Het noodlot

15 oktober 1974

Laat ons beginnen de zaken zo eenvoudig mogelijk op een rijtje te zetten. Wanneer iemand wordt geboren op aarde dan heeft hij al geleefd, er is al een geest. De geest die is deel van, zeg maar “superego”, een heel mooie naam die eigenlijk wil aanduiden, de totaliteit van de persoonlijkheid. Nu is het superego misschien nog het beste voor te stellen als een soort cirkel waarin bepaalde segmenten nog niet zwart of wit zijn ingevuld. Er zijn dus lege plaatsen en die plaatsen moeten getekend worden. Dat ego dat richt zich bij de incarnatie dus op één van de gapingen die bestaan in het eigen wezen of beter gezegd, in het eigen bewustzijn.

Punt 2: U wordt geboren. Het lichaam is, zoals U weet, erfelijk mede voorbestemd. Het lichaam heeft erfelijke kwaliteiten, dat lichaam werd geboren onder omstandigheden die “ikzelf” niet kan regeren. Dan is er in die geboorte verder nog de inwerking van de omgeving, van de kosmos zeg maar en dat alles tezamen betekent weer een beperking. Wanneer je dus op aarde komt ben je gericht, geestelijk, en je bent beperkt in je stoffelijke kwaliteiten.

Dan ga je opgroeien en wanneer je opgroeit, is dat in een omgeving waarin wetten bestaan, regels bestaan, gebruiken bestaan, waar men in bepaalde dingen gelooft en andere niet. Kortom, je wordt geconditioneerd, je wordt gevormd tot een mens die wederom ook in zijn denken en in zijn handelen bepaalde eenzijdigheden kent.

De mens kan wel een vrije wil hebben – die heeft hij ook werkelijk – maar die arme mens is geestelijk bestemd voor een bepaalde bereiking, een bepaalde reeks belevingen, een bepaald doel, dat is gewoon de wil van de geest. Het geheel van de levenskracht die in je schuilt, is daarop gericht.

In de tweede plaats hebben we gezegd: je bent ook nog materieel beperkt, je hebt eigenschappen. Andere eigenschappen heb je weer niet, je zou ze willen hebben.

En ten laatste hebben we nog gezegd: je leeft in een maatschappij en een omgeving die ook bepaalt wat je doet met de mogelijkheden die je hebt. En daar komt iets van noodlot om de hoek kijken. We kunnen nu wel zeggen, ja maar de geest heeft, incarnerende, zelf het lichaam gekozen en daarmee die reeks omstandigheden. Het zal waar zijn, maar die heb je niet bewust gekozen.

Nu ga je aan het streven, maar hoe streef je alsmaar? Je streeft volgens je eigen redelijke inzichten en daarbij spelen dan weer opvoeding, maatschappij, omgeving, en persoonlijke eigenschappen, een rol. Dat streven kan in overeenstemming zijn met datgene dat je geestelijke bestemming is. Dan zwem je als het ware met de stroom mee, dan gaat het je goed, dan kom je vooruit. Je kunt ook proberen om iets te bereiken wat eigenlijk voor jou zo niet bestemd is. Op dat ogenblik ga je tegen datgene wat geestelijk noodzakelijk is in. En dat betekent dat je geestelijke energie, die in je bestaat, niet voortdurend en in dezelfde kracht beschikbaar blijft. Het tegendeel, juist wanneer je die kracht nodig hebt, is het net of dat ze wegvalt. Dat schept onzekerheden en drie onzekerheden bepalen dan weer de fouten van de reacties in je omgeving.

Het is een soort noodlot. In dat noodlot staat helemaal niet geschreven: wanneer Piet of Klaas of wie dan ook, dit of dat doet, dan zal dat of dat gebeuren. Maar in de persoon zelf staat geschreven: dit is mijn gerichtheid, dit is mijn bestemming. Op het ogenblik dat ik om welke reden dan ook, die bestemming niet kan aanvaarden dat anders wil zien, dan kom ik in moeilijkheden en dan ontstaat een onzekerheid welke, bij omstandigheden waarin enig gevaar voor mislukking bestaat, mislukking bevordert.

