Het leven aan gene zijde

image_pdf

20 februari 1987

Aan het begin, we zijn niet alwetend of onfeilbaar. Van het onderwerp weten we waarschijnlijk meer af dan u, maar denkt u toch zelf na.

We moeten praten over het leven aan gene zijde; we hebben al zo vaak over u gepraat, want u bent voor ons gene zijde. Maar ik neem aan dat het de bedoeling is dat ik iets vertel over het geestelijke bestaan. Laten we proberen om de zaken een beetje op een rijtje te zetten en dan kom ik zo dadelijk wel aan de beschrijvingen toe.

Op het ogenblik dat je je lichaam kwijtraakt, heb je nog wel een voorstelling van jezelf, die voor een groot gedeelte geënt is op wat je was in de stof, niet noodzakelijkerwijze in de laatste periode, maar het is een gestalte, een vorm.

Feitelijk ben je alleen maar kracht, energie.

Je komt terecht in een wereld die eigenlijk geen vaste vormen bezit, ze is volledig amorf. Het is energie die, getroffen door een gedachte, bepaalde vormen aanneemt. Wordt die waarneming voortdurend herhaald, en wordt de vorm dus bevestigd, dan krijgt ze een zekere substantie en het kan lang duren voordat ze dan weer verbleekt als niemand er meer aan denkt.

Je hebt verschillende mogelijkheden tot waarneming. De meest ideale is een volledig rapport met je omgeving. Die omgeving is dan praktisch onbeperkt. Men noemt dat dan groot bewustzijn, wit licht, enz.

Hoe kleiner echter je waarneming is, hoe kleiner je wereld zal zijn. Contacten in werelden worden bepaald door het door beide personen aanvaarden van die wereld, hetzij voor een kort ogenblik, hetzij permanent.

Je hebt dus te maken met werelden in een verscheidenheid, die bijna niet voorstelbaar is wanneer je op aarde leeft.

Het klinkt krankzinnig om te zeggen, maar er zijn werelden die helemaal opgebouwd zijn uit wetenschappelijke principes.

Je hebt ook werelden, die eerder ontsproten lijken te zijn aan een mengeling van Jeroen Bosch en Picasso.

Je hebt werelden die eigenlijk hun specifieke kenmerken ontlenen aan architectuur, maar er zijn ook tuinwerelden. Je kunt even goed in een bepaalde wereld komen waar een lotusblad omhoog komt uit een vijver, en als de kelk zich openplooit, zit er een nieuw-aangekomene in. Of je kunt terecht komen in een wereld die eigenlijk alleen maar een soort woestijn is, of die eerder doet denken aan een reeks kloven en ravijnen die in elkaar lopen.

Het is dus niet zo dat het leven in onze wereld, onze geestelijke wereld, altijd vast ligt en voor iedereen gelijk of gelijkmatig is. Ik moest dit voorop stellen, omdat te veel mensen denken: ja, Zomerland, dat ziet er zus en zo uit. En daar kom ik dan later terecht, tenzij ik zo dom ben om mijzelf niet te aanvaarden zoals ik dan besef te zijn.

Ja, Zomerland; Zomerland bestaat eigenlijk niet. Zomerland als toestand, ja. Als een streek, als een wereld, neen, bestaat het niet. En waarom? Al datgene wat u in de wereld om u heen constateert, komt mede voort uit u zelf, wordt bepaald door uw eigen verwachtingen, uw eigen instellingen, uw eigen herinneringen. Het is duidelijk dat twee mensen dan naast elkaar kunnen staan als ze overgegaan zijn, schijnbaar gelijk zijn vanuit menselijk standpunt, en toch in een totaal verschillende wereld denken te leven en zelfs met elkaar geen contact meer hebben.

Er is dus geen vast schema. Wat is er wel? Wel, over het algemeen is de dood van een mens een ervaring die voor de meesten, niet voor allen, gelijk komt aan ofwel vallen in een tunnel, dan wel ontmoet worden door iemand die je kent, of die je op een of andere manier toch als een bekende ervaart. En dat dan vaak al voordat de lichamelijke dood – de hersendood – inderdaad is ingetreden.

In beide gevallen gaat het om contacten.

Wanneer u geen direct persoonlijk contact hebt of aanvaardt, komt u in een wereld terecht waarin alle normale signalen en waarnemingen, die u lichamelijk ontvangen hebt, wegvallen. Vandaar: tunnel, zwarte tunnel.

Het is zwart, maar ergens is een vlekje licht, geestelijk hebt u altijd ervaren, u was zich er niet van bewust. U denkt dat u valt, in feite breidt alleen uw bewustzijn op geestelijk niveau zich uit.

Voor en na deze periode kunt u dan toch nog wel contacten hebben. Afhalers bijvoorbeeld, zijn vaak aanwezig om u duidelijk te maken dat u dood bent. Daarna begint dat tunnelproces en aan het einde daarvan wordt u opgevangen en wordt u als het ware verzocht om nog even in de schaduw te rusten, voordat u de volledige werkelijkheid van uw nieuwe bestaan gaat doormaken.

Wanneer je dan daar staat, komt langzaam maar zeker in je het denkbeeld op: hé, het schijnt dat ze alles van me afweten. Je weet dan nog niet dat je je wezen als het ware uitstraalt en dat iedereen die je ontvangt dus kennis maakt met je gehele wezen, ook al die verborgen trekjes, al die zonden die zo goed verzwegen werden, dat u op aarde als heilig werd beschouwd, het is er ineens allemaal, dan staat u voor de keuze: aanvaardt u dat de anderen u kennen, zoals u uzelf eigenlijk niet eens helemaal gekend hebt, of wilt u wegvluchten?

Wegvluchten is je afsluiten, afsluiten betekent dat je niet alleen maar anderen belet om jou af te lezen, maar dat je ook jezelf daardoor belet hun aanwezigheid, hun bestaan, en al datgene wat tot hun wereld behoort, te ontvangen. Je maakt je wereld kleiner en over het algemeen blijft er dan niet veel over dat mooi is. Ik zeg: over het algemeen.

Dan krijgen we verder natuurlijk te maken met contacten met de wereld. U zult wanneer u dood gaat – neemt u alle tijd, a.u.b. – ontdekken dat u, terwijl uw lichaam boven aarde staat en de aandacht van mensen op u geconcentreerd is, heel gemakkelijk op aarde de zaak kunt blijven bekijken. Velen zijn bij hun eigen begrafenis aanwezig en het is goed dat ze overleden zijn, want als ze horen wat er dan over hen gezegd wordt, zouden ze anders de neiging hebben zich dood te lachen.

Daarna echter begint altijd een periode waarin contact moeilijk is. Alleen daar, waar een langdurig rapport, een geestelijke verbinding tussen twee mensen of meer mensen heeft bestaan, is de mogelijkheid om je onmiddellijk te manifesteren aanwezig. Het is dan echter meer telepathie dan wat anders.

Van een persoonlijk bezoeken en ingrijpen is in deze periode geen sprake. Je moet nl. eerst leren om je eigen nieuwe wereld te aanvaarden en je daarin te bewegen. Dat lijkt misschien veel gemakkelijker dan het is. U denkt: nu ja, je komt er en je gaat als geest verder. Maar de regels zijn anders.

