Het projecteren van bewustzijn

uit de cursus ‘zelfprojectie’ 1984-1985

Zelfprojectie: inleiding

 

Het onderwerp Zelfprojectie omvat een groot aantal facetten van de mens en van zijn mogelijkheden. Een zelfprojectie kennen wij reeds als iemand met volle overtuiging spreekt tegen een ander. Daardoor brengt hij iets over waarbij de argumenten niet zo overtuigend zijn als de persoonlijkheid die erachter staat. Ook dat is een vorm van zelfprojectie.

Daarnaast kunnen wij natuurlijk ook onze gedachten projecteren. En als wij daar erg sterk in zijn, dan kunnen wij z.g. dubbel projecteren. Wij zijn dan in feite op een andere plaats aanwezig dan ons lichaam wij kunnen daar waarnemen en als we erg bekwaam zijn, onszelf daar ook kenbaar maken.

Een van de bekende voorbeelden is een experiment dat voor The World society for Psychical Research in Londen is gedaan met een man in Bangkok. Een soort heilige die beweerde dat hij kon uittreden en op een andere plaats aanwezig zijn. Men heeft hem toen een brief gegeven en verzocht die aan het hoofdkantoor in Londen af te geven aan een bepaalde persoon. En nu het wonderbaarlijke; Men heeft gezien dat deze man de brief in zijn vodden stak. Hij bracht toen zichzelf in een trancetoestand, bleef ongeveer 6 uur in die trance, daarna ontwaakte hij. Hij gaf toen het antwoord uit Londen maar de brief was verdwenen. Later bleek (de tijd was precies vastgelegd) dat de brief, gezien door een 20-tal personen op dat kantoor, was overgebracht inclusief de hem gegeven boodschap aan deze bepaalde persoon.

De afstand was afgelegd in minder dan een uur. En dat in een tijd dat de vervoermiddelen nog niet zo snel waren als tegenwoordig. Nu doet men er nog een paar dagen over. Ook dit is dus een vorm van zelfprojectie. Maar we hebben meer:

Elke mens heeft een aantal geestelijke voertuigen. Onder deze geestelijk voertuigen is er altijd wel een waarmee men zich bewust of onbewust identificeert. Dit voertuig kan worden uitgezonden (geprojecteerd naar geestelijke werelden). Maar het kan ook worden gebruikt voor bepaalde taken in het stoffelijke heelal. Indien er een mogelijkheid is om dat bewustzijn terug te brengen, kun je daarvan dus heel veel leren.

De doorsneemens kan misschien projecteren maar is niet in staat om ervaringen over te brengen. Wil je echter tot een bewuste zelfprojectie komen in elk van de genoemde gebieden dan is het heel belangrijk dat de geest en de voertuigen van de geest, inclusief dan ook nog een astraal en een levenslichaam, zodanig zijn ingesteld op de stoffelijke persoonlijkheid dat er een uitwisselingsmogelijkheid is tussen deze voertuigen en de stof zonder limiet; d.w.z. zonder begrenzingen anders dan die welke door begripsvermogen en bewustzijn van het lichaam worden bepaald.

In deze cursus zal het niet zo gemakkelijk zijn denk ik, om u alles in een, twee, drie te leren. Daar gaat over het algemeen een studie van vele jaren aan vooraf voordat u daarmee iets bereikt. Maar wat we wel kunnen doen is gebruikmaken van bestaande mogelijkheden.

Wij zullen proberen u duidelijk te maken hoe u kunt uittreden, maar ook hoe u de uittreding kunt maken tot een bewuste projectie. Wij zullen proberen u duidelijk te maken hoe u uit een schijnbare fantasie kunt komen tot een zekere eenheid met geestelijke werelden en hoe de signalen die u daarvan ontvangt toch wel vertaald kunnen worden op een manier waardoor u enig begrip heeft van hetgeen u geestelijk heeft door­gemaakt.

Wat ook heel erg belangrijk is en daar zullen wij ongetwijfeld een paar lessen aan besteden, dat is ook de manier waarop wij een eenheid tot stand kunnen brengen tussen het denken en de geestelijke voertuigen of de dubbelprojecties die we hebben weggestuurd. In alle gevallen zul­len we trachten de terminologie zo eenvoudig mogelijk te houden.

Het ligt in de bedoeling dat de lessen zeer concreet zijn. Wij zullen daarom het theoretische gedeelte tot het werkelijk noodzake­lijke moeten bepalen. Dan zullen we verder ook praktische richtlijnen ver­strekken.

Er moet in deze inleiding reeds worden opgemerkt dat u niet een willekeurige aanwijzing uit bv. Les 6 kunt opvolgen indien u niet de voorgaande aanwijzingen heeft gevolgd. Er is hier sprake van een progres­sie waardoor alle oefeningen noodzakelijk zijn om steeds tot een verder­gaand resultaat te komen:

Nu wij dit hebben vastgelegd kunnen wij overgaan tot

Het projecteren van het bewustzijn

Normalerwijs bent u zich bewust van uw directe omgeving. Menselijk bewustzijn hangt voor een groot gedeelte samen met zintuiglijk waarne­mingen en mogelijkheden. Toch neemt u meer waar dan zintuiglijk kan wor­den geconstateerd. Een deel daarvan noemt u interpretatie. Maar inter­pretatie kan in sommige gevallen gewoon berusten op onbewuste waarne­mingen die u echter niet redelijk kunt verklaren.

Wat zijn uw werkelijke mogelijkheden?

U bent min of meer sensitief. U leest stemmingen, invloeden e.d. in uw omgeving af. Dat loopt van het huis met een prettige of onaangename sfeer tot een persoon die u licht of duister voorkomt.

