6 juni 1980
Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, dus denk zelf na over alles wat ter sprake komt. Ons onderwerp draagt als titel: Herkenning en aanvaarding
Waarschijnlijk vraagt u zich nu af, waar het eigenlijk over gaat. Nu, eigenlijk over woordjes met een betekenis zoals “als”. U kent de situatie zelf waarschijnlijk even goed als ik: Je zit in de puree en reageert dan: wanneer alles anders was gegaan of wanneer die en die anders had gereageerd, zou ik er nu niet in zitten. Er is wel enigszins sprake van een erkenning van de situatie, maar door die benadering komen wij niet tot een aanvaarding daarvan als feit. De betekenis van de titel komt op het volgende neer: Er bestaan in het leven nogal wat dingen, waartoe ik wel gedwongen word, maar die ik toch allesbehalve leuk vind. Kan ik dit dan ook aanvaarden? Kan ik uitgaan van de feiten of blijf ik uitgaan van een droomwereld.
Ook wanneer het gaat om het kennen van jezelf kom je voor een dergelijke situatie te staan. Je weet innerlijk heus wel, welke fouten je hebt en welke stommiteiten je uithaalt. Je erkent dus wel degelijk dat je niet volmaakt bent en wilt toch naar een volmaaktheid streven. Daardoor kun je jezelf niet aanvaarden, zoals je toch weet te zijn. Je doet net alsof alles toch een beetje anders ligt dan je erkent, daardoor kom je dan in moeilijkheden.
Er zijn zoveel van dergelijke dingen in het leven steeds weer kenbaar. Laat mij proberen het effect in de termen van bepaalde systemen te brengen, dan wordt mijn bedoeling u mogelijk duidelijker.
Wanneer je kijkt naar de maçonnerie, dan zegt men dat een goed maçon is als een wel behouwen steen. Mogelijk liggen daardoor de vrijmetselaars anderen vaak nogal zwaar op de maag, zoals zij al eeuwen Rome nogal zwaar op de maag hebben gelegen. Vraag je af of je dan werkelijk een wel behouwen steen bent, zo moet je wel toegeven dit niet te zijn. Want je bent nu eetmaal niet volmaakt. Maar, zo vervolgt men, toch is het mogelijk die perfectie te bereiken. Hoe weet u dat? Misschien dat juist iemand die streeft naar de perfectie zoals hij zich deze voorstelt, geconfronteerd wordt met het feit dat er ergens een breuklijn in de steen loopt waardoor alle werk waardeloos wordt wanneer hij eindelijk het kritieke punt benadert. Zoiets komt nogal eens voor, dus moet je leren allereerst uit te gaan van hetgeen je bent en zal je ook bewust moeten aanvaarden wat je bent. Eerst indien men aanvaardt wat als feit omtrent eigen ik kenbaar is, zal men uiteindelijk op een punt komen waarbij ook ondanks die fout in de steen een aanpassing en verdere opbouw met goed gevolg mogelijk is. Want een dergelijke opbouw is alleen maar mogelijk indien zij gebaseerd is op feiten en niet slechts op theorieën of verlangens.
U zult zeggen dat u zich dit nog wel voor kunt stellen bij de maçons, maar hoe zit het dan bv. wanneer men werkt volgens het rozenkruisersysteem? Want die mensen zitten toch ook voortdurend zichzelf te erkennen? Dit laatste is een feit. Soms doen zij het zelfs met een kaars en een spiegel in een donker hoekje, kijkend naar zichzelf en zich volgens de regels afvragende: “wie ben ik”
Maar het wonderlijke is dan steeds weer, dat die mensen iets anders willen zien dan zij zijn. Zij willen een geestelijke waardigheid bezitten. Op zich is daar geen bezwaar tegen, want indien er iets is in deze dagen, zo is het toch wel bewustwording. Of die dan over het milieu gaat of over geestelijke waarden doet minder ter zake. Indien men zijn boodschap maar uit kan dragen. Zelfs de paus heeft zich ontwikkeld tot een uitstekende handelsreiziger in onfeilbaarheid, dus wat dat betreft is er op aarde meer dan genoeg aan de hand.
Wat wij nodig hebben, is juist de erkenning. Niet alleen van hetgeen er achter mijn streven dient te liggen, maar eerst eens van hetgeen ik ben. Wat zijn mijn werkelijke kwaliteiten, wat zijn mijn uiterlijkheden, wat is mijn leven, karakter, innerlijk, drijfveren, dit in een eerlijk erkennen en niet in bv. een schitterende psychische analyse, want daar komen wij ook niet veel verder mee. Wij moeten gewoon aanvaarden dat wij zijn zoals wij zijn. Eerst op het ogenblik dat dit aanvaarden bestaat op grond van een reële erkenning van feiten is een ontwikkeling mogelijk.
Indien u dit neemt als uitgangspunt voor ons onderwerp zullen wij over de rest daarvan iets gemakkelijker kunnen spreken. Want was is erkenning eigenlijk? Erkenning wil zeggen dat je de feiten ziet. Het is dus niet noodzakelijkerwijze ook een herkenning. Want wanneer die “h” erbij komt, betekent dit dat het er al eens voor ons geweest moet zijn. En wanneer u iets herkent is het mogelijk in uw bestaan belangrijk geweest, maar de werkelijkheid ten aanzien van de belangrijkheid weet u zelfs dan nog niet. Daarom spreken wij ook niet over een terugvinden van dingen, maar simpelweg over het constateren van dingen. Wanneer ik iets constateer, betekent dit echter ook, dat ik het met alle daaraan eventueel verbonden consequenties moet aannemen.
Neem politiek bv. Men zit op het ogenblik wel met enorme moeilijkheden doordat bijna overal de staat veel meer uitgeeft dan er in de schatkist kan komen. Men zal dan waarschijnlijk steeds weer de belastingen verhogen. Maar dat gaat ook maar tot een bepaald punt goed. Want men zal ontdekken dat wanneer de lasten een bepaald peil te boven gaan, de ontduiking en onttrekking enorm toenemen en de arbeidslust gelijktijdig scherp daalt. De lust meer dan noodzakelijk te werken, blijft dan alleen nog maar bestaan wanneer men werkjes verricht, die niet geregistreerd worden en dus buiten de belastingen blijven. De politici zijn echter geneigd te roepen dat je toch moet behouden wat je hebt, wat je bereikt hebt. Maar dit is een onjuist standpunt. Allereerst zullen zij moeten erkennen dat de structuur, zoals deze nu bestaat, in feite onaanvaardbaar is. Zij zullen moeten erkennen dat hun bereikingen een te grote last betekenen ten aanzien van het werkelijke inkomen dat het volk als geheel opbrengt.
Vaak besluit men dan maar, werkloosheid op te lossen door meer ambtenaren aan te stellen. Want, zo zegt men, een ambtenaar heeft toch ook een inkomen. Zeker, dat heeft hij ook en dit inkomen wordt ook belast, soms zelfs heel zwaar. Maar kennelijk denken zij over één ding niet na: die ambtenaar wordt betaald door datgene wat de staat kan halen van degenen die iets doen, waardoor men van buiten de gemeenschap inkomsten kan verkrijgen. Het werkelijke inkomen van een volk en zijn werkelijke bestedingen zijn uiteindelijk een kwestie van in- en export. Je moet het geheel liever eens zien in de termen van ruilhandel en niet alleen in de temen van circulerend geld. Wanneer de ruilhandel te zeer wordt belast door niet renderende zaken die men eruit moet opbrengen, wordt zij onmogelijk.
Indien je dit als politicus al erkent – zo zal men vaak reageren: maar dat kan je toch niet toegeven. Want je kunt nu eenmaal als politicus niet zo gemakkelijk toegeven dat iets niet klopt. Dat is een van de voornaamste redenen waarom de heer van Agt niet met de Kamer spreekt. Dan verliest hij bijna zijn glimlach. Uiteindelijk is het misschien alleen maar mogelijk de man nog achter de regeringstafel te krijgen door daar voor hem een hometrainer te installeren zodat hij ook daar zich met een zaak bezig kan houden die hij wel geheel au serieux schijnt te nemen.
Wanneer wij erkennen dat de verhoudingen onjuist zijn geworden, dan moeten wij mede aanvaarden dat er een situatie is ontstaan, waaraan wij ook iets moeten doen. Wij kunnen bij een aanvaarding op geen enkele wijze meer de consequenties ontlopen van hetgeen wij erkennen. En wanneer wij trachten de erkenning weg te schuiven, maken wij het voor onszelf alleen maar steeds moeilijker alles wat wij rond ons zien te verwerken en te aanvaarden. Wanneer wij weigeren hetgeen wij erkennen te aanvaarden, zullen wij op de duur niet eens meer alles kunnen begrijpen wat er rond ons gebeurt.
