Het paasei

De geheimleer van Jezus en de verborgen achtergronden van het christendom – deel 11

18 maart 1956

De dagen rond Pasen beginnen langzamer hand meer en meer de aandacht van de mensheid in beslag te nemen. En nu is het vreemd en opvallend, dat bijna overal op de wereld, waar men het feest der heropstanding viert, het Paasei als een van de symptomen van het naderend Paasfeest overal tot uitdrukking komt.

U vraagt zich misschien af wat deze inleiding te maken heeft met een wijdingsochtend, waarbij wij ons toch willen baseren op het christendom. Welaan, ik zal trachten het U duidelijk te maken.

Het kuiken het jonggeboren leven, het ei het symbool van levensmogelijkheid, zijn beide op Pasen de uitdrukking van de gedachtegang der mensen. Het is eigenlijk een lentefeest. Maar indien wij dit gaan toepassen op de geschiedenis der herrijzenis en opstanding, dan komen wij tot verbluffende conclusies.

Het ei is het resultaat van een lange ontwikkeling. Het beginsel van geestelijk leven wordt eerst verworven na lange strijd en na lang zoeken naar bewustwording. Dan hebben wij het wezen, dat gebonden is. Eerst wanneer het de schaal doorbreekt treedt het in de werkelijke wereld.

Voordat Jezus op aarde kwam, heeft Hij lange van ons standpunt uit oneindig lange tijd bestaan. Zijn geest is door vele sferen en levens gegaan. Terecht zegt Hij dan ook, dat Hij was, voordat Abraham was.

Hij komt in de wereld in een lichaam, gebonden. Wanneer wij zien, hoe Hij zich langzaam ontwikkelt naar het leraarschap kunnen wij dit vergelijken met de groei van een wezen in het ei. En zoals het ei in de laatste dagen reeds geruisen en tikgeluiden laat horen, totdat de eitand uiteindelijk door de schaal heen breekt, zo zien wij dat Jezus leraarschap Hem steeds meer doet dringen naar een geestelijke wereld; de werkelijke wereld, waarin Hij dan gevormd en als mens voortleeft om de mensheid te helpen. De gewelddadige verschijnselen van de Goede Vrijdag, van het sterven, van de graflegging, zijn de voorbeelden van het ontwaken.

Wanneer op de Paasochtend het graf ledig is en lichtende krachten wegstijgen naar hoger sfeer en beter begrip, dan heeft uiteindelijk het wordende leven, de wordende geestelijke kracht, de schaal van stoffelijke bezinning doorbroken, het stoffelijk lijden achter zich gelaten en gaat op in hoger sfeer en wereld.

Wanneer de jonge vogel uit het ei komt, heeft hij een tijd nodig, voordat hij zichzelf gaat bewegen. Hij is vochtig, onwennig, onhandig. Hij is nog niet in staat om zich werkelijk als vogel te gedragen. Jezus, die heengaat, zeggend tegen de mensen, dat Hij nog moet ingaan in het huis Zijns Vaders. Hij moet a.h.w. in het licht van de geestelijke zon zijn verdere ontwikkeling doormaken, opdat al hetgeen reeds in Hem aanwezig is, vol ontplooid, zich hernieuwd aan de mensheid kan uiten.

Het simpele Paassymbool met een overweldigende betekenis. Is het dan een wonder, dat deze gedachtegang volgende de figuur Jezus voor ons een geheel nieuwe betekenis kan krijgen?

Jezus leefde op deze wereld, inderdaad. Maar was Hij ooit werkelijk vrij? Hij was gebonden aan Zijn leerlingen, gebonden aan de menigte, die Hem achtervolgde om genezing. Gebonden aan de schermutselingen, het voortdurend, onderhandse steekspel tussen religieuze geleerden en Zijn eenvoudige, simpele waarheid.

Hoe vaak staat er niet dat Hij vermoeid was? Zo vermoeid dat men de kinderen van Hem wilde wegjagen. Hoe zeer moet je mens zijn om vermoeid te zijn!

