Het verkeer van sferen tot aarde

image_pdf

 15 april 1955

Hierna volgt dan de gebruikelijke waarschuwing dat ook de intelligenties niet alles weten en ook niet onfeilbaar zijn, en wordt ons de raad gegeven zelf goed na te denken en bij twijfel op- en aanmerkingen naar voren te brengen. Verder vervolgt het medium dan woordelijk. Na hetgeen de meesten van u op Goede Vrijdag en sommigen van u ook op 1e Paasdag hebben meegemaakt, meen ik er goed aan te doen vanavond te spreken over: Het verkeer van sferen tot aarde.

Het klinkt als een heel gewichtige term en men zou onderhand denken dat de een of andere aardse handige jongen een vereniging voor vreemdelingenverkeer had opgezet om daardoor de geest toch vooral naar de aarde te trekken, maar dat is niet zo. We leven – en nu heb ik het over ons en niet over u – in een wereld die geheel andere condities kent dan wat je op aarde gewend bent, een wereld die geen materie kent. En wanneer u zich dat voor zou moeten stellen, dan zou u ongetwijfeld toch altijd weer materie als begrenzing nodig hebben en die is er ook niet. De wereld van de geest is er een van gedachten, gedachten die soms een werkelijkheid kunnen lijken, maar die toch in zichzelf voortdurend veranderbaar zijn, naar gelang de gedachtestroom die het beeld ontwerpt. In die sferen – ach, we hebben er al eens meer over gesproken – daar zijn verschillende graden van wat wij noemen bewustwording.

Nu is het misschien lastig om dat allemaal zo precies uit de doeken te doen en ik zal maar heel eenvoudig blijven. Stelt u zich nu eens voor, dat u in een kleine gemeenschap leeft. U leeft goed, u bent werkelijk gelukkig daar, maar het werkelijke onderwerp van gesprek dat is het huwelijk dat mogelijkerwijze tussen de jongen van de buurman en het dochtertje van de bakker gesloten zal worden, de kerkbank die opnieuw geverfd wordt en de koster die zijn pak ermee verprutst heeft etc., dingen die binnen een nauwe kring besloten blijven. Dat zouden we kunnen vergelijken met de beperktheid van bewustzijn. Daar is voor iemand die uit de stad komt helemaal niets meer aan, dat is stomvervelend. Je kunt er niet eens meer inkomen; je voelt je er niet thuis. Dat is niet omdat die boeren slechte mensen zijn. Tussen twee haakjes, vergeet u niet dat dit een voorbeeld is, want er zijn een hoop boeren, als je die hoort praten, dan kan menig stadsmens daar nog even een puntje aan zuigen wat diepgang en wat kwaliteit betreft. Maar het is een voorbeeld!

Let u nu eens goed op. Nu ligt verder een wat groter stadje. Daar hebben ze – schrik niet – elektrisch licht, een bioscoop en waterleiding; daar hebben ze zelfs een eigen dagblad of tenminste een blad, dat eens per week uitkomt. U weet wel: zo het sufferdje. Daar spreken ze over alle dingen die in de omgeving zijn gebeurd. Zeker, ze hebben nog interesse voor de geboorte, de gestorvenen en de huwelijken, zoals dat gebruikelijk is, de burgerlijke stand; ze spreken nog meer over het ongeluk van die bouwvakarbeider, die van de stelling is gevallen in de Hoogstraat, dan over vredesconferentie die gehouden wordt in – noem maar een naam – voor mijn part in Genève, maar ze gaan toch wel iets verder, ze zien iets meer van de grote wereld. Ze kunnen nog heel best met die lui uit dat kleine gehuchtje, uit dat dorpje praten. Veel verschil is er niet. Zet daar nu eens tegenover iemand uit een wereldstad. Die gaat het nog weer heel anders bekijken; die kan daar niet meer inkomen in dat kleinsteedse gedoe. Die vindt het allemaal bekrompen en klein en die vindt de dingen, waar ze daar allemaal zo trots op zijn, over het algemeen pittoresk. Ik zeg, het zijn voorbeelden.

Maar nu zijn er in die grote stad weer mensen die een gemeenschap binnen de gemeenschap gaan vormen. Laten we zeggen een groep wetenschapsmensen en die hebben dan gezamenlijk weer een geheimtaal en een leven en een gezelschapsleven, een sociaal bestel gevormd, dat eigenlijk weer neerkomt op de rest van de stad. Niet omdat ze die mensen minderwaardig vinden, maar omdat ze het gewoon niet kunnen begrijpen waar de wetenschapsmensen zich voor interesseren. Maar die wetenschapsmensen die kijken weer heel erg op tegen een paar docenten en professoren en uitvinders die, wanneer ze praten, door hen ternauwernood worden begrepen en die het heel moeilijk zou vallen in voor een normaal mens begrijpelijke termen zich uit te drukken. Wat dat betreft, een geleerde die praat met een gewoon mens, is vaak hetzelfde als de dokter die een brief schrijft.  De bedoeling is heel goed, maar wat er van terecht komt en begrepen wordt, dat moet je maar afwachten.

Dus zo ligt het nu in die sferen ook. De belangstelling, het bewustzijn als het ware, is in zeer veel verschillende lagen verdeeld en elk van die lagen vormt een wereldje voor zich apart. Het is voor de lagere praktisch onmogelijk om in die hogere sfeer die gedachten te begrijpen. En die gedachten zijn juist – vergeet u dat niet – in een niet-materiële wereld bepalend voor alle verschijnselen en vormen. Iemand die dus die gedachten die daar bestaan niet kan begrijpen, die ziet alleen ‘het ledig’. Omgekeerd kan iemand uit de hoogste sfeer zeker afdalen en begrijpen wat er beneden gaande is, maar het is zo somber, het is zo zonder betekenis, zo klein, weet u wel? Die voelt daar dus niet veel voor, of hij moet een bepaald doel hebben. Per slot van rekening, de topfiguur van de wetenschap die zal misschien ook wel eens een keer naar dat kleine gehucht toe moeten, maar dan doet hij daar alleen zijn zaken af, en kan hij het even vermijden, dan zal hij het zeker niet te lang maken – u weet precies hoe het gaat – of hij trekt zich uit de gemeenschap terug en dwaalt naast die gemeenschap in de wereld; hij gaat bv. vissen of golf spelen.

Wanneer nu bij ons contact moet worden gezocht vanuit de sferen naar uw wereld toe, dan – voelt u zich vooral niet beledigd, hoor – maar dan bent u eigenlijk met uw hele wereld dat gehuchtje. En wij zijn dan, zoals wij hier komen praten, alleen maar de lui uit het dorp, of misschien eens een enkele keer uit het kleine stadje.

Maar vanuit een wereldstad komt er praktisch nooit iemand, en wanneer die dan eens komt, dan is het heel wat bijzonders, dan is het werkelijk een bijzondere gebeurtenis en dat moet gevierd worden als het ware. Dan kun je natuurlijk niet verwachten dat, als er een van de hoge Pieten van ons naar beneden komt, dat u met een orkest staat aangetreden, nietwaar, bij het punt waar hij naar beneden komt. Maar toch zou er eigenlijk een soortgelijke feestelijkheid aan verbonden moeten zijn: dat is een zeldzaamheid. Wanneer dus iemand nu van de hogere leiding of uit de hogere sferen naar beneden toe komt, dan betekent dit voor die persoon zelf dat hij zich voor een tijdlang in een voor hem onaangename wereld als het ware gaat bewegen. Hij kan natuurlijk zijn eigen gedachtewereld handhaven, maar dan is het contact er niet; hij moet zichzelf verkleinen, hij moet net zo klein en zo doodgewoon worden als degenen waar hij mee gaat praten. Begrijpt u? En daarom zal de geest uit de hogere sferen dat niet zo graag doen, o, ik weet wel, daar wordt erg veel mee geadverteerd. Er zijn een hele hoop geesten die vertellen onmiddellijk: ja, ik kan u alles vertellen, ik weet de waarheid, ik kom uit de zevende sfeer.

En dat is nu weer net als met de adel, weet u: de margarinebaron die net, vanwege zijn bijdrage aan de partijkas, zijn titel heeft gekregen, die laat zijn kroontjes heel opzichtig schilderen, die is geen edelman, die zal het nooit worden, die doet alleen maar óf hij er een is. Zo gebeurt het in de geest ook vaak, hoor. Kortgeleden zelfs een van onze eigen Orde werd even een klein beetje op z’n vingers getikt, omdat hij ook wat te groots aanpakte, en hij had zichzelf drie sferen bevorderd: hij deed een aantal beloften die hij niet kon vervullen. Nu ja, we hebben hem niet helemaal in de steek gelaten, dat doen we niet, omdat anders, het werk eronder zou lijden, maar we hebben wel gezegd: “waarde vriend, je gaat voorlopig eens even op non-actief, en wanneer je nu werkelijk beterschap belooft, dan zullen we verdergaan”. Dat kunnen we in de Orde doen, maar als hij nu boos, kwaad wegloopt en zegt: “ik ga het buiten de Orde om doen” waar zijn we dan? Het zijn geen slaven. Dus, ik wil maar zeggen: het komt natuurlijk veel voor. Maar wanneer iemand werkelijk uit zo’n hoge sfeer komt, dan is dat een groot offer, dan betekent dat als het ware hetzelfde als het voor u zou betekenen om naar het diepste gat in de mijn te gaan. En zo komen ze dan, en dan kunnen ze natuurlijk alleen die weg wel vinden, maar het is gemakkelijker om ze een gids mee te geven. En zo krijgen we dan ongeveer de volgende voorstelling, wanneer iemand uit de allerhoogste sfeer naar deze wereld komt, om daar een officiële bezigheid te verrichten.

