Het onverwachte

uit de cursus ‘De wet achter het mirakel‘  (hoofdstuk 5 ) – februari 1978

Het onverwachte

Een mirakel kan gebeuren zonder dat iemand het opmerkt. Er gebeuren voortdurend wonderen maar de meeste mensen gaan eraan voorbij of ze vinden daarvoor een aardige verklaring. Laat mij proberen u duidelijk te maken wanneer het effect ‘dit is een wonder’ optreedt.

Stelt u zich een mime (gebarenspel) voor. Twee mensen doen alsof ze een glasplaat dragen. Een derde komt aan en loopt daar doorheen. Iedereen vindt dat heel gewoon want niemand gelooft echt dat zij die glasplaat hebben. Nu hetzelfde effect: de eerste loopt erdoorheen. Er komt een tweede aan en die wil haastig hetzelfde doen en opeens is daar een glasplaat en die valt in gruizelementen. Een wonder! Hoe hebben ze dat gedaan? Daar heeft u de essentie van het mirakel: het is het onverwachte.

Er zijn heel wat mirakelen gebeurd die helemaal geen mirakelen waren en die groot opzien hebben gebaard. Er is in Zuid-Amerika een beeld van de H. Maagd geweest dat plotseling begon te bloeden. Ze heette al heel snel ‘De Moeder met het bloedende Hart’. Dat wonder was zo groot dat de gelovigen in grote processies aan kwamen lopen. Helaas voor hen was er een jonge priester die dat wonder eens van nabij wilde bekijken. Hij klom op het beeld en wat bleek? Toen dat beeld werd gerestaureerd met de rest van de kerk had een arbeider daar een kruik met landwijn vergeten. Die kruik was door onbekende oorzaak kapot gegaan. Zo droop er voortdurend wijn in het gipsen beeld, volgde de weg van de minste weerstand en kwam ongeveer bij het hart naar buiten dat, omdat er nu eenmaal rode verf voor nodig was, met een andere niet waterbestendige verfsoort was geverfd. Hierdoor bloedde haar hart. U zult zeggen wat heeft dat te maken met de wetten achter het mirakel?

Wel, als we niet begrijpen wat het mirakel kan zijn, dan zullen we ook niet in staat zijn er zelf één te produceren, zo vreemd als het moge klinken. We kunnen rekening houden met alle invloeden die er zijn. We kunnen zelfs de kosmische stromingen aanvoelen en precies hanteren en nog is hetgeen wij tot stand brengen geen mirakel.

Wat is daarvoor nodig? In de eerste plaats een situatie die bekend is. In de tweede plaats een verschijnsel dat afwijkt van alles wat bekend is binnen de bekende situatie. In de derde plaats het vermogen om je te concentreren en van de schoktoestand gebruik te maken.

Die H. Maagd met het bloedende hart had, voordat die stomme kapelaan achter de oorzaak kwam en het ook nog hardop zei, al een aardig aantal mensen genezen, o.m. van reumatiek, van een opkomende blindheid en nog zo wat. Het vreemde is dat de mensen daarover niet hebben gesproken. Ze spraken niet over de wonderen die er gebeurd waren toen eenmaal het hoofdmirakel, dat helemaal niet bovennatuurlijk was, ontmaskerd was. Het is duidelijk. Elke mens die in een situatie komt waarin het ongelooflijke, het niet-redelijke waar schijnt, is geneigd om verdere niet-redelijke dingen als waar te aanvaarden. Dit is een wet die voor mensen in het bijzonder geldt. Wanneer de mens eenmaal afwijkt van de rede, zal hij geneigd zijn om verder niet-redelijke conclusies te trekken. Het resultaat is dat hij handelt alsof deze niet-rationele gegevens werkelijkheid zouden zijn. Dit heeft betrekking op zijn geestelijke toestand, zijn uitstraling en zijn lichamelijke processen.

Als je een mens wilt genezen, dat is een van de meest voorkomende dingen die je paranormaal probeert te doen, dan ga je dat netjes opbouwen. Je maakt het heel plechtig en zegt: beseft u dat de Geest u kan genezen? Of: gelooft u in God? Gelooft u dat Jezus u kan genezen? Maar dat is altijd nog ergens binnen het verwachtingspatroon. Het betekent dat, zo je al krachten kunt overdragen, als je een verandering van mentaliteit bij de patiënt tot stand kunt brengen, dit maar een heel beperkt gebeuren is. Maar als die patiënt denkt verlamd te zijn en je laat hem lopen, al is het nog zo strompelend en al zijn het maar drie stappen, dan garandeer ik dat die patiënt plotseling denkt: ik kán lopen. Vanaf dat ogenblik is hij bereid elke kracht en elke impuls te gebruiken die hem helpt om beter te lopen. Dan kun je dus verschijnselen veroorzaken die ver afwijken van de norm.

Een groot gedeelte van de wonderen van de oudheid hebben niets te maken met illusionisme of hypnotisme. De bekendste verhalen daarover zijn die van de z.g. visites van de Egyptische goden. Het kwam daar voor dat soms een god helemaal van de Boven-Nijl kwam, misschien van Thebe, om aan de kust op bezoek te gaan bij andere goden. Dat gebeurde dan altijd in een grote optocht. De god werd statig gedragen. Er waren voertuigen bij of een soort sleden die gedragen werden. Daaromheen liepen priesters. En iedereen zag daar dan inderdaad allerlei lichtverschijnselen, allerlei wonderlijke gestalten opdoemen en weer verdwijnen. Wat was het doel daarvan?

Wanneer de mens met het bovennatuurlijk wordt geconfronteerd, op welke wijze dan ook, zal hij onder de invloed zijn van datgene wat hij als de oorzaak ervan beschouwt. En dat betekent weer dat hij, of er een werkelijke oorzaak is of niet, zichzelf gebonden acht, hetzij door vrees, hetzij door behoefte, aan dat punt waaruit de verschijnselen schijnbaar voortkomen. De priesters wisten dat heel goed en ze maakten daarvan gebruik.

Een ander voorbeeld zijn de inwijdingssystemen zoals die een tijdlang zijn gebruikt in Griekenland. Hier waren verschillende tempels, o.a. van de zeegod Poseidon. Daar ging je dan beladen met symbolen naar beneden. Je kwam met je mandje met rommel terecht in allerlei vreemde gangen in duisternis. Je moest door vuur heen gaan e.d. Het was niet echt gevaarlijk. Er was wel dit bij: het labyrint was schijnbaar leeg maar er waren altijd priesters. En als je niet het juiste symbool gebruikte op het juiste ogenblik, dan verschoven ze het bakje met vuur een beetje en dan brandde je je vingers. Of ze zorgden ervoor dat je in het duister ineens een tik kreeg van een onzichtbare stok. En aangezien ze bezig waren een zak met bladeren te verslepen, dacht je dan dat je door een slang was gebeten etc. etc.

Waar ging het hier om? Weer om de belangrijkheid der symbolen, hun werkelijke betekenis, vast te leggen in degenen die de inwijding doormaakten. Je kunt zeggen: dat is bedrog. Zeker. In beide gevallen bedrog. Maar in beide gevallen gebeurde er wel iets eigenaardigs.

