Het denken

Wat is denken? Als wij denken deftig willen definiëren, dan zeggen we: Het is een associatief proces waarbij door inkomende impulsen van welke aard dan ook in het “ik” voorstellingen rijzen, die niet met het heden alleen te maken hebben. En dan zijn we al een aardig eind op weg. Maar er is natuurlijk veel meer aan verbonden.

Als u denkt, dan zet u eigenlijk een aantal associaties (dus in u bestaande denkbeelden) op een rijtje en u vergelijkt die met nieuwe data. Als u iets in de krant leest, dan associeert u. Laten we het maar heel eenvoudig nemen: De heer Aantjes is lid geweest van de Germaanse SS. SS is voor velen een associatief begrip. Zij zien dan ineens een man met twee zilveren runentekens op de kraag, een machinegeweer of een pistool en een hoop uitgehongerde mensen in een concentratiekamp. Dat is natuurlijk absoluut onjuist. Die associatie is er echter ingebrand. Daardoor is de reactie een andere dan redelijk zou zijn. De Germaanse SS was namelijk een politieke beweging. Ze was vanaf 1943 paramilitair (de gegevens kunt u overal vinden) en ze ging uit van de raszuiverheid van haar leden. Dat was eigenlijk het hoofdbestanddeel. Deze Germaanse SS kon eventueel mensen leveren aan de Waffen SS: een totaal andere instelling. De Germaanse SS plus de Waffen SS plus nog een aantal andere Schutzstaffeln tezamen konden weer bewakingspersoneel (Bewaffnungsstaffel) leveren. En uit dezen werden de bewakers gerekruteerd voor concentratiekampen. Als je dat alles op een rijtje zet, dan krijg je heel iets anders dan die eerste associatie.

Nu interesseert het mij niet veel hoe het met de heer Aantjes gaat. Per slot van rekening, politiek blijft bestaan en de woorden worden gewauweld, ongeacht degene die het spreekgestoelte betreedt. Maar als je nadenkt, moet je de feiten kennen. Je moet een onderscheid weten te maken tussen indoctrinatie, emotionele associatie en feit. Dit is iets wat bij de meeste mensen nogal eens fout loopt. Er zijn mensen die, als ze het woord communist horen onmiddellijk rood zien. Nu is dat wel zeer toepasselijk. Maar het communisme op zich is niets anders dan een sociaal systeem uitgaande van de gemeenschap als één geheel en de onderlinge verantwoordelijkheid van alle leden van dat geheel ten aanzien van elkaar zowel als ten aanzien van het geheel. U kunt deze definities overal vinden. Het is dus helemaal niet zeker dat Oostbloklanden communistisch zijn. Ze zijn misschien stalinistisch, leninistisch of maoïstisch, maar dat is heel iets anders dan communistisch, ook als dit op den duur een aanduiding daarvoor is geworden.

De grote fout die we altijd weer maken bij het denken is: onze data niet preciseren, niet onderzoeken. Bijvoorbeeld: U ziet een herdershond lopen. U bent eens gebeten door zo’n hond en dus bent u bang voor alle herdershonden, dus is elke beweging die deze specifieke hond maakt een bedreiging. U moet zich daartegen verdedigen of wegvluchten. Dat is geen reële associatie, maar ze komt toch ontzettend veel voor. Als je denkt, moet je eerst het onderscheid beseffen tussen je herinnering, emotie, waardering en de feiten. Je moet beseffen, dat de feiten die je van buitenaf aangedragen krijgt nimmer volledig belicht zijn. Bijvoorbeeld: De eerste Oranjes hebben Nederland bevrijd. Dat kun je zeggen. Zij hebben gestreden tegen het Spaanse juk. Nu ja goed, als de Nederlandse leeuw zich zo nodig moet krabben, dan mag dat. Maar bekijk het nu eens van een andere kant. Willem van Oranje had wel degelijk trouw beloofd aan de koning van Spanje. In deze zin was hij een landverrader, maar dat wordt er niet bij gezegd. Dan kunnen we dus niet de definitie gebruiken van “bevrijder” of “landverrader”, maar moeten wij ons afvragen wat het resultaat is geweest van hetgeen hij tot stand bracht. Wij beoordelen de man naar de feiten, niet naar de betiteling.

