Het aanvaarden en geven van geestelijke leiding

uit de cursus ‘Het aanvaarden van geestelijke leiding’ 1962

Het aanvaarden en geven van geestelijke leiding

Wanneer wij in de werelden van de geest leven, zijn wij altijd weer geneigd om de mens in de stof bij te staan. Om dit tot stand te kunnen brengen, zoeken wij langs vele wegen contact. Dit contact kan liggen op een zuiver inspiratief vlak, het kan ook tot stand komen door gebruik te maken van mediamieke gaven en kwaliteiten, hetzij van de persoon die wij leiding willen geven, hetzij van anderen.

Leiding kunnen wij geven in meer persoonlijke zin; wij kunnen haar ook meer in het algemeen geven, bv. zoals dit in vele lessen van de Orde geschiedt. In al deze gevallen moet rekening worden gehouden met het volgende:

In de eerste plaats: De geest leeft in haar eigen werelden. In deze werelden is de verhouding van mens tot mens (of moet ik zeggen van geest tot geest) geheel anders dan op aarde. De inzichten die wij daar hebben, zijn gebaseerd op onze ervaringen in de sferen.

In de tweede plaats: Wanneer wij teruggrijpen naar methoden en middelen die voor de stof aanvaardbaar zijn, zullen wij dit moeten doen op basis van onze algemene ervaringen en van de werkelijke gebeurtenissen op aarde. Het is niet goed mogelijk daarbij rekening te houden met de verschillende opvattingen van de gangbare moraal, het fatsoen, denkwijzen, zienswijzen en religieuze inslag. Het zal dus altijd geschieden volgens het beeld dat wij hebben van het totaal van de wereld, terwijl daarnaast degene die geestelijk probeert leiding te geven, ongetwijfeld ook zal teruggrijpen naar eigen stoffelijke ervaringen en ook daaruit tracht lessen te putten.

In de derde plaats: Elke raad, die wordt gegeven, is gebaseerd op het overzicht dat de geest door haar wezen en denken het meest juist lijkt. Dit overzicht bevat een reeks mogelijke toekomstige ontwikkelingen; enkele punten die voor de geest reeds in de toekomst vastliggen maar voor de mens op aarde nog niet; en daarnaast de ontwikkeling die naar wij veronderstellen zich in de mens zal voltrekken, Het is dus niet mogelijk te stellen dat wij bij het geven van geestelijke leiding vooruit weten (definitief en precies) welke resultaten het opvolgen van deze geestelijke leiding en het zich daaraan vastklampen door de mensen op aarde zal hebben.

In de vierde plaats: In de geest zijn zeer vele verhoudingen nauwkeurig omschreven en vastgelegd door karma, door lotsomstandigheden uit het verleden. Het gebruik en de uitwerking daarvan geschieden met een overzicht van soms 3 à 4 levens, eventueel met tussenliggende mogelijkheden en ontwikkelingen in de sferen. De mens op aarde kan deze niet zo overzien. Het gevolg is dat de gegeven raad voor de mens zelf niet op dezelfde wijze aanvaardbaar is en dat zij voor hen soms geen enkel kenbaar of zelfs maar denkbaar doel heeft in de stof. Vanuit de geest gezien is een dergelijke leiding verantwoord. Voor de stof is het moeilijker deze te aanvaarden en vooral om dit op de juiste wijze te doen en te verwerken.

In de vijfde plaats. In zeer vele gevallen zal geestelijke leiding worden gegeven, omdat men een band aanvoelt met hen die in de stof be­staan. Deze band kan zijn voortgekomen uit zuiver stoffelijke verhoudingen, bv. de verhouding man-vrouw moeder‑kind enz. Zij kan ook zijn ontstaan uit geestelijke harmonie, een samengaan of zelfs uit een gebondenheid die in een vroeger leven heeft bestaan. In al deze gevallen wordt de leiding in de eerste plaats gegeven om één bepaalde persoon te helpen. Is degene die leiding geeft, zich geheel bewust van hetgeen hij volbrengt, dan zal dit alles zeer goede resultaten kunnen afwerpen, Zodra echter de leidinggevende geest innerlijk beperkt is en nog niet een alles‑overziend en omvattend oordeel heeft zal zij trachten om een bevoordeling van degene die zij leiding geeft te bereiken. Dit kan vaak voeren tot omstandigheden die in strijd zijn met de algehele kosmische ontwikkeling en volgen dan een aantal minder aanvaardbare situaties.

In de zesde plaats. Elke geestelijke leiding dient in feite te worden gegeven uit het licht in samenwerking met bewuste krachten die in het licht leven, Wanneer wij naast het gebruik van deze directe kosmische krachten soms ook zelf leiding trachten te geven of trachten te verschaffen op persoonlijke basis, zo zijn wij daarin dus minder zeker en is de mogelijkheid tot falen groter.

Hier hebben wij dan enkele punten die het geven van geestelijke leiding van uit de sferen omschrijven. Met deze punten heb ik getracht u duidelijk te maken dat het geven van geestelijke leiding niet alleen maar een kwestie is van de onfeilbare en wetende geest die ten koste van eigen welzijn desnoods een stoffelijke mens ten goede voert of ‑ puttend uit haar rijke krachten en bewustzijn – die mens naar een voleinding brengt. In zeer vele gevallen kan er ook sprake zijn dat een feilbare en persoonlijke leiding wordt gegeven, waarbij misverstanden kunnen ontstaan en er verder ongetwijfeld ook niet‑juiste reacties zouden kunnen volgen.

De mens op aarde moet begrijpen dat het geven van geestelijke lei­ding voor de bewuste geest een zeer grote verantwoordelijkheid inhoudt. Daarom kan men praktisch niet gedurende een heel mensenleven onafgebro­ken aan één en dezelfde persoon leiding blijven geven. Want men zal in de tussentijd voortdurend zijn eigen bewustzijn t.a.v. eigen sfeer en t.o.v., hogere krachten moeten verstevigen en versterken. Daarom zal de geestelijke leiding door de meer bewuste geesten over het algemeen afwisselend worden gegeven. Er zijn soms hele teams die samenwerken, zodat 4, 5 of 6 geesten zich bezighouden met het geven van leiding aan één persoon. Daarbij wisselen zij elkander af, maar zij zijn in de aanwijzingen die zij geven nimmer met elkaar in strijd, want zij werken samen. Is er sprake van tegenstrijdigheid, dan moet worden aangenomen dat die geestelijke leiding wordt gegeven door iemand die tot het licht behoort, althans niet bij de groep die deze leiding gewoonlijk heeft. U denkt misschien dat geestelijke leiding alleen kan worden gegeven door lichtende krachten. Dit is waar voor zover het werkelijk leiding, in de richting van kosmisch begrip, bewustwording enz. betreft. Maar ook een geest die in het duister is en vat heeft op een bepaalde mens, kan ge­bruik maken van alle capaciteiten en mogelijkheden die zij heeft en ‑ indien er een zekere harmonie of een band met een mens bestaat of kan ontstaan ‑ zal ook deze haar leiding kunnen geven. Kort gezegd: De groot­ste demon kan evengoed leiding geven als de grootste engel. Het verschil zal zijn vast te stellen niet door de gebruikte methoden (welke soms maar heel weinig van elkaar afwijken) maar door de bedoeling waarmee het “ik” wordt gericht. Zodra er sprake is van een geestelijke leiding die tracht het persoonlijk “ik” steeds sterker te beperken, steeds meer alleen op het persoonlijke standpunt de nadruk te leggen en het persoonlijk bezit en uit zuiver persoonlijke verhoudingen en relaties het leven te leven, dan mogen wij zeggen dat deze leiding niet goed kan zijn. Elke bewuste geestelijke leiding wijst in de richting van het kosmische, het algemene en zoekt daarbij dus een harmonie te bereiken die onpersoonlijk is en een zo groot mogelijk deel van de door de mens te bereiken goddelijke kracht omvat.

Het aanvaarden van geestelijke leiding.

Er zijn mensen, die geestelijke leiding absoluut niet aanvaarden. Als de geest hun iets zegt, dan zeggen ze: “Ja, maar ik ben wantrouwig, ik kan hier niet mee overweg, ik leg dit eenvoudig terzijde.” Zij zijn het, die ongeacht de waarschuwingen of aanwijzingen van de geest, zonder meer hun eigen weg gaan. Hun wijze van optreden is o.i. niet juist, want zij verzuimen menige grote mogelijkheid tot verdere bewustwording, tot juister leven, tot het bereiken van groter geluk, grotere harmonie en alles wat hierbij behoort.

