Het Licht

11 december 1978

Vanavond een gastspreker die een beetje aan de mogelijkheden is aangepast. Ons onderwerp voor vandaag is heel simpel, namelijk: Het Licht. Nu denkt u waarschijnlijk onmiddellijk aan tariefsverhogingen maar het gaat om de indeling van het licht. Degene, die we daarvoor hebben gevraagd is op zijn manier een expert op dit terrein. Wanneer je spreekt over het Goddelijk Licht dan denkt iedereen aan een soort gloeipit boven aan de hemel en men realiseert zich niet hoeveel verschillende waarden er in dat licht zijn. Wanneer je aan esoterie doet word je geconfronteerd met het Licht in jezelf. Maar niet alle licht is gelijk en dat is nu juist datgene waar onze gastspreker expert in is.

Licht zou je misschien het beste als volgt kunnen omschrijven: “Het werkelijke licht is het onkenbare, dat voor het bewustzijn als een duisternis is. Het is niet beleefbaar.” Daar onmiddellijk onder krijgen we zoiets als het verblindende licht: dat is een licht dat beseft wordt, maar niet aanschouwd kan worden. En daaronder krijgen we allerlei vormen intensiteiten van lichten, onder die intensiteiten de kleuren van licht.

Het is een zeer ingewikkelde materie. We hebben de gastspreker gevraagd om het eenvoudig te houden, maar u moet er rekening mee houden, dat in een inleiding toch een paar gegevens moeten worden verstrekt. Ik ben dan ook zo vrij geweest om mijn licht op te steken (als je over licht praat kun je al niet beter) en ik ben tot de volgende conclusie gekomen aan de hand van hetgeen mij is gebleken, meegedeeld en een paar punten die ik zelf uit ervaring ken.

Wanneer we spreken over het licht in kleuren, dan gaat het eigenlijk niet om kleuren maar om trillingen, zoals u zult begrijpen. Elke trilling is inherent aan een reactiekwaliteit van degene die in dit licht leeft en die dit licht beseft. Wanneer je innerlijk normaal leeft, zoals de doorsnee mens, dan zal dat tussen rood en bruin in zweven. Het is meestal nogal aan de sombere kant. Van daaruit kan je b.v. evolueren naar een zekere kennis. Dat is dan niet alleen maar wat je geleerd hebt, maar wel degelijk ook een innerlijk begrip van wat er bij zit. En dan komen we terecht in de kleur blauw.

Uit die kennis kun je weer verder opbouwen en ga je meer en meer de levenskracht beseffen. Die levenskracht zal je dan waarschijnlijk eerst duidelijk worden in het zilveren licht, waarbij de kennis en misschien een deel van de mystiek samen gaan vloeien met weten.

Maar op een gegeven ogenblik kom je toch zover dat je alleen de zuivere levenskracht hebt. Dan zit je in het gouden licht. Maar na dat gouden licht heb je nog altijd iets meer nodig, namelijk de waarheid. Ga je naar de waarheid toe dan kom je terecht bij het witte licht.

Iemand die in het witte licht de werkingen rond en in zichzelve volledig gaat beseffen wordt geconfronteerd met het verblindende licht. In dit verblindende licht vallen alle mogelijkheden tot redelijke omschrijving en zelfs tot menselijke emotionele ervaring weg. Wat overblijft is eigenlijk niet veel meer dan een beleving, waarbij je het gevoel hebt dat je heel veel dingen kwijtraakt en dat andere dingen sterker worden. Men zegt van het verblindende licht ‑ ik weet het ook niet zeker – dat het de onvolkomenheden volledig weg wist, ook de herinneringen daaraan. En dat het daarvoor in de plaats stelt: de juiste functie van het ik in de totaliteit. Ga je door dit licht heen dan zou er een ontmoeting zijn met je ware ik.

Dat ware ik is het alomvattende ik niet slechts kosmisch, maar ook tijdloos. Het tijdloze ego omvat dan alle mogelijke incarnaties, alle geestelijke belevingen en sferen. Het is kortom een concept van de betekenis die je hebt binnen het geheel. En pas wanneer je dat aanvaard hebt dan ontstaat vanuit het standpunt van ons huidig idee van bewustzijn een uitblussing. Want er is dan geen tijdservaring meer. Er is alleen een vastgelegde erkenning van Zijn.

Ga je nu verder met ontleden dan kom je tot de conclusie dat de meeste mensen niet op één, maar op meer soorten trillingen reageren. In het begin heb ik altijd gedacht, dat wanneer je b.v. van rood over gaat naar blauw, dat rood dan verdwijnt. Dit blijkt echter niet waar te zijn.

Wanneer je namelijk een lage trilling hebt en je komt tot het besef van een hogere trilling, dan blijft die lagere trilling als een harmonische van de dominerende hoge trilling bestaan. Het is bij wijze van spreken als je c hoog hebt, dan kan c laag meeklinken, maar ook b.v. g daartussen. Er is dus altijd een totale harmonie, waarbij alle waarden, die je beleefd hebt, mee blijven klinken. Maar ze worden gedomineerd door de hoogste bereiking, die voor jou op dat moment mogelijk is.

