Het geluk

image_pdf

7 november 1984

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. Wat het onderwerp betreft, tenzij u andere intenties hebt, zou ik met u willen spreken over: het geluk.

Een Frans schrijver-filosoof schreef eens: “Le bonheur n’est rien qu’une illusion fragile.” Het geluk is volgens hem dus niets dan een uiterst breekbare illusie.

Misschien had hij wel gelijk. Wanneer wij de geschiedenis van het gelukkig zijn nagaan, treffen wij immers steeds weer overal mensen die gelukkig zijn ondanks abominabele omstandigheden waaronder zij moeten leven, terwijl daar tegenover vele mensen staan die, materialistisch bezien dan, alles hebben wat zij zich maar kunnen wensen en desondanks buitengewoon ongelukkig zijn.

De geschiedenis van het geluk begint al in het paradijs. Volgens de legende waren Adam en Eva in het paradijs zeer gelukkig tot zij de boom van de kennis van goed en kwaad in handen kregen. Toen beseften zij opeens wie en wat zij waren en dus waren zij verder niet meer gelukkig maar eerder angstig.

Er zijn dan ook onder de denkers van oude en moderne tijd nogal wat lieden die menen dat zelfkennis een mens ongelukkig moet maken. Het is zeker niet geheel waar, maar iets zit er toch wel in wat de aandacht waard is.

Zolang je kunt denken dat alles in orde is, zal men zich als mens redelijk prettig en zelfs gelukkig wanen. Indien er maar iets in het leven is dat beter uitpakt dan je meende te mogen verwachten, voelt men  zich gemeenlijk nogal gelukkig. Maar op het ogenblik dat men beseft hoezeer men zelf te kort pleegt te schieten en hoe  onvolmaakt dc wereld is waarin men moet leven, voelt men zich ongelukkig.

Een mens die zichzelf leert kennen, komt echter gemeenlijk tot de conclusie dat hij toch niet zo volmaakt en goed is als hij graag zou willen zijn.

Er zijn zelfs heel wat mensen die zichzelf grote ingewijden wanen. Wat ik hen van harte gun zolang zij er gelukkig mee zijn. Gaan zij echter over zichzelf nadenken, dan komen zij vaak tot de conclusie dat zij geheel geen inwijding bezitten en zelfs weinig 0f geen werkelijke betekenis hebben in de wereld.

Ten hoogste komen zij de conclusie dat zij maar een heel klein radertje zijn in een onbekende machine waarvan zij noch het doel noch de eindbestemming kennen. Met hun gelukkig zijn is het dan voorlopig afgelopen. In vele gevallen voelen zij zichzelf wanhopig.

Geluk is natuurlijk een vorm van tevredenheid. Maar het is meer dan dit. Het geheel is onderwerp geweest van een aantal onderzoekingen die door ons verricht werden in de laatste tijd, nadat een onderwerp dat o.m. hierover handelde, bij ons enkele vragen achterliet. Vandaar dat ik juist het geluk vandaag even ter sprake wilde brengen.

Onze conclusies zijn op zijn minst genomen verwonderlijk. Zo bleek kort geleden dat miljoenen Amerikanen erg gelukkig waren over het feit dat de heer Reagan ook de komende vier jaren president zal blijven. Niet dat hun tevredenheid hiermee erg lang zal duren, maar zij waren even gelukkig, voornamelijk omdat zij  meer keken naar uiterlijkheden en schijn dan naar de feiten.

Wij troffen ook vele mensen aan die kennelijk zeer diep ongelukkig waren of zich tenminste zo voelden. In hun ogen was de wereld  onrechtvaardig, alles liep voor hen verkeerd, hun lichaam deed steeds pijn enz. Een wat eenzijdige benadering misschien, maar nog wonderlijker is het feit dat dergelijke mensen dan soms opeens in de ban van een godsdienst komen en zich dan gelukkig voelen. Kennelijk krijgt hun ‘lijden’ voor hen opeens zin en betekenis. Want God beproeft juist degenen die hem het liefste zijn, nietwaar. Hun redenering is dan: ik wordt beproefd, dus ben ik God dierbaar. En dat maakt mij tot meer dan anderen zodat ik over mijn lijden en kwalen gelukkig moet zijn.

Dat is dan wel heel simplistisch geredeneerd, maar uit ons onderzoek blijkt dat iets dergelijks overal en bij alle standen veelvuldig voorkomt.

Bij het zoeken naar geluk, blijken er onder de mensen echter nogal wat misvattingen en verkeerde gevolgtrekkingen te worden gemaakt. Zeer veel mensen stellen zichzelf een doel en roepen uit dat zij, wanneer dit doel maar bereikt is, voortaan heel gelukkig zullen zijn. De praktijk  wijst uit dat zij na het bereiken gemiddeld nog ongelukkiger zijn of zich voelen dan voorheen.

Hun zich ongelukkig voelen, komt deels voort uit het feit dat zij nu niet meteen weer iets anders hebben om naar te kunnen streven, deels ook uit de geheel verkeerde voorstelling die zij zich van hun bereiken en de gevolgen daarvan hebben gemaakt.

Volgens ons onderzoek wijzen vele zaken er op dat geluk niets  of maar zeer weinig te maken heeft met uiterlijke omstandigheden en mogelijkheden, maar geheel voortkomt uit het innerlijke van de mens.

Wij concludeerden: voor mensen is geluk een voorstelling, geen feit. Je gelukkig voelen, berust op een aanvaarding en niet noodzakelijkerwijs op een verworven besef.

Alle waarden die je beoordeelt vanuit je menselijk standpunt,  tenderen naar een je ongelukkig gevoelen. Gaat men echter uit van hetgeen men innerlijk als juist ervaart, dan is men ondanks alles gelukkig.

Alle krachten die je buiten je zoekt, wekken in je spanningen op. Dit kan bijdragen tot een je ongelukkig voelen. Alle krachten die je in jezelf zoekt en vindt, beseft, geven je een gevoel van competentie en vormen de aanleiding tot een tevredenheid die al snol omslaat naar een volgens eigen besef werkelijk gelukkig zijn.

Het is misschien moeilijker dan ik dacht u dit alles duidelijk te maken, vooral omdat wij uiteraard vanuit een niet stoffelijk standpunt uitgingen. Misschien wordt alles duidelijker, inclusief het belang voor ons van een dergelijk zoeken, wanneer u iets zeg over de sferen.

Meende u werkelijk dat eenieder die in zomerland vertoeft, daar ook werkelijk en voortdurend gelukkig is? Vele mensen schijnen te redeneren dat dit toch vanzelfsprekend is. Na alle ellende op aarde, zo voeren zij aan, heeft een mens toch wel het recht om eens een tijd te rusten en gelukkig te zijn.

U kunt zeker in zomerland, evenals op aarde, gelukkig zijn. Maar heel veel mensen die in zomerland terechtkomen; willen na enige tijd daar sommige dingen toch liever anders hebben dan zij deze ervaren. Zij naken zich daar een voorstelling van en deze wordt, zoals altijd in de sferen, voor hen werkelijk. Zij zijn er dan nog weer extra ontevreden over, hebben het gevoel dat iemand hen bedriegt en weten werkelijk niet wat zij aan moeten met veranderingen die toch werkelijk door hun eigen willen en denken voor hen tot stand kwamen.

Zolang degenen die in zomerland komen, zich bezig blijven houden met hun eigen illusies, hun voorstellingen van rechten en noodzaken, voelen zij zich maar al te vaak zeer eenzaam of zelfs ongelukkig. Eerst wanneer men geleerd heeft dat men in deze werelden de       persoonsinhouden met anderen dient te delen, wordt die eenzaamheid verbroken en zal men zich gemeenlijk al snel ook  gelukkig voelen.

Nu leeft u op aarde en dus anders dan wij doen. Maar ik kan mij voorstellen dat u meent dat u zodra u innerlijk het licht en de vrede gevonden hebt, ook gelukkig zult zijn. Ik vraag mij af hoe vaak en  in hoeverre een dergelijk voorstelling ooit bewaarheid wordt.

Kijk nu eens naar bv. Jezus. Hij was tenminste een van de grootste ingewijden. Hij heeft zeker 00k tijdens zijn werken op aarde vele mensen gelukkig gemaakt. Maar de vraag is maar  of hijzelf daarbij dan  ook gelukkig was.