Er zijn echter ook mensen, die uitgaan van het standpunt: wat van de geest komt, is zonder meer juist en goed. In dit geval moeten wij zeggen dat zij er erger aan toe zijn dan de eersten. Want het kritiekloos en zonder meer aanvaarden van al wat uit de geest voortkomt, betekent eigenlijk dat je tot een soort slaaf en marionet wordt van degene die als je geestelijke leiding fungeert.

De mens moet zelf leven. Hij moet zelf streven en bewustzijn zoeken. Hij moet trachten door zijn eigen beslissingen, zijn eigen inzichten ‑ rekening houdend met de geestelijke leiding die hij krijgt ‑ zelf zo juist mogelijke besluiten te nemen, zo juist en zo goed mogelijk te leven en zo volkomen mogelijk al wat hij innerlijk goed acht te verwerkelijken. Men moet hierbij dus wel met een groot gevaar rekening houden. Hoe snel zal men niet ‑ vooral wanneer de geest regelmatig aanwijzingen geeft die stoffelijk controleerbaar zijn, ‑ zeggen: “Die geest weet het wel. Ik behoef niet zelf te denken, ik kan mijn gang gaan, Ik zal alleen tegen die geest zeggen: Mag ik het doen? Zegt hij “ja”, dan doe ik het, zegt hij “neen”, dan doe ik het niet”, in dit geval is er geen sprake meer van een bewust of beheerst leven.

De geest, die zich bewust is van haar verantwoordelijkheid ten opzichte van de mens die zij leiding geeft, zal nimmer op trivialiteiten ingaan, zal weigeren leiding en toestemming te geven voor onbelangrijke gevallen als: zal ik vanmiddag naar de bioscoop gaan of niet; zal ik met A of met B gaan praten. Deze waarden zijn immers geestelijk gezien onbelangrijk. Het heeft geen zin de mens zo sterk te beperken in zijn vrijheid van keuze en beslissing; en het heeft nog minder zin die mens voortdurend te confronteren met de “onfeilbare raad”, waardoor hij zijn zelfvertrouwen op den duur verliest.

Ik moet hierbij opmerken dat er vele mensen zijn die voortdurend trachten van de geest dergelijke onbelangrijke beslissingen af te dwingen. Er wordt wel eens gezegd dat er mensen zijn die zelfs wanneer ze naar achteren moeten, even aan de geest vragen of het nu goed is of dat het over een half uur pas mag. Houdt u mij ten goede dat ik dit naar voren breng. Want de dwaasheid waarmee sommige mensen in alle opzichten trachten leiding van de geest te krijgen, wordt juist hiermee het duidelijkst geïllustreerd. De geest kan en mag dit niet doen. Als het een geest uit het licht is, zal zij dit ook niet doen. Op het ogenblik dat u in uw aanvaarding van geestelijke, leiding dus te ver gaat, schuift u uw eigen verantwoordelijkheid voor uw handelingen en beslissingen op de geest af.

Maar het is niet mogelijk uw werkelijke verantwoordelijkheid terzijde te schuiven. Een eenvoudig voorbeeld. De geest zegt dat u met een snelheid van 140 km per uur in een sportauto door de stad moet razen. U doet dit zonder kritiek. Twee doden. Wie is verantwoordelijk? De geest of u? Ongetwijfeld wordt u stoffelijk aansprakelijk gesteld. En of u nu al zegt dat dit goed is voor uw geestelijke bewustwording, dan blijft toch het feit bestaan dat u zonder noodzaak aan anderen lijden hebt berokkend. Het is dus noodzakelijk dat u met uw eigen inzichten en kennis voortdurend controleert wat er gaande is. Let wel, dit is in het geheel nog niet een bewust aanvaarden van geeste­lijke leiding; het is slechts een verstandig aanvaarden van geestelijke leiding. De tussentrappen zijn vele.

Er zijn mensen die de geest alleen dan als leider aanvaarden als ze toevallig wel graag willen wat die geest hun zegt te doen. In andere gevallen denken ze er nog eens over na en dan vergeten ze het. Deze mensen zouden we de opportunisten kunnen noemen. Zij verwachten dat de geest even een paar wonderen zal doen om het hun mogelijk te maken en noemt u maar op: op het juiste ogenblik geld te verdienen, mensen te genezen, wijze woorden te spreken, troost te vinden. En wanneer het hun toevallig niet convenieert, dan moet die geest maar wachten tot het hun wel past. Iemand die op een dergelijke wijze tracht van de geest te profiteren, is een grote dwaas.

In de eerste plaats zal geen enkele bewuste geest zich zo laten misbruiken. Zij zal niet steeds weer leiding geven, als zij ontdekt dat dit alleen maar voert tot een profiteren van de stofmens. Zij weet immers dat daaruit slechte resultaten ontstaan. Alleen de geest die een beroep doet op de slechtere eigenschappen in uw wezen, zal daarop ingaan. Want ‑ zo meent zij ‑ als ik een paar keer zoiets gedaan krijg, wordt allicht die mens steeds meer geneigd in mijn mentaliteit, in mijn behoeften voort te leven en dan kan ik er wat aan verdienen.

Dus onthoudt u dit goed: De aanvaarding van geestelijke leiding, zelfs als deze niet bewust geschiedt ‑ dient voort t komen uit:

  1. Een duidelijk besef van hetgeen die geest zegt.
  2. Een duidelijk besef van de consequenties die voor de eigen persoonlijkheid daarmee zijn verbonden.
  3. Een inzicht in hetgeen dit voor anderen kan betekenen.
  4. Het nemen van besluiten en het aanvaarden van aansprakelijkheid voor al wat men op raad of instigatie van de geest doet.
  5.  Alleen dan kunnen wij zeggen: Wij aanvaarden werkelijk.  Dan is er nog een groep, die ik de twijfelaars zou willen noemen. Het ene ogenblik lopen ze hoog weg met de geest. De geest is alles. En wanneer de geest iets zegt, is het in orde ‘ Het volgend ogenblik kan de geest geen goed meer doen. Want ‑ zo zeggen ze ‑ de geest heeft mij een paar keer in de steek gelaten en dan kun je er toch eigenlijk niet op vertrouwen. Volgens hun standpunt hebben ze misschien gelijk. Maar kunnen zij overzien, waarom de geest een bepaalde raad heeft gegeven? Kunnen zij begrijpen wat er gaande is?  Kunnen zij bewúst die geestelijke leiding aanvaarden? In 9 van de 10 gevallen niet. Zij kunnen dus ook niet begrijpen wat er precies als achtergrond van deze geestelijke instignatie aanwezig is. Waaróm iets is misgegaan of waaróm zij misschien een totaal verkeer­de voorstelling hadden van de resultaten, die zij door het volgen van een bepaalde raad van de geest zouden kunnen bereiken. Hier, vrienden, is dus weer een woord van voorzichtigheid geboden.

Indien u besluit om geestelijke leiding te aanvaarden, zult u deze moeten aanvaarden, ook wanneer de resultaten daarvan niet altijd in overeenstemming zijn met wat u ervan verwacht. U moet dan proberen het te zien in een meer kosmisch geheel. En alleen wanneer u ontdekt dat het volgen van de geestelijke leiding voortdurend voor anderen conflicten, leed, onnodige problemen en zorgen betekent, heeft u het recht deze leiding naast u neer te leggen. Maar dan dient u ook geheel van deze geestelijke leiding af te zien, zeggende: Wat hij brengt is niet meer verantwoord en ik kan mij dus daarop in geen enkel opzicht meer verlaten.

Misschien vindt u dat dit alles erg nuchter klinkt. Maar het aan­vaarden van geestelijke leiding impliceert dat men weet wat men doet.

Het impliceert dat men samen met de geest iets wil bereiken. Het houdt in dat men niet begint aan de geest voorwaarden te stellen, maar even­min dat men toelaat dat deze geest onbeperkt eisen aan u stelt. Er zijn delen van uw leven, waarin uzelf tenslotte de baas moet zijn en blijven.

Wanneer een geestelijke leider u vertelt dat u plotseling alles moet neerleggen: uw betrekking, uw financiële mogelijkheden en dat u nu eerst moet gaan beginnen met iets anders, dan kan dit van uit een geestelijk standpunt wel juist zijn. Maar als dit voor u niet verantwoord is en u niet kunt zeggen: “Dit kan ik inderdaad aanvaarden en verwerken”, dan kunt u er niets mee tot stand brengen, Want zelfs het volgen van de raad van de geest met alle mogelijke daaruit voortvloeiende goede gevolgen veroorzaakt een zodanige tegenstrijdigheid in uw wezen, dat het goede achterwege blijft, ook in geestelijk opzicht en op het gebied van bewustwording.

