Het denken

19 april 1966

Er is een groot verschil in waarneming en denken bv. tussen volwassenen en kinderen. Ik begin hiermee om u duidelijk te maken dat waarneming en denken ergens een associatievorm zijn en dat zij daarmee ook het milieu, de wereld waarin men leeft, bepalen.

De kinderen. Het is gebleken dat bij een snel achtereen projecteren van stilstaande foto’s kinderen bewegingen zagen, een ritme, waarbij voor de ouderen geen beweging en zelfs geen voorstelling meer zichtbaar was. Omgekeerd bleek dat, toen een projectie plaats vond in een zodanig langzaam tempo dat de volwassenen een soort beweging zagen, voor de kinderen de samenhang tussen de beelden verbroken was, zij zagen geen beweging meer. Hieruit blijkt dat de manier waarom je waarneemt en de eigenschappen die je als waarnemer bezit, van zeer groot belang kunnen zijn, voor de wijze waarop je als mens iets ervaart of van wat men een primitief mens noemt en een mens in een technische beschaving, dan ontdekken we wederom een eigenaardigheid wanneer wij hiertussen een verschil gaan maken.

Een technisch mens denkt in punten, het klinkt een beetje vreemd. U kunt het zich als volgt voorstellen: Er zit een astronoom, hij neemt regelmatig een bepaald deel van de hemel in zijn kijker waar. Hij ziet een ster, die staat vandaag hier, morgen staat hij iets verder, hij staat daar. Nu is het dus zo dat die astronoom zegt, ik heb op een vier, een vijf of een tiental punten die ster waargenomen. Hij legt dus kennelijk geen verbinding. Hij weet wel dat er een baan tussenligt, maar in zijn voorstelling is er sprake van de punten van de actuele waarneming. En nu gaan we een gelijkenis na met een oud astroloog die op zijn afgeknotte tempeltoren staat en naar de hemel kijkt. Die man kijkt ook naar de sterren, maar als die vandaag kijkt en morgen en hij ziet een afstand, dan ziet hij niet twee punten, hij ziet een lijn. Op deze wijze komt bv. het Syrisch-Babylonisch hemelschrift tot stand. Men ziet de lijnen waarin de sterren bewegen. En wanneer je bij een nog primitiever mens gaat kijken dan kun je dat misschien niet meer met sterren duidelijk maken maar bv. met pijl en boogschieten. Voor de westerse mens is pijl en boogschieten een techniek. Het betekent het nemen van de pijl, het opzetten op de boog, het spannen van de boog, het aan vizieren van het doel, het loslaten en het treffen. Dit zijn allen afzonderlijke fasen. Een primitief mens ziet het doel, hij ziet de parabool die de pijl moet afleggen en reageert automatisch met zijn schot, hij laat meteen los en weet niet dat hij dus een aantal afzonderlijke handelingen heeft verricht. Voor hem is dit een geheel, een continuïteit. Daarmee heb ik twee verschillen duidelijk gemaakt die in het denken kunnen bestaan. U begrijpt wel dat ik uitersten neem en dat daartussen wel heel veel andere definities van denken te geven zijn. Maar deze verschillen zijn voor ons erg belangrijk omdat beide waarnemers gelijk hebben. Wanneer de waarnemer die die pijl en boog ziet als een verbinding a.h.w. tussen zijn pijl en het doel, dan heeft die gelijk, want dit wordt werkelijk gedaan, dan ziet hij een aantal fasen die degene, die dat puntsgewijze constateert over het hoofd ziet.

