Het nieuwe priesterschap

 13 november 1960

Op deze zonnige zondag is het de bedoeling dat ik een eind terugga met u naar het verleden. Er zijn in de historie, maar ook in de geestelijke ontwikkeling van het mensdom, bepaalde parallellen. Een van deze parallellen ligt ongeveer tussen de komende 40 jaar en een periode die op het ogenblik ruim 6600 jaar geleden is het nieuwe priesterschap.

Dat is een tijd, waarvan de mensen weinig weten, maar die ik vandaag toch even in de herinnering zou willen terugroepen. In deze dagen aanbaden de mensen de zon en de maan. Een eredienst die zich zeer lang heeft gehandhaafd en die ook nog ongeveer 2000 jaar geleden hier en daar zeer opportuun werd geacht.

Toen deze periode begon, was de wereld in een staat van verwarring. De grote rijken, die men tegenwoordig kent, waren nog niet gevormd. Overal was een zoeken naar plaats, enkele rampen op de wereld hadden een verschuiving van stammen veroorzaakt. De mens, die wij in deze dagen zien, was inderdaad volgens elke maatstaf wild. Zijn leven bestond hoofdzakelijk uit vechten en jagen, terwijl aan landbouw betrekkelijk weinig werd gedaan.

U zult zich afvragen, waarom ik naar deze tijd juist terugga. Maar in die dagen de ontwikkeling van de krijgsman een maximum had bereikt, maar tevens een onmiddellijke omschakeling beloofde naar het priesterlijk element, zo zijn wij in deze dagen ook gekomen tot een tijd, waarbij de krijgsman, zij het vaak in de vorm van een handelsvorst, regeert. En wanneer deze vorsten regeren en strijden, wanneer zij – zij het misschien met minder geweld, maar op grotere schaal – trachten hun eigen voordeel en belangen te verdedigen, zo ontstaat een ongeveer gelijke situatie in geestelijk opzicht.

Ook nu mogen wij verwachten dat het priesterschap (en daarmee bedoel ik niet een kerkelijk priesterschap, maar het ware priesterschap) toe zal nemen. Het vergelijk dat ik dan ook maak zal niet zo zeer gericht zijn op het zuiver historisch moment als wel op een geestelijk gebeuren. In de wildheid van die dagen en de volheid van menselijk geweld, de siddering van heel de aarde onder ongekende spanningen werden meer en meer mensen geboren tot een nieuw begrip. Zij voelden aan dat hun goden; de zon, de maan, een bepaalde invloed moesten hebben en zij trachtten die invloed voor zichzelf te vinden. Daarbij begon men oorspronkelijk de eigen stamdienst op te voeren. Maar de kleine stamgoden waren voor velen niet bevredigend. Zij waren te klein en te beperkt, men zocht een ruimer beleven en bovenal een ruimere macht. In deze periode zien wij hoe de Sjamanen, de primitieve priesters en wichelaars, samen een grote bond vormen. Een bond die doet denken aan de geheimbonden van medicijnmannen, zoals die thans in Afrika bestaan. Zij nemen zich voor om hun kunnen en vooral hun macht, ten koste van alles, te verdedigen. Zij zijn aansprakelijk voor het aanstellen van stamhoofden, die inderdaad gevoelig zijn voor de macht van de Sjamanen en menigeen moet vallen omdat hij, ofschoon een eerlijk en goed opperhoofd, niet geneigd is het oor te lenen aan zijn geestelijke raadgevers.

De mensen die dit beseffen, die zien hoe in vele gevallen eerlijkheid, oprechtheid en vooral ook geestelijke reinheid en zuiverheid in het gedrang komen, wenden zich af. Er is een kleine periode die doet denken aan het existentialisme; Groepen worden tot vrijbuiters en alleen het bestaan zelf interesseert hen. Men beleeft dit bestaan zo intens mogelijk. Uit deze groepen en andere extremisten vinden wij de nieuwe priester. Een eenvoudig lid van een stam, iemand die geheel geen rechten doet gelden op anderen, maar die in zich op vreemde wijze de macht van zon en maan schijnt te concentreren. Hij schijnt het licht van de zon te beheersen en niemand weet hoe, maar uit een geheimzinnige trance, die niet gepaard gaat met het oorverdovend geroffel van de trom en de vreemde verwrongen bewegingen van de Sjamaan, geneest hij, brengt hij orakels naar voren, voorspelt hij de toekomst en leidt hij de jacht. Oorspronkelijk zijn deze nieuwe krachten mensen, die vervolgd worden. De medicijnman en de door hem naar voren geschoven opperhoofden zullen in vele gevallen trachten dergelijke wonderdoeners te doden, want, zo zeggen zij, dit zijn bedriegers. Zij beantwoorden niet aan de stamgod, zij zijn verraders en in het gunstigste geval worden zij uitgejaagd in een wildernis, waar zij zich hetzij een nieuwe stam, hetzij de ondergang zoeken.

