Het grote ik

uit de cursus ‘Zelfprojectie’ 1984-1985

Alles wat je bent alles wat je ooit zult zijn, alles wat je aan mogelijkheden in je draagt, is deel van je eigen wezen.

Wie op aarde leeft, gebruikt maar een betrekkelijk klein deel van die totale persoonlijkheid. Als die persoonlijkheid echter leert innerlijk aanvaarden kan zij via emoties, via inspiraties en hoe men dat ook moge noemen een aanvulling vormen op het redelijke bestaan en je daardoor een verdieping geven van het ik-besef.

Als je jezelf wilt projecteren (of dit nu is je wezen, je uitstraling projecteren dan wel jezelf buiten de stof plaatsen en elders gaan waarnemen) dan zit je altijd met die twee dingen: het Grote Ik en het stoffelijke ik. Op het ogenblik dat tussen deze beide weinig of geen verbinding is, zal het uitstralen van je persoonlijkheid over het algemeen beperkt zijn. Als je daarentegen innerlijk zeer sterk geladen bent, zodat je emoties, je onbewuste achtergronden, je geestelijk deel van het ik a.h.w. meespreken, dan projecteer je plotseling een veel sterker veld, je bent veel gemakkelijker aanspreekbaar, veel gemakkelijker te bereiken.

Het zal u duidelijk zijn waarom ik dus het Grote Ik als basis neem. Want bij alles wat wij willen bereiken is dit totale ik gelijktijdig onze begrenzing en voor ons een bijna onuitputtelijke voorraadschuur van mogelijkheden.

Wij hebben in de cursus een aantal aspecten bezien. Wij zijn filosofisch geweest. Wij hebben het gehad over de mogelijkheden om het ik op welke wijze dan ook te projecteren. Wij hebben gesproken over harmonie. Al die dingen zijn van belang. Laten wij dan deze laatste bijeenkomst eens gebruiken om eenvoudig een paar punten op een rijtje te zetten en daar dan nog enkele praktische conclusies aan verbinden.

Het totale ik bevat een weten dat vele levens en vele werelden omvat. Niet al dit weten is toe te passen in de stoffelijke wereld. Een groot gedeelte daarvan kan echter worden aangepast en heeft dus in de stoffelijke wereld wel enige betekenis.

Wanneer wij in onszelf stil kunnen zijn zodat het gehele ik een eenheid wordt en niet meer de redelijke persoonlijkheid als een opposant staat tegenover de emotionele zijde, dan ontstaat voor ons een fusie waarin de gehele persoonlijkheid met al haar mogelijkheden zich kan manifesteren. Dit is onder meer een bron van kracht. Daarnaast echter betekent het een niet rationeel maar intuïtief tot stand gekomen weten. Dit weten hebben we nodig omdat het onze oriëntatie bepaalt t.a.v. de wereld die we nu als de onze beschouwen.

De praktische conclusie is dan in de eerste plaats: meditatietechnieken van welke aard dan ook zijn dien­stig om een ik-projectie te verwezenlijken. En de mogelijkheden daarvan te vergroten. Daarbij is het wel van belang dat meditaties niet op een on­derwerp maar op totale rust, op totale eenheid van het ik zijn gericht. In de tweede plaats: ons ik heeft een groot aantal voertuigen. Elk van die voertuigen kan in zijn eigen wereld waarnemen. Wij beschikken ook wanneer we op aarde zijn over enkele voertuigen die kunnen worden gebruikt voor waarnemingen in de materie zowel als in de astrale wereld en in bepaal­de Zomerland werelden. Als wij het hebben over de projectie van onze persoonlijkheid, dan denken wij gewoonlijk niet verder dan deze mogelijkheden. Het daarvoor ge­bruikte voertuig is over het algemeen het etherische, in enkele geval­len een laag geestelijke. Het astrale voertuig wordt door ongeschoolden gebruikt, maar bergt vele gevaren in zich. Het gebruik daarvan zou vermeden moeten worden.

