Het niet-zijnde zijn

Wij gaan vanavond spreken over het niet‑zijnde zijn. Wie weet wat het onderwerp betekent?

Het is een spreuk die voorkomt in bepaalde boeddhistische geschriften. Ze heeft betrekking op de toestand van nirwana. Nirwana is een toestand waarin je volkomen ontrukt bent. Waaraan dat wordt er niet bij verteld. In de praktijk schijnt het neer te komen op een absoluut deel‑zijn van alle dingen zonder dat je daardoor zelf nog wordt bewogen. je speelt geen rol meer, je bent alleen registrerende. Het is duidelijk, wanneer je in een dergelijke toestand verkeert, dan weet je alles, maar je bent gelijktijdig ook niets, je hebt geen uiting. Het zijn manifesteert zich juist door processen die uiting ten gevolge hebben of uiting zijn. In deze sfeer nu, is dit niet het geval. De redenen waarom is een heel verhaal. Ik zal het verkort hier even oplepelen.

Op het ogenblik, dat de mens loskomt van de cyclus van incarnaties, bevindt hij zich in een toestand waarin hij daadloos is geworden. In deze daadloosheid maakt hij deel uit van een totaliteit. Hij is er wel, maar hij is niet kenbaar meer. Hij behoort tot alle werelden en is gelijktijdig toch van geen van die werelden deel. In dit bestek komt onze titel dus ook op de voorgrond. Om deze toestand te bereiken is het noodzakelijk dat je jezelf overwint maar ook de wereld. Zolang je nog gebonden bent aan vormen, zolang je je nog bezighoudt met stoffelijke emoties en geneugten, met angsten, met leed, ben je dus niet in staat om je los te maken van de wereld. Ben je daartoe echter wel in staat, dan blijf je nog bewust van alles wat er gebeurt.

Er wordt van de Gautama Boeddha verteld dat hij deze toestand van nirwana bereikte terwijl hij mediteerde onder een boababboom en bovendien beschermd werd, volgens sommige legenden, door slakken die zijn hoofd koelden en een enorme cobra (de Naga, de heilige slang) schaduw op hem wierp. Toen hij echter deze toestand beleefde, ontdekte hij pas wat er aan lijden en aan moeilijkheden waren voor alle mensen, die nog normaal in het zijn aanwezig waren. En uit medelijden voor hem, zo gaat het verhaal verder, is hij teruggekeerd tot zijn menszijn en heeft hij geprobeerd de mensen de juiste wegen en de juiste methoden te leren om zichzelf te onthechten van al deze zaken en zo de vrijheid van nirwana ook voor zich te bereiken. Het is maar een verhaal. En zoals alle verhalen zit er wel iets in dat waar is.

Als u droomt, dan zullen er dromen zijn die echt duister zijn. Men noemt ze wel nachtmerries, ofschoon ik mij kan voorstellen dat in deze dagen van het feminisme sommigen over nachthengsten spreken. U kunt ook heel blijde dromen hebben. Dromen waarin u nog maar leeft in prettige werelden waarin alles precies gaat zoals u het verwacht en nog beter. Maar er is een soort droom waar je weinig over hoort ofschoon ze toch wel voorkomt. Het is een ogenblik van bijna sterven. Het enige dat overblijft, is een gevoel van licht, van een enorme ruimte en weidsheid. Als je dat gevoel hebt, dan ben je er eigenlijk niet meer. Uit dergelijke dromen probeer je wakker te worden met enorm veel kracht en met veel optimisme. Je zoudt kunnen zeggen dat iemand in zo’n droom ook iets bereikt wat op nirwana lijkt.

Ook wanneer we mediteren, dan is het mogelijk een toestand te bereiken waarin we absoluut onbewust zijn. Wij denken niet meer, we bestaan alleen maar. Op dat ogenblik zijn we open voor de hele kosmos, want we hebben geen enkel vooroordeel meer, geen enkele begrenzing. Wat daaruit kan worden teruggebracht naar de stoffelijke toestand is in verhouding heel weinig, maar ook hier heeft men een ogenblik het niet‑zijnde beleefd. Men was zich niet meer bewust van het bestaan, ook niet van zichzelf. Daardoor heeft men het geheel van de waarden en de inhouden van het totaal in zich kunnen opnemen. Men wordt daardoor niet alleen sterker, maar men heeft het evenwicht van de totaliteit in zich a.h.w. overgedragen. Men heeft ook alle associaties weer gevonden precies in het juiste spoor, zodat de onwerkelijkheid (maya zegt men dan in sommige gevallen) eigenlijk veel minder wordt. Je ziet het wezen der dingen en laat je niet meer misleiden door de schijn der dingen.

