Het samentreffen van kosmische invloeden op aarde

image_pdf

4 juni 1962

Dit onderwerp houdt zich bezig met alles wat er op het ogenblik vanuit de kosmos, vanuit de sferen, op deze aarde een brandpunt vindt.

Nu dan, met u eens nadenken over de menselijke historie van de geschiedenis zowel wat betreft cultuur, strijdlust, economie, godsdienst en dergelijke. U zult ontdekken dat voor al deze ontwikkelingen bepaalde curven kunnen worden getrokken. U zou een lijn kunnen trekken waarbij u zegt: Atlantis gaat omhoog, bereikt een hoog geestelijk punt, wordt materialistisch, gaat naar beneden, verdrijving uit Atlantis, eerste groep.

Opkomst weer van een nieuwe groep en dan krijgen we daaruit uiteindelijk, laat ons zeggen, de Egyptische cultuur. Daartussen ligt het barbarisme, dus het zeer persoonlijk godsbegrip met allerhande fetisjisme.

En dan gaat het weer naar beneden toe een tijd. Verstoffelijking in Egypte, verwarringen zowel in India, in delen van China en Perzië als de voornaamste gebieden.

En dan klimt het weer en krijgen we de Grieken. De Grieken worden ten dele overgenomen door de Romeinen. De zaak gaat weer naar beneden en rond de Middeleeuwen komt het alchemistisch christendom op.

Denkt u niet dat dit een vergissing is. Alchemistisch christendom waarbij een bepaalde vorm van mystiek een rol speelt en daardoor belangrijk is. Dit vindt dan een hoogtepunt in de jaren 1850 en daarna gaat het, religieus gezien, weer naar beneden. Daartussen ligt het bewustzijn en nu vinden we juist in de periode van een hogere godsdienstige ontwikkeling, een dieptepunt wat betreft lichtfiguren esoterie.

We zien dat iets voor de godsdienst uit een golf loopt van economische verhoudingen en iets daar achteraan een golf van, laten we zeggen, sociologische verhoudingen. De dieptepunten worden bovendien nog verbonden door een regelmatig terugkerende vorm van politiek.

Ik vertel u dit nu even, opdat u zich voor kunt stellen, dat je een kaart zou kunnen tekenen, een kaart, waarop je de ontwikkeling van de aarde uitzet in krommen, zoals dat in de statistiek gebruikelijk is en dat al die krommen dan een tamelijk regelmatig verloop geven, behalve soms blijkt er ineens een sprong op te treden, een sprong waarbij een cultuur plotseling nieuwe elementen vertoont.
Een godsdienst nieuwe waarden laat zien, waarbij we opeens kennis maken met nieuwe werktuigen, nieuwe werkmethodes, nieuwe denkwijzen. Dan spreken we wel eens van een sprong en sommigen gaan nog verder en zeggen: “Hier is uiteindelijk sprake van een mutatiesprong in het algemeen menselijk bewustzijn.” Maar zo eenvoudig is het niet, want die sprong heeft een oorzaak. Die sprong wordt steeds weer veroorzaakt door inwerking van invloeden uit de kosmos. Nu is dat eenvoudig gezegd: de kosmos, ja, het heelal, alle sterren, alles, wat er is. Maar misschien kunnen we die kosmos toch ook wel een beetje gemakkelijker definiëren.

We hebben in de kosmos in de eerste plaats te maken met de zgn. drie stoffelijke invloeden, daarnaast met drie maal drie geestelijke invloeden en daarnaast met de zgn. zeven stralen, die we dan ook wel de mystieke invloeden noemen. Die krachten zijn ten dele gebaseerd zuiver op sferen, dus in niet stoffelijke werelden, ten dele komen zij voort uit de zwaartekrachtverhoudingen, de plaatsing van de aarde bijvoorbeeld maar voor een gedeelte ook stammen ze uit wat men het best een vierde dimensie of een supra-dimensionele wereld zou kunnen noemen. Ik hoop niet dat u van die woorden schrikt.

Dat klinkt zo erg gewichtig een ‘vierde dimensie’, iets, wat ligt aan de andere kant van de tijd. Het eenvoudigste voorbeeld dat zullen sommigen van u zich herinneren, is weer: Neem een willekeurig voorwerp, neem een blad papier waar dat voorwerp doorheen kan gaan of desnoods een waterspiegel. U legt daarop wezens die maar twee dimensies hebben, voor hen wijzigt zich het voorwerp voortdurend. Zij zien niet het geheel en zij menen dat het verandert, dat het soms gevaarlijk is, het kan zich bv. in tweeën delen, schijnbaar. Denk eens aan een standbeeld, eerst komt het voetstuk, dat ding is vierkant en nu ineens hebben we twee voetstappen en nu worden het twee handjes en die handjes worden wat groter en wat kleiner en wat groter en nu is het weer een geheel geworden met allerhande vreemde uitwassen en zo gaat het verder. Nu zijn de belangrijkste invloeden, die zijn dus supradimensionaal, d.w.z. dat zij vanuit uw wereld zich voordoen als steeds wisselende omstandigheden en invloeden, die echter voortkomen uit een en hetzelfde beeld, uit een en dezelfde kracht, een en hetzelfde wezen.

Nu kunnen we ons dus voorstellen, dat er in de kosmos ergens zo’n wezen is dat meer dimensies heeft dan de aarde. Zolang het die aarde niet beroert – ook al bestaat het in de ruimte – is er niets aan de hand, maar op het ogenblik dat de aarde a.h.w. zo’n wezen beroert, zal dat wezen en wel in steeds zich wijzigende verhoudingen en beelden een invloed op de aarde uitoefenen. Is dat begrijpelijk? Naar gelang van de vorm van het wezen dus.

En dan kunnen we er nog bij vertellen dat over het algemeen zo’n kracht kan worden voorgesteld als, hetzij een spiraal of wat ook wel gebeurt een aantal in elkaar gesloten cirkels. Ook dat is natuurlijk weer een benadering, het is niet helemaal juist, maar u kunt zich voorstellen dat, wanneer een spiraal plotseling afgesneden wordt, eronder, zich dan een reeks wegen openbaren. Al die wegen komen uiteindelijk weer op hetzelfde punt neer.

U krijgt een cirkelgang, wanneer we uitgaan van in elkaar gesloten ringen, dan komt er een ogenblik dat wij alleen met halve bogen te maken hebben. De verplaatsing die voor ons naar boven lijkt te gaan, is in feite ook een vooruitgang op de rechte lijnen. Want ik begin hier te stijgen. Ik kom daar, ik sla een stuk over. Kunt u het volgen? Nu is dat dus bij die evolutie op aarde, die we zien, ongeveer hetzelfde.
Maar, en daar treedt het eigenaardige verschijnsel op, wat voor u van groot belang kan zijn in deze dagen, de bewegingssnelheid binnen zo’n ring is anders dan in het eigen vlak van bewustzijn. Kunt u dat volgen? Laten we zeggen op aarde kan je langzamer lopen dan langs die omweg. Dit is een drukke stadstraat en dat is een autostrade, dan weet een automobilist vast wel wat ik bedoel. Je springt dus a.h.w. over een deel van de ontwikkeling weg, maar een mens is zich daarvan niet bewust. Hij denkt dat het een continuïteit is en zegt dus niet: “Ik heb zoveel afstand meer afgelegd”. Neen, hij zegt: “Ik heb in kortere tijd meer bereikt dan in het verleden”. Voor hem schijnen de twee einden, waarbij de kosmische beïnvloeding voor hem begint en eindigt, tegen elkaar aan te liggen. Hij ziet het tussenliggende stuk niet en daardoor ontstaat die plotselinge sprong, die plotselinge verandering in ontwikkeling.

Eenvoudig gezegd, gebeurt er dit: Wanneer een geestelijke kracht ingrijpt op aarde die kosmisch is en dus niet behoort tot uw eigen tijdsruimtelijke, continue wereld en uw tijdsverloop, zoals u dat als mens kent, zal de mens onder deze invloed een zeer snelle ontwikkeling kunnen doormaken, die echter in zijn eigen tijdsbegrip een sprong schijnt te betekenen. Dat hij in een normale ontwikkeling dan een heel eind verder is, ziet hij niet als een verder gaan op zijn weg, maar alleen als een verder gaan in zijn bereikingen.

En nu gaan we het technisch zeggen. Op het ogenblik dat een supra-dimensionale invloed de aarde beroert, zullen alle gedachtestromen van de mens, die daarmee in contact komen, aanmerkelijk worden versneld, zodat het totaal aantal reacties van de mens per tijdseenheid wordt opgevoerd. De wijze waarop deze opvoering geschiedt, zowel als de richting die de gedachten aan zullen nemen, wordt echter bepaald door de geaardheid van de kosmische invloed zelf. De kosmische invloed kan voor zich worden uitgedrukt in een samenstel van acht dimensies, waarvan voor de doorsnee mens vier dimensies kenbaar zijn of beleefbaar zijn, waarvoor geen zintuigelijke waarneming mogelijk is en waaruit uiteindelijk een binnen drie dimensies passende conclusie door de mens getrokken wordt.

  • Pardon, mag ik even in de rede vallen?

Jazeker.

  • U zegt, er zijn dus acht dimensies, waarvan er maar vier waargenomen. Hoe kan de mens daarop reageren?

De mens heeft heel wat meer dan alleen zijn waarnemingsvermogen. De mens heeft meer dan alleen zijn zintuigelijke of zijn stoffelijke waarnemingsvermogens en hij heeft een bewustzijn dat meer omvat dan het zuiver redelijk denken. Want daardoor alleen is deze terugkeer mogelijk.

Nu, dan heb ik dus geprobeerd u duidelijk te maken wat zo’n kosmische invloed o.m. kan zijn. En nu moeten we eventjes naar de Melkweg gaan kijken waar de aarde aan een uiteinde, eigenlijk aan een soort sliert, meedraait. Hoe meer wij naar het midden komen hoe groter, hoe dichter de hoeveelheid sterren wordt. De straling en de stralingsintensiteit, door u soms vastgesteld als zgn. ‘ruis’ of ‘beep’ met een radiotelescoop, komt hoofdzakelijk van de grootste massa’s sterren.

Die straling is echter ook nog iets anders. Het is niet alleen maar een kwestie van stralingen, ontladingen, velden van zwaartekracht, van magnetisme, er is wel degelijk een directe relatie tussen alle sterren in de kern en alle sterren en planeten aan de buitenkant. U kunt dat misschien het best vergelijken als de relatie bv. van uw zon tot een van de buitenste planeten. Het zonlicht is er zwak, het heeft er geen directe invloed. Maar een verandering in de zon, die voor de planeten dichterbij overweldigend is, kan daar juist een stimulans worden.

