Het verhaal van Jezus geboorte

De geheimleer van Jezus en de verborgen achtergronden van het christendom – deel 44

9 december 1956

We hebben juist dit verhaal gekozen om het te onderzoeken op zijn juistheid en het nader naar voren te brengen, omdat wij menen hiermede een duidelijker beeld te geven van de werkelijke persoonlijkheid Jezus, die op aarde leefde en ten slotte als drager van de Christusgeest de leringen bracht, die men thans in het christendom zo vaak verdraait.

Het verhaal kent U natuurlijk allen. Het is eenvoudig. Het vertelt ons, hoe Jezus geboren werd op een wonderbaarlijke manier. Het is romantisch, dramatisch, verweven met engelen, met lichten aan de hemel, met wijzen uit het Oosten en achtervolgingen door de boze koning Herodes. Nu blijkt, dat een aantal van deze feiten historisch is. Een ander gedeelte daarentegen berust op legenden en …. ja, die worden hoofdzakelijk verteld om Jezus wat scherper op de voorgrond te stellen als een zeer bijzonder mens, als een wonder.

In de eerste plaats moeten wij natuurlijk de ouders nader bezien. Zowel Maria als Jozef stammen inderdaad uit het geslacht van David. Het gebruik om onderling te huwen, vooral in deze families, heeft er toe geleid, dat ook deze beiden elkaar vonden. Zij waren reeds twee jaar verloofd, voor Jezus geboren werd. En dat is ook een zeer opvallend verschijnsel. Het was n.l. daar gebruikelijk om een verloving aan te gaan, die alle rechten van het huwelijk inhield. De Joodse verloving in die dagen was een proefhuwelijk, dat eerst bij gebleken vruchtbaarheid werd omgezet in een werkelijk huwelijk. Men verbrak een dergelijke verbintenis meestal, indien deze na een jaar geen vrucht had gedragen. Dus we beginnen vast te stellen, dat volgens de bekende gebruiken Maria en Jozef verloofd zijn. Die verloving heeft plaats gevonden in de zomertijd ongeveer twee jaar voordat Jezus geboren werd. Jezus zelve wordt ook niet geboren op 25 december, dat zal wel duidelijk zijn. Zover wij kunnen nagaan is deze geboorte iets vroeger geweest en zeer waarschijnlijk 17 á 18 november.

Het decreet van Tiberius, dat een grote rol speelt in de reis van Maria en Jozef, is inderdaad afgekondigd. Het staat wel vast, dat dit registratiewerk ongeveer 3½ jaar heeft geduurd. De plannen van Tiberius hiermede waren om door een vaststelling van het bezit van bepaalde groepen Joden reeds voorbereidselen te maken om zo nodig –  hij voorzag n.l. deze mogelijkheid, die ook later gerealiseerd is – in staat te zijn op de juiste wijze de Joodse tempelschatten, die in die tijd een zeer aanmerkelijk kapitaal vertegenwoordigden, buit te maken en te gebruiken ter financiering o.a. van zijn oorlogen in Germanië, maar ook in Afrika zelf.

De tijd, dat Maria en Jozef trekken, is zeker niet een tijd van buitengewone drukte, zoals wordt weergegeven. Maar deze beide mensen zijn niet rijk en zo ver wij kunnen nagaan is Jozef bovendien tamelijk gierig. Of moet ik zeggen: erg zuinig. Dit brengt met zich mede, dat hij niet geneigd is om te betalen voor een verblijf in een soort karavanserai. Een herberg staat er, maar je kunt het beter een karavanserai noemen, omdat de huizen, waar hij geweigerd wordt, over het algemeen bestaan uit ommuurde binnenplaatsen, waar omheen een aantal vertrekken zijn. Deze vertrekken zijn duur. De plaatsen op de binnenplaats zelve, waar ook enige beschutting is en men een vuurtje kan stoken e.d. zijn eigenlijk goedkoper, maar alleen voor het gemene volk. Nagaande hoe zij zijn gekomen tot hun verder trekken naar de plaats, waar het vee normalerwijze verblijft, menen wij vast te stellen, dat op grond van het aantal aanwezigen, dat behoorde tot de mindere stammen, Jozef en Maria verder getrokken zijn. En het staat wel vast, dat Chamaël en Resian twee namen, die ook nooit in de Bijbel genoemd worden bezitters van een kudde, een stal, zoals dat heet (in werkelijkheid een grot),ter beschikking hebben gesteld, omdat het vee daarin toch reeds enige tijd niet vertoefde.