Dan heb ik hier eigenlijk een eerste schets gegeven van datgene dat voor ons bepalend is wanneer je op aarde leeft. Je denkt dat je iets moet bereiken, maar is dat wel waar? Is datgene dat je denkt te moeten bereiken niet eerder iets dat uit je maatschappelijke omgeving en je inzicht is voortgekomen dan uit de werkelijkheid van je persoonlijkheid? Er zijn mensen die een leiding willen geven en die het uiteindelijk niet kunnen. Er zijn mensen die geen leiding willen geven en die in een positie worden gedrongen waarin ze leiding moeten geven. Dat is geen noodlot alleen maar, dat is gewoon bestemming. En die bestemming die zou je dan misschien een beetje gemakkelijker vinden wanneer je uit zou gaan van: wat ben ik zelf. En dan moet je niet tegen jezelf zeggen: wat zou het mooi zijn wanneer dit of dat waar zou zijn, want dan ga je dromen. En een groot gedeelte van die dromen is het gevolg van de indoctrinatie die je in je leven hebt ondergaan op verschillende niveaus.

Je moet je gewoon maar vragen: wat ben ik, wat kan ik vandaag. Wanneer je van dat standpunt uitgaat dan vindt je namelijk de juiste benadering tot de wereld van vandaag. Ik weet het wel er zijn mensen die nu plannen maken voor het jaar 2.000 en misschien al voor het jaar 3.000 als ze de kans krijgen. Maar met die plannen hebben ze persoonlijk niets te maken. Persoonlijk leef je vandaag, nietwaar? Je kunt niet zeggen: ik sla vandaag over, ik leef morgen wel verder. Hou dan rekening met wat je vandaag bent.

Probeer te beseffen wat op dit moment je problemen en je mogelijkheden zijn. Zeg niet dat anderen anders moeten zijn, constateer alleen wat bestaat. Wanneer je dat begint te doen namelijk, krijg je als het ware een begrip van je eigen oriëntatie op dit ogenblik. Als u zich dat voorstelt is het misschien nog veel te eenvoudig, het lijkt of het allemaal rechte lijnen zijn, maar zelfs dat is niet helemaal waar. Met het leven bestrijk je een bepaald gebied van ervaring. Dus als u het nou weer in dat segment wilt zien, dan is dat niet één rechte lijn, met de begrenzing van de cirkel, neen het is het invullen van het vakje door middel van een fijne zigzag die steeds groter uitslagen gaat vertonen. En hoe groter de uitslag, hoe groter ook de snelheid. Dan kun je ook nog zeggen: wanneer ik begin juist te leven, kom ik steeds weer in een versnelling van gebeurtenissen terecht. Die versnelling kan ik zelf niet beheersen, ik kan ze alleen volgens mijn eigen wezen ondergaan.

Ik noem dit dan: mijn bestemming, mijn noodlot of kismet: het onvermijdelijke. Het onvermijdelijke is onvermijdelijk voor mij omdat het voor mijn wezen een werkelijke behoefte is. Op het ogenblik dat ik het onvermijdelijke van mij afwerp, kom ik in een situatie te verkeren waarin ik het ene niet meer bereik en ook het andere niet meer.

Misschien zou je het  moeten uitdrukken in een soort formule: gebrek aan zelferkenning plus onzekerheid vormt krachtverlies. Dan zou je daaraan toe kunnen voegen: krachtverlies maal pretentie betekent mislukking.

Wanneer je het zo beziet, dan is het voor een mens heel erg belangrijk dat hij voortdurend weet wat voor hem belangrijk is, wat hij wil. En dat is een heel eenvoudige richtlijn: datgene wat je wil, kun je waar maken wanneer het in overeenstemming is met je geestelijke werkelijkheid. Je kunt nooit méér zijn dan geestelijk noodzakelijk is, je kunt nooit anders zijn dan je bent.

Veel mensen verspillen hun krachten door hun eigen wezen te willen veranderen. Het eindresultaat is niet een verandering van wezen maar ten hoogste een verandering van gedragingen. Dat betekent over het algemeen een hoop energieverlies, een hoop innerlijke moeilijkheden en heeft uiteindelijk weinig of geen praktisch resultaat.

