Het denken van de geest en van de mens

image_pdf

24 juni 1991

Zo, goedenavond vrienden. Aan het begin zou ik u er graag op willen wijzen dat ik niet alwetend of onfeilbaar ben. U weet dat waarschijnlijk wel. Maar het is belangrijk dat u zelf nadenkt. Wat betreft het onderwerp waar we het over hebben en dat zal ik behandelen, dat kunt u zelf opgeven. Een collega van mij komt dan na de pauze en zal proberen uw vragen te beantwoorden. U moet er wel rekening mee houden dat wij niet meer over het grote net beschikken dat de Orde eens had, zodat we iets beperkter zijn in onze mogelijkheden. Maar ik geloof niet dat dat opvallend kan storen. Waar wilt u over praten?

  • Wilt u iets zeggen over het onderwerp: ‘Zoals de mens denkt en dus daar tegenover zoals de geest iets opneemt en hoe die denkt. Dat verschil daartussen’.

Ja, hoeveel avonden wilt u aan die cursus besteden? (hilariteit). Want dat is een onderwerp, dat is eenvoudig niet kort samen te vatten. Kijk, wij weten dat de dood niet belangrijk is; dat is een overgangsfase, meer niet. U weet dat niet. Uw denken wordt dus veel sterker bepaald door tijd, tijdelijkheid en waarschijnlijk ook wel een min of meer betrokkenheid bij de mogelijkheid om aan onze kant te komen. En er zijn heel veel mensen, die hebben er niet veel vertrouwen in. Dat valt ze dan later weer mee. Maar een geest denkt als energie, dat wil zeggen om het heel simpel te zeggen: potentiaalverschillen die ontstaan binnen een zich besloten veld. Een mens denkt en een deel daarvan is ook dat geestelijk denken, maar dat dringt niet tot zijn bewustzijn door. Dus zal die mens hoofdzakelijk geregeerd worden door verschillende zogenaamde herinneringscentra en de combinaties die daaruit worden gemaakt. Dat is een cellulair proces in feite binnen de hersenen en voor een deel ook het zenuwstelsel, want dat heeft ook nog invloed. Wanneer je die twee met elkaar vergelijkt, dan is het een poging om een appel en een peer bij mekaar op te tellen. Het is allebei fruit, maar het zijn toch wel twee verschillende soorten.

Wanneer wij kijken naar uw wereld, dan zien wij een wereld in beweging. U ziet waarschijnlijk een wereld vol met rampen. Want wij zien die wereld als een proces dat in de tijd al gefixeerd is. Er komt eenvoudig een grote verandering op betrekkelijk korte termijn. Een hele hoop systemen lopen vast. Internationaal staan er nog hele gekke dingen te gebeuren. Ja, geen oorlog of zo. Maar neem nou bijvoorbeeld de dollar. Als die dollar zijn waardevastheid verliest en te sterk gaat fluctueren – wat in de komende tijd heel waarschijnlijk is – wat moet je dan met deze munteenheid die internationaal als reken- en betaaleenheid is geaccepteerd? Dan moet je er wat anders voor vinden. Ja, neem de EEG bijvoorbeeld. Ze zitten allemaal te schreeuwen over de ECU, vooral de Fransen, dat is meer e-kukeleku. Maar wat is de werkelijkheid van zoiets?

Als wij er naar kijken, dan zien wij dat hier de eigenbelangen van de nu heersende groepen sterk geschaad zullen worden, wanneer er een eenheidsmunt komt in heel Europa. Want dan is de manipulatiemogelijkheid via de munteenheid en daarmee een zekere beheersing van de economie binnen de afzonderlijke staten niet meer mogelijk. Wij kijken dus een beetje anders dan u. Wij zeggen: nou ja, goed, dat loopt allemaal nog een beetje vast, maar we zullen zien, wánt er is een ontwikkeling.

Bij u zeggen ze: ja, de jeugd is losgeslagen en dit en dat, maar ze vergeten één ding: Wanneer je vijftig, zestig jaar materialisme hebt gepredikt, wanneer je hebt gesproken over de rechten die iedereen heeft, zonder je af te vragen hoe die rechten dan ook gehandhaafd en verschaft moeten worden, ja, dan loopt die zaak vast. En dan heb je mensen die geloven in allerhande uitspraken. Toen wij hoorden dat een zeker iemand in Nederland aan de regering kwam onder het motto: ‘We gaan puin ruimen’, toen dacht ik: nou, die zal wel gaan slopen. En dat is onze reactie. Wij kijken naar de dingen die erachter liggen, u kijkt naar de oppervlakte. Wij kijken naar een ziekte en we zeggen: nou ja, eigenlijk is dat voor de patiënt goed. Want door de ervaring die je opdoet en de versnelde overgang die het gevolg ervan is, zal hij én bij ons én bij een eventuele incarnatie dus allerhande fouten leren vermijden.

U zegt: o, die arme ziel, wat moeten we nu doen om hem in leven te houden? Wij zien dat een heel continent op het ogenblik bezig is er onderdoor te gaan: Afrika. En dan zeggen we tegen onszelf: ach, het is eigenlijk goed dat het gebeurt, want in een wereld zoals die er komen moet, is geen plaats voor al die raciale verschillen die eigenlijk bij de rampen en al datgene wat er in Afrika gebeurt, toch de hoofdtoon hebben gevoerd tot nu toe.

En dan kijken we, ja, de wereld is vervuild, natuurlijk, maar er komt wel weer een andere levensvorm. Een levensvorm die juist dít milieu nodig heeft. Wij maken ons daar geen zorg over. We kunnen begrijpen dat ú het doet. Maar waarom moeten wíj ons daar druk over maken? Maar u denkt: ja, wij willen die wereld houden zoals die is. En dat kan niet, want alles in tijd bevindt zich in een continue staat van verandering.

En dan zegt u: ja, hoe is het dan met het ik-gevoel? Nou, u heeft een ik-voorstelling. Bij ons komt de werkelijke ik-voorstelling, dus niet door anderen bepaald, veel sterker tot uiting. Daar kun je dus zien wat iemand werkelijk is, maar ook hoe hij zich voorstelt te zijn. Bij u ziet u alleen de buitenkant en wat er achter ligt, daar moet u maar naar raden. Dat dat een groot verschil uitmaakt, zal duidelijk zijn. Maar moet je daarom zeggen: ja, denken van een geest, is dan alogisch of niet logisch? Logica is uiteindelijk een redeneersysteem, een onderlinge afspraak. En als je goed nadenkt, dan zijn de meest onlogische gebeurtenissen op aarde vaak de oorzaak voor vernieuwingen.

Want was het logisch dat Einstein met zijn formules aan kwam zetten? Ja, goed, hij was een groot mathematicus, alles tot uw dienst. Maar dat hij – en juist in een dergelijke periode – ineens tot die ontdekking komt, want dat was het, en daarmee niet de atoombom schiep, want dat heeft hij niet gedaan en ook niet iets over tijdbeheersing, ofschoon hij er heel dichtbij is gekomen, maar hij heeft een basis geschapen voor anderen om daaruit te gaan experimenteren, te gaan werken.

Bij u is de opbouw iets, waarbij je iets verankert. Dan zeggen ze bijvoorbeeld: ja, wie heeft het kompas nou uitgevonden? Nou, dat heeft waarschijnlijk een of andere gekke Viking gedaan die een magneetsteen te pakken kreeg. En die in de gaten kreeg: o, als ik daar nou mooie stipjes op maak, dan wijst dat ene stipje altijd naar het noorden. Dus dan weet ik hoe ik varen moet.

Ik denk dat er bij u ook veel overdrijving is. Neem nu uw snelverkeer. Ik heb niets tegen snelverkeer, helemaal niet. Maar wanneer je kijkt hoe mensen zich haasten en dan tijd staan te verknoeien in files of te vroeg aankomen waar ze moeten zijn, dan vraag ik mij af of er geen redelijker methode is dan jagen en stilstaan.

Wanneer ik zie hoe u bezig bent met allerhande bepalingen aan grenzen – binnenkort de grenzen van de EEG dan, goed, maar het blijft toch zo – dan vraag ik mij af: Waarom produceer je niet waar je het beste kunt produceren, namelijk daar waar de grondstoffen dichtbij aanwezig zijn, waar de ruimte is voor een industrie en waar de nodige vervoersmogelijkheid is voor het product. Waarom zou je alles zoveel vervoeren? Als er olie wordt gewonnen, dan lijkt het mij logisch dat die olie ter plaatse wordt verwerkt. Niet dat ze ergens in Rotterdam of Philadelphia of bij New York, dat ze daar die dingen gaan verwerken. Dat is onzin. Wij zien niet in waarom dat moet gebeuren, want wij zien een geheel. Maar u ziet alle onderlinge belangen. En dan is het belangrijk dat er een petroleumindustrie is en een chemische industrie in Nederland, ofschoon je de grondstoffen eigenlijk niet hebt, want dan is er – en dan noemt u maar op – werkgelegenheid, winstmogelijkheid, politieke belangrijkheid… dingen die eigenlijk niets zeggen. Dus dat is dan al een eerste deel van vergelijking. Ik weet niet of dit al commentaar wakker heeft geroepen. Zo ja, ga uw gang.