Dit laatste is weer het bewijs, dat we zeker niet te maken hebben met een winter. Want in de winter worden de schapen en andere dieren wel degelijk des nachts in een beschutte omgeving ondergebracht. Het verhaal dus van een Kerstmis en sneeuw en gure wind, met felle kou, is op zijn minst genomen overdreven. Het is waarschijnlijk een adaptatie van de eigenlijke omstandigheden aan de voorstellingen, die men in het Westen omtrent drie á vierhonderd jaar na Christus daaromtrent had.

De geboorte van het kind in deze omgeving zonder enige hulp, lijkt ons ook onwaarschijnlijk. En wel, omdat in de omgeving inderdaad woningen staan. In het verhaal krijgt men het idee van een grote eenzaamheid, een ver van het dorp verwijderd zijn. Hiervan was zeker geen sprake. En dat is ook begrijpelijk, want een dergelijk vast punt, waar de kudde gedurende de slechte perioden dat er praktisch niet getrokken kan worden vertoeft, daar vinden we meestal enkele herderswoningen in de buurt. Het zal dan ook wel uit deze herderswoningen zijn geweest, dat toen Maria eenmaal in pijn kwam verschillende mannen en vrouwen zijn gekomen om te helpen. Dat was bij de Joden nogal gebruikelijk. Vermoedelijk is hun aanwezigheid later verklaard door de engel op de velden.

Dat de geboorte van Jezus normaal is verlopen is iets, dat kunstzinnig wordt bedekt in het Kerstverhaal maar toch onomstotelijk vaststaat. Jezus heeft de wereld betreden langs de weg, die alle mensen daarvoor volgen. Dit houdt ook in, dat het kersttafereel, dat in elk stalletje wordt getoond, onjuist is. Het is een uitgeputte Maria met een kind, die de geboortegaven ontvangt. Geboortegaven zijn gebruikelijk en wij mogen niet vergeten, dat waar zij behoren tot het geslacht van David, dat natuurlijk wel degelijk bekend is, al is het alleen maar door hun weigering in bepaalde huizen te vertoeven deze mensen meer eerbied voor hen hebben. Ze behoren tot de betere stand zij het dan alleen door afstamming en niet door bezit en zij worden daarom met geboortegaven geëerd.

Geboortegaven werden in die tijd overal gegeven en bestonden meestal uit enkele waardevolle bezittingen bij de rijken, die speciaal voor het kind gereserveerd bleven, met daarnaast enkele gaven als versterkende spijzen voor de moeder. Wanneer wij nagaan, wat het Kerstverhaal daaromtrent vertelt, dan weten wij ook, dat hier gaven werden gebracht als melk en kaas, die zeker in die tijd golden als versterkende spijs.

De os en de ezel, weer een vraag, Dat er een ezel aanwezig is geweest, is waarschijnlijk. Want Maria en Jozef behoorden toch tot een geslacht, dat niet de gehele weg te voet zou afleggen, zeker niet indien de vrouw vrucht droeg. Dat dus een ezel als goedkoop en eenvoudig rijdier gebruikt is, staat wel vast. En het is niet anders dan waarschijnlijk, dat het dier in dezelfde ruimte was ondergebracht om te voorkomen, dat eventuele zwervers het onteigenden. Een ezel aanwezig? Ja. Een os? Het is niet onmogelijk. Maar nemen wij aan, dat een os aanwezig was, dan wijst dit wederom op de nabijheid van woningen en mensen. De os, was n.l. trek- en werkdier en werd gebruikt voor de akkerbouw.

Om van hieruit verder te gaan is misschien op het ogenblik nog niet noodzakelijk. Wij hebben tenslotte nog een bijeenkomst, waarop wij het kerstgebeuren nog vanuit een ander gezichtspunt zullen belichten. In tegenstelling tot de normale reeks zullen wij n.l. een volgende maal trachten de geestelijke aspecten van Jezus geboorte naar voren te brengen. Vandaar dat ik mij nu juist met het materiële bezighoud.

Dan zijn er verder verscheidene dingen in het Kerstverhaal, die wij toch even moeten noemen. In de eerste plaats: de ster uit het Oosten. Dit kan zelfs de komeet van Halley geweest zijn, waar deze volgens zijn omlooptijd in die dagen inderdaad zichtbaar geweest moet zijn. Een komeet, een staartster, was een voorteken van belangrijke gebeurtenissen. Zij heeft zeer veel indruk gemaakt. Maar of zij heeft stilgestaan boven deze stal, is een grote vraagt. Want waar je ook staat, lijkt het of de sterren boven je staan. Ik meen, dat hier sprake is van een dichterlijke vrijheid.

