheid.

En wanneer de gedachte de pijl stuurt, treft zij het doel.

Als God voor u geopenbaard is in het getal 11, dan zal 11 voor u de openbaring van God zijn; en dat niet alleen betekenen, maar ook zijn, want door hetgeen u zoekt in uw doel, bereikt u uw doel. Daarover kan een ander dan zijn schouders ophalen en zeggen; “Spuit 11 geeft ook modder, maar dat maakt helemaal geen verschil uit.

Misschien moeten wij veel verder teruggaan om te begrijpen hoe dat eigenlijk zit met die heiligheid. En dan komen we natuurlijk eerst bij de Kabbalisten terecht, o.a. bij de werken van Rabbi Akiba. Daarin worden nl krachten en verhoudingen gesteld en namen. Nu is in het hebreeuws een letter vaak identiek met een getal. Zo kun je dus letters verwisselen voor getallen; ze zijn nl. eigenlijk gelijk. Er is zelfs een heel systeem van omzetting, dat daarop is gebaseerd. Ik vind het erg kunstig en vindingrijk, ook al ben ik het niet altijd met de conclusies eens.

Men zegt daarin: Jahweh heeft een eigen getal. Ik meen, dat het 196 is, ik weet het niet zeker. Nu gaan we verder rekenen. Wat is het perfecte getal? Als wij dat getal gaan uitrekenen, komen wij tot de conclusie dat wij dat kunnen uitdrukken in 72 letters. Zo wordt het heiligste dus in getallen weergegeven.

Nu is die wijze van werken, die de vroege Kabbalisten en vóór hen de Egyptische en Babylonische Kabbalisten kenden (zij hadden ook een soort kabbala) erg belangrijk. want het getal is onaantastbaar. Letters kunnen veranderen, die kun je anders lezen, maar getallen niet. Zij blijven zichzelf en die kun je tellen. Als ik dus de naam van God in een getal neerleg, dan is dat getal identiek met die God. De naam, die kan ik verkeerd intoneren of ik kan er iets mee doen, maar heb ik het getal, dan heb ik de relatie met die God. God is identiek met dit getal en daarom is het getal heilig!

De Kabbalisten kennen een aantal z.g. Sephiroth. Dezen zijn verpersoonlijkingen van de goddelijke Kracht. Men zou ze supra‑Aartsengelen kunnen noemen. Wat is nu zo’n Sephira? Het is eigenlijk een soort godengestalte. Die godengestalten, zo zeiden ze, deze facetten van de Godheid, hebben ook hun eigen getal en waarde. En zo kwamen ze ertoe ideogrammen te maken van elke letter. In zo’n ideogram had elk haaltje een eigen getal, zodat de letter de uitdrukking was van de onderlinge samenwerking van een aantal Sephiroth.

Nu was het logisch, dat die getallen samengesteld of soms vereenvoudigd konden worden. Met die vereenvoudiging kwam men dan tot de mogelijkheid om kosmische en goddelijke werkingen weer in een getal uit te drukken, waardoor een ingewijde precies wist wat er aan de gang was, terwijl een dwaas gewoon stond te kijken. Ik denk, dat dit systeem een heel grote rol heeft gespeeld.

Waarom zouden we nu ook niet even kijken ‑ wij zijn toch bezig ‑ naar een meer oosters‑heidens denken; heidens alleen vanuit een christelijk standpunt. Voor een moslim is de christen ook maar een arme heiden. Dit oosters denken zegt;

Er zijn 7 krachten, die het leven bepalen. Deze 7 krachten kunnen alleen maar de weerkaatsing zijn van 7 geestelijke machten, Deze 7 machten moeten hun eigen blazoen hebben, en dat wordt dan een kleur. Zo komen wij aan de 7 Heren der Stralen; iets wat wij later in bepaalde esoterische syste­men zien opduiken.

7 komt hier terug, omdat het kennelijk met de gekende planeten samen‑ hangt. Volgens mij zit daar de primitieve astrologie weer achter. Maar om­ dat men gaat zeggen. Wat op aarde is, moet er elders ook zijn ‑ zo boven zo beneden, zo beneden zo boven. De hermetische tafel schijnt ook hier een rol te spelen, al bestond ze in die dagen misschien niet, althans wij weten niet dat ze bestaan heeft, in het zuiden van Azië.

Wat is nu het interessante van het geval?. Men draagt de waarden van de aarde over op de hemelen en neemt omgekeerd aan, dat alles wat in de  hemelen leesbaar is op aarde eveneens bestaat. Er bestaat zelfs een compleet alfabet, afgeleid van het Chaldeeuws‑Babylonisch alfabet der lettertekens die aan de hemel staan. Deze worden dan weer identiek gesteld met de let­ters van het joodse alfabet en op grond daarvan kan men dan weer berekenin­gen maken ten aanzien van Gods plan. Je kunt met getallen goochelen en dat doen zij dan ook.

Er zijn daarover bekende verhalen. Bijvoorbeeld; Waarom riep God driemalen, voordat Adam en Eva zich vertoonden? Heel eenvoudig, had Hij maar één keer geroepen, dan hadden zij “ja” kunnen zeggen en waren ze in de eeuwige zaligheid blijven zitten. Door hen driemalen te roepen wekte God hen in alle drie de fasen van de Openbaring, zijnde; de creatieve kracht of levensmacht, de vorm of de zon en de geest of het bewustzijn. Door deze alle drie aan te roepen gaf God a.h.w. in de driemaligheid van Zijn bevel, die erin ligt opgesloten, Zijn macht weer over de totaliteit van Adam en Eva. Nu weet ik niet, of het z.g. prehistorische nudistenkamp wel of niet heeft bestaan. Volgens mij is het een legende.