Aan de andere kant is hij niet in staat zijn handelingen zo te definiëren als de technisch denkende mens. Die mens die elke actie afzonderlijk beziet. We kunnen van beide voorbeelden hebben. Er zijn mensen die de techniek, de onderlinge bewegingen elk voor zich afzonderlijk repeteren, dat zijn bv. die kampioenen boogschieters die men in de Ver. Staten vindt. Maar in Japan heb we een soort cultus en daar zijn boogschutters die geblinddoekt het doel schieten. Ze zien het doel wel en dan gaan ze in meditatie. Ze zijn geblinddoekt, ze kunnen niets meer zien, ze schieten en treffen hun doel. Het is wel opvallend met bijna dezelfde nauwkeurigheid als die Amerikanen die kunnen zien. Hoe komt dat? Omdat de boogschutters in Japan het geheel zien. Hij kan niet uitleggen, hij kan niet onderschrijven precies zo en zo moet dat gebeuren. Hij visualiseert een geheel. De ander visualiseert de punten. Zo lang het nu een zuiver materieel iets betreft, kun je met beide wijzen van werken, ongeveer een gelijk resultaat bereiken. Het zou dwaas zijn om te zeggen, dat iemand die zich met de techniek van het boogschieten bezighoudt, minder kan zien van de mogelijkheid om het doel te treffen en minder kansen krijgt dan iemand die het op een andere manier doet. En we kunnen ook met dezelfde zekerheid zeggen dat de oude waarnemer op een afgeknotte tempeltoren de beweging van de sterren precies zo heeft kunnen zien, als de astronoom van vandaag, ook al heeft die misschien meer hulpmiddelen.

Het is dus de benadering, het denken, die het verschil uitmaakt. Het verschil dat u ziet bv. in de astrologie waarbij de sterren een taal spreken, een goddelijk raadsbesluit kenbaar maken. Nu weet ik wel dat men langzaamaan ook dat allemaal veranderd heeft. Dat is ook een half technische wetenschap geworden we kunnen zelf zeggen dat een astroloog lang niet altijd gelijk hoeft te hebben. Maar aan de andere kant is het toch eigenaardig dat een astroloog soms dingen kan doen en zeggen die wetenschappelijk gezien onzin zijn maar die uitkomen. De wijze van denken van de astroloog is een andere dan die van de technisch denkende mens, hij moet eigenlijk primitiever denken, en dat krijgen we ook bij de magiër.

Iemand die zich bezighoudt met allerhande vormen van magie, van wichellopen af tot de meest vreemde plechtigheden en cultus toe, die ziet dus niet de afzonderlijke delen van zijn riten. Hij ziet niet de afzonderlijke fasen van zijn handelingen, het is voor hem een geheel.

En daardoor zelfs onafwendbaar. Wanneer die wichelroedeloper een uitslag krijgt, wanneer er water is beneden, dan is dat niet alleen omdat hij begaafd is, maar omdat hij zich niets anders meer kan voorstellen dan dat de staaf zou reageren op het ogenblik dat hij zich boven water bevindt.

De magiër doet krankzinnige dingen die zinloos zijn, maar hij doet ze dan ook niet puntsgewijze zoals ze vaak door anderen worden bezien. Voor hem is het een geheel en daar hij het doel ziet en de rest van de acties haast automatisch zijn, is het voor hem ook mogelijk dat doel te bereiken, zelfs indien dit schijnbaar onredelijk is. Net zo onredelijk als een blinde boogschutter die even zuiver schiet als een ziende kampioen.

Nu zult u zeggen wat heeft dat voor ons te betekenen? Wel ik geloof dat de doorsneemens in het westen toch wel heel erg puntsgewijze denkt. Hij ziet de afzonderlijke fasen, de afzonderlijke werkingen en kan daaruit misschien wel een beeld krijgen omtrent de toekomst, maar hij is toch helemaal niet in staat om dat te zien als één geheel. Hij ziet niet bereiking en actie als hetzelfde.

Dit onderscheid dat hij maakt, hoeft niet alleen verklaard te worden door zijn behoefte tot ontleden. Er is ook een kwestie van tijdsbesef. Tijd is voor een primitief mens iets eigenaardigs. Het is iets wat rekt en wat krimpt, precies zoals je het nodig hebt. De rust waarmede iemand een siësta houdt bv. in Mexico, is haast ondenkbaar voor de mensen die druk in zaken zitten, die met hun techniek een wereld bouwen. En dan denken ze dat het luiheid is, maar voor de mens die die siësta houdt is het geen luiheid. Het is eenvoudig een kort ogenblik van rust en diezelfde mens zal misschien een koffiepauze zoals ze zich permitteren, of tea-time eerder als een tijdverspilling zien. Voor hem is het niet de kwestie van het gebeuren zelf dat de zin bepaalt, het is voor hem zijn persoonlijke instelling, zijn persoonlijke reactie op de taak en zo hij zijn doel maar bereikt, in een voor hen aanvaardbare tijd, is voor hem de actie kompleet, is er niets op aan te merken.

