Het is onmogelijk

image_pdf

23 juni 1967

Voor wij aan ons eerste onderwerp beginnen, wijs ik u er op, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Als onderwerp wil ik eens met u spreken over: Het is onmogelijk.

Wanneer de mensen met iets worden geconfronteerd, wat hen niet past of hen onbekend is, zo noemen zij dit al snel onmogelijk, of wanneer zij beleefd zijn: onwaarschijnlijk. Dat er vliegende schotels bestaan en zelfs op aarde geland zouden zijn, is in deze termen natuurlijk: Onmogelijk.

Wie wat beleefder is, spreekt van onwaarschijnlijk en heeft het over massahysterie e.d. Maar stel nu het gebruik van het woord onmogelijk eens tegenover de zekerheden, die men heden zo vaak meent te bezitten. Dan ziet de zaak er ongeveer als volgt uit: “Wij weten precies, wie gelijk heeft in de geschillen in Vietnam, China, Arabië – Israël enz. Wij weten precies, wie gelijk heeft van de sprekers in de UNO, wij weten precies, welke partij de enig juiste voor Nederland is en welke godsdienst de enig ware en enig zaligmakende is.”

Wanneer je de mensen dan vraagt hun stelling en voorkeur als redelijk en juist te bewijzen, komt hun argument vaak neer op een “iedereen zegt het”. Of, het staat in de bijbel, in de krant, ik heb het over de tv gehoord. Misschien komen zij zelfs wel met een deskundige aandragen als: Ik heb zo even een professor gesproken – of horen spreken – die het helemaal met mijn standpunt eens was. En daarbij blijft het dan, indien je tenminste de franje weghaalt: De deskundigheid van anderen, de leer, de openbaring, vormen steeds weer het argument voor de juistheid van alles, wat gesteld wordt. Slechts zelden spreekt iemand uit eigen weten en ervaring.

Wanneer iets niet past binnen de stellingen van de aanvaarde kennis en wetenschap, of niet past binnen het godsdienstig kader, is het eenvoudig onjuist. Elke poging een ander standpunt, een andere mogelijkheid aan te tonen, wordt eenvoudig afgedaan met een “onmogelijk”. Stel dat ik zeg: Jezus heeft wel God gepredikt, maar geen godsdienst gesticht. Antwoord is, dat deze stelling niet juist is. Wat ik beweer, is volgens de gelovigen eenvoudig niet mogelijk. Jezus heeft immers een vaste leer achter gelaten en zijn leerlingen opgedragen deze te verkondigen? Nu dan. Dan moet het toch een godsdienst zijn?

Indien ik enkele dagen geleden nog tegen u gezegd zou hebben, dat Israël en Arabië beiden verkeerde dingen hebben gedaan, dat beiden aan het conflict schuld hebben, zou men meteen gereageerd hebben met een: “U weet er niet veel van. Wat u stelt is onwaar. Het is eenvoudig niet mogelijk, dat het zo is. Het is de schuld van de Arabieren en vooral van Nasser.” Indien ik zeg, dat Rusland, met zijn visie en wijze van optreden, in vele gevallen evenveel, of zelfs meer gelijk heeft dan de USA, dan bestrijdt men dit. Dat is eenvoudig onmogelijk. Men zal zelfs, wanneer men verontwaardigd is, zeggen, dat ik dergelijke aparte leugens niet mag verkondigen.

Steeds weer reageert men eenzijdig en noemt elk argument voor de andere zijde, voor een andere oplossing of mogelijkheid verkeerd en onmogelijk. Daarom wilde ik vandaag over dit woord en de gevolgen van een overdadig gebruiken daarvan eens spreken.

Laat ons eerst beginnen ons af te vragen, of er iets wel werkelijk en geheel onmogelijk kan zijn.

Ik geloof niet, dat er iets onmogelijk is. Wanneer wij geloven aan een God, – zoals 3/4 van de wereldbevolking toch doet,- die alle dingen kan, kunnen wij nooit met recht zeggen, dat iets werkelijk onmogelijk is. En wanneer wij dan nog aannemen, dat God alle dingen weet en ingrijpt, zoals de helft van de wereldbevolking aanneemt, heeft de gelovige al niet het recht, aan te nemen dat hij alles net zo goed weet als God, laat staan beter weet dan God. Het woord onmogelijk is, godsdienstig gezien, eenvoudig wartaal, tenzij men à priori wil stellen, dat het gehele gangbare beeld, dat de mens zich van God pleegt te maken, onjuist is.

In de politiek geldt alweer hetzelfde. Wanneer men mij zegt, dat een bepaald iets onmogelijk is, – bv. een vreedzaam samengaan van een communistische en een westerse maatschappij, is mijn reactie onmiddellijk: Hoe komt u daarbij? Leven niet in de eerste plaats aan beide zijden van bamboe- en ijzeren gordijn mensen? Van beide kanten stelt men echter, dat dit in wezen onmogelijk is. Mijn vraag is dan: Waarom niet? Kennelijk is een samengaan van mensen onder deze verschillende systemen vooral onmogelijk, omdat men eenvoudig weigert van beide zijden zelfs de mogelijkheid maar te overwegen. Het is dus niet onmogelijk, omdat zo iets in de wereld niet zou kunnen bestaan, maar omdat het denken van de mensen eenvoudig weigert dit als mogelijk te aanvaarden.

Wanneer ik u zeg, dat in Noord-Vietnam de mensen voor hun vrijheid vechten, stelt men al snel, dat dit onmogelijk is. Zij vechten, gedwongen door een communistische overheersing. Wanneer ik dan nog stel, dat in Zuid-Vietnam vele misbruiken, dankzij de Amerikaanse bijstand, in stand kunnen worden gehouden, zal men beweren, dat ik dingen zeg, die niet waar zijn. Want daarover hoort men immers nooit iets? Goed. Men zegt het meestal anders. Maar is het daarom ook werkelijk zo? Zegt niet een ieder het niet zoals het feitelijk is, maar zoals men dit graag zou willen? Is iets wel onmogelijk, omdat men er nooit van gehoord heeft? Vele mensen doen mij denken aan de boer, die in de dierentuin een giraffe zag en tot zijn zoon sprak: “Daar moet je niet naar kijken, want dergelijke dieren bestaan niet.” De mensen in de wereld nemen vaak een ongeveer gelijke houding aan. Wanneer men spreekt over het spiritisme, zo wil men daarin desnoods wel een reeks van fenomenen bezien, mits die onder zelf gestelde voorwaarden zouden kunnen worden geproduceerd. Maar wanneer het iets anders wordt dan het controleerbare fenomeen, het feit, dat je mogelijk kunt onderzoeken en ontleden, iets waar je als mens gezellig mee kunt spelen, dan zegt men, dat bestaat niet. En als er toch iets wordt geproduceerd, wat niet past binnen het kader van eigen verlangens, doet men het maar al te vaak af met termen als hysterie, zelfbedrog, oplichting.

Zelfs de gelovigen grijpen vaak naar deze termen, wanneer de geest het niet met hun lievelingstheorieën eens is. Dan moet het wel duister of bedrog zijn, want een bewuste geest zou immers dergelijke dingen nooit zeggen? Wanneer je spreekt over de nieuwe Wereldleraar en daarbij veel nadruk legt op het deel van zijn leringen, waarin hij stelt, dat er geen vaste waarden van goed en kwaad bestaan, is de reactie al snel: “Dat hebben wij al zo vaak gehoord.

Zou daar nu een nieuwe wereldleraar voor komen op aarde? Onmogelijk. En wij horen niets van zijn bestaan, nu zelfs, na zoveel jaren. Heeft hij dan wel waarlijk geleefd, of is dit een mystificatie?” Want men kan zich niet voorstellen, dat dergelijke dingen langzaam groeien en niet onmiddellijk via alle middelen openbaar gemaakt worden. Men kan het zich niet indenken dus… onmogelijk! Toch is er een wereldleraar geweest. Toch heeft hij deze stelling o.m. verkondigd, toch heeft hij, juist in het nu meest roerige deel van de wereld, een basis willen leggen, voor een vernieuwing.

Aan de andere kant hoor ik door mensen vele dingen verkondigen die mij onmogelijk voorkomen.

Wanneer ik de mensen niet alleen hoor zingen, maar ook met overtuiging hoor zeggen, dat alle mensen broeders worden, klinkt dit wel mooi, maar kan ik daarin niet geloven. Men vraagt mij dan, waarom volgens mij alle mensen niet broeders zouden kunnen worden. Mijn reactie is dan: Kijk naar de wereld van heden, naar alles, wat er gebeurt. Denk eens aan de wijze, waarop een Arabier tegenover een Israëliër staat en omgekeerd. Denk eens aan de manier, waarop vele Nederlanders nog tegenover Duitsers staan enzovoort, enzovoort. Realiseer je, hoe mensen in deze tijd tegenover elkander staan en vraag je dan af, of een dergelijke stelling nog wel waarschijnlijkheid in zich draagt. Denk over dit alles na en zeg mij dan nog eens, dat alle mensen broeders worden.

