Het sterven in al zijn fasen

image_pdf

3 juli 1961

Ik wil beginnen met een punt vast te stellen: Sterven is anders dan men zich op aarde voorstelt. Het is over het algemeen niet zoals men denkt, de moeilijke en pijnlijke overgang, de grote, felle worsteling met de dood. Dat geldt alleen voor de mens die zich daartegen verzet. In het menselijke leven nl. speelt de mentaliteit van de mens een zeer grote rol in al hetgeen hij doet. Hij zal door zijn eigen denken zijn beeld van de wereld beïnvloeden, maar ook heel vaak allerhande schimmen en demonen oproepen, die niet werkelijk bestaan. Juist, wanneer de dood naderbij komt, is dat een van de gevaarlijkste momenten. Want de mens, die de dood vreest, zal in een tijd dat zijn denken veel sterker en krachtiger is dan de indrukken die hij van buitenaf kan ontvangen, deze demonen oproepen. Hij zal daardoor grote angst ondergaan en over het algemeen een onaangename overgang hebben. Kan men echter het feit dat men overgaat aanvaarden, legt men er zich bij neer, dan is het niet veel meer dan een nachttrein. Je legt je aan het ene station te slapen en je wordt in een ander land bij een ander station wakker.

Ik zeg dit bij voorkeur aan het begin, om duidelijk te maken dat het onderwerp van vandaag niets tragisch heeft. U maakt van de dood graag een drama, maar in feite is hij dat niet. In sommige gevallen heeft hij zelfs iets meer van een blijspel en er zijn gevallen op te noemen, waarbij vooral dat wat na de dood gebeurde, meer van een klucht had dan van een dramatisch en ernstig gebeuren. Het is een normaal verschijnsel in het leven, begrijp dat wel. Elk mens gaat eenmaal dood, punt! En of u nu 20 bent of 80, dat maakt geen verschil uit.

Voor ieder mens is de dood even dichtbij, even veraf als het leven. Daarom wil ik trachten in deze inleiding, niet alleen de mogelijkheden en de verschijnselen op te sommen, maar u ook enigszins voor te lichten omtrent het gaan van uzelf, zowel in verband met uw eigen dood als met de dood van anderen welke de meest juiste houding is en de beste oplossingen biedt. En met deze kleine inleiding zullen wij dan het onderwerp zelf aansnijden.

Sterven betekent over het algemeen een betrekkelijk langdurig proces. Er zijn natuurlijk mensen die door een ongeluk sterven, waarbij de dood snel komt, maar, tenzij er direct geweld mee gemoeid is, een bijzonder geval dus, komt dat zelden voor. Over het algemeen kan men stellen dat de doorsneemens al maanden van tevoren aanvoelt dat er iets gaat komen. Wij weten dat de doorsneemens dit van zich af probeert te zetten. Hij zegt bij zichzelf, dat dit allemaal dwaze voorgevoelens zijn, maar in negen van de tien gevallen bedriegt zijn gevoel hem niet. Dat is duidelijk.

Op het ogenblik dat het menselijk organisme om enigerlei reden zijn functie aanmerkelijk vertraagt ofwel gebreken vertoont, bv. vergiftigingsverschijnselen of infectie, die fataal dreigen te worden, wordt het zenuwstelsel omgeschakeld op een andere basis. Deze omschakeling vindt in het begin natuurlijk automatisch plaats aan de hand van pijnprikkels en ook aan de hand van het feit, dat het lichaam niet meer in staat is bepaalde verschijnselen te bestrijden en er daarom vaak toe overgaat ze te negeren. Het concentreert zich maar op enkele delen. Deze omschakeling gaat dan vaak verder gepaard met een zekere gevoelloosheid, een soort afsluiten van het heden in de hersenen (men denkt vaak heel sterk aan het verleden) en brengt een langzame voorbereiding tot stand. De voorbereiding tot het sterven kunnen wij over het algemeen in drie fasen indelen.

In de eerste plaats: de onbewuste voorbereiding, waarbij de wetenschap van de komende dood in het onderbewustzijn aanwezig is, maar nog niet bewust wordt aanvaard.

In de tweede plaats: de bewustwording van de dood, een periode dus die een geheel verschillende lengte kan hebben, soms dagen, soms enkele seconden en na deze de realisatie.

Het derde punt: de aanvaarding van de dood. De aanvaarding van de dood ligt voor de doorsneemens na het moment dat men de klinische dood heeft vastgesteld. Het is belangrijk hierop te wijzen. U kunt weliswaar het begrip van sterven aanvaarden, maar de dood zelf, de nieuwe condities en omstandigheden aanvaardt men eerst nadat praktisch alle organen hun werkzaamheden gestaakt hebben. Het kan voorkomen in de meest moderne klinieken, moderne techniek dus van de geneeskunde, dat iemand bv. door hartmassage nadien nog tot bewustzijn wordt gebracht. Het is dan mogelijk dat iemand nog leeft en toch de doodsaanvaarding heeft gekend.

Dit houdt niet in dat het leven na de dood, de toestand van bestaan dus buiten het lichamelijke om, zuiver en volledig werd aanvaard. Want dit wordt pas gevonden na de definitieve verbreking van het zgn. gouden koord, laten we zeggen de kracht, de band van levenskracht, die geest en ziel en de stof tezamen bundelt in de mens. Waar deze verbroken is, komt het eerst werkelijk ervaren van de wereld na de dood.

