Het menselijke voertuig

20 november 1984

Aan het begin van elke avond en ook dus van deze avond moet ik u vertellen dat we niet alwetend of onfeilbaar zijn. Dat betekent dat we het op prijs stellen wanneer u zelf wilt nadenken, uzelf een oordeel vormen.

Het is misschien wel interessant nu een en ander te vertellen over het menselijk voertuig.

Wat onderscheidt eigenlijk de mens van bijvoorbeeld een dier? Je kunt natuurlijk zeggen: de ziel en de geest, maar dit is eigenlijk niet voldoende. Er is meer. Wanneer we ver in het verleden teruggaan, dan moeten we ongeveer vijf miljoen jaren terug, ik neem aan dat u dit niet allemaal na gaat kijken, maar u kunt me geloven, was er al een soort mens. Ze hebben er de resten van gevonden en ze hebben hem de Slanke Australopithicus genoemd: Er was ook een steviger exemplaar en die noemden ze toen aan de hand van de resten die ze nog vonden Australopithicus Robustus, de stevige jongen. Beide heten Australopithicus, maar beide zijn in feite gevonden in Afrika, dus ook wat dat betreft, een beetje eigenaardig.

Wanneer je nu kijkt naar deze typen dan valt één ding op: Beide hebben kennelijk gezamenlijke voorvaderen gehad. Ze hebben waarschijnlijk dus een voorgaand reptielenstadium gekend en daarnaast nog een ander zoogdierenstadium, maar wanneer ze zich verder ontwikkelden dan schijnt de slanke Australopithicus het te winnen, die gaat de kant uit van de mens, terwijl de Robustus verdwijnt en sommigen geloven zelfs dat hij de voorvader is van de gorilla’s. Dat zou heel goed mogelijk zijn want hij moet er erg op geleken hebben. Nu blijkt dat er bij die kleine Australopithicus één ding is gebeurd: Normalerwijze heb je wel twee hersenhelften, maar die twee zijn slechts zeer summier met elkaar verbonden. Dat betekent dat de linkerhelft, die we de ratio, de redelijke helft kunnen noemen, eigenlijk geen invloed kan uitoefenen op de rechterhersenhelft die voor een groot gedeelte, vooral de slaapbeenkwab en ook de voorhoofdskwab enigszins dus met gevoelens, aanvoelen, sensitiviteit werkt. Maar bij die Australopithicus werd de verbinding beter.

Wanneer we verder gaan zoeken dan blijkt dat die verbinding tussen de twee hersenhelften steeds groter werd. Er werden dus meer verbindingsmogelijkheden gelegd, er waren meer zenuwkanalen die beide hersenhelften a.h.w. wederkerig konden beïnvloeden en die daardoor ook de mogelijkheid schiepen om gevoelens bijvoorbeeld rationeel te onderzoeken en om rationele waarden aan te vullen met gevoelens. En nu blijkt dat dit een typische kwaliteit is van de stoffelijke mensen: Nu is het typerende voor een mens dat hij dus gevoelens heeft, maar onder omstandigheden zijn gevoelens beheerst. Dat hij even instinct gedreven is als elk zoogdier, maar dat hij zijn instincten kan rationaliseren en daardoor in een redelijk patroon onderbrengen. Op zichzelf is dat al heel wat, maar wanneer je zoiets hebt, dan heb je ook een voertuig geschapen waarin een geest zich gemakkelijker kan bewegen zonder eigenlijk te veel moeite om dan eigenlijk nog ervaring op te doen. Bij een gewoon dier kan een geest incarneren, maar wat krijg je dan? Je krijgt alleen gevoels- en instinctreacties en een paar ervaringen uit de buitenwereld die Je echter niet meer reëel kunt bezien omdat ze altijd overschaduwd worden door wat ik het sentiment zou willen noemen, de gevoelswaarde ervan. Bij de mens krijg je een splitsing. Je kunt in die mens veel beter in de eerste plaats je persoonlijkheid kwijt. Je projecteert daartoe een groot gedeelte van die persoonlijkheid in de aanloop van de zwangerschap dus, in de ontstane rechterhelft van de hersenen. Dat begint terwijl ze bijna nog de reptielvorm heeft met enigszins zo’n slingertje achteraan. Je kunt dat dan zo maandenlang voortzetten en zo een heel aardig deel van het geestelijk ik in de gevoelswereld inbrengen, maar in de geest zou die wereld die je hebt ingebracht beheersend zijn voor elk wereldbeeld, voor elk gebeuren.

Bij de mens is dat nu niet meer het geval want er is die linkerhersenhelft die in alles een systeem zoekt, die probeert om a.h.w. uiteen te rafelen, om het in een verband te zetten dat de mens dan logisch noemt. Overigens moet ik erbij zeggen, menselijke logica is in feite wel het werktuig, maar het wordt vaak gezien als het enig belangrijke en dat is dan zo ongeveer iets als je nagels knippen met een heggenschaar. De mens groeit verder. We krijgen dus vormen, denk maar aan de Neanderthaler en andere typen en eindelijk dan Homo Sapiens, dat sap dat vind ik ook een heel mooie aanduiding voor de moderne mens, Sapiens minder, maar dat kan misschien nog veranderen. In ieder geval we hebben te maken met een wezen waarbij de verbindingen tussen beide hersenhelften steeds intenser worden Hierdoor wordt een steeds juistere overdracht mogelijk naar de geestesinhoud van datgene wat beleefd wordt en wat gebeurt.