Elke projectie van de persoonlijkheid met het doel waarnemingen te doen op andere plaatsen zou dienen te geschieden aan de hand van een voorstelling van de plaats die men heeft of van een gevoelsindruk van de plaats die men op welke wijze dan ook kan verkrijgen.

Praktische conclusie: daar het astrale voertuig niet gewenst is, zullen wij bij elk gevoel van uittreding, elk gevoel van wazig worden en wegdrijven ons onmiddellijk concentreren op wat voor ons een symbool is van een geestelijke wereld. Voor veel mensen is bv. de voorstelling van het gouden licht of zonlicht daarbij voldoende. Hiermee voorkomt men dat het astrale voertuig betrokken wordt bij verdere acties die door het bewustzijn worden gestuurd.

Wanneer wij uittreden en een bepaalde voorstelling hebben, dan stel­len wij ons niet voor dat wij naar die plaats toegaan, maar alleen dat wij ter plaatse zijn. Onze eerste taak ter plaatse is altijd waarnemen. Dat wil zeggen, het gezichtsveld bewust en geconcentreerd doen wentelen in een horizontaal vlak van 360 graden. Pas nadat wij dit hebben gedaan en ons dus goed hebben georiënteerd, kunnen wij eventueel verdere bewegin­gen maken. Ofschoon er andere mogelijkheden zijn, is het voor de doorsnee ­stofmens het eenvoudigst als hij zich voorstelt dat hij in de gewenste richting gaat.

Wanneer wij in een geestelijke toestand zijn, hetzij uitgetreden, het­zij in een toestand van ontruktheid dan kunnen wij een medemens niet meer beroeren op stoffelijk niveau. Dat wil zeggen dat stoffelijke rede­lijke benaderingen op dat ogenblik evenmin zinvol zijn. Wij kunnen geen da­den stellen, maar wij kunnen wel invloed uitstralen.

De communicatie in uitgetreden toestand berust in feite op een pro­jectie van denkbeelden of gedachten in ons. Daarvoor is het nodig deze indrukken, deze woorden, deze denkbeelden zo sterk mogelijk te formuleren. Wij kunnen dit het eenvoudigst doen door ze ons eerst voor te stellen en ze dan uit te spreken. Geestelijk doe je dat dan ook inderdaad al hoort niemand het. Hierdoor is het denkbeeld dermate scherp geformuleerd en bo­vendien op een bepaalde persoonlijkheid gericht dat de overbrenging ervan naar tenminste diens onderbewustzijn en bij gevoelige personen direct naar het bewustzijn mogelijk is geworden.

De praktische conclusie: wij moeten, als wij willen projecteren wat we zijn, op een zeer definitieve wijze te werk gaan. Geen vage voorstellingen, maar een nauw omschreven beeld. Geen algemene gevoelens, maar een nauwkeurig omschreven boodschap. Wees niet bang voor formuleringen, de formulering doet niet te zake. Ze wordt toch altijd door de ontvanger vertaald in eigen termen, als hij ze al bewust ontvangt.

Realiseer u dat u uitgetreden zijnde geen mogelijkheid heeft dan alleen het projecteren van gedachten tot communicatie met mensen die in de stof leven en dat u verder geen directe mogelijkheid heeft tot in­grijpen op stoffelijk niveau.

Dan komen wij terecht aan de andere kant van de zelfprojectie waar wij proberen om onze persoonlijkheid uit te stralen. Daarbij zijn een paar punten die iedereen kent. Ik zal ze nog eens herhalen.

Wanneer u bepaalde emoties of gevoelens heeft, dan straalt u die uit in uw omgeving. U doet dat intenser naarmate u zelf vollediger en emotioneler bij hetgeen u doet betrokken bent. Het is duidelijk dat als u sterk uitstraalt, u zelfs voorwerpen met die uitstraling dermate kunt doordringen dat ze nog wel lange tijd daarna diezelfde emotie blijven uitstralen op een manier die voor ieder gevoelig persoon merkbaar is.

Realiseer u heel goed dat u dus nooit slechte gevoelens moet uit­stralen, als u toevallig een paar voorwerpen in de buurt heeft staan. Ik zou het trouwens als ik u was helemaal vermijden, maar dat is een zuiver persoonlijke opinie.