De negatieve punten, die ik naar voren breng, zijn noodzakelijk.

Naast de mens, die alleen maar van uit en voor zichzelf wil leven, troffen wij nl. (en dat zal in de komende jaren steeds sterker worden) de mens, die de leiding van de geest aanvaardt en deze als beslissend beschouwt. Zo iemand begrijpt niet dat er een groot verschil bestaat tussen de werkelijkheid van de geest en de stof. Wanneer de geest u zegt dat u op het dak moet gaan wandelen, dan is dat voor die geest geen kunst; maar u bent misschien duizelig, u zou vallen.

Wanneer die geest u zegt dat u een wonder kunt doen en iemand kunt ge­nezen, dan is dat misschien waar. Maar dan moet u zorgen dat alle voorzorgen zijn genomen, opdat bij mislukking die mens het slachtoffer niet zou worden.

Wanneer je in jezelf zekerheid hebt, wanneer je werkt en leeft van uit de goddelijke Kracht (zoals men wel eens zegt; de Christusgeest), dan komt het totaal van die geestelijke leiding onmiddellijk in een ander daglicht te staan. Wij hebben dan niet meer te maken met de geest die ons helpt en kracht geeft. Neen, we hebben dan alleen te doen met de Kracht, die ons helpt om de levende, goddelijke en kosmische Kracht in onszelf op de juiste wijze te gebruiken en te richten. Wij hebben niet meer te maken met die ene stem die ons onfeilbaar de waarheid vertelt. Wij hebben te maken met degene die ons de samenhangen leert begrijpen.

Mag ik daarom voor het aanvaarden van geestelijke leiding nog kort enkele punten stellen;

  1. Indien u de geestelijke leiding in uw leven belangrijk acht en deze wilt aanvaarden, dan dient u deze nimmer nadrukkelijk te zoeken. Als ze u vrijelijk en vrijwillig wordt gegeven, is ze waardevol. Zodra u haar tracht af te dwingen, zullen er factoren uit het onderbewuste, factoren uit de geest die niet met u harmonisch zijn, kunnen optreden en zouden de resultaten verkeerd kunnen zijn.
  2. Elke kracht uit de geest, die u wil helpen en leiding geven, zal ‑ mits zijzelf licht is ‑ graag met u meewerken, zo ge uzelf instelt op de hoogste lichtende krachten. Werk met deze. Dan zal er misschien een minder sterk persoonlijk contact tussen u en uw persoonlijke leider of meester ontstaan, dat is waar. Daar staat echter tegenover dat u in veel groter mate in staat zult zijn met de weinige leiding, die u wordt gegeven, grote, goede en kosmisch juiste resultaten te behalen.
  3. Realiseer u dat de geest nooit alle ontwikkelingen en mogelijkheden in de stof kan overzien, zoals gij van uit uw stoffelijk standpunt doet. Geestelijke leiding wordt u gegeven en geestelijke steun en hulp zoveel als ge maar nodig hebt; maar de geest kan daarbij vaak geen rekening houden met uw speciale ‑ en van uit geestelijk standpunt onbelangrijke ‑ verlangens. Zij kan geen rekening houden met wat u meent dat u volgens uw karakter, capaciteiten e.d. zou toekomen. Zij kan geen rekening houden met uw begeerten op bv. financieel terrein. Zij kan alleen rekening houden met uw noodzake­lijke levensbehoeften. De geest zal verder over het algemeen geneigd zijn u bij het geven van bijstand te helpen langs de natuurlijke weg. Dus nimmer door het directe mirakel, maar eerder langs de zgn. ge­leidelijke ontwikkeling van de gebeurtenissen.
  4. Bij elke aanvaarding van geestelijke leiding realisere men zich heel goed, dat de persoonlijke verantwoordelijkheid blijft bestaan. Men mag vrij leven. Goed leven. Men mag vreugde zoeken in het leven zoveel men wil, Niets verbiedt dit. Men is zelf het product van vele incarnaties en ook de invloed van de leidinggevende geest houdt daarmede rekening. Maar wat u werkelijk tot stand kunt en zult bren­gen is grotendeels afhankelijk van uw zelfvertrouwen, uw bereidheid zelf te handelen en zelf het initiatief te nemen. De mens, die grote en goede leiders heeft in de geest, maar niet bereid is zelf het initiatief te nemen, zal ten slotte weinig of niets bereiken en in de meeste gevallen onderhevig zijn aan innerlijke span­ningen en misschien daaraan ten onder gaan.

Het bewust aanvaarden van geestelijke leiding.

Wanneer wij proberen om met geestelijke leiders en meesters samen te werken, dan moeten wij ons in feite niet alleen realiseren wat zij ons zeg­gen; wij moeten ook begrijpen waarom en op welke wijze zij dit doen. Wij moe­ten begrijpen met welk doel zij ons iets zeggen. En daarom is het vaak heel erg moeilijk een voldoend bewustzijn te bereiken. Een geestelijke meester te zien als iemand die ver boven je staat, is eenvoudig. Hem te zien als een soort compagnon in je leven is veel moeilijker. Waarmee heb je rekening te houden als je wilt proberen die geeste­lijke leiding ook meer bewust te verwerken?  In de eerste plaats wel; De geest drukt zich uit in haar beelden. Zij geeft weer in haar taal. Zij drukt op u waarden af en geeft u krachten, zoals ze in haar sfeer bestaan. U zult alles (dus beelden, raad, gegevens en ook krachten) zelf moeten omzetten in waarden die op uw eigen wereld bruikbaar zijn. De leidinggevende geest kan u nooit iets geven wat direct en zonder meer in uw eigen wereld past. Indien dus de aanduidingen vaag zijn, is het noodzakelijk u eerst af te vragen. Waarom deze vaagheid? En verder ook: Op welke wijze kunnen wij dit vage geheel een meer definitieve en voor mij begrijpelijke lijn zien.

Een impuls, die door een geestelijke meester of leider naar de aarde wordt gezonden, dient verder in uw eigen gedachten eerst goed te worden beseft en dan in vragende vorm (zoals ge haar begrijpt) te worden gecontroleerd. Als dan de ingeving die u kreeg niet juist is vertaald, zo heeft de geest alsnog de mogelijkheid die vertaling te corrigeren. Volg nimmer, wanneer u bewust de geestelijke leiding wilt aanvaarden, zonder meer de door haar gegeven impulsen,

Dan krijgen wij in de tweede plaats de al even mogelijke kwestie van het inzien waarom.

Wanneer de geest u zegt; “U moet morgen naar Zaandam gaan” dan kunt u misschien wel denken dat u daar bij Albert Heyn iets moet doen of bij één of andere grote houtfirma in het noorden des lands; maar u weet dit niet zeker. Als die geest dit werkelijk ernstig bedoelt, zal zij bereid zijn daar­ aan een voor u aanvaardbare en begrijpelijke reden toe te voegen. Geschiedt dit niet en kunt u zelf geen reden vinden, laat dan een dergelijke stimu­lans of aanwijzing buiten beschouwing. Immers, als dit noodzakelijk is, zal uw geestelijke meester of leider zich verplicht voelen de aanduiding en waarschuwing te herhalen en wel in een duidelijker en meer aanvaardbare vorm.

Een derde punt is vaak de samenhang van het geheel. Soms krijg je een tijdlang geestelijke leiding op een wijze, die je innerlijk vrolijk en blij maakt. Dan denk je: nu ben ik geborgen, ik krijg van alle kanten steun. En zelfs als je dit nagaat en redelijk ontleedt, is er geen enkele hiaat. Het klopt precies. Maar dan valt dit weg en sta je daar eenzaam en verlaten en je vraagt je af: Waarom? In 9 van de 10 gevallen geschiedt dit, omdat je je te veel instinctief aan die leiding hebt overgegeven en daardoor je eigen initiatief en je eigen denken aanmerkelijk hebt geschaad.

Begrijp wel dat er ook een periode kan optreden dat een bepaalde geest u geen leiding meer kan geven, bv. omdat die geest zelf bezig is zich in een nieuwe sfeer te vestigen, een nieuw bewustzijn op te doen. Dat een bepaalde geest, die gedurende een lange tijd uw geestelijke leider en meester is geweest, op een gegeven ogenblik voor u geen tijd meer heeft. Wees daarover nooit bedroefd, want als leiding noodzakelijk is, dan krijgt u die. Maar blijf niet dwingen. Wees redelijk en wanneer uw leider weg­blijft, vraag u dan niet alleen af: Wat is bij míj de oorzaak dat hij niet meer optreedt; maar vraag u af of er misschien aan de andere kant een geestelijke oorzaak is. Laat u nooit tot mistroostigheid verleiden.