Het blijkt ons wel, dat inderdaad Zijn leven op aarde een ontwikkeling is. En deze ontwikkeling, mijne vrienden, leidt tot een nieuw wezen en nieuw bestaan, waarvan de mensheid slechts een flauw begrip heeft.

Natuurlijk is Jezus’ leven op aarde belangrijk voor U. Zijn leer, Zijn ware leer is zeer belangrijk voor U. Maar wat kan belangrijker zijn dan het wezen, dat Hij thans is! De kracht die Hij thans betekent in de wereld voor al degene, die Zijn weg durven en kunnen gaan.

Het zal U dus niet verwonderen, dat ik – ondanks het feit dat de tweede spreker uit eigen beschouwing U iets zal mededelen omtrent Jezus aardse Leven mijn aandacht in de eerste plaats richt op Jezus als geestelijke kracht? Jezus, zoals Hij thans bestaat.

De kern van Zijn wezen is liefde. Hij voelt zich een met alle wereld en alle mensheid, Hij wordt bewogen door het lijden der lijdenden en Hij deelt de vreugden der mensen. Zolang Jezus op aarde leeft, zien wij dit uitgedrukt in duizend en een vormen. Hij oordeelt en veroordeelt niet, maar Hij geeft kracht. Hij geeft leven, geeft vooral inzicht in het leven.

Het is begrijpelijk, dat zeker na de wrede en toch glorieuze bevestiging van Zijn geloof en leer het “bewustzijn Jezus” verder zou gaan. Let wel, ik spreek niet over de Christus. De Christusgeest is hoger, sterker, eeuwiger, maar ook tevens voor ons meer onbenaderbaar. Ik spreek over Jezus, Jezus, een mens, die op aarde heeft geleefd. Jezus, een mens, die thans in de wereld werkzaam is.

Men verwart Hem zo gaarne met het Goddelijk principe van hoogst lichtende Kracht, dat zich scheppend openbaarde in een mens. Maar mogen wij dan de gestalte Jezus vergeten? Neen toch!

Welnu, gedragen door de intense liefde, die Hem vrijwillig tot offer deed worden van het licht, dat op de wereld geboren word, heeft het Hem ook thans nog steeds weer teruggedreven tot de mensheid. Zelfs nu, tweeduizend jaren na Zijn dood, zoals dat heet, betreedt soms Zijn gematerialiseerde wezen nog de aarde. Nog gaat Hij Zijn wegen tussen de mensheid, soms zichtbaar, soms onzichtbaar.

Jezus is niet dood. Jezus is misschien veranderd. Veranderd, omdat Hij niet meer beantwoordt aan de geïdealiseerde, gedramatiseerde voorstelling, die men van Hem heeft.

Een hoog en lichtend wezen, zeker. Een meester, groter dan vele anderen. Een leraar zonder gelijke en een kracht der krachten voor hen, die hulp behoeven. Maar geen eeuwige, ver van ons vervreemde lichtende kracht. Een wezen, dat in onze sferen zowel als in Uw wereld regelmatig komt, helpt en steun geeft.

Wanneer de wereld roept tot Jezus, roept zij zo vaak tot een afgod. Het is dwaas om dit te doen, Wij moeten ons realiseren wie en wat Hij is. Jezus is de kruisdrager, de Christusdrager, de Christofoor, die geboren in deze tijd hernieuwd openbaring gaf van Gods werkelijkheid. Die krachten buiten Zijn kracht putte door deze Christusgeest, die in Hem woonde. Maar die zelve te allen tijde vrij is geweest om te aanvaarden of te verwerpen.

Jezus is een mens. Een mens met een oude geest, zeker. Een mens, zoals er weinige zijn. Maar mens. Hij staat zo dicht bij U. Er is geen ogenblik, dat ge omhoog schouwend moet hopen, dat dat Uw stem nog tot Hem doordringt. Wanneer ge Hem werkelijk, eerlijk en overtuigd roept, is Hij bij U en geeft Hij U leiding. Dat is de taak, die Hij zichzelf heeft uitverkoren.