U bent gewoonlijk in staat, althans enigszins telepathische signalen te ontvangen. Vergis u niet, dit betekent niet dat u plotseling een stem in uw hoofd hoort klinken al kan dat voorkomen.

Onder telepathische contacten verstaan wij dat bv. de vrouw de aard­appelen gaat opzetten op het ogenblik, dat de man op weg naar huis gaat zodat ze gaar zijn als hij een parkeerplaats voor zijn auto heeft gevonden.

Telepathie is het als je sterk aan iemand denkt die je een tijd niet hebt gezien. Opeens komt zo iemand op visite of je loopt hem de volgende dag tegen het lijf. Ook dat is telepathie. Deze vermogens hebben de meesten.

Zij beschikken er dus wel over, maar ze gebruiken ze niet of niet be­wust.

Als wij nu proberen ons bewustzijn te projecteren, dan moeten wij in de eerste plaats beseffen dat de zintuiglijke begrenzing die wij normaal aan onze waarnemingsvermogens opleggen niet een feitelijke begrenzing inhouden, maar alleen een formele die door ons denken wordt bepaald. Zodra u heeft geleerd dat er meer kan worden waargenomen dan zintuiglijk verklaarbaar is, bent u klaar voor de eerste stap.

De eerste stap van de bewustzijnsprojectie is; uit de niet redelijke elementen die u treffen er een element uit te kiezen, dit in uw persoon­lijkheid geheel laten doorklinken en opnemen en vervolgens u daarop te richten. Zodra u dit heeft gedaan, laat u gewoon weer de indrukken op u afkomen. Dat kunnen indrukken uit de omgeving zijn, het kunnen persoon­lijkheidsindrukken zijn, hoe dan ook u krijgt een beeld van de oorzaak van een van die schijnbaar a-normale impulsen die u naast de normale waarne­ming gaat ontvangen. Dus oefening.

In de eerste plaats; Ga na in hoeveel gevallen u komt tot conclu­sies of dat u dingen doet die niet berusten op feitelijke kennis of fei­telijke waarneming. Probeer u bewust te worden van deze elementen. Vraag u af welke aard van waarneming hierbij een hoofdrol speelt. Dat kunt u zien aan de toch meestal eenzijdig blijvende afwijkingen van de visuele norm in uw interpretatie van de feiten.

In de tweede plaats: Zodra u gewend bent aan het erkennen van deze extra waarnemingswaarden dient u één daarvan uit te kiezen. Probeer het eens. Het is niet gemakkelijk. Door u steeds daarop te richten leert u een impuls te isoleren van het geheel van uw waarneming. Ga dan rustig zitten. Herbeleef die gewaarwording zo sterk mogelijk en probeer al het andere te vergeten. Dat zal niet helemaal gaan. U heeft altijd associaties. Maar als u dat ene beeld of dat ene gevoel centraal houdt is het meestal voldoende.

Wanneer u in die toestand bent, zult u op een gegeven ogenblik droombeelden of fantasiebeelden krijgen. Deze zijn niet helemaal feitelijk, maar ze geven een aanduiding van het feitelijke. Betreffen ze personen, dan is de bron van de invloed of van de storing een persoonlijkheid. Is het een omgeving, dan heeft het over het algemeen te maken met een relatie die bestaat tussen uw omgeving en een plaats elders; die kunt u dan later vaak terugvinden. Op deze manier bereidt u zich voor op het projecteren van een deel van uw bewustzijn buiten uw lichamelijke aan­wezigheid.

U kunt op den duur de droom en de fantasiebeelden voor een groot gedeelte elimineren. Wat er overblijft is een waarneming op afstand en mede een bronconstatering voor invloeden. Van daaruit kunt u dan langza­merhand overgaan tot het projecteren van uw waarnemingsvermogen buiten het eigen lichaam naar door uzelf gekozen doelen.

Dit is natuurlijk een heel gedoe en u zult er wel enige tijd voor nodig hebben. Om het wat begrijpelijker te maken zal ik trachten hier toch een beetje theorie tussen te voegen zij het heel kort.

Het totaalbeeld van de kosmos is harmonisch. Men drukt deze harmo­nie, die steeds wisselend is, wel uit in de wet van gelijkblijvende velden. Dit betekent dat, als er een verandering aan de ene zijde optreedt een com­penserende verandering elders moet plaatsvinden. Er is dus een relatie. Dat deze relatie niet altijd in de tijd geheel gelijk is, hangt niet samen met een volledige tijdsynchroniteit. Dit moet u maar van mij aannemen.

Als u nu behoort bij één van de veranderingen, dan zult u de inwer­king van de compenserende verandering mede ondergaan. Want uw wezen is niet alleen harmonisch met één plaatselijke factor of met een bewustzijns­factor, maar met de “totaliteit” waartoe uw wezen behoort. Dit omvat een groot aantal verschillende voertuigen met eigen mogelijkheden, gevoelig­heden en wereldvoorstelling plus nog eens uw eigen stoffelijke wereld, uw aandeel hebben in een astraal bestaan en uw verbintenis met verschillende krachtvelden waaronder de levenskracht.

Wat wij dus in deze eerste reeks oefeningen in feite doen is vooral in het begin het opsporen van compenserende werkingen. Maar wanneer wij ons daarvan bewust worden, dan worden wij ons langzaam maar zeker ook bewust van een spel dat buiten ons bestaat; het is een deel van ons wezen. Wij kunnen gaan waarnemen. Op het ogenblik dat wij waarnemers worden, kan ons bewustzijn zich dus losmaken van onvermijdelijkheden die stoffelijk bestaan.