Het is duidelijk, het zijnde niet‑zijn is een begerenswaardige toestand voor een ieder die eindelijk eens af wil komen van de begrenzingen van zijn bestaan. Hoe kun je dat doen? De grote moeilijkheid is, dat je een ik‑beeld hebt. Dat ik‑beeld is opgebouwd uit de wereld, uit wat de mensen van je zullen denken, wat jij van de wereld en de mensen verwacht. Op het ogenblik, dat je dat prijsgeeft, heb je geen controle meer. En als er iets is waarvoor veel mensen bang zijn, dan is het wel het verlaten van die laatste machtspositie; het besef van zichzelf en het besef van hun mogelijkheden en krachten. Om jezelf te vergeten (ik bedoel dat dan niet in de op aarde gebruikelijke, zin van het woord) heb je een enorme moed nodig, want niets is ze dreigend als een schijnbaar absoluut niets. Iets wat zelfs geen duisternis meer is omdat ook duisternis daarin niets te zeggen heeft. Het bereiken van die toestand wordt hierdoor voor heel veel mensen bijna onhaalbaar.

In alle verhandelingen die over dit onderwerp zijn gehouden in de loop der tijden treffen we dan ook steeds weer die vreemde aanwijzing aan. Als men zichzelf niet kan overwinnen door zich los te maken van al wat men zal men niet in staat zijn enz. Het komt erop neer …. het nirwana te bereiken. Zolang men bang is, zolang men begeert, is men gebonden in een cyclus van voortdurende hergeboorte. Nu mogen we dat allemaal met de nodige korrels zout nemen. Het zijn tenslotte bijna theologische stellingen. Het is een wijsbegeerte. Een begeren naar wijsheid is nog geen wijsheid. Dus kunnen we ons het best baseren op hetgeen wij weten. Aangezien ik in een andere toestand verkeer dan u, moet mij niet kwalijk nemen dat ik bepaalde vormen van weten naar voren breng die voor u misschien nog een beetje ongeloofwaardig zijn. U kunt daar beter altijd op terugkomen.

Ik weet dat naarmate je je minder bindt aan vormen je meer beseft. Ik weet, dat het ego naarmate het zich minder aan voorstellingen bindt, groter schijnt te worden. Het is mij duidelijk geworden dat hoe minder je kleine verschillen nodig hebt om te bepalen dat je bestaat, je misschien minder bewust bestaat als persoonlijkheid, maar gelijktijdig het bewustzijn van alles om je heen gemakkelijker aanvaardt. Het is, meen ik, niet juist om hier te spreken van harmonie. Er zijn mensen die zeggen; je kunt het allen bereiken, indien je met de hoogste sferen in harmonie komt. Maar zelfs harmonie is hier geen woord meer, want harmonie houdt nog altijd in een gelijkgestemdheid tussen mij en het andere. De werkelijke bereiking is er juist en waarin gelijkheid ontstaat zonder verdere overeenstemming, alleen maar gelijkheid.

Al wat ik ben, vloeit over in het geheel waarvan ik deel ben geworden. In mijzelf observeer ik en absorbeer ik al datgene wat dat geheel bevat en ik heb geen behoefte meer om op enigerlei wijze duidelijk te maken dat ik anders ben of iets anders ben dan dat geheel. Het is een wat wonderlijke situatie. Wij hebben dat gevonden, wanneer je de benadering krijgt van het z.g. witte licht.  Het witte licht lijkt verterend, verzengend. Het is als een vuurgordijn waar je doorheen moet gaan. Wanneer je daarin bent valt elke waarnemingsmogelijkheid weg, Dan is daar een bekend verhaal (ik heb het zelf niet meegemaakt, dus moet ik mij verlaten op hetgeen men mij heeft verteld) dat als je door dat gordijn toch verdergaat, je iemand ziet die je tegemoet komt. Als je dan goed kijkt, is het je spiegelbeeld. Op het moment, dat dit zich met je versmelt, besta je pas werkelijk in die sfeer van het witte licht of het verblindende licht.

