Herhaling

17 mei 1971

Nadat wij het begrip van spiegeling enigszins hebben doorgenomen, is het misschien goed erop te wijzen, dat wij te maken hebben met zich voortdurend herhalende invloeden. De meeste mensen vergeten, daarbij, dat eenzelfde invloed onder andere omstandigheden schijnbaar andere resultaten geeft. Ik zeg schijnbaar. Want hoe ligt de werkelijkheid?

Hebben wij te maken met de kosmische, de grote tendensen? En nu kunnen wij die gaan indelen in perioden van miljoenen jaren, van honderdduizenden jaren, tienduizenden jaren. Maar wanneer wij iets dichter bij huis willen blijven, dan kunnen wij ons baseren op 2100 jaar. Een 2100‑jaar cyclus schijnt alleen maar het einde van een époque; het begin van een nieuwe époque te betekenen. Dit is niet waar. Het is inderdaad een herhaling.

Wij hebben te maken met ontwikkeling. Een ontwikkeling kan een bepaald aantal fasen verder komen in één époque. Wanneer de eerste fase daarbij een explosieve is geweest, dan zal bij het begin van een nieuwe cyclus eveneens een explosieve fase optreden. Hebben wij te maken gehad met – in de tweede fase – een geestelijke periode, dan zal ook deze zich herhalen. Maar de groei, de ontwikkeling, is in zekere mate toegenomen. Dit geldt voor de 2100‑jaar cyclus.

Gaan we met de zeg maar kleine 22.000 jaar rekenen, dan krijgen wij weer te maken met een herhalingscyclus, die veel dichter bij het oorspronkelijke ligt, omdat in een grote cyclus alles eigenlijk grotendeels voltooid is. De zaken zijn ten einde gekomen. Er zijn veel oude zielen overgegaan, voorgoed naar een ander bestaan. Er zijn veel nieuwe entiteiten bijgekomen en voor deze is het oude proces a.h.w. weer aanvaardbaar. Wij zien dan wel een verandering die bv. een gehele aarde kan betreffen.

Om u een voorbeeld te geven. Wanneer wij te maken hebben met een jagersbeschaving, dan kan die beschaving inderdaad ruim 20.000 jaar best aan. Maar de dieren waarop jacht is gemaakt, hebben zich in die tijd evenzeer ontwikkeld als de jagers. Aan het einde van de periode zullen de omstandigheden van jagers veranderen en zullen wij te maken krijgen met bv. nomadische veehouders. Gelijktijdig blijkt dat een groot aantal dierrassen verdwijnen of uitsterven, dat andere rassen sterk muteren en dat bij vele rassen een geheel nieuwe ontwikkeling zichtbaar wordt.

Het is dus duidelijk dat wanneer wij over een grote cyclus spreken, wij te maken hebben met een volledige verandering van tendensen. Wanneer wij spreken over een 2100‑jaar cyclus, dan spreken wij over een herhaling van invloeden bij een voortdurend verdergaan van een ontwikkeling.

Dit systeem zou je kunnen toepassen op de historie. Je kunt ongeveer bezien: ruim 2000 jaar geleden was er een enorme spanning op de wereld. Er was in vele landen – en niet alleen maar in Israël – de verwachting van een profeet, een Messias, een Bevrijder. In dezelfde tijd dat dit gebeurt, zien wij echter ook chaos. Het verval van de grote rijken begint. Er ontstaan totaal nieuwe tendensen. Andere volkeren gaan op de voorgrond komen. Denkt u eens aan de geschillen tussen Rome en de Gothen b.v. Breng dit over naar uw eigen periode en u zegt: We zitten ongeveer een 100 jaar voor deze omwenteling, dan kunnen wij daaruit concluderen: De situatie, zoals ze nu is, is niet onmiddellijk ernstig, want er kunnen geen absolute en grote veranderingen komen. Wel zal waarschijnlijk het strijdelement en het horigheidselement veel sterker toenemen dan voordien het geval is geweest. Dus veel meer satellietstaten bv. of wingewesten, veel meer strijd aan alle kanten. Grote conflicten, want die waren er 2100 jaar geleden ook.

Gaan wij verder kijken, dan zien wij dat Rome de grote macht was. Rome komt te vervallen en de feitelijke macht ging over aan anderen. Dat was in Europa. Dan moeten wij ook concluderen dat de grootste machten van Europa in deze tijd ontbindingsverschijnselen vertonen en dat daarvoor iets anders in de plaats komt. Kijken wij naar de invloeden van buitenaf, dan blijkt b.v. dat China in die dagen een zeer grote invloed had aan de Stille Oceaan, zeer machtig was, maar dat het land juist in deze periode geïsoleerd raakte door de opkomst van de Indische vorsten. Dan kun je concluderen: In Amerika, zal zich ongeveer hetzelfde afspelen. De grote staat, die daar regeert, wordt langzaam maar zeker geïsoleerd en andere, kleinere staten en volkeren beginnen een enorme snelle verandering en opgang.

Ik geef u deze voorbeelden om u iets duidelijk te maken van deze wisseling. We spreken hierover weleens als de spiraal van tijd. En dan hebben wij het daarbij over een tijdsversnellingseffect. Maar dat geldt alleen voor ontwikkeling. Het geldt nooit voor het gebeuren als zodanig, voor de beïnvloedingen. Je zou kunnen zeggen dat, wanneer ik reken volgens een historische spiraal van 2100 jaar, dat aan het einde van die periode inderdaad de gebeurtenissen sneller op elkaar zullen volgen, maar aan het einde daarvan begint een tegengestelde spiraal, waarbij alle processen zich weer steeds meer vertragen.

Dat is een driedimensionaal stelsel, niet een in twee dimensies getekende spiraal. Een spiraal die steeds weer spiralen rond zich heeft. En dan kun je daar weer een cirkel van spiralen gaan uitvlechten, waarbij je komt tot een enorm ingewikkeld beeld van laten we zeggen: de ontwikkeling. Willen wij dat doen voor de gehele kosmos, dan kunnen wij daaraan niet ontkomen. Dan is die ingewikkeldheid nodig, omdat alle afzonderlijke cycli, kleine spiralen die samen weer de grotere spiralen vormen, die gezamenlijk weer de oorzaak‑ en gevolg keten vormen die in zichzelf gesloten is, nodig zijn omdat wij dan te maken hebben met perioden van vaak meerdere miljoenen jaren.