Een vierde punt: Geestelijke leiding is altijd gebaseerd op kosmische samenhangen. U kunt de kosmische samenhangen niet overzien. Daarom geldt bij het bewust aanvaarden van dit alles:

Wanneer ik voor mijzelf geen volgens mij onjuiste en onverantwoorde handelingen, impulsen of noodzaken zie, terwijl de gevolgen m.i. ten hoogste voor mijzelf maar niet voor anderen schadelijk kunnen zijn, zal ik ook die delen van de geestelijke leiding, die ik niet onmiddellijk kan beseffen, verwerkelijken. Maar ik ben en blijf zelf degene die daarover oordeelt. Ik ben aansprakelijk voor mijn eigen leven. En wanneer de geest ontdekt dat een bepaalde voor mij niet te vinden of te begrijpen impuls mij niet de juiste en aanvaardbare weg toont, zal hij ongetwijfeld wederom haar leiding en instigatie herhalen en wel op een meer juiste en begrijpelijke wijze.

Een punt dat ook van belang is, is het volgende.

Wanneer u een geestelijke leider hebt, van wie u zo bewust mogelijk de hulp en de leiding wilt aanvaarden, dan is er sprake van een directe samenwerking. Een directe samenwerking houdt niet in een gehoorzaamheid zonder meer. Het is een samenwerking door uitwisseling van meningen en het eventueel bespreken van waarden, zo dit mogelijk is. U hebt het vol­ste recht ‑ althans wanneer u tracht een geestelijke leiding bewust te aanvaarden ‑ om aan de geest bepaalde vragen voor te leggen; en als iets niet duidelijk is, om opheldering te vragen. U hebt eveneens het volste recht om bepaalde aanwijzingen van die geest naast u neer te leggen, als deze stoffelijk niet aanvaardbaar zijn. Slechts wanneer die geest daarop terugkomt en u een nu wel stoffelijk aanvaardbare reeks impulsen geeft, kunt u daarvan gebruik maken.

U moet dus altijd bedenken dat wanneer de geestelijke meester of leider optreedt, en er sprake is van een bewust aanvaarden en een bewuste samen­werking, u evenveel rechten hebt als uw geestelijke meester of leider. Diens superioriteit kan weliswaar vaststaan, maar zij moet u voortdurend kenbaar en duidelijk worden getoond; want het heeft geen zin alleen op ge­zag te geloven of te aanvaarden.

Wanneer u bewust een geestelijke leiding aanvaardt, zult u verder worden geconfronteerd met de volgende verschijnselen.

In de eerste plaats: Ik ontdek in mijzelf bepaalde capaciteiten en krachten, die ik meende niet te bezitten. Ik kom tot grotere prestaties dan ik voor mijzelf ooit mogelijk achtte. Maar ook: ik zal vaak innerlijke weerstanden moeten overwinnen, waarvan ik niet eens wist, dat ze aanwezig waren. Ik zal mijn karakter vaak moeten veranderen, omdat ik alleen daardoor verder juist kan leven. Ik zal mijn maatstaven van het beperkt menselijke steeds meer moeten aanpassen aan het kosmische. Want ik kan niet met een geest samenwerken, terwijl ik als mens mijn bekrompen inzichten of geleerde maatstaven en mijn dogma’s op elk terrein blijf handhaven.

De bewuste aanvaarding van een geestelijke leiding is in zekere zin “vrij” denken. Het is een besef van de waarheid en wekelijkheid, die achter de uiterlijke verschijnselen zijn verborgen, met de bereidheid om – zover het mogelijk is, zonder anderen te schaden ‑ deze erkende werkelijkheid in de daad om te zetten.

Initiatieven van de geest zijn altijd natuurlijk er prettig; maar wanneer je bewust de leiding aanvaardt, dan zul je het initiatief van die geest moeten overnemen. Iemand, die blijft wachten tot de geest iets duidelijk en onontkoombaar heeft uitgedrukt of voorgesteld, faalt in feite, want hij is niet werkelijk tot samenwerking bereid en evenmin om bewust en zelfstandig te streven. Hij eist a.h.w. dat alles hem op een zilveren blaadje wordt gepresenteerd, waarbij het nog maar de vraag is of het zal worden aanvaard, als de geest geen witte handschoenen aanheeft. Dergelijke eisen te stellen en tegelijk bewust een geestelijke leiding te aanvaarden is onmogelijk. Hiermede heb ik punt drie van mijn inleiding voltooid.

Wij hebben dus de drie voornaamste begrippen, waarmee wij te maken krijgen, vastgelegd en kunnen trachten om nu de kwestie van de geestelijke leiding minder puntsgewijs en meer samenhangend verder te bezien. Wij zullen ons daarbij moeten realiseren hoe de zaken er kosmisch voorstaan.

U leeft hier op aarde en voor u is er een beperking van tijd. Er is ook een beperking van uw eigen vermogens en mogelijkheden. Maar deze beperkingen komen voor een groot gedeelte uit uw bewustzijn voort. Als u zegt dat u iets niet kunt, dan is het nog maar de vraag, of u het werkelijk niet kunt. Wij kennen het geval van de verlamde die 30 jaren in een stoel zat en niet kon opstaan, totdat ze dacht dat er brand was.

Toen liep ze als een haas, veel vlugger dan iemand die gezond was.  Veel mensen vertrouwen wel op de geestelijke leiding, maar beginnen vooruit te zeggen: “Ja, maar ik kan niet. Dit is en onmogelijk.” U zult begrijpen dat wanneer u met uw denken beperkingen schept, deze beperkingen u niet alleen beletten de leiding van de geest goed te volgen, maar het u ook onmogelijk maken om waarlijk en volledig te leven. De zin van het leven is nu eenmaal kosmisch bewust te worden,

Wanneer een lichtende geest u helpt, wanneer zij krachten en leiding geeft, adviezen en bijstand, dan zal zij dit niet slechts doen om door u te werken. Zij zal het tevens doen om ook in u een kosmisch bewustzijn te doen groeien.

Voor mensen klinkt het wat vreemd, als je zegt dat 9 van de 10 wetten die de mensen als juist erkennen, voor het kosmisch bewustzijn onzin zijn. En het wordt pijnlijk. Wanneer je zegt, dat bijna de helft van de menselijke wetenschap, kosmisch gezien eveneens kolder is. Toch is dat waar. Wat u beschouwt als goed, behoeft nog helemaal niet goed te zijn. En het kan zelfs in kosmische zin absoluut verkeerd blijken. Wat u hier absoluut afkeurenswaard en slecht acht, kan in kosmische zin goed en noodzakelijk blijken.

De geest, die u leiding geeft, zal natuurlijk rekening houden met uw persoonlijkheid en zelfs met uw persoonlijke idiosyncrasieën. Maar als zij uit het licht komt, zal zij trachten u naar het licht te brengen, naar het begrip van kosmisch leven en kosmische waarden. En daarom zal ze u soms wel eens voor eigenaardige raadselen stellen. Zij zal op een gegeven ogenblik zeggen: “Waarom maak te je daar nu druk over Dat is van geen belang.” En u meende juist dat het van heel veel belang was. Voor u persoonlijk is het ook van buitengewoon belang en u kun niet begrijpen dat die geest weigert daarop in te gaan, of dat die geest haar mening niet rechtvaardigt of geen uitleg wil geven en er zich toe beperkt te zeggen dat het van geen belang is. In zo’n geval moet u goed beseffen dat de geest u leiding geeft volgens haar kosmisch standpunt en de beslissing aan u blijft. Maar wanneer het voor de geest van geen belang is betekent dit, dat u volgens uw eigen verantwoordelijkheid en uw eigen besef uw wegen kunt volgen.

De geest ziet God en goddelijke Kracht als directe en levende waarden. Het licht Gods is voor de geest meer kenbaar en intenser dan voor u het licht van de zon. Zelfs wanneer u zich niet in Nederland maar ergens in de Sahara bevindt, waar de zon een soort “koperen ploert” wordt. Dat licht is voor de geest direct kenbaar en hanteerbaar. Het is in en rond u, maar u ziet het niet. Wanneer de geest u zegt dat dit licht en die kracht er zijn en u kunt dit accepteren, dan kunt u met dit licht en die kracht werken. Maar als u een voorbehoud maakt of tracht die geest als intermediair in te schakelen, dan zult u kunnen falen. Daar kan die geest dan niets aan doen. Zij heeft u het juiste gezegd, zij heeft u de juiste impuls gegeven, maar u hebt niet kunnen aanvaarden, uw denken vormde een beperking.