Het is natuurlijk wel mogelijk, maar dan zullen volgens mij toch eerst de mensen moeten veranderen. En dat zie ik nog niet zo direct. Daarom lijkt mij een dergelijke stelling onmogelijk. Waarmede ik dan een fout maak: Met dat woord onmogelijk heb ik mijzelf dan de pas afgesneden. Wanneer ik stel, dat de mensen onmogelijk broeders kunnen worden, stel ik in feite dat ik geen vertrouwen heb in mijzelf, in de mensheid, in God. Ik neem door dit woord te gebruiken kennelijk aan, dat er geen ontwikkeling en verandering meer mogelijk is. En dat is verkeerd. Ik zou moeten zeggen: “Ik weet niet, of dit voorlopig wel of niet kan.” Het beleefde woordje “onwaarschijnlijk” zou in dit geval niet positief zijn, maar toch beter zijn dan het woord “onmogelijk”. Want wanneer ik stel, dat iets onwaarschijnlijk is, geef ik tenminste nog toe, dat er een mogelijkheid zou kunnen bestaan. Helaas zullen de meeste mensen die het woord onwaarschijnlijk gebruiken, dit daarmede niet bedoelen, deze betekenis daarin niet beseffen, begrijpelijk is dit voor mij wel. Want wat moet je eigenlijk vragen van een wereld, die toch feitelijk in de war is. Wat moet je daarvan verwachten, wat moet je daar nog aan waarden in zoeken?

Ik zou zeggen, dat wij niet zoveel zouden moeten zoeken naar het onmogelijke en ons eerder zouden moeten concentreren op het volgens ons wel mogelijke. Ik meen, dat wij er het beste aan zouden doen, het woord onmogelijk eenvoudigweg uit onze woordenschat te schrappen en te stellen: Onmogelijk bestaat niet. Het lijkt op het ogenblik onmogelijk, dat er een overeenkomst zou kunnen ontstaan tussen de topfiguren van USA en USSR, die elkaar gaan ontmoeten. Maar mogelijk is het. Het lijkt ons wel onmogelijk, maar in stilte kan een overeenkomst wel bestaan, zelfs al hoort men daarvan niet veel. Het lijkt ons, dat een oplossing voor het probleem Israël-Arabië onmogelijk te vinden is. Maar er is in feite wel een oplossing mogelijk. Er zijn zelfs meerdere voor beide partijen – de mensen, niet de staatshoofden – aanvaardbare oplossingen te bedenken, maar wij zullen ons er rekenschap van moeten geven, dat degelijke oplossingen alleen mogelijk kunnen worden, wanneer ook wij bereid zijn van onze vooroordelen afstand te doen. Dat is het moeilijke deel er van.

Wij hebben allen ergens een denkbeeld van uitverkoren zijn. God – of de partij – heeft ons de enige waarheid gegeven. Hij heeft ons precies verteld, wat het enig juiste denken, de enig juiste rite, Bijbelinterpretatie, de enig juiste moraal is. God heeft ons precies verteld, wat juist is. Wij weten het zo goed, dat niemand dergelijke dingen maar in twijfel zou mogen trekken – zelfs indien het alleen maar gaat om onze eigen interpretaties. Daarom durf ik te zeggen, dat het gebruiken van het woord “onmogelijk” in 9 van de 10 gevallen neerkomt op een verklaring, dat men een leven met meer mogelijkheden eenvoudig niet aandurft. Men durft eenvoudig niet erkennen, dat er nog wel eens iets anders zou kunnen bestaan, dat iets anders goed zou kunnen zijn.

Zo zijn vele mensen eenvoudig bang voor de stelling, dat de geest overgaat, zoals zij heeft geleefd en dan niet onmiddellijk beoordeeld wordt, maar verder mag ploeteren in een wat gezelliger of minder gezellige omgeving dan op aarde – dit laatste naargelang naar eigen instelling. Dan zegt men: “Mensen, je moet toch begrijpen, dat zo iets niet mogelijk is. God geeft ons een leven en daarna beoordeelt Hij ons.” Waarom wil men dit met alle geweld vasthouden?

Om de doodeenvoudige reden, dat vele mensen een dergelijke voortleven niet aandurven. Het is prettiger de hemel binnen te gaan; je hebt natuurlijk gezondigd, maar die zonden zijn vergeven. Daar ben je vanaf, wanneer je maar berouw hebt. En berouw is goedkoop, wanneer de gelegenheid voorbij is. Dan kom je er goedkoop af. Je kent de waarheid: Je bent uitverkoren en wanneer je sterft, ben je van alle ellende af. Dan is alles voor elkaar. Bovendien is het zo prettig om te weten, dat die buurman van je, die zondaar, de hemel niet binnen zal gaan. Want je hebt nu al een hekel aan hem en in de hel krijgt die arme heiden dan zijn trekken wel thuis, nietwaar? Een dergelijke denkwijze, al uit men die niet op die wijze, waarop ik haar hier omschrijf, is gemakkelijk: Dan kun je met het leven in een keer afrekenen en hoef je niet meer verder te denken.

Op dezelfde wijze wijst men incarnatie af, acht men dat onmogelijk, vooral wanneer het woord reïncarnatie valt. Waarom zouden wij meerdere malen op de wereld moeten terugkomen, nietwaar, het is zo onredelijk, het is eenvoudigweg onmogelijk. Maar, je vraagt je af, waarom vele mensen dit verwerpen. Het wordt dan begrijpelijk: Men verwerpt, omdat men geen zin heeft nog eens op aarde terug te tomen. Men denkt zo ongeveer: “Ik heb nu de ellende van het leven gehad. Waarom zou ik dat nog eens ondergaan. Geef mij de hemel maar. Mijn portie van de reïncarnatie mogen ze houden.” Men is er bang voor om nogmaals te leven, waarbij dan bovendien de kans bestaat, dat je met al je fouten van dit leven één voor één af moet rekenen.

Daarom acht men het onmogelijk. Maar is het daarom ook werkelijk onredelijk en onmogelijk?

Het woord onmogelijk is eigenlijk, wanneer u het mij vraagt, een van de schuwkleppen, die men gebruikt, om alles, wat niet in eigen gezichtslijn ligt, voor zich en anderen weg te sluiten. Wat beteken, dat in het leven, zowel nu als na de dood, heel wat mensen nog voor grote verrassingen komen te staan.

Binnenkort zullen wij bijvoorbeeld wel weer wat leren over nieuwe ontwikkelingen in het verkeer en nieuwe ontdekkingen op het gebied van de ruimtevaart; men krijgt ongelofelijke gegevens binnen. Daar zal men voorlopig wel over zwijgen. Want zo iets had niet mogelijk moeten zijn; weet u, de theoretici hadden berekend, dat juist dit nooit zou kunnen gebeuren, dat dit niet kon bestaan. Toch komen die gegevens binnen. Toch gebeuren die onmogelijke dingen, zijn er onmogelijke velden en massa’s. Men kan daarvan leren. Wanneer men wil tenminste. Maar velen willen niet, omdat dit hun beeld van eigen wezen, van weten en vermogen aantast. Binnen enkele dagen is er weer een bijzondere werking op aarde, waarin vele uitvindingen worden gedaan en vele vernieuwingen een begin vinden. U hoort daarvan in de loop der jaren meer, want sommige van die ontdekkingen hebben een aanlooptijd van rond 5 jaren nodig, voor men er mee in het openbaar kan komen. Maar die impulsen komen en de toekomst zal bewijzen, dat ik hier geen ledige woorden spreek. Vele mensen zullen echter, wanneer ik zeg: Op die dagen is er een invloed, waardoor opeens begrip, inzicht komt en vernieuwingen mogelijk zijn, reageren met een “onmogelijk”. Zij bedoelen daarmede in feite, dat het voor hen niet aanvaardbaar is, wanneer bij uitvindingen en vernieuwingen niet alleen eigen intellect van de mens, eigen kunde, een rol zouden spelen. Een dergelijke invloed zou een vermindering van de menselijke verdiensten kunnen betekenen. En daar houdt men niet van, maar die invloeden komen desondanks.