Ik meen, dat dit allemaal tamelijk juist is. Er zijn zoveel getuigenissen van mogelijk dat ik wil aannemen, dat dit voor de meeste mensen zal kloppen. Voor mijzelf heb ik ervaren dat, naarmate je je minder bindt aan bv. een beeld van ruimte of tijd het gemakkelijker is om je bewustzijn te verplaatsen naar elke situatie die vanuit menselijk standpunt gezien ligt in een andere tijd of op een andere plaats ofwel beide waarop dit ogenblik de drager van je bewustzijn zich bevindt. Het is inderdaad mogelijk om dit te doen. Sporen ervan kent u als helderziendheid in ruimte en tijd.

Als ik dan verder bezie hoe ik soms het bewustzijn van een ander opneem, dan blijkt mij dat, terwijl ik mij nu bind aan een persoonlijkheid en aan een persoonlijkheidsvoorstelling, ik u alleen nog maar kan waarnemen als uitstraling. Misschien als ik mijn eigen vermogens nog meer zou richten op het zuiver stoffelijke zijn, ik u ook zou kunnen zien in de vormen waarin u elkaar ziet. Voordat ik echter tot deze afstemming kom (dus voordat ik het medium in beslag neem) is er een situatie waarin ik u wel kan zien als een geheel, maar waarin ik geen afzonderlijke factoren zie. Het is wat mij betreft een samenvoeging van wat u alles bent door dit te aanvaarden wordt het mij mogelijk om in het medium te gaan, maar tevens maak ik mijzelf daardoor deel ervan. Pas op het ogenblik, dat dit deel zijn voor mij een feit is geworden (dat betekent dat ik mij op welke manier dan ook heb gebonden aan het medium) ontstaat die opname van de verschillende uitstralingen. Ik geloof, dat dit er ook op wijst dat mijn eigen persoonlijke toestand een andere is dan de uwe en dat er bij mij tenminste iets meer is van dit ontkennen van het zijnde in zijn uiterlijkheden en vormen zoals dat op een mensenwereld gebruikelijk is.

Ik kan mij voorstellen, dat dit voor een mens niet zo gemakkelijk te bereiken is. Per slot van rekening ben je als mens toch altijd weer bezig met wat er is gebeurd of wat er gaat gebeuren. Ondertussen moet je nog het een en ander afhandelen. Je hebt misschien de nodige besprekingen voor de boeg. De wereld neemt je dus wel helemaal in beslag. Ik vraag mij echter af, of het ook voor een mens op aarde niet mogelijk zou zijn om een ogenblik gewoon zo weg te dromen dat er voor die persoon geen enkel punt meer belangrijker is dan de rest. Gewoon stil zijn in jezelf. Als je die stilte in jezelf bereikt, dan ga je meer opnemen van het totaal dat er om je heen is. Het zijn zelf gaat spreken.

Ik ben mij ervan bewust dat een mens dat niet gemakkelijk zal kun­nen vertalen in voor hem duidelijke begrippen. Een deel ervan zal be­staan uit gevoelens, een deel ervan zal onbewust blijven, een zeer klein deel zal zich waarschijnlijk manifesteren als een aantal schijnbaar intuïtieve conclusies die men na het ontwaken uit die toestand heeft meegebracht. Maar zelfs dit bereiken is een benadering, al is het geen bereiking van een toestand die nirwana dichterbij brengt. Het is natuurlijk heel aardig om als mens te zeggen. Ik wil van alles ontheven zijn. Ik wil helemaal vrij zijn. Maar als deel van het zijnde niet‑zijn werd je gelijktijdig eigenlijk bevrijd van jezelf. Maar om je vrijheid te voelen moet je jezelf zijn.