Hetzelfde is dat met geloven. Ik weet niet wat u gelooft. Een geloof is niet redelijk, het is bovenredelijk. Dan kunt u geloof niet met redelijke argumenten rechtvaardigen. Op het ogenblik dat u dit doet, ontkent u in feite de structuur van uw geloof. De meeste mensen realiseren zich dat niet. Zij gaan van hun geloof uit op een wijze die op z’n minst genomen verbluffend is. Er zijn tegenwoordig mensen (ik wil geen christelijk of ander geloof nemen) die geloven dat de vrouw wordt miskend. De vrouw is eigenlijk veel meer waard dan de man en dat moet nu maar eens blijken. Ja, ze geloven dat wel, maar is het waar? Zijn man en vrouw niet beiden mensen? Of is er eigenlijk sprake van de Uebermensch (de vrouw) en de Untermensch (de man)? Als je dat zo stelt, dan blijft ineens een aantal van hun argumenten waardeloos te zijn. Toch zul je hen niet daarvan kunnen overtuigen. Zij wensen eenvoudig niet te denken.

U leeft in een wereld waarin denken heel erg belangrijk is. Als u wordt geconfronteerd met nieuws uit allerlei landen, vraagt u zich dan ook af wie dat nieuws brengt? Het is heel goed mogelijk dat de VARA een dictator aan de kaak stelt, die later door de Tros als een bevrijder wordt gehuldigd. Als u een katholiek, een communistisch, een socialistisch of een neutraal dagblad leest (voor zover die laatste bestaat), dan zult u zien dat ze een andere interpretatie geven aan een belangrijke ontwikkeling. Dan is het dus onredelijk om aan te nemen dat iets wat gedrukt staat ook waar zal zijn. Of dat iets wat op de televisie of voor de radio wordt verteld dan toch wel echt moet zijn. De eenzijdigheid op zichzelf betekent dat de waarheid niet wordt gezegd.

Kijk, ik kan met goed recht zeggen: “Op de avonden van de O.D.V. zitten een aantal mensen die ook niets beters weten te doen dan aandachtig te luisteren naar een man, die zegt dat hij een geest is.” Vanuit een zeker standpunt is dat waar, want hoe kan een buitenstaander controleren of ik (de spreker) werkelijk een geest ben? Dat gaat toch niet. U zit hier te luisteren. Dat is ook waar. Maar wij kunnen met hetzelfde recht zeggen, zoals sommige mensen van de O.D.V. doen: Wij zijn een bevoorrechte groep, omdat wij de openbaringen uit de geest mogen aanhoren. Het ligt er maar aan hoe vaak en hoe lang je luistert. Dit zijn twee tegengestelde visies. Maar omdat de ene voor u meer geschikt is, prettiger of vleiender dan de andere, betekent dat nog niet dat één van de genoemde stellingen in feite onwaar is. De waarheid is een betrekkelijke. Wanneer je denkt probeer je de waarheid te achterhalen, althans dat zou je moeten doen. Daarvoor heb je natuurlijk bepaalde denktechnieken nodig, zelfs als het alleen maar gaat om het zuiver redelijk denken. Laten wij proberen er een paar van op te sommen:

  1. Als u denkt, probeer eerst datgene te omschrijven waarover u denkt. Probeer alle eigenschappen die u ervan kent zo goed mogelijk op te sommen en alle uitwerkingen die u ervan heeft gezien eveneens te overzien. Pas als u dit heeft gedaan, kunt u zich gaan bezighouden met hetgeen er nu gebeurt, hetgeen het overdachte op dit moment betekent.
  2. Maak een verschil tussen de betekenis, die iets heeft voor uzelf en voor een groter geheel. Door dit verschil te maken voor­ komt u dat u uw eigen persoonlijke situatie projecteert op een geheel waarin ze als zodanig niet bestaat.
  3. Elke conclusie die getrokken is, moet worden getest. Een conclusie filosofisch bereiken is mooi, maar ze krijgt pas werkelijke betekenis, als ze in de feiten kan worden teruggevonden. Heeft u een conclusie (dat mag gaan over bv. Aantjes, de Paus, Rusland, de problemen van Azië, of Afrika) probeer dan werkelijk niet te kijken naar alleen maar uw benadering ervan, maar tracht de situatie als geheel te overzien. U zult ontdekken dat u dan tot conclusies komt die sterk afwijken van hetgeen u algemeen wordt verkondigd. De conclusies blijken dan, gezien de verdere gang van zaken, steeds weer een juiste visie te geven.
  4. Als u wordt geconfronteerd met geloofszaken, probeer dan de geloofsstelling als zodanig niet in uw denken op te nemen. Ga ervan uit dat iemand, die vanuit een geloofsstandpunt vertrekt, onredelijk is t.a.v. elke afwijkende argumentatie. Tracht uw eigen standpunt te bepalen. Bepaal dit standpunt als geloof. Op dat ogenblik heeft u voor uzelf een gelijksoortige waarde geschapen en kunnen twee geloofswaarden tegen elkaar worden afgewogen.
  5. Denken kan zeer snel gebeuren, maar dan zijn de gedachteprocessen niet geheel bewust. Men noemt dit wel het sprong-denken waarin het vrouwelijke geslacht in vele opzichten zeer sterk kan zijn. Het betekent dat vele tussenliggende trappen van een redenering of conclusie worden overgeslagen, zodat een eindoordeel wordt bereikt dat niet langs redelijke weg en zonder meer aantoonbaar is. Als u snel moet reageren, is dit sprong‑denken volkomen aanvaardbaar. Maar als eenmaal de reactie heeft plaats gehad, zult u moeten nagaan of deze reactie ook volgens uw logische inzichten juist en redelijk was.

Dit zijn een paar punten t.a.v. het redelijk denken. Het betekent eigenlijk, dat je elke dag zou moeten recapituleren wat voor snelle beslissingen je zo al hebt genomen, welke snelle oordelen je hebt gevormd en die stuk voor stuk zou moeten herleiden tot een redelijk proces waarin alleen kennis en niet veronderstelling een rol speelt. Maar daarmee zijn we er nog niet. Wat is de grote boosdoener altijd weer bij de mens? Het onderbewuste. En of het nu boven of onder de gordel is, dat is de schuldige. Wat is wel het onderbewuste? Een aantal associaties die niet direct in een redelijk proces betrokken kunnen worden, omdat ze niet bewust toegankelijk zijn. Of hierbij geestelijke of andere waarden wel of niet een rol spelen, kunnen we even buiten beschouwing laten.

Bij uw eigen denken dient u te beseffen dat de richting van uw beredenering mede wordt bepaald door factoren in uw persoonlijkheid, ook als u deze niet elk afzonderlijk kunt herkennen. Vergelijk: de man kan vergeten zijn dat hij in zijn jeugd is gebeten door een herdershond en desondanks met die onredelijke haat en angst steeds moet reageren op het verschijnen van een dier van hetzelfde ras. Dus, weten dat er een onderbewustzijn bestaat is erg belangrijk. Besef daarbij het volgende. Op het ogenblik, dat ik een rechtlijnige benadering niet tot stand kan brengen, wordt de afwijking veroorzaakt door een belangrijke factor in mijn onderbewustzijn. Alleen reeds het weten dat die invloed bestaat, kan u helpen om juister te denken. Want als u uw neiging kent om bepaalde problemen te ontgaan, bepaalde feiten te ontwijken, dan zult u als vanzelf ook gaan corrigeren zodra u te maken heeft met denkbeelden die voor de wereld buiten u gelden. Besef, dat u altijd als mens met mensen te maken heeft. Zodra een contact persoonlijk wordt, is er een uitwisseling van gedachten, van uitstraling die in het onderbewuste een rol spelen. Maar daardoor ontstaat de afbuiging van de norm in uw denkproces, in uw reactie tegenover die mens. Dit beseffend zult u alle beslissingen, die u in de nabijheid van die persoon heeft genomen, later alsnog overdenken om te komen tot een beoordeling, van uw eerste reactie en een poging om de juistheid daarvan nader te constateren. Begrijp ook dat u heel vaak niet voldoende feitenmateriaal heeft.