Het is interessant te zien hoe je de gehele bijbel kunt ontleden. En dat doe je dan net die getallen goochelarij, de omzettingsmethoden van de Kabbala.

Maar als wij dat nu ook eens gaan toepassen op bv. de maten, die worden opgegeven voor de Ark van Noach? Als wij dat eens gaan toepassen op de maten van bepaalde voorwerpen in de tempel, dan komen wij met verbazing tot de conclusie dat wij weer terugvallen op de getallen 7, 3 en 4. Deze spelen een hoofdrol. Vraag je je af, waarom ze dat nu precies zo neerzetten, dan blijkt, als je kabbalistisch gaat rekenen, dat daarmee een kosmisch getal, een kosmische verhouding wordt weergegeven. Die verhouding kun je dan af­lezen in drie richtingen, maar je kunt ook een vermenigvuldiging maken. Het eindgetal is dan identiek met een deel van een goddelijke macht die  zich openbaart; niet met het geheel, slechts met een deel van die macht. En zo zitten wij dan weer bij de heiligheid. U kunt zich daarmee  onnoemelijk lang bezighouden, want alle getallen zou u op die manier kunnen  ontleden.

Waarom is voor veel mensen een getal dat uitkomt op 7 in de loterij gelukkig? Waarom zegt men vaak dat een getal eindigend op 8 in de loterij ongelukkig is. Op het eerste gezicht is het kolder. Het is natuurlijk ook bijgeloof. Maar als wij naar de cijferleer teruggaan, dan blijkt; 7 is  deel van de kringloop. Het lot speelt dus mee in de kringloop. Mijn eigen lot wordt weerspiegeld in het lot dat ik heb getrokken.

Met 8 is het wat anders. 8 is priesterlijk, het is een balans, het betekent staan tussen twee werelden, het is a.h.w. het samenvoegen van twee oneindigheden zonder ooit tot een beslissing te komen. Nu ja, als in een lot het nooit tot een beslissing komt, dan is het logisch wat het dan is, een niet. En zo kan men heel veel oude bijgelovigheden weer herleiden tot heilige getallen.

Nu heb ik een aantal ervan opgesomd. Er zijn er nog veel meer. Ik zou een lezing kunnen houden, die alleen uit getallen bestond. Het zou u waarschijnlijk duizelen. Indien dat ooit verwerkt moest worden, zouden  ze denken dat ze per ongeluk een rekenboek te pakken hebben gekregen en de denkbeelden zouden hen niet veel helderder zijn geweest. Daarom laat ik nu al die cijfers rusten, dat zij blijven voor wat zij zijn.

De mens heeft een eigen voorstelling van zijn wereld en van zijn persoonlijke belangrijkheid. Het wonderlijke is, dat hij bepaalde basisvoorstellingen heeft bv. man ‑ vrouw wordt als eenheid belangrijk, wanneer kind erbij komt. Twee‑eenheid is drie. Op dezelfde manier gaat men uit van een quorum; een bepaald aantal is nodig, anders is het niet voldoende, dus hebben wij geen kracht genoeg. Er is dus variatie genoeg.

Dat zijn dingen, die men zich voorstelt. Dat is op zichzelf helemaal niet belangrijk. Het klinkt misschien gek, naar of man en vrouw een eenheid vormen of niet kinderen blijven mogelijk. Dus zo bindend als wij het zien is het zeker niet. Of wij nu 7 dagen hebben of er 10 op na houden daarmee verandert het kosmisch ritme niet. En of wij nu spreken over 360 dagen in een jaar of over 365 of 364, dat naakt ook niet veel verschil uit. Het is alleen dat onze manier van uitdrukken, onze manier van meten daarin een rol speelt. Het is ons eigen denken. Als een getal voor ons heilig moet zijn,. kunnen wij het alleen zelf heilig maken. Zoals een kruis op zichzelf niets anders is dan een strafinstrument uit een verleden, dat men ‑ in tegenstelling tot de feiten ‑ in deze dagen barbaars noemt. Als je het heden in bepaalde‑ praktijken vergelijkt met het verleden, zou ik zeggen dat het heden barbaarser kan zijn.

Het is dus wat wij doen, wat wij denken. Als wij een kleur nemen en wij geven daaraan een zekere betekenis en kracht, dan komen wij later misschien tot de conclusie: volgens de regels past daarbij dit of dat getal voor mijn part 5. Dan kunnen we zeggen; dat is heilig en dan gaan we verklaringen zoeken en zeggen; 5 zijn de zintuigen, 5 zijn de zinnen (wat overigens iemand in 1600 heeft gezegd). Dal is helemaal niet waar. Wij maken het heilig. Wij zijn het die de betekenissen bepalen, omdat wij leven in een wereld van illusie. Het is nog altijd zo, dat voor ons de waan of Maya of hoe je het maar wilt noemen, een hoofdrol speelt. Want wij leven niet in een goddelijke werkelijkheid, wij leven in een wereld die wordt geïnterpreteerd door ons denken, door onze ogen, door onze gelovigheden, ons aanvoelen. Dan kunnen wij wel eens dicht bij de werkelijkheid zitten, maar wij weten niet hoe het dan te vertalen. En daar ligt juist de moeilijkheid. Daarom gebruiken wij heilige getallen, niet omdat ze heilig zijn, maar omdat ze in ons voorstellingsvermogen of voor ons gevoel ‑ beide is mogelijk ‑,iets bijzonders zijn. Wij zoeken een verklaring voor het bijzondere en zeggen. Daarin is iets geopenbaard.