Wanneer u echter woede of iets dergelijks uitstraalt en u laadt voorwerpen daarmee op, dan blijft die straling daarin doorwerken. Dat is iets dat vergelijkbaar is met de zgn. spookverschijnselen die als een afdruk in de omgeving liggen en die door een gevoelig persoon weer tot leven kunnen worden gewekt.

Realiseer u verder: uitstraling van gevoelens impliceert oprecht­heid van de persoonlijkheid. U kunt uw persoonlijkheid niet projecteren als u niet althans innerlijk oprecht bent. Uiterlijke vormgeving doet daarbij minder ter zake, maar wij moeten rekening ermee houden dat alles wat wij innerlijk zijn wordt geprojecteerd, niet datgene wat wij het liefst naar de ander zouden willen overbrengen. Hiervan zijn modificaties mo­gelijk, maar dat kan alleen op zeer korte afstand, voor zeer korte tijd en met een betrekkelijk geringe intensiteit.

Conclusie: willen wij gaan werken met uitstralingen vanuit onze stoffelijke persoon­lijkheid, dan is het zeer belangrijk dat wij innerlijk tot rust komen. Eerst wanneer wij een mate van innerlijke evenwichtigheid hebben bereikt, zijn wij namelijk in staat tot een zuivere definitie te komen van datgene wat wij wensen te representeren zonder daarbij gelijktijdig te proberen onze persoonlijkheidsgegevens in feite te vervalsen.

Wilt u echter die persoonlijke uitstraling sterk richten, kies dan iets waarvan u eerlijk overtuigd bent; iets waarmee u zich innerlijk ver­bonden voelt. Maak dit tot draaggolf van al datgene wat u aan een ander a.h.w. wilt opleggen of wat u die ander wilt geven. U zult ontdekken als uw liefde voor de natuur zeer sterk is, u een persoon, zelfs als die persoon u eigenlijk antipathiek is, toch kunt benaderen met een uitstra­ling van liefde op het ogenblik dat u die persoon ziet als deel van het milieu. Zou u hem als een afzonderlijke persoonlijkheid benaderen, dan wordt hij onoprecht en de mogelijkheid om dan werkelijk met uw uitstraling die persoon te bereiken en tot een zekere harmonie te brengen is zeer gering.

Er zijn natuurlijk nog andere methoden en werkwijzen. Het zou te ver gaan om die allemaal hier op te sommen.

De basis van alles wat we doen is gelegen in iets wat ik toch een filosofisch concept acht.

Er is één kracht. Wij zijn deel van die kracht. Door ons dit deel zijn van die kracht bewust te worden, kunnen wij werken uit het geheel van die kracht voor zover ons wezen die kan bevatten. Dit is zeer belangrijk. Maar er zijn belangrijkere dingen wanneer je in de stof leeft dan alleen dit.

Dat wat je doet, moet verantwoord zijn. Je kunt geen fantasiewereld opleggen aan de werkelijkheid. Als je al enige kracht daardoor kunt over­dragen, dan zul je toch weer ergens gefrustreerd zijn door de gevolgen. Nogmaals, realiseer je heel goed wat je moet zijn, wat je moet doen.

Innerlijke vrede, innerlijke harmonie, ja, een punt bereiken waar alle denken a.h.w. vervaagt en geen betekenis meer heeft, is ook hier erg belangrijk.

Deel zijn van God, zoals men dat dan noemt, betekent echter ook een verantwoordelijkheid aanvaarden voor al datgene wat die God in je legt. Je kunt niet het ene zijn zonder het andere. Elk gebruik van de kracht in u betekent ook een verantwoordelijkheid ten aanzien van de bron van de kracht waaruit u de zaken put. Juist die verantwoordelijkheid zal voor een stoffelijk mens betekenen dat hij op een redelijke wijze te werk gaat; dat hij zijn procedure in vaste vormen giet; dat hij datgene wat hij wil bereiken ook inderdaad in zijn stoffelijke wereld als goed en aanvaardbaar ervaart.