Wij gaan nu maar eens kijken of het wat eenvoudiger en praktischer kan.

Als u gewoon droomt, dan zal een droom over het algemeen een relatie hebben met bepaalde feiten: Uw angstdromen hebben niet te maken met een gebeuren dat op aarde zo bestaat, maar ze geven wel degelijk een situatie aan die in uzelf bestaat. Ze kunnen daarnaast bepaalde waarschuwingen bevatten voor iets wat u in de tijd beseft, maar niet bewust kunt beleven of beseffen, terwijl u wakker bent. Een droom bevat dus een groot aantal elementen.

Wat is nu de toestand tijdens die droom? Wanneer we dromen, dan slapen wij. Dat wil zeggen, de bewustzijnsdrempel is naar buiten toe redelijk verhoogd. Uw innerlijke wereld komt tot volle werking, tot volle kracht. Daarbij zijn alle problemen en spanningen betrokken, maar zelfs ook alle invloeden die u van buitenaf nog bereiken en deze worden tot een totaalbeeld verwerkt.

Dit beeld wordt nimmer zo teruggebracht als het is. Als u zich een droom herinnert, dan zit daar heel vaak een synchroniteit in of een ontwikkelingsloop die in de droom zelf niet bestond. Dat moet u goed onthouden: Elke droomherinnering is een rationalisatie van een droombeleving.

Nu zult u beseffen, dat het voor een mens heel moeilijk is om zijn bewustzijnsdrempel te verhogen. U kunt dat wel doen met meditatie of contemplatie. U kunt ook nog in een volledig licht-en geluidsarme ruimte een tijd gaan liggen, maar dat is allemaal nogal gevaarlijk. Daarom moeten we niet proberen om de bewustzijnsdrempel bewust omhoog te brengen. Dat kan misschien later. Laten wij gewoon beginnen met ons te concentreren.

Je concentreren op een punt of op een beeld betekent namelijk dat je t.a.v. alle andere zaken je bewustzijnsdrempel inderdaad wat verhoogt. Naarmate je concentratie groter wordt, ben je meer afgesloten van storende invloeden van buiten die niet met het onderwerp van de concentratie in verband staan.

Wilt u dus uw bewustzijnsdrempel verhogen, dan moet u zich gewoon maar ergens op concentreren. Luister naar muziek waarin u opgaat. Lees een mooi boek. Misschien bent u van de werkelijkheid afgesloten totdat zij hem heeft gekregen of hij haar na vele moeilijkheden en 25 misluk­kingen. Dat is natuurlijk nodig anders krijg je nooit zoveel bladzijden vol.

Realiseer u dat het gaat niet om het hoogdravende van iets waar u in opgaat. U behoeft het niet alleen in de hooggeestelijke waarde te zoeken. Het gaat doodgewoon om het feit dat u zich zozeer inleeft in een begrip of in een andere werkelijkheids- of mogelijkheidsaspect dat u daardoor het andere a.h.w. vergeet. Als u de concentratie eenmaal heeft geleerd, dan kunt u haar steeds gemakkelijker toepassen op steeds meer punten.

In het begin heeft u een heel complex nodig. Misschien dat romannetje of dat muziekstuk of misschien een toch wel wat complex schilderstuk. Op den duur is het voldoende om gewoon naar een zandkorrel te kijken. U heeft die complexiteit niet meer nodig. Wie heeft geleerd om een punt te beschouwen, heeft als vanzelf geleerd om een toestand te bereiken die vergelijkbaar is met de slaaptoestand. Er is echter één verschil: het bewustzijn blijft wakker.

Wat zien we nu in de droom? In de droom kunnen wij ons a.h.w. met een sprong verplaatsen. Als wij bv. op het Vrijheidsbeeld staan, dan kunnen wij bij wijze van spreken met één vlooiensprongetje opeens op de Eiffeltoren terecht komen. Dit is iets wat geestelijk mogelijk is; iets wat voor het bewustzijn doenlijk is, maar niet behoort tot de reële mogelijkheden van een stoffelijk lichaam. Ons bewustzijn kan het dus wel, ons lichaam en onze zintuigen niet.

Ons bewustzijn is echter opgebouwd, als we mens zijn op basis van zintuiglijke gewaarwordingen. Indien wij in staat zijn om de uitstraling van een andere plaats waar te nemen, dan zal deze door ons worden vertaald in beeldende analogieën; wij maken er ons een voorstelling van. Een sfeertje wordt vertaald in bv. een straatje in Montmartre of een terrasje op de Dam. Dit is geen wonder, dit is geen zuivere fantasie.

Als er een gebeuren is waarin u zeer geïnteresseerd bent en u kunt zich daarop volledig concentreren, dan zult u al datgene wat met uw leven direct of indirect te maken heeft daaruit kunnen aflezen. Niet in letterlijke termen. U kunt niet naar een geheime vergadering gaan en precies horen wat daar wordt gezegd. Maar u kunt wel aanvoelen welke beslissingen er worden genomen. U kunt die beslissingen niet letterlijk weergeven, maar in uw eigen woorden en begrippen goed vertalen.

Het is duidelijk, u heeft uw bewustzijn geprojecteerd naar een plaats waar u lichamelijk nooit aanwezig zou kunnen zijn. U heeft daar indrukken opgedaan en u heeft die indrukken vervolgens omgezet in een soort gelijkenis die echter, mits ze letterlijk wordt genomen (dat moet u wel doen), een aardig beeld geeft van hetgeen u feitelijk heeft meegemaakt.

Ik weet niet of daarmee het beeld van bewustzijnsprojectie al een beetje duidelijker wordt.