Neem als voorbeeld hiervoor eens die onlusten in Amsterdam. Enige tijd geleden hebben groepen mensen het kroningsfeest gevierd als omgekeerde stratenmakers. Die rellen zaten erin, waarom? Omdat het gezag in Nederland geen wezenlijk gezag meer betekent. Maar te erkennen dat het gezag geen werkelijk gezag meer is, maar eerder iets wat ter discussie staat – zoals dit dan deftig wordt genoemd – betekent, ook toegeven dat je hebt gefaald als gezaghebber of gezagsdrager, als vertegenwoordiger van een volk. En dat erkennen betekent dat je jezelf als een niet juist functionerend deel van de gemeenschap moet omschrijven. Dit nu wenst men in een dergelijke machtspositie natuurlijk niet te aanvaarden. Dus gaat men verder zoeken en laat alles voorlopig verdergaan zoals het altijd gedaan heeft, in de hoop, dat het toeval te hulp zal komen. En dit laatste is onmogelijk, want toeval bestaat niet echt. Er is alleen maar een rechtlijnige ontwikkeling die tijdelijk door besluiten een afwijking ter ener of ter andere zijde kan vertonen. Men had dit lang tevoren al kunnen zien aankomen, want er zijn overal groepen te vinden, die het kennelijk niet meer eens zijn met het gezag. En waarom zijn zij het niet eens met het gezag? Kennelijk omdat volgens hen dit gezag niet te vertrouwen is.
Mogelijk is dit alleen het geval in de ogen van de mensen. Maar een gezag zonder geweld is juist gebaseerd op de aanvaarding door de menigte van de rechtschapenheid van haar gekozen of anderszins boven haar gestelde vertegenwoordigers. Waar dit vertrouwen wegvalt, is er geen gezag meer en kan alleen nog op geweld gebaseerde macht een rol spelen. Degenen, die dit gezag meenden te bezitten, kunnen dan roepen dat zij toch werkelijk alles gedaan hebben om het voor anderen goed te maken en alles geprobeerd hebben om alles glad te doen verlopen. Dat heeft men trouwens na de rellen ook gezegd: wij hebben toch werkelijk alles gedaan om het binnen de perken te houden. Nu ja, goed, er zijn dan ook geheel nieuwe perken ontstaan, midden in de straten zelfs.
Maar er is dus geen vaste regel. Dat is wel duidelijk. Als er geen vaste regels meer bestaan zal niemand meer weten waaraan hij zich te houden heeft. Wanneer niemand meer weet, waar hij zich aan te houden heeft, zal hij voortaan uitgaan van zijn eigen verlangens. Wanneer hij uitgaat van zijn eigen verlangens en daarin niet onmiddellijk en streng geremd wordt, zal hij voortaan zijn eigen verlangens beschouwen als deel van zijn persoonlijkheid en dus als deel van zijn “rechten”.
Dat was de situatie in Amsterdam en is in feite de toestand nog steeds in uw land. Mogelijk zegt u: Zeker, maar hoe wilt u dit nu door een aanvaarding van de feiten veranderen? Wanneer je aanvaardt dat de feiten zo liggen als gesteld en niet alleen maar de verschijnselen beziet en erop reageert zonder daaruit voor jezelf consequenties te trekken, blijkt dat je als gezagsdrager of vertegenwoordiger van een volk maar één ding te doen staat: Of het je nu populair maakt of niet, je zult het gezag moeten herstellen op een zodanige wijze, dat men door zijn eigen consequent optreden ook het vertrouwen van de meeste mensen weer kan herwinnen. Wanneer er eenmaal vertrouwen is, terecht of ten onrechte, blijkt dit voor de samenhang van de gemeenschap van het hoogste belang te zijn.
Kijk wat dit betreft maar eens naar de wijze, waarop een groot deel van het Nederlandse volk ook nu nog spreekt over “koningin Juliana” omdat het woord prinses hen kennelijk de bek nog niet uit wil. Dat komt, omdat dit iemand is in wie zij vertrouwen hebben. De liefde is hierbij in feite secundair. Maar zowel liefde als vertrouwen zijn een antwoord op een uitstraling. Het allereerste noodzakelijke voor iemand die een volk leiding moet geven, is en blijft echter wel een bijna absoluut vertrouwen verwerven.
U kunt zeggen dat de menigte dit ook aan de verkeerde mensen kan geven. Zeker. Hitler genoot bij zijn volk ook dit vertrouwen. Het volk vertrouwde Hitler deels om zijn uitstraling, deels ook omdat hij altijd scheen te doen wat hij zei of beloofde. Voor de meeste mensen betekende deze mens, dat zij eindelijk weer wisten waar zij aan toe waren, dat zij eindelijk weer houvast kregen. Iets, wat de democratische politici na de eerste wereldoorlog dus kennelijk aan hun volk niet hadden kunnen geven.
Men dient echter ook te beseffen dat, wanneer een vertrouwen en daarmee een gezag eenmaal is aangetast, dit niet meer te herstellen is in de oude vorm. Dan moet je zoeken naar een nieuwe vorm van gezag. Wat die nieuwe vorm dan in uw land zou moeten inhouden? Ik denk dat je zou moeten beginnen met een gehele reeks van regels eenvoudig af te schaffen. In de tweede plaats betekent het zeker ook, dat je de blijvende regels, zeker ook wanneer zij de openbare orde en democratische besluiten betreffen, veel strikter gaat toepassen. Dus niet zegt dat er iets is geweest en dat men dus nu moet gaan optreden, maar eerlijk zegt dat men bij elke neiging tot een reageren op een wijze die afwijkt van de door ieder erkende openbare orde onmiddellijk en zonder pardon op zal treden.
O, gemakkelijk praten natuurlijk. Want erkennen van een situatie is zo moeilijk niet. Maar het aanvaarden van de situatie als een concreet feit dat ook voor jou consequenties met zich brengt is moeilijker. Er zijn mensen die het heel goed inzien, weten wat noodzakelijk is, maar dan op een vreemde wijze de zaak tot uitvoering brengen. Kijk eens naar de regeerders in België. Zij hebben eindelijk erkend dat het hard nodig is dat men gaat bezuinigen en dat ook de inkomens beperkt worden. Daarna hebben zij dit voor zich opgelost door zichzelf eerst een opslag te geven van bijna 20 % om daarna in het kader van de bezuiniging en inkomensbeperking uiteindelijk 12% van deze opslag terug te nemen en te roepen, dat zij dus genoegen namen met een inkomensvermindering van 12%. In feite hadden zij toch 8 % opslag en waren dus voor eventuele waardevermindering van hun inkomen redelijk gedekt.
Maar dan is een dergelijk optreden volgens mij toch ook het gevolg van een erkenning van een toestand die niet gevolgd werd door consequent aanvaarden van de feiten. Een aanvaarding betekent immers dat je erkent dat eenieder voortaan zuiniger zal moeten zijn en niet alleen een bepaalde groep of een bepaalde instantie, dat men niemand van een dergelijke beperking kan uitsluiten en eerst en vooral zichzelf niet. Nu volgt en begrijpt u mij goed. Geen wonder ook. Wanneer je maar spreekt in termen van politiek of toekomstverwachtingen willen de mensen graag luisteren.
Maar laat ons teruggaan naar de eigen persoonlijkheid van de mens. Want een mens heeft nu eenmaal afwijkingen. 0, maak u geen zorg, bij u valt het zeker nog niet op. Maar het is er wel degelijk. Ook u hebt afwijkingen en denkt niet precies volgens de norm die ook u aanvaardt. U leeft niet helemaal volgens die normen en stelt gemeenlijk andere eisen aan degenen rond u dan u aan uzelf stelt. Waar of niet? U behoeft niet hardop ja te roepen, maar innerlijk kunt u toch tenminste toegeven dat dit wel eens waar zou kunnen zijn. Erken dit dan en besef gelijktijdig dat men het recht niet heeft van anderen meer te verlangen dan men ook van zich wil eisen. Je hebt niet het recht, een ander zwaarder te belasten dan jezelf en je bent niet verplicht jezelf zwaarder te belasten dan een ander belast is, tenzij uit innerlijk besef.
Wanneer je dit in de gaten krijgt, verandert je relatie met de wereld. Mogelijk denkt u nu dat die wereld u gestolen kan worden. U bent dan de enige niet. Want hoeveel mensen zitten op het ogenblik niet reeds op het nabije laatste oordeel te wachten. Er zijn al grote groepen mensen die zich innerlijk hebben voorbereid om, wanneer de laatste zondaars zijn uitgeroeid in de laatste slag onmiddellijk het duizendjarig rijk te stichten of zelf zingende en onsterfelijk het hemelse Jeruzalem binnen te trekken: Waarbij mag worden opgemerkt dat ik werkelijk medelijden met God zou hebben wanneer Deze daar met die zangers zou worden opgescheept.