Er wordt veel gesproken over de meesters. Over de wereldleraren, de grote ingewijden. Welaan, Jezus is één van hen, Ik weet dat Hij, ook in deze dagen weer in stoffelijk kenbare vorm de aarde heeft beroerd. Niet Zijn wederkomst – tenminste niet zoals de Christenheid er aan gelooft – maar Zijn werken met alle kracht in geest en stof om de mensheid te behoeden voor het noodlot, dat zij zichzelf schijnt te willen scheppen. Zijn werken met alle invloed, die hij heeft in sfeer en wereld, om het bewustzijn van Zijn ware leer verder te doen ontwaken in de mensheid.

Zijn leer is misschien nog simpeler in moderne termen dan de beelden, die Hij eens gebruikte om ze uit te drukken voor een volk, dat een rechte waarheid niet kon bevatten. Hij leert ons op het ogenblik dit. “Naastenliefde is belangrijk, Maar het is juist belangrijk de naaste lief te hebben, zonder jezelf op de voorgrond te schuiven. Het is belangrijk te weten, dat alle bezit uiteindelijk een last is die je moet meedragen. Het is belangrijk te begrijpen, dat het niet de vreugden dezer wereld zijn, die de geest van de mens en zijn bewustwording bedreigen. Maar dat het de mens is, die deze vreugden boven alles, die zichzelf uit een zegen , door God geschapen voor zichzelf een vloek heeft voortgebracht.

Bezit is een vloek, omdat men vaak meer hangt aan het bezit dan aan de waarheid van de geest. Maar bezit is ook een middel. Laat Hij, die heeft, geven, opdat de volheid van leven in allen worden geopenbaard”.

Ik heb hier bijna woordelijk aangehaald, wat kort geleden door Hem tot uiting werd gebracht. Hij is nog steeds de Leraar. Maar belangrijk – ook voor U -, zijn de woorden, waarmee Hij zijn betoog (het was een broederschapbijeenkomst) besloot.

“Sommigen der wijzen zeggen: Ziet, de mensheid deert mij niet, zo slechts het lot van allen de uiteindelijke bewustwording betekent”. Maar Ik zeg U: “Wie schreit in angst of nood en Mij erkent in Zijn hart, die zal Ik nabij zijn. Ik zal een steun en staf zijn op zijn weg, Ik zal wijsheid zijn in zijn gedachten en kracht in zijn leden. Want moet het lot der mensheid geleid worden, tot zij zich verheft boven al hetgeen thans haar wereld uitmaakt, Ik heb de mensheid te lief om hen daaronder te laten lijden”.

Jezus heeft aan het lijden de oorlog verklaard. Niet aan stoffelijk lijden, maar aan het geestelijk lijden, wetende waar de geest gezond is, kracht en vreugde vindt al het andere onbelangrijk wordt, terugvalt en wegvloeit.

Zijn woorden worden gehoord, al heten zij geen christendom meer. Zij gaan op het ogenblik door vele landen van Azië zoals Zijn stem ook reeds gehoord word korte tijd geleden in Afrika. Men weet niet wie Hij is. Maar men weet dat Zijn woord gewicht heeft, dat Zijn kracht eeuwige waarde bezit. En daarom luisteren zij naar Hem, allen die naar inwijding zoeken en die Hij beroert.

Er zijn slechts een paar delen van de wereld, die hij zoekt. Waar Hij niet kan komen of wil komen in zichtbare vorm. Dat zijn die delen van de wereld, die zich christelijk noemen. Want, wanneer Hij daar zou treden voor de mensheid, men zou Hem maken tot een God en de waarheid van Zijn wezen zou ondergaan in de waan, die mensen daarom vechten, om zo hun eigen gedachtegang en instellingen te bevestigen. Maar ook hier geldt, zoals overal, dat wie Zijn steun zoekt, Zijn steun zal verwerven.