Natuurlijk, wij kunnen de persoonlijkheid projecteren. En als wij ervan overtuigd zijn dat alles in ons op dit moment volkomen juist en waar is ongeacht verder doel of inhoud, dan zullen wij in elk contact (zelfs in een geprojecteerd gedachtencontact als we zover zijn gekomen) de ander overtuigen. Met andere woorden; wij voegen aan de werkelijkheid het element van ons persoonlijk werkelijkheidsbegrip van dit moment toe. Voor de ander echter is het zelden mogelijk om daartussen een scheiding te maken.

Een dergelijke persoonlijkheidsprojectie is iets wat u nooit moet proberen door hoog van de toren te blazen. Het lukt heel zelden daarmee een ander te overtuigen. En als het al lukt, dan moet u een zekere meerwaardigheid bezitten in de ogen van de ander. Als u zich echter normaal gedraagt, maar wel met een absolute innerlijke overtuiging dan zult u met verbazing zien dat de ander niet meer reageert volgens zijn normaal patroon, maar zich sterk door uw denk- en leefpatroon laat beïnvloeden.

Dan heeft u daarmee iets geleerd wat tamelijk eenvoudig kan worden gedaan. Misschien zou het goed zijn ook daarvoor enkele practische aanwijzingen te geven. Dit behoeft u overigens niet afzonderlijke te oefenen, tenzij u het wilt gebruiken. Ik doe dit in voorbeelden omdat het dan het duidelijkst is.

Eerste voorbeeld

U solliciteert. U moet er innerlijk van overtuigd zijn dat u de taak volledig en gemakkelijk aankunt. Dit behoeft geen verstandelijke overtuiging te zijn; het moet een gevoel zijn. Gedraagt u verder zo normaal mogelijk en zo hoffelijk als u kunt, maar houdt die overtuiging vast. U beïnvloedt hierdoor de ander die van uw geschiktheid door uw uitstraling meer overtuigd zal worden dan door een paar diploma’s. Dat is heel vreemd, maar het is waar.

Tweede voorbeeld

U bevindt zich in een menigte. In die omgeving zijn er nogal wat mensen voor wie u bang bent dat ze agressief zijn of het niet met u eens zijn. Op het ogenblik, dat u uitgaat van de zekerheid dat u ieder­een de baas bent, vormt u een uitdaging. Dat kunt u dus niet doen. Maar u kunt wel een gevoel van onaantastbaarheid en een zekere onver­schilligheid uitstralen. Door dit te doen belet u a.h.w. de ander om agressief te worden en voorkomt u gelijktijdig dat u als medestander van de een of andere partij zult worden beschouwd. Dat kan u ten goede komen.

Derde voorbeeld

U komt in een zeer chique gelegenheid waar men de wijnen in jaar­gangen en talloze edities serveert. U bent niet heel zeker van het me­nu. Het staat allemaal in het Frans en u bent er nog helemaal niet ach­ter wat dat potjeslatijn (dat is het in feite) betekent.

Op het moment, dat u zich laat overdonderen, zult u niet alleen slechter worden bediend en waarschijnlijk meer betalen dan nodig is, maar bovendien krijgt u niet wat u wilt hebben.

Het eerste punt is. Ik wil hier werkelijk het beste genieten. Voel u openstaan voor de omgeving. Laat u niet imponeren. Zeg tegen uzelf; Dit is iets om eens rustig te ondergaan. Vraag dan kalm de vertaling van het menu. Vraag de raad van een ober en geef desnoods uw eigen voorkeur enigszins aan. Als het om wijnen gaat en u heeft daar geen verstand van, dan zegt u gewoon; Ik wil een wat lichte of wat fruitige wijn hebben, niet te duur. Ik laat het aan uw keuze over. De sommelier zal u ongetwijfeld goed bedienen. Maar wat meer is, men respecteer u als gast. Er ontstaat een gevoel van samen­werking. U heeft daardoor een prettige avond. Het personeel vindt u een prettige gast, alleen door uw uitstraling.

U heeft een persoonlijkheid geprojecteerd die past in het geheel. Niet iemand, die de baas wil spelen of zich wil laten gelden, maar ook niet iemand die onder de indruk is. Doodgewoon iemands die appre­cieert wat er is en voor de rest weleens wil weten hoe je er nog meer van kunt genieten. Op deze manier bereikt u dus het beste.

Dit zijn drie verschillende voorbeelden. In elk voorbeeld blijkt telkens weer dat het eigenlijk gaat om het beeld dat u op dat moment maakt van uzelf en van uw relatie met de omgeving. Leer dit bewust te doen.

Stel u nimmer boven uw omgeving. Probeer ook nooit die omgeving te zien als iets wat sterker is dan u. Beweeg u innerlijk met uw ge­voel altijd in een gelijkwaardigheid of u nu op een universiteit zit, op de een of andere bijeenkomst van adellijke lieden danwel in een inbrekerskroeg. Voel u één en gelijkwaardig. Vindt het normaal dat men u helpt datgene te bereiken of eventueel te vinden wat voor u belangrijk is.

Wees zelf ook bereid om een ander te helpen, als dat toevallig in uw vermogen ligt. Het is een harmonische instelling. Heeft u dit, dan wordt de rest van uw persoonlijkheid geaccepteerd.

Probeert u zich te zeer te laten gelden of misschien anderen te overdonderen, dan wijst dit in wezen op een innerlijke onzekerheid. Men zal niet op uw uiterlijk gedrag, maar op uw onzekerheid reageren en heel vaak tot een verwerping komen van uw persoonlijkheid die u in fei­te helemaal niet verdient.

Dit zijn heel eenvoudige aanwijzingen. Ik denk dat iedereen ze kan gebruiken.