De angst, ook voor een aantasting van het zelf geschapen beeld van het ik, is typerend voor het menselijke reageren en denken. Wanneer je weet, dat mensen bang zijn voor de dood, kun je op grond daarvan wel stellen, dat de meesten onder hen beelden van een totale wereldoorlog, die alle mensen kan vernietigen, misschien openlijk zullen vrezen, maar in hun diepste wezen onmogelijk achten. Zij beseffen niet, dat zij juist hierdoor het gevreesde – openlijk gevreesde zou hier beter en juister zijn – helpen waar maken. Men verzet zich tegen onaanvaardbare waarheden door ze eenvoudig niet te geloven. Zoals vele mensen zich zullen weren, wanneer je wijst op de decadentie van de laatste jaren. Wanneer je er op wijst, dat vele moderne cultuuruitingen, in wezen decadent zijn, reageren zij met een: “U ziet het verkeerd. U moet ons eerst leren begrijpen, want wij hebben juist nu eerst de toppen van menselijke grootheid bereikt.” Begrijpelijk: Het denkbeeld van verval is zo onplezierig en heeft gevolgen, waarvoor men vreest. Onmogelijk is een heerlijk woord, om alle angsten, alle mogelijkheden tot aantasting van eigen wezen, geloof en denken uit de weg te ruimen. Maar toch meen ik, dat wij allen zouden moeten beginnen met het woord onmogelijk, zelfs als begrip, uit alle woordenboeken te schrappen. Als het even kan, moet de mens zichzelf steeds weer realiseren, dat alles, zelfs het meest onwaarschijnlijke, altijd mogelijk is.

Er zijn zoveel mogelijkheden in deze dagen, waarmede de mens zelf iets zou kunnen doen, wanneer hij maar niet de kunstmatige grenzen van het “onmogelijke” steeds weer voor zichzelf zou optrekken. Er zijn zovele ontdekkingen, waarmede men veel meer zou kunnen doen. Er zijn zoveel mogelijkheden om, voor zich en anderen, een beter, prettiger en juister leven te vormen.

Natuurlijk, dan moet je vele veranderingen, ook in eigen leefwijze en denken aanvaarden, en dat kan bitter zijn. Maar de resultaten zouden de moeite lonen.

Ik wil daarom trachten in dit verband enkele meer praktische raadgevingen uit te spreken.

Allereerst stel ik dan, dat het levensgeluk van de mens voor een zeer groot deel afhankelijk is van zijn erkennen, dat alle dingen voortdurend mogelijk zijn. Zolang de mogelijkheid erkend wordt, zal er niet alleen de hoop op verandering bestaan, naar zal ook het ik blijven trachten de zaken te veranderen en aan ongewenste toestanden iets te doen. Dan zal men blijven streven, werken, zal men veranderingen tot stand trachten te brengen. Bijvoorbeeld: Indien de Israëli hadden gezegd, dat het onmogelijk was tegen de veel grotere macht van de Arabieren te strijden, zouden de overlevenden zich nu in een onaangename positie bevinden. De Israëli zeiden echter precies het tegenovergestelde. Alles is mogelijk en God staat achter ons. Of dit nu geheel juist is, of God werkelijk voor hen gekozen heeft, dan wel ergens anders ook aanwezig is geweest, valt buiten onze discussie. Maar als je werkelijk gelukkig wilt zijn, wanneer je in het leven iets wilt bereiken, dan moet je niet spreken van wat mogelijk en wat onmogelijk is, maar van wat volgens ons, op dit ogenblik wenselijk en noodzakelijk, dan wel niet wenselijk en noodzakelijk is. Doe alles, wat je nodig vindt. Streef alles, wat je van belang of noodzakelijk acht, na, zonder er op te letten, of dit nu volgens de gangbare regels wel mogelijk lijkt of niet.

Begin eenvoudig. Dan zul je ontdekken, dat ook in deze dagen de wonderen en tekenen de wereld nog niet uit zijn.

Een tweede punt vormt de kwestie van geestelijke inwijding, inzicht. Vele mensen geloven daarin niet of alleen voor anderen. Ergens dragen zij in zich een voorbehoud. Het lijkt hen helemaal niet mogelijk, dat zij, zij het dan op een andere wijze dan zij zelf als belangrijk beschouwen, misschien werkelijk zouden kunnen worden opgenomen in een groter geheel; dat hun wezen, weten en betekenis met een enkele slag zou kunnen veranderen. Wie zoekt naar geestelijke bewustwording, inwijding, mag zeker het woord onmogelijk niet uitspreken. Hij moet beseffen, dat alle mogelijkheden voortdurend rond hem bestaan. Wanneer je een bepaalde mogelijkheid nastreeft, moet je je ook niet afvragen, wat een ander daarvan wel denkt. Zeg eenvoudig: Dit is in mij als een begeren, een erkennen, een verlangen, dus zal ik het waar maken.

In de derde plaats: Alles wat behoort onder de rubrieken occultisme en magie behoort voor de meeste mensen tot het onmogelijke. Zelfs indien men voor anderen de mogelijkheid aanneemt, acht men voor zichzelf resultaten maar vraagwaardig. Een ander kan misschien wel helderziend zijn, maar het ik niet enzovoort, enzovoort. Stel het liever anders: de gehele wereld van geestelijke mogelijkheden en eigenschappen, die u bezit, of u ze nu gebruikt – dan wel niet – kan voor u niet functioneren, zolang u daar een grens aan stelt door het handhaven van begrippen als: “Onmogelijk”. Hoe meer u tracht een tegenstand te overwinnen en zo niet op dit terrein te presteren, hoe groter de kans is, dat u in feite uw eigen mogelijkheden beperkt door het erkennen van beperkingen. Zie dus ook op dit terrein uw mogelijkheden als niet beperkt.

Wees bereid alle dingen te aanvaarden, zoals zij komen, alsof zij een normaal deel van uw leven vormen. U zult dan ontdekken, dat, zelfs in deze tijd, waarin de inwijdingstendensen op aarde toch wat minder sterk op de voorgrond treden dan in vorige perioden, voor u nog vele mogelijkheden tot bewustwording bestaan, mogelijkheden tot bereiking ook, die in uw denken toch bijna een algehele inwijding gelijk komen.

Laat u dus niet afschrikken door hetgeen anderen zeggen of veronderstellen. Wij zien dit trouwens zo vaak bij de mensen. Wanneer ik u iets vertel over een astrale sfeer, zo zijn er vele mensen die zeggen: “Hoe kan dit nu.” Vooral wanneer ik hen dan nog vertel, dat geestelijke , astrale en stoffelijke werelden op precies de zelfde plaats geheel aanwezig kunnen zijn, zonder dat zij elkander feitelijk beroeren. Spreek ik daarbij over 4e en 5e dimensie, spreek ik over de verschuivingsmogelijkheden, die in een 6 dimensionaal systeem bestaan – iets wat noodzakelijk is, om op aarde het bestaan van verschillende toestanden en sferen gelijktijdig en op één plaats te verklaren, dan zijn er velen, die mij niet begrijpen, maar toch het gestelde wel willen aanvaarden, omdat de niet begrepen argumenten zo geleerd en redelijk klinken. Dan willen zij aanvaarden. Maar wanneer ik een dergelijke verklaring geef, maak ik in feite de zaak minder duidelijk, minder aanvaardbaar. Dan duw ik de verschijnselen van de geest en de sferen in een bepaald hokje. Tracht daarom alle denken, ook het wetenschappelijk denken en occulte zoeken, nimmer te baseren op een onderscheid tussen wat redelijk mogelijk en wat onmogelijk schijnt.

Wees bereid, om elke ontwikkeling en elke daaruit ontstane impuls na te gaan, zelfs wanneer de bron daarvan niet verklaarbaar is. De zo bereikte oplossingen voor vele problemen van stof en geest zullen dan blijken de meest eenvoudige en meest juiste te zijn. Door zo te reageren zult u, occult, redelijk en technisch, veel meer kunnen bereiken.

Zeg ook nooit, dat het voor een mens onmogelijk is altijd beide kanten van een medaille te zien.

Een mens kiest graag partij, ja, dat weet ik wel. Maar wanneer u in deze dagen partij kiest, draagt u alleen maar bij tot een verdere strijd, u maakt het voor uzelf en anderen dan moeilijk in het leven. Elke tegenslag van uw gekozen partij wordt dan in feite ook de uwe. Wanneer u mij niet gelooft, moet u maar eens denken aan de voetbalwedstrijden, waar cholerische fans hun elftal zien verliezen en na afloop van de wedstrijd meer ontsteld, vermoeid en geschaad zijn dan de speler van het elftal zelf. Velen van jullie reageren op het gebeuren in de wereld op de zelfde wijze. Jullie maken zich veel drukker over het gebeuren, dan noodzakelijk of zelfs maar wenselijk is. Mag ik u daarom nog een raad geven? Denk niet, dat het onmogelijk is de standpunten en bezwaren van twee zijden, van twee partijen te zien. Probeer ze eerst eens te zien. Tracht eerst te begrijpen wat er ook aan de andere kant, bij de tegenpartij leeft, wat daar de aanleiding tot strijd en problemen vormt; door dit te doen, zult u eigen wijze van handelen juister kunnen bepalen en zult u innerlijk minder grote spanningen te verwerken krijgen. U zult ook in een periode, waarin de angst voor grote spanningen op de wereld – iets wat over enkele maanden weer komt – niet zozeer lijden onder die angst als velen rond u.