Daarom moet een mens proberen zichzelf te zijn. Jezelf zijn betekent niet, toegeven aan hetgeen je leuk vindt, maar wel voortdurend erkennen wat volgens jezelf juist is en daarin heeft niemand wat in te zeggen. En dan heb ik het helemaal niet over het geweten. Geweten is uiteindelijk ook voor een groot gedeelte iets wat je door de maatschappij is aangepraat, Maar je hebt in jezelf wel degelijk een besef van juist en onjuist, van aanvaardbaar en onaanvaardbaar. En wanneer je rekening houdt met alles wat aanvaardbaar is en dan gewoon jezelf blijft maar dat doet, dan zal het geheel van je leven positief gericht zijn. Positieve gerichtheid betekent nog iets anders.

Positieve gerichtheid betekent positieve kracht. Hoe meer een mens in harmonie is met zichzelf en daaraan in de praktijk uiting geeft, zoveel te meer kracht zal hij in zich bezitten, zowel, meer materieel uitgedrukt als wilskracht en zelfs lichamelijke weerstand, zo ook geestelijke kracht en vermogen die geestelijke kracht te gebruiken. Compromissen zijn niet mogelijk. Je kunt niet zeggen, ik zal half dit en half dat doen. De fout die een mens heel vaak maakt is: hij denkt nou ja, maar ik moet rekening houden met dit en met dat, met zus en met zo, ik doe dit half en ik doe dat half: dat kan niet. Je moet voor jezelf hard genoeg durven zijn om datgene wat juist is, volledig en consequent door te voeren. En dan komen we als vanzelf op het terrein van de geestelijke krachten terecht, want dat hangt hiermee samen.

Geestelijke kracht is niets anders dan deel van de Alkracht of oerkracht. We zijn daar deel van of we het beseffen of niet. Hoe meer wij beseffen dat die kracht overal rondom ons aanwezig is, hoe sterker die kracht in ons werkzaam is.

Maar nu moeten we één ding goed begrijpen: je kunt met water geen vuur aansteken. Je kunt met kosmische kracht niet iets tot stand brengen dat niet in overeenstemming is met je werkelijke wil en wezen. Je kunt met geestelijke kracht alleen datgene doen wat helemaal strookt met wat je bent. Je kunt ook zeggen: ja, maar ik faal wel eens. Ja, U faalt, maar wat wilde u? Stel, U wil de medemens genezen. De dokter heeft hem opgegeven, dus het gaat er alleen maar om, kan ik die mens helpen of niet. Nu kom je daar en kan dat “klikken”. Het is net of er iets “snapt”. Dan zeg je: Hé, er is een relatie, ja die mens erken ik in mijzelf, ik voel dat kan. Hier heb ik het vermogen. Dan kun je die mens werkelijk en volledig genezen, ook wanneer dat medisch onwaarschijnlijk of zelfs onmogelijk is. Maar nu kom ik bij iemand en er “klikt” helemaal niets, er gebeurt niets. Maar ik heb zo’n gevoel: nou ja, ik moet die mens genezen want per slot van rekening, mijn reputatie als genezer hangt ervan af. Dat komt voor weet u. Dan gaat het niet. Alles wat er gebeurt is halfwas. Een mislukking. Waarom? Omdat hier niet de innerlijke werkelijkheid verbonden is met de werkelijkheid van die andere.

Telepathie is precies hetzelfde. Een spontaan telepathisch contact is natuurlijk goed. Een bewust telepathisch contact kan ik alleen vinden op basis van hetgeen in mijzelf bestaat en de harmonie die ik buiten mij ontdek. Ik kan dus nooit zeggen: ik zou wel eens even telepathisch gaan kijken wat die of die denkt. Ik kan hoogstens zeggen: dit is mijn gerichtheid. Welk station, welke persoonlijkheid spreekt daar op aan. En dan is er contact mogelijk, anders niet.