Als u in punten denkt dan heb je in de eerste plaats een verkeerd begrip van tijd. Je wilt de oorzaak en gevolgwerking die ontleedbaar is en je wilt dus niet zien dat oorzaken en gevolgen van geen belang zijn, mits er tussen het begin en het einddoel een relatie bestaat. En op dezelfde manier heb je als mens de neiging om te spreken in jaren en minuten, in maanden, in tijd uitdrukbare bereikingen en ook daarvan is eigenlijk geen sprake. Om goed te denken zou je allereerst in staat moeten zijn om het geheel te visualiseren. Je kunt misschien weer een vb. gebruiken. Er is een schilder, deze schilder begint de dingen te groeperen en dan maar kijkt wat eruit komt. Als die delen nu maar vakkundig zijn uitgevoerd, zo meent hij, dan moet het eindresultaat goed zijn. We kennen een ander soort schilder die zich helemaal niet afvraagt hoelang hij moet werken, of hoe kort, en die een hele tijd droomt en dan heeft hij de voorstelling in zich en hij maakt ze waar, en hoe meer hij die voorstelling in zich draagt en minder denkt aan zijn techniek, bereikt hij de weergave van het gedroomde beter. Nu kunt u natuurlijk zeggen dat de andere schilder qua vakkennis groter is, een meerdere is. Maar aan de andere kant zou je toch ook kunnen zeggen dat degene die het denkbeeld weet uit te drukken op een herkenbare wijze, groter is dan degene die alleen een constructie uitdrukt. En hier krijg je dus ook weer dat eigenaardig beeld van 2 soorten denken. Wanneer je nu materieel iets wil bereiken in de maatschappij dan moet u denken zoals die maatschappij. U moet dus denken in punten. U moet weten dat daartussen, tussen verschillende waarnemingen, dus een tijdsruimte ligt, en dat dat wel een verbinding is, maar u moet denken aan het zichtbare, het kenbare, het bereikbare. Maar wanneer u geestelijk wil denken, is dat fout. Want in geestelijke werkzaamheden, in geestelijke bereikingen, in al datgene wat niet materieel is, zelfs in de menselijke abstractie van bv. een filosofie, is eigenlijk het tussenliggende van geen belang. Het tussenliggende moet spontaan gegenereerd worden uit het gevisualiseerde einddoel plus de wil dat doel te bereiken.

Wanneer je in jezelf een doel kent en je daarop richt, terwijl je gebruik maakt van de middelen die je normalerwijze ter beschikking staan, dan zal je dat doel waar maken. De wijze waarop dat doel bereikt wordt, kan dan door een ontleding later worden overgebracht in de termen van je eigen wereld, maar op het ogenblik dat je in je denken probeert op te bouwen, fase na fase tot het doel bereikt is, is de kans van misleiding van een afbuigen veel groter. Dus indien u een geestelijk doel nastreeft, wanneer u een beeld zoekt op te bouwen, een geestelijke kracht zoekt te verwerven, begin nimmer met u voor te stellen hoe u dit bereiken moet.

Begin met u de bereiking, het doel dat u nastreeft, zo juist en goed en volledig mogelijk voor te stellen en ga dan met uw acties over tot het eenvoudig waarmaken zonder meer. Probeer dus waar te maken wat je ziet en denk er niet over na hoe. U zult ontdekken dat u dan automatisch uit de eigenschappen waarover u beschikt, de vaardigheden die u hebt, datgene kiest wat nodig is. U kunt a.h.w. zonder overwegen, alles in actie brengen. Het doel wordt dan met een zeer grote waarschijnlijkheid benaderd en bereikt. Zodra u gaat opbouwen op grond van formuleringen, op grond van bepaalde erkende fasen, zult u uw doel uit het oog verliezen doordat u de verschillende onderdelen te veel beziet. De kans tot mislukken is groter, terwijl hier bovendien een redelijke keuze van middelen plaats vindt en bij deze redelijke keuze van middelen, spelen overwegingen een rol, die eveneens een gevaar voor mislukken met zich brengen.

