Het innerlijk evenwicht

Het innerlijk evenwicht van de mens bestaat uit stoffelijke en geestelijke factoren. Als je geestelijk in evenwicht bent, zul je ook stoffelijk gemakkelijker het evenwicht bewaren. Als je stoffelijk in evenwicht bent, zul je misschien gemakkelijker een geestelijke onevenwichtigheid herstellen. Er is een wisselwerking. Het is duidelijk, dat niet elke mens over de lichamelijke mogelijkheden beschikt om evenwichtig te zijn en te leven. Vanuit mijn ongetwijfeld wat verouderd standpunt is het leven in de moderne wereld voor de doorsnee-mens een aaneenschakeling van onevenwichtigheden. Daarom zal ik aan de stoffelijke kant niet al teveel aandacht besteden, zo nodig kunt u na de pauze daarop terugkomen. Ik wil slechts kort dit stellen: Elke kwaal, die een mens heeft, brengt lichamelijke moeilijkheden met zich mee. Op het ogenblik, dat hij hieraan in zijn gedachteleven meer dan normaal aandacht gaat besteden, wordt de kwaal erger en zal zijn lichaam onevenwichtiger gaan reageren dan nodig is. Wanneer men zich kan brengen tot een normaal verdergaan volgens de normen van zijn bestaan en een zekere innerlijke rust, zal de mens licha­melijk juister reageren, zal hij bezwaren gemakkelijker overwinnen en daarnaast ook gemakkelijker de energie opbrengen die nodig is om het noodzakelijke goed te volbrengen. Dit is niet veel over het stoffelijke deel, maar tenslotte is het geestelijke aspect het meest interessante, meen ik.

Nu leeft u in een wereld waarin gevoelens een rol spelen. Er is het redelijk denken en dan zijn er ook nog allerlei geestelijke invloeden en het onderbewustzijn. Die factoren moeten zoveel mogelijk in overeenstemming blijven. Op het ogenblik, dat u volgens de rede probeert te handelen en u gaat tegen uw gevoelens in, ontstaat hierdoor een innerlijke spanning die ‑ tenzij u zichzelf bijzonder goed in bedwang heeft en dat gebeurt maar zelden ‑ leidt tot innerlijke onevenwichtigheid. Daar zitten alweer een paar facetten aan vast, want ik kan mijn gevoelens niet verloochenen, zelfs niet als ze volgens mijn beste besef onredelijk zijn. Ik kan wel ‑ en dat is een ander punt ‑ mijn gevoelens beheersen, maar dan moet ik ze erkennen, aanvaarden dat ze voor mij een oriëntatie ten aanzien van de wereld noodzakelijk maken. Ik mag dan op grond van die oriëntatie verstandelijk reageren. Sommigen vinden dat erg ingewikkeld. Zo ingewikkeld is dat echter niet. Let goed op!

Ik heb een hekel aan iemand. Redelijk gezien bestaat er geen aanleiding toe. Nu kan ik tegen mijzelf zeggen: je bent gek. Je moet redelijk blijven. Maar ik zal in mijn benadering van die persoon altijd die emotie een rol zien spelen. Ik blijf achterdochtig. Door die achterdocht zal ik nooit een juiste relatie met die persoon kunnen krijgen. Ik kan ook erkennen dat die achterdocht bestaat. Ik kan zeggen: de persoon is mij niet sympathiek. Ik zal dus mijn contacten voor zover dit redelijk mogelijk is beperken. Ik veroordeel de ander niet. Ik verwacht niets kwaads van hem, maar het is doodgewoon iemand die, gezien mijn gevoelsleven, niet bij mij past. Dus laat ik hem zoveel mogelijk met rust. Het is duidelijk, dat je daarmee bepaalde conflicten voorkomt en dat je ook veel minder kans hebt dat je eigenlijk in een botsing tussen gevoelens en denkbeelden gevangen raakt en daardoor je innerlijke rust bedreigd ziet.