Hij gaat naar de lager gelegen sfeer, past zich aan, aan de gedachtewereld daar, neemt zoals dat heet, het lichaam van die sfeer aan en krijgt een gezel van die sfeer, die met hem samen naar de lager gelegen sfeer afdaalt. Daar voorzien beiden zich van het daar gebruikelijke voertuig en dalen wéér verder af, tot ze uiteindelijk gekomen zijn bv. op aarde. Dan is het begrijpelijk dat de hoge geest veel meer heeft te dragen dan de laatste gids die mee is gekomen, want die heeft misschien maar één pakje extra.

Dan zit er verder nog iets aan vast. Wanneer hij al die voertuigen weer heeft, dan is die geest zozeer beperkt in zijn eigen bewustzijn geworden daardoor, dat hij zonder dat hij er eigenlijk iets aan kan doen, terugvalt in zijn oude manieren. Die geest zal natuurlijk z’n gedachtegang en z’n bedoeling behouden, maar de manier waarop hij z’n dingen naar voren brengt, de wijze waarop hij zich uit, ja zelfs de manier waarop hij weer, emotioneel vaak, vele dingen ervaart, is die dan van de laagste voertuigen die hij van node heeft, om zich te uiten. U ziet, daar zit nog heel wat aan vast. Omgekeerd, wanneer de geest van de aarde naar de sferen toekomt, dan kan hij over het algemeen de grensgebieden gemakkelijk betreden.

Hij hoeft alleen zijn lichaam, z’n stoffelijke lichaam achter te laten en voor de rest niets. Hij kan in die sfeer heel wat doen, hij kan daar werkzaam zijn, hij kan daar veel ervaren. Maar moet hij een graadje hoger, dan moet hij afstand doen van de begeerte, omdat de begeerten een zodanige vorm geven aan de voorstellingen in het bewustzijn, dat hij de wereld helemaal fout zou gaan interpreteren. Hij kan die hogere sfeer niet meer zien, die is voor hem leeg en onbetekenend, totdat hij die begeerten opzij zet. En dan begint zo’n sfeer werkelijk zin te krijgen. Zo kan een mens van de aarde af, zichzelf soms drie, vier sferen verhogen, door steeds afstand te doen van een deel van wat zijn menselijk ‘ik’ uitmaakt, u ziet, een betrekkelijk gewichtige geschiedenis, erg interessant, een reisje van de hoogste sfeer naar de aarde, dat kost, wanneer je op die aarde werkzaamheden wilt verrichten die buiten het bereik van je eigen sfeer liggen, meer moeite dan voor u een emigratie naar Amerika. Ja, ik spreek natuurlijk niet over de entry-permits en dergelijke dingen: dat is ambtelijk, en ambtenarij houden we er nog niet op na.

Ik weet niet, ik denk dat er nog niemand is die een geestelijke schrijfmachine heeft uitgevonden plus een rekenmachine en een kaartsysteem, anders zal het misschien ook nog wel eens komen. Gekheid terzijde. U heeft bv. op Goede Vrijdag gedemonstreerd gezien, hoe zo iemand op aarde werkelijk weer een aards mens kan worden, overspoeld door alle problemen die hij op aarde zelf gekend heeft. Dat zijn belangrijke dingen. Voor zo’n geest is dat een vermoeienis, zeker, maar aan de andere kant vaak een opfrissen van het geheugen. Veel dingen die eerst zo onbelangrijk leken, worden in die nieuwe voertuigen die hij voor een ogenblik geleend heeft, nu plotseling zo belangrijk, dat ze hem overweldigen. Kan hij die spanning verdragen, dan is er niets ergs gebeurd, dan krijgen we alleen een uiting die zeer sterk onder de invloed van de gevoelens staat. Maar het kan ook zijn dat het zo sterk wordt, dat de persoon in kwestie het niet meer verdragen kan, die zegt: “dit is me te zwaar” en dat hij dat kleed weggooit en zegt: ik moet eerst ademhalen, ik stik.

En dan wordt zoiets afgebroken, begrijpt u? Het is eigenlijk heel simpel en heel mooi, want waar we ook gaan en waar we ook zijn, in welke sfeer, altijd strekt zich beneden ons een wereld uit waarin we af kunnen dalen en waarin we kunnen werken. Altijd weer vinden we de voertuigen die nodig zijn om dat werk te verrichten, altijd weer wordt ons de gelegenheid geboden om werkelijk goed werk te maken. Niet alleen zo maar iets, niet alleen maar een spelletje of een praatje, maar werkelijk daadwerkelijk ingrijpen als het nodig is, wanneer het de vrije wil van de mensen tenminste niet geheel buiten beschouwing stelt.

Nu kun je, wanneer je naar de aarde toe gaat, natuurlijk op verschillende manieren werken, We hebben daar al verschillende keren een redevoering aan gewijd en ik zal het vandaag dan ook maar vluchtig even aanstippen. Je kunt in de eerste plaats werken door geheel het lichaam in beslag te nemen, zoals dat heet, d.w.z. dat je je in dat lichaam met de geest aan- hecht op een vijftal of zestal punten. Je hebt dan deel aan alles. Het gehele lichaam met al z’n uitingsmogelijkheden, met al z’n ervaring is het jouwe. Wanneer zo iemand platvoeten heeft en hij heeft er last van, dan heb jij ook last van platvoeten. Wanneer zo iemand knoflook gegeten heeft, dan heb jezelf ook de resultaten daarvan, goed en slecht. Dit is een methode die, vooral voor degenen die het al een klein beetje verder geschopt hebben, wel een te erge benauwdheid kan betekenen. Zo’n lichaam is geladen met allerhande begeerten, met lusten, het heeft z’n krachten die stuwen binnenin, het z.g. karakter van de stoffelijke kant. Dat moet allemaal dan ineens verwerkt worden, een bezigheid die voorwaar zwaar genoeg is, zonder dat je dan in dat lichaam nog tot bepaalde uiting moet komen.

Het resultaat is dus, dat vele geesten het eenvoudiger doen, vooral degenen die niet zó dicht meer bij de aarde zijn. Zij maken gebruik van 1 of 2 contactpunten, die hoofdzakelijk de zonnevlecht en de hersenen beïnvloeden. Op deze wijze kunnen ze dan het lichaam volledig beheersen en kunnen ze gebruik maken van alle faciliteiten van uitdrukking en uitdrukkingsmogelijkheid zonder geheel het slachtoffer te worden van alle eigenschappen, lusten en begeerten etc. die daar in dat lichaam wonen. Ook dit kan vaak nog een betrekkelijk benauwde bezigheid zijn. En iemand die ook dit niet meent te kunnen verdragen, beperkt zich vaak tot één contactpunt, overigens een ander contactpunt, in het achterhoofd. Dat is een methode waarmee wij het liefste werken, omdat het ons vrijlaat van de persoonlijkheid van het medium zelf en aan de andere kant ons volledige beschikking geeft over diens mentaal gebied, bewust en onbewust, verder over alle capaciteiten die in de hersenen zijn gelegen, en daarmee kunnen we dus ook een behoorlijke uitdrukking van onze persoonlijkheid tot stand brengen.

Het is begrijpelijk dat dit sommigen nog te ver gaat. Zij vragen dan een andere persoonlijkheid die dus in de geest bestaat, in een lagere sfeer, om een contact te leggen met het medium. Dit contact wordt dan over het algemeen ook gelegd met twee of met één contactpunt. Gaat men nl. verder, dan is het weer niet mogelijk dat die geest op zijn beurt a.h.w. tot medium, dus overbrenging van woorden etc., wordt van de geest daarboven. Zo krijg je soms kettingen van 5 of 6 personen, die gezamenlijk dan de woorden van een van hen in de hoogste sfeer doorgeven aan een medium op aarde. Een dergelijk verschijnsel dat uit zich over het algemeen alleen in een uitstraling, een uitstraling die soms aanmerkelijk sterk kan zijn, maar die toch nooit een bepaalde vorm krijgt. Wel heb je dan soms dat door een helderziende kan worden waargenomen dat er een wit licht schijnt te druipen uit het medium en de omgeving, of dat er een lichtboog staat boven zo’n medium. Maar een werkelijke gestalte zal je op zo’n moment niet gauw zien, omdat iedereen zijn eigen persoonlijkheid heeft prijsgegeven, behalve de hoogste. En de hoogste zelf, die bevindt zich in een sfeer die zo vreemd is aan de vormenrijkdom die uw wereld kent, dat die zich niet als vorm kán uiten, en die wordt voor u alleen maar ‘licht’, begrijpt u?