  • Maar stel dat daar de olie inderdaad bijvoorbeeld in Koeweit verwerkt was, dan was het het drama in januari nog veel groter geweest. Dan was de hele verwerkingsmogelijkheid ook nog eens een…

Nee, dan was de situatie van landen als Irak een totaal andere geweest. En dan zou een dergelijke oorlog waarschijnlijk niet zijn uitgebroken. Ook de Iraniërs hadden dan op een ándere manier geprobeerd hun fundamentalisme over de wereld uit te dragen. Het is juist dat ze in feite rijkdom hebben waarvan anderen profiteren, waardoor deze opstandigheid ontstaat en eigenlijk steeds weer, nu ja, laat ik maar zeggen, roverssjeiks aan het bewind komen. Maar ja, het is duidelijk, dat kon niet, want de belangen van de USA zouden geschaad zijn. En Rusland was er ook niet voor, want Rusland heeft een eigen olie-industrie. En in plaats van die te verbeteren, hebben ze geprobeerd om anderen dan maar een beetje af te remmen.

  • En niemand belette de sjeiks dan om hun eigen kraakinstallaties te bouwen, terwijl ze barsten van hun geld.

Ze barsten inderdaad van het geld, maar ze hebben het in het westen belegd. En om, als ik even mag, om een doodeenvoudige reden: Omdat zij, al is dat niet algemeen bekend, via contracten en verdragen afhankelijk zijn van bepaalde exploitatiemaatschappijen. Dat zijn internationals. De meeste van hen hebben dus hun eigenlijke hoofdkantoor in de Verenigde Staten, ofschoon velen voor financieel verkeer uitgeweken zijn naar staten waar de belastingen veel minder zijn. En het zijn deze groepen, deze grote belangengroepen, die het onmogelijk maken dat landen hun eigen rijkdom exploiteren. En het is de behoefte van het westen aan hoog betaalde arbeid, waardoor ook de politiek dit spel mee moet spelen. Want als u de Nederlander alleen zou betalen wat hij met zijn werk feitelijk verdient, dan zouden de gemiddelde lonen met ongeveer twee derde moeten zakken. En dat geldt voor een hele hoop landen. In Duitsland zou waarschijnlijk iets minder zijn. Ik vermoed dat je daar iets meer dan de helft kwijt bent, 55%, zoiets. Wat Frankrijk betreft, zou je ook terecht komen op twee derde, iets meer zelfs. Italië, idem dito. En de Verenigde Staten ook, idem dito. Want de arbeider zegt: Mijn aanwezigheid moet beloond worden en eist een beloning in overeenstemming met de winsten die volgens hem gemaakt worden zonder rekening te houden met de prijs van het product. Dat is hetzelfde in Nederland.

Op het ogenblik zitten allerhande instanties met de handen in het haar: waar moet het geld vandaan komen? En als je nu goed kijkt, blijkt dat een groot gedeelte van het staatsinkomen weggaat aan interest: wat men de banken moet betalen voor hetgeen men geleend heeft. In een groeiende economie kun je dat doen. Maar die groeiende economie is zo langzamerhand tot stilstand aan het komen. Dan moet men dus werkgelegenheid scheppen enzovoorts. Het resultaat is een steeds groeiende bureaucratie en steeds groeiende heffingen.

Als u in Nederland werkt, betaalt u in feite gelijktijdig de bijkomende kosten van tenminste één werkeloze en ongeveer de helft van de kosten van een ambtenaar. Dat realiseert u zich niet. En die mensen willen ook meer hebben, dus moet er geleend worden. En dus is er voortaan in de schatkist minder aanwezig. Het is gewoon een totaal verkeerde aanpak. Vanuit ons standpunt. Wij zouden zeggen: Maak de wetten zo eenvoudig mogelijk, maar pas ze dan ook zeer streng toe. En praat er niet over wat de oorzaak is van een misdaad. Praat erover wat de misdaad is en hoe de gemeenschap daartegen beveiligd kan worden. Let niet op allerhande onbenulligheden, zoals men tegenwoordig doet, maar pak gewoon de zaak aan.

Wanneer je een maatschappij wilt hebben die voor alle burgers redelijk leefbaar is, dan is er nodig: een eenvoudige wetgeving die iedereen metterdaad kan kennen en die niet alleen maar als bekend wordt verondersteld, wanneer er juridische kwesties aan de hand zijn. Je zou verder het onderling verkeer mede door die eenvoudige regels ook veel juister en veel eenvoudiger in een bepaald spoor kunnen brengen. Waarom doet men het niet? Ja, omdat er dan zoveel belangen geschaad worden, omdat er zoveel werkelozen komen, noemt u het maar op. Maar aan de andere kant vindt hetzelfde Nederland het heel gewoon dat er steeds meer mensen binnenkomen, legaal of illegaal, en dat die allemaal uit de ruif mee-eten en dat die dan de baantjes op mogen knappen, waar Nederlanders hun werkeloosheid door zouden kunnen verliezen.

Voor ons is dat onredelijk en onlogisch. Voor u waarschijnlijk niet. U zit in die maatschappij, bij u zijn de verhoudingen anders. En als ik het zo zeg, dan zult u zich ook realiseren dat het eigenlijk onzin is om bijvoorbeeld bauxiet te winnen in Suriname en aluminium te maken in de Verenigde Staten, daarvan pannen te laten maken in Zweden en die dan in Nederland te verkopen, tegen dure prijzen, omdat er een merk opstaat. Nou ja, je hebt zoveel dwaasheid gehad. Vroeger werden bepaalde producten over zee gezonden en dan weer terug, omdat je dan kon zeggen: thee uit China of zoiets.

De mensen kopen voortdurend meer illusies en krijgen in werkelijkheid steeds minder. En dat is niet erg, want ze kunnen er mee leven. Maar dat ze dat systeem zien als iets wat ten koste van alles verdedigd moet worden, ja, dat is voor ons in de geest onbegrijpelijk. Wij voorzien het geheel, wij zien de samenhangen en wij zeggen: ja, maar wat moeten we daarmee?

Neem bijvoorbeeld een vakbond. Wij zijn voor een vakbond, natuurlijk, want ook wij in de geest helpen elkaar. En als er storingen zijn, dan treden we gezamenlijk op om die te nivelleren en ze weg te werken. Maar op het ogenblik dat het in feite politiek wordt, en dat het dus niet meer gaat om de arbeider, maar om de macht die via de arbeider kan worden uitgeoefend, dan vragen we ons af of degenen die dat nog toelaten en die dat allemaal nog toejuichen zelfs, of die wel helemaal goed – nou ja, nee, laat ik dat niet zeggen of die hun verstand wel gebruiken.

Hetzelfde, staathuishoudkunde, de economie. Het is natuurlijk heel mooi om theorieën op te bouwen, zolang anderen de kosten van je falen betalen. Zeg dus tegen een econoom: u mag een schema ontwerpen, wat gaan we dit jaar doen? En als het anders uitkomt, voordeliger, dan hebben we het aan u te danken, want u hebt het zo gezegd, dan krijgt u wat extra’s. En als het misgaat, nou, dan moet u voorlopig maar uw salaris inleveren. Mag niet, menselijk niet doenbaar. Je kunt de mensen niet veranderen. Er zijn, ja, wat men noemt, dan de ingrepen Gods en dergelijke.

Nou, die zijn er waarschijnlijk wel. Maar hoe vaak wordt niet gezegd: ja, dat is buiten onze controle, terwijl het niet waar is.. Waarom leeft de wereld driekwart van de tijd met schijnbeelden, met illusies en leugens? Waarom is de mens voortdurend bezig met alles wat buiten hem ligt, terwijl hij die hele kosmos die in hem leeft eenvoudig verwaarloost. Dat zijn raadsels voor ons. Dan denken we: ja, we zijn toch ook zo stom geweest. Hoe hebben we dat ooit kunnen doen? Dus u ziet, er zijn verschillende opvattingen mogelijk. En ik zou zeggen: Wanneer de oude regels nog zouden gelden, dan is het zo: Een goed vader zorgt voor zijn kinderen zo goed en zo lang als hij kan, maar geeft ze op hun donder als ze schade veroorzaken. Als je dat nou eens als principe terug zou nemen.

