Het huwelijk

image_pdf

10 februari 1956

Aan het begin van deze avond wijs ik u erop, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Wij hopen dan ook, dat u over het gebrachte zelfstandig na zult denken. Wij zullen een onderwerp behandelen naar uw eigen keuze. Ik mag misschien wel van u vernemen, wat dat voor deze avond zal zijn.

  • Het huwelijk. Het huwelijk is in de maatschappij voor de meesten schijnbaar nog steeds een noodzakelijk kwaad. Wat zou u aanbevelen om tot een gelukkig huwelijk te komen? Dit voor de ouderen, maar vooral voor de kinderen.

Dit zou inderdaad een onderwerp kunnen zijn. Ik ben ook bereid naar mijn beste weten dit voor u te behandelen, maar ik ben bang dan verschillende punten te moeten noemen, die voor sommigen wat choquerend zijn. Ik vraag dan daarvoor – reeds van tevoren – uw vergeving. Het is niet mijn bedoeling om iets te zeggen, wat niet gezegd mag worden en zal trachten alles zo verantwoord mogelijk te zeggen. U gelieve daarmee rekening te houden.

Het huwelijk is de bouwsteen van de maatschappij, het is de kleinste eenheid binnen het staatsbestel. De toestand – het huwelijk – is zeker begeerlijk, omdat een kind de beste opvoeding gegeven kan worden door de ouders. Een huwelijk is verder van groot belang, omdat, waar de 2 seksen elkaar weten te vinden in een innige eenheid, zij elkaar kunnen brengen tot grotere bereiking en prestatie, zowel op geestelijk als stoffelijk gebied, dan elk voor zich zou kunnen bereiken. Het ligt dus zeker niet in de zin van mijn betoog het huwelijk als zodanig nietig, onbelangrijk of verkeerd te achten.

Dat het huwelijk vaak een soort van wettelijk contract is geworden, betreur ik ten zeerste. Toch meen ik ook dit te mogen billijken op grond van de maatschappelijke verhoudingen. Wanneer men echter een kind moet opvoeden tot het huwelijk en dat behoort toch een ouder met verantwoordingsbewustzijn te doen, valt het mij op, hoe weinig aandacht wordt geschonken aan sommige voor het huwelijk toch wel zeer belangrijke punten als bv. seksuele bevredigingsmogelijkheden, worden veronachtzaamd. Men is schijnbaar blind voor de betekenis, die vooral in een jong huwelijk het seksuele aspect hebben kan.

Daarnaast vergeet men vaak de nadruk te leggen op de innerlijke waarden van de mens, zijn beschaving en denkwijze, als belangrijker dan zijn bezittingen en zijn wereldse positie. M.i. gaan zeer vele huwelijken uit elkaar, of zijn ongelukkig, ofwel worden tot zakelijke verbindingen met seksuele tolerantie, omdat men deze factoren in de jeugd niet voldoende heeft leren kennen of begrijpen; om kort te gaan, omdat men in de jeugd niet vrij genoeg is geweest, ook op dit gebied langs de weg der ervaring naar de meest juiste oplossing te leren zoeken.

Nu hoor ik in stilte sommigen van u al zeggen: “Daar gaat het komen, het kritieke punt”. Inderdaad. Ik voor mij, hier tevens sprekende voor een deel, niet voor het geheel der Orde, meen te kunnen constateren, dat het geheimzinnige, het verboden aspect van het seksuele contact bij de jeugd prikkelingen veroorzaakt en een ongezonde voorstelling, waarbij aan de sekse een meer dan natuurlijke belangrijkheid wordt toegekend. Dit betekent dat in het leven vaak de nadruk verkeerd valt. Want mensen die geneigd zijn, het seksuele, als het summa summarium van het menselijk bestaan te beschouwen, zullen ook na het huwelijk, in de feitelijke toestand hun geprikkelde verwachtingen niet voldoende vervuld ziende, door blijven zoeken naar het grote geheim, dat zij als kind in sidderende verwachting voorvoeld hebben achter de terughouding der ouderen. Dat betekent dan meestal, dat zo’n huwelijk uiteen zal gaan, of op zijn minst genomen, dat er sprake zal zijn van eenzijdige, dan wel wederkerige echtelijke ontrouw. U begrijpt, dat dit geheel niet juist is.

Men is er direct voor te vinden de kinderen verkeersonderricht te geven en ongeacht hun jeugd en wildheid ook praktisch reeds in het verkeer mee dienst te laten doen. Men zegt: “Het verkeer is een zodanig probleem, dat wij de jeugd niet snel genoeg daar aan deel moeten laten nemen, hen daarbij wijzend op de verantwoording, die elke mens in het verkeer tegenover zijn medemensen draagt.”