Dan heb ik nog een aanwijzing voor een andere vorm van bewustzijns­projectie die vooral geschikt is voor degenen die aan het gemotoriseer­de verkeer deelnemen.

Probeer niet alleen maar te letten op wat er vóór u gebeurt. U beweegt zich met een belangenkoepel door de ruimte. Alles wat er binnen die koepel (een bol met een doorsnee van ongeveer 500 m tot 1 km) gebeurt, is voor u van belang (dat moet u zich even indenken, dit is allemaal voor mij van belang) helpt u om alle impulsen die uit die omgeving komen en op u en uw taak betrekking hebben tot u te laten doordringen. Het resultaat is, dat u de auto voelt aankomen, terwijl u die niet kunt zien bij de kruising.

Het betekent, dat u dat spelende kind dat zo dadelijk de bal schopt en plotseling de rijweg zal oplopen a.h.w. van tevoren heeft opgemerkt en het gevaar heeft beseft. Uw eigen reactievermogen neemt dus toe. De gevarenfactor wordt aanmerkelijk minder. Als u dat een tijdlang heeft gedaan, bent u bovendien nog in staat om te kijken of er een snelheidscontrole is, terwijl u te hard rijdt. Dan kunt u zelfs daarmee rekening houden.

Het zijn allemaal tamelijk praktische raadgevingen. Het lijkt ongelooflijk dat men met zo weinig moeite zoveel kunt bereiken. Probeert u het maar eens.

De projectie van je bewustzijn is eenvoudig het verwijden van je totale cirkel van gevoeligheid ofwel het geheel van alle bewustzijnswaarden projecteren in je persoonlijkheid op een punt dat verwijderd is van je lichamelijke waarnemingsmogelijkheid. Het is betrekkelijk eenvoudig. De moeilijkheid zit in het vinden van de instelling.

Ieder zal dit voor zichzelf moeten doen. De één kan het misschien het gemakkelijkst vanuit een onverschilligheid. Een ander vindt het gemakkelijker te werken met een schietgebedje, een magische formule, een mantra of iets dergelijks. Er zijn zelfs mensen die hun gevoeligheid gaan hechten aan een uiterlijk teken en een bepaald symbooltje, al is het maar een konijnenpootje, met zich meenemen. Die dingen op zichzelf werken niet, maar hun aanwezigheid is een sleutel tot een bepaalde mentaliteit.

Deze mentaliteit bepaalt dan weer de mogelijkheid het bewustzijn te projecteren of althans in bewustzijn open te staan voor meer dan normale signalen uit de omgeving. Probeer het dus. Het is niet zo heel erg moeilijk. Het betekent alleen even doorbijten. Want dat het de eerste keer nu direct honderd procent goed gaat, dat komt zo zelden voor, dat durf ik u heus niet beloven. Maar dat u met een tiental pogingen tenminste één keer resultaat boekt dat is een fiftyfifty kans. Zou u honderd pogingen doen, dan is uw kans op resultaat waarschijnlijk 9 tegen 1; op 1 dus kennelijk resultaat.

Hoeveel moeite u wilt doen, dat moet u zelf weten: Maar als u niet probeert om tenminste de verhoging van de bewustzijnsdrempel, die ik u zo-even heb genoemd, door concentratie te vinden, dan zult u in de vol­gende lessen moeilijkheden ervaren. Want dit is de eerste sleutel tot elke verdere projectie van de persoonlijkheid, ook voor het bewuster deel­nemen aan geestelijke projectie en wat dies meer zij.

Ik hoop, dat u deze eerste les informatief genoeg heeft gevonden. Ik geloof niet, dat er op dit ogenblik veel aan toe te voegen is, tenzij u nu t.a.v. het gesprokene nog vragen heeft. Die zal ik dan nog beantwoorden.

  • Wat zijn geestelijke voertuigen?

Onder geestelijke voertuigen verstaan wij elke ik-voorstelling die niet behoort tot de zuiver stoffelijke voorstelling en waarin het geheel van het bewustzijn zich kan bewegen in een wereld die eigen normen en waar­den kent. Ook is een projectie vanuit deze wereld naar andere werelden denkbaar, maar dit is niet noodzakelijk. Als wij dus zeggen: Een mens heeft vele geestelijke voertuigen, dan zeggen wij: In zijn persoonlijkheid zijn een aantal toestanden of delen van het werkelijke ik, die zich in ver­schillende wereldvoorstellingen kunnen bewegen compleet met de daarin heersende wetten, krachten e.d. en zelfs met de mogelijkheid vanuit die werelden anderen werelden te bezoeken.

  • Is het voor uittreding noodzakelijk dat het lichaam gezond is?

Bij uittreding is niet de gezondheid van het lichaam bepalend maar wel de gezondheid van de geest. Indien de geest bij uittreding een harmonische en evenwichtige toestand kent, zal zelfs een ziek lichaam zich gemakkelijker herstellen dan anders het geval zou zijn, zodat de uittredingen dan alleen een voordeel en geen nadeel zijn. Uittredingen naar duistere sferen, projectie van het bewustzijn naar probleemtoestanden dient men echter bij lichamelijke zwakte etc. zoveel mogelijk te vermijden.

Deze vraag behoeft u dus twee lessen verder niet meer te stellen. Dan is hiermee deze eerste les plus inleiding besloten. Indien u over deze les vragen heeft, kunt u die de volgende maal, maar ook alleen de volgende maal, stellen na afloop van de eerste lezing. U zult dan een antwoord krijgen. Gaat u daar niet op in, dan is het tot onze spijt niet meer mogelijk op al deze punten later terug te komen. Wilt u daarmee rekening houden.

