Het menselijk weten

image_pdf

29 november 1963

Aan het begin van deze bijeenkomst wil ik u er graag op wijzen, dat wij, sprekers van deze groep, niet alwetend of onfeilbaar zijn. Mijn onderwerp voor heden gaf ik de titel: Het menselijk weten.

Wanneer wij ons met de mens van vandaag bezig houden, blijkt dat zijn “weten” een bijzonder karakter heeft. Wanneer hij een oplossing heeft gevonden, is hij namelijk geneigd deze als algemeen en voor alle soorten van problemen als gelijkelijk geldende te stellen. Hierdoor is het hem mogelijk reeksen van wetten, axioma’s en zelfs bewijzen te stellen, die het hem mogelijk maken de verschijnselen binnen zijn wereld te controleren, Op zich is hiertegen niet veel in te brengen. Het menselijk weten moet inderdaad gebaseerd zijn op de menselijke werkelijkheid.

Het gevaar schuilt dan ook in de neiging voor alles een vaste wet, een vaste regel te stellen. Wanneer wij nagaan, hoe de feiten liggen, zo ontdekken wij, dat een bepaald probleem op misschien vijftig manieren kan worden benaderd en opgelost, dat daarvan echter slechts een of twee benaderingen als juist en hanteerbaar worden gekend en als juist bewezen gelden. Deze benaderingen worden vastgelegd in regels en wetten, terwijl alle verdere benadering van het probleem of daarmede verwant onderzoek verder uit zal gaan van deze regel of wet. Dit betekent, dat slechts een betrekkelijk klein percentage van de werkelijke mogelijkheden wordt erkend en gebruikt. De moeilijkheid is hierbij ongetwijfeld gelegen in de menselijke wijze van denken, waarbij men zich zeer sterk hecht aan woorden en daarnaast werkt met beelden.

Abstracte voorstellingen zijn praktisch niet hanteerbaar.

U zult echter beseffen, dat, wanneer het menselijke denken in deze richting wordt gestuwd, de mensheid op den duur steeds minder zal gaan weten: Wetenschap moet altijd weer een omvatten van een geheel, van een gebied dat men overziet, zijn. Een specialist kan op een bepaald terrein wel veel weten, maar dreigt toch in de eerste plaats een technicus te worden. Zeker is hij niet meer de mens, die een geheel kan overzien en daaruit zijn gevolgtrekkingen kan maken.

Specialisatie zal dus uit de menselijke denkgewoonten onvermijdelijk voortkomen en met het verder gaan der jaren steeds verder worden doorgevoerd. Tot er geen enkele mens meer is, die een werkelijk beeld heeft van hetgeen er op aarde feitelijk gebeurt, of zelfs maar een beeld heeft van alles, wat zich afspeelt bij een bepaalde proef. Dan is er ook geen mens meer, die in kan zien, dat nog andere uitleggingen dan de gangbare mogelijk zijn. Geen mens zal dan meer bereid zijn aandacht te besteden aan bijkomstige verschijnselen, die niet direct tot zijn specialistisch terrein behoren.

Voorbeeld: Iemand heeft een blindedarmontsteking. Deze kan worden genezen – althans in het begin – door psychische krachten. Daarnaast kan zij genezen worden door geneesmiddelen, terwijl men ook nog in kan grijpen door middel van een operatie. De mens, die op een van deze drie gebieden is gespecialiseerd zal geneigd zijn: Mijn wijze van genezen is de enig juiste. Toch zal degene die geestelijke genezing wil gebruiken daardoor op een gegeven ogenblik te kort schieten: Er is immers een ogenblik, waarop hij niet snel genoeg meer in kan grijpen. De chirurg, die steeds maar weer onmiddellijk wil opereren, zal daarbij ook wel eens zijn patiënten onnodige moeite, gevaren en pijnen bezorgen, terwijl een behandeling met minder pijnlijke en gevaarlijke geestelijke krachten of geneesmiddelen mogelijk waren. Enz. Toch zal eenieder overtuigd zijn, dat alleen zijn weg juist en aanvaardbaar is. Een mentaliteit, die het de mens in toenemende mate onmogelijk maakt de werkelijkheid te zien.

Wanneer ik u zeg, dat 2 + 2 niet altijd 4 is, meent men, dat deze stelling onmogelijk is, onjuist en dwaas. Toch is het gestelde juist: Wanneer 2 x 2 verschillende voorwerpen of waarden hebben, krijg ik nooit het werkelijke getal vier, want er is geen sprake van, dat de term “is gelijk aan” hier zonder meer geldt. Wanneer de waarde van het eerste paar tegengesteld is aan werking aan het tweede paar, is het zelfs mogelijk, dat 2 + 2 gelijk is aan 1, of zelfs nul. Nogmaals: de term “is gelijk aan” is lang niet altijd juist, al treedt zij in de menselijke rekenkunde zo sterk op de voorgrond. Men zou ook kunnen stellen, dat in sommige gevallen een “is gelijkaardig aan”, of een “is verwisselbaar met” wel toepasselijk zijn, maar “één is identiek met” absoluut onjuist is. Men kan zelfs stellen dat soms de enig juiste formulering luidt: “is voor ons doel in werking gelijk aan”.

Misschien meent u, dat dit toch maar kleine verschillen zijn. Maar deze verschillen voorkomen dan toch maar, dat de mens zou inhaken op dingen, stellingen, die niet geheel juist zijn. Want vaak zien wij dat de mens, omdat nu eenmaal een rekenkundig bewijs werd gebruikt, een gelijkheid aanneemt, waar deze in wezen niet bestaat, of verschillen over het hoofd ziet, omdat dezen in de cijfers nu eenmaal niet tot uiting komen.

Een voorbeeld hiervan vinden wij vaak in de statistiek. Ik heb getracht mij hierover te informeren en ontdekte een felle verontwaardiging over meubels en muizenvallen: Het schijnt, dat dezen goedkoper zijn geworden, zodat daardoor de kosten van levensonderhoud zijn gedaald.

Menigeen roept uit: Hoe kan men iets dergelijks nu tellen. Het zijn vooral de prijzen van levensmiddelen en kleding, waarom het voor ons gaat. Maar indien men werkt met getallen, is het gestelde binnen dit kader geheel juist. Want er zijn mensen, die wel eens meubels of muizenvallen nodig kunnen hebben. Dezen zijn inderdaad goedkoper geworden. Welaan dan. Dat in het leven van de doorsnee mens meer belang moet worden gehecht aan de prijs van brood en levensmiddelen, omdat deze levensnoodzakelijkheden zijn, staat nu eenmaal niet in de getallen. Op soortgelijke wijze ontstaat een vervreemding van de werkelijkheid, wanneer men een oplossing gaat zoeken voor een bepaald probleem: Nemen wij het kleurlingenprobleem. Stel: Om dit op te lossen moeten de kleurlingen door een ieder als gelijke beschouwd worden. Dat klinkt heel mooi. Maar hoe dient men deze gelijkheid te zien? Moeten zij geheel gelijk worden aan de blanken? Dit is niet mogelijk. Moet er een ontwikkeling zijn voor de kleurlingen, die naast de blanken gelijke economische mogelijkheden verwerven? Moet de oplossing in de eerste plaats misschien gezocht worden in de opvoeding van de jongeren? Het is misschien wel het beste beide rassen gelijke middelen en mogelijkheden te geven aan het begin van hun leven, om hen daarna op eigen wijze verder te laten gaan.