Als ik als geest dingen heb waarmee ik niet klaarkom, die ik in mijzelf wel heb, maar die wringen met het beeld dat ik van mijzelf heb, dan zit ik in het duister. En een ander die vlak naast mij zit, die is het wel eens met zichzelf en die leeft in het licht. Is dat niet veel reëler? En dan zijn er mensen die zeggen: ja, mijn bewustwording, ik moet terug naar het verleden, al mijn incarnaties kennen. Ja, dan zijn ze zo druk bezig hun vroegere incarnaties te kennen, dat ze dezelfde stommiteiten wéér uithalen. Is dat reëel? Is de taak van de mens niet op elk ogenblik en dan zo volledig mogelijk datgene te doen wat op dát ogenblik goed is zonder zich eraan te binden, zodat men steeds op de veranderende situatie, de veranderende mogelijkheid tot veranderen in innerlijk besef zelfs, kan blijven reageren.

Dat zijn problemen voor ons. Ik heb ze nou maar in stoffelijke termen uitgedrukt. Want als ik u ga vertellen wat de innerlijke bewustwording is, hoe je langzaam ontwaakt van wereld naar wereld en hoe de samenhangen daarbij steeds weer in belangrijkheid veranderen, nou ja, dat snapt u toch niet. Dat moet je beleven. Je kunt er wel een mooi sprookje van maken, maar u zult toch ook niet denken, nietwaar, dat de goede fee van assepoester op het ogenblik in de productielijn bij Toyota staat… Met andere woorden: dan wordt het een sprookje. Er zijn dingen die moeilijk te zeggen zijn. En als ik dit in een kort bestek allemaal uiteen moet zetten, moet ik u niet alleen duidelijk maken, wat is het denken van een geest? Maar ik moet u ook nog duidelijk maken: hoe ontvangt die geest de stimuli waardoor hij denkt? En wat is de wisselwerking tussen geesten? Wat ontstaat er wanneer er een gedeeld bewustzijn is? Vooral als u zich realiseert dat dat vollediger is dan met de menselijke taal en uitdrukkingsmogelijkheden bereikbaar is. Dus daarom zeg ik: ja, het is iets…

En als je dat dan hebt gehad, dan moet je duidelijk gaan maken hoe er verschillende gradaties zijn van besef, zeg maar van kosmische verwevenheid. Dat wil zeggen dat je steeds minder jezelf ziet als centrum, maar steeds meer deel wordt van datgene wat je nog omvatten kunt en dat is dan het centrum dat weer de voortdurende uitwisseling kent met het onbekende. En zo gaat het elke keer verder. Hoe moet ik u dat duidelijk maken? Als ik het met een paar woorden zeg, dan zit ik eigenlijk al te liegen door hetgeen ik er niet bij kan zeggen, omdat ik er geen taal, geen uitdrukking voor heb.

Maar ja, menselijk denken, wat moet je daar van zeggen? Ik geloof dat de meeste mensen denken dat ze denken, terwijl ze hun denken in feite laten rusten, omdat ze anderen voor zich laten denken en zo zelf niet behoeven te denken. En dan zou ik ook kunnen vertellen hoe dat allemaal ontstaan is, hoe dat ligt in de sociale opbouw in een zekere hereditaire kwaliteit zelfs, die door de geslachten heen bepaalde eigenschappen en onder andere daarbij de klakkeloze aanvaarding van gezag, gepretendeerd of reëel, hoe dat allemaal gegroeid is.

En dan komen we naar het ik-beeld van de mens van vandaag. En wat zegt die? Ik ben ik, en ik heb dus recht om alles te hebben wat ik nodig heb. Ik ben ik en dus moet ik een relatie aangaan met de wereld rond mij, waardoor ik de behoefte van die wereld kan vervullen en gelijktijdig mijn eigen bestaan zeker stellen. Dat zou veel beter zijn. En dat is hetzelfde met esoterie, ach. Ja, als ik zit te kletsen, dan vertelt u het maar, dan zegt u: stop. Dan gaan we op wat anders door.

Maar esoterie. Wat is esoterie eigenlijk? In feite is het naar binnenkijken. En kunnen de regels bestaan die bepalen hoe jouw innerlijke wereld er dan uit moet zien. En wat je in jezelf draagt, moet je dat dan maar meteen zien als buiten je in de kosmos bestaande? Is het eigenlijk niet een gevoel waaruit een besef van noodzaak ontwaakt en daardoor een andere oriëntatie ten aanzien van je wereld en de verschijnselen daarin.

Kijk, er was eens een heilige en die goeie man die wilde werkelijk bewijzen dat hij alles opofferde: ging boven op een zuil zitten. Dus zo’n echte zuilenheilige. Tegenwoordig zou hij in de omroep terechtkomen. Maar die man die heeft daar zeventien jaar lang gezeten. En gelukkig waren er mensen die hem vereerden. Die haalden dan alles wat hij liet vallen beneden weg, maar dat was toch een zaak waar een luchtje aan zat. Dan moet je eens afvragen: als die man met dezelfde energie en beheersing en wilskracht, die hij gebruikt heeft om daar maar steeds in weer en wind op die zuil te zitten – tegenwoordig zou die wereldkampioen paalzitten kunnen worden – als hij die energie nu eens gebruikt had om die anderen, die arme mensen, eens een keer een beetje verder te helpen, om ze eens duidelijk te maken dat bijgeloof niet altijd bijgeloof is, wanneer je de basis van het bijgeloof weet te vinden, dat het heel vaak eerder een traditie is, waarvan de werkelijke bron in het verleden is verdwenen, waardoor het voor de mens die dan logisch – alweer logisch – het meest logische in de logica is dat ze voortdurend onlogisch is door haar eigen sequenties te stellen als albeheersend voor een heelal dat zich er niets van aantrekt. Maar goed, dat is niet logisch, ja, dwaze mensen.

Waarom zeggen ze: ‘Als je een spiegel breekt, zeven jaren ongeluk’, weet u dat?  Nou, dat is heel eenvoudig. Spiegels waren vroeger niet te betalen, dan lag je zeven jaren krom voordat je hem terug had. ‘Zout morsen, dat is de duivel. Gooi het maar over je schouder, dan gooi je het in zijn oog’, waarbij je dan maar even veronderstelt a) dat de duivel ogen heeft, b) dat hij zelf geen zout produceert, zodat hij dus door het zout pijnlijk getroffen wordt, c) dat hij altijd achter je staat. Ik bedoel, dat is nou dom, maar waarom was zout kostbaar? Omdat het vroeger alleen aan de zeekust gewonnen werd. Het steenzout, het delfzout, dat is pas veel later gekomen. Het was dus moeilijk om het te krijgen. Het was in verhouding zeer kostbaar en een zeer kleine hoeveelheid daarvan zou je al kunnen gebruiken om een maaltijd bijvoorbeeld prettiger te maken en een wat grotere hoeveelheid om bijvoorbeeld een huid te prepareren. Dat gebeurde vroeger ook wel met zout. En dat verliezen betekende een hele grote schade. En daarom kwam de waarschuwing: ‘Hé, kijk uit dat je geen zout morst’. En toen moet er wel iemand geweest zijn, die zei: nou, dat is een trol of een boze geest of een devi of een duivel of weet ik wie, die dat heeft gedaan. En toen zeiden ze: nou ja, waar staat die dan? Ja, aan m’n linkerkant. Nou, gooit het zout er dan naar toe, heeft die ook wat.

Ja, ik maak het een beetje belachelijk, ik geef het toe. Maar men zegt ook dat het bijgeloof is dat een magnetiseur u helpen kan. Nou, dat is geen bijgeloof. Er bestaan lichaamsenergieën. De chinezen, die hebben duizenden jaren gewerkt met levensstromen en die hebben er heel aardige resultaten mee behaald. Moet je dan zeggen dat het onzin is, omdat het in onze wetenschap niet past? Dat het bijgeloof is? Of dat het helemaal verkeerd benaderd wordt? Zelfs de mensen die op het ogenblik dan overal die medicijnen produceren die uw kwaal onmiddellijk genezen en u dan drie andere kwalen overlaten, waar ze ook geneesmiddelen voor hebben, die zouden eerlijk moeten zijn en toegeven dat een paar van hun meest geslaagde dingen, proeven, als bijvoorbeeld de uitvinding van de cortisonen en verschillende andere ook belangrijke stoffen, te herleiden zijn tot wat ze van toverdokters en van heksen en van magiërs hebben geleerd.

Menselijk denken, dat ziet het leven als een kastje, vol met laden. En als er een kaart in staat die nog niet gemerkt is, dan zetten ze er onmiddellijk een tap(?) op en dan zeggen ze: dat hoort voortaan daar bij. Maar het leven is geen kastje met laden, met indelingen. Het leven is een totaliteit. Waarom beseft de mens niet dat hij een totaliteit is nu, dat die geest wel degelijk bij die mens betrokken is. Voor ons is dat onvoorstelbaar. Maar wat zeggen de mensen: ja, ik moet zorgen voor m’n zieltje. Welk zieltje? Het zit er toch in? Wees gewoon goed, zó, dat je zelf vrede kunt hebben met je leven. Doe het beste wat je kunt, voor anderen en voor jezelf en als je dat doet, dan is dat zieltje ook wel in orde.