Wanneer nu in dit centrum van de Melkweg bv. gravitatieverhoudingen veranderen, waardoor de banen van sommige sterren t.o.v. elkaar gaan afwijken, dan ontstaat er een verstoring, een verstoring in de totale relatie en dit wordt kenbaar, maar heel gering en eigenlijk niet meer merkbaar, ook in uw eigen zon. Uw eigen zon reageert erop door in haar bestaande omzettingsprocessen iets te wijzigen, waardoor bv. de samenstelling van de straling, in verschillende partikels gerekend dus, ook weer verandert.

En dat betekent, dat de aarde getroffen wordt door straling van haar eigen zon, die echter in een gewijzigde verhouding en samenstelling haar kunnen beroeren. Het resultaat wederom en nu vanuit een zuiver stoffelijke basis is een verandering van levenscondities, van instelling van behoeften en mogelijkheden. Ook een dergelijke invloed noemen we een kosmische invloed.

En nu moet ik nog eventjes naar de geest toe. Wanneer wij ons nu realiseren dat er a.h.w. in dezelfde ruimte waarin u leeft een ongeteld aantal werelden kan bestaan, mits deze werelden zo zijn geconstrueerd dat ze elkaar niet kunnen beroeren. Het zouden dus ook materiële werelden kunnen zijn. Dan zou u zich kunnen voorstellen dat elke wijziging die in een geestelijke wereld plaatsvindt, stoffelijk niet gemerkt wordt. Daar merk je niets van. Maar wanneer nu beide een bepaald iets gemeen hebben, bv. gedachtekracht, dan kan die gedachtekracht vanuit de sfeer met een sterke wijziging zich ook uitdrukken in uw wereld. Dan wordt het denken van de mensen beïnvloed en daarmee ook hun karakter, hun persoonlijkheid, hun reactie t.o.v. normale gebeurtenissen en tot nog toe geldende wetten en waarden.

Zo’n inwerking in een sfeer kan uitgaan van wat wij noemen ‘de Heren van Licht’ o.m., entiteiten, die zeer dicht bij het goddelijke staan en die een zekere scheppende werking vervullen. Zij doen dat ook wel voor uw wereld, maar vooral voor het denkleven, dat in onze sferen erg bepalend is eigenlijk voor ons bestaan. Ons denken bepaalt wat we zijn, maar ook wat er voor vormen zijn, wat er voor belevingen mogelijk zijn. Dan zal daardoor in onze wereld allereerst een verandering optreden die in het gedachteleven van de mens weerspiegeld wordt. De materie zelf is trager. Omdat die materie trager is, zal zij eerst na aanmerkelijke tijd soortgelijke invloeden in zich gaan vertonen. Wij hebben dus weer een kosmische kracht gedefinieerd, tenminste omschreven, gedefinieerd niet. En nu hoop ik, dat u aan de hand van deze drie voorbeelden voldoende op de hoogte bent, wanneer ik spreek over kosmische krachten.

Als het erg onduidelijk is, maakt u dan nu maar van de gelegenheid gebruik. Dat is wel beter, geloof ik. Kunt u het zich dus voorstellen? Wezens uit totaal andere dimensies, maar materieel, wezens uit een geestelijke sfeer, een totaal andere materiële of, neen, een bijna niet-materiële samenstelling, waarbij gedachte eigenlijk de plaats inneemt van materie.

Dat zijn dus de geesten plus een in uw eigen materie gelegen wijziging die zich meestal afspeelt in de kern van het Melkwegstelsel. Deze grote kosmische invloeden worden verder natuurlijk nog versterkt door de eigenschappen van de ruimte zelf. De ruimte zou u zich kunnen voorstellen als bestaande uit elkaar kruisende krachtlijnen. Denkt u aan een soort dambord. Nu zal een wezen dat zich door die ruimte beweegt daar weinig last van hebben, behalve, wanneer het na elkaar twee krachtlijnen snijdt. Dan ontstaat nl. een onevenwichtige reactie. Of wanneer het een kruispunt van krachtlijnen snijdt, dan ontstaat er een enorme energie. Dan neemt het dus tijdelijk krachten van het veld op, waardoor de geaardheid ook weer veranderd wordt.

Hier hebt u dan de totale scala, waarin we de veranderingen op de wereld op het ogenblik kunnen uitdrukken. En nu gaan we down to earth diep naar beneden naar de aarde toe. De mensen die op het ogenblik leven, staan reeds gedurende enige tijd onder een geestelijke invloed. Deze eerste geestelijke invloed, dus vanuit de sferen komende, zal ongeveer begonnen zijn in 1860. Dat was het begin. Sedertdien, dus een eeuw lang, is die beïnvloeding steeds sterker geworden. Ze heeft de mens in menig opzicht losgemaakt van dogmata in religieus opzicht. Ze heeft hen geleid tot het aanvaarden van abstracties in de goddelijke wereld, in de geestelijke wereld i.p.v. een imitatie van de mens daarvoor te stellen.
Deze invloed gaat nu ook in de stof beginnen, d.w.z. dat de mens een wijziging ondergaat, waardoor zij steeds sterker op de gedachte van de mens kan reageren. Wanneer dit gebeurt, dan zal de materie, die zeer snel heen en weer gaat tussen twee gebieden, waarin de gedachte-instelling totaal verschillend is, aan grote spanning onderhevig zijn. Vermoeidheidsverschijnselen in de materie optredend, als resultaat van het voortdurend in een andere gedachte-uitstraling vertoeven van materiaal. Het zal u duidelijk zijn dat dit vooral verkeersmiddelen betreft, maar het kan zelfs mensen betreffen.
Mensen die te veel van de ene gedachtewereld naar de andere gaan, zullen op de duur niet meer in staat zijn hun eigen denkwijze redelijk te blijven volgen. Zij worden, ik zou haast zeggen, net een astrologische tweeling, iets, wat nu eens het ene en dan het andere gezicht laat zien; Janusfiguren, waarin het redelijk element voor de mens zoek is. Dat zou bv. bepaalde staatslieden kunnen betreffen. U weet, onze vriend Henry zegt: “De moderne staatsman is een collega van de engel. Hij vliegt meer dan dat hij op de grond zit”. Maar daarnaast grote zakenlieden vooral en dat zijn mensen, die in de moderne maatschappij heel wat macht en invloed hebben. Het gevolg is dat zij het contact met hun eigen land, hun eigen milieu, de gedachterichting waarin ze thuis horen, gaan verliezen. En dit betekent een zeker chaotisch element. Hierdoor zullen steeds grotere spanningen zowel op economisch als op politiek vlak rijzen en zal er steeds groter vervreemding ontstaan tussen de theorie en de praktijk van het leven.

Nu hebben we te maken met het intreden van een supra-dimensionale kracht. Het intreden van deze kracht geschiedde rond 4 februari jl. Menigeen heeft daarvan een wonder wat aan wereldondergang verwacht, maar een wereldondergang in de zin van plotseling oorlog of zo, of een plotselinge verandering, is niet in overeenstemming met de invloed zelf. Toch houdt die invloed vele gevaren in zich, want in een wereld, die op het ogenblik vast is geroest in bepaalde methoden van denken, wetenschappelijk, religieus, politiek en sociaal en nu wordt geconfronteerd met steeds meer voor haar niet bekende fenomenen en verschijnselen. Degenen die die nieuwe kracht kunnen aanvaarden zullen daar – op zijn minst genomen – een uitbreiden van bewustzijn en een ontwaken van vermogens zien voortvloeien, maar degenen die dit niet kunnen aanvaarden, zullen trachten zich te verzetten. Dit verzet zou nog enige zin hebben, wanneer de gestalte en nu bedoel ik dit in de vorm van de figuur, de sociologische gestalte bv., een vaste gedaante van een verschijnsel, wanneer dit zou blijven dan zou er geen bezwaar zijn. Maar er is geen sprake van een stilstaan. De zon met de aarde beweegt zich voort, dat is punt 1. Punt 2: de aarde beweegt zich rond de zon en zal dus ook daardoor zich vaak op een ander punt bevinden van deze kracht, van dit supra-dimensionale wezen.

Het resultaat is dat de condities zich zo snel en onberekenbaar wijzigen, dat niemand zijn verzet daaraan kan aanpassen. Resultaat: een voortdurende slag in de lucht en daarmede – en dat is jammer – een toenemend wantrouwen bij alle mensen tegenover de capaciteiten van anderen. Aan eigen capaciteiten twijfelt meestal niemand en wanneer men dat doet, dan doet men het meestal alleen om zich te verontschuldigen voor al de dingen die men weet te moeten doen en die men liever niet doet.

U kunt hieruit mijnentwege uw eigen conclusies trekken. U kunt er dadelijk vragen over stellen. Wanneer ik u dit alles heb opgesomd dan is daaruit, geloof ik, mijn tweede punt duidelijk geworden.

Het samenkomen van deze kosmische invloeden op aarde en het zijn nog niet de invloeden, er zijn er nog meer, die ik moet noemen, zal in ieder geval resulteren in een onafwendbare verandering en omwenteling, waarbij vele van de nu bestaande politieke, politiek-religieuze, zuiver religieuze en, ik zou haast zeggen, economisch menselijke verhoudingen, een sterke wijziging ondergaan. Deze zal zich naar buiten toe waarschijnlijk doen kennen in een eigenaardig heen en weer zwenken tussen wat u politiek links en rechts noemt, daarnaast het verscherpen van de tegenstellingen. Een typisch verschijnsel zal eveneens zijn, dat de koppeling van politiek met godsdienst aanmerkelijk geschaad wordt, omdat een steeds groter aantal mensen zich niet meer aan zijn geestelijke leiders zal willen binden wanneer ze vb. een landsbestuur of de verhouding tot de rest van de wereld willen definiëren. Dat zou voor het ogenblik voor sommigen wel eens een slag kunnen zijn, maar toch is het goed, ook hierop de nadruk te leggen. De invloeden wijzen verder op een steeds militanter optreden in alle vormen van organisatie. Dat kan dus betekenen, dat de politie hardhandiger gaat optreden, dat een politieke partij nog luidruchtiger en gewelddadiger haar blunders maakt, dat een godsdienst begint a.h.w. met een soort oorlog tegen een ieder, die die godsdienst tenminste niet een zekere vrijheid laat en al wat daarbij hoort. Een reeks nogmaals van veranderingen en omwentelingen, die zeker interessant, maar voor sommige mensen ook zeer pijnlijk zullen zijn. Gelukkig staan daar andere waarden tegenover.