Aan de andere kant is er een steeds grotere compensatiemogelijkheid. De kennis kan worden aangevuld door intuïtie en gevoel. Instinct kan worden gezien in zijn reële verband en daardoor worden herleid tot een misschien onontkoombare maar desalniettemin noodzakelijke wijze te aanvaarden factor van het bestaan.

Dan heeft de mens dus een geest die enige invloed heeft in het stoffelijk leven en beleven. We hebben te maken met een denkvermogen dat in staat is abstractie in zichzelf te beredeneren, maar gelijktijdig gevoel genoeg heeft om de abstractie niet voor werkelijkheid te houden voordat men werkelijk begonnen is met het experiment waardoor de grondstelling zijn waarschijnlijkheid moet bewijzen. Het is een benadering van een werkelijkheid en wat dat voor een geest betekent dat kan ik u alleen maar aanduiden, ik kan het niet volledig omschrijven.

Stel u voor dat u op watten loopt. U kunt stampen, u kunt proberen weg te lopen maar het blijft dons, het blijft wazig. Of als u het anders wilt hebben: Neem een pas gevallen sneeuwlaag van zo’n anderhalve meter dikte. U zakt er zo nu en dan in weg. Een geest die naar een werkelijkheid wil die niet mentaal is, die niet uit voorstellingen alleen bestaat, heeft een soortgelijke ervaring. Zodra je op werkelijkheid wilt afgaan, zink je weg. Maar nu is daar de vaste ondergrond gekomen van de redelijkheid in de mens. Door die redelijkheid kan de geest dus eindelijk voortgaan in een richting en daarbij zelfs aardige vooruitgang maken.  De wereld die mentaal bestaat, ik beschouw het dan maar als mentaal omdat het beelden zijn, een soort droombeelden die met de werkelijkheid gelieerd zijn, dan kun je, doordat je steeds meer feiten daaraan toe kunt voegen, een voorstellingswereld opbouwen die dichter bij de werkelijkheid komt. Het houdt in dat je onbekende zaken die je bereiken, dat gebeurt in de geest ook, steeds gemakkelijker op waarde kunt schatten. Ook al begrijp je het niet helemaal, je kunt toch zo ongeveer zeggen: Daar komt het vandaan en een deel ervan kan ik tenminste vertalen. Dankzij het menselijk bestaan kan de geest de code breken, die hogere werelden in hun uitdrukkingen voor een lagere geest nu eenmaal schijnen te gebruiken. Het hebben van een grotere wereld op zichzelf is al heel prettig, maar er komt nog meer bij.

In het dierbestaan is de herinnering dermate vaag dat enkel emoties kunnen overleven en ook de vorm eventueel astraal of anderszins in stand houden, als liefde, haat, angst. Maar er is geen continuïteit van besef. Er worden ervaringen opgedaan, maar zoals ik zeg, ze blijven wat wazig of nevelig. Zodra je mens wordt, kun je niet alleen veel scherper omschreven waarden krijgen, maar wat meer is, je bent bovendien in staat om op grond van die ervaringen, een volgend experiment, ik zou zeggen een volgend leven of een volgende incarnatie te beginnen. Er is dus een mogelijkheid gekomen waarbij de geest een soort onderzoek kan plegen en vanuit het oorspronkelijke dierlijke bestaan kan evolueren naar een meer kosmisch bestaan.

Wanneer je nu een structuurschets zou willen maken van de mens in zijn totale wezen, dan krijg je ongeveer het volgende: De mens heeft een lichaam. In dat lichaam bestaat levenskracht, levenslichaam genaamd. Dan is er verder een soort etherisch dubbel. Er is dus een persoonlijkheid van fijner materie die kan worden geprojecteerd en bovendien kan die mens dan nog een astraal voertuig opbouwen. Zijn ik voorstelling kan hij gebruiken om in een zeer fijnstoffelijke wereld zich te manifesteren.

Daarboven is er dan een ik-voorstelling die veel meer op harmonie en disharmonie is gebaseerd en minder op direct conflict of directe ervaring. We noemen dit het Zomerland bestaan. Wanneer je erin terecht komt. Je zou kunnen zeggen dat is de laagste geestelijke vorm een beetje. Dit bewustzijn kan overigens door schuldbewustzijn, ervaring en dergelijke, ook in een duistere wereld terecht komen. Maar daarboven weer treffen we een wezen aan dat meer bespiegelend is. De tijd heeft minder betekenis. Er is een duidelijk begrip voor werelden die niet gelijk zijn aan de eigene en misschien is het beste nog wel dat je ervan kunt zeggen: Er is een harmonisch begrip in die werelden waarin geen vorm bestaat. Dit harmonisch begrip gaat overigens niet zo ver dat men al die werelden zonder meer kan ervaren. Maar er is nog een voertuig.