Het is niet eenvoudig een dergelijk vraagstuk op te lossen. Vooral wanneer men met getallen gaat rekenen, zal men zich al snel vergissen. Dit is al gebeurd: Wanneer ik stel: Bij een bepaalde oplossing, en integratie, zijn er 7.000.000. mensen voor en 4.000.000 tegen, dan is dit schijnbaar geheel duidelijk en in orde: Bij een democratie geldt de wil van de meerderheid en zal de integratie dus doorgezet moeten worden. Maar wanneer wij niet alleen de kwantiteit, maar ook de kwaliteit in ogenschouw nemen, komen wij misschien tot de ontdekking, dat belangstelling en emotionele gesteldheid van de 4.000.000 hen belangrijker maakt dan de 7.000.000. Door wil, strijdlust, belangstelling voor het probleem enz. kunnen dan de 4.000.000 in wezen een meerderheid vormen boven de 7.000.000. Houdt men hiermede geen rekening, dan zal men maatregelen treffen, die in wezen onjuist zijn.

Ook in de economie vinden wij soortgelijke verschijnselen: Men gaat uit van het standpunt, dat een gelijkheid van marktwaarde van belang is voor koper en verkoper, voor producent en verbruiker. Onder bepaalde omstandigheden en in zekere zin is dit waar: Wanneer wij een wereld hebben, die stabiel moet blijven. Indien de wereld zich echter ontwikkelt, zal het gestelde niet meer juist zijn. Waarden, die voor het stabiliseren van een bepaalde toestand goed en nuttig zijn, worden schadelijk, zodra er behoefte komt aan een verder gaande ontwikkeling. Een specialist is geneigd om te stellen: Vanuit mijn standpunt is een bepaalde toestand goed, dus dienen wij deze te continueren. Hij laat daarbij geheel buiten beschouwing, dat hij de mogelijkheid niet heeft die toestand overal te continueren. Men kan een aardige conjunctuur-filosofie opstellen. Maar deze kan alleen juist zijn, indien zij gebaseerd is op de gehele wereld en niet beperkt blijft tot de handelwijzen, denkwijzen, en mogelijkheden van een bepaald gebied alleen. Bovendien zal men daarbij rekening moeten houden met menselijke eigenschappen en gewoonten en zich niet alleen mogen baseren op zakelijke belangen, inzichten, getallen.

Waar dit onderwerp aansluit bij de verhandeling over politiek van een vorige week, kies ik mijn voorbeelden hoofdzakelijk uit de materie. Het gestelde geldt echter op elk terrein. De wetenschap heeft de neiging te stellen, dat de wetenschapsmens krachtens zijn kennis en weten, voorbeschikt is om de verantwoordelijkheid te vragen voor hen, die minder weten, en naarmate de specialisatie voortgaat, zal de neiging van de specialisten, zich de absolute leiding en heerschappij te verwerven, groter zijn. Daarmede wordt het weten steeds meer omgevormd tot een machtsapparaat en heeft het menselijke weten op zich geen betekenis meer, maar alleen om de macht die daaruit voortvloeit. Dit is verkeerd. Men kan niet alleen op grond van zijn weten de meerdere zijn van een ander of de verantwoordelijkheid voor anderen dragen. Meerwaardigheid komt niet voort uit weten, maar uit een scherper reageren en juister werken binnen eigen taak, daardoor alleen kan men waarlijk de meerdere zijn van anderen.

Een professor onderzoekt de structuur van atomen. Hij weet veel. Maar daarom is hij nog niet de meerdere van bv. een straatveger: Wanneer deze laatste zijn taak niet of niet goed zou volbrengen zou de professor zijn nek kunnen breken, waardoor al zijn kostelijke kennis voor de mensheid van nul en generlei waarde wordt. Dit vergeet de professor echter vaak. Hij meent dan, dat hij, omdat hij nu eenmaal met atomen werkt en de ander alleen met straatvuil, vanzelf en zonder meer overal de meerdere is. Zelfs wanneer het gaat over de waarde van beiden echter, is de vraag niet, wat weet men, maar wie werkt beter op zijn terrein? Dit echter wordt steeds meer vergeten.

Gezien de gevaren, die aan deze wijze van denken en handelen verbonden zijn, is het noodzakelijk, te komen tot een nieuwe wijze van menselijk denken en weten. Deze vorm kan niet gebaseerd zijn op stellingen of positie. Zij kan zelfs niet gebaseerd zijn op zekerheden. Wat noodzakelijk wordt is een soort mens, die bij alles durft te vragen: “Is dat wel waar?”, en ook het recht heeft dit te doen. Dit laatste is moeilijk. Wanneer iemand stelt: “Ik ben een dienaar Gods”, en een ander zou onmiddellijk reageren met een “is dit wel waar”, dan zou de eerste tot in het diepste van zijn wezen gekrenkt zijn. Stelt men, dat een bepaalde morele norm voor mens en maatschappij noodzakelijk en onontbeerlijk is, dan voelt eenieder zich gekrenkt, wanneer een mens de euvele moed zou hebben om te vragen: Is dit wel waar?

Aan de andere kant is alleen het voortdurend stellen van deze vraag en het onderzoek van de juistheid – zelfs van de meest algemeen aanvaarde “waarheden” – de enige weg om uit de verstarring, die een groot deel van de mensheid bedreigt, los te komen. Steeds weer zal men zich af dienen te vragen: Is er geen andere methode, procedure, instelling, benadering mogelijk?

Waaruit moge blijken, dat menselijk weten alleen werkelijke waarde en betekenis heeft, wanneer het niet gebaseerd is op zekerheden, maar steeds weer uitgaat van twijfels. Alleen een menselijk denkvermogen, dat in staat is elke situatie te nemen, zoals zij is en van daar uitgaande een oplossing te zoeken, zonder de situatie zelfs maar in te willen passen in een bepaald systeem, zal een reële oplossing kunnen vinden voor de problemen van de mensheid. Alleen de mens, die bereid is, elke zekerheid, zelfs de geloofszekerheid waaraan hij hangt, terzijde te stellen, niet uitgaande van bovennatuurlijke machten en krachten, voor dezen kennelijk bewezen zijn voor hem, is in staat het menselijke wezen, de menselijke psychologie te begrijpen en te ontleden.

Er is altijd weer iets wat men niet benaderen kan, wat onbekend is. Goed. Maar dit houdt nog niet in, dat dit ook altijd zo zal moeten blijven of zelfs, dat het zoeken naar een verklaring, een oplossing, gevaarlijk is. Je moet nooit bang zijn voor het experiment. Je moet rustig een situatie onder ogen durven zien, die geheel niet strookt met wat je eigenlijk zou willen denken of zien. Een dergelijke houding doet inzien, hoe vreemd men soms reageert. Zo wordt vaak onredelijk sterk de nadruk gelegd op de bron van iets. Wij zijn uit de geest. Daarom zijn onze woorden voor u belangrijk. Maar is het eigenlijk niet beter om na te gaan, of de woorden op zich belangrijk zijn?

Is het niet juister de belangrijkheid van het gezegde voor u te laten prevaleren boven de origine? Zelfs wanneer die afkomst niet bewijsbaar is en voortdurend in twijfels blijft gehuld, lijkt het mij nog verstandig, uit te gaan van de waarden, die u feitelijk verwerft.

Natuurlijk: Dit betekent dat je steeds balanceert boven de afgrond, dat je steeds weer elke schrede zelf zult moeten zetten. Je moet zelf elk besluit nemen en zelf je beeld van de wereld vormen. Maar een dergelijke soort van denken kan voeren tot werkelijk weten.