Ook dat is weer betrekkelijk eenvoudig. Nu bestaan er ook nog andere mogelijkheden om tot uiting te komen, maar die worden zo zelden gebruikt, tenminste vanuit de lichte sferen, dat ik hier uitdrukkelijk bij moet vertellen: denkt u erom, wanneer dit gebeurt, is het misschien eens in de 500 of 700 jaar. Dat is toch nog tamelijk frequent, gezien het lange bestaan van de aarde, maar dat is een grote zeldzaamheid vanuit uw menselijk standpunt en uw leven.

Het zijn deze: Een geest in de hoogste sferen, realiseert zich een aantal mogelijkheden die alleen maar op aarde verwerkelijkt kunnen worden, mogelijkheden voor het geheel van bv. de mensheid of zelfs de kosmos. Zo iemand begint dan in de eerste plaats zichzelf in elke sfeer te wennen. Zoals uw bergbeklimmers bv. dat doen, als ze in de Himalaya zo’n hoge top gaan veroveren. Dan gaan ze eerst een tijdje zitten op een hoogte van 1500 m., dan gaan ze een tijdje zitten op een hoogte van 2000 m. en dan proberen ze nog eens een dag rust te houden op 2500 m. Ze proberen te wennen als het ware aan de atmosfeer, opdat ze niet gehinderd worden door het ongebruikelijke daarvan. Zo iemand doet dat dan ook, die daalt langzaam trap voor trap af. Gezien het feit dat hij een hoog bewustzijn heeft, laat hij over het algemeen die tijd niet ongebruikt voorbijgaan. Hij treedt dan in elke sfeer op als een brenger van zijn eigen boodschap voor die sfeer, en krijgt over het algemeen ook in elk van die sferen een aantal z.g. medestanders. Dat zijn dus degenen die hem helpen, ze zijn geen ondergeschikten, zij behoeven zelfs niet in de ware zin van het woord z’n leerlingen te zijn, maar het zijn wel entiteiten, wezens, persoonlijkheden, die besloten hebben het werk dat deze van boven gekomene wil verrichten, te helpen volbrengen.

Zij voelen dit ook als een noodzaak en handelen op hun eigen wijze dan mee en trachten om die geest, die hoge geest, zoveel mogelijk te beschermen en te helpen. Wanneer zo iemand dan op aarde komt, dan bestaan er voor deze hoge geest wederom twee mogelijkheden. Hij kan in een lichaam incarneren, sterker zelfs, wanneer het noodzakelijk is, dan kan hij een conceptie veroorzaken op dit moment dat voor hem het meest gunstig is.

Hij kan echter ook voor zichzelf een geheel lichaam bouwen. En dat is iets dat vooral wordt gebruikt daar waar men niet langere tijd in contact met de mensheid behoeft te zijn maar voor, laten we zeggen, enkele uren of enkele maanden toch op aarde wil vertoeven om daar besprekingen te voeren, openbaringen te doen, mededelingen te geven etc.. Die geesten die hebben dan werkelijk een stoffelijk lichaam, dat volkomen gelijk is aan het uwe. Het enige verschil, zij hebben een zodanige levenskracht, dat ze niet zoals u, behoeven te eten en te drinken, dat ze geen adem behoeven te halen en het weefsel in zichzelf, dat lichaam in zichzelf, dat is zo sterk in z’n uitstraling, dat het praktisch onaantastbaar is voor alle geweld wat de aarde kan bieden.

Het enige wat ze misschien aan zou kunnen tasten – en nu zeg ik er nog “misschien” bij – dat zou de hitte van de zonnekern zijn, het kernvuur van de zon, dat zou ze waarschijnlijk nog wel kunnen treffen en dan misschien nog niet eens dodelijk. U kunt dus begrijpen, dat dergelijke onverwoestbare figuren voor de mens iets eigenaardigs zijn. Toch kunnen ze eten en drinken en elk proces van het menselijk leven volbrengen, precies op dezelfde wijze als een normaal mens. En ze doen dat dan ook meestal. Ze treden op als leraren, als wonderdoeners, maar verdwijnen over het algemeen zeer snel in tegenstelling tot degenen die een lichaam, een menselijk lichaam kiezen om daarin a.h.w. te incarneren. Deze blijven over het algemeen een levenstijd, en die kan variëren bij de mens tussen 25 en ongeveer 100 jaar op aarde. Gedurende deze tijd verrichten zij hun werk alsof zij mensen waren, maar uiten gelijktijdig de bovennatuurlijke eigenschappen die ze in hun andere voertuigen vergaderd hebben.

U zult begrijpen dat deze dingen dus zelden voorkomen. Hoe hoger de geest is, hoe gemakkelijker het hem wordt wanneer hij dit wenst, om zichzelf dus het lichaam te creëren. Hoe minder hoog de geest staat, hoe moeilijker het wordt om zelf ook maar enigszins invloed uit te oefenen op de wijze waarop hij een lichaam verwerft, waarop hij op aarde komt. Dit geldt alweer hetzelfde voor een medium. Wanneer een hoge geest werkelijk wenst zich te uiten door een bepaalde persoon – het is onplezierig, het is benauwend, haast verstikkend voor zo’n geest, vergeet dat niet – is het voor die geest mogelijk om van elke willekeurige persoon gebruik te maken, die behoeft niet te letten op eigenschappen.

Dat moeten wij wel doen; wij moeten kijken of er iemand is die zich laat beïnvloeden, iemand die we goed kunnen gebruiken, waar goede hersens in zitten die redelijk functioneren; om dan nog niet eens te spreken van verschillende andere affecten. Denkt u bv. aan de spraak, nietwaar? Stelt u zich voor dat je een lezing gaat geven over iets betrekkelijk hoogstaand. Nou, laten we onze eigen cursussen nemen, nietwaar, dat er iemand over de menselijke psyche spreekt en dat dat dan op ongeveer de volgende manier zou moeten gaan: Ja, en kijkt uwé dan eris, dan hebben……… u lacht erom, u ziet dus dat het belachelijk wordt, terwijl hetzelfde op een andere wijze gebracht, niet alleen beter begrepen en verwerkt wordt, maar bovendien meer respect afdwingt. En hoe meer respect je hebt bij de aanwezigen, hoe meer ze eigenlijk naar je opkijken – dat moet u me niet kwalijk nemen, hoor, het is helemaal niet dat ik mezelf of onze broederschap wil verheerlijken, helemaal niet – en hoe sterker de invloed is die we uitoefenen. Hoe sterker de invloed, hoe gemakkelijker er een harmonische sfeer wordt geschapen. Hoe harmonischer de sfeer, hoe meer de gedachten die achter de woorden schuilen en met de woorden eigenlijk niet tot uiting kunnen worden gebracht, doordringen in de mensen, worden vastgelegd in hen.

Per slot van rekening dat is ook een deel van het verkeer tussen de aarde en de sferen. Wanneer er een geest op de aarde daalt om door een medium te spreken of op een andere wijze daar werkzaam te zijn, dan kan die geest altijd, wanneer hij maar harmonie vindt, in een mens waarden scheppen die voor de mens zelf onbereikbaar zijn. U heeft het ongetwijfeld heel vaak gehad, wanneer u hier op zo’n avond bent geweest, dat u heeft gezegd: “ja, ik heb het allemaal wel begrepen, ik kon het echt aanvoelen, ja, ik weet toch wel wat het was”, en dat het toch voor u onmogelijk was, om het redelijke argument dat gegeven werd, te herhalen, hè? Ja, er zitten er verschillenden “ja” te knikken. Weet u wat er dan is gebeurd?

Dan bent u dus boven uw eigen begripssnelheid, reactiesnelheid en bevattingsvermogen uitgetild door de sfeer, waardoor het beeld in u ontstond dat u nu niet meer redelijk terug kunt vinden, maar dat voor u toch een innerlijke zekerheid wordt en steeds weer u helpt wanneer u toestanden en omstandigheden moet gaan beoordelen. Daar gaat het nu juist om. Wat hebben we per slot van rekening aan iemand die alle wetenschappen van de wereld theoretisch beheerst en nog niet eens een spijker in de muur kan slaan? Wat heb je aan zo iemand? Daar heb je niet veel aan. Die man moet praktisch kunnen werken met de kennis die hij heeft. En dan is het beter dat die kennis dan onbewust is, maar het werken praktisch ermee mogelijk is, dan omgekeerd.

Zo werken wij dus ook met het scheppen van sfeer, van harmonie, van stemming. En nu ga ik nog een paar dingen vertellen die zijdelings met het onderwerp samenhangen en misschien voor u zeer interessant kunnen zijn.