In de tijd dat onbewust de dood wordt aangevoeld, is het zeer belangrijk dat men nimmer zich daaraan overgeeft. De dichter zou zeggen: “Todesahnung”. Dit voorgevoel kan in een mensenleven meerdere malen optreden, zonder dat het volledig gerealiseerd wordt. Het onderbewustzijn trekt zijn conclusies namelijk niet aan de hand van de toekomst, maar in dit geval alleen aan de hand van in het lichaam en het eventuele denken aanwezige feiten. Wel verdient het aanbeveling, wanneer men bemerkt dat het doodsmotief steeds terugkeert, dat men zich op een scheiding voorbereidt. Komt men tot de erkenning van het feit dat men moet gaan sterven, dan lijkt het me verstandig, om in zo een kort mogelijke tijd nog de hoogst noodzakelijke schikkingen te treffen en daarna zoveel mogelijk alles wat met de wereld samenhangt ter zijde te leggen. Men heeft in deze toestand geen tijd meer daarvoor.

Blijft men zich daarmee bezighouden, dan kan een soort kramptoestand optreden, waarbij men zich wanhopig blijft vastklampen aan een leven, soms, terwijl feitelijk de klinische dood al zou moeten ingetreden zijn en men ten koste van een laatste energie nog voortgaat te spreken en te dicteren terwijl men toch nimmer zijn taak kan voltooien.

Besef wel: op het ogenblik dat de ene mens afscheid moet gaan nemen en dit weet, doet hij er verstandig aan om te zeggen: er zijn anderen die mijn taak en mijn verplichtingen zullen overnemen, voor zover dit redelijk en mogelijk is. Op het ogenblik dat u de dood moet aanvaarden, de dood tot u komt, verzet u dan niet. Het is als de duisternis en voor de vele mensen, die bang zijn geweest vroeger op de zolder voor de boeman, is dat duister soms wel wat onaangenaam. Maar het is meer een gordijn. U hebt het misschien wel eens meegemaakt dat u ergens in een verduisterde stad rondliep en dat u ineens ergens binnenging, het gordijn opzij schoof en daarbinnen was volop leven, volop licht, veel mooier en veel beter dan daarbuiten. Het duister dat met doodsaanvaarding samengaat, is niet meer dan een dergelijk gordijn.

Hoe kan het sterven beschouwd worden, wanneer het gewelddadig optreedt? Op het ogenblik dat een gewelddadige dood intreedt, is het zeer belangrijk voor de geest nog enkele momenten te hebben, waarin deze toestand gerealiseerd wordt. Overkomt u een ongeluk, dat mogelijk fataal kan zijn, zet de gedachte van sterven dan niet van u af. Ook wanneer u al uw krachten richt op het in leven blijven. Zeg niet: dood bestaat voor mij niet, want in dat geval zou het moment dat u de dood zou moeten aanvaarden, wel eens aan u voorbij kunnen gaan en daarvoor in de plaats zou u in uzelf de laatste beelden en impressies blijven fixeren, die u op aarde nog hebt ontvangen. Ook wanneer u dan zuiver geestelijk leeft en het lichaam al lang verlaten hebt, blijft diezelfde toestand zich verder reproduceren en daar waar men in een dergelijke toestand meestal afhankelijk is van anderen, is het heel moeilijk om hulp te krijgen. Hier komt nog bij, dat hulp van de geest in dergelijke gevallen vaak wordt afgewezen met termen als “spoken” of “ik ben niet gek”, enz.

Hebt u even de tijd onthoud dan dit, dat bij elke gewelddadige dood het pijnmoment praktisch nihil is, ook wanneer er wordt gekreund of wanneer iemand schijnbaar volledig in krampen ligt, in wanhoop. Want de pijngrens wordt bij dodelijke kwetsuren zo snel overschreden, dat alle pijn die overblijft zuiver psychisch is en niet meer uit het zenuwstelsel voortkomt. Wees dus, wanneer u zoiets mocht overkomen, nooit bang voor pijn. Zeg: wat er is, kan ik makkelijk dragen, zeg verder tegen uzelf: als ik dood moet gaan, dan accepteer ik dat. Stel u erop in dat u hulp wordt geboden, ook wanneer u dit ongeval in eenzaamheid overkomt. Doe niets om uw eigen dood te verhaasten. In dergelijke gevallen ontwikkelt zich een schuldbewustzijn dat zeer schadelijk is voor de geest en dat langere tijd tot een herstel van een dergelijke daad dringt, zonder dat dit mogelijk is. U moet het dus rustig aanvaarden. Het is zo: ik moet gaan, ik verwacht hulp, hetzij in de stof, hetzij in de geest. Dan staat u open, om zodra de overgang een feit is geworden en het proces “sterven” dus voltooid is, de hulp aan te nemen die u geestelijk zeker geboden wordt.

Ten aanzien van de dood onder narcose moet ik nog een paar bijzondere opmerkingen maken. Op het ogenblik dat u geen werkelijk bewustzijn van uw omgeving hebt, verkeert u over het algemeen in een droomwereld. Iemand die mensen onder narcose gezien heeft, weet ook wel dat wanneer deze begint en wanneer zij eindigt over het algemeen het onderbewustzijn aan het woord is. De mens heeft geen enkel stuur, geen enkele rem. Voor de narcose – ongeacht dus of deze al of niet gevaarlijk is – zou ik daarom de raad willen geven: Stel u een ogenblik in op een zo hoog mogelijke kracht. Stel u in op God of de Meesters waarin u gelooft. Want door deze instelling voorkomt u dat, wanneer er iets mocht gebeuren, u gebonden blijft aan de wereld dan wel in een soort halfduister gaat dwalen, zoekende eigenlijk meer naar een lichaam dan naar een mogelijkheid tot verder gaan.

