Het Goddelijk Licht

18 mei 1965

Voor vandaag zou ik graag de aandacht willen schenken aan die geheimzinnige kracht, of dat Goddelijke Licht, de origine ervan, de werking zoals die kracht tot uiting komt bij het Wessac feest, maar ook bij de mens zelf. Ik zou willen proberen u ook een en ander duidelijk te maken omtrent bet gebruik van die kracht.

Allereerst dan: het Goddelijk Licht. Wij kunnen de aard van deze kracht moeilijk omschrijven, zij wordt buiten ons kenbaar, meestal als gevolg van een bepaald ritueel ofwel een concentratie. Binnen ons kan zij eveneens door middel van concentratie kenbaar worden. De kracht zelf beantwoordt altijd aan een tekort. Hoe lediger men is, hoe groter de kans dat de kracht kenbaar wordt. Wij mogen dit misschien vergelijken met een bliksemstraal, want wanneer de wolken geladen zijn, één ervan is positief en de aarde negatief of omgekeerd, dan zal, wanneer voldoende spanning verzameld is en wel op dat punt dat op dit ogenblik de minste weerstand heeft, een overslag, een vonk plaats vinden. Dat is hier eigenlijk precies hetzelfde.

God openbaart zich het meest aan een mens in werkelijke wanhoop. Dus niet zelfbeklag of zo, dat activeert die kracht niet, maar wanneer er werkelijk een ledig bestaat, helemaal niet meer weten hoe, waarom, waarheen, dan kan juist daarin die kracht heel sterk zichtbaar en kenbaar worden, maar zij is in zichzelf vaag. Het is net als een bliksemstraal, je ziet het licht en het is weg, en je bent terug in het duister, dat bijna net zo groot is als voorheen of misschien voor jou dieper lijkt. Wanneer we dus die aard van het Goddelijk Licht zoals we die zelf kunnen ervaren, definiëren moeten wij zeggen: het is een verschijnsel voor ons van zeer korte duur, dat ons niet verlicht maakt voor alle tijden, maar dat ons alleen de werkelijkheid rondom ons, voor een kort ogenblik doet gadeslaan. En daarmee hebben we een heel belangrijke eigenschap van dit Goddelijke Licht aangesneden.

Op het ogenblik dat het licht optreedt, kun je je richten op dingen die veraf zijn. Daaraan heb je niets voor je werkelijke leven, voor je werkelijke bestrevingen. Vergelijk: Een mens staat op een weg die hij niet kent, in een landschap dat hij niet kent, hij weet niet wat voor gevaren er op die weg zijn, hij weet zelfs niet precies hoe die weg verder verloopt. Nu komt het Goddelijk Licht, de bliksem, hij kijkt naar de horizon, de einder, hij krijgt misschien wel een indruk van het landschap waarin hij zich bevindt, maar hij heeft geen kennis verworven omtrent de weg die hij moet gaan. Wanneer hij daarentegen bij het licht van die bliksem die weg beziet, dus zijn aandacht richt op zijn eigen bewegen, dan zal hij bv. zien dat er een wat wrakke brug ligt, dat er een onverwachte bocht is, en zelfs wanneer hij in het donker verder moet gaan, is hij gewaarschuwd voor die gevaren, zal hij zich daardoor misschien niet zekerder, maar zeker juister en voorzichtiger kunnen bewegen.

Dit is voor de mens altijd weer waar. Wij willen graag een beroep doen op Goddelijke kracht maar wij willen het doen volgens bepaalde regels en regelmaat. In wezen bestaat die regelmaat alleen dan wanneer wij het ledig, dat behoort bij die overslag van die Goddelijke vonk, persoonlijk, bewust en volledig kunnen scheppen. De doorsneemens kan dit niet, dientengevolge zal het optreden van het Goddelijk Licht voor die mens erratisch zijn, zal het niet volgens zijn wil en bestemming ontstaan.