Maar zodra wij met onszelf bezig zijn of met een wereld, kunnen wij dus zeggen: Wij volstaan met wat wij noemen een kleine spiraal. De mens denkt weleens dat hij in zijn leven een gelijkblijvende tijd kent. Als u een beetje eerlijk bent, is dat niet het geval. Vroeger waren er misschien meer gebeurtenissen, maar ze worden in uw denken, uw voelen, veel verder van elkaar gescheiden. Er zaten grote perioden tussen. Naarmate u ouder wordt, vallen de gebeurtenissen dichter bijeen en voordat u weet dat het een week verder is, is het een maand verder. Dat is een effect dat inderdaad psychisch genoemd kan worden maar het is toch wel een effect dat op je leven en je vorming invloed heeft. Willen wij dus met een persoonlijke spiraal werken, dan kennen wij inderdaad een soort tijdsversnellingseffect. Maar een tijdsversnellingseffect betekent in dit geval ook iets anders. Het betekent voor ons dat de periode van kosmische invloeden voor ons schijnbaar korter zijn en dat betekent dat ze in de paar daden die wij stellen, veel intenser tot uiting komen. Als je deze spiraal, die buiten je bestaat en waarvan je zelf toch weer deel uitmaakt, nu omzet in een esoterisch geheel, dan krijg je te maken met een innerlijke ontwikkelingscyclus. De mens is geneigd te zeggen: maar dat kan niet. Wat buiten mij bestaat is iets anders dan wat in mij bestaat. Maar de praktijk leert, dat alles wat buiten u bestaat, ook in u bestaat. En dat betekent dat wisselende invloeden, bepaalde historische gebeurtenissen, zoals ik ze zou willen noemen, overgangen van het ene bereik naar het andere, verandering van cultuur en al die dingen meer, eveneens in uw eigen ik zijn opgesloten.

Wanneer ik nu te maken heb met een grote innerlijke spiraal, dan is het duidelijk dat die niet in één menselijk leven omschreven kan worden. En dan zeggen wij: de eerste wenteling van de spiraal is misschien een stoffelijk leven, maar dan zal de tweede een sfeer zijn, de derde kan mogelijk weer een sfeer of een reïncarnatie zijn. Echter, de versnelling van gebeuren en van besef bestaat voor mij persoonlijk wel. Ik kom dichter naar het middelpunt toe.

Dan moeten wij daaraan een paar conclusies gaan verbinden. Alles wat ik in mijzelf beleefd heb, is voor mij een waarde die in het verleden ligt. Ik kan nu wel zeggen dat het een bereiking is. Maar in feite is er voor mij geen bereiking, maar alleen het heden. Mijn toestand, die alleen gewaardeerd kan worden aan de hand van de mogelijkheden die dit ogenblik geeft. Niet op een andere manier. Ga ik nu uit van dit heden, dan kan ik wel in het verleden bepaalde dingen ontdekken. Ik heb een keuze gemakt op geestelijk terrein. Ik heb in meditatie, in denken, in bidden, bepaalde belevingen gehad. Wanneer ik één punt in dat verleden herken en zeg: het is er weer, dan zullen vergelijkbare en nooit volkomen gelijke belevenissen daarop volgen. Er zijn mensen bij wie in één mensenleven, vier tot vijfmaal dezelfde cyclus zich herhaalt. Is dit het geval, dan kun je ook zeggen dat het eigenlijk een inwijdingsproces is, omdat in dat ene leven dan een voortdurende intensivering van besef plaatsvindt en in de versnelling die daar ook mee gepaard kan gaan, over het algemeen ook een vergroting van kracht en inzicht.

Het zoeken dat de mens altijd weer begint naar God in zichzelf, is eigenlijk een dwaasheid. Tenzij hij beseft dat hij geen volledige vrije keuze heeft t.a.v. invloeden en omstandigheden. Wanneer je één teleurstelling hebt gehad, dan zal die teleurstelling op verschillende punten in je leven terugkeren. Maar ze zal op elk punt een andere betekenis krijgen en door de verandering van betekenis zullen je persoonlijke reacties daarop anders zijn. Wanneer je één keer een inwijding ontvangt, dan is het heel goed mogelijk dat het lange tijd duurt voor je aan de tweede begint. Maar als je eraan begint, dan zijn er altijd bepaalde vergelijkbare omstandigheden en belevingen aanwezig.

De mens zegt weleens: God openbaart zich in mij naar zijn believen. Dat is volkomen waar. Maar de mens kan de openbaringen van God alleen in zich ontvangen en beseffen, wanneer zijn eigen toestand en gesteldheid op het ogenblik van die openbaring juist is. De juistheid komt niet voortdurend voor. Er moet dus een samentreffen zijn van de in mij levende ontwikkeling, de openbaring, de kosmische ontwikkeling, die een ogenblik in mij kenbaar wordt plus nog mijn mogelijkheid om in mijn eigen uiterlijke spiraal van leven dit gebeuren te verwerken tot begrip, daad en nieuwe impuls.

Het is een beetje vreemd om dat allemaal precies zo uit te kienen en vele mensen zullen zeggen: Wat heb ik eraan wanneer ik zo’n systeem ken? Een systeem is altijd een basis. Een uitgangspunt. Want wat is de werkelijkheid? Elk ik is een kosmisch ik. In elk ik zijn alle invloeden en alle werelden te allen tijde aanwezig. Elk ik bevat alle denkbare mogelijkheden en voertuigen voor alle denkbare werelden, waarin dit ik zich zou kunnen bewegen. Het is niet zo dat u alleen hebt wat u nu op dit moment nodig hebt. En dat daar verder, ingekapseld misschien, een bepaald aantal daarna gevormde voertuigen ligt. De werkelijkheid van het grote ik is dat alles wat kan zijn, daarin geestelijk dus vanuit de sferen, maar eveneens als materiële mogelijkheid, aanwezig is. U kunt daaraan niet ontkomen. Je hebt je eigen mogelijkheden in je. De cycli die je doormaakt, stimuleren vaak de keuze in jezelf. De spiraal die buiten mij loopt, betekent heel vaak een vergelijkbare ontwikkeling in mijn innerlijk. Vergelijkbare ontwikkeling in mijn innerlijk betekent ook meer – en daarmee parellel lopend – het stimuleren van de verschillende voertuigen die je bezit.

Voorbeeld. Stel nu: Ik ben in de stof. Ik erken een bepaalde noodzaak. Ik kan deze noodzaak op dit moment materieel niet verwezenlijken. Dan krijg ik: Wat doe ik? Zie ik ervan af? Zoek ik andere wegen? Houd ik mij vast aan hetgeen ik als juist ervaren heb? Ik heb vele keuzemogelijkheden. Buiten mij zijn echter invloeden die mij daarbij helpen. Ik zal misschien een andere weg proberen en het gaat niet. Dat heeft niets te maken met mijn innerlijk. Ik kan het waarmaken, maar ik heb niet het vertrouwen dat ik het kan waarmaken. Het resultaat is dat de invloeden die van buitenaf komen, wat uit de wereld tot mij komt, mij in zekere zin stuwt in de richting die voor mij de belangrijkste is.