Iemand, die in de stof is blijven leven, kan voor dergelijke overgeganen over het algemeen zeer weinig doen. Realiseer u dit wel! Sterven is in feite een intrede in een nieuwe wereld. Wanneer iemand emigreert, bv. naar Canada en u zou die persoon die dag op gaan bellen op de tijden wanneer het u convenieert, dan zou de mogelijkheid zeer groot zijn, dat u zijn acclimatiseren in het nieuwe land zou tegenhouden. Roep nimmer een overgegane terug. Het is begrijpelijk dat de overgang van iemand die u na staat u erg onplezierig is. Dat is voor u zeer tragisch. Maar wanneer u nu goed beseft dat, waar een werkelijke band, een werkelijke genegenheid bestaat, nimmer een feitelijk verbreken van de connectie plaatsvindt, maar alleen een verbreking van de stoffelijke verbinding, dan is het misschien al gemakkelijker te dragen. En wanneer u iemand graag gezien hebt, hem prettig hebt gevonden, dan zult u die mens alle mogelijkheden willen gunnen om tot rust te komen en dus rustig afwachten, of en zo ja, hoe hij zich bij u zal manifesteren.

Een van de belangrijkste fasen direct na de overgang is de hulpverlening. Nu weet ik dat er mensen zijn die zich voorstellen dat aan de andere kant een heel leger klaar staat, meestal van personen die zij al kenden, om hen in optocht te geleiden naar de sfeer waar zij thuishoren. Ik hoop dat ik daarmee geen lievelingsdroom aantast, maar de werkelijkheid is zo: Op het ogenblik dat u overgaat, zal al datgene wat met u en uw wezen en denken harmonisch is en niet elders bezig of gebonden, zich aan u kunnen manifesteren. Naarmate er sterkere banden bestaan, is de mogelijkheid van manifestatie groter. Er is dus wel een zekere voorkeur aanwezig, waardoor een geliefde zich gemakkelijker manifesteert dan een ander. Maar wanneer die persoon, die u dus vroeger gekend hebt, die u genegen is, elders druk bezig is, is het heel goed mogelijk dat hij voorlopig niet komt opduiken. Dan is het net, alsof je aan een station aankomt en men je door een ander laat afhalen. Begrijp wel, dat die persoonlijkheden zich niet zullen manifesteren in overeenstemming met de werkelijkheid. Elke manifestatie, die onmiddellijk na het sterven wordt gezien, is een manifestatie die voortkomt uit uw denken, dat nog zeer sterk aan het stof-denken, stoffelijk beeld- en woorddenken gebonden is.

Ik heb zo-even al gezegd: soms zijn deze dingen ontroerend. Je kunt bv. vaak zien dat het sterven, terwijl het proces eigenlijk nog aan de gang is en de geest nog niet geheel vrij is van het lichaam, reeds een contact mogelijk maakt. Je ontdekt a.h.w. dat zo’n stervende ergens iemand ziet, dat hij iets hoort, dat hij op een of andere manier al verbonden is met die andere wereld. En heel vaak is dat buitengewoon prettig. Dan voel je jezelf, wanneer je dat overkomt, natuurlijk zeer gelukkig. Het kan ook zijn dat het niet zo vlot gaat en dat bv. aan de andere kant iemand eerst rond staat te kijken als een boer, verdwaald in een wereldstad. Wat moet ik beginnen! En dan ziet hij ineens iemand die hij kent, gaat erop af. Dat is ook buitengewoon prettig. Je hebt mensen, die gaan over met een vast beeld van wat ze zullen ontmoeten. Dat zijn dikwijls de moeilijke gevallen.

Een tragikomisch geval heeft bv. een vriend van mij eens doorgemaakt. Die probeerde iemand, die zeer sterk godsdienstig was en zich uitverkoren meende voor de hemel, in te leiden in zijn nieuwe bestaan. Deze vriend van mij probeerde zich zo menselijk mogelijk te manifesteren, maar de ander zag hem als een duivel. Want er bestonden voor hem maar twee mogelijkheden: God’s engelen of duivels. Een engel was hij niet. Dus moest degene die zich manifesteerde een duivel zijn. Er volgde een vlucht. Nu was deze vriend van mij tamelijk, hoe zal ik het zeggen, vlug in zijn reacties. En waar bij ons, vooral als je Zomerland zo’n beetje te boven raakt, vormen door vormvoorstelling vanuit je eigen wezen gevormd kunnen worden, vormde hij zich om in een praktisch astrale vorm, in een soort kerstmisengel. Pas daarna kon hij contact krijgen met deze overgegane en hem binnen leiden. Dat heeft al iets kluchtigs, het is een soort transformatie scherts.

Werkelijk boertig wordt het echter pas, wanneer iemand binnenkomt, die het allemaal niets kan schelen. Tegen zo iemand zeg je: “Meneer, u bent dood.” En dan zegt hij : “Nou en wat zou dat?”. “U bent nu in een andere wereld.” “Zo, zo.” En dan volgt de vraag naar een straat of een kroeg of wat anders. Zo iemand kun je heel moeilijk zo ver krijgen dat hij je gaat volgen. Laat je hem in de steek, dan is het praktisch zeker dat hij in het duister gaat dolen. Daarom probeert men wel eens een lokaas te scheppen.