Nu stel ik verder: de geest heeft invloed op de mens. De invloed van de mens op de geest is er één van vragen. Een mens staat open voor één geest of is voor hem gesloten. In beide gevallen schept hij een situatie ten aanzien van de geestelijke wereld. Wanneer een mens openstaat, dan dringt tot hem een besef door dat we intuïtief kunnen noemen of misschien zelfs inspiratief. Dat wil zeggen dat hij een aantal gedachtesprongen maakt die hij eigenlijk niet kan verantwoorden. Vaak zijn de conclusies in strijd met hetzij de gevoelens, hetzij met de redenering, de redelijkheid. In al die gevallen geldt: Ik kan de inspiratie eerst aanvaarden, mits ze mij niet tot een onmiddellijke daad dwingt. Een belangrijk punt! Zolang ik mijn handelen laat afhangen van het bereiken van een eenheid tussen mijn denken, mijn gevoelens en mijn inspiratief werken zal ik evenwichtig reageren. Ik zal bovendien door een dergelijke reactie niet kunnen worden aangetast. Ik heb geen last van zelfverwijt, schuldbewustzijn, denkbeelden dat het anders zou moeten. Ik reageer dan in overeenstemming met hetgeen ik ben.

Als we te maken hebben met het onderbewustzijn, dan wordt het al een beetje griezeliger. Het onderbewustzijn bestaat uit een groot aantal herinneringen. Elk van die herinneringen betekent gelijktijdig een vooroordeel t.a.v. een situatie, een bepaalde uiterlijkheid, een bepaalde waarneming, een bepaalde prikkel. Het is duidelijk, dat je dit onderbewustzijn nooit helemaal kent. Toch komen er altijd weer van die impulsen naar boven waarvan je je afvraagt. Hoe kom ik er eigenlijk bij? Een voorbeeld dat historisch is: Er is kort geleden in Engeland een meisje van 22 jaar veroordeeld door de rechter, omdat ze overal waar ze een man met een wandelstok zag lopen, zij die greep, de man ermee een klap gaf, de stok dan weggooide en daarna hard wegliep. Je zou zeggen: hoe komt iemand aan zo’n idiote handelwijze? Wel, de situatie is eenvoudiger dan u denkt. Het kind had vroeger de neiging om wel eens ondeugend te zijn. Een oudere heer met wandelstok was daarover zo verontwaardigd dat hij haar met zijn stok een aantal meppen gaf, die ze haar leven lang niet zou vergeten. Alleen, bewust weet ze het niet meer. Onbewust kwam ze dus tot een haat tegen iedereen, die een stok had. Vanuit het onderbewustzijn gezien, was dat een bedreiging waardoor de jongedame zonder enige zelfbeheersing, anders had ze het nooit gedaan, reageerde als op een aanval. Ze reageerde dus op de stok zoals een stier, naar men zegt, reageert op een rode doek. Ik neem niet aan dat er onder u veel stokkenhaters zijn, maar in uw onderbewustzijn liggen ook ervaringen van vroeger verankerd. Het kan soms een woord zijn dat u allang vergeten bent. Maar elke keer als het opduikt, heeft u ineens vreemde associaties. In andere gevallen is het een kleur, een samenstelling van kleuren, een figuur of alleen maar een voorwerp waardoor die herinneringen worden gewekt. Maar die herinneringen dringen niet tot het dagbewustzijn door. Dat betekent alweer, dat het onderbewustzijn ons conditioneert, voornamelijk via het gevoelsleven omdat de rede grotendeels buiten spel blijft.

Wat kunnen wij tegen die invloeden doen? Als wij ze ons kunnen realiseren, dan is het goed. Als je het onderbewustzijn zover kunt activeren dat je weet: ik haat sinaasappels bv. omdat ik eens op mijn derde verjaardag er één tegen wil en dank moest eten, dan is dat goed en lust je wel weer een sinaasappel, want je denkt: ik moet toch eens proberen of die dingen werkelijk zo lelijk smaken. Maar meestal kun je je die invloed niet realiseren. Dan is het onderbewustzijn een oriëntatie t.a.v. het leven, de omgeving en de personen waarmee je in contact komt. Deze oriëntatie kan ik niet ontwijken, maar ik kan wel rekening houden met het feit, dat dergelijke impulsen niet zonder meer zuiver zijn.

Ik kan mijn standpunt bepalen, maar ik kan niet zonder meer de waarde van iets in de wereld bepalen. Daarom zal ik dus reageren alsof mijn gevoelswaarde (de impuls van mijn onderbewustzijn) juist zou zijn voor zover dit voor mij geen directe daad betekent. Zou ik toch tot een handeling moeten overgaan, dan zal ik deze extra goed beredeneren, opdat ik vooral niet onredelijk handel onder invloed van het onderbewustzijn. Hier zijn een paar grondregels voor geestelijke en lichamelijke onevenwichtigheden. Innerlijk evenwicht is eigenlijk veel meer. Misschien is het goed, als we dat oven filosofisch bezien. Er zijn een aantal punten die u allang kent, maar toch zullen wij ze voor de goede orde repeteren:

  1. De kosmos is één geheel waarvan wij deel uitmaken.
  2. Alles in de kosmos heeft een functie ten aanzien van het geheel en rechtvaardigt zijn bestaan ten aanzien van het geheel door te reageren volgens de normen, die vanuit het geheel zijn opgelegd.
  3. Daar wij onsterfelijk zijn, zijn alle verschijnselen in de tijd van voorbijgaande aard en voor ons alleen in zoverre belangrijk als zij een bepaalde relatie tussen ons en de totale kosmos onderstrepen.