Voor iemand die dus de eenvoudige weg wil kiezen is het eigenlijk zaaks om zich in het denken te scholen en daarbij iets terug te keren tot de oudheid. Een wetenschapsmens zal mij misschien gaan voorwerpen dat die oude mensen dan toch veel primitiever waren, dat de moderne mens hoger staat. Wanneer wij dit beoordelen aan de hand van de hedendaagse maatstaven is dat waar, maar als die maatstaven nu de enige juiste en de enige goede zijn betwijfel ik. Ik stel er echter tegenover, hoe wilt u wetenschapsmensen verklaren dat in een tijd dat de eerste galleien zee kozen, de mensen reeds alles wisten over de beweging van de planeten, hoe wilt u verklaren dat de mensen in die tijd al, in staat waren om zelf over de aarde en haar wezen zinniger theorieën op te stellen dan de, volgens uw idee dan toch meer geëvolueerde en hoogstaander mens dan bv. die der vroege middeleeuwen.

En dan zeggen ze, ja dat is allemaal interpretatie van achteraf. Neen. Die mensen waren inderdaad op bepaalde gebieden bekwaam, ze waren niet technisch, maar ze konden vaak heel veel bereiken. Wanneer we alleen eens denken aan de wereldwonderen van de oude tijd als de Kolossus van Rhodos bv. dan moet u eens nadenken hoe men tegenwoordig zonder het gebruik van kranen en allerhande technische apparatuur, iets dergelijke zou kunnen bouwen, ik geloof niet dat deze reus, deze kolos dat die ooit gebouwd zou kunnen worden. Vroeger kon men het wel. Men wist niet precies hoe men de boog moest berekenen maar men zag het geheel. Er zijn in die oudheid verschillende termen gevonden voor bouwkunde, tempelbouw, die de hedendaagse architectuur met al haar kennis en ontleding niet verbeteren kan, toch wisten die mensen daar theoretisch niets van af, maar ze maakten het goed. En ik geloof dat u die grootheid niet moogt onderschatten. Waarom zou men, en dat in mijn vraag, in deze moderne tijd, omdat het niet past binnen het concept van redelijke opbouw dat thans geldt, de gaven en mogelijkheden verwerpen van oude volkeren die bv. de piramide van Gizeh hebben gebouwd, die de tempels van Carnac hebben gebouwd, die de oude grote Stoepa’s als de Borobudur hebben gebouwd, die hele tempelsteden hebben gebouwd van een onbegrijpelijke grootheid, die cyclopenmuren wisten te bouwen die nu nog staan in het noorden van Z. Amerika zonder dat ze gebruik maakten van cement of werktuigen die men tegenwoordig heeft. Neen wij mogen die oudheid die primitiviteit niet zonder meer verwerpen.

En misschien dat u vindt dat het niet goed is om op 2 manieren te denken, maar wanneer je daardoor resultaat krijgt. Dan gaan we die eerste manier dit instinctieve denken, proberen, in een paar woorden weer te geven:

  1. Alle bereiken begint met het nauwkeurig erkennen en omschrijven van het doel.
  2. Naarmate ik meer streef naar hetzelfde doel zal ik dit doel gemakkelijker bereiken, in deze voorstellingswereld.
  3. Mijn actie tot het doel is eenvoudig mijn gehele wezen inzetten zonder verdere definities of bepaalde opdrachten om het doel te bereiken. Ik moet leren mijn handelen a.h.w. instinctief of inspiratief plaats te doen vinden, terwijl mijn denken de reden van het handelen vastlegt.
  4. Ik mag hierbij geen tijdsberekeningen maken. Een taak is een taak wanneer zij vervuld is, is de tijdseenheid afgelopen, niet wanneer een bepaald aantal uren of misschien zelfs maanden of jaren verstreken zijn. Door de tijdsloosheid van mijn streven a.h.w. te stipuleren maak ik mijn vervulling eerst mogelijk, want naarmate ik meer een tijdslimiet zet op hetgeen ik volbrengen wil, zal ik het mijzelf moeilijker maken om juist en automatisch te reageren vanuit mijn wezen naar het doel.