Dat voertuig kan zich bewegen in een wereld die wij dan noemen een wereld van geluid en licht omdat er veel kleuren zijn en omdat er dus ook lagere trillingen nog werken. Het is een wereld van gedachten die eigenlijk geen beelden of woorden meer zijn maar die in zich een direct beroep doen op de diepste herinneringswaarden die er in het ik bestaan.

Daarboven vind je dan een wereld waarin die lagere trillingen wegvallen. De harmonische mogelijkheden worden anders. We zeggen dan een wereld van kleur, maar dan hoort daar een apart voertuig bij.

Daarboven is dan een wereld die men noemt een wereld van licht of wit licht. U zou zeggen dat is een wereld waarin de verschillen voor jou niet meer belangrijk zijn omdat de eenheid die je voelt en leert beseffen op zichzelf een uitdrukking is niet alleen van jezelf, maar van al het andere. Ik zeg het zo simpel mogelijk, maar er zit meer aan vast.

Wanneer we nu al die voertuigen bij elkaar nemen dan kun je zeggen: Ja maar, hoe komt het dat de mensen er zo weinig van merken? Dit is ook weer heel eenvoudig. Heb je al eens een Baboeschka-poppetje gezien? Die kleine poppetjes die ze van Rusland uit exporteren? Als je het openmaakt zit er weer een poppetje in, maar als je het helemaal leeg haalt, dan zit er in het laatste een klein massief poppetje na de hele rij. Zo is het bij de mens ook: Het kleine massieve poppetje is de ziel, de kern van het wezen, de goddelijke kracht of hoe je het noemen wilt en je voegt daar steeds lager bewustzijn omheen. Dan kom je uiteindelijk aan het laatste grote poppetje en dat is dan de mens. Dat houdt in, dat in elke wereld iets wegvalt, dat is duidelijk. Maar elke wereld heeft zijn eigen kracht, zijn eigen energie. En nu kun je die energie dan ook weer in een gelijkenis duidelijk maken. Wanneer ik één gram laat vallen van een hoogte van één meter heeft het minder doordringingvermogen dan wanneer ik dat doe van twee meter of van drie meter of misschien van honderd meter. Een loden kogeltje dat je laat vallen van een wolkenkrabber dat kan het effect krijgen van een kogel, dus iemand doden. En laat je dat van dichtbij vallen, dan zegt iemand, God, au, wat lastig! Hoe dichter wij dus komen bij die hogere kracht, hoe groter ons vermogen wordt.

Nu is de mens, dacht ik, op dit ogenblik daar gemiddeld nog niet aan toe. Maar er zijn in de historie van de mensheid in zeg de laatste 100 000 jaar, een aantal typen geweest die dat wel konden. Enkele daarvan zijn u later bekend geworden als grote meesters, halfgoden, magiërs of zelfs als stichters van religies. Zij waren in staat om in zich beroep te doen op krachten van de hogere of zelfs van de hoogste voertuigen. Daardoor konden ze vanuit desnoods een kosmische energie, dingen doen op aarde die weliswaar in overeenstemming waren me de structuur van de materie, want anders kan dat daar niet kenbaar worden, maar die dan toch zieken konden genezen, doden konden opwekken, stenen tot brood maken of omgekeerd.

Maar al die dingen bij elkaar die hebben dus gevoerd tot een mogelijkheid die in alle mensen bestaat om uit die hogere kracht te putten. Maar als je uit die krachten put moet je ze ook nog kunnen gebruiken. En het gebruiken nu is weer overgelaten aan die hersenhelften waar ik over bezig was. Je gevoel zal zeggen: Ja, ik moet dit en dat doen, maar je verstand zegt: Ja maar, kan ik dat wel doen.

Op het ogenblik dat er een synthese is tussen beide hersenhelften kun je soms, zelfs zonder het menselijk te beseffen, hogere krachten inschakelen, En omdat je dan een beeld hebt van hetgeen je ermee wilt doen en een gevoel hebt ten aanzien van de mogelijkheid om het te doen, komen beide samen en is er één gebeuren. Dat klinkt ook wel een beetje gek misschien maar het is toch werkelijk waar.

Wanneer ik dus kijk naar de mens, dan denk ik niet in een evolutionair patroon zoals u het doet, van vormverandering, eigenschap verandering alleen. Ik denk eerder in een synthese, niet alleen het samengroeien van de hersenhelften totdat ze volledig ten aanzien van elkaar functioneel zijn en niet zoals nu ten dele, maar ook nog om die mens a.h.w. daardoor ook een eenheid te geven met zijn geestelijk bestaan. Want die geest mag dan hoofdzakelijk in die rechterhelft zijn grote invloed hebben, maar als beide zijn samengegroeid zal niet alleen het rationeel gebeuren meer afleesbaar zijn maar kan in de ratio als geest mee gefunctioneerd worden. Het is misschien ja superman of zoiets, men zal er wel weer een aardige term voor vinden. Ik denk nu niet direct dat het homo ludens zal worden, trouwens als je die bekijkt wat daarvan is geworden is homo loeder beter, maar ik denk dat in de plaats van de spelende mens wij te maken krijgen met de mens die een synthese in zich ervaart. Hoe hij heten zal? Joost mag het weten. Er zal heus wel een geleerde zijn die er een term voor bedenkt tegen de tijd dat hij weer bijna uitgestorven is. Ja, u haalt nu even de neus op, maar gezien de middelen die u gecreëerd hebt hoeft het niet zolang te duren, al hopen we van wel.