Wanneer wij, eens als voorbeeld nagaan wat er is gebeurd in het geval Kennedy, moeten wij toch wel enigszins ontsteld zijn. Een man sterft. Gewelddadig, op wrede manier. Maar gelijktijdig sterven vele mensen, bv. in N. Borneo. Op dit ogenblik verhongeren mensen in China. Op het ogenblik zijn er nog steeds mensen die aan cholera sterven in India. Bij al dezen komt het leven even plotseling en vaak pijnlijker tot een einde. Dezen hebben in hun leven niet zoveel goeds gehad. Toch gaat de wereld zonder hierop acht te geven verder. Wat is dit voor een mentaliteit? Kennedy is gestorven, maar is de wereld nu wel werkelijk zo ontroerd door zijn dood?

Of is de wereld getroffen in het enige wat zij zoekt: Haar zekerheid? Een mens, die ook onzeker was, die tastend zijn weg moest zoeken, een mens, die niet in staat was de problemen op te lossen, die hij aansneed, is klaarblijkelijk voor de mensen tot een symbool van zekerheid geworden. Het is deze zekerheid en de mogelijke aantasting daarvan, die zij in wezen betreuren.

O ja. Ik weet wel, dat dit eigenlijk niet gezegd mag worden. Wij moeten spreken van een man in de bloei van zijn jaren heen gegaan, over het lijden van de mensen rond hem, over de wreedheid van de moordenaar enz.

Maar eerlijk gezien mogen wij ons wel afvragen, of er sprake is van een natuurlijke rouw over de wereld, dan wel dat hierin een element van geforceerdheid opdoemt. Het vraagt reeds zekere moed om deze vraag te stellen. Toe te geven, dat een groot deel van deze ontroering alleen maar het gevolg is van een zich bedreigd voelen en niets anders, betekent dat je vele mensen zult kwetsen. Want zij waren werkelijk ontroerd en begrepen niet, waarom hen dit alles zozeer bewogen heeft. Hier blijkt weer, hoeveel je moet weten over dit eigenaardige menselijke ras, voor je kunt begrijpen, wat het eigenlijk beweegt.

In de wereld ontkent men natuurlijk vele dingen, die gebeuren. Maar er zijn veel meer mensen dan men zou veronderstellen, die de dood van Kennedy niet waarlijk betreurden, maar zich betrokken voelden, omdat zij in eigen belangensfeer hierdoor getroffen werden. Daarnaast zijn er velen, die zich door de publieke waarden van het gebeuren mee laten slepen op eenzelfde wijze, als zij zich in de bioscoop mee laten slepen door een van de twee wezen, stervend in de sneeuw, terwijl, toch eenieder weet dat reeds voor het woordje einde op het doek is verschenen de “wees” met een goed salaris en springlevend huiswaarts is gekeerd. Hun ontroering is ergens onecht.

Veel van deze beroering is onwerkelijk, veel van hetgeen men stelt, is onwerkelijk. Wanneer wij de werkelijkheid na willen speuren, zullen wij allereerst moeten stellen, dat Kennedy werd vermoord als gevolg van door hem zelf opgeroepen spanningen. Verder kunnen wij constateren dat hij, moedig maar niet bepaald wijs, tegen meerdere waarschuwingen in, naar Dallas is gegaan.

De man heeft dus een groot risico genomen. Wanneer nu in een circus iemand uit de nok valt en sterft, vindt men dit erg, maar voegt er onmiddellijk bij: “The show must go on”. Het orkest, speelt weer, men zegt tot het publiek, dat het niet zo erg was en gaat verder met de voorstelling.

Men weet, dat het geen zin heeft zijn rouw en emoties te gebruiken, om het publiek daardoor te bewegen. Hier ligt de zaak in wezen hetzelfde: Een man nam risico krachtens zijn beroep, de man is gevallen, the show must go on. Dat men gebruik tracht te maken van de door deze dood ontstane sentimenten lijkt mij in ieder geval onjuist en bedenkelijk.

Laat ons de menselijke reacties eens verder nagaan en zien hoe men de moord op heeft willen lossen. Men heeft onmiddellijk een moordenaar gevonden. Dat was natuurlijk goed, maar heeft men nu de moordenaar gevonden, omdat hij werkelijk de moordenaar was, of in de eerste plaats uit zelfbehoud? Het laatste is waarschijnlijk. De moordenaar werd door een andere moordenaar neergeschoten. Men zal nu wel aannemelijk maken, dat alleen diepe ontroering de oorzaak was voor deze daad van moordenaar nr. 2. Wat zijn de feiten?

Natuurlijk is er sprake van moord. Maar is deze niet het symbool der machts- en belangenstrijd, die zich deels achter de schermen afspeelt? Is de ontroering, de angst ook, niet een bewijs, dat men in de USA in wezen onzeker is van zichzelf? Het geheel ontledende kan men conclusies trekken als deze: Niemand schijnt in deze dagen meer de moed te hebben, alleen voor zichzelf te werken, te leven en te streven, wanneer hij niet anderen heeft om op te betrouwen. Men zoekt altijd weer naar sterkeren, onder wier bescherming men verder zal gaan. Wanneer het symbool van de beschermende kracht valt, wordt het leven gevaarlijk, want nu zal men moeten kiezen: Zal men zelf verder gaan, of zal men weer een afgod gaan aanbidden. Zal men een nieuwe en juistere weg kiezen, of op oude basis voortgaan?

Hier klinkt een oude strijdkreet: Alles wat zo langzaamaan gegroeid is, moeten wij toch wel aanvaarden. Ik vraag mij echter af, of dit nu wel waarlijk juist is. Men schermt in vele dingen steeds weer met “geleidelijke ontwikkeling”. Dan zegt men bv.: De USA is nu eenmaal de belangrijkste natie, de beheersende factor binnen het westelijke blok. Dat is sedert de tweede wereldoorlog nu eenmaal zo gegroeid, daar kunnen wij dus niet meer van afwijken. Maar als dit nu eens niet gezond is? Of industrialisatie? Je mag m.i. niet een arm of been ontwikkelen ten koste van alle andere ledematen. Maar die kant is het de laatste jaren toch wel uit gegaan. Ik weet wel dat ook dit niet hardop gezegd mag worden. Maar toch blijkt dit uit de feiten.

Wanneer wij alleen even goed nadenken, weten wij wel degelijk, dat bv. het staatsmanschap van de USA niet alleen heeft gevoerd tot goede dingen. Zonder het goede te ontkennen, kunnen wij toch wel zien, dat veel van de problemen van jonge staten, die op het ogenblik voor de wereld gevaarlijk en belangrijk dreigen te worden, veroorzaakt zijn door een verkeerde instelling van Amerika. Indien wij zo verder willen gaan denken, kunnen wij zelfs zeggen, dat de moeilijkheden, waarin de Engelsen zich in Serawak bevinden, veroorzaakt zijn door de houding die zij gezamenlijk met USA hebben aangenomen, toen het ging om de vraag of Nederlands-Indië onmiddellijk Indonesië zou worden of niet. Het zou ons echter te ver voeren om al deze conclusies te trekken, alle feiten vast te stellen.

Terugkerende naar het vorige voorbeeld stel ik: John Kennedy is gevallen, omdat hij een weg wilde volgen, die voor hem de enig juiste was. Ieder dient hem te eren voor de wijze, waarop hij, zonder te letten op verlies of risico, gegaan is. Maar deze weg was niet de enige mogelijke, of de enige juiste, ja, zelfs niet de beste. Een continueren van hetgeen hij begonnen is, zonder de vraag te stellen, of andere en betere mogelijkheden bestaan, betekent de fouten voortzetten, waaraan hij is gestorven. Ook al was het een moordenaar, die deze gevolgen kennelijk tot uiting bracht.