Er zijn mensen die zeggen; Neem nu de Maçonnerie met haar gradenindeling, dat moet toch zin en betekenis hebben. Dat heeft het ook, voor hen omdat zij uitgaan van een bepaald systeem. Maar hoe komt het dan dat de ene groep 32 en een andere 33 graden kent? En hoe komt het dat er een soortgelijke beweging bestaat die 21 graden kent? Hoe zit dat in elkaar? Wel heel eenvoudig: deze mensen gaan uit van een eigen betekenis. En omdat bij de Grote Maçonnerie de betekenis wordt gezocht in het verleden, komen zij op het getal 3 als basis. Maar als wij te maken hebben met bepaalde Engelse Loges, dan speelt daar een deel van de oude Druïdencultus een rol. De Druïdencultus, die ook een Maanverering kent, is gebaseerd op de 4 windstreken + het middelpunt daartussen, een soort windroos. Het middelpunt (het altaar) is het verbindingsstuk tussen mens en God; daarom is daar het getal 5 ook heilig. Misschien weten zij het zelf niet zo precies meer, maar daar komt het vandaan.

De andere Loge met de 21 graden zal zeer waarschijnlijk een alchemistische achtergrond hebben, omdat bij de alchemisten het getal 7 zeer belangrijk was ter bepaling van de verhouding tussen de elementen. Ook in de astrologie trouwens, want in astrologische recepturen komen wij  het getal 7 vaak tegen als balansgetal voor 3. Bijvoorbeeld. 3 gram van dit of 3 delen van dit en 7 delen van dat. Wat niets te maken had met de werkzaamheid, maar met de magische betekenis van het recept. Het zijn de mensen, die dat ervan hebben gemaakt.

Laten wij dus maar rustig onze eigen heilige getallen maken. Het is niet belangrijk hoe wij de zaak benoemen. Het is belangrijk hoe wij haar beleven. Het is helemaal niet belangrijk vanuit welk systeem iemand denkt. Het is belangrijk, of dit systeem van denken de werkelijkheid tot uiting brengt.

Het is niet voor niets dat ik ben begonnen met twee richtingen te citeren,  die eigenlijk zoeken naar die persoonlijke openbaring, nl. de Pythagorese school en de school van Zen en dat ik daarnaast het “Hexen­ einmaleins” in een regel citeerde. Want wat doet het “Hexen‑einmaleins”? Langs allerlei verschillende fasen, waarin per getal een doel van de ontwikkeling der mensheid wordt uitgedrukt, eindigen wij vreemd genoeg bij  de nul; het niet‑zijn, de gang naar de chaos. De chaos is de verwarring,  de tegenstrijdigheid waarmee wij niets te maken willen hebben, omdat ze ge­woon niet past bij ons wezen. Wat wij willen is de vorming. Dan behoeven wij die vorming niet uit te drukken in getallen of in symbolen, als wij haar maar in onszelf kunnen beleven, als wij vanuit onszelf maar punten kunnen vinden, die voor ons heilig zijn, omdat ze voor ons een contact be­tekenen met de hogere macht, misschien met de Schepper zelf. En dan kunt u daaraan elk deel van het alfabet of elk willekeurig cijfer verbinden. Bijvoorbeeld. vraag maar eens aan iemand in deze tijd; Wat is 65, dan zegt hij daar direct “plus” achter. Dat is nu toevallig een leeftijd, maar weet u wat het zonderlinge is?

De mensen associëren het getal met een leeftijd, ofschoon het getal op zichzelf niets zegt over de persoon. Je kunt 65 + zijn en jonger dan menig veertigjarige. Je kunt 20 jaar zijn en ouder dan iemand van 80 lichamelijk of misschien ook geestelijk. Het getal is dus willekeurig. Het is een uitdrukking geworden voor iets wat in uw gemeenschap betekenis heeft.

Stel nu, dat er veel later iemand komt die weer over heilige getallen moet spreken. Deze moet verklaren waarom het getal 65 in uw tijd zo’n betekenis had. Maar wat weet hij van een 65 +‑kaart, AOW en dat soort dingen. Nietwaar, Drees is allang heen, Vroom en Dreesman is een vrome herinnering geworden, dus hij zit daar met zijn 65 + en denkt; 6 decades dat is dierlijk, 5 dat zijn de elementen van de oude tijd inclusief de ether. Als je die twee getallen samenvoegt, krijg je 11 (2 keer 1) dat is het getal van de geopenbaardheids God in Zijn totaal geestelijk wezen en in Zijn, totaal geopenbaard wezen. De mensen, die 65 jaar oud waren of die dat getal in ieder geval bij zich droegen, moeten hogere ingewijden zijn geweest. Zo gaat men dan redeneren, wat natuurlijk kolder is.

Maar nu kunnen wij ons voorstellen, dat er in die tijd mensen  komen, die een inwijdingsschool stichten. Voor hen is dan de hoogste ingewijde iemand met 65+. Neem mij niet kwalijk, dat ik de heilige getallen even een beetje ontmasker, want wij kunnen al die cijfers zo ontzettend ernstig nemen.

Nu gewoon een vraag. Wat doe je ermee? Je kunt er van alles mee  doen.