Ik hoop dat u deze details niet onaangenaam vindt, maar het is maar om u een beeld te geven van het doodgewone, wat er ook aan het sterven vastzit. We hebben eens een drinkebroer gehad, die was dronken en had een hartverlamming gekregen. Het eerste wat hij deed, toen hij aan onze kant kwam, was er nog een bestellen. Wat logisch was, want hij was zich van die interruptie helemaal niet bewust. Hij vroeg dus zoiets als: “Ja, waar is Jaap?” waarschijnlijk de kastelein. “O, is hij er niet, nou geef mij dan nog maar een, maar een dubbele.” Zo iemand mee te krijgen, is heel moeilijk. Wat heeft men toen gedaan? ‘t Klinkt misschien belachelijk. Toen heeft men gezegd: “Meneer, je bent er daarnet uitgesmeten,” waarop hij heel rustig zei: “Dan ga ik terug, want dat neem ik niet.” “Nee, maar als u nu naar die gelegenheid gaat, daar wordt u nog bediend.” Men projecteerde toen een soort restaurant voor hem, nu ja restaurant, iets minder van standing, in overeenstemming met de persoon die was overgegaan. En daarbinnen werd hij opgewacht door personen, die zich als drinkebroers voordeden en hem heel langzaam, heel voorzichtig aan zijn verstand brachten dat hij dood was. Als u dat had gezien! Dat was werkelijk wel een beetje komisch, zou ik haast zeggen. Drie ernstige geesten, die zich over een niet bestaand biljart heen buigen en ijverig niet bestaande borrels drinken, alleen, om een ander in de waan te brengen dat hij daar thuis hoort en dan een gesprek te beginnen, om langzaam, maar zeker het begrip nuchterheid, dat de dood met zich brengt, door te laten dringen. En toen eenmaal het idee “roes” gestorven was, hem verder te brengen naar een nieuw besef. Ik heb u deze voorbeelden opzettelijk gegeven, want, vrienden, sterven is niet dramatisch. Het is niets bijzonders.

Nu zullen wij de zaak nog even technisch bezien. Wat zijn de hoofdfasen die we bij het sterven aantreffen? In de eerste plaats alweer de periode van voorbereiding, 2e fase: dood, 3e fase: bewustwording of erkenning in de andere wereld. De daarop volgende fase: zelferkenning door introspectie. Eigenlijk een beetje opgelegde introspectie. Men kan er niet makkelijk aan ontkomen. Vervolgens het afstoten van enkele overvloedige of overbodige voertuigen. Daarna confrontatie met wat wij noemen: het licht, maar in feite is het de waarheid, de kosmische waarheid. Daarna poging om de overgegane onder te brengen in dat gezelschap, in die voor hem harmonische omgeving, waarin hij past en waarin hij zich zo prettig mogelijk thuis voelt.

Deze omgeving op zichzelf kan weer ingedeeld worden in gewenning: zoveel mogelijk aan de stof herinnerende beelden. Scholing: bewust worden van verschillen; het brengen van taken; het verder ontwikkelen van de aanpassing. En n de laatste plaats: de vrije beweging, waarbij men zelf verder zijn taak zoekt of leiding aanvaart. In al deze fasen is de eigen instelling van het grootste belang.

Ik kan er niet genoeg de nadruk op leggen, dat juist bij het sterven, ongeacht de wijze waarop dit geschiedt, de eigen gedachtewereld zeer belangrijk. Alles wat schuldbewustzijn is, is een terugverlangen naar de wereld om zelfzuchtige redenen, vooral met stoffelijk genot gepaard gaande. Elk teruggrijpen naar vroeger beleefde omstandigheden kan schadelijk zijn. Hoe nuchterder men is, hoe meer men openstaat voor alles wat komen kan bij de intrede in de wereld van de geest, hoe beter. Er zijn 1001 mogelijkheden voor elke geest die overgaat en ik kan ze moeilijk allemaal opsommen. Maar de mogelijkheden die belangrijk zijn, wil ik even omschrijven.

Er is geen mens die, kosmisch gezien, 100% goed is of 100% kwaad. Dientengevolge zullen bij de overgang van eenieder, ongeacht hoe men hem in de stof beoordeelt, lichtende en duistere krachten zich manifesteren. Wanneer de mens zelf het licht beschouwt als het enig aanvaardbare, zal hij de duistere krachten niet zien, maar ze zijn desalniettemin aanwezig. De mens die bang is voor het licht, volgt de duistere krachten, maar kan dit niet volledig doen en verdoolt dus in een Nevel- of Schaduwland, van waaruit hij soms verder naar het duister afzinkt of uiteindelijk op kan gaan naar de sfeer.

Ik wil nu overgaan naar een volgend gedeelte van deze inleiding.

U moet goed begrijpen, dat er zowel op aarde als in de sferen invloeden bestaan van hogere krachten. En dat deze invloeden, althans voor de sferen die onmiddellijk aan de aarde grenzen, daarmede direct verwant zijn en op aarde gelijk zijn. De wereld van de geest  ligt niet, zoals u misschien denkt, ergens anders. Ze ligt om u. Zeker, er is een verschil van structuur, waardoor het voor de geest zeer moeilijk is de mens op te merken en voor de mens al even moeilijk om de geest te zien. Alleen degenen die daarin geschoold zijn of de gave ontwikkeld hebben, kunnen dus de andere wereld incidenteel eens waarnemen. Omdat die werelden zo dicht bij elkaar liggen, zullen alle invloeden van hoge geestelijke krachten: de wil God’s, de engelen God’s, de grote Meesters, de kosmische invloeden, zoals u wilt, zich in beide werelden gelijktijdig met gelijke kracht en gelijke inwerking openbaren.