Het zal u duidelijk zijn: bij al deze dingen is de achtergrondgedach­te van overwegend belang. Als u niet kunt geloven dat u deel bent van de totale kracht, dan zal het heel erg moeilijk zijn om daaruit te werken. Als u gelooft deel te zijn van een andere beperkte kracht, zult u daar­uit kunnen werken omdat ze een deel van het goddelijke weergeeft. Maar u bent dan beperkt door de geaardheid van het wezen dat u zich voorstelt.

Nuchtere conclusie in dit geval.

Ongeacht alle filosofische concepten is een aanvaarding van een totaliteit of van een kracht noodzakelijk om daaruit kracht te kunnen putten, de persoonlijkheid te projecteren of krachten vanuit de stof­felijke persoonlijkheid te projecteren. Daar waar deze aanvaarding te veel wordt overschaduwd door een ik-beeld, zal de werkzaamheid en de mogelijk­heid van elke projectie aanmerkelijk worden verminderd. Iemand, die al­leen zichzelf zoekt, kan alleen met zijn eigen krachten werken en die zijn dan in vergelijking tot andere zeer beperkt.

Werk uit het besef van het geheel. Geloof aan een kracht, hoe u deze ook omschrijft. Voel u deel van deze kracht. Stem uw wezen en uw werken af op deze kracht; maar zorg ervoor dat ze in uw eigen wereld en voor uw redelijk en stoffelijk besef zo goed als voor uw gevoel aanvaardbaar blijft. Pas als dit het geval is, heeft u optimale resultaten te verwachten.

Wie probeert alles in vormen en formalisme onder te brengen, zal heel snel ontdekken dat ook dit ketenen zijn. Als wij het ik willen projecteren en wij doen dat alleen aan de hand van een vaste procedure, dan kunnen wij zonder deze procedure niet meer wer­ken. Maar op het ogenblik dat wij de procedure op zichzelf als van geen belang achten en zo nodig achterwege kunnen laten op grond van een inner­lijke overtuiging, zullen wij onder alle omstandigheden en te allen tijde kunnen werken uit de kracht van de totaliteit. Wij zullen dan met de kracht van de totaliteit al datgene wat waarlijk en eerlijk in ons leeft kunnen pro­jecteren naar de buitenwereld. Het is van groot belang dat u ook dit be­grijpt.

Er zijn mensen die bepaalde spreuken gebruiken (koans e.d.) om in een bepaalde trance te komen en daarin dan het gevoel van eenheid beleven. Ik heb daar niets op tegen. Maar als u nooit heeft geprobeerd met een an­dere spreuk hetzelfde te bereiken of desnoods door een andere procedure hetzelfde tot stand te brengen, dan heeft u uw mogelijkheden beperkt. Praktisch gezien betekent dit: wees vooral plooibaar ook in uw geestelijke benadering. Wees plooibaar in de manier waarop u de dingen doet. Laat mij het zo zeggen:

Het ene ogenblik kunt u zich projecteren naar een mens met een korte hevige golf. Het volgende ogenblik wilt u misschien t.a.v. een andere persoonlijkheid eerder een langdurig veld afgeven. In beide gevallen zullen de resultaten vergelijkbaar of gelijk zijn. Maar voor u is op het ene ogen­blik die golf noodzakelijk en dwingend het andere ogenblik daarentegen juist de gelijkmatigheid. U kunt niet afgaan op bepaalde uiterlijke normen. U moet altijd kunnen improviseren. Daarom zou ik zeggen:

Improvisatievermogen, zelfs een mate van fantasie bij het gebruik van geestelijke krachten, het beleven van geestelijke krachten en projectie van de persoonlijkheid op welke wijze dan ook is noodzakelijk en onvermijdelijk.

Ik wil nu even afwijken van hetgeen ik tot zover heb gezegd. Ik meen dat het een redelijk duidelijk en feitelijk juiste samenvatting is van veel dat u heeft geleerd in de voorgaande lessen. Er zijn echter dingen die u heel goed moet begrijpen.