Er zijn heel wat strijdigheden. Op het ogenblik, dat je voor jezelf iets verlangt of iets nastreeft, onverschillig wat, kun je die toestand niet bereiken. Hoe intenser je datgene wat je nastreeft voor ogen staat hoe moeilijker het zal worden om de werkelijke toestand van waarheid, van erkenning, van het opgaan in het geheel ook maar enigszins te benaderen of waar te maken. Dat impliceert dat de term, die we als een raadseltje hierboven hebben gezet, toch eigenlijk iets heel diepzinnigs is. De moeilijkheid is, dat je zo gemakkelijk wegzweeft: O, we zullen opgaan in het totaal. De goddelijke kracht zal in ons spreken. En dan denken we altijd nog aan Ik. Het ego blijft als een bouwsteen van een groter geheel, maar het is daarvan zo afhankelijk geworden dat het zich in een nirwanatoestand moet losmaken uit het geheel voordat, het ook maar één daad kan stellen, ook maar één factor kan beïnvloeden of veranderen. Het is juist deze moeilijkheid waardoor je als nuchter mens deze vorm van zijn niet eens kan benaderen. Het is een geloofsartikel geworden. En geloven. Ja, er zijn mensen die ontzettend veel geloven. Er zijn zelfs mensen die geloven dat, als je zout gooit over je linker schouder de duivel het in zijn oog krijgt. Dat zou dan de grootste zoutmijn van de kosmos geworden moeten zijn. Geloven is ergens ook een aanvaarding, een niet rationele aanvaarding. In zoverre brengt het ons in de goede richting. Geloven, mediteren of contempleren voert tenslotte toch ook naar die toestand van kritiekloosheid en beeldloosheid, die we nodig hebben om deze hogere werelden te kunnen benaderen.

Er zijn een aantal systemen ontwikkeld in de loop der tijden, sommige onder het hoofd yoga, andere weer onder bijkomstige namen, die allemaal ten doel hebben om de mens langzaam maar zeker te laten opstijgen van de ene naar de andere sfeer. In de meeste leringen geldt, dat je de eerste keer onder geleide gaat. Je wordt geholpen om een sfeer te bereiken waar je zelf niet zou kunnen komen, die je nog niet kunt aanvaarden zodat een ander met je meegaat. Die ander neemt a.h.w. de verantwoordelijkheid voor jou op zich. Hij geeft je de zekerheid die je zelf niet bezit. Hierdoor wordt het je mogelijk die werelden een paar keren te bezoeken. Heb je dat gedaan, dan is ondertussen die geestelijke wereld, hoe vreemd zoiets moge zijn voor een menselijk begrip, aanvaardbaar geworden. Je voelt je niet als iets dat zich tegen die wereld moet afzetten, maar als iets dat deel kan zijn van die wereld. Op dat moment kun je dan zelfstandig die sfeer betreden, waarna je ‑ zoals in deze systemen wordt verteld ‑ weer verder gaat onder geleide en daarna zelf weer een hogere wereld betreedt etc.

Het belangrijke hierbij is dus dat wij in bepaalde gevallen onze angst kunnen wegnemen en onze behoefte om ons te laten gelden tot rust kunnen brengen, indien wil, een geleide, een gezag aanvaarden. Dat kan voor een groot aantal sferen inderdaad waar zijn. Ik heb daarover een aantal gegevens gevonden ook ervaringen bij velen die erop wijzen dat dit gezelschap inderdaad de mens ertoe brengt een wereld gemakkelijker te aanvaarden waarvoor hij anders misschien zou wegvluchten. Maar wanneer je naar nirwana gaat, dan kan dat juist weer niet. Want er kan niemand je gezelschap houden op het ogenblik dat je de totaliteit betreedt; dat kun je alleen zelf. Daarom zeg ik, dat het geloof niet misschien als een ingebouwde geleider zou kunnen functioneren. Als u denkt dat u wordt geholpen, dan hoeft dat niet waar te zijn, maar dan voelt u zich daardoor rustiger en zekerder. Dientengevolge doet u dingen die u anders niet zoudt durven. Dat is een verschijnsel dat heel vaak kan worden geconstateerd. Er zijn personen die volgens de menselijke opvattingen eigenlijk alleen kunnen worden gestimuleerd door een bepaalde vorm van hysterie of zelfs van godsdienstwaanzin of iets dergelijks, maar die daardoor prestaties leveren die veel verder gaan dan van een normaal mens kan worden verwacht. Het is als de dronkenman of de slaapwandelaar op de nok van het dak. Men corrigeert zichzelf instinctief maar niet meer bewust. Hierdoor kan hij een situatie aan die bij een normaal denkend gedrag voor de meeste mensen fataal zou worden, zeker zonder enige ervaring en training.