Op dezelfde wijze kan men zich op andere gebieden vragen stellen. Bijvoorbeeld of Pavlov nu werkelijk gelijk had met zijn proeven en of hieruit nu werkelijk zonder meer volgt, dat men mensen kan dresseren tot een bepaalde manier van denken en reageren – zoals men stelt in de theorie – die aan de hersenspoelingen ten grondslag ligt. Blijft hier een deel van het menselijke wezen onaangetast? Is er een verdediging tegen de techniek der “hersenspoelingen” mogelijk of niet? Tot mijn spijt blijkt ook hier, dat men allerwege bereid is uit te gaan van de juistheid van Pavlov ’s stellingen en de toepasselijkheid daarvan ook op de mens. Vooral dit laatste is twijfelachtig: Pavlov nam zijn proeven hoofdzakelijk met dieren, honden bv. Hij had dus niet te maken met wezens, die bewust geestelijke reserves kunnen aanspreken en gebruiken.

De mens kan dit echter wel. Het middel tegen deze wijze van beïnvloeding ligt in geestelijke vorming en scholing. Dit laatste heeft men misschien begrepen, maar…. de wijze, waarop men te werk gaat betekent geen ontkenning van de juistheid van Pavlov ’s stellingen of zelfs maar een herhaling van zijn proeven, maar eenvoudig een ontwijken van dit gehele systeem van geconditioneerde reflexen. Dit wil weer zeggen, dat vele mensen, die misschien  eens binnen de Russische invloedssfeer komen, niet over bereikbare, maar hen onbekende verdedigingsmiddelen zullen kunnen beschikken.

Zelfstandig denken en reageren betekent, dat de mens een aantal invloeden vanuit de buitenwereld en reacties op die buitenwereld naar eigen wil zal kunnen uitsluiten. Waarom aarzelt men dan deze wijze van leven en denken meer algemene bekendheid te geven en te bevorderen? Rhine-instituut stelde vast, dat fakirisme de mens niet in staat stelt, dingen te doen, die onmogelijk lijken, maar hem de mogelijkheid geeft bloedsomloop en stofwisselingsprocessen te wijzigen, pijnprikkels af te dempen en andere processen binnen het lichaam zowel als psychische reacties daarop zo te beheersen en te gebruiken, dat men hierdoor schijnbaar onmogelijke dingen kan volbrengen. Men stelt echter al snel, dat het geheel te veel tijd vergt, dat een teveel aan oosters denken hierbij te pas komt, zodat het geen belang heeft en weinig mogelijkheden zou bieden, wanneer men de mensen in staat zou stellen niet alleen het verschijnsel, maar ook de methode te onderzoeken en te doorzien. Anderen zeggen: Dit alles staat in verband met de kern van alle paranormale verschijnselen. Wanneer wij eerst daarvoor de oplossing hebben gevonden, wordt dit gehele gebied voor allen toegankelijk, dus ook het fakirisme.

Dit alles is niet zo dwaas geredeneerd. Maar er ontbreekt iets. Deze beheersing kan onder omstandigheden worden overgedragen. Zelfs enkelingen met deze beheersing zijn dus voor het geheel der mensheid belangrijk, zodra zij hun kunnen op meer praktische wijze toepassen. De beheersing zal zeer nuttig zijn, omdat zij bv. bij vele operaties gevaarlijke verdovingen overbodig zou maken, terwijl ook de geboorte van kinderen eenvoudiger, pijnlozer en vreugdiger zou worden door de ontspanningstechniek, die tot het fakirisme behoort. Men zou door kennis van, en training in, de belangrijkste facetten van het fakirisme de mens onaantastbaar kunnen maken voor veel van het geweld, dat in deze dagen zo vaak ter beïnvloeding gebruikt wordt. Men zou langs deze weg de mens van een van zijn grootste angsten kunnen bevrijden: De angst voor pijn.

Maar aan deze mogelijkheden en hun onmiddellijk belang ziet men voorbij. En toch is dit alles ook in deze tijd van buitengewoon belang. Ik kan u overigens mededelen, dat er wel studies zijn gemaakt hierover, maar dat men de moed niet heeft kunnen vinden, alle gevestigde stellingen van psychologie en dieptepsychologie terzijde te stellen en het fenomeen op zich, en onafhankelijk van deze stellingen, te beschouwen.

Theoretisch weet men dan ook al veel hiervan. Maar de mensen van deze dagen hebben juist op dit gebied een behoefte aan een kennis, die niet alleen theoretisch blijft, maar onmiddellijk en praktisch bruikbaar is. Zij hebben er geen behoefte aan te weten, hoever een bepaalde ster nu volgens de geleerden van de aarde verwijderd is. Per slot van rekening gaan zij daar voorlopig toch nog niet naar toe. Maar het is wel belangrijk voor hen, dat zij de afstand kennen tussen twee plaatsen, wanneer zij deze weg zelf af moeten leggen. Zo is het voor de mens eveneens onbelangrijk te weten, waarom nu eigenlijk de prijzen oplopen. Wel van belang is, dat hij de zekerheid heeft alles wat hij nodig heeft, ook inderdaad te kunnen kopen. Door een verklaring te geven voor een verschijnsel, geeft men de mens nog niet de mogelijkheid, het te beheersen of zichzelf tegen de gevolgen daaraan te beschermen. En dat vergeet men in deze dagen maar al te vaak. Men meent, dat een verklaring voor een verschijnsel identiek is met de oplossing van het probleem.

Het menselijke weten heeft zich te ver verwijderd van de praktijk. Het baseert, zich niet meer op feiten alleen, maar daarnaast op emoties, die niet echt zijn en kunstmatig worden veroorzaakt en in stand gehouden. Ook de veroorzakers van dergelijke emoties vallen uiteindelijk als slachtoffer van de door hen geschapen suggesties. Zoals de mensen, die snikten, toen Kennedy’s lichaam op een affuit voorbijkwam, dit op dat ogenblik werkelijk eerlijk hebben gemeend. Maar daarna hebben zij een borrel gepakt, een broodje gegeten en zich beklaagd over het feit, dat er “niets te doen was”. Indien men K’s belangrijkheid dus wil afmeten naar de openlijke rouw van dit ogenblik is de gehanteerde maatstaf niet meer reëel.

Wat speelt hier eigenlijk een rol? Waarom maakt men zoveel publiek vertoon over iets, wat een mens innerlijk zou moeten voelen? Waarom ontduikt men aan de ene kant de rouw, die men anderzijds zo gepast en netjes noemt?