Ik wil U allereerst wijzen op het punt van overgang dat we nu bereiken. Wanneer we ons in een krachtlijnenstel bevinden en zo’n knooppunt – dus zo’n bijzonder intens veld pleegt ongeveer een maand te duren – dan kunnen wij daaruit concluderen, dat er dus een vergrote hoeveelheid aan energie is. Wanneer nu bovendien, zoals in feite het geval is, de aarde door haar eigen baan het kruispunt raakt, iets uitzwenkt daarna, de krachtlijn nog eens raakt, dan krijgen we een versterking van dezelfde invloed, zij het niet meer zo intens en wanneer ze dan op haar terugweg – wat inderdaad gebeurt- nog eens de krachtlijn en daarbij bijna de kruising raakt, dan krijgen wij een cumulatief effect, dus een opeenstapeling van dezelfde energie en invloed.

Dit gebeurt op die wijze, dat de eerste energetische impuls (die ligt betrekkelijk dichtbij) zal plaatsvinden in Augustus. Daarna krijgen we iets langer rust; maar zo tegen december dan komt de tweede push, de tweede invloed. Zeven maanden later, dus weer in de zomertijd, vinden wij uiteindelijk weer hetzelfde punt van enorme energie die wordt uitgestort.

Omdat deze golven zich herhalen mag worden gesteld dat de doorsnee mens die tegen deze invloed ten koste van alles verzet (wat hem door uitputting een zeer grote schade en geestelijk zou kunnen berokkenen) en hij de invloed durft te aanvaarden, te absorberen, aan het einde van deze periode over mentale krachten zal beschikken, ongeveer het twee- tot drievoudige van de huidige. Verder kan worden aangenomen, dat degene, die innerlijk behoorlijke harmonisch blijven een grotere vitaliteit hebben verkregen, dat zij, uitgaande van een persoon van rond veertig jaren, kan worden vergeleken met een intensiteit van energie, nodig voor een levensduur van twintig jaar.

  • Dat snap ik niet.

Wanneer U tachtig bent, dan helpt het natuurlijk ook wel, maar u moet niet vergeten, ik ga hier uit van iemand van veertig jaren. Omdat ik hierbij rekening moet houden met bepaalde slijtageverschijnselen en alles en iemand, die veertig jaar oud is, in de moderne tijd dus een lichamelijke toestand heeft bereikt die net nog staat, laten we het maar zeggen, voor het begin van het verval, ik hoop niet, dat iemand me dat kwalijk neemt, daarna vinden nl. vele lichamelijke afwijkingen plaats, die o.a. in het evenwicht van de klieren tot uiting komen en dat betekent dan weer, dat iets, wat op non-actief staat eenmaal niet zo makkelijk weer actief wordt. In verhouding wordt dus de mogelijkheid jegens dat, wat te verwerken is, minder. Voor de jongeren is het zelfs een hogere waarde dan twintig jaar. Maar ik kan u onmogelijk een directe scala geven, U hebt gezegd, wanneer je tachtig bent.
Goed, dan zullen we zeggen, een kind dat in deze periode geboren wordt, zal een vitaliteit bezitten waardoor het, aannemende een gelijk belevingsverloop, (we moeten het leven eigenlijk berekenen in belevingen en dus niet alleen in dagen) ongeveer een viervoudige mogelijkheid heeft t.o.v. de huidige mens, wat gelijk komt aan een levensverwachting, dus qua gebeurtenissen, van vier keer iemand van zeventig. Dat is geen 280 jaar omdat nl. het effect in de jeugd, de enorme versnelling een verkorting betekent en dat zou kunnen betekenen dat die kinderen, wanneer ze genetisch niet beschadigd zijn, de kans hebben om een leeftijd te bereiken, die zal liggen tussen de 145 en 170. Voor iemand van veertig jaar kan het betekenen, dat als hij normalerwijze aan uitputting en overlijden zou zijn toe geweest, laten we iemand nemen die niet al te hard geleefd heeft, op zijn zeventigste jaar; dat die nu dus op zijn negentigste jaar in de zelfde toestand zal zijn, waarin men hem anders op zijn zeventigste zou aantreffen.
Dit zijn nu allemaal dingen, het is eigenlijk bijkomstig. U grijpt nu direct naar die leeftijd als zoiets belangrijks, terwijl ik het eigenlijk zie als een begeleidend verschijnsel. Maar ik moet u duidelijk maken waar het om gaat. Het is dus energie die uw denkvermogen beïnvloedt. Uw lichaam. Maar het is ook energie die, omdat zij in gedachten kan worden omgezet, bruikbaar is voor de geest. Dat zou kunnen betekenen, dat de ontwikkeling van alle geestelijke vermogens, plus de band die tussen de geest en de stof op bewuste basis kan bestaan, eveneens, laat ons zeggen, verdrievoudigd tot verviervoudigd kan worden en dat betekent, dat vele van de paranormale vermogens, die de laatste tijd onder bijgeloof en parapsychologie ressorteren, dan weer tot de normale samenleving zullen gaan behoren. Ik ben echter nog niet klaar. Ik hoop niet dat u het erg vindt want we hebben nog te maken met een reeks van geestelijke impulsen en daarbij zou ik willen spreken over het licht.

Nu weten we allemaal dat we het goddelijke licht, als we dat noemen, onderscheiden in het kleurloze, dus voor ons niet direct kenbare licht en het verblindende licht – de uiting – waar we niet doorheen kunnen zien, waarvoor weer zit het diamantenlicht en uit het diamantenlicht kom dan voort de scala van kleuren, waarin we de zeven hoofdtonen plegen te herkennen. De belangrijkste daarvan noemen we dan meestal goud en violet, blauw ook tenminste zolang zij lichtende kleuren zijn. Nu zal in zo’n periode van vergroting van energie, een periode van ontbinding van invloeden, deze kosmische kracht zich aanmerkelijk eenvoudiger kunnen uiten en in een veel grotere scala en groter gamma van kleuren dan normaal.
Ik probeer nog steeds eenvoudig te zijn hoor, het valt me zwaar. Nu zijn er dus op het ogenblik meer geestelijk bewuste krachten, meer wegen, die begaan kunnen worden tot bewustwording dan in, laat ons zeggen, bijna 20.000 jaren voor het heden. Dat is een belangrijk punt. U merkt daar op het ogenblik misschien niet veel van, maar het betekent, dat men geestelijk vrijer kan worden en dat men minder gedoemd is een bepaalde inwijding te gaan aanhangen. Ge kunt een inwijding vinden die met u harmonisch is. De harmonie is op het ogenblik bepalend voor de lichtende kracht die ge ontvangt. Die kracht echter komt voort hoofdzakelijk dus van grote levende wezens, die niets meer te maken hebben met wat we de ruimte noemen of met een supra-dimensionale wereld, maar die we kunnen zien als facetten van de Goddelijke kracht zelf.

Dat is een heel belangrijk en naar ik meen, ook vreugdevol feit. Vooral omdat we daarnaast ook te maken hebben met de zgn. wisseling van Heerser, met de komst van Aquarius. Aquarius zelf – kunt u het beste zien als een entiteit, dat een deel van de ruimte beheerst en wiens invloed en straling de aarde nu steeds meer gaan bereiken. De zon komt steeds verder binnen het bereik van Aquarius. Aquarius is ook een denkend wezen, dus een entiteit en is ruimtelijk gefixeerd, beweegt zich dus niet zoals de zon en zoals de sterrennevel dat doen. Heeft niets te maken met het sterrenbeeld Aquarius. U zou het misschien denken, ofschoon we dat vaak gebruiken op de klok van de hemel, om zijn invloed en kracht, zover die tot de aarde reikt, te constateren. Nu is alle licht mogelijk op het ogenblik. Vergeet dat niet. Aquarius zelf brengt met zich een versterking van alle mystieke elementen en verder een versterking van wetenschappelijke elementen op een zeer wereldomvattende en menige synthese tot stand brengende basis. En hieruit kan ook weer een conclusie worden getrokken nl. dat, gezien de vele geestelijke wegen die openstaan, plus de groeiende kracht van Aquarius in het mystiek werken en beleven – vooral indien dit een zuivere harmonie betekent tussen stof en geest – een maximale bereiking mogelijk is in overeenstemming met eigen neiging en denken en dat men daarbij alle leiding, die noodzakelijk is, a.h.w. langs een innerlijke weg alleen reeds kan ontvangen, zonder aangewezen te zijn op door anderen op aarde gegeven inwijdingen of inwijdingsscholen bepaalde denksystemen.
En dit houdt in, dat op aarde op het ogenblik naast elkaar groeien het zgn. mystiek emotionele beleven – dat een inwijdingsweg vormt – het mystiek denkende beleven – waarbij dus de gedachtegang een rol speelt – en het mystiek redelijke beleven, een weg die op het ogenblik in de wetenschap groeiende is en die ook al meer en meer aanhangers gaat vinden, al beseffen zij het zelf niet.

Daarnaast is mogelijk de wetenschappelijk harmonische benadering, d.w.z. uitgaande van de stoffelijke feiten en het erkennen van een harmonie met het hogere, kan het ‘ik’ – op basis van het bestaande – komen tot een erkenning van het hogere, waarbij echter het redelijk en wetenschappelijk vlak in de erkenning wordt overschreden.
Dan kennen we een vlak, dat ik zou willen noemen materieel technisch, waarbij een synthese van hogere idealen en gedachten wordt omgezet in een stoffelijke vorm. Wederom praktisch, waarbij de personen die hieraan werken vaak dragers kunnen zijn, of onbewust, van hogere krachten. Er komt dus een toenemend aantal die actief gebonden zijn met hogere en hoogste krachten waarin het scala waarin zij zich uiten, waarin zij beleven en waarin zij beleven en streven dus, in toenemende mate zal worden bepaald door Aquarius. Maar een eenmaal ontstane band, ook wanneer dat is met het gouden licht, met het witte licht, blijft voortgaan en zo kan worden gezegd, dat in de tijd van Aquarius de meest lichtende krachten op aarde vertegenwoordigd zullen zijn als directe, actieve werkingen in de mens en daardoor voor een groot gedeelte van de Aquariustijd – tenminste voor een periode van ruim 900 jaar – een inwijdingsmogelijkheid langs zeer verschillende wegen, waarbij uiting van hogere en Goddelijke kracht – tijdens die inwijding en als bevestiging van die inwijding – voortdurend mogelijk is. U zou denken dat ik nu eindelijk wel klaar zou zijn. Maar het is net als de doos van Pandora, er komt een hele boel uit.