Door het geloof aan de god waren de mensen niet alleen meer bereid om te betalen, gehoorzaam te zijn, maar ze werden er ook beter van. Wanneer ze baden tot die goden, dan veranderde er iets in hun bewustzijn. Ze vonden opeens een oplossing voor hun problemen. Degene die de inwijding had ondergaan, herinnerde zich de Symbolen. Hij herhaalde het Symbool en daardoor ontstond er plotseling een nieuwe toestand want hij was geconditioneerd. Indien het Symbool niet juist werd gebruikt, dan was er ellende. Maar als je het juist gebruikte, dan kon je door vuur gaan, door de lucht wandelen bij wijze van spreken en kon je elke tegenslag overwinnen. En omdat hij het geloofde, deed hij dat.

We zouden zelfs nog een beetje verder kunnen gaan dan dat, ofschoon sommige mensen dat minder prettig zullen vinden. Daar is het Avondmaal of de Communie, het gebruiken van brood en wijn waarbij men in bepaalde godsdiensten zegt: dit is het lichaam en het bloed van Jezus. In andere gevallen zegt men: wij doen dit ter gedachtenis. Maar in al die gevallen is het gewijd. Het wonderlijke is dat de mensen die eraan deelnemen, daardoor inderdaad een emotie ondergaan. U moet niet denken dat de Communie voor de katholieken alleen maar een komedie is met een ouweltje. Als ze werkelijk geloven, dan gebeurt er iets in hen. Hun gevoelsleven wordt a.h.w. veranderd.

 Ze krijgen misschien een gevoel van vrijheid, een beter begrip voor wat ze wel en niet kunnen doen. Er gebeuren dus wel degelijk wonderen, ook al is de oorzaak daarvan gewoon ouweltjes door kloosterzusters gebakken of misschien een stukje brood onder plechtig geprevel afgebroken van een groot brood dat daarna werd doorgegeven in naam van Jezus Christus. Elk object, dat op welke wijze dan ook een diepe religieuze of emotionele betekenis voor de mens heeft, kan worden gebruikt om hem te beïnvloeden en daardoor zijn ervaring van de werkelijkheid zowel als van zichzelf te veranderen. Wat ligt er dus ook achter het mirakel? De wet achter het mirakel is een zuiver psychologische factor. Het is de menselijke reactie op zaken die in een ander dan een redelijk verband door hem geplaatst worden. Dit heb je toch wel nodig, meen ik, als je op aarde je bezighoudt met al die zaken.

Er zijn voldoende krachten en invloeden kenbaar waarvan men zegt: die kunnen misschien demonisch zijn, ze kunnen ook van goddelijke aard zijn, of het is een welwillende geest. Al die verschijnselen moeten verklaard kunnen worden. Het mirakel is alleen een toepassing van wetten die als zodanig of in samenhang de mensen niet bekend zijn. Nu stel ik het volgende: er zijn verschillende werelden. Tussen alle werelden waarin bewustzijn bestaat op verschillend niveau, is er een wisselwerking. Die wisselwerking is het sterkst tussen geestelijke werelden en de stoffelijke wereld waartoe ze zich kunnen richten of waaruit ze stammen. Maar ook voor de stoffelijke werelden onderling bestaat dit en ook voor geestelijke werelden onderling zal dit altijd het geval zijn. Deze band is volkomen natuurlijk. Ze werkt o.a. ook op basis van evenwicht. Een regel, die u misschien ook al bent vergeten, maar die u toch moet onthouden is deze.

Naarmate de sfeer hoger is, zal de energie die van daaruit naar de aarde wordt overgebracht, een intensere werking krijgen omdat bij een verlaging van trillingsgetal, welke voor die manifestatie nodig is, gelijktijdig een vergroting van potentie optreedt.

Er zijn dus contacten. Maar een dergelijk contact is voor de mens alleen aanvaardbaar indien hij de juiste instelling heeft waardoor de werking van de kracht wordt bepaald. Een mens, die goddelijke kracht ontvangt en denkt in een spookhuis te zijn en door demonen achtervolgd te worden, kan sterven van schrik door dezelfde kracht die hem wellicht zou kunnen helpen om, indien hij anders was ingesteld, nieuw bewust verder te gaan. Een mens met schuldbewustzijn kan in een hel verkeren en demonen rond zich zien die voor anderen engelen zijn omdat hij op een andere wijze dit contact met de geestelijke werelden ervaart. Het is voor ons dus erg belangrijk dat we de juiste instelling vinden en dat we die gebruiken.

Nu zijn er heel veel technieken – enkele daarvan hebben we de vorige keer behandeld – waardoor men in staat is om op de juiste momenten de juiste procedure toe te passen. Er zijn enkele algemene regels te geven waardoor de juiste instelling gemakkelijker gebruikt wordt en bovendien op den duur bijna automatisch wordt geassocieerd met alle werken met geestelijke krachten, al het werken met verschijnselen die op zichzelf niet-redelijk schijnen te zijn. Die regels zou ik u als volgt willen voorleggen:

  1. Er kan niets bestaan dat geen positieve waarde bezit. Het is zinloos te vrezen voor datgene waaraan u zich toch niet kunt onttrekken of waarmee u toch wordt geconfronteerd. Zoek daarom naar het positieve daar. Door in uw wereld zo positief mogelijk ingesteld te zijn, krijgt u grotere mogelijkheden tot bereiking en zult u tevens leren om elke kracht te aanvaarden op een zodanige manier dat ze door u werkzaam wordt. Door u, en dan is het misschien niet eens een echte kracht maar een verandering in uw instelling waardoor u krachten uit de omgeving gemakkelijker kunt opnemen en daardoor ook gemakkelijker en gerichter kunt uitstralen.
  2. Om werkelijke contacten te ervaren, is ontspanning noodzakelijk. Alle contacten die in spanning tot stand komen, betekenen in de eerste plaats een belemmering van de vrijheid van denken en van reactie en zullen in de 2e plaats ofwel zeer fragmentarisch zijn, dan wel – dat komt meer voor – deels uit het eigen onderbewustzijn stammen of door het onderbewustzijn worden aangevuld. Ontspanning is noodzakelijk om dit te voorkomen. Ontspan u als volgt: zorg dat u zich zo prettig mogelijk voelt als maar denkbaar is onder de omstandigheden. Zorg dat u rustig bent. Probeer uw ademhaling rustig en gelijkmatig te doen zijn. Probeer te denken aan iets wat vreugde geeft of wat plezierig is en blijf u daarop concentreren. Het is niet belangrijk welke voorstelling u daarvoor kiest, wel dat ze door u positief en vreugdig wordt ervaren. Probeer zoveel mogelijk in die gelijkmatige ontspanning weg te doezelen, terwijl dat beeld u nog voor ogen staat. Als u zover bent weggedoezeld dat u het beeld zelf niet meer kunt opwekken, ontstaat daardoor de mogelijkheid dat het wordt vervangen door voorstellingen die niet uit uzelf komen, dat in u zich processen gaan afspelen die kunnen lopen van een voelen van een zeker licht tot het werkelijk ervaren van lichamelijke prikkelingen etc. U zult als gevolg daarvan meer energieën kunnen opnemen, beter kunnen opladen en bovenal, wanneer u zich bezighoudt met een bepaald probleem of een bepaald aspect van uw leven, in die ontspanning een juistere benadering kunnen vinden.
  3. Indien ik mij instel op één bepaalde kracht, dan kan dat alleen op het ogenblik dat die kracht werkelijk aanwezig is. Ik kan dus alleen bewust en op van tevoren gekozen ogenblikken deze oefeningen doen, als het mij gaat om het contact met zeer specifieke krachten en om het ervaren van zeer specifieke mogelijkheden of het bereiken van zeer bepaalde resultaten. Om dit te kunnen doen moet u het volgende onthouden: de z.g. geestelijk-kosmische stralingen kunt u allen wel een beetje aanvoelen. Het is helemaal niet zo moeilijk als het lijkt. Uw gevoel van vitaliteit, uw behoefte om plotseling meer te doen dan anders wijst op een rode invloed. Uw vermogen om opeens nadenkend de diepere zin van de dingen te zien, wijst op een blauwe invloed. Het gevoel van zonnigheid, van welbehagen, ook als buiten daarvoor geen oorzaak is, wijst zonder meer op het aanwezig zijn van de z.g. gouden of gele straling. Zeer felle tegenstellingen die door u bijzonder scherp worden ervaren, wijzen op wit licht. U kunt dus rustig, aan de hand van uw eigen ervaringen, al een beetje zien welke invloeden er op u inwerken. Maar u kunt verder gaan dan dat. Wanneer u ontdekt dat uw voorkeur voor een kleur, voor de symbolen die u kiest, voor de wijze waarop u probeert te werken, kunnen worden ondergebracht in een bepaalde kleur of straal, dan heeft u bovendien uw eigen ontwikkeling. Dit is een kwestie die heel voorzichtig moet worden aangepakt. Want als je de mensen vraagt: met welke kleur ben je bezig? dan komen ze allemaal met de gouden of de witte straal aandragen, zeker als ze graag belangrijk willen zijn. Dat is natuurlijk niet juist. Als je zegt: voor mij zijn bepaalde vitaliteitskwesties heel belangrijk: rode invloed, rode straal. Zeg je: ik voel mij eigenlijk alleen maar tot de stoffelijke aspecten aangetrokken: negatief rode straal. Zeg je: ik voel me soms helemaal aan de werkelijkheid ontrukt, ik zie alleen maar dromen die mooi of lelijk zijn, maar dromen die voor mij belangrijker zijn dan de werkelijkheid: blauwe straal plus mystieke inwerking violet. Zeg je: ik houd mij op een gegeven moment bezig met de nuchtere ontleding van de feiten en doe dat regelmatig: blauwe straal. Zeg je: ik ben steeds bezig om alles wat anderen zijn en doen, te ontleden en zoveel mogelijk te ontmaskeren en te ontwaarden: negatief blauwe straal. Nu is er over die stralen al heel wat door ons gezegd. Ik neem aan dat u in staat bent die stralen zonder meer na te gaan.
  4. Werk bij voorkeur altijd met de krachten en de mogelijkheden die behoren tot uw eigen straal. Als u ontdekt dat buiten u een zeer sterke bevordering is van de toestand in u, dan kunt u ervan verzekerd zijn dat u heel veel tot stand kunt brengen. Maar de gerichtheid daarbij moet altijd positief zijn en voor wat betreft directe en miraculeuze resultaten altijd geconcentreerd zijn op één bepaalde of één bepaald object; niet drie of vier tegelijk nemen. U zult dan geen resultaten krijgen.
  5. Wilt u proberen om toch een meer algemene invloed te krijgen, richt u dan niet op uw eigen wereld. Elke concentratie moet dan worden gericht op harmonie in deze specifieke toestand met dit specifieke probleem. Bijvoorbeeld, ik wil de mensen helpen om vredelievender te zijn. Dan zijn er twee dingen die ik moet doen:
    1. mij harmonisch voelen met de mensen; zonder dat kan ik hen nooit bereiken
    2. proberen een innerlijke harmonie te ervaren met alle krachten die voor de vrede zijn.

Ik kan dan niet zeggen: ik heb vrede tot stand gebracht of bevorderd. Ik kan hoogstens zeggen: ik heb de vrede versterkt ervaren en er misschien meer over geleerd. Neveneffecten daarvan kun je niet overzien. Als u daarmee bezig bent, zult u zich waarschijnlijk ook afvragen: hoe zit het nu eigenlijk met al die kosmische wetten? Heb ik alleen maar de keus om in ‘oorzaak en gevolg’ verder te gaan? Ook daaromtrent is reeds het een en ander gezegd. Maar in verband met het mirakel en de verwondering, de verrassing die daarbij komt, mogen we stellen; aangezien elk voorwerp, elke mens, elk gebeuren vele facetten bezit en doorgaans slechts één daarvan door de mensen wordt beseft, is het mogelijk om zonder een direct ingrijpen in ‘oorzaak en gevolg’ toch een totaal andere waarde te doen erkennen. Wij veranderen niet het feit, het voorwerp of de mens, maar wij veranderen wel de beleving, de waarneming ervan. Dit kunnen we doen door een sterke concentratie. Ook door enkele suggestieve opmerkingen is het ongetwijfeld mogelijk om de mensen te laten zien wat er nog bestaat. Hierdoor zal hun reactie veranderen. Zij zullen voor hen ongelooflijke beïnvloedingen of veranderingen ondergaan en zij zullen spreken van een wonder. Het verrassingselement is bepalend. Dan komen we nu op het punt waarop we zelf willen werken met krachten; wij willen het wonder waarmaken.

In de eerste plaats: ik kan nooit iets waarmaken waarin ik eigenlijk zelf niet geloof. Ik kan mijzelf nooit overtuigen dat uiterlijk iets mogelijk is. Dat wil zeggen, het wonder wordt mogelijk door de gehele persoonlijkheid en niet door een deel ervan dat men misschien tijdelijk kan beïnvloeden. Het ‘ik’ dient in harmonie te zijn. Geest en stof zijn belangrijk. Vandaar ook de ontspanning waarover ik heb gesproken.

In de tweede plaats: als ik een poging waag, moet ik overtuigd zijn dat ik tenminste een kans heb om te slagen. Als ik dat niet onmiddellijk kan, is het misschien mogelijk om door middel van zelfsuggestie zover te komen. Wij kunnen niemand benaderen, indien we niet voldoende zelfvertrouwen hebben om die kracht tot uiting te brengen. Wij kunnen ook zeggen: wij kunnen niets veranderen in de normale gang van zaken, hoe groot de mogelijkheden ook zijn, indien we zelf die mogelijkheid niet zien als bestaand en hanteerbaar.

In de derde plaats: u moet zich realiseren dat het wonder over het algemeen niet alleen u omvat maar ook anderen. Zoals ik reeds heb gezegd, die anderen zijn meestal geneigd om het terzijde te schuiven. Als u een wonder doet en dit wordt door een ander als iets normaals geaccepteerd, dan zal een zeer groot gedeelte van de inwerking teloor gaan. Wat ik dus altijd nodig heb, is de schok, het onverwachte. Maar niet alleen het onverwachte, er moet ook nog een harmonie zijn. Die harmonie kan alleen ontstaan op grond van de uitstraling van de betrokkene of van het betrokkene, beide is mogelijk. Wanneer die harmonie bestaat, dan voelt u dit aan. Om het heel eenvoudig te zeggen: u kunt iemand niet werkelijk genezen waar u de p…. aan heeft. U kunt iemand niet werkelijk helpen als u hem eigenlijk ongeluk toewenst. Begrijpt u waar het om gaat? U voelt dat wel degelijk aan. Voor de een zegt u: ja, dat kan ik, of, dat wil ik. Voor de ander zegt u: nou, dat helpt toch niet. Begin er dan niet aan, want de harmonie is nodig omdat alleen daardoor overdracht en beïnvloeding mogelijk is.