Ik vraag mij af, op welke gronden men dan weigert de jeugd in de gelegenheid te stellen ook het seksuele gebied te laten betreden. Wat op het ogenblik gebeurt in hoekjes en gaatjes, vol van slinkse verborgenheid, vaak het vertrouwen der ouders beschamend, is op zijn minst genomen tot een wat liederlijke komedie geworden. Dit ondanks de oorspronkelijke prille eerlijkheid van deze kinderen. De achtergronden van het verbodene, de vruchten der hartstocht brengen vaak banden tot stand, die nooit blijvend zullen zijn. De onkunde, of het onvermogen, de nodige voorzorgen te treffen leidt immers in sommige gevallen tot zeer voortijdige conceptie met als gevolg een even ongewenst als voortijdig huwelijk, ofwel nog erger de toestand “ongehuwde moeder” voor de vrouw en, wanneer de man tenminste nog iets waard is, de verplichtingen van een vaderschap voor iemand, die eigenlijk nog een kind is.

Dit alles gebeurt, doordat men niet eerlijk en niet open genoeg is. Het kan misschien goed zijn, zoals sommige religieuze bewegingen dit doen, de paring te verheffen tot een Goddelijk wonder, waarbij de mens niet in mag grijpen. Het is echter dwaas anderzijds het te verbergen achter een voorhangsel van geheimzinnigheden.

Het geheel heeft echter slechts zolang zin als de maatschappij deze opvattingen als enig recht blijft handhaven. Dit gebeurt echter niet. Bioscopen, beeldromans, boeken, reclameplaten zijn een voortdurende herinnering aan het seksuele aspect van het leven. Zij verwerven zodanig, vooral van de ontwakende jeugd, een meer dan normale belangstelling.

Wanneer men echter iets ontsluieren wil, dan dient men zich te realiseren dat slechts datgene, wat geheel ontsluierd is en van alle geheimzinnigheid ontdaan, zijn onnatuurlijke verlokking verliest. Het wordt tot een feit, dat men aanvaarden kan. Het half verhulde, het schijnbaar zedige, wat in werkelijkheid een schaamteloosheid is, iets wat de maatschappij, juist op het gebied van de seksualiteit zo vaak naar voren brengt, betekent een volledig onjuiste voorstelling. Gelijktijdig is er een belemmering zich door onderzoek tegen de suggestie te verdedigen door de religieuze voorschriften, die het enerzijds nog ten halve goed kunnen vinden, dat dergelijke dingen voor reclamedoeleinden worden gebruikt, begrijpen kunnen dat men daar toch een boek over moet schrijven, maar anderzijds niet geneigd zijn de jeugd te leren, hoe zich te verdedigen tegen de ongewenste mogelijkheden, die uit het opvolgen der suggestie voort kunnen vloeien.  Indien men de jeugd in dit opzicht geheel vrij zou laten – mits de nodige voorzorgen getroffen zijn – dan zou op deze wereld ongetwijfeld een leven aanvangen, dat u allen zedeloos zou noemen. Zeer snel echter zou het seksueel verkeer terugvallen in belangrijkheid tot iets, dat nog net niet zo belangrijk is als bv. een voetbalwedstrijd, of een toneelvoorstelling. Het zou een feitelijk deel van het leven worden. De ervaringen, die de kinderen hebben opgedaan, zouden hen echter in staat stellen voor het huwelijk de juiste partner te kiezen. Dit met het resultaat dat een dan gesloten huwelijk ook werkelijk een hechte eenheid is, niet gebaseerd op zuiver animale attractie of overwegingen van slechts zuiver zakelijke en stoffelijke aard. M.i. zou een dergelijke handelwijze qua voorbereiding voor het huwelijk de beste zijn, mits zij slechts maatschappelijk werd geaccepteerd. Helaas is deze maatschappij te dwaas om te begrijpen, dat men niets ten halve kan doen zonder ongelukken te veroorzaken. Daarom meen ik dat in het huwelijk de noodzaak bestaat de kinderen in de eerste plaats een zo harmonisch mogelijk ouderpaar te geven en beter de volle waarheid aan hen te zeggen, wanneer dit niet zo is, dan hieromtrent komedie te spelen, want dat laatste gelukt u tegenover het kind toch niet.