Als wij die punten stellen, dan komen we tot een heel andere voorstelling van wat innerlijk evenwicht betekent. Innerlijk evenwicht kun je niet afmeten aan de wereld. Er zijn men­sen die zeggen: “als het je goed gaat, dan heeft God je lief, dus dan ben je geen zondaar. En als het je slecht gaat, dan heb je kennelijk wat kwaads gedaan en dan straft God je.” Wat een simpele opvatting is, maar waar niets van klopt, want de grootste dieven zijn degenen die het, het best hebben. En de grootste schreeuwers zijn degenen die het minst doen. Voor ons moet gelden: Elke mens heeft kosmisch gezien een functie. Deze kosmische functie komt tot uitdrukking in de wijze waarop men incarneert, in de geeste­lijke contacten die voor het “ik” mogelijk zijn, het gebruiken van krachten, van middelen en zelfs van verstand in een bepaalde vorm, zodat ik in hetgeen ik ben en door hetgeen ik ben kosmisch gezien gerechtvaardigd ben zolang ik daarbij niet inga tegen mijn besef van juistheid en zolang ik aan mijzelf geen eisen stel waaraan ik persoonlijk meen niet te kunnen beantwoorden. Dit is een zeer belangrijk punt!

Er zijn taken waarvan u weet, dat u ze misschien kunt volbrengen. En menigeen is geneigd te zeggen: dat doe ik dan wel. Maar de twijfel die in u bestaat, zal het u steeds moeilijker maken om die taak te volbrengen. Want u zegt tegen uzelf dat u het niet kunt of dat u het misschien, niet zoudt kunnen en nu moet u toch waarmaken wat u tegen anderen heeft beweerd. De spanning is groter, u maakt gemakkelijker fouten, u heeft ver­keerde inzichten. U zoudt die kunnen vermijden door duidelijk te stellen: Ik kan het misschien. En als een ander die baan krijgt, dan is dat natuurlijk treurig, maar het is altijd beter dan dat u verantwoordelijkheden moet dragen waarvan u zelf voelt dat u ze niet aankunt. Een van de mooiste voorbeelden van een dergelijke onevenwichtigheid is de z.g. managerziekte. Een modewoord overigens. Kort omschreven komt het hierop neer: Wanneer een mens verantwoordelijkheden draagt en vooral bij voortduring die zijn besef van mogelijkheid te boven gaan, dan zal hij een steeds grotere innerlijke spanning, die met het modewoord “stress” wordt aangeduid, ondergaan welke o.m. invloed heeft zowel op zijn besluitvaardigheid, zijn vermogen tot oriëntatie, zijn geheugenfunctie als ook op zijn lichaam waarbij vooral bloedsomloop en hart in gevaar komen en daarnaast bepaalde zenuwkwalen kunnen ontstaan. Die mensen zijn onevenwichtig.

Als u wilt beantwoorden aan iets waarvan u weet het niet te kunnen waarmaken, dan zit u ook in een dergelijk parket en leeft u ook met een onevenwichtigheid die de meest krankzinnige gevolgen kan hebben. Heeft u wel eens gekeken naar de koppen van staatslieden, die toen ze hun functie aanvaardden, hebben gezegd dat zij wel eens alles even in orde zouden maken? Wat worden die kopjes toch gauw oud! Die mensen hebben zich verplicht tot iets waarvan ze weten het niet te kunnen volbrengen. En hun hele streven is er voortdurend op gericht om het zo te doen schijnen dat het lijkt, alsof ze net niet hebben gefaald, terwijl ze voor zichzelf wisten dat ze moesten falen, dat ze niet konden beantwoorden aan hetgeen zij zouden moeten doen en nu niet kunnen zijn wat ze voelen dat zij in de ogen van anderen zouden moeten zijn. Dat is een belasting die enorm zwaar is. Die vergt veel meer van hun krachten dan alle staatkundige zorgen.