Maar het heilige van een getal is altijd gelegen in wat het voor ons uit­ drukt. Een getal is een abstracte aanduiding. Getallen hebben pas beteke­nis, indien door ons daaraan een bepaalde zin wordt verbonden. Als ik u 10 geef, dan heeft u niets. Geef ik u 10 appels of 10 voor ijver of beleefdheid, dan geef ik u wel wat. Zo is het met al die getallen pre­cies hetzelfde. Als ik u zeg ‘7’, zeg ik niets, tenzij u weet wat het be­tekent. Betekent het 7 dagen, 7 stralen, 7 planeten, de 7 Grootmachten, die met het lot van de aarde spelen of is het het getal van een bepaalde entiteit of kracht? Dan pas weet ik wat 7 betekent. Ik moet de betekenis erin leggen.

Als u te maken krijgt met cijfers en met heilige getallen, dan moet u mij niet kwalijk nemen dat ik zeg; Mensen, informeer alsjeblieft eerst heel goed wat de getallen betekenden voor degenen die ze het eerst zo hebben gebruikt. Want alleen dan kunt u. begrijpen wat zij ermee wilden zeggen. Dan alleen kunt u de heilige getallen weer verbinden met een begrip en dank zij dit begrip, waarvan het getal slechts een vage aanduiding is; misschien toch kosmische harmonieën tot stand brengen, grote magische werkingen voortbrengen en misschien zelfs doordringen in de waarheden van het verleden, die verborgen werden achter letters en getallen, die voor velen illusies zijn, maar voor degene die de zin ervan kent toch een volledige waarheid behelzen.

Dat is mijn inleiding. Nu zult u na de pauze misschien het een of ander willen weten over de zin van het hanteren van getallen. Ik zal mijn best doen om het nog eens duidelijk uit te leggen. Maar één ding zult u mij moeten vergeven; dat ik niet één oplossing kan aanbieden, die voor alle getallen gelijk geldt, ongeacht het feit dat zij heilig en magisch worden genoemd, want dat wordt bepaald door de inhoud die man daarin projecteert, niet door het getal zelf.

****************************************

*  Kunt u ons iets vertellen over heilige getallen bij de Atlantiërs?

Ik kan er wel iets over zeggen, maar een hele hoop Atlantiërs kon­den niet eens tot tien tellen! Voor hen waren er inderdaad heilige ge­tallen. Het wonderlijke daarbij is, dat het getal 5 voor hen het heilige vuur symboliseerde; dat het getal 3 daar reeds voorkwam maar alleen in een bepaalde priesterlijke Clan, terwijl de getallen 11 en 23 ook een grote rol speelden en dit naar ik vermoed, omdat het getal 11 een ba­lans van de kracht der goden weergeeft. Dit alles hangt samen met na­tuurmagie, die in Atlantis sterk was ontwikkeld. Het getal 23 was belangrijk waarschijnlijk om de progressie van de cijfers, die overigens nog niet met Arabische tekens werden geschreven. Het was een tamelijk grote slingerreeks, waarin dat werd uitgedrukt. Die progressie zou dan het getal 5 (het vuur) weer uitdrukken. Het vuur was voor de Atlantiërs tezamen met de Maan de belangrijk­ste kracht waarvoor in de gewone tempels werd gebeden. Het had ook de grootste invloed op hun magische concepten. Voor de Witte Priesters gold dit niet. Voor hen waren alleen de drietallen heilig; dus 3 en alle veelvouden daarvan voor zover zij die gebruikten, omdat hierin volgens hen de geestelijke contacten met ver­schillende sferen werden uitgedrukt. Elk getal van 3 gaf een wereld aan en het totaal van drietallen vormde dan een heilig getal. Dat geheime heilige getal heeft met de 3 weinig meer te maken. Dat geeft kennelijk de kracht aan waaruit alles voortkomt; de wereld waar de “Al‑bewuste”, leeft. Maar dit was in een ver verleden. U kunt het toch niet contro­leren, waarom zou  ik daarop verder ingaan?

*  Wat is een “Hexen‑Einmaleins”?

Goethe heeft in zijn “Faust” ‑ en wel in het eerste deel ‑ een ge­dichtje opgenomen dat heet “Das Hexen‑Einmaleins”. Met andere woorden; de tafel van vermenigvuldiging zoals een heks die opzegt. Hierin worden de getallen gebruikt om ideeën uit te drukken. 1 is God, maar is ook het totaal van de waan dat de tegenstelling tot  God kan zijn. 2 kun je weer omwerken door er iets bij te voegen en dan krijg je het geopenbaarde Al, maar ook het bestaande ego. Zo kun je dan verder gaan en de verschillende toestanden van het ego beschrijven waar­bij de macht van het “ik” a.h.w. wordt omschreven om te eindigen bij het getal 10 dat gelijk is aan niets. Hier wordt gezegd, dat je in zo’n ontwikkeling door het ontkennen van bepaalde facetten van de waan zowel als van de werkelijkheid via een rusttoestand kunt komen tot de openbaring van de chaos, van het niet‑zijn, de oplossing van het “ik”.

*  Kunt u iets mededelen over de verhouding van de cijfers in de magie?

Dat kan ik heel moeilijk doen, omdat er vele verschillende magische cijferreeksen bestaan en deze niet identiek zijn. Maar ik kan wel aangeven, dat in de magie men bij bepaalde cijfers uitgaat van een zogenaamd eigen cijfer. Stel, het eigen cijfer is 5. Nu kan ik daarvan een tafel maken waaraan ik steeds het getal 7 toevoeg. Ik geef daardoor aan alle fasen, die het gehele zonnestelsel omvatten of volgens andere opvattingen, de schrijvende kracht van de Schepper aan de hemelen. Ik kan op die manier dus de besluiten van de Schepper ‑ volgens een bepaalde versie ‑ beïnvloe­den.