Wanneer wij nu een bijeenkomst zien zoals bv. het Wessac feest, dan zal u opvallen, dat daar een bepaalde formatie wordt opgebouwd. Er is a.h.w. een reflex, een zogenaamde maan, er is een, in het brandpunt als antenne, als een concentratiepunt dienende ster of vierkant; en wij vinden aan de top, als het punt waar de wisseling plaats vindt waaruit het totaal van die kracht kenbaar wordt, de hoofdgroep of altaar. Al datgene wat daarboven ligt, komt in die uiting van het Goddelijk licht automatisch naar voren. Het is dus geen aspect van de rite. Het is slechts een nevenverschijnsel. Je kunt misschien, technisch denkende, dit reconstrueren. Maar de grote spanning, de verwachting, de innerlijke wetenschap die noodzakelijk zijn, maken het de mensen die daar aanwezig zijn en ook de entiteiten, mogelijk om zichzelf te vergeten in de grote openbaring. Er is een absolute zelfnegatie en door die zelfnegatie wordt de openbaring pas mogelijk.

Er zijn natuurlijk nog andere punten die wij omtrent dit licht kunnen bezien. En dan moeten we ons afvragen waarom is het in zijn wezen vaag? Het is niet een stem die bevelen geeft. Het is niet een beeld dat ons zegt wat er is, of gebeuren gaat. Het is alleen maar iets wat ons onze eigen wereld en onszelf doet beseffen, volgens ons eigen weten, ons eigen bewustzijn.

Ik geloof dat we daar in de eerste plaats moeten stellen: het Goddelijk Licht is kosmisch. De verschijningsvorm daarvan kan voor ons dus overweldigend groot zijn. De kracht zelf is voortdurend aanwezig, zij het in mindere concentratie. Er kan uit het geheel van het Al en de openbaring van het geheel van het Al niet verwacht worden, dat een detail scherp kenbaar is. Wij kunnen evenmin verwachten dat daarin een boodschap wordt gegeven die niet voor alle tijden zou zijn. Daarmee valt dus de directe opdracht, de directe werking, zoals de mens die wil zien, eigenlijk weg. Wat overblijft, is het activeren van de mens zelf.

Dan komt het volgende punt. Wanneer treedt die kracht op? Ik heb het al gezegd zo’n beetje: wij kunnen die kracht doen optreden, wanneer wij alle verstandelijk denken, alle redelijkheid, alle norm en normaliteit die bij ons stoffelijk of geestelijk bestaan horen, terzijde zetten Niet alleen omdat deze een grens vormen tussen ons en het Grotere, maar ook omdat zij een afweer vormen ten opzichte van het Hogere. Wij zijn bang voor de openbaring en de waarheid, of die onszelf betreft, of de wereld, of ons leven. Door onze rede, verdraaien wij de feiten, de waarheden, de verschijnselen, totdat het ons mogelijk is daarmee te leven. Velen zullen zeggen; dat is voor mij niet waar, maar je doet het haast onbewust, een kind krijgt het met de moedermelk in en men neemt het zelfs mee tot over het graf, deze neiging. Het is werkelijk een feit.

Wanneer wij op een enkel punt, dus niet op alle punten, een ogenblik die rede uitschakelen, dan ontstaat een kracht. Die kracht gaan we dan wel weer rationaliseren meestal, we gaan er een vorm aan geven, een gestalte, maar zij is voor ons op dat moment bereikbaar. Wat wij van die kracht in ons kunnen aanvaarden, is a.h.w. een vermogen dat wij krijgen. Het weten dat er mee gepaard gaat, is voor ons ook niet aanvaardbaar. We moeten dus ook zeggen dat van het weten slechts een deel geaccepteerd wordt, een zeker innerlijk weten kan ontstaan, maar dit beantwoordt wederom niet aan logica of redelijkheid, zoals de mens die hanteert. Zodra wij op één punt dit prijsgeven, kan het Goddelijk Licht zich aan ons openbaren. Maar dan zal die openbaring niet zijn, het werkelijke, het al onthullende, het witte licht, het zal steeds zijn, een deel licht, ofwel één van de kleuren. We kunnen dan verder nog constateren, dat de intensiteit waarmee het licht optreedt, voor een groot gedeelte afhankelijk is van de intensiteit waarmee wij die zelfnegatie bereikt hebben. Je zou kunnen zeggen: de optredende kracht in ons, is gelijk aan het product van onze zelfnegatie en onze concentratie. Op deze manier zal het licht zich in vele verschillende vormen kunnen tonen en is het toch in al die vormen één en hetzelfde, treedt het op als één en dezelfde kracht en kan het voor elk denkbaar menselijk doel, elk denkbaar geestelijk doel, zonder meer gebruikt worden, zowel ter verkrijging van kennis als om eventuele veranderingen, tijdelijke veranderingen meestal tot stand te brengen.