Er bestaat geen enkele grens in hetgeen je met je gedachteleven kunt aanvaarden. Er zijn mensen, die in een fantasiewereld leven, waarin door hun gedachten niets meer werkelijk is. En toch heten zij normaal te zijn. Een geest die u bewustzijn bijbrengt, kan voor u nooit een wereld scheppen die niet werkelijk is. Al wat die geest u brengt en leert, staat in directe relatie met uw eigen bestaan. Het is niet noodzakelijk te zeggen: Die geest heeft mij die kracht gegeven, maar zij wordt niet geuit. Wanneer de geest u die kracht geeft, komt zij tot uiting. Maak u er geen voorstelling van hoe, want dat kunt u toch nooit. U bent te weinig thuis in kosmische krachten om precies te weten wat zij uitwerken. Maar gebruiken kunt u ze wel degelijke. Beschouw deze dingen als een normaal, nuchter en logisch deel van je bestaan.

Probeer niet je boven anderen verheven te voelen, want dat is een heel grote fout die door veel mensen wordt gemaakt. “Wij hebben,” zo roepen ze uit, “een geestelijke priester.” (0, misschien hebben ze er wel tien!) “En daarom staan wij boven de andere mensen, heb­ben wij alleen de waarheid.” Volkomen fout! U zondert u door zo te denken af van de wereld. Maar die wereld is deel van het kosmisch geheel. Zij is voor u belangrijk. Want u kunt haar werkelijkheid ‑ hoe betrekkelijk ook in de kosmos ‑ niet ontwijken. Deze wereld, waarin u leeft met al de direct kenbare en zo concreet mogelijke zaken en mogelijkheden daarvan, moet pas­sen in hetgeen de geestelijke leiding u geeft. En u bent niet een meer of minder bewust mens, u bent niet hoger of lager in de geest, omdat u al of niet een geestelijke leider hebt, u bent precies hetzelfde als ieder ander. U hebt maar één voordeel. De geest, niet belemmerd door de stof­felijke beperkingen en verrijkt met eigen ervaringen, inzicht en vaak ook kracht en lering uit hogere sferen, is in staat u de juiste weg te wij­zen die u zou kunnen gaan.

De kwestie van de geestelijke leider en de geestelijke meester is overigens toch een gevaarlijke. Want vrienden, een werkelijke geestelijke leider of een werkelijke geestelijke meester openbaart zich voor u niet zonder onderbreking. Als u meent dat u voortdurend gezelschap en leiding hebt, dan hebt u ofwel te maken met iemand die pas is overgegaan en u dus vanuit een zuiver persoonlijk standpunt tracht te helpen (en dat is zeker geen meester in de werkelijke zin van het woord); dan wel uw eigen onderbewustzijn is hierbij in het spel. Hoe meer u zich baseert op die geestelijke leiding als het intrinsieke, het dragende deel van uw bestaan, hoe groter het gevaar is dat de niet bewuste delen van uw denken een rol gaan spelen, tot u ten slotte voortdurend gesprekken met uzelf voert en bijna ondergaat in de niet gerealiseerde waanzin die u zelf hebt uitgespuwd. Begrijp dat wel.

Een bewuste geestelijke leider is altijd iemand, die alleen dan ingrijpt, als het werkelijk noodzakelijk is. Een werkelijk geestelijke meester is iemand, die u helpt tot inwijding te komen, d.w.z. groter bewustzijn, groter inzicht en tot een zuiverder en meer kosmische opvatting. Het is echter iemand die alleen dan optreedt, als werkelijk de mogelijk­heid bestaat iets met u te bereiken wanneer een les noodzakelijk is. Zolang het goed gaat, wordt niet ingegrepen.

Ontnuchterend, vindt u niet? Ontnuchterend voor veel mensen, die zich hebben vastgeklampt aan het idee dat een geestelijke leider zoiets is als een rots in de branding, waaraan je je voortdurend vastklampt en dan de hele wereld onder je door laat spoelen.

Vrienden, ik heb getracht u te zeggen wat een bewuste negatieve geestelijke leider is: iemand, die u helpt. En naast, al de negatieve kanten moeten wij nu ook ‑ voor wij deze avond beëindigen ‑ aandacht besteden aan de po­sitieve zijden. Wanneer u in staat bent een waarheid duidelijk op te vangen en u zet haar om in daden (dit laatste is noodzakelijk!), dan wordt hieruit een beter leven, een grootser bewustzijn geboren en een ‑ mede door teleurstellingen vaak ‑ vergroot besef van uw eigen mogelijkheden,

De waanwereld, de begoocheling rond u, wijkt steeds verder terug. Wanneer u innerlijke krachten bezit maar u gelooft daarin eigenlijk niet, dan is het vaak juist de geestelijke meester met zijn leiding die u erop attent maakt en u zegt: “Probeer dat nu eens een keer.” Maar bedenk wel, het is niet zíjn werk, het is altijd uw werk en uw taak. U zult zeggen: “Maar de geest kan door mij werken.” Inderdaad, mits u zelf daarvoor de krachten hebt en wanneer u die geest bewust kunt aan­vaarden,

U kunt natuurlijk uitroepen; “Maar de vele inspiraties die ik ontvang, dan?” Die inspiraties zullen uw eigen vertaling zijn van datgene, wat uit de kosmos tot u komt. En wanneer deze geïdentificeerd worden met een bepaalde geestelijke meester, maakt u het uzelf vaak onnodig moeilijk”. Want er zijn meer flitsen van bewustzijn die u bereiken dan alleen wat afkomstig is van uw geleidegeest of meester. Er zijn vele mogelijkheden. Zodra u bent ingesteld op het hoogste licht, krijgt u daaruit de juiste inzichten, inspiraties en krachten. U zult deze zelf ‑ en nooit alleen door middel van de geest of de gedachte ‑ moeten concretiseren. Laat u dus nooit verleiden bepaalde geestelijke waarden te substitueren voor stoffelijke dingen, die u niet aandurft met het idee dat het niet goed is.

Een geestelijke leider zal u er vaak op wijzen, dat bepaalde dingen noodzakelijk zijn. En wanneer u dan reageert met “dat is op het ogenblik stoffelijk niet mogelijk,” dan zegt de geestelijke, leider. “Probeer het dan in de geest te beleven”. De mens concludeert hieruit dat dit voldoende is. Dat is niet waar. Maar door het geestelijk te beleven, door het dus a.h.w. in de geest door te maken, kan men zich beter voorstellen wat het is. Men kan dus een beslissing nemen. Als men echter blijft doordromen in de geest, in de gedachtewereld, terwijl men gelijktijdig ont­kent dat het gedachte in de stof is te verwerkelijken, dan is het volkomen verkeerd en worden er geen werkelijke resultaten bereikt.

De kwestie van het bewust aanvaarden van geestelijke leiding brengt u nog een ander voordeel, dat velen over het hoofd zien. Op het ogenblik, dat u in een bewuste samenwerking met een persoonlijke geestelijke leider of kracht probeert het kosmische in en rond u te begrijpen, de kosmische krachten in en rond u te hanteren, zult u alleen door deze samenwerking van uw eigen bewustzijn en uw eigen bewustzijn op het niveau (dus in de sfeer) van de leider of meester sterk vergroten. Naarmate u met die leider of meester meer durft het contact brengen op het niveau van een samenwerking dan het alleen te beperken tot ontvangen en gehoorzamen, zult u uw eigen geestelijke voertuigen ontwikkelen, U zult in een bepaalde sfeer steeds zelfstandiger kunnen optreden. U zult uit die geestelijke sfeer zelf krachten kunnen putten. En u zult eveneens ‑ zoals uw leider of meester oorspronkelijk voor u deed in deze sfeer bepaalde kosmische waarheden, vermogens en krachten kunnen opnemen en doorzenden naar uw eigen stof, zodat de geestelijke meester a.h.w. overbodig wordt. Er is niets, wat een geestelijke leider of meester meer begeert dan dit: overbodig te worden.

U kunt in uzelf en vanuit uzelf steeds leren hoe u een bepaalde sfeer kunt betreden, kunt beleven; en op den duur zelfs: hoe u dit in uw stoffelijk bewustzijn meer en meer kunt vastleggen. Besef echter zeer wel vrienden, dat dit alleen kan, wanneer u de moed hebt om vanuit uzelf het hogere niveau te aanvaarden, ook al weet u dat u de mindere bent; en te vechten voor een duidelijk begrip van kosmische waarden; een duidelijk begrip van de redenen waarom iets zou moeten geschieden; een duidelijk begrip voor datgene wat wel en wat niet belangrijk is.