Wat speelt zich in die dagen in deze priesterlijke mens af? Een zoeken, een tasten, een zeker mystiek beleven. In de stam zelve is het verzet tegen de uiterlijkheid te groot geworden, en de mens die voor zichzelf denkt, meent dat zon en maan, dat de godin die vruchtbaarheid schenkt en de Heer die de wereld regeert, tezamen meer moeten zijn dan alleen maar pionnen op een schaakbord van macht en politiek, beheersers van geheimzinnige onderwerelden, demonen die het leven bedreigen.

De Sjamanen geloven in die tijd nog niet zo aan het voortbestaan van de mens en omtrent de dood doen vele vreemde verhalen de ronde, waarvan een der meest gangbare is; “Hij die faalt, hij zal door demonen worden verscheurd en opgegeten. (Na zijn dood wel te verstaan) en degene die slaagt zal rusten in het graf als een held, hij zal onaantastbaar voortbestaan, maar niet bewust zijn. Hij zal slapen. Eenmaal zal hij ontwaken.”

Deze leer vinden wij overigens ook in het vroege Jodendom weerkaatst, terwijl zij deel uitmaakt van de latere diensten bv. van Babylon en zelfs de Alexandreense filosofie rond de wisseling van heerser, dus rond Jezus’ tijd. Zij voelen aan; hier moet iets méér zijn en zo trachten zij zichzelf in te stellen. Zij concentre­ren zich op de maan, zij concentreren zich op de zon. Een tijd lang is er een cultus die tracht in de zon te staren om zo in het zien van het verblindende licht de waarheid te vinden. Maar de meesten van deze worden ziek of blind. Er worden veel fouten gemaakt in die tijden. Enkele stammen blijken sterk genoeg om hun Sjamanen te onderdrukken, terzijde te stellen. Bij anderen daarentegen heersen de opperhoofden of de Sjamanen in volle nacht en achtervolgen zij al het nieuwe, voor zover het in hun vermogen ligt. Maar de innerlijke kracht, het zoeken zelf, brengt een bewustwording. Welke bewustwording, dat zullen we zo dadelijk zien.

Ik wil eerst deze tijd vergelijken. In deze dagen is er een macht van partijen en groeperingen, die wij zeker mogen vergelijken met staatshoofden of opperhoofden, stamhoofden. In plaats van de Sjamanen zijn de vele grotere en kleinere groepen gegroeid, die ten koste van alles trachten hun gelovigen en zelfs zo mogelijk een gebied, een land, een provincie te domineren. Ook in deze dagen bestaat er bij de gelovigen wel een waar aanvaarden en een geloof, maar bij de priester, bij de prediker is heel vaak ook het gezag, het leergezag en de macht een zeer belangrijke, zo niet de belangrijkste factor. Wanneer het niet anders gaat, zien wij zelfs zeer vreemde combinaties van religies die elkaar bestreden hebben tot het laatste toe, thans samenkomen in een strijd zoals zij zeggen tegen het heersende ongeloof.

De strijd om de macht, die wij in het verleden zagen, wordt ongeveer gelijk weerspiegeld. De verplaatsing van mensen, het zoeken naar nieuwe machtsverhoudingen, dat ik u uit het verleden schetste, bestaat ook in deze dagen. Enigszins anders, dat is waar, maar de opmars van de z.g. onontwikkelde en onbeschaafde volkeren toont aan dat ook vandaag een nieuw evenwicht op de wereld wordt gezocht. In de plaats van de vele persoonlijke godheidjes begint in vele mensen de gedachte aan een Kosmische God te leven. In de plaats van de vele geheimzinnige groeperingen, die eens de macht in handen hadden, in de plaats ook van de vele belangengemeenschappen, die thans nog de macht in handen hebben, komt meer en meer de behoefte om een grotere vrijheid, groter inzicht en grotere zekerheid te gewinnen, die niet gebaseerd is op slaven, ketenen en banden, geweld en gezag, maar die voortkomt uit een samenwerking en een samenleving zonder meer.