Hier dan de theorie. Het zijn wel feiten, maar voor u is het theorie. Ik geloof dat we er goed aan doen, om ons nog eens even af te vragen, wat dit Goddelijk licht betekent voor de wereld en voor de mens. Voor de wereld als zodanig betekenen die openbaringen van Goddelijk Licht een stimulans op elk terrein dat binnen de mensheid genegeerd wordt, dus wat ontkend wordt. Het is juist het ontkende dat door het Goddelijk Licht weer tot leven komt en krachten ontvangt, hierdoor ontstaat een voortdurende wisseling van gerichtheid in maatschappij, in menselijk denken, in godsdienstige denken en streven. Het is a.h.w. de evolutie, de vooruitgang waarvan we spreken.

Wanneer het een mens zelf betreft, dan kunnen we zeggen: dat Goddelijk Licht is altijd bij die mens, maar het zal hem juist dáár treffen waar zijn bewustzijn op dat ogenblik niet verstaat. Het is dus altijd voor de mens een onverwachte beleving, ook wanneer hij in zichzelf werkzaam is. Om nog even bij dat onweer te blijven, bij die vergelijking: wanneer wij een zeer beperkte zelfnegatie bereiken, dan zal het verschijnsel doen denken aan weerlicht. Er is een lichtschijnsel maar deze is niet voldoende sterk, het brengt geen definitieve krachten of resultaten met zich. Naarmate wij die intensiteit groter zien worden, zal in ons een verandering van denken, van weten (vaak een onbewust weten) ontstaan, en gelijktijdig een kracht of een gebruik van krachten tot op dat ogenblik voor ons niet denkbaar of door ons niet aanvaard. Een aardige kwestie hierbij is de manier waarop de mens reageert. Hij wordt in vele gevallen bang voor het onbegrepene, hij is bang voor deze instinctieve waarden en keert graag terug tot zijn eigen redeneringen. Zo wordt veel van het Goddelijk Licht dat op aarde is uitgestort, waardeloos wat erkenning en kracht betreft.

Ik geloof dat we nu maar eens aan de praktijk moeten beginnen. Wanneer kan ik een Goddelijk Licht verwachten? Hetzij door bemiddeling van anderen, hetzij onmiddellijk in mijzelf. Het antwoord is: in mijzelf alleen, wanneer ik kom tot een zodanige zelfvergetelheid, of een zodanige wanhoop, dat het leven op dat moment voor mij waardeloos is. Als ik mijn eigen waardeloosheid erken, ontstaat de waarde vanuit het Goddelijke in mij. Hoe ontstaat het in een gemeenschap? Wanneer de gemeenschap in haar geheel bestaat, zullen de individuen, die zich in het doel of de bestreving van de gemeenschap waarlijk verliezen, voor de gemeenschap als zodanig een negatieve waarde zijn en zal voor die gehele gemeenschap het Goddelijk Licht optreden. Het zal dan daarbij kiezen, dat punt uit de gemeenschap waarin het negatieve element het sterkst vertegenwoordigd in (niet in de slechtste zin hoor, maar in de zin van ledig) en zal via dit middelpunt, dat dus niet van tevoren vast te leggen of te bepalen is a.h.w. zijn kracht of weten tot uiting brengen. Het krijgt daarbij een vorm, die meestal eveneens niet redelijk is, de verschijnselen die optreden, hebben niet de aspecten van de normale menselijke samenleving, handel- of denkwijze. Hoe kunnen wij gebruik maken hiervan?