Een voorbeeld uit Nederland: Henri, die zich de laatste tijd weer in het bijzonder met Nederland bezig houdt, merkte op, dat er nog nooit zoveel is geluisterd naar Radio Veronica als in de dagen dat de Nederlandse radio en televisie in rouw verkeerden over Kennedy. Iemand, die werkelijk rouwt, heeft geen behoefte aan vrolijke muziek. Dan wil je die niet horen. Wanneer men je het onmogelijk maakt, deze te horen en daarnaast suggestief een sfeer van rouw en bedruktheid naar voren brengt, dan kan het wel schijnen, dat men allerwege rouwt, maar oprecht is dit dan niet. Men wekt zo kunstmatig bepaalde gevoelens. Maar dit heeft gevolgen. De banden tussen de USA en Nederland zijn hierdoor iets versterkt en aangehaald. Volkomen juist. Maar de afhankelijkheid van Nederland t.a.v. de USA is hierdoor sterker uitgedrukt dan wenselijk is. Het respect van het volk voor eigen parlement neemt af in dezelfde mate, waarin het zich gebonden weet aan de grote figuren in het buitenland. Men heeft hier eenvoudig niet aan gedacht – of willen denken – ofschoon men dit wel degelijk weet. Men wil deze dingen niet zien. Men heeft een specialistisch werkterrein en meent: Wij moeten de stemming onder het volk bepalen, wij moeten cultuur geven enz. De gevolgen laat men liever buiten beschouwing, terwijl men ook maar liever vergeet, dat de groten van vroeger, de lichtende figuren van de menselijke cultuur, vroeger niet zo “cultureel bewust” waren en zichzelf niet zo ernstig namen, als hun would-be volgelingen in deze tijd. Men vergeet, dat Spinoza even geestig kon zijn als nu Bomans, en dat Bach, naast alle kerkelijke werken, liederen heeft geschreven, die het vergelijk modern klassiek – rock en roll bruikbaar maken om hun betekenis in hun eigen tijd aan te geven.

Men vergeet steeds weer en op elk gebied in deze tijd de noodzaak tot veelzijdigheid. Omdat men de veelzijdigheid vergeet, omdat men deze niet wenst, ze zelfs ergens misschien gevaarlijk begint te achten, wordt het feitelijke vermogen van de mens, om zijn wereld te beheersen, steeds kleiner. Het vermogen van de mens om voor zich te denken, te vechten en iets belangrijks te bereiken wordt steeds kleiner. Het vermogen om uit het materiële leven ook geestelijk iets te leren wordt kleiner. Ik kan nu wel verder gaan met voorbeelden. Maar het komt altijd weer neer op een ontkennen van de feiten, een vervalsen van de mogelijkheden. Wanneer iemand zich een ledige ruimte niet voor kan stellen en daarom alleen zegt: Er moet een soort wereld-ether zijn, waarin de verschijnselen zich afspelen, klopt er iets niet. Deze voorstelling is een hulpmiddel.

Zeker, maar het betekent, dat elke theorie gebaseerd zal worden op de dragende wereld-ether en eigenschappen moet bezitten. Een eigenschapsloos, geheel neutraal niets zal hiervan verschillen.

Daarmede wordt de eigenschapsloze ledige ruimte minder kenbaar. De mens komt dan tot een these, die aardig past bij alle door hem gekende dingen, maar die daarnaast een hoop verschijnselen eenvoudig onverklaarbaar maakt. Zodat de these het menselijk weten vaak handboeien aandoet en kluisters daarbij.

En dit is op het ogenblik belangrijker dan al het andere. Het is niet zo belangrijk, hoe u denkt over de moord, over de moordenaar en de vraag, hoe het wel werkelijk gebeurd zou zijn. Deze dingen hebben geen praktische betekenis in uw leven. Ik meen dan ook, dat u niet meer dan een praktisch beeld van het geheel nodig hebt, hoe oppervlakkig ook, om het feit te kunnen constateren, en dat is genoeg. Maar wanneer u voor niets anders meer belangstelling hebt uw aandacht en emoties richt op dit ene punt, daarbij aan het andere voorbijgaat, waar blijft dan bewustzijn, waar blijft dan menselijkheid?

Begrijp mij wel: Dit alles is niet maar zo een betoog van mijzelf. Wat ik tracht hier wat uitvoeriger uiteen te zetten, maakt deel uit van de vernieuwing, van de ontwikkeling, die door de Hoogste Krachten noodzakelijk wordt geacht. Wanneer de mens verder gaat, zoals hij op het ogenblik doet, loopt de mensheid vast, dan komt men tot een zodanige materialistische organisatie en structuur, dat niets meer overblijft buiten een emotionele binding, die op zuiver fictieve waarden berust. De mens zou dan ongeveer gelijk zijn aan de mieren en de bijen en misschien zelfs nog een trapje lager staan. Want het insect is nu eenmaal sterker, is logischer ontwikkeld voor een dergelijke maatschappij, dan de mens ooit zal zijn.

Dit mag dus niet geschieden. Zou dit plaats vinden, dan zou de werkelijke mensheid daaraan ten gronde gaan. Maar het is niet zo eenvoudig de mensen dit te doen beseffen. Neem weer het voorbeeld Kennedy. Wanneer deze een volgende ambtstermijn had aangetreden, zou een burgeroorlog in de USA en iets later waarschijnlijk een wereldoorlog, onvermijdelijk zijn geworden. Want het gevolg van een burgeroorlog zou onmiddellijk een scherper optreden van de USSR ten gevolge hebben plus een poging van China om Azië onder de voet te lopen. Het is duidelijk, dat dit zou voeren tot een wereldoorlog, waarbij een wereldvernietiging op grote schaal niet meer te vermijden zou zijn geweest. Nu kan men dit ten hoogste een veronderstelling noemen. Maar het is mogelijk aan te tonen, dat deze stellingen niet denkbeeldig, maar zeer logisch zijn. Dit alles moest wel leiden tot bepaalde conclusies en een zekere houding van de Witte Broederschap, die de geestelijke krachten, welke binnen de broederschap op plegen te treden, zullen hebben onderstreept.

Er moet een ommekeer komen. Normalerwijze is een dergelijke ommekeer een verwijzen van de belangstelling in geestelijke of materiële waarden, waardoor de belangstelling langzaam om zwenkt naar haar tegendeel. Dus, van wetenschap naar geloof, bijgeloof, magie en vandaar weer terug. Dit is reeds zichtbaar in een kleine cyclus, die slechts rond 360 jaren vergt. Rond deze tijd is namelijk een verandering onder de mensen in gestelde zin steeds weer merkbaar. Gaan wij verder zien in de wereldgeschiedenis, zo komen wij tot de conclusie, dat de wereld van nu bijna het perfecte tegendeel is van de fabelachtige Atlantische beschaving. Atlantis was een magische cultuur. Daar was alles in de eerste plaats gebaseerd op de magie, de wetenschappen van de menselijke geest en de krachten van de menselijke geest. Zelfs de techniek, zover die daar bestond, was aangepast aan het gebruik van geestelijke krachten. Nu heeft men alles van de geest onafhankelijk gemaakt. Men is zelfs zover gegaan, dat men de machine een intellect heeft willen schenken, dat bijna menselijk is. Waarbij men vergeet, dat de grootste fouten hierin op blijven treden, omdat het menselijk gevoel en het daarmede gepaard gaande menselijke selectievermogen in de machine zal ontbreken, zodat geen met gevoelswaarden rekening houdende reactie van machines mogelijk is.

Er is altijd een soort zoeken naar evenwicht geweest. Maar dit evenwicht kan niet gelegen zijn binnen een wereld, die geheel magisch van opzet is, noch in een wereld, die geheel technisch is. Er moet dus een balans tussen deze beiden gevonden worden. Deze balans kan alleen tot stand komen, wanneer men beschikt over een voldoende techniek, om allen redelijk te voeden en te huisvesten en zo een geestelijke ontwikkeling mogelijk te maken. Want de mens moet eerst een zekere rust in zijn leven vinden, om de mogelijkheid te vinden tot contempleren en mediteren, tot onderzoeken en denken. Een minimum aan levenszekerheid is noodzakelijk, voor men daarmede werkelijk iets bruikbaars bereikt. De techniek moet het dus de mensen mogelijk maken, bepaalde minima voor het bestaan zonder veel moeite te handhaven. Over deze technische mogelijkheden beschikt de mens van heden reeds. Maar de gedachtegang, die daarmede gepaard gaat is dreigend, zelfzuchtig zonder werkelijk inzicht en daarom voor een verdere ontwikkeling bijna fataal.