Ik heb eens iemand horen zeggen: een ministerraad is slopend. Nu, als de heren aan de borreltafel zitten, dan is dat niet slopend en dan praten ze vaak veel langer en over even zwaarwichtige onderwerpen. Wat maakt het dan zo vermoeiend? Het feit, dat men bang is tekort te schieten misschien? Het feit, dat men een antwoord zoekt, terwijl men weet dat het er eigenlijk, niet is? Het feit, dat men voortdurend naar een compromis zoekt in de hoop, dat de spanningen en zorgen voorbij zullen gaan? Die mensen worden gewoon oud voor hun tijd. Ze zijn innerlijk onevenwichtig. Dan zeg je misschien: Dat is niet zo. Maar er zijn voldoende voorbeelden waaruit blijkt dat het wel zo is. Wij zien dat ook bij grote zaken. Er zijn mensen, die wel een evenwicht vinden. Dat zijn de playboys. Dezen werken soms ontzettend hard, maar ze spelen ook. Ze scheppen voor zich twee werelden, die elkaar compenseren. De meerwaardigheid, die zij als playboy demonstreren, weegt voor hen op tegen de onvolkomenheden die zij in zich steeds moeten overwinnen, wanneer ze in zaken zijn. Het is jammer, dat playboys vaak ook gewetenloos zijn. De asociale milieus komen tenslotte niet alleen aan de voet van de maatschappelijke ladder voor. Wat hebben die playboys dus gedaan? Ze hebben in feite gezocht naar een balans. Ze hebben geprobeerd door intens te spelen de spanning te verliezen van het intense werken: en dat komt meer voor dan u denkt. Het resultaat is duidelijk. Die mensen kunnen meer doen, ze kunnen het langer volhouden, ze durven grotere risico’s in zaken aan dan anderen om de doodeenvoudige reden dat zij zich minder druk maken. De spanning is er niet. Nu neem ik niet aan dat er onder u dergelijke mensen zijn. Ik zie zelfs geen redelijke vergelijking met mensen als Lou Lap of Maupi Caranza e.d. We hebben hier te maken met gewone mensen. Maar ook zij kunnen onevenwichtig zijn. Nu kun je dat evenwicht krijgen door een schijncompensatie.

“Ja, ik heb hier wel een hoop ellende, maar God zal mij ervoor belonen als ik dood ben.” Dat is de wissel op de toekomst, die slechts zelden wordt gehonoreerd, dat kan ik u er wel bij vertellen. U kunt ook zeggen: “de geest zal mij helpen.” Natuurlijk, de geest wil u best helpen. Ik zou u ook wel willen helpen als u mij de kans maar geeft. Maar daarvoor moet u eerst een innerlijk evenwicht krijgen dat niet alleen maar gebaseerd is op foutieve voorstellingen.

Wat is nu innerlijk evenwicht? Wel, heeft u ooit harmonie ervaren? Dat gevoel dat de hele wereld op dat moment goed is, dat er niet veel te wensen over blijft en dat je niet veel te­ doen hebt, dat het goed is zoals het is? Dat is de eenvoudigste vorm van harmonie zoals ze onder de mensen voorkomt. Dan weet u wat ik bedoel. Het houdt niet in dat u niets wilt doen, want als het nodig is, dan doet u het, en in een dergelijke toestand zelfs beter, sneller en met meer plezier dan anders. Maar u heeft niet de behoefte iets te doen. U aanvaardt alles wat er rond u is. Natuurlijk, daarop is kritiek mogelijk, dat weet ik wel, maar op dat ogenblik heeft u gewoon geen zin om die kritiek uit te oefenen. U accepteert het zoals het is en u bent er gelukkig mee. Innerlijk evenwicht kunt u het best verkrijgen door in de eerste plaats de wereld te aanvaarden zoals ze is. Het kost wel eens moeite en u zult heel vaak enige emotionele aanpassingen moeten doormaken voordat u dat werkelijk kunt doen. Maar toch, het aanvaarden van het bestaande is een van de basiswaarden waaruit die innerlijke vrede kan voortkomen en waardoor het evenwicht onverstoorbaar, onwankelbaar in het “ik” wordt gevestigd.