Deze mensen trekken de consequentie van hun innerlijk erkennen niet. Zij erkennen wel dat er iets fout zit. Maar zij aanvaarden niet dat zij deel zijn van die foute wereld en willen zich daarbuiten stellen. Dit nu kan je niet werkelijk bereiken. Je kunt niet zeggen: ik ben dan wel een mens, maar ik ben een zeer bijzondere mens. Ik ben geen deal van de mensheid, ik ben eigenlijk een deel van de bovenzinnelijke mensheid. O, een bovenzinnelijke vorm van mensheid kan op de duur misschien wel ontstaan, maar degenen die beweren daar reeds nu toe te behoren, gebruiken veelal onzinnige en onzindelijke argumenten.
Dus laat ons alstublieft reëel blijven. Wanneer ik ergens aan begin, moet ik allereerst die wereld hebben en erkennen. Ik kan wel diep in mijzelf beginnen te bouwen aan de tempel in mijn ik en daar een lichtend altaar zoeken waarboven de blauwe gewelven van de wijsheid en waarin de mystieke beleving gepaard gaat met de erkenning en verering van de goddelijke vonk. Men mag zo voor mij wel streven, maar pas dan wel op dat u niet op een verkeerde wijze vlam vat. Want om de werkelijke goddelijke vonk te kunnen ontmoeten, moeten wij eerst geheel bewust en beheerst, geheel vuurvrij zijn.
Om die tempel werkelijk innerlijk te bouwen, zult u ook eerst deel moeten zijn van die wereld waarin u bestaat. U bent niet in die wereld gekomen om buiten die wereld te leven. U bent in die wereld om daarin als deel van die wereld te functioneren. Dat erkennen is noodzakelijk wanneer je verder wilt komen. Wanneer u dan nog zegt dat u innerlijk wilt streven, dat u esoterisch wilt streven en werken, best. Indien u tenminste wel kunt aanvaarden dat het leven in en behoren tot de wereld voor u bepaalde consequenties met zich brengt waaraan u zich niet zult kunnen onttrekken, zelfs niet wanneer u even juist zo hoog geestelijk bezig bent.
Er zijn heel veel dingen waar je als geest wel eens over nadenkt. Want geesten denken ook en hebben ook nog het voordeel dat zij niet meer slapen en dus niet al denkende terechtkomen in een sluimering waarbij men dan later zijn dromen als een visioen wil vertalen. Denk ik na over al die zaken, dan kan ik niet ontkennen dat mijn gehele bewustzijn – en dat is voor mij toch datgene wat mijn bestaan omvat – afhankelijk is en blijft van de directe relaties tussen mijzelf en al het andere. Daar kan ik niets van uitschakelen. Een stap verdergaande denk ik dan: Mits ik aanvaard dat ik deel ben van het geheel, zal ik mij ook aansprakelijk moeten voelen voor dit geheel.
Het een impliceert het ander. In hoeverre die aansprakelijkheid uiteindelijk gaat, weten wij zelf nog niet. Dit is niet te overzien. Zeker is dat wij nooit geheel terecht kunnen stellen, dat iets dan wel gebeurt, maar dat dit toch alleen de schuld van een ander is. Zoals iemand die kamers volpropt met wasmachines, afwasmachines, elektrische keukenzaken, warmplaten en dan ook nog hifi-torens en kleuren-tv., filmapparaten, afspeelapparaten, elektrische orgels en versterkte gitaren om dan te protesteren, wanneer men om het tekort aan elektrische energie op te vangen, besluit atoomcentrales te bouwen. Dat is niet reëel. Want wanneer jij stroomverbruiker bent, ben je alleen daardoor reeds mede deel van het probleem dat men probeert op te lossen met die atoomcentrales. Zo iemand kan niet volstaan met alleen maar een fervent protest tegen deze wijze van energiewinning. Hij zal allereerst moeten beginnen zijn eigen energieverbruik terug te brengen. Want er is uiteindelijk een kwestie van oorzaak en gevolg. Dat is realisme. En het realisme dat voor u in een dergelijk voorbeeld dan wel weer spreekt, moet je dan ook durven toepassen op je eigen persoon.
Wanneer u terugkijkt op uw leven, wat hebt u dan eigenlijk gedaan en bereikt? Wanneer u eerlijk nadenkt, zult u toegeven: “zoveel was het eigenlijk niet, maar ik heb mijn best gedaan”. Wanneer u dit eerlijk en geheel overtuigd kunt zeggen is dit een zeer belangrijke erkenning. Want wanneer u uw best hebt gedaan, hebt u als deel van het geheel zo goed mogelijk gefunctioneerd volgens uw mogelijkheden en middelen. Dan kunt u ook aanvaarden dat uw bestaan te midden van het geheel van belang en positief is geweest, ook al overziet u de invloeden en gevolgen van uw bestaan niet geheel. Wat betekent dat men ook in elk verder contact met het leven rond het ik positief van aard zal blijven.
Er zijn mensen die in de moeilijkheden zitten, omdat zij het in feite allemaal zo goed willen en toch zo verkeerd doen. Er zijn van die mensen die zich een bijzondere naam geven, zoals bag one, bag two, bag three en zo voorts. Mensen, die met een vrolijke of olijke glimlach bewustzijn verdelen per Cadillac. Deze mensen zijn bezig met iets. Voor henzelf is het niet onaangenaam, terwijl zij geestelijk bovendien nog het gevoel hebben, dat het niet zo onjuist is. Maar wanneer zij bemerken dat zij aan het einde van hun leven komen, blijken zij door twijfels gekweld te worden. Zij vragen zich af: “heb ik het wel juist gedaan”, precies als iedere andere mens pleegt te doen. Hun “heb ik het wel juist gedaan”, betekent in feite “kan ik aanvaarden wat ik ben?”
O, het is gemakkelijk genoeg om de gehele wereld ondanks alles te aanvaarden. Het is gemakkelijk martelaar te worden. Maar het is wel erg moeilijk om werkelijk goed, ook volgens eigen besef daarvan te leven. Het is gemakkelijk de gehele wereld, God en de schepping, de kosmos te aanvaarden. Maar het is kennelijk erg moeilijk te aanvaarden, dat ook zijzelf binnen dit geheel een belangrijke factor zijn. Toch dient deze erkenning voorop te staan. Wanneer je een geloof aanvaardt alleen omdat een ander je vertelt dat dit de waarheid is, nu ja, goed. Iemand die een been niet kan gebruiken heeft nu eenmaal een kruk nodig. En wanneer ik de wereld zo eens bezie lopen daar nogal wat krukken rond.
Maar een werkelijk geloof is iets anders. Dat is in de eerste plaats een erkennen van iets. Wanneer ik in mijzelf erken dat er een God is, voel, weet dat Hij bestaat, zo betekent dit dat de aanvaarding alleen reeds van dit feit mijn gehele verdere leven mede zal bepalen. Ik kan niet God erkennen in mijzelf en gelijktijdig tegen die god zeggen – zoals vele gelovigen plegen te doen – : “Wilt U alstublieft buiten even de rotzooi opruimen?” Wie zo bidt, gedraagt zich als de burger die naar Dries van Agt gaat met de woorden: Jongen, wij hebben een tekort aan straatvegers, kun jij even invallen? Zoiets kan je eenvoudigweg niet maken.
Indien ik dus een erkenning in mijzelf heb, is het iets anders dan een werkelijke aanvaarding. Want aanvaarding houdt juist in dat het erkende wordt omgezet in een praktische betekenis. Ik denk dat juist daarmee de meeste mensen moeilijkheden zullen hebben. Op zich lijkt het eenvoudig, maar de schijn regeert de mens vaak zozeer dat hij alles daaraan opoffert en weigert zijn erkenningen te aanvaarden voor wat zij werkelijk betekenen.
U kent het verhaal wel van een misdadiger die logeerde bij een collega, die onder de burgers als een goed en vroom man gold. De misdadiger werd ziek en toen zijn stervensuur nabijkwam, eiste hij een biechtvader. De gastheer was daar niet bepaald gelukkig mee, maar hem werd verzekerd dat hij er geen schade van zou ondervinden. En inderdaad toen de biechtvader arriveerde biechtte de misdadiger alle kleine en onbenullige “zonden” die hij maar kon bedenken. Hij overtuigde de pater zozeer van zijn eenvoud en vroomheid dat deze naar zijn klooster snelde met de opmerking: “er ligt in de stad een heilige op sterven”. Zo werd de misdadiger in het koor van de kloosterkerk begraven en nog lange jaren als heilige vereerd.