Zoals in het verleden vele mensen droomden en werden tot priesters, zich verzettend tegen het officieel godsdienstig regime en het gezag, zo zien wij in deze dagen vele verschillende wijzen genezers en wonderdoeners. Tegen elk gezag van de kerk in, zien wij bepaalde predikanten en dominees genezingsdiensten houden. Tegen elk nuchter gezag en denken van de mensheid in, spreken op de wereld mediums en profeten, worden esoterische godsdiensten en gedachtegangen sterker en sterker uitgedragen. De parallel is wel degelijk aanwezig en ook hier is de vraag; Wrat zal de mens beroeren die zoekt naar een oplossing voor alle tegenstrijdigheid? Wat zal de mens beroeren die als nieuwe, priesterlijke mens zoekt in een zichzelf confronteren met de Godheid, de levende krachten daarvan een nieuwe weg wijzend?

Het verleden geeft ons als antwoord: Zij zullen vervolgd en uitgestoten worden. Deze tijd, die beschaafder is, zal ongetwijfeld beschaafder wapens gebruiken, maar de situatie zal gelijk zijn.

Ik meen hiermee een voldoende parallel te hebben aangetoond en zou nu die priesterlijke mens willen ontleden. In de eerste plaats moet er een grote ontevredenheid zijn. Een ontevredenheid met een reeks van leringen en uitleggingen, die op een of andere wijze het “ik” niet beroeren, die het “ik” a.h.w. enigszins onaangenaam aandoen. Dat is niet alleen een kwestie van gezag, maar kan een mens zijn eigen innerlijk wezen en gevoel regeren?

Zo was het in het verleden, zo is het nu. Er waren vele wetten gesteld aan de priesters van de oudheid en er worden in deze dagen vele wetten gesteld aan de priesters van de moderne tijd. In beide gevallen regeren ze via het stamhoofd, in beide gevallen zien wij in de mens twijfel rijzen aan de wijsheid van vele van die wetten. Wij zien in de mens een zekere weerzin ontstaan tegen de gebondenheid. Wij zien bovenal in beide gevallen een verzet tegen de laksheid van anderen. Men kan zien met neerleggen bij het “laisser faire”, voelt zich stoffelijk machteloos en grijpt uit naar de geest als enig wapen. Daarmee sta je aan het begin van een weg. die vaak moeilijk en zwaar is. Een weg die vele weerstanden met zich brengt. Een weg die je voortdurend in twijfel en in strijd met jezelf zal brengen. Maar het is ook een weg die soms en onverwacht de meest wonderlijke resultaten toont.

Vanuit de twijfel komt het eerste zoeken naar vrijheid. De vrijheid zoekt men niet door nu plotseling elke wet te verwerpen, maar men zoekt naar een eigen leraar, een eigen meester, een eigen inzicht, een eigen contact met de kosmos. Was in de oudheid een meester of leraar ook vaak een profeet in de stof, in deze dagen is een groot gedeelte van de wereld aangewezen op de geestelijke meester, de geestelijke leraar. Dat wil niet zeggen dat men nu een voltooiing heeft omdat men een meester heeft gevonden, integendeel, men begint, de gesprekken die je met jezelf schijnt te voeren, de inspiraties die in je opbloeien. Een beeld waarmee je nog niet helemaal eens bent, een beeld dat door de ervaring nog steeds wordt gewraakt en toch voel je je genoopt om verder te gaan. Verder en verder zoek je naar eenheid, naar kracht, naar inzicht. Soms meen je dat je de vrijheid materieel moet zoeken en je zoekt ze te ver, meestal grijpt het lot in, zoals in het verleden, en dwingt je te beseffen dat vrijheden wel bestaan moeten, maar dat ze niet genomen moeten worden om de vrijheid zelve, maar alleen wanneer ze een doel hebben. Zo ontplooit zich in die mens een vreemd contact. Een contact dat in het begin een soort stem is. Wij weten dat er in de oudheid een periode is geweest, dat velen in zich vernamen wat men tegenwoordig de stem van de geest zou noemen. Maar dit is niet voldoende, de eigen kracht moet meer zijn. Wij zien daarna een tijdlang allerhande erediensten ontstaan en culten die door kleine groepen in het geheim worden bedreven. Ze hebben echter weinig zin, ze bieden geen werkelijk heul en in vele gevallen is hun z.g. wetenschappelijkheid, een z.g. op feiten gebaseerd zijn, uiteindelijk niets anders als een mantel voor een werkelijkheid die je met wilt beseffen. Ook hierover komt die mens heen. Hij grijpt naar alle mogelijkheden om zichzelf uit te drukken, ieder op zijn eigen wijze. Maar die mogelijkheden blijken op een gegeven ogenblik wel bevredigend voor het ik, maar niet aanvaardbaar, niet voldoende. En wanneer die mens zelf dit niet snel genoeg ontdekt, dan grijpt vreemd genoeg door een innerlijke wijziging de buitenwereld in en ontneemt hem wat teveel is, dat wat niet past.