Bijvoorbeeld: beweging is bij u gewoon verder gaan in een bepaalde richting. Beweging bij ons is: van de ene voorstelling je aandacht verplaatsen naar de andere, tussenliggende afstanden worden eigenlijk niet bewust afgelegd. Als je dat effect niet kent, weet je er geen raad mee. Je hebt de neiging om aan allerhande onbenulligheden te denken, en dan kom je heel ergens anders terecht dan waar je wilt wezen.

Je moet verder leren om af te schermen, want als je een mededeling wilt geven, straal je wel je hele persoonlijkheid uit, maar als je op één bepaald gebied geconcentreerd, en als het even kan ook nog bewust gericht uitstraalt, dan wordt plotseling die mededeling veel duidelijker dan hetgeen u van mij op dit moment hoort. Je moet dus leren spreken, je moet leren bewegen.

Je moet ook leren waarnemen, want als je pas in zo’n wereld bent, zo’n vormenwereldje, dan valt je op dat sommige dingen eigenlijk een soort luchtspiegelingen schijnen te zijn. En dan denk je: daar kan ik niet naartoe; maar op het ogenblik dat jij die spiegelingen als echt aanvaardt, is ze concreet voor jou aanwezig, kun je haar bezoeken, kun je alles meemaken, je kunt alles zien. Zolang je zegt: ja, dat ligt buiten mijn bereik, is het buiten je bereik.

De mensen hebben hele leuke voorstellingen gemaakt over onze wereld. Zomerland, met scholen voor de kinderen, weet u wel. Ja, er zijn natuurlijk zielen die werkelijk moeten leren zich aan te passen en dat traag doen, maar die kunnen op aarde net zo goed twee maanden als twee eeuwen oud zijn geweest. Het is een geestelijke rijpheid die een rol speelt, geen lichamelijke.

Het denkbeeld dat kinderen voortgezet school onderricht krijgen, is eveneens zeer menselijk. Natuurlijk, als je denkt dat die scholen er zijn, en je kijkt, dan zijn ze er. Maar ze komen uit je zelf voort. Ze zijn geen concrete kwaliteit of eigenschap van het leven aan onze zijde.

Goed, het scholingsproces is voorbij en u krijgt de mogelijkheid om contacten op te nemen. Contacten moeten voorgesteld worden. Contact op aarde? Ach, daar heb je altijd nog wel de herinneringsbeelden van over, zij het zelden volledig.

Je kunt je die voorstellen en dus kun je je aanwezigheid op aarde voor jezelf concretiseren en eventueel proberen contact met anderen te krijgen.

Moeilijker wordt het wanneer je geconfronteerd wordt met entiteiten die proberen u iets bij te brengen – iets te laten voelen, is misschien beter – van de werkelijke wereld waarin zij dan weer vertoeven. Je krijgt dan verhalen – en die zijn niet eens helemaal onjuist – van mensen in Zomerland die bijeenkomen rond een lichtende zuil, en die eigenlijk dan wat zingen en neuriën en langzaam stil worden; in die stilte leren ze iets wat die zuil dan uitstraalt.

Het belangrijke bij dergelijke dingen is nl. niet de vorm, de omschrijving. Het belangrijke is hier dat een persoonlijkheid met een bepaalde kwaliteit, die deze uitstraalt, bij anderen, die daar, al is het maar voor een klein gedeelte op afgestemd zijn, een innerlijke verandering, een nieuw besef misschien, tot stand brengen. En het zijn deze dingen, die in het leerproces van het zogenaamde Zomerland een grote rol spelen.

En bij de een is het dan een God die is neergedaald, bij anderen is het een engel of een heilige die komt prediken, en bij weer een ander is het een lichtende zuil, of alleen maar een stilte waarin plotseling de bomen iets schijnen te vertellen.

Hebt u enige tijd in zo’n wereldje doorgebracht – want bijna iedereen is in het begin vorm-verslaafd en wil zich dus alles in vormen voorstellen -, dan ga je langzaam maar zeker kijken: wat is mijn eigen belangstelling? Bent u nu erg intens bezig geweest met iets op aarde, kunstenaar bijv., maar net zo goed een medicus, dan kun je je voorstellen, dat je alles wat daarop betrekking heeft uit je omgeving gaat aflezen. Je krijgt een enorme toename van beschikbare mogelijkheden en kennis.

Alleen, als het de kunstenaar is, dan heb je geen uitdrukkingsvermogen. Je moet iemand vinden die je dan kunt inspireren, of eventueel proberen via, zeg maar een soort automatisch schrift, iets van je denkbeelden neer te tekenen.

Bij een medicus, ja, dan kun je inderdaad veel gemakkelijker dan voorheen een diagnose stellen, maar je zit natuurlijk wel met moeilijkheden, want je kunt alleen advies geven via een medium. En een medium dat 4/100ste gram arsenicum omvormt tot 400 gram arsenicum, zal de kwaal inderdaad helpen genezen, maar de gevolgen, geestelijk gezien, zijn nogal groot.

Ze zeggen ook wel: je kunt opereren. Geestelijke operaties, weet u wel. Natuurlijk, wanneer je zelf een voldoende kennis hebt van de structuur van materie om deze te kunnen ontbinden, dan kun je een galsteen of een niersteen vergruizen of oplossen. Je kunt zelfs zorgen dat een ontstoken blindedarm als het ware wegsmelt; dan is er geen direct teken.

Maar het is erg moeilijk. Het vraagt geestelijk grote energieën. Het vraagt verder de beschikking over een deel van de levenskracht van mensen, zeg maar een beetje ectoplasma bijna. Dus, veel komt dat al weer niet voor. Bovendien: in de geest denk je ook wel eens:  waarom zou ik daar aan gaan zitten knoeien, over een paar jaar komen ze toch, laten ze maar iets vlugger komen, het is hier beter.

Daarmee heb ik, dacht ik, een redelijke schets gegeven van de werkelijke situatie. Nu gaan we over naar een paar meer subjectieve benaderingen, waarbij ik put uit eigen herinneringen en uit ervaringen van anderen met wie ik contact heb.

De wereld is als een park, hoge bomen, schaduwrijke paden soms, vistas als kathedralen, waarin een beetje nevel hangt.

Maar ook: een zonnig landschap met bloemen, zo schoon als je nog nooit gezien hebt. Met kleurvariaties waar ze op aarde niet eens aan denken. Vogels zingen, er zijn dieren, het is of alles vrede ademt. En wanneer je uitrust, meestal in de schaduw en onder de bomen, dan is het alsof je vanuit die bomen een nieuw weten, een nieuw besef inademt.

Die wereld bestaat. Maar, een stap verder is er een wereld met huisjes, boompjes, beestjes en mensen. Een oud-collega van mij was zo verslaafd aan De Witte – en dan wel de Buitensoos, dus niet de oorspronkelijke, het was een echte Haagse figuur – dat hij nog lange tijd in het Haagse Bos bij De Witte zat terwijl de band speelde, borrels dronk die eigenlijk naar niets smaakten, die hem ook niet dronken maakten, maar die een kostelijke herinnering schenen in te houden.

In zijn wereld kwamen villa’s voor, maar laat ik het zo zeggen: den Haag zag er uit als Wassenaar, voorzien van de oude historische gebouwen. Was dat nu een echte wereld? Nu hij had er contact met veel mensen. Het wonderlijke is, dat er ook nogal wat oud-Indische-gasten waren, die met één stap van De Witte naar de soos in Batavia gingen of naar Bandoeng.