In de eerste plaats, manifestatie ten bate van helderzienden, sensitieven etc.. Ik zal niet altijd in staat zijn om mijzelf zo te manifesteren als ik ben. Ik heb echter altijd wel een gedachtebeeld aan mijn vroegere bestaansvorm. Ik druk dit beeld van die bestaansvorm dan af. Naarmate de helderziende ontwikkeld is, treedt dan het volgende verschil in waarneming op. De vorm wordt door allen ongeveer gelijkelijk gezien; het gelaat bv. als een van de voornaamste herkenmiddelen van een persoon, wordt haast altijd volledig juist beschreven. Echter, de laag bij de grondse helderziendheid – dat is geen belediging, hoor – maar die blijft dicht bij deze aarde. Die neemt waar het gewaad, die neemt waar: zo was hij gekleed en zo, nietwaar, hij had een lefzakdoekje in zijn linker borstzak en hij had een kneveltje, maar hij had ook van die eigenaardige manchetknopen. Iets wat soms als overtuigingswaarde zeer groot kan zijn.

Maar een helderziende die wat verder gevorderd is in het aanvoelen van geestelijke waarden, die ziet dat niet meer, omdat de sfeer van waaruit dat beeld geprojecteerd wordt, voor die helderziende van meer belang wordt dan de precieze uiting van de gedachte. Dan wordt de persoon beschreven, maar bv. met een wit gewaad, met gouden zomen, of met een vreemde mantel om met magische tekens. Denkt u niet dat ze die werkelijk dragen. Dat is de uitdrukking van een sfeer die wordt aangevoeld en die dan door de waarnemer wordt verwerkt tot een voor de aarde begrijpelijk beeld. Het is dus eigenlijk een gelijkenis, een gelijkenis die vaak in het onbewuste reeds wordt opgesteld en in het bewustzijn als definitief waargenomen, wordt uitgesproken. Hoe hoger de geest is die zich uit, hoe moeilijker wederom om deze aardvorm begrijpelijk uit te stralen.

Wanneer een geest uit werkelijk hogere sferen zich aan een helderziende op een dergelijke wijze zou tonen of aan een sensitieve gemeenschap….. Die sensitiviteit die kan kunstmatig verhoogd worden, laat ik dat er even bij vertellen. Er zit bv. in een kerk een aantal mensen die hebben gevast, het is grote vasten geweest. En nu zitten ze op het ogenblik in gebed verzonken, een orgel speelt, er is muziek, er is wierook. De gevoeligheid van die mensen is werkelijk omhoog gegaan met sprongen. Op dit moment wil een geest zich daar manifesteren. Die geest komt uit een hogere sfeer, die wordt voor deze mensen kenbaar als een engel Gods, als een lichtende, reusachtige gestalte, wonderbaarlijk schoon. Zij herkennen meer van de sfeer dan van het beeld wat wordt uitgezonden, begrijpt u? Op die manieren gebeuren wonderen ook.

Een tweede punt, al even belangwekkend, overigens iets waarmee we op het ogenblik zelf ook weleens een keertje, zouden willen experimenteren – het moment lijkt op het ogenblik nog niet gunstig gekozen – dat is het inspiratieve werk. Een betrekkelijk eenvoudig iets. Je kunt inspireren op verschillende manieren. De geest zelf moet een contact zoeken met een geest op aarde of in een lager gelegen sfeer. Is dit contact eenmaal tot stand gekomen, dan kun je dit doen: Je kunt met je meerdere kennis een aantal van de remmen a.h.w. die daar in dat bewustzijn schuilen nog, wegnemen. De persoon in kwestie presteert dan ver boven zijn eigen kunnen, zonder dat hij iets presteert wat buiten z’n eigen bereik ligt. Hij heeft al dat kennen wel en al dat weten, hij heeft al die mogelijkheden, hij kon ze alleen niet uiten omdat hij geremd was. Die rem wordt weggenomen. Ook dit noemen wij reeds inspireren.

De volgende inspiratiemethode gaat een stapje verder. Zij begint met associaties te redigeren. U weet, associëren dat is, wanneer iemand zegt “hond”, dan denkt de een aan boom en de andere aan een koekje, dat ligt er maar precies aan wie je bent, hè? Nu kun je die associaties natuurlijk leiden. Die mens die denkt normalerwijze: hond, koekje. Maar nu ga je zeggen: hond, boom, woud, weide, natuur. En dan ga je een hele natuursfeer daar beschrijven. Het resultaat is, voor een scheppend kunstenaar op muzikaal gebied bv. dat dan improvisaties mogelijk worden die buiten het normaal karakter van de persoon liggen en vaak een sfeer en een wijding weten te brengen die ver boven het normale gaan ook. Hier is nog geen sprake van een direct beheersen van de persoon, het is de persoon zelf die presteert, maar in zijn prestaties wordt hij geleid ten gunste door de inspirerende geest.

Een volgende methode gaat weer verder. Zij inspireert zodanig, dat een deel van het eigen wezen a.h.w. teloor gaat, de gedachtegang is niet meer de uwe, de wijze waarop u die uitdrukt wel. Dit komt bij vele sprekers en bij vele schrijvers voor, ook wel bij sommige componisten. Niet zo sterk zien wij dit bv. bij de schilders en de beeldhouwers. Menig priester die op een preekstoel staat en plotseling losbreekt uit z’n geschreven preek, om een ogenblik het gehele aanwezige gehoor in een ban te vatten en dan a.h.w. een goddelijke waarheid in het hart te storten, die zo goed is, dat ze stil en ademloos zitten alsof er een engel Gods spreekt, die spreekt vaak in een dergelijke vorm van inspiratie. Hij brengt een hoge gedachte tot uitdrukking met zijn eigen middelen, de gedachten zijn niet de zijne, maar hij vertaalt ze in de termen die inherent zijn aan zijn geloof, zijn omgeving, zijn tijd, zijn taal etc..

De daaropvolgende vorm van inspiratie gaat nog verder. Zij gebruikt alleen nog de spraakorganen van de mens. Al het gesprokene wordt onmiddellijk in de hersens gevormd door de spreker. De spreker zelf blijft bij bewustzijn, kan dus weerstand hebben tegen het zeggen van bepaalde dingen, maar voelt de woorden naar buiten toe komen zonder dat hij er iets aan kan doen. Hij kan alleen zeggen: “ja, en nu wil ik”, “daar ben ik het niet mee eens”, en dan gaat hij iets veranderen en herstellen, dat kan hij wel. Maar is hij werkelijk in deze inspiratie gedragen ook op zijn eigen bewustzijn en gedachten, dan spreekt hij a.h.w. als een medium, met een behoud van eigen persoonlijkheid en eigen stem. Dat zijn de inspiratieve mogelijkheden.

Dan is er nog een andere werkzaamheid op aarde die wij ook niet helemaal mogen verwaarlozen, dat is nl. het z.g. helpen. Ik spreek hier niet over genezen, maar over helpen, omdat op deze wijze geen genezing kan worden gebracht in de zin van wonderbaarlijk genezen door bovennatuurlijke krachten. Er kan alleen gebruik worden gemaakt van al hetgeen wat in het menselijk lichaam leeft. Een geest die dit doet, kan ook vanuit een hogere sfeer werken, wanneer er een contact kan worden gelegd met de persoon die genezen moet worden. Dit kan dus uit een betrekkelijk hoge sfeer onmiddellijk komen en dan vloeit uit die sfeer een voortdurende stroom van vitaliteit toe. Wanneer iets dergelijks wordt waargenomen, dan spreekt men over het algemeen hier van “God geeft je kracht”. Daar is geen uitdrukking voor. Is het een wat lagere sfeer, dan, door een beter begrip van de mens, zijn organisme etc., krijgen we een zekere deskundigheid. Deze geesten zijn niet alleen bezig met het geheel kracht te geven, maar ze proberen a.h.w. het ene deeltje wat sterker en het andere wat minder sterk te beïnvloeden. Dit wordt dan vaak door een helderziende beschreven als een geestelijke dokter die bij u staat en die u aan het helpen is. Vaak hoor je zelfs een beschrijving van een hele operatie. Het is niet eens zo erg dwaas, want op deze wijze kunnen inderdaad grote fouten, door versterking van vitaliteit op bepaalde punten, zeer snel worden opgeheven. De werking daarvan is vaak niet zo duurzaam als van de grote kracht, maar het resultaat is vaak aanmerkelijk sneller merkbaar.

Dan kunnen we verder de genezing krijgen die niet meer een eigen contact zoekt, dan is er een persoon nodig die als medium, als tussenpersoon dient om te helpen. Hierbij kan die persoon natuurlijk allerhande dingen doen, hij kan passes maken enz. enz.. En dat helpt vaak wel, maar het is toch eigenlijk niet hetgeen waar het om gaat. Het gaat erom dat een sfeer moet worden geschapen, waarbij de krachten die via deze persoon worden gegeven, ontladen worden. Als die persoon nu denkt dat hij het alleen met gedachten en straling kan doen, is het ook goed, dat gaat ook.