Absoluut geen samenhang tussen cijfers vinden wij in de Babylonische magie. Hier is sprake van een toevalsproduct. De enige regel, die hier geldt, is dat de grote aantallen de grote macht vertegenwoordigen. Voor het z.g. graanorakel bv. werden een aantal graankorrels gekookt in verschillend gekleurde vochten en daarna gedroogd. Ze hadden dus verschillende kleuren. Men liet daar een heilige vogel op los en die pikte gedu­rende een bepaalde tijd de graankorrels op. De tijd was betrekkelijk wille­keurig. Het werd meestal gedaan door een vat water te laten leegdruppelen en dat was gemiddeld ongeveer vijf minuten. Daarna werd de vogel bij de vlerkjes gepakt en kijkt men wat er van de korrels overbleef. De verhouding van de kleuren bepaalde dan welke God de grootste macht had. Groen bv. betekende dat de wijsheid regeerde; geel dat de zon regeerde etc. Door dus de verhoudingen vast te stellen wist men in welke machtsverhou­ding de goden voor iemand optraden en was het mogelijk daaruit diens lot. af te lezen. Hier was dus helemaal geen sprake van een vaste verhouding, maar het was toch een magisch gebruik van getallen.  Bij de magische vierkanten bestaat er eigenlijk geen enkele vaste regel. De vierkanten worden opgesteld aan de hand van de totalen, terwijl, geen enkel cijfer herhaald mag worden in het vierkant. Dat is de enige re­gel. Het is dus mogelijk dat we aan de ene kant verschillen kregen van 3, 7, 10, terwijl wij aan de andere kant verschillen hebben van 9, 12. Hier is geen vaste relatie tussen de getallen uit te drukken. Wel kan over het algemeen worden aangenomen dat getallen, die een vaste magische betekenis hebben, volgens een tevoren opgesteld schema worden ingevoegd.  Als ik dus hier een paar lijntjes heb en daar een paar lijntjes en ik wil het getal 10 erin zetten, dan zeg ik; Wat wil ik met de 10 zeggen? Wil ik de chaos gebruiken als een waanbeïnvloedende macht, dan zal ik de 10 ergens in het midden zetten aan de zijkant. Wil ik daarentegen daarmee een vernietiging veroorzaken of een vernietigende macht uitdrukken, dan zal de 10 zoveel mogelijk centraal zetten. Hier zijn getallen, die een vaste betekenis hebben.

Dan moet ik erbij opmerken dat in de magie over het algemeen drietal­len en ook zeventallen een bijzondere betekenis hebben, terwijl aan het ge­tal 1, 10 en 21 een absolute betekenis wordt toegekend. 1 geeft altijd aan; het begin van de schepping of het “ik”; die beide vaak als identiek worden beschouwd. 1 geldt voor de krachten aan de hemel of het aantal hemelwerelden (vroeger wilden ze dus ook graag in de zevende hemel zijn!) 21 werd gebruikt om de macht aan te geven die je hebt, als je uit een vol­ledig besef de machten van de wereld groepeert. 21 was een machtsgetal, 1 een basisgetal en 7 een erkenninggetal. Deze ge­tallen speelden in de magie een rol.

*  Wilt u ons iets vertellen over het verschil in afmetingen bij de Griek­se tempel gewijd aan vrouwelijke of mannelijke godheden?

De Grieken gingen van het standpunt uit, dat een vrouwelijke godheid de mindere was van een mannelijke godheid. En dat betekende dus dat voor de mannelijke godheid de opzet altijd breder was, terwijl voor een vrouwelijke godheid de tempel iets langer in bouw kon zijn ‑ in verhoudingsgetal uitge­drukt dus terwijl de achterkant was afgerond, wat echter niet het geval was bij een mannelijke tempel.

*  Wat is het verschil tussen een vrouwelijk en een mannelijke tempel?

Een vrouwelijke tempel kan bv. aan Diana gewijd zijn en een mannelijke tempel aan Jupiter. (Die ouwe Jupiter ging Diana niet achterna, die hield meer van Venus,)

*  Is het getal 8 astrologisch gezien slecht als Saturnus in de horoscoop slecht staat?

Moet men ergens anders gaan wonen, als men bv. op nr 28 of 68 woont? Dat is niet helemaal waar, omdat dergelijke getallen niet alleen be­rekend kunnen worden aan de hand van de astrologie. Maar als wij zeggen, dat Saturnus slecht staat in een horoscoop, dan zeggen wij daarmee dat alle Saturnus‑uitdrukkingen, die er bestaan voor ons negatief zijn, omdat zij psychisch een negatieve werking hebben. En als u dus denkt, dat het getal 8 als een uitdrukkelijk Saturnusgetal niet mag voorkomen, dan zou ik niet in zo’n huis gaan wonen, omdat u dan reeds achterdocht heeft. Maar als u het getal 8 wilt afmeten aan de hand van de z.g. getallenreeksen, die hier neer van toepassing zijn volgens mij dan de kabbalistische, dan kunt u zeggen; 8 op zichzelf als nummer voor een huis, daar wordt u niet warm en niet koud van. U zult er nooit helemaal op uw gemak zijn. Aan de andere kant zult u het er ook niet slecht hebben.