Elke kracht, elk wezen of het nu een geest is of desnoods een plant kan projecteren. Lagere bewustzijnsvormen die geen redelijke scheiding heb­ben ondergaan, projecteren over het algemeen veel intenser dan mensen. Daar staat tegenover dat hun projectie niet gericht of zeer beperkt gericht is en daarom alleen die persoonlijkheden kunnen beïnvloeden die een gelijk­soortig bewustzijn bezitten.

Zijn er echter wezens, die mensen als een deel van hun wereld hebben aanvaard, dan blijkt dat zij vaak in zeer sterke mate in staat zijn hun gevoe­lens en zelfs ook hun wensen te projecteren naar mensen. Dit gebeurt niet op verstandelijk vlak, maar het is desalniettemin voor de meeste mensen die zich met dieren harmonisch gevoelen onmiskenbaar. Dat is heel belang­rijk.

Wij zitten met een mensheid die niet in staat is zichzelf als een een­heid te beleven. En u, al probeert u het beste, zult ook moeten ontdek­ken dat u elke keer toch weer uiteenvalt in twee delen. Het ene deel denkt zo; het andere deel redeneert anders. Het is een bekende grap dat de groot­ste zondaars ‘s zondags onder de preekstoel zitten. Dat is begrijpelijk.

Als je een scheiding maakt tussen God en het menselijke bestaan, dan heb je God in feite uit het menselijke bestaan gebannen. Je aandacht voor het goddelijke is dan niets anders dan een doekje voor het bloeden; een soort toevoeging van een zekere emotie die een zelfrechtvaardiging rationeel dan weer mogelijk maakt. Wij kunnen alleen permanent iets zijn. Op het ogenblik dat je probeert de twee delen tegen elkaar uit te spelen, ga je in feite ten onder aan je eigen verdeeldheid. Niets is belangrijker dan dat een mens in zich eenheid en rust gewint. Dat heeft niets te maken met psychologie en nog veel minder met moraliteit en wat dies meer zij. Het is eenvoudig een feit in de natuur.

Elk wezen, dat een eenheid bezit, is in staat zich op zijn niveau vol­ledig te projecteren. Wanneer de mens tot zelfprojectie in de vele voor hem mogelijke vormen niet in staat blijkt, kan dit alleen voortvloeien uit de handhaving van tegenstelling of scheiding tussen de innerlijke wereld en de rationele wereld. Als u dat even laat doorsijpelen, dan zult u het met mij eens zijn dat, als u een cursus als deze heeft gevolgd of wilt volgen, u eerst moet beginnen aan uzelf te denken.

Alle kennis kan u niet helpen. Kennis wordt rationeel overgebracht. O ja. ik weet het, wij werken ergens nog een beetje onder de toonbank met uitstralingen en gevoelens. Ongetwijfeld. Maar als u die eenheid niet in u kunt terugvinden, gaat de betekenis van hetgeen wij zeggen, van hetgeen wij proberen u bij te brengen verloren. Als u echter de uitstraling heeft onder­gaan zoals dat op een avond als deze gebeurt, dan heeft u ook geestelijk een cursus gevolgd. Die is niet uit te drukken in woorden of begrippen. Ze om­vat veel meer aan de ene kant en vaak veel minder aan de andere kant dan in de beredeneringen naar buiten komt. Pas als u zelf een eenheid wordt, ontstaat de synthese waardoor de werkelijke mogelijkheid en de werkelijke betekenis voor u niet alleen kenbaar en beleefbaar wordt, maar bovendien  bruikbaar.

Het is niet voor niets dat er altijd weer met grote nadruk wordt gesproken over innerlijke harmonie, over een zelferkenning die niets te maken heeft met selectie van eigenschappen en de omschrijving daarvan, maar die gewoon een bijna klakkeloze aanvaarding inhoudt van het onbe­wuste, van het gevoelsleven en al wat daar bij komt. Dat kun je alleen bereiken, als je begint jezelf te aanvaarden zoals je bent Elke mens heeft zijn eigen karakteristiek. Elke mens heeft op grond van die karakteristiek zijn persoonlijke neigingen en uitingen maar ook zijn naar het onderbewustzijn verdrongen ervaringen, zijn in het ik begra­ven strijdpunten, angsten, begeerten. Indien wij in staat zijn onszelf te aanvaarden zoals wij zijn en niet proberen om onszelf a.h.w, al redenerend in allerlei delen op te lossen, dan kunnen wij ook aanvaarden dat het ge­heel van ons wezen alleen maar de achtergrond is voor datgene wat we re­delijk zijn, denken en doen.