In de tweede plaats: wij hebben geen haast. Er kunnen dingen zijn die we werkelijk moeten doen. Dan kunnen wij die doen en zullen wij die ook doen. Maar als er anderen zijn die willen dat we méér doen, waarom zouden we méér doen? Het klinkt een beetje vreemd als je dit zo zegt, zeker in uw maatschappij waarin het zo belangrijk is dat u steeds meer doet. Maar wat u doet, heeft toch alleen betekenis als het helemaal strookt met uzelf, als het voortkomt uit een werkelijke noodzaak. Dus, beperk u in datgene wat u doet, neem geen te grote verplichtingen of taken op u. Als u eenmaal een verplichting of een taak heeft aanvaard, werk die zo goed mogelijk af, maar geef in ’s hemelsnaam de ander niet de kans om u op te jutten. Doe het op uw eigen tempo, in de tijd die u ervoor nodig heeft en doe het goed. Zo’n advies zal maatschappelijk gezien, b.v. in de industrie e.d. wel niet erg aanslaan. Maar voor uzelf is het wat anders. Indien u innerlijke vrede zoekt, innerlijk evenwicht wilt beleven, dan is het belangrijk dat u inderdaad de dingen zo doet dat u het gevoel heeft: ze goed te hebben gedaan. En dat kunt u alleen doen, indien u zich niet laat opjagen om het sneller te doen en vooral ook niet begint aan taken waarvan u het gevoel heeft dat u ze niet tamelijk goed kunt volbrengen.

Dan hebben we ook nog met de geest te maken. Als ik innerlijk tamelijk evenwichtig ben, zal de invloed van de geest gemakkelijker aanspreken. Dat wil zeggen: je word je meer bewust niet alleen van de beïnvloeding, maar ook van het feit dat je wordt beïnvloed. Inspiratie krijgt een grotere betekenis indien je beseft dat je wordt geïnspireerd. Je bent dan ook bereid de teugels gemakkelijker te vieren. Je accepteert de inspiratie als iets wat verder gaat dan wat je zelf kunt en dus als iets wat je eerst naderhand zelf kunt beschouwen.

De geest zal u kracht willen geven. Maar als de geest u kracht geeft, dan kan dat nooit zijn voor één specifiek doel. Zij kan u helpen te genezen, ze kan u helpen om tijdelijk een bepaalde energie op te brengen, maar de kracht die u krijgt (bv. levenskracht) is altijd gericht op het geheel van uw wezen. Wanneer u levenskracht krijgt, dan kunt u die voor elk doel gebruiken dat u zelf juist acht. Maar als u een zeer specifieke energie vraagt met uitsluiting van al het andere, wat gebeurt er dan? Dan kapt u de mogelijkheden van die geest ‑ hoe goed ze ook wil – voor een groot gedeelte af. U moet dan de onevenwichtigheden, zo ze u al bereiken, zelf compenseren. Dat betekent voor u een veel groter spanning mentaal en daarnaast ook emotioneel nogal wat storing. Dus, stel u voor de geest altijd zo goed mogelijk open. Daarbij leeft u redelijk bewust. Nu kunt u nooit onredelijk zijn, tenminste niet als u uw evenwicht wilt bewaren. Maar redelijkheid betekent niet dat het leven logisch moet verlopen. Het betekent alleen dat u gezien de omstandigheden, gezien dat u zo reageert, het in gedachten logisch kunt verantwoorden en dat u die verantwoordelijkheid tegenover anderen desnoods kunt uitspreken. Ik geef u overigens de raad om dat alleen in extreme gevallen te doen. Hier krijgen we het evenwicht dus op een andere manier voorgesteld. Het is eigenlijk zoiets als we bij de Boeddha aantreffen.

De Boeddha is het perfecte voorbeeld van innerlijk evenwicht, van de grootste innerlijke rust die men zich denken kan. Hoe krijgt hij die? In de eerste plaats door zich niets aan te trekken van hetgeen er op hem komt afstormen. De duivel met zijn hele familie en zijn mooie dochters plus zijn legerschaar proberen de Boeddha te storen. Maar hij realiseert zich die aanwezigheid en zegt: het is niet belangrijk. Het belangrijke vinden en je daaraan wijden is de basis van evenwichtigheid. Je moet jezelf kunnen aanvaarden, ook dat is erg belangrijk. De Boeddha heeft lang gezocht. Vele disciplines heeft hij doorgemaakt. Er kwam een ogenblik dat hij besefte: ik kan mijzelf alleen aanvaarden, indien ik vrij word van al die invloeden van angst en begeerte, indien ik de essentie van mijn bestaan primair stel en al het andere langs mij heen laat gaan. Eerlijkheid. Eerlijkheid is belangrijk. Niet als een totaalbeeld waarmee iedereen al zijn gevoelens tegenover anderen voortdurend staat uit te braken, dat is helemaal niet nodig, maar wel in de vorm, van een erkennen wat je bent, wat je doet, wat belangrijk voor je is. Geen zelfbedrog. Niet jezelf aan jezelf mooier voorstellen dan je bent. Als je zwak bent, geef toe dat je zwak bent, dan heb je kans dat je sterker wordt. Maar probeer nooit te verklaren dat je kracht in feite zwakte is en je zwakte kracht. In beide gevallen ontneem je je de mogelijkheden.