Denk aan de evangeliën  die vermelden, dat hij maar al te vaak erg vermoeid was en desondanks nog mensen genas. Denk aan de hof van olijven waar hij, wetende welk offer hij moest gaan brengen, bijna wanhopig was en het werkelijk niet aan kon.

Denk aan de vele teleurstellingen die hij op menselijk vlak te verwerken kreeg t.a.v. zijn leerlingen: een van hen verraadde hem, anderen werden door hem uitgezonden om wonderen te doen en een leer te verkondigen, maar komen dan terug met allerhande kleinzieligheden. Zij kunnen kennelijk de geest van een alomvattende liefde niet begrijpen, laat staan er een juiste uiting aan geven.

De mens Jezus was kennelijk niet bepaald tevreden met dit alles en zal dus zeker niet bepaald gelukkig met dit alles geweest zijn. En wanneer diezelfde Jezus nu op aarde neer ziet en de vruchten beziet van ongeveer 2000 jaren christendom, meent u dat hij dan daarmee wel      gelukkig zou kunnen zijn?

Voor mij is en blijft dit een vraag. Ik meen dat hij, die in zich alle dingen in hun samenhangen kan overzien, innerlijk ondanks dit alles een vrede kent. Maar het gelukkig zijn, het vinden van een algehele en harmonische bevestiging lijkt mij voor Jezus althans  t.o.v. de aarde op het ogenblik werkelijk onmogelijk.

U vindt het misschien wat onredelijk of zelfs gemeen  wanneer ik op deze wijze argumenteer. Maar menselijk en gezien vanuit mijn eigen geestelijk niveau meen ik daartoe berechtend te zijn. Wanneer u als mens doordringt tot uw  eigen innerlijke wereld, wordt u steeds weer geconfronteerd met allerhande tegenstellingen. Dezelfde mens die vandaag innerlijk een hemelse trip maakt, heeft er morgen mogelijk een die zo slecht is dat de menselijke voorstelling van de hel daarbij vergeleken dc prospectus van con vakantieoord gelijkt.

Een mens heeft alle waarden in zich. Wij zijn echter geneigd slechts enkele van die waarden te aanvaarden en als basis voor ons geluk en bron van onze bewustwording te beschouwen. Maar is dit waar? Kan men zich waarlijk bewust worden van de eigenschappen van de dag wanneer er voor jou geen nacht meer bestaat, of omgekeerd? Kun je werkelijk weten wat vreugde is en betekent wanneer je niet weet wat lijden is en betekent voor jou?

In uzelf zijn tegenstellingen te over. Tegenstellingen tussen vorige levens en hot huidige bestaan, conflicten van meer geestelijke aard, conflicten ook van psychologisch stoffelijke aard. Al die conflicten moeten allereerst beseft en aanvaard worden.

Zij mogen niet eenvoudig worden weggeredeneerd of zelfs worden verdrongen. Je moet beginnen met een erkennen van alle feiten. Een geluk dat niet slechts een vluchtige illusie is, kan alleen bestaan wanneer men durft uitgaan van al het kenbare en dit hanteert als van betekenis, belangrijk in alle fasen van het bestaan en bovenal  innerlijk ook de juistheid van de erkenningen aanvaarden kan.

Wat de moeilijkheid is: Wie in zich keert, zal als mens gemeenlijk naast de potentiële engel die in u woont, ook geconfronteerd worden met het demonische en het dierlijke.

De meeste mensen denken dan: Ja maar, dat dier, die demon wil ik niet. Ik wil alleen die engel zijn en beseffen. Wat men niet beseft, is dat door een dergelijke verwerping of verdringing men in feite ophoudt werkelijk als mens te bestaan. En wie geen mens meer is, heeft onder de mensen geen leven meer. En wie geen leven meer heeft op deze wijze, voelt zich dan ook nooit werkelijk gelukkig.

Alles wat je bent, alle ervaring, herinnering, mogelijkheid  die er in je bestaat, is van betekenis. Besef ook dat een tijdelijk de voorkeur geven aan slechts een facet, kan ontaarden in allerhande noodtoestanden. Stel dat de zon zou schijnen, elke dag weer, zoals bepaalde stadsmensen zich wensen, er zou geen regen meer vallen. De aarde zou uitdrogen, er zou geen voedsel en slechts weinig drinken zijn.

Het is niet alles even aangenaam, maar alles is nodig. Wanneer je in jezelf keert en met al die tegenstellingen wordt geconfronteerd, moet je dan ook niet proberen hier een weg te halen en daar een stukje bij te werken. Dit houdt geen stand.

O, je kunt voor een. ogenblik wel eens iets van jezelf maken dat even de perfectie benadert. Maar hetgeen je meende te bereiken, vervalt al weer voor je klaar bent met de rest. M.a.w., wanneer je ernstig aan het werk bent om een ideaal structuurtje van je persoonlijkheid te maken, stort al je streven ineen voor je bereikt hebt en ben je nergens juist op het ogenblik dat je meende te bereiken.

Aanvaardt je het geheel van de inhouden en mogelijkheden van je persoonlijkheid echter, dan liggen de zaken enigszins anders. Misschien kan ik het zo stellen: Ons innerlijk vergelijk ik met een soort rotsmassief. Nu is ons meestal geleerd dat alleen het bewerkte en gepolijste marmer geluk en bereiking kan betekenen. Waarbij men voorbij gaat aan het feit dat het marmer deel uitmaakt van de gehele rots. Je kunt er een stukje uithalen en bewerken, zeker. Je kunt het dan bovendien nog zo mooi afwerken als je wilt, maar het is geen werkelijk deel meer van het rotsmassief.

Je kunt nu eenmaal geen deel van een rots wegnemen zonder samenhangen te verbreken en zelfs het geheel te veranderen, of zelfs aan te tasten waaruit het werd genomen.

Wij menen dat je in de eerste plaats moet aanvaarden wat je bent. Daarnaast zal men als meer bewuste mens moeten Ieren aanvaarden dat men ook deel van een groter geheel, ja van alle dingen is. Ten laatste zal men moeten Ieren beseffen dat ondanks alle schijnbare tegenstellingen  altijd de harmonie bestaat, die het wezen vormt van hetgeen wij aanduiden als ‘het licht’.

Misschien meent u dat u zelf zo harmonisch niet bent of zelfs maar zou kunnen zijn? De oorzaak hiervan ligt al te vaak in het feit dat u te veel met uzelf argumenteert. Je doet er beter aan niet met jezelf te praten 0f zeker ook niet geestelijk met jezelf te strijden. Dit is dwaasheid en krachtverspilling bovendien.

Onthoud dat een mens zichzelf nooit werkelijk kan overwinnen. Ten hoogste kan hij bereiken dat een deel van zijn uiterlijkheden naar binnen verhuist en bepaalde innerlijkheden naar buiten toe kenbaar worden. Maar aan het geheel verandert daardoor niets.

Stel dat je alles aanvaardt wat je bent. Toch heb je in je leven vele dingen gedaan waarvan je innerlijk meent dat zij niet goed of zelfs direct slecht zijn. Maar dit is een oordeel op grond van onvoldoende feitenkennis. U kunt niet zeggen wat in kosmisch verband goed of kwaad is. U kunt alleen zeggen dat bepaalde dingen in en voor u bestaan. U hebt mogelijk in uw leven ook heel wat dingen gedaan die goed zijn volgens u. Maar u weet niet of deze zaken werkelijk ‘goed’ zijn. Hun betekenis in het geheel, ja, het merendeel van de betekenis die zij voor anderen hebben gehad, ontgaat u.

Indien men alle daden die men gesteld heeft, alle belevingen die men heeft gekend, samen Iaat vloeien en dan tot zich zegt: “Kijk, dit ben ik”, zal er innerlijk een mate van eenheid ontstaan. Het is dan niet meer zo nodig alle dingen te ontleden, 00k niet het goddelijke licht of de kracht die, naar je voelt, in je bestaat. Je kunt het geheel dan zonder meer aanvaarden.

En nu het wonderlijke van de conclusies waartoe wij kwamen: geluk blijkt het resultaat te zijn van de aanvaarding van het geheel dat je bent en het geheel waarvan dit deel is, zonder je daartegen af te zetten, het te willen veranderen of je t.a.v. de andere delen van het geheel bewust te willen onderscheiden.

Geluk is in feite: een behoren bij iets. Om de zin van deze conclusie duidelijker te maken, moet u zich eens voorstellen dat alles, ook u, deel is van één kracht. Alles is uiting van deze kracht. Vanuit uw standpunt zal die kracht dus ook aanwezig zijn in alle dingen.