Dus, het was echt een wereldje. Maar die wereld verbleekt langzaam maar zeker natuurlijk. Degene over wie ik spreek is een tijd lang een van de sprekers van de Orde geweest, en bevindt zich op het ogenblik in de wereld die we – en dan met een beetje, hoe moet ik het zeggen: poging tot pakkende termen – de wereld van kleuren noemen. Vormen verbleken langzaam, maar stelt u zich voor dat het ergens zo donker is, dat u uzelf niet meer kunt zien, en dat gelijktijdig zich rond u een fantastische lichtshow afspeelt.

Kleuren gaan door elkaar, er zijn allerhand laserstralen die een netwerk rond u vlechten van gekleurde lijnen, en door dat alles klinkt een melodie, soms door één enkele stem, soms door een machtig orkest. En die melodie zegt u iets, de stralen die rond u dat rasterwerk vormen, dat ook weer steeds zich wijzigt, zijn in feite een omschrijving van alle werkingen in de wereld die je kent.

Je leeft zelf als een soort straal, want als je denkt, dan ben je plotseling deel van dat rasterwerk en dan heb je anderen iets mee te delen en gelijktijdig blijf je toch weer in die schaduw zelf alles gade slaan inclusief je eigen bijdrage. Dat is wat wij noemen de wereld van klank en kleur, tenminste zo hebben we dat altijd genoemd totdat Philips dat voor de reclame ging gebruiken.

En dan kom je verder, en dan zeggen ze een wereld van kleur, ja hoe moet je dat omschrijven? Iemand die ergens met zijn beschrijving, ongeacht de verschrikking die er verder aanzat, heel dicht bij deze sfeer kwam, was Poe (Edgar Allan Poe), in zijn beschrijving dan van “de Rode Dood”. Een vertrek helemaal in één kleur waarin zich mensen bewegen met andere kleuren. Kleureffecten, maar het licht heeft een bepaalde kleur, het is of alles erin vertaald wordt.

En dan, stel je voor dat er zeer vele van dergelijke vertrekken zijn, die eigenlijk zonder kenbare overgang in elkaar overgaan. Het is of je in enorme raat van een of andere bijenkoningin zit, en elke cel een andere kleur, een ander timbre heeft.

Maar er zijn geen scheidswanden die je tegenhouden, je kunt er doorheen wandelen. Elke cel verteld in zijn kleur iets wat voor jou begrijpelijk is. Je kunt weten absorberen, maar evengoed kracht. Je kunt waarheid beleven, zover je die verdragen kunt.

Je kunt ook onderdompelen in een droomwereld. De wereld van kleuren, een wereld waarbij alle geesten eigenlijk al tot je gaan spreken, waarbij de grens tussen verleden en toekomst langzaam maar zeker al aan het vervagen is, en waarbij het hele bestaan is: een voortdurend je realiseren van de wijze waarop je van allerhande dingen deel bent, of zou kunnen zijn.

En dan ga je verder en dan kom je terecht in wat we noemen: eenkleurig licht. Dan zijn er niet zoveel hoofdtonen meer, maar veel voorkomend in deze fase is het “Gouden licht”. En daarnaast kennen we ook nog een soort purper, we kennen een soort blauw; let wel: dit zijn vergelijkende aanduidingen.

Een wereld van weten, wij noemen dat dan blauw, is bezig met een soort logica – maar dan geestelijke logica – alle processen die ervaren worden te rangschikken. Het is een uitbreiding van weten plus begrip tegelijk.

In de gouden wereld is het eerder een absorberen van kracht, een soort zonnebaden, waardoor je zelf steeds meer je uitbreidt totdat je zand en zee en zon en bos, alles tegelijk bent en omvat.

En dan het witte licht, ook wel het verblindende licht genoemd. Het is eenvoudig een soort oordeel. Alle dingen komen scherp uit, ze staan scherp tegenover elkaar en tonen je hun samenhangen, maar ook de verschillen die zij in uiting in de tijd bezeten hebben.

In deze wereld word je geconfronteerd met al wat je ooit geweest bent, maar gelijktijdig voel je de bedoeling die in al deze dingen heeft gelegen, en dat vloeit dan samen tot een soort aanvaarding.

Men zegt dan wel bij ons – het is alweer een vergelijkend beeld – je gaat het verblindende licht in, een stralend zilveren nevel, waarin niets waar te nemen is en waarin je verder gaat, je steeds verlorener voelend, totdat er een gestalte je tegemoet komt. En als je daar dan heen stormt, ontdek je, dat je jezelf ontmoet hebt.

Het is de wereld van de volledige zelferkenning. Daar achter zijn andere werelden, maar als u ziet hoe moeizaam het al is om het leven na het hiernamaals in deze werelden, althans maar aan te duiden, dan zult u me vergeven dat ik me daar niet aan waag.

Wat zal u waarschijnlijk overkomen wanneer u dood gaat? Nu, u sterft natuurlijk, dat is het eerste. Maar daarna zult u met uw eigen problemen, zoals die op aarde voor u emotioneel belangrijk zijn geweest, af moeten rekenen.

U zult ze zien, het is of de wereld om u heen uw eigen emoties en de voorwerpen ervan, weerkaatst. Door te aanvaarden dat het er is, en je te concentreren op die zaken die dan toch de meest aangename zijn, zul je langzaam maar zeker een wereld zien ontstaan. Datgene wat ik genoemd heb is de periode van bezinning, confrontatie. Wat daarna ontstaat is voor de meesten een Zomerland. Ik neem aan dat u terecht komt in een wereld waarin u allerhande bekende dingen terug vindt. Een wereld waarin u graag bent, een wereld waarin vele anderen schijnen te bestaan.

Een wereld waarin je vriendschappen sluit, oude vrienden terug vindt, een wereld ook waar diegenen die je zijn voorgegaan, je ontmoeten en je welkom komen heten. Ook wanneer ze zelf al lang niet meer tot een dergelijke sfeer behoren. In deze wereld ga je verder. Je leert wat, je doet wat, je leeft je uit, het is een kruising van vakantie en leerproces.

Wanneer u niet in staat bent om vormen achter te laten, zult u zien dat langzaam maar zeker de wereld als het ware grijs wordt. Er treedt een soort verveling in, we noemen het wel eens een spleen: niets heeft werkelijk nog betekenis.

In deze niet-betekenis-hebbende-wereld komen dan weer kleuraspecten, heel vaak flitsen, waarin vooral rood en ook vaak nogal wat geel voorkomen. U wordt daartoe aangetrokken. U zult ontdekken dat ze een beeld geven van een leven dat u kunt gaan voeren. Niet in het volledige van z’n afloop, maar in een soort sfeertje, plus de wetenschap: ik kan daar deel van zijn.

Is dat het geval: wees a.u.b. een beetje kritisch. Alleen maar afgaan op een wereld waar het oh, zo gezellig en feestelijk is, zou wel eens kunnen betekenen dat u terecht komt in het resultaat van een onbezonnen feestavond, die door alle deelnemenden verder betreurd wordt. Ook door u, na verloop van tijd.

Probeer altijd te zoeken naar die contacten waarin gouden licht het scherpste is, het meest omvattende, ook wanneer de omranding over het algemeen tinten van rood en oranje vertoont. Vermijd elk contact daar waar kleuren bruin in of rond het signaal aanwezig zijn, trek u terug en ga verder.