Er is nog een ander punt waarin dat evenwicht een heel grote rol speelt. In de boeddhistische leer horen we daarover als het mededogen. In het christendom heet het waarschijnlijk naastenliefde. Wij zijn niet alleen. Wij zijn deel van een geheel. Niemand kan zich losmaken van de wereld. Daarom kunnen wij de wereld niet buiten ons laten bestaan en binnen a.h.w. schuilen voor de storm. Wij moeten begrijpen wat er zich in anderen afspeelt. Wanneer anderen lijden, dan moeten wij het gevoel hebben: als we dat lijden kunnen verhelpen, dan zullen we dat doen. Onze actie naar buiten toe wordt vaak gedicteerd door de omstandigheden die we beseffen. Maar wij kunnen alleen reageren volgens ons eigen wezen, d.w.z. zonder begeerte, zonder angst, in een eerlijke erkenning van onze mogelijkheden en onze noodzaken. Het innerlijk evenwicht wordt, als je het goed bekijkt, een toestand waardoor het “ik” de kosmos aanvaardt, de kosmos steeds duidelijker erkent en gelijktijdig op grond van erkenningen ‑ en alleen op grond daarvan ‑ ageert en reageert op de kosmos buiten hem.

Het is een wat moeilijke toestand voor veel mensen, want in de praktijk zit je zo gauw belast en beladen met een schuldbewustzijn. “Had ik het maar niet gedaan”, roepen de mensen dan uit. Maar je hebt het gedaan. Waarom zou je, je daarmee bezighouden? Jezelf verachten om iets wat je ge­daan hebt, is dwaasheid. Terughunkeren naar iets wat voorbij is, is dwaas­heid. Leef in het heden. Alleen door te leven in het heden kun je werkelijk iets bereiken. Wie leeft voor morgen, bereikt vandaag niets. Wie leeft voor gisteren, schiet vandaag tekort. Wie vandaag leeft, kan de ervaring van het verleden samenvoegen met de ervaring van het heden tot ze de toekomst ge­stalte geeft. Dus, als u dingen heeft gedaan waarvan u denkt: ik had ze beter niet gedaan, dan doet u ze de volgende keer niet. En als u denkt: vroeger waren bepaalde dingen toch veel aardiger veel prettiger, zeg dan: nu weet ik in ieder geval wat ik voor mijzelf nastreef, welk gevoel ik zoek, maar wat zijn mijn werkelijke mogelijkheden vandaag?

Leef vandaag, leef in het heden, is een slagzin die u steeds weer zult tegenkomen bij alle onderwerpen waarin harmonie, innerlijk evenwicht en dergelijke zaken een rol spelen. Dat is dan ook duidelijk. Als je berouw hebt, wek je golven van emotie in jezelf. Maar wat voor emotie is het in feite? Is berouw werkelijk lijden om iets wat voorbij is? Het is meestal een zelfbeklag, veel verder komt het niet. Want werkelijk berouw wat bij heel weinig mensen voorkomt, is niets anders dan leren uit het verleden om zo in het heden juister te handelen. Heel veel mensen gaan ook uit van het standpunt: anderen weten het beter. Dat kan heel goed zijn maar al weet een ander het honderdmaal beter, u zult het moeten doen op uw eigen manier. U bent uzelf. U bent geen ander. U heeft mentaal, geestelijk, moreel niet de mogelijkheden, de krachten of de wetten die een ander bezit. U moet uzelf zijn. Wees tevreden met de mogelijkheden die u heeft. Werk met de middelen die u heeft. Ga uit van het besef van het heden voor zover dit voor u bestaat. Laat uw gevoelens, uw inspiratie in het heden voortdurend een rol spelen. Niet om het verleden te interpreteren, niet om de toekomst te voorspellen, maar om nu zo harmonisch mogelijk en daardoor ook zo evenwichtig mogelijk te handelen.

We gaan nu besluiten met een aantal heel eenvoudige regels, die tot de evenwichtigheid bijdragen. Ik heb er al een paar gegeven die ik heb uitgewerkt. Wat u niet moet doen is het volgende:

Negatieve zaken.