U kunt natuurlijk zeggen: Piet Jansen of Sinterklaas is een schoft. U zult daarvoor misschien enige reden hebben. Sinterklaas bv. is een kapitalistische schoft, want toen ik jong was, waren we arm en ik kreeg nooit wat. Best, dat moogt u zeggen. Maar dan moet u proberen duidelijk te maken waarom. Zijn de feiten niet voldoende om de conclusie te verklaren, dan moet hier altijd uw gevoel of uw aanvoelen ertussen worden gevoegd. Uw aanvoelen bepaalt hierdoor relativeert u uw eindbeslissing en staat u open voor het feit dat anderen op een afwijkende manier kunnen reageren.

Moeilijker nog wordt het, als we te maken krijgen met geestelijke beïnvloeding. Als een geest uw denken beïnvloedt, dan komt dit er eigenlijk op neer dat de normale associatieketen wordt verbroken. Als u normaal bij water “kraan” zegt, zegt u nu “hoofd”. Daar moet een reden voor zijn. Als u nu een beetje weet wat uw normale denkprocessen zijn, kunt u dergelijke afwijkingen veel gemakkelijker ‑ zij het nadien ‑ constateren. Door de constatering wordt ook duidelijk in welke richting de afwijking plaatsvond. Dit geeft enig inzicht in de bedoelingen van degenen die de afwijking veroorzaakt zouden kunnen hebben. Denken is een kwestie waarbij je voortdurend moet proberen alle factoren afzonderlijk te erkennen. En als dat niet direct gaat, denk er dan later over na. Met andere woorden: hervat het proces beschouwend en ontledend totdat je ook ten aanzien van de juistheid of onjuistheid van de eigen conclusies, oordeel of benadering een oordeel kunt geven dat is gebaseerd op kennis en niet alleen op veronderstelling.

Nu kunt u natuurlijk denken: dat is allemaal aardig, maar als hij zo doorpraat: dan hoeft het niet voor mij. Ik kan dat wel begrijpen. Want wat is denken eigenlijk anders dan een verwoorden van de persoonlijke inhoud. De meeste mensen denken in woorden, ze voelen vaak in beelden, maar ze spreken tot zichzelf. Denken betekent, vaak praten tegen jezelf. Natuurlijk, is elk woord dat men tegen zichzelf moet zeggen waarbij men de juistheid, onfeilbaarheid of eigen kennis ontkent of bovenal stelt onaanvaardbaar. Er zijn mensen die alleen gelukkig zijn, als ze hun eigen oordeel als minderwaardig mogen beschouwen t.a.v. anderen. Dat klinkt dan allemaal heel nederig, maar in feite komt het erop neer dat men het nemen van beslissingen op basis van eigen erkenningen, eigen denken ontwijkt en daarvoor in de plaats stelt het oordeel van anderen, zodat deze de schuld kunnen krijgen van alles wat er eventueel misgaat. Als het goed gaat, dan zal men zeggen, dat men wel juist heeft gedacht. Realiseer u dat.

Blijf u ervan bewust dat ook het stellen, dat u nooit ongelijk kunt hebben feitelijk voortkomt uit angst tot falen. Als u niet bereid bent de feiten onder ogen te zien en daardoor eventuele fouten of mislukkingen toe te geven, dan wordt dit veroorzaakt door uw angst uw betekenis en waarde voor uzelf of in de ogen van anderen te verminderen. Maar hoe kunt u dat eigenlijk doen daar u toch uzelf bent? De illusie van anderen of die u omtrent uzelf koestert zijn toch geen reële waarden? Ik kan best begrijpen dat iemand als geestelijke of politieke leider een uitspraak doet en daarop niet meer wil terugkomen, al is het alleen maar omdat hij bang is dan te moeten erkennen dat hij fouten heeft gemaakt en nog meer zal moeten maken. Maar als u denkt, dan kunt u ook deze facetten zien. Dan zult u merken dat sommige mensen discussie zoeken om de beslissing uit te stellen en anderen om beslissingen roepen alleen maar om daartegen te kunnen protesteren, dus om een tegenpool te kunnen vormen op het ogenblik dat ze zijn genomen.