Dan krijgen we het tweede punt. Als mens van de moderne tijd moet je proberen logisch te denken, je hebt logica nodig, en dat wil zeggen dat je de redenen moet kunnen geven van een gebeuren, dat je niet alleen maar een einddoel moet vaststellen maar dat je om het voor een ander bruikbaar te maken ook moet zeggen hoe je ertoe komt.

Leer daarom de fasen wel te observeren. Probeer ook een eenvoudige handeling te zien in de fasen waaruit zij bestaan. Maar probeer nimmer de handeling bewust in die fase te verrichten. Leer observeren. De observatie, bij voorkeur zelfs bij anderen, dat is gemakkelijker dan bij uzelf, maakt het u mogelijk later het gehele proces te omschrijven, het maakt het u mogelijk de punten te geven die voor deze maatschappij van belang zijn en zo de bereiking voor anderen aanvaardbaar te maken. Begrijp ook heel goed dat niemand, in uw moderne wereld, inspiratief en instinctieve waarden au serieus neemt. U zult misschien zeggen dat het anders is, maar dit zijn toch wel de feiten, Eenieder tracht de werkelijkheid, datgene wat gebeurt, terug te brengen tot zijn eigen niveau en hij gaat daarmee ook werken op zijn eigen wijze. Daarom is het noodzakelijk dat u de instinctieve en inspiratieve waarden altijd herleidt tot logische punten. Zorg dat uw totale leven aanvaardbaar blijft in uw eigen wereld, o.m. door die logica, en gelijktijdig dat u uw doel bereikt door uw innerlijk denken.

Nu hebben we met denken natuurlijk nog een paar ander dingen. De gedachte is ontzettend snel. Wanneer je denkt, dan kun je dat sneller doen dan een radiogolf of een lichtgolf, die om de wereld reist. De uiteindelijke snelheid van het denken is niet afhankelijk van uw vermogen tot denken, al schijnt men dat wel eens te veronderstellen. Maar het is afhankelijk van de beperkingen die u stelt, door uw eigen denkbeeld omtrent uw denken. Anders gezegd, als je denkt dat je dom bent, zul je dom reageren. Als je denkt dat je traag van gedachten bent, zul je niet in staat, zijn om snel te observeren, reageren en te handelen in een redelijke opzet. Zodra er paniek komt, zodra je dus niet meer overweegt zijn uw reacties even snel, of misschien sneller dan die van anderen. En als je daar nu eens eventjes bij stil blijft staan dan moet je dus zeggen, niet de kennis die ik hanteer is belangrijk maar de wijze waarop ik mij de reactiemogelijkheid voorstel.

Gelooft u dat uw eigen vermogens in dit opzicht onbeperkt zijn, dan zullen zij niet onmiddellijk veranderen. Want u hebt een gewoonte, maar u zult steeds sneller gaan reageren en gaan denken. Bv. een leessnelheid opvoeren: dat kun je dus doen door een bepaalde techniek van lezen te leren. Maar er zit een moeilijkheid bij, degenen die op deze wijze snel lezen zijn meestal niet in staat om het gelezene te verwerken. En daartegenover stel ik dan degene die dat a.h.w. instinctief heeft. Iemand kijkt ergens naar een blz. van een boek, hij wil het helemaal niet verwerken, hij wil het niet lezen, hij neemt waar, die mens kan later nagaan wat op die blz. stond, hij kan zelfs zeggen of er een vlekje op heeft gezeten of niet, van welke kleur enz. Dan zegt men ja dat in een fotografisch geheugen dat is niets uitzonderlijks, neen, dit vermogen bezit haast iedereen, maar degene die het fotografisch geheugen heeft, maakt zich niet druk om de waarneming, hij neemt waar. En hij zegt niet dat het onmogelijk is zoiets te onthouden, hij neemt eenvoudig aan dat het zo is, totdat het tegendeel bewezen is. Het resultaat is dat hij veel sneller kan opnemen en omdat hij in gedachten kan lezen, in feite ook bij begrip van de leesstof een veel grotere leessnelheid kan bereiken. Denkt u niet dat dat verhaaltjes zijn die ik vertel, dit zijn leesproeven die o.m. in Boston zijn genomen, leesproeven die op het ogenblik ook begonnen zijn in Frankrijk. Waarbij men dus de mens met het automatisch geheugen stelt tegenover de getrainde.