Verder dient men – ongeacht hoe het huwelijk is – het kind op jeugdige leeftijd, zodra het puber wordt en dus meer begrip krijgt voor deze dingen onverhuld de gehele waarheid met al haar mogelijkheden en consequenties voor te leggen, door een niet al te groot belang te hechten aan eventuele seksuele experimenten van deze kinderen, dus hen niet wijzende op het feit, dat zij nu zo slecht zijn en dus wel in de “hel” zullen komen. Wel dient men hen te wijzen op de schade, die hieruit voor hun gezondheid voort kan vloeien en de andere minder aangename consequenties, die een dergelijk experiment ten gevolge kan hebben. Hierdoor zou een hoger zedelijk bewustzijn kunnen worden bereikt dan door de huidige methode, waarbij men slechts node afstapt van de ooievaar en de kool, om aarzelend over te gaan naar de bijtjes en de bloemetjes, uiteindelijk bij de zich modern noemende mensen culminerend in een beschrijving van de wording van een mens, dus de groei van de mens in het moederlichaam. Maar steeds vergeet men dan de nadruk te leggen op veroorzakende en begeleidingsverschijnselen.

De groei van het kind kan zeer interessant zijn. Het is voor de jonge mens niet anders dan goed te weten, hoe deze dingen gebeuren. Dit is beter dan dat het kind, zoekend naar een oplossing voor deze raadsels, uiteindelijk een-recht-uit-de-straatgoot- komende uitleg moet horen van vriendjes, die het ook niet precies weten. Een uitleg van de paring lijkt mij ook belangrijk. Het lijkt mij zelfs nog belangrijker dan een uitleg omtrent groei en wording van het kind. Om de jeugd voor het huwelijk voor te bereiden dient men dus wel in de eerste plaats deze dingen zo eerlijk en ruiterlijk mogelijk te behandelen.

Verder dient men m.i. elk kind, ongeacht of dit nu een jongen of een meisje is, te doordringen van het feit dat huwelijk betekent: niet het krijgen van steun van een ander, maar het aanvaarden van een taak voor jezelf. Ook hier zijn misvattingen ingeslopen, zodat de vrouw de man zo nu en dan schijnt te beschouwen als haar bron van vast inkomen zonder meer. Een bezit. Door erop te wijzen dat men naast de genegenheid, die tussen beiden dient te bestaan, wil een huwelijk dragelijk en gelukkig zijn, men ook tegenover elkaar plichten heeft en deze plichten in het huwelijk over het algemeen het belangrijkste zijn, zal men misschien het verantwoordingsbesef van degenen, die een huwelijk willen sluiten, kunnen vergroten. Ook dit lijkt mij een taak, die reeds nu door de ouders te volvoeren is.

En dan – want ook dit is belangrijk – zou ik erop willen aandringen dat, ofschoon de ouders bij het huwelijk het jonge paar natuurlijk zekere steun kunnen verlenen, zij toch worden geconfronteerd met de zekerheid dat zij, ofschoon met ouderlijke hulp misschien gehuisvest en ingericht, vanaf dat ogenblik samen op eigen voeten moeten staan. Zelfs, waar men dit niet geheel kan volvoeren – de ouderliefde laat dit niet altijd toe – is het noodzakelijk dat de jonggehuwden beseffen nu zelf het leven te beginnen en zelf verantwoordelijk te zijn, ook voor elkaar.

Op deze wijze kan misschien het op het ogenblik tot aanfluiting geworden huwelijkscontract opnieuw zijn werkelijke betekenis terugwinnen. Indien men van het huwelijk een sacramentele handeling wil maken, kan ik dit goed begrijpen. Want een waar huwelijk is meer dan een zuiver stoffelijke vereniging. Ik meen echter dat ook hier van grote plechtstatigheid, vermaan en formulieren afstand moet worden gedaan. Men dient daarvoor in de plaats te stellen het zich vreugdig tot elkaar bekennen van de beiden, die het huwelijk aangaan. Dit in het openbaar en ten overstaan van getuigen. Dus niet als hoofdpersoon een priester en een predikant, of ambtenaar. De hoofdpersonen zijn de twee die huwen. Voor een ogenblik staan zij tegenover de mensheid en aanvaardt de mensheid nederig hun besluit.