Kijk daarnaar. Kijk naar de wereld. Kijk naar de mensen. Dan hebben wij een heel belangrijke tak in ons denken, die zelfs tot een pseudo‑wetenschap is geworden. Wij noemen het de filosofie. Nu is filosofie in feite gebaseerd op associatie en extrapolatie. Je begint met één enkel feit: er bestaat een vlieg. Een vlieg is een vliegend wezen, dat ons op het ogenblik niet lastig valt. Maar het is denkbaar dat, als meer vliegen steeds meer voedings‑ en ontwikkelingsmogelijkheden krijgen, eventueel nog gesteund door een toename van de gemiddelde straling rond de aarde, dat die beesten erg groot kunnen worden. Vliegen die groot worden, zullen op mensen gaan azen. Ze zullen die mensen gebruiken om hun eieren in of op te leggen. Ze zullen die mensen misschien zelfs als vee gaan houden. Dus moeten we alle vliegen uitroeien. Maar waar blijft het feit? Het feit is dat de vlieg bestaat, al het andere is veronderstelling.

Een bekende manier van redeneren is ook: God bestaat, want de aarde toont allerlei wetmatigheden. Hoe zou een wereld met al die ontwikkelingen, al die wetten en al die regelmatig terugkerende verschijnselen kunnen bestaan als er geen ordenende macht zou zijn? En indien er een ordenende macht is, moet ze zo groot zijn dat ze het geheel kan overzien. De enige macht die t.a.v. de kosmos daaraan kan beantwoorden is God. Wat heb je nu eigenlijk gezegd? Je hebt gezegd, dat er regelmatigheden optreden die je niet kunt verklaren, al dat andere is versiersel, beredenering.

Als wij spreken over sociaalfilosofie, dan kunnen we zeggen dat, als de mensen allemaal maar voldoende inkomen hebben, dan als vanzelf de behoefte om anderen aan te vallen of anderen goederen te ontnemen langzamerhand zal wegebben. Kijk naar uw eigen maatschappij, dan zult u zien hoe deze filosofie, die nog steeds door vele mensen wordt aangehangen, feitelijk uitwerkt. De veronderstelling is fout, omdat men uitgaat van de ideale mens met een gefixeerd behoeftepatroon en geen rekening houdt met het feit, dat het grootste gedeelte van het menselijk behoeftepatroon ook mentaal wordt bepaald en als zodanig steeds fluctueert.

Het is misschien wel aardig om te wijzen op een fout, die we heel vaak maken. Als er iets wordt gezegd met plechtstatige woorden of met woorden die we maar half begrijpen, dan nemen we het veel eerder voor waar aan, dan als het te eenvoudig wordt gesteld. Als ik zeg: “Deze persoon, op zichzelf van goede origine zijnde, heeft in het totaal van zijn fixaties een drang tot absolutisme welke verabsolutering wordt uitgedrukt in de regularisatie van het gehele maatschappelijke patroon voor zover hij het kan beïnvloeden volgens vaste normen en wetten.” dan denkt u dat ik heel wat heb gezegd. Maar ik heb eigenlijk precies hetzelfde gezegd wat een ander bedoelt en op een bepaalde persoon geënt, zegt: “Luns is een kluns.” Als u denkt, vereenvoudig. Vereenvoudiging zal ongetwijfeld details doen wegvallen, maar daardoor wordt de hoofdzaak begrijpelijk en duidelijk.

Geloof niet in het gezag van anderen omdat u hen niet kunt begrijpen. Als u een ander niet kunt begrijpen, is dat niet úw fout: het is zijn fout. Vraag de ander om duidelijker te zijn. Niet met de deemoed van de dwaas, noch met de hoogmoed van de alwetende, maar met de medemenselijkheid van een mens die meent dat mensen elkaar moeten begrijpen voordat ze elkaar kunnen verstaan. Dat is natuurlijk voor de ambtenaar moeilijk. Want de ambtenaar zoekt naar de absoluut waterdichte uitdrukking en daardoor schept hij de mazen voor de meer deskundigen, die zo door alle wetten heen slippen.