Dan het koor der engelen. In de eerste plaats de boodschap van de engel op de velden. “Vrede zij U.” Dat is eigenlijk een Pax Vobiscum, een zuiver Romeinse groet. Deze zal toch zeker niet bij Aramese herders gebruikt zijn. Een punt dus, waar wij gaan twijfelen omtrent de juistheid van het verhaal.

“Weest niet bevreesd, ik breng U een blijde boodschap.” Dit zou aannemelijk zijn, indien, zich hier inderdaad een engel in zijn luister geopenbaard had. Maar zou dat inderdaad gebeurd zijn dan zou gezien het volkskarakter en de gebruiken van die tijd een optocht naar deze heilige plaatsen het oprichten van een gedenkteken daar waarschijnlijker zijn dan een verlaten van de kudde en een trekken naar deze stal. Waarschijnlijk heeft het geheel zich dus als volgt afgespeeld:

De geboortegrot ligt betrekkelijk hoog. Dat wil zeggen, er zijn dalen in de omgeving en daarboven ligt een heuveltop. Op het ogenblik staat daar de Kerk van de Geboorte. Wanneer de vrouwen water nodig hadden in grote hoeveelheden, wat bij een geboorte daar wel gebruikelijk was, wanneer zij verder daarvoor warm water gebruikten, zullen zijn in de nabijheid van die stal een vuur voor de grot hebben gestookt. Dit vuur zal ongetwijfeld de in de buurt zijnde herders hebben aangetrokken, die wilden zien, wat er gaande was. Vooral waar zeker niet alle op de velden vertoevende herders geweten hebben, dat de eigenaars van de kudden aan Maria en Jozef de toestemming hadden gegeven om in deze stal te vertoeven. Hier hebben wij een natuurlijke verklaring voor het licht, dat zij zien en het gaan naar de stal.

Het kind Jezus, dat lacht, is ook alweer een vraag. Het is natuurlijk erg vertederend, zo’n klein kindje in een kribbe, dat lacht en de armpjes uitbreidt, wanneer daar die eenvoudige, ruwe herders komen. Maar een kind van die leeftijd lacht niet. Het maakt nog maar heel weinig grimassen. Het slaapt hoofdzakelijk en het voedt zich. Het zal door wat geschrei zijn ongenoegen te kennen geven met de toestand, waarin het thans verkeert, maar daar blijft het bij. Zelfs wanneer wij aannemen, dat Jezus een vol ontwikkeld kind is, dan zegt ons de logica, dat enkele uren ja, enkele ogenblikken na de geboorte het onmogelijk is, dat dit kind lacht. Ook hier hebben we weer te doen met een dramatisering.

Misschien is het verstandig hier aan te halen, hetgeen Anna, een nicht van Maria, later vertelde over Jezus geboorte. Zij zegde als volgt: “Haar uur kwam en het water brak, toen zij pas waren gekomen op de plaats, die men hun gewezen had. Maria wilde zich vastgrijpen aan Jozef, doch deze zond een tijding hierbij moeten wij aannemen, dat er iemand in de buurt was waarop de vrouwen uit het dorp haar in haar moeilijke uren bijstonden. En ziet, het kind was welgeschapen. En in volle vreugde aanvaardden Maria en Jozef deze gave en besloten het huwelijk te doen bevestigen door de priester.”

Dat is, wat Anna er van zegt. Geen verhaal over wonderbaarlijke dingen. Maar wel een nadruk leggen op het feit, dat het huwelijk daarom wordt gesloten. In de Evangeliën wordt dat meestal een beetje voorbij gelopen. Het is voor de evangelisten nog vanzelfsprekend; de latere christenen kunnen dat niet verder interpreteren. Dus er wordt gehuwd ommentwille van het kind; m.a.w. aan de gebruikelijke voorwaarde der verloving is voldaan. Nu zullen Maria en Jozef verder als echtelieden door het leven gaan. Hieruit blijkt ons dat Jezus de eerstgeborene is. Zo men al spreekt van zijn broeders en zusters wij menen, dat daar ook inderdaad reden voor is zijn dezen later geboren dan hij.

Voor ons eigen beleven van het christendom en de evangelische waarden is het belangrijk, dat Jezus een normaal mens was. Dat hij op de wereld is gekomen zoals een ieder. Dat hij als kind dezelfde perioden van ongenoegen en genoegen, van erkennen en wegdromen in een andere wereld, heeft meegemaakt. Want slechts een menselijke Jezus kan een weg tonen, die voor een ieder te volgen is. Wat Jezus heeft bereikt, kan elke mens bereiken. En Jezus, omgeven door een lijfwacht van engelen, een koor vol glorie, dat vrede op aarde zingt voor hen, die van goede wille zijn, dat is …. ja, hoe moet ik dat zeggen ….. een grensmuur, die zou staan tussen ieder mens en Jezus.