Als ik iemand heb waar ik neutraal tegenover sta, dan moet ik die harmonie, op welke wijze dan ook, scheppen. Dat kan ik doen door een vertoning. Dat is een van de methoden van veel wonderdokters en toverdokters. Zij maken allerhande fratsen, ze dansen met maskers, ze laten de gekste dingen zien die niets te maken hebben met wat ze willen doen, maar daardoor krijgen ze toegang. Er ontstaat een gelijke gerichtheid, een gelijke belangstelling en zo een benaderingsmogelijkheid. Dit is voor hen alleen dan noodzakelijk, indien ze staan tegenover iemand met wie ze niet zonder meer rapport hebben. Bestaat dat rapport in hen als een erkende waarde, dan kunnen ze zonder meer werken. Zoals Jezus zei: deze kan ik genezen, de ander niet.

Er is een tijdje geleden een proces in Duitsland geweest tegen een jongeman, die diezelfde gave bezat en die er magisch mee werkte. Hij liep over het marktplein en genas inderdaad veel mensen, maar niet allemaal. Toen hebben degenen die hij niet heeft genezen, hem wegens bedrog aangeklaagd. Toch werkte hij volkomen logisch want hij kon alleen diegenen genezen met wie hij voldoende sympathische banden had, dus voldoende harmonie. Die mensen kon hij tot het mirakel wekken.

Een mirakel gebeurt nimmer alleen door krachten van buiten, zeker als het de mens betreft. Altijd zijn de eigen krachten en de eigen toestand daarbij betrokken. Zonder deze is geen mirakel mogelijk. Een mirakel is altijd gebaseerd op de persoon, het voorwerp, de invloed waarop de gehele kracht wordt gericht plus de energie. Waar er niet een vol­doende band bestaat, daar is geen voldoend resultaat mogelijk. Daarom moet, op welke wijze dan ook, hetzij door rituelen hetzij op andere manier, een contact tot stand worden gebracht. Naarmate dit contact verrassender is, de resultaten daarvan de persoon sterker boeien, zal de mogelijkheid om het wonder te doen groter worden. Uit dit geheel blijkt dat het onverwachte, datgene wat niet behoort tot de directe en normale gang van zaken, een heel grote rol speelt bij elk mirakel dat door anderen als zodanig kan worden erkend en eventueel beleefd. Maar het gaat verder dan dit.

Het onverwachte is voor ons vaak een sleutel waarmee wij toegang krijgen tot voor ons neutrale persoonlijkheden, toestanden, krachten en sferen. Stel u dus altijd zo in dat u, op het ogenblik dat de werking noodzakelijk is, ook onverwachte aspecten van uw eigen persoonlijkheid zowel als van de kracht waarmee u werkt, zo goed mogelijk kenbaar maakt. Waar die mogelijkheid niet of niet direct bestaat, probeer gebruik te maken van b.v. vermoeidheidsverschijnselen. Suggestie en hypnose zijn vaak ook bruikbaar.

Is ook dit heel moeilijk mogelijk, probeer dan een op zichzelf onschuldig verschijnsel aan de ander te laten zien zodat hij hierdoor wordt geboeid en zich daarover verwondert. Op grond van deze verwondering kunt u weer inschakelen.

Probeer nooit verschijnselen rationeel uit te leggen; dat kunt u hoogstens achteraf doen. Een rationele benadering van geestelijke krachten, van krachten uit de geest en wat er verder ook moge zijn, betekent op zichzelf dat hun werkzaamheid op zijn minst genomen wordt gelimiteerd en zeer waarschijnlijk wordt tenietgedaan.

Wees voordat u werkt, u redelijk bewust van hetgeen u wilt en gaat doen. Wees u daarna bewust van hetgeen u heeft gedaan en probeer redelijk te zien in hoeverre het resultaat heeft. Maar op het ogenblik dat u wilt werken met de krachten, die wonderen kunnen doen in uzelf en in anderen, moogt u niet redelijk reageren. U kunt alleen reageren vanuit de veronderstelling dat het gestelde een totale en onaantastbare waarheid is. Hoe groter uw zekerheid, des te groter de zekerheid dat het mirakel zich manifesteert. De menselijke psyche is van zo’n groot belang voor al deze zaken, dat het daarom alleen al zeer nuttig is u ook hiermee bezig te houden.

Onthoudt u verder dit: wie werkt met wonderen, wonderen probeert te beleven of waar te maken, kan niet reageren, handelen en denken vanuit de menselijke norm zoals die algemeen gangbaar is. Deze menselijke norm op zich is een beperking van mogelijkheden en een begrenzing van de werkelijkheid. Op het ogenblik dat u werkt, moet u deze werkelijkheid overschrijden of terzijde schuiven. Als u buiten de grenzen van het z.g. normale ageert, denkt en beleeft, kunt u de krachten activeren waaruit het z.g. mirakel kenbaar wordt.

Werken met de eigen straal.

Als u de neiging heeft om intense, diep geestelijke belevingen te hebben waarbij geen stoffelijke aspecten een rol spelen, dan behoort uw straal tot het aspect violet, dat overigens ondergeschikt is aan de blauwe straal.

Als u zeer scherpzinnig alles waarneemt en ontleedt, kunt u aannemen dat u zeer waarschijnlijk behoort tot de blauwe straal. Als u dit echter alleen doet om dingen te ontmaskeren, te ontmantelen, in feite om te vernietigen, dan heet het ‘blauw negatief’.

Als u een grote vitaliteit heeft en eigenlijk alles richt op de uiting en de beleving van die vitaliteit (dit in zeer algemene zin), dan spreken we van ‘rood positief’. Wanneer dit sterk aan het ‘ik’ wordt gebonden, eigenlijk een ‘egomaan beleven’ wordt waarbij alle vitaliteit alleen in relatie tot het ‘ik’ zinvol is, dan spreken we van ‘rood negatief’.

Hebben we het over het vermogen om zeer algemeen te geloven en gelijktijdig in dit, op zich, vage geloof grote kracht te vinden, dan spreken we van ‘groen positief’. Als het geloof zeer sterke vormen aanneemt en bovendien dreiging in zich schijnt te bergen, dan noemen we het ‘groen negatief’.

Als we te maken hebben met de kleur ‘geel’, dan is het rust, vrede, bezinning en levenskracht, alles tegelijk. Je hebt een zeer sterk recuperatievermogen tot zowel geestelijke als lichamelijke vermoeidheid. Als je die kracht ziet als iets wat ook voor anderen toegankelijk is, je probeert anderen te helpen, dan spreken we over ‘geel positief’. Als je probeert om die energie te gebruiken om anderen te dwingen met je mee te doen of in andere gevallen hen het werk te laten opknappen, dan spreken we van ‘geel negatief’.

‘Wit positief’ is alles waarin je tot een scherp inzicht van waarde komt.

‘Wit negatief’ is alles waarin je tot een zeer scherpe veroordeling komt zonder daarbij jezelf mede in het oordeel te betrekken.

De kleur die voor u geldt, is kenbaar aan uw belangstellingen. Een sterke belangstelling voor wetenschap en mystiek: blauw. Een grote belangstelling voor lichamelijke activiteiten van allerlei aard en voor de goede dingen des levens in de materie: rood. Grote belangstelling voor alles wat samenhangt met geloof, maar niet met beredeneerd geloof, dus zonder een bewijs op de achtergrond: groen. Een gevoel van harmonisch zijn, eigenlijk het zonnetje willen zijn voor iedereen: geel of goud. Een scherp beseffen van toestanden en waarden: wit. Dan verder, de basisvoorkeur voor kleur en voor symbolen, zeker als ze in kleuren worden uitgedrukt, is over het algemeen vergelijkbaar met de eigen kleurwaarde, de straal waartoe men behoort. U behoort tot één straal, maar u kunt in elke straal, op grond van de waarde van die straal, harmonisch zijn met andere stralen. Bijv., u kunt als wetenschapsmens van de goede dingen der aarde houden maar de wetenschap blijft de achtergrond van de benadering van het goede der aarde.