Deze kracht is evenzeer in de hemel als in een mesthoop, om het eens ongebruikelijk uit te drukken. En die kracht omvat ook alles wat u ooit bent geweest of volgens eigen besef ooit nog eens zult zijn.

Op het ogenblik dat u een deel van uzelf verwerpt, verwerpt u mede een deel van die kracht. U wordt onevenwichtig, omdat uw besef nog slechts een deel van eigen wezen wenst te erkennen als zodanig.

Dit betekent niet dat u nu voortaan ongelukkig zult zijn. U kunt wel degelijk u soms gelukkig voelen, maar u zult toch steeds op elk gebied met nederlagen, met een ingrijpen van het noodlot, worden geconfronteerd.

Wanneer je de kracht en ook jezelf echter aanvaardt zoals het is, kan het geheel en daarmee ook het deel dat u bent, zichzelf erkennen in al het zijnde, in al het kenbare. Dus niet u, maar het geheel. Deze aanvaarding en erkenning die van het geheel uitgaat, wordt dan door u beseft. Dit is geen weten, maar een besef.

Dit beseffen brengt u ertoe alles voor uzelf steeds weer opnieuw te formuleren, te herhalen ook zonder daarbij kritiek te hebben op de wereld of op uzelf.

Dan hebt u nog wel enige kritiek op verschijnselen. Dit is alleen maar een natuurlijke reactie. Maar u begrijpt steeds dat ook achter alles wat voor u minder aanvaardbaar is als persoon, iets schuilt dat veel belangrijker is dan uw persoonlijk ervaren.

Ben je eenmaal zover, dan begint het geluk. Want in het werkelijke geluk is er geen plaats meer voor afwijzing of verwerping. Zo min als er in het geluk enige aanwijzing bestaat dat bezitten of beheersen van enig belang zijn. Je bent, je functioneert als deel van het geheel. Het besef dat dat het geheel in jou is en van zich uit harmonie en rust uitstraalt, doet je er deel aan hebben. Dit is voor de eenling de werkelijke bron van het gelukkig zijn.

Mensen stellen graag eisen. Maar eisen moet je niet stellen, niet aan anderen, niet aan de wereld, niet aan God en zelfs niet aan jezelf. Wat je nodig hebt, is een innerlijk weten, een beseffen, een aanvoelen van werkelijke betekenissen. Deze dingen stellen je in staat je als eenling, individu op zuiver persoonlijke basis steeds weer te manifesteren zonder de band met het geheel te verliezen. Maar besef wel dat je dan ook geen enkel deel van het geheel tijdelijk of blijvend opzij kunt schuiven zonder jezelf gelijktijdig tot een onevenwichtige en daarmede ongelukkige entiteit te maken.

U hebt waarschijnlijk wel verhalen gehoord of gelezen die handelen over o.m. heiligen, apostelen en profeten, die dan opeens  door de heilige Geest bevangen werden. In enkele gevallen hebt u daarbij ook zeker de nodige vraagtekens geplaatst daar hetgeen er uit kwam, eerder bitter, zuur, politiek en in feite maar weinig goddelijk was. Maar toch zijn er aanwijzingen dat soms zoiets als de heilige Geest door mensen werkt.

Ik stel dat die heilige  Geest een weten is dat behoort bij de ’totale kracht’. Ik meen dat wij allen, mits juist ingesteld, uit dit algehele  weten kunnen putten voor de verwezenlijking van alles wat wij zijn en moeten zijn binnen het geheel.

Zolang wij dit kunnen doen, zijn wij gelukkig. Niet zozeer om hetgeen wij presteren. Wij beseffen dit gemeenlijk slechts ten dele of zelfs geheel niet in zijn ware betekenis. Wij zijn gelukkig om alles wat in ons tot een bevestiging is geworden, van ons werkelijk en enigszins bewust deel hebben aan de totaliteit.

Wanneer die H. Geest neerdaalt in u, gebeurt er iets. Ik besef heel wel dat de aanduiding niet meer is dan een ledige naam die een bepaalde werking eerder dan een bepaalde entiteit weergeeft. Maar in u heeft zij een zeer bepaald effect.

Het blijkt dat deze toestand steeds weer op kan treden wanneer  wij werkelijk geen raad meer weten en daardoor zelf in hopeloosheid stil zijn. Dit zelfde blijkt waar op ogenblikken dat wij volledig aanvaarden wat voor ons is. In beide gevallen is de uiting van die H. Geest eerder een buiten ons omgaand procedé waarvan wij vooral een soort geluksgevoel overhouden.

Al lijkt het oneerbiedig, ik wil dit vergelijken met een van die kleine spelcomputers in deze tijd. Wanneer je daar een spel deels gespeeld hebt en niet verder meer kunt, kun je een bepaalde combinatie intoetsen, waarop de computer je de ideale oplossing en dc beste mogelijkheden laat zien. Die H. Geest doet voor ons iets dergelijks.

Ons wordt hierdoor mogelijk gemaakt juist te handelen of te spreken en gezien onze mogelijkheden dan een optimaal resultaat te behalen binnen de wereld van mogelijkheden en erkenningen waarin wij leven.

Daarnaast geeft die H. Geest dan nog eens een verbinding met alles wat ergens in ons geheugen begraven ligt en zelfs vanuit zijn werking bovendien nog vaak een aanvulling uit het geheel aan erkenning en gegevens welke in het totaal bestaan.

Ik denk dat de mens die contact met die H. Geest zoekt om daardoor te komen tot een waarde waardoor hij zich onderscheidt van anderen, zelden gegevens uit het geheel zal kunnen ontvangen en bovendien geen harmonie met de wereld zal kunnen bereiken. Wat er op neerkomt dat zo iemand altijd weer een ongelukkig mens zal zijn.

Maar ik denk ook dat een mens die de kracht, de inspiratie e.d. zonder meer weet te aanvaarden zoals deze in hem of haar ontstaat, in een erkennen dat het ook hier moet gaan om een goddelijke waarde die in en soms vanuit je spreekt, alleen reeds als gevolg van deze aanvaarding zonder meer een gelukkige mens zal zijn en blijven.

In het begin ken je dit geluk misschien slechts voor een kort ogenblik voor je je weer losmaakt van hetgeen in je werkt en weer probeert   je verstand te gebruiken. Maar desondanks, zelfs in dergelijke gevallen ben je dan toch wel even volkomen gelukkig.

Hoe sterker je dit verband met het totale, met de kracht en  het daarin liggende bewustzijn in jezelf waar kunt maken, hoe gelukkiger je volgens mij ook zult zijn. Mogelijk denkt u bij het woord  ‘geluk’ eerder aan meevallers. Dit is in feite toeval — een niet te overziene ontwikkeling. Ik besef nu opeens dat een dergelijk toeval, mits het in je voordeel werkt, op aarde vaak wordt beschouwd als geluk.

U duidelijk maken waarom dit alleen gevoelsmatig en niet werkelijk geluk kan zijn, voert mij wat te ver. Maar heel eenvoudig gezegd: buiten de wereld is de tijd niet meer een zonder meer optredende en steeds gelijkblijvende opeenvolging van ogenblikken.

In vele geestelijke werelden hanteert men de tijd nog wel als een meetbare factor, maar dan in  een andere zin: als een soort lijn. Dus als een waarde die wel bestaat, maar in zijn geheel te overzien is. Zover ik na kan gaan, geldt dit zeker voor alle besef dat uit het totaal wordt opgenomen.

Stel dat. u dit contact met de H. Geest bezit en een lottoformulier in zou vullen — niet erg waarschijnlijk, maar stel dit even, Dan is uw relatie met de tijd anders dan voor de meeste mensen. Het gevolg is dat de kans dat u de juiste getallen in zult vullen voor u aanmerkelijk groter is dan voor degenen, die alleen vanuit hun menselijke overwegingen reageren.

Toch zult u geen beroep doen op die kracht en dit beseffen in u, zeker niet bij dergelijke in wezen onbelangrijke zaken, IJ corrigeert eerder instinctief volgens de aangevoelde lijnen van hoogste waarschijnlijkheid.

Ik wil maar duidelijk maken, dat er dus bepaalde voordelen verbonden zijn aan het bereiken van deze innerlijke toestand, maar voeg hieraan onmiddellijk toe dat degene die die toestand zoekt om hiermee voor zich voordeel te verwerven alleen daardoor reeds zich een werkelijk contact met het geheel onmogelijk maakt.