U ziet dat er heel eigenaardige dingen naar voren komen. Nu kan het zijn dat u iemand hebt die denkt dat hij absoluut niet technisch is. Nu blijkt, zo iemand is wel in staat die blz. terug te vinden en terug te lezen maar hij kan ze niet begrijpen, zelfs niet wanneer de formule, voor de inhoud, van geen belang is.

Alleen die formule maakt dus het opnemen van het geheel onmogelijk. Dit is alweer een proefondervindelijk vastgesteld feit.

Dan moeten we eventjes onze hersenen gebruiken en zeggen;

Wanneer ik aanneem dat iets voor mij onbegrijpelijk is, zal het zich aan mij als zodanig presenteren. Datgene wat je begrijpen en verwerken kunt, is veel meer dan je normaal begrijpt en verwerkt. Dan kom je weer tot eenvoudige punten:

  1. Realiseer u dat uw denkvermogen qua snelheid van denken en ook qua bevattingsvermogen, vanuit menselijk standpunt gezien althans, bijna geen beperkingen kent. Probeer uw waarneming op die wijze te doen. Ga niet opzettelijk waarnemen en later terug te vinden, maar probeer later een waarneming eens terug te lezen. U zult tot uw verbazing ontdekken dat u niet alleen geheugenprestaties levert waar u over verbaasd bent, maar dat u ook dingen begrepen hebt waar u eigenlijk te eenvoudig, te dom of te dwaas voor was.
  2. Ga uit van het standpunt dat alles begrijpelijk is. Zolang u de taal of het beeld waarin het is uitgedrukt maar kunt begrijpen. Ontdoe alles van zijn bijkomstigheden. Wanneer u geen verstand heeft van technische formules kunt u een heel blad met formules niet begrijpen. Maar als de formule de illustratie is van een stelling die is uitgelegd, dan zult u, hoe technisch zij ook is, de stelling begrijpen en daarmee misschien zelfs de zin van de formule. Dus leg uzelf absoluut geen beperkingen op. Misschien mag ik hier even afwijken naar een andere vorm van wat men onderricht zou kunnen noemen de zg. hypnopedie.

Hypnopedie is op het ogenblik een noviteit waar nog niet veel mensen erg in geloven. Zij bestaat hierin dat men iemand in een soort slaaptoestand brengt, onder hypnose dus en hem dan in een absurd snel tempo kennis laat horen. Laten we zeggen een redevoering van een uur wordt aan zo iemand weergegeven in bv. 5 of 10 minuten. De enige suggestie die hij krijgt is dat hij dit tempo kan volgen. En wat blijkt nu, dat uit tenminste 6 van de 10 sujetten inderdaad een groot gedeelte van die inhoud na het ontwaken aanwezig is. Het is dus mogelijk om in een veel hoger tempo kennis op te nemen. Wanneer je daarvoor geconditioneerd bent. En die conditionering komt in dit geval van buitenaf. Je kunt niet leren in je slaap. Het gaat wel maar is alleen door eindeloze herhaling mogelijk. Maar je kunt dus wel veel sneller leren, wanneer je op een bepaalde wijze de leerstof benadert.

Daarom geef ik de raad, wanneer je ooit bezig bent met een boek, dat u graag wilt bestuderen, absorbeer het, u zult ontdekken dat dit dus snelheid in studie en ook uw vermogen om het geheel te begrijpen aanmerkelijk vergroot.

Ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat dit denken dus eigenlijk veel meer mogelijkheden biedt dan men denkt, en ook dat de toch wel zeer kostbare wijze van denken in deze maatschappij dreigt vergeten te worden.