Christendom, ‘heb uw naaste lief gelijk uzelf,’ de meest belangrijke regel. Ja, dat is natuurlijk wel waar, maar dat geldt alleen voor christenen onder mekaar. En dan nog christenen die het met elkaar eens zijn. En ja, uiteindelijk, je kunt je naaste ook lief hebben en hem toch in zaken bedonderen… Wat is dat voor een begrip, naastenliefde? Is naastenliefde dat hakketakken, wat ze doen? Of is naastenliefde gewoon een harmonie tussen jou en anderen, waarbij de nood van de ander voor jou een verplichting betekent en gelijktijdig jouw noden voor anderen een verplichting betekenen, die uit je saamhorigheid geboren wordt en niet uit iets anders. En niet uit rang of positie of baantje, nee, gewoon uit je mens-zijn. Voor ons is het doodeenvoudig, voor een mens is het onvoorstelbaar.

O ja, de theorie zullen ze toejuichen. Er is een oud gezegde: ‘Er zijn veel mensen die ‘s zondags trouw ter kerke gaan en God loven en dienen, de rest van de week zijn ze bezig met de duivel’. Dan zijn ze bezig met de dingen waarvan ze zelf weten dat ze eigenlijk niet ideaal en goed zijn, maar dan praten ze dan maar overheen. Wij kunnen er niet overheen praten. Wij kunnen niet zeggen: ja, dit deel is mijn vroomheid en dit deel is dit de praktijk. Ik kan niet vroom zijn en een andere praktijk erop nahouden zonder tegen iedereen te zeggen: ik ben een wezen dat strijdig is met zichzelf. En als ik dan het licht ontmoet en ik wil niet toegeven dat ik dan in strijd ben met mijzelf, ben ik automatisch in strijd met al het andere. Dan isoleer ik me, dan lig ik in de modder.

Juist omdat het geestelijk bestaan zo enorm sterk afwijkt in praktisch alle facetten van bestaan van het menselijke, is het haast niet mogelijk om de dingen te vertalen, om te zeggen: Hoe denkt een geest en hoe denkt de mens op aarde? De mens op aarde heeft een geestelijk weten in zich, waarop hij een beroep zou kúnnen doen, wanneer hij naar binnen zou keren. Maar daar heeft hij geen tijd voor. Hij is veel te druk met uiterlijkheden bezig. Elke mens heeft van zijn schepping af een relatie met de oerkracht waaruit we allemaal bestaan. Hij zou dus kunnen weten wat zijn ogenblikkelijke functie in het geheel is, maar heeft er geen tijd voor om er achter te komen. Integendeel, hij zoekt een functie die hem misschien niet past, maar die, nou ja, laat ik het zo zeggen: als iemand geboren is om kok te zijn, moet hij geen penningmeester worden. (Kok is minister van financiën, red.). En wanneer je dat dan toch doet, dan verloochen je niet alleen een deel van wat je werkelijk bent, maar dan bouw je bovendien nog een schijn op, een schijnwereld, waardoor de werkelijkheid steeds verder van je verwijderd is. Een geest ziet dat, mensen kennelijk niet, anders zouden ze niet leven zoals ze doen.

En ik geloof dat ik daarmee, zover dat in een kort bestek mogelijk is, wel een aardige toelichting heb gegeven. Ik heb getracht ze zoveel mogelijk in het actuele te betrekken. En als u dat verschil wilt weten, keer diep in uzelf. Vergeet wat u op aarde bent, besta zonder daar zelf een vorm aan te geven. U zult zien dat u weet wat geestelijk denken is. Want dan ontstaan reacties, emoties, waar je misschien geen raad mee weet, maar die je in ieder geval met een andere werkelijkheid confronteren. En omdat je ze niet menselijk kunt vertalen, zet je ze om in emoties. Voldoende? Als iemand commentaar heeft, graag hoor.

  • Hoeveel is dat, het klinkt een beetje raar misschien, maar hoeveel is dat, de ander of de naaste lief hebben als jezelf? Hoeveel is dat?

Dat betekent eenvoudig: Wanneer jij iets niet kunt en ik kan het wel, dan zal ik het voor je doen. Het betekent niet: ik maak mij druk over problemen die ik niet ken of waarvan ik de werkelijke betekenis niet kan overzien. Maar datgene wat ik ontmoet en dat míj duidelijk wordt als een noodzaak die in een ander bestaat, betekent voor mij dat ik die noodzaak vervul. En als dat gebeurd is, dan is die relatie weer opgeheven; ik heb gedaan wat ik doen moet en ik ga verder. Naaste zijn is niet: o, wat houden we allemaal van elkaar en als je nu je bek niet houdt, sla ik je dood. Ja, cru gezegd, maar naastenliefde gaat dus zóver, dat je tot het uiterste van je kunnen en vermogen een ander helpt die in problemen verkeert en zelf niet in staat is deze op te lossen. En als je dat gedaan hebt, is de relatie ‘naaste’ in feite verbroken tot de volgende erkenning van dezelfde soort, waarbij er tussen jou en een ander weer die relatie van naaste ontstaat.

  • Is het niet zo dat denken onze problemen niet kan oplossen, want we hebben bijvoorbeeld allerlei groepen, allerlei geleerden, schriftgeleerden, alles wat dat inhoudt, maar het kan niet zien, het kan niet onze problemen oplossen.

Ja, ik ben geneigd om hier eventjes bijna evangelisch te worden: ‘Zalig zijn de armen van geest, want ze zullen God zien’. Wie zich beroept op zijn kennis, zijn mogelijkheden, zijn kunde, verliest daardoor heel vaak zijn vermogen om de waarheid, de werkelijkheid rond zich te zien. Hij zoekt alleen maar een erkenning van hetgeen hij meent gevonden te hebben en hij kent helemaal niet wat de werkelijkheid is. Bijvoorbeeld, ja, nu moet ik er een zoeken, ja, ik heb er een, aardig: ‘Roken is schadelijk; de mensen moeten allemaal ophouden met roken, want je kunt er longkanker van krijgen’. Ja, dat is waar. Niemand moet de straat oversteken, zou ik dan kunnen zijn, want je zou doodgereden kunnen worden. Maar datzelfde roken, dat wil zeggen die nicotine, blijkt een heel goede invloed te hebben op de voorkoming van de ziekte van alzheimer. En dat zeggen we dan niet.

  • Mag ik daar een aanmerking bij maken?  Jazeker.   De nicotine wordt wel in het lichaam omgezet als nicotinamide.    (- Ja).   Het is een onderdeel van het vitamine B-complex, die je zo bij de drogist kan krijgen. Het is een stuk gezonder dan nicotine bestrijden.

Dat is iets wat ik aan uw eigen redenerings- en beoordelingsvermogen moet overlaten. U hebt gelijk, maar de praktijk wijst uit dat bijvoorbeeld, en dat zult u met mij eens zijn, mensen die met plezier eten, een veel betere spijsvertering hebben.

  •  Of dat waar is, weet ik niet.

Ja, dat is absoluut waar, wanneer je dus niet door het genoegen van het eten tot een excessieve toevoer van voeding overgaat. En ik denk dat je zou kunnen zeggen dat ook het psychologisch effect van het roken een rol speelt bij die voorkoming van de ziekte van alzheimer en niet alleen maar het nicotinezuur, en de omzetting daarvan. Maar het is in ieder geval beter wanneer je probeert met die vitaminen er wat aan te doen dan dat je er helemaal niets aan doet, dat ben ik met u eens. Maar dan kan ik ook zeggen: ja, rijd geen auto meer, want dat is schadelijk voor het milieu. Ja, goed, maar hoeveel dingen zijn er ook niet schadelijk voor het milieu? Je kunt zeggen: Laten we in godsnaam uitscheiden met al die uitlaatstoffen. Hoeveel tonnen uitlaatstoffen komen er niet elke vierentwintig uur vrij alleen door het luchtverkeer? Maar ja, weet u wat dat is? Dán worden de belangen van bepaalde machtige groepen aangetast. Dat is niet iets waarbij je kunt zeggen: de burger moet het doen, de eenling. Dan moet je het zelf doen. Dus dat is ongeveer hetzelfde als die ondeugende agent die ministers veroordeelt die zojuist hebben besloten tot een maximumsnelheid van honderd of honderdtwintig kilometer en die zelf honderdzestig rijden. Dat zou niet mogen. Heeft die man dan zelf die wet niet gesteld, die regel? Moet die zich eraan houden.