Een mooi voorbeeld van iets, wat wij ook onszelf vaak aandoen: Wij geven onszelf de kleine dingen waarin wij falen zonder meer toe, maar de grote dingen niet. Wij weten het natuurlijk wel, maar aanvaarden eenvoudig niet dat de schuld voor dit falen bij onszelf kan liggen. Die fout is de onze niet. De oorzaak daarvan ligt ergens anders.
En wanneer wij niemand kunnen vinden om de verantwoordelijkheid op af te schuiven, dan hebben wij altijd nog de wil Gods en het noodlot waartegen niemand zich kan wapenen. Hierdoor zullen wij ook de schijn ophouden van heiligheid, rechtschapenheid en al die mooie dingen. En wanneer wij het goed doen, zullen wij door de mensen rond ons misschien nog heiligverklaard worden ook. Maar denkt u nu werkelijk en oprecht dat iemand die op aarde heilig verklaard wordt daarmee ook werkelijk en zeker een plaats in de hemel krijgt? Ik denk dat God wat dat betreft handiger is dan u en zich van alle autoriteiten en officiële verklaringen niets aantrekt, omdat Hij de enige werkelijke autoriteit is.
Ook u hebt in uw leven natuurlijk heel wat verkeerd gedaan. Erg is dat niet, wanneer u het uzelf tenminste maar durft toegeven, Je benadert de problemen waarmee je geconfronteerd wordt vaak verkeerd. Best, maar geef dit dan tenminste aan jezelf toe. Beroep je niet op het een of ander, een geheimzinnig iets, de opdracht die je gegeven werd of de geestelijke meester die je hiertoe heeft gebracht of de duivel die je daartoe heeft verleid. Kijk naar de feiten. Kijk naar wat je bent en naar wat je geweest bent en gedaan hebt. En zeg dan tot jezelf: als gevolg van dit omtrent mijzelf erkende, moet ik dus voortaan zo verder gaan in het leven. En omdat ik tekortkomingen zie in mijn begrip en besef ten aanzien van bepaalde dingen moet ik daarover iets leren. Want het is een deel van mijn bestaan en dit kan ik niet zomaar aanvaarden terwijl ik er ten hoogste oppervlakkige kennis van bezit. Wanneer ik er mee moet werken en er over moet spreken, moet ik ook weten, waarover ik het heb.
Wanneer je zo begint, blijkt dit onderwerp opeens bijzonder geestelijk en belangrijk te worden. Want stel u nu eens voor, dat u doodgaat. Ik kan u garanderen dat dit u allen te enigerlei tijd zal overkomen, dus het is niet zo een dwaze veronderstelling. U gaat dood. Iets van u blijft voortbestaan. Denkt u nu dat dit iets dan opeens vrij is van alle complexen en vergissingen? Wanneer u doodgaat, is hetgeen dat blijft voortbestaan toch een deel van uw bewustzijn. Dat bewustzijn erkent voor zich heus wel wat het is, zeker na de overgang, wanneer een aantal verhullende omstandigheden wegvallen. Maar wanneer je dit nu niet aanvaardt, wat dan? Je bent bang dat een ander erachter zal komen. Dus neem je geen contacten op met anderen. Het gevolg is dat je steeds eenzamer wordt, dat je wereld steeds kleiner wordt, dat alles steeds grauwer, grijzer, saaier wordt, tot er op een ogenblik niets meer overblijft dan alleen een ik dat zichzelf niet toe wil geven dat het de moed moet bezitten zichzelf te zijn ook tegenover anderen. Een ik dat een eeuwigdurend zelfbeklag kent en daarin zijn laatste persoonlijk besef dermate ziet wegsijpelen dat het onbewust geworden ik door de natuurlijke gang van zaken toch weer willoos wordt meegesleurd naar de menselijke toestand die u leven noemt. Het is niet voldoende te erkennen wat je bent, je moet ook nog aanvaarden wat je bent en niet bang zijn, dit desnoods ook naar buiten toe, toe te geven.
Het is gemakkelijk genoeg anderen de schuld te geven, te foeteren en jezelf miskend te gevoelen. Het is gemakkelijk genoeg om uit te roepen dat men je nooit begrepen heeft. Maar daarmee zijn wij niet aan de feiten toe. Daarmee vluchten wij eerder weg voor de werkelijkheid. Een verklaring voor de werkelijkheid die onszelf geheel buiten schot laat, is altijd mede een vlucht voor die werkelijkheid zoals die in onszelf bestaat, voor die erkende werkelijkheid, die onmiddellijk verworpen wordt omdat je dit beeld van jezelf niet wenst te aanvaarden.
Maar ga dit beseffende nog verder en stel: Indien ik aanvaarden kan wie en wat ik ben, zo behoef ik niet bang te zijn dat dit ooit zal blijken. Wamt het is niet belangrijk of anderen weten wie en wat ik ben, maar het is belangrijk dat ik erken te zijn zoals ik ben en daarmee een zo groot mogelijke betekenis weet te gewinnen voor mijzelf en anderen. En wel binnen het geheel waartoe ik volgens mijn besef nu behoor. En daarmee hebben wij het belangrijkste wel gehad. Natuurlijk, het zou beter zijn, wanneer het anders ware. Maar het is nu eenmaal zo en niet anders.
Wanneer u allen geestelijk bewust waart, zou u hier niet zijn en ik ook niet. Dat zou dan zelfs niet zielig zijn voor de penningmeester, die mogelijk elders op een aangenamer wijze bewust zou worden en ook niet erg zijn voor de voorzitter, want die zou dan niet meer door zijn vrijwillig aanvaarde verantwoordelijkheden achternagezeten worden, Als… ja, dat zou veel beter zijn. Maar het is niet zo. Nu komt u hier en zegt tot uzelf: het zijn geesten… Anderen zeggen eerder stil tot zichzelf: zouden het geesten zijn? En vervolgens zegt u dan: die kunnen ons vertellen wat wij niet weten. Is dat wel waar? Kunt u iets erkennen, dat niet reeds ergens in u reeds bestaat?
Wanneer ik tot u spreek over dit onderwerp of binnenkort weer over een ander onderwerp – ik ben dit jaar nogal in de roulatie – dan doe ik in feite niets anders dan u een spiegel voorhouden. Ik geef u niet alleen maar een verhandeling en trakteer u niet alleen maar op kostelijke geestelijke wijsheden, ook al veronderstelt u dit misschien, ik geef u een beeld, waarin u uzelf kunt terugvinden. En het enig belangrijke daarvan is dan, dat u hetgeen u daarin voor uzelf als juist erkent ook inderdaad aanvaardt. Dat u dus niet zegt dat het mooi zou zijn wanneer of als… Het belang ligt in uw erkennen.
Indien ik dit juist acht, moet ik krachtens mijn wezen zo leven, dat ik niet meer anders kan zijn tegenover anderen dan ik in mijzelf als juist erkend heb. Dit is de kwintessens van de zaak: erkenning en aanvaarding lijken soms gelijk, soms geheel verschillend. Er zijn mensen die de dingen aanvaarden omdat zij het wezen ervan niet erkennen, natuurlijk. Soms eindigt dat in een soort melodrama, een soort twee wezen.
Er zijn ook mensen die veel erkennen, maar de consequenties daarvan niet aanvaarden. En toch, wanneer u van een munt alleen de avers of alleen de beeldenaar hebt, hebt u dan een munt? U hebt alleen een afdruk. Alleen wanneer beide voorstellingen op het juiste materiaal tezamen zijn gevoegd kun je met de munt iets betalen.
Zo is het met het leven. Als, indien, wanneer, zijn heel mooie woorden. Maar wij hebben te maken met de feiten. En wanneer wij de feiten, ook die in en omtrent onszelf durven zien en aanvaarden voor wat zij zijn en daardoor bewust ons richten op het waarmaken van alles wat wij zijn en weten werkelijk te kunnen zijn – en dan alleen – heeft een stoffelijk bestaan werkelijke zin en alleen dan ook is een geestelijke vervlechting met een steeds meer omvattend bewustzijn mogelijk. Alleen dan betekent bewustwording ook, dat je tot een toenemende taakaanvaarding komt in alle vlakken van bestaan, omdat je beseft medeverantwoordelijkheid te dragen voor de ontwikkeling en het lot van allen die dit nog niet bereikt hebben.
En daarmee meen ik mijn inleiding te mogen afbreken met de vraag: Hebt u nog commentaar?
