Het mysterie tijd

Tijd is inderdaad een mysterie voor de mens. Je kunt tijd op verschillende wijze omschrijven en definiëren. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: het is een effect van massa plus beweging in ruimte, waardoor fotonenreactie wordt opgewekt, hetgeen tengevolge heeft dat bij een oneindige massa, met een snelheid gelijk aan die van het licht, een absolute stilstand van tijd optreedt. Je kunt het ook wat anders zeggen, je kunt zeggen: tijd is in feite het dimensionaal effect dat ontstaat wanneer twee continua met elkaar in contact zijn, terwijl ze beiden een anders gericht dimensionaal stelsel bezitten. Dat is ook waar, maar altijd weer is een dergelijke definitie zeer technisch, en hij zegt betrekkelijk weinig over de tijd zelf.

Ja, tijd is een verschijnsel, goed. Laten we eens een ander voorbeeld nemen: Er was indertijd een attractie op de Parijse wereldtentoonstelling, ik meen dat het was in 1898, daar kon je gaan zitten in een wagon, van de Wagon‑lits, en men had een paar enorme schermen, die met verschillende snelheid draaiend langsflitsten. Degenen die in de wagen zaten hadden het gevoel dat zij in beweging waren. Toch waren ze zelf stationair. Wat de tijd betreft zou je het ook kunnen draaien, datgene wat wij werkelijkheid noemen is stationair. Wij bewegen ons echter langs deze stationaire waarden, zodat het voor ons schijnt of ze in beweging is en dan komen we al een klein beetje dichterbij.

Wat voor vormen van tijd kennen we allemaal? Oh, natuurlijk, we hebben zonnetijd en daar van afgeleid de klokkentijd. Maar u hebt ook een persoonlijk tijdsmechanisme. U hebt bv. een periodiciteit, van hoge en lage activiteit, u hebt ritmen van levenskracht. Wanneer je die dingen gaat bekijken, dan blijkt dus dat bv. uw eigen tijd helemaal niet synchroon behoort of behoeft te lopen met de zonnetijd of met de klokkentijd. Er zijn grote verschillen aan te wijzen. Er zijn mensen bv. die pas werkelijk tot leven komen tegen de tijd dat anderen uitgeput van het werk komen. Die hebben een top, die dan meestal in de nacht-uren ligt, het zijn dan ook vaak zeer kinderrijke mensen. Anderen daarentegen staan juist weer helemaal uitgeslapen op, en die zijn ‘s morgens ontzettend actief, na de middag neemt het al een beetje af, en ‘s avonds zijn ze werkelijk niets meer waard. Dat zijn TV‑kijkers.

Hoe komt het dat deze ritmen bestaan en wat is de zin er van? Want we kunnen dergelijke ritmen – dat wil ik er nog bijzeggen – aantonen o.a. voor bewegingen in de aarde, actieve vulkanische en andere activiteiten. We kunnen het zelfs zien in de verplaatsing, niet in de richting, maar de verplaatsing van de optimale jet-stream in de stratosfeer.

Tijd is een ervaringswaarde: dat we haar tot een meetbare waarde hebben gemaakt, is te danken aan een overeenstemming die de mensen onderling hebben getroffen. Daardoor kun je tellen in uren, maanden, dagen, jaren, zo heb je dus een vaste maatstaf. Die maatstaf is echter niet gelijk aan die van de natuur. De natuur kent die regelmaat niet. Om u een paar voorbeelden te noemen: men zegt: we hebben astrologisch gezien verschillende tekens aan de hemel, we hebben een vissentijdperk en dat duurt dan één-en-twintighonderd honderd twee en zeventig jaar, en dan komt er een Aquarius tijdperk van …, niets van waar, dat nemen we aan. In werkelijkheid echter zijn het tekens die maar één heerschappij kennen aan de hemel van ongeveer 1300 jaar. En er is eens in de zoveel tijd een situatie, waarbij één sterrenbeeld meer dan 3000 jaar de zon regeert, zoals dat heet. Dus wat wij allemaal berekenen, en met gemiddelden proberen te doen, is niet juist, is niet waar.

Wanneer we kijken naar de energieën die een rol spelen bij al die verschijnselen, dan blijkt dat ze samenhangen met drie factoren.