Weet u, veel mensen die bezig zijn om te vertellen wat goed voor je is, vergeten één ding: dat de dingen die niet goed voor je zijn, een deel kunnen zijn van je leven. En dat het wegvallen daarvan veel schadelijker nevengevolgen kan hebben dan het eenvoudig verder gaan. En dat is niet alleen daarmee, het is met het gebruik van suikers, noemt u maar op wat er allemaal ongezond is. Er is een tijd geweest dat aardappelen ongezond waren, dat tomaten vergif waren. En het waren allemaal mensen die dat wetenschappelijk en eerlijk hadden uitgezocht, maar die zich niet hebben gerealiseerd dat bijvoorbeeld tomaten in Amerika al gegeten werden lang voordat Columbus een klein kind was. En dat die mensen daar altijd prettig mee hebben geleefd.

Ze prediken over we moeten alles voorkómen en ze vergeten dat er bepaalde stammen zijn waarin ziekten niet voorkomen, omdat ze leven op een bepaalde manier. Maar wat zegt dan de moderne mens? Ja, maar zó wil ik niet leven en ik wil toch de kwaal niet hebben, dan moet er maar wat anders komen. En dat andere blijkt dan heel vaak fatale nevenverschijnselen te vertonen. Maar ik geef u gelijk. U kunt zeggen: ja, dit is een aardig voorbeeld. Maar de vraag is: Wanneer we de psychologische effecten nemen van iemand die pillen slikt om het te voorkomen en er dus bang voor is, of iemand die geniet, maar zo gelijktijdig een situatie schept, waardoor het voorkomen van de ziekte onwaarschijnlijk wordt. Wie van de twee is er nu het beste aan toe? En wie heeft de grootste kans om het te krijgen? Degene die pillen heeft, omdat hij zich bezig houdt met de ziekte. Nu, ja, nu ziet u weer dat de geest toch anders denkt dan de mens, hè. Maar ja, er zijn heel veel dingen die ik niet goed begrijp. Hoe lang is die beweging al niet van: ‘o vader, drink niet meer’.

En nu op het ogenblik zeggen ze: ja, daar zullen we dan wat aan doen, dús we maken de drank duurder. En als er dan niet meer gedronken wordt, dan gaat de staat failliet, omdat de inkomsten wegvallen. Dat is toch onzin. Ik geloof dat prostitutie overal zou zijn toegestaan hier in Nederland zonder enige belemmering, wanneer ze maar wisten hoe ze de omzetbelasting erop kunnen zetten. Ja, neemt u mij niet kwalijk. Op diezelfde manier zijn toch de loterijen gekomen en toen dat niet meer als een Nederlands, of moet ik zeggen als een staatsmonopolie, mogelijk was, dat was niet te handhaven, toen heeft men gezegd: nu ja, dan casino’s en dan dit en dan dat, máár ík óók een deel van de poet. En dan kun je er om lachen, het is eigenlijk belachelijk, maar het laat je zien in welke richting de mensen gaan. Elke groep heeft er belang bij iets te verbieden. En dan hebben ze op zichzelf geen ongelijk, maar ze overdrijven het. Ze maken er iets van wat eigenlijk niet meer reëel is. Laat me het zo zeggen: ja, als er gerookt wordt en wij roken niet, dan roken we toch onwillekeurig en dat gaat onze longen aantasten. Nu ja goed, dan moet u ook niet bij een oversteekplaats staan wachten, want als al die auto’s daar staan te razen om gauw weg te komen, dan hebt u meteen drie pakjes sigaretten. En dan hebt u nog niet eens iemand zien roken. Ik bedoel, dat zijn dingen, daar denkt men niet over na. Men zoekt het in de kleine dingen.

Het is de grote ziekte van deze tijd: het specialisme. Specialisme is goed voor de ontwikkeling van bepaalde denkbeelden, gedachten en mogelijkheden, mits er een synthese is waardoor dat alles in een totaal verband wordt gezien en niet los van al het andere. Tenminste, ja, zo denkt een geest. (Maar ja, geesten zijn ook gek, anders zouden ze niet dood zijn…) Nu ja, dat was mijn commentaar of uw commentaar. En ik geloof dat we ongeacht of u nou zegt: ja, hij heeft gelijk of niet, want u hebt uw eigen mening en daar hebt u recht op, maar dat u zult zeggen: hé, nu komen er toch verschillen in denken naar voren.

Laat ik het zo zeggen: Voor de geest is synthese onvermijdelijk, omdat zonder synthese geen begrip en communicatie mogelijk zijn. En de mens zoekt de zelfverheffing in specialisme zonder te begrijpen dat hij zich daarin losmaakt van de totaliteit, waartoe hij in feite behoort. Maar de mens denkt zus en de geest moet wel zó denken. Ik dacht dat ik weer genoeg gezegd had, maar als het niet zo is, vertel het maar.

Vragen – deel 2

Zo, goedenavond vrienden. We gaan proberen uw vragen te beantwoorden. Als ik het niet kan, zal ik het u ook zeggen. Altijd zelf nadenken, nooit iets klakkeloos aannemen van een ander, dat weet u ook. Schriftelijke vragen gaan voor. Ik zal het zo kort en snel mogelijk doen. Denk ik dat het misschien onvoldoende is, dan geef ik u de gelegenheid aanvullende vragen te stellen. Mag ik de eerste schriftelijke vraag.

  • Is het aardse denken niet vooral een associatief denken, het geestelijk denken een potentiaal denken?

Als ik zou weten wat u met potentiaal denken bedoelt, zou u misschien gelijk kunnen hebben. Zeer kort gezegd: de mens denkt altijd in vergelijkende termen, de geest echter in totaalindrukken, waarbij de totaalindruk met de eigen inhoud wordt vergeleken en op grond van congruenties een contact kan ontstaan.

  • Hebben wij goed begrepen dat sommige veranderingen in milieu nodig zijn voor de verdere ontwikkeling van de mens, ozonlaag, broeikaseffect, uitsterven van sommige dieren en planten?

Ik denk niet dat dat op die manier gezegd zal zijn en ik geloof ook dat u dat enigszins verkeerd hebt begrepen. Het is alleen zó dat veranderingen onophoudelijk zijn en mijns inziens zou je het het best als volgt kunnen formuleren: De natuur past zich voortdurend aan. Zo doet ook het leven zelf. Elke verandering betekent een verandering in levensverhoudingen en wat er verder bijkomt. Datgene wat onder die condities niet kan bestaan, gaat eraan ten gronde, denkt u maar aan de sauriërs. Het is dus heel eenvoudig: die veranderingen zijn voor het leven belangrijk, omdat het een voortdurend verdere ontwikkeling betekent. Of ze dit voor de mensheid zijn, ligt aan het aanpassingsvermogen van de mensheid zelf.

  • Volgens Rudolf Steiner is het denken een geestelijk gebeuren, volgens Krishnamurti is denken en voelen een puur materieel proces. Het denken zelf brengt je geestelijk geen stap verder. Hoe kan deze tegenstelling tussen twee grote geesten bestaan, of is Steiner verkeerd geciteerd?

Ik weet niet of Steiner verkeerd geciteerd is, dan zou ik al zijn werk uit mijn hoofd moeten kennen. Maar Krishnamurti heeft in zoverre gelijk, dat het denken alleen de formulering van een besef omvat en dat deze formulering altijd een onvolledige weergave is van datgene wat innerlijk zich afspeelt. Het innerlijk is dus altijd belangrijker dan het denken dat daaraan een uitdrukking geeft en in dit opzicht zou ik Krishnamurti dus de voorkeur willen geven, vanuit een stoffelijk standpunt. Zou ik het geestelijk bezien, dan is het denken het zijnsbesef en het relatiebesef en dat is geestelijk gezien het meest belangrijke wat er bestaat. Maar het is niet meer in de termen van menselijk denken zonder meer te formuleren.

  • Kun je inslapen ‘s avonds vergelijken met de dood?

Ja, reïncarnatie is ook mogelijk. En je wordt ‘s morgens weer wakker, dus er zit wel iets in. Je zou verder kunnen zeggen dat het inslapen betekent dat de innerlijke wereld en vooral de innerlijke voorstellingswereld van de mens zichzelf kan ontladen, zijn eigen spellingen dus kan gebruiken als het ware om een nieuwe situatie te scheppen, lichamelijk en vaak ook psychisch. En als zodanig, zou je moeten zeggen, is het een verschijnsel dat zijn belang vooral ontleent aan het feit dat de mens weer wakker wordt in dezelfde wereld. En daar is de vergelijkbaarheid dus niet meer aanwezig. Want het sterven betekent balans opmaken van al datgene wat je hebt beleefd en bent geweest, beseffen wat eraan vooraf is gegaan en op grond van de samenvatting een keuze maken voor de wijze waarop je verder bestaat.