De innerlijke harmonie kan alleen ontstaan wanneer men niet zichzelf zoekt, maar het deel zijn van het geheel beseft en ervaart.  Maar dan is het a.h.w. een instinkt dat overal werkt, zelfs in bv. de handel. Iemand die geconfronteerd wordt met schijnbaar zeer aantrekkelijke waren zal, mits in omschreven toestand, dan aanvoelen dat het beter is om niet te kopen en mogelijk wel iets kiezen, wat volgens anderen geen kans maakt in bv. de mode te komen. Maar hij kiest dan wel juist.

Je kunt het je voorstellen als een innerlijk proces waardoor alle uiterlijkheid, inclusief het bewuste denken, door een soort in het ik werkend maar verborgen weten wordt geredigeerd. Er zijn heel vat mensen die een dergelijk iets wel zonder meer aanvaarden zolang het gaat om erkende profeten, heiligen e.d., maar die een mogelijkheid dat ook andoren door die H. Geest steeds weer beïnvloed worden, eenvoudig afwijzen, zo niet als theorie dan toch in feite.

Hen zou ik willen vragen of ieder van ons niet evenzeer een deel van God of, zo u wilt, Zijn Schepping zijn moet als degenen, voor wie men de mogelijkheid van de H. Geest wel aanvaardt. Maar waarom zou een mens die innerlijk enigszins harmonisch is en de krachten in en rond zich weet te aanvaarden, dan in mindere mate die eenheid kunnen beleven? Profeten e.d. worden als zodanig bekend omdat hun woorden of daden betrekking hebben op ontwikkelingen die men gemeenlijk vanuit een religieus standpunt uitermate belangrijk vindt.

Ik stel dat eenieder die tot een redelijke harmonie met het geheel komt, alle delen van het totale weten die voor hem of haar van belang zijn, innerlijk af zal kunnen lezen. Dan kan eenieder soms handelen of spreken zonder precies te weten wat of waarom, maar toch hetgeen gebeurt voor zich als juist ervaren.

Deze ‘juistheid’ brengt innerlijk geluk met zich, maar heeft daarnaast zeker ook ten gevolge dat men in de ogen van anderen ook stoffel ijk veel meer ‘geluk’ heeft.

In dit verband wil ik het bekende citaat aanhalen dat stelt: Pluk de dag. In de praktijk zijn de meeste mensen er elke dag eerder mee bezig anderen te plukken. Maar het ‘carpe diem’ op zich omvat een grote wijsheid, die ook in dit verband betekenis heeft.

Besef: vandaag moet ik leven met de mogelijkheden, vreugden en lasten van deze dag. Niet morgen of gisteren, maar alleen het heden dient mijn daden en gedachten te vervullen.

Als je vandaag tot een redelijke harmonie komt met de feiten, zul je je niet alleen maar even gelukkig voelen maar je zult gelijktijdig nu reeds juist reageren op hetgeen morgen voor jou eerst een feit kan worden. De mens loopt vaak op het kenbare vooruit juist wanneer hij werkelijk harmonisch en gelukkig is.

Mensen ergeren zich wel eens over het   onverantwoordelijke gedrag van medemensen die de gehele dag maar lachen en plezier schijnen te hebben en zich nooit eens werkelijk zorgen over later of zelfs maar over morgen schijnen te maken. Het meeste ergert men zich dan gemeenlijk nog er aan dat het juist dergelijke mensen redelijk goed schijnt to gaan en dat zij zelfs vaak een baan krijgen waar een ander vol zorgen en intriges achteraan was gegaan e.d. Het is ook niet te verwerken dot dergelijke typen, die zich geheel niets aantrekken van de zorgen en het lijden in dit tranendal, altijd weer meevallers hebben alsof het toeval – vrome zielen mompelen dan zelfs van de duivel –  steeds op hun hand zou zijn.

Toch is de oplossing zo eenvoudig: een dergelijke mens leeft harmonisch met de omstandigheden zodat er een wisselwerking kan ontstaan tussen de innerlijke aanvaarding van het deel zijn van het geheel en het uiterlijk meer kenbare reageren op liet andere, en andersom.

  • Opmerking uit de zaal.

Wanneer u niet denkt hoe iets in orde gemaakt moet worden maar aanneemt dat het in orde zal komen, is de kans dat dit inderdaad gebeurt veel groter. Hebt u dit wel eens opgemerkt? Doe je iets omdat je het gevoel hebt dat dit wel nodig is, zonder je af te  vragen of het eigenlijk wel kan, zo blijkt dat in de meeste gevallen alles op een onverwachte wijze toch gecompenseerd wordt. Maar op het ogenblik dat je begint te  piekeren of je iets wel zou kunnen doen, is vaak de mogelijkheid om dit te doen al v60rbij en valt elke compensatie in de toekomst kennelijk weg.

Harmonie is een belangrijk principe, maar vergt ook vertrouwen en algehele inzet. Wij hameren hier de laatste tijd nogal eens op, omdat een ommekeer van mentaliteit die richting ons als zeer noodzakelijk voorkomt.

Harmonie gaat uit van de totaliteit. Maar zij gaat niet uit van een ‘ik zorg voor de totaliteit’, maar eerder van een ‘ik ben deel van de totaliteit’.

Je moet jezelf zijn, jezelf waarmaken, natuurlijk. Maar dit kun je feitelijk alleen doen als deel van een geheel. Ga je daarvan uit, dan is er de kracht, zijn er de  mogelijkheden, de inspiratie waardoor je ook innerlijke vrede, enig geluk vindt dat in jou steeds blijft voortbestaan.

Mensen hebben natuurlijk bijna altijd een masker voor zodat op grond van uiterlijkheden de werkelijkheid moeilijk in te schatten is — “bepaalde dingen doet men niet”. Je kunt niet met een grote vrede  in je hart naar een begrafenis gaan en daar tot de leeddragenden zeggen: Die is er nu lekker vanaf, mensen. Wat een geluk. Wanneer komen wij aan de beurt? Ook al zou je dit soms graag willen doen. Maar je trekt een somber gezicht en condoleert, want maatschappelijk gezien kun je nu eenmaal niet anders.

Dit is een meer extreem voorbeeld, maar er zijn duizenden situaties waarin men zich anders moet voordoen dan men is en denkt. Dit behoort nu eenmaal tot de geplogenheden van de menselijke samenleving.

Niet dat het erg is. Je kunt nu eenmaal niet altijd de dingen zeggen en doen zoals je die voelt, al is het maar omdat je anderen hierdoor in moeilijkheden zou brengen. Let men echter op de sfeer, dan blijkt dat men ondanks alle voorbehouden en geplogenheden steeds weer juist dat tot stand brengt, zegt, waarmaakt wat ook voor die wereld buiten je noodzakelijk is.

En wees eerlijk: kun je gelukkiger zijn in sfeer of wereld dan door de wetenschap dat je als deel van het geheel voortdurend op de juiste wijze deel uitmaakt van alles? Ik meen van niet.

Toch is het een zeer persoonlijke kwestie, dit gelukkig zijn. Beleef het.  Alleen moet u dan niet denken dat u anderen kunt zeggen:  Hier, heb deel aan mijn geluk. Want het is uw ‘geluk’ niet. Het is alleen een  persoonlijke beleving van een harmonie die in het geheel bestaat. De ander kan dit geheel alleen op zijn eigen wijze beleven en kan dus uw geluk nooit geheel delen

Je bent deel van het geheel, of je wilt of niet. Een mens doet mij wel eens denken aan kabeltelevisie: het kanaal waarop je afstemt, maakt uit welk programma je krijgt. Helaas bestaat er geen gids waaruit u kunt aflezen op welk licht u zich elke dag af moet stemmen om dc voor u belangrijkste dingen te kunnen verkrijgen. Dit moet je zelf doen en zonder die intuïtie, dit innerlijk weten als gevolg van een deel zijn van het geheel, heb je maar weinig kans steeds weer op de juiste invloeden afgestemd te blijven en te reageren.

Uw ik-beeld, uw voorstelling van het leven en de wijze waarop u als mens uw wereld beziet, vormen echter oen soort afstemming.

U komt dan tot een eenheid met een deel van het geheel. Dit betekent altijd enige onevenwichtigheid, maar kan door innerlijke  vrede   gecompenseerd worden. Is dit laatste niet het geval, dan zal men ook eenzijdig reageren en zijn wereld bezien. Men kan dan de andere delen van het geheel  niet meer aanvaarden, wil die bestrijden. Strijd, onenigheid en disharmonische ervaringen zijn dan onvermijdelijk geworden.