In mijzelf gebeurt er ook iets. Op het ogenblik dat ik zeg: Dit is mijn taak, mijn weg, dat is de juiste methode krijg ik een kosmische aanvaarding. Maar die kosmische aanvaarding is materieel uitgedrukt. Het betekent dat vormkennende voertuigen gestimuleerd worden.

De geestelijke voertuigen, die in vorm vergelijkbaar zijn met uw wereld en uw ogenblikkelijke persoonlijkheid, worden actief. Er ontstaat buiten de materie een reeks belevingen en ervaringen, waarnemingen die bijna identiek zijn aan hetgeen er in de stof gebeurt. Bijna. Er is altijd een verschil.

Nu klapt de zaak dicht. Ik moet nu een andere weg kiezen. Die andere weg is niet helemaal zichtbaar. Het is vaag. Ik zoek naar een materiële uitweg. Dan zal ik waarschijnlijk het merendeel van mijn belevingen – geestelijk op dat moment – terugbrengen naar een astraal vlak: Ik voel, dat ik dit niet bereiken of verwerken kan. Ik kom tot aanvaarding, maar niet tot de aanvaarding van een situatie, maar de aanvaarding van een innerlijke noodzaak. Mijnentwege om pastoor te worden of iets anders. Op het ogenblik dat de aanvaarding komt, heb ik niets meer aan vorm. In mijn wezen is het vormloze het meest actieve. Het betekent dat mijn geestelijke ontplooiing en beleving overgaat naar wat wij noemen de niet vormkennende sferen. Men noemt ze wel klank en kleur. Daarboven hebben wij de sferen van het witte licht, waarin alles vervaagt in een enkel beleven en dan wordt dit geestelijke voertuig gestimuleerd. Het betekent aan de ene kant dat je je een beetje geïsoleerd voelt, aan de andere kant betekent het een enorme verfijning van de krachten en de mogelijkheden die in jezelf bestaan. Stel nu dat daarna de actie weer komt. Die actie die plaatsvindt is niet in het vormloze terug te vinden. Maar ik heb wel in het vormloze geleerd. Heel waarschijnlijk zal ik nu een tijdlang leven in een sfeer, waarin vorm wel bestaat, maar niet beslissend is. Op deze wijze zijn verschillende voertuigen, die deel zijn van het werkelijke ik, afwisselend actief. Door deze afwisselende activiteit geven ze ook afwisselende impulsen naar de stof door. Het betekent dat een stoffelijke ontwikkeling of inwijding het gevolg kan zijn. Het betekent gelijktijdig dat zowel de betekenis, de intensiteit als de uiteindelijke bestemming van die inwijding niet materieel, maar door de geestelijke voertuigen bepaald zal worden. Dat laatste is een conclusie die niet zo logisch is dat iedereen die zonder meer accepteert. Laat mij dat nog eens verduidelijken.

Elke z.g. inwijding, in feite de bewustwording van nieuwe mogelijkheden, impliceert een bewuste hantering in het gehele ik van bepaalde factoren van werkelijkheid. Deze werkelijkheid noemen wij dan, bij gebrek aan beter, goddelijke werkelijkheid omdat ze alomvattend is. Het zijn de voertuigen en vooral de hogere voertuigen waarin deze goddelijke kracht gehanteerd wordt en eventueel geprojecteerd kan worden naar andere bestanddelen van dit ik. Wij kunnen dus rustig zeggen dat hier de voertuigen beslissend zijn, óók wanneer het gebeuren tenslotte materieel is.

Laat mij nu nog een stap verdergaan. Wanneer ik een inwijding heb gehad, dan zal tussen de eerste en de tweede een lange tijd liggen. Daarna echter beschik ik over geestelijke ervaringen. De verschillende voertuigen hebben reeds een bepaalde actie en vorm in hun eigen wereld gekend en zullen versneld reageren. De tweede inwijding betekent dus gelijktijdig een versnelde derde inwijding. Enzovoort. Het aantal graden dat je daarbij wilt toepassen, is in feite niet zo belangrijk. Belangrijk is alleen dat in jezelf het versnellingsproces van de levensspiraal eveneens kenbaar wordt maar dat gelijk in die versnelling een grotere intensiteit wordt vastgelegd van hogere voertuigen.

Nu gaan wij proberen die tijdsspiraal, de historische spiraal en de innerlijke spiraal met elkaar te vergelijken.

Er zijn altijd herhalingen: in de historie, in het leven van elke mens, in het geestelijk bestaan. Wanneer een bepaalde gebeurtenis op aarde zichzelf herhaalt, dan zal deze voor degenen die haar reeds – in welke incarnatie dan ook ‑ gekend hebben en daar geestelijk juist op hebben gereageerd – een bekende waarde zijn. Voor hen is het reageren erop zoals een kind de tafels van vermenigvuldiging opzegt, dus 6×11=66 zegt zonder na te denken. Deze reactie maakt het mogelijk om versneld te reageren in de stof. Je kunt dus in dezelfde tijd méér doen. Je doorziet de problemen eerder, want voor anderen is het heel vaak nog zaak het op de vingers na te tellen en voordat je dan aan 66 bent duurt het even.

Dit houdt echter ook in dat je geestelijk met een bepaald deel van die wereld dan niet harmonisch kunt zijn, want je hebt een versnelde ontwikkeling in jezelf. De activiteit die je materieel hebt en de voertuigen daarboven die geactiveerd zijn, hangen samen. Het kan betekenen dat het merendeel van de wereld in een zomerlandsfeer of zelfs een astrale sfeer in feite met het ik manipuleert, terwijl degene die de ervaring heeft gehad, op dat moment al in het witte licht zit. Denk niet dat dat grote voordelen betekent in stoffelijke zin. Mensen denken vaak dat ze er wijzer van worden. Men wordt er niet veel wijzer van. Het betekent alleen dat je een beter inzicht krijgt in de tendensen die van buitenaf op je toekomen.

Indien ik een willekeurig punt in de historie neem dan kan ik bv. de Franse revolutie nemen. Die Franse revolutie is op dit moment nog geen 300 jaar geleden. Dat betekent dat de tendensen van die Franse revolutie zich nog niet zullen herhalen. Het betekent ook dat alles wat daarmee samenhangt – zowel terreur als vrijheidsdrang – eigenlijk kan worden teruggenomen. Wanneer het optreedt is het in feite nog niet belangrijk. Wanneer wij denken aan de wijze waarop minderheidsgroepen op het ogenblik pressie uitoefenen om de wereld te hervormen, dan kunnen wij concluderen: Dit is niet de juiste weg. Historisch zijn wij in die cyclus nog niet aan een punt gekomen waar een reële hervormingsmogelijkheid bestaat. Wat is er wel mogelijk? En dan gaan wij terugtellen en dan tellen wij ruim 300 jaar terug en dan zien wij nieuwe ontdekkingen, nieuwe beredeneringen, filosofische ontwikkeling. Zelfs zakelijke ontwikkelingen die veranderen. Samenvallen van handelsrijken, opbouw van nieuwe handelsrijken.