Een wereldbeeld

Een mens maakt zich een voorstelling van de wereld. Hij denkt dat iedereen de wereld precies zo ziet als hij zelf die ziet. En toch, hoe groot is het verschil niet.

Terwijl de toerist jubelt over dagen stralende zon, weent de boer over de regen die uitblijft. Zij zien de dingen dus anders.

Mensen denken aan de wereld als aan een geheel. Anderen zien het als een kleine groep die tot taak heeft om de rest te sturen. Weer an­deren denken dat alles wat bestaat niet goed is en alleen dat wat nog niet bestaat, goed zal zijn. Denk niet dat het iets nieuws is.

Toen de eerste stadspriesters in Atlantis begonnen hun wonderen te doen (voor een groot gedeelte suggestie en hypnose) waren vele men­sen aan het hof werkelijk enthousiast. Eindelijk hadden ze nu vlak in de buurt iemand die onbegrijpelijke dingen kon doen. De koning stond niet meer alleen. Toen had je meteen al die eigenaardige wijze mensen die van geen goederen hielden niet nodig. Een priester in de stad kon je bestoken; daar kon je nog wat geld aan kwijt en kreeg je er ook iets voor terug. Zo’n wijsgeer haalde alleen zijn schouders op en zei de waar­heid precies zoals je die niet wilde horen.

Een wereldbeeld wordt dus voor een groot gedeelte bepaald door je eigen voorstelling van jezelf plus je voorstelling van wat de wereld zou moeten zijn. En hoe vreemd het ook moge klinken, dat heeft allerlei repercussies, dat heeft allerlei verbindingen met wat je beleeft, maar ook met je mogelijkheden.

Een mens, die een wereldvoorstelling heeft, kiest altijd mogelijk­heden welke bij die voorstelling aansluiten. Dat houdt in dat hij een hoop mogelijkheden laat liggen, eenvoudig omdat ze niet passen bij zijn visie. Al die mensen leven wel in dezelfde wereld, maar hun wereldbeeld is dermate verschillend dat het misschien beter zou zijn als ieder een wereldje voor zichzelf had.

Misschien vraagt u zich af, wat dat nu te maken heeft met een cur­sus als de z.g. zelfprojectie. Maar neem mij niet kwalijk mensen. Steeds meer projecteren de mensen een beeld van zichzelf, of het echt is of niet, en een beeld van een wereld, of die kan bestaan of niet. Daarop baseren ze dan hun relatie niet alleen met de wereld, maar zelfs met de geest.

Ik ben helemaal geen cynicus. Mijn historische belangstelling heeft mij daarvan wel genezen. Ik ben eraan gewend dat de mens precies datgene doet wat volgens zijn stellingen onredelijk is. Maar als ik kijk naar bv. een anti-abortuscampagne en ik zie in de voorste rijen geestelijken ­marcheren ondersteund door een legioen van nonnen en een aantal dames die door hun leeftijd althans het gevaar voor zwangerschap te boven zijn, dan vraag ik mij af lieve mensen: waar maken jullie je nu druk over?

De pastoors mogen niet, de nonnen mogen niet, de anderen kunnen niet en de enkelen die er overblijven die weten niet wat ze doen. Ik wil daarmee geen oordeel uitspreken. Maar het is toch typerend vind ik, voor de wijze waarop de mensen een beeld maken van wat de we­reld zou moeten zijn.

Er zijn mensen die uitgaan van orde en regelmaat. Zij zeggen. Alles moet precies volgens de regels verlopen. Die mensen zouden mis­schien gelukkig zijn in het leger als sergeant-majoor, administrateur of zoiets. Enkelen dromen er misschien van generaal te worden, omdat je dan zelf niet meer zoveel behoeft te gehoorzamen. Maar is de wereld eigenlijk niet opgebouwd uit alle dingen die juist buiten de regels vallen?

Wij projecteren in onze eigen werelden een aantal waarden die niet echt zijn. Voor ons zijn ze reëel; daar gaat het niet om. Als wij nagaan wat ze precies betekenen, dan moeten wij op een gegeven moment zeggen: Wij weten het eigenlijk niet. Wij hebben een overtuiging. Wij hebben een geloof. Wij hebben een geweten en dat zegt ons: Dat is goed. Maar wij weten niet of het voor de wereld goed is. Wij doen maar alsof. Kijk, met dat doen maar alsof, krijg je natuurlijk de gekste situaties.

Heeft u wel eens het Boek Openbaringen gelezen? Dat moet u eens goed lezen. U ziet dan dat de schrijver zich voelde als een profeet. Hij zag het einde van de wereld zeer nabij. Dat is het al 1500 jaar sinds­dien gebleven. Het einde is nog steeds nabij, maar het komt niet.

Waarom? Omdat vanuit zijn geloof en zijn denken de wereld zoals ze was niet aanvaardbaar bleef, dus moest er een einde aan komen. Dat einde kon alleen komen uit de verlossing waarin hij geloofde. Dientengevolge; Armageddon, het Duizendjarige Rijk en dan het einde der tijden met een Halleluja voor alle zaligen.

Ik neem het hem niet kwalijk. Maar waarom kijkt men er dan aan voorbij? Waarom realiseert men zich niet dat deze schrijver het helemaal niet heeft gehad over het jaar 2000, maar dat hij waarschijnlijk dacht aan het jaar 700 of 1300? Eenvoudig omdat men het zich niet kan voorstellen.