Jezus heeft eens opgemerkt: Wie het zwaard trekt, zal door het zwaard vergaan. De eenzijdig denkende meent dat dit impliceert dat je dus je zwaard mag, ja, moet trekken. Volgens mij bedoelde Jezus eerder: Wie onvrede in zich kent en deze tot uiting brengt, veroorzaakt daardoor voor zich en anderen een steeds grotere onvrede. En ik voeg daaraan dan toe: uitingen zijn beslissend voor het beleven van elke mens en geest tenzij zij zich zozeer één weten met het geheel dat zij daardoor onkwetsbaar worden voor alles wat deelverschijnselen aandragen.

( hier volgt een reeks toespelingen op politiek, het frickschandaal in Duitsland e.d. ) Geef nooit alleen de daders of de politici do schuld van alles wat kennelijk niet in orde is. Die dingen zijn mede een uitvloeisel van de wijze, waarop alle mensen nu denken en leven.

Tot op zekere hoogte mag je wel stellen dat het het geheel van de mensheid is dat tot op grote hoogte mee bepaalt hoe eenlingen zich gedragen. Zeer veel mensen zijn niet op zich tegen alle regels, maar zijn geneigd aan te nemen dat bepaalde regels niet voor hen gelden of niet zo nauwkeurig behoeven te worden opgevolgd. Is het een wonder dat hooggeplaatsten op hun gebied dan een dergelijke mentaliteit steeds  sterker tonen?

Nu ja, een wet is op het ogenblik een regeling die degenen die haar aannemen, zien als een regel die voor anderen geldt maar op hen zelf niet, of slechts zeer ten dele van toepassing is.

Vele mensen constateren dergelijke verschijnselen en ergeren zich er over of beklagen zich. Dat heeft geen zin. Ook deze dingen moet je nemen zoals zij zijn. En dat kun je wel degelijk, zolang je in jezelf dit deel zijn van het geheel maar weet te beleven en zo iets van vrede weet te ervaren en de kracht weet te voelen die daarvan het gevolg plegen te zijn.

Harmonie betekent innerlijke vrede, ondanks alles. Het betekent vreugde en dankbaarheid voor het bestaan en het besef dat alles van dit bestaan deel uitmaakt, tot al die ellende in dé wereld toe. Je kunt met een dergelijke houding misschien iets doen om de wereld waarin je leeft, iets beter te maken — vanuit uw standpunt dan. Maar in ieder geval  kun je voorkomen dat je juist door het beeld van eigen goedheid  dat je blijft handhaven, ten onder gaat in de disharmonieën die volgens jou de anderen voortdurend produceren.

Geluk is en blijft voor de meeste  mensen een kwetsbare illusie. Maar een geluk dat je in jezelf hebt gevonden, ondanks alle feiten, is en blijft in je bestaan. Het is niet meer kwetsbaar maar wordt tot een kracht die je wereld meer en meer beheerst en de mogelijkheid schept om vanuit  jezelf steeds meer de eenheid met je wereld en alle werelden te vinden zonder gelijktijdig je de slaaf of het slachtoffer te voelen van alles buiten je.

Hebt u commentaar? Geen? Vrienden, verheug u. Het is afgelopen. Voel u dan even gelukkig. Kennelijk bent u het in grote trekken met mij eens. Waarom gaat het dan bij u altijd zo geheel anders? Het is maar een vraag.

Voor uzelf kunt deze misschien eens proberen te beantwoorden. Theorieën zijn mooi, maar wanneer men deze niet om kan zetten in werkelijkheden, betekenen zij niets meer dan een droom.

Blijf ook in deze dingen reëel en vraag je af hoe je elke dag, al is het maar een enkel ogenblik, alle tegenstellingen kunt vergeten en je innerlijk één kunt voelen met de kracht die in je woont. Probeer daaruit dan steeds bewuster en, vooral tegenover uzelf, eerlijker te leven. Dan hebt u een oplossing voor zeer vele van uw problemen gevonden.

Ik dank u voor uw aandacht en wens u een goede avond toe.

Tweede deel

Het eerste deel van de avond bent u in het geluk getrapt, nu kunt u indien u dit wenst een onderwerp aan de orde stellen.   INDIA

India is een gebied dat Nederlanders maar al te vaak als een land beschouwen. In feite is het een gebied dat bijna zo groot is als West-Europa en omvat vele verschillende groepen, elk met eigen taal, eigen afstammingen en een eigen religie. Dit voert tot grote politieke en maatschappelijke tegenstellingen.

Hier ziet men gemeenlijk vooral de slechte sociale omstandigheden – oordelend vanuit eigen maatschappij. Dit is overigens zeker niet de schuld geweest van Indira Gandhi, die zeer sociaal en grotendeels ook  socialistisch dacht en streefde.

Toch zult u kunnen begrijpen dat de godsdienst in een dergelijk land de belangrijkste vluchthaven vormt voor de sociale ellende, die alle mensen van tijd tot tijd in dit gebied pleegt te treffen.

Belangrijk is hierbij het Hindoegeloof, dat echter weer uiteenvalt in verschillende vereringen. Dit is gebaseerd op eau kastensysteem dat bovendien een soort fatalisme bij velen veroorzaakte.

Het geheel geeft je een beeld van een land waarin het oplossen van problemen op een meer rationele wijze voorlopig niet mogelijk is. Steeds weer staat het geloof voorop. Krijgt een denkwijze tijdelijk de overhand en overbrugt zij tegenstellingen omdat zij zeer doelgericht is – zoals de grote opstand van de Thugee, de Kalivereerders tegen het Britse gezag ruim 100 jaren geleden – dan blijken vele groepen wel bereid om met een dergelijke denkwijze en beweging mee te werken. Maar de geschillen worden daardoor niet minder en blijven bestaan.

Om u een voorbeeld te geven: tijdens genoemde grote opstand tegen het Britse bewind werd in de buurt van Patna een felle strijd gevoerd tussen twee groepen hindoes. De ene groep werd daarbij beschouwd als strijdende voor de Britten,

De werkelijkheid was dat ook deze groep anti-Brits was, maar zij was grotendeels gevormd uit Ghandia vereerders, die niets te maken wilden hebben met een groep mensen die Kali alleen zagen als godin van de dood en vernietiging.

Het is zeker een land waarin je met westers denken niet ver zult konen. Belangrijk is in dit gebied zeker de culminatie van het hindoegeloof, het boeddhisme. Maar ook dit geloof is, ondanks alle schijn van sereniteit, zeer sektarisch.

De benadering van het leven door deze sekten is zeer afwijkend. Enkelen gaan uit van een mystiek-magische benadering, anderen leggen de nadruk op: een juist leven  betekent bevrijding na de dood. Terwijl bv. in  Sri Lanka een sekte bestaat, die het leven na de dood geheel laat rusten en deels zelfs ontkent. Reïncarnatie  wordt door deze laatsten, zij het niet al te openlijk, verworpen.

Het is duidelijk dat mensen die zeer sterk aan hun geloof zijn gebonden en ook aan een groep, familie e.d. zeer verknocht zijn, niet zo gemakkelijk anderen als werkelijk gelijk en gelijkwaardig zullen aanvaarden.

Het is ook duidelijk dat eenieder eigen belang enen die van zijn groep of familie voorop zal blijven stellen en zo bewust of onbewust de belangen van anderen zal schaden.

Zou je India tot een land willen maken dat werkelijk, zij het langzaam maar zeker, de westerse kant uitgaat – iets wat m.i. nooit geheel zal lukken – dan zou men het land moeten uiteen laten vallen in een groot deel afzonderlijke deelstaatjes met een zeer grote eigen bevoegdheid. De centrale regering zou dan van hen een deel van de middelen kunnen verkrijgen en het geheel naar buiten toe kunnen representeren – zij het dat de bevoegdheid afhankelijk zou zijn van de toestemming van de hoofden van de afzonderlijke deelstaatjes. Intern zou deze centrale regering, behalve bij rampen of kleine oorlogen, praktisch geen mogelijkheid tot ingrijpen hebben.