Het is natuurlijk nogal moeilijk. Je kunt nu niet zo gemakkelijk zeggen: in principe hebt u gelijk en ben ik het met de geachte spreker eens, maar u laat wel buiten beschouwing, dat wij ook niet volnaakt zijn. Zodat wij dien te gevolge vaak anders zullen handelen dan wij beseffen dat juist zou zijn omdat anderen ons niet zouden aanvaarden zoals wij aanvaard zouden willen worden, wanneer wij juist zouden handelen.
Mooi, Ik kan mij een dergelijke tegenwerping best voorstellen. Ik heb zelfs theologen horen zeggen: in ons leeft dit probleem wel, maar wij mogen dit niet naar buiten brengen opdat wij de gelovigen niet verwarren. Met andere woorden: naar buiten toe zijn zij een en al zekerheid, maar dit is alleen een masker dat hun innerlijke onzekerheid moet verhullen. De gids heeft het gevoel wel de weg kwijt te zijn, maar spreekt niet over de mogelijkheid tot verdwalen, doch beweert, dat dit de enig juiste weg is. De dominee preekt volgens de wens van de gemeente en durft die gemeente niet eens te confronteren met de onzekerheden die in hem leven, al is het alleen maar omdat hij in dat geval mogelijk zijn baantje snel kwijt zou zijn.
Vreemd, nu ik iets dergelijks eindelijk ook over een dominee zeg, wordt er onmiddellijk geroepen: “precies”. Is er soms een dominee in de zaal? Hoe reageert u, wanneer ik iets dergelijks eens zou zeggen over bv. een rechter, die een vonnis velt, waarvan hij zelf wel voelt dat het halfzacht is, terwijl de verklaring, die hij bij zijn vonnis voegt in feite maar een heel vrije interpretatie is van de jurisprudentie, die echter over een in feite geheel andere zaak handelde. De man handelt zo met de begronding: wanneer ik het anders zou doen, zou eenieder mij onmiddellijk aanvallen. En ik wil graag rechter blijven en bovendien in mijn eigen kring nog populair blijven ook.
Geen wonder overigens. Er is een scheidsrechter geweest die zijn populariteit in zijn broek zocht. Hij had een soort mini scheidsrechter broek ontworpen die hem snel een bekende figuur maakte. Maar ja, de man had tenminste nog iets om te laten zien, een paar slankgespierde benen. Maar hoeveel mensen hebben iets bijzonders om te laten zien wanneer zij op hun wijze populariteit zoeken? Wat kan de arts op jaren laten zien, die eenieder ziek schrijft en op verzoek pillen uitdeelt onder het motto: in mijn tijd ging het zo, dus nu gaat het ook wel zo. En wanneer een patiënt daardoor in dodelijke moeilijkheden komt, dan mompelt zo iemand tot zichzelf: zielig natuurlijk. Maar wanneer ik een andere therapie had toegepast zou het ook maar een zielig geval geworden zijn, dus uiteindelijk is het resultaat voor de patiënt het beste en bovendien, dan had die er zelf maar wat aan moeten doen. Het is niet leuk, maar uiteindelijk was het toch ook niet geheel mijn fout… Mogelijk zal zo iemand tegen zichzelf mompelen: je bent een stommeling geweest. Maar openlijk zal hij het nooit toegeven.
En wat te denken van die arts die op oproepen zit te wachten als waarnemer en wanneer eenmaal de telefoon rinkelt tegen iemand anders zegt: neem jij even op en raad ze maar aan, een paar aspirientjes te slikken. Wat zegt zo iemand wanneer later blijkt dat die patiënt die wel drie malen opbelde, maar waar hij niet heenging, gestorven is? Misschien zegt hij tot zich: dom. Ik had er rekening mee moeten houden dat die mogelijkheid erin zat. Maar ik weet ook niet alles en bovendien was het net zo gezellig op die verjaardag. Nu ja, wanneer het mij niet overkomen was, zou het wel een ander gebeurd zijn. Er zijn nu eenmaal van die dingen waar je niets aan kunt doen. De mensen moesten minder van je vergen, want je hebt toch ook wel eens behoefte aan wat rust en ontspanning, nietwaar?
Een enkeling trekt in zoverre de consequentie, dat hij de volgende maal zelf de telefoon opneemt en mogelijk iets gewetensvoller probeert erachter te komen, wat er werkelijk aan de hand is. Maar schuld bekennen? Neen. Dat in geen geval. Uitlekken van fouten moet worden voorkomen, want hij wil de betrouwbare, eerlijke onaantastbare blijven. Ja, nu wordt het al iets pijnlijker, nietwaar? En u? Hoe vaak hebt u een smoesje wanneer die oude zeur weer aankomt met haar eeuwige klachten.
O, u erkent het wel. Zo iemand heeft het niet altijd even fijn en heeft dan ook wel een Klaagmuur nodig. Want men moet zich beklagen en heeft gehoor, de Klaagmuur hard nodig. Wat dat betreft zijn de Joden de enigen die op een Klaagmuur soms anders reageren. Staan aan de Klaagmuur te bidden, houden even op, zien elkaar en dan: hé, u ook hier vandaag? Hoe gaat het? Dank je. Ik heb niet te klagen…
Maar u weet heus wel dat mensen soms desperaat behoefte hebben aan iemand tegen wie zij hun klachten luchten, hun gal eens even uitspuwen. Maar ja, dat mens is een zeur, het duurt altijd zo lang en bovendien was u van plan net naar het strand of een winkel te gaan. Dus laat je zo’n mens met zijn ellende staan. Later hoor je dan dat hij of zij is overleden als gevolg van zelfmoord of verwaarlozing. Nu ja, goed, je had het mens even aan moeten horen, had er wat meer tijd en zorg aan moeten besteden, nietwaar? Maar ja, je had er uiteindelijk waarschijnlijk toch niets aan kunnen doen.
Kortom, je erkent het feit, maar aanvaardt niet dat ook aan jouw wijze van optreden in dit geval mogelijk consequenties verbonden konden zijn geweest. En vooral keer je je af van de logische conclusie dat het beter is een volgende maal tegen wil en dank even voor Klaagmuur te spelen en liever 10 malen onnodig andermans ellende aanhoren moet dan de kans te lopen ook maar één keer tekort te schieten tegenover een mens vol wanhoop. Hebt u het in de gaten? De mensen deugen niet, behalve u natuurlijk.
Vragen
Als je door alles teleurgesteld wordt wanneer je leeft, hoe kun je dan in godsnaam leren die wereld gemakkelijker te aanvaarden?
Door je eens eerlijk af te vragen, waarom je steeds weer teleurgesteld wordt door die wereld. Dan blijkt gemeenlijk dat je die wereld wel beseft zoals zij is, maar dat je dit niet wilt aanvaarden en toch nog steeds blijft dromen dat voor jou alles anders zal gaan. Dat je blijft dromen zonder de mogelijkheid te vinden van die denkbeelden iets waar te maken. Daar ben je dan in feite steeds weer in teleurgesteld, ook al zal je dit vaak richten op personen of omstandigheden.
Bijna altijd weer blijkt dat mensen in het leven teleurgesteld worden omdat zij verwachtingen blijven koesteren die niets met de feiten te maken hebben. Erken dus eerst de feiten. Dan kun je mogelijk aanvaarden dat de wereld werkelijk is zoals zij is en daardoor leren jezelf juister, eerlijker en harmonischer te zijn in die wereld.
Wanneer je iets als bijzonder onrechtvaardig ervaart, bv. een fascistisch systeem of zo?
Goed, erken dat het zgn. recht mede bepaald zal worden door het systeem en dat werkelijk recht toch nooit bestaat. Vraag je verder eens af in hoeverre je zelf fascistische tendensen bezit. Heb je die niet, dan zal je bij het aanvaarden van het feit dat dit een fascistoïde systeem is, mede concluderen dat het geen zin heeft het systeem aan te vallen. Het enige wat het ik dan persoonlijk als plicht zal ervaren is om eenieder naar eigen kunnen en middelen te helpen wanneer hij of zij in de mangel van het fascistoïde systeem terecht komt.
Maar wat is fascistoïde eigenlijk? Het is tegenwoordig een modewoord dat overal wordt gebruikt. Maar wanneer je de wereld eens rondkijkt is er geen enkele staat en geen enkel systeem dat je niet als fascistoïde zou kunnen aanduiden, dat wil zeggen het woord beziet in de betekenis waarin het in deze dagen steeds weer gebruikt pleegt te worden. Maar goed, waarom is die wereld dan volgens u onrechtvaardig en fascistoïde? Waarom ervaart u dit als zodanig? Omdat die wereld gezag pretendeert en regels stelt die u niet wilt erkennen? Maar dat komt er meestal op neer dat u vanuit uzelf een gezag en een waarheid pretendeert die de wereld niet als zodanig kan erkennen.