  • Hoe moet je dat zien in verband met de uittreding die men tijdens de slaap maakt?

Ja, dat is heel sterk afhankelijk van wat de uittreding inhoudt. Uittredingen kunnen een leerproces zijn, ze kunnen een waarnemingsproces zijn en ze kunnen gewoon een spontaan proces zijn, wat door bepaalde harmonische factoren ergens op de wereld of ergens in de kosmos wordt bepaald, zonder dat in uw wezen daardoor veranderingen ontstaan. Er is dus geen definitief antwoord mogelijk.

  • Wanneer verlaat de geest het lichaam, een en ander in verband met een mogelijk verplichte afstand van organen bij overlijden?

De geest verlaat over het algemeen het lichaam op het ogenblik dat de hersens niet meer functioneren. Er is dan namelijk geen kenvermogen meer aanwezig en dus ontwaakt men voor het geestelijk kenvermogen. Dit betekent gelijktijdig afstand doen van de lichamelijkheid. Wel blijft de lichaamsvorm nog enige tijd gehandhaafd. Bij het afstand doen om organen te geven zou dus moeten gelden dat de hersendood nadrukkelijk geconstateerd moet zijn voor men tot ontnemen over kan gaan. Tenzij de persoon heel goed weet wat hij of zij dus heeft gedaan door organen beschikbaar te stellen. En in dat geval is het bij mij geen bezwaar wanneer dat al gebeurt op het ogenblik dat de hartstilstand niet meer reversibel is, niet meer kan worden omgekeerd met welke middelen dan ook en dus het lichaam in feite dood is, terwijl de hersendood over het algemeen ongeveer een uur later is opgetreden. Er zijn ongeveer twintig minuten nodig voor verval optreedt. Ongeveer een uur bloedsomloopstilstand betekent in feite dat de hersenen niet meer functioneren.

  • Heeft u inzicht in de zin van dementie?

De zin van dementie. Als u bedoelt als een persoonlijk ervaringsproces, dan zou ik zeggen: dementie is heel vaak een herhalingsproces, waarbij de belangrijke factoren van het leven voortdurend worden gerepeteerd en gelijktijdig daardoor het werkelijkheidsbesef steeds verder afneemt. In dit geval kán het belangrijk zijn, omdat iemand geconfronteerd wordt met datgene wat in het leven het meest belangrijke is. Een proces dat zich normalerwijze enige tijd na de dood afspeelt, meestal ongeveer van drie tot zeven dagen na het overlijden, maar dat is maar een zeer summiere aangave, omdat het altijd per persoon verschillen kan.

  • Oude dementen zien vaak hun moeder of vader die al vele jaren over zijn. Zijn dit waanbeelden of is er dan contact tussen zielen en een nog levende demente zoon?

Deze mogelijkheid, de laatste dus, bestaat wel, maar komt niet zo vaak voor. U zult zich één ding goed voor ogen moeten stellen: dat bij dementie het verval eerst plaats vindt in het contact met de werkelijkheid en dat daardoor bepaalde geheugenbeelden steeds sterker naar voren komen. Deze kúnnen dan als het ware een soort visuele hallucinatie worden of een auditieve hallucinatie, iets wat ook voor kan komen wanneer je een bepaalde persoon onder hypnose brengt. Het is dus in feite het wegvallen van reactie op uiterlijke prikkels of van de meeste uiterlijke prikkels, waardoor bepaalde herinneringswaarden als tijdelijke realiteit beleefbaar worden en dat zal ongeveer voor, nou, de helft of iets meer van de gevallen dat dat gebeurt, de juiste verklaring zijn.

  • De Christus zei: ‘Ik heb het lichte en het duistere lief gehad’. Wat bedoelde hij hiermee?

Ja, dat eenvoudig te beantwoorden is wel een beetje moeilijk. Maar heel kort: licht en duister zijn twee erkenningsfactoren van één en dezelfde werkelijkheid. Licht kan niet beseft worden als er geen duister is. Duister is niet beleefbaar wanneer het licht niet gekend is. Wanneer je dus één van beide liefhebt, heb je niets lief, omdat er geen kenvermogen is. Wanneer je beiden erkent echter, heb je beiden lief, al is het maar omdat het duister het licht kenbaar maakt en vaak ook omdat de verblinding van het licht in het duister gemilderd kan worden.

  • Iedere inwijding, zoals die van de Boeddha, kent een periode van beproeving en confrontatie met het duistere. Waarom en hoe moet je met zo’n periode omgaan?

Om een grote wereld te kennen, kun niet alleen naar boven gaan, je moet ook naar beneden gaan, want de wereld is altijd, zeg maar, een kosmos, een bol. Je kunt niet één segment ervan kennen zonder met de andere segmenten geconfronteerd te worden. Juist mensen die naar het goede streven zijn daar vaak zo excessief op gericht dat ze het duister in zichzelf vergeten en in ons allen in het duister. Dan wordt het duister als het ware in vorm, bij de Boeddha bijvoorbeeld de duivel, eerst met zijn dochters, dan met zijn geweld enzovoorts, enzovoorts, een situatie waarbij al datgene wat je eigenlijk verworpen hebt, tot je terugkeert en je moet begrijpen dat het geïntegreerd is in je persoonlijkheid en wezen. Pas daarná kan de aanvaarding van het geheel – en dat kun je mijnentwege dan nog nirwana noemen ook –  optreden en pas in dit niet zijnde zijn, komt de realisatie van eigen betekenis in het geheel en kan dan voeren tot een actie, zoals in het geval van de Gautama Boeddha, Siddharta bijvoorbeeld, de terugkeer als leraar; waarbij hij echter zelfs niet meer in het leven betrokken is, maar gewoon anderen duidelijk maakt hoe ze het leven kunnen verwerken om zich er uiteindelijk van te bevrijden, tenminste als een last.

  • Het proces van integratie van die twee factoren, hoe werd dat beleefd, dat proces?

Het proces betekent over het algemeen dat je datgene wat je vreest, moet overwinnen om datgene wat je vereert te kunnen aanvaarden.

  • Vele oorlogsmisdadigers die duizenden mensen vermoord hebben, lopen vrij rond. De enkelingen die het overleefden, zijn voor het leven lichamelijk en/of geestelijk ziek. Welke straf krijgt die in dit leven of in het andere leven of is er geen sprake van straf en rechtvaardigheid voor een mens?

In menselijke zin bestaan straf en rechtvaardigheid niet. De rechtvaardigheid is dat je geconfronteerd wordt met alles wat je anderen hebt aangedaan, het als het ware doorleeft en op grond daarvan dan toch jezelf moet erkennen voor wat je bent. En geloof me, dat is een veel ernstiger straf, als u het zo wilt noemen, of boete dan al datgene wat je volgens een of andere rechtspleging zou kunnen opleggen. Er is niets erger dan te leven met jezelf, wanneer je jezelf geheel kent en gelijktijdig jezelf hebt misbruikt om jezelf aan anderen op te leggen.

  • Iemand heeft de geestelijke opdracht gekregen iets te ontwikkelen waar miljoenen mensen over de wereld gelukkig mee kunnen worden. Hij offert zijn totale leven hiervoor, plus minus dertig jaar op, stopt met andere activiteiten teneinde alles zo goed mogelijk te doen. De tegenwerking is echter groter dan de medewerking en daardoor komt een deel in handen van sjacheraars. Waar zou nu een fout kunnen zitten en wat moet gebeuren om dit te herstellen?

Ja, dat is moeilijk te beantwoorden. Dan zou ik op een persoonlijk vlak moeten gaan en dat mag ik niet doen. Maar laten we het heel eenvoudig zeggen: Wanneer je gewerkt hebt om mensen gelukkig te maken, dan moet je dat zoveel mogelijk mensen in handen geven, altijd weer. Je moet het dus weggeven, publiceren voordat iemand ermee kan gaan sjacheren. En als er dán mensen zijn die liever bij een sjacheraar kopen dan het zelf doen, is het hun zaak en niet uw schuld of uw verplichting.

  • Is er ooit een zondvloed op aarde geweest, waarvan de Bijbel gewag maakt?

Er zijn er verschillende geweest en op verschillende tijden. Er is de neerstorting geweest van een ijsmaan, verhalen van bijvoorbeeld de Azteken, Inca’s en Tolteken en al die anderen, hun overlevering van de vlucht in de grot en in de bergen en het vuur dat naar beneden viel, hangt daarmee samen. Ook toen waren er overstromingen. De overstromingen zoals die in het gebied van Eufraat en Tigris hebben plaatsgevonden, zijn in feite geen wereldomvattende zondvloed, maar zijn een plaatselijke, de bekende wereldomvattende zondvloed. En het is duidelijk dat men dan al heel gauw gaat zeggen: zo is het overal geweest. Er is dus niet één zondvloed geweest, terwijl er geen stukje aarde meer droog was. Er zijn wel een groot aantal rampen en overstromingen geweest, waarbij gehele gebieden tijdelijk overstroomd waren. Wat dat betreft kunt u kijken naar de negerlegenden die onder meer bij de Ngombe en de Masaï bestaan over de man die, toen de wereld onder water stond, tot In(?) kwam in een boot. Een dergelijke legende vinden we over de gehele wereld. Het maakt dus duidelijk dat dergelijke rampen vele malen zijn voorgekomen, maar dat ze niet kunnen worden samengevat tot één wereldomvattende ramp zonder meer.