Ik geloof, dat we juist dit niet mogen zeggen. Dat we niet mogen zeggen: “Er is een grens tussen Jezus en ons.” Integendeel, er is een eenheid. Jezus is een lichtende geest, zeker. Maar de lichtende geest, neerdalend in de stof, is gelijk aan alle mensen. En gelijk aan alle mensen zal hij blijven, tot hij de ontwikkeling van zijn bewustzijn en gaven aanvaardt, die hem boven de normale mens verheft, waar hij zijn hele verdere leven vrij van elk menselijk affect en denken gaat wijden aan de verkondiging van een nieuwe leer, een nieuwe weg tot God.

Om U althans enigszins een indruk te kunnen geven van wat er gedurende deze geboorte en daarna gebeurd is, hebben wij lang gezocht naar een geschikte spreker. Op zijn verzoek mag ik zijn persoonlijkheid niet nader aanduiden. Het zij voldoende hier mede te delen, dat hij Jezus kort na de geboorte reeds heeft gezien en dat hij voor de besnijdenis het kind nauwkeurig heeft onderzocht. Deze spreker, die sedertdien nog eenmaal op aarde heeft geleefd, heeft dus deze eerste periode van Jezus’ leven meegemaakt, ofschoon hij overging voor Jezus de veertienjarige leeftijd bereikte. Wij menen, dat zijn woorden toegevoegd aan de onze een verhelderend beeld zullen geven omtrent Jezus eerste levensjaar en tevens misschien een nieuwe benadering zullen geven voor het Kerstfeest. Ik dank U voor Uw aandacht.

o-o-o-o-o

De geboorte van Jezus, de zoon van Jozef, uit het geslacht van David. De geboorte zelf heb ik niet bijgewoond. Ik was in die dagen oud en vertoefde in het dorp Bethlehem zelve. Ik was met beiden vermaagschapt, waar onze grootmoeder dezelfde was voor Jozef en mij; en verder behoorden wij tot het koninklijk geslacht. Daarnaast was ik vermaagschapt en daardoor opgenomen in de stam van Levi en had zo mijn priesterlijke taak.

Kort voordat Herodes zijn soldaten uitzond, die deze volkstelling controleerden en gelijktijdig enkele kinderen doodden, kwam tot mij Heran, de herder en zeide mij: “Uw zusters dochter heeft een zoon gekregen. Het kind is wel en de vreugde van zijn ouders.” Ik heb mij  erheen gespoed om het kind te zien en met mijn oude ogen, die mij vaak de dienst weigerden, heb ik het kind aanschouwd.

Het was een goeie, mooie jongen. Maria was gelukkig; gelukkig dat haar leven vervuld was en zij vrouw was geworden in de volste zin van het woord. Het kind was te klein en te teer om het aan de zorgen van zijn moeder te onttrekken, maar ik heb hun gezegd tot mij te komen op het ogenblik, dat het voor de besnijdenis geschikt was.

Toen mij het kind werd gewezen in de hof van de tempel, heb ik het onderzocht op alle tekenen. Ik heb geschouwd: naar de plaatsing der ogen, de groei van de oren, de loop van de schelp, ik heb gezien naar de vingers, naar de voeten. Ik heb gezien naar de plaatsing van de navel, de stalling van de tepels, de loop van de rug, de lijn van de schouders. Het kind was vol van tekenen, die goed zijn. En ik hoopte, dat de taak van mijn geslacht in dit kind vervuld zou worden. Want uit David zou geboren worden hij, die de troon opnieuw zou betreden en heersen in de naam van Jahwe over de stammen, die nog leefden in ons land.

Ik heb niets goddelijks aan het kind gezien. Het was een kind zoals vele kinderen. Maar het was meer dan een kind door de tekenen, die het met zich droeg. Ja, zelfs de bouw van de kleine schedel toonde de kenmerken, die men toeschrijft aan Salome. En daarom heb ik het kind geloofd en de ouders zalig geprezen. Zij, dragers van Davids geslacht, brengende deze vervulling van vele wensen in de wereld. Misschien was ik bijgelovig. Maar bijgelovig of niet, de tekenen, die door de jaren heen zijn opgetekend, die het geheim zijn van allen, die zoeken naar de ware ingewijden, de ware richteren Gods, zij waren in het kind. Waar mijn verlangen was de vrijheid van mijn volk, zag ik deze vrijheid in het kind vertegenwoordigd.