Wat u nodig heeft, is niet een ingewikkeld artikel waarin duidelijk wordt gemaakt wanneer en in hoeverre uw bezittingen belastbaar worden als bezit en wanneer ze als inkomen belastbaar zijn. Wat u nodig heeft is een heel eenvoudige aanduiding: als je zoveel hebt, moet je zoveel betalen. Als je zoveel verdient, pikt de Staat er zoveel van in. Het is herleiden tot de eenvoud. Natuurlijk, ik weet het. Als je kijkt naar wat de Staat vraagt van een gewoon burger in uw land, dat is dan één van de hogere heffingen, dan kunt u zeggen: Ruim de helft van die belastingen gaat toch direct of indirect weg aan wat men noemt volksverzekeringen. Goed, maar een verzekering kunt u zelf toch ook sluiten als u wilt. Dat hoeft de Staat toch niet voor u te doen. Als de Staat dat toch voor u doet, moet dit niet worden beschouwd als iets afzonderlijks. Het moet eenvoudig worden beschouwd als een belastingheffing zonder meer, of daar nu AWW, AOW of wat anders bij staat.

Op dezelfde manier moet u achterdochtig zijn, als u met bepaalde trefwoorden wordt bestookt. Het is eigenaardig, maar heel veel mensen vallen onmiddellijk flauw van eerbied, als ze het woord “cultureel” horen. Zij zien over het hoofd dat het woord kul daarin eerst komt. Het gaat er niet om of iets cultureel is of niet. Het gaat erom of het voor u betekenis heeft of niet. En dat is heel iets anders. Ik weet, dat heel veel mensen daar nu tegen zouden willen protesteren, want men moet toch de wijzeren en de meer beschaafden aan het woord laten. Maar als u zelf denkt, dan beseft u dat het van hun kant ook een pretentie is. Ze zitten vol bewondering voor bv. de 3e symfonie van Beethoven en achteraf blijkt het er een van Mendelsohn te zijn. Dat komt veel voor.

Begrijp, dat de mensen die u met heerlijke slogans bestoken vaak onzin praten. Kunt u me uitleggen wat bv. witter dan wit is? Neen? Dan moet u ook beseffen dat degene die u daarmee probeert te verblinden ongetwijfeld nog heel wat meer trucjes probeert te gebruiken. In uw denken is dus een dergelijke, op zichzelf onredelijke leuze, hoe mooi ze ook moge klinken, gelijktijdig een waarschuwing tegen het product en de producent. Dat is denken: het is feiten constateren.

Op het ogenblik dat men u vertelt dat “vlees gezond is, u weet wel waarom, mevrouw”, moet u zich afvragen waarom ze dat zo nadrukkelijk verkondigen, maar dat u het zelf nog niet had ontdekt. Wanneer in uw ervaring vlees niet gezond is, dan kunt u uw gezondheid waarschijnlijk goedkoper ergens anders zoeken. Dat is denken. Denken betekent, door de leuze, door de uiterlijkheden heen zien voor zover u kunt. Het impliceert dat, als u op een avond hier bij ons zit en er komt iemand, zoals ik, een lezing houden over het denken, dat u niet alleen moet luisteren, maar u ook moet afvragen: waarom heb ik op bepaalde punten “ja” gezegd, waarom heb ik op andere punten gegiecheld en op weer andere punten bedenkelijk in stilte het hoofd even geschud? Pas dan wordt u duidelijk wat u meent dat ik heb gezegd. En aangezien deze zaak wordt gereproduceerd, is het dan misschien de moeite waard om na te gaan of ik dat werkelijk heb gezegd. Op grond van deze beide feiten kunt u zowel uzelf beter leren kennen als beter beseffen wat ik heb gezegd en dus ook beter beoordelen of hetgeen ik naar voren breng voor u betekenis kan hebben, waardevol kan zijn.