Deze dingen liggen in de tijd, wat betekende de Franse revolutie? Die betekende in feite het oproer van de publieke vrouwen van Parijs. Dat weten de meeste mensen niet, maar kort voordien was de mogelijkheid om bepaalde bordelen te exploiteren aanmerkelijk beperkt, er waren ongeveer 8000 dames, die plotseling in moeilijkheden kwamen gezien hun beroepsomstandigheden en die zijn het eigenlijk geweest, die de eerste grote mars naar het paleis hebben gemaakt. Zij zijn het geweest, die voor het eerste oproer in de Staten-Generaal verantwoordelijk zijn geweest. (De samenkomst van standen) Op deze manier redenerend zeg ik: Het lijkt er wel op, maar het kan nog niet waar zijn. Indien ik die beelden meen te herkennen in deze tijd, dan moet ik die toch terugzoeken, of 700 jaar terug – dat is heel goed mogelijk – of ik moet ze ongeveer 350 jaar terugzoeken. En wanneer wij dat doen, dan komen wij tot de conclusie dat historisch gezien de cyclus op dit moment het conflict tussen ridderstand en de steden zou moeten weergeven. Het is dus een tijd, waarin het heersende gezag wel degelijk wordt aangetast, maar waarin dit vooral gebeurt door vernieuwing van middelen. Niet door absolute revolutie, absolute omwenteling.

Hoe stonden wij daar geestelijk tegenover? In het verleden betekende dit dus denken, sektarisme vaak en het betekende vooral ook – en dat vergeet men weleens – een sublimeren van allerlei christelijke tendensen, die in die tijd achtervolgd waren of ten dele neergeslagen, tot de eerste nieuwe vakgroepen, die dan – al is dat dan weer veel later – tot loges gaan worden.

Er is dus in die tijd een nieuwe esoterie ontstaan, er is een nieuwe magie ontstaan. Voor de innerlijke mens betekent dit het betreden van allerlei vormsferen. Conclusie: Het ik van de meeste mensen zal op dit moment het meest bewust in de vormsferen kunnen ageren. Belevingen van uittreding in de vormsfeer zullen betrekkelijk eenvoudig naar het lichaam kunnen worden overgebracht, alle andere belevingen echter vervagen.

Contacten, die gebaseerd zijn op de astrale sfeer of in lager zomerland, zijn hanteerbaar. Je kunt dus uittreden en naar iemand toe gaan, bij wijze van spreken, astraal of zelfs geestelijk – mits in dit lagere kader – en de contacten zijn mogelijk. Ben ik nu zelf in een ritme dat voor mij de toegankelijkheid tot die wereld verbreekt – dat heb ik u zonet uitgelegd – dan betekent het ook dat mijn capaciteit om door uittreding of anderszins – bv. om met mensen in contact te treden – eenvoudig ophoudt te bestaan. Dat betekent dat ik mij eigenlijk verlaten gevoel, dat ik denk dat ik gaven kwijt ben, alleen omdat ik niet meer werk op dezelfde golflengte als de meeste anderen.

Wij hebben steeds gesproken over inwijding en inwijding brengt isolement met zich mee. Maar waarom? Omdat je niet van buitenaf door hogere krachten tijdens de inwijding wordt afgesneden, maar omdat in die inwijding je persoonlijke beleving andere voertuigen dan normaal activeert en je daarmee wel eigenschappen krijgt, maar eigenschappen die je niet kent en die je dus nog niet weet te hanteren. En wanneer de inwijding voltooid is, dan is het mogelijk dat wij terugkeren tot het oude peil, onze oude gaven komen weer terug ofwel dat wij ons bewust worden van onze mogelijkheden op een ander niveau.

De situatie waarin je zelf verkeert en de situatie waarin de wereld rond je verkeert zijn beide belangrijke factoren in je persoonlijk beleven: Wanneer er grote discrepantie tussen beide bestaat, heb je geen contact met je wereld. Of slechts met enkele personen of enkele plaatsen in die wereld. Op het ogenblik dat je eigen ontwikkeling gelijkloopt aan die van de wereld, zal je een maximum aan mogelijkheden en contacten hebben in verband met die wereld.

Ik ga nu een paar conclusies geven:

  1. Indien ik weet welke fase van mijn leven zich herhaalt op dit moment, welke ontwikkelingen en gebeurtenissen vergelijkbaar zijn met het verleden, weet ik ook wat de meest waarschijnlijke volgende omstandigheden zijn. Deze kennis kan mij helpen om mij op grond van mijn nu bereikte bewustzijn juister te oriënteren.
  2. In mijzelf bereik ik een zekere mate van bewustzijn of ingewijd-zijn. Hiervoor zijn de symptomen vaak een zich wijzigend godsbegrip, een zich wijzigende innerlijke bekwaamheid van waarnemen of contact zoeken, terwijl daarnaast moet worden gesteld dat altijd een kracht, en de vorm en de wijze, waarop die kracht geuit wordt, medebepalend is voor de sfeer die bereikt wordt.
  3. Gesteld, dat mijn innerlijke toestand mij enigszins bekend is, zo kan ik tevoren bepalen op welke wijze en in welke tijd contacten voor mij kunnen ontstaan en welke contactmogelijkheden voor mij voorlopig niet bestaan. Door een vergelijking van de historische herhaling van invloeden met mijn persoonlijk leven kan ik zelfs de tendensen van de wereld buiten mij ongeveer vastleggen. Ik neem daarbij aan, dat voor het geheel van de wereld de tendens gelijkkomt aan de daarbij behorende sfeer. Dat is voor de eenling nooit juist, voor een beoordeling van de eigen relatie tot de wereld is het meestal voldoende.
  4. Alle krachten die ik in mijzelf ken, zullen voortdurend zijn aangepast aan mijn stadium van besef, zoals dit in de stof bestaat. De stof weerkaatst altijd het innerlijk. Het innerlijk geeft in de stof voortdurend zijn waarde meer. Indien ik de beoordeling van mijn waarde of innerlijke waarde baseer op de wereld, dan zal ik mij meestal vergissen. Indien ik echter uitga van mijzelf en als in het vorige punt genoemd naga, waar en in hoeverre mijn contactmogelijkheden met de wereld bestaan, zal ik in staat zijn door een maximum van ervaring tot een maximum van innerlijke harmonie te komen. Deze innerlijke harmonie wordt dan ook uitgedrukt als wereldbegrip, magische vermogen en daarnaast inwijding.
  5. Alle sferen en alle werelden zijn altijd aanwezig. Mijn afstemming op of contact met die werelden en sferen wordt bepaald door de fase waarin ik mij zelf bevind. Indien ik in staat ben mijn persoonlijke fase te veranderen, dan zal ik ook andere geestelijke werelden kunnen bereiken. Dit kan ik nooit voor langere tijd volhouden. Voor een kortere tijd, zeg enkele dagen, is het doenlijk. Hierdoor kan men bepaalde geestelijke effecten en aspecten voor zichzelf duidelijker beleven en zien, men kan ook bepaalde z.g. paranormale of magische eigenschappen of kwaliteiten gedurende die tijd uiten, terwijl men ze normalerwijze niet bezit. Instelling is belangrijk.