Alleen hoop ik dat in plaats van de hoop, de mismoedigheid overblijft in de doos wanneer we die dichtklappen. Het is nl. een kwestie van andere levende wezens die ook in dit Al bestaan. En nu moet u niet denken dat ik mij wil bemoeien met de vliegende schotel mythen, want die zijn zo misbruikt dat niemand in staat kan zijn, om daar “Wahrheit und Dichtung” – zoals ze in Duitsland zeggen – uit elkaar te houden. Maar stelt u zich nu eens voor, dat er andere wezens leven in dit zelfde stukje van het Melkwegstelsel. Zij ondergaan van binnen uit, waar op het ogenblik een verandering zich aan het voltrekken is bepaalde inwerkingen, waardoor rassen kunnen veranderen, o.m. wijziging van genetische eigenschappen, mogelijkheid tot ontstaan van nieuwe symbiose, enz.
Daarnaast ondergaan zij – precies als u – alle geestelijke werkingen, alle geestelijke invloeden. Het is logisch dat hun houding t.o.v. elkaar en van de mensheid, hier, binnen niet te lange tijd zelfs – ik denk aan een 100 jaar – wel direct blijk daarvan zal geven. Het is redelijk om aan te nemen, dat binnen een periode van 200 tot 500 jaren contact tussen verschillende rassen – voor zover technisch mogelijk – alleen nog vriendschappelijk zal zijn in dit deel van het Melkwegstelsel.

Let wel, er is dus een beperking bij. Ik wil U niet gaan vertellen zoals men het op aarde heeft gedaan, dat er vliegende schotels gaan landen op Tempelhof. In de eerste plaats hebben die dingen geen vliegveld nodig, in de tweede plaats begrijp ik niet waarom ze naar Berlijn zouden gaan. Daar is toch niets meer te beleven tegenwoordig, daar kun je alleen maar met je kop tegen de muur lopen. We zouden er nog verder over kunnen vechten, of dat nu wel de ideale plaats is om wat te doen vanuit die andere wereld, want als dat gebeurt, dan zegt iedereen: “Nu, dat is vast een truc van de ander en dan gaan de Amerikanen en de Russen met elkaar aan het bakkeleien en als die vliegende schotels dan ingrijpen dan is het de vraag, wie het grootste aantal doden veroorzaakt”. Dus dat zijn geen logische dingen.

Dat er echter wel degelijk contacten zijn op het ogenblik, mag niet ontkend worden. Die contacten zijn erg beperkt, geloof mij dat. Die contacten zijn op het ogenblik niet bedoeld om – nadat een eerste poging daartoe geslaagd is – de regeringen ertoe te brengen de mensen mee te delen, dat eenheid van de wereld noodzakelijk is omdat er buiten de wereld leven bestaat. De drie grote mogendheden, die in het bezit zijn van die feiten, hebben ze tot nog toe tenminste krampachtig onderdrukt. Ze doen het al vele jaren, zodat niet kan worden aangenomen dat dat veranderen zal. Maar ze zijn op het ogenblik bezig – zou je kunnen zeggen – om monsters te nemen d.w.z. dat we kunnen verwachten dat andere bewoners van andere werelden zich op aarde toch ook wel binnenkort meer officieel en kenbaar zullen uiten.

  • Mag ik even een vraag stellen? Ze zijn bezig monsters te nemen. Wie zijn bezig monsters te nemen?

De bewoners van andere planeten. Dat vloeit uit de context voort. Nu, dan heb ik hiermede u het totaal van invloeden geschetst die op aarde binnenkort optreden en ik heb u enkele van de gevolgen aangegeven. Vindt u het erg wanneer ik nu eventjes de feiten of moet ik zeggen de redelijke argumenten wat ter zijde leg.

Daar zijn andere punten, die ik ook heel even wil aanroeren voordat ik mijn inleiding beëindig. Wanneer op het ogenblik de banden tussen verschillende werelden en sferen steeds sterker worden, wanneer de uitdrukking van een harmonisch principe, het principe van een vrijheid die nimmer anarchistisch wordt, op deze wereld en in de sferen voortdurend werkt, dan zal er een ogenblik moeten komen waarop de vorm van perfecte harmonie en samenwerking onderling gevonden kan worden, niet alleen in kleine groepen maar zelfs bij gehele volkeren en sferen. En samenwerking tussen geest en stof zou betekenen dat het leven na de dood op een heel andere wijze wordt gezien, dat de betekenis van de dood een andere wordt en dat vooral de betekenis van het leven een andere zal worden. Een betekenis die intenser en krachtiger is, die veel meer inhoud heeft dan u zich op het ogenblik misschien kunt denken.

Een leven, waarin de raadsels beginnen weg te vallen omdat men weet, dat overgaan alleen maar is a.h.w. het overstappen naar een andere wereld en dat het contact mogelijk blijft. Verbindingen tussen die werelden zijn ook denkbaar. En nu weten wij in onze werelden dat op aarde een aantal ingewijden is gesteld. We weten ook dat de laatste bijeenkomst van de Witte Broederschap grotendeels gewijd is geweest aan deze kosmische invloeden, aan die kracht die op aarde geuit zal worden en alle middelen die gebruikt kunnen worden – vanuit de geest en vanuit de stof – om de mensheid te helpen zichzelf te beschermen die paar jaar, dat het nog nodig is.
Wij weten, dat de grote lerarende krachten, die ten dele hun representanten op aarde hebben – al zijn het er niet veel – direct zullen kunnen gaan inwerken op de mensheid. Een mens, die in direct contact komt met zijn God, met zijn Meester, een mens die direct kan leven in een werkelijkheid die zoveel van die stoffelijke dingen die op het ogenblik zo belangrijk kan maken, waarbij men geen onderscheid meer gaat maken aan de hand van een menselijk oordeel alleen, maar gedreven wordt door de gedachte: Wat betekent dit in verband met mijn voortbestaan, wat betekent dit voor de geest, wat kan ik de geest daarvoor geven, wat geeft de geest mij daarvoor? Een tijd dat er geen altaren meer zullen bestaan in de kerken, maar dat er een altaar is in het hart van elke mens. Een tijd, dat er geen tempels meer worden gebouwd waarin God exclusief geëerd wordt, maar dat elke mens in zichzelf een tempel opbouwt waarin hij zijn God erkent en waarin hij gezamenlijk met de geest adoreert.

De kosmische invloeden van het ogenblik geven kracht, zij geven energie, stimuli en duizend en een mogelijkheden. En daarbij voor u misschien treurig, maar vanuit ons standpunt goed, een aantasting van de toch reeds wankele en topzwaar geworden vormen van samenleving in uw bestaan, een herziening van op het ogenblik dwaas geworden wetten die men religieus of moreel verantwoord wil achten maar die in feite betekenen – op de wijze zoals ze gehanteerd worden – een verkrachten van elke waarde die in de mens leeft. Een mens die een gezag erkent in zich en daardoor bewust leeft en dient en dan gesteund wordt door die energie, waar ik over sprak, door die stimuli die u verder kunnen brengen, die mens zal wel in staat zijn om de gevaren van uitval – zoals die ook in deze nazomer, begin van de herfst zullen komen – het hoofd te bieden.

Wat zegt dan 1617 nog? Dat interesseert U niet meer. Wat is een beetje radioactief jodium, ja zelfs wat betekent een uitval van een beetje strontium. Wanneer de geest sterk is dan remodelleert hij het leven en dan is hij niet afhankelijk van toevallen waardoor een klein, stralend hard partikel ergens een moleculaire structuur kapot slaat, wijzigt. De mens kan in deze jaren, wanneer hij de nieuwe kracht aanvaardt, wanneer hij deze samentreffende en samenwerkende invloeden op aarde ten goede weet te keren in zich, meester worden over zich i.p.v. zoals in het verleden zo vaak, het slachtoffer van onbekende invloeden. Want de mensen op aarde gaan verder, beschavingen zullen rijzen en beschavingen zullen vallen, godsdiensten ontstaan en nieuwe profeten optreden, want de tendenzen van de wereld, zij gaan voort.

Maar ergens, ergens valt er in deze jaren een stuk tussen uit, het stuk bv. van een wetenschappelijk dogmatisme zal vandaag of morgen moeten vallen. Met een sprong zal de wetenschap grijpen naar een geestelijk besef, naar intuïtie als een steun. Het hoongelach over het al dan niet culturele, de uitbeelding van al dan niet innerlijke krachten zoals daardoor en daarvoor in de plaats zal komen, de poging om de lichtende werkelijkheid, de schoonheid van het Goddelijke dat in de Schepping leeft, te uiten. Begrijpt u wat dat betekent voor u en voor ons? Dat betekent dat misschien al binnen een tiental jaren de mensheid op deze wereld een geluk kan vinden, dat alleen in het verre verleden – toen de bewoners van Atlantis voor het eerst spraken met de goden op de bergen – bij wijze van spreken mogelijk was en dan niet in een in een eenzame wereld, een wereld waarin de zon als een wonder een enkele keer door de wolken drong, maar in een wereld waarin Licht is, innerlijk en van buiten. Een wereld waarin vele mensen kunnen leven en bestaan, een wereld waarin men ook materieel zijn meesterschap kan uitdrukken en waarin men slechts op de duur het overbodige ter zijde laat.

Voor de geest betekent dit de mogelijkheid, om zich op onvoorstelbare wijze te verrijken. Het betekent contacten met God en met eeuwige krachten, waarvan wij, zelfs in onze sferen de volle betekenis nog niet kunnen overzien. Het betekent een tijd van mirakelen, niet meer het mirakel naar buiten toe van een bloedend Madonnabeeldje of een genezende icoon, neen, mirakelen van mensen die in zich veranderen, die in zich nieuw leven en nieuwe kracht vinden. Een mirakel van mensen die – of wel zwaar materieel gebonden of te ver boven de materie zweven – daar ergens in het hoog, irrationeel geestelijke een band kunnen vinden tussen hun stoffelijke werkelijkheid en een geestelijke werkelijkheid. Ik heb het u wel gezegd dat is niet rationeel. Het is ten dele emotie maar het is niet de emotie die mij stuwt. Dit is een erkenning. Die ofschoon onze taak op dit ogenblik veel zwaarder is geworden door al waarmee wij op aarde trachten te helpen, om het nog die paar jaar uit te houden die nodig zijn voordat de mens zelf verder kan, wij met vreugde aanvaarden.

Al zou ik vanuit mijn lichtende vreugde en vrede helemaal moeten gaan tot in het diepste duister, ik zou het graag doen, alleen om dit tot stand te brengen.  Wat kan er mooier zijn dan een mens die leeft, bewust leeft met zijn God. Wat kan er beter zijn dan een geest, die bevrijdt van zijn gedachten aan scheiding en grenzen, zijn taak vervult en eveneens vreugdig, vredig, niet teruggetrokken door de rouw van anderen of teruggehouden door de afgunst van anderen, voorwaarts kan gaan naar zijn bestemming. Wat kan er mooier zijn?