De eerste periode is er meestal een, waarin je jezelf armer meent te weten. Een tijd, waarin je soms een zekere begaafdheid bezit, maar waarin daar tegenover staat het wegvallen van heel veel, wat je genoegen was, je vreugde was, waarin je sterkte of uitdrukkingsmogelijkheden meende te moeten vinden. Langzaam gaat het ver­der. Je komt meer alleen te staan. Er zullen ogenblikken zijn dat je meent geheel eenzaam en verlaten te zijn, maar ergens in jezelf heb je nog kracht. Nog steeds meen je die kracht aan een ander te ontlenen, nog steeds meen je dat het alleen kan wanneer anderen helpen en ingrijpen en daarom zul je vaak aarzelen en terugvallen, maar dan komen de eerste ogenblikken van bewustzijn: Ik zelf heb de band met het eeuwige. Zoals men in de oudheid zeide; Ziet, zon en maan hebben zich in mij verenigd en daarom heb ik kracht. Het kosmisch ik, geprojecteerd in het tijdelijk ik van een priesterlijk mens, is een directe macht die hij aan niemand ontleent, die bestaat krachtens zijn eenheid met het hogere. Deze periode toont ons weer veel moeilijkheden, want men zou zo graag iemand hebben om zich te beroepen en men heeft niemand. De priesterlijke mens moet zelve voor zijn God kunnen treden. Hij moet zelve de goddelijke last kunnen dragen. Zonder dit heeft hij geen betekenis, geen waarde in de wereld. En dan komt de laatste fase. De mens die dit alles heeft kunnen doorstaan, die niet is teruggevallen op bijgeloof, die niet is teruggevallen in de kleinheid van onwetendheid of een bewust verwerpen, komt tot een kennen. In de oude tijd noemde men dat de wetenschap der goden. Later zei men; magie, tovenaars. En in die oude tijd, nu meer dan 6600 jaar geleden, ontstonden binnen de tijd van één generatie plotseling duizenden tovenaars, magiërs die werkten uit eigen kracht, magiërs die geheimzinnige wetten schenen te kenen. Magiërs die, sterk zijnde, met een enkel gebaar de meest wilde demonen, opgeroepen door opgezweepte dansen van de Sjamanen, terugdreven. Magiërs bovenal die een vaak vreemde invloed hadden en wanneer de mens ten krijg trok, zoals de lemming zich in de zee wilde storten om te gaan, zo was vaak een enkel gebaar van zo’n magiër voldoende om ze te doen aarzelen en terugdeinzen en de magiër zelf wist niet hoe, maar het feit bestond. Het is een korte periode om zoveel magiërs te doen ontstaan, een periode van één generatie, in die tijd van 25 tot 30 jaar. Een heel korte tijd, maar zó kort kan die tijd niet zijn, vrienden, of hij was voldoende om in hen die daarvoor reeds rijp waren, het bewustzijn, de bewuste kracht, de bewuste openbaring te doen ontstaan. Deze korte periode was voldoende om in velen de innerlijke eenheid met het Groot Goddelijke tot stand te brengen, het was voldoende om een bijna vergeten broederschap, de witte broederschap, stoffelijke leden en voertuigen te bezorgen.

En wanneer dit in het verleden zo was, waarom zou het in deze dagen niet mogelijk zijn? Ik heb u opzettelijk meegenomen naar een ontwikkeling in het verleden, want de mens gelooft niet graag dat wonderen gebeuren in deze dagen en toch zeg ik u; die wonderen gaan gebeuren! Vreemde wonderen, onbegrijpelijke dingen. Dingen waar je misschien niet zult vechten en worstelen, maar dingen die waar zijn, reëel en echt, die voortkomen uit een Goddelijk Licht.