Dat is het probleem. Daarom moet je je eerst eens afvragen, niet wat je beter zou vinden in de wereld, maar wat je zelf bent in de wereld zoals die nu voor u bestaat. Wat u in die wereld bent en betekent, wat uw werkelijke betekenis voor anderen is op het ogenblijk. Dus geen vragen over hetgeen u zou doen of dit of dat het en hoe het zou zijn wanneer weer iets anders. Neen, alleen maar: Hoe ben ik? Wat doe ik werkelijk? Welke betekenis heb ik voor een ander? Heb je je werkelijke betekenis, waarde en mogelijkheid erkent, dan is de consequentie bij een aanvaarden van deze feiten, dat je dus ook niet het recht hebt anderen te betuttelen en hun te vertellen hoe zij moeten handelen, leven en gaan. Het betekent wel dat je verplicht bent ieder die harmonisch is met jouw erkende ik te helpen, op zijn eigen wijze meer en juister zichzelf te zijn en wel volgens de regels en op de wijze waarop die ander dit wenst na te streven.
Dan zien opeens de zaken er anders uit. Laat mij het zo zeggen: Wanneer bij de erkenning en aanvaarding ten aanzien van jezelf je tot een op de feiten gebaseerd gedrag komt, is je houding ten aanzien van alle harmonische zaken positief en ten aanzien van alle andere zaken defensief.
Wanneer de mens wel in zich erkent wat hij is, maar dit niet aanvaardt, komt hij tot een ik projectie, die steeds meer agressief wordt, omdat men probeert van de wereld een erkenning van eigen ik af te dwingen zonder dat men over de basiswaarden die tot een dergelijke erkenning kunnen voeren binnen de gemeenschap kan beschikken. Het gevolg is dat men lijdt onder een toenemende onzekerheid in leven, welke voert tot een steeds grotere onevenwichtigheid van gedragingen.
Dit betekent dat de agressie op de duur alle redelijke normen te buiten zal gaan en geen verband meer heeft met de werkelijke feiten zoals de gehele wereld rond u die kent. Daar het feit van die agressie onontkoombaar is en dus beleefd en erkend zal moeten worden, zal zij bij een weigering de gevolgen van het besefte te aanvaarden, voeren tot een belasting van het ik die buiten alle normen zwaar is. Het gevolg zal zijn dat veelal het ego zich steeds meer voor alle positieve waarden gaat afsluiten, omdat het ik alleen in het voortdurend zoeken naar negatieve punten in de wereld nog voor zich de mogelijkheid kan vinden zich en de eigen wijze van gedragen en leven nog als positief te ervaren. Men voelt zich dan alleen en verlaten, maar beweert nog steeds alle gelijk aal zijn zijde te hebben, ofschoon men innerlijk beseft dat van gelijk in feite al lang geen sprake meer is.
Neem mij deze analyse niet kwalijk. Het gaat niet over u of over een bepaalde mens. Want wij spreken nooit over een bepaalde mens in dergelijke gevallen. Het geldt altijd weer voor gehele groepen. Groepen die u overigens zowel zult kunnen aantreffen in de zeer ambtelijke als in de zeer progressieve sfeer. U kunt dergelijke mensen en groepen aantreffen in de generale staf en bij de Rote Armee Fraktion. Want een werkelijk verschil tussen wijze van denken en handelen, is ook hier meestal niet aanwezig. Een werkelijk verschil zou eerst daar kunnen ontstaan waar de erkenning van het ik en de wereld, zoals die is in relatie tot het ik, voert tot een aanvaarden van deze relatie, die dan consequent door het uiten van het ik verder kan worden opgebouwd en verder ontwikkeld.
Nogmaals, ik hoop, dat u mij deze wijze van antwoorden niet kwalijk neemt. Ik wilde zeker niet hatelijk zijn. Overigens is ook Nederland ook een zeer fascistoïde staat en wel omdat de meeste Nederlanders er altijd van overtuigd zijn dat zij het beter weten dan alle anderen. En dit is nu juist het kenmerk van elke fascistoïde staatsvorm: het beter weten en voor anderen willen denken en beslissen. Daarom vind je een dergelijke fascistoïde structuur ook in Rusland. In dit land zijn immers een groot aantal mensen die ervan overtuigd zijn dat zij het recht hebben uit te maken wat voor anderen wel of niet goed is en zo gelijktijdig alle beleven, geestelijk beleven, leefwijze en alle ontwikkeling van anderen geheel willen buigen naar eigen normen en inzichten. Het verschil is heus niet zo groot tussen een door voortdurende censuur en dreiging mensen geestelijk onmondig maken en een de mensen met stampende laarzen wegvoeren naar een concentratiekamp.
Ik zit alleen met die medeverantwoordelijkheid. Dat geeft een gewrongen verhouding.
Er is geen sprake van een gewrongen verhouding tussen ik-erkenning en werelderkenning zodra je komt tot aanvaarding van beiden. Wanneer je deel uitmaakt van een maatschappij heeft deze haar eigen opzet en haar eigen systeem.
Dit aanvaardt u dus. Ook in uzelf bent u een bepaalde persoonlijkheid en ook deze erkent men wel. Op het ogenblik dat u nu uw eigen persoonlijkheid aanvaardt zoals deze is en de wereld eveneens, zal dit betekenen dat u ageert volgens uw persoonlijke waarden en mogelijkheden in de wereld buiten u en wel op grond van de feiten die u daarin erkend hebt. Juist deze aanvaarding betekent dat uw innerlijk wezen, erkenning en beleving wel degelijk gebruikt worden in de wereld om in die wereld datgene wat u bent nadrukkelijker kenbaar te maken. En als de stem van een roepende in de woestijn gaan? Wanneer allen die de werkelijkheid beseffen dit zouden willen doen, zouden er geen woestijnen genoeg zijn. Maar ja, wanneer de industrie nog enige tijd haar gang mag gaan, komt ook dat, dus geen zorgen.
Dat men zich soms een roepende zal voelen wanneer men blijft uitgaan van de feiten en eigen erkenning in een aanvaarden van de werkelijkheid is wel duidelijk, Maar bezien vanuit het eigen ik is het vaak beter de stem van een roepende in de woestijn te zijn dan de weergalm van holle zelfverheerlijking die je innerlijk als onjuist erkent, maar waaraan je blijft meewerken om vooral erkenning te gewinnen in de wereld.
Overigens is dit in wezen een vraag, die men voor zich zal moeten beantwoorden. Op het ogenblik dat u erkent dat uiterlijkheden voor u heel erg belangrijk zijn, moet u toegeven dat u dus niet gewetensvol kunt handelen en denken, dat u ook niet eerlijk kunt zijn. Een gewetensvol mens zal alleen het ook innerlijk als juist erkende laten gelden bij zijn benadering van de wereld. Degene die dit geweten in mindere mate bezit of wenst te volgen, moet dan tenminste dit feit zichzelf maar toegeven. Dan weet je tenminste, wat je zelf bent en wat je van jezelf kunt verwachten. Ik geloof dat het beter is te weten wat je van jezelf kunt en moogt verwachten dan een smoes te verzinnen om aan de feiten te ontkomen. Die smoes is in deze betekenis, een verhaal dat je vertelt aan jezelf of aan de wereld om duidelijk te maken, dat alles toch anders is dan je het weet te zijn. Daar moet u dan maar eens over nadenken. Misschien mag ik, wederom alleen sprekende in het algemeen, hieraan iets toevoegen.
Wij kunnen soms aanvaarden dat wij meewerken aan zaken waar wij niet volledig achterstaan, omdat weten dat wanneer wij niet mee zouden werken alles nog veel slechter zou gaan. Maar dan gaat het er niet om de zaken in stand te houden, maar eerder om een zo lang in standhouden van het mogelijk weinige goede daarin, dat het slechte met goed gevolg kan worden aangevallen.
Let wel, niet door ons, wij behoeven dit niet te doen, maar door de omstandigheden die buiten ons om altijd zullen optreden. Zij doen dit omdat in elke relatie de oorzaak- en gevolgwerking onvermijdelijk op de proppen komt en nooit geheel en altijd vermeden kan worden, zodat op de duur altijd weer een corrigerende factor op de proppen komt. Wat volgens mij een voldoende antwoord is.
Waarom noemde u de…?