Je kunt heel veel dingen ontluisteren. Een collega van mij heeft kort­geleden een soort bijbelkritiek geleverd. Ik heb dat nooit willen doen. Wie erin gelooft, moet dat volgens mij maar blijven doen. Want de mens, die nergens in gelooft, gelooft of alleen in zichzelf (dat is ernstig) of hij gelooft nergens in, ook niet aan zichzelf en dat is vernietigend.

Wij kunnen aantonen dat een groot gedeelte van de bijbel bestaat uit kopieën van andere culturen. Er zitten Griekse elementen in en ook Egyp­tische, Babylonische, Assyrische, Filistijnse, Hittitische. Als je nu zegt: De openbaringen die jullie hebben is een mengeling, dan vallen de mensen achterover. Waarom? Omdat zij nu eenmaal zijn vastgekleefd aan: dit is de enige waarheid. Voor hen is het daarom waar. Met andere woorden: een waarheid bestaat niet omdat ze onveranderlijk zo is, maar omdat men er als onveranderlijk aan gelooft. En dan geldt de waarheid dus niet algemeen in dit opzicht. Ze geldt alleen voor degene die deze versie van waarheid boven alles heeft uitverkoren.

Dan kom je als vanzelf weer bij de ik-projectie terecht. Hoeveel mensen zouden datgene wat ze zelf zouden willen zijn niet pro­jecteren in het geloof dat zij zeggen te belijden? Het is de moeite waard om ons dat eens af te vragen. Want als we allemaal eerlijk zijn, dan zijn de verschillen van wereldbeeld bij alle grote godsdiensten nu niet zo overweldigend. Waarom zijn ze dan toch elkanders vijand? Dat geven ze na­tuurlijk niet toe.

Eenvoudig omdat een waarheid die niet bewijsbaar is, voor degene die daarin wil opgaan juist daardoor onaantastbaar wordt. Het hele we­reldbeeld van een mens wordt bepaald door de zekerheden die hij poneert in een wereld vol onzekerheden. Dan zeg ik maar zo:

Het beeld van de wereld dat je hebt is dus eigenlijk voor een deel een projectie van jezelf. Je kijkt, je beleeft selectief. Je ervaringen, maar ook de manier waarop je daarmee werkt, daarop reageert, worden niet bepaald door iets buiten je, maar ze worden bepaald door iets in je. Mijn wereldbeeld is de projectie van mijn wezen. De onvervuldheden die in mij bestaan, projecteer ik naar buiten toe als onaantastbare waar­heden en zekerheden. Mijn eigen onvermogen tover ik om tot een buiten mij bestaande almacht waarop ik mij kan beroepen. Dat is heus niet zo religieus.

Ik heb helemaal geen bezwaar tegen staatslieden of degenen die zichzelf daarvoor houden. Die mensen reageren precies als een gelovige. Maar kunt u nu werkelijk denken dat één mens, die goed bij zijn verstand is, die zijn oren en ogen open heeft, gelooft in de onaantastbare goedheid van bv. Reagan, van Thatcher, van Kohl of wat dat betreft van onze heilige Josef Luns? Als je eerlijk bent, dan zeg je: neen. Dat zijn er­gens wel goede mensen, maar ze denken toch wel erg eenzijdig. Hun wereld­beeld past niet helemaal bij de feiten. Maar dat zeg je niet.

U zult het dadelijk in Amerika zien dat veel mensen Ronald Reagan zien als de president, de man die de Ver. Staten uit de modder kan ha­len. Nu ja, als je het mij vraagt, kan hij niet eens over een plas heen springen.

De politiek wordt ook bepaald door een soort geloof. En wat blijkt nu? Als iemand in staat is zozeer in zichzelf te geloven dat anderen in hem geloven, dan krijgt hij mogelijkheden die hij redelijk gezien nooit zou mogen bezitten. Hij oefent daardoor een macht uit die hij in feite niet kan hanteren en komt zo tot een invloed op het gebeuren in het leven van anderen die eigenlijk niet verantwoord is.

Nu denkt u dat ik toch cynisch zit te worden, maar het is gewoon een historische waarheid.

Neem nu maar Alexander de Grote. Alex was een grote jongen, dat is waar. Hij hield van vele dingen, vooral van knapen. Toen hij merkte dat daarover moeilijkheden konden komen, besloot hij maar een oorlog te begin­nen. Dat is hetzelfde wat anders grote heersers ook hebben gedaan. Zij denken: als ik zo blijf als ik nu ben, dan word ik minder. En dan be­ginnen ze een oorlog in de hoop dat ze meer worden Misschien worden ze in hun eigen ogen dan ook meer, maar hun onderdanen worden meestal min­der.

Kijk eens, vrienden, als wij dat nu over anderen zeggen, dan grinni­ken jullie en denken voor een deel: nou, dat is wel waar. Maar hoe staat het met u? Wat voor uitgangspunt of geloof hanteert u? Wat voor wereld­beeld maakt u zelf. Want daar zit nu juist de moeilijkheid in.

In de wereld die u maakt, moet u leven. Maar de wereld die u maakt, kan niet beantwoorden aan de regels en wetten die u veronderstelt. Ze heeft wel degelijk reële wetten en die kunt u niet veranderen: Daarom gaat het altijd ook zo slecht in de wereld.

Iemand, die dat begint te beseffen, zegt: Ik moet het anders doen. Ik moet niet oordelen over de wereld. Ik moet mij geen beeld van de we­reld opbouwen. Ik moet elke dag weer een beeld van de wereld voor mij laten ontstaan, dan mag elke dag anders zijn. Er behoeft geen rijm of re­den in te zitten. Het enige dat ik nodig heb, is een beeld van mijzelf.