Realiseer je nu dat een mens die zijn geestelijke gaven aan kan passen aan en inschakelen in elk redelijk proces, in elk menselijk leerproces: onmiddellijk ook elk kosmisch proces mee kan laten functioneren. Het heeft een nadeel ook: je kunt de mens minder gemakkelijk misleiden bijvoorbeeld. Maar het heeft ook een groot voordeel omdat de essentie der dingen veel sneller duidelijk wordt en de betekenis op stoffelijk vlakken voor het ego als geheel steeds meer omschreven kan worden. Er ontstaat een bewuster bestaan waarin echter meer factoren waaruit de mens is opgebouwd elk voor zich een rol spelen en in het geheel van het bewustzijn en door het voertuig kunnen ingrijpen. Vragen?

  • Broeder, u hebt helemaal in het begin gevoel en intuïtie genoemd als twee verschillende functies. Kunt u dat nader verklaren?

Gevoel is dus een zuivere emotie waarvan we misschien de oorzaak kunnen beseffen, maar die in zichzelf overheersend is.

Intuïtie is verwant met het gevoel, maar brengt een wisselwerking teweeg met het bewuste denken. Als zodanig doet de intuïtie voorstellen ontstaan en noodzaken erkennen, wat in het gevoel zelf niet aanwezig is. Het gevoel zelf speelt op instinctieve waarden, de intuïtie daarentegen ook op verstandelijke waarden. Dat is het grote verschil tussen beide. Voldoende?

Wanneer wij leven op aarde, dan zijn er overal allerhande krachten, dat weet u Je kunt met die krachten soms eigenaardige dingen doen. Je kunt de mensen bepaalde spanningen laten aanvoelen. Waar hangt dat allemaal van af? Nu, laten we het heel eenvoudig zeggen: Voor bepaalde vormen van energie is het voldoende om warmte om te vormen in een energie van een andere soort. Dat gaat via de aura. We kunnen gebruik maken van een uitstralingseffect waarbij het eigen ritme van geestelijke uitstraling, bijvoorbeeld de statische elektriciteit in de omgeving verhoogt of verlaagt, ook dat is mogelijk.

Wanneer je met die dingen bezig bent dan denk je heel vaak: Wat heb je eraan? Aan de andere kant, wanneer u een bepaalde kracht voelt of ondergaat, een geestelijke kracht dus, dan is het duidelijk dat daar voorwaarden voor zijn en wat blijkt nu? Het eigen voorstellingsvermogen van de mens kan hem voor een groot gedeelte afsluiten van dit aanvoelen van een geestelijke kracht. Als je zegt: Het is er niet, dan zou je jezelf daarvan zo overtuigen, dat je alle tekenen daarvan voorbijgaat. Je moet dus openstaan voor die kracht. Je moet niet zonder meer zeggen: Het is er niet of het kan niet.

In de tweede plaats echter kun je zo’n kracht wel gevoelsmatig ondergaan, maar dan doet ze niets voor je. Je voelt de spanning goed, maar ze doet je niets. Stel nu eens dat je verstandelijk ervaart dat er iets is. Omschrijf het dan niet maar zeg tegen jezelf: Dat iets moet bruikbaar zijn. Dan ontstaat er een wisselwerking. Dan ervaar je niet alleen de kracht, maar kun je de kracht ook gebruiken en omzetten. En dat is voor een mens in deze dagen dacht ik heel belangrijk.

We gaan uiteindelijk naar een Watermanperiode toe. We zijn zo langzaam maar zeker het eerste jaar van een kritieke periode aardig doorgekomen op aarde, dacht ik. 1984 had oorlogsgevaren. Die blijven nog bestaan tot 1987 ongeveer maar het ergste is eigenlijk al gebeurd, de eerste hap is eraf. Maar dan kom je in een tijd waarin veel dingen die vandaag bestaan niet meer kunnen voortbestaan. Men kan nu proberen terug te gaan naar het verleden door bijvoorbeeld de uitgaven van het algemeen in te krimpen en daardoor de mens weer meer mogelijkheden en meer eigen aansprakelijkheid te geven, maar ik denk dat, gezien de omvang van de wereldbevolking en de economisch-sociale structuren dat eigenlijk niet goed mogelijk is. De mens moet toch vrij worden, moet toch een andere mens worden. Hij kan niet terug naar het verleden. Gaat hij verder zoals hij nu bezig is dan komt hij uiteindelijk terecht in een zo sterk gereglementeerde gemeenschap dat er een soort mierenstaat overblijft.