Dan zitten we meteen ook weer met een paar mystieke dingen. Mystiek zit er altijd een beetje bij. Wanneer ik zeg dat er kracht is, is dat natuurlijk waar, dat weten we allemaal, kracht is er. Maar hoe is ze eigenlijk? Ja, dat is nu de grote vraag. We zeggen, de kosmische kracht, voortdurend in en rond ons aanwezig, is gemeenlijk latent. Ze rust. Slechts naarmate ik in mijzelf een begrip kan vormen waarin die kracht zich kan uiten, zal ze actief worden.

Wanneer je in jezelf alleen maar gelooft, maar dat geloof is volledig diep – en “ik” drukt in het geloof zijn eigen innerlijk begrip van juistheid uit – dan doet geloof wonderen. Wanneer je kennis hebt en je geeft je volledig aan die kennis over, dan ontstaat een combinatie van die feiten waardoor je iets gaat werken, iets gaat doen dat later gezien, eigenlijk niet logisch was maar op dat ogenblik logisch leek. Want ik heb weer de totale kracht ingeschakeld en die totale kracht helpt mij resultaat te verkrijgen en als je zo iemand bent, vindt je later terug hoe je het gedaan hebt. En dat is het geheim van grote genieën vaak. Zeker, een grote ontdekking of een uitvinding is hoofdzakelijk werk, maar er is altijd het moment van inspiratie. Of dat nu een appel is die valt, of een man die ontdekt dat hij lichter is in het bad, of dat het iemand is die, een afleiding makende, ineens ziet dat er een factor ontbreekt en zo ontdekt dat er een vierde dimensie kan zijn, dat maakt geen verschil uit.

Dat is een toevalligheid, die het geheel van het verder wetenschappelijk en redelijk proces kan bepalen. Maar dat moment kan alleen ontstaan wanneer die mens op dat ogenblik met zijn probleem, zijn wezen en zijn wereld in harmonie is. Wanneer dit voor hem een eenheid vormt waarin hij probeert te beseffen.

U zult nu waarschijnlijk niet verbaasd zijn, wanneer ik u vertel dat wij dus alle kracht kunnen activeren en dat de mogelijkheid om die kracht te activeren, afhankelijk is van ons bewustzijn. Elke mens zou almachtig kunnen zijn, zij het niet zo almachtig als de Schepper zelf natuurlijk, want die staat altijd een stapje hoger, maar zou almachtig kunnen zijn wanneer zijn besef niet een begrenzing van zijn vermogen tot gebruik van de eeuwige kracht inhield.

Er zijn mensen die zijn geboren om te gehoorzamen, er zijn mensen die zijn geboren om te bevelen en er zijn mensen die geboren zijn om te doen. Het doen dat is jezelf waarmaken. Degene die doet, bereikt. Degene die beveelt, schept een illusie van bereiking. Degene die gehoorzaamt, brengt voort wat hij niet beseft.

Daarom is het belangrijk dat we besluiten wat we nou eigenlijk willen. Wanneer we spreken over een noodlot, over een kismet, over voorbestemd zijn en al die andere dingen, dan zit je met één groot conflict: de mens heeft een vrije wil en toch lijkt het of zijn wezen zou zijn vastgelegd. We kunnen daar dan het hele verhaal gaan vertellen, we hebben het al eerder in deze kring behandeld. Maar de conclusies die we moeten trekken zijn dus: de weg die in ons bestaat, is de weg van ons eigen wezen. De weg is niet iets wat we moeten aanvaarden, wat ons verder eigenlijk niet beroert. Zoals er wel mensen zijn, die zeggen: nou ja, zeg maar dat je gelooft, dan komt geloof wel. Nee, het is een kwestie van wat in mij bestaat en wat mij beroerte dat vindt zijn vorm, zijn uiting en vormt de weg van de bewustwording.