Het weten. Het weten, dat moet u goed begrijpen, dat is dus erg afhankelijk van uw eigen belangstelling. Een ervaring waarbij kracht of licht, hetzij volledig of onvolledig, voor u tot uiting komt, maakt het u mogelijk om te kijken naar de horizont, maar u zult daarmee niet wijzer zijn. Deze horizont behoort niet tot uw levensbereiking. U kunt er niets mee doen. Wanneer dus het ego bij het ontvangen van de kracht, de problemen rond het ik, deel van eigen weg of taak beseft, en de ontvangen kennis daarop toepast wordt pas resultaat bereikt. De kennis, de innerlijke wetenschap die uit het Goddelijk Licht voortkomt, is niet rationeel, ze heeft niets met de hersenen te maken. Zij omvat waarden die de hersenen slechts als een deel, als een plotselinge ingeving bv. of een plotselinge erkenning zal ondergaan. Daarom zal een mens al die ingevingen moeten zien als van volledige waarde. Ook wanneer we een inspiratie krijgen die te gek is om los te lopen. Dan zou daar krachten een innerlijke kennis, waarheid kunnen in schuilen. Behandel die stelling dus alsof zij juist ware, maar u leeft in uw eigen wereld, benader dan die stelling vanuit uw eigen denken en logica; haar niet ontkennende, negatief makend, maar haar ontwikkelen tot iets wat in uw eigen leven en wereld past. De vormen waarin dit optreedt zijn inspiraties, deelboodschappen, een plotselinge selectiviteit, hetzij van gevoelens, hetzij van smaak van boeken die u wilt hebben, het gezelschap wat u zoekt. Hierbij speelt altijd een schijnbaar toeval een rol. U moet dus niet denken dat het beredeneerd of gezocht kan worden. Dit toeval kan soms bestaan uit 2 of 3 woorden die voor u alleen ineens een betekenis krijgen, een totaal andere samenhang opbouwen. In dat geval moet wederom het geheel niet worden gezien als een spel of als een wet, maar als een besef wat toegepast moet worden op alle dingen. Niets uitgezonderd.

Wanneer die inspiratie past voor de theologie, voor de rechtsgeleerdheid, dan moet zij eveneens kunnen worden toegepast op het huishoudelijk leven, op het gedrag op de openbare weg enz. Elke kennis uit het Goddelijk Licht in het ik gelegd, is van voortdurende toepassing op het geheel van ons gekend gebied van bestaan. Dit laatste wordt over het algemeen weleens over het hoofd gezien en juist daardoor krijgt het innerlijk weten niet zijn grote betekenis. Denk echter niet dat u nu de enige bent, die dat misschien wel gedaan heeft of doen zal. Grote mannen als Einstein bv. zijn mensen die uitgaan van een absolute onbewezen en schijnbaar onlogisch denkbeeld en dit formuleren volgens hun eigen wereld en bruikbaar maken. Edison deed precies hetzelfde, Pasteur, Koch, Curie zelfs. Het zijn wetenschapsmensen inderdaad, hun systemen en hun benadering vloeien voort uit de menselijke middelen en kennis. Maar het denkbeeld, het beginpunt, is dit innerlijk weten. Het is dus wel alomvattend. De werkelijk “groten” van deze aarde maken daarvan gebruik. Maar wanneer zij dit doen, waarom zou u het niet doen? Wanneer je in jezelf iets aanvoelt, dan moet je niet zeggen dit ga ik zonder meer omzetten in waarheid of dit is het feit en de rest hindert niet. Dat kun je niet. Je moet doodgewoon zeggen, dit is waar. Hoe pas ik dit toe in mijn eigen bestaan. Hetzelfde zien we ook bij die Kracht.