Stel nu dat die mens in staat is om zijn geestelijke krachten en mogelijkheden te gebruiken. Niet alleen dat hij beter begrijpt wat er werkelijk aan de hand is, dat is in deze tijd wel heel erg nodig hoor, want als je hoort wat er soms gezegd wordt als de waarheid, dan blijft dat, als je de meeste verkondigde waarheden als leugen beschouwt, je het dichtst bij de waarheid komt. Nu ja, niet op elk gebied, waar het om gaat is doodeenvoudig: je kunt compenseren, je kunt dingen die er bij u zijn of niet zijn zoals anderen die gebruiken, misschien vervangen door kwaliteiten waardoor je toch weer als gelijkwaardig en volwaardig kunt functioneren met die anderen.

De eerstkomende periode van Aquarius is een gemeenschapsperiode, d.w.z. dat het gemeenschappelijk bestaan eigenlijk noodzakelijker is dan het persoonlijk bestaan, maar niet zo dat de persoon onbelangrijk wordt, integendeel: de enkeling is de bouwsteen van het gemeenschappelijk gebeuren. Wanneer die enkeling niet meer bewust is, zal het gemeenschappelijk gebeuren langzaam maar zeker vervlieden tot een soort kadaverdiscipline, gehoorzaamheid waarbij voor het eigen presteren en de eigen ontwikkelingsmogelijkheid maar heel weinig ruimte overblijft.

Misschien mag ik een opmerking maken. Toen de laboratoria klein waren en de onderzoekers voornamelijk gedreven werden door een behoefte tot onderzoeken en niet alleen maar door een winstbehoefte, maakten ze zelf het programma op van hun onderzoek. Het is wel opvallend dat in de tijd van 1870 tot 1910 veel meer uitvindingen zijn gedaan, niet zo goed ontwikkeld hoor dan in de periode daarna tot nu toe. U beseft het misschien niet, maar de basisuitvindingen waren in die periode allemaal al gedaan en heel veel dingen, tot zelfs bijvoorbeeld de ontdekking van de penicilline zijn te danken aan de ervaringen, aan het onderzoek dat juist in die door mij genoemde periode gedaan werd. Stel u een maatschappij voor waar de geleerde alleen nog maar mag uitvinden wat goed is voor zijn firma en geen rechten heeft op wat hij anders ook denkt of uitvindt. Dan ontstaat een selectie. Dat is op dit ogenblik soms al het geval, waarbij dan in feite alle intellect, alle onderzoek zakelijk wordt gekanaliseerd door mensen die zelf geen wetenschappelijk begrip hebben en heel vaak maar een beperkt begrip van menselijkheid. En zo loopt het vast.

Als iedereen zijn gaven nu wel gaat gebruiken, dan komt hij juist van dergelijke bindingen voor een groot gedeelte los. Hij is niet zo gemakkelijk meer door maatschappelijke verhoudingen te bepalen. Het houdt in dat hij origineel gaat denken maar dat hij zijn denken wel beschouwt als iets wat voor het geheel nuttig moet zijn en dan komen we ergens terecht.

Het is een toekomstbeeld dat psychologisch gezien op het ogenblik nog maar moeilijk voorstelbaar is, maar wanneer we op de komende ontwikkelingen vooruitzien die economisch, sociaal, religieus en dergelijke te verwachten zijn, kunnen we toch wel zeggen: het is geen al te onwaarschijnlijk beeld. Maar de mens beschikt nog niet over die bijzondere kracht, over die bijzondere gave die hij nodig heeft om zich eraan te onttrekken. Er zijn kleine groepen die het proberen en die er soms al aardig in slagen, maar de grote massa nog niet. En de massa beheerst nog op dit ogenblik.

En daarom zeg ik: We moeten uitgaan van het standpunt dat deze krachten inderdaad en werkelijk actief worden. Laten we het zo eens proberen. Kunt u zich voor het ogenblik een lichtend punt voorstellen, een soort glimwormpje ergens in het donker? Eén glimwormpje. Probeer het u eens in te beelden. Dat is ongeveer de situatie waarin de doorsnee mens op het ogenblik verkeert ten aanzien van zijn geestelijke krachten. En daarom bouwen we de voorstelling uit: U bent een soort gummilens, een soort telelens. U verandert uw instelling. Daardoor komt het licht naderbij. Het wordt duidelijker zichtbaar en het wordt ook groter. En nu gaan we, in plaats van er alleen maar naar te kijken, proberen het op te nemen. We laten gewoon de idee van licht op ons inwerken totdat je het gevoel hebt dat je een soort kerstboom met brandende kaarsjes bent. Je probeert dat. Probeert u het even. Wanneer je ook maar een klein beetje in de buurt komt van hetgeen ik je voorstel, dan verandert er iets aan de verhoudingen. U zult u lichamelijk iets anders voelen. ’t Is net of uw aandacht een beetje medelichamelijk wordt. Het kan gaan van gevoelens van warmte tot een gevoel van koude, tocht en dergelijke dingen. En toch is er in feite niets veranderd, u hebt alleen uw instelling veranderd.