Misschien kan ik juist in verband met het begrip ‘onmogelijk’ ook de economie van deze tijd even aanstippen. Werkeloosheid dreigt. De getallen, die men nu aarzelend en schoorvoetend toegeeft aan werkelijk werkelozen, tonen nu eindelijk de orde van grootte te bereiken van de mogelijkheden, die wij reeds in 1961 voor dit jaar hebben voorspeld. Wij hebben er bij gesteld, dat dit zich dan enkele jaren lang zeer sterk door zou zetten, terwijl de mens zijn eigen houding in de economische samenwerking sterk zou wijzigen. Daarvoor hadden wij onze redenen, zoals u zult begrijpen. Nu is het zo, dat de mensen aannemen dat het onmogelijk is te leven in een maatschappij, waarin niet iedereen werk heeft. Maar zij vergeten, dat het op deze wijze dan, volgens dezelfde reeks van stellingen, die zij hanteren, onmogelijk zal zijn om tot een werkelijk rationele productie te komen. Ook hier zal men moeten kiezen.

Een besef van alle mogelijkheden plus het doen van een verstandige keuze daaruit, rekening houdende met alle aspecten van de medaille, is ook hier wel degelijk mogelijk. De mensen zien dit niet in, omdat velen van hen verblind werden door hun angst voor de grote problemen van een meer algemene werkeloosheid zoals deze rond 1928 tot 1930 bestond. Zij zien de mogelijkheden niet, maar vragen zich voortduren af, of zo iets nog eens zou kunnen gebeuren. Het antwoord op deze vraag moet dan luiden: wanneer u voort blijft gaan, zoals u nu doet, is dit onvermijdelijk. Het lijkt u misschien onmogelijk in korte tijd de verhouding tussen werkgevers en werknemers zodanig te wijzigen, dat deze gevaren kunnen worden voorkomen. Maar is dit nu wel werkelijk zo onmogelijk? Juist nu het voor de werkgevers steeds moeilijker wordt hun bedrijven in stand te houden en rendabel te werken, juist nu het voor de werknemers steeds moeilijker gaat worden om werk te krijgen en te behouden, lijkt het mij de tijd om eens samen te gaan praten, zonder eisen te stellen. Juist nu kunnen vele overbodige, uit weelde geboren regels terzijde worden gesteld. Nu is het de tijd, dat een meer reële samenwerking mogelijk wordt.

In plaats van alleen maar steeds weer aan de andere zijde eisen te stellen, kan men ook werkelijk tot een redelijke samenwerking komen. Ik geef u een voorbeeld, van hetgeen hier mogelijk is.

Voor korte tijd was er in Denemarken een kleine gieterij voor brons en koperwerken. Onder de bestaande condities bleek het onmogelijk deze gieterij nog rendabel te maken. De werkgevers – een familievennootschap – zegde dus de 80 werknemers ontslag aan. Deze 80 arbeiders stelden hun werkgevers voor, na te gaan, wat op dit ogenblik de werkelijke waarde van het bedrijf was, zonder goodwill dus. Zij stelden voor het bedrijf over te nemen en wilden zich verplichten, over het vastgestelde kapitaal een rente van 5% te betalen. De werkgevers hebben, na enige aarzelingen, ja gezegd. En nu het vreemde, deze kleine gieterij, die geen winstgevende orders meer kon krijgen, werkt de laatste één en een half jaar met behoorlijke winst. Er schiet zelfs voor de arbeiders iets extra’s over, ondanks het feit, dat een uitkering aan de vroegere werkgevers moet worden gedaan. Dit voorbeeld krijgt al navolging.

Wanneer ik mij niet vergis, zult u horen van, of heeft u reeds gehoord van een scheepswerf in het zelfde land, dat eveneens gesloten zou worden en nu van de arbeiders een soortgelijke aanbieding heeft gehad. Ik zou mij voor kunnen stellen dat op een dergelijke basis bepaalde nu gesloten textielfabrieken door kunnen werken. Voor de arbeiders is het dan geen zaak meer van: Zoveel moeten wij verdienen, of: Laat ons de kantjes er maar eens aflopen, want de baas betaalt toch wel. Dan wordt het een zaak van: wij moeten de zaak draaiende houden. Wij zullen geen loonsverhogingen eisen, wij zullen werken voor elke prijs, die nog redelijk lijkt en ons aan prijsafspraken niet meer storen, dan kunnen wij aan het einde van een jaar wel zien, of wij nu te veel of de weinig loon hebben genomen. Maar nu zullen wij zuinig zijn en hard werken. Op deze wijze, de gegeven voorbeelden wijzen dit uit, is er veel, heel veel te bereiken. Maar om dit mogelijk te maken moet men anders gaan denken. Dan kun je niet meer denken in tegenstellingen tussen arbeiders en werkgevers. Dan kun je niet meer eisen, maar moet je coöperatief reageren. Dat lijkt ondenkbaar in deze dagen. Maar daarom is het nog niet onmogelijk.

Wanneer u in de komende jaren met dergelijke moeilijkheden geconfronteerd wordt, kunt u daarom beter vanuit volgende standpunt uitgaan: Wanneer je werkelijk werken wilt en goed wilt werken en niet allen meer blijft kijken naar hetgeen men met zo weinig mogelijk tijd en moeite kan verdienen, is er in de maatschappij altijd een plaats te vinden. Dan kunt u zelfs in uw eigen beroepen, zoals alle anderen, heus nog wel het noodzakelijke levensonderhoud verdienen, en meer dan dat ook. U zult natuurlijk niet kunnen werken volgens allerhande bonden, afspraken en regelingen. Maar dat heeft naast de nadelen ook grote voordelen. Als je het aantal officials en ambtenaren eens nagaat die als een soort sleepanker de mogelijkheden van arbeiders en werkers belemmeren, zou je haast rillen. Wanneer een bepaald bedrijf per 100 producerende werkers de lasten voor 10 officials en ambtenaren op moet brengen, is het duidelijk, dat winst maken moeilijk wordt. En er zijn beroepen, waarin het aantal van dergelijke niet producerende werkers per 100 veel groter is dan dit. Stel nu eens, dat deze 100 mensen eens uiteenvallen in groepjes van 10, die zich zelfstandig maken en alle werk, dat door de ambtenaren en officials gedaan werd, zelf op zich kunnen nemen – daar minder coördinatie en minder regeling mogelijk is in een kleine groep, die het eens is – vergroten zij hun mogelijkheden reeds met tenminste 10%, zijnde het loon voor deze niet producerende werkers. Het gevolg is, dat er 10 personen, die eens als ambtenaren optraden, nu vrij komen om hun deskundige diensten te verlenen, waar deze werkelijk gewenst en van node zijn. Waardoor hun arbeid in plaats van een rem een stuwende kracht wordt voor anderen. De mensen zullen zeggen, dat iets dergelijks, in deze tijd eenvoudig onmogelijk is. Men zal zeggen, dat er regelingen, afspraken en onderhandelaars moeten zijn. Maar ik zeg u, dat het gestelde niet onmogelijk is, zelfs nu niet. Alleen zal men anders moeten gaan denken. Ik wil verder gaan dan dit en stellen, dat dit een noodzakelijke hervorming van de maatschappij is, die rond 1972 reeds een eind onderweg moet zijn, omdat aders de huidige maatschappij zodanig topzwaar wordt, dat zij aan zichzelf tenonder gaat in strijd en verdeeldheid.

Over welk probleem je ook spreekt in deze tijd, of het gaat om de mogelijkheid met andere landen te concurreren, de mogelijkheid tolgrenzen te slechten of iets anders, steeds weer krijg je als antwoord, dat dit onmogelijk, onwaarschijnlijk, ondenkbaar is. Mijn antwoord daarop is: U heeft het waarschijnlijk vóór de tweede wereldoorlog ook onmogelijk geacht, dat mensen ooit nog eens nasi van bloembollen zouden eten en het nog heerlijk zouden vinden ook. Maar nood leert bidden. Nood leert de mens echter meer: hij leert de mens genoegen nemen met het mogelijke en zich, binnen de mogelijkheden, zo rationeel mogelijk te gedragen. Dan tellen wetten en voorbehoud niet meer, dan gaan vele regels van de gemeenschap zonder meer overboord. Waarom dan niet hetzelfde gedaan, wanneer een noodzaak kenbaar wordt en nog geen werkelijke noodtoestand bestaat?