  • de eerste is levenskracht,
  • de tweede is in feite een bewustzijnswerking en,
  • de derde is afhankelijk van stralingen, of als je het anders wil zeggen, van velden, die doorsneden worden door een of andere beweging.

Wij zelf zijn levensenergie. Zij blijkt te bestaan uit een voortdurende wisselwerking met de buitenwereld, waarvan echter het ritme bepaald wordt door ons eigen bestaan, maar ook onze wijze van leven en reageren. Waarnemingstijd of bewustzijnstijd, afhankelijk van ons vermogen om gegevens van buitenaf op te nemen, en de hoeveelheid die we “per waarneming” als afzonderlijke waarden in onszelf kunnen verwerken. Hoe minder we dus waarnemen, hoe vlugger de tijd schijnt te gaan. Hoe meer we waarnemen, hoe langzamer de tijd schijnt te gaan. Dat is alleen niet waar als je op kantoor zit, want dan blijkt dat concentratie op één punt een tijdelijke ver­suffing van het tijdsbewustzijn teweeg kan brengen, zodat de laatste drie minuten voor vijf dan wel een paar kwartier schijnen te duren.

Wanneer we kijken naar die doorsnijding van velden dan zitten we met een grote moeilijkheid. Het is voor de mensen niet helemaal voorstelbaar hoe het zich allemaal afspeelt. Oh ja, we weten, de aarde heeft een magne­tisch veld. Dit magnetisch veld vertoont een interactie ten aanzien van de magnetische velden van andere roterende massa’s in de omgeving, zijnde de planeten en de zon. Het geheel bevindt zich bovendien op een baan door de ruimte, waarbij bepaalde delen van de ruimte soms stofwolken bevatten, in andere gevallen magnetische velden, vaak omschreven als magnetische stormen wanneer ze zich verplaatsen, en in weer andere gevallen hebben we te maken met velden van zeer hoge straling, waarbij we dus zeer harde straling in grote hoeveelheid aantreffen in een bepaald deel van de ruimte.

De wijze waarop die energie-uitwisseling tussen die velden plaats vindt heeft op het gehele verloop der dingen, dus op het tijdsbesef, invloed.

Ik ben begonnen met een heel klein beetje verwrongen Einsteiniaans denken, door te zeggen: wanneer een massa zich met de lichtsnelheid beweegt, is zij een absolute en totale massa geworden, die in haar massaliteit gelijk is aan de totaliteit van het Al, en daardoor niet meer in staat een tijdservaren op te brengen. Ja natuurlijk, als alle invloeden gelijktijdig werkzaam zijn, ontstaat stasis, stilstand. Waar geen uitwisseling van energie is, ontstaat stasis. Waar geen uitwisseling van energie mogelijk is, ofschoon potentieel aanwezig is, ontstaat eveneens stasis.

Dus met andere woorden: tijdservaren, maar zelfs ook onze persoonlijke tijd, onze bio-ritmen zijn meer afhankelijk van die invloeden buiten ons, we kunnen ons daar niet van losmaken. Het resultaat is, dat tijd voor ons een beetje mysterieus begint te worden, en dat we ons afvragen moeten we ons daar werkelijk mee bezig houden?

Wanneer tijd ervaring betekent, en ervaring tijdsbesef, dan is onze bewustwording iets wat het beste in tijd kan worden uitgedrukt. En dan komen we tot denkbeelden als bijv. de levensspiraal, die dan, vele levens lang, soortgelijke omstandigheden doet ontstaan. Maar bij elke vernieuwing komt men steeds weer een slag dichter bij de werkelijkheid, die dan in het middelpunt gelegen zou zijn.

Een zeer interessante stelling natuurlijk, en voor een deel waar. Maar als je dat goed uitrekent, dan gaat dat niet over één leven maar over vele levens. Want steeds weer terug komen op hetzelfde punt, wil ook zeggen: terugkomen op het punt van geboorte. Wanneer je sterft betekent het terugkomen op een punt van sterven. Maar de afstand tussen beiden zou steeds kleiner worden terwijl het bewustzijn groter wordt. En dat zou dan in tijdservaren impliceren dat het leven langer schijnt te worden terwijl het gemeten in de totaliteit, als afgelegde afstand, kleiner wordt.