Dit impliceert dat elke instelling en elke beïnvloeding die op aarde bestaat, in de geest gelijkelijk bestaat. Alles wat u op aarde doet in overeenstemming met de heersende krachten, de heersende geestelijke openbaring, kan aan ‘de andere zijde’ direct en zonder onderbreking worden voortgezet. Dat betreft niet alleen zuiver geestelijke arbeid, maar kan evenzeer stoffelijk, bv. wetenschappelijk of kunstzinnig werken betreffen, wat in de andere wereld ook kan worden voortgezet tot men ontdekt, dat er onvoldoende uitingsmogelijkheid is en men dus op den duur een aanpassing zoekt, waardoor men wat prettiger en wat rendabeler kan werken.

De kracht die bv. op het ogenblik op de wereld inwerkt, is een kracht van vernieuwing die zeer ruim denkend is, grote onzelfzuchtigheid probeert aan te moedigen, scherp denken op technisch en geestelijk gebied aanmoedigt en daarnaast een ontwikkeling geeft van paranormale kwaliteiten en magische mogelijkheden. Wanneer iemand op deze wereld zich bezig gehouden heeft met een van deze factoren, is het praktisch zeker dat hij bij het sterven wordt opgenomen in een soortgelijke werkkring in de nieuwe wereld. Er is hierbij geen verschil te merken.

Het enige verschil ligt in de persoonlijke conditie en daarover zou men natuurlijk een heleboel kunnen gaan zeggen. Die persoonlijke conditie sluit o.a. in, de begrenzing van uw eigen driedimensionaal stelsel, is tijd. Vanuit de geest is er eigenlijk geen tijd, is er alleen beweging, verder regeert bij u de materie, de vaste vorm, bij de geest regeert het denken. Dat is zijn voertuig. Maar essentiële zaken, ongeacht de misvattingen, die u misschien kent, de dwaasheden, die u in de stof uitgehaald hebt, zullen altijd worden voortgezet aan de andere kant. Is eigen intentie redelijk, is eigen denken aanvaardbaar, dan vindt u aan de andere kant onmiddellijk hulp en voortzetting van deze ontwikkeling. Gaat men echter in zijn ontwikkeling tegen een bepaalde kosmisch stroming in, dan zal het in de meer lichtende werelden soms moeilijk zijn de aansluiting te vinden.

Ik wil er op wijzen dat er een groot verschil is tussen stoffelijk en geestelijk denken. Dingen, die voor u van buitengewoon belang zijn, zijn voor ons gewoon belachelijk. Wij hebben soms de indruk dat de mens iemand is, die zich druk maakt over de verpakking van een bonbon en niet om de kwaliteit. Op dezelfde wijze zal de wereld van de geest in de ogen van iemand die pas is overgegaan wat vreemd zijn. Gezien de mogelijkheid om daar direct contact te krijgen, zal hij zijn ontwikkeling dan altijd beginnen met een aanpassing aan de nieuwe vorm. Deze houdt in de eerste plaats in te leren, hoe je te bewegen. Het idee dat gedachte identiek kan zijn aan beweging, is voor een mens haast onvoorstelbaar. Een geest moet dit eerst leren, omdat hij in het begin erg bang is om op een plaats terecht te komen waar een andere geest is, niet beseffende dat dat onmogelijk is. Heeft men hem zijn mogelijkheid tot beweging bijgebracht, dan probeert men zijn mogelijkheid zich uit te drukken te herzien.

Tot op dat ogenblik heeft de geest steeds nog aan woorddenken gedaan en dus geprobeerd zich in volzinnen te uiten. Nu kan een volzin zeer schoon zijn, maar daarin ontbreken vele details, die niet zo gemakkelijk weer te geven zijn. Kijkt u bv. eens naar buiten en probeert u in woorden te vertellen wat u ziet. Neemt u daarvan dan een volkomen natuurgetrouw driedimensionaal beeld en projecteert u dat. U zult zien, dat u in veel korter tijd alles veel vollediger kunt mededelen. Het omscholen van een mens van woorddenken tot beelddenken duurt over het algemeen tenminste enige weken.

Een volgende fase in zijn scholing is het leren, de geestelijke krachten te gebruiken. Wij kunnen deze krachten niet alleen gebruiken in onze eigen wereld om contact te zoeken met anderen, ja, zelfs om een omgeving te vinden of op te bouwen, die ons persoonlijk aangenaam is, maar wij kunnen ze ook gebruiken om contact op te nemen met mensen in de stof. Is men enigszins voorbereid hierop, zoals dat in bepaalde vormen van geloof en ook in het spiritualisme wel gebeurt en heeft men geen al te dwaze ideeën van de wijze waarop dat geschiedt, dan zal men zeer gemakkelijk leren hoe men beweging en tijd a.h.w. in elkaar om kan rekenen, hoe men dankzij dit omzetten van beweging in tijd een zekere overmaat aan energie kan verkrijgen en zo een manifestatie in de stof kan plaats vinden. Dit wordt over het algemeen aan de beginneling alleen geleerd, voor zover het gedachtekracht betreft.