Tijdig en rationeel handelen is voor vele problemen van deze tijd de oplossing. Niet een zich afvragen, hoe men het zo prettig mogelijk kan houden, want dat gelukt toch zelden. Maar men kan steeds, wanneer een nood kenbaar wordt, zodanig reageren, dat het na korte tijd weer mogelijk wordt, het leven voor allen die werkelijk willen, aangenaam te maken. onmogelijk is het woord, dat vooral wordt gebruikt door degenen, die zelf niet bereid zijn af te wijken van vaststaande gewoonten en bestemde omstandigheden. ‘Onwaarschijnlijk’ is het beleefde formuleren van ‘onmogelijk’ door diegenen, die wel toegeven dat er mogelijkheden zouden zijn, maar ten koste van alles weigeren af te wijken van hetgeen zij zich als juist of voor zich aangenaam voorstellen. “Dit is mogelijk, alles kan!”, daarentegen, is het wachtwoord van degenen, die in staat zijn aan te pakken en zich aan te passen. Het is de slogan van degenen die bereid zijn alle plannen voor morgen te laten rusten, tot de nood van heden is opgelost en dan desnoods morgen wel weer verder zullen zien, wat dan noodzakelijk is. Degenen, die alles willen geven, alles willen proberen en zich geen zorgen maken voor de toestanden over 100 jaren, zolang zij er vandaag maar in slagen de problemen de wereld uit te helpen.

Denk nu niet, dat wij in de geest aan al die eisen zonder meer kunnen beantwoorden. Ik zal u enkele dingen noemen, die wij in de geest uitermate onwaarschijnlijk achten: Rationeel overheidsbeleid. In het laatste jaar zijn aan plannen (die nooit zullen worden uitgevoerd, of eenvoudiger en beter hadden kunnen worden uitgevoerd in de Randstad Holland) alleen rond vijf en een half miljoen gulden besteed. Deze schatting houd ik dan nog maar aan de lage kant.

Een hervorming van de militaire mentaliteit lijkt ons ook onwaarschijnlijk. Toch zijn er vele gebruiken en werkwijzen, die niet alleen zeer kostbaar en onrendabel, maar in feite zelfs schadelijk voor de gemeenschap zijn. Vele dingen zou men eenvoudiger en beter kunnen doen en bereiken. Het bedrag, dat alleen de landmacht in Nederland op deze wijze overbodig besteedt per jaar, zou tenminste 27.000.000 bedragen. Wanneer je de deskundigen hoort spreken, lijkt het haast onmogelijk op defensie zelfs maar dit bedrag te besparen. Maar mogelijk is het wel degelijk. Men zou zelfs nog veel meer kunnen besparen. Men zou zelfs in de landmacht 27.000.000 kunnen besparen door alleen de wijze van materiaaldistributie en gebruik te wijzigen. Een enkel voorbeeld is wel het aantrekken van personeel, waar de burgers evengoed via hun bedrijven zouden kunnen werken en veel goedkoper, alleen omdat men in het leger zo graag alle dingen in eigen hand houdt. Het verschaffen en dwingen, eisen van gebruik van kleding, ook daar, waar deze niet noodzakelijk en voor de soldaat in wezen niet wenselijk is. Het verspillen van tijd door eerbetoon, parades e.d. Eén enkele parade van tenminste twee regimenten en een bataljon tankeenheden of artillerie komt, zonder dat wij verdere kosten als muziek en dergelijke rekenen, op 15.000 tot 18.000 gulden. Ook, wanneer een dergelijke plechtigheid niet in het openbaar plaats vindt. Het nut is niet groot. De enigen, die zich hier aan verlustigen zijn enkele mensen, die weer eens groot hebben kunnen doen. Vele vormen van discipline zijn in wezen overbodig, maar vergen veel tijd en geld. Ik zou zo door kunnen gaan.

Het lijkt nu wel, of daaraan niet veel te doen is – want zo is het nu eenmaal bij het leger – maar volgens mij zou men daarin wel degelijk verandering kunnen brengen. Zelfs loon naar werken in plaats van loon naar rang en anciënniteit zou al een hele besparing zijn.

In uw eigen leven zijn ook vele dingen, die men moeilijk zou kunnen veranderen, denkt u niet?

Ja, het zou lastig zijn je gewoonten te veranderen. Maar onmogelijk is het niet. Neem maar een paar voorbeelden! Voelt u zich steeds weer zo ziek, hebt u zo vaak hoofdpijn? Wat doet u er aan? Kan de dokter niets vinden? Zou het dan niet juist zijn allereerst eigen levensgewoonten te veranderen, zodat de dingen die aan dit ziek-zijn en deze hoofdpijn vooraf plegen te gaan, niet meer voorkomen? Raakt u zo snel oververmoeid, bent u steeds weer overspannen? Zou u zich dan niet kunnen gewennen voorlopig maar één ding tegelijk te doen? Dat gaat ook en geeft veel ontspanning, weet u? Dit zijn alles eenvoudige dingen. Maar u meent, dat het niet mogelijk is. U moet nu eenmaal zovele dingen tegelijk doen, dit wordt van u verwacht, als u het niet doet, doet niemand het. En wanneer je de aanleidingen tot ziekte en hoofdpijn vermijden moet, heb je helemaal niets meer aan het leven, nietwaar? Maar wanneer u het probeert, zult u inzien, dat het niet allen mogelijk is, maar dat zelfs vele van de door u gevreesde gevolgen alleen maar illusie waren.

Vergeet niet, dat de gehele wereld haar denkbeelden over wat mogelijk en wat onmogelijk is, zal moeten wijzigen. Wil die wereld over enkele jaren nog vredig en goed verder draaien, laat mij u het volgende eens voorleggen: Wanneer een aantal grote heren het onmogelijk blijft achten aan anderen enige concessie te doen, zal het jaar 1969 nog gevaarlijker zijn dan dit jaar. En u bent ook in dit jaar nog niet van de zorgen af. Er zullen ook in dit jaar nog vele internationale spanningen, moeilijkheden en ook veel strijd ontstaan. Geloof mij dit. Het merendeel daarvan wordt veroorzaakt door de mening van belangrijke of heersende machten, dat het eenvoudig niet doenlijk is van een standpunt af te stappen en eens volgens de bestaande toestanden te gaan denken en reageren. Veel ellende in deze wereld komt voort uit het feit dat de belanghebbenden het onmogelijk achten gezamenlijk een oplossing te zoeken en te vinden voor de problemen. Dit geldt zelfs voor de kleurlingenproblemen. Wanneer de mensen hun denken ook maar een weinig veranderen, zijn die binnen enkele jaren de wereld uit.

Maar u kunt de mensen en hun denken niet veranderen. U kunt alleen uzelf veranderen, begin dan allereerst eens uw eigen denkbeelden over wat mogelijk en onmogelijk zou zijn, wat te veranderen. Zeg eens: Het een lijkt mij meer mogelijk dan ’t andere, maar niets is werkelijk onmogelijk. Wat wil ik dus ? Zeg uzelf ook eens: Of ik nu dom ben of wijs in eigen ogen, of volgens anderen, maakt niets uit, wanneer ik maar in mijzelf eerlijk en oprecht steeds de waarheid zoek en daarbij geen grenzen trek of iets onmogelijk noem. Want dan zal er een ogenblik komen, dat u de juiste weg, dat u de waarheid vindt. Indien u meent, dat u nutteloos bent, dat het niet denkbaar is, dat u nog eens iets voor anderen kunt betekenen, dan maakt u dit waar. Besef, dat er altijd nog ergens zin en betekenis moet zijn voor het Ik. Stel, dat leven betekent, dat je nog een taak hebt. Dan zul je ook nog een taak vinden, die je voor anderen belangrijk maakt. Maar, u moet natuurlijk niet alleen de taak zoeken, die u zelf aangenaam vindt. U moet bereid zijn de taak te aanvaarden, die komt.

Dat kan voor iemand, die graag voorstanders van vrouwenemancipatie op geheel nieuwe wijze zou zien, er genoegen mee moet nemen om babysitter te spelen. Maar ook dit geeft zin en betekenis aan je leven. Het houdt in, dat iemand, die als wonderdoener en profeet op zou willen treden, zich zal moeten beperken tot het troosten van een aantal mensen. Zeker, men voelt zich dan in het begin minder belangrijk. Maar is dat zo belangrijk? Indien je alleen maar wilt, wat jezelf mogelijk acht en wat jezelf prettig vindt en de rest wilt afdoen met een: “Dit is niets voor mij”, ontneem je jezelf mogelijkheden, dan scheid je jezelf af van de werkelijkheid. Veel van hetgeen wij zeggen, zal, wanneer het bij u inslaat, niet inslaan, omdat het zo eenvoudig en waar is. Het slaat vaak alleen maar in, omdat wij iets zeggen, wat u eigenlijk onmogelijk zoudt achten of iets, waarmede u het reeds eens bent. Belangrijk vindt u elke lezing, die u van de mogelijkheid van dingen, die u onmogelijk achtte, weet te overtuigen. Daardoor hebt u niet alleen een aangename sensatie, maar ook en stimulans. U rust eens wat uit van uw eigen problemen en ziet de wereld weer eens even wat anders.