Kosmische invloeden treffen op het ogenblik op aarde samen. Sommige komen, op stralen gedragen, nu al sedert enige tijd uit de kern van de Melkweg, de sterrennevel. En binnenkort zullen misschien enkele telescopen ontdekken dat er een paar nieuwe sterren bij zijn gekomen en ze zullen ergens anders een lichtje zien doven. Ze zullen denken dat het alleen maar een drama is in de verte. Het is een kracht, die de aarde steeds sterker gaat bereiken, want zoals het licht met zijn snelheid de ruimte doordringt, zo zijn er andere krachten die de ruimte doordringen, soms sneller, soms iets trager, maar die onvermijdelijk deze aarde gaan overspoelen als een golf.
Zo zijn er die vreemde krachten die ik supra-dimensionaal heb genoemd die juist nu kunnen dienen – niet alleen om verwarring te scheppen – maar om de mens bewust te maken ook van verschijnselen die hij tot nog toe niet besefte, die hen dingen zullen leren in de natuur, waarbij al zijn wetenschap, de atoomchemie op het ogenblik maar kinderspel is. Dat betekent contacten met geestelijke sferen, geestelijke krachten en dat alles werkt in deze jaren op uw wereld in. Sommige van die werkingen zijn zeker 50-60 jaar oud, andere zijn nu begonnen, nog andere zijn pas aarzelend merkbaar en zullen sterker en sterker in deze wereld gaan doordringen naarmate de jaren verder schrijden, naarmate de baan van de zon, de baan van de aarde en die van andere planeten in bepaalde richting voortgaan. Maar, vrienden, het samentreffen van deze krachten zal voor een ieder die ze aanvaarden kan, een innerlijke bevrijding zijn, waar nieuwe scheppingskrachten, nieuwe scheppingsdrang, een nieuwe mogelijkheid tot uiting, maar ook om het hogere te ondergaan. En dat acht ik voor mij het belangrijkste. Ik heb u – gezien het feit dat wij zullen discussiëren na de pauze – zoveel mogelijk geprobeerd, redelijke voorstellingen en feiten te geven, maar ze zijn alleen belangrijk omdat ze voeren tot deze conclusie:

De mensheid staat voor de poort van de nieuwe wereld, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een nieuw leven, een nieuwe openbaring die niet de oude verschuift, maar die God reëel maakt, niet alleen maar een illusie of een gedachte ver weg. Daarom heb ik u dit zo voorgelegd. Daarom heb ik ook bewust en opzettelijk mijn betoog in twee delen gesplitst, zowel qua inhoud als qua stijl. Ik dank u nu voor uw aandacht en ik hoop dat ik ergens in u niet alleen een verwachting heb gewekt, maar ook een begin van een groeiende zekerheid, opdat uw wereld ondanks al haar verwarring, indien u innerlijk openstaat voor de kracht, bevestigen zal wat ik gezegd heb, elke dag weer.

Vragen.

  • De veranderingen, die we kunnen ondergaan door de invloeden van deze kosmische werkingen, vallen dan waarschijnlijk ook onder de methode van de techniek van een inwijding die eveneens verandert en dus de oude technieken, de oude methode van inwijdingen, die zullen dan waarschijnlijk min of meer achterwege blijven. Is dit dus nog niet het geval?

Ja, de kwestie van inwijdingen is althans voorlopig nog een zeer algemene. Ik wil u graag daaraan herinneren, dat ik zo-even gezegd heb dat het op het ogenblik mogelijk is om praktisch elke kleur te kiezen, dus elke straal en dat houdt in, dat bepaalde oude inwijdingstechnieken die in lange tijd niet gebruikt werden, op het ogenblik weer heel goede resultaten kunnen geven, terwijl ook wegen die totaal nieuw zijn, gegaan kunnen worden. Een beeld te geven van de veranderingen in de inwijding die op het ogenblik gelden, is erg moeilijk. Ik zou kunnen zeggen, dat men over het algemeen in de inwijdingen terug zou gaan grijpen naar alle mogelijkheden, die een harmonie tussen stof en geest bevorderen. Er is een tijd geweest dat men hoofdzakelijk in de richting van het geestelijk element streefde, eventueel ook daarbij zijn inwijding zocht in de beheersing van de materie buiten zich, maar dat men zijn eigen materie daarbij een beetje veronachtzaamde. Een gunstige uitzondering daarop is de yogaleer geweest, die de beheersing en – nu ja ik moet er naar gissen, laat ik eerlijk zijn – toch zeker een 30 eeuwen handhaaft al. Maar de nieuwe inwijdingstechniek zal volgens mij hoofdzakelijk uitgaan van en dat is dus voor de toekomst:

  1. het in zichzelf erkennen van licht en kracht,
  2. het erkennen van diezelfde kracht en hetzelfde licht buiten u,
  3. het harmonisch in stof en geest samenwerken met alles, wat buiten u bestaat en
  4. een daaruit voortkomend bewustzijn van eigen taak.

In het verleden was de inwijding in vele gevallen het geheim dat men vond, een geheim dat buiten u werd bewaard. Gezien de huidige ontwikkelingen van de mensheid is daaraan geen behoefte meer en daarvoor in de plaats komt dus de innerlijke zelfopenbaring. Men moet zichzelf in waarheid leren kennen. Waar dit uiteindelijk toe zal voeren is op het ogenblik moeilijk te overzien, maar ik neem aan dat in steeds groeiende mate de kringen – die daarvoor rijp zijn – gebruik zullen maken van verschillende middelen die vroeger magisch werden genoemd als bv. bepaalde incantaties, zelfs evocaties. Dat men daarnaast gebruik zal maken van een luisteren naar zichzelf, dus een tijd van stilte, het luisteren naar God, het zich instellen op het hoogste en dat men tenslotte en zonder twijfel ook gebruik zal maken van de lichtmagie, zodat men dus zal leren zich in te stellen op het bewustzijn, op de lichtende kracht, waarbij men het beste past. Ik weet dat in het verleden dit wel gebeurde, maar toen namen meestal grote reeksen licht samen.

Op de duur wordt die bundeling dus veranderd en moet men uitgaan van de lichtende krachten die voor de samenwerkende van belang zijn. In vele gevallen zal de concentratie uiteindelijk op een gemeenschappelijke kleur, die in feite een soort tussenwaarde betekent, geschieden. En ik neem aan dat dat de grote inwijding van de toekomst – vanaf heden te rekenen dus beginnend over 50- 100 jaar – er een zal zijn die we noemen van het gouden licht, een inwijding die uitgaat van de synthese tussen alle dingen, waardoor dus een overkoepelend begrip kan worden verkregen. In een woord dat alle wetten, alle geheimen van de schepping plus zijn eigen wezen volledig omvat. Maar ik vrees, dat dat voor de meesten toekomstmuziek is en dat men voorlopig daaraan nog niet helemaal toe is. Is daar commentaar op.

  • Vroeger was inwijding inherent aan een inwijder. Is dat dan in de toekomst niet meer het geval?

Neen, inwijder is een begrip geweest dat gehanteerd moest worden in de besloten inwijdingsschool en wat daarna een lange tijd gehanteerd is voor de overdracht van taken, d.i. dus zoiets als een aartsvader, die de handen oplegt aan de oudste zoon en zo zijn gezag overdraagt. Zo heeft menige bewuste of ingewijde zijn eigen taak plus mogelijkheden aan iemand die hij daarvoor had opgeleid, overgedragen, daarbij zichzelf a.h.w. van die taak en die mogelijkheden vervreemdend. Maar wanneer we nu zien vb. al na de komst van Jezus, dan blijkt plotseling, dat die leer ook naar buiten kan worden uitgedragen.

Zij is geen feitelijk geheim meer. De inwijding is een leer geworden of een weg, die een ieder zelfstandig kan gaan. Zien we naar de verdere inwijdingen die hieruit zijn voortgekomen dan blijkt, dat ze allemaal praktisch berusten op bepaalde esoterische, magische of filosofische systemen die echter wederom vergen, dat men zelf een bepaalde weg erkent, een bepaalde weg gaat. Wanneer u nu spreekt over een genootschap, dan bestaat er nog de inleider, degene die u binnen de gemeenschap brengt a.h.w. om daar de tijd dat u nog niet aangepast bent, verantwoordelijkheid voor u draagt. Maar de inwijder zelf wordt meer en meer lichtende kracht. Let wel, ik zeg niet God direct, het is een aspect van het Goddelijke. Want wie kan duidelijker de geheimen van de waarheid openbaren dan de lichtende kracht zelf, wanneer zij in ons spreekt. De formulering hiervoor is misschien moeilijk te geven, maar ik zal het proberen en dat geldt dus ook reeds voor deze tijd eigenlijk.
De ware inwijding is een sterven, waarbij men voor zich verschillende experimenten, methoden of werktuigen gebruikend, zoekt naar een erkenning van het Goddelijke. Daarbij in zichzelf steeds weer  een streven – waarbij men voor zich een duidelijker begrip verkrijgend – tot deze begrippen als lettergrepen, die samenvallen het scheppend woord vormen, dat tevens het geheim is van eigen ziel en van Gods openbaring in het eigen wezen.

  • De voorbereidingen die getroffen moesten worden voor de ervaring van deze kosmische krachten, die eisen van de mens zelf toch ook een bepaald inzicht in eigen lichaam, dus een bepaalde voorbereiding a.h.w. en als weg daartoe de verschillende systemen van de yoga, acht u die dan nog aanvaardbaar?

Die acht ik wel aanvaardbaar. Ik wil zelfs verder gaan en stellen dat voor heel veel mensen op het ogenblik een weg waarbij het stoffelijke, de levensstromen mede bezien worden als belangrijk, ja, hoe ik het zeggen, bepalend kan zijn voor het resultaat. Omdat de mens in de moderne wereld dus wel vaak ontzettend, ik zou haast willen zeggen, stofgebonden is met zijn belangstelling, al is die ook nog zo idealistisch, zich uiteindelijk in de stof centreert en daarom in de stof het gemakkelijkst de harmonische werkingen en stromingen kan vinden, waarin het hogere zich kan manifesteren. Maar dat is natuurlijk mijn eigen mening. Ik ben er wel van overtuigd, dat de inwijding deze dagen nimmer alleen uit theorie kan bestaan, maar dat ze altijd praktijk moet omvatten en dat elke voorbereiding, die samenhangt met het zoeken naar inwijding, gebaseerd moet zijn op het bereiken van een zo groot mogelijke harmonie, een zo groot mogelijke ontspanning en innerlijke rust en daarnaast, dat men vanuit zich de wil moet hebben om het hogere te erkennen in zichzelf en gemanifesteerd voor de wereld. Ge kunt er een hoop middelen bij gebruiken; eenvoudige middelen als licht, zorgen voor de juiste temperatuur, zorgen dat de zon binnen is geweest in een kamer, dat er frisse lucht is geweest, dat bepaalde reukwerken worden gebruikt die goed zijn, zorgen dat er een juiste sfeer is bv. door met bepaalde harmonische klanken, een soort muziek ten gehore te brengen en alles wat er verder bij hoort. Er zijn duizend en één mogelijkheden, maar vergeet niet, dat al deze methoden op zich niet belangrijk zijn. Belangrijk is het doel. Het doel is de mens, die in zich harmonisch wordt en die door deze innerlijke harmonie op de juiste wijze het hogere in zich kan beleven, kan ondergaan, kan aanvaarden.