En nu ge begrijpt, hoezeer Jezus ook in deze dagen de wereld nabij is en in deze wereld werkt, wil ik het woord overgeven aan iemand, die als bemiddelaar U een aantal woorden zal overbrengen van een diegenen, die Jezus hebben gekend. Het wordt misschien een simpel beeld. Daarover kan ik niet beslissen. Maar wanneer U die woorden hoort, denk dan aan hetgeen ik U thans heb gezegd. Want deze dingen zijn een. Omdat de tijd slechts bestaat voor de stof en de mens, maar niet voor de geest, die de eeuwigheid kent.

o-o-o-o-o

Hetgeen ik U thans doorgeef, wordt mij vanuit een hogere wereld gegeven. Ik moet hier beelden vertalen in woorden. Aarzelingen en een eventueel herstellen van een uitdrukking gelieve U mij ten goede te houden,

Hij was niet groot. Slank, ja rijzig, ondanks het feit, dat Hij velen tot de schouder reikte. Zijn haren gedragen naar de geaardheid dier dagen, waren van een donker, bijna zwartbruin. Zijn ogen licht en hel, waren soms een donkerblauw, soms ook een lichtend grijs, dat soms wonderlijk scheen te veranderen. en te schitteren als edelstenen. Hij droeg het gewaad van Zijn tijd en Zijn dagen en niemand zou Hem een meester en wonderdoener hebben genoemd omentwille van Zijn gestalte. Maar wanneer Hij een gebaar maakte, word men tot luisteren bewogen. Wanneer Zijn stem beelden riep in de avond of in de zinderende middag, dan galmde de zachte stem verder, alsof de hemel zelve herhaalde, wat Hij zegde. Hij beroerde de aarde licht. En toch was het ons soms of zij beefde onder Zijn voeten.

Hij was mens. Ik heb met Hem aangezeten en met Hen de beker geheven. En wel wist Hij de wijn te kennen en te waarderen. Ik heb Hem gezien in de avond, wanneer Hij vermoeid een ogenblik rustte bij de bron, voordat Hij gastvrijheid zocht bij een der dorpelingen. Hij was een vreemde, wonderlijke figuur. Hij was een Messias, geen God. Want Hij was mens met de mensen en uit Zijn trekken sprak een verwantschap, een koninklijke verwantschap met het ras, waaruit Hij was geboren.

Eens heb ik Hem horen spreken. “Ik leef”, zo zegde Hij, “uit het Leven mijns Vaders. Want ziet, in Zijn Leven heb ik een waarheid gevonden, die is als een verkoelende dronk na een lange tocht in de brandende zon. Ik heb mijn wezen aan Hem gegeven. En geeft Hij mij soms de bitterheid van de gal te proeven, zo schenkt Hij mij ook de zoetheid van honing.”

Ik ben arm en toch rijk. Zij, die mijn gewaad zien zeggen; “Ziet, deze leraar gaat het goed”. En het gaat mij goed. Toch heb ik geen penning hiervoor betaald en heb ik nooit een penning geëist of ontvangen.

Ik bezit geen huis. Ja armer dan Jacob, bezit ik geen steen, waarop ik mijn hoofd kan leggen. Toch geeft mij de wereld van haar volheid en faalt het mij nooit, mankeert het mij nooit aan iets wanneer de noodzaak mij beweegt. Want zo is de wet en de wil des Vaders. Wie één is met alle dingen, ziet dat alle dingen uit de eenheid Hem vervullen, tot Zijn Leven gevuld in als een schaal, waar geen druppel aan kan worden toegevoegd, zonder over te lopen. Uit deze volheid geef ik U, wetend, dat de Vader mij de Kracht geeft, die mij vervult, zodat ik nooit ledig zal zijn.

Hij heeft gesproken tot Zijn leerlingen. Hij sprak tot de menigte. Hij sprak met velerlei stem. Want Zijn woorden waren de weerklank van hen die hoorden, zoals Hij de weerklank was van alle levende kracht op aarde.