Natuurlijk, rond ons is het Goddelijk Licht, met voldoende vertrouwen kunnen we er voortdurend uit putten. Wij beschikken daarmee over een kracht die, voortvloeiende uit onze eigen instelling, in staat is om vele wonderlijke dingen te doen. Volkomen juist. Maar wanneer wij het Goddelijk Licht in ons ontvangen, ’t zij een heel klein flitsje of die daverende alverblindende bliksemstraal, dan zullen wij het gevoel hebben dat wij iets kunnen. Wij drukken ons meestal uit op een terrein dat ons bijzonder aantrekt. We zullen dat interpreteren volgens ons eigen geloof, volgens de maatschappij waarin wij leven, en daarin ligt weer de fout. Wanneer u de Kracht bezit om een tafel te laten dansen, bezit u ook de kracht om een zieke te genezen, maar dan bezit u ook de kracht om een mechanisme te laten lopen. Er is geen verschil. Dat verschil ligt in het menselijk voorstellingsvermogen. De Goddelijke Kracht in de mens is bruikbaar voor alle dingen. Als we dat goed begrijpen, dan komen we vanzelf tot de regeltjes die je dus zou moeten hanteren:

  1. Het werkelijk Goddelijk Licht wordt ontvangen wanneer in mij een ledig, een gebrek aan weten, besluitvaardigheid of mogelijkheid bestaat, dat mij geheel beheerst.
  2. Rond mij is dit Goddelijk Licht, zij het in een andere concentratie, voortdurend aanwezig. Mits ik niet mijzelf concentreer op mijzelf, maar mijzelf vergeet, zal ik dus voortdurend toegang hebben tot iets daarvan. Ik zal er altijd iets uit kunnen putten.
  3. Kracht, weten en zelfs ontwikkeling en eigenschappen, die voor de mens uit het Goddelijk Licht voortkomen, passen niet binnen de redelijkheid van zijn leven tot op dat ogenblik. Zij kunnen er zelfs vaak mee in strijd zijn. Dit zijn geen openbaringen die een onmiddellijk volgen zonder meer vergen, zij zijn een punt van uitgang, op grond waarvan men eigen leven kan herzien.
  4. Wanneer ik besef over een kracht te beschikken, zal ik dit besef als een feit moeten aanvaarden, de voorstelling die ik daaraan verbind echter behoeft niet juist te zijn. Ik zal moeten nagaan waar mijn kracht het best gebruikt kan worden op dat ogenblik, waar ik haar volgens mijn eigen zijn en leven het beste kan uiten. Geen dagdromen dus herleiden tot de feitelijke mogelijkheden en noodzaken van eigen bestaan.
  5. De Goddelijke Kracht is datgene waaruit het Al is opgebouwd. Al het bestaande in stof en sferen is als zodanig onderdanig aan deze kracht, kan hierdoor beïnvloed en veranderd worden. Waar ik dit vanuit mijzelf volbreng, is mijn enige beperking, mijn kennis of voorstellingsvermogen. Bv. Iemand heeft een buitengewone gevoeligheid, men zou hem waarschijnlijk een paragnost noemen, maar hij verwerpt dit zelf, hij is chirurg, hij weet uit 4 of 5 door educatie, mogelijke diagnosen, de enige juiste te kiezen. Hij weet a.h.w. al opererende, bepaalde afwijkingen te voorzien, zodat zij niet tot een fatale afloop voeren. Deze mens heeft een deel van zijn innerlijk weten en van zijn kracht binnen zijn eigen beroep geconcentreerd. Hij behoeft zich daarvan niet eens bewust te zijn, maar zal die resultaten alleen bereiken wanneer hij zichzelf vergeet in zijn taak.