U bezighouden met het verleden.

U bezighouden met de toekomst.

Medelijden hebben met uzelf.

Medelijden hebben met anderen, tenzij u direct kunt ingrijpen.

Vraag u niet af waar u tekort schiet. Vraag u af waar uw mogelijkheden liggen.

Positieve zaken.

Probeer altijd weer te voelen dat u deel bent van een geheel.

Begrijp dat uw gevoelens en uw rede beide zin hebben, dat ze beide deel zijn van uw wezen en probeer ze steeds tot een zo groot mogelijke eenheid te brengen.

Beroep u op elke hogere kracht waaraan u gelooft, maar geloof in de eerste plaats aan uzelf. Want u zoudt niet op deze plaats met deze mogelijkheden staan in deze tijd, indien u kosmisch gezien hier niet juist zou kunnen reageren.

Probeer altijd met uw gevoel, met uw besef rekening te houden.

Tracht nooit of uw gevoelens, of uw redelijkheid te onderdrukken. Laat alles samenvloeien in één geheel.

Innerlijke evenwichtigheid betekent: niet tegen uzelf verdeeld zijn.

Denk nooit dat er krachten buiten u zijn die uw problemen kunnen oplos­sen, als u ze zelf niet wilt oplossen.

Besef wat u werkelijk wilt. Vraag u af hoe uw mogelijkheden liggen en handel dan zo juist u kunt.

Eis nooit iets van anderen. Anderen hebben hun wijze van leven, hun eigen besef, hun eigen mogelijkheden. Die zijn anders dan de uwe. Daarom mag u niet eisen dat anderen zullen doen wat u misschien niet kunt doen.

Eis van uzelf dat u alles doet wat u kunt doen. Zodra u dit besef heeft, zult u vrede hebben, zelfs met uw mislukkingen. Wie vrede met zichzelf heeft, kan een innerlijk evenwicht bereiken.

Wanneer u tijd heeft, probeer u te concentreren en diep in uzelf contact op te nemen met de hogere krachten of met uw eigen innerlijk of hoe u het ook ziet. Tracht in die concentratie vooral tot rust te komen en laat in de concentratie die krachten maar op u afkomen. Uit deze geconcentreerde daadloosheid, die gelijktijdig een overweging en een absorptie betekent, zult u de kracht vinden om weer juist te reageren, zult u uw krachten beter kunnen verdelen en zult u ook datgene wat voor u mogelijk is beter beseffen.

Dit zijn eenvoudige regels. Ik kan me voorstellen dat ze voor heel veel mensen in de praktijk weinig te zeggen hebben. Ik hoor dan mensen zeggen: ja, maar ik heb huwelijksmoeilijkheden. Mijn antwoord is: ja goed, de ander zal wel schuld hebben, maar u ook. Ga na waar u zelf schuldig bent en probeer dat te verbeteren. En blijkt dat dit niet voldoende is, zoek dan de contacten, de mogelijkheden en een leefwijze waarin u wel uzelf kunt zijn, maar dan op de juiste manier.

Mensen zeggen soms: wij hebben zo’ n moeite met de opvoeding van onze kinderen. Mijn antwoord is: besef eerst dat kinderen mensen zijn, niet alleen maar kopieën of weerspiegelingen van uzelf. Kinderen weten binnen de beperkingen van hun besef en ervaring wel degelijk wat ze willen en wat ze niet willen. Heb respect voor de persoonlijkheid van uw kinderen. Daar waar zij buiten de perken van mogelijkheid tot beseffen, tot juist handelen gaan, aarzel niet om in te grijpen. Waar uw verantwoordelijkheid is, daar moet uw gezag zijn.

Er zijn mensen die zeggen: ik zit met de hele maatschappij in de knoop. Mijn antwoord is: wanneer u met de maatschappij in de knoop zit, moet u eerst proberen u zoveel mogelijk los te maken van alle aspecten waarmee de maatschappij u bindt. Zoek een methode om uw eigen onafhankelijkheid te vinden en uit te drukken. Naarmate u zich onafhankelijker opstelt en gevoelt, zult u gemakkelijker de wereld kunnen doorzien en aanvaarden.

Nog een probleem: “Ja, maar ik ben ziek.” Als u ziek bent, kunt u misschien beter worden. Een ding is echter zeker: hoe meer u bezig bent met de handicap die uw ziekte u heeft opgelegd, des te groter de handicap is waaronder u zult laboreren, omdat uw evenwicht en uw juiste visie op de wereld daarin teloor gaan.