Ik heb het kind nog enkele malen teruggezien. Het was een goed kind. Gehoorzaam aan de ouders, vol levenslust, dartel en vrolijk, met eerbied voor de ouderen. Ik heb in dit kind nooit een God gezien maar wel een volmaakte gave Gods. Een gave van Hem, Die woont achter de voorhang en rust tussen de vleugelen der Seraphim. En nu nog ben ik er van overtuigd; niet God was dit kind, maar God gezonden. Een geschenk van de Eeuwige, gegeven aan de armoede der aarde. Een geschenk, dat de wereld verwierp, omdat zij de kostbaarheid ervan niet erkende. Mijn ogen hebben aanschouwd, mijn handen hebben omvat. Ik was blij heen te gaan, wetend, dat ik de kracht van de Allerhoogste op aarde in deze mens, deze zoon van ons volk, had aanschouwd.

En zo men zegt, dat zijn afkomst niet zuiver was, antwoord ik: “De afkomst der Joden is niet zuiver. Want in hen spreekt het bloed van Perzië en Babylon, van Egypte en van de zonen der woestijn. Zoals Mozes uit Egypte kwam en toch was de eerste van zijn volk, leider en wetgever, zoals Abraham heentrok uit Ur en toch was de stamvader van een volk, zo was Jezus de bevestiging van wat in ons volk leefde aan hoop en verwachting.” Ik heb hem gezien, beroerd en aanschouwd en ik zeg U: Mens was hij, maar doortrokken reeds van de kracht van de Allerhoogste, Wiens taak hij later op aarde zou volvoeren.

o-o-o-o-o

Dit, vrienden, is een getuigenis, die wij niet zo licht terzijde kunnen stellen. Wat gezegd wordt komt overeen met veel dingen, die wijzelf hebben geleerd in ons zoeken naar de waarheid hierover. Wij geloven inderdaad, dat Jezus, drager van de Christusgeest, voor ons een weg heeft gebaand tot hoger licht, groter bewustzijn, grotere eenheid met de Schepper. Maar wij menen te weten, dat het een mens was, die deze weg baande, dat het een mens was, die in zich het goddelijk vuur wist te dragen en uit dit vuur de rijkdom gaf van wijsheid en denken, die de wereld thans nog noemt: de leer van Jezus Christus.

Het is niet mijn taak om hier nog vele woorden over te spreken. De stoffelijke omstandigheden heeft U gehoord. U weet thans, hoe Jezus is geboren. Eenvoudig en simpel. Niet zo arm en verlaten, als men het U wil vertellen. Maar zeker ook niet zo wonderdadig, als het verhaal het doet lijken. Niet in de nacht van 25 december, niet omgeven door een heerleger van engelen. Maar wel een kind, dat door de wijzen werd geëerd. Een kind waarvan ieder, die behoorde tot de ingewijden, grote verwachtingen had. Een kind, dat misschien juist daarom ontsnapte aan de achtervolging van een Herodes, die zoals wij van deze spreker hebben kunnen vernemen inderdaad zijn soldaten heeft uitgezonden en inderdaad enkele kinderen deed doden.

Mijn conclusie is: Het Kerstverhaal is een verhaal. Het is een legende, waarin de feiten zelve overspoeld worden door het wonder, dat men in Jezus leven en licht heeft ontdekt. Laten wij rustig dat Kerstverhaal vertellen, laten wij rustig het vieren, dit kerstfeest, zoals het is. Maar laten wij niet vergeten, dat de werkelijkheid eenvoudiger, schameler, simpeler en vooral meer menselijk was. Indien wij dit weten, zullen wij ook weten, dat wijzelf kunnen gaan dezelfde weg, die Jezus ons voorging. Want in ons leeft dezelfde kracht, die zich door hem uitte. En wanneer wij die kracht in onszelf vinden, dan volbrengen wij datgene, wat Jezus wilde, dat alle mensen zouden volbrengen: het Koninkrijk Gods vinden. Het woont in elke mens. Het leven vinden, dat over alle dood weg een is met het levende.

Wanneer ik U misschien geconfronteerd heb met feiten, die U liever in deze tijd zoudt vergeten, vergeef me. Maar indien U zoekt naar de waarheid, de waarheid omtrent Jezus leven en werken, dan is zeker hier deze schildering in deze tijd op zijn plaats. Ze herinnert U aan de waarheid. De waarheid, die niet achter kerstlicht verborgen mag worden, maar die een ieder in zich moet dragen als een zoete zekerheid, dat mens en geest de weg kunnen gaan, die Jezus heeft getoond.