De straal waartoe men behoort blijft praktisch het hele leven bestaan, ofschoon de betekenis der dingen zich wel wijzigt, maar de benadering ervan niet.

Bioritmiek

Er is een heel oude leer die zegt dat alles kan worden uitgedrukt in samenhangende harmonische trillingen. Als ik muziek maak, dan combineer ik een aantal trillingen. Als die trillingen op de juiste wijze harmonisch zijn, krijgt de muziek een betekenis die verder gaat dan het auditieve.

Als ik bezig ben met kleuren en ik combineer kleuren en vind daarin een bepaald ritme dat u misschien uitdrukt als verhouding, dan betekent dat weer dat de werking van het geheel veel verder gaat dan de visueel leesbare voorstelling.

Zo kun je zeggen: elk mens is een wezen waarin een aantal verschillende ritmen samen­treffen. Een deel van die ritmen worden door de mens zelf veroorzaakt en zijn deel van de eigen levenscyclus. Een ander deel van die invloeden komt van buitenaf en behoort dus tot de stoffelijke en geestelijke omgeving. Op het ogenblik dat de verhouding tussen al deze invloeden goed is, ontstaat er een effect waardoor de mogelijkheden van het leven, zowel in uiting als in kracht en beleving, verre worden overtroffen.

Wij zitten hier zeer dicht bij de leerstellingen zoals die in de kring van de Pythagoreeërs gebruikelijk waren. We moeten heel goed begrijpen dat het belangrijke hierbij niet is dat er steeds een gelijkblijvende waarde is maar dat er een wisselende waarde is. Er is namelijk in het hele Al geen sprake van stilstand, geestelijk niet en stoffelijk niet. Alles is voortdurend in beweging en daardoor zal elke verandering een nieuwe harmonische mogelijkheid scheppen maar ook een harmonische aanpassing vergen.

Nu is er een wet van gelijkblijvende velden die ten aanzien van de hierbij betrokken energie zegt, dat alles in evenwicht zal blijven. Maar aangezien onze eigen gesteldheid t.a.v. die energieën eveneens zou moeten veranderen, ontstaan er tegenstellingen. Deze tegenstellingen noemen wij bioritmiek door de manier waarop ze stoffelijk kenbaar worden. Als ze te maken hebben met onze relatie met de kosmos, noemen wij ze kosmische ritmiek.

Nu is een kosmisch ritme moeilijk uit te drukken en te verklaren. Een kosmisch ritme omvat bovendien veel meer dan een enkel menselijk leven. Het hangt o.a. zelfs samen met een mogelijke reïncarnatiecyclus. In een reïncarnatiecyclus kun je n.l. stellen dat op het ogenblik dat het geheel van de ervaren krachten in overeenstemming en dus harmonisch is met het ‘ik’ in zijn aanvaarding van de totaliteit, er een optimale incarnatiemogelijkheid wordt geschapen. Dan zal er ook automatisch een afstemming zijn op deze incarnatiemogelijkheid en wordt zij als een goede keuze zonder meer verwezenlijkt. Is deze toestand niet aanwezig, dan krijgen we te maken met een meer bewust keuzeproces. Het is daar dat de fouten ontstaan. Maar dergelijke kosmische zaken houden ons vandaag minder bezig omdat we als basisonderwerp hebben: de verwondering, de verrassing, de shock en daarnaast het mirakel zoals de mens het ziet en beleeft.

Laten we dan uitgaan van bioritmiek: de ritmen die uw leven beheersen. Ze zijn bij de mensen vergelijkbaar maar niet helemaal. Elke mens heeft specifieke kwaliteiten en eigenschappen en daardoor ook een geheel eigen ritme dat van het ritme van alle andere mensen in tenminste één, vaak in meer opzichten, enigszins verschilt.

Wanneer we te maken hebben met medemensen, dan zal het duidelijk zijn dat het belangrijk is dat we elkaar op het juiste moment treffen. Het klinkt heel gek maar het is waar. Dat kan soms zelfs een kwestie zijn van een half uur, zelfs minder. Wanneer twee mensen elkaar op het juiste ogenblik ontmoeten, dan zijn ze zodanig harmonisch in hun eigen ritme dat daardoor een direct en wederkerig contact ontstaat dat meer bevat dan zuiver stoffelijke zaken. Het bevat het gehele mentale gebied. Het is een kwestie van be­grijpen, van beleven. Maar als ze nu toevallig 10 minuten vertraging hebben of één van beiden heeft 10 minuten vertraging, dan bestaat de mogelijkheid nog wel maar niet meer de harmonische mogelijkheid. Dat wil zeggen, de volledige uitwisseling waarbij het gehele mentale, het sentimentele en het geestelijke vlak mee een rol spelen, is verdwenen. Dit is een van de dingen waarmee men rekening moet houden.

Een wonder ontstaat heel vaak op het ogenblik dat er een gelijkschakeling, een harmonische mogelijkheid bestaat tussen vele mensen. Als al die mensen in hun ritme op een gegeven ogenblik op precies gelijke wijze een fase beleven, dan zullen ze daardoor ook allen gelijk reageren, ze zullen allen een gelijke uitstraling hebben. Ze zullen gelijk wensen, hopen, denken, voelen. Het is de gelijkschakeling, die meestal niet zo erg lang zal duren (de optimale duur is gewoonlijk maar 40 minuten, de maximale is ongeveer 22 uur), die het mogelijk maakt om allerlei vreemde dingen te zien gebeuren.

Er zijn verhalen van mensen die in Lourdes plotseling genezen, de krukken weggooien en in plaats van verder door het leven te strompelen, beginnen ze de chachacha te dansen ter ere van God. En dan zegt men: is dat geen bedrog? Neen, het behoeft geen bedrog te zijn, maar dan is het wel op een moment gebeurd dat niet alleen al die mensen bezig waren met hetzelfde maar bovendien op een ogenblik dat er tussen die patiënt en een voldoende aantal van de anderen een ritmische harmonie ontstond, de gelijkheid van fase in levenskracht en mentale kracht. De emotie zal daar dan wel heel dichtbij hebben gelegen. Dus is het voor een mirakel heel erg belangrijk dat er de nodige harmonieën zijn. Er zijn mensen die zeggen: kunnen we die dan uitrekenen? Neen, dat kun je niet omdat elke mens dan zijn ritme zou moeten kennen. De meeste mensen kennen dat niet. We kunnen er dus geen bewust gebruik van maken. Gelukkig zijn er wel andere dingen die een rol spelen.

Wanneer dit ritme op een juist ogenblik die harmonie tot stand brengt, dan voelen we dat. Wij kunnen niet verklaren waarom er op een gegeven ogenblik iets verandert maar we weten wel dat het verandert. Het is als de verwachting waarmee je naar de eerste donderslag van een komend onweer zit te luisteren. Je ziet het aankomen maar je weet niet precies wanneer het komt. Toch is er bij veel mensen ineens het gevoel: laten we nu maar even gaan schuilen. Het regent dan nog niet en ineens klettert het neer en begint de hemelse douche te lopen.