En dit brengt mij tot een volgend punt. Want wat hebt u aan al die mooie aanwijzingen, wanneer u niet iets weet van de harmonieën die met bepaalde werelden en sferen mogelijk zijn? Ook hier zit een repetitief element, ook hier is een herhaling. Het is altijd zo dat ik naar boven gaande ten hoogste de wereld die boven de nu bereikte ligt beseffen kan. Al het andere is voor mij onkenbaar. Daarmee moet ik rekening houden. Ik kan wel zeggen. Ik wil uit het witte licht werken, maar wanneer ik nog niet eens een wereld van kleur ken, zal ik daar nooit terecht kunnen komen. Wanneer ik afdaal, kan ik elke lage wereld bereiken. Met dien verstande dat ik voor werelden die meer dan twee sferen of zo u zeggen wilt, inwijdingsmomenten van mijn normale wereld verwijderd zijn, alleen dan kan benaderen en bereiken, wanneer ik ook de tussenliggende stadia, dus de andere sferen en de daarin bestaande voertuigen voor mijzelf realiseer.

Een mens, die in enorme spanning en nood leeft, kan op een gegeven ogenblik komen tot een verwerpen van haat of absolute aanvaarding van liefde t.a.v. God, geest e.d. Wanneer de absolute topstand bereikt is, wordt de vorm verloren. Iemand die een voldoende innerlijk besef heeft, kan in deze toestand de wereld van kleuren bereiken. Op het ogenblik dat de mens in een zelfvergetelheid harmonisch kan zijn met zijn wereld bereikt hij de sfeer van het witte licht. Op het ogenblik dat een mens door een bepaalde bestreving in vorm en betekenis wordt gedreven, of zich daarmee bezighoudt, is zijn hoogste uitingsmogelijkheid de vormkennende sfeer, u beter bekend als de verschillende fasen van zomerland. Op het ogenblik dat geen innerlijke waarden, maar alleen uiterlijke waarden uw interesse hebben, bent u wel in staat astraal actief te zijn. U kunt daarnaast vaak manipuleren met uw levenslichaam. Verder dan dit strekken uw mogelijkheden niet.

En dan de grote vraag. Moet ik de sfeer bepalen? Antwoord: Neen. De sfeer is voor mij altijd de hoogste. Ook wanneer ik hogere heb gekend, het besef is op dit moment voor mij niet toegankelijk. Denkende vanuit de stof is het dus niet belangrijk de sfeer te bepalen, wel om de verschijnselen daarvan, zoals ze zich aan je voordoen, zo goed mogelijk te constateren.

Dan zeggen wij: Het witte licht of het verblindende licht, absoluut gevoel van ontspannenheid, onpersoonlijkheid, vaak gepaard gaand met een intens maar kort gevoel van vreugde. Kracht en vermogen tot bv. genezen. Niet uitgedrukt in kenvermogen, maar in direct aanvoelen en instinctief juist reageren. Is zoiets aanwezig, dan weet u: Ik heb het witte licht bereikt of ben daarin actief. Stel u in op dat witte licht en u kunt een groot gedeelte van de krachten daaruit ontvangen. U zult ook daardoor bepaalde waarden stoffelijk beseffen. Ze zijn altijd onvolledig en onjuist, maar ze kunnen u toch verder helpen.

Hebben wij te maken met de wereld van kleuren, dan moet u er rekening mee houden, dat de mens dan vaak symbolen ziet. Je hanteert symbolen, symbolische voorstellingen, daarbij is kleur vaak erg belangrijk. In een dergelijke periode heb je de neiging de dingen of de mensen een kleur toe te kennen. Is dit het geval, dan leeft men in een wereld waarin de Heren van Stralen b.v. bijzonder belangrijk zijn. Afstemming op een straal, onverschillig of je daartoe behoort of niet, kan betekenen dat geestelijk alle krachten en mogelijkheden van die straal in het ik worden geprojecteerd. Magisch vermogen neemt sterk toe, daarnaast vaak een bijzonder scherp waarnemen, constateren, dus een bijzonder snel reageren.

Hebt u in uzelf het gevoel van voortdurend contact met bepaalde omschreven anderen – of dit nu meesters zijn of doodgewoon dierbare overgeganen of geestelijke praatjesmakers – dan moet u aannemen dat uw geestelijk niveau ligt ergens in het zomerlandbereik. In de vormkennende sferen. Dit betekent dat u alleen in uzelf, door het visualiseren van waarden in vorm verder kunt komen. Gebruik innerlijk vergelijkingen. Dat betekent daarnaast dat u door concentratie op vorm en voorstelling zeer sterk in staat zult zijn om:

  1. Geestelijk de zaak a.h.w. te stimuleren.
  2. Om deze voorstellingen waar te maken, mits u daarbij uw eigen inspanning ook stoffelijk niet schuwt.

En dan hebben wij ook nog de astrale wereld. En dat is heel eenvoudig gezegd. Op het ogenblik dat u het gevoel hebt dat u soms vliegt, soms monsters rond u kent en soms alleen maar een reeks van droge formules, wordt, terwijl u altijd daarbij weer de behoefte hebt om uit uzelf te gaan ofwel uzelf aangevallen voelt door anderen en u zich genoopt voelt uzelf voortdurend te verdedigen dan moogt u aannemen dat uw eigen afstemming op astraal terrein ligt. Uw geestelijke voertuigen, het ik, is dus in die astrale wereld het meest actief. Dat betekent dat u astrale vormen kunt scheppen en redigeren. Het betekent daarnaast dat u een zekere heerschappij over de astrale wereld hebt en het betekent heel vaak ook een zekere zeggenschap over natuurkrachten. Gebruikmaken van de mogelijkheden betekent, bewuster leven. Bewuster leven betekent voorkomen dat een herhaling van invloeden tot een herhaling van gebeurtenissen wordt.

De situatie, waarin de mens verkeert, is niet altijd even plezierig, dat weet ik net zo goed als u. Maar de situatie, waarin je verkeert, is de weerkaatsing van je eigen wezen. Dat eigen wezen heeft een persoonlijk ritme. Dat persoonlijke ritme bepaalt de herhaling. De herhaalbaarheid ook. De wereld daarbuiten verandert in een soms gelijk, in een soms ander tempo. U dient zich dan aan te passen aan het tempo van uw wereld, wilt u naar buiten toe iets bereiken. Wilt u innerlijk wat bereiken, dan moet u uw oordeel en waardering van die wereld terzijde stellen en uw innerlijke waarheid vorm en gestalte geven.