  • Is het uitsterven van de dinosauriërs het gevolg van een meteorieteninslag op aarde en zo ja, op welke plaats is hij ingeslagen op aarde?

Nou, dat kan ik niet bevestigen. Ik zou er niet voldoende van weten ook. Maar ik kan u wel zeggen dat het uitsterven van de sauriërs in feite het resultaat is geweest van een atmosferische verandering die zich in betrekkelijk korte tijd heeft voltrokken. Hierdoor was het voor hen niet meer mogelijk om op de normale wijze een prooi te zoeken en zij werden als het ware loom en lusteloos. Hieraan zijn zij uiteindelijk ten onder gegaan.

  • Zijn begrippen als kromming van de ruimte en open en gesloten heelal door u overgenomen uit de aardse natuur en wiskunde? Bedoelt u er hetzelfde mee of iets geheel anders? Wat bedoelt u met deze termen bij lezingen over het heelal?

Wanneer wij over het heelal praten, en we praten over een gesloten heelal, dan hebben we het in feite over een heelal dat dus in iets bestaat en in zichzelf een besloten geheel met bepaalde energetische stromingen en zelfs een soort ademhaling verdergaat tot een ogenblik dat stasis optreedt. Dat wil zeggen dat de energieontwikkelingen ophouden, waarna het samenvalt en de laatste energie eigenlijk naar een soort aangrenzende dimensie is verhuisd. Dat is de eenvoudigste manier om het te zeggen. Wanneer we zeggen: ‘eindeloos’, dan zeggen we: een niet in óns voorstellingsvermogen te begrenzen geheel. Met andere woorden: we gaan uit van een voorstellingsvermogen zoals het in de geest en op aarde bestaat en we ontlenen de formulering dan inderdaad aan datgene wat op aarde in kosmologie en natuurkunde gebruikelijk is. Wij bedoelen daarmee ongeveer hetzelfde, maar niet letterlijk, omdat de letterlijke verklaring té specifiek is om al datgene wat erbij betrokken is, daarmee onmiddellijk te omschrijven.

  • Mantasjiwa(?) is Chinees taoïstisch leraar en magiër. Hij geeft boeken uit met allerlei geheimen uit de tao en de tantristisch Chinese magie. De vraag is: komt de informatie overeen of uit het magische boek van Do-en. En vindt de Witte Broederschap op ‘het verborgen priesterrijk’ dit openbaren juist?

Dit is een tijd waarin de geheimen allemaal verdwijnen. En er zullen heel wat mensen zijn die dat erg betreuren, denk ik. Maar het is nu eenmaal zo dat als de mensheid een vernieuwing ondergaat, datgene wat vroeger geheim was, algemeen beseft moet worden. Daardoor worden zeer vele geheimen die behoren tot het occulte, het paranormale, het magische, het esoterische en dergelijke in deze tijd voortdurend weer geopenbaard omdat de mensheid deze basiskennis nodig heeft om vanuit een zuiver materialistisch denken en een materialistische economie te komen naar een geestelijke, of vanuit uw standpunt misschien grotendeels paranormale samenwerking van mensen die een totaal van veranderingen in menselijk gedrag en verhoudingen teweeg brengen, waardoor de continuering van de menselijke soort op aarde gegarandeerd is en gelijktijdig de groei naar een nieuwe gestalte die beter past bij datgene wat de mens dán moet zijn.

  • Krijg je dan juist een verscherping van tegenstellingen?

Altijd wanneer een verandering ontstaat, verscherpen zich daarbij tegenstellingen, omdat de behoudzucht die overal aanwezig is, zelfs in een elektrische stroom binnen een magnetisch veld, nu eenmaal altijd een rol speelt. De mens zal de botsingsverschijnselen over het algemeen veel gemakkelijker opmerken dan de overgangsverschijnselen of zelfs de bevestigende verschijnselen. De mensen zeggen nooit: wat is het nou vandaag eindelijk eens een keer goed op aarde. Ze zeggen alleen: god, we hebben vandaag helemaal geen rampen te melden.. En dat betekent dus dat de positieve veranderingen onopgemerkt blijven, maar dat het negatieve aspect van de veranderingen altijd breed wordt uitgemeten.

  • Kunt u uitsluitsel geven dat Jezus nooit een kerk heeft willen stichten? Wat nu in de bijbel staat: ‘Op deze rots zal ik mijn gemeente(kerk) stichten’ wijst in tegengestelde richting.

Hij heeft nooit gezegd: ‘gemeente’, hij heeft ook niet gezegd: ‘kerk’. Hij heeft alleen tegen de apostelen gezegd: ‘Op deze Petrus, rots, kunt gij bouwen.’ En bouwen was in die tijd ook: vertrouwen. Met andere woorden: de apostelen konden als hun leider Petrus aanvaarden. Hij heeft niet gezegd: ‘Er moet een kerk komen’, hij heeft ook niet gezegd dat iedereen bekeerd moest worden. Hij heeft wel gezegd: ‘Ga uit en verbreidt de blijde boodschap.’ En toen zeiden de apostelen weer: ‘Ja heer, maar als ze nou niet luisteren?’ ‘Ja, nou’, zegt hij, ‘dan ga je naar het volgende huis’. En als ze ook niet luisteren? ‘Dan ga je naar de volgende stad’, heel simpel. Je moet de mensen wel bekend maken ermee, maar je mag het niet opdringen. En Paulus, die was natuurlijk van een beetje andere opvatting en die heeft dus geschreven: ‘Dwing hen om in te gaan’. Nou, en dat was een kolfje naar de hand van heel veel mensen die dachten: als ik ze dwing om in te gaan, dan ben ik meteen de baas. Ik heb wel eens iemand horen zeggen: ach, die pausen allemaal, ze zouden in deze tijd van techniek toch moeten begrijpen dat een pauzeteken betekent dat er even gezwegen moet worden.

  • Wat is geestelijk gezien juister: alle wapens afschaffen, want het bezit leidt vroeg of laat toch maar tot gebruik, desnoods verbieden, of vanuit een vrijheidsprincipe alle wapens vrijgeven, geen verbod of beperkende maatregelen?

Ik zou voor het laatste zijn en wel om de volgende reden. Wanneer u zegt: ‘alle wapens zijn verboden’, zijn er toch altijd mensen die wapens maken of ontwikkelen. En zelfs het menselijk lichaam kan een wapen zijn. Maar als je wapens aan iedereen vrijelijk ter beschikking stelt, kan iedereen zich verdedigen tegen een ander die je met een wapen bedreigt. En dan wordt het zo riskant om een wapen te gebruiken, dat men op den duur veel hoffelijker tegen elkaar zal zijn dan op het ogenblik ooit het geval is. Als er dan een rel is tussen voetbalsupporters, is er geen voetbalelftal meer, en dan is het probleem dus meteen opgelost.

  • Zijn alle slachtoffers in oorlogen en geweld altijd min of meer schuldig? Zijn er geen echt onschuldigen en indien toch, waarom moeten zij dan ook lijden?

Omdat ‘schuld en onschuld’ een menselijk begrip zijn. Je bent deel van een ontwikkeling. In die ontwikkeling speel je een rol, dan zul je de gevolgen van die ontwikkeling zelf ondergaan, onverschillig of je nu, menselijk gezien, eraan schuldig bent of niet schuldig. Het is de totale ontwikkeling die voortdurend de gebeurtenissen en ook datgene wat men ondergaat, bepaalt. Voor jezelf ben je alleen aansprakelijk voor de wijze waarop je er aan deel neemt en dat wil heel vaak zeggen dat je dus dingen hebt gedaan die je beter niet had kunnen doen en daar zul je dan over in de puree zitten of in het duister, precies zoals u verkiest. Een soldaat die vecht voor zijn vaderland en gelooft dat hij daarmee goed doet, zal zich niet schuldig gevoelen. Hij zal alleen wat moeite hebben om zijn soldaat zijn en zijn volvoeren van een taak te beschouwen langzaam maar zeker als iets wat voorbij is. Daarom zullen ze een tijdje lang, in Schaduwland over het algemeen, blijven zoeken naar een mogelijkheid een taak te vervullen, terwijl dit onmogelijk is geworden.