De gebondenheid bestaat nooit in feite. Je kunt dus niet zeggen o, deze mens heeft een boos karma, hij zal een auto-ongeluk krijgen, hij zal zijn hoofd stoten, hij zal een pak slaag krijgen en bovendien gaat hij in zijn leven nog viermaal failliet, tweemaal frauduleus en tweemaal normaal. Dat kun je gewoon niet zeggen, dat is niet vastgelegd. Maar je kunt wel zeggen: wanneer deze mens niet in zich iets vindt van de nederigheid die hij nodig heeft, waarvoor hij op deze aarde leeft, dan zou hij daardoor menen risico’s te mogen nemen en zo ongevallen eerder benaderen, hij zou menen dat hij intelligent genoeg is om anderen te slim af te zijn en zou disharmonisch handelen waardoor hij, achterhaald door de feiten, een nederlaag lijdt. Dat kun je wél zeggen.

Wanneer ik dit nu wil omzetten in de gehele kosmos en dat lijkt me ook wel verstandig, dan kom ik bij het superego. Dan zeg ik: een ego kan alleen deelhebben aan de totaliteit, zover als het zichzelf beseft in verband met die totaliteit. Dat is de moeilijkheid. Het is niet God die ik besef, neen het is datgene van mijzelf wat ik besef, wat ik terugvind in God. Het is niet mijn eigen leven als een alom praxis wat ik terugvind. Het is de relatie, de verbinding die ik op deze wijze heb gemaakt met andere delen van het bestaan, van het zijnde, van God. Daarom kan een groot “ik” ook zeggen: ik ben ergens bestemd. Niet bestemd door een macht buiten mij, maar door het feit dat ik in mijzelf een onvolledigheid besef.

Zodra je beseft waar de hiaten zitten bij jezelf, kun je ze opvullen. Maar het feit dat je ze gaat opvullen, betekent ook gelijktijdig, dat je dan een langere tijd bepaalde reeksen van belevingen zult zoeken, bepaalde resultaten kunt behalen en bloot staat aan het gevaar van bepaalde mislukkingen. Het blijkt allemaal gemakkelijk wanneer we dat dan afdoen met de kringloop van de ziel. U kent dat verhaal misschien wel. In het licht geboren, gaat de ziel naar de aarde door de verschillende sferen, leeft in de wereld en daalt af in de onderwereld. En vanuit de onderwereld herrijst ze tot besef van het menselijk zijn en klimt verder tot op het punt waar het goddelijk besef groter is dan het “ik” kan bevatten en in een verdoofdheid dezelfde cirkelgang weer beginnen. Ik vind het allemaal mooi. Dat is zo leuk als je ’t hebt over een incarnatiecyclus, als je duidelijk wilt maken hoe het in een incarnatie kan gaan.

Maar het is niet juist wanneer je duidelijk wilt maken hoe het een eeuwige wezen “ik”, kan gaan. Dat eeuwige wezen “ik” bestaat niet in tijd, dat bestaat niet in gebeuren. Het gebeuren is voor dat ego iets dat in het “ik” bestaat door de wijze waarop het bewustzijn functioneert. Alles is gefixeerd, alle mogelijkheden zijn gefixeerd, dit heeft zijn vaste plaats, het heeft zijn vaste betekenis, het heeft zijn vaste inhoud. Maar op het ogenblik dat dit ego wil proberen, – dat is een belangrijk punt, – wil proberen, een erkend hiaat op te vullen, richt het zich op de krachten die in het”ik” potentieel aanwezig zijn en die buiten geuit bestaan een nieuwe harmonische benadering tot de totaliteit vindt.

Nu zou je dat misschien, waar het het mystieke betreft, moeten uitdrukken in een meer meditatieve vorm. Je kunt dat niet zo één, twee, drie helemaal zinnig en redelijk gaan voordragen, daar behoort meer bij. Ik zou het zo willen uitdrukken: Ik ben, mijn zijn, mijn existentie is de basis van mijn leven. Ik leef omdat ik ervaar, maar mijn ervaring is gebonden aan datgene wat ik ben. Ik kan niet anders zijn dan ik ben, maar ik kan meer bewust zijn wat ik ben. Ik kan niet méér kracht verkrijgen dan reeds de mijne is, maar ik kan me bewust worden van de kracht die de mijne is. En ik kan die kracht leren gebruiken en richten, zodat ze de mijne is als werktuig in alle verbindingen die ik maak met geestelijke en stoffelijke: werelden.