Wanneer u een dergelijke ervaring, alleen hier voor een ogenblik, alleen door een bepaalde voorstelling, bij uzelf kunt opwekken, dan hebt u daarmee iets bewezen, namelijk dat u,  door u in te stellen op zeer simpele beelden die voor u een bepaalde betekenis hebben, daarmede in uzelf een lichamelijke en mentale verandering tot stand brengt. En dan hoeven we heus niet zo ver te gaan als sommige mensen die zich zo vereenzelvigen, met het lijden van Christus dat ze stigmata gaan vertonen. We moeten alleen maar zo ver zijn dat we komen tot een aanvoelen van energie.

En dan beginnen we aan de tweede proef. Die energie moet een betekenis hebben. Die betekenis moet dicht bij je liggen, want je moet haar kennen. Begrippen als vrede zijn veel te vaag bij de mens. Het moet een begrip zijn dat dicht bij je ligt. Bijvoorbeeld, je wilt iemand van zijn hoofdpijn afhelpen of je wilt iemand blijmoediger maken. Je weet zo ongeveer hoe dat zou moeten gaan. Wanneer je die voorstelling hebt, dan kun je daar iets mee doen. Je kunt niet uitdrukkelijk niet-stoffelijke processen zonder meer wijzigen. Het enige wat je kunt wijzigen zijn evenwichten, zijn verhoudingen die bestaan en in alle gevallen kan je eigen besef ten aanzien van die evenwichten veranderen. Als je je dat nu eens goed voor ogen stelt. U kunt dus dingen veranderen, niet grootst niet in een scheppende zin: Ik commandeer de wereld of een klein deel daarvan, desnoods, maar echt in de zin van: Ik voel aan wat werkzaam is, wat er gaande is en ik kan daarin iets verschuiven, iets veranderen. Dan kun je eigenlijk heel veel. Je kunt iets in jezelf veranderen, maar je kunt daarnaast in je omgeving, dingen beïnvloeden en veranderen. Je kunt die kracht gebruiken om bijvoorbeeld een probleem uiteen te laten vallen in verschillende bestanddelen en het door hergroepering eindelijk hanteerbaar te maken. Dat kan allemaal. Ik zeg niet dat u wonderen zult doen. U doet op dit ogenblik wonderen voor degenen die in het verleden leefden. Als u in het verleden zou verschijnen met een bromfiets of hoe je zo’n ding noemt, dan zou je heel waarschijnlijk als tovenaar of heks verbrand zijn. Alles wat gebeurt moet zich geleidelijk ontwikkelen en dat is hier ook het geval, maar je kunt ermee beginnen. Ik zit te denken hoe we dat nu kunnen doen. Ik wil er geen uitdrukkelijke demonstratie van maken, want dan vallen we hier in voortdurende herhaling en dan komen de mensen hier om kracht te vangen die ze in de eerste plaats in zichzelf moeten zoeken.

Maar misschien kunnen we een heel klein beetje doen. U weet het beeld van licht waarmee we bezig waren daarnet. Kunt u zich goed concentreren even? U bent zo rustig, dus dat gaat wel. Maar bekijk het nu eenvoudig zo. Een punt licht. Het licht komt a.h.w. op u toe. Het wordt groter, het wordt sterker. Licht helpt je om te zien. Kijk in jezelf. Probeer in jezelf te zien wat je werkelijk wilt, wat je werkelijk bent. Geen problemen. Aanvaarden wat je ziet Neem die beelden in je op. Vraag je af wat je buiten je of in jezelf zou willen veranderen. Het licht is er. Het komt steeds dichterbij. Kijk naar je problemen. Kijk naar je strijdigheden en verwerp geen enkele intuïtie, zoals men dat noemt, zoals die ontstaat. Ze is voor u erg belangrijk ten aanzien van het probleem. Het licht komt op u af. Het licht is in u. U ziet dingen. Neem uw probleem, uw voorstelling, datgene wat je in jezelf het belangrijkst vindt op het ogenblik. Denk er niet over, kijk ernaar. En weet dat het licht steeds feller op u afkomt, steeds dichterbij. Laat nu uw gedachten ontstaan onwillekeurig, een beeld of wat. Noteer het of onthoud het even voor later. U hebt daarmee een sleutel. Wel geen sleutel tot onmetelijke kracht hoor, of tot het paranormale of zoiets. Paranormaal is voor de meeste mensen een vorm van abnormaliteit die men niet helemaal kan begrijpen. Dus, wat dat betreft, rustig blijven. Neem nou maar heel rustig dus die sleutel. Wanneer u dan naar huis gaat en u hebt tijd over, moet u het op uw gemak, heel rustig doen. Gebruik dit woord en stel u het licht voor. U zult dan tot uw verbazing ontdekken dat u een gevoel krijgt, dat u bepaalde dingen kunt, ja misschien zelfs moet doen. Doe ze dan. Zo eenvoudig is het. Niemand zal daardoor een ander schaden tenzij hij in zichzelf het licht ontkent. Op die manier kunt u misschien wat genezen, u kunt wat waarheid vinden of u kunt misschien inzien dat u veel meer mogelijkheden hebt dan u op dit ogenblik beseft.