Voorbeeld: Een mecanicien staat voor een auto, terwijl anderen de motor moeten onderzoeken, kijkt hij en luistert en hij weet wat er gaande is, wat meer is, hij repareert met een onvoorstelbare snelheid en gemak. Ook deze mensen zijn er. Die mens gaat eveneens uit van een innerlijk weten. Hij beseft zelf niet dat hij het heeft. Hij noemt het een gave of een handigheid, maar het is een wetenschap. Hij zal dit alleen presteren, wanneer zijn interesse voor het sujet in kwestie, zo intens is, dat hij vergeet aan zich of zijn eigen behoeften te denken op het ogenblik. Een chauffeur rijdt op een autostrade, in dat verkeer reageert iemand onverwacht, theoretisch zou een aanrijding onvermijdelijk zijn, maar op het ogenblik dat de ander in zijn denken a.h.w. zijn manoeuvre vastlegde, heeft de ander daarop reeds gereageerd. De reactiesnelheid is ongelooflijk groot en vlug en toch bezit die mens bij testen, een normale reactietijd. De mens heeft gebruik gemaakt van een innerlijk weten, hij besefte, dat er een verband moest bestaan tussen hem en de andere (noem het voor mijn part telepathie) aan de reacties van allen die voor hem van belang waren. Maar als hij niet geconcentreerd is op de weg, zal hij de waarschuwing niet ontvangen en al zal zijn reactie niet even snel zijn, zal een ongeluk plaats vinden. Dit wat betreft dus de voorbeelden van weten. Nu de kwestie van kracht.

U hebt misschien weleens te maken gehad met een kapper die vreemd genoeg met een massage ernstige hoofdpijnen wegneemt en dies meer. Die man is in wezen een magnetiseur, hij weet het zelf niet, hij denkt er zelfs niet over, maar zijn doel is wel zijn cliënt verlichting te verschaffen, zich prettig te doen voelen. Hierdoor ontlaadt hij automatisch de kracht die hij bezit. Een ander vb. een machine staat stil, er is een kleinigheid aan, laten we zeggen een korreltje zand ergens in een relais. Er komt iemand aan, hij kijkt ernaar, hij drukt een paar maal op een knop, hij geeft een tik en het ding loopt weer, de zandkorrel is weg. Toeval, neen. De man heeft zonder het te beseffen. Zich gericht naar de oorzaak van de fout, en heeft deze eenvoudigweg opgelost, door zijn wil om dit te doen. Denkt hij echter, ik zal dit doen om eens te laten zien hoe goed ik ben, dan mislukt het. Met deze vb. heb ik u misschien iets duidelijker gemaakt wat ik bedoel.

Nu kunnen we natuurlijk verder gaan met regeltjes geven, maar op den duur wordt dat vervelend. Laten we dus de zaak nog even anders stellen: Op het ogenblik dat ik mij concentreer op iets wat niet ik is, niet deel van mijzelf, niet direct deel van mijn belangen, dan schep ik in mijzelf een ledig, of ik dit nu doe op het sacrament in een processie, op een belknop, een bloem, doet niets ter zake, het is mijn overgave op iets wat buiten mijzelf bestaat, dit brengt voor mij het contact tot stand. Wanneer dit contact bestaat, gelden op dat ogenblik en alleen zolang het contact dus bestaat, geen wetten, geen natuurwetten, alleen de Goddelijke Wet zelf. Er is geen enkele regel, geen kracht op mij van invloed, buiten de Goddelijke, plus misschien mijn eigen besef. Die toestand, die kan misschien voeren tot bekende verhalen, de levitatie van tovenaars, spiritistische mediums, heiligen in meditatie enz. Die levitatie op zichzelf is een teniet doen van een natuurkracht tot op zekere hoogte. Hieruit blijkt wel dat de beperking die is opgelegd wel heel gering moet zijn.

Wanneer ik die kracht in mij draag en een zelfde absolute irrationaliteit bereik, de zelfvergetelheid, zal ik, indien mijn wil sterk genoeg is, dit resultaat op elk terrein tot stand kunnen brengen. Theoretisch zou men daarmee zover kunnen gaan dat men een motor zonder benzine lopende kan houden. In de praktijk zal er een eigenbelang bij optreden en dan zal die werking wel niet doorgaan. Maar in de theorie is het zo. Wanneer een mens, lichamelijk gezien dood moet zijn en je kunt je de werkingen van zijn lichaam voorstellen, je hebt de wil dat hij leeft, zonder dat je er zelf bij betrokken bent, kun je de pulserende krachten geven, waardoor het hart klopt, waardoor het bloed door de aderen gaat, waardoor de reactie van het lichaam mogelijk is, en zelfs indien de koord niet verbroken is, de terugkeer van de geest. Zo zijn de mogelijkheden.