Het is erg ingewikkeld en je vraagt je af: hoe zit het in elkaar? En dat brengt ons dan tot het volgende punt. U weet allemaal dat er mensen zijn die helderziende zijn in wat ze noemen: ruimte en tijd. Wanneer iemand helderziende is, dan is het mogelijk dat hij een situatie voorziet, die pas jaren later optreedt. Hij ziet die situatie in details, ook wanneer de conclusie misschien een andere is dan hij op dat ogenblik veronderstelt. Dat zou er dan op wijzen, dat een groot gedeelte van het gebeuren vastligt.

Zodra je uitgaat van een vastliggende toekomst, wel, dan kun je het verder wel geloven, niet waar. Maar zodra je rekening houdt met de genoemde, tendensen, die trillingen of kleuren en lichtintensiteiten, dan gaat het er een beetje anders uitzien. Want op het ogenblik dat je komt tot een hogere trilling ontstaat gelijktijdig een grotere onafhankelijkheid t.a.v. tijd. Dat wil zeggen dat het ik, de mens, dus twee of meer tijdstippen gelijktijdig beleeft. U zou het met het “Dunne-effect” kunnen omschrijven. In al die tijdstippen is hij zichzelve. Hij reageert volgens zijn eigen besef en waarde, maar omdat hij ze gelijktijdig beleeft zal bij overbrenging naar een voertuig dat lager is en dat in de tijd ook nog wat achter loopt, het idee ont­staan dat de toekomst gefixeerd is.

Wij leven, zo zou je kunnen zeggen, eigenlijk op het hoogste niveau. Daaruit kunnen wij kennis ontlenen t.a.v. elk verloop op één van de lagere niveaus van trilling. Als je dat zo bekijkt dan ziet het er ongeveer als volgt uit.

De trillingen, die wij licht plegen te noemen, vertegenwoordi­gen ook facetten van tijd. Een facet van tijd wil zeggen, dat het een deel is wat onverbrekelijk met de rest verbonden is. Facetten van tijd blijken te liggen in tempi. Er zijn tijdsvertragingen en tijdsversnellingen.

Wanneer je leeft in de geest – zoals ik dat doe – dan word je steeds weer geconfronteerd met een wereld, die langzamer of sneller loopt dan jouw normale wereld. Wat meer is, wanneer je een beetje boven de laagste trillingen uit bent gekomen, dan blijkt het als geest ook nog mogelijk om bewust die tijd sneller of trager te laten lopen door je eigen niveau te bepalen. Door een beheersing van je eigen trillingsgetal kun je een tijdsverloop in een bepaalde wereld trager of sneller doen verlopen.

Wanneer u in uzelve zit te mediteren kent u misschien van die ideeën. Je denkt: dat is tijdloos. Of je denkt dat je een uur bezig bent; je kijkt op de klok en het is nog geen minuut. Of omgekeerde je bent een uur bezig en je denkt: dat was een kort ogenblik. Je kijkt op en er is een uur voorbij. Dat is dus een kwestie die afhankelijk is van uw innerlijke gesteldheid.

Nu blijken hier zaken als concentratie, instelling, bepaalde ge­voelsmatige zaken bij een mens een grote rol te spelen. Maar het is als beeld, dacht ik, erg goed te gebruiken. Wanneer ik b. v. een be­paald gegeven moet opzoeken – dat komt weleens een keer voor – en ik ben in staat om die tijdsversnelling op de juiste manier tot stand te brengen, dan kan ik rustig een jaar in de kosmische bibliotheek grab­belen en voor u binnen twee seconden terugkomen met de gewenste gegevens.

Het gaat niet altijd want het is een beheersingskwestie in jezelf. Dat betekent ook dat je, wanneer je doorkomt en ook nog een lichaam in bedwang moet houden en de rest, het veel moeilijker is dan anders. Ja, soms is het zelfs niet mogelijk. Maar dat kun je dan weer oplossen door anderen, die in die snellere tijd leven a. h. w. geestelijk vast te hou­den. Je krijgt dan wat men noemt een z. g. kruisverbinding waarbij een groot aantal entiteiten in staat zijn elkaar gegevens toe te spelen. Dat is iets waar we bij bepaalde vragenrubrieken wel gebruik van ma­ken als we kunnen. Dan kan een ander in zijn versnelde tijd iets op­zoeken en het mij doorspelen, terwijl ik in deze tragere tijd bezig ben met beheersing van het lichaam. Ik gooi er een zinnetje tussen­door en bom: heb ik het antwoord. Dan zegt u: ze weten ook alles. We weten heus niet alles. Het is erg moeilijk om dit helemaal duidelijk te maken. Maar wanneer u nu maar het idee begrijpt van verschillende niveaus van tijd, kunt u misschien ook het volgende begrijpen.