Geestelijk gezien moet nu het volgende gebeuren: De techniek mag niet ten gronde worden gericht, doch gelijktijdig moet de mens terugkeren tot het geestelijke streven. Er zal dan een ogenblik zijn, waarop de mens geestelijke waarden en vermogens in de plaats gaat stellen van veel, wat heden nog zuiver mechanisch geschiedt. Wij kunnen hier bv. denken aan telepathie, die althans het plaatselijke telefoonverkeer grotendeels onnodig kan maken. Levitatie, die menige hefmachine zal kunnen vervangen. Enz. Wij kunnen ons dus vele mogelijkheden voorstellen, waarbij de menselijke meerwaardigheid boven de materie het mogelijk maakt, die materie aan te passen aan of geschikt te maken voor hetgeen de mens daarmede moet volbrengen. Veel van de hedendaagse techniek zal dus na enige tijd overbodig kunnen worden. Zo zal bv. een enkele mens met een vol ontwikkeld brein alle problemen even snel op kunnen lossen als een veel grotere cybernetische machine, maar is gemakkelijker overal ter plaatse beschikbaar, goedkoper, praktischer.

Op dit evenwicht wordt dus op het ogenblik van geestelijke zijde aangestuurd. Dit evenwicht kan niet bereikt worden door de goeden te belonen en de kwaden te bestraffen. Zou de geest, zou de Grote Broederschap dit doen, dan zou men immers de maatstaven continueren, die de wereld zelf pleegt aan te leggen en daarmede de beperkingen van menselijk denken en menselijke weten, zoals dezen op het ogenblik bestaan. Er zullen dan ook dingen moeten gebeuren, die misschien zelfs direct met uw gevoel van rechtvaardigheid in strijd zijn. Er zullen veel dingen gebeuren, die regelrecht indruisen tegen alles, wat u nog als goed beschouwt en toch zijn zij voor de wereld het enig juiste. Zij breken ergens een beperking, een gewoonte, een gevaar.

Men zal dit niet direct kunnen zien. Zoals men eerst later zal beseffen, hoe groot het verschil is, dat de dood van Kennedy betekent in de verhoudingen tussen USA en de westelijke wereld. Zoals ook de dood van Kennedy een toenadering kan betekenen voor vele Z-Amerikaanse landen, terwijl deze dood gelijktijdig voor vele handelsbelangen een zeer ernstige klap gaat betekenen.

Voor de dollar-economie realiseert zich hier met een schok een situatie, die ondanks alle maatregelen en alle uiterlijk vertoon van vertrouwen, nog zo snel niet overwonnen zal zijn. Maar, wanneer daarmede bereikt wordt, dat er een nieuw evenwicht komt, zodat de mensen wel anders moeten gaan leven en reageren, dat het menselijke weten hierdoor dichter bij de werkelijkheid komt te staan en zich kan uitbreiden, dan is er iets groots geschied. Dan heeft deze mens door nu en zo te sterven veel meer volbracht, dan hij door te leven ooit had kunnen hopen te volbrengen.

Er zullen nog wel meer vooraanstaande personen heengaan. Hij was niet de enige, die in deze crisisperiode in groot gevaar verkeert. Of zij nu gaan door geweld of niet, uitgeschakeld zullen nog meerdere hedendaagse vips worden. Zoals er in deze dagen filosofen en denkers zullen moeten worden uitgeschakeld, fabrikanten en economen, omdat zij niet passen bij de noodzaken van deze tijd. Want alles, wat een behouden in de hand werkt van wat nu bestaat, zal teniet gedaan moeten worden. De resultaten hiervan zijn vanuit menselijk standpunt een steeds weer terugkerende bedreiging met chaos, men zal zich afvragen, wat er nu weer moet gaan gebeuren.

Hoe zal het verder gaan? Omdat deze vraag echter niet voor u alleen rijst, maar voor zeer vele mensen, waaronder ook mensen, die zich zeker meenden te weten in hun stellingen en theorieën – die zij wel prijs zullen moeten geven onder de druk van de ontwikkelingen – zal er beweging komen, zal men een andere wijze van benaderen moeten zoeken. En zodra dit een feit is geworden, is er veel bereikt. Het is voor de mensen altijd weer treurig, wanneer er iets dergelijks plaats vindt, of het nu een mens is, die vermoord wordt, een dorp dat door aardbevingen wordt weggevaagd, een stormvloed, of een vulkanische uitbarsting, het is altijd weer treurig. Maar gelijktijdig wordt de mens nu gedwongen een oplossing te zoeken op korte termijn en kan hij niet steeds weer uitstellen in de hoop, dat een ingrijpen, een nemen van besluiten uiteindelijk overbodig zal zijn.

Om een voorbeeld te geven, stel dat morgen opeens de voorziening zoals elektriciteit, stil valt voor langere tijd. Dan zult u andere middelen moeten zoeken, om nog iets op de radio te kunnen horen, zo er al uitgezonden kan worden. U zult andere verlichting moeten hebben en kunt niet meer alleen met een kaarsje volstaan. Komt een dergelijke storing van langere duur veel voor, dan zal men zelfs zijn bouwmethoden moeten wijzigen, omdat men geen gebruik meer kan maken van elektrische liften, enz.  Koelkasten moeten een nieuw koelsysteem krijgen, dat niet meer van openbare voorzieningen afhankelijk is om te kunnen werken. Men zal een aanpassing zoeken en misschien zelfs een systeem ontwerpen, waardoor men in elk huis zelf elektrische stroom op kan wekken, zodat men niet meer van anderen afhankelijk is. Men zal dan, vooral voor ziekenhuizen en dergelijke, oplossingen moeten vinden op zeer korte termijn. Wanneer een probleem dringend is, heeft men geen tijd om met commissies, internationale raden enz. te werken. Dan moet de mens zelf en op eigen verantwoordelijkheid iets doen.

Mogelijk is dit zeker: Kennedy was nog geen uur dood, toen Johnson president was van de USA. Nog geen half uur later had de nieuwe president reeds de eerste – niet openbare – bevelen en richtlijnen gegeven. In korte tijd – minder dan 24 uur – kwam een machine aan het rollen waardoor ongetwijfeld vele van Kennedy’s medewerkers zullen moeten uitvallen. Een improvisatie, die een belangrijke verandering zal betekenen in het politieke en economische leven van de USA.

De mens van heden zal allereerst weer moeten leren onmiddellijk te reageren en te denken, niet strijden over de methode, maar het noodzakelijke zo snel mogelijk volvoerende. Nu zijn er vele mensen, die zeggen: Wanneer wij al een oplossing voor iets moeten vinden, zo is het toch beter gelijk een goede en blijvende oplossing te vinden. Een menselijk denken echter, dat niet op thesen en veronderstellingen, maar op de werkelijkheid is gebaseerd zal eenvoudig constateren: Deze middelen hebben wij nu ter beschikking, dit is het probleem, zo kunnen wij het zo snel mogelijk oplossen. Eerst wanneer wij de oplossing voorlopig hebben tot stand gebracht, zullen wij overwegen, of nog andere en betere wegen voor een mogelijk meer blijvende oplossing aanwezig zijn. Wij zullen dan trachten tot de beste oplossing te komen. Maar voor alles zullen wij niet toestaan, dat een probleem langer dan noodzakelijk is, voortbestaat. Dit is het eerste, dat op aarde bereikt moet worden. Later zal dit alles verder gaan tot op gebieden van geestelijk begrip en geestelijk werken. Maar nu moet eerst de vaste schil van “ik weet…” bij de mens gebroken worden, moet eerst de idee verdwijnen, dat men voor alles zijn tijd kan nemen, dat men alles voor de eeuwen kan doen. (Behalve misschien het bouwen, dat doet men nu zelfs niet meer voor de komende generatie.)