Helaas is een dergelijke verandering op grond van het moderne politieke en economische denken niet haalbaar. Voor de economen is een dergelijke opzet alleen al niet haalbaar omdat je niet zonder meer een aantal geheel verschillende economische systemen naast elkander kunt hebben en die toch hanteren als een eenheid, wat in de wereldhandel als noodzakelijk wordt beschouwd. Ook in de buitenlandse politiek van de meeste staten zal men een dergelijke opzet afwijzen, omdat het bij een dergelijke opzet nu eenmaal niet mogelijk is enige predictabiliteit t.a.v. toekomstige ontwikkelingen en handelwijzen te verkrijgen.

De grootste moeilijkheid voor India zie ik in het feit dat men probeert met alle middelen de gang van zaken, tot zelfs de stedenbouw toe, te verwestersen, terwijl het volk door afstamming, gebruiken en economische verhoudingen hierin niet kan volgen, ja, gezien de gehele sociale structuur voor een meer westerse opzet ‘eenvoudig niet geschikt is.

Misschien vraagt u zich nu af hoe het dan wel zit met de oude wijsheid van het Oosten. Ik weet niet of u zich wel eens hebt geïnformeerd over de verschillende goeroes die uit India zijn gekomen. Er zijn nogal wat publicaties over te verkrijgen omdat een merendeel van hen ook vestigingen elders heeft, bv. in Californië. Waarbij de vraag rijst of deze verachters van het aardse misschien verhuizen 0f filialen scheppen om hun inkomen te verbeteren.

De leer van al deze mensen heeft wel iets gemeen, de meesten baseren zich op de vedanta of delen daarvan. Maar elk legt alles op een heel andere wijze uit. De een predikt in feite absolute ascese, de ander daarentegen predikt een je uitleven, je vrijmaken door het tot uiting brengen van alle gevoelens en verlangens.

De een gaat uit van goden, de ander predikt weer als alleen belangrijk het deelgenoot worden in het denken van de leermeester. Alleen hieruit reeds kan men besluiten dat cle oude wijsheid van India op zijn minst verwarrend werkt. Er is geen vaste lijn, alles is kennelijk afhankelijk van de wijze waarop je verschillende passages en verhalen wilt uitleggen.

Kennelijk geldt in geheel India dat de oude leringen wel belangrijk zijn, maar dat het er verder maar op neerkomt hoe je alles wilt vertalen en daarna omzetten in praktische leefregels. En iedereen doet dat duidelijk op een geheel eigen wijze.

Overigens u zich daarover niet te verbazen wanneer u zich voor ogen stelt hoeveel christelijke groepen dit eveneens doen met de heilige boeken van het westen. Wanneer je alleen eens nagaat hoeveel verschillende wijzen van leven en gedragen verdedigd worden  op grond van een en hetzelfde evangelie in West-Europa, zult u met mij uitroepen dat India ook wat dat betreft zo slecht nog niet is.

Zeker, het is een land waarin eens, lang geleden dus, een aantal belangrijke en zelfs grootse geestelijke ontwikkelingen tot stand zijn gekomen. Dat gaat terug tot rond 2000 v.C. en eindigt in feite rond 800 n.C.  met mensen als de filosoof-koning Asoka, Gautama Siddhartha e.d.  Asoka was de laatste grote filosoof in India die directe sociale invloed kon uitoefenen.

In de oudheid was er geestelijk zeer veel. Maar dan komen er onderlinge strijd, bezettingen, de invloeden uit Europa, uiteindelijk het koloniaal bestaan.

Het denken wordt aangetast. Er ontstaat bv. een grote klerkenstand die bijna geen verantwoordelijkheid draagt. Relaties gaan teloor tussen standen en gemeenschappen. Zo had eens de koopmansstand, een in zich redelijk besloten kaste, een vaste relatie met de krijgsmansstand.  Ook de relaties tussen handelaren en boeren zijn traditioneel geregeld.

Komen de westerse invloeden, dan gaat het er opeens niet meer om hoe de relaties zijn, het gaat er om hoe je het meeste kunt verdienen door zo weinig mogelijk zo duur mogelijk te verkopen.

Daarmee zitten wij al midden in de verwarring. De vaste houdingen waarop je kunt rekenen en waarmee je dus ook kunt werken, gaan teloor. Ook al blijft er nog veel van het oude bewaard en kun je overal nog wel heilige mannen aantreffen die de oude leringen verkondigen, magie bedrijven en intussen ook nog proberen bepaalde oude leringen aan te passen bij modernere denkwijzen.

Maar vergeet niet dat de brahmanen en wijze mannen die eens de ziel vormden van India, langzaamaan afzakken tot een soort randverschijnsel. Zij worden nog wel geacht en geëerd, maar daarmee houdt het dan ook op. Zij zijn ongeveer hetzelfde in India als in Nederland de kloosterzusters die nog in een slot leven. De Nederlanders vinden mensen die daaraan hun leven wijden, ondanks alle mogelijke lippendienst, in feite maar zonderling. Trouwens, er komen steeds minder slotzusters. Je hoort er haast niets meer van. Mogelijk dat men daarom in de kerk het slot is gaan verplaatsen en het nu bepaalde priesters op de  mond  wil hangen.

Bij het bezien van de gehele situatie in  India, vraag je je onwillekeurig af wat er daar dan wel voor belangrijks is gebeurd in de laatste tijd. Mij vielen daarbij enkele punten op: Er zijn dorpen ontstaan die langzaamaan hun invloed uitbreiden over gehele streken, soms zo groot als Drenthe in uw land. Zij zijn gaan werken uit een soort kolchoze denkbeeld en kennen gemeenschappelijk gebruik van werktuigen, uitwisseling van arbeidsdiensten, gezamenlijke inkoop, gezamenlijk voeren zij ook hun producten af naar markten. Het privébezit blijft gehandhaafd maar wordt in de gemeenschap a.h.w. tijdelijk ingebracht. I)e economie draait op winstdeling: Wordt er winst gemaakt, dan deelt men naar gelang van inbreng, werk e.d. zijn te voren reeds vastgesteld aandeel. Is er geen winst of tijdelijk armoede, dan staat het gehele dorp garant voor de aanschaf van het meest noodzakelijke en wordt men door de gemeenschap in leven gehouden.

Er zijn op het ogenblik alles bijeen ongeveer 150 van dergelijke dorpsgemeenschappen, voornamelijk in de westelijke delen van India. Interessant is op te merken dat ongeveer 20 soortgelijke gemeenschappen op het ogenblik in Pakistan werken met als basis de islam.

Belangrijk is verder dat deze dorpen, al maken zij vaak gebruik van bepaalde voortbrengselen van de westerse techniek, niet volgens westerse principes leven en functioneren. Feitelijk heeft men een soort improviserende cultuur met grote aanpassingsmogelijkheden opgebouwd.

Men kent ook kleine industrieën die deels op westerse wijze, deels op traditionele wijze werken, meestal binnen één bedrijf. Men kan zijn producten wel niet in  grote massa afleveren, maar de resultaten kunnen de toets der kritiek ruimschoots doorstaan.

Eveneens belangrijk lijkt mij hot ontstaan van een zich nog steeds uitbreidende restenverwerkingsindustrie rond de grote steden. Ook in Indonesië kunt u deze industrietjes in ruime mate aantreffen. Deze bedrijfjes verzamelen en kopen ook soms de resten van de westerse maatschappij, datgene wat wordt weggegooid.

Uit weggeworpen, afgedankte motoren en machines weten zij voor hun gemeenschap belangrijke producten te maken die dan tegen een zeer redelijke prijs geleverd worden en zo enige luxe mogelijk maken voor de minder gegoeden. Deze zaken acht ik belangrijk omdat het volgens mij de gemeenschaps- en productiemethoden betreft waaruit India volgens mij ook economisch langzaam kan gaan groeien.

Erg belangrijk vind ik ook de saamhorigheid die in de dorpsgemeenschappen steeds sterker een rol gaat spelen, daar hierdoor de traditionele familiebanden niet worden aangetast en toch een ruimere blik op de anderen hierdoor mogelijk wordt.

Opvallend is voor mij dat groepen die een gelijk systeem hanteren maar verschillen in godsdienst e.d., elkaar op grond van dit gelijke systeem  gaan begrijpen en achten. Het blijkt dat bij dergelijke gemeenschappen godsdienstige geschillen veel minder aanleiding worden tot allerhande strijdpunten en veten. Zo al strijd op dergelijke gronden ontstaat, gebeurt dit meestal rond religieuze hoogtijdagen, maar wordt de twist daarna veel sneller en eerlijker dan voorheen bijgelegd.