Dan gaan we nu eens kijken aan onze kant. Aan onze kant is tijd zuiver een bewustzijnskwestie. Zover we weten, we weten ook niet alles, wordt geestelijk tijd bepaald door een opeenvolging van ervaringen. Eén ervaring, is in zichzelf tijdloos. Komt er een tweede, en ontstaat er dus een reactie tussen één en twee, dan ontstaat in ons tijdsbewustzijn.

Maar wanneer wij naar uw wereld kijken dan kunnen we ons in een zekere zin losmaken van de gang van uw eigen wereld. We nemen daar een bepaald brandpunt en daar houden we ons aan vast. En wat ontstaat: een schijnbare tijdloosheid. Er is wel tijd, maar tijd is plotseling een afleesbare dimensie geworden. Er is een soort liniaal, en je kunt dus zeggen: hé, daar zit een keep tussen de 23ste en de 24ste tiende centimeter. Dat klinkt een beetje waanzinnig, maar het betekent wel dat we kunnen voorspellen.

Alleen, wanneer we dat doen, dan blijkt de moeilijkheid weer te zijn dat wij het tijdservaren van de mens, en daarbij niet in kunnen rekenen, alleen de veranderingen van een bepaald brandpunt. Onnauwkeurigheid in voorspellingen die op tijd lopen, komt dan ook regelmatig voor, tenzij andere controlerende factoren mede gebruikt kunnen worden. Hier hebben we te maken met tijd als een dimensie zeg maar, een afmeting. Op die afmeting kunnen we bepaalde processen lezen, zover zij materieel zijn. Het blijkt dat we zelfs de astrale aspecten op deze schaal niet meer kunnen aflezen. Hier zijn variabelen aanwezig. Komen we op zuiver geestelijk gebied dan blijkt dat die hele tijdsrekening nil en niets is. U ziet: we worden steeds geheimzinniger.

Wanneer je nu bezig bent om al die dingen met elkaar te vergelijken, dan is de eerste conclusie waartoe je komt, vreemd genoeg: tijd is in feite een bewustzijnsdefinitie, niet een reële factor. Het is de benoeming van een aantal factoren die elk afzonderlijk, en in hun verhoudingen, niet kunnen worden beseft, dan alleen in de inwerking die ze op ons hebben. En dan ga je je afvragen: hoe zit dat nou bijv. bij reïncarnaties? Zou je terug kunnen keren in het verleden? Vanuit de theorie die wij hebben opgebouwd, moet dat mogelijk zijn.

Dus: vandaag bent u bezig met allerhande wijze begrippen, en u reïncarneert, maar u voelt zich tot die begrippen aangetrokken, dan bestaat de mogelijkheid dat u terecht komt in een tijd, die voor u vandaag al ver in het verleden ligt. En dan heeft u kans dat u met uw zelfde verlichte idee op de brandstapel komt, en gaat u een tijd verder vooruit, dus in uw toekomst, en u incarneert daar, dan kunt u met diezelfde achtergrond misschien juist een groot filosoof of een grote idioot worden. Het verschil tussen deze beiden is n.l. nooit helemaal te definiëren. Een filosoof is een denker die op grond van enkele hem bekende feiten een reeks theorieën opbouwt die schijnbaar het Al omvatten, zonder dat ze echter gebaseerd zijn in een totaliteit, maar alleen in enkele feiten. En een idioot is iemand die zijn eigen denkbeelden neemt en denkt dat de hele wereld er aan onderworpen is. Ze hebben dus veel gemeen.

De incarnatiecycli waarmee u te maken krijgt, zijn ook alweer zoiets. Hoe komt het bijv. dat mensen die in een bepaalde periode hebben geleefd, en meestal nog niet eens in het zelfde land, een volgende keer weer op aarde komen juist wanneer daar, terwijl ze ook weer verspreid neerkomen, een totaal andere ontwikkeling plaats vindt? Ja, het is uit het bewustzijn makkelijk te verklaren. Er is een déficit in de ervaring die zijn leven heeft meegebracht. Er zijn misschien daarnaast spanningen die niet geheel ver­werkt zijn. Men incarneert weer en komt dan terecht in een tijd waarin al die dingen wel te verwerken en wel te gebruiken zijn. En mogelijk ook, zover het het déficit betreft, te overwinnen is. Dat is, dacht ik wel juist.