Dit zal ertoe bijdragen dat zij beter beseffen, wat er gebeurt. Dit is meer waard dan een wandeling door het kerkpad, terwijl het orgel juicht, of het wat onzeker ginnegappend zitten voor de ambtenaar van de Burgerlijke Stand tot deze de beslissende woorden heeft uitgesproken. Wanneer een huwelijk mislukt, dient men ook bereid te zijn daarvan alle consequenties te aanvaarden. Ook dit dient men al vroeg de jonge mens te leren. Schipperen in het huwelijk is noodzakelijk, maar het kan alleen zolang je elkaar zozeer liefhebt, dat je daarvoor al het andere werkelijk over hebt. Op het ogenblik dat het schipperen alleen nog maar plaats vindt ter wille van de lieve vrede, of omdat de buren er anders iets van zouden zeggen, is het beter eerlijk en tegen elkaar oprecht tot scheiding te komen. Deze scheiding dient echter voor geen der beide partijen een behoud van rechten, maar wel een behoud van plichten te betekenen. Indien dit in de wetgeving zou worden vastgelegd: scheiding betekent geen enkel voordeel voor één der beide partijen, doch voor beiden een aanmerkelijk nadeel, vooral in financiële zin, dus bezit. Dus het opofferen van veel om de vrijheid te herwinnen. Dan zou men zelfs bij een veel ruimere scheidingswetgeving qua duur van huwelijk gemiddeld betere resultaten kunnen behalen dan thans. Waar men echter de wetgeving nog niet kan veranderen, lijkt het mij het beste als deel van de opvoeding de kinderen ook hier al op te wijzen. Erop wijzen dat, wanneer scheiding de enige oplossing betekent dit altijd zal zijn, het brengen van een groot offer ter wille van een verlangde vrijheid. Dat men een dergelijk offer alleen brengen kan wanneer men er eerlijk van overtuigd is, dat het noodzakelijk en de moeite waard is. Dat men zichzelf zeker niet hoeft te verkopen, maar dat men, zo men al een huwelijk begint, er rekening mee dient te houden, dat de bij dit huwelijk gemaakte afspraken bindend zullen zijn voor de gehele duur daarvan. Ik geloof dat ik hiermee over dit onderwerp wel voldoende gezegd heb. Indien er echter iemand is die hierop – wat ik zeer wel mogelijk acht – commentaar wil geven, wil ik ook hierop u nog gaarne van antwoord dienen.

  • Maar bij een scheiding zijn de kinderen toch altijd de dupe ervan?

Dit is waar, wanneer zij geleerd hebben een scheiding te zien als onjuist en verachtelijk iets. Ze worden het slachtoffer vaak ook, omdat in de tijd voor de scheiding door de ouders een unfaire strijd wordt gevoerd om de liefde van het kind. Ze trachten dan elkaar te treffen door elkaar de liefde van het kind te ontnemen. Dit is op dit terrein de grootste misdaad die ik me kan voorstellen. Dit is een jong mens opofferen aan je haat en ressentimenten tegen de ander. Helaas komt dit nogal vaak voor.

Wanneer de maatschappij echter het scheiden, of gescheiden zijn, niet meer als iets abnormaals ziet, zal het kind deze dingen gemakkelijker kunnen accepteren. Ook wanneer het kind op de hoogte is van de wederzijdse problemen, die tot de scheiding leiden, zal het minder daaronder te lijden hebben, zelfs wanneer het deze dingen niet volledig kan begrijpen. Het is voor het kind beter te leven met een vader, of moeder, die dan wel gescheiden is, maar het kind werkelijk liefheeft, dan te moeten leven tussen twee ruziënde ouders, die het kind de jeugd bederven en, ofschoon vaak onbewust, de nodige liefde onthouden, om zo het karakter daarvan te bederven en alle eerbied en alle achting voor huwelijk en leven te ontnemen. Een mislukt huwelijk dat bij elkaar blijft, brengt over het algemeen slechtere mensen voort dan een huwelijk, dat op eerlijke manier uit elkaar is gegaan. Dit heeft de ervaring ons wel geleerd.

Ik hoop dat ik u daarop een voor u voldoende antwoord heb gegeven.

Het is natuurlijk beter, wanneer een huwelijk ideaal is. Ik heb er in het begin van mijn betoog echter al op gewezen, wat voor een algemeen bereiken hiervan volgens mij noodzakelijk zou zijn. Waar heden echter de toestand nog niet zo is, dat een huwelijk te allen tijde verantwoord wordt gesloten, lijkt het mij redelijker eerlijk en oprecht, ook tegen de kinderen, die zelfs hierin ook in zekere mate recht op beslissing zouden moeten hebben – meer het kind dus dan de wet en eigen gevoelens – beter is, dan de halfslachtigheid, die wij vaak, zowel bij de betrokkenen als de wetgever zien, wanneer het om een scheiding of desnoods een scheiding tussen tafel en bed gaat.

Ik hoop, dat mijn mening hierover u nu duidelijk is geworden. Wanneer er verder nu geen commentaren zijn, kan ik u verder slechts nog herhalen, wat ik al aan het begin van mijn betoog heb gezegd: zou ik u gechoqueerd, of misschien zelfs gekwetst hebben, herinner u dan, dat niets minder mijn bedoeling was dan dit te doen. Op een dergelijke vraag paste echter m.i. slechts een zo eerlijk mogelijk antwoord. Dit heb ik gegeven volgens mijn beste weten en overtuiging.

image_pdf