Wij weten, dat voor velen van u dit het voornaamste effect is, dat wij hebben. Maar hebt u ons dan nodig om u te vertellen, dat bepaalde dingen mogelijk zijn? Weet u dit zelf niet? Alles, waarvan u denkt, dat het onmogelijk en onwaarschijnlijk is, kan gebeuren, zelfs nu, op dit ogenblik, alle dingen zijn mogelijk. Alle krachten zijn tot uw beschikking, ook al beseft u dit niet.

In uw verstand liggen de oplossingen reeds klaar voor vele problemen, ook al meent u, dat niemand daarvoor een oplossing zou kunnen vinden. U bezit reeds nu vele dingen maar geeft ze de kans nog niet om tot uiting te komen. Uw inwijding, uw mogelijkheid om iets te vernieuwen, in leven en denken, zijn geen zaken, die misschien morgen komen, al deze dingen liggen binnen uw bereik, ook nu. En daarmede besluit ik mijn inleiding. Zeg nimmer: Wat kan ik morgen doen, voor u zeker bent, dat u vandaag niets meer kunt doen. Vraag u nooit af, wat mogelijk is, maar alleen, wat noodzakelijk is. Zo kunt u onnoemlijk veel waar maken, dat onbereikbaar schijnt. U glimlacht? U denkt, al weer zo een onderwerp? Maar wat ik zeg, is waar. Stap af van onmogelijkheden. Neem alles, wat in u bestaat en opkomt, ernstig, alleen je pretenties niet. Dan bereik je iets. God is op deze wereld actief. Christus is op deze wereld actief. De geest werkt op deze wereld zo goed en hard, als zij kan. Maar zij kunnen niets voor u doen, tenzij u eerst beseft, hoezeer u deel bent van deze dingen. Christus is niet iets uit een ver verleden, of iets wat in de hemel leeft, maar een deel van uzelf. God is niet een kracht in de verte, waarop je je kunt beroepen, maar het leven zelf, waaruit je bestaat. De geest, die je zo graag op zou roepen, is niet iets, wat geroepen hoeft te worden. Wanneer je haar aanvaardt, is zij deel van je leven en bewustzijn, waardoor een voortdurend contact mogelijk is. Dit is de belangrijkste waarheid van deze tijd.

Wanneer deze niet wordt beseft, kan ik alleen nog maar zeggen: Ik heb dan medelijden met u.

Het is dan niet onmogelijk, dat u, zelfs al maakt u vele fouten, uiteindelijk nog een oplossing vindt voor uw probleem, maar uiteindelijk zult u de waarde van ’t goddelijke moeten aanvaarden als het enige blijvende en werkelijke arbeidsterrein. Daarin zult u, uitgaande van uzelf, uw erkenningen en behoeften, alle dingen mogelijk maken door te streven zonder grenzen te erkennen, zolang er in je een noodzaak tot streven bestaat.

 0-0-0-0-0-0-0-0-0

 Vragen

  • Een steen kan niet zonder meer opeens naar boven vallen. Wanneer je dat wilt, zul je er zelf iets aan moeten doen.

Inderdaad. Wanneer je wilt, dat een steen naar boven valt, zijn er twee oplossingen.

De eerste is die van de meeste mensen. Zij zeggen, het is onmogelijk aan de val van de steen iets te veranderen, dus ga ik op mijn hoofd staan, dan lijkt hij voor mij naar boven te vallen. De tweede en juiste reactie is: Het vallen van de steen wordt veroorzaakt door de zwaartekracht.

Hef ik deze op, hoe dan ook, dan is het mogelijk een steen een impuls te geven, waardoor hij naar boven valt. De volgende stap zal waarschijnlijk lijken op de kracht in een mysticus of psychisch medium, waarbij besef van de zwaartekracht ontbreekt of de wens leeft, dat het anders zal zijn. Waarop in de ogen van anderen “de steen leviteert”. Ik geef echter toe, dat uzelf altijd weer het middel zult zijn, waardoor het schijnbaar onmogelijke voor u mogelijk wordt gemaakt. U bent het agens, hetgeen wat door werking, bewustzijn en krachten – al dan niet beseft – in staat is de relatie tussen al, wat buiten u schijnt te bestaan, te veranderen. Begrijp je dit, dan kun je verder komen.

  • Is antigravitatie zuiver ’n gevolg van gedachtekracht, of ….

Wat u een antigravitatieveld noemt, veronderstelt de graviteit als een onveranderlijke waarde en wet, die overal werkzaam is. Het feit, dat uitzonderingen hierop zelfs op aarde voorkomen, bewijst wel, dat dit niet zonder meer en altijd kan gelden. Ik stel: wij heffen geen zwaartekracht op, maar veranderen onze eigen relatie. Men zou kunnen zeggen: Ik verander de stralings-, massa- en veldwaarde van mijn ego ten aanzien van de aarde. De gedachten kunnen de afstemming van het ik zodanig wijzigen, dat ook de relatie van het ik tot de schijnbaar algemeen geldende verschijnselen in de natuur, de zogenaamde wetten, zich wijzigt. Wij kunnen enkel de kosmische wetten niet op deze wijze wijzigen, daar dezen in ons wezen zijn ingeschapen en zo door ons niet kunnen worden uitgeschakeld of overtreden, zonder dat wij hierdoor ons bestaan, zoals wij dit erkennen, zouden te niet doen.

Voorwerpen laat u eenvoudig, volgens uw denken, gelden als deel van het ik, dan kunt u ook door deze delen van het Ik elke gewenste wijziging tot stand brengen. Misschien begrijpt u niet, hoe psychische veranderingen dit tot stand kunnen brengen. Denk dan aan de man, die men een gloeiend mes laat zien, om daarna hem te verklaren, dat men hem zal blinddoeken en beroeren met dit mes. Raak hem aan met een ijspegel. Hij voelt hitte, de huid vertoont brandwonden en blaren. Dit is bekend, kan verklaard worden en geldt daarom als gewoon. Wat gebeurt er echter in feite? Het lichaam reageert niet alleen volgens een denkbeeld. De oriëntatie van deze geblinddoekte mens is echter gebaseerd op zijn veronderstellingen, niet op de feiten en deze veronderstelling maakt hij fysiek waar. Hij voelt bijvoorbeeld hitte, waar in feite kou is. Stel u nu voor, dat alle mensen door hun erkennen van wetten en een zich gebonden voelen aan bijvoorbeeld de zwaartekracht en nog vele andere zogenaamde wetten, reageren als de geblinddoekte mens. Wat zij ervaren, is niet de werkelijkheid, maar een reeks denkbeelden, die men heeft voorgelegd of opgelegd. Dan zal het resultaat hiervan zijn, dat zij op alle invloeden en wetten van buitenaf niet zullen reageren, volgens de werkelijke waarde en betekenis daarvan, maar volgens de psychische verwachting ten aanzien van de optredende verschijnselen.

Waardoor hun reactie ten aanzien van tijd, zwaartekracht enzovoort niet meer zal stroken met hun feitelijke mogelijkheden, maar met de beperkte voorstellingswaarden, die daaromtrent in hen bestaan.

U kunt zich nu misschien voorstellen, hoe dit mogelijk zou zijn. Maar het is en blijft voor u moeilijk te aanvaarden, daar het in feite inhoudt, dat 3/4 van hetgeen u zeker meent te weten en voortdurend bewijzen kunt, geen steek waard is en niet uit de werkelijkheid, maar uit uw eigen beperking van bewustzijn en mogelijkheden voortkomt. Een zeer groot deel van uw wetenschap berust niet op feiten zonder meer, maar op feiten, die alleen erkend kunnen worden binnen het kader van een reeks conventies, die zo algemeen aanvaard zijn, dat de mens reageert, of deze conventies een voortdurende werkelijkheid zouden betekenen. Anders gezegd: Alle wetenschap berust op axioma’s, die men wel kan aantonen, maar niet bewijzen. Aantonen voor zich dan.

  • Heeft de mens dan een verkeerde voorstelling omtrent de materie?