Velen van hen nemen daarmee geen genoegen en proberen dus hun kracht op stoffelijke structuren tot toepassing te brengen. Zij slagen er echter zelden of nooit in om werkelijk stoffelijk iets te creëren, te vernietigen of te veranderen. Het enige wat zij kunnen doen, is spanningen opwekken in aanwezige materialen. En deze spanningen worden dan door kloppen kenbaar. Dit zijn de eenvoudige en lichte kloppen, die men wel eens klopgeest noemt, ofschoon ze dit zeer zeker niet zijn. Wat u een klopgeest noemt, is volgens de omschrijving van een van mijn vrienden, een nozemgeest, die er plezier in heeft om bewust gehanteerde krachten niet te gebruiken om IN de materie spanningen op te wekken, maar om TUSSEN delen der materie bv. botsingen te veroorzaken. Dus dat is nooit dat bescheiden tikje. Een werkelijke klopgeest is iemand die bonkt en davert en heel dicht staat bij het zgn. “poltergeist” verschijnsel. Dit te uwer voorlichting, want dergelijke dingen worden zelden of nooit door iemand die is overgegaan volbracht.

Om terug te komen op deze krachten. Een kosmische kracht, die werkzaam is in de wereld van de geest en van de stof gelijktijdig, vormt een bindende factor tussen beide werelden. Dat zult u misschien begrijpen. Is er een punt van waaruit stralen uitgaan naar twee werelden, dan is, zij het in het begin alleen via dat punt, een verbinding tussen die werelden mogelijk, maar op den duur zal men van daaruit ook een lijn kunnen trekken. Dan krijgt men een driehoek. De basislijn vormt dan de directe verbinding stof-geest, de lijn naar boven de verbinding van stof en geest naar de eerste kracht. Waar deze verbinding bestaat zal alleen een instelling op de heersende krachten het mogelijk maken de andere wereld te bereiken en te beïnvloeden.

De persoonlijke omzetting van beweging en tijd voor de geest geschieden via deze krachten. Er mag gezegd worden voor iemand, die pas is over gegaan, dat een groot gedeelte van diens bewuste streven, diens bewuste mededelingen en boodschappen door bemiddeling van de grote invloed der daarin werkzame entiteiten bemiddelend worden overgedragen en zo worden geprojecteerd in de mensenwereld. Op dezelfde wijze zal in het begin een zeer groot gedeelte van de meer bewuste handelingen en daden van de mens worden overgebracht naar diegenen in de geest voor wie ze bestemd zijn. Is dat allemaal duidelijk?

Nu hebben wij natuurlijk altijd weer te maken met een soort gradatie van bewustzijn. U kunt als mens, vanuit geestelijk standpunt gezien, behoren tot de bijna-dierlijken, de halfbewusten, de volbewusten, de novicen, de ingewijden en zelfs tot de Meesters. Dit vloeit voort uit het volgende: Alles wat in de mens gelijktijdig realisatie, emotie en willen inhoudt, doordringt de scheiding tussen de werelden van stof en geest. Wanneer iemand pas is overgegaan en in hem is nog de mogelijkheid om een daadstelling tot stand te brengen, die hem emotioneel in wilskracht en in voorstelling een soort eenheid geeft, dan is het hem vaak mogelijk om zelfs zeer kort na de overgang op stoffelijk terrein zich te manifesteren en zelfs in te grijpen. Een dergelijk ingrijpen kan stoffelijk nimmer redelijk worden geaccepteerd. Voor de stofmens zullen dergelijke manifestaties, voor zover zij niet onmiddellijk verandering in zijn omgeving brengen, altijd meer emotionele zaken blijven.

Hoe verder u komt op aarde, hoe gemakkelijker uw contact wordt met de geestenwereld, de wereld van de geest als u wilt. Een dergelijk contact wordt wel tot voleinding gebracht op het ogenblik dat men niet alleen onbewust, dus met zijn stoffelijke redenering dit niet verwerpend of verwerkend, maar bewust deze contacten opneemt en via deze contacten geestelijke krachten naar de wereld van de stof en eventueel in de stof geordineerde krachten zover mogelijk naar de wereld van de geest kunt overbrengen. Hebt u dit bereikt, dan staat u op het peil van novice. Het leren hanteren daarvan is een kwestie van inwijding dus. Altijd, wanneer iemand die meer bewust is van deze dingen overgaat, zelfs wanneer hij in de stof deze krachten niet volledig kan hanteren, zal hij – en dat moet u zich goed realiseren – onmiddellijk het vermogen hebben, vanuit zijn geestelijke wereld op de aarde in te werken. Zodra hij zich heeft aangepast, kan hij zich op aarde gaan manifesteren. Hij zal zich hiervan, gezien de verworven kennis en wijsheid, veelal onthouden, tenzij daartoe een werkelijk noodzaak bestaat.

Ik probeer u zoveel mogelijk gegevens te verschaffen in deze inleiding en ik merk dat ik daarbij wel een beetje hak op de tak spring, omdat het hele terrein nu eenmaal moeilijk af te grazen is in een keer. Inspiratieve werkingen kunnen kort voor en kort na de dood bijzonder sterk zijn. U vindt dat misschien vreemd, maar toch is het waar. Op het ogenblik nl. dat in de mens het deel hebben aan zijn eigen wereld verzwakt, wordt zijn vermogen sterker om impulsen uit een andere wereld op te vangen. Er ontstaat in hem op den duur een vermogen om ontvangkrachten en -impulsen om te zetten in een hem bekend medium.

Vandaar dat de dove Beethoven, terwijl hij zelf al niet meer kon horen en in de pauken slagen moest inlassen om een beetje te weten wat hij dirigeerde, toch zulke fantastisch mooie ideeën in melodieën wist om te schrijven. Er zijn meer van die voorbeelden, ook van schrijvers die blind zijn geworden en die toch buitengewoon schone beschrijvingen geven, die volkomen juist zijn. Zodra zo iemand overgaat, is hij even vatbaar voor wat op aarde naar hem wordt uitgezonden, als hij in de stof dat was voor al wat uit de geest voor hem werd uitgezonden. Heeft iemand deze gevoeligheid, dan is het zeer belangrijk dat hij zo weinig mogelijk voor onbelangrijke feiten en punten wordt gestoord, want alle stoffelijke beelden en handelingen kunnen in de geest niet worden omgezet in een gelijkwaardig iets. Is dit allemaal duidelijk?