Het gaat er niet om dat u uw bestaan in de wereld ineens moet veranderen dat is dwaasheid. Maar u bent een mens. U moet meewerken aan de verdere ontwikkeling van de mensheid en dat kunt u het beste door de krachten die bestaan tussen uw ziel, uw geest en uw lichaam tot een eenheid te maken. Het kleine proefje wat ik u daarvoor beproefde te laten doen is niets anders dan een methode om daarmee te beginnen en hoe meer je nu begrijpt dat alles wat je voelt, in zijn uitvoering ook nog overdacht, dus redelijk moet zijn, hoe verder u komt. Maar de bron, hoe vreemd het ook moge klinken, is nog altijd wat mijn gevoel of intuïtie zegt en of het nu zegt of het van God komt, of van de H. Geest of van de H. Maagd of van een geestelijk leider, een goeroe of alleen maar uit uw onderbewustzijn, doet niet ter zake. Het gaat erom dat u datgene dat in u is aanvaardt als een beslissende factor. Dit is het beginsel, dat is de grondstof: uw bewust denken, zo logisch mogelijk, zo rationeel mogelijk in de wereld en zonder te veel te rationaliseren, moet dan daaraan vormgeven. Gewoon uzelf worden. Een mens die op die manier leeft ontwikkelt zijn mogelijkheden zo goed mogelijk.

Hij kan dat aanvullen door met anderen samen soms een bepaalde band of werking aan te gaan. Hij kan dat aanvullen door geloofsbelevingen of anderszins, maar dat moet ieder voor zich weten. Als u maar onthoudt: U kunt alleen mens zijn, wanneer deze vreemde, emotionele kant van uw bestaan de belangrijkste is. U kunt nimmer alleen uit de rede leven en mens zijn maar u kunt niet leven uit uw gevoelswereld, omdat u deze niet over kunt brengen in een menselijk geheel zonder dat de rede daarbij te pas komt en dat houdt in dat u de logica ontbeert en mijnentwege algebra en meetkunde en wiskunde zoveel je maar wilt want je moet het een vorm geven en wat is algebra en wiskunde anders dan een soort taal waarin je eigenlijk werkt met schijnbare abstracties om een werkelijkheid eenvoudiger voor te stellen. En als u geen algebra kent, u kunt toch denken, u kunt toch spreken. Schrijf het desnoods eens een keer op.

En dat proces van menswording, de ontwikkeling van de mens is niet alleen maar een proces van vijf miljoen jaar. Neen, dan was het zo en nu is het zo. Het is een voortdurende ontwikkeling, een voortdurende verandering en op het ogenblik dat de mens stil blijft staan dan ontstaat een absoluut verval.

Een wereld van verval is niet aanvaardbaar, geestelijk niet en naar ik meen, ook stoffelijk niet. Daarom is het zo belangrijk dat elke eenling, voor zich, begint te werken om meer zichzelf te zijn, om meer de waarheid van zijn eigen wezen te beleven en uit te dragen. Daardoor schept hij voor zichzelf en voor de wereld de mogelijkheid om langzaam maar zeker toch een beetje te veranderen. Er is geen absolute waarheid die menselijk kenbaar is. Elke menselijke waarheid is een betrekkelijke, ook de uwe. Maar wij kunnen onze waarheid dan tenminste zo beleven dat zij past in de wereld van anderen en dat we daarbij desondanks onszelf blijven. Daarmee wordt de volgende fase van mens zijn voorbereid en dat in een periode waarin de invloeden steeds sterker worden die tot de mensheid schijnen te roepen: Je zult moeten veranderen of aan jezelf ten onder gaan.

Het is niet alleen maar een boodschapje vanuit de geest. Het is voor de geest zo prettig. Het heeft betrekking op uw wereld, op de ecologie. Het heeft ook op de menselijke verhoudingen betrekking. Het heeft betrekking op de sociale structuren. Het heeft betrekking op de mogelijkheid van de mens om door zijn denken, door zijn zoeken, vele zaken te ontwikkelen zodat ze voor velen nuttig zijn of voor anderen destructief te maken. Het is tijd dat ermee begonnen wordt en daarom dacht ik, het is wel aardig dit onderwerp om u een keer te geven zo. Het is natuurlijk met Sinterklaas niet leuk. Een betoog met een baard en een staf was beter geweest, maar dan verwacht u misschien ook nog dat ik er een kribbe bij haal en ik ben bang dat mijn eigen aard uit het verleden en ook mijn huidige ontwikkeling u juist in dat geval meer tot een kribbebijter zou maken zodat u, wat dat betreft, gelukkig bent dat ik het niet heb gedaan. Hebt u vragen?

  • Broeder, kan de menselijke geest zoveel concentratie opbrengen dat hij kan spreken van materialisatie?