Bent u wat gelukkiger, dan hoeft u nog niet te incarneren, niet terug naar de omzetbelasting en de school. U zult ontdekken dat uw wereld eigenlijk een beetje slaperig wordt, en in die wereld is het in het begin nog dat er een soort tweede wereld doorheen loopt, zoiets als het stooreffect wat u op de televisie kunt krijgen wanneer twee zenders bijna gelijk sterk werken.

Soms heb je gewoon het idee: nu zit ik hier naar te kijken en hé, nu kijk ik ineens daarnaar. Wanneer dat ontstaat, maak u niet druk, probeer in uzelf te denken aan die dingen die voor u het meest belangrijke, het meest dierbaar zijn. U zult ontdekken dat een van de werelden wegsmelt en dat u in een tweede wereld u kunt gaan bewegen.

Het is een wereld die nog steeds bepaald wordt door uw eigen persoonlijkheid, waarin vormen in andere mate voorkomen en waarin over het algemeen bepaalde aspecten van de natuur nog steeds als tastbaar aanwezig zijn. Degenen die u hier ontmoet kunnen deels bekenden zijn, maar er zullen ook figuren, of zelfs alleen maar gedaanten, gestalten of invloeden optreden, die proberen u iets bij te brengen, die als het ware een discussie met u aangaan.

Ga geen discussie aan, neem op; de enige vragen die u redelijk kunt stellen in deze fase zijn: wie, waarom, wat.

Dus ga niet argumenteren, laat het op u inwerken. De contacten worden dan weer verbroken en u kunt proberen om datgene wat u hebt opgenomen in uzelf, als het ware, te rangschikken. Wanneer u daar in slaagt, lijkt het of uw wereld een klein beetje verandert.

Laat ik het zo zeggen: waar eens een stuk heide was, staat nu ergens midden in die heide ineens een bloeiende boom, of iets dergelijks. Alweer een voorbeeld, dus niet een zekerheid, het kan net zo goed zijn dat u ineens op een bloementapijt loopt, of dat u ineens een schitterende zonnige hemel  ziet of wat anders.

Uit deze wereld zult u over het algemeen terechtkomen in een bezinningswereld. Bezinningswereld is een toestand waarin alles wat nog met vorm te maken kan hebben, eigenlijk als een soort vage droom, voorbij gaat, terwijl u innerlijk bezig bent met iets wat met woorden haast niet te omschrijven is.

Het is of dat je gevoelens worden tot een redelijk proces; nu, dat is menselijk gezien onmogelijk. In dit proces krijgt u dan contact met meestal eerst harmonische elementen, dus zeg maar: muziek. Daarna komt de lichtshow er langzaam maar zeker een beetje bij, totdat u de vormen vergeten bent en gaat leren wat die wereld u te zeggen heeft.

Blijft het daarbij, dan zult u wel terugkeren, maar u weet nu veel beter welke incarnatiemogelijkheid u zou moeten kiezen en u ziet ook veel meer kleurverschillen. U ontdekt dat er misschien wel 150 verschillende termen rood bestaan, dat het gele of gouden licht niet alleen maar geel en goud is, maar het loopt bij wijze van spreken van groenachtig tot platina, en u kunt dan bewust kiezen omdat u in die nieuwe wereld al iets geleerd heeft over de betekenis van kleuren.

Bent u daar niet toe geneigd, ik wens het u toe, dan zult u waarschijnlijk overgaan naar een wereld die, ja, die je monochroom zou kunnen noemen, een eenkleurige wereld eigenlijk.

Je komt terecht in een proces waarbij je enorme voeding ontvangt uit een totaal weten, waarbij je langzaam maar zeker ook jezelf beter gaat begrijpen en jezelf gaat zien als een soort instrument. En wanneer je daarin zover bent gekomen dat je jezelf als instrument leert gebruiken, zul je in al die lagere werelden, en ook op aarde, bepaalde taken gaan verrichten.

Voor die tijd werk je wel op aarde – zoals ik bijv. -, maar eigenlijk neem je nooit helemaal afscheid van je eigen wereld. Maak je jezelf echter tot een instrument, dan ben je een kracht, die tijdelijk los gezegd is van zijn eigen bestaan en wereld, en die volledig deel kan hebben aan elke lagere wereld waarin hij zich manifesteert. Met dien verstande dat haar kracht of energie, haar licht zoals u het misschien noemt, haar uitstraling, die tot haar eigen wereld behoort, altijd blijft bestaan.

Dan zijn er mensen die zeggen: ja, als we nu dood gaan moeten we dan ook nog werken? Ik heb een keer die vraag gehad, dat was van een priester, overigens een zeer vroom en eenvoudig priester, een mens die een grote ziel had, laat ik het zo zeggen.

Die zei: Ja, als we in de hemel komen, moeten we dan nog werken?

Ik zei: Wat zou een gouden stad zijn zonder straatvegers?

Je doet datgene waarvan je voelt dat het deel is van je zelf. Hiërarchieën zoals u die op aarde kent, bestaan er niet. Het is niet zo dat je naar een loket toegaat om je aan de arbeidsbeurs voor geesten en spoken in te schrijven.

Er ontstaat in jou een besef dat je iets zou willen doen, en anderen die daarmee bezig zijn, of die eveneens die behoefte voelen, nemen contact met je op. En als er dan iemand is die weet hoe het wel moet, en de rest weet het niet, dan is het heel duidelijk dat die ene de baas is.

Totdat iedereen weet hoe het moet en dan is hij weer gelijk aan ieder ander. Zelfs wanneer je in de hoogste werelden komt. Je kunt niet zeggen: ik sta dichter bij God dan een ander. Je kunt alleen maar zeggen: ik heb een facet van de waarheid gevonden en meer niet.

En wanneer iemand in die waarheid is geïnteresseerd, dan ben je de leermeester, de goeroe. Dan heb je gezag. Maar op het ogenblik dat het over wat anders gaat valt dat gezag weg.

Ik vind dat altijd zo leuk als je dat op aarde ziet: iemand zit in de politiek en op grond daarvan ontpopt hij zich als iemand met groot moreel gezag, ofschoon mijns inziens moraliteit en politiek heel verschillende zaken zijn.

Of iemand is natuurwetenschapper en daarom weet hij opeens alles wat je moet denken over de parapsychologie, wat je moet denken over de historie, wat je moet denken over de kosmos, want hij heeft een graad.

Neen, bij ons is dat niet zo. Een historicus is op het gebied van de historie mijn meerdere, dus heeft hij gezag. Gaat het op het gebied van natuurwetenschappen, weet ik er waarschijnlijk iets meer van, dan heb ik het gezag en hij niet.

Deze samenwerking is voor u  moeilijk denkbaar, maar wanneer ik u nu vertel dat in de Orde bepaalde entiteiten, zoals een Altheus, kunnen behoren tot de hoogste rang van de Orde, in bepaling van datgene wat we wel en niet zullen doen, bijv. de tendens die we zullen aanhouden, dat diezelfde Altheus op een gegeven ogenblik een heel nederige bediende is van een ander, die in een lagere sfeer iemand gaat redden, want dat is niet zijn speciaal gebied.

U moet dus niet denken: ik kom in die wereld aan en ik heb een zekere rang, gezag, ik heb op aarde zoveel goed gedaan (het medium klopt zich op de borst) à la Tarzan, en nu zal ik voortaan aan de geestelijke lianen door het schone woud der dromen heen schommelen. Als u dat denkt, dan ben je geen Tarzan, dan sta je voor aap.