Vooral moet de mens het denkbeeld verliezen, dat hij zonder improvisatie, zonder afgaan op intuïtie, zonder zo vlot en snel mogelijk reageren, in deze wereld verder kan gaan. Men moet leren, dat het niet zo belangrijk is, of iemand wel de juiste naam of titel krijgt, of met een verkeerde naam wordt aangesproken, dat het er niet op aan komt, of men wel dan niet bepaalde normen juist heeft toegepast, maar alleen om de vraag, of men gezamenlijk iets heeft bereikt. De mens moet leren weer te denken in een onbestemde wereld, waarin elk probleem steeds weer nieuw voor hem is en een persoonlijke oplossing vergt. Dit vergt een intenser leven en streven dan menigeen op het ogenblik op stoffelijk of geestelijk terrein wil voeren. Maar het is dan een leven dat veel vruchtbaarder en vreugdiger is dan het half vegeteren, dat menigeen tegenwoordig een rustig, waardig bestaan pleegt te noemen.

Deze noodzaken zijn aansprakelijk voor veel meer schokkende en/of onverwachte gebeurtenissen in de toekomst. Heel vaak zult u, zowel in uw persoonlijk leven als in de wereld, zeggen: Moest dit nu zo, was er werkelijk geen andere weg? Misschien was er een andere weg. Maar degenen, die trachten de mensheid uit de impasse te helpen, waarin zij langzaam maar zeker dreigt vast te lopen, vragen zich steeds weer af: Wat zijn de omstandigheden en mogelijkheden, wat is het probleem, hoe kan ik dit oplossen. Daarbij zullen ook zij niet vragen, hoe dit vroeger gedaan werd. Zij beseffen zeer wel dat dan ook vanuit en voor hen het gevaar van een vastlopen, van een verstarring bestaat. Elke keer opnieuw zullen zij hun probleem bezien zonder aan vorig oplossingen te denken en hun in het verleden bereikte bekwaamheden gebruiken, om nu een nu passende oplossing te vinden. Ook wanneer dit een oplossing betekent, die uit menselijk standpunt bezien grote offers vraagt, maar, gezien vanuit de geest – die immers weet, wat leven en dood betekent ten opzichte van het bereikte – slechts onbelangrijke opofferingen vergt.

Raadgevingen

Allereerst wil ik het probleem van deze tijd stellen. Alles, wat volgens u in deze dagen onjuist of niet goed is, heeft zin en betekenis. Het is dus voor u belangrijk zelfstandig een aanpassing aan de omstandigheden en een oplossing voor uw problemen te zoeken. Wat van u uit en voor u aanvaardbaar tot stand komt, is namelijk in deze tijd altijd goed. Het eerste punt kent u reeds:

  1. Mens, denk zelf, handel zelf.
  2. Leef vandaag, handel vandaag alle problemen van vandaag af. Besteed eerst daarna eventueel uw tijd aan het oplossen van problemen voor morgen.
  3. Realiseer u, dat in u een grote bron van kracht schuilt. Aarzel niet daarop met vol vertrouwen een beroep te doen. Ga uit van het standpunt, dat al hetgeen voor u harmonisch is, niet alleen vanuit stoffelijke waarden verwerkelijkt zal worden, maar dat daarbij het totaal van uw wezen en alle geestelijke krachten mede werken. Indien u hierop vertrouwt. zult u zien, dat u zeer veel tot stand kunt brengen.
  4. Streef niet teveel naar het bereiken van een bepaalde gave, een bepaalde bekwaamheid, wanneer u, om dit te bereiken, op andere gebieden uzelf of anderen te kort moet doen. Ga uit van de stelling, dat een zo harmonisch mogelijk leven vanzelf de voor u noodzakelijke gaven en mogelijkheden zal ontwikkelen.
  1. Alles, wat geschiedt, heeft zin. Maar deze zin is vanuit verschillende standpunten gezien, anders. Daarom is het noodzakelijk, dat men t.a.v. de wereld en het wereldgebeuren, een persoonlijke houding bepaalt. Bepaal deze houding steeds weer opnieuw en meet u geen vaste houding t.a.v. het leven aan. Door u voortdurend aan te passen aan de omstandigheden en elke gebeurtenis opnieuw bewust vanuit uzelf te benaderen, zult u de voor u juiste harmonie met de wereld vinden en daarmede ook het geluk en de vreugden, die nu eenmaal een bestanddeel zijn van een goed en geestelijke gezond bestaan.
  1. Weet dat de aarde niet werd geschapen als tranendal. Dat hebben de mensen zelf ervan gemaakt. Hoed u er daarom voor, tranen te schreien, die niet oprecht zijn. Hoed u ervoor plechtig te doen, wanneer dit niet werkelijk noodzakelijk is, de mensen zijn al plechtig en ernstig genoeg. Ga uit van uzelf en zoek een zo groot mogelijke vreugde en kracht binnen uzelf tot stand te brengen, welke u met zoveel mogelijk anderen kunt delen.
  1. Stel uzelf en uw meningen nimmer als wet voor anderen. Respecteer anderen in hun wijze van leven en denken. Tracht nimmer anderen – buiten uw eigen kinderen, zover zij niet rijp genoeg zijn om een eigen oordeel te vormen – uw visie op te leggen. Wat in u leeft, kan goed zijn en voor u aanvaardbaar. Het is echter niet zeker, dat het dit ook voor anderen zo is. Beleef het daarom zo goed en zo volkomen mogelijk binnen uzelf, als maar mogelijk is. Laat anderen echter de vrijheid eigen wijze van zien en leven voort te zetten.
  2. Bedenk, dat de ware liefde of kosmische liefde niet kan bestaan in gebondenheid, doch slechts in volkomen vrijheid. Hij, die waarlijk liefheeft, dient, zonder daarvoor ooit iets terug te vragen. Hij schenkt, zonder te denken aan teruggave, die hij als loon daarvoor zal ontvangen. Het wegschenken van eigen streven en kracht, leven en bewustzijn, is een van de grootste mogelijkheden en gaven, die de mens op aarde bezit en een van de grootste krachten, die de mens kan hanteren tijdens het moeizame proces der bewustwording. Want wie zichzelf niet zoekt, vindt zichzelf in zijn God.
  3. Het laatste punt nog.  Wanneer u in uzelf angst kent voor iets, wat nu nog niet bestaat, zo richt u op datgene, wat vandaag is. Laat geen enkele angst u beheersen. Indien u met geheel uw wezen vreest, zal het gevreesde zeker tot werkelijkheid worden en u geen mogelijkheden tot ontwijken of ontsnappen bieden. Wees daarom voortdurend een mens zonder angsten. Vrees niets, dood en lijden niet, het leven niet. Vrees zelfs niet voor uw eigen tekortkomingen. Door onbevreesd uzelf en de wereld te benaderen, zult u de grootste resultaten behalen en meester kunnen zijn over datgene, wat u tot op heden zo vaak tot slaaf heeft gemaakt: De innerlijke angst en de emotie, die u een redelijk handelen en een vreugdig leven eenvoudig onmogelijk maken.

Met deze maar kleine regels heb ik dus weer de hoofdwaarden naar voren gebracht van esoterische en exoterische bewustwording. Want de mens is geneigd om steeds weer de wereld te verbeteren. Maar men kan de wereld niet werkelijk verbeteren. Dit kan men alleen zichzelf doen.