Wanneer een mens in zichzelve – hoe dan ook – tot een hoger bewustzijn komt, dan ontstaat voor hem een situatie waarbij zijn ervaringen een veel grotere omvang hebben dan in tijd gerechtvaardigd schijnt. Een inwijding kan een kwestie zijn van seconden of van uren. De inwijding zelf is nl. een gebeurtenis, die voornamelijk met het ik, dat vanbinnen zit, het geestelijk ik, te maken heeft. Alleen het overbrengen van de bereikte toestand naar de materie en het eventueel in beelden uitdrukken daarvan, dat kan wel een tijdje duren. Daar kun je wel een periode van bezinning voor nodig hebben. Maar het eigen­lijke gebeuren is zoiets als instant bewustwording. Je gaat er gewoon hup, even uit. Hup, je hebt die bewustwording te pakken en dan heb je veel meer tijd nodig om het uit te typen in je hersenen dan de hele inwijding op zichzelf gevraagd heeft.

Omdat we dit op één of andere manier moeten uitdrukken komen we ook heel vaak tot een taal, vooral als je mens bent, waarbij een in­wijding wordt omschreven als b. v. het gaan door een poort van licht. Het is maar één voorbeeld, er zijn er meer. En als je daarnaar vraagt zullen de mensen het allemaal weer afzonderlijk gaan beschrijven. De één vertelt over poorten met een aantal verschillende kleuren. Anderen zeggen weer: het had een bepaalde gloed. Maar wanneer je daarin de kleuren zou kunnen tellen – dat is het vreemde – dan tel je niet de kleuren van de inwijdingspoort, maar van de persoon die de inwijding ondergaat. Hij kan nl. het gebeuren voor zichzelf alleen uitdrukken door het geheel van zijn werkelijke persoonlijkheid en trillingsmogelijkheid harmonisch op een rijtje te zetten en dan het nieuwe daaraan toevoegen.

Raar hè? U moet maar denken: het zal mij misschien ook een keer gebeuren dat ik zo’n droom, schok, inwijding kun je natuurlijk ook zeggen, kortom zo’n eigenaardig beleven heb, waarbij ik ineens niet meer weet waar ik aan toe ben. Dat is de ene kant van de zaak, want er zit ook nog iets anders aan vast.

Elke toon, dat weet u, zingt mee in de harmonische daarboven én daaronder. Je kunt nooit een inwijding of een bewustzijn hebben of bereiken zonder dat je niet alleen met de hogere werelden, maar ook met wat wij de duistere werelden plegen te noemen, in contact bent. En nu is het wonderlijke hierbij, dat een mens die de hogere wereld volledig bewust moet betreden en beleven, zijn inwijding voor zich volledig waar moet maken en gelijktijdig zichzelf daarbij in een duis­tere wereld moet bewijzen. Hij moet namelijk die duistere wereld kun­nen aanvaarden en betreden, zonder zich daaraan te binden.

Dat is eigenlijk de grote truc van inwijding. U heeft waarschijn­lijk ook weleens nagedacht over de geloofsbelijdenis voor zoveel christenen, waarin staat dat Jezus aan het kruis gestorven, de derde dag herrees uit de dode, maar dat hij in die tussentijd ook nog even­tjes door de onderwereld heen is gegaan. Maar dat wordt duidelijk, wanneer je gaat begrijpen, dat, wat wij die kruisiging noemen, ook beschouwd kan worden als het bereiken van een totaal nieuw stadium van bestaan, of inwijding, hoe je het noemen wilt. Dat betekent dat de wereld, die daarmee harmonisch is, ook in het duister eerst erkend en aanvaard moet worden, voordat de beleving van het licht mogelijk is.

Wanneer u dus geconfronteerd wordt met dergelijke zaken dan ge­beurt het nog wel eens dat u een ogenblik een ontzettend hoge bele­ving hebt en dat u een ogenblik later denkt; ja maar, potverdorie, wat zit ik nou in een modderbad. Wat ben ik negatief. Wat ben ik zus of wat ben ik zo. U moet dan niet zeggen: kennelijk heb ik mijn licht verloren, zoals sommige mensen helaas doen. Maar dan moet u tegen uzelf zeggen; dit is dus de tegenwaarde van het licht. Hierin moet ik dit licht, die trilling, voor mijzelf in stand weten te houden. Als ik dat kan, dan pas heb ik vrijelijk toegang tot die lichtende wereld. Dan is het niet alleen een ogenblik van beleven, maar dan is het een vrij, zonder enige steun of hulp of wat anders, naar willekeur die hogere wereld waarmaken in en voor jezelf. Putten vanuit die wereld en eventueel die wereld ook manifesteren in je huidige bestaansniveau als mens.

U ziet, in zo’n onderwerp zitten heel wat dingen die erg interessant kunnen zijn. Ik dacht ook dat onze gast van vandaag, die dat ongetwijfeld weer op een heel eigen manier gaat zeggen, u juist op dit terrein misschien een klein beetje zou kunnen helpen. Want als mens en ook als geest ben je vaak geneigd om je te zeer te binden aan een be­paalde voorstelling van zaken. En dat is nou juist datgene wat niet kan.

Omdat u in uw wezen die verschillende tijdsniveaus hebt, maar ook die verschillende trillingsniveaus ziet u voorbij aan de betekenis van heel veel dingen. Het kan zijn, dat je één woord op aarde zegt dat gelijk is aan tienduizend jaar van lichtend werk en het kan zijn, dat je een halve eeuw zwoegt op aarde en dat het nog niet eens gelijk komt aan een breukdeel van een seconde geestelijk werk.