Maar hoe komt het dan, dat dat in een gelijke tijd gebeurt? Omstandigheden zijn toch zeer gevarieerd op de wereld? Heel waarschijnlijk zit er ook in het bewustzijn een cyclus. Ook daar zijn er bepaalde perioden nodig, gemiddeld, om het bewustzijn te bereiken van waaruit men eventueel tot reïncarnatie kan besluiten. En als dat zo is moet er dus een gemeenschappelijke tijd bestaan in de geest, die echter in het normale leven in de sferen niet constateerbaar is.

Dan kunnen we heel filosofisch worden en zeggen: ja, wat wij tijd noemen, is de ademhaling van God. Kan, ik weet het niet. Ik weet niet eens of God ademhaalt. Maar je kunt het zo zeggen, de moeilijkheid is echter weer dat we ons daarbij laten verleiden een ver­klaring te vinden, die in genedele controleerbaar is. Maar voor onze be­wustwording is een mate van controle noodzakelijk. Dus als wij ons bezig houden met het mysterie tijd dan is het niet voldoende om te denken aan Kronos, die zijn eigen kinderen verslindt, of om te denken aan een God die­ alle dingen voortbrengt of instandhoudt. Dan moeten we proberen voor ons zelf aan te duiden: wat bepaalt dit aspect tijd?

Dan blijkt dat voor mensen tijd heel vaak, als ervaring, een zeker contact heeft met reactiesnelheid. Hoe sneller je reageert, hoe meer ervaringen je opdoet en hoe meer tijd je schijnt te hebben. Verder blijkt dat een mens die zijn aandacht verdeelt de tijd anders ervaart, dan een mens die geconcentreerd op één punt bezig is. Dit pleit er voor dat onze tijdsbeleving bepaald wordt door ons zelf, onze eigen instelling. Dan kan het geen algemeen geldende factor zijn, en dan zou het een factor zijn die afhankelijk is van degene die zich in het bestaan beweegt. Ik hoop dat u deze laatste conclusie kunt aanvaarden. Het is zeker niet de uiteindelijke conclusie, die kan ik ook niet trekken.

Dan krijgen we verder nog een heel ander punt in tijd. Op het ogenblik dat wij de tijd beschouwen als een lijn, datgene wat in de geest dus en we ons ook realiseren dat elke mogelijkheid een keuzemoment is. Elk keuzemoment geeft echter het bestaan aan van afwijkende tijdslijnen of lotslijnen. Daar waar die afwijking plaats vindt, nemen wij dan maar aan dat onze lijn de hoofdlijn is, en dat al dat andere in het niet verdwijnt, maar is dat wel zo? De mogelijkheden blijven bestaan, ze kunnen beseft worden, dientengevolge zijn ze ergens werkelijk, alleen niet voor ons, het probleem dat je krijgt wanneer je spreekt over parallelle werelden bv., is in feite het probleem van verschillende ontwikkelingen die gemeenschappelijke raakpunten hebben, en zeer waarschijnlijk een gemeenschappe­lijk beginpunt. Laat ik het zo zeggen: in de laatste wereldoorlog was het niet slagen van Peenemünde uiteindelijk bepalend voor het eindresultaat van de oorlog. Stel nu dat één of twee, mensen een andere beslissing had­den genomen, dat Peenemünde had gefunctioneerd, dan zat u nou allemaal te huilen. Dan was de hele wereld een Heilanstalt geworden. Maar dan is er dus een mogelijkheidsreeks waarin Duitsland overwint, zoals er een mogelijkheidsreeks moet zijn waarin Nederland nog steeds Nederlands‑Indië be­heert. En misschien ook Engeland nog India. En waarbij dus koloniale verhoudingen bestaan, met heel andere problemen dan nu met alle Derde Wereldlanden. Men noemt dit parallellen, omdat ze vaak maar in heel kleine aspecten verschillen. Wat is nu werkelijkheid?