Dan noemt u 28. Kabbalistisch bezien zou ik zeggen; Als je daar naar­ toe gaat, dan kun je  in dat huis ook sterven.  68 = 14 ofwel 5. Iemand, die in een dergelijk huis woont, zal in het huis zelf rust hebben, maar hij zal last hebben van de buren. Je trekt er ‑ bij wijze van spreken ‑ net in en je buurman besluit opeens saxofoon of iets dergelijks te gaan studeren. Misschien begrijpt u wat ik bedoel. Dat zijn dus de manieren waarop u dat kunt benaderen. Maar u kunt dat dus niet zeggen van 68 als zelfstandig getal. Bij de duiding moeten wij altijd het herleidinggetal gebruiken; en dat geldt ook ten aanzien van astrologische cijfers. En dan betekent dit, dat het cijfer een werking weergeeft die voor ons onaanvaardbaar is.

Als u zegt. ik heb een heel slechte Saturnus en daarom is het getal 8 voor mij taboe, dan zegt u eigenlijk: ik kan nooit een priesterlijke functie aanvaarden, omdat ik niet het vermogen bezit om met uitsluiting van mijzelf mij op te offeren, zonder te beseffen wat de werkelijkheid is waar­ voor ik het doe.

Saturnus is wat dat betreft een rare kerel. Punt l: hij eet zijn eigen kinderen op; punt 2; hij vertegenwoordigt de Tijd; punt 3 (en dat vergeten de meeste mensen) is hij astrologisch bezien zowel rechter, beul als rechtvaardige. Een slechte Saturnus zou dus ook kunnen betekenen, dat u vaak.

Daarmee werd nog gewerkt tot ongeveer 600 na Chr. Dat is dus heel lang nog gebleven.

SLOTWOORD.

Indien ik mijzelf projecteer in een letter of een cijfer, dan zal dit symbool mijn werkelijkheid kunnen vertegenwoordigen overal waar het bestaat. Ik zal dan kunnen doordringen tot elke waarde, die op dit cijfer waar dan ook ter wereld invloed uitoefent. Denkt u niet, dat dit een stelling van mij is. Deze stelling behoort bij de magische opzet, waardoor het getal zijn heiligheid ontleent aan de alomtegenwoordigheid van de waarde van het getal. Hier wordt dus heel duidelijk gezegd. Ik moet aan mijzelf een getal toekennen. Maar ik kan dat niet willekeurig doen, want ik heb eigenschappen, ik heb een bepaald denk­vermogen, ik heb geestelijk een eigen werkzaamheid. Al die dingen bij el­kaar bepalen eigenlijk een beetje mijn voorkeur voor een getal. Ik kan nooit een getal nemen waarin ik niet zelf leef, want dat kan ik nooit beleven. Nu moet u even goed opletten.

U heeft een paar triljoen hersencellen. Daarvan gebruikt u meer bewust ongeveer 90 miljoen. Van die 90 miljoen cellen zijn er bij de doorsnee‑mens voor het bovennatuurlijk ongeveer 70 duizend actief. Bij een mens, die geestelijk zeer bewust is. kan dat echter oplopen tot 500.000. Dat betekent, dat ‑ ofschoon elke mens een zeer gering percentage van geestelijke gevoeligheid en kennis bezit ‑ degene die dit ontwikkelt zover kan komen dat bijna de helft van zijn denken (waarbij wij dan maar aannemen dat het de hersenschors­ cellen zijn; het is niet helemaal zuiver) mede beheerst kan worden door geestelijke invloeden. Geestelijke invloeden kunnen dus stoffelijke verwerkt en geregistreerd worden. Dit betekent, dat een afstemming op geestelijke krachten mogelijk is.

Als u nu voor uzelf een getal wilt kiezen, dan zult u de vergissing maken om een eenvoudig getal te kiezen, terwijl u geestelijk nog niet bewust bent. Wij zeggen in de praktijk. Naarmate de geestelijke gevoeligheid en het geestelijk bewustzijn in een mens groter worden, zal het getal, waaronder hij resulteert steeds kleiner worden. Iemand, die dus bv. 100.000 cellen actief hoeft voor geestelijke waarden, zal terecht komen in getallen van 3 cijfers: bv. 211, dat is een heel mooi getal daarvoor. Iemand, die echter de vijfhonderdduizend heeft bereikt. valt in getallen als 8, 9, 7, misschien zelfs 5. Lager zal die meestal niet komen, omdat de laagste getallen alleen daar kunnen bestaan waar een volledig opengebloeid topchakra aanwezig is. Ik neem aan, dat u weet wat dit betekent.

Nu is een topchakra een vreemd ding. Een topchakra wordt voorgesteld als een bloem met een aantal bloembladen. Het wonderlijke is, dat hoe groter het aantal bladen is, hoe groter het aantal klanken (dat zijn dan de z.g. goddelijke klanken), die door het “ik” kunnen worden verwerkt en hoe eenvoudiger het innerlijk wordt, omdat het een resonantie vindt met de hoogste krachten en daarbij komt tot een vereenvoudiging van begrip welke de essentiële wijsheid bevat. Daar moet u even voor oppassen, anders was u het kwijtgeraakt.