Omdat dat grote verschil bestaat moet je de juiste instelling vinden t.a.v. alle fenomenen die ermee gepaard gaan. T.a.v. die tril­lingen, maar ook wel degelijk t.a.v. die eigen innerlijke wereld, waar­in licht en donker elkaar zo snel plegen af te wisselen.

U hebt toch ook wel eens gehad dat u werkelijk blij was? De wereld zag er goed uit. Alles zonnig. U zou de hele wereld wel willen omarmen en zeggen: God, wat is het prettig vandaag. En dan ineens, alsof ie­mand een schakelaar omdraait, zit je in de miserie. Dan ben je miezerig. De mensen deugen niet meer en dat rot weer doet het ook niet. Niets deugt. Je bent geneigd om te zeggen: Daar moet een reden voor zijn. Ik ben depressief. Lekkere uitvlucht altijd. Of: “Ik word overschaduwd door het duister.” Vergeet het maar. Dat is geen overschaduwing door het duister. Dat licht, dat is een afstemming. Wanneer je dat licht kunt vasthouden, die vreugde of die blijdschap in jezelf a.h.w. kunt voortzetten, ook terwijl je opeens ziet dat er in de wereld ook nog wat anders is, dus je eenzijdigheid voor een in feite meer objectieve mogelijkheid van beleven en erkennen verwisselt, zal je in staat zijn om te zien, hoe die tegendelen van vreugde en miserie elkaar aanvullen. Hoe ze eigenlijk samen een wereld, een mogelijkheid, een beleving vor­men.

Wanneer je dat eenmaal door hebt kom je ook nog tot een heel ande­re conclusie. Wanneer je in staat bent om alle waarden van besef en bewustzijn, die in jou leven, samen te voegen tot één geheel ontstaat er iets anders. Dan kom je uit die kleuren naar het witte licht toe. D.w.z. dat je waarheid gaat zien en beleven.

Die waarheid is in het begin bijna aarzelend, want het licht is nog niet zo groot. Maar wanneer je haar beleeft en aanvaardt dan is het net of ze een voetlicht op laat lichten in een theaterzaal. Of ineens alles steeds scherper in focus komt. Het wordt allemaal duide­lijker. Het wordt overzichtelijker. Het wordt begrijpelijker. Het is niet meer beperkt tot een enkel ogenblik van je leven of misschien zelfs één mensenleven. Het omvat veel meer. En in dit besef kom je pas in de richting van het verblindende licht.

Ik heb geprobeerd er zoveel mogelijk over te zeggen. Ik heb ook geprobeerd om zo weinig mogelijk verwarrend te werken. Dat is het lot van een inleider. Als ze de specialist hebben gehoord, die het boven­dien heel erg simpel heeft gemaakt – wordt gezegd: “Die inleider was verwarrend.” Maar als u de gastspreker van vanavond hebt gehoord moet u proberen om mij na te zeggen wat ik nu heb gezegd. Dat eruit te halen. Dan zal u nog wel eens raar staan te kijken. U weet ook dat wij juist deze inleidingen geven – niet vanuit een specialisten­standpunt – om daardoor een aanloop te scheppen, waarin bepaalde ge­voelens, bepaalde erkenningen aanwezig zijn, waarmee u zich gemakke­lijker kunt vereenzelvigen. Tot de verwarring toe – die er heus ook is – wanneer je als geest plotseling met een heel complex probleem wordt geconfronteerd, maar u daardoor in staat stelt om de bedoelin­gen aan te voelen op uw eigen manier van hetgeen zo’n specialist gaat zeggen.

De specialist geeft u a.h.w. het beeld. De taak van de inleider is een klein beetje een soort van passende vocabulaire te verschaf­fen. Ik heb dat zo goed mogelijk gedaan op mijn manier. Ik vind ook dat ik er verder niet veel aan hoef toe te voegen.

Als u vindt dat ik erg duister of onduidelijk ben geweest, kunt u het zeggen. Dan wil ik het alsnog verhelderen. Aangezien dit niet nodig blijkt te zijn wil ik mijn bijdrage beëindigen. Over vijftien tot twin­tig minuten kunt u contact opnemen met onze gast van vandaag. Ik dank u allen voor uw aandacht.

De Gastspreker

Toen mij werd gevraagd om voor uw groep een kleine lezing te hou­den, heb ik gekozen voor het onderwerp Licht. Tenslotte kun je op aarde als geest alleen maar licht verteerbare kost brengen. Daar ben ik mij volledig van bewust.

Weet u, licht is iets wat eigenlijk spontaan kan ontstaan en hoe we dat licht dan verder omschrijven doet weinig ter zake. Je kunt ge­woon samen zijn, zoals wij hier, en op een gegeven ogenblik begint er een beetje kracht te circuleren. Als je geestelijk kijkt dan voel je dat aan. Het is net of het een beetje helderder wordt. Het wordt lichter. Toch is er niets veranderd. Geen lamp bijgezet. Er is alleen wat meer innerlijk licht gekomen. Het is dat licht, wat in het leven van een mens en van een entiteit bijzonder belangrijk is.