  • De inwijding is niet noodzakelijk. Ik struikel over dat woord inwijding. De inwijding is voor mij een ritueel, dat beperkt is in tijd, terwijl het een weg is om voor te bereiden.

Mag ik een vergelijking gebruiken. Men kan langs een weg gaan en ineens voor een poort staan. Wat daarachter is, weet je niet. Wanneer men dus de methode vindt om innerlijk al in harmonie te zijn met hetgeen, wat achter de poort ligt, kan men dat gemakkelijker bereiken, gemakkelijker aanvaarden. Inwijding is dus niet alleen maar ritueel, dat in de eerste plaats. Het is een poging om innerlijke mentaliteit, ja, hoe moet je het noemen, instelling eigenlijk, een eigen geestelijke bereiking aan te passen aan een volgende fase van bestaan. Ik ben het volledig met u eens, dat inwijding een weg is of als u het helemaal concreet wilt zeggen, eigenlijk een trap, omdat wij op een bepaald, praktisch gelijkblijvend niveau ons bewustzijn uitbreiden. Ik mag er misschien een voorstelling voor geven. Kijk eens, u komt dus aan een beginpunt te staan. Nu zegt u: “Ja, ik erken God” dan gaat u dus verder met uw streven naar God, maar uw bewustzijn wordt door uw beleving groter. Dat wordt een driehoek. Op het ogenblik dat die driehoek bereikt is echter, wordt het ‘ik’ verhoogd in bewustzijn, het staat voor een muur.
Dat noemen we de inwijding. Het krijgt een nieuwe visie op alles, wat achter het ‘ik’ ligt, gaat voort en vindt hier weer een taak, waarbij dan de lijn weer een driehoek vormt en daarom zeggen we liever een trap eigenlijk. Het zijn dus sprongen in de bewustwording. En nu zegt u: “ik vind inwijding niet noodzakelijk”. Dat ligt er maar aan hoe u inwijding ziet, naar een overgang aan onze kant van de ene sfeer naar de andere, ook al komt daar geen ritueel bij te pas, wordt door ons ook beschouwd als inwijding. Het is dus een verandering van bewustzijn en de methode die men gebruikt, om dit te bevestigen of uit te drukken, is op zichzelf niet belangrijk. In de oudheid waren onnoemelijk veel dingen, die men wist omtrent de natuur, omtrent de geest, omtrent eigen wezen in het bezit van kleine groepen. In die tijd was dus de rituele inwijding inderdaad een noodzaak. Alleen zo kon men de beschikking krijgen over de nieuwe gegevens, waardoor een verdere geestelijke ontwikkeling werd mogelijk gemaakt. Dat was noodzakelijk omdat er toen zeer veel misbruik werd gemaakt zowel van geestelijke krachten als van kennis. Dit heeft gevoerd tot de grote scholen. Wij kennen bv. de zgn. school van Ré. De slagzin van de vol ingewijden: “Ik ben de herboren Osiris”. Wij kennen de inwijding van Isis:

Staande de op de aarde ben ik gekroond met de hemel en Ik ben de band tussen het leven en het levende. Ook zo’n slagzin. Die dingen op zichzelf kunnen alleen uit een geestelijke bereiking voortkomen, nimmer uit een zuiver stoffelijk ritueel. Maar vaak kan het ritueel er toe bijdragen en dat moogt u niet vergeten, om zoiets te bereiken. Om nu een voorbeeld te geven: Wanneer ik mijn stemgebruik hier wijzig, ik sta nu gewoon te praten en ik ga daar een zekere kracht aan toevoegen, dan spreek ik bijna ritueel, d.w.z. ik ga daar een magische band in leggen. Maar dan maak ik het daardoor mogelijk dat een sfeer ontstaat, waarbij dingen die ik niet met woorden kan zeggen door u kunnen worden aangevoeld. En dat is dus het ritueel, dat bij de inwijding soms belangrijk kan zijn, maar niet noodzakelijk is. Ik hoop, dat ik onze visie hier duidelijk heb gemaakt. Wanneer u daar commentaar op hebt, natuurlijk staat het u volkomen vrij om dit te geven.

  • Ik heb nog wel een vraag. U hebt gezegd dat de kosmische invloeden, die bestaan om uit drie stoffelijke en dan drie maal drie geestelijke, dat is samen het getal twaalf. Wordt hiermee de dierenriem bedoeld? En dan hebt u daarnaast de dierenriem, de tekens van de dierenriem zoals de astrologische begrippen.

Neen, het spijt mij dat ik u hier moet teleurstellen. De indeling van deze krachten is niet gehouden aan de dierenriemtekens. Zij vertegenwoordigen met z’n twaalven de elf kosmische veldindelingen, die op de baan van de aarde liggen en dus ook de invloed gebieden waaruit – zij het vaak zeer summier – invloeden de aarde bereiken. Elf en niet twaalf. Maar ja, de mensen vonden twaalf een mooi getal. Dat is eigenlijk te danken aan de cijferleer van de Chaldeeën en later aan de interpretaties in de wetten van Pythagoras, waardoor men dus het getal twaalf als noodzaak ging voelen en toen hebben ze doodgewoon het beeld de Draak in tweeën gehakt en hebben er twee van gemaakt. Maar de invloed is nog steeds dezelfde gebleven, die heeft er zich niets van aangetrokken. Dat dus in de eerste plaats.

De invloeden in de stof die zijn eigenlijk uit te drukken in drie waarden.

De eerste is zoals ik reeds gezegd heb hoofdzakelijk een stralingsinvloed, die meestal – niet altijd, maar meestal – uitgaat uit het zeer dicht met sterren bezaaide kerngebied van de nevel, waarin u zich bevindt.

De tweede stoffelijke invloed wordt bepaald door de onderlinge loop van de sterren, omdat sommige sterren op hun baan elkaar ontmoeten. Niet dat ze elkaar een handje geven natuurlijk, maar voor sterren komen ze toch zeer dichtbij. En dan ontstaat een uitwisseling, die soms zelfs een uitwisseling van materie of activiteit kan zijn. Wanneer het planeten zijn, dan is dat overigens – zelfs wanneer ze laten we zeggen op een blok afstand zijn – dat ze net zouden kunnen zeggen als mensen: “ha, die Piet!” Niet Pythagoras, hoor. Goed, maar dat ze dat dus zouden kunnen zeggen, dan is er een dusdanige inwerking dat bv. levensvormen op planeten totaal gewijzigd kunnen worden en daardoor ook geschikt kunnen worden voor andere vormen van geestelijk bewustzijn.

En dan de derde stoffelijke invloed. Die kan het best worden omschreven als het gevolg van een ontmoeting tussen positief en negatief. Er is positieve, er is negatieve materie. Negatieve materie is voor u niet vast te stellen, tenzij ze met positieve in aanraking komt, omdat dan een explosie volgt. De negatieve materie bestaat echter in bepaalde delen van de kosmos wel degelijk. Het verschil zult u niet zien. Ze stralen beide hetzelfde soort licht uit, maar toch is de materiële samenstelling een enigszins andere. Wanneer nu negatieve materie op een gegeven ogenblik in de nabijheid komt van positieve materie dan ontstaat een zeer sterke vertekening van het kosmisch veld, gepaard gaand met een baanverandering of baanwijziging van een ster, die daarbij behoort.
Stoffelijke gevallen en omwentelingen en in vele gevallen – dat is het typische daarvan – een totale verandering van het atmosferisch scherm. Dat moet u zich voorstellen als bepaalde lagen van zeer dun uitgespreide maar geïoniseerde gassen, die dus een afbuiging betekenen van een aardmagnetisch veld, een stralingsfilter tegen stralingen van buitenaf, die een temperatuurbescherming in kunnen houden en al wat nog meer zij. Alweer een beïnvloeding, waardoor het leven in de stof aanmerkelijk gewijzigd kan worden, weest u blij, dat die twee laatste op het ogenblik voorlopig niet op het programma staan, want daar zou u meer last van hebben dan van deze.

Dan hebben we de negen geestelijke, die we het eenvoudigst kunnen uitdrukken als de bezieling van de materie. De bezielde materie stelt haar bewustzijn tegenover de mens of met de mens. In bepaalde perioden is dit bijzonder sterk. Dan is het grootste gedeelte van de materie meer kenbaar bezield. Dit gebeurt meestal bij jonge volkeren, maar het kan ook gebeuren, wanneer door grote uitbarstingen bv. een totale structuurvernieuwing van een deel van de aarde heeft plaats gehad. De werking is dan vormgevend.

De tweede geestelijke werking is die van de rassen en soortgeesten, die op hun wijze eveneens  kunnen ingrijpen in het evenwicht op aarde, bv. kan het economische evenwicht door een rassengeest gemakkelijk verstoord worden, zodat zich de eigenschappen van het ras wijzigen.

Dan hebben we te maken met de zgn. bewustzijnsbeïnvloeding; de geestelijke invloed die doordringt in het gezamenlijk bewustzijn van de mensen, ook wel bovenbewustzijn genoemd.

De vierde is de beïnvloeding uit de zgn. tweede sfeer van werking en beïnvloeding, waaruit een kosmisch weten tijdelijk het menselijk weten beïnvloedt. Deze is echter niet selectief, zoals de vorige invloed, kunnen we te maken krijgen met geestelijke werkingen en beïnvloedingen door bezieling van stoffelijke voertuigen met entiteiten van hoger vermogen.

De daarop volgende groep is openbaring Gods. Of zonnekrachten, die meestal geen voertuig hebben aangemeten aan de aarde, maar wel voertuigen die daar kenbaar kunnen worden. Het verschijnen van de Goden bv., u ziet ik noem er nu maar een paar op, dat het er heel wat zijn en dan hebben we nog te maken met de zgn. 7 stralen, waar o.a. deel van uitmaken de Heren van Kracht, de Heren van Licht, de Meesters van Liefde en de Meesters van Wijsheid. Ik noem er maar vier. Al deze krachten tezamen kunnen dus op de aarde wijzigingen tot stand brengen. En dan hebben we nog daar buiten, maar a.h.w. behorend tot het normale leven van de aarde eigenlijk die elf invloeden, waar ik het over had, die te vereenzelvigen in met uw, ja, hoe moet ik dat zeggen, dierenriem. Ik vind het geen mooi woord, maar vooruit.

  • Dat is astrologisch

Ja, ik bedoel, dat lijkt me een soort astrologisch artis toe.