En dan kennen we verder een zeer eigenaardige vorm hiervan, van dit helpen, die gaat als volgt: Een mens neemt contact op met een aantal lijdenden. In dit contact zit gelijk ook een zeker aanvaarden van het ziektebeeld, er moet dus een zeker kennen van deze dingen in zitten en bovendien een belangstelling voor de genezing, men moet er inderdaad belang bij hebben. Dan wordt die grote hoeveelheid indrukken opgeslagen in het onbewuste van deze mens. Die verbindingen zijn door deze mens zeer provisorisch gelegd, maar de geest die helpen wil, kan via deze mens een van die leidingen krijgen; dan is die mens net een telefooncentrale. Dan kan op dat punt dus kracht langs een bepaalde gedachtelijn worden geleid en aan de persoon in kwestie kracht worden toegevoerd. Het jammere is echter, dat in een dergelijk geval vaak de veelheid van de verbindingen, een volledig toevoeren van de juiste kracht moeilijk, of zelfs onmogelijk maakt en de dingen kunnen ook wel eens in de knoop raken. Nou, dat heb ik dan ook verteld. Eens kijken, wat hebben we nog meer in dat verkeer? Ik geloof wel dat ik er zo’n klein beetje ben eigenlijk. Of heeft u over het onderwerp zelf nog iets te vragen of te zeggen?

  • Ja, ik wilde u iets vragen over het begrip ‘voertuig’. Wilt u dat nog eens nader toelichten?

Ja, dat wil ik u wel proberen te vertellen. Als u onder zee wilt zijn, dan kunt u zich met uw eigen lichaam niet onder water bewegen, dan heeft u dus iets nodig waardoor u dat wel kunt. Datgene waarmee u zich dan onder water kunt bewegen is een voertuig. Duidelijk?
De geest kan zich in de materie en handelend in de materie zo zonder meer niet lange tijd handhaven. Hij heeft dus een lichaam nodig. Dit is dan voor deze verdichte materie zijn voertuig. Wanneer een hogere sfeer in een lagere sfeer wil komen, dan zal hij dus moeten aanvaarden de grotere verdichting van gedachtebeelden, de zwaardere reflexen op gedachten etc. en zal daarvoor zichzelf moeten omgeven met a.h.w. een laag waarin die sfeer speciaal weerspiegeld wordt. Daardoor kan hij in die sfeer bestaan en zich voortbewegen, contacten opnemen etc. Dit noemt men dan zijn voertuig, dat loopt zo van verschillende sferen af. Duidelijk genoeg?

  • Ja, dank u.

Eigenlijk eenvoudig. Het is allemaal niet zo lastig. Het is alleen vaak voor de mensen moeilijk om aan te nemen, omdat ze dat zelf nog niet hebben meegemaakt. Maar het leuke is, de meesten die worden wel bekeerd. Wanneer ze eenmaal aan onze kant zijn, dan leren ze dat vaak heel gauw en ik heb zelfs godloochenaars meegemaakt die de derde dag na hun overgang al bezig waren om te kijken of ze nu niet een voertuig in elkaar konden timmeren om weer op aarde te zijn. Als het dan niet doorging, dan waren ze erg teleurgesteld. En onder onze sprekers is er bv. eentje die daar, na ongeveer 40 jaar in is geslaagd en vanaf dat moment contact heeft gekregen met ons allemaal. Resultaat: dat hij tot een van de meer geliefde sprekers behoort op het ogenblik voor u. Ik zal niet vertellen wie het is, hoor, dat zou gemeen zijn, hè? Dat hoort er niet bij. Nou, nog meer?

  • Ik zou willen vragen, het gaat zo ontzettend vlug als een hoge geest naar de aarde afdaalt, als die al die bewerkingen door moet maken, gaat dat zo ontzettend vlug?

Ja, misschien volgens uw aardse tijd, maar vergeet u niet dat uw aardse tijd voor ons geen betekenis heeft. Als u met een stopwatch erbij gaat staan, dan kunt u zien dat de ene geest, uit sfeer E – een van de engelensferen zullen we het maar noemen – die komt tot de aarde met een stoffelijk voertuig en alles zo zelf gereproduceerd in 1/10 seconde met een stopwatch en die andere in E, die gaat precies diezelfde weg en die doet er 200 jaar over. Dan zeg je: tjonge, tjonge, wat heeft die dat vlug gedaan en die andere langzaam. Welnee, ze hebben het allebei even vlug gedaan, want voor hun bewustzijn was de duur van de handeling precies even lang.

  • Reactie: niet te verstaan

Juist, u moet heel goed begrijpen: de werkelijkheid van de mensen is een zeer beperkte, omdat zelfs hun vermogen om hun eigen omgeving waar te nemen en daarin te leven, al zozeer beperkt is door hun onvolledige zintuigen. U zult begrijpen dat daardoor het begripsvermogen, uit de aard van de zaak ook beperkt is en dat het stoffelijk begrip dus volledige waarden niet eens gemakkelijk aanvaardt, laat staan geestelijke waarden.

  • De verschijningen van Maria, de moeder van Jezus, hebben die ook een bedoeling?

Dat is erg lastig om daar een goed antwoord op te geven en toch de waarheid te zeggen. Laten we het zo stellen: de verschijningen die aan de moeder van Jezus worden toegeschreven hebben inderdaad een bedoeling, maar zeker niet de bedoeling die er door de mensen in wordt gelegd soms. Zij kunnen worden gezien als een waarschuwing, een waarschuwing voor de wereld en speciaal voor de mensen, die in hun dwaasheid demonen bouwen met de haat en nog niet eens kunnen begrijpen dat hetgeen wat tot uiting komt als resultaat van een gezamenlijk gebed, een geest is die zij ook zelf tot stand hebben gebracht, in de begeertesfeer vaak. Er zijn hierop maar enkele uitzonderingen te noemen, en zelfs deze uitzonderingen kunnen over het algemeen tot lager geestelijk peil dan dat van Maria zelf worden teruggebracht.  Is dat voldoende duidelijk?

  • Ja, dank u. Maar die van Lourdes dan?

Inbegrepen bij het voorgaande.

  • Als een hoge intelligentie vrijwillig incarneert, hoe is het dan in de kinderjaren? Is die geest dan tot zolang onbewust? Tot een bepaalde leeftijd?

Onbewust niet, maar uit de aard van de zaak zal eerst het lichaam ontwikkeld moeten worden en de lichamelijke capaciteit, voordat de geest daar werkelijk het gezag in handen kan nemen, zodat in doorsnee toch tenminste tot 9 à 10-jarige leeftijd, van een volledige ontplooiing van de geest geen sprake kan zijn. Hij kan dan wel bepaalde dingen herkennen, hij kan bepaalde handelingen instigeren, maar hij kan niet een volledig bewust leven, geestelijk bewust leven reeds aan dit lichaam opleggen. Dat komt over het algemeen eerst na het 12e-14e jaar. In sommige landen, bv. in uw eigen land, zal het waarschijnlijk om de 16-17 jaar liggen. Er zijn zelfs gebieden waar dit nog, en personen ook, voor wie dit nog heel wat later ligt.

  • Maar zijn dat dan toch bijzondere kinderen?

(Het medium lacht). Als u het mij vraagt is dat een beetje een uitdrukking van Dik Trom z’n vader. Een kind is een kind, en ik geloof dat er geen bijzondere mensen en geen bijzondere kinderen bestaan; ik geloof dat er alleen maar een bijzonder bewustzijn kan bestaan. En wanneer dat toevallig in een kind of in een mens zetelt, maakt dat het kind niet tot iets bijzonders, ook de mens niet. Het maakt alleen de werkzaamheden die die mens of dat kind verrichten kan op aarde, wel tot iets bijzonders. Maar het kind blijft kind en de mens blijft mens. Wanneer een hoge intelligentie dus in zijn kinderjaren geïncarneerd op aarde leeft, dan is het zeer goed mogelijk dat deze geest inderdaad meer presteert, sneller begrijpt, sneller leert, ja misschien zelfs kleine wonderen doet, ofschoon dat maar heel weinig voor komt, hoor. Dat is maar goed ook, kind blijft kind, en dan zou menig wonder eigenlijk kattenkwaad worden, hè? Maar de mogelijkheid voor kleine wonderen schuilt er dus ook al in, nietwaar? Dan kunnen die dingen naar voren komen, maar onthoudt u altijd: het kinderlijk karakter met al z’n speciale eigenschappen en z’n speciale wereldbenadering blijft bestaan, en de prestatie moet worden gezien als een toevalligheid en niet als een regel. En daarom, het is misschien een bijzonder kind, maar ik zou het toch niet graag als zodanig behandelen of beschouwen.

  • Wanneer iemand geïnspireerd wordt, blijft er dan na afloop van de inspiratie nog een zichtbare uitstraling bij die persoon of is dat dan niet zichtbaar?