Zo lijkt het wel een propagandapraatje. Maar ik geloof dat dat niet praktisch is, want wonderen zou u allen graag willen doen, maar zult u waarschijnlijk niet kunnen doen, zolang u uitgaat van uw eigen denken en wezen zoals het nu nog is. En daarom gaan we proberen het nog simpeler, eenvoudiger en nog praktischer te maken.

Wanneer in mij een beeld bestaat, onverschillig waarvan, kan ik dit beeld kracht geven en zo het beeld, dus een weergave van iets in mijn eigen wereld, in datgene wat met die kracht identiek is, die kracht tot uiting brengen. Overal waar je zelf bij te pas komt, waar een voorbehoud, zelfzucht is, bereik ik geen resultaat. Dan zal de doorsnee mens niet op maximale resultaten af mogen gaan. Want hij beschikt immers niet over de zelfverloochening, de vergetelheid die nodig is, om dit tot stand te brengen. Ga af op kleine resultaten. Houd er rekening mee dat u Goddelijk Licht en Goddelijke krachten kunt ontvangen, zonder dit werkelijk te beseffen. Bv. wanneer uw geest in uitgetreden toestand is. Bv. op een ogenblik dat het lichaam schijnbaar in slaap is en de beleving zelf alleen maar een onrustig ontwaken en een vreemd gevoel van verzadiging en gelatenheid, van gezelligheid zelfs met zich brengt. Wanneer u dus in uzelf die onredelijke inspiraties hoort, wanneer ineens die eigenaardige woorden opdoemen, zo’n woord waarvan je zegt, waar hoort het nu bij, wat heeft het er mee te doen; dan is het een reden om deze dingen te bezien. Niet wetenschappelijk, niet psychologisch, maar alleen, wat heeft het op dit moment met mijn leven praktisch te maken. Op deze wijze kan niet alleen wat men noemt intuïtie ontwikkeld worden of voorkennis van de komende feiten, maar kan men wel degelijk komen tot een wijziging van eigen leven in overeenstemming met eigen wezen, eigen weg, dus geestelijk vruchtbaarder en juister en in overeenstemming met eigen wereld. Harmonie is het kenteken van slagen. Die vreemde inspiraties, onverwachte kleine boodschapjes en dergelijke, die je ontvangt, zijn over het algemeen bruikbaar om die harmonie te bevorderen en even gelijktijdig aan welke richting je het beste kunt streven. Houdt je daaraan zover dit mogelijk is. De wijzigingen in eigen denken en leven die zo optreden, zullen u niet onmiddellijk stellen in andere sociale of maatschappelijke omstandigheden, ze zullen je wel richten op de voor u juiste toestand.

Dan nog een punt. Voor heel veel mensen belangrijk; ga uit van het standpunt dat elke vermoede, onredelijke weg gevolgd mag worden op het ogenblik dat blijkt dat de redelijke weg niet tot het begeerde doel voert. Elk doel is aanvaardbaar, mits het niet alleen uw eigen wezen is. Wie voor zich kennis of macht wil verwerven, zal deze niet verkrijgen. Wie macht en kennis alleen begeert om daardoor waarlijk te dienen, verkrijgt het.

Misschien denkt u dat het laatste overdreven is. Ik kan me voorstellen dat u denkt, nou ja dat komt eigenlijk niet voor, want ik heb zoveel gedaan, zoveel gestreefd, geprobeerd. U heeft gelijk, maar u vergeet een ding: Wanneer u wilt genezen om zelf genezen te zijn, zal het u niet lukken. Wanneer u een mystieke ervaring wilt hebben, om een mystieker te zijn die tegenover anderen zijn ervaring kan etaleren, blijft ze uit. Wanneer u een machtwoord spreekt om een ander te helpen, heeft het resultaat. Wanneer u een machtwoord spreekt om daarmee zelf de macht te hebben iets te doen, zeggenschap te gewinnen, krijgt u het niet, Daarin ligt het raadsel, maar ook de verklaring van het Goddelijk Licht. God is voor ons een compenserende factor. Het Goddelijk Licht compenseert onze tekortkomingen, maar alleen, wanneer we die zelf accepteren, wanneer we er niet mee bezig zijn. Het Goddelijk Licht is kosmisch en kan ons dus alleen aanvullen sterker of wijzer maken in het verband van de totale wereld buiten de tijd om eigenlijk. Wij kunnen ten laatste nog dit zeggen.