In deze dagen bestaan precies dezelfde spanningen. In deze tijd en in deze dagen zijn evenveel en méér mensen dan vroeger in zich aan het worstelen om waarheid. In deze dagen gaat men evenzeer de wegen van de bewuste witte eenheid; de magie, ontleend aan een eenheid met het Goddelijk Wezen, en daarnaast vertoont men evenzeer de zinledige en rituele tovenarij, waarmee men mensen tracht te verblinden. De situaties zijn gelijk. De mensen die zoeken naar waarheid, ondergaan nu reeds precies dezelfde processen. Priesters van de nieuwe tijd zoeken ook nu hongerig naar de mystieke eenheid, die ze met eens kunnen omschrijven, waarvan ze de betekenis slechts ten dele beseffen. Zo is het in deze dagen. Volkomen parallel. Een parallel, vrienden, die naar ik meen doorgevoerd zal worden tot het laatste toe, zodat, waar eens uit het ontwaken van het nieuwe priesterschap de grotere gemeenschap, het rijk inplaats van de stad dezer dagen, uit diezelfde kracht en datzelfde priesterschap de gemeenschap van een wereld of tenminste van werelddelen geboren zal worden, die evenmin meer grenzen kennen, die samenwerken voor één doel en één bereiken.

Ja meer! Ik meen dat deze nieuwe priesters, die evenals in het verleden een periode van waarheid geboren zullen doen worden en wanneer een nieuw geslacht een nieuwe toren van Babel men opnieuw bouwt, wanneer men opnieuw Sin maakt tot een afgodsbeeld en de grote Bêl van licht, probeert te maken tot een schim van schrik waarmee men anderen regeert, dan zal er weer verdeeldheid zijn.

Maar nu bereidt zich alles voor op eenheid. Deze dagen geven de nieuwe kracht, de nieuwe leidssnoer.

En met dit onderwerp heb ik dan tevens getracht een volgende spreker in te leiden. Een spreker die behoort tot onze groep en onze orde, ofschoon u hem waarschijnlijk weinig ontmoet hebt. Want u begrijpt: hier hoort meer bij. Dit is een situatietekening; het volgende is mogelijk een lering, misschien een opdracht of een nieuw begrip.

Ik voor mij neem afscheid van u en ik wens u toe dat deze morgen niet alleen een interessante, maar een morgen van innerlijk licht zal mogen zijn voor u allen. Een aangename zondag.

o-o-o-o-o

Goeden morgen, vrienden.

Deze morgen hebben wij ons voorgenomen u iets te zeggen. over het nieuwe priesterdom dat ontwaken kan in de zielen van mensen. De kern van al wat ons beweegt, al wat in ons leeft, is een goddelijke liefde, een eenheid van stof en geest en sferen, die in ons samenvloeit tot dit ene begrip; Vader, God en Kracht.

Het priester worden kan niet worden gezocht. Men kan niet zeggen; “ik kies mijzelf uit en ik wil priester zijn in deze dagen, Uw geest heeft vele, vele reizen gemaakt. Ze heeft stof gekend en sfeer, ze is haar weg gegaan. Maar op een dag als deze, in een tijd als deze, openbaart zich in hen die rijp zijn de goddelijke liefde in een overmaat van kracht. Deze liefde, die voor ons allen kenbaar is, brengt voor sommigen de éénwording van geestelijk willen en stoffelijk kennen. Zij brengt na een aarzelend zoeken het we ten om een innerlijke kracht.

Voor hen, die tot dit priesterschap geroepen zijn (want geroepen wordt men), spreek ik vooral op deze morgen. Daarnaast tot hen die, niet geroepen zijnde, begrijpen kunnen en kunnen volgen. Weet dan, dat deze dingen bovenal werkelijk zijn in u, de zekerheid die onrust en gejaagdheid voor een korte wijle doet verstommen. Indien u antwoord geeft op dit moment van rust, zo zult gij in uzelf sterk zijn boven alle mate en deze kracht zal u voortdragen door de dagen, ook wanneer ge wederom onzeker, wankel en zelfs angstig meent te zijn. Werkelijk bovenal is het gevoel van verbondenheid en eenheid, dat de mens verbindt in gedachten met mensen die lijden, met onrust en onheil dat de wereld bedreigt, hem in staat stelt een beeld te maken van vrede en licht, zichzelf beroerd voelende door een sidderende kracht, die hij niet erkent, die boven zijn vermogen is.