Laat mij dan besluiten met op te merken dat een mens die geestelijke leiding aanvaardt en steeds meer bewust leert aanvaarden, daaruit tevens een inzicht verwerft omtrent datgene wat op zijn eigen wereld al of niet belangrijk is. Want ook dit telt zeer veel. Immers, naarmate je meer beseft wat er aan wetten en regels op jouw wereld werkelijk be­langrijk is en wat je alleen maar moet zien als een middel om de mense­lijke gemeenschap te doen voortbestaan, zul je ook in staat zijn, in je persoonlijk leven je meer te richten op de kosmische waarden en kosmische krachten; en zo, reeds in de stof, een vergroting van bewustzijn en innerlijke harmonie, maar ook van doelmatig leven naar buiten toe en betekenis voor anderen te verwerven.

Noot

Ofschoon ik de eigenlijke les heb beëindig, zou ik nog graag op het volgende willen wijzen:

De meeste mensen hebben in meer of mindere mate een geestelijke leider. In hun leven ligt een bepaald patroon dat mee van uit de geest wordt gestimuleerd. Maar een betrekkelijk klein gedeelte van de mensen is in staat om dit alles bewust te ervaren. Voor velen speelt het contact met een geestelijke leider zich af in een droom en zij zijn zich daarvan eigenlijk niet bewust. Voor velen zal het ingrijpen dat een meer bewuste als een directe raadgeving hoort, eerder een flits van een gedachte of een impuls zijn, een inval zonder meer.

Bij al hetgeen ik hier heb gezegd, ben ik eigenlijk uitgegaan van het standpunt dat men dus de leider kan begrijpen, dat men weet dat die leiding er is. U zou mij daarbij onmiddellijk kunnen tegenwerpen; “Maar persoonlijk heb ik dit nog nooit zo bewust ervaren, heb ik nog nooit kunnen debatteren met de geest.” Mijn antwoord hierop zal u, naar ik hoop, meer licht verschaffen.

Wanneer u weet dat in uw leven een geestelijke leiding, een gees­telijke kracht een rol speelt ‑ ook als u deze niet kent of niet bij name kent ‑ en u komt te staan voor overwegingen, waarbij de inval, de impuls, de droom e.d. een grote rol spelen, dan doet u er goed aan om a.h.w. met uzelf daarover te debatteren. Dan moet u voor uzelf de vragen stellen, die u ‑ wanneer u de geestelijke leider goed zou kennen en met hem zou kunnen spreken ‑ aan hem zou willen voorleggen. Spreek a.h.w. de twee rollen door, maar kom niet tot een conclusie. Laat de zaak even rusten. Want elk door u niet bewust of als een bijna zintuiglijke impressie erva­ren contact met de geest zal dan op dit gesprek, dat u in uzelf voert, ook reageren. En daaruit groeit een ‑ meestal door u eigenlijk niet eens verwacht ‑ inzicht, dat de oplossing van het probleem insluit; en dus een nieuwe mogelijkheid aangeeft of een nieuwe tendens.

Wanneer u zich voortdurend bezighoudt met het positieve in het leven, u zich voortdurend richt op de lichtend Kracht, de Christusgeest, het goddelijk Licht, enz., dan kunt u er zeker van zijn dat er in uw leven regelmatig leidinggevende geesten zullen optreden, ook wanneer u dat niet direct bemerkt.

Voelt u ervoor die leiding meer bewust te maken, dan moet u uitgaan van een voortdurend denken aan God, wanneer een beslissing noodzakelijk is en u op het licht instellen. En vooral moet u leren luisteren. Dat wil zeggen: uzelf ledig te maken en dan desnoods alle invallen maar even op te schrijven. Dan kunt u ook gebruik maken van kruis‑en‑bord of van automatisch schrift, als u daartoe begaafd bent. Alles wat daaruit voortkomt, moet niet beschouwd worden als een onomstotelijke waarheid, maar als een punt van overweging, een punt van uitgang. Want daarin verborgen ligt dan meestal wel de impuls, die de geest u geeft.

Hoe meer u dit doet, hoe zuiverder u een onderscheid leert kennen tussen wat uit uzelf voorkomt, datgene wat zo maar een associatie of een inval is en datgene wat van buiten schijnt te komen. Zelfs als je dan niet paranormaal begaafd bent, zoals men dat noemt, komt er toch een ogenblik, dat je zelfs in je eigen denken duidelijk kunt onderscheiden: hier is iets ingevoegd en dit is alleen van mijzelf. Met wat oefening kan dus eenieder eigenlijk leren om geestelijke leiding te aanvaarden en zich de aanwezigheid daarvan te realiseren.

Ik mag er aan toevoegen, dat het voor het bewust aanvaarden van geestelijke leiding natuurlijk beter is, wanneer je je eerst bewust bent van de wijze, waarop die leiding optreedt. Noodzakelijk is het niet, maar het is wel beter.

De stroom van het leven

Het leven is een voortgaan, een voortdurende beweging. Het is een meegesleept worden door de tijd. En langs je ligt een wereld, die vast is en schijnbaar onveranderlijk. Maar steeds weer wijzigt zich iets, al is het weinig. En in die wijziging meen je dan een vooruitgang te bespeuren.

Maar verandert de stroom, omdat hij zijn weg naar de oceaan zoekt? Verandert de oever, omdat het water zich voortbeweegt? Zijn niet alle dingen in feite een vaste waarde?

Het is een wat vreemde vraag misschien, maar laat ons eens stel­len dat God het heelal is, waarin de rivier van ons leven stroomt. God is het land, onveranderlijk en eeuwig. En wij zien facet na facet. Maar wanneer wij nu eens terug zouden kunnen springen in die vloed, zo­als een forel, tegen de stroom opgaande, dan zouden we misschien het verleden kunnen doen ontstaan, gelijk met het heden. Dan zouden we ons­zelf verveelvoudigen. Tien‑, twintig‑, dertig‑ veertigmaal zouden we onszelf zijn. We zouden verward geraken, want we zouden steeds zeggen: “Dit ben ik in dit moment.” Omdat het moment, waarin wij leven, ons het enig belangrijke lijkt. Het is voor ons het criterium van ons bestaan.

Maar zijn wij eigenlijk niet al die anderen ook?

U bent nu misschien wat ouder, maar u bent het elfde kind, dat wenend in de wieg lag. Ge zijt misschien uw vorig bestaan vergeten” maar ge zijt ook nu die geest, die leefde in een sfeer; of die roeier op een bark ergens in de Middellandse Zee; of die Indiaanse misschien die over de hoge bergpaden van de Andes ging. Gij zijt al die dingen tegelijk.  De stroom van de tijd is het voortgaan, de beweging. En wij menen voortgedragen te worden met de vloed van het tij, moment na moment, voort stromend naar een onbekende oceaan.  Maar eigenlijk is het leven, dat wij kennen, de tijd die voort stroomt door datgene wat wij zijn van begin tot einde. Wij zijn de oever, waarin de tijd zich voortbeweegt. God is het land, waarin we leven, waarin we bestaan, waarvan we deel uitmaken, onscheidbaar en toch enigszins met een eigen profiel, zoals de dijken die liggen langs de grote rivieren.

De stroom van tijd gaat verder. En wij binden ons bewustzijn aan een enkel deel van die stroom. Maar zal er niet een ogenblik kunnen komen, dat de tijd ophoudt? Dan mag de bedding verdrogen en zal men zeggen: “Nu is er eeuwigheid.” Maar in de eeuwigheid, wanneer ons bewustzijn terugkeert tot ons eigen wezen, zullen we kunnen zeggen: “Wij zijn de lijnen, die God heeft getrokken in het landschap van Zijn wezen.”

Men spreekt zoveel over wijsheid. Maar de wijsheid van gisteren en de wijsheid van vandaag zijn anders dan de waarheid van morgen. Kan werkelijke wijsheid veranderen? Wijsheid moet toch het begrip zijn van het totale “ik” (van het gehele wezen dat wij zijn) voor de werkelijkheid waarin wij leven? En het daaruit voortgekomen “je aanpassen” aan al wat je erkent?

Laat ons dan zeggen dat de werkelijke wijsheid tijdloos is en nimmer kan veranderen. Zoals er maar één waarheid kan zijn, omdat nu eenmaal in het tijdloze geen duizend waarheden kunnen bestaan.