Wanneer wij denken, dan is dat niet alleen een kwestie van het stoffelijk lichaam. Er zijn mensen die horen ontzettend veel, onthouden niets. Er zijn mensen die zien voor hun ogen allerhande vreemde dingen gebeuren en ze weten niet eens wat het was. We moeten dus ook een andere kant uit. Wanneer ik stoffelijk waarneem, wordt de waarneming overgedragen aan geestelijke voertuigen. De geestelijke voertuigen kunnen we dan evt. overbrengen met contact met de chakra’s, chakra’s die dus lopen van eenvoudig de achtbladige, de 16-bladige tot 1000 bladige toe. Nu kunnen we zeggen zo’n chakra is eigenlijk een resonans van een deel van het geestelijk en stoffelijk wezen met de sterren, met de zonnewereld, met de zon en haar planeten. Je kunt zelfs zover gaan, dat ze hebben uitgezocht dat bladen van elke lotus dus overeenkomen met bepaalde eigenaardigheden in de loop van een bepaalde planeet. Maar zo’n chakra is dus afgesteld op een bepaalde functie van het Al. Wanneer wij denken, dan zal geestelijk vooral datgene ontvangen worden wat bij ons een geopend, een reeds ontplooid, chakra treft.

Wanneer ik dus denk, dan is er een chakra die geactiveerd wordt. De geest ontvangt een deel van de waarneming, van de gedachten, van de impuls. Gebeurt dit spontaan, dus op de eerste manier, dit instinctieve denken, dan zal de hoofdzaak geestelijk vastgelegd zijn en zover valt binnen de sfeer van het in het ik geopende chakra, zal ook geestelijke kracht terugkeren dus vanuit het geestelijke lichaam via het chakra naar het stoflichaam en daarmede het prestatievermogen vergroten, bepaalde reactiesnelheden, waarnemingsnelheden ook tijdelijk uitbreiden. Wij krijgen dan te maken met de pseudo geestelijke waarneming bv. van de spoorzoeker die een kudde aanvoelt die hij nog helemaal niet kan zien, de man die in de wildernis is en een waterbron op 100 mijl afstand bij wijze van spreken weet aan te geven en zich daarop kan richten. Nu is dat helemaal niet belangrijk. U heeft geen waterbronnen nodig, er is water genoeg. Maar wat er dus gebeurt, is een uitbreiding van het perceptievermogen. Een deel van het geestelijk perceptievermogen kan via deze chakra worden overgedragen aan het lichaam als een impuls.

Wordt het gerationaliseerd, gaan we in punten ontleden, dan is de vloed verbroken, dan blijkt dus dat je dat geheel niet verwerken kunt. Maar je laat het gewoon in je ontstaan, dan heb je dus wel die capaciteiten dan kan men zeggen:

Elk chakra vertegenwoordigd een bepaald deel van het geestelijk spectrum. Elk hoger chakra omvat, vanuit menselijk standpunt, alle lagere chakra omdat deze actief en ontplooid moeten zijn voor het hogere chakra zich kan ontplooien. Dit impliceert dat alle werkingen, tot het hoogst ontplooide chakra toe, geestelijk een deel van het spectrum der mogelijkheden activeren. En dan kunnen we zeggen, daarin ligt kennis, geestelijke kracht, daarin ligt levenskracht en nog een hele hoop andere dingen. Wanneer wij reageren en het chakra is geopend dan verkrijgen wij dus zover dit binnen het kader van die chakra valt, het noodzakelijke vanuit de geest. U zult zeggen dat is allemaal heel aardig, wat doe ik ermee. Dat tenminste zou ik in uw geval vragen, wat kun je met zoiets doen? Wel, reageren op een bijna anarchistische manier. Want je gaat niet beredeneren, je gaat eenvoudig ervaren. Die ervaring behoeft niet redelijk te zijn, niet mooi of lelijk te zijn, ze heeft geen enkele betekenis verder. Belangrijk is alleen maar, dat zij er is. Wij moeten deze geestelijke waarde, die in ons opkomt, nooit afzonderlijk bekijken, we verliezen haar, maar wanneer ik mijn doel visualiseer met geheel mijn wezen nastreef, zal ik uit geestelijke en andere krachten al datgene wat noodzakelijk is tot verwezenlijking, tot mijn beschikking hebben.