Wérkelijk zijn in deze dagen de dromen, waarin vijanden tot vrienden worden, werkelijk is het duister, dat u als een opake massa omgevend, plotseling wordt tot kracht en licht. Wáárheid in deze dagen, want het eerste eerste deel van de kracht is gegeven. Het eerste deel van de kracht is op de wereld geopenbaard en nu komt de tijd van de innerlijke werking.

Er zal geen verschil zijn tussen mens en geest, en geest en geest zullen elkaar ontmoeten in mens en mens, en mensen zullen samengaan en het verschil niet beseffen. Voor hen die wakker zijn, voor hen die verstaan en in zich begrijpen, voor hen die nu nog verward zijn en toch steeds hoger licht en hogere kracht voelen, komt de openbaring.

Gij die nog niet weet, nog niet beseft, weet wel dat de Goddelijke Liefde zelve slechts hen verkiest en wekt, die in staat zijn te volbrengen. De taak is zwaar en het is moeilijk vrij te worden van het vele dat je thans nog bindt. En daarom is er liefde en genade voor recht, daarom is er vrijheid en mogelijkheid voor een ieder om ten dele te ondergaan en te aanvaarden en toch nog zich af te wenden.

Maar voor hen die werkelijk licht en kracht kennen in zich en wakker zijn, komt het ogenblik van ontwaken. Ik zeg u; velen zullen in de komende jaren in zich de kracht kennen. Zij zullen weten wat kosmische liefde is. Zij zullen weten wat goddelijke kracht is, want deze dingen zullen zij in zich erkennen en uit zich openbaren. Het is de tijd van de geroepenen en dit al wordt geboren uit de liefde van de Alkracht en de grootheid van het innerlijk licht.

Laat mij u enkele feiten geven voordat ik terugkeer tot de plaats die mij is gegeven in dit bestaan. Gij zult in uzelf erkennen, zo gij geroepen wordt, de flits van licht die u een ogenblik verblindt. De stem, die ongevraagd de woorden spreekt, zal uw wezen in oproer brengen. Gij zult in uzelf kennen de kracht die u voortjaagt, terwijl ge het doel nog niet kent. En zo ge niet geroepen zijt tot de hoogste taak en toch mee moogt werken aan het licht van de nieuwe tijd, het nieuwe priesterdom, het nieuw ontwaken, zo zult ge in uzelf kennen de vrede die alle vrede te boven gaat en die in een kort ogenblik soms zorgen van jaren schijnt weg te nemen. Gij zult kennen de honger naar een antwoord, dat niemand u schijnt te kunnen geven. Gij zult in uzelf kennen het vertrouwen op waarden, die ge niet kent en die ge niet eens zult kunnen aanduiden. Indien deze dingen in u zijn, zo zal u de band gegeven worden met hen die weten, en uit het weten de bewustwording noodzakelijk om deze wereld in een nieuwe tijd te doen ingaan, gedragen door het nieuw geestelijk licht, het nieuwe mystieke weten van de tijd in eenheid met den Alvader, die alle dingen regeert en leeft in allen.

En opdat ge beseffen zult hoe waar deze dingen zijn en hoe vol van betekenis, zo geef ik u nog één teken, geen profetie, maar een teken; zo gij verlangt naar deze dingen, zo gij zoekt voor uzelf dit innerlijk licht te vinden, zo zal na driemaal zeven dagen en enen dag (5 december 1960) voor uzelf het onverwacht gebeuren een nieuw inzicht geven in waarden van stof en geest en zo gij verlangt, zult gij dit werkelijk maken en deze werkelijkheid, uw nieuw vermogen en uw nieuwe taak, kunnen erkennen.

Indien ge dat teken ontvangt en die weg gaat, dan zult ge niet meer zijn deel van de Orde Der Verdraagzamen, besef dat wel. Dan zult ge samen met ons in een groter verband werken. Dan zult ge met velen die ge kent en niet kent, de Naam weten, de ware Naam van de kracht die deze dagen regeert, die deze tijd zal maken tot een verheffing van de geest boven de stof en een bewustwording vanuit mens en geest en kunnen ingaan tot grotere waarheid. Besef wel, dit alles wordt gegeven uit de Lichtende Wil en de alomvattende Liefde van de Godheid, uit wie we zijn geboren. Aanvaard deze dingen en zoek deze dingen en erken de waarheid, die in deze dagen leeft, sterker dan ooit. Verlichten. De krachten des lichts mogen uw pad verlichten, de sterken mogen u kracht geven, het bewustzijn des Heren u vrij maken van de banden die u thans belemmeren. God zij met u.