Dit aanvoelen bestaat ook ten aanzien van medemensen. Je weet soms dat medemensen op een gegeven ogenblik voor jou geestelijk, mentaal en emotioneel een grote betekenis hebben. Vele mensen denken dan: dit is blijvend. Vergeet dat maar. Het is zo dat de werkelijke harmonie maar betrekkelijk kort duurt. Is er nu een voldoende gelijkheid in ritme, dan krijgen we een tamelijk regelmatige herhaling van het harmonische moment en is het mogelijk dat het begrip voor langere tijd bestaat. Maar er zal altijd een ogenblik komen dat je ‘uit fase’ bent, dat voel je dan ook. Het is geen kwestie van verkoeling maar het is net alsof er ergens een deken tussen hangt. Je kunt niet meer doordringen. De ander heeft hetzelfde, maar dat heb je dan meestal niet in de gaten.

Bij werken over het algemeen met geestelijke krachten vanuit de wereld van de geest, maar ook voor ons, geldt dat bepaalde ritmen gunstig zijn voor het ontvangen van geestelijke krachten en andere niet. Nu kan het zelfs voorkomen dat we gedurende een aantal jaren iemand zonder meer kunnen bereiken en dat er plotseling een lichte verschuiving van ons levensritme en dat van de ander optreedt en dat daardoor opeens het contact met de ander wegvalt; het is er niet meer. Die mens heeft nog een zekere krampachtigheid. Hij wil het toch doorzetten en dan gaat het helemaal niet meer. Die krampachtigheid verstoort dan de verdere mogelijkheden, zo die er nog zijn. Het resultaat is dat, voor zover de geest daarbij betrokken is, het paranormale mee is gekoppeld aan de levensritmen van de mens in kwestie. Eerst wanneer de geest zodanig kan domineren dat het levensritme van de mens wordt aangepast aan het totaal van de geestelijke werkelijkheid waaruit we werken, kunnen we gedurende lange tijd met een mens samenwerken. En of dat nu een medium is, een genezer of een helderziende, dat maakt geen verschil uit. Hier ligt de basis.

Voor u, mensen onderling, is het precies hetzelfde. Het kan zijn dat mensen een zeer goed en intens geestelijk of een ander contact samen hebben. Dat kan misschien een tijd duren en dan valt het ineens weg. Het komt later misschien weifelend even terug, maar het is niet hetzelfde. Dan blijkt na een hele tijd – soms gaan er 7 tot 10 jaren overheen – dat het contact er weer is. Dat betekent dan in feite dat uw eigen ritmiek dus licht verschilt van die van de ander en dat daardoor er een periode is geweest dat u ‘uit fase’ was, dat het contact onmogelijk was. Er komt een ogenblik dat de fasen weer dichter bij elkaar komen en dan zien we een groeiend begrip, een groeiende mogelijkheid tot contact ontstaan. Maar die is ook niet eindeloos. Wel kan ze weer een aantal jaren duren, zoals bij het eerste contact.

Dit is een aardige verklaring voor heel veel van die zonderlinge en niet helemaal te verklaren emotionele toestanden waarmee vele mensen worstelen. Het is in ieder geval voor een mens, die enig begrip hiervoor heeft, reden te zeggen: ik kan nooit uitgaan van wat geweest is. Ik kan alleen uitgaan van wat ik nu ben en van wat een ander nu is. Alleen een harmonie op die basis kan een rol spelen.

Wij doen nu net alsof het zich alleen tussen twee mensen afspeelt, maar er zijn veel meer dingen die daarbij een rol spelen. Die fase betekent ook een verbonden zijn met de buitenwereld. De buitenwereld heeft ook dezelfde ritmen. Nu heeft de materie ongeveer vaste ritmen, daar is niet veel verschil in, maar mensen hebben ook die verschuivende ritmen. Nu kan het zijn dat mensen op een gegeven ogenblik denken: wij zijn weer ‘in fase’. Maar nu komt er een 3e, 4e, desnoods 100e factor bij. Dan zeggen ze: nu is onze re­latie verstoord door dat andere. Dat is niet waar. Het is zo dat uw relatie kennelijk zodanig moet zijn dat ze het geheel kan omvatten en niet alleen dat enkele punt waarmee je je misschien bezig houdt. Dan is het niet belangrijk dat je met die ene mens diepgaande gesprekken hebt; het gaat erom dat je met al die samenwerkende factoren tot een begrip komt. En dan moet je weer uitkijken want wat gebeurt er?

In deze ritmen bestaat er een harmonie maar de duiding daarvan kan alweer negatief of positief zijn. Negatief: twee mensen voelen elkaar aan. Zonder het van tevoren te weten, ontmoeten ze elkaar op een feestje of verjaarspartij. Nu is een van hen negatief ingesteld. Deze zal tegen de ander zeggen: wat zie jij eruit! Een ander, die positief is ingesteld, zou zeggen: wat zie jij er goed uit. Met andere woorden, de inbreng tegenover de ander is verschillend. Dit betekent ook dat ze zelf, wanneer de ritmen eenmaal kloppen, er toch wel iets aan kunnen doen. Wij moeten positief benaderen.

Nu is positieve benadering afhankelijk van één punt dat de meeste mensen over het hoofd zien: u moet nooit denken dat een ander precies zo is als u. Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten, zegt men wel. Maar de waard moet begrijpen dat, al is hij betrouwbaar, zijn gasten het misschien niet zijn of omgekeerd. Dit betekent weer dat u hierdoor de mogelijkheden, die u bezit, kunt veranderen of vergroten. Want, en dit is erg belangrijk, wanneer eenmaal dit ritme in een aantal mensen gelijk is, dan betekent het dat hun uitstraling zeker tot het geestelijke vlak op dat ogenblik gelijk is. Maar dat houdt ook in dat hun krachten onderling vergelijkbaar of gelijk zijn. Dat betekent dus dat ze uit elkaar energie kunnen ontvangen, dat ze bewust of onbewust aan elkaar energie kunnen overdragen maar dat ze nimmer elkaar zullen beroven op dat terrein.

Nu komt u en u gaat dat negatief opstellen. Wat doet u? U verscheurt in feite een deel van de harmonie, namelijk de mentale. U zegt: wat zie jij eruit. De ander denkt: ik heb me nog wel zo mooi opgepoetst. Dat is dan toch wel een koude douche. De ander is ineens in verweer, hij probeert u te isoleren. Maar als hij probeert u te isoleren, dan betekent dat dat u voortdurend allerlei dingen van u uitstraalt en die dan terugkrijgt, maar dan vaak versterkt.

Een mens die een bepaalde kwaal heeft, die onder bepaalde spanningen leeft, die bepaalde probleempjes heeft, krijgt alles wat hij heeft uitgestraald intenser dan ooit terug. Het resultaat is: de zieke wordt zieker, de problemen worden meer onoverzichtelijk, de spanningen worden minder beheersbaar. En wat heb je dan? Een hoop ellende.