Op deze manier kun je herhalingen inderdaad gebruiken als treden van inwijding. Door besef van de ritmen en herhalingen die over het geheel bestaan, heb je verder de mogelijkheid ook stoffelijk te zien wat het meest juist is, terwijl je daarnaast – en dat is heel belangrijk – de juiste geestelijke krachten kunt inzetten waardoor je eigen waarschijnlijkheid van slagen in de materie aanmerkelijk toeneemt.

De gastspreker

Praten over esoterie en magie. Heel veel mensen zitten met esoterie in hun maag, omdat ze niet weten wat esoterie is. En ze proberen dan op een magische wijze het bestaan van de esoterie te bezweren.

Ik zou erop kunnen zweren dat er veel mensen zijn die op deze wijze esoterische anti‑esoterie proberen te verkondigen.

Maar wanneer wij de feiten nagaan, dan komen wij tot een vreemde conclusie. Esoterie is niet alleen innerlijke beschouwing, maar is de beschouwing door jezelf van het Al. Per slot van rekening gebruikt men radarspiegels om in onvoorstelbare verten radiobronnen op te sporen. Maar wij zijn radar. De mens, de geest heeft een ingebouwd vermogen om de oneindigheid te weerspiegelen. Maar daarvoor moet hij wel eerst de ruis en de storing van de omgeving proberen af te sluiten. Wanneer wij innerlijk proberen tot onszelf in te keren en wij blijven daarbij stilstaan, dan zijn wij een grote machine, perfect in orde, perfect afgestemd, maar zonder energie, zonder kracht, zonder betekenis.

Wij zijn voor onszelf een venster op de oneindigheid. En als je de oneindigheid ziet dan heb je de tijd om na te denken over de mogelijkheden die die oneindigheid biedt in elk verschijnsel. D.w.z. wanneer ik vanuit mijzelf de oneindigheid zie en deze krachten vervolgens a.h.w. extrapoleer in overeenstemming met mijn wensen en omstandigheden, dan heb ik niets anders gedaan dan een magische kracht geschapen, die mijn wensen en al wat erbij hoort eenvoudig bevestigt en grotendeels waarmaakt.

Het lijkt altijd zo ontzettend moeilijk om esoterisch te zijn. Sommige mensen zetten zich neer in een diepgeconcentreerde houding en steunen en blazen en ademen of ze bezig zijn op een andere plaats met een totaal andere bestemming en een heel andere, maar ook noodzakelijke bezigheid. Ik geloof niet, dat dat nodig is. Esoterie: is geen inspanning, het is ontspanning. Het betekent eenvoudig je laten drijven op de onbelangrijkheid van het gebeuren en je dan te concentreren op datgene wat in jezelf is. Het is geen dutje doen, maar het komt er vaak dichtbij. En dan in jezelf registreren. Want al wat je waarneemt krijgt pas zin, wanneer je het in jezelf vastlegt. De beleving moet geformuleerd worden. De formulering mag rustig onzin zijn.

Als u de eeuwigheid ziet, dan mag u mijnentwege daaruit distilleren: hotsie, knotsie, ouwe trouwe merrie. Dat maakt nl. niets uit, wanneer voor u die klanken een betekenis hebben. Een emotionele, een zinvolle betekenis.

En wat blijkt nu? Op het ogenblik dat wij een dergelijke op zichzelf misschien zinloze formule gevonden hebben; als perfecte uitdrukking van onze beleving door ons eigen ik, verder naar het oneindige, naar het grote, dan hebben wij een soort toverformule gevonden. Sommige mensen hebben van die ideeën dat toveren – behalve wanneer het door een goochelaar gebeurt – allerlei ingewikkelde spreuken vereist.

Maar een ingewikkelde spreuk is niets anders dan iets waar je je op concentreert. En al die tongbrekers, die worden geïntroduceerd als noodzakelijk om een magische verrichting te doen slagen, zijn m.i. eerder bestemd om voor het niet slagen van het magische recept een verontschuldiging te geven.

Ik stel nu heel eenvoudig het volgende: Ontspan, vraag je niet af wie je bent of wat je bent, maar vraag je af: Wat is in mij? Als je dan de vlooienmarkt uitgesorteerd hebt, blijven er bepaalde dingen waar je geen raad mee weet. Dan zeg je: Hoe komen die hier nu terecht? Neem deze dingen en bezie ze. Ze zijn de oneindigheid, symbolen van een werkelijkheid, groter dan je zelf bent. En als je je daarmee bezighoudt, dan ontstaat een wazig beeld, een reeks van gedachten die niet helemaal sluiten. En probeer dan u voor jezelf te zeggen: Wat zou ik moeten doen om dit weer te geven? Je vindt dan zoiets als een persoonlijk abracadabra, een persoonlijk machtswoord.

Vergeet dan heel rustig de rest, maar onthoudt het woord. Het is de sleutel voor uw contact met het andere, zo het in u aanwezig is. Gebruik deze uitdrukking rustig wanneer u iets bijzonder graag wilt doorzetten. U zult dan onmiddellijk in uw gedachten voelen wat wel en wat niet kan. En wat meer is, u zult uzelf zodanig afstemmen op de omgeving en alle krachten die daarin aanwezig zijn, dat daarmede het magische proces van verwezenlijking begint.

Een mens moet geloven. Er zijn mensen die zeggen: Je moet in God geloven. Ik voor mij geloof ook. Ik geloof dat de mens eerst in zichzelf moet geloven. Zolang ik niet geloof in mijzelf, in mijn betekenis, mijn zinvolheid en mijn mogelijkheden, heeft het geloof in een God, in allerlei mechanismen, die mij bestemmen, absoluut geen zin. Maar wanneer ik geloof in mijzelf, dan geloof ik in de zinvolheid, de betekenis van alles wat er in mij bestaat: Ik aanvaard mijn eigen wezen en mijn werkelijkheid, omdat zij – al begrijp ik niet hoe – ergens in een geheel past. Ik kan dus alle delen van het geheel die in mij werkzaam zijn, dan ook aanvaarden.

Het is een soort geloof. Dat geef ik graag toe. Maar per slot van rekening: hoeveel mensen geloven er niet iets? Waarom zouden wij dan niet geloven in de zinrijkheid van onszelf? Die is zeker meer waarschijnlijk dan al die andere dingen, waaraan je wel gelooft. Geloof in jezelf, de betekenis in jezelf. Stel je betekenis niet afhankelijk van je wereld, maar stel je wereld afhankelijk van je eigen betekenis. Draai de zaak eens om. Zeg niet: Men zal uitmaken wat ik waard ben. Maar zeg: Ik zal uitmaken wat ik voor anderen waard ben. Zeker, verwaandheid komt daarbij te pas, ijdelheid en zelfbedrog.