Kijk je echter naar de bijna afzonderlijke grote stadscultuur zoals deze zich voornamelijk in het zuidoosten heeft ontwikkeld dan zien wij een betrekkelijk gering in aantal zijnde groep die een hoog welstandspeil heeft en alles in het werk s.telt om deze welvaart hoe dan 00k te handhaven.

Daaronder treft men een soort middenstand, die men ook nog weer in verschillende groepen zou kunnen gaan indelen. Het betreft hier mensen die redelijk rond kunnen komen, nog bezit hebben en een sterke familiesaamhorigheid kennen, en het is nog mogelijk zonen en neven uit te sturen naar andere landen om daar te studeren e.d.

Daaronder ligt weer een groep mensen die werken voor de kost, ternauwernood rond kunnen komen maar het met extra moeite en soms het gelijktijdig uitoefenen van meerdere beroepen nog wel kunnen redden. Zij hebben onderdak, karige maar voldoende voeding en gaan eenvoudig maar gemeenlijk zeer netjes gekleed.

Onder hen een meerderheid van lompenproletariaat: miljoenen van mensen die leven op de grens van de hongerdood, geen behoorlijk onderdak hebben en leven door bedelen, het aanbieden van hun diensten op straat en kleine misdaad. Duizenden van hen sterven door honger en ziekte op straat, zonder dat iemand er ook maar enige aandacht aan schenkt.

Dan kennen wij natuurlijk de vele tempels, de heilige mannen en zelfs vele weldadige inrichtingen, meestal door de gegoeden betaald, die de mensen enig soelaas proberen te bieden.

Weeshuizen, zelfs huizen waar men in vrede mag sterven, zijn er wel, maar nooit in voldoende mate. Stelt men het aantal inwoners van een stad voor het gemak op 10.000.000 mensen, dan kun je stellen dat ten hoogste 1.000.000 van hen een levensstandaard heeft die voor het westen nog aanvaardbaar is. Deze mensen hebben ook de mogelijkheid zich kennis  te verwerven e.d. Rond 2.000.000 mensen kunnen dan net nog leven en werken. Zij  kennen nog enig geluk, ook al is hun mogelijkheid kennis te verwerven beperkt. Daaronder treft u dan ongeveer 7.000.000 mensen aan die geen enkele kans en mogelijkheid hebben. Van hen leeft meer dan de helft op de grens van de hongerdood.

Een dergelijke opbouw moet wel tot enorme spanningen gaan voeren. Plunderingen, moord, roof, diefstallen, andere illegale activiteiten nemen vanuit de onderlaag sterk toe. Hier ook vindt men de beste rekruten voor politiek extremisme.

Op grond van dit alles meen ik dat India een tijd tegemoet gaat waarin de strijd tussen de verschillende groepen, naar ook tussen de verschillende welvaartsniveaus steeds weer zal oplaaien, vaak met groot geweld. In  vele gevallen zal de strijd zelfs zeer  ernstige vormen aannemen en grotere gebieden omvatten.

Ook de natuur zal volgens mij niet al te genadig zijn zodat er  nogal wat zaken voorkomen waardoor grotere mensenmassa’s worden getroffen zoals extreme droogte en hitte in het ene deel van het land terwijl elders overstromingen het werk doen. Ik spreek dan maar niet over enkele veel schade veroorzakende stormen, aardbevingen en aardverschuivingen omdat ik niet precies weet welke gebieden zij zullen treffen. Voornamelijk verwacht ik dergelijke zaken in het noorden van het land. Nevenverschijnselen zoals het uitbreken van epidemieën lijkt mij niet uitgesloten. Men dient zich het in het westen te realiseren dat geen enkel centraal gouvernement, zelfs indien het met voldoen de machtsmiddelen en hulpmiddelen zou zijn uitgerust, wat tot op heden niet het geval  is, in staat zal zijn deze mensenmassa met haar grote sociale, religieuze en politieke verschillen tot een eenheid te brengen.

Het is zelfs niet mogelijk één wet gelijkelijk te handhaven  voor en in het gehele land. Probeer je dit te doen, dan veroorzaak je alleen maar toenemende spanningen, toenemende ellende.

Wat, naar ik meen, wel voldoende is. Mogelijk vindt u dit niet bepaald optimistisch. In India zou men er anders over denken. Maar de filosofie van India is dan ook wel een beetje anders dan die van u. Bij hen geldt meestal: Het gaat er niet in de eerste plaats om te overwinnen. Het is belangrijker te strijden en je bestemming te vervullen.

Het is niet zo belangrijk rijk te worden — al is dat natuurlijk wel aangenaam. Het gaat er om je waardigheid te behouden en te tonen en zo je eigen capaciteiten steeds meer aan anderen te laten zien,

Het is niet zo belangrijk wanneer een mens doodgaat. Men wordt immers toch wel weer herboren? Het is belangrijker zo te leven dat je op de juiste wijze kunt leven en later beter kunt incarneren.

Dit leven op de juiste wijze wordt voor de mensen gemeenlijk belangrijker naarmate zij op aarde minder bezitten. Daarom zal het voor een paria vaak erg belangrijk zijn toch vooral juist te leven en te handelen, want dan zal men in een volgende incarnatie misschien wel een boer, handelaar of zelfs krijgsman worden of, de hemel kan het weten, misschien zelfs een geleerde of een brahmaan.

Het is voor hen de moeite waard daarvoor in dit leven te offeren en te vechten. Wat niet wil zeggen dat de mensen geen gevoelens hebben. Er wordt daar evenveel of zelfs meer gehuild en gelachen dan in uw land, en dan nog veel uitbundiger ook.

Ik beweer dus niet dat de mensen in dit land gelukkiger of ongelukkiger zijn dan u, al zullen bepaalde vormen van vreugde en smart onder hen geheel anders zijn dan u zich hier kunt voorstellen.

Laat mij u een voorbeeld geven: iemand is ouder, leeft in een stad in nette armoede. Hij is van beroep schrijver. Belangrijk is hij niet, maar eens per jaar keert hij terug naar zijn dorp en wanneer hij daar komt, is hij belangrijk, ja, de belangrijkste persoon misschien. Hij is immers een schrijver en heeft een soort ambtelijke status.

Het geluk van deze mens ligt niet in zijn werk. Zijn leed is  het feit dat hij niet belangrijk genoeg is, zijn vreugde het feit dat hij in de ogen van anderen zeer belangrijk is wanneer hij thuiskomt. Zoiets kun je je hier misschien niet zo goed voorstellen. Maar daar is dit een veel voorkomend geval, zij het dat het beroep een ander kan zijn.

En verlies nooit uit het oog dat deze mensen met al hun gebruiken, hun listen, kleine onbetrouwbaarheden soms, hun vreugden en leed grotendeels 0ok nog steeds bezig zijn reeds nu in een volgend leven voor een betere inhoud te zorgen.

Het geloof bij de een komt nadrukkelijker naar voren dan bij de ander en bij velen lijkt het verwaterd, natuurlijk. Maar het is toch de geestelijke basis. En ik vraag mij af of een dergelijke geestelijke basis, zoals wij dus o.m. aantreffen in India, in feite niet veel nuttiger en aanvaardbaarder is dan de geestelijke basis van landen als die in West-Europa.

Kijk, wanneer je die in jezelf leeft en niet alleen even of voor vandaag, maar met een begrip van continuïteit leeft, ook voor een  ‘morgen’ dat eerst na de dood zal komen, dan heb je daardoor de betrekkelijkheid van het menselijke leven ook beter voor ogen. Aan de ene kant zul je het leven en zelfs het lijden van anderen niet zo snel au sérieux nemen.

Vanuit een westers standpunt reageer je daarom vaak wreder, minder liefdevol dan men hier in theorie zou willen zijn. Aan de andere kant ben je in je leven wanneer het erop aan komt, ook oprechter en eerlijker tegenover jezelf.

Ik vrees dat de westerling de feitelijke oprechtheid van India niet snel zal Ieren en waarderen. Er is een soort beleefdheid die een mate van onoprechtheid inhoudt. Vergelijk de boeren hier soms nog. Wanneer je een van hen vraagt: Is het nog ver naar het station, dan kijkt hij u wat meewarig aan en zegt: Het gaat wel, ‘een stief kwartierke’.

Wanneer u dan drie kwartier gelopen hebt, ziet u eindelijk in de verte het station opdoemen. Die boer heeft u niet bedrogen, hij wilde u alleen de moed niet ontnemen. Zo zal de Indiër vaak halve waarheden of zelfs aperte onwaarheden vertellen omdat hij u niet wil beledigen of moeilijkheden wil vermijden.