Juist de mens, die grote moeilijkheden in zich kent, wordt vaak bewogen door een gevoel van machteloosheid. Het lijkt wel of op elke inspiratie, op elk origineel denkbeeld een stop geslagen is. Dat is geen bewijs dat zo iemand stop staat, het is alleen een bewijs dat hij op dit moment in een verkeerde richting actief is en zoekt. Compensatie, zoals u die materieel in vele gevallen zoekt, is binnen het Goddelijk Licht geen werkelijke factor. De compensatie in het Goddelijk Licht, in het geheel van de schepping, niet in u leven. Dientengevolge, kan van een compenserende werking van het Goddelijk Licht alleen dan gesproken worden, wanneer het uw eigen relatie met die wereld betreft en dan die relatie zoals die in waarheid bestaat, en niet zoals u ze zich voorstelt.

Ik geloof dat ik daarmee het onderwerp kan gaan afronden. En dat zou ik graag willen doen met nog even op de Wessac terug te komen. Want de Wessac is een uitstorting van kracht en de meesten van u denken dat het daarmee gebeurd is. Maar wat is het feit, na de uitstorting van kracht, komt de grote raad samen om besluiten te nemen. Die raad zoekt niet naar zichzelf en ze ziet zichzelf niet eens als een gezagsorgaan.

Ze voert alleen het erkend noodzakelijke uit. Voor die tijd heeft ze vaak ook reeds in beraad geweest. Men heeft dus een voorstelling van de problemen. Maar vaak blijven die problemen onopgelost en zal na de uitstorting van Licht een totaal andere reeks van problemen ter sprake en tot oplossing komen. Ik vertel u dit in bijzonder om duidelijk te maken dat zelfs de Witte Broederschap met de daarin heersende zeer hoge geesten, wat u zult zeggen, de grote meesters en krachten, de grote ingewijden ook, die op aarde vertoeven, niet meer zijn dan u, in deze.

Maar het is God die de Schepping heeft gemaakt. De Witte Broederschap stelt zich niet alleen ten doel volgens haar beste inzicht, de mensheid te dienen, maar zij probeert dit te doen in overeenstemming met een Goddelijke Waarheid, die ze misschien ten dele, maar zeker niet volledig kent en beseft. Daarom zal het element inspiratie direct inwerken, die hier van groot belang zijn.

Dit is ook de reden dat we vandaag nog niet zijn gaan spreken over datgene wat daar nu eigenlijk besloten is. Want ik weet dat, ofschoon de principiële punten wel zijn vastgelegd, andere bijkomstige punten, maar die voor u van werkelijk belang zijn, die acties betekenen, die ontwikkelingen betekenen, niet zijn vastgelegd. Men weet het punt van uitgang, maar men moet het nog logisch inpassen in de mogelijkheden van het bestaan van die broederschap, van de tendensen die de mensheid beheersen en de kosmische krachten die men kent.

En als u nu zo redeneert, dan zult u begrijpen, dat voor ons allen precies hetzelfde geldt. Daar waar in ons de werkelijke, de absolute noodzaak aanwezig is, of zelfs bewust door ons geschapen wordt, is het Goddelijk Licht een onmiddellijk antwoord. Het optreden van het Goddelijk Licht is niet afhankelijk van tijd en plaats, slechts van onze eigen instelling en die kunnen we op bepaalde tijden en plaatsen misschien beter vinden dan elders. De werking van het Goddelijk Licht is de activering van ons eigen bewustzijn, binnen een Goddelijke waarheid.

Weten is waardeloos zonder kunnen. Kunnen zonder begrijpen lijdt tot mislukking. Begrijpen dat gebaseerd op een kunnen en een weten, is de erkenning van een Goddelijke Werkelijkheid, zelfs in de beperkte uiting van eigen zijn en wereld.