Dus, realiseer je goed, het is de wereld van denken die u hier opbouwt, uw eigen gevoel van goed en verkeerd, uw eigen gevoel van begeerlijk en verwerpelijk zelfs, die bepalen zullen in welke wereld u terecht komt.

En bovenal zal het altijd weer zijn: de wijze waarop u bereid bent te erkennen wat u innerlijk misschien weet te zijn, maar altijd voor iedereen en soms zelfs voor u zelf verborgen wist te houden. Leven in de wereld van de geest is leven met de waarheid omtrent jezelf. Wie dat niet doet vervalt in eenzaamheid.

Ja, dan ben ik bijna aan het einde van de inleiding. Maar ik moet toch ook nog iets vertellen over de duistere werelden hè? Ja, ik weet het niet, ik vind het een soort Edgar Wallace-achtige benadering van het geestelijk bestaan, maar goed.

Er zijn werelden die duister zijn. Stel dat u weinig vertrouwen hebt in uzelf, in uw eigen werkelijkheid, dan is plotseling de wereld rond u even onbetrouwbaar geworden, dan is alles grijs en stoffig, dan is alles een beetje vervallen.

Bij wijze van spreken: als u dan een haring wilt kopen aan een kraampje dat er staat, dan is het kraampje vuil en de haring stinkt. Misschien dat u nog meer alles opzij dringt. U komt terecht in een wereld waarin u nog met één ding bezig bent: centen tellen bijvoorbeeld of ruzie maken met anderen. U zit op een klein verlicht toneel, de scènes herhalen zich voortdurend, maar datgene wat u eigenlijk zou willen, rijkdom bezitten of uw gelijk bewijzen, dat gelukt u net niet, want al datgene wat u produceert komt uit uzelf voort, en op het ogenblik dat u een stap verder bent, is het voorgaande opgelost.

Ga je nog verder dan krijg je absoluut ontzeggen van alles wat het ik maar aan zou kunnen tasten. Je zou kunnen zeggen dat je als een soort vette kever in een kosmische modder rondwoelt, zonder in staat te zijn je er boven te verheffen, en zonder bereid te zijn er in te verzinken.

Hier is het ik-begrip, de ik-omschrijving, het enige wat nog functioneert. Actie naar buiten is bijna niet mogelijk. Alles wat nog aan reactie naar buiten komt, is onwillekeurig en komt niet meer voort uit een bewust beeld.

En misschien dat u zelfs daar probeert om alles nog weg te drukken, dan komt u terecht in een toestand waarin u zichzelf niet meer kent. En omdat u uzelf niet meer kent, begint u weer naar uzelf te zoeken. Dan begint u uit deze diepste drassigheid langzaam maar zeker weer op te stijgen, je komt door alle gedroomde hemelen en hellewerelden heen, totdat u uiteindelijk weer contact maakt met een geestelijke realiteit en dan zult moeten beslissen wat u verder gaat doen. In de meeste gevallen betekent dat: zo snel mogelijk incarneren, omdat je wel niet zonder jezelf weet te kunnen leven, maar met datgene wat je nu weet te zijn ook niet durft te leven.

Er zijn duistere werelden. Er zijn dingen die u spoken, demonen e.d., zou kunnen noemen, maar zij komen voort uit de ontkenning van hetgeen zij in wezen zijn. Wanneer u uzelf aanvaardt zoals u bent, bent u bijna onaantastbaar. Zolang voor u de verbondenheid met de kern van alle bestaan blijft prevaleren, is er niets wat u werkelijk kan schaden. Angst voor duister hebben is dwaasheid, tenzij je in het duister de spookbeelden ziet die uit jezelf oprijzen.

Maar voor bijna alle mensen is de eerste ontmoeting toch een wereld van licht. Onthoud dan dit: in dat licht zal ik anders zijn dan ik mijzelf zo graag aan anderen heb getoond, maar het hindert niet, want dat wat ik ben, is toch maar een overgangsvorm, een kleine gedachte, een chrysalis, waaruit zo dadelijk mijn werkelijke ik, in zijn contact met de eeuwigheid, kan ontwaken.

En daarmee heb ik mijn inleiding beëindigd. Ik ben me ervan bewust dat u heel wat vragen en problemen zult hebben. Die kunt u na de pauze, zo mogelijk op schrift gesteld, indienen. Vragen over werelden van het witte licht en wat daar achter ligt, zou ik u raden niet te stellen, omdat een antwoord daarop voor u ten hoogste verwarrend kan zijn. Houd u zich maar liever dichter bij een vormenwereld, want dat is een wereld die u nog kunt begrijpen.

Ik dank u voor uw aandacht en tot straks.

Vragen

U krijgt zo bondig mogelijk antwoord, om iedereen te vriend te houden. Is het niet duidelijk, dan kunt u navraag stellen, maar ik zou zeggen: doet u dat alleen wanneer het werkelijk hoogst noodzakelijke is.

  • Is een plotselinge dood geestelijk moeilijker dan een sterven na een ziekbed? En hoe zit het met een abortus-dood?

Ja, een abortus-dood is: verrek, ik had het huis al gehuurd en nu kan ik er niet in. Dood na een ziekbed is heel vaak: hè God, ik ben er vanaf, wat is er nu aan de hand? En een plotselinge dood is: wat heb ik nu aan mijn fiets hangen? D.w.z., dat een plotselinge dood over het algemeen meebrengt dat je contacten moet accepteren, niet selectief kunt zijn, maar dat je dan ook zeer snel bewust wordt.

Dood na een ziekbed heeft vaak het voordeel dat je je al bewust bent van afhalers voordat de feitelijke dood intreedt. Is dat niet het geval, dan ben je zo blij eruit te zijn, dat je iedereen om de hals wilt vallen die je aanspreekt, je bent dus gemakkelijker in contact.

En wat betreft het andere: nu ja, ik heb het u al gezegd, dat is eigenlijk een kwestie van: je bent nog niet helemaal mens en daardoor is de terugkeer tot het geestelijke bestaan op zichzelf geen schok, hoogstens een kleine telleurstelling.

  • Als men na de overgang in een wereld terecht komt die men als het ware zelf schept, hoe echt, hoe objectief, zijn dan de personen met wie men contact heeft? Beleven die personen dit contact op de zelfde wijze?

Objectief bestaan deze personen wel, maar niet in de vorm of gedaante waarin u het contact met ze opneemt. Wanneer er sprake is van een reële uitwisseling, dan zal al datgene wat wordt uitgewisseld door de ander ook volledig worden opgenomen en begrepen, maar dan wel in de termen van zijn eigen wereld, en dat wil zeggen dat uw mededelingen veel méér kunnen inhouden, dan u ooit zou beseffen, voor de ander.

  • Men zegt, dat mensen elkaar in volgende levens op aarde weer ontmoeten. Individueel of zelfs hele groepen. Is dat waar en hoe gaat deze reïncarnatie te werk?

Groepsincarnaties bestaan inderdaad. U moet daarbij rekening houden met het volgende: in een bepaalde periode, in een bepaalde omgeving leven een aantal mensen, die door de tijd, de mode van de tijd, enz. , een praktisch gelijkvormige ontwikkeling doormaken, welke voert tot praktisch gelijke mogelijkheden in de geest.

Dan zal de incarnatiedrang voor deze groep inderdaad ongeveer gelijktijdig vallen, en dan zullen ze dus ook weer ongeveer gelijktijdig incarneren. Daar ze echter zich aangetrokken voelen door datgene wat voor hen belangrijk is geworden door hun voortbestaan op aarde, is de kans zeer groot dat ze in dezelfde omgeving en vaak in vergelijkbare omstandigheden incarneren zullen.