Het geheel van onze wording van ons bestaan, is eigenlijk afhan­kelijk van dit licht. Wanneer je geen licht zou hebben – al is het misschien van de laagste orde – dan zou je nooit bewust kunnen leven. Wanneer je niet steeds meer krachten van dit licht in jezelf opneemt, zodat je steeds meer daarvan leert bevatten en overzien, dan zou je ook nooit wijzer kunnen worden.

Nu is het Al de kosmos, kracht. Maar als wij ons in die kracht bewegen dan ontstaat er in ons een verschijnsel van die kracht. Het is dat verschijnsel dat wij licht noemen.

Maar nu zijn er wat moeilijkheden bij, want iedere mens wil natuurlijk wel licht hebben. En elke geest ook. Wij zouden allemaal het hoogste licht in onszelf willen dragen. Maar wat we niet begrijpen is, dat het licht voor ons afhankelijk is van hetgeen wij zelf kunnen aanvaarden.

Iedereen vindt het heel gewoon dat mensen hun hondje fluiten met een fluitje waar een mens geen fluit van hoort. Men zegt: Dat is een toon die boven onze gehoorgrens ligt. Maar waarom aanvaarden ze dan niet, dat het met het licht precies hetzelfde is?

Er is licht dat boven uw wezen en uw persoonlijkheid uitgaat. Dat kunt u eenvoudig niet zien of beleven totdat er iets gebeurt. En dat is dan op twee manieren mogelijk. Wanneer ik licht ontvang -ik zie mijn eigen licht van een bepaalde intensiteit, een bepaalde kracht, een samenstelling – dan kan ik aan u denken en proberen dat licht om te zetten in iets dat bij u past. Dan verandert er iets. Ik transponeer vanaf mijn bewustzijn naar het uwe. Daarbij verandert het licht eigenlijk niet. Het is hetzelfde complex dat ik beleef. Alleen is het nu uitgedrukt in die vibraties, die voor u nog net op te vangen zijn.

Een van mijn taken is het geven van dit licht. Dat betekent ook het transponeren van dit licht. Wanneer ik dat doe dan moet ik eerst weten wat iemand zelf voor een gevoeligheid heeft. U zou zeggen: zijn eigen levensvibratie. Daarop moet ik mij instellen. Wanneer ik nu vanuit het hogere alles binnen het raam van die eigen vibratie kan manifesteren, ontstaat er een verlichting. Iemand die dat doormaakt is dus een verlichte.

Wanneer je dit gedaan hebt dan heeft de ander in zichzelf een beeld ontwikkeld van dat licht. Maar let wel, hij zit nog steeds met zijn eigen vibraties. Zijn eigen trillingen. En hij zal daar iets aan moeten veranderen wil hij meer in overeenstemming komen met hetgeen hem gegeven en getoond is. Doordat je iets nu vereenvoudigt – daar komt het wel op neer dacht ik – breng je eigenlijk iemand op een idee. Dat is de kern van wat men o.m. inwijdingen noemt.

Een inwijding bestaat uit het iemand op een idee brengen. Dat moet hij zelf ontwikkelen. En pas wanneer hij het zelf ontwikkeld heeft is het een feit. Dan heeft hij toegang gekregen tot een groter deel van die kosmische kracht, is hij meer één met de kracht die in de kos­mos bestaat en zal daardoor ook vanzelf meer lichtend zijn. Hij heeft meer van die kracht omgezet in licht en kan dat licht dan eventueel ook weer uit zichzelve verder geven.

Ik doceer iets te veel, ontdek ik. Dat gaat wel over. Het is voor mij ook aanpassen aan u en uw wereld.

Je kunt licht niet omzetten in menselijke kennis en je kunt men­selijke kennis niet omzetten in licht. Er zijn mensen die denken dat wat ik nu zeg onjuist is. Want, zo zeggen zij, naarmate wij meer weten dringen wij verder door in de geheimen van de kosmos. Het is alsof iemand zegt: Wanneer ik in plaats van één korrel gehakt een kilo gehakt heb weet ik beter hoe het dier, waar het vlees vandaan komt, er uit ziet.

Kennis is uitdrukkingsmogelijkheid. Een scala van weten misschien zelfs. Maar licht is juist de verbondenheid tussen datgeen wat je in het weten kent en al datgeen, wat je niet in termen van weten kunt uitdrukken. En daarnaast bovendien nog de vereenzelviging met een to­taal beeld van werkelijkheid, dat niet redelijk kan worden uitgedrukt.

Wanneer ik zo bezig ben met al wat ik licht noem, dan moet ik mij altijd afvragen: Wat is bij iemand de hoogste waarde. Dat klinkt nu misschien een klein beetje als een marktleuze, maar elke mens heeft een hoogste vibratie. Een grens naar boven toe en een grens naar be­neden toe. Wat daar tussen ligt is het ik met zijn gevoelens, zijn bewustzijn en ook zijn geestelijke werkelijkheid. Wanneer ik nu aan de bovenkant begin te werken dan wordt dit groter, maar alles wat naar beneden gaat wordt ook groter. Je kunt niemand meer licht geven zonder hem van het duister meer bewust te maken.