Eerlijk gezegd omdat deze beweging op het ogenblik voert tot een grote hoeveelheid zelfmisleiding. Het is zeker niet de enige groep die wij om deze of dergelijke reden indirect aanvallen. En ik heb niet bemerkt dat u ontevreden was toen ik de paus een handelsreiziger in onfeilbaarheid heb genoemd, wat een vergelijkbare verborgen kritiek-inhoudende opmerking was. Ik heb u eenvoudig duidelijk willen maken dat dergelijke geestelijke leiders heel vaak niet de innerlijke waarheid die zij erkennen, durven uiten of openbaren omdat zij niet kunnen aanvaarden dat hun belangrijke positie – eventueel compleet met emolumenten – ten onrechte zou worden ingenomen. Mijn opmerkingen moet u dus in dit verband beschouwen. Maar ik had ongetwijfeld nog zeer vele andere yogi’s, opwekkingspredikers, bisschoppen en andere leiders kunnen nemen.
Ditzelfde geldt ook voor de houders van zgn. esoterische scholen, ofschoon de nieuwste ontwikkeling op dit gebied wijst in de richting van sexoterisohe scholen, waarbij men de uiterlijkheden meer probeert te verinnerlijken zonder er afstand van te doen. Maar op het ogenblik zijn dergelijke dingen nog niet wettelijk toegelaten en als geestelijk erkend. Ik steek wel meer de draak met dingen, die in wezen anders zijn dan de wereld hen pleegt te zien in de hoop dat men een meer relativerend benadering zal vinden.
Maar wanneer u goed hebt geluisterd, zo hebt u mij bij het begin van deze bijeenkomst al horen zeggen: denk zelf na over alles wat besproken zal worden. Over alles, dus ook over deze dingen. Want u bent de enige die innerlijk kan erkennen, wat voor u innerlijk en anderszins van betekenis is, wat voor u juist kan zijn. Hebt u dit nagegaan, dan zult u ook kunnen aanvaarden wat u hebt gehoord en de consequenties overzien en aanvaarden, die daaraan zijn verbonden.
De kans is dus dat u na een avond als deze besluit toch wat anders te gaan leven, maar de kans is even groot dat u zegt naar die Orde ga ik nooit meer toe. Maar dat moet u zelf weten. Wij geven onze inzichten en laten het aan u over er iets mee te doen, het desnoods te verwerpen.
Overigens was mijn keuze in deze in feite wat woordspelig, maar niet ten onrechte. In bepaalde kringen spreekt men over de Bhagwan, in bepaalde Engelse buurten spreekt men over one old bag. Ik voegde daar bag two en bag three aan toe, omdat je dan in de Engelse betekenis meteen de drie heksen van Shakespeare hebt en alleen nog maar behoeft te wachten op de opkomst van Macbeth. Een grapje dus, dat u kennelijk minder geslaagd vond, maar dat volgens mij niet ten onrechte werd gemaakt. En hiermee is ons onderwerp dan afgesloten. Dit betekent dat ik na de pauze niet terugkeer voor een verdere discussie, tenzij hierom alsnog nadrukkelijk wordt verzocht. Maar u stelt er kennelijk geen prijs op. Wat prettig is, want dat betekent dat ik in ieder geval mijn standpunt en stellingen voldoende duidelijk heb gemaakt.
Deel 2
We zouden nog iets kunnen zeggen over het eigen ik. U bent daar toch al een tijd mee bezig geweest.
Het ik van de mens is dat deel dat hij van zichzelf bij voorkeur niet al te goed leert kennen. Wanneer je het ik van een mens beziet is het de kruising tussen een tempel, een burcht en een spookslot. Er zijn nogal wat skeletten in kasten te vinden, er een heiligdom waarin het onbekende wordt vereerd en voor de rest is er een zeer grondige verdedigingsmogelijkheid zodat men eenieder kan verbieden dit ik binnen te dringen. Wie het ik beschouwt, doet dit in vergelijkende termen. Ik heb de indruk dat de meeste mensen die hun ik beschouwen, steeds weer bezig zijn dit te vergelijken met stellingen of toestanden die in er feite geheel buiten liggen.
Een buitengewoon prettige methode. Want wanneer je jezelf gaat vergelijken met anderen kom je er volgens je overtuiging zelf nog niet zo slecht af. Toch is die benadering in feite dwaas, omdat de mensen zichzelf bij voorkeur vergelijken met alles, wat zij in anderen onuitstaanbaar of onaanvaardbaar vinden.
Wanneer wij onszelf namelijk net zo onaanvaardbaar zouden gaan vinden als wij dit bij anderen vaak doen, zouden wij gewoon met onszelf geen leven meer hebben. En aangezien men zijn leven graag wil behouden, hoe hoog ook de levensverzekering moge zijn, verzekeren wij onszelf steeds weer dat het leven de moeite waard is. Want wij zijn zoveel beter dan al die anderen dat wij het de wereld gewoon niet kunnen aandoen iets zo goeds voortijdig naar andere werelden te laten gaan.
Klinkt het gek? Nu ja, waarom eigenlijk niet? De gehele wereld is maf, eerlijk waar. De ene helft slaapt moreel de slaap des rechtvaardigen terwijl het andere deel van de mensheid elkaar uitmoordt of zich tenminste zo a-normaal pleegt te gedragen in het sociale verkeer dat de conclusie wel gewettigd is, dat ook dezen geheel maf zijn. De enige vraag die blijft is: hoe maf je en waar maf je. Je maft natuurlijk voordeliger en aangenamer in het Witte Huis dan in het asiel voor daklozen. Aan de andere kant moet je wel bedenken dat je al maffende in het asiel voor daklozen over het algemeen minder oud wordt dan in het Witte Huis.
Let maar eens op die vele staatslieden die zich ten koste van veel geld, veel zelfverloochening en nog meer verloocheningen van allerhande waarheden zich eindelijk hebben opgewerkt tot ze aan de top zijn. Dan zitten zij daar voortdurend zichzelf aan de top te houden. Maar dat betekent dat zij steeds aan de top van hun mogelijkheden moeten reageren en bovendien voortdurend op de toppen van tenen moeten lopen. Dit om groter te lijken dan zij zijn. Het gevolg is kramp in de benen. Waarna zij er geen been in zien een nog hogere zetel of invloed te ambiëren.
Het wonderlijkste is nog dat degenen die op een dergelijke hoge zetel zitten, gemeenlijk geen voet meer aan de grond kunnen krijgen. En dit betekent dat de tijd voor hen veel sneller vergaat en zij minder tijd kunnen vinden om te doen wat zij werkelijk zouden willen dan bv. degenen die bijna in de goot liggen. Want dat soort mensen heeft in ieder geval nog een contact met terra firma en voelt zo iemand nattigheid, dan weet hij ook meteen waar het vandaan komt.
Op wat een wonderlijke associaties kom je overigens, wanneer je over ikken wil praten. Ik heb echter in mijn tijd ikjes genoeg gezien, ik heb er trouwens zelf ook een. Eerst dacht ik: wat moet je met zo een ding. Maar al snel bleek mij, dat ik er toch geen afstand van kon doen. Een ik gaat in feite voor het verstand. Maar je gebruikt je verstand over het algemeen als belangrijker dan het ik. Zodat het verstand zich ten aanzien van het ware ik, maar al te vaak probeert te gedragen als een baas tegenover zijn hond. In dit geval geldt echter: wanneer de hond doodgaat, is de baas er ook niet meer. En dat vergeet men vaak. Men denkt verstandelijk redenerende dat men zichzelf wel even kan dresseren en dat ook alle andere ikken met enige dressuur zich wel aan de rede zullen onderwerpen. Likken doet het natuurlijk niet, maar het brengt soms vreemde redeneringen met zich. Wanneer je bv. ziet hoe mensen bezig zijn zichzelf de eeuwige zaligheid in te praten… gewoonweg verschrikkelijk, want het heeft niets met het ik en weinig of niets met de rede van doen.
Die mensen vertellen zichzelf dan dat zij één zijn met de kosmos. Bezie het ik en de rede van dergelijke mensen en je bent geneigd te stellen dat je blij bent het geheel nog niet te zien omdat de onderdelen al zo tegenvallen. Maar wanneer je je werkelijk één kunt voelen met de kosmos rijst bij mij de vraag, waarom men dan nog zoveel kunstmiddelen nodig heeft om aan zijn werkelijkheid te ontkomen. Want de een blijkt te roken, de ander spuit, de derde vervormt zijn dutjes als meditatie en allemaal zijn zij niet gelukkig zonder een hapje op zijn tijd. Zoals zij allen bij hardlijvigheid opeens de kosmos zeer ver van zich zien wijken en alleen nog de nood dichtbij weten.