Theoretisch is dat mogelijk, ja en praktisch zal het door enkelingen wel bereikt zijn, zo nu en dan. Het betekent namelijk dat door enorme concentratie een zo concreet beeld wordt gemaakt in gedachten, dat dit in zichzelf een astrale verdichting ten gevolge heeft en blijkt de kracht groot genoeg en wordt het beeld lang genoeg aangehouden, dan is dus materialisatie mogelijk. Dergelijke materialisaties, dat moet ik er bijvoegen, vervluchtigen over het algemeen wanneer het betreffende gedachtebeeld niet meer bestaat. Naargelang de tijd die gebruikt is om ze tot stand te brengen en in stand te houden, zal de vervaltijd ongeveer de helft zijn van het totale proces.

  • Mag de wonderbare broodvermenigvuldiging van Christus dan gezien worden als een materialisatie?

Ik denk niet dat dat reëel is omdat we daar rekening moeten houden met heel veel andere zaken. We moeten rekening houden met de mentaliteit van een bepaald volk. We moeten rekening houden met de feitelijke omstandigheden. Het was nogal een afstand voor de meeste mensen en in die dagen ging je niet zonder voedsel op stap. Maar iedereen was bang dat hij zijn voedsel met zoveel anderen zou moeten delen dat daardoor voor hem niets meer zou overblijven en iedereen dacht: we wachten nog wel even, we kunnen nog wel even honger hebben, we kunnen dadelijk dan wel eten. En dan kwam Jezus met zijn broden en zijn vissen en toen bleek dat de anderen, we weten in welke streek het gebeurde, brood en vis bij zich hadden en daardoor ontstond het wonder. Het werkelijke wonder was dat de mensen ineens niet meer alleen aan zichzelf dachten en met anderen wilden delen wat ze hadden. Dat is het wonder. Het is dus geen feitelijk wonder. Degenen die dat neergeschreven hebben, dat ervan gemaakt hebben, als een meer materialistisch wonder omdat in die tijd en voor propagandadoeleinden, evangeliën waren dat nu eenmaal, beter overkwam. En zo zijn er wel meer dingen geschreven die niet zo wonderbaarlijk waren als men ze later in legenden en verhalen heeft gemaakt. Dat maakt Jezus niet kleiner.

  • Toch heb ik de gelegenheid gehad in India te zijn, waar men spreekt van wonderdoeners die toen vermenigvuldiging van broden hadden.

Inderdaad, maar ook dat op zeer beperkte basis. En ook daar horen bepaalde trucs bij maar daar zullen we maar niet op ingaan. Ik wil u alleen daarop wijzen: de spijzen die vermenigvuldigd worden, worden niet vermenigvuldigd in die zin dat niet bestaande spijzen op dat ogenblik ontstaan.,

  • Toch sprak u daarnet van materialisatie.

Ik sprak daarnet van materialisatie maar ik probeer u duidelijk te maken dat, wanneer u een specifiek geval ziet, daarin niet altijd een materialisatie, zoals door u bedoeld, ten grondslag ligt. En dat zal ik doen ten aanzien van Jezus en van wie dan ook wanneer dit met de feiten strookt. Wanneer we zeggen: het is mogelijk om naar de sterren te gaan, dan wil dat nog niet zeggen dat het binnenkort gebeurt, begrijpt u wat ik bedoel? Wanneer ik zeg: materialisatie is mogelijk, theoretisch, ik heb dit woord er uitdrukkelijk bij genoemd, dan gaf ik daarmee aan dat het mogelijk is maar dat het niet tot de dichtstbij gelegen mogelijkheden en waarschijnlijkheden behoort. Ik hoop dat u me dit niet kwalijk neemt.

Nogmaals, u moet zelf denken en wanneer u overtuigd bent van iets, dan kunt u hoogstens erover vragen of uw overtuiging nu stoelt op een gelijkenis met de oude geloofswaarheden, of op een andere wijze tot stand is gekomen, maar u moet niet zeggen: Ik heb het gezien. Dan zeggen ze: Het kan niet, dan is het zondermeer dit of dat geweest. Dit moet u zelf uitmaken want er is één ding belangrijker dan alles neem het mij niet kwalijk hoor, ik heb het niet alleen tegen u, maar tegen het hele stel hier, dat iedereen het weet, er is niets belangrijker dan te leven volgens je eigen waarheid, zolang je maar,bereid bent om die waarheid telkens weer op de proef te stellen. Onthoudt u dat.

  • Zou het dan mogelijk zijn dat men niet luisterbereid is naar een boodschap die door een ander gegeven wordt?

Dat is heel vaak mogelijk en wanneer men niet luisterbereid is dan betekent dat nog lang niet dat men niet luistert, maar het betekent eenvoudig dat degene die luistert, alleen luistert naar die elementen die zijn eigen denken, inhoud of verlangen bevestigen en dat is een veel voorkomend verschijnsel. De meeste mensen leren, zien of lezen dingen en herinterpreteren die totdat ze precies passen in datgene wat ze reeds meenden te weten.

  • U hebt in uw betoog prestatie en geestelijke bewustwording aan elkaar gekoppeld. Kunt u kort zeggen wat u onder prestatie verstaat?

Prestatie is datgene wat je buiten je tot stand brengt door hetgeen je vermoogt te doen, dan wel door hetgeen je innerlijk aan mogelijkheden bezit. Het is dus een feitelijke verandering buiten je tot stand brengen.