Maar dat hindert niet. Wanneer ik mijzelf eenmaal aanvaard heb, dan kan ik pas werkelijk aanvaarden wat ik in mijzelf zie.

Wanneer u in uzelf doordringt dan gaat u op zoek naar al hetgeen ze u hebben gezegd dat er te vinden is. “Waar zit mijn heilige graal?” En terwijl u zoekt, loop je vast op een zenuwknoop en je wordt met hoofdpijn wakker. Daar heb je niets aan. “Ik moet in mijzelf de 77 trapjes bestijgen en daar zal de waarheid geopenbaard worden”. Wat heb je eraan? Ik heb de waarheid in mij. Ik behoef er niet naar toe te gaan. Wanneer ik mij openstel, dan komt de oneindigheid op mij af. Ze openbaart zich aan mij. En of ik daar nu woorden voor heb of niet, dat doet er niet toe. Wanneer er maar een sleutelbegrip is, waarmee ik werken kan.

Soms is het sleutelbegrip een daad, soms een woord, een ander fluit het misschien of zingt het. Het maakt niets uit. Want de afstemming, de harmonische afstemming, die in mij toch altijd met die oneindigheid bestaat – anders zou ze niet zo in mij geopenbaard zijn – zet ik om in een invloed in mijn wereld. En wanneer mijn wereld die invloed ervaart, zal mijn wereld moeten reageren. En indien de waarheid, die ik hanteer en die in mij leeft, voldoende duidelijk weergeeft, heb ik een hoger en daarmee overheersend patroon opgelegd aan het gebeuren in de wereld rond mij.

De esotericus zou ik ook nog een paar raadgevingen willen geven.

  1. In de eerste plaats: Geloof eerlijk en oprecht in de betekenis die je hebt en lach om de stommiteiten die je desondanks uithaalt. Wanneer je denkt dat je ze niet uithaalt, lach om jezelf dat je zo stom bent, dat je je eigen stommiteiten niet eens erkent.
  2. Geloof niet dat er bijzondere relaties bestaan tussen magie en geest en tussen esoterie en godserkenning. Het is allemaal één pot nat. Iemand die uit de erwtensoep hele erwten wil vissen, krijgt te weinig te eten. Iemand die uit de esoterie alleen de brokjes godsbesef wil halen zonder die te gebruiken, is iemand die de geestelijke hongerdood sterft door zijn te hoog gestemd zijn t.a.v. zijn mogelijkheden. Gebruik het geheel dat tot u komt. Laat uw dromen u niet domineren, maar vraag u af in hoeverre ze juist en betekenisvol zijn. En indien het waar is, stel uw radar in werking, gebruik uw machtswoord en maak het waar.

Wanneer je nog een stap verdergaat zeg je: Goed, ik heb een geestelijke radar. Ik kan de oneindigheid ergens opvangen en ik kan uit de vlooienmarkt van mijn gedachten delen van oneindigheid wel degelijk vinden, maar wanneer ik er nu meer heb, wat doe ik er mee?

Er zijn mensen die zeggen: Ik draag in mijzelf drie waarheden, de één is voor op de dag, de ander voor zondag en de derde is voor bijzondere nachten. Dat is natuurlijk kolder. Ik kan maar één waarheid hebben. Als ik verschillende denkbeelden heb, die onverenigbaar lijken, dan moeten ze toch met elkaar verbonden zijn. Er moet een eenheid zijn. Dus gebruik ze, hoe onredelijk of onlogisch ook, als eenheid. Zodra je alle in jezelf, niet tot jezelf te herleiden waarden, als één eenheid behandelt, zonder te letten op logica en menselijke samenhangen, krijg je de hogere rede, de hogere logica in het oog, die moet bestaan.

Wanneer je vijf dingen naast elkaar ziet staan en je denkt dat ze niet bij elkaar horen, dan zal je ze elk afzonderlijk willen waarderen. Als je begrijpt, dat ze één geheel vormen, wordt de betekenis een geheel andere. Knutsel rustig eens met uw geestelijke meccano, voeg de meest onwaarschijnlijke in u bestaande denkbeelden samen en laat die dan eens in u werken om daar nog een gedachte bij te krijgen. U krijgt dan over het algemeen weer een onredelijke spreuk of samenvatting.

Er zijn mensen die denken dat je altijd reëel, redelijk en logisch moet zijn. Ook esoterisch denkende mensen. Ik heb medelijden met ze. Want in de esoterie is de werkelijke bereiking iets volkomen onlogisch. Wat méér is, de mogelijkheid esoterisch iets te bereiken is – gezien vanuit menselijk standpunt – onredelijk. Wanneer je iets dat in zichzelf onredelijk schijnt te zijn op een redelijke wijze benadert, dan krijg je van alles, behalve iets dat aanvaardbaar is.

In de esoterie bestaat geen rede, geen logica. Soms vinden wij samenhangen die wij logisch en redelijk kunnen weergeven, maar dit is niet het werkelijke wezen. Zolang wij het menselijk criterium van waarschijnlijkheid enz. aanleggen aan onze innerlijke wereld, zetten wij er schrikdraad omheen, zodat wij als stomme koeien voortdurend wegschrikken van het haverveldje, waar wij zo graag een maaltijd zouden nemen.

Wanneer wij met onze gevoelens en gedachten buiten die grens van het waarschijnlijke gaan, dan gaan wij ook buiten de grens van het stoffelijk beperkte.

De esotericus, die zover komt dat zijn innerlijke beleving voor hem een absoluut eigen en persoonlijke waarheid is, zal daaruit dus ook zijn eigen wezen, zoals dat volgens de stof onredelijk maar in werkelijkheid bestaat, kunnen accepteren.

Weet u, de grote moeilijkheid is altijd dat de mensen zo Victoriaans denken wanneer het gaat om hun ontmoetingen met God. U weet dat Victoriaans denken betekent, dat een vrouw geen onderstel heeft, alleen rokken. Op dezelfde manier zegt men: Er is het hoog geestelijke en daar hoort verder niets bij. Maar dan kun je toch niets bereiken? Je kunt pas wat bereiken wanneer je de samenhang van alle dingen begrijpt en accepteert. Ook wanneer ze schijnbaar niet past in de stoffelijke rede en logica.

De weg naar de oneindigheid is gebouwd uit tijd. Menig mens heeft in vele tijden bestaan. Zolang hij zich bindt aan de wetten van zijn tijd, zal hij de werkelijkheid omtrent zijn bestaan in vele tijden nooit kennen. Maar op het ogenblik dat hij de tijd a.h.w. overschrijdt, de beperktheid, dan zal het geheel van zijn bestaan in hem spreken. En niet meer één stukje. En dan zal hij kunnen putten uit het reservoir van mogelijkheden en kennis van alle bestaansvormen en niet slechts uit hetgeen hij hier op de kleuterschool of via verschillende diploma’s officieel zou moeten weten. Er zijn heel veel punten die magie of esoterie genoemd worden en pas zin krijgen wanneer wij ze ontdoen van de redelijke opzet. Wanneer wij ze ontdoen van de redelijke opzet zijn ze niet meer communicabel. Wij kunnen ze niet meer overdragen zoals ze in ons bestaan.