Ik leef en ik bestem mijn eigen lot. Maar ik besef niet hoezeer ik mijn eigen lot bepaal door datgene wat voor mij noodzakelijk is. Ergens begrijp ik een deel van mijzelf niet en daaruit ontstaat voor mij een noodlot waaraan ik mezelf gebonden acht, ofschoon het in wezen slechts een verwerkelijking is van datgene wat in mij bestaat. Ik zou mislukken, niet in werkelijke zin maar alleen in menselijke zin. Ik zou tekortschieten, zeker, in de normen van een bepaalde wereld – geestelijke sfeer en stoffelijke wereld – kan dat waar zijn, maar ik kan niet tekortschieten tegenover mijzelf. Tenzij ik ontken wat ik zelf ben!

Wanneer ik de wereld verwerp, verwerp ik mijzelf, want ik heb mijzelf zo in de wereld geplaatst als ik ze nu ken. Wanneer ik de wereld verwerp, verwerp ik de kracht waaruit ik voortkom want daarin is deze mogelijkheid als deel van mijn bestaan gefixeerd.

Ik moet mijzelf zijn, of ik wil of niet. En alle ontkenning van wat ik ben, kan mij niet helpen. Ik kan streven om anders te zijn, maar ik zal het nooit werkelijk bereiken.

Ik kan mijzelf zijn en ik kan het doen in een ontkenning van het licht waaruit alles voortkomt of ik kan het doen in een aanvaarding van het licht waaruit alles voortkomt.

Deze keuze heb ik. Een keuze wederom van mijn besef. Wanneer ik tot u zeg dat u alle kracht hebt, dan is dat waar. Wanneer ik zeg dat de meesten van u niet beseffen hoe deze kracht werkt, dan is dat eveneens waar. Wanneer ik zeg dat de meesten van U die kracht niet beseffen omdat ze die kracht zoeken op een wijze waarop ze voor hen niet bestaat, dan is dat waar. Maar alleen zolang u u bindt aan denkbeelden en niet aan die innerlijke wijsheid en waarheid die u zegt: deze weg moet ik gaan. ’t Is vaak moeilijk om de juiste weg te gaan. De juiste weg, die kan voeren naar een Calvarie, naar Getsemaneh. De juiste weg kan je ver wegvoeren in de woestijn van de eenzaamheid, van schijnbare doelloosheid en nutteloosheid van bestaan.

Maar er zijn mensen geweest op aarde, die dergelijke avonturen hebben aanvaard en een nieuwe wereld hebben gevonden: Columbus ontdekte een nieuwe wereld ook wanneer ze die genoemd hebben naar Amerigo Vespucci, de cartograaf. Er zijn mensen geweest die zijn uitgetrokken door de Sahara en daar al die sagensteden gevonden hebben en de werkelijkheid ervan. Er zijn mensen die getrokken zijn door de dalen van de Karakums en daarin soms de wonderen hebben gevonden van geestelijke kracht, soms de grootheid van de natuur en de natuurlijke kracht en mogelijk zelfs, het besef van hun eigen kleinheid die alleen gecompenseerd kan worden door eigen besef van al wat bestaat. Het lijkt vaak een riskant avontuur, het leven.

Maar ik bén kracht. Gods kracht is mijn kracht. Het totaal van de levende werking en invloed is deel van mij, ook nu, wanneer ik leef in een geestelijke wereld, of zoals u, in een stoffelijk bestaan. Er is geen beperking aan die kracht gesteld dan de beperking die ikzelf maak. Ik moet mij niet laten verleiden om in uiterlijke vormen te zoeken wat alleen innerlijk waar mag zijn. Ik kan de rite niet stellen als vervanging van de beleving. Ik kan haar slechts gebruiken als uitdrukking van de beleving. Ik kan de wetenschap niet gebruiken als een middel om aan mijn innerlijk leven, mijn gevoelswereld te ontkomen. Ik kan haar slechts gebruiken als een middel om haar juister uit te drukken. Als ik dat leer en dat doe, dan is het kracht.