“Er is zoveel onrecht op de wereld.” Ongetwijfeld. Zorg dan dat u daar niet toe bijdraagt, want u bent niet in staat na te gaan wat recht of onrecht in kosmische zin is. U kunt slechts zelf zo juist en zo rechtvaardig mogelijk handelen Er zijn vele van die denkbeelden en elk ervan betekent, dat u moet terugvallen op uzelf.

Het innerlijk evenwicht is innerlijk een aanvaarding vinden van uzelf en van uw wereld en op grond van de krachten – die u dan beseft – handelen vanuit de totaliteit waartoe u behoort, ook als u niet gelooft in een God maar alleen in een mensheid, ook als u niet gelooft in een leven na de dood, maar ziet dat u alleen een tijdelijk levende mens bent met een functie in de mensheid. Dat is echter niet van belang. Belangrijk is, dat u juist handelt volgens uw eigen besef. Innerlijk evenwicht is kort en goed: het vinden van een aanvaarding voor jezelf, die niet gelijktijdig een verwerping van de wereld inhoudt. Indien je daartoe in staat bent, dan heb je inderdaad het innerlijk evenwicht bereikt en kun je zeggen: dit is voor mij de weg die ik moet gaan, want zo besef ik de zinvolheid van al wat ik onderga, van al wat ik doe en kan ik tenslotte mijzelf zien als een deel van een totaliteit, van een mensheid, van een kosmos waarin dan de besluiten, die buiten mijn macht liggen door andere “hogere waarden” worden genomen.

Conclusie:

Evenwicht is iets wat we allemaal bezitten. Innerlijke kracht is iets wat we allemaal bezitten. Alleen, we geven het meestal de kans niet om zich te uiten. We zijn voortdurend zo druk bezig met enkele dingen uit ons bestaan, dat onze beleving, uit het totaal van de kosmos, dat we vergeten wat er allemaal nog meer is.

Evenwicht is het besef, dat voor alle kwaad dat er bestaat er ook iets goeds is. Dat voor alles wat geweest is ook weer een toekomst is. Kortom, het is het besef van de eenheid. In dat besef van eenheid moet je groeien naar datgene wat we God noemen of Eerste Oorzaak. Want er komt een ogenblik, dat je werkelijk evenwichtig bent, omdat je werkelijke deel hebt aan alle dingen. Misschien mag, ik hier nog een voorbeeld gebruiken. Er was een blad dat zich geërgerd had, omdat het door een koe werd opgegeten. En de koe heeft zich geërgerd omdat haar bestemming in de voedingswaren haar onaantrekkelijk toe scheen. En er was ook een mens, die zich ergerde dat hij ondanks zijn goede voeding met vleeswaren langzaam maar zeker toch tot verdienste voor de doodgraver dreigde te worden. Zo waren er velen, een hele keten. Maar op een dag brak voor het blad het besef door van eenheid. Toen besefte het: Ik ben opgegeten door de koe, die de mens heeft gevoed, die tenslotte de bemesting heeft bezorgd waardoor mijn wortels vele bladeren konden voortbrengen.

Het is een cirkelgang. Een ecologische samenhang zou je misschien kunnen zeggen. En dan niet alleen op klein menselijk terrein, maar ook op kosmisch terrein. Wanneer wij eenmaal beseffen wat alles is, dan begrijpen wij dat alles wat ons deert ons gelijktijdig baat: dat al wat ons baat ons gelijktijdig deert, tenzij we beseffen hoe het spel in de totaliteit de uitdrukking is van alle mogelijkheden, alle krachten en alle vormen. Kortom, de Schepper Zelf die in Zijn scheppende gedachte wordt uitgebeeld door de schepping in haar totale samenhang. Als je naar innerlijk evenwicht streeft, dan kun je meestal zover niet gaan. Maar lieve mensen, alles heeft ergens zin en betekenis. Probeer de zaken te aanvaarden zoals ze zijn. Probeer het goede en het lichtende te vinden, juist als je meent dat het duister is. En besef het duister, als het lijkt dat het zo verblindend licht rond je is.

Laat licht en duister samenvloeien, opdat je evenwichtig wordt, opdat je onaantastbaar wordt voor de gevolgen van licht en duister en zo jezelf volledig waarmaakt, zo de dood overwinnend, zo de eeuwigheid vindend en voor jezelf winnend, zelfs in dat moment. Dat is evenwicht. Evenwicht is de beleving van de Goddelijke Totaliteit, zelfs binnen de beperktheid van je voorstellingsvermogen.