Bewustwording is een proces waarbij de eenzijdigheid steeds meer verruild wordt voor de veelzijdigheid. En als je dan nog iets verder doorgaat kom je tot de conclusie, dat er zaken zijn die b.v. bij de mensen allen ongeveer gelijk aanwezig zijn. Wanneer ik u hier zie, kan ik mij instellen op uw niveau. Dan kan ik proberen daar, aan de bovenkant van dit gemiddelde dus een werking uit te oefenen. Wanneer dat gebeurt zal dat voor u een lichte verheldering kunnen betekenen van uw eigen concept t.a.v. leven en wereld.

Je kunt het natuurlijk ook anders doen. Ik kan precies het gemid­delde zoeken, de gemiddelde waarde, die u allemaal gemeen hebt. Wan­neer ik daarop inwerk maak ik alleen uw eigen beleven intenser. U wordt zich meer bewust van hetgeen u bent, zeker. Maar u wordt zich niet bewust van meer mogelijkheden dan u reeds erkend hebt. In dat geval breid je dus niets uit.

Toch doe je dit vaak als geest, tenminste vanuit mijn functie. Want het is soms al voldoende wanneer mensen een klein beetje meer gaan zien, hoe zij zelf zijn en wat zij zelf zijn.

De taak van een mens kan sterk verschillen en dat betekent dat zijn eigen gevoeligheid voor krachten uit het licht ook verschilt. Je kunt de allerhoogste krachten nemen en dan kom je bij de mens al heel snel terecht bij de magische processen. Want het magische pro­ces berust namelijk op het verplaatsen van het geheel van het rede­lijk denken en kennen naar een nieuwe wereld, waar de mogelijkheid anders ligt. Het is een methode om grenzen uit te schakelen die er in het bewustzijn bestaan. Wie dat doet beseft dus meer en die kan dan ook meer. Maar er is één gevaar bij.

Wanneer je de mensen op hun gemiddelde steunt zien ze zichzelf wel beter. Hun eigen mogelijkheden worden groter. Ze beseffen misschien meer de vibratie die voor hen bepalend is, maar gelijktijdig hebben ze de neiging om dit om te zetten in een mentaal beeld en dit beeld te fixeren. En dat is het grote gevaar. Wanneer je iets fixeert zet je iets stil in een wereld die voortdurende beweging, vibratie en tril­ling is. Een voortdurende verandering.

Wie licht wil fixeren – zoals sommige mensen doen – die belet zichzelf daardoor heel vaak om dat levensproces van kracht verder door te zetten. Om daar dan wat aan te veranderen moet je zo iemand een opdoffer verkopen. Dat is toch nog steeds de juiste term, hè? Het is typisch, dat in een wereld waarin de duif een vredessymbool is de doffer toch wel een heel andere betekenis heeft….

Wanneer je zo iemand een schok geeft dan wordt hij geconfronteerd met zichzelf. Dat is duidelijk. Dat wil niet zeggen dat zo iemand vol­ledig verkeerd is. Dat wil alleen zeggen dat hij vastroest. Dat hij vast blijft zitten op één punt. Wanneer wij nu daarvoor licht gebrui­ken dan kan dat gevaarlijk zijn. Want je kunt niet het verblindende licht aan een mens geven, die gefixeerd is op een bepaald punt van denken, van geloven, van handelen. Wat je wel kunt doen is hem confronteren met niets. Dus met duister. Dat lijkt erg wreed, maar in wezen dwing je zo iemand dan tot een revaluatie van zijn eigen wezen en mogelijkheden. En wanneer hij daarmee bezig is, is hij ook weer toegankelijk voor deze trillende kracht, voor dit licht. En licht, geloof me, is een voortdurend proces van verandering.

U zou zo denken: ach, dat is één partikel en dan het volgende. Ze zijn precies hetzelfde. Maar dat is niet waar. Elk deel van het licht omschrijft iets uit de eeuwigheid en elk kleinste partikel dat die trilling in je wezen veroorzaakt brengt een nieuwe boodschap uit de totaliteit, waaruit hij stamt. Elke erkenning in de tijd van licht is niets anders dan een boodschap van een eeuwigheid, van een werke­lijkheid, die bestaat en die onveranderlijk is. Het licht is de uit­drukking van het onveranderlijke in een wereld die – het onverander­lijke niet beseffende – alleen door verandering zich kan uitbreiden tot een nieuw beseffen en een nieuwe aanvaarding.

Als ik er zo over nadenk kom ik tot de conclusie dat het vanuit menselijk standpunt niet altijd zo prettig is wanneer er licht wordt gegeven, in tegendeel, heel veel mensen komen in verweer. En dat loopt dan van: “O, was ik maar dood” tot “Welke ellendeling heeft mij dit geleverd”. Hetwelk, naar ik aanneem, ook nog steeds behoort tot het moderne spraakgebruik.

Wel, hoe je het ook zegt en hoe je het op zichzelf ook beleeft, het betekent dat je moet veranderen. Niet wegwerpen wat je bent, wat je bereikt hebt, maar eenvoudig het inpassen in een totaliteit die verandert, die beweegt, die een voortdurende aanpassingsmogelijkheid bezit.