Wat betreft twee mensen die elkaar leven na leven ontmoeten; het is een heel oud verhaal en het gaat eigenlijk terug tot Egypte. Het is niet geheel juist. Twee mensen kunnen met elkaar een band hebben, waardoor zij meerdere malen in elkaars omgeving incarneren. Daarbij zijn verschillen in plaats en jaren wel mogelijk, maar worden door beiden meestal niet bedoeld.

Wanneer echter een voldoende eenheid is ontstaan, ontstaat een twee-eenheid, waarbij twee entiteiten samen een soort nieuwe entiteit vormen, die dan als eenling wel verder kan incarneren.

  • Kunnen droominhouden verband houden met het leven aan gene zijde?

Alleen in zoverre er sprake is van uittredingen of van telepathische contacten die tijdens de slaap worden verwerkt. U moet echter goed onthouden, dat bij dromen altijd uw eigen persoonsinhouden een zeer grote rol spelen, inclusief de dingen die in de laatste tijd enigerlei wijze indruk op u hebben gemaakt.

Zo kunt u bijv. best een reëel contact hebben, dat u echter vertaald in termen die meer lijken op een verhaal van Charles Dickens.

  • Is er misschien nog iets te zeggen over de locatie van uw werelden? Die vraag komt wel eens bij me op als ik een foto zie van het heelal, voor zover het heelal te fotograferen is.

Nu, locatie is er niet, om de doodeenvoudige reden dat u zich dan een geestelijke wereld indenkt, die bestaat binnen het vierdimensionaal bestel, indien we tijd als een dimensie rekenen althans, waarin uzelf leeft. Dit is echter niet het geval.

Er vindt een soort wenteling plaats, zodat u leeft in andere dimensies; en andere dimensies kunnen bestaan op de plaats waar u bent en overal anders.

Plaats bepalen vanuit uw opzet van wereld en plaatsbepaling is daarom niet mogelijk.

  • Als er aan gene zijde geen vormen meer bestaan, hoe herken je anderen dan? Kun je ook familieleden ontmoeten in die massa geesten?

Ja, natuurlijk, waarom niet? Maar hoe herken je elkaar dan? De inhoud van een persoon, de gezamenlijke herinneringen die je met een andere persoon hebt, zijn dan de dingen die als herkenningsteken dienen.

Het is dus doodgewoon wat je gemeen hebt, en in de meeste gevallen is dat eerder een emotie die je gemeenschappelijk hebt gehad, en die dus nu de herkenning als het ware betekent in de geest.

  • Een kind dat bang is in het donker en steeds een lichtje aan moet hebben, is dat dan een ziel die in duister leefde aan gene zijde en nog, of nog steeds, niet heeft kunnen of willen besluiten wat hij wil?

Ik zou zeggen: over het algemeen zijn het verwende krengen. Maar, het is mogelijk dat daar bepaalde psychische trauma’s zijn die zelfs uit de prenatale periode kunnen stammen, waardoor angst bestaat en men door duister wordt geobsedeerd.

Over het algemeen zullen kinderen die altijd het lichtje aan willen hebben, kinderen zijn die een tamelijk levendige fantasie hebben.

  • In de wereld van kleur en vorm kun je de waarheid aanvaarden of blijven dromen. Hoe weet je wat de waarheid is?

Dat is heel eenvoudig. De waarheid is datgene wat je overkomt, en wat je niet probeert uit te schakelen door aan wat anders te denken.

Laat ik het heel simpel zeggen: de waarheid is: hé, ik zie witte haren. Nu ja, ik begin oud te worden. En de illusie is: ach, een beetje verf er overheen en ik ben nog zo jong als eens.

  • Wanneer je een andere geest ontmoet, komt die uit je zelf voort? Of is het werkelijk die ander?

Dat is werkelijk die ander, tenminste in de meeste gevallen. U kunt zich natuurlijk een ontmoeting voorstellen en dan wordt ze voor u een realiteit, zonder dat daarbij de ander betrokken behoeft te zijn. Maar wanneer er tussen u en de ander enig contact of binding bestaat, dan wel enige resonantie op het gebied van persoonsinhoud, dan zal de ander, ook wanneer de vorm misschien niet reëel is, toch reëel in die vorm tot u kunnen spreken en contact met u op kunnen nemen.

  • Uit welke sfeer komt u?

Menselijke neiging tot klassering.

Wanneer u het zou willen klasseren volgens de termen die ik zo’n beetje heb uitgelegd in het begin, dan kom ik uit het bovenste deel van de wereld van klank en kleur. D.w.z. mijn eigen leven speelt zich hoofdzakelijk wel af in het kader van kleurwisseling en rasters, maar ik hoor ook nog, laat ik het zo maar zeggen.

En doordat ik nog steeds kan horen, kan ik ook heel gemakkelijk hier komen praten. Want u weet: praten onder mensen dat is het uitstoten van klanken die mededelingen betekenen, ook wanneer velen die met elkaar praten, wel praten maar niet horen.

  • Iemand die zijn leven rustig heeft doorgebracht, bv. in een bergdorpje, zal wellicht minder emoties gekend hebben dan iemand die in een oorlogsgebied heeft geleefd. Als dit zo is, moet je dan proberen, als dat mogelijk is, steeds een omgeving te zoeken waarmede je op aarde harmonisch bent, of ook spanningsvelden tegemoet treden ter wille van ervaringsuitbreiding?

In de eerste plaats klopt de gelijkenis niet, want iemand die eenzaam in een bergdorpje leeft, zal andere emoties hebben dan iemand die bv. in een oorlogstoneel voortdurend aanwezig is, maar de emoties die daar zijn, zijn ongeacht de schijnbare onbenulligheid van de aanleiding, net zo diep en net zo intens.

De angsten die daar ontstaan, zijn dan vaak opgewekt: men vertelt spookverhalen aan elkaar bijvoorbeeld en wordt dan doodsbang. Of men gelooft dat er een berggeest is of zoiets.

En een ander, nu ja, die heeft te maken met kogels, granaten, en natuurlijk met zijn meerdere, dat zijn ook dingen om soms bang voor te zijn. Dus als je het zo bekijkt dan zou je zeggen: nu veel verschil maakt dat niet uit.

Maar eenieder die incarneert en dit bewust en verstandig doet, doet dit in een milieu, waarvan de normale loop der dingen voldoende spanningen biedt om tot verdere bewustwording en erkenningen te komen.

  • Wat is de reden dat je na je overgang de toestand opnieuw moet leren? Het is toch niet de eerste keer dat je daar aankomt.

Kun je u de vorige lessen dan niet meer herinneren?

Als u 50 jaar niet meer op de schaats hebt gestaan, en u bindt ze onder, moet u dan eerst weer leren, of niet? Het duurt even voordat u de slag weer te pakken krijgt. Zo moet u er over denken wanneer we zeggen: de geest moet leren zich te bewegen, moet leren te communiceren.

  • Behoort Zomerland tot de astrale sferen? Of is het een geestelijke sfeer?

De astrale sferen bestaan alleen uit onbezielde vormen, die tijdelijk in bezit kunnen worden genomen, hetzij door persoonlijkheden die zich daarin uitleven, maar dit niet onbeperkt kunnen doen, dan wel bezield worden door de kracht van gedachten en voorstellingsvermogen van enigerlei levend wezen of groepen van levende wezens.