o-o-o-o-o

Ja vrienden, een rare tijd, wanneer de hoge bazen zelf aan het woord komen. Weet u, wat het ellendige is? Ze zeggen zo ontzettend veel met zo weinig woorden, dat je denkt dat ze niks zeggen, totdat je je realiseert wat ze gezegd hebben. Een lastige situatie. Misschien mag ik het op mijn simpele manier nog eventjes dichter bij de wereld brengen.

Oh ja, ik mag niet lang aan het woord blijven, dat zal ik er ook bij vertellen. Op het ogenblik is er in de geschiedenis een knooppunt, een kritiek punt, zeggen ze. Dan kun je altijd weer zien dat dat op gezette tijden, in perioden, komt, en nu op het ogenblik is er dus een periode van laten we zeggen ongeveer 17 maanden. Die 17 maanden zijn het knooppunt voor geestelijke en ook voor stoffelijke ontwikkeling. Dat is een kritieke periode, maar in die periode is het net of de grens die bestaat tussen bepaalde geestelijke waarden en sferen en de mens, veel minder wordt. Je kunt zeggen; het is het als een grote school. We zitten allemaal netjes in de klas. Nu is het speelkwartier, we verblijven op een speelplaats en nu kunnen dus de ouderen beter helpen en degenen die het slecht menen kunnen beter pesten. Wij kunnen nu op onze manier op het ogenblik kiezen contact op te nemen of kracht te aanvaarden die anders veel moeilijker te krijgen is.

Die periode begint, geloof ik, zo over 8 of 9 dagen voor dit deel van de wereld, voor Nederland dus. Nou ja, en als het begint, dan is het natuurlijk zaak, dat je er gebruik van maakt. Vandaar dat u twee sprekers heeft gehad, die er zo het een en ander over hebben gezegd. Nu zegt de praktijk voor mij natuurlijk; het klinkt allemaal mooi en ik hoop dat het waar is, weet u wel? Hetzelfde wat je zegt als je een politicus zijn verkiezingsprogram hoort uitspreken. Dan denk je ook; ik hoop dat het waar is, maar ik zal het wel zien. Ik zou zeggen; doe het op dezelfde manier. U hebt tekens aangekondigd gekregen; nou, wacht maar rustig af of ze komen. Er zijn u krachten beloofd of bepaalde moeilijkheden. Wacht het maar af.

Het gaat er voor mij, geloof ik, helemaal niet om, dat u nu gaat zitten hunkeren om priesters van de nieuwe tijd te worden. Het gaat er doodgewoon om dat u klaar bent, om, wanneer er wat komt, het ook in ontvangst te nemen. Weet u, het is het als met de honderdduizend. Als je een lot hebt, dan kun je de hoofdprijs winnen, als je er geen hebt, krijg je zeker niks, maar als je dat lot zo hebt weggeborgen, dat het met de rest van de rommel in de kachel verbrand wordt voordat je je realiseert waar je het gelaten hebt, dan zit je er ook naast. Zo is het met deze dingen. U hebt op het ogenblik zelf weinig invloed meer op wat u precies zult zijn of worden in deze tijd. Er is een hele periode geweest dat je je moest voorbereiden, dat je voor jezelf moest zeggen; Nou ga ik er eens wat doen.

Maar met het geen vanmorgen is gezegd, kunt u wel bevatten, dat zover het betreft die priesterlijke werking, dat ontvangen van kracht, het uiten van kracht en al wat ermee samenhangt, de zaak nu eigenlijk zo’n beetje klaar is. Je moet in vroegere incarnaties een bepaald iets geweest zijn of beleefd hebben. Je moet in jezelf in dit leven tot een bepaalde instelling zijn gekomen. Je moet a.h.w. open staan voor het hogere, zonder nu direct de wereld uit het oog te verliezen. Je moet dus de juiste houding gevonden hebben op het ogenblik, anders is de kans niet groot dat je die eerste golven van kracht precies voelt. U zuil ze wel ondergaan, maar ja, niet zo intens.