Als wij het zo bekijken, dan kan het geloof ons een zekerheid verschaffen waardoor we het geheel kunnen aanvaarden zonder onszelf te willen zien als iets afzonderlijks. Dan is dit opgaan in God of in nirwana zonder meer denkbaar. Maar vergeet niet dat we dan eerst de tussenliggende verschillen moeten overwinnen. Je kunt het niet zomaar eventjes accepteren en zeggen. Nou, het is gebeurd. Je moet werkelijk eerst stukje bij beetje je eigen wereldvoorstellingen ontdoen van alle storende factoren, van alle je beheersende beïnvloeding en voordat je eindelijk in staat bent om de laatste storende factor de begrenzing, die je oplegt aan je begrip van jezelf, teniet te doen. Ik probeer u alleen maar heel duidelijk te vertellen dat procedures, overwegingen e.d. heel vaak grenzen vormen die we moeilijk kunnen overschrijden. Laat mij een ander voorbeeld geven dat voor velen duidelijker is; Als u iemand op paranormale wijze wilt genezen en u gaat er zeer nadrukkelijk over denken wat u aan het doen bent, wat u wilt doen en hoe het zal moeten gebeuren, den is de kans dat U resultaten van betekenis behaalt veel kleiner dan als u gewoon aanvaardt. Ik genees op dit ogen­blik, basta. Zonder omschrijving werken paranormale krachten meestal beter dan als ze met allerlei taakomschrijvingen worden belast. Op die manier moet u ook nirwana benaderen.

De wereld waarin zelfs de goden geen goden meer zijn, waarin alleen nog maar een eenheid overblijft, waarin geen rang, stand of beperking van persoonlijkheid of vermogen denkbaar is. Wij moeten gewoon loskomen daarvan. Omdat u dat als mens niet kunt bereiken, heeft het weinig zin om hier allerlei leefregels te gaan opdreunen die u misschien daartoe zouden kunnen voeren. Dergelijke regels op zichzelf zouden dan weer een hinderpaal kunnen zijn op het pad dat u toevallig moet gaan. Ik kan mij alleen maar te buiten gaan aan algemeenheden. Dat is niet ze erg, want meer specifieke vragen kunt u stellen na de pauze.

Zeer algemeen gezegd; u bent niet van betekenis. Als u dat nu maar begrijpt. Op dit ogenblik vervult u een rol. U heeft een bepaalde taak. Die taak hangt echter niet samen met hetgeen u bent, maar met hetgeen in uw besef als zijn wordt aangeduid. Het is dus niet belangrijk dat u werk onafgemaakt laat of dat u het afmaakt zolang dit werk niet binnen het kader van de wereld, die u als werkelijkheid beschouwt, van belang is en binnen een bepaalde tijd voltooid moet zijn. Anders gezegd: als u doodgaat en er ligt een hoop onafgemaakt werk, dan is dat niet erg, want als het belangrijk is zal een ander het wel afmaken.

Als u verantwoordelijkheden draagt en u kunt dat op een gegeven moment niet meer aanvaarden, tegen uw wil in misschien, dan is dat niet van belang, want dat wat werkelijk moet gebeuren, dat gebeurt toch wel. Het is een beetje moeizaam voor als we daaraan nog gaan toevoegen. Denk er aan; regels zijn voor de mensen onderling, ze zijn niet kosmisch. Al datgene wat mensen zeggen dat wel moet en dat niet moet, dat zijn onderlinge afspraken. In het contact tussen mensen kan dat belangrijk zijn. Maar het kan nooit van betekenis zijn voor hetgeen u werkelijk bent of voor de werkelijke wereld waarin u leeft. Het zijn illusies, opgelegd aan het bestaan en door u als een werkelijkheid aanvaardt. Laat u dus nooit kwellen door allerlei schuldgevoelens t.a.v. de wereld, de maatschappij, desnoods t.a.v. God. Probeer alleen maar te aanvaarden dat u zo goed mogelijk moet zijn en moet doen wat op dit ogenblik volgens uw huidig besef en bestaan noodzakelijk is. Dan schakelt u al heel veel van de grenzen uit die de mens innerlijk binden.