Hetzelfde heb je voor slachtoffers van rampen, aanslagen, noemt u maar op. Zij zijn betrokken in een gebeuren. Wanneer zij dit gebeuren leren aanvaarden, zal hun eigen rol in het geheel daarbij duidelijker worden en ze zullen er vrede mee hebben. Maar op het ogenblik dat ze zich blijven verzetten tegen hetgeen er is gebeurd, zijn ze daaraan gebonden en ondergaan dus de ellende daarvan. En dat is iets wat de meeste mensen vergeten. Het is geen kwestie van schuld of onschuld, want dat zijn menselijke begrippen. Schuld of onschuld bestaat kosmisch niet. Er bestaat eenvoudig harmonisch zijn of innerlijk niet harmonisch zijn ten aanzien van de harmonie buiten. En dan beleef je het disharmonisch, zonder dat de harmonie daardoor wordt aangetast.

  • En waar mensen nu in een grijs gebied komen ten aanzien van hun keuze, waar echt die duisternis is, of die goed of slecht is..?

Wanneer ze zich afvragen of het goed of slecht is, zitten ze al fout. Maar wanneer zij zich afvragen wat zij voelen dat juist is, vinden ze de weg die het hen mogelijk maakt zich los te maken van dit verleden, van deze nevelland en duistere situaties.

  • Kunt u uitleg geven over het gebruik denken zoals de Wereldleraar dat voorstaat; betekent dit dat je niet meer moet bezitten of verwerven dan je werkelijk nodig hebt?

Juist. Dat is heel eenvoudig, hè? Het is eenvoudig dít: waarom zou u meer bezit hebben dan datgene wat u feitelijk gebruikt en gebruiken moet? Wanneer u meer hebt, dan hebt u alleen maar een last mee te slepen. En gelijktijdig onthoudt u anderen misschien datgene wat zij wél nodig hebben, zodat u er beter aan doet zo weinig mogelijk te bezitten, maar datgene wat u bezit zó te gebruiken dat anderen daar voordeel van hebben en eventueel hen de mogelijkheid te geven gebruik te maken van datgene wat voor u op het ogenblik minder belangrijk is.

  • Waar komt de behoefte van de mens vandaan om te praten?

Dat is uit de tijd van de apen, de voorvaders van de apen moet ik zeggen. U hebt namelijk wel gezamenlijke voorvaders, maar u bent meer neven. Nou ja, van je familie moet je het maar hebben. Maar het is eigenlijk zo: een gemeenschap kan alleen maar bestaan, wanneer er een zekere communicatiemogelijkheid is. Kan dat visueel, zoveel te beter, maar kan dat niet visueel, dan zijn klanken noodzakelijk. Hoe complexer een gemeenschap wordt, hoe meer verschillende klanken er nodig zijn. Om u een voorbeeld te geven: een kat in het wild zal ongeveer dertig klanken gebruiken, daarnaast gebruikt hij reuksporen en houdingen. Een kat die onder mensen leeft en dus veel meer op de erkenning van menselijke taal is aangewezen, kan het echter brengen tot het erkennen van ongeveer honderd menselijke uitdrukkingen en kan waarschijnlijk twee of drie daarvan leren imiteren.

  • Wanneer is liegen wel en wanneer niet immoreel; wanneer moet je er wél en wanneer geen schuldgevoel over hebben?

Op het ogenblik dat de leugen bedoeld is om een ander een onaangename ervaring te besparen, is zij volgens mij absoluut tolerabel en moet je daar dus ook geen schuldgevoel over koesteren. Op het ogenblik echter dat je de onwaarheid gebruikt om jezelf ten aanzien van de ander te bevoordelen, is het wél een fout en zou je er dus voor moeten boeten.

  • Ik dacht dat de vraag nog iets meer eenvoudiger was, het was dan de tweede. Ik vroeg eigenlijk of die milieuveranderingen mede helpen die mensen naar een ander bewustzijn te brengen?

Mijn antwoord is geweest dat dat het geval zal zijn wanneer de mens zich kan aanpassen eraan.

  • Ja, natuurlijk moet hij zich aanpassen.

Nee, dan is het toch duidelijk. Nou, daar zijn we ook alweer doorheen. Wie volgt?

Ja, nou, dan gaan we zo langzamerhand maar afsluiten. En ja, het is nu eenmaal een traditie en ik geloof dat we die ook nu nog wel voort kunnen zetten. Als u mij nu een paar woorden geeft, dan zal ik wel proberen er een slotthese van te maken. Vooruitgang, roos, vrolijkheid, positief.

Ik zou zeggen: de vrolijkheid is positief, wanneer zij u helpt om de vooruitgang zódanig te beleven dat de roos van wijsheid zich voor u opent. Dat is geen kunst, ik heb veel meer tijd dan jullie. Maar goed, waarom zouden we het niet zeggen: is het leven niet een roos, een knop die onbeseft zichzelf bepareld door dauw verheft en zoekt naar onbestemde tijd en bloeiend de oneindigheid een ogenblik in zich bevat om te verdorren en dan vallend blad te maken tot de mest voor dat wat morgen nog groeit? Is niet de roos in ons die bloeit, besef van kosmisch werkelijk leven, het vrolijk zelfs gestalte geven aan al wat uit ons ik zich uit en toch gelijk ook een besluit om daadwerkelijk te leven, daadwerkelijk te streven, daadwerkelijk een weg te gaan, zodat we eindelijk elkander en ook onszelf weer verstaan?

Want vooruitgang is niet zoeken naar verandering of naar een betere vorm van een productie of van zijn. De vooruitgang is de pijn die langzaam slijt wanneer je eindelijk ontwaakt tot een besef van eeuwigheid. En als je ín jezelf dan zoekt en zo de sleutel zelf vindt tot zijn, waarin het Al aanvaard wordt, waarin jezelf altijd verbindt met ‘ik’ en zijn totaliteit, dan welt de vreugde in je op, dan is het een feest van vrolijkheid, dat zelfs het lijden overspoelt, wanneer je nog op aard bestaat.

Omdat je voelt hoe ín jezelf de roos steeds verder opengaat, je steeds meer leert om te ontvangen, in jezelf te puren en ook te begrijpen dat wat de werkelijkheid omvat. En dan de geur van weten zat, haast onwillekeurig rond jezelf verspreidt, omdat je eindelijk ontwaakt en deel bent van de eeuwigheid.

Ja, ik wil niet zeggen: doe het maar even na, want dat is zo moeilijk, hè? Maar dit is nou werkelijk qua improvisatie iets waar u wel eens aan moet denken. Wanneer we goed proberen te doen aan de wereld, dan zíjn we niet goed. En als we goed zijn, dan betekenen we goed voor de wereld, maar we proberen niet met de wereld goed te doen. Wanneer je van een streven kunt komen naar een toestand, dan bereik je een grens van bewustwording, waardoor je ook het bovenmenselijke in jezelf kunt verwerken. En dat heb ik dan met een paar woordjes improviserend geprobeerd uit te drukken. Maar als u zegt: het is mij te ingewikkeld, nou, dat geeft niet hoor. Maar u moet maar één ding onthouden: wanneer de mensen met elkaar praten, dan begrijpt men elkaar ongeveer voor tien procent goed en die andere negentig procent, die fantaseer je er dan maar bij. Doet u het hier ook maar zo. Denkt u maar na over de dingen die de moeite waard zijn. Nou, misschien dat u erachter komt dat er nog een paar dingen zijn gezegd: ‘ja, ik ben het er misschien niet mee eens, maar je moet er toch eens over nadenken’. En dat is dan het begin. Want nadenken, vreemd genoeg, is het begin van aanvoelen. Aanvoelen is het begin van werkelijk beleven. En waar werkelijk beleven ontstaat, daar staan eindelijk de poorten open naar al die werelden en sferen die het menselijk verstand voor zichzelf voortdurend of verheerlijkt of ontkent.

En als u denkt: het is er niet, maak u niet druk. Er komt een ogenblik dat u overleden bent en in onze wereld komt en welkom wordt geheten. En als u dán nog denkt dat het niet bestaat, nou ja, dan kunt u alle licht vergeten… Dus vrienden, ik moet er een einde aan maken, o, die uitdrukking is daarnet gebruikt in een verkeerde vorm, geloof ik, hè (gelach). Ja, ik vang zo even een reactie op. Ik bedoel dan aan dit samenzijn. Het is ons altijd welkom om eens een keer van mening met u te kunnen wisselen. Want wanneer we vergelijken hoe we denken, beseffen we misschien eindelijk wát we denken. En als we dat wat we denken, overdenken, gaan we misschien beseffen dat we over vele dingen eigenlijk teveel hebben nagedacht en er te weinig aan hebben gedaan. Bij mij is dat ook het geval geweest in mijn leven en ik heb het toch heel gezellig, dus maak je geen zorgen.

image_pdf