Niet van de dingen waarin ik geloof of van de dingen die ik nood­zakelijk acht, maar een beeld van mijzelf. Wat ben ik? Wat kan ik? Wat doe ik? Dan reageer je op de werkelijke wetten. En dan ben je toch wel bezig om jezelf te projecteren niet alleen in het wereldbeeld van anderen, maar in het werkelijke beeld dat erachter schuilt. Hoe dichter wij bij de werkelijkheid staan, des te vollediger wij gebruik kunnen maken van onze mogelijkheden.

Ik heb nog altijd medelijden met de arme Antonius. Hij werd door duivels achtervolgd in de woestijn. Ja, ja. Die duivels woonden in hem­zelf. Maar daar gaat het niet om. Als hij nu maar eens een nachtje als een zeeman aan de zwier was gegaan, dan was hij waarschijnlijk van die duivels voor jaren af geweest, want zoveel kon hij ook niet meer.

Dat klinkt natuurlijk vervelend, maar hoe vaak is dat bij u ook niet het geval? Hoe vaak zijn de demonen die u bedreigen in feite niet de frustraties die ontstaan omdat u zich niet naar de werkelijkheid voegt, maar probeert de werkelijkheid te beheersen. Wat dat betreft, denk ik altijd: de mensen zijn rare wezens,

Ik vind het bv. zo mooi dat Nero al viool speelde toen Rome brandde voordat de viool was uitgevonden. Dat vind ik een schitterend voorbeeld van menselijk denken. Maar Nero was gewoon een voorloper van de moderne bouwondernemer. Gooi neer die rotzooi, dan kunnen wij er wat moois van maken. Hij kon het misschien wat rationeler doen. Nero liet het in brand steken. Tegenwoordig moet je eerst een sloopvergunning hebben. Wat er dan heel vaak wordt gesloopt is meer herinnering en il­lusie dan werkelijkheid. Laten wij dat er ook bijzeggen: Als ik zo naar al die dingen kijk, dan zeg ik: Mensen, als jullie gaan begrijpen dat je elke dag opnieuw leeft, dat er geen onveranderlijke werkelijkheid bestaat die je kunt bevatten, dan leer je misschien ook om datgene wat je bent in de wereld volledig te gebruiken.

Als je dat doet, zullen waarschijnlijk degenen die de cursus houden (ik ben maar de alternatieve kletskous) zeggen: Dan projecteer je jezelf in de werkelijkheid. En als je nu geen verschil maakt tussen geestelijke en stoffelijke waarden, zou het dan niet mogelijk zijn dat je geest en je stof een eenheid gaan vormen? Dat wat voor jou geestelijk beleefbaar is, stoffelijk kenbaar is en wat stoffelijk mogelijk is ook geestelijk mede be­oordeeld wordt; dat je een eenheid wordt. Waarom zou je dan niet dat wat je stoffelijk niet kunt, geestelijk kunnen opknappen of omgekeerd. Dan heb je geen apart wereldbeeld nodig:

Als er iets is wat de mens op deze wereld niet nodig heeft (excuses aan eenieder die ik daarmee op de tenen zou kunnen trappen), dan is het dat hij geen leiders nodig heeft. Een mens, die een leider (met een korte ei) heeft, wordt er zelf één met een lange ij. Want de leider is degene die ons dwingt ons wereldbeeld te vervreemden van de werkelijkheid. Hij is het die ons dwingt ons leven, onze uitingen maar ook ons inner­lijk besef en ons werken te doen afwijken van onze werkelijke mogelijkhe­den, van onze krachten, van onze werkelijke persoonlijkheid. Daarom zeg ik: Het wereldbeeld dat u ziet, komt voor een groot gedeelte uit uzelf voort.

Leer om niet te beoordelen op lange termijn. Leer elke dag opnieuw de feiten en de mogelijkheden te registreren en daarop te reageren.

Wees niet bang u te beroepen op uw geestelijke waarden, als u die erkent. Wees niet bang om stoffelijk de zaken aan te pakken, ook als an­deren misschien menen dat dit volgens plan en op lange termijn moet ge­beuren. Dan zult u volgens mij het einddoel kunnen bereiken van het mens­-zijn, harmonisch zijn van stof en geest en één zijn met een werkelijkheid die niet alleen in, maar ook achter de verschijnselen voortdurend aan­wezig is.

Hemelpoort

O hemel, heeft de hemel nog een hemelpoort? Of is de poort der he­melen alleen een poort die wij gebruiken om het onbekende en de grenzen tussen wat wij nog aanvaarden, wat wij geloven en niet wensen te onderlijnen?

Spreken van een hemelpoort. Het is een sprookje, een gelijkenis. Maar denk je: dit is Werkelijkheid, dan is er een gemis aan werkelijkheidszin. Dan maak je het jezelf onmogelijk te begrijpen dat de fabel nimmer gaat over dieren die werkelijk spreken en over een mens die dieren woor­delijk verstaat.

De hemelpoort is een illusie. Het is een verhaal en het is een dwang, want velen geloven eraan. Hij is maar al te bang dat hij dadelijk voor de poort te horen krijgt: Gaat u maar 9 trappen naar beneden, daar vindt u dan een betere en duisterder heer die past bij wat gij zijt geweest.

Ik zeg u: mens, weest onbevreesd. Zolang gij slechts uzelf zijt, zijt gij deel van eeuwigheid. Een poort kun je zelf wel scheppen, maar zonder jou kan ze toch niet bestaan.

Leer deel te zijn van al, al het zijnde te aanvaarden en in al het zijnde op te gaan. Dan vindt u, dit is mijn laatste woord iets wat u wer­kelijk toegang geeft tot eeuwigheid en eeuwig zijn, meer dan een hemelpoort.