Als hij in duistere sfeer terechtkomt, den is dat niet omdat uw wezen in het duister moet leven. Dan is dat alleen omdat u gedreven door zaken die in u bestaan het licht niet kunt aanvaarden. Als u in een lichte sfeer terechtkomt, dan is dat niet uw verdienste, het is geen beloning voor hetgeen u bent geweest. Het is alleen een erkenning die voor u mogelijk is door hetgeen u bent. Probeer dus alstublieft in uw innerlijk leven zoveel mogelijk rust, zoveel mogelijk vrede te hebben door u niet bezig te houden met allerlei spitsvondigheden over wat nog wel mag en wat niet meer mag. Dat zijn van die dingen waar ik soms ziek van kan worden. Er zijn mensen die werkelijk goed zijn, die in het licht kunnen leven en die dan overgaan en zeggen: ik zou het zo graag willen doen, maar ik heb een zonde bedreven tegen de H. Geest. Terwijl ze niet eens weten wat de H. Geest is. Die is, zoals met andere dingen, verwaaid met de wind. Realiseer u dat nu even.

U kunt nirwana alleen bereiken, indien u een zeer bijzonder mens bent en kennis heeft gemaakt met allerlei werelden en sferen, met krachten in u, met toestanden in en rond u. Dat u dat haalt is niet waarschijnlijk. Maar u kunt wel proberen om de grenzen van het huidige bestaan in ieder geval een beetje anders te trekken.

Dat u van uw ik‑begrip niet kunt afstappen is duidelijk. U bent voor uzelf nu eenmaal het centrum van het Al of u dat nu toegeeft of niet. Maar u kunt misschien wel proberen de rigide structuren, die u aan de wereld toekent zonder dat ze blijvend zijn, eens te vervangen door een meer amorfe structuur, iets wat zich gemakkelijker aanpast. De aanpassing die u bereikt is niet die van uw wereld, die blijft toch zichzelf. De werkelijkheid blijft de werkelijkheid. Maar uw visie op de werkelijkheid wordt meer amorf. Ze kon zich aanpassen aan meer omstandigheden. Door dit aanpassingsvermogen kunt u gemakkelijker opgaan in de werkelijkheid.

Ten laatste nog het volgende; Nirwana is zo langzamerhand een soort geloofsartikel geworden en voor de westerlingen een begrip van een soort paradijs, vandaar dat ze slechte flatgebouwen soms Nirwana noemen.

Geloof mij, werkelijk Nirwana is iets heel anders. Het heeft niets te maken met Mohammed en houri’s, met engelen, aartsengelen, heiligen en zaligen, met trompet, luit en rinkelbom. Het heeft alleen maar te maken met een zijn, dat zo totaal is dat het zijn van het “ik” wordt geabsorbeerd door de totaliteit. Dat dit een toestand van gelukzaligheid is vermeet ik mij niet te veronderstellen. Het is gemakkelijk genoeg te zeggen: wanneer je er eenmaal bent, zul je eeuwig gelukkig zijn. Ik denk, dat geluk alleen nog maar een tegenstelling is, het besef dat je niet ongelukkig bent. Het is een emotie die wordt opgewekt door het feit, dat andere emoties op dit moment niet bestaan. En als je emotieloos wordt, als je werkelijk opgaat in het geheel, dan bestaat volgens mij dat geluk niet en het ongeluk niet. Dan blijft er alleen maar over ‘esse’, het levende, het werkelijke bestanddeel.

Zo bezien is voor ons het bespreken van nirwana in concrete menselijke termen natuurlijk onzin. Maar het weten wat het niet is, helpt ons in ieder geval om beter te beseffen welke richting wij zelf voor ons moeten kiezen om deze eindtoestand voor onszelf te kunnen beleven. Er blijft u slechts één ding over, U heeft een wil. Dat wil zeggen, uw deel van de totaliteit kan betrokken worden bij een deel van de totaliteit en dan op grond van dit besef zich wenden tot een enkel deel en daarbij tijdelijk het geheel prijsgeven. Dan kunt u terugkeren naar nirwana. Maar dat is het enige dat u blijft, een wil. Die wil wordt niet meer bepaald door uzelf maar door uw relatie tot de andere delen van de totaliteit.

Als u zo over nirwana wilt denken, zult u mijns inziens dichter komen bij een toestand die daarheen kunt voeren. Als u op deze manier afstand kan nemen van uzelf, maat ook van alle illusies die rond dat “ik” in stand worden gehouden, dan zult u m.i. de werkelijkheid juister leren kennen en er beter mee leren leven. Als u problemen heeft die daaruit voortkomen, dan is dat niet een kwestie van een probleem oplossen, maar het erkennen van de onbelangrijkheid ervan. Op het ogenblik dat u de onbelangrijkheid erkent, is de oplossing vanzelfsprekend geworden. Maar dat zal voor u misschien moeilijker zijn.