Kijk ik vanuit mijn huidige status naar de wijze waarop deze mensen sterven, dan ben ik geneigd op te merken dat men in India meer schijnt te weten over de dood dan over het leven. In uw land is het leven het belangrijkste, in India is het de dood.

De dood is belangrijk omdat na de dood de vernieuwing begint. Velen daar dromen ervan om te sterven en in de chrysalis (red. verpopping) van het dode lichaam, verteerd door vuur, verscheurd door vogels, weggedragen door een rivier – dat ligt aan je geloofsv0rm – reeds te ontwaken, niet in een hemel of een hel, maar in een volgende fase van het bestaan. Om na   enige rust te ontwaken in een nieuw lichaam met nieuwe mogelijkheden die je zelf reeds in dit bestaan voor jezelf tot waarheid hebt gemaakt.

Ik meen dat dit zeer belangrijk is. De materie is belangrijk in India. Dat is begrijpelijk, maar zij is niet overheersend belangrijk. Bij u wordt er gevochten over een beter inkomen? Dat gebeurt daar ook. Maar in vele gevallen vecht men over het inkomen alleen maar om duidelijk te maken hoe belangrijk men wel is. Hier vecht men om meer geld te hebben en zo mogelijk ook nog meer vrije tijd. Dat zijn grote verschillen.

Indien u uit dit alles werkelijk een les wilt trekken, is het misschien deze wel: Je kunt als westerling de werkelijke mentaliteit van India soms aanvoelen, soms zelfs iets ervan overnemen, maar geheel begrijpen zul je haar niet.

Je kunt de geestelijke waarden van India bestuderen, de filosofen nagaan, het geloof geheel ontleden tot je alles weet. Maar één ding kun je niet geheel verkrijgen: die hartstochtelijk felle innerlijke beleving van dit geloof met alle uitingen die daaraan verbonden zijn.

De uitingen kun je zien, de innerlijkheid begrijp je niet. Het schijnt ons soms toe dat dc geest van het westen bijziende en doof aan het worden is omdat hij deze verschillen met anderen voor zich niet meer schijnt te beseffen.

Vraagt u zich af of het volk van India ooit een groot volk zal worden? Ach, groot is het eens geweest en het bevindt zich nu op weg naar een andere status, een andere toestand. Veranderen doet het ongetwijfeld. Maar of het resultaat in de ogen van de wereld grootheid zal zijn?

Voor het geheel van de wereld hebben in ieder geval de experimenten van China veel meer betekenis, zeker nu het revolutionair  denken een verandering ondergaat waardoor men toch iets meer ook weer voor het verleden en het denken van anderen toegankelijk wordt.

In India zal het nog langer duren, vrees ik, voor die toegankelijkheid ook voor andere wijzen van denken en andere mentaliteiten geheel kan ontstaan. Hier bestaat weliswaar meer openheid t.a.v. het denken van anderen, maar daarvoor is enig werkelijk begrip hiervoor voorlopig nog niet denkbaar.

Mensen die er heel lang geleefd hebben, zoals een moeder Teresa, kunnen met het volk meeleven, vanuit het geloof, en een diepe verbondenheid bereiken met het volk waar zij gast zijn. Maar zelfs ‘dan zal het steeds weer voorkomen dat zij met zaken worden geconfronteerd die zij mogelijk van horen zeggen reeds kennen, maar die zij nooit zullen kunnen begrijpen.

Neen, de grootheid in de wereld van dit land laat, naar ik vrees, nog wel langere tijd op zich wachten. Kijk ik echter naar de meer nabije toekomst, dan zie ik eerder meer verdeeldheid en strijd dan vrede, eenheid en een tezamen streven in sociale of andere zin.

Dus wanneer u mij zo maar eens even vraagt iets over India te vertellen, kan ik in feite alleen zeggen: Het is de verwarring die waarschijnlijk vooraf gaat aan een renaissance, een 0mmekeer waarin de mens langzaamaan belangrijker wordt dan godsdienst of aanzien. Dus een 0ntwikkeling waarin langzaamaan menselijke verbondenheid ook bi1men het geheel belangrijker wordt dan welke sociale of economische theorie durft veronderstellen.

Voldoende? Geen  vragen? Dan zal ik nog zelf maar enige opmerkingen maken over andere punten. Ik vind uw wereld soms reuze vreemd en humoristisch. Zoals de verklaringen van Reagan dat het Amerika steeds beter gaat en de crisis zich oplost. Dat is dan wel een verbetering op afbetaling, waarbij de schulden op zich al voldoende zijn voor een nieuwe crisis. Of denkt u dat 63 miljard dollar niets is?

Ook Maggie Thatcher zegt verbetering bereikt te hebben. Maar ook die verbetering bestaat niet werkelijk omdat hetgeen zij zegt alleen maar geldt voor bepaalde processen en niet voor grotere delen van de gemeenschap zonder meer.

Ook in Nederland beweert men dat het beter gaat en roept men de massa toe dat men om nog betere resultaten mogelijk te maken, de buikriem eigenlijk nog iets strakker aan zou moeten halen. Een dieet dat mogelijk goed is voor mensen die af moeten vallen, maar ik heb toch wel het gevoel dat er iets fout zit wanneer de mensen wordt voorgehouden dat zij welvarender zullen worden naarmate zij minder voor zich besteden.

Kennelijk wil men overal terug naar de oude tijd, waarin een geheel vrije handel bestond en alleen de werkelijke kosten van het product en de kwaliteit daarvan doorslaggevend waren. Maar dit is alleen mogelijk wanneer de wereldeconomie eveneens weer vrij wordt en zonder enige tolgrens of subsidie gebaseerd wordt op vraag en aanbod alleen.

Iemand die even nadenkt, kan de regenten voorhouden: of je nu  meer sociale of harde kapitalistische benaderingen kiest, je loopt op  de door allen en overal vast. Jullie fout is dat je te weinig rekening houdt met de mentaliteit van anderen en te weinig beseft hoe afhankelijk je in wezen van die anderen bent. En wanneer je geen begrip hebt voor of bereid bent tekening te houden met de mentaliteit van de anderen, zal elke benadering, elke theorie uiteindelijk verkeerd uitlopen, zul je het tegendeel bereiken van hetgeen je nastreeft.

Beseft men niet dat er overal een aparte laag in de gemeenschap aan het ontstaan is die in feite buiten de gemeenschap’ leeft? Dit gaat vanaf de krakers en bepaalde demonstranten tot het zwart geldcircuit toe. In Nederland bedraagt dit tussen een kwart en een derde van het jaarlijks volks inkomen.

Steeds meer mensen leven volgens geheel eigen wetten en regels en trekken zich niet meer dan nog onvermijdelijk is aan van de officiële maatschappij van hen verlangt.

Dit is de stoffelijke uiting van een vervreemdingsproces dat overal, en niet alleen in westelijke landen, om zich grijpt. De geestelijke veranderingen die in deze tijd mogelijk zouden zijn, worden dan in feite vaak gehinderd of zelfs tegengehouden door de materiële ontwikkelingen die voor een groot deel te vermijden zouden zijn wanneer er minder windhandel in illusies werd gepleegd.

Kerken zweren in deze dagen vaak onderlinge strijdigheden at en stellen zich verzoenend tegen andere groepen op, alleen maar omdat de greep van de leerstelligheden op de massa steeds afneemt. Er ontstaat een nieuwe vorm van geloven, niet algemeen erkend, maar vrij. Men gelooft nog wel, en vaak intenser dan tevoren, maar beleeft dit buiten de kerken om, volgt eigen regels in het waarmaken van dit geloof.

Weet u wat ik hiermee in feite zeg? Ik stel dat dankzij de fouten die men heeft gemaakt bij systeem-regeren en het plaatsen van de  leer boven menselijkheid, in feite een vernieuwing op gang heeft bracht waarvan de gevolgen voor mensen nog niet te overzien zijn.

Ik zeg niet dat de mensheid opeens vernieuwd, beter en groter  tevoorschijn zal komen. Ik stel alleen dat een onophoudelijke en zeer noodzakelijke verandering zich voltrekt en dat dit mee te danken is aan de fouten die in het nabije verleden en heden overal werden gemaakt dankzij het onbegrip voor de mentaliteit en de gevoelens van de mensen waarmee men te maken heeft. Wat als optimistisch opstekertje tevens het  einde moet zijn van mijn betoog.

image_pdf