Het zal u duidelijk zijn: Zomerland is dan ook een geestelijke wereld.

  • Wat is het verschil tussen geestelijke sferen en de astrale sferen?

Het verschil tussen een geestelijke wereld en astrale wereld is deze: in de geestelijke wereld is elk ik dat je ontmoet een reëel ik, zodra er communicatie ontstaat. In de astrale wereld zijn alle vormen geprogrammeerd, een soort robots van fijnstoffelijke structuur, die worden bestuurd eventueel door het denken, de wil, of zelfs een persoonlijkheidsprojectie van anderen, maar die in zich geen verdere mogelijkheden hebben.

Verder: een astrale vorm, eenmaal ontstaan en verdicht, zal slechts zeer langzaam kunnen veranderen; in een geestelijke wereld verandert alles naarmate het bewustzijn verandert en wel ogenblikkelijk.

  • Welke waarde heeft aardse kennis na de dood ( natuurwetenschappelijke, biologische, aardrijkskundige en geschiedkundige kennis)?

Zover ze heeft gevoerd tot een juister begrip van het eigen ik, eigen wereld en de mogelijkheden van het ik in die wereld, blijft ze over het algemeen deels of geheel behouden.

Maar je zou het misschien zo kunnen stellen: een exacte wetenschap heeft geestelijk alleen dan betekenis, wanneer ze ook esoterisch beleefd werd.

  • Welke normen bestaan er nog in uw wereld? Bestaat er in deze nog verschil tussen de astrale en mentale wereld? Waar houden alle vaste vormen op?

Astrale en mentale wereld behoren in feite meer tot het terrein van de mens dan van de geest, ofschoon de wereld van het astrale als een grensgebied tussen stoffelijke en geestelijke wereld kan worden omschreven.

Verder, ja, je kunt eigenlijk geen exacte omschrijving geven zoals door u gevraagd. Je kunt alleen zeggen: geestelijke werelden zijn geen werelden, ze zijn bewustzijnstoestanden, waarbij een verandering van bewustzijn een verandering van wereld en wereldbeleving met zich meebrengt.

  • Kent het gouden of witte licht nog een norm?

U bent steeds bezig over normen. Een norm is een gemeenschappelijke regel die gesteld wordt door een groep die tezamen onder bepaalde condities leeft.

Het zal u duidelijk zijn dat in een beperkte geestelijke wereld dus wel normen aanwezig zullen zijn, omdat de onderlinge gedragingen van de daar levende entiteiten nu eenmaal een bepaalde reeks voorwaarden stellen voor contact, en eventueel verdere ontwikkeling.

Maar zodra je komt boven de werelden van de vorm uit, vallen normen eigenlijk weg en ben je zelf de norm, omdat je door je wezensinhoud en je mogelijkheden tot ontvangen van verdere inhouden, de norm stelt welke je beleving bepaald van het witte, het gouden, enz. licht.

  • Is het voor hogere intelligenties moeilijk om tot de stof (met haar verstikkende atmosfeer) af te dalen (om mensen te helpen e.d.) en om iemand even in het licht te trekken, op te tillen (de toestand van de hogere geest even te laten voelen)?

Nu moeilijk, neen, maar het is vaak niet doenlijk.

Laat ik het zo zeggen: de hogere geest omvat in haar bewustzijnswereld al datgene wat ook op uw wereld aan bewustzijn bestaat. En als zodanig is het dus een deeltje van deze wereld.

De grote moeilijkheid ligt dan ook niet in het benaderen, helpen of in het licht stellen, maar in de reactie van de persoon die je probeert te helpen.

Vergelijking: zwemmer in zee, in nood, je komt zo iemand redden, en je moet hem bewusteloos slaan, omdat hij zich anders zozeer aan je vast zou klampen, dat je zelf ten onder zou gaan.

Dat is dus de grote moeilijkheid, dat wij als het ware door mensen op aarde te zeer worden gebonden aan hun eigen problematiek en daardoor onze geestelijke mogelijkheden en vrijheid zouden verliezen. En dat is iets waar we natuurlijk heel erg goed voor oppassen.

  • Wat is het grootste lijden in uw wereld; welke angsten bestaan nog?

Angsten bestaan alleen of voor datgene wat je beseft te zijn, ofwel voor datgene wat anderen denken te zijn terwijl je beseft, dat ze dat niet waar kunnen maken, of niet zijn. Dat zijn de angsten die er bestaan.

Voor de rest: nee, ik geloof niet dat echt lijden bestaat. Lijden is nl. een toestand van niet-aanvaarding. Psychisch gezien is dat volledig juist.

Op het ogenblik dat een volledige aanvaarding bestaat, wordt het deel van jezelf en is het geen lijden meer, of zelfs maar een ongelukkig zijn, het is alleen een factor waardoor je mogelijkheid tot gelukkig zijn mee bepaald wordt

  • Is er een direct verband (of beïnvloeding) tussen de ontwikkeling in uw wereld en de evolutie op aarde?

Een indirect verband wel. Een direct niet. Het is nl. zo dat entiteiten die evolueren boven de behoefte van een persoonlijk bestaan in lichamelijke vorm, dus in de stoffelijke wereld, heel vaak betrokken blijven bij groepen en ontwikkelingen op aarde en dan proberen deze in de juiste richting te voeren.

In zoverre kun je zeggen, dat mede de geestelijke wereld vooral aansprakelijk is voor bepaalde sprongevoluties die plaats vinden, waardoor een aanpassing aan nieuwe mogelijkheden en ontwikkelingen voor een bepaald ras of soort of groep dus weer ontstaan.

  • Het stoflichaam ademt zuurstof in, noodzakelijk voor haar voortbestaan. Welk eventueel pendant bestaat er voor het levenslichaam, astraal voertuig en mentaal lichaam?

Nu, het mentale lichaam wordt alleen gevoed door de zenuw- en levensenergieën van het lichaam zelf. In de astrale wereld is gedachtekracht nodig, welke eveneens terug te voeren is, uiteindelijk, tot het bestaan van levenskracht.

Als zodanig kun je zeggen, dat zelfs de mens in de stof levenskracht op moet nemen uit zijn omgeving, om een redelijke bestaanstoestand te kunnen handhaven. Dit zelfde geldt echter ook voor alle mij bekende werelden en sferen, waarbij het contact met de omgeving mede tot resultaat heeft dat er een uitwisseling van energieën in je eigen wezen ontstaat, waardoor grotere vitaliteit en levenskracht voortdurend weer ontstaat.

  • Wat is de vijfde dimensie?

Dat ligt er maar aan hoe u ze berekent. Maar als je het eenvoudig wilt zeggen, dan kun je zeggen: wanneer je de lengte, de hoogte en de diepte samenvat, en de breedte daarbij ook als dimensie beschouwt, dan is de diepte gelijktijdig ook het effect van beweging in ruimte of tijd. Dan is de vijfde dimensie de omvatting van deze, waardoor de drie zogenaamd vaste dimensies worden samengevoegd in het aspect tijd” en zo in zichzelf dus een totaal nieuwe waarde gaan vertegenwoordigen.

Dus om het heel simpel te zeggen, als u het tenminste kunt begrijpen: de vijfde dimensie is vergelijkbaar met een Möbius-strip, die twee wendingen heeft in plaats van één, en daardoor weer tot twee eenvoudige vlakken kan worden teruggebracht, zonder dat men van binnen naar buiten of van buiten naar binnen behoeft te wisselen, omdat deze wisseling steeds tweemalig was.