Die uitstraling kan zichtbaar blijven, wanneer een eigen bewustzijnsverhoging heeft plaatsgevonden. Kijkt u eens, de inspiratie die kan zover gaan dat zij inderdaad alle remmen loslaat in een mens; dat hebben we reeds vastgesteld, nietwaar? Is dit gebeurd, dan zal daardoor een veel groter en juister gebruik van eigen krachten en grotere opname van vitaliteit uit het Al plaatsvinden. Gebeurt dit, dan zal de aura aanmerkelijk sterker zijn en er dus nog lange tijd soms, na het moment van inspiratie sprake zijn van sterkere en meer lichtende uitstraling. Is dit voldoende?

  • Dank u wel.

Dan, vrienden, ga ik nu het woord overgeven aan de tweede spreker. En wat die ene vraag  betreft, ik hoop “sans rancune”.

Vertrouwen

Onderwerp naar uw eigen keuze. Wat is dat vanavond?

  • Zou u een ogenblikje willen spreken over “vertrouwen”?

Ik zou haast zeggen dat zit de laatste tijd in de lucht, dat onderwerp. Vertrouwen is een noodzaak voor de mens, wil hij werkelijk kunnen leven. Alle wantrouwen wat je hebt tegenover de wereld, je omgeving en je medemensen, dat betekent dat je je daarvan afsluit. Wanneer dat wantrouwen niet gerechtvaardigd zou zijn, dan zou je dus een deel van je eigen levenservaring eenvoudig opzij gegooid hebben. Ik kan mij niet voorstellen dat iemand op aarde zo dwaas zou zijn om op één vierkante meter z’n hele leven te gaan wonen, leven en handelen, terwijl een hele wereld voor hem open ligt. Degene die de wereld met wantrouwen tegemoet treedt, doet geestelijk echter voor zichzelf precies dat, niet meer en niet minder.

Vertrouwen is noodzakelijk om te kunnen leven. Verder, wanneer u iemand met wantrouwen tegemoet treedt, innerlijk of uiterlijk, dan schept u tussen uzelf en die persoon, dat voorwerp, dat wezen, een zekere spanning. Het is begrijpelijk dat die spanning bij het ontladen wel eens onaangename resultaten heeft.

Voorbeeld: U loopt ergens langs een pad en daar is een slang; die slang ligt in de zon te rusten, u weet wel dat die slang u niet zal aanvallen zonder noodzaak, al is ze ook giftig. Maar u wantrouwt haar, u gaat schichtige bewegingen maken, u vertrouwt haar niet. Die slang zal u aanvallen. U vertrouwt die slang volkomen, u wandelt daar heel rustig langs; die slang zal een ogenblik waarschuwen, maar eigenlijk meer als een grapje dan als ernst. Ze toont dat ze zich verdedigen kan, sist even, en rolt zich weer heerlijk op om verder te zonnen.

Een bestaand voorbeeld. Een voorbeeld van een mens: Er komt iemand naar u toe en die zegt: “nou, ik wil u wel even helpen”, u heeft bv. wat te dragen en u denkt bij uzelf: “Tja, maar zou die het niet op mijn portemonnee voorzien hebben” of “zou hij er niet mee vandoor gaan”? Met die wantrouwige gedachte bereikt u twee dingen: dat uw helper u ongaarne helpt, dat het a.h.w. een last is voor u beiden dat die hulp wordt verleend, dat die helper geremd wordt in zijn bereidwilligheid om in de wereld dienend op te treden en dat uzelf door uw angst en uw houding later zegt: “was ik nu maar wat vriendelijker geweest, want hij was toch wel niet zo erg”.

De vraag echter die we zelfs in dit korte tijdsbestek niet geheel buiten beschouwing kunnen laten is deze: Wanneer iemand je vertrouwen nu beschaamt, wat dan? Wel, dan is er bewezen dat uw kennis van de mensen niet voldoende was. U registreert die ervaring en bij dat bepaalde individu houdt u voortaan rekening met die eigenschap. Dat is geen wantrouwen. Wanneer ik een slang zie en ik weet dat ze giftig is, dan mag ik heel rustig met die eigenschap rekening houden, ik behoef dat niet te negeren. Dat is geen wantrouwen, maar ik moet leren de dingen vast te stellen, dan weet ik waar ik aan toe ben en dan is dat niet dat onbestemde gevoel dat me van de andere afsluit, maar zal in tegendeel mijn beseffen van zijn waarden, die tegengesteld zijn aan mijn verlangen, mij kunnen leiden tot een groter besef en een beter bewustzijn, waardoor ik die persoon nader kom en misschien kan helpen om die onaangename eigenschappen ter zijde te stellen en gelijktijdig voor mijzelf zonder enig nadeel de volle verrijking van mijn eigen leven door deze ervaring kan accepteren.

Wanneer dus iemand op één gebied u teleur heeft gesteld, probeert u dan te realiseren waar- om dit vertrouwen werd geschonden, waarom u hier schijnbaar tevergeefs vertrouwd hebt. Vaak zult u vinden dat die schuld niet alleen in die ander maar ook in uzelf lag. Door dit te verbeteren zult u steeds nader tot de wereld kunnen komen en in deze wereld steeds gelukkiger, prettiger en harmonischer kunnen leven.

Om dit onderwerp te besluiten: vertrouwen, mijne vrienden, is een noodzaak! Wantrouwen heeft dood en verderf gebracht over de wereld. En wanneer het wantrouwen blijft bestaan, zal het dit waarschijnlijk nogmaals doen. Maar het vertrouwen daarentegen heeft de wereld gered, meerdere malen. Wanneer u uzelf en uw wereld wilt redden, wanneer u veel ellende, veel pijn, veel ongenoegen wilt voorkomen, blijf dan de wereld vertrouwen en de mensen vertrouwen, blijf de dingen vertrouwen en laat alleen u leiden door uw ervaring omtrent de vaststelbare feiten bij de wijze waarop u dit vertrouwen een uiting geeft.

Ik meen dat het voldoende is en we zullen het dan daarbij laten; dan is het in ieder geval niet te laat geworden.

Vragen

Nu, ‘vragenrubriek’. U weet, persoonlijke vragen niet toegestaan, alle andere worden beantwoord zover als wel kennis aanwezig is. Gaat uw gang.

  • Wanneer Jezus was blijven leven en niet de kruisdood gestorven was, zou Hij dan niet meer voor de mensheid hebben kunnen doen?

Nu, ik geloof van niet en wel om de volgende redenen: gesteld dat Jezus zou zijn blijven leven, dan zou noodgedwongene wijze dit een zegepraal van de tempel betekend hebben in de ogen van de bevolking. Vergeet u niet dat Jezus zeer zeker een groot aantal volgelingen had, maar dat de meesten toch eigenlijk wel dagjesmensen waren. Dat u overigens kunt concluderen uit de wijze waarop de bevolking van Jeruzalem reageerde op het offer om Barabbas vrij te laten, nietwaar? Wanneer Jezus nu werkelijk voort was blijven leven en Hij had al die dingen vermeden, dan had Hij twee dingen kunnen doen, nietwaar? Hij had Zijn macht kunnen tonen, dan zou Hij een echte Joodse Messias geworden zijn, d.w.z. een vorst, een heerser van de wereld. Want had hij eenmaal geweld gebruikt tegen de macht van Rome en de tempel, dan zou noodzakelijkerwijze deze tempel, deze Romeinen, met geweld tegen Hem hebben moeten optreden. Geweld echter zou in strijd zijn geweest met Zijn leer en de werkelijke waarde van de ethische prediking die Jezus gebracht heeft volledig teniet hebben gedaan. In het andere geval had Hij klein bij moeten geven.

En dat weet u toch zelf, als iemand met allerhande grote gebaren iets komt vertellen, als hij dat met wonderen onderstreept en hij geeft dan klein bij voor een Sanhedrin en voor een Romeins landvoogd, dan zeggen ze: “nu ja, die vent, die heeft schijnbaar de zaak beduveld” en dan had men zich met een dégout van hem afgekeerd, was er misschien een kleine kern ware, werkelijke christenen overgebleven, maar de christelijke filosofie en de christelijke gedachte zou zeer zeker niet zover in de wereld zijn doorgedrongen als thans juist het geval is. Ik wil dan alle verdere geloofskwesties hier buiten laten. Ik wil dus niet spreken over de noodzaak van het offer als verlossing, of niet verlossing. Ik wil dit liever buiten beschouwing laten. Zuiver redelijk en logisch redenerend, kunnen wij hier reeds aantonen dat Jezus voortlevend en niet stervend, niet martelaar wordende, de ondergang zou hebben kunnen betekenen van het werk dat Hij in die drie jaar dat Hij predikte tot stand heeft gebracht.

  • Toen Jezus heenging heeft Hij gezegd: Ik ga heen en ik zal u een trooster zenden. Was dat dan juist niet dat Zijn kracht hier op aarde juist daardoor door bleef werken, daardoor juist Zijn kracht op het ethische gebied bleef?

Ik geloof, wanneer we het laatste deel van uw bewering naar voren nemen, dat juist de ethische kracht van Jezus, door het feit dat zij zich van het stoffelijke verwijderd heeft, de grote betekenis voor de aarde verwierf en kon blijven behouden, inderdaad juist is. Ten aanzien van het: “Ik zal u een trooster zenden”, moeten wij niet vergeten dat deze uiting geheel in overeenstemming is met het Messiaanse tijdperk waarin Jezus leefde en dus een betekenis heeft die men op het ogenblik niet zo gemakkelijk kan nagaan en achterhalen.