Als ik dit nu zeg, zult u begrijpen waarom wij getallen soms heilig noemen. Want als een 72‑bladige Lotus (een chakra) is opengebloeid, dan bevat ze wel degelijk het getal 9, maar dat doet ook een 144‑bladige Lotus, alleen zijn de schakeringen groter. Nu zeggen wij om in deze vergelijking verder te gaan:

Indien een 72‑bladige Lotus het getal 9 voortbrengt, zal de mens de Schepper geopenbaard zien in zijn schepping. Maar als het getal 144 voert tot het getal 9, zal de mens de Schepper in zich geopenbaard zien en Hem kennen in zichzelf. U ziet dus dat er een grote gradatiemogelijkheid bestaat in datgene wat men met een getal uitdrukt. Zeg ik gewoon: iemand heeft het getal 9, dan zeg ik, alleen maar; die mens is doorgedrongen tot het geheim van zijn mogelijke wereldconceptie. Ik zeg dus niet dat hij een bepaalde sfeer of graad heeft bereikt, maar dat hij vanuit zichzelf een bepaald punt heeft en dan betekent 9 meestal de mogelijkheid om door te dringen tot een hoger besef. Het getal 9 echter geeft altijd weer aan dat er een beheersing is. Het bereikte besef wordt beheerst. Nu zegt u waarschijnlijk: Hoe komt u daar nu weer bij? Je kunt namelijk over cijfers zoveel leuteren. Ik zal proberen het u duidelijk te maken.

Als ik het getal 3 heb, dan is dit de openbaring van God; de Drie-eenheid mogen wij ook zeggen. Maar er zijn zoveel vormen van drie‑eenheden.

Als ik die toepas op het plantenrijk, het dierenrijk, op de mens, op de relaties van de mens met het hogere, dan ben ik altijd nog iemand die van buitenaf leeft; van buitenaf wordt het mij gezegd. Maar als ik nu weer een 3 bereik, dan heb ik in mijzelf ook de drieledigheid van mijn wezen beseft. Die drieledigheid wordt dan meestal uitgedrukt als Ziel ‑ Geest ‑ Stof. Daar ik mijzelf ken en mijn Schepper erken, zal volgens mijn wezen en mijn begrip van bestaan de hoogste mogelijkheid bereikt zijn en gaat mijn wereld bijna teloor. Want als ik een stap verder ga, dan sta ik met “dit ben ik nog, maar wat is de rest”? Alles is raadsel, alles is misleiding, is illusie, is begoocheling. En dan begin ik in begoocheling­ weer te zoeken naar een evenwicht tussen mij en het hogere en ik kom tot het getal 2. Ik zoek verder en ik probeer de essentie van de kracht te vinden die in de erkende relatie werkt. Ik kom tot het getal 3. Vanuit het getal 3 heb ik mijzelf op een nieuw vlak van bewustzijn gevonden en zal dan verder kunnen leven met alle facetten van het zijn, die tot die wereld of tot dat besef behoren, totdat ik wederom die wereld beheers en daarmee in mijzelf de waarde daarvan draag en dan evolueer ik weer naar een hoger niveau.

U ziet, u kunt met die cijfers enorm veel duidelijk maken. Ik meen dat heel veel mensen die cijfers vooral hanteren, omdat zij zo eenvoudig zijn. Cijfers zijn een taal, die niet door taalgrenzen onverstaanbaar wordt. Dit is volgens mij ook de reden” dat de Tarot (ook wel Rota genoemd) zo veel succes heeft. Het is naar men zegt het Gebedenboek van de Duivel, omdat het wordt gebruikt voor voorspellingen. Maar ook hierin vinden wij in de som van de werkzame Arcana het getal 21. 21 is het getal 3 waarin de geest wordt gevoegd bij de tegenstellingen.

De goochelaar of hoe men hem ook noemt,  is de mens in tegenstelling tot de mens die zijn bewustzijn bereikt en die de gehangene wordt. Zon, maan en al het andere is aanwezig en elk heeft zijn eigen nummer.

Het wonderlijke is, dat als je de getallen en de daarop vaak voorkomende sterrensymbolen (zelfs in de Egyptische versie komen sommige sterrensymbolen voor, alleen worden ze daar mooier voorgesteld) kon je daarin iets vinden over kosmische verhoudingen en relaties. Het groot‑Arcanum is het doordringen in het goddelijke rijk, de totaliteit. In deze totaliteit heeft alles een functie en de verhoudingen binnen de totaliteit betekenen mijn relatie met dat geheel.

Ik probeer u nu alleen duidelijk te maken dat wij in de Tarot in wezen werken niet alleen met mooie plaatjes en symbolen, maar dat wij ook werken met cijfers en soms ook met planeetwaarden. Wij werken dus met de Godsvoorstellingen van de ouden.

Als ik aan de Kabbala denk, dan valt mij op dat de Sephiroth worden voorgesteld als deel uitmakend van de ideale of perfecte mens; de Adam Kadmon. Dat is de mens, die eens een deel van zichzelf verloor waardoor de mensheid ontstond. Het is de figuur van de gezel Gods, die zijn eenheid moet terugvinden om zijn band met God wederom, volledig te beleven. En het is opvallend dat de Sephiroth, die machtige engelen, machtige figuren zijn, niet worden gesteld als direct uit God voortkomend, maar als uit de mens voortkomend. De getallen van de Sephiroth (zij hebben ook hun eigen getal) blijken te corresponderen met die van de mens.

Nu ga ik even een sprong maken naar de interpretatiemogelijkheden van bepaalde kentekens bij de mens.

Er bestaat een hele wichelarij gebaseerd op bv. sproeten, schoonheidsvlekjes e.d. Nu blijkt, dat dezelfde getallen, die van toepassing zijn op de Sephiroth ook van toepassing zijn op de interpretatie van deze schoonheids‑ of moedervlekjes op het menselijk lichaam en hun betekenis.