Wees erg voorzichtig, als men komt met ge‑ of verboden. Men heeft namelijk de neiging om die absoluut te stellen. Maar als er staat “verboden toegang art. zoveel van het wetboek van strafrecht”, dan moet u nagaan niet alleen wat houdt dit artikel in, maar ook wat voor doel heeft het: dus uit welk concept komt het voort? Dan zal misschien blijken, dat om uzelf te blijven en aan uw denken getrouw te bleven u juist die bordjes voorbij moet lopen. Wanneer iemand zegt “Eert uw vader en uw moederen”, dan moet u zich ook even afvragen: waarom? Wanneer iemand zegt: “Ik ben de Heer, uw God en voor mijn aangezicht, zult gij geen andere beelden stellen”, dan moet u zich ook even afvragen: waar komt dat vandaan? Hoe wordt het gebruikt? Wat is de betekenis? Wie heeft het gezegd? Waarom en hoe is dat tot stand gekomen? Pas dan kunt u nagaan wat het wezenlijk voor u betekent. En dan zult u ook zien waarom u in een eigen geloof mogelijk juist deze stelling zo belangrijk vindt, belangrijker dan de andere. Denken is in zekere zin een analytisch proces. Iemand die nadenkt, neemt de situatie en beziet elk van de bestanddelen ervan afzonderlijk om zo de functie van het geheel te begrijpen. Het is alsof iemand in plaats van alleen maar op de klok te kijken ook erachter kijkt en probeert te zien hoe de radertjes elkaar tot voortbewegen dwingen en misschien nog verder gaande te begrijpen welke vertragingen of versnellingen daardoor tot stand kunnen worden gebracht. En dan kunt u zeggen: Ik heb daar geen interesse in. Voor een klok misschien niet, maar er zijn zoveel andere dingen die u pas wezenlijk kunt waarderen en gebruiken, indien u beseft wat de werking ervan is, hoe het in elkaar zit. Ontleed begrippen.

Dan heb ik over denken nog een paar punten die schijnbaar niet al deze redelijkheid weinig te maken hebben. U leeft in de stof, desondanks bent u ook een geest. Een geest denkt. Wat doet de geest als ze denkt? In feite vergelijkt ze de in haar gefixeerde beelden en stelt daaruit, bijna caleidoscopisch, voortdurend nieuwe beelden samen. Nu lijkt het, alsof dat sterk van het menselijk denken verschilt. Maar is dat wel zo? Als u naar mij luistert wat hoort u dan? Iets wat misschien al in u bestaat? We kunnen de proef op de som nemen. Hoe vaak heeft u sprekers van onze Orde iets horen zeggen waarvan u later zei: Ja, ik heb het altijd zo gevoeld, maar ik heb het nooit weten te formuleren. Realiseer u dan ook dat de spreker dat mogelijk helemaal niet zo bedoeld heeft, maar dat hij u wel de woorden heeft gegeven waardoor u iets wat in u bestaat kunt beschrijven. Wanneer u geestelijke beïnvloedingen doormaakt, dan is het gemakkelijk om te zeggen: De geest zegt mij dit te doen. Die geest zegt misschien: Ga je tuintje omspitten. U heeft maar een klein tuintje, u heeft al spit en dus geen lust in spitten. U interpreteert dat als een andere menselijke bezigheid. Heeft die geest dat wel zo bedoeld of was u het die het zo in­terpreteerde?

Als u het zo gaat bekijken, dan ziet u dat u geestelijke waarden en invloeden in zeer vele gevallen a.h.w. ombuigt en interpreteert totdat ze passen in hetgeen u eigenlijk toch al wilde doen. Zoals vele mensen naar de waarzegster gaan om van haar te horen dat hetgeen ze verwachten zal uitkomen en hetgeen ze toch al wilden doen noodzakelijk is voor hun verdere geestelijke ontwikkeling. Dat is natuurlijk kolder. Besef, dat u als geest toegang heeft tot een hele wereld die niet onmiddellijk in denken uitdrukbaar is. Zij brengt gevoelens, gevoelsassociaties en reacties voort die afwijken van de norm, die dus niet met het zuiver lichamelijke alleen te doen hebben.