  • Is het voor het leven in het algemeen nodig in een God te geloven? Schrijfster hiervan gelooft er wel in, maar is het van belang? Er zijn atheïsten waaronder zeer edele persoonlijkheden, mensen die zich inzetten voor het heil van de mensheid, dokters, die met opzijzettend van zichzelf, alles aan de mensheid offeren. Is niet het zwaartepunt, wat men doet, niet wat men gelóóft?

Nodig lijkt het mij niet. Ik kan mij niet voorstellen dat er iets in het Al verandert, wanneer een wezen God verwerpt of accepteert. God is, en alles is uit God. Dat is natuurlijk een geloof, u behoeft dat niet te accepteren, maar indien dit werkelijk zo is, zou een atheïst meer of minder niets uitmaken. En voor de atheïst zelf? Leeft de mens op aarde om alleen maar Gods wil te doen, dan moeten we zeggen: “het is verschrikkelijk dat hij niet in God gelooft”. Maar hij doet die wil desondanks. Zeggen we het echter, zoals ik meen dat het juist is en het beste naar voren gebracht kan worden, dan zeggen wij: “de mens leeft om zich bewust te worden van de goddelijke volmaaktheid die in hemzelf is”. En die bewustwording moet gebaseerd worden op ervaring. Zou een atheïst, die volgens de edelste principes – inderdaad, u heeft gelijk met uw vraag – leeft, zich inzet voor de mensheid en al wat er verder bij behoort, zou die slechter zijn dan een christen die in God gelooft en zichzelf en zijn God probeert – neemt u mij niet kwalijk – te beduvelen? Ik meen dat de atheïst dan zeer zeker niet alleen de betere mens is, maar ook geestelijk gezien de beste van beiden.

En hieruit kunnen we de conclusie trekken dat het niet noodzakelijk is om in God te geloven. Het is hoogstens voor de mens een zekerheid, een geruststelling, een innerlijke kracht, wanneer hij in een God kan geloven. Want wat de atheïst misschien meer moeite kost dan de gelovige, dat is het zich overgeven aan de gang van de gebeurtenissen, wanneer hij zich er niet tegen verzetten kan. Het aanvaarden van een persoonlijke God maakt het mogelijk een beroep te doen op die God, wanneer je zelf niet meer verder kunt. De atheïst moet het zonder dat stellen. Wanneer hij het dan toch klaarspeelt om een goed en edel mens te zijn, dan ben ik ervan overtuigd dat hij juist door de moeilijkheden die hij heeft gehad op dit gebied, geestelijk rijper zal zijn en dus in de geest zeer snel zal verwerven datgene wat hem op aarde ontbroken heeft. Het is niet noodzakelijk om in een God te geloven om tot die God te komen. God heeft alle mensen, God heeft al het geschapene lief en gelijkelijk lief, en zal zeer zeker om een enkel onbegrip, of een enkele gedachte, niets verwerpen. Ik hoop dat het antwoord voldoende is.

  • In één van de oudere verslagen kwam een vraag voor, of een ziel ook verloren kan gaan; waarop het antwoord luidde, dat onder bepaalde omstandigheden het streven naar de chaos zo sterk is, dat de persoonlijkheid verloren gaat en de ziel in de chaos als nieuw geboren zijn weg opnieuw aanvangt. Betekent dit, dat die ziel weer opnieuw in de primitiefste mensen moet incarneren? Kunt u dit nader toelichten?

Inderdaad, maar ik kan het wel nader toelichten. Die primitiviteit begint niet bij de primitiefste mens, maar bij de primitiefste bewustzijnsvorm. Wanneer men streeft naar de chaos, dan is het doel om alles te vernietigen, en wanneer er niets meer te vernietigen is, dan zal men, gedwongen door dit zelf opgelegde lot, zichzelf moeten vernietigen.

Het bewustzijn zal zich steeds meer vernauwen, dat zal een groot lijden zijn, en uiteindelijk zal het bewustzijn, de geest, geblust zijn. De geest leeft niet meer en is de tweede dood gestorven. De ziel echter, de kracht die dit bewustzijn heeft gedragen, dit deel van het goddelijke zelf, kan niet tenietgaan, en komend in de chaos zal het van daaruit zijn hernieuwde gang tot bewustwording beginnen. Weer beginnende met de binding oerstof, om vandaar te gaan tot de primitiefste levensmogelijkheid, vandaar komende wederom tot de mens en wie weet van daaruit rijzende tot de hoogste geest of terugkerende tot de chaos, opnieuw stervend om opnieuw te herleven. Ik meen dat dit duidelijk genoeg is, maar vindt u dat er nog verder commentaar bij hoort, met alle genoegen natuurlijk.

  • Wat is de primitiefste bewustwording, hoe ziet die er uit? Wie heeft dat?

Nu, ik kan het u helaas niet zo gemakkelijk laten zien, maar wanneer u nu eens naar een sterrenwacht gaat, dan moet u eens vragen of ze u een oernevel willen laten zien, een donkere oernevel. Dat is eigenlijk een donker iets wat tussen de sterren door zweeft, wat je alleen maar kunt zien als er een ster toevallig achter verbleekt. Dat is stof die zo primitief is, dat zij in haar onderverdeling nog heel wat minder is dan een gevormd atoom zelfs. Deze stof is de primitiefste vorm van bewustzijn, waar hier een ‘zijns realisatie’ voor de geest in mogelijk is. Echter geen ik realisatie, maar alleen een ‘zijns realisatie’ of bestaanserkenning. Dat is de primitiefste vorm.

Dus weest u maar niet bang dat u het vandaag of morgen tegenkomt, hoor. Geen griezels in zeer primitieve vormen.

  • De 1e spreker zei, dat een geest uit een hoge sfeer die zich een lichaam creëert, niet lang op aarde blijft. Nu is mijn vraag hoe hij dan weer weggaat? Wanneer hij ook weer plotseling verdwijnt, wat moet zijn omgeving, die hij op aarde had, daar dan van denken?

Ja, waarschijnlijk dat ze getikt zijn (gelach). Ja, u lacht daar nu even om, maar een plotselinge verdwijning die is voor een mens onverklaarbaar; van de geest uit is het zeer eenvoudig, want hij bouwt zich zijn voertuigen op uit de ongeorganiseerde stofvormen die hij vindt in de sfeer waarin hij het lichaam bouwt. Op aarde wil dat dus zeggen dat hij een aantal atomen selecteert en moleculen en deze tezamen brengt tot een lichaamsbouw in een vorm én samenhang die door de wil van het wezen wordt opgedrongen. Nemen we de wil weg, dan zal ook de aantrekkingskracht uiteenvallen en wat blijft er dan over? Een mens zelf is zo weinig. Geloof me, u zou werkelijk gecomprimeerd en zonder het water wat erin zit, heel rustig twintig man in uw vestzakje kunnen steken. Dames, er gaan een paar honderd mensen in uw handtasje. (Gelach). Dus u zult wel begrijpen dat de verdwijning niet een absolute verdwijning is, maar het is een uiteenvallen van de bestanddelen, die zo snel zich oplossen in de omgeving, dat voor de mens het verschijnsel inderdaad een plotseling verdwijnen lijkt. En aangezien een mens gewend is alles te geloven, behalve datgene wat hij zelf ziet en ervaart – want daar gaat hij over nadenken en dan gelooft hij het niet meer – mogen wij dus aannemen dat deze mens zal zeggen: “ja, ik ben gek of jullie zijn gek dat je zegt dat je die man gezien hebt”. Ja, dat is menselijke reactie. En degenen die begrijpen met wie ze contact hebben gehad, die verwonderen zich daar niet over, die zijn op de hoogte van de mogelijkheid. Ik zou zeggen, het probleem is daarmee geloof ik wel opgelost, of niet?

  • Is het mogelijk voor een magnetiseur een stoffelijk gebonden intelligentie die een mens doorlopend in beslag neemt, te verwijderen?

Als de magnetiseur sterk genoeg is bestaat de mogelijkheid, maar er zijn enkele moeilijkheden aan verbonden die m.i. niet elke gewone magnetiseur de baas kan. Het is nl. ongeveer zo: wanneer u in staat bent om bv. de handen te vatten – u kent de methode misschien wel, de vlak trekkende beweging langs de hand – waardoor de fluïdeband die voor de bezitneming noodzakelijk is, wordt verscheurd, dan moet een dergelijke geest dat lichaam, al is het voor nog zo’n korte tijd vrijgeven. Een voldoende vitaliteit van de magnetiseur, een voldoende levenskracht, stelt hem in staat om een tijdelijk scherm om de gehele persoon te werpen. Dit is door de geest niet gemakkelijk te verbreken en zo blijft die persoon vrij. Echter mag dat scherm ook weer niet te lang blijven bestaan, die afscherming, want wat krijgen we dan? Dan wordt ook de mogelijkheid om levenskracht op te nemen voor die mens, door dit vreemde – want dat mag niet aan hem gegeven worden, dat moet om hem heen gezet worden – dit vreemde scherm zal hem belemmeren om de normale levenskracht uit de atmosfeer en de kosmos op te nemen. Dan krijgen we een verzwakking. Dus deze methode heeft verschillende nadelen.