De mens is ook geneigd, om van de wereld, verbeteringen te verwachten. Ook deze kan hij in wezen en waarlijk alleen van zichzelf verwachten.

Alle grote of belangrijke gebeurtenissen in een mensenleven – vanaf een inwijding tot het eenvoudig uitbrengen van een stem – zijn uw zaak. De krachten rond u kunnen de omgeving bepalen en misschien de kleuren dicteren, waarmede gij uw deel zult moeten schilderen binnen een kosmisch geheel. De figuur, de lijnen, die u met deze kleuren echter zult vormen zijn geheel uw zaak. Men kan niets van bovenaf waarlijk bepalen of verbeteren, men kan niets door macht verbeteren als mens, zonder gelijktijdig het zaad tot vernietiging van het bereikte in het leven te zaaien.

Wat de mens echter in zich schept en vanuit eigen leven in de wereld uitdraagt, is onvergankelijk en blijft gedurende lange tijd, nadat u op aarde reeds vergeten zijt, bestaan als deel van het bewustzijn der mensen op aarde, terwijl het gelijktijdig voor u, zowel voor als anderen, een bron zal zijn van geestelijk bewustzijn.

Zoals u ziet heb ik het u niet moeilijk gemaakt. Nu echter moet ik mij terugtrekken, opdat onze gast van heden het medium over kan nemen. Ik wil omtrent deze spreker nog enige opmerkingen maken:  Hij behoort tot een van de hogere kringen van Licht. Zijn denken en werken is dan ook voor ons wat exceptioneel, omdat het alleen op het Licht en het Lichtende is gericht. Begrijp goed, dat alles wat wordt gezegd – ook wanneer in de boodschap misschien een element van waarschuwing ligt opgesloten – een uiting is van Licht en Lichtende Krachten en nimmer iets kan bevatten, waarover gij uzelf terecht zou mogen opwinden of zenuwachtig maken. De kern van zijn betoog is steeds weer een pogen u te doen inzien, hoe gemakkelijk u in harmonie met het Licht, het Goede tot stand kunt brengen.

Gastspreker

Wanneer de mensheid ziet, hoe haar wereld wordt benaderd door gebeurtenissen en krachten, waarover zij geen meester is, zo is zij bevreesd voor zichzelf en de toekomst. Toch is de mensheid geborgen in de grote Kracht van Licht. Want ziet: Gij zijt als kinderen. Kinderen, die nog groeien moeten naar het bewustzijn van werelden, van sterren, van wervelende kleuren.

En als kinderen wordt gij beschermd, zelfs tegen uzelf. Groot is de kracht, die in uw wereld ingrijpt in deze dagen, uw gedachten krijgen gestalte. Gij zult soms schrikken, omdat zij zo afzichtelijk zijn. Maar wát er gebeurt, komt voort uit u. Want ziet, gij, gij moet groeien.

De Krachten van Licht, de Hoogste Kracht zelfs, vragen van u geen aanbidding, geen nederig neerknielen, geen “Meester, ik gehoorzaam…”. Zij vragen van u een antwoord in vriendschap.

Want ziet: U meent, dat er veel verschil is tussen ons, die zo ver staan van uw wereld, en uzelf.

Maar uit één Kracht en Bron zijn wij geboren. Waarlijk broeders en zusters zijn wij uit de Kracht, die ons voortbrengt. En zo gij niet in staat zijt een antwoord te geven op onze vraag: Broeder, waar zijt gij? Wanneer gij knielt en smeekt, zo zijn wij eenzaam. Want gij zijt deel van ons en onze wereld.

Nu zijt gij nog belemmerd door gedachten, door beelden die het u onmogelijk maken onze vraag te horen, wanneer wij tot u spreken. Wanneer wij vragen: “Broeder, zuster, hebt u een antwoord voor ons?” En daarom, uit de volheid van het Licht, dat ons gegeven is, uit de volheid van de verbondenheid met u, die wij erkennen, van de genegenheid, die de drijfveer is onzer wereld, als zij tot u komt, tonen wij de gevolgen van uw eigen denken.

Niet, om u te dreigen of te straffen, maar slechts om u bewust te maken. Zo gij dan ziet, dat mensen vallen, zo gij ziet, dat veel wat gij hoogacht, teniet gaat, ja, wanneer de zekerheid van uw aarde voor een ogenblik teloor schijnt te gaan, beseft: Niet wij geven u dit, doch uzelf hebt dit geschapen.

Wij tonen u het spiegelbeeld van uw denken, omdat wij antwoord wensen. Omdat wij hopen, dat gij wakker geschrokken door alles wat geschieden zal en al wat reeds geschiedde, antwoord zult geven, diep in uzelf, op onze stem die vraagt: “Broeder, zuster, kunt gij ons dan nog niet verstaan?”

Ik zeg u: Waarlijk! De mensen vrezen veel in deze tijd. Doch wat gij vreest zijn de schimmen, die gij hebt geschapen. Want zelfs de dood hebt gij gemaakt tot een monsterlijke schim, in plaats hem te zien als een vreugdige intocht naar werelden, waar gij dichter en vrijer ook kunt staan in Licht en Kracht.

Verlaat uw angst. Vreugdig is de wereld van Licht, groot is de wereld van Kracht. Sterk en schitterend boven alle dingen is de bron van ons aller leven. Laat ons dan vreugde kennen! De vreugde van een verbondenheid met deze Kracht, de rust en de zekerheid die de schimmen van menselijk denken verbrijzelt en de eenzaamheid van geest en mens opheft door een ware band van een gezamenlijk streven in een wereld, waarin het Licht is de vreugde van het zijn.

Gij, vrienden, zijt niet onze minderen. Gij zijt de jongeren, wij zijn de ouderen. Maar wij zijn gelijk. Zo in u een element is, dat zich bewust is van de waarheid van ons leven, zo zeg ik u, dat geen kracht u kan storen. Zo zeg ik u, dat niets u kan aantasten, dat niets uw Lichtende vreugde kan verdrijven.

In deze dagen wordt de kracht der gedachten verscherpt, tot zij een spiegel wordt, die tot in uw werkelijkheid kenbaar wordt. Gebruikt dan uw kracht en uw gedachten ook om hen te ontmoeten, die in het Licht toch hunkeren om u in vrijheid te zien binnen gaan. Richt uw gedachten op Licht, op de vreugde, op de angstloze vrijheid van een eeuwig bestaan.

En zo gij een stem hoort of vermeent te horen, geef antwoord, opdat gij sterk moogt zijn in een wereld waarin nu waan overheerst, opdat gij wijs moogt zijn in een wereld, die nog leren moet, wat waarheid is.

Al onze Kracht, al ons Licht zullen wij geven, zo gij het ons toestaat. Daarom vraag ik u, juist in deze dagen: Denk niet aan uzelf. Denk aan het doel, dat deze kosmos vereent: Het vinden van een harmonie, waarvan niets is uitgesloten, waarin niets eenzaam is, waarin men al tezamen erkent de vreugdige oneindigheid van de Bron, van waaruit wij zijn uitgezonden.

Gij hebt mijn woorden gehoord en uw gevoelens geven soms antwoord. Maar dit is niet genoeg. Uw gehele wezen moet in een vrije vreugdigheid zonder angst de wereld aanvaarden en de waarheid van de wereld erkennen, opdat ons doel bereikt wordt in deze korte tijd, die ons gelaten wordt, deze tijd, waarin wij u de spiegel van uw gedachten mogen tonen in de stof.

image_pdf