Dan wil ik nu gaan besluiten, want anders wordt het onderwerp te lang, met de eenvoudige raadgevingen, waarbij ik zal proberen, alle aspecten en mogelijkheden, zoveel mogelijk althans, aan te roeren.

In de eerste plaats: Besef wel dat een mens die sterft nimmer betreurenswaardig is. Hij betreedt altijd een wereld, waarin zijn mogelijkheden groter en beter zijn dan in de wereld die hij verlaat. Of hij deze realiseren zal, is zijn eigen zaak. Wij kunnen die mens daar nooit in steunen door een luidruchtig rouwbeklag. Besef wel dat het rouwbeklag in vele gevallen een soort zelfbeklag is. Dit moge ongetwijfeld gerechtvaardigd zijn, maar mag nimmer worden gerationaliseerd door te zeggen dat men dit aan de dode schuldig is. Doet men dit toch, dan straalt men valse krachten en waarderingen uit naar de overgegane en veroorzaakt daardoor schade.

Wat betreft de gebruiken bij de overgang, het ter aarde leggen, cremeren, enz., van een persoon, het eventuele daarvoor opstellen in een chapelle ardente, enz., zijn stoffelijke gebruiken. Zij mogen nimmer worden gezien als iets wat men aan de dode verplicht is, tenzij deze tijdens zijn leven uitdrukkelijk de wens daartoe heeft te kennen gegeven. Zijn verlangen is primair, omdat dit verlangen hem enige tijd bij blijft. Interesseert hij er zich niet voor, dan moet u wel beseffen dat dit alles is voor de stofmens, eventueel een soort troost voor de nabestaanden. De wijze van ter aardebestelling doet weinig ter zake, maar indien een mens gelovig is, zal dit geloof zijn voortbestaan beïnvloeden. Onthoud daarom nooit iemand de zegeningen, toespraken, wijdingen en wat dies meer zij, die met religieuze begrafenisriten in verband staan. Deze dingen hebben waarde en de gedachten, die ermee gepaard gaan, vaak intens gevoeld, dringen tot zo iemand door. Denk niet dat het belangrijk is of u bloemen legt op het graf of niet, maar besef wel dat het voor u vaak een aanleiding is, met genegenheid de overgegane te gedenken. Deze gedachte is belangrijk.

Maak echter nooit van de gedachte aan iemand, die is overgegaan, een eredienst Dus een foto met een bloemetje, daar is heus geen bezwaar tegen, maar niet een bewaren van alles wat van hem of van haar is geweest, niet een voortdurend je daarmee bezig houden. Hierdoor schept men een zodanige uitstraling op aarde, dat de geest daardoor aanmerkelijk in eigen bewegingsvrijheid en bewustwording wordt belemmerd. Besef wel dat zuiver stoffelijke waarden voor de geest geen enkel belang hebben.

Ik mag hier misschien een eenvoudig voorbeeld geven om te verduidelijken. Wanneer een weduwe of weduwnaar niet hertrouwt om wille van degene die is overgegaan, maar gelijktijdig anderen begeert, is dat een feitelijke ontrouw, die door de geest sterk wordt gevoeld. Een eenvoudig op andere wijze misschien weer met een ander in contact komen en desnoods zelfs huwen en samenleven, wordt door de geest niet als verraad gevoeld. De doodeenvoudige reden is, dat het stoffelijke onbelangrijk is, maar wanneer je in een wensdroom de persoon vervangt of – wat ook gebeurt – tot een voorwerp van een droomcultus maakt, wordt dit over het algemeen voor de geest erg pijnlijk. Zelfs wanner hij in het licht is, dan is dat nog zeer pijnlijk, zij het dan niet voor de persoon zelf, voor het “ik” van de geest, maar om u. Wees eerlijk wanneer iemand gaat sterven. Zeg niet vijf minuten voor u het einde verwacht: O, je zult nog wel beter worden. Dat is niet eerlijk.

Een mens moet in staat zijn aan het idee te wennen. Troost niemand door te zeggen: Het zal je wel goed gaan. Maar indien iemand onzeker of ongelukkig is op het ogenblik van de overgang, tracht hem dan alles op te sommen wat hij aan geluk op aarde heeft gebracht, wat hij aan genegenheid en liefde bezit. Dat is de beste voorbereiding voor een aanvaarding van het sterven.

Wanneer u te maken hebt met een gewelddadige dood, begin dan altijd, ook wanneer u niets met het geval zelf te maken hebt en de persoon niet kent, met u te realiseren dat de persoon overleden is. Zend deze gedachten uit en voeg daar naar uw eigen instelling een heilwens, een zegenwens en een gebed aan toe. Dat is de beste wijze om iemand die plotseling en zonder te beseffen, hoe of wat, vertrok, ook van de aarde uit, die hij vaak nog probeert te bereiken, duidelijk te maken wat er geschied is.