  • We hadden het over die verschillende wegen naar inwijding en dat er ook enkele nieuwe zouden zijn, bv. ook mystieke redelijkheid of redelijke mystiek. Ik kan het me niet precies meer herinneren. Wat houdt dat in?

Er komt een ogenblik dat de menselijke rede zich baserend op feiten, tot een filosofisch betoog kan worden. Dit filosofisch betoog houdt waarden in, die niet meer behoren tot het redelijk kenbare, maar gezien de redelijke feiten aanvaardbaar zijn.

Nu ontstaat er op een gegeven ogenblik een innerlijke gevoelswereld die absoluut onredelijk is, zoals de meeste gevoelens van de mens een redelijk element plegen te ontberen en het wordt ze dan later gegeven d.m.v. rationalisatie. Wanneer ik nu dus mijzelf voldoende ken en beheers dan kan ik niet alleen komen tot de opbouw van een filosofisch systeem, maar kan ik op de basis van de feiten, plus mijn innerlijke beleving, een omschrijving gaan geven van de werkelijkheid. Ik kan die werkelijkheid dan gelijktijdig – omdat ze omschrijfbaar is – in mijzelf beleven en via mijzelf tot uitdrukking brengen. En dat is wat u noemt redelijke mystiek. Ja, ik ben bang, dat ik wel meer woorden heb gebruikt, die niet algemeen gangbaar zijn, maar het is ook zo moeilijk om voortdurend rekening te houden met wat wel en wat niet bekend is.

  • Ik zou u willen vragen: wat zijn eigenlijk de diepe achtergronden van wat u zo even gezegd hebt, dat heel veel mensen onder de nieuwe kosmische omstandigheden lijden aan uitputting?

Dat is heel eenvoudig, hebt u wel eens gefietst?

  • Wel eens. Ja.

Ja, hebt u wel eens tegen de wind ingetrapt? Bent u er moe van geworden? Wanneer een bepaalde energie op deze aarde tot uiting komt en ze strookt niet met wat u mooi of aanvaardbaar acht of wat u op het ogenblik zou willen, dan gaat u tegen de wind in fietsen. Is het dan wonder dat u uitgeput raakt?

  • Maar doen deze mensen dit bewust of onbewust?

Nu, als ze het zouden weten, zouden ze het waarschijnlijk niet doen. Maar u moet het zo begrijpen; die mensen beseffen niet dat ze met de wind mee ook een doel kunnen bereiken, een doel, dat even goed is en misschien zelfs hetzelfde, als ze nu tegen de wind in willen bereiken. Begrijpt u, wat ik bedoel? Dus de mens is eenzijdig georiënteerd. En dan houdt hij geen rekening met de feiten, hij houdt rekening met zijn idealen.
Mag ik u een voorbeeld geven. Wij moeten Nieuw Guinea overdragen aan Indonesië, stelling van een bepaalde partij. Maar wij moeten ons ook bewapenen, wij moeten deel blijven van UNO, NATO, enz., want wij moeten de vrijheid verdedigen. Hier is sprake van een inconsequentie wanneer we dit nu gaan herleiden – dus tot zijn werkelijke betekenis – dan zegt men eigenlijk: wij willen de toestand zoals ze is behouden en wat er verder gebeurt, interesseert ons niet.
Toch zijn er twee wegen dit te bereiken en die wegen moeten consequent zijn. Ik kan mij, ongeacht alle kosten, de moeiten, de offers, ongeacht het feit of ik dit overleef of niet, inzetten voor wat ik als recht reken. Dan zal ik door mijn minachting voor, laat ons zeggen, alle andere waarden buiten het recht, een ieder dwingen om te overwegen of het wel de moeite waard is om recht te eisen en meestal is de prijs dan te hoog. Ik kom dan door mijn – laten we zeggen – gewapend optreden tot een punt, waarbij, mits overal een gelijk beeld van recht kan ontstaan, vrede ontstaat.
Men kan het ook omdraaien, men kan zeggen: wij willen niet strijden, maar dan moet ik ook helemaal niet strijden. Dan heb ik niet alleen de plicht om te ontwapenen, want dan ben ik niet consequent. Neen, dan moet ik zeggen: “Nieuw Guinea bv. aan Indonesië, weg met alle bewapening, met alles wat leger is, met alles wat gewelddadige macht is, ook de politie”. Ik mag een toezicht aanvaarden maar ik mag geen enkel geweld aanvaarden. Als er een die komt om te stelen en hij is bereid om geweld te plegen, om zijn diefstal te volbrengen, dan moet ik het verkiezen hem te laten stelen, want ik mag geen geweld plegen, ik moet consequent zijn.
Dan ontstaat er een toestand, waarbij op de duur de aardigheid van het geweld af gaat. U hebt misschien wel eens gezien dat iemand, wanneer hij steeds geen tegenstand krijgt zich op een gegeven moment afvraagt of hij nu gek is of niet. Dan wordt hij driftig. Dan wordt hij eerst driftig, maar in zijn drift schaadt hij zichzelf net zoveel of meer dan degene die hij tracht te schaden, waardoor hij tot het besef komt dat het geweld dwaasheid is. Beide wegen echter vergen offers, beide wegen zijn consequent. Slechts een weg, die niet consequent is en die dus uitzonderingsposities tracht te schoppen, zal altijd tot conflict voeren, zal nimmer recht, vrijheid of vrede op aarde kunnen scheppen en zal dus ook nimmer een waar resultaat geven.

  •  Wat ik wilde vragen is dit, wat ervaren de mensen  als aardstralen?

Neen, dat is wel een klein verschil. Aardstralen, dat kunt u het best als volgt zeggen: We hebben in de kern van de aarde onder zeer grote pressie een aantal elementen, waarbij een zeer groot percentage nikkelijzer, maar o.a. ook iridium, kobalt, nog zo wat en al die stoffen samen – omdat ze onder zo hoge druk staan – veroorzaken een zekere straling. Normalerwijze wordt deze straling kenbaar als het zgn. aardpotentiaal, d.w.z. dat aarde t.o.v. lucht een zekere ladingsverhouding heeft eigenlijk. Ze is niet altijd dezelfde maar je kunt stellen dat het mogelijk is on in deze waarden gemeten te komen tot een verschil van ong. 100 volt tussen 1 meter bovengronds en de grond. Dat heeft ook weer te maken o.a. met de manier, waarop de temperatuurverschillen ook sterk kunnen variëren. Vlak boven de grond kan het veel kouder zijn dan bv. op 1 meter erboven.

Goed, dat is dus normaal het geval. Maar dan wordt de straling gedempt, gedifuseerd, afgebogen door allerhand tussenliggende lagen. We vinden daar vloeibaar gesteente, dat is niet het magma dat u ziet bij vulkanische uitbarstingen, maar een vloeibaar gesteente met bepaalde mengingen. We vinden zelfs nog restanten van gas in een nog praktisch vaste vorm. Daarboven vinden we lagen die we het beste kunnen bestempelen als oersteen. Daarboven lagen, die we modder kunnen noemen of zeer dikke, vloeistofachtige amorfe massa. Daarboven een laag die zeer wisselend is en die we het beste als slakken of stollingslaag kunnen beschrijven. Daarboven vinden we vloeistof, boven die vloeistof de laatste korst en in die korst, ten dele daaronder zijn dan verder gloedhaarden of magmahaarden.
Zijn er nu op dezelfde plaats fouten in verschillende van die lagen, dan zal de straling niet zo sterk worden gediffuseerd als anders. Treedt er bv. in die amorfe laag door innerlijke pressies en veranderingen een lensvormige bolling op, dan ontstaat er een brandpunt. En nu wordt die straling niet kenbaar als directe radiatie, die werkt wel, in die lagen hoofdzakelijk inductief en ze betekent op die manier een verschuiving van magnetische lijnen plus een lichte wijziging van elektrisch potentiaal t.o.v. het nul van de aarde.

Ik doe mijn best om het eenvoudig te zeggen maar ik maak het, geloof ik, erg moeilijk, Goed, die aardstraal die moet u zich dus voorstellen, voor zover als het haar invloed betreft, als een op zichzelf gering verschil in potentiaal in spanning t.o.v. de aarde, die we dan als nul rekenen in de atmosfeer en dat betekent, dat bepaalde krachten zoals de zenuwkracht, de potentiële elektrische energie dus die in de cellen zitten. Ja, het heeft eigenlijk wel iets van zo’n cel van Volta – weet u wel – in zijn eigenlijke werking, plus de beweging die er bijkomt, want er zit ook een chemische reactie bij. Die kan dus meer dan normaal afvloeien. Men straalt een deel van zijn lichaamswarmte maar ook van zijn gevoeligheid buiten zichzelf lichaamswarmte uit en dit uitstralen kan dan versneld afvloeien, wordt gevoed vanuit de zenuwen en ten dele vanuit de weefsels en daardoor kunnen die ziekteverschijnselen ontstaan. Dat heeft dus weer niets te maken met bv. gedachtespanning of magische spanning.

Ik hoop, dat ik het verschil duidelijk heb gemaakt, zelfs wanneer ik u de aardstraal niet volledig duidelijk heb kunnen maken. Maar ik ben ook aan tijd gebonden.

  • U sprak dus van deze bijzondere kansen, die eigenlijk geboden worden aan de evolutie van de aarde door dit massale samentreffen, dit samenvallen van een groot aantal kosmische invloeden. Is het ook niet zo, dat, al naar gelang de mensheid zelf zich b.v. door middel van gebed erop instelt. Of althans instelt op een poging om het Goddelijke te benaderen en het Goddelijke te ontvangen, veel voor de mensheid als geheel kan worden gedaan?

Dat ben ik direct met u eens. Ik moet er bij zeggen, dat wij graag het woord ‘gebed’ vermijden (we kunnen het niet altijd, om de doodeenvoudige reden, dat de meeste mensen dan hun handjes vouwen en een vast formuliertje opdreunen). Maar als u als formulering wilt aanvaarden: gebed is al datgene, waardoor men God in zichzelf aanvaardend en volgens het begrip van Gods wil dienende dus, tracht te beleven, dan ben ik het direct met u eens. De mens die bidt, de mens die op het ogenblik begrip heeft voor harmonie, die dus niet alleen materieel – dat hoort er bij – maar ook innerlijk tracht de hoogste krachten in zich op te vangen niet voor zichzelf maar voor de wereld, die kan enorm veel goed doen in de eerste plaats, in de tweede plaats maakt hij het voor anderen vaak mogelijk goed te begrijpen, te ontvangen en te benaderen, waar ze dit zonder hulp of steun niet zouden kunnen doen. Het klinkt misschien gek, maar weet u, dat ik hier eigenlijk de hele avond zit te bidden?