Dan zijn wij gekomen op dat ene punt dat beslissend is: het ogenblik waarop onze persoonlijkheid, ook al zullen wij dat niet expliciet als zo­danig ervaren, als een eenheid functioneert. En dan moeten wij de rede nog belemmeren daar waar ze wil proberen de innerlijke persoonlijkheid op­zij te schuiven met huichelarij als: het kan toch anders en waarom nu zo. Want dat kun je wel zeggen, maar je kunt het niet veranderen. Je moet ge­woon aanvaarden wat je bent. Je moet werken met hetgeen je bent, maak jezelf geen verwijten omdat je het een of ander bent en dat rationeel op grond van wat ze je hebben bijgebracht en misschien niet helemaal aan­vaardbaar is. Gewoon, ik ben die ik ben. In navolging misschien van de Schepper die zich eens als zodanig heeft kenbaar gemaakt. Want dat is de eenheid.

De eenheid is niet benoembaar en omschrijfbaar. Ook niet de uwe. Het is deze eenheid, deze kracht die een basis vormt voor al datgene wat zich aan de oppervlakte in redelijk denken etc. vormt. Het is de bron en gelijktijdig de basis van alle gevoelens die in u ontstaan en die uit u naar buiten zouden willen gaan. Maar als u zegt: Dat kan niet, dat moet anders, dan moet u zich afvragen waarom u dat zegt. In heel veel gevallen is het niet veel meer dan de stem van God een muilkorf voorbinden opdat Hij alsjeblieft niet te luid zou spreken. Dat moeten we voorkomen. Ik weet, het hangt niet helemaal samen met deze cursus, maar het is toch wel een van de saillante punten in het geheel.

Jezelf projecteren, best. Maar je kunt alleen je ene werkelijkheid projecteren inclusief de kracht, inclusief het weten, inclusief de hele voorgeschiedenis van vele sferen en misschien wel van 50 of 100 levens zoals bij sommigen wel voorkomt. Al die dingen spelen een rol. Je kunt er niet een van uitschakelen. Daarom is die aanvaarding noodzakelijk.

Daarom moet je niet vreemd opkijken als er dan allerlei dingen in je opwellen. Maar als er een angst naar buiten komt die niet rationeel begrijpelijk is, dan moet ze in je liggen. Aanvaard dat ze in je is en zeg tot jezelf: mijn innerlijk kan dit oplossen. Dan kan er een oplossing zijn die verder geen redelijke processen, laat staan de daarmee gepaard gaande emoties, noodzakelijk maken.

Ik wil deze les niet te lang maken, maar aan het einde van een cur­sus als deze wil ik proberen om nog een keer extra duidelijk te zijn. Ik zeg u dit;

Al datgene wat in u leeft, leeft voor een deel in mij en omgekeerd. Als wij dit erkennen, dan zijn we samen één kracht. Wat geldt voor ons zo­als wij hier zijn, dat geldt voor elke groep mensen; of het uw vijanden zijn of uw vrienden of alleen maar vreemdelingen.

In ons zijn vele dingen gelijk want ze hebben dezelfde basis. Als wij op die basis terugvallen, dan hebben wij iets waardoor we ieder­een kunnen bereiken, iedereen kunnen aanspreken, iedereen a.h.w. in een kracht, in één werking kunnen verenigen. Dat moet je voelen, dat kun je niet beredeneren. Als je het kunt voelen, dan heb je een sleu­tel gevonden tot iets wat anderen dan inwijding noemen.

Ik wil u ook nog waarschuwen. Het is heel gemakkelijk te denken dat je ingewijd bent. Maar als je dat denkt, ben je dat niet. Een ingewijde weet niet in hoeverre hij is ingewijd. Hij weet alleen dat hij zijn wereld anders, ruimer, duidelijker ziet en beleeft dan vele an­deren.