Ja. Een totaal verkeerde voorstelling. De mens ziet materie als een in aanzien en waarde onveranderlijke vorm. Hij beseft daarbij niet, dat hetgeen, wat men zijn gedachtekracht noemt, zijn relatie met de materie kan wijzigen en daarmede ook de eigenschappen van die materie ten aanzien van zijn wezen veranderen kan. Jezus ging door muren. Anderen presteerden soortgelijke dingen. Zij gaan niet door de muur, omdat zij geesten zijn, maar omdat zij in staat waren hun persoonlijke relatie ten aanzien van de muur te veranderen. Dit is een der drie dingen, die ik probeer duidelijk te maken met mijn betoog over het negatieve van het woord onmogelijk. Onmogelijk is hetgeen, wat het voor u onmogelijk maakt, iets waar te maken, al is dit maar het lopen door een muur. Zodra u echter de muur niet meer als een hinderpaal erkent en de ruimte achter de muur niet meer ziet als afgesloten, maar slechts als visueel minder kenbaar, dan zult u door een muur kunnen gaan, even goed als door een gordijntje van serpentines. Dergelijke dingen doen niet alleen ingewijden, maar die mensen, die innerlijk zowel als verstandelijk hebben leren beseffen, dat de conventies van het menselijke leven niet stroken met de feiten en de feitelijke mogelijkheden van de mens in het leven. Met andere woorden, deze dingen zijn alle mensen mogelijk, die het begrip beperking en onmogelijk uit zich hebben gebannen en daarvoor in de plaats werkelijke noodzaak en behoefte volgens eigen ik stelden.

  • De man, die zegt, dat alles uit waterstof bestaat, heeft dus gelijk?

Voor zich en in zekere zin wel. Hij vergeet echter daarbij, dat de zo vereenvoudigde materie een grote reeks van kleine deeltjes los laat, waaraan hij geen bestemming heeft gegeven, zodat een grote straling, waarschijnlijk bèta en gamma, op zou treden. Zou hij echter verder gaan en zeggen: ik kan elk deel materie zonder meer omwerken en veranderen in een ander soort van materie, daar alle materie – zelfs het kleinste deel, dat schijnbaar ondeelbaar is – opgebouwd is uit een reeks van elementen der oermaterie, die men als kleine vortexen van kracht kan omschrijven, en dan kan hij alle materie veranderen in elke door hem gewenste vorm van materie. Hij heeft dan ook niet alleen waterstof als basis nodig, maar kan evengoed alles herleiden tot ijzer, kwik, helium of mijnentwege alleen maar straling. Want dan is de bestaande structuur niet meer belangrijk, gezien de mogelijkheid, door besef het geheel om te vormen naar wens.

Ik meen, dat ik nu mijn onderwerp wel mag gaan besluiten. Ik zou dit dan als volgt willen doen.

Wij spraken van vele dingen, die filosofisch denkbaar zijn, maar volgens de mens praktisch onmogelijk. Dit is de reden, dat zij voor de mens werkelijk onmogelijk zijn. Het feit, dat de mens de onmogelijkheid als een voor hem geldend praktisch feit stelt, maakt de zaak voor hem onmogelijk. Het feit, dat u voor uzelf bepaalde dingen eenvoudig als zeker aanvaardt, maakt hen voor u tot een zekerheid. Het is heel belangrijk, dat u beseft, dat uw eigen beeld van wereld en zekerheid, veranderd kan worden, zodat u hierdoor uw werkelijke zekerheid in de wereld aanmerkelijk kunt vergroten. Het is voor u eveneens van belang te beseffen, dat de voorstellingen, die u hebt van geluk, welvaart en dergelijke, niet noodzakelijker wijze identiek zijn met het ervaren van geluk, welvaart enzovoort. Leer begrijpen, dat uw mentaal bestaan in dit opzicht belangrijker is dan de materie, zodat uw mogelijkheid tot beheersen van de materie wel voor een zeer groot deel voortspruit uit de vrijheid van uw mentaal bestaan. Begrijp deze dingen en pas het zo mogelijk ook toe in uw eigen dagelijks leven en geestelijk leven. U zult dan ontdekken, dat zeer vele grenzen voor u weg zullen vallen.

0-0-0-0-0-0-0-0

Esoterie

Nu zou ik een stukje esoterie moeten geven, dat aansluit op het behandelde begrip “onmogelijk”.

Ik mag natuurlijk niet zeggen, dat dit onmogelijk is, maar moeilijk is het wel.

Wanneer ik de esoterie bezie, ben ik namelijk allereerst geneigd, de esotericus te ontleden. Dan zeg je: Een waar esotericus is een perfect realist, die zijn eigen totaliteit leert beseffen. Maar de meeste esoterici zijn mensen, die juist de werkelijkheid ontlopen, omdat zij een te verheven ik besef hebben, en daar beginnen dan alweer de moeilijkheden. Wat de esoterie betreft, wil ik stellen, dat het eenvoudig niet mogelijk is alles, wat de esoterie in haar werkelijke betekenis behoort zodanig uit te drukken, dat een ieder, die zich daarmede bezighoudt, je begrijpt en het bovendien er nog mee eens is. Er bestaan namelijk meer meningsverschillen tussen de esoterici dan tussen de politici – wat heel wat wil zeggen. De bron van deze geschillen ligt in het feit, dat de werkelijke esoterie te eenvoudig is. Wanneer je alle regels van de esoterie samen neemt en ze als een soort geestelijke eenpansmaaltijd tracht op te dienen, ziet de zaak er ongeveer als volgt uit: De mens bestaat uit de elementen stof en geest. Daarnaast werkt in hem de goddelijke kracht, die doet denken aan hetgeen men in primitievere tijden wel de ether noemde, het z.g. vijfde element. Wanneer in de mens een perfect evenwicht wordt geschapen tussen geest en stof, wordt het hem mogelijk de goddelijke kracht te beseffen en als beslissende factor te gebruiken, zodat hij zijn wezen in geest en stof naar eigen wens kan richten. Hieruit volgt een volledig besef van het goddelijke, waardoor het Ik niet meer afhankelijk zal zijn van geestelijke of stoffelijke  waarden.

Dit is geheel waar en klinkt niet zo moeilijk. Maar wanneer je begint te spreken over goddelijke kracht of ether, zijn er altijd weer mensen, die willen weten, in welk trillingsgebied deze krachten liggen en hoe het komt, dat de mens hierdoor beïnvloed wordt.

Wanneer je je bezig houdt met de materie, zijn er velen, die zich allereerst wensen bezig te houden met de vraag, in hoeverre materie nu werkelijk is in verhouding tot de geest en in hoeverre de geest al dan niet als reële waarde ten aanzien van de materie moet worden beschouwd. Daarmede ontstaan alarmknopen: Deze dingen zijn niet in menselijke termen geheel te definiëren. Iets, wat voor mij dit onderwerp dus wel wat moeilijker maakt dan normaal is. Je zou misschien kunnen zeggen: “De materie is de verschijningsvorm van een deel van de goddelijke kracht, die door de mens wordt beseft als een buiten hem bestaande onreële waarde.”

Maar dan is hiermee nog niets gezegd over de structuur en geaardheid van de materie of de waarde daarvan is het geheel van de schepping, zodat een dergelijke aanduiding als zeer onvolledig moet gelden.

Van de geest kun je dan zeggen: “Dat is een besef, dat, in zich als kracht bestaande, het geheel van zijn referentiewaarde tijdens de menselijke periode ontleent aan de menselijke waarden, normen en vormvoorstellingsmogelijkheden.” Ook dit is waar, maar onvolledig. Misschien kun je dan nog zeggen, dat de goddelijke kracht datgene is, wat niet beseft kan worden in de materie of in de geest, maar in een perfecte samenhang van deze beide, op geheel evenwichtige wijze, zich uit als de drijvende en motiverende, beweging brengende kracht, die het Ik tot waarde en deel maakt in de totaliteit.

Maar ook dan heb ik weer niet veel gezegd. Daar ligt de moeilijkheid: Hoe kun je een mens vertellen, wat esoterie is, wanneer je niet eens in staat bent de grondwaarden ervan op een voor de mens begrijpelijke en redelijk volledige wijze te omschrijven? Hoe kun je de mens dan duidelijk maken, dat alle vertellingen over bijvoorbeeld de gang van de ziel door de materie naar het goddelijke en vandaar tot de materie en verder door de Hades weer terug tot het goddelijke alleen maar onvolkomen uitdrukkingswijzen zijn, waarin een beperkt besef van een deel van de mogelijkheden van het ik worden weergegeven? Dat maakt de zaak wel lastig.

Daarom wil ik trachten vanuit de esoterie enkele punten meer concreet te formuleren. Dit is mogelijk, omdat zij samenhangen met het evenwicht tussen geest en materie en zich niet bezighouden met de eigenschappen of geaardheid van dergelijke grondwaarden afzonderlijk.

Allereerst stel ik: Daar de materie in haar reacties geregeerd wordt door de denkbeelden, die mede vanuit de geest in het mentale vlak geprojecteerd worden, kan men stellen: Wanneer ik datgene, wat ik denk, niet waar kan maken, moet ik mijn denken wijzigen.

Wanneer ik datgene, wat ik denk, wel waar kan maken, zal ik hierdoor de materie wijzigen.

Wanneer ik een deel van het door mij gedachte waar kan maken, bereik ik hiermede een vergroting van mijn eigen evenwicht, daar ik in mij materie in grotere mate kan aanpassen aan datgene, wat mijn geest is.