Zorg ervoor dat nimmer het gevoel van verwaarlozing of vergetelheid bestaat voor hen die overgaan. Het is niet noodzakelijk hen voortdurend te gedenken, maar zij moeten a.h.w. in het leven een zekere rol blijven spelen. Zeer goed is het vaak, wanneer een mens op aarde bepaalde dingen doet of nalaat om wille van het voorbeeld of de lessen van hem die heenging. Dit is een emotionele kwestie a.h.w., die praktisch elke sfeer, zelfs vele duistere sferen, bereikt, daarin vreugde en licht kan brengen. Besef, dat u nimmer aan de hand van vaststaande religieuze voorstellingen een overgegane kunt helpen en dat vaste religieuze voorstellingen omtrent het hiernamaals, zelfs vaste beelden in u opgebouwd in spiritistische kringen, nimmer geheel juist kunnen zijn.

Probeer wanneer u zelf sterven moet, dit ‘open minded’ te doen, open te staan voor al het nieuwe. Wanneer u, hetzij in een uittreding of na de overgang, iemand ontmoet die zich u voorstelt, ga nimmer af op hetgeen deze persoon zegt, stel u voor uzelf in op lichtende kracht. U zult ontdekken dat dit een soort röntgenstralen zijn, die de persoon in zijn werkelijke gedaante doen zien. Wees nimmer bang voor datgene wat lichtend is of in licht schuil gaat. Al datgene, wat duister, nevelig of materieel aantrekkelijk zich aan u voordoet, kan onaanvaardbaar of demonisch zijn voor u en uw ontwikkeling. Ga verder, indien u zelf sterft, uit van het standpunt dat niets in de stof hersteld of veranderd kan worden. Later zult u ontdekken dat er zekere mogelijkheden bestaan dit toch te doen. Maar doet u dit kort na de overgang, dan bindt u zich vaak aan plaatsen en omstandigheden en zult u zich daarvan niet los kunnen rukken. Dit is schadelijk voor de bewustwording en kan buitengewoon vervelend en pijnlijk zijn.

Wat zich ook aan u manifesteert of vertoont, onthoud een ding: U kunt, wanneer u overgegaan bent, nimmer sterven. U kunt nimmer een pijn ondergaan, die u niet zelve aanvaardt en zelf realiseert. Zolang u niet vreest, zal geen enkel beeld en geen enkele voorstelling u aan kunnen tasten, buiten degene die u zelf accepteert. U bent in zekere zin met eigen bewustzijn, eigen selectie, degene die het bestaan na de dood voor uzelve bepaalt. Wanneer u in of kort na de overgang de behoefte gevoelt wellicht een steun te geven, doe dit vooral kort na de overgang nooit zelf of poog dit niet zelf te doen.

Wanneer u eventueel tastende, als omschreven, iemand hebt ontdekt, die voor u lichtende is, moet ge deze het verzoek doen om bepaalde handelingen, bepaalde gedachten, troost, inspiratie, enz. te geven. De meer bewusten zullen u daarin ten allen tijde bijstaan, zover het in hun vermogen ligt. Kiest u zelf na de overgang en desnoods wanneer u wat ouder begint te worden al daarvoor, een liefhebberij die nuttig is voor de medemens, zowel als voor uzelf en buiten handenarbeid of constructie ook denken inhoudt, ga daarmee na de dood rustig verder. Dit is meestal een goed punt van begin voor een geestelijke ontwikkeling, die het u mogelijk maakt, zeer snel volgens geestelijke normen en waarden daadkrachtig op te treden.

Ten laatste: laat u nimmer imponeren door anderen. Het leed van anderen en de vreugde van anderen kunt u pas dan realiseren, wanneer u met die anderen volledig harmonisch kunt zijn. Zolang een dergelijke harmonie niet bestaat, kan alles begoocheling en waan zijn. Ga af op hetgeen licht is, datgene dat voor u identiek lijkt te zijn met God, goddelijke waarden, enz. Dit is de enig juiste weg en die brengt u zo snel mogelijk tot bewustwording.

Dan moet ik u dit nu vertellen: Kort na de overgang ontstaat voor de meesten, tenzij zij in het duister verdwijnen, een periode van introspectie. In deze periode van zelfbeschouwing wordt een deel of vaak ook het geheel van het leven herleefd. Vanuit menselijk standpunt gezien gaat dat dan van achteren naar voren, dus van dood tot geboorte. Hierin ervaart men als emotie en vaak zelfs als pijn en smart en vreugde, niet alleen de eigen rol, maar de rol van alle aanwezigen. Laat u hierdoor nooit meeslepen. Onderga deze dingen zo passief als u kunt. Tracht te beseffen wat u voor die anderen bent geweest en houdt u met de rest niet bezig. Dit brengt u een zeer snelle bewustwording en maakt het mogelijk zeer snel te onderbreken. Wanneer men nu zegt een levenslichaam achter te laten, een astraal lichaam achter te laten, enz., doe dit nimmer voor uzelf. De zekerheid in u voelt dat u zonder deze voertuigen verder kunt gaan. Wanneer u echter een voertuig verlaat, is het goed om dit zoveel mogelijk te ontbinden in zijn bestanddelen en wel door uw gehele kracht en weten zo sterk mogelijk op één punt te concentreren. Hoe hoger u dit punt stelt, hoe groter de mogelijkheid dat u geen onbruikbare schillen en andere delicten achter u laat slingeren, waar misschien door misleidende geesten misbruik van gemaakt zou kunnen worden bij benadering van de mens op aarde.

Nu, ik geloof, dat ik hiermede een reeks regels heb gegeven, dat het u mogelijk maakt u ongeveer te oriënteren bij de overgang.

Ik weet, dat er een hele hoop punten zijn die ik niet of onvoldoende heb besproken. Dat is logisch. Want voordat je weet wat eigenlijk sterven is, moet je wel een paar honderd jaar dood zijn.

image_pdf