Ik heb hem nog eenmaal gezien toen Hij inreed in Jeruzalem. Ik ben weggevlucht, omdat ik vreesde voor het geweld der Nazireeërs, de opstandigheid der Gallileërs en de twistziekheid der Samaritanen.

Men juichte Hem toe als een vorst. Maar Hij droeg de toejuichingen van het volk als een last, te zwaar haast om te dragen. Gezien op een ezelin reed Hij binnen. De stad jubelde. Maar de jubelkreten waren als stenen, die Hem troffen, tot Zijn lichaam scheen te schokken als in pijn.

Velen hebben dat niet begrepen. Zijn leerlingen zagen hierin vreugde, omdat Zijn rijk bevestigd zou worden op aarde. Hij leed, omdat Hij wist, dat elke toejuiching enkele dagen later een eis zou zijn: “dat Hij sterve”. Hij leed omdat Hij begreep, dat deze mensheid Hem vreemd was, ondanks alles en slechts enkelen tot Hem konden spreken.

Ik heb later gehoord van de vrouw Rachel, dat toen Hij met het kruis ging op Zijn laatste weg Hij hen aanschouwende, hen zegde met Zijn ogen en zonder woorden: “Ziet, weinigen zijn het, die één kunnen zijn met Mij. Maar reeds dit te weten, dat ik niet eenzaam ben onder de mensen is de last van het kruis waard”.

Groot was Hij en machtig, toch klein en verlaten. Een mens zoals er vele mensen zijn en toch een geestelijke kracht, zoals ik er nooit een aanschouwd heb voor of sindsdien. Het is daarom, dat ik tot Hem zeg: “Meester”. Want waarlijk, in Hem is het begrip van alle Leven en uit Hem put ik alle Leven, opdat ik begrip verwerve omtrent de Kracht, waaruit het Leven voortkwam.

Degene, voor wie ik spreek, sluit hier. Ik bied U mijn verontschuldiging aan voor de misschien wat gebrekkige weergave, maar ik verzoek U nogmaals te bedenken, dat ik moest vertalen uit beelden in woorden en hetgeen ik kon spreken was dus slechts een klein deel van hetgeen ik ontving, Ik dank U voor Uw aandacht.

HET SYMBOOL VAN HET KRUIS

Eenzaam staat een kruis getekend. Zwarte lijnen tegen blauwe lucht. En het geeft, symboliserend de mensen leven, geestesvlucht aan de kracht, die zelf bevrijdde eens van lijden elke mens, het toont aan, hoe in deez’ wereld wordt gesteld een valse grens door hen, die kennen slechts drie dingen, drie dimensies en niet meer. Het kruis toont aan een nieuwe wereld, bewoond door heel het geestenheer.

Het kruis, dat stut aan alle zijden de bol van ‘t Al, die wervelend gaat tot het einde van de tijden, waar aan ‘t eind de Schepper staat. Het kruis is ook symbool van lijden en van bevrijding en van vreugd. Het is de dood, die in het lijden brengt hernieuwing, nieuwe jeugd.

Het kruis, symbool van alle wezen, is een kruising van het ene met het andere vlak. Horizontaal des mensen leven. Verticaal wat vaak ontbrak; bewustzijn van een geest’lijk streven, dat opgaat uit der chaos’ strijd tot een bewust het Al begrijpen in de kracht der eeuwigheid.

Elk mens hoeft zelf zijn kruiste dragen, van het begin tot aan het eind. In alle leven, alle streven, staat donkerzwart het kruis gelijnd tegen de achtergrond, gegeven door de God, Die alles schept. En wie zijn kruis bewust zal dragen, begrijpt het Zijn, en als adept, ongevoelig voor de pijn van het lijden, voert hij dan zichzelf thuis en vindt als sleutel van de hoogste wereld: kringloop der dingen en het kruis.