Dit betekent dat elke werkelijk esoterische beleving en ervaring een persoonlijke is, die wij niet met anderen kunnen delen. Het betekent dat daardoor in ons een kracht ontstaat, die wij wel met anderen kunnen delen. En dit is het belangrijke punt: Wij kunnen door te beseffen en te aanvaarden dat de in ons bestaande bewustzijnswaarden uniek en onredelijk zijn, komen tot een innerlijk verwerken van krachten, die wij voor anderen – en ook wel eens voor onszelf – kunnen gebruiken.

Nu zou ik eigenlijk aan de recepten moeten beginnen. Goede magie is een cocktail van hoog esoterisch besef, onredelijke onverschilligheid voor de rede en menselijke nuchterheid in het wensen van resultaten. Ik behoef mij niet in te stellen en te bezweren, indien ik in mijzelf de verbondenheid besef. Een enkel woord, een enkele gedachte, een enkel symbool of alleen reeds de erkenning is voldoende.

Wanneer ik weet wat ik wil, besef dat de kracht in en rond mij is, waardoor het gewilde waar kan worden en daarbij – en dat is een belangrijke factor – niet de vrijheid van anderen tracht te beperken, want dat slaat altijd op mijzelf terug, kan ik alle dingen zonder meer waarmaken.

U kunt dus zeggen: Ik wil een auto hebben. Laat het beeld ontstaan, dan komt die auto er. Wanneer ik probeer om de eeuwigheid te beleven, dan weet ik dat ik daarvoor niet groot genoeg ben. Maar de eeuwigheid omvat zoveel dingen. Indien ik weet, wat ik uit die eeuwigheid wil beleven, dan kan ik in het besef dat die eeuwigheid bestaat, datgene wat ik wil beleven wel degelijk waarmaken. Alleen zal ik afhankelijk zijn van een tijdseffect dat ik zelf niet kan bepalen.

Het recept is gemakkelijk genoeg. Ik heb mij iets voorgesteld. Ik weet niet of die voorstelling nu juist is. Onthoud dat goed. Maar ik weet wel dat zij mogelijk is en dat ze in een eeuwigheid moet bestaat. Dan omschrijf ik de situatie, maar ik denk aan de eeuwigheid. Hierdoor heb ik uit de eeuwigheid alle factoren, die dit waar kunnen maken, dichter bij mij gebracht. En nu zeg ik niet: Waar blijft het of hoe komt het? Ik zeg rustig: Ik ga over tot de orde van de dag, want een actie, die ik op deze wijze begonnen ben, moet ik niet meer controleren voor er resultaten komen. Ik weet niet hoe eeuwigheid in menselijke tijd kan worden uitgedrukt. Wanneer ik denk een jaar, kan het vijf jaar zijn. Wanneer ik denk een jaar, kan het ook een dag zijn. Dat weet ik niet.

Dientengevolge moet ik volstaan met datgene, wat ik aan het werk heb gezet en luister goed: Niet herhalen wat ik gedaan heb. Ik kan het aanvullen, ik kan het veranderen, maar ik mag niet precies hetzelfde nemen. Indien ik dit nl. doe, krijg ik een verschuiving waardoor in de tijd, dat je nu op aarde leeft, absoluut niet meer mogelijk is.

Nu nog een paar recepten voor esoterici: Neem een dubbele gin, gooi daarbij twee whisky, enige druppels angostura, maar dan geestelijk. Let op.

Wat is in esoterie het belangrijkste? De beleving. Neem dus tweemaal zoveel energie voor de beleving als voor iets anders. Wat ik nodig heb, is verder een denkbeeld om aan die beleving te komen. Neem dus een denkbeeld dat je voldoende eigen is, iets wat je kent. Niet iets wat je eerst moet gaan construeren. Ga vandaar uit de beleving zoeken. En omdat je daar een druppeltje angostura bij nodig hebt, een klein beetje van uw eigen materiële bestaan, uw probleempjes, uw wensjes en zorgjes, moet u ook maar aan dat denkbeeld vastknopen. Want nu maakt u uw eigen ik a.h.w. in een hogere wereld open. U laat alle dingen tot u komen en omdat ze met het heden in verband staan, zullen ze ook gedachten en belevingen geven. Emoties die voor het heden passen. En als je dat goed doet, dan word je een gelukkig en evenwichtig mens en dan zorgen de anderen wel voor het citroenschilletje. Die kijken dan meestal zuur, omdat het je te goed gaat.

Nog een ander recept voor esoterici: Wanneer u praat over esoterie, praat kort en denk lang. Want hoe langer u praat, hoe minder u weet wat u moet denken.

Nu nog een heel eenvoudige, maar heel belangrijke: Wanneer je zaait, dan moet je wachten tot de bloem opkomt. Wanneer je in jezelf gezaaid hebt moet je wachten tot de dingen rijpen. Leg de problemen in jezelf neer, overweeg ze, omschrijf ze en wacht tot ze rijpen. En wees dan niet verbaasd, dat je dacht een viool  gezaaid te hebben en er een zonnebloem uitkomt, want dat is best mogelijk. Het omgekeerde ook. Tracht niet te bepalen wat ontstaan zal, maar bepaal slechts de impuls aan de hand waarvan in jezelf de processen van het oneindige, van persoonlijkheid, van omringende krachten tezamen zullen komen, tot er een antwoord uit voortvloeit.

Nu nog een recept voor gewone mensen: Hoe minder je praat over anderen, hoe meer tijd je overhoudt om jezelf te beletten stommiteiten uit te halen, zoals je die anderen voortdurend placht te verwijten.

En daarmede ben ik aan het einde van wat ik een esoterische beschouwing noem.

Als voor geestelijke hoofdpijn een aspirientje kan helpen, dan kan vaak een klein beetje materiële activiteit helpen om heel veel geestelijke verwarring in orde te brengen.

Een esotericus is over het algemeen iemand die door de woorden de waarheid niet ziet.

Een ingewijde is iemand die uit de waarheid de woorden vindt. Een bewuste is iemand die beseft wat hij zegt.

Graden van inwijding ontstaan uit de graden van onbesef t.a.v. de totale eenheid bij degenen die zich die graden toekennen.

Degenen die menen dat het heelal berekenbaar moet zijn, rekenen met en op alles en ieder, maar kunnen op zichzelf meestal niet rekenen.

Wanneer je eerlijk zoekt naar de waarheid, dan is al wat een ander daarover kan zeggen slechts de begeleiding voor de solo die je zelf moet zingen. Schrik niet van je stem.