Wie klaar zijn, weten dus waar ze aan toe zijn. Wanneer je binnenkort dat gekke gevoel in je krijgt, dan zul je dus voor jezelf weten; Oh, nu kan ik de priesterlijke kant uit. En dan moet je voor jezelf uitmaken of je het zelf wilt. Je bent vrij. Het is belangrijk dat er mensen konen, die in deze tijd zo’n beetje leiding kunnen geven en die eens kunnen helpen met de bovennatuurlijke kracht, waar iedereen anders tekort schiet. Ik bedoel; je wordt in zo’n geval een soort hulp voor hopeloze gevallen, vooral geestelijk, maar daarnaast waarschijnlijk ook hier en daar stoffelijk. Bereik je dat, dan is dat mooi, goed, prettig, maar je moet weten dat je daarmee ook een hele hoop moeilijkheden op je hals haalt, want dat men je zal vervolgen. En daarnaast moet je ook nog weten dat degenen, die daartoe overgaan, heel wat verder zijn gekomen. Ze mogen rustig met de Orde verder trekken, als ze zin hebben, maar meer op voet van gelijkheid met de sprekers van de Orde. Niet meer zo van; wij doceren en jullie luisteren netjes, maar eerder met het idee; Dat zullen we samen nu verder opknappen.

Dan heeft de hoge baas nog iets gezegd wat erg belangrijk is. Hij zei: Dit is een openbaring van de liefde Gods en nu is die liefde Gods, zoals u misschien weet, de Christusgeest. Met andere woorden; In de mensen, die die priesterlijke functie werkelijk volledig kunnen aanvaarden, ontwaakt de Christusgeest met alle Goddelijke Kracht en verwantschap daaraan verbonden, en met alle bezwaren, daaraan verbonden. De bezwaren zijn niet zo groot. Je zou kunnen zeggen; Nu bereidt men de komst voor. Dit is een soort stem van een roepende in de woestijn, maar die stem blijft niet roepen, want al gauw zal over de wereld klinken; “Hier is Hij, hier is de Kracht, die vrij maakt de wereld.”

En als je daar nu eens over nadenkt dan geloof ik dat we met elkaar één ding eens kunnen zijn; Het is een grootse tijd, waarin we leven! Een lastige tijd misschien, maar een grootse tijd en die komende dagen, waarin het licht en de lichtende kracht vanzelf zich gaan openbaren op die wereld, alleen maar mee te mogen maken in stof en in geest, is een van de grootste voorrechten die er bestaan.

En daarom zou ik zeggen; Denk na over wat er gezegd is. Glimlach nu reeds. Weer alle mistroostigheid uit je binnenste en zeg tegen jezelf: “Ik ben blij dat ik leven mag in deze dagen en ik hoop, dat ik delen mag in de grootse krachten, die binnen zeer korte tijd al zich gaan ontplooien op de wereld.”

En ben je niet uitgekozen, ben je niet klaar om priester te zijn, wees er niet treurig om. Per slot van rekening; dan mag je volgen. Dat is veel rustiger, want dan hebben zij de last en jij de deugd.

Als je sterk bent en je mag priester zijn, denk dan maar zo; Je hebt een hele hoop last en een hele hoop zorg, maar daarvoor krijg je ook een inzicht en een eenheid met het goddelijke, die je anders misschien in geen 5 incarnaties achter elkaar gekregen zoudt hebben.

Als ik nu in mijn handeltje zat, zoals vroeger (spreker Henri is marskramer geweest op aarde), zou ik zeggen; Jongens, dit is nu een aanbod, waar winst in zit. Wees klaar om in te kopen, wanneer de tijd er is.” Wees klaar om in dit zaakje te stappen, want op deze manier kun je voor anderen, voor jezelf en voor de Kosmische Werkelijkheid, je Kosmische Ik, het beste doen wat er te doen is; Winst maken in korte tijd.

Ja, als ik dat zo hoor, klinkt het een beetje onwaardig, het of het een handelszaakje is. Laat ik het dan zo zeggen, voordat ik meteen het slotwoord ook nog moet gaan spreken.

Wanneer je gouden licht wordt geboden, vergeet dan alle dingen.

Wanneer in je eeuwige krachten zingen, luister dan niet naar aardse muziek.

Neem wat je aan eeuwigs wordt gegeven, zelfs in de beperktheid van een stoffelijk leven en bouw daaruit een eeuwige macht en kracht, waardoor je, al wat je worden zult en bent geweest, eeuwig in werkelijkheid kunt leven.

Dat is op het ogenblik de slagzin voor vandaag.