Wat wij waarheid noemen in de vloed van tijd, gaande met die stroming van moment tot moment, dat is steeds weer de illusie van waarheid. Er kan geen waarheid bestaan voor een deel van het Al, maar alleen voor het gehele Al. Er kan geen waarheid bestaan, die alleen maar een bepaalde wereld betreft. Ze moet alle werelden betreffen, anders is ze niet waar

Er kan geen God bestaan die vandaag zus is en morgen zo. Er kan maar één God bestaan, eeuwig en onveranderlijk. Zoals wij alleen kunnen bestaan eeuwig en onveranderlijk, maar nu nog niet bewust van het totale wezen. Nu nog steeds weer ons bindend aan het voortstromen van die, tijd, alsof de dijk haar bewustzijn in een druppel water had geprojecteerd om mee te gaan naar de oceaan, niet beseffend dat het haar bedding is die haar karakter uitmaakt.

Zo zouden wij dan mogen zeggen; “Ach, stroom van tijd, jij, die mijn gedachten doet voortdrijven van verandering tot verandering, je bent gevangen in mijn wezen en mijn werkelijkheid. Niet jij, tijd, bent het die mij drijft. Het is mijn geschapen wezen en mijn werkelijkheid die jou geleidt en doet voortgaan ‑ niet volgens jouw keus, maar langs de door God in mij bepaalde wegen.

Eens, tijd, zal ik leren je te verlaten. Eens zal ik mij onttrekken aan je jachtig gaan. En weten, dat ik‑ ‑ omvamend de tijd ‑ van begin tot einde besta. En dan eerst kan ik zeggen dat ik de waan heb overwonnen.

Dan spreken tot mij de namen uit de Werkelijkheid. Dan ken ik de naam en het wezen Gods, zowel als mijn eigen “ik”. Want de waarheid is het tijdloze.”

De stroom van tijd is de verwarring, waarin ons onvermogen het gehele wezen zelfs maar te omvamen, ons doet vluchten voor de waarheid. Maar de stroom der dingen, die geboren worden uit het Al, deze lijkt ons eveneens oneindig. Want vol van nieuwheid, vol van gloed, van steeds weer nieuw beleven, steeds weer een nieuw ervaren, denken en voelen, is het land dat ons voedt en dat ons draagt; is God.

Vol en krachtig en sterk is Hij, Die ons draagt en ons schept. Vol en krachtig en sterk is Hij en voortdurend voedt Hij ons met nieuw besef van dat, wat wij reeds kenden, maar nimmer wisten te brengen tot eigen denken en bewustzijn.

Laat ons dan groeien. Groeien, omdat in ons de tijd is ingetoomd. Laat ons bewust worden en sterk, omdat God ons daartoe geschapen heeft. En laat ons zeggen: “Ziet, kennend mijn wezen en toch niet verhinderend de vloed van de tijd en het gebeuren, besta ik en beleef ik uit mijzelf de tijd; en uit God mijn eigen wezen.

Met deze woorden, vrienden, zullen wij onze bijeenkomst besluiten. En eigenlijk besluiten we haar dus tevens niet, want dit moment blijft altijd bestaan. Het is deel van ons allen, van mij zowel als van u. Zoals alle momenten tijd zijn en gelijktijdig toch deel van u, want anders kunnen ze voor u niet bestaan.

Besef dit. En laat het scheiden van nu zijn, het beginnen van een nieuw besef, waarin het oude blijft leven, opdat ge steeds weer moogt weten waar uw Bron is en waar de Oceaan, waarin ge uitmondt.

Epiloog

Wij hebben nu in deze cursus besproken, ten eerste; het aanvaarden van geestelijke leiding, zoals dit in de stof geschiedt; en in de tweede plaats ook het geven van geestelijke leiding, zoals dit aan onze kant gebeurt. Hiermee is getracht u een redelijk volledig beeld te geven van alles wat met deze geestelijke leiding verband houdt. Er blijven dan nog enkele punten ter bespreking over, die ik ook graag in de eerste plaats zou willen afdoen.

Ten eerste: Elke geestelijke leiding wordt zowel gegeven als aanvaard op een volledig vrijwillige basis. Elke geestelijke leiding vooron­dersteld een vrije en bewuste leiding uit de geest en een vrije, bewuste en onder eigen aansprakelijkheid aanvaarde verwerkelijking van al wat deze geestelijke leiding brengt, door de mens in de stof. Dit is een zeer belangrijk punt, waarop niet voldoende nadruk kan worden gelegd.

Ten tweede; Wanneer in een bepaalde periode groepsincarnaties plaatsvinden ‑ zoals dit op het ogenblik op aarde nogal het geval is ‑ zo zullen heel vaak de groepen elk voor zich nog in het bijzonder de mogelijkheid hebben geestelijke leiding te ontvangen. Deze staat dan in direct verband met een incarnatie‑cyclus en het kan dus zeer wel voorkomen, dat in het jaar 1962 n. Chr. door bepaalde mensen op aarde leiding wordt verkregen van entiteiten die misschien 3 – 4000 jaar v. Chr. voor de laatste maal in menselijke vorm op aarde leefden. Hierdoor ontstaan grote verschillen van inzichten en opvattingen, waarbij een aanpassing van wat de geestelijke leiding doorgeeft aan de heersende mogelijkheden, condities en omstandigheden voor de mens in de stof onvermijdelijk wordt. Men dient ook hiermede rekening te houden.

Ten derde; Het ontvangen van geestelijke leiding kan langs vele wegen geschieden. Wij hebben deze zoveel mogelijk reeds aangestipt. Nu begrijpen wij zeer wel dat de doorsneemens nimmer die leiding zal verkrijgen die hij of zij wenst. Maar een leiding kan alleen worden gegeven in overeenstemming met het bewustzijn van degene die in de stof leeft. Verder kan dat alleen op een zodanige wijze geschieden dat de persoon zijn eigen problemen en conflicten zelf nog moet oplossen.

Ten laatste kan zij alleen worden gegeven op een zodanige wijze dat hierdoor ook voor de geest een zekere mogelijkheid tot ontwikkeling blijft bestaan. Werkelijke bindingen geest ‑ stof dienen te worden vermeden. Komen zij voor, dan liggen zij in een meer duistere sfeer. Hier hebt u dan enkele punten die van belang zijn.

Wanneer u nu te maken krijgt met inspiraties, met dromen of alle andere middelen, reeds in voorgaande cursussen genoemd en die worden gebruikt om een zekere leiding te geven, zo moet u er zich van bewust zijn dat deze leiding met een waar genoegen wordt gegeven. Denk niet dat het voor de geest een erg zware, moeizame en liever niet aanvaarde taak is u te helpen. Elke leiding die geestelijk wordt gegeven, is gebaseerd op de harmonie die in de kosmos bestaat en de wijze waarop men die zelf beleeft.

Het vinden van de juiste harmonie, de juiste levensaanvaarding, de juiste samenwerking stof‑geest is voor ons allen van overweldigend belang. Daaraan mee te werken betekent voor de geest vreugde, soms ook een mogelijkheid om verder te leren en in haar eigen wereld verder te gaan. Voor de mens in de stof kan geestelijke leiding die op de juiste wijze wordt aanvaard, alleen maar betekenen: een begrip van vergrote mogelijkheden voor de persoonlijkheid en een begrip van de keuzemogelijkheid die men in het eigen bestaan heeft.

Nu kunnen wij vanuit de geest nimmer een vaststaand en volledig voorschrift geven. Laat mij dit nogmaals met nadruk ze gen. Wij kunnen niet zeggen: Zo moet u handelen. Slechts de krachten uit het duister zullen dergelijke voorschriften trachten te geven. En zij doen dit in de eerste plaats om u daardoor a.h.w. dienstbaar te maken aan hun eigen bestrevingen en verlangens. Zij letten daarbij niet op u, wat betreft de eventuele schade die u geestelijk of stoffelijk als gevolg van dergelijke bevelen zou kunnen oplopen. Wees daarom altijd voorzichtig. Aanvaard uw geestelijke leiding zo goed gij kunt, maar altijd in overeenstemming met uw eigen denken, verstand en bewustzijn,

Hiermee heb ik de voornaamste punten ‑ naar ik meen – nogmaals aangestipt en er blijft mij nu dus nog over de procedure toe te lichten. Laat mij deze dan nog kort omschrijven.