“Wie zoekt boven de wereld der goden uit te stijgen, moet nooit verlangen een God te worden.” “Wie verlangt de werkelijkheid te zien, moet zich niet met emotionele vasthoudendheid binden aan zijn eigen voorstellingen van wereld en leven.”

Dat is de conclusie, die ik moet trekken uit het onderwerp dat overigens gesteld werd in de term Nirwana waarvan wij heel ondeugend ‘het zijnde niet‑zijn’ hebben gemaakt.

Narede:

Wij hebben gesproken over een toestand die eigenlijk op aarde niet redelijk denkbaar is. Door juist de titel te kiezen Het Zijnde niet Zijn hebben we al geprobeerd daar enige uitdrukking aan te geven. Het gaat niet alleen om nirwana. Het gaat om het gehele bestaan en de kern ervan zoals die in ons leeft. In uw vragen heeft u steeds weer geprobeerd om een praktische benadering te vinden. U heeft a.h.w. een oplossing willen vinden voor het onbegrip, dat nu eenmaal ingeschapen schijnt te zijn aan elk bewustzijn dat de toestand zelf niet volledig kent. Het is duidelijk, dat ik u in dit opzicht heb moeten teleurstellen. Misschien mag ik u dit zeggen:

Als u niet denkt over deze dingen, maar ze in uzelf laat ontstaan niet als vragen maar als innerlijke feiten, dan zult u dichter bij de werkelijkheid komen dan ooit mogelijk zal zijn, als u alleen maar luistert naar de woorden die de een of andere geest tegen u zegt. Het doel van ons aller bestaan schijnt te zijn deze eenheid met het Al te bereiken. Maar zelfs hier zijn wij niet zeker van, daarvoor kennen wij te weinig van de werkelijkheid waarin we leven. Laat ons dit aanvaarden.

De eenheid, die in ons beleefbaar wordt, openbaart zich steeds weer als een kracht waaruit we kunnen werken en leven. Ze maakt voor ons dingen mogelijk die anders misschien niet mogelijk zouden zijn. Zo geeft ons het vermogen te verdragen en te verduren waar dit anders niet denkbaar zou zijn. Laten wij dan verstandig zijn. Laten wij een beroep doen op die innerlijke, niet met vragen omgeven en niet met begrippen omschreven, waarden. Laat in ons het beeld ontstaan dat voor ons voorlopig de weergave is van een eenheid en een kracht die wij verstandelijk of anderszins met ons biezen nog niet kunnen benaderen. Laten wij proberen niet, door te dringen tot de kern van die eenheid, maar laten we eerder trachten die eenheid zich vanuit ons wezen te laten uitdrukken in de werelden die wij menen te kennen. Want op deze wijze worden wij wel degelijk meer een met het Al, meer deel van het grote geheel en het bewustzijn. Het besef zal zich daaraan op den duur moeten aanpassen.

Allen hebben wij de kracht om meer te zijn, meer te dragen, meer te beleven dan we normaal doen. Dit geldt voor de stof, dit geldt voor de geest. Dan moeten wij daarvoor eenvoudig de grenzen van redelijkheid en voorstellingsvermogen zoveel mogelijk terzijde schuiven. Dit kunnen wij niet bewust doen, omdat dit voor ons gelijk komt aan zelfvernietiging waartegen ons gehele wezen in opstand komt. Als wij echter de waarden in ons tot uiting laten komen en vanuit ons laten werken, dan ontstaat er iets wat geen ontkenning betekent van ons eigen bestaan, maar voor ons een verrijking daarvan is en daardoor als vanzelf en geleidelijk de aanvaarding van minder grenzen, van een groter bestaan, van een intenser verbondenheid met het Al mogelijk maakt. Dit laatste, mijne vrienden, geef ik u nog ter overweging mee.

Ik ben ervan overtuigd dat het volgen van deze innerlijke weg de enig juiste is om te komen tot een werkelijk contact met de eenheid van alle dingen. Zoals ik ervan overtuigd ben dat de bezielende eenheid waarvan wij allen slechts de manifestatie zijn en een deel zijn in ons alleen dan goed tot uiting kan komen, indien wij niet voortdurend bezig zijn haar aan te passen aan onze beperkte denkbeelden.