Dat is dus heel belangrijk. Denken blijft dus niet alleen maar een besef in te houden. Het houdt wel degelijk ook kracht in, en het zal u duidelijk zijn geworden dat naarmate wij zelf geestelijk meer ontwikkeld zijn en een grotere overgave kennen, zonder rationalisatie en zonder in punten uiteenzetten van de dingen, wij ook zullen beschikken over de grotere kracht. Je kunt denken nu omschrijven als

  1. Een middel om het doel te erkennen, om de kracht te verkrijgen noodzakelijk voor het bereiken van het doel.
  2. Een verandering van de eigen tijdswaardering en wel op zodanige wijze dat de tijd die voor de bereiking is voor het ik altijd kort is. Je bent niet ongeduldig meer. Op die manier kun je jezelf heel sterk hervormen. En die hervorming van het denken is eigenlijk al in delen te gebruiken. U behoeft dat niet allemaal ineens te doen, dat begrijpt u wel. Maar stel dat u bepaalde dingen wilt leren of wilt leren uitwerken, probeert u deze eerste methode. U zult ontdekken dat u er veel nut van hebt.

Hoe meer formules u gebruikt, hoe minder u bereikt. Naarmate u meer in de bijbel leest en de spreuken afzonderlijk beziet, hoe minder u de geest van de bijbel begrijpen kunt. Wanneer je het geheel op je laat inwerken, je gebruikt dus een middel om contact te krijgen met God, krijg je contact met God. Maar als je probeert a.h.w. God uit te leggen, bv. een mens die in de bijbel God zoekt, door de spreuken stuk voor stuk te ontrafelen, dat is iemand die een koe wil gaan melken en daartoe een hoop soepvlees neemt. Allemaal brokjes fijngesneden vlees, de samenhang is eruit. De samenhangen zijn buitengewoon belangrijk en vooral wanneer we te maken te hebben met geestelijk werk, openbaringen en al wat erbij komt.

Dan wil ik erop wijzen dat het niet gaat om de stukjes, het gaat om het geheel. En als je dat geheel kunt verwerken, als je met dat geheel wat kunt doen, dan is de rest eigenlijk onbelangrijk. Dan kun je die delen later weleens zien, en dan is het mogelijk dat je bv. uit “koningen”, of uit “spreuken”, één enkel woord onthoudt, maar dat woord is dan niet weer een aparte spreuk, het is de sleutel tot de sfeer van het geheel en daarmee ook weer een sleutel tot God bijvoorbeeld.

Als u dat nu eens op dezelfde manier gaat hanteren voor alle werk, geestelijk of wetenschappelijk, dan zult u ontdekken dat u met een soort ezelbruggetje een geheel kunt fixeren, wanneer je het geheel niet beschouwt als een leerboek of als een reeks van afzonderlijke punten, maar als een geheel. Elk punt van een geheel dat als zodanig herinnerd wordt brengt de sfeer en daarmee de kenmerkende waarde van het geheel eveneens weer in de herinnering. Je kunt met heel eenvoudige kleine woordjes onnoemelijk veel herinneren.

Ik zou zeggen daar heb je ook wat aan, misschien is het voor u wel gemakkelijk om dat op die manier te doen. Wanneer u dus voortaan een agenda hebt die een beetje overladen en druk is, probeer u de sfeer van die dag voor te stellen, wat wilt u op die dag doen? Herinner u nu de eerste afspraak en u zult ontdekken dat u automatisch de rest van de afspraken ook herinnert, zij liggen in de sfeer van wat u die dag moet bereiken.

Dat waren een paar praktische raadgevingen, het ligt er aan of u ze gebruikt of niet.

De verdedigers van het redelijk denken moeten me het dus niet kwalijk nemen dat ik hun een kortere weg heb gewezen naar een werkelijke bereiking. De essentie van dit hele betoog ligt niet in het al of niet aanvaardbaar zijn eigenlijk. Het ligt in de proefneming. Er zijn heel veel gerechten die er niet appetijtelijk uitzien, maar als u ervan proeft, kunt u ontdekken dat ze verrukkelijk zijn. En dat is hier ook.

Ik zou u daarom willen zeggen als u eens probeert en een voorzichtige proef neemt, zal u dat ongetwijfeld helpen om uw eigen standpunt, minder vanuit het menselijk denken van heden en meer vanuit eigen ervaring te vinden.