Mij komt dat allemaal wat vreemd over. Ik geloof heus wel dat ik kan opgaan in die kosmos en meen ook heus wel te weten dat ik er deel van ben. Waarom niet. Ik ben ook een ikje en voel mij ook deel die totaliteit. Maar wanneer ik nu deel ben van die totaliteit, dan moet ik toch eerst ervoor zorgen dat ik werkelijk mezelf ben. Want als ik mijzelf niet ben, kan ik ook geen bewust deel van die totaliteit zijn. En daar zit voor mij de knoop. Volgens mij is een ik juist zo belangrijk omdat het bestaat uit een reeks van gegevens, die binnen de totaliteit onmisbaar zijn.
De uiterlijkheden kun je missen. Kleding kan wel belangrijk voor je zijn wanneer het koud is. Dat is een kwestie van voelen. Maar wanneer je met warm weer naar het naaktstrand gaat, is het alleen maar ballast. De belangrijkheid van uiterlijkheden bestaat niet zonder meer, maar is sterk afhankelijk van de positie waarin u zich bevindt. Juist daarom lijkt mij de wijze waarop wij ons ik veelal proberen aan te kleden soms ronduit belachelijk. Zo er al aankleding nodig is, wordt deze bepaald door de wereld waarin wij leven en de taak, die wij ons daarbinnen stellen.
Opvallend is ook dat heel wat mensen kennelijk van zoveel mogelijk afstand willen doen. Ook de “verleidingen des vlezes”. Ik zie het al. Iemand roept ineens: “Mien, ik wil even alles kwijt. Ik leg mijn spieren even bij jou neer, want ik wil zonder verleidingen des vlezes toch bloot.” En dan maar marcheren in dat geraamte met de kans wegens het geven van aanstoot te worden bekeurd of door een jonge dokter te worden gevangen. Die dokters vangen skeletten om die in hun spreekkamer op te hangen. Nu is het misschien niet meer zo in, maar vroeger had elke dokter die zichzelf respecteerde een geraamte in zijn behandelkamer hangen. Dan konden zijn klanten tenminste zien hoe zij er na de behandeling uit zouden zien.
Nog verder in het verleden hadden de doctoren opgezette kaaimannen en uitgedroogde stekelvissen en padden hangen. Maar in die tijd was genezen ook nog magie. Dat is het verschil tussen verleden en heden. Vroeger verrijkte men het leven met magie, nu verrijkt men de soep met Maggi, wat natuurlijk in feite niet mag, zeker niet in een goed restaurant, maar reken er maar op dat zij het doen. Zij weten heus wel, waar lavas goed voor is.
En toch, wanneer je eens alles van je af zou kunnen gooien wat niet werkelijk bij je behoort, zou je een veel grotere bewegingsvrijheid krijgen, zeker geestelijk.
Het is misschien een vreemde associatie, maar mogelijk kent u iemand die een stijf korset van node heeft om een figuur te laten zien dat zij niet heeft. Hebt u wel eens de zucht van verlichting gehoord, wanneer zo iemand dan dat kuras uittrekt? Kijk, dat lijkt mij nu een prima demonstratie van de verlichting die je voelen kunt wanneer je even alle beperkingen en maskers terzijde kunt zetten en alleen maar jezelf kunt zijn.
Want vergeet niet dat in de mode die dingen wel uit zijn, maar dat de meeste mensen zichzelf geestelijk nog voortdurend een korset aantrekken vol van baleinen “zo hoort het” en inrijgbanen “dit verwacht men van mij”. Overigens zijn er wel veel verschillende modellen gangbaar. Soms hebben mensen een socialistisch korset aan, maar wanneer zij met vakantie gaan, zijn zij opeens gewoon even rijk. Andere mensen dragen een anarchistisch korset. Die zijn zozeer voor een algehele vrijheid voor eenieder, dat zij eenieder uitroeien of opsluiten waarvan zij maar vrezen, dat hij aan de hunne zou kunnen komen. Zodra het korset uit is, blijft er alleen maar iemand over die aardig is, maar wel ontzettend en veel praat.
Een pastoorskorset geeft het aanzien van een gezalfde. Mensen die zich beroepshalve gedragen als een joden man die in Amsterdam vroeger in de avond nog wat bij wilde verdienen: die liep ook met een tonsuur(zuur). Maar neem het korset weg en wat overblijft, is een meestal nogal geschikte bink die alleen wild of erg schuw wordt, wanneer er vormen komen die wat van het mannelijke verschillen. Eigenlijk krankzinnig, al die mensen die hun werkelijke ik opsluiten in een korset van denkbeelden over de wereld en henzelf en hoe die behoren te zijn.
Eerst wanneer je jezelf bent, heb je de bewegingsvrijheid waardoor je in staat bent alles waar te maken wat er in je schuilt. Ik vraag mij af of wij allen, geest en stof, niet veel meer zouden kunnen bereiken wanneer wij leerden dergelijke denkbeeldige remmen en voorstellingen los te gooien. O, ik bedoel niet doen waar je maar zin in hebt, maar gewoon eens alle denkbeelden over: zo hoort het en zo moet het, eens opzijzetten en zien wat wij dan opeens anders en beter kunnen doen. Dan blijft er ook een heel andere persoon over dan men op aarde tot dan toe voorstelde. Maar het is de andere persoonlijkheid die werkelijk deel is van de kosmos, niet de ingeregen theoretisch gerichte en vervormde ik-figuur.
Ik geef toe, dat er dan wel het een en ander kenbaar wordt, wat je zelf misschien minder leuk vindt. Maar aan de andere kant, zo alleen ben je werkelijk deel van de kosmos, alleen zo heb je daarin werkelijk betekenis. Kom je eenmaal zo ver dat je de betekenis die je in die kosmos hebt, waar leert maken, dan ben je gelijktijdig een deel van het geheel geworden en dus in feite bijna overal.
Als deel van de kosmos ben je deel van alles en de plaats waar alles te vinden is, heet overal. Deel daarvan zijn, wil nog niet zeggen dat wij verdwijnen, want net als alle andere delen van het geheel komen ook wij op bepaalde punten als verschijning kenbaar naar buiten. Maar in ons is dan de band met het geheel en wij kunnen innerlijk putten uit de kennis van het geheel, kunnen deelhebben aan de kracht van het geheel.
Dan heb je alle licht, alle wijsheid, alle mogelijkheid, ben je deel van alles en verwant met al het zijnde. Dan heb je opeens alles, wat je in het geheel of in beperkte vorm van node kunt hebben. En zelfs wanneer wij nog niet zo ver zijn gevorderd dat wij geheel en geheel bewust onszelf zijn, zal alleen reeds het besef dat wij een deel zijn van het geheel ook ervoor zorgen dat wij in elke vorm en op elke plaats, in elke tijd steeds weer over die portie kracht en kennis kunnen beschikken, die wij nodig hebben.
Ojee, ik ben bijna aan het preken. Preken zou volgens mij verboden moeten zijn. Want preken zijn altijd weer samengesteld uit vele stichtelijke en mooie woorden die de mensen mogelijk tijdelijk ontroeren, maar als de preek dan afgelopen is, gaat eenieder naar huis om het tegenovergestelde te doen van hetgeen in de mooie preek werd verkondigd. Sommige preken lijken mij een “sacharineus emeticum” voor alle goede voornemens die een mens koestert.
Neen, voor mij zouden zij Wim Kan paus moeten maken, dan zou je tenminste nog eens toespraken horen die je niet vergeet. En Herman van Veen als minister-president, compleet met viool lijkt ook schitterend. Dan krijg je eindelijk verbale kluiten met muziek. Bovendien zou die steeds weer roepen van: “opzij, opzij, opzij, wij hebben haast”. En dat zou ertoe kunnen bijdragen dat er minder problemen in de ijskast terecht komen. Maar wat klets ik.
In ieder geval meen ik dat de harde waarheid ook duidelijk gezegd moet worden, want alleen dan beseffen de mensen wat zij zijn, betekenen en kunnen en alleen dan zullen zij misschien meer zichzelf worden en minder geleefd worden door leuzen en denkbeelden die geen betrekking hebben op de feiten.
Maar vergis u niet, een protestlied heeft gemeenlijk niet veel meer resultaat dan een liefdesgedicht, maar het blijft wel langer hangen. Wat betekent dat ik aan het einde van mijn betoog ben gekomen. Ik wil u nogmaals mijn uitgangspunt bij dit betoog en nu duidelijk, willen weergeven: In alles is schoonheid, door alle tijden heen is er wijsheid, liefde. Welk van de drie voor ons het spoor is dat wij volgen, maakt weinig uit zolang wij maar onszelf durven zijn en onszelf waar kunnen maken.