Nu bestaat er ook nog een voorstelling van de mens, die daarin wordt vergeleken met de kosmische mens. In de kosmische mens staan de planeten, maar ook de getallen. De getallen corresponderen met de 10 Sephiroth, de tekens met de 7 planeten. In de mens worden deze gebruikt om geestelijke mogelijkheden en onevenwichtigheden met getallen aan te duiden; bv. li­chamelijk feilen of ziekte door een afwijking van de plaats van het pla­neetteken. Wat die mensen allemaal niet uithalen met getallen.

De getallen hebben echter schijnbaar toch een hoofdzakelijk geestelijke betekenis. Dat is begrijpelijk. Het getal wordt zo tot een abstracte taal door de mens zelf ontworpen en door henzelf gebruikt, waarin hij probeert de niet zuiver stoffelijke waarden begrijpelijk uit te drukken. Omdat het een taal is die de mens niet is aangeboren, moet hij haar leren duiden.

De mens heeft maar één getal van zichzelf; dat is zijn eigen getal. Dat getal kan hij niet zo makkelijk uitdrukken. Het is namelijk zijn eigen trilling, zijn vibratie in verhouding tot het Goddelijke. Dat getal, kunnen wij dan weer onderverdelen, het behoren tot een bepaalde straal, tot een versie van de straal, eventueel resulterend onder één van de Heren van Wijsheid of de Heren van Gerechtigdheid. En dan krijgen wij de nevengetallen erbij. Het basisgetal is de mens in zijn relatie tot de kosmos. En omdat nu heel eenvoudig uit te drukken, kun je zeggen.

De uitstraling van de ziel, mede bevattend de resonantie daarop van de geest en van de stof, bepaalt het getal waarmee je jezelf kunt aanduiden in kosmische relatie.

Dat klinkt allemaal heel mooi, maar wie van u weet nu precies wat de eigen trilling is van de ziel? Met andere woorden, het is ergens ook theoretisch. Het is een eigen getal, zeker. Wij hebben een preferentie voor een getal en die duidt over het algemeen wel iets aan omtrent ons wezen. Een 4 bv. is meestal nogal elementair. Iemand die zegt; 4 is mijn lievelingsgetal, zal in vele van zijn eigenschappen doen denken aan de astrologische Stier, al dan niet in de porseleinwinkel. Zegt iemand 8, dan is hij een persoon, die een beetje doet denken aan een tweeling, want die heeft twee gezichten, maar ook een heel klein beetje aan een Weegschaal, want hij weet nooit wat hij als doorslaggevend moet beschouwen, hij blijft altijd een beetje in dubio. Dus de getallen zeggen wel iets van de eigenschappen van de mens in kwestie, maar het werkelijke getal dat wij bezitten kunnen we pas vinden, indien wij zijn doorgedrongen tot de innerlijke persoonlijkheid en daarbij onze ziel hebben ervaren, en dat is voor de meeste mensen een karwei waarvoor zij een heel leven of meer nodig hebben.

Ik heb u reeds in het begin gezegd dat de getallen zeer zeker een betekenis hebben. Zij kunnen erg belangrijk zijn, indien wij er iets uit wil­len lezen. Het is soms goed dat wij iets ervan afweten. Haar laten wij nooit vergeten dat onze getallentaal geen kosmische waarheid is. Het is alleen een poging van de mens om een kosmische waarde‑systematisch weer te geven en wel binnen de perken van een menselijk‑begripsvermogen. Daarom is die getallentaal ook nooit volledig, zelfs als wij haar goed kennen en beheersen Als wij met getallen willen spelen, is het goed. Indien wij ze willen gebruiken als hulpmiddel, is dat uitstekend. Als zij voor ons een symbolische betekenis hebben, kunnen wij kracht daaraan ont­lenen, maar wij kunnen ze nooit beschouwen als iets dat helemaal los staat van onszelf.

Als ik nog één vergelijking, mag wagen: Indien u als astroloog het lot van een medemens wilt aflezen uit de sterren, moet u één ding niet verge­ten; De horoscoop wordt niet bepaald door de sterren, die legt u wel vast, maar wat u zegt over dat lot, is uw interpretatie en daarin speelt uw eigen aard, uw kennis, uw opleiding een veel grotere rol dan een reële erkenning van kosmische evenwichten en machten binnen een zonnenstelsel.  Wij moeten weten dat al dit werken met heilige of magische cijfers en getallen neerkomt op het spreken van een eigen geheimtaal, die in haar mogelijkheden en betekenis gelimiteerd is tot onze persoonlijke inhoud.  Ik heb in cijfers neergeschreven de werkelijkheid; de som, was negen.  Ik heb in getallen uitgerekend wat het leven mij betekent, en het getal was zeven. Ik heb gezocht naar de sleutel voor een kosmische melodie, die in mijn wezen leeft en klinkt; en het getal was drie.  Ik heb gezocht naar de oneindigheid en dit tot cijfers weer herleid,  maar ziet, toen ik in cijfers had gesproken was de oneindigheid gebroken en ledigheid was toen voor mij de werkelijkheid: een nul. Zo zoekt ge in ’t getal naar tekens van de tijd, naar de zin van het bestaan, onthoud; wie daar te ver in gaan, vindt niets. Slechts hij, die zich beperkt tot ’t kleine beetje dat hij kent en daarmee ijverig werkt, omschrijft iets waaruit hij leert, maar rekenen geeft richting aan, doch in details blijft het verkeerd.

Misschien wilt u het daarmee stellen, tenzij u een eigen graad heeft. Onthoud  dan maar één ding van mij en dat is;

Acht je een graad als een getal het meest belangrijke woord, dan heb je in jezelf het besef van wat je werkelijk bent vermoord.