Het is gemakkelijk te denken dat u geroepen bent tot een bepaalde taak. Dat doen de meesten nogal graag, zelfs in de geest. Maar laten we dan beseffen dat die geroepenheid niet voortkomt uit het geheel, maar uit datgene wat we zelf zijn. Wij proberen alleen iets dat in ons leeft waar te maken en gelijktijdig daardoor ons deel zijn van het geheel uit te drukken.

Laten wij alsjeblieft onszelf niet overschatten. Geen van ons is onvervangbaar. Ja, in uiting misschien voor een ogenblik, maar wat ge­beuren moet gebeurt. Want er is niets dat de totale gang van bewust­wording, die het Al brengt tot de zelferkenning waarin God volledig is gespiegeld, kan tegenhouden. Ook u niet. Dan moet u zich niet druk ma­ken om dat mogelijk te maken. U moet zich niet druk maken om bepaalde facetten daarvan te veranderen of te onderdrukken. U moet gewoon zijn wat u bent. De taak die u zichzelf dan heeft aangemeten moet u ook zien als een uiting van een in u levende behoefte of noodzaak.

Maak u alstublieft niet edel. Ik voel mij geroepen om de mensheid te dienen. Nou, degenen die dat zeggen, voelen zich over het algemeen geroepen om zichzelf in de vorm van dienstbaarheid op te leggen aan anderen. Niet altijd, maar meestal wel. Maak toch die fouten niet.

Erken: er is iets in mij dat mij ertoe brengt om op deze wijze ande­ren te willen helpen. Ik ben het. En om die hulp te geven kan ik een beroep doen op de totaliteit, zolang ik niet die totaliteit in de plaats probeer te stellen van mijn eigen ik. Als u dat ook nog heeft verteerd, dat is voor velen heel moeilijk te verteren, dan kunnen we langzamerhand gaan afsluiten.

Wij hebben in al deze lessen geprobeerd u op velerlei manieren iets dichter te brengen bij uw ware ik. Wij hebben getracht u iets te laten zien van de mogelijkheden die daarin schuilen. Wij hebben u iets verklaard van achtergronden, een beetje rationeel misschien, die toch samenhangen met het werkelijke bestaan. Nu is het aan u. Wij hebben u gegeven wat wij konden.

Nu is de vraag: wat doet u ermee? Het is dwaasheid een danscursus te lezen en te denken dat, als je haar van buiten hebt geleerd, je dan een goede danser bent. Je moet de danspassen maken. Aarzelend, fouten makend, desnoods totdat je datgene wat je hebt geleerd en dat wat je doet, laat samenvloeien in een bijna instinctmatige reactie. Dat moet u ook proberen.

Als het u een troost is, bij ons is het ook niet zo gemakkelijk ge­gaan. Bij ons is het ook niet allemaal zo groots. Wij zijn in vele opzich­ten misschien wat ruimer van blik, zelfs wat ruimer van mogelijkheden dan de mens in de stof, maar ook wij hebben onze fouten gemaakt. Ook bij ons is het wel eens moeilijk om weer terug te keren tot die innerlijke eenheid en ons niet aan de hand van onze behoeften, problemen en noodzaken als het ware te willen profileren, daarbij vergetend dat het harmonische as­pect in ons daardoor teloor gaat. Dus maakt u zich geen zorgen als het niet gemakkelijk gaat, maar probeer er tenminste iets mee te doen.

Eerst de mens, die zichzelf volledig leert aanvaarden en tevens beseft wat in mij leeft, bestaat ook in alle anderen, die kan waarlijk zijn persoonlijkheid projecteren. Maar hij kan ook in steeds omvattender zin waarlijk één worden met Al, totdat hij tenslotte die toestand van onverstoorbare vrede bereikt die hij dan maar samadhi wil noemen, maar die in feite alleen is een innerlijke eenheid die niet meer kan worden beïnvloed door wat er ook van buitenaf in een bepaalde wereld met hem gebeurt.

Ik hoop dat u de schreden op dat pad zult zetten en als u begon­nen bent verder zult gaan.