Licht is niet alleen verandering. Maar leven in het licht én steeds meer licht in jezelf bevatten betekent ook innerlijk voortdu­rend veranderen. Dat betekent je taken uitbreiden van de zuiver stof­felijke als je mens bent, totdat je steeds meer geestelijke werelden, sferen en gebieden betreden kunt. Je eigen kunt noemen.

Je wereld moet groeien. Ook die wereld is voortdurend veranderen. O, het is geen chaos, er zit ordening in. Want het licht is ordening en alleen daar, waar wij het licht niet erkennen in zijn ordening, beleven wij de chaos.

Ordening in een voortdurende verandering is ook een wisseling van kleur, van intensiteit. Dat is een verandering van leven en levensbe­sef. Een verandering van levenskracht. Een voortdurende beproeving die gaat tot het uiterste van je wezen. Waar je dan bovenuit moet komen door zelf die kracht op de juiste wijze te verwerken. Licht en duister. Voortdurende wisseling van waarden en voortdurende toename van ver­mogen om de kosmos en de wereld te accepteren.

O, licht is belangrijk. Ik weet dat er heel wat indelingen worden gemaakt van het licht. Men zegt dat alleen in het witte licht honderd­vierenveertig gradaties bestaan. Nou dat mag. Maar die gradaties zijn maar een indeling, zoals men zegt dat er een bepaald aantal kleuren is. Een bepaald aantal lijnen van inwijding. O, u mag het zeggen. Maar het is maar een poging om het onder te brengen in een hokje; om het mentaal, redelijk, emotioneel aanvaardbaar te maken.

De werkelijkheid is eigenlijk dat het een continu proces is. U gaat niet over van de ene kleur naar de andere. Uw vibratie verandert niet plotseling van het ene peil naar het andere. U verandert en u blijft veranderen. En in alle verandering komen dan nieuwe werelden en nieuwe krachten binnen bereik. Totdat er ineens dat licht is dat van u uitgaat.

Ik ben misschien niet de juiste apostel om dit allemaal te verkondigen. Nu moet ik ook zeggen, dat de enige apostelen, die ik ooit bewonderd heb, op lepeltjes zaten. Het is duidelijk dat een dergelijke instelling je een beetje in moeilijkheden brengt, wanneer je eigenlijk moet verkondigen. Ik verkondig u niets. In de eerste plaats geloof ik niet, dat verkondiging in dit opzicht veel zin heeft, want wat je be­grijpt, kun je nog niet waarmaken. Maar wat je waarmaakt, leer je begrijpen.

In de tweede plaats geloof ik dat we, wanneer we werken met licht en de krachten van licht veel verstandiger doen om gewoon dat licht maar eens te laten werken.

Ik moet met allerlei omstandigheden rekening houden. Ik ben als een hondje aan de halsband naar beneden gekomen. Ik mag niet te ver gaan. Maar bepaalde mogelijkheden zijn me overgelaten en die zou ik willen gebruiken. Tenminste als de aanwezigen niet meer voelen voor een preek. Een preek is een leerrede. En wat is een leerrede? Dat is een verkondiging van een leer, waarin de rede wegblijft omdat in de leerrede de rede achter de leer verscholen wordt. Nee, ik heb het niet van die ander! Dit is een conclusie waar ik al lang geleden toe gekomen ben.

Wanneer ik probeer om met dat licht wat voor u te doen dan moet u het maar nemen zoals het mogelijk is en zoals het valt. Wat ik nu voorstel om te doen is om uit te gaan van een gemiddelde vibratie en die geleidelijk, maar voortdurend, te verhogen. Om het niet te ver­velend te maken zal ik de mond ondertussen niet stilzetten. Ik heb gehoord dat moderne mensen het beste werken met achtergrondmuziek. Maar al zal het misschien niet muzikaal zijn, het houdt u bezig.

Om deze mogelijkheid zo goed mogelijk te gebruiken mag ik wel één ding vragen. Niet of u in de bajes zit of in de zwarte Maria of wat het ook is, maar om gewoon losjes, een beetje ontspannen en niet met opgeheven handjes te gaan zitten. Gewoon even ontspannen. U zorgt dat het niet te veel kruist. Goed. Nu heb ik die handjes wel nodig, maar dat is voor wat anders, want ik moet ondertussen een groot aan­tal transformaties doorvoeren. Daar gaan we dan.

Eerst moeten we het gemiddelde hebben. Dat valt nog tegen hoor. Er zitten hier heel wat afwijkingen tussen. Van vibratie bedoel ik. Juist zo, lekker ontspannen blijven.

Wanneer je zo’n trilling eenmaal hebt kun je langzaam maar zeker die trilling verhogen. In een geleidelijk tempo gaat dat heel aardig en kun je langzaam maar zeker de zaak een beetje op laten gloeien.

Op het ogenblik heb ik ongeveer twee fasen verhoogd. En nu komen we aan het werkelijke experiment. Onderweg verlies je daarbij altijd wel een paar mensen, want het heeft vaart.

We gaan nu proberen met de kleur die ik heb gekozen – u zou het mystiek blauw kunnen noemen – u allemaal een beetje naar één van de laagste gradaties van wit op te voeren. En dat betekent dat we heel langzaam, maar toch wel zeer gestaag, die vibratie veranderen.