Als u bij een bepaald woord koude rillingen krijgt, dan is het bijna zeker dat uw geest daarbij een rol speelt, tenzij het misschien de stem heeft van sommige moderne beatzangers, dan is dat natuurlijk vanzelfsprekend. Dat is dan net zoiets als een krijtje over een schoolbord. Realiseer u dat die gevoelsreacties niet betrekking hebben op uw vertaling daarvan middels het denken, maar op uw eigen toestand, uw eigen uitstraling, uw eigen harmonische of disharmonische, gevoelens. Dan kunt u ook deze eenzijdigheden langzaam maar zeker in het redelijke proces gaan ontdekken. U zult dan zien, dat er onverklaarbaar wederom een gerichtheid is op een doel, en dat dit doel wonderlijk genoeg in u een zekere evenwichtigheid en harmonie tot stand brengt, die redelijk gezien niet verklaarbaar is. Gebruik dan in uw denken de volgende leuze maar totdat u meer feiten kent: Al mijn denken en werken dat bijdraagt tot een grotere harmonie in mijn wezen, een groter geluk in mijn bestaan, een juistere levensaanvaarding in mijn huidige toestand zal goed zijn, tenzij ik redelijk en op grond van feiten mijzelf het tegendeel daarvan direct kan aantonen.

Hiermee heb ik u een samenvatting gegeven, meer niet. Ik heb geprobeerd u vooral de manier van denken verder toe te lichten. Ik heb daartoe ook voorbeelden gebruikt. Ik meen, dat het duidelijk genoeg is. Denken moet je leren door het te doen. Misschien dat ik door een poging om soms met u mee te denken, u duidelijk kan maken hoe u van uw eigen denkvermogen zo goed mogelijk gebruik kunt maken.

Denken is voor ons een proces dat wordt geleerd. Zolang het niet wordt beheerst denken wij wel, maar wij zijn geen meester over de conclusies die ons denken tevoorschijn brengt. We zijn ook niet in staat de waarde van onze gedachten verder te bepalen. Juist de mens met zijn vermogen om zichzelf vanuit de wereld te beschouwen als de wereld vanuit zichzelf, kan tot een juistere benadering komen van de wereld zoals deze is en daardoor zichzelf, zoals hij zichzelf erkent, juister waarmaken en ook de ervaringen opdoen die ook geestelijk voor hem van groot belang zijn.

Alle bewustwording begint met het denken. Alle bewustwording wordt voltooid door de synthese waarin het geheel van alle mogelijkheden van de ziel plus alle mogelijkheden van haar voorgaande levens versmelt tot één erkenning waarin het “ik” zichzelf terugvindt in al hetgeen het beschouwt en daardoor alles kan aanvaarden als werkelijkheid zonder daarin zichzelf als wezenlijkheid te verliezen.

Als ik u dit zo formuleer, dan is dat misschien toch te ingewikkeld. Laat mij het dan zo zeggen: Als je begint met van de feiten uit te gaan, dan is het gemakkelijker te begrijpen wat je bent en wat je voelt. Het is eenvoudiger om ervaringen op te doen die werkelijk zijn en niet alleen in je gedachten bestaan. En dan kun je gemakkelijker zover komen dat alles wat je ooit bent geweest of ooit zult zijn, alles wat je voelt en alles wat je ervaart samenvloeien tot één geheel waardoor je ontdekt direct verwant te zijn met al het bestaande en zo de grens tussen het bestaande en jezelf niet meer behoeft te trekken. Maar je blijft jezelf, ook als je als wezen opgaat in het geheel.

Dan heb ik daarmee, meen ik, genoeg gezegd. Realiseer u, dat een reactie op denken alleen gebaseerd kan zijn op de manifestatie, op het feit, op het woord. Realiseer u dat dat in uw gehele leven zo blijft. Probeer dus steeds de uitdrukking te vinden voor hetgeen in u bestaat, dan zult u tot een vergelijking met de werkelijkheid buiten u komen, maar ook tot een beter contact met alles rond u. Dit kan dan wederkerig, vol bewust en functioneel plaatsvinden.