Werkelijkheid is datgene wat wij beseffen. Elke parallelle tijdslijn bestaat als mogelijkheid, maar is en blijft voor ons alleen droombeeld. Want we moeten onze werkelijkheid ergens definiëren en dat moeten we van onszelf uit doen. Maar als we van uit onszelf de werkelijkheid definiëren, dan is ook de tijd zoals wij die beleven voor ons realiteit. En of wij dan veel af kunnen doen in een periode waarin een ander maar weinig tot stand brengt, zegt verder niets, het kan heel goed zijn dat die ander ijveriger is dan wij, naar dat ie voor zichzelf een andere tijdsfrequentie heeft.

We kunnen moeilijk oordelen en beoordelen. We kunnen het alleen doen vanuit algemene waarden. Die algemene waarden, daar zullen we het over eens zijn, zijn voor driekwart illusie. Ik ben geneigd om te stellen dat tijd, anders dan die welke door de natuur in de wisseling van licht en duister bepaald wordt, voor de mens in feite illusoire waarden omvat en door de mens nooit als een concrete realiteit gehanteerd kan worden, tenzij door onderlinge afspraken en goedvinden.

Als ik dat zeg dan moet ik er automatisch aan toevoegen dat dus een mens die een ander tijdsbesef heeft, de mogelijkheid kan bezitten om vele geslachten lang de hele geschiedenis op te sommen. Er is een bekend ver­haal van een of andere bosneger, ik weet niet precies meer welke, die met blanken in aanraking kwam en hen heel rustig alles wist te vertellen over voorvaderen die geleefd hadden ergens in de tijd van de Farao’s, en alle tussenliggende fasen. Voor die man was dat gewoon. Hij was er, de rest kwam daar uit voort, dat was een continuïteit.

Diezelfde man maakte het was toen bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog, plotseling de opmerking tegen de blanke die er bij was, dat er veel licht, donder en veel doden en bloed waren in zijn vaderland. Klopte inderdaad, het was n.l. een fransman. Kijk, wat was hier aan de gang, kennelijk was het bewustzijn van die mens niet beperkt tot eigen ervaring. Tijd was voor hem iets waartoe hij toegang had. En ook ruimte was niet iets wat alleen bepaald werd door zijn eigen aanwezigheid, maar door zijn belangstelling, waardoor hij alle factoren uit de ruimte kon opvangen, die op één of andere manier met zijn hui­dige beleving contact hadden. Dan valt daarmee het hele beeld van vaste waarden weg. Dan zitten we opeens te kijken naar een wereld waarin elk mens eigenlijk in een eigen tijdsritme leeft. Wij beoordelen dat aan de hand van gemeenschappelijke afspraken, maar wij kunnen niet zeggen dat een mens die vijf jaar leeft, minder heeft door­gemaakt, minder ervaring heeft opgedaan, dan iemand die 100 jaar leeft.

We denken het, omdat we uitgaan van onze eigen maatstaven. Maar als we dan gaan kijken in een geestelijke wereld en we zien dat er daar zijn die eigenlijk alleen incarneren om de prenatale periode, om een kort ogenblik daarna te beleven, en dan weer rustig naar het geestelijk bestaan terugkeren, dan kunnen we toch zeggen: Ze hebben daar een totaal stoffelijk leven doorgemaakt, ook al het kennelijk vanuit de stof gezien, beëindigd voor het begon.

Het maakt het erg moeilijk om met tijd op te lossen: er zijn zoveel verschillende factoren, zoveel verschillende waarden die een rol spelen, dat je op een gegeven ogenblik zegt: moeten we dan maar niet een groot uurwerk maken en zeggen: dat is de werkelijkheid? Of misschien moeten we dan wat wetenschappelijker zijn, en dan hebben we het bv. over het atoomverval. Wanneer we rekening houden met het verval van een radioactief element, dan kunnen we op grond daarvan een zeer definitieve tijdsberekening maken. Dat is waar, voor ons.