En kracht is niet alleen maar energie. Kracht is besef. Kracht is de wet van alle rustende vormen die geactiveerd kan worden en daardoor kan zien en kan doen zien wat voor een mens niet kenbaar is, wat voor een geest geheim blijft.

Het noodlot is de beproeving van de inwijding. En inwijding kun je alleen bereiken wanneer je niet slechts de sleutels kent maar ze ook gebruikt!

Het Egyptische dodenboek omvat een omschrijving van alle magische sleutels die je nodig hebt om de verschillende wachters in de portalen, op de trappen en aan de poorten, te overwinnen. Magische formules, geen formules van wat er menselijk gebeurd is, formules van een goddelijke waarde. Dat is de sleutel die het dodenboek inhoudt. Niet, dat je binnen kunt gaan tot de hof der rechteren en verder, tot achter de hallen der herinneringen in het land der eeuwigen. Maar dat je het innerlijk besef kunt gebruiken om alle wachters op je weg te overwinnen. Dat is de sleutel van het dodenboek. Ik geef het juiste antwoord. En zelfs in de laatste beproeving, wanneer het hart wordt gewogen, dan is er een vreemd symbool in de gebruiken van de Egyptenaren, het hart wordt uit het lichaam verwijderd, in de plaats daarvan een scarabee, afbeelding van de mestkever, gebracht waarop ongeveer staat gegraveerd: indien men mijn hart vraagt, antwoordt gij. Maar wat is die mestkever? Die mestkever is het Egyptisch begrip van het spontane leven. Men meende dat deze dieren zonder kenbare dierlijke voortplanting of oorsprong uit de mest tevoorschijn kwamen. Ze waren het symbool van het zich steeds vernieuwende leven.

Het hart van een mens is vol van illusies, maar de eeuwigheid van een mens kent het juiste antwoord op alle dingen. Dit is de sleutel van de inwijding, gebruik de eeuwige kracht in jezelf. Gebruik die kracht in de harmonie die voor jezelf mogelijk is. Wanneer die harmonie in je bestaat, wanneer die kracht in je beseft wordt, dan heb je het middel om alle hinderpalen uit de weg te ruimen. Dan heb je de mogelijkheid om alle grenzen tussen werelden te verbreken. Dan heb je de mogelijkheid je bestemming te zien en je verlossing te ervaren.

Mooie woorden! Maar ze zijn niet onjuist hoor! Het is niet alleen een spelletje. Het is niet alleen een komedie. Het is waar! Het is een waarheid die is gelegen in datgene wat een mens noodlot noemt. De waarheid van wat je bent! Wanneer je een mislukkeling bent, dan kun je alleen slagen door je mislukking te aanvaarden. Wanneer je een mens bent van hartstochten, dan kun je die hartstochten alleen sublimeren door hun bestaan te aanvaarden. Daar kom je niet omheen, je komt niet om de werkelijkheid van je eigen wezen heen. Je kunt zelfs niet met alle moeite de conditionering alleen tenietdoen die de maatschappij je in je eigen opvoeding en vorming heeft opgelegd. Onverschillig of dat nu de kreet is om vrijheid die reëel niet kan bestaan, of de dociele aanvaarding van het hogere gezag, dat al een even grote dwaasheid is. Wat de wereld predikt, is niet helemaal juist. Maar u wordt geconditioneerd om zo te denken.

En daarom moet u zich afvragen: hoe ben ik zelf? En dan aanvaarden dat u door gewoonten geleefd kunt worden. Dat er dingen zijn waar je niet doorheen kunt breken in materieel of zelfs maar mentaal opzicht. Dat er gewoonten zijn waaraan je lichaam gewend is en waaraan je je niet helemaal meer kunt ontworstelen. Aanvaardt dat feit! En vraag je dan af: wat ben ikzelf? Wat is er in mij aan licht. Dit ben ik op dit ogenblik, hoe zie ik mijn wereld, mijn band met die wereld. En maak dit eens waar, we zullen eens zien wat er voor wonderen gebeuren. Een mens wil zich graag zien als een engel in spe. Nou, als dat de engelen van de hemel waren, is de hemel ook maar een eigenaardige buurt. De mens is geen engel in spe. Een mens is een levende kracht Gods, anders dan een engel. Het klinkt een beetje vreemd als je hier met bijbeltermen gaat schermen, maar wanneer je zo hoort over de val van Lucifer, dan wordt het wel duidelijk dat zijn protest is, dat de mens dichter bij God zal kunnen komen dan de hoge prinsen van licht en macht in de hemel.