Uitgaande van het feit dat geestelijke leiding voor eenieder die daarom vraagt ‑ hetzij door concentratie, gebed of op andere wijze ‑ te verkrijgen zal zijn en wel in het kader van de harmonie waartoe hij behoort, kan worden gesteld dat eenieder die tot overdenking overgaat, nadat hij zich in de juiste vorm van concentratie enz. heeft begeven, ook leiding ontvangt. Deze leiding manifesteert zich dan als een plotselinge inval, een verandering van gezichtspunt en soms zelfs doordat de nadruk van eigen gedachten op geheel andere punten dan het probleem zelf valt. Beschouw dit steeds als een indicatie, niet als een voorschrift. Houd er rekening mee dat die opkomende gedachten voor u belangrijker zijn dan het probleem dat u stelde. Dat het schijnbaar onzinnige antwoord dat uw inval u geeft, de kern van een oplossing in zich draagt. Zoek, dus uitgaande van hetgeen u op deze wijze bereikt  en dat u eventueel hebt vastgelegd of genoteerd naar de juiste oplossing van uw problemen en aansprakelijkheden.

Wanneer u helderziend of helderhorend bent of op andere wijze in direct contact staat met een geestelijke leiding, zo wijs ik u erop dat vertekening van boodschappen altijd mogelijk is, ook wanneer u er zelf van overtuigd bent dat dit niet het geval zou zijn of zou kunnen zijn. Zelfs de meest afdoende boodschap moet daarom steeds eerst nader worden bezien. Een geestelijke leider, die u een zeer belangrijke les geeft, zal eerder geneigd zijn deze te vaak te herhalen, dan dit niet te doen. Het is dus niet belangrijk dat u daar onmiddellijk op ingaat. Het element der herhaling treedt bij de geestelijke leiding juist vaak op wanneer het belangrijke voor uw eigen geestelijke bewustwording intrinsieke waarden betreft. Stel voor uzelf dat het voor ons eigen begrip, voor deze eigen verantwoordelijkheid en inzichten beter is zo goed mogelijk te handelen en te leven dan tegen eigen idee, eigen begrip van verantwoordelijkheid enz. in een geestelijke leider zonder meer te gehoorzamen.

Als u nimmer een geestelijke leiding in uw leven hebt gevonden, is het goed te beginnen met oefeningen van concentratie. In de periode van ontspanning, als men niet meer nadenkt over zijn problemen e.d. maar eerder zijn invallen klakkeloos neerschrijft of uitspreekt zal men over het algemeen zeer snel aan de allereerste vereisten voor het ontvangen van geestelijke leiding inderdaad hebben voldaan en wel door middel van het inspiratief element.

Zolang men zelf controle blijft uitoefenen en niet alles aan de geest overlaat, is hiermee voor u de mogelijkheid geschapen om een waarschijnlijk steeds groeiend contact ‑ niet met een bepaalde geest maar hoofdzakelijk met een harmonische sfeer of reeks ‑ tot stand te brengen. En dit betekent dat u uw leven juister, gelukkiger en vooral ook geestelijk vruchtbaarder zult kunnen leven, terwijl u gelijktijdig door het begrijpen van uw lessen en de aanvaarding van aansprakelijkheid voor al wat u volbrengt, ook zelf in de geest beter en gelukkiger zult kunnen voortgaan.

Met deze korte opsomming beëindigen wij dit gedeelte van onze les, dat gewijd is aan het aanvaarden van geestelijke.

Doe het zelf

Ik leef. En of ik wil of niet, ik leef zelf.

Niemand kan mijn leven dragen, niemand kan mijn leed en mijn problemen en mijn begeerten op zich nemen en mij daarvan ontheffen. Ik ben gebonden aan mijzelf. Wanneer ik meen dat ik aan anderen de lasten van mijn leven kan overdragen, dat ik hen kan dwingen mijn wil te vervullen en zo mij te ontheffen van die dingen in het leven die ik niet wens te aanvaarden, zo heeft de hele kosmos naar één antwoord; “Dit is onmogelijk. Doe het.”

Als u hiervan uitgaat, dan zult u begrijpen, waarom wij in de kosmos als geest en als mens altijd weer tot onszelf moeten terugkeren. Wij zijn nu eenmaal voor ons wezen uniek. Niet dat wij iets bijzonders zijn, maar precies zoals wij leven en denken bestaat er niets en niemand. Wij zijn een bepaald deel van het Al en geen enkel deel buiten ons kan juist die taak of juist die functie vervullen. Daarom zullen wij zelf moeten leven.

Bovendien zien wij de wereld, onze God en de waarheid door ons eigen wezen. Niemand kan deze dingen voor ons zien. Zelfs wanneer wij de stellingen van anderen aannemen, veranderen wij ze toch, tot ze passen in ons beeld, in ons denken, in ons geloven, in ons gevoelsleven. Kunnen wij dan iets anders doen dan stellen; wijzelf moeten de juiste relatie met de kosmos vinden.

Wanneer ik tot de wereld roep. “Ik verlang naar harmonie, zo geef mij harmonie,” dan kan de wereld mij die harmonie niet geven, want de wereld is. Zij bestaat. En zij bestaat niet in overeenstemming met mijn wensen. Zij bestaat uit haar eigen recht en wezen.

Wanneer ik een harmonie wens, dan moet ik zelf streven, werken en denken. Dan moet ik zelf zoeken de juiste harmonie te vinden. En wanneer mij blijkt dat ik daarvoor veranderingen moet aanbrengen, dan kan ik niet tot de wereld zeggen. “Verander het, opdat ik harmonie heb.” De wereld verandert het volgens haar inzichten en dat is voor mij niet harmonisch. Dan moet ik zelf veranderen en niet in de buitenwereld alleen, maar vooral in mijzelf. Ik moet uitgaan van mijn eigen wezen, mijn eigen geloof en mijn eigen denken. Ik moet uitgaan van mijn eigen waarheid, wil ik harmonie vinden.

Wanneer ik zeg: “Ik wil God zien” dan kan ik duizendmaal tot die wereld zeggen; “Toon mij God.” Maar de wereld kan u God niet laten zien, als gij niet zelf schouwt en niet zelf zoekt. En dan zal God voor u misschien ergens anders te vinden zijn dan waar de wereld zegt dat Hij te vinden is. Maar gij zult Hem vinden, omdat gij zoekt. Want al wat gij zelf doet, is deel van uw wezen. Al wat gij zelf nastreeft, is werkelijk deel van uw pogen. Al, wat gij werkelijk doormaakt, is deel van uw bestaan, het behoort tot u. Het blijft in u verankerd. Het is deel van uw wezen, van uw weg en van uw ervaring.

Wat een ander voor u doet, is voorbijgaand, dat is uiterlijkheid. Dat wordt door de eerste stormvlaag weggewist als een paar dode bladeren, die aan een boom zijn blijven hangen.

Wanneer gij werkelijk bewustzijn eist en zoekt, dan geldt hier, doe het zelf. Zoek zelf op uw wijze. Verwacht niet dat een ander op uw wijze zal zoeken; dat hij uw waarheid kan aanvaarden. Verwacht niet dat een ander datgene zal volbrengen wat gij wenst of wat gij wilt zien.

Verwacht niet dat iemand, zelfs God, de schepping of de eeuwige lief­de zelf, alles voor u zal volbrengen wat gij begeert en noodzakelijk acht. Dat kunt alleen gij zelf. Want alleen gij zelf kunt de juiste verhouding tot de kosmos vinden, wanneer gij uw wezen leert kennen en ver­werkelijken. Alleen gij zelf kunt ten slotte bepalen wat God voor u is, wat de wereld voor u dient te zijn.

Ken uzelf, betekent: erken wat gij zijt. Druk dit uit in uw wereld.

Tracht met uw eigen wezen het hoogste te bereiken, zonder ooit te ver­langen dat een ander uw taken voor u zal vervullen of uw werkzaamheden zal volbrengen.

Leef zelf, werk zelf, streef zelf, zoek zelf. Vind uw eigen vrede, uw eigen band, uw eigen harmonie met God. Dan zult ge beseffen wat ge zijt in het Al; dan hebt ge blijvende waarden, die niet verloren kunnen gaan.

Laat ons vooral niet trachten door anderen te verwerven wat alleen in onszelf belangrijk is. Want wat wij slechts uit anderen en slechts door het werken en handelen en streven van anderen verwerven, is voor ons waardeloos, omdat het niet van onszelf is en achterblijft op het levenspad, wanneer wij verder moeten gaan,

“Doe het zelf” is dus een spreuk, die belangrijker is voor de geest dan voor de stof, omdat zij zegt:

“Indien gij de weg gaat, zult gij bereiken. Doch indien ge verwacht dat anderen uw weg voor u zullen gaan, zult ge nimmer een zweem of zelfs maar een begin van bereiking in uzelf erkennen.”