Leuke stellingen, maar wat moet je er verder mee doen? Je kunt natuurlijk spreken over schuld en boete à la Dostojewski, of over goed en kwaad – waarbij elke willekeurige dominee aan de doopvont kan gaan staan als geestelijk vader. Maar beter kun je misschien in aansluiting op het voorgaande het volgende stellen:

Datgene wat ik in mijn voorstellingsvermogen als onwaar ervaar, zal, zo ik het toch tot uiting breng, een disharmonie in mijn geest betekenen, welke zich voortplant in mijn stoffelijk wezen.

Elke stoffelijke disharmonie zal op zijn beurt een steeds toenemende invloed hebben op de geestelijke mogelijkheden.

Hieruit volgt: mij zal niets hoeven te laten, omdat men mij zegt, dat het kwaad is, maar zodra ikzelf iets als onjuist, onredelijk of kwaad ervaar, zal elke uitvoering daarvan betekenen, dat mijn onevenwichtigheid zowel in de materie als de geest groter wordt, zodat deze spanningen mij elk verder bereiken zullen gaan belemmeren. Of zelfs wel beletten.

Een mens is nu eenmaal iemand, die graag rozen plukt, maar altijd weer verontwaardigd is dat zij doornen hebben. Het wezen van de roos is, dat zij doornen heeft – dit geldt tenminste voor de meeste soorten, ofschoon er enkele hybriden bestaan zonder deze uitsteeksels. Wie de waarheid zoekt, moet beseffen, dat de waarheid altijd kwetsen kan. Wie weigert deze kwetsuren te aanvaarden, doet er beter aan, dan ook maar niet naar de waarheid te zoeken. Dan heeft hij echter helemaal niets.

Wie de vreugde van de waarheid wil leren ervaren, zal moeten beginnen met het lijden, dat aan elke waarheid verbonden is, te aanvaarden. Men zal ontdekken, dat het lijden in verhouding tot de vreugde zeer gering is, ja, zelfs bijdraagt tot het begrip van bereiking en daarmede ook tot de intensiteit, waarmede de vreugde wordt beleefd.

Misschien is dit een van de lessen, waarmede menigeen het reeds zou kunnen stellen. Er is echter aan vreugde meer verbonden, dan menigeen zou denken. Ik ken namelijk veel mensen, die graag koning zouden willen zijn, maar niet graag bediende. Waarbij zij één ding vergeten: De bediende heeft nog eens vrije tijd, de koning nooit.

Je zou dan ook kunnen stellen: Wie vanuit zijn geestelijke waarden als bereiking in de eerste plaats hoogheid begeert, zal moeten beseffen, dat hij dan geen enkel ogenblik zal kunnen rusten in zijn geestelijk streven, zonder te vallen. Degene, die geestelijk dienend op wil treden ten aanzien van van iets, wat hij als geestelijk hoog en goed erkent, zal echter telkenmale, wanneer hij dit ontmoet, streven en gelukkig zijn, leren, terwijl hij daarnaast veel tijd over zal houden om voor zich normaal te leven. Deze normaliteit geeft hem dan een veel grotere veerkracht, wanneer het geestelijk hoge, dat hij dient, eens eisen aan hem stelt. Leer dus liever dienen dan heersen.

Misschien lijkt dit alles een stap voor stap, een soort geestelijk Ot en Sien. Toch wil ik nog een stapje doorgaan en stellen: Wanneer je iets begrijpt, is dit mooi. Maar je begrijpt het nooit helemaal. De meeste mensen denken, dat zij de dingen begrijpen, omdat zij alles geheel misverstaan. Vandaar dat er zoveel misverstanden in de wereld zijn, waarin een ieder zegt te streven naar een groter begrip voor anderen.

Probeer nooit de dingen geheel te begrijpen. Het is voldoende, wanneer u hun bestaan beseft.

Een besef is de aanvaarding van het bestaan ervan. Het aanvaarden van het bestaan van iets betekent, dat je er rekening mee kunt houden en er op kunt reageren. Zodra je er naar streeft alle dingen te begrijpen, zul je zozeer verbonden zijn met de verschijnselen, dat het je moeilijk zal vallen, vanuit jezelf tot daden te komen.

Wat dit betreft nog een goede raad, die voor menige esotericus van toepassing zou kunnen zijn.

Uw theorie wordt eerst waardevol, wanneer u haar in de praktijk bewijst; bewijs alle mogelijkheden die u nu als zekerheid aanneemt, aan en door uzelf. Besteed meer tijd aan de praktijk, dan aan de theorie. Dan zult u goede resultaten boeken en uw theorieën zullen voortdurend juister en vollediger worden.

En nog een raad voor allen, heel eenvoudig gesteld: Praat niet, maar doe. Erken en reageer, zoek in alle dingen God, maar reageer eerst op de dingen, zoals je deze beseft. Dan zal God zich daarin als vanzelf openbaren.

Ga uit van wat je kunt en wat je denkt, maar stel je kunnen voorop. Waar dit tekort schiet, doe wat je meent niet te kunnen en probeer zelfs dat wat naar je meent onmogelijk is. Hierdoor zul je bereiken.

Wanneer je voortdurend blijft overwegen, wat mogelijk en waarschijnlijk is, zul je bijna zeker tekort schieten, omdat je te laat zult reageren, niet voldoende vastberaden handelt en vaak op zult houden, kort voor je het einddoel zou bereiken. En dit lijkt mij aan lesjes en esoterie voor vandaag wel genoeg.

In de tijd, die mij blijft, wil ik u vandaag weer eens een paar definities geven. Ik heb daarvoor langere tijd geen mogelijkheid gevonden. Geeft u dus de woorden maar, waar u voorkeur voor hebt.

Het ego: Het hogere ik is datgene, wat blijft voortbestaan, wanneer wij al onze illusies verloren hebben.

Waan: Waan is hetgeen wij gebruiken om onze belangrijkheid te bewijzen waar wij die in wezen niet kunnen bezitten.

Verleiding: Verleiding is over het algemeen onze eigen begeerte, waarvan wij een ander de schuld geven.

Geborgenheid: Geborgenheid is ons onvermogen tot zelfstandig handelen, waardoor wij terugzoeken naar de veiligheid van het moederlichaam en geneigd zijn alles tot moeder te promoveren, zolang het ons maar van elke persoonlijke aansprakelijkheid ontheft.

Humor: Humor is het vermogen om om dingen te lachen, vooral om jezelf.

Tegenstand: Tegenstand is het niet aanvaarden van het andere, iets wat men dan ook krachtdadig pleegt kenbaar te maken.

Een onmogelijkheid: Iets wat volgens de vorige spreker onmogelijk kan bestaan.

Wuwei: Zolang licht en duister afzonderlijk bestaan, is er geen eenheid van besef mogelijk. Eerst wanneer licht en duister een eenheid voor ons vormen, is de totaliteit kenbaar.

Het begrip ‘leegte’ als in het boeddhisme: Het begrip leegte in het boeddhisme is de afwezigheid van het overbodige.

Tao: Tao is de erkenning van je eigen plaats in de totaliteit, waardoor je schijnbare placering in het heden onbelangrijk wordt.

Verstand: Verstand is het redeneringsvermogen, dat de mens in staat stelt… zijn grootste vergissingen te maken.

Piëteit: Dit zou eerbied behoren te zijn, voor dat, wat uit het lijden geboren is. Over het algemeen is het echter een schijn vroomheid, waardoor men zichzelf verheft op zijn onvermogen.

Intellect: Intellect is een mooi woord voor vele woorden, waarachter te weinig verstand schuilt.

Inspiratie: Een goddelijke vonk, waardoor het ik meer kan zeggen, dan het zelf beseft te weten.

Of: Een contact van het ik met geestelijke waarden, waardoor een harmonie kan worden uitgedrukt, die niet geheel materieel erkend is.

Ofwel, in vele gevallen het je plotseling herinneren van iets, wat je feitelijk meende vergeten te zijn. U kunt dus kiezen.

Hypnose: Een slaaptoestand, waarin men een ander brengt met het doel hem suggesties als waar aan te doen nemen, die niet op de realiteit gebaseerd zijn. Een kunst, die politici zeer vaak beoefenen met woorden; zij het, dat dan de slaaptoestand bij hun volgelingen niet zo kenbaar op pleegt te treden.

Energetisch monisme: De totale eenheid van het geheel der materie is energetisch, datgene, wat voortdurend wordt uitgedrukt door de rek- en samendrukbaarheid van het geheel, waardoor zich het energetisch gehalte voortdurend wijzigt. Overigens is dit wel wat te specialistisch voor mij. Vandaar dat de definitie niet geheel juist is, maar toch aardig de werkelijkheid benadert.

image_pdf