U kunt het allemaal met een stukje krantenpapier doen, als je het aan elkaar plakt, begrijpt u het misschien.

Wanneer je dus zegt: een bepaald iets heeft een torsie, heeft een draaiing. Door die draaiing ontstaat dus een scheiding van waarden, terwijl je gelijktijdig toch twee kanten van het leven beleeft. Maar als je nu daar een extra slag aan toevoegt, blijkt dat die variant van vroeger wegvalt, terwijl de waarnemingen en kennis van beide kanten wel blijft bestaan. Dat is dan een vijfde dimensie.

Ik mag er nog iets bij zeggen: om het heel eenvoudig te zeggen, is het dus zo dat tijdruimtelijke bepalingen in een vijfde dimensie niet meer gelden, zodat in een uitslag die vijf dimensionaal is, een gelijktijdigheid en anders geplaatst zijn van alle daarin aanwezige vlakken denkbaar is.

  • Is doden in het algemeen erger voor degene die doodt, dan voor degene die gedood wordt; en waarom?

Het ligt eraan met wie je praat, maar het is heel simpel. Zowel doden als gedood worden, zijn normale facetten van het bestaan. In zoverre ze voortvloeien uit het normaal gekozen eigen lot en de eigen reacties, zal de doder er niet erger of slechter aan toe zijn dan de gedode.

Op het ogenblik dat het doden gebeurt met een vernietigingsdrang, waarbij men probeert de persoonlijkheid van de ander als het ware uit zijn wereld te bannen, zal men daardoor beladen worden met een soort schuldgevoel. De emotie die nl. ondergaan is, wordt later herzien, maar nu in zijn werkelijke betekenis, en kan dan een geestelijke belasting betekenen. In dat geval is de doder er dus erger aan toe dan de gedode.

Indien de gedode echter in feite een uitdaging heeft gepleegd ten aanzien van de doder, niet aannemende dat deze consequent zou kunnen zijn, heeft de gedode weer veel meer last dan de doder. Het is dus een kwestie die zuiver door de relatie, persoonlijke actie, persoonsinhoud wordt bepaald.

  • Als dieren over zijn gegaan, wat hebben ze dan voor functie?

Hun functie is eenvoudig: beseffen dat ze bestaan, in een zekere gelukzaligheid verder gaan, soms nog terugkerende naar herinneringen zodra er emotionele bindingen met hun omgeving bestaan. Dat is heel vaak wanneer er een vriendschap tussen dieren of tussen dieren en mensen ontstaat.

Ze incarneren over het algemeen betrekkelijk snel na ongeveer een maand 5 of 6, tenzij er een geestelijke binding bestaat, waaruit ze nog voeding ervaren in hun dierenwereld.

 Ja vrienden, dan gaan we afsluiten.

U zult uit alles wat er gezegd is, begrepen hebben dat het heel erg moeilijk is om je als mens een voorstelling te maken van de wereld van de geest, de wereld aan gene zijde, zoals u het van uw kant terecht hebt genoemd.

U leeft op aarde om te leven, om bezig te zijn met de stof, de processen in de stof, de geestelijke ontwikkelingsmogelijkheden, die u ook in de stof aantreft. Dat wil zeggen dat het weinig zin heeft u voortdurend bezig te houden met het hiernamaals, u angsten daarvoor te maken of eventueel daarvan een verlossing te hopen.

Uw taak is op het ogenblik: afrekenen met de problemen die u nu hebt, komen tot een aanvaarding van datgene wat u nu bent, en het vinden van een innerlijke stilte, een innerlijke rust en een innerlijk begrip, waardoor u aan hetgeen u nu bent, voor u zelf en mogelijk voor uw wereld, een grotere betekenis kunt geven.

Al te vaak wordt het leven in de stof gezien als een soort pijnlijke periode die vooraf gaat aan het geestelijk bestaan. Wie het zo beziet, zal na de dood vaak een zeer pijnlijke periode doormaken. Maar wie beseft dat leven op aarde deel is van een voortdurend proces van bestaan en leven, beseft dat daarom op dit ogenblik het belangrijk is als mens te leven.

Zoals het later belangrijk zal zijn om als geest te leven, en daarbij door te dringen tot de kern van je eigen wezen, zover dat mogelijk is. Tot je verbondenheden met alle werelden, zover dat beleefbaar en denkbaar is. En gelijktijdig tot een juist beantwoorden aan de wereld waarin je, op dit ogenblik althans, meent te kunnen handelen en daden te kunnen stellen. Dan zult u zien dat uw geestelijk leven een bekroning vormt van het stoffelijke.

Het heeft weinig zin de problemen van de tijd te ontlopen, dat weet ik, maar die problemen die u niet op kunt lossen, zijn niet de problemen waarmee u bezig moet zijn. U moet bezig zijn met die problemen waar u direct of indirect iets aan kunt doen. U moet bezig zijn, niet met allerhande droombeelden en idealen, maar met de mogelijkheden die u vandaag hebt. De feiten die vandaag voor u bestaan en de reacties die daarop voor u mogelijk zijn.

Zoek in het geheel van uw leven naar harmonie, veroordeel niemand, probeer iedereen te zien in zijn eigen waarde, alles op de wereld zonder beoordeling te aanvaarden, en dan uw eigen houding daar tegenover verder te bepalen. Wanneer u dit doet, bereid u zich voor op een geestelijk bestaan, waarin uw contacten met anderen uiteindelijk ook op die aanvaarding van de ander mee gebaseerd zijn.

Waarin het gehele wereldbeeld waarin u leeft, mede beperkt kan worden door al datgene wat u hebt afgestoten, hebt veroordeeld of groter kan worden door de wijze waarop u alles aanvaardt hebt en binnen dat alles geprobeerd hebt zo juist mogelijk u zelf te zijn, uitgaande van uw meest innerlijke kracht en waarden.

Een leven aan gene zijde is één van de facetten van het leven, zoals uw bestaan op aarde één van de facetten is van leven. Laat ons begrijpen dat de facetten het wezen niet bepalen en dat het wezen van leven altijd diep in onszelf verankerd ligt.

Daarop kunnen we teruggrijpen, daarin kunnen we kracht vinden, daaruit kunnen we begrip vinden misschien, maar alleen maar wanneer we ze richten op datgene waarmee we feitelijk te maken hebben. Dan worden we bewuster.

En bewustwording, mijne vrienden – het is zo’n misbruikt woord vaak – het is niets anders dan je openplooien tot je in staat bent te weten deel te zijn van een geheel, waar je nu onwetend reeds toebehoort.

Wij moeten groeien naar de totaliteit, maar al wat bestaat is daarvan deel. Door delen te verwerpen, verwerpen wij in feite ons contact met de totaliteit.

Anderzijds, wij zijn, stof of deel van het geheel maar ook functie van het geheel.

Wij moeten leren vanuit dit geheel, zoals het in ons zich manifesteert, te leven in de wereld die wij beseffen, omdat wij steeds meer ons één zullen voelen met het geheel en ons begrip steeds groter zal worden, tot wij uiteindelijk terugkeren tot datgene waarvan we zijn uitgegaan; en zo wetend en bewust zijn geworden tot datgene wat wij in den beginne, onbewust en onwetend, reeds waren.

Vrienden, ik dank u voor uw aandacht.

image_pdf