Ja, en als u dus leert om dit te doen, dan kan ik mij niets beters denken dan een mens, die, onverschillig van welke basis hij uitgaat, tracht God, het Heiligste, het Hoogste, het meest Lichtende wat hij kent in zichzelf te erkennen, niet als een bedelaar die voor zichzelf gunsten vraagt, maar eerder als iemand die in God een mogelijkheid erkent, zelf tracht die te verwerken, in God de kracht zoekt om die werkelijkheid dan ook reëel te maken vanuit zijn gedachten zowel als vanuit zijn daden. Die God en Gods wil te erkennen door uw eigen tekorten desnoods te constateren en te zeggen: “God help me ze te verbeteren”. Maar mijn grote bezwaar tegen het bidden van heel veel mensen op aarde is dat ze zeggen: “Mijn lieve God, ik zou misschien zelf ook nog wel van mijn fouten af kunnen komen, maar kunt u ze niet even weghalen, dat is makkelijker. God geef ons vrede”. En dan hebben ze een half uur gebeden en dan speelt de buurman hotjazz op de piano en de vrome sfeer is verbroken. Dan slaan ze, nu wel niet met een G.v.d., maar met een potverdikke op de deur bij de buurman te rammelen. Dat is kolder, je moet zelf beginnen, dat, wat je in God zoekt zo goed mogelijk te bevorderen, God erbij te erkennen, de Goddelijke wil uiten en beleven, zo goed als je mogelijk is en dan hebt u volkomen gelijk.

  • En dan is er een tweede punt. Er zijn een heleboel mensen en ook groepen, die al jaren bezig zijn om dit onzelfzuchtige inroepen van energie. Laat ik het dan zo uitdrukken, op aarde te bevorderen. Ze stuiten echter op een, bijna onvoorstelbare traagheid en lethargie van de mensheid als geheel. Is het niet mogelijk of is het niet waarschijnlijk, dat juist door deze verwarring die nu gaat ontstaan, door de enorme botsingen van al die verschillende invloeden, dat nu juist daardoor die geweldige lethargie geleidelijk zal worden doorbroken?

Ja, die mogelijkheid is er niet alleen, dat is wel een zekerheid. Maar ik wil wel op één punt wijzen. Er zijn zeer vele groepen die hiermee bezig zijn, maar helaas is een groot gedeelte van deze groepen in haar denken en wezen te dogmatisch. Ik heb geen bezwaar tegen een stelling, die men als waar beschouwt, tegen een leer die men voor zich als de waarheid beleeft maar ik heb een groot bezwaar tegen datgene, wat men als noodzakelijke waarheid aan iedereen op wil leggen. En daardoor zullen vele groepen, die eigenlijk hetzelfde willen bereiken, hetzelfde trachten te doen, dezelfde God dienen, alleen omdat ze een andere naam voeren, een andere stichter hebben en hun artikelen een beetje anders werden opgesteld, elkaar dan juist in die verwarring gaan trachten te bestrijden en aan te tasten en dat zal m.i. tot gevolg moeten hebben, dat wat overblijft een zeer losse groepering is en niet meer een organisatie, waarbij men werkt vanuit een innerlijk erkennen alleen.

  • U bevestigt alleen maar wat wij hopen.

Wanneer u hoopt, dan vrees ik voor u, want dan hoopt u eigenlijk op de ondergang van anderen. U realiseert het zich zo niet. Neen, weet u, wat u moet hopen? Niet dat de groepen zo zullen ontstaan, neen. U moet hopen voor uzelf: dat er een weg en een wijsheid zal zijn, waardoor de bestaande geschillen zullen worden opgeheven. Laat ons dus, mag ik dit eventjes zeggen vrienden, juist in deze periode waarin zoveel krachten werkzaam zijn, waarin gedachtekracht een onvoorstelbare intensiteit kan krijgen, waarin geestelijke en stoffelijke krachten samenvloeien op een manier die je eigenlijk maar eens in de geschiedenis van een ras ziet, is het toch zo erg belangrijk dat we wanneer we goed willen, de verdraagzaamheid beoefenen, niet omdat verdraagzaam zijn betekent over je te laten lopen.

Verdraagzaamheid betekent, respect hebben voor een ieder. Dat betekent voor niemand hopen dat hij ten val komt, d.w.z. voor de dief hopen dat hij zich rijk steelt desnoods dat hij fatsoenlijk zal worden, maar niet dat hij veroordeeld zal worden, d.w.z. voor de dwaas hopen dat hij wijs wordt en niet, dat men hem zijn dwaasheid inpepert.

Wij moeten respect hebben voor iedereen, alle leven verdient respect, alle bewustzijn, alle krachten en daarom geloof ik, dat we – u sprak nu over gebed – het misschien het beste zo zouden kunnen uitdrukken als we dat zouden willen doen in een formulier: Almachtige God, laat ons allen dat bereiken waar we naar verlangen en naar streven. In overeenstemming met Uw Wezen en Wil, met onderling begrip en met een samenwerking, waardoor wij Uw wil ook zelf bewust leren volvoeren, allen en zonder uitzondering. U neemt mij toch niet kwalijk, maar ik probeer het te formuleren zoals het leeft, zoals het bestaat.

Zijn er nog meer vragen? Nu, het schijnt, dat we met de vragen zo’n beetje uitgeblust zijn. Het spijt me, dat ik hier misschien de rol gespeeld heb van blusser. Maar wanneer u me nu toestaat zou ik misschien nog wel even iets uit mijzelf willen zeggen.

Nu moet ik eerlijk zijn. Mijn wereld is niet de uwe en tussen ons begrip, tussen onze behoeften en onze noodzaken liggen grote verschillen. Wanneer ik probeer om te denken voor ons beiden dan moet ik wel te kort schieten, omdat een ieder vanuit zichzelf leeft en denkt en vergeet vaak om voor ieder ander mee te denken. Maar deze tijd is groot, belangrijk voor ons allen. Niet alleen voor uw wereld, maar voor zeer vele sferen erbij. Ik geloof dus, deze tijd met al zijn verwarring, met al zijn dreiging en ellende, niets meer is dan de wat armoedige en ruwe poort tot een nieuwe wereld. Ik weet dat in de sferen het licht zeker sterker en sterker en sterker wordt, dat de kracht groter wordt, dat we ons meer en meer bewust kunnen worden en ik kan niet geloven, dat de mensheid daarvan zou zijn uitgesloten. God is voor Mij nog steeds een God van liefde, een God wiens rechtvaardigheid juist tot uiting komt door het feit dat Hij lief heeft. Niet een God, die zich met kleine dingen bemoeit, maar een God die ons de kans geeft. En ik geloof niet dat Hij de mensheid die kans zou ontnemen en ook niet, dat Hij het ons onmogelijk zou om de mensheid te helpen, die kans te gebruiken.
Er bestaat, mijn vrienden, een zeer sterke band, sterker dan de meeste mensen beseffen, tussen de lichtende werelden van de Geest en de mensheid, want zijn wij niet de vrucht waar gij de bloesem zijt? En daarom is er een eenheid, een eenheid die niet geloochend kan worden door ons en die door u meer en meer beseft zal worden. Ik wil hier niet een preek af gaan steken of vroom doen. Maar aan de andere kant drijft iets mij, misschien de sfeer die wij gezamenlijk toch opbouwen, wij in de geest, u in de stof, om te trachten hier eens even iets van die kracht te zeggen te laten voelen, even maar iets van die kracht samen te dragen, nu al, op dit ogenblik. Ik weet niet wie God is ik weet alleen dat Hij groot is en onbekend en Lichtend. En ik weet niet hoe zijn kracht er is en komt. Maar ik weet dat die kracht er is. Ik weet, dat wij in de sferen dat licht sterker en sterker ervaren, dag na dag, uur na uur. Ik weet steeds meer, dat het licht Gods en de wijsheid ons nabij zijn en ik weet dat dit ook u betreft, daarom wil ik het zeggen zoals ik het ervaar en hopen, dat u het kunt voelen:

Kracht van Kracht en Licht van Licht, Wijsheid van Wijsheid. Gij die zijt van begin en het einde van alle tijden. Gij Onbekende, aanvaardt mijn wezen en zijn kracht. Laat mij in U de Eenheid vinden, laat mij in U de weg vinden, om licht te zijn van Uw Licht. Waar mijn wil faalt, geef mij Uw Wijsheid als staf. Laat mij erkennen mijn weg volgens Uw Wil.

Laat ons, o Eerste Kracht en Bron, doorbreken alle scheiding tussen sfeer en sfeer, wereld en wereld, zo het Uw wil is en laat ons vinden de grootse éénheid van Uw schepping, die is Uw Wezen, zoals Gij het hebt geuit. Laat ons God Uw Licht aanvaarden.

Laat Uw Licht en Uw Kracht met ons zijn, opdat wij in deze tijd, waar Uw Wil en Uw Bestuur uiteindelijk ons de mogelijkheid geeft U te beseffen, niet terugtrekken of aarzelen, niet falen, maar kunnen zeggen, waarlijk, geheel mijn wezen geef ik aan het Lichtende, opdat het Lichtende in mij moge worden een Licht dat de duisternis verdrijft, waar ze ongeluk en ellende brengt, waar zij in de schepping. God, Uw Beeld verdrijft.

En dan mag ik er dit misschien bijvoegen:

In de naam van God de Almachtige, Schepper van hemel en aarde, Licht der Lichten, Hij die is Bron en Einde, die is alle Weg en alle Waarheid, aanvaard ik de Kracht en het Licht voor mij, voor mijn wezen en zweer ik, o Machtige God, dat ik niet zal rusten voor dit Licht Uw Wil vervuld is, de Eenheid in Uw Wezen gevonden, de Waarheid van Uw Schepping, de erkenning van Uw Kracht.

In Uw naam en met inzet van mijn wezen hernieuw ik deze belofte die ik zo vaak heb gedaan, maar laat dan Uw Licht en Uw Kracht bewustzijn brengen voor allen die U niet beseffen.

Vergeef mij, vrienden, wanneer ik u uiteindelijk misschien binnen heb gevoerd in een wereld en denken die te persoonlijk zijn. Maar als er iets daarvan in u leeft, dan zult ge zo goed weten als ik wat het is om te dienen in volle vreugde, in volle aanvaarding. En hoe groots het is om te leven in een schepping die zich steeds vernieuwend, nu wederom voor zoveel zielen de weg naar de volmaaktheid lichter maakt, de weg naar de volmaaktheid als het ware openstelt.

Nu ben ik dan erg dankbaar, dat u daar ook hebt willen luisteren. U moet mij niet, kwalijk nemen wanneer ik mij nu terugtrek.

Ik wil alleen nog dit zeggen: Wat u niet past, vergeet dat, maar dat wat voor uw wezen belangrijk is en wat u erkent en wat u past, neem het niet als een gave maar als uw recht. Dat je uw eigen weg moogt vinden.

image_pdf