Maar weten wij wat de tijd is voor die elementen die dan worden af­gestoten? Zijn misschien die atomencomplexen, zo simpel als ze zijn, hele werelden met een zon, met bewoonde planeten, die een hele ontwikkeling van ontstaan tot vergaan doormaken in iets wat voor ons een honderdste seconde is? Wanneer we teruggrijpen naar die beginstelling waar ik mee geopend heb, dan zou dat wel begrijpelijk kunnen zijn. De massa is ontzettend klein, dan zou dus de tijd ontzettend snel moeten zijn. Maar hoe zouden diegenen die daar in leven, die tijd ervaren? Het is onvoorstelbaar. Wij denken dan automatisch aan een oneindige versnelling van alle beweging, maar misschien is er helemaal geen beweging, is er heel iets anders. Daarom is al het speculeren over het mysterie tijd uiteindelijk alleen maar een poging om je zelf te oriënteren in je eigen wereld. Dat kunnen we gemakkelijker doen. Laat me u deze regels voorstellen: tijd is niet datgene wat door de klok wordt aangeduid, maar datgene wat mijn eigen belevingsmomenten, zoals ik die registreer, aaneenrijt. Het is een volgorde.

In de tweede plaats: door innerlijke concentratie ben ik in staat om de tijd te rekken, of te doen smelten, wanneer ik ze vergelijk met de buitenwereld. Ik heb een zekere beheersing over het element tijd, dat heb ik zowel ten aanzien van mijn eigen lichaam, mijn eigen geest, als mijn eigen bewustzijn. Door op de juiste wijze daar gebruik van te maken kan ik in zeer korte tijd een enorme ontspanning ondergaan, ik kan zelfs als het ware volledig uitrusten, in iets wat voor anderen maar 5 minuten lijkt. Ik kan op grond van diezelfde mogelijkheid in een zeer korte periode grote hoeveelheden levensenergie opnemen, en verwerken, en daardoor mijn eigen vitaliteit op de juiste momenten enorm opvoeren.

Tijd als een persoonlijke waarde en als je bewust genoeg bent, een persoonlijk beheersbare waarde, betekent eenvoudig een veel grotere beheersing over jezelf, maar ook over je relatie ten aanzien van de wereld. En dat houdt in dat we ons beleven voor een heel groot gedeelte zelf in de hand hebben. Niet alleen wat betreft onze energie, maar ook ons vermogen om details waar te nemen, ons vermogen om details samen te voegen, en zo totaalbeelden te krijgen die veel meer inhouden dan een gewoon mens beleeft. We zijn in staat op grond van diezelfde waarden en gevoelens terug te keren in onszelf en daar het geheel van ons bewustzijn af te lezen, inclusief vaak het geestelijke, en de waarde daarvan samen te voegen tot één onbewuste factor, die dan gelijktijdig richtinggevend wordt in ons stoffelijk bestaan wanneer we op aarde leven.

En daar zit dacht ik het belangrijkste punt van het mysterie tijd. We kunnen haar niet omschrijven, maar we weten dat ons tijds‑ervaren een beheersbare factor is. We weten dat we deze factor niet alleen kunnen gebruiken om ten aanzien van een ander wat sneller of wat trager te reageren, maar het ook kunnen gebruiken om in onszelf processen aanmerkelijk sneller of trager te laten verlopen dan bij anderen het geval is. Dan mag die tijd een mysterie zijn, maar ons vermogen om ons te concentreren, maakt haar tot een verschijnsel dat beheersbaar is.

Het is deze beheersbaarheid bovenal die van belang blijft. Een mens die in staat is op het juiste ogenblik zijn bewustzijn als het ware meer tijd te geven, kan zoveel details waarnemen in een zeer kort ogenblik, dat hij daardoor in één ogenblik meer leert dan een ander in een jaar. En wij kunnen wanneer de wereld onbelangrijk is, één onderwerp, één denkbeeld ne­men en ons daarin zozeer verdiepen dat het ons lijkt of de tijd stilstaat. En daardoor kunnen we een intensiteit van innerlijk beleven, en een bena­dering van onze eigen innerlijke waarheid bereiken, die zonder dit voor ons eenvoudig maar een droom zou blijven.­

Mijn eindconclusie luidt dan ook: er zijn vele factoren die met tijd samenhangen, wij kunnen die niet volledig verklaren. Een absolute omschrijving geven van al datgene wat het verschijnsel tijd tot aanzien brengt, bestaat niet, maar in ons zelve kunnen wij de tijd als het ware manipuleren. Ons bewustzijn geeft ons de mogelijkheid de waarde van de tijd uit te schakelen, terug te draaien, vooruit te spoelen. Het geeft ons de mogelijkheid zowel voor lichaam als geest, bepaalde processen versneld door te maken. Of processen af te maken. Het is in deze kwaliteit dat wij het mysterie tijd kunnen hanteren, dat we er mee kunnen werken en daardoor kunnen bereiken.