Nu voelt u daar niet al te veel van. U voelt waarschijnlijk al­leen een beetje een spanningsveld. Maar het leuke is wel dat, wanneer het u lukt om zover mee te komen, u eens moet opletten of u misschien bepaalde bewuste dromen hebt. U zult het heel waarschijnlijk ook zien in uw mogelijkheid om bepaalde geestelijke krachten te gebruiken. En voor de enkeling die erbij is, is het altijd nog een versteviging, waardoor u zich waarschijnlijk ook gemakkelijker in die andere wereld kunt bewegen. U hebt wat meer mogelijkheden.

Het geheel van die mogelijkheden is alleen gebaseerd op een betrekkelijk snelle, maar toch zonder trappen geschiedende opvoering van deze vibratie. Er is licht! Deze trilling is de manifestatie van de Godde­lijke Kracht. Zij veroorzaakt in u, rond u en in mij – want ik moet ook meedoen – een toenemend scherper vibreren in de richting van het witte licht.

Dat kan zo ver gaan, dat u het merkt in temperatuurverschillen. Niet dat het nodig is, hoor. Het mag ook zo. Wij gaan nu proberen om die grens bovenaan te fixeren, want anders zouden we te ver gaan. Dat is aardig: redelijk algemene afstemming. Niet te veel verloren onder­weg.

En nu gaan we het volgende doen. We zullen maar zeggen: de ver­toning die bij het experiment hoort, maar die om bepaalde redenen nuttig en nodig is. Gewoon dit: We circuleren dit licht. We laten dat steeds verder en sterker circuleren. Heel gewoon. Het is wit. Redelijk. En nu zeggen we: “Deze trilling houden we vast.”

Een experiment. Wat ik u nu geef zegt u veel meer dan elk verhaal dat ik over licht kan vertellen. Want dat is het gekke; al weet je duizend maal dat het licht bestaat, je kunt pas weten wat het is, wan­neer je het beleeft. Wanneer ik u nu die beleving geef – u merkt mis­schien dat het nog aardig door circuleert hier op het ogenblik – dan zult u ook begrijpen, dat u zelf – althans het merendeel van u – dit licht nog niet helemaal waar kunt maken. Maar het is aangepast aan uw wezen.

Ik heb – eerlijk is eerlijk – niet het werkelijk gemiddelde genomen maar een grens. Een bovengrens van het gemiddeld aanwezige. Ik neem dus aan, dat u daardoor a.h.w. de kleur waarmee u de wereld en de kos­mos beleeft, een tikje veranderd hebt. Dat kan u helpen om niet alleen uzelf en uw wereld eens opnieuw te zien, maar ook b.v. om uw krachten eens een keer nieuw te gebruiken. Om uw denkbeelden nieuw te gebrui­ken. Om uw belevingen nieuw te gebruiken. En zelfs om uw eigen instel­ling een beetje te veranderen. Dat kan geestelijk zeer nuttig zijn. Maar het is wel een proces dat zoals dat heet van binnen gebeurt.

In u ligt nu eenmaal de kracht. Deze kracht moet door uw wezen, door uw bewustzijn worden omgezet in een steeds krachtiger licht met een steeds omvattender trillings-patroon. U kunt nu een stapje vooruit.

Wat wij nu doen is zuiver experimenteel. Dat is: u een bepaalde kracht geven en kijken wat u er mee gaat doen. En nu ik dat heb uit­gedeeld – we zitten toch nog in de feestdagen waarin dat gebruike­lijk is – heb ik dacht ik meer gedaan dan met de mooiste oratie.

Onthoud u verder nog – als u in dit experiment zelf merkt dat u mee gaat werken – het volgende: Wie het licht bewust wil aanvaarden moet niet bang zijn voor het duister. Wie het licht volledig in zich aanvaardt mag zich door het duister niet laten beroeren, want hij moet het beleven en erkennen, zonder beroering.

Wanneer u kracht wilt hebben uit het licht dat in u is, dan moet u zich niet instellen op beelden buiten u, maar een ogenblik aanvoelen welke trilling, welke vibratie in uw wezen bestaat. Denk a.h.w. niet na. Laat die vibratie sterk worden in u en zeg dan: dit is kracht. Hierdoor bewerkstelligt u een verandering van functie van die kracht in uzelf.

En dan nog één ding. Wanneer die kracht werkt en u gaat al die andere werelden binnen – en dat is mogelijk; er zijn er hier een paar bij waarvan ik het zeker weet, dat die dat doen en een paar die tenminste op de grens staan – dan het volgende: In een lichte wereld heb je altijd twee functies. Onthoud dat goed.

  1. Zelf beleven en opnemen.
  2. Anderen helpen wanneer ze in dit licht of in de consequenties daarvan verward dreigen te raken.

Helpen doet u door uw eigen kracht aan hen te geven volgens de inhoud van uw eigen wezen. Dat is alles wat nodig is. Geen lange gesprekken, helemaal niet nodig. Als je tegen je aan wilt laten kletsen kun je wel op de wereld blijven. Maar het geven van kracht kun je in uitgetreden toestand gemakkelijk doen.

En daar heeft u eigenlijk alles wat ik te zeggen heb, al is het misschien niet zo mooi als u had verwacht.