Dan is dat allemaal wel symbolisch, ik weet het, maar, de mens is méér dan al het geschapene in geestelijk opzicht. En dan is dat “mens” niet de: kwestie van “vorm”. Er bestaan in de kosmos menselijke wezens genoeg, van allerhande vormen. Sommige zult u dieren noemen of planten of zelfs kristallen, ze zijn er. Maar het is hun denken, hun bewustzijn, hun mogelijkheid een kosmisch “ik” te realiseren en daarmee één te worden, dat de mens maakt. Mensen zijn méér dan engelen! Misschien heeft men er nooit over gedacht zo. Wij zijn meer dan een droom van hoogheid. Wij zijn meer dan alleen maar een soort logische consequentie van een steeds verdere specialisering van allerhande organen of van geestelijke waarden.

Wij zijn “bewust” leven, maar leven met een bewustzijn dat het Goddelijke zelf onmiddellijk kan omvatten. En het is die relatie tussen God en mens, tussen kosmische oerkracht en ego, waaruit de mens een soort resultante is, waardoor alles wat we zijn, bepaald wordt.

Daarom kiezen wij een noodlot waarover wij ons later beklagen. Daarom scheppen we voor onszelf problemen die we denken niet aan te kunnen. Daarom kiezen we wegen die we later verafschuwen. Zolang we maar trouw blijven aan ons zelf, is dat allemaal niet erg. Wanneer we trouw zijn aan onszelf en aan die innerlijke kracht, dan hebben we daarmee een mogelijkheid gevonden, niet om de uiterlijke omstandigheden te overwinnen let wel, maar om onze eigen disharmonie daarmee te overwinnen. Dan wordt datgene dat onze vijand was, vriend.

Van een wijze staat geschreven dat hij rustte naast de slang. Dat hij wandelde met de tijger en dat de herten hem gezelschap hielden. Misschien drukt dat het beste uit wat ik zeggen wil: voor een normaal mens is een hert begeerlijk, een tijger iets wat je vreest en moet jagen en een slang een giftige kruiper waarvoor je angstig moet zijn, waarvoor je moet rennen. Dat is alleen waar wanneer je het zo ziet. Wanneer je het anders ziet, veranderen de verhoudingen. De feiten veranderen niet: de slang blijft giftig, de tijger blijft een jager, een prooieneter. Het hert blijft een herkauwer met alle eigenschappen van dien, goeie en kwade. Maar de relatie tot de mens is veranderd.

Nu kun je zeggen: ja, dat is het noodlot van die mens om dit te ervaren. Dan zeg ik: Nee, het was het noodlot van die mens, in een situatie te komen waarin hij zich dit kon realiseren. Dat is waar! Dat is zijn bestemming uit het grote “ik”. Maar het is niet waar dat dat andere noodlot of kismet was, onveranderlijk. En vele mensen die nu zeggen: ik wilde dat ik dat was of kon, kunnen het, wanneer zij eerst maar komen tot de aanvaarding van de wereld buiten hen als deel van een goddelijk geheel waarin ze ook zelf als gelijkwaardige functie bestaan. Geestelijk gezien is het scheppen van een steeds verder gaande differentiatie, de ondergang van de mens als geest. Stoffelijk gezien zal het noodzakelijk zijn. We moeten begrijpen dat datgene wat stoffelijk noodzakelijk is, niet ook gelijktijdig geestelijk volledig waar behoeft te zijn. Wat je stoffelijk bent is werktuig van wat je geestelijk bent. En wanneer je dat hebt kunnen begrijpen en hebt willen aanvaarden in dit betoog, dan meen ik dat ik het onderwerp hiermee wel kan afsluiten.