Wanneer u uit dit alles alleen maar hebt gedestilleerd dat u door concen­tratie op de juiste wijze uw waarnemingsvermogen, uw belevingsvermogen en zelfs uw vermogen om door te dringen tot de kern van eigen wezen en bewustzijn kunt veranderen, dan hebben we iets bereikt. Want dit is de kern die voor ons belangrijk is. Laat voor de rest de tijd maar de wind van het gebeuren zijn, die ons voortjaagt. Het hindert niet, zolang wij in ons zelf de schuilplaats kunnen vinden voor de krachten die ons schijnbaar voortdrijven, en gelijktijdig in ons het vermogen kunnen vinden die krachten zo te ontleden dat we ze kunnen gebruiken om in de door ons ge­wenste richting verder te gaan.

Epiloog:

We zijn bezig geweest met de tijd, natuurlijk is men uiteindelijk weer afgedwaald naar de geest en de sterren, maar dat laatste is begrijpelijk. Tijd is een fenomeen dat we zelve nooit geheel begrijpen en dat we zeker als mens slechts onvolledig leren beheersen. Maar het is gelijktijdig een bewustwordingsproces, waarbij deze tijd voor ons een noodzaak is.

Het heeft weinig zin ons tegen de tijd te verzetten. We moeten ons wel verzetten tegen onze eigen gebondenheid aan een tijd die buiten ons bestaat zonder dat ze in ons synchroon beleefbaar is. We mogen ons nooit laten opjagen, zou ik haast willen zeggen, door de wereld, omdat datgene wat werkelijk belangrijk is door ons zelf alleen dan beleefbaar en tot stand te brengen is, wanneer dit gebeurt op het ogenblik dat het bij ons past. Hoe minder de mensen beseffen, dat zij moeten reageren op de ogenblikken dat het bij henzelf past, en hoe meer de wereld probeert een soort gemeenschappelijke norm van prestatie e.d. te ontwikkelen, zo slechter zal het ook worden ten aanzien van de bewustwording en hoe groter de spanningen die in de afzonderlijke persoonlijkheden daardoor zullen ontstaan.

Laten we goed begrijpen: de tijd is een mysterie en ze blijft een mysterie. Doodgewoon omdat tijd een bewustzijnswaarde is, die wij node hebben en gelijktijdig niet iets wat zonder meer definieerbaar is, of in concreto meetbaar. Wel in veronderstelling en op grond van aanname dus.

Ik heb geprobeerd u op deze avond te confronteren met een aantal gegevens, die elk voor zich veel meer consequenties hebben dan uit uw vraagstelling zo als begrepen, is gebleken. Diegenen die zich er voor interesseren zou ik de raad willen geven: bestudeert u het onderwerp eens. Het was in de inleiding niet, zoals sommige dachten, verward of onsamenhangend. Er zat een redelijke samenhang in en ik heb gepoogd redelijke omschrijvingen te geven van al die elementen in tijd en omtrent tijd, die binnen het noembare vallen. Maar buiten dit alles is er altijd het onnoembare, het onbeschrijfbare. De tijd is een deel van de kracht waaruit wij bestaan. Het is een uiting, die door ons tot stand komt, van iets wat in zichzelf gelijktijdig Al‑omvattend en voor ons besef niet geuit is. Zonder vroom te willen worden zou ik zeggen: de kern van alle dingen, ook van de tijd, is God, maar waar God is en beleefd wordt, houdt de tijd op te bestaan.

Laat ik u allen toewensen dat u van alle tijd die u beleeft, op de voor u meest juiste en meest gelukbrengende wijze, gebruikt zult kunnen maken. Maar bovenal dat voor u steeds meer die momenten in het leven komen, waarin de tijd voor u stilstaat, omdat het onbekende, noem het God, in u spreekt en de kracht van dat onbekende uw wezen even losmaakt van de beperkingen, die door onze eigen begripswerelden vooral, voortdurend rond, en in ons geschapen worden.