Maar als iemand nu zo negatief is en je kunt dat omschakelen, dan kun je zo’n persoon misschien ook aan het verstand brengen dat het eigenlijk helemaal niet zo belangrijk is of iemand er goed of niet goed uitziet. In zo’n harmonisch gezelschap zul je dat gevoel maar zelden hebben. Dus als nu de negatieve kant wordt omgeschakeld en je kijkt wat het positief is, dan zul je zien dat zo iemand niet alleen gaat genezen, zijn spanningen kwijtraakt, zijn problemen ineens veel ruimer en in een ander verband gaat zien, maar dat hij bovendien daardoor het levensritme ook positiever gaat beleven en interpreteren. Dat houdt in dat hij, in plaats van zichzelf te vernietigen, plotseling zichzelf begint op te bouwen. Dat lijkt dan een wonder. Zo’n mens, die eigenlijk een demon is, een levend geworden klaagmuur, is plotseling veranderd; dat is toch wel wonderlijk. Dat is niet zo wonderlijk, het is alleen een verandering van instelling waaraan – en dat moet u nooit vergeten – een moment of een tijd van harmonie met anderen is voorafgegaan of misschien zelfs nog op dit ogenblik voort bestaat. Veranderingen door middel van har­monie zijn bereikbaar.

Nu hangt het levensritme met allerhande dingen samen. De mensen zeggen: beter leven, is je beter voeden. U kent die typen wel. De voeding op zichzelf doet iets, maar niet veel. Wat iemand in zijn leven doet, of hij nu wel of niet drinkt, maakt niet veel verschil uit. Als je begint bij de voeding, begin je aan het verkeerde eind. Wanneer je namelijk harmonisch bent met een grote groep, misschien met enkelen, dan zul je zien dat als gevolg daarvan je eigen gewoonten gaan veranderen. Je gaat anders eten, je gaat je anders bewegen, je activiteit krijgt een ander karakter. Dit is nu belangrijk.

Bioritmiek betekent niet alleen het ritmisch functioneren van een aantal delen van het lichaam in onderlinge samenhang en werking. Het betekent feitelijk het vinden van een harmonie, een overeenkomst, welke zo intens is op astraal en mentaal niveau dat, als gevolg van de hier ontstane harmonie, een verdere aanpassing ook op stoffelijk niveau plaatsvindt. Laat mij het zo zeggen: er is iemand die veel te zeggen meent te hebben maar hij komt er nooit toe. Nu vindt hij die harmonie en daardoor komt hij ertoe zich beter uit te drukken. Weet u wat het eindresultaat is? Nadat die harmonie is verbroken, heeft hij nog een grote mond. Begrijpt u wat ik bedoel? Het is een totale verandering.

Daar zijn natuurlijk ook weer zaken bij betrokken waarmee je rekening moet houden. Je kunt b.v. zeggen: in dit alles speelt de maanfase een heel grote rol. In de geboortehoroscoop kan ik iets terugvinden van het ritme want als ik de positieve waarde wil nagaan, dan moet ik zien op welke tijden de eigen lijn van de horoscoop een Jupiterinvloed voor enige tijd volgt en de tijden waarop ze b.v. een Saturnusinvloed snijdt of volgt. Alles is positief als het Jupiter is en negatief als het Saturnus is. Voor de horoscoop, want Saturnus kan positief zijn en Jupiter kan negatief zijn. Maar dat is weer een andere kwestie. In de horoscoop kun je dat ritme zien.

Er zijn mensen die dat een tijdlang elke paar maanden hebben of die in één jaar vier of vijf van die veranderingen (pulsen) doormaken. Zij hebben dan een hoop ellende of wisselvalligheden, zegt men dan. Maar dat is niet waar. Die mensen hebben veel meer harmonische mogelijkheden. Dat wil zeggen dat hun relatie met de kosmos, mits positief beleefd, hen voortdurend van grotere krachten voorziet, zowel op de ogenblikken die, vanuit de astrologie berekend, negatief zouden zijn als op die momenten welke positief zouden zijn. Want de duiding is alleen maar in overeenstemming met de gebeurtenissen buiten maar de betekenis ervan kan altijd positief zijn. Daardoor kan de kracht die eruit voortkomt, het inzicht dat eruit geboren wordt, altijd goed zijn.

Dan zou je dus verder moeten redeneren en zeggen: aangezien wij gebonden zijn aan het ritme van de planeten en aan de invloeden van de sterren, moeten we aannemen dat de ritmen, voor zover ze lichamelijk en astraal zijn, mee hierdoor zullen worden bepaald. Slechts enkele kosmische krachten zijn in staat ons ook geestelijk te richten en te bepalen.

Onze optimale mogelijkheden om een mirakel te doen, om de hele wereld met stomheid te slaan, liggen altijd op die momenten en punten waar de stoffelijke of planetaire invloeden samenvallen met de geestelijk kosmische. Waar dergelijke punten samentreffen, hebben wij een maximum aan kracht en een maximum aan mogelijkheid om met anderen harmonisch te zijn en zo aan onze eigen krachtbehoefte te voldoen, juist door onze gelijke afstemming met anderen waardoor een groter deel van de kosmos als krachtbron voor ons toegankelijk wordt.

Als ik in het begin van mijn betoog sprak over muziek, schilderkunst, althans het werken met kleuren, dan zal het u duidelijk zijn dat we ook in onze omgeving zeer sterk bepaalde harmonische en disharmonische waarden ontdekken. Vaak zie je dat heel eigenaardig. Iets wat mensen nu oerlelijk vinden, dat vinden ze een tijdje later mooi. Wat ze nu mooi vinden, vinden ze later lelijk. Nu heb ik het niet over mensen onder elkaar; daar zitten nog andere factoren bij. Ik heb het over muziek.

U maakt muziek of u speelt muziek. Dan moet u niet zeggen: ik heb dat altijd mooi gevonden, dus speel ik het nu ook. U moet zeggen: wat is op dit moment mijn afstemming? Wat spreekt mij nu aan? En als het vandaag is: ‘I love you, jay, jay, jay’, en dan morgen: ‘Leise flehen meine Lieder’, trek u er niets van aan. Schep de geluidsachtergrond die harmonisch is. Dat betekent ook dat u heel vaak in uw huis een bepaald gedeelte opeens ongezellig gaat vinden. Nu is het lastig om elke dag binnenshuis te verhuizen maar u kunt misschien wel dit doen: als u nu eens de accenten anders legt. Dat kunt u doen door b.v. een lampje ergens neer te zetten zodat het licht anders schijnt. Leg een kleurig kleed neer dat past bij hetgeen u voelt. Op die manier kunt u harmonie in de omgeving scheppen. Het zijn kleine veranderingen maar ze kunnen heel belangrijk zijn. Zo creëert u voor uzelf een eenheid met de omgeving.

De omgeving op zich is volgens menselijk standpunt nogal neutraal; ze is gelijkblijvend. Maar de omgeving bevat veel kracht. Niet alleen krachten die u zelf in het verleden erin heeft gelegd, maar bovendien de kosmische energieën die door alles wordt geabsorbeerd. De krachten die het materiaal zelf binden. Ook deze hebben invloed. Dan gaat dit alles dus compenserend werken. Waar ik tekorten heb, wordt dat aangevuld. Waar ik grote spanningen heb, worden ze tijdelijk opgenomen in de omgeving. Door het scheppen van een harmonische omgeving, is het mogelijk een innerlijke harmonie met jezelf te bereiken. En dat impliceert weer dat je geestelijke en andere harmonieën veel gemakkelijker kunt ervaren.

Dan ga ik nog een stap verder. Waarom zou ik mij eigenlijk altijd precies hetzelfde gedragen? Er zijn mensen, die trekken een gezicht als een dominee aan de groeve omdat ze menen dat alleen zo hun belangrijkheid, de ernst en de waardigheid des levens tot uitdrukking komen. Ons gedrag kan van dag tot dag anders zijn. Vandaag hebben we de neiging om spontaan te zijn. Dat kunnen we natuurlijk niet onbeperkt doen maar we kunnen vandaag toch wat spontaner reageren dan gisteren. En wat we morgen zullen doen, wordt niet bepaald door onze spontaneïteit van vandaag maar door hoe we ons morgen zullen voelen. Probeer, voor zover dat mogelijk is – in uw maatschappij heeft dat wel eens bezwaren maar in geringe mate is die mogelijkheid er altijd – uw gedragingen, uw manier van spreken, van bewegen, zelfs van kleden aan te passen aan het gevoel van het ogenblik. Probeer uzelf te zijn. Niet dat het zo belangrijk is dat u zichzelf bent en geen ander, maar door te beantwoorden aan uw eigen ritme in uw contact met de wereld, geestelijke en stoffelijk, vergroot u de mogelijkheid om met die wereld samen meer te zijn, meer tot stand te brengen en waar het voor u noodzakelijk is, ook meer aan de wereld te ontlenen.

Deze situatie klinkt de meeste mensen kolderiek in de oren. Ze zeggen dan: je moet toch altijd fatsoenlijk blijven. Dergelijke dingen komen alleen voort uit de algemene maatschappelijke denkwijze. Die denkwijze regeert je mogelijkheden binnen de maatschappij maar niet de mogelijkheden in jezelf en ten aanzien van jezelf. Nu is het belangrijke hierbij dat je, zonder directe disharmonie met de maatschappij tot stand te brengen, zelf zoveel mogelijk in harmonie bent. Want wat gebeurt er?

Als ik op een gegeven ogenblik een ritme aanneem dat op dit moment bij mij past, dan kan ik dat doen door het ritme van woorden licht te veranderen. Daardoor krijgt het geheel van wat ik zeg een totaal andere nadruk. Als je dus leert om je eigen harmonie uit te drukken, ook in het ritme van je spreken, in het ritme van een gebaar, dan kun je ook hiermee de gehele harmonische gemeenschap, de eenheid die altijd, gezien of ongezien, ergens wel bestaat, in beweging brengen.

Het lijkt zo krankzinnig, als je zegt: wonderen doen? Kom maar eens hier. Je legt dan je hand op en zegt: neem uw bed op en wandel. (Het lijkt wel een uitzettingsproces). Maar is dat wel zo gek? Dat gebaar is de uitdrukking op dat moment van een harmonisch zijn. Het gebaar op zich kan niets uithalen. Waar het mij om gaat, is dit: een gebaar, een toon, een ritme kan zeer grote werkingen tot stand brengen. Een mens die wil weten welke wetten er achter het mirakel schuilgaan, moet beseffen dat achter alle wonderen de harmonie en de eenheid van alle dingen gelegen zijn. Hij zal dan ook beseffen dat, naarmate je meer die harmonie tot uitdrukking brengt, meer die verbondenheid, die eenheid met de kosmos, maar ook met alles wat er rond je is, tot stand brengt, je juist op het moment dat je een harmonie voelt, het wonder kunt verrichten.

Het mirakel is het product van een bestaande harmonie plus een erkende harmonie ten aanzien van het object waaraan het wonder geschiedt. Het kan net zo goed zijn dat je dan de bloemen laat bloeien in de winter als dat je lammen laat lopen, doven laat horen of stommelingen voor de eerste keer in hun leven hun verstand laat gebruiken. Al die mogelijkheden bestaan.

Dit betekent voor u, als u probeert om uit de gewoonte, de gebaren, de woordjes en de ritmen los te komen en probeert meer te zijn dan wat u op een bepaald moment voelt te zijn, dat u veel meer tot stand brengt dan u misschien later ooit zult vermoeden. U brengt veel meer boodschappen over dan u dacht. U wordt beter verstaan dan u mogelijk acht. U verandert meer in uw medemensen, die op dat ogenblik met u harmonisch zijn, dan voorstelbaar is. U kunt wel degelijk lichte en positieve krachten voortdurend aan het werk houden. Maar dan moet u ook rekening houden met uw eigen ritme, met dit gevoel waaruit u die harmonie a.h.w. ervaart.

Dit alles onder bioritmiek te rekenen, zal vele wetenschappers tot een lichte ontsteltenis en mogelijk nijdigheid verleiden. Zij begrijpen namelijk niet dat er niet alleen ritmen zijn van het lichaam maar dat er daarnaast ritmen zijn van levenskracht, ritmen van wat u magnetisme noemt, ritmen van mentale en geestelijke waarde. Dat ik boven dit alles dan toch bioritmen heb willen zetten, is te danken aan het feit dat de mens als levend wezen zijn eigen en specifieke levensritmen kent. Ik hoop duidelijk te hebben gemaakt hoezeer die bepalend kunnen zijn voor alles wat u tot stand brengt. Veel van uw mislukkingen kunt u eveneens verklaren als u het voorgaande goed in ogenschouw neemt en beseft: op het ogenblik dat het misging, dacht ik aan mijzelf maar niet aan de mogelijkheid van respons, aan een harmonie.

Mensen, die zich bezighouden met het lezen van de sterren, zouden dat ook moeten begrijpen. Een goede horoscoop kun je niet alleen maar berekenen en uit de boeken halen. Een goede horoscoop moet eigenlijk ontstaan op het ogenblik dat je je zozeer één voelt daarmee dat je dingen zegt die je, op grond van de standaardwerken, niet eens helemaal kunt verantwoorden maar waarvan je wel voelt: dit is het juiste. Dan heb je een harmonie en daardoor een goede en doeltreffende horoscoop.

Dat geldt ook voor mensen die werken met getallen. Je kunt het precies berekenen zoals het hoort zonder ooit een passende en juiste uitkomst te bereiken. Maar het kan zijn dat je op een ogenblik de getallen meer voelt dan overweegt en dat je daardoor bepaalde fasen belangrijker maakt, andere misschien overslaat. Het eindresultaat is dat je veel meer juiste gegevens uit de getallen kunt halen dan zonder dat.

Al het paranormale, zeker het mirakel, moet worden beschouwd als liggend buiten de redelijkheid zoals die in het menselijk denken in deze tijd bestaat, dat is onredelijk. Alle instrumenten, die geheel aan redelijkheid gebonden zijn, kunnen falen. Dan valt het paranormale terug. Dan zijn de resultaten niet zo goed en niet zo groot.

Als je besef hebt van je eigen ritmen van leven, van denken, van werken, zul je alleen dan, zonder al te redelijk te zijn, in die harmonie reageren en door die harmonie de feiten tot uiting brengen, de juiste responsen wekken bij anderen en de juiste krachten geven aan anderen of ontvangen uit anderen zoals het voor jou nodig is. Alleen als je die innerlijke harmonie beleeft en voelt, kun je ook de band met de geest zo goed en intens maken, dat daaruit alle mogelijkheden voortvloeien. Zelfs het vinden van een sleutel om bepaalde werelden te betreden, vaste contacten met entiteiten voor langere tijd mogelijk te maken. Ook dit alles is afhankelijk van je eigen harmonie. Die harmonie verandert voortdurend. Daarom is het belangrijk dat je in dit opzicht niet één ding nastreeft ondanks alles, maar dat je je stemmingen, je wezen, je gevoelens a.h.w. tot maatstaf maakt voor je streven.

Het wonder is mogelijk wanneer je rekening houdt met die ritmen waardoor je zelf voortdurend toch iets verandert en daardoor ook steeds anders moet reageren ten aanzien van al wat er rond je bestaat.