Nu bestaat er ook een andere methode en dat is deze: Daarvoor moet de magnetiseur eigenlijk optreden als magiër. En nu weet ik niet of elke magiër daarvoor geschikt is, ik ben zo vrij om dit te betwijfelen. De magiër kan nl. die geest bannen door een schrikgestalte, kunstmatig gecreëerd, te verbinden aan elke poging om die persoon te benaderen. Hij schept a.h.w. uit zijn eigen geest een kunstmatige wachter, die gedurende zeer lange tijd elke poging tot inbeslagneming hindert.

Dan bestaat er nog een derde methode en dan komen we eigenlijk op een ander terrein. Men zou ook bij het verbreken van de band op de eerstgenoemde wijze dus, of eventueel zelfs – en dat is natuurlijk alleen voor een medicus praktisch toepasbaar maar door het aanbrengen van een shock, terwijl gelijktijdig een medium in hypnotische trance gaat. Ik zeg uitdrukkelijk hypnotische trance in dit geval – omdat de hypnotische trance zoals u weet een volledige beheersing door degene die de trance oplegt mogelijk maakt, ook wanneer er een andere geest in vaart – een gewone trance zal in dit geval de geest zelf de mogelijkheid geven om tamelijk vast bezit te nemen van een nieuwe persoonlijkheid en dit is niet gewenst, dan zal die geest uit zijn woning verdreven, ontdaan van zijn mogelijkheid tot kwellen op dit moment, zich noodgedwongene wijze op het dichtstbijzijnde slachtoffer, dat net zo gunstig daarvoor ligt, werpen.
U kunt dan proberen door overtuiging, dus door spreken met deze kwellende geest, een soort van compromis te bereiken, waarbij deze met een beter besef van zijn eigen omstandigheden, en de patiënt met een grotere rust gebaat zal zijn. Alleen die laatste kwestie, ik zeg nogmaals, kan praktisch niet worden volbracht alleen door een magnetiseur, tenzij de magnetiseur daarnaast een uitstekende medische en psychiatrische scholing genoten geeft. Is het voldoende, of moet er nog meer bij?

  • Bijna. Mag ik misschien nog iets vragen?

Ja zeker.

  • Het vervoermiddel van, laten we het zo noemen, van deze intelligentie, het instrument van deze intelligentie is zeer dogmatisch, dus die moet van alles wat zweemt naar occult of magnetiseurs, hoe dan ook, niets hebben.

Dan is het enige wat overblijft, hoezeer ik het betreur overigens, te pogen om, door een religieuze duiveluitdrijving of duivelbanning, een zodanige suggestieve invloed te wekken, dat de persoon zelf een automatisch verweer tegen indringende intelligenties vormt.

Is ook dit niet mogelijk, dan zou men in een enkel moment van rust, waarbij de kwellende intelligentie misschien het lichaam verlaat, althans daarmee niet sterk gebonden is, kunnen proberen om het bewuste energiescherm te stellen rond deze persoon, in de hoop dat het dan niet te verbreken is. Maar u begrijpt wel dat een dergelijke orthodoxie in vele gevallen een belemmering is, tenzij zij, onder het mom van rituele handeling, één van de voornoemde geneeswijzen toch accepteert, zij het dan misschien uit de handen van een priester of iets dergelijks.

  • Hoe ziet zo’n schrikgestalte eruit?

Och dat kan verschillen. Als u nu bang bent voor een regenworm, dan kan het een massale regenworm zijn en als u bang bent voor de duvel, dan ziet hij eruit als Joosje Pek in hoogst eigen persoonlijkheid.

  • Ja, maar hoe weet u waar zo’n geest bang voor is?

Dat is eigenlijk heel eenvoudig. U bent bang voor een worm. U zegt hoe ziet hij eruit, maar hij ziet er eigenlijk niet uit. Hij is en hij is kwaadaardig en u bent bang en u geeft aan de dingen die u aanvoelt in de schrikgestalte dan de vorm die u het meeste vreest. Dus de een die is misschien bang voor mieren, wespen en meikevers; die ziet die schrikgestalte als enorme dingen in die vorm. Een ander is bang voor een duivel of een demon, die ziet het in een dergelijke dreigende vorm. Ieder geeft zijn eigen gestalte eraan. Maar wanneer u een aardige voorstelling wilt hebben van wat schrikgestalten kunnen zijn, kijkt u dan eens naar de wachtersbeelden die u bij vele Indische tempels, vooral boeddhistische tempels geplaatst vindt, en ziet u dan die eigenaardige maskers en gestalten. Dan heeft u een aardige voor- stelling van hoe het eruit kan zien. Maar realiseert u zich, dat is de wijze waarop zij door het volk en degenen die hen aanvaarden, worden voorgesteld, het beeld dat aan hun uitstraling wordt gegeven door een menselijk bewustzijn.

  • Ik heb eens gehoord dat door het maken van een kruis en een kring om het hele lichaam te trekken, daardoor de mogelijkheid bestaat, of de onmogelijkheid bestaat van verkeerde invloeden om het lichaam te naderen.

Dat ligt eraan welke betekenis door de persoon in kwestie wordt gehecht ten eerste aan het kruis en ten tweede aan het ritueel van de getrokken cirkel. Want, zoals u zult begrijpen is dat een rituele handeling van magisch karakter, waarbij de betekenis die aan het symbool wordt gehecht van groter belang is dan het symbool zelf.

Ik kan mij dus voorstellen dat bij vele gelovigen een dergelijke methode voldoende invloed zal hebben om een eigen afweerversterking te wekken. Wordt het dan gelijktijdig gebruikt als dekmantel voor het toevoegen van een afscherming door een andere persoon, zoveel te beter, maar dan blijven we toch bij de grondslagen zoals ze genoemd werden en is alleen deze wijze van handelen een symbolisch uitdrukking geven aan een bepaalde overtuiging of geloof en is de betekenis in het ‘ik’ toegekend aan het symbool, belangrijker dan het symbool zelf.

Dus als u bij een mohammedaan komt en u slaat een kruis en u trekt een cirkel, dan gebeurt er niets, want dat kruis betekent voor hem niet veel. Voor een christen daarentegen kan het een bescherming tegen de grootste demon ter wereld misschien betekenen. Dat ligt eraan hoe je die dingen ervaart en hoe je daardoor zelf contact zoekt a.h.w. met hogere machten en je daardoor meteen van de lagere afzondert.

  • Welke invloed heeft een shock op de geest van de betreffende persoon, van een geesteszieke?

Een zeer onaangename. De shockmethode bestaat in het wekken van zeer sterke reacties in het lichaam. Men kent op het ogenblik geloof ik de elektrische shock, maar er zijn primitieve shockmethoden die even erg kunnen zijn. De oude methode bv. van gloeiend hete en ijskoude wisselbaden, werd door werking van het zenuwgestel, de reactie van de, of beter gezegd de prikkels en de reactie daardoor verwekt in het lichaam, tot eenzelfde verschrikking. De voortdurende wisseling van inkomende prikkels plus de verstoring van het normaal, neuraal patroon, brengen voor de geest een zeer grote moeilijkheid teweeg om zich vast te klampen aan het lichaam op de meest bekende punten, dus op de punten van aanhechting die voor de geest eigenlijk betekenen het bezit van zijn lichaam.

In geval van bezetenheid kan het dus zijn dat de parasiterende geest hierdoor wordt weggejaagd. Voor de geest van de persoon zelf betekent het een grote kwelling en een grote  krachtsinspanning. Gelijktijdig zal een behoorlijke elektrische shock vooral een zodanige verandering teweeg brengen in het patroon van de neuronen, dat bepaalde denkbeelden en denkwijzen tijdelijk worden onderbroken.

De ervaring zal echter leren dat bij ernstige aandoeningen na de shockbehandeling, uiteindelijk het verschijnsel weer terugkeert en wel in grote mate heftiger dan tevoren. En dat is ook begrijpelijk, omdat nu de samenhang in de hersenen en de samenhang van de denkpatronen zeer sterk werd gestoord en beschadigd, terwijl de oude beschadiging die oorzaak was voor de neurose of afwijking, is blijven bestaan en alleen tijdelijk werd verbroken door verandering van de ligging van de neurosen en ook de hersencellen, natuurlijk, ja.

Ik geloof dat het duidelijk is, ja? Moet er iets meer bij? Niemand meer? Geen vragen meer, vrienden? Denk erom, ik zet u het pistool op de borst. Wanneer er geen vragen meer zijn, geef ik het woord nog even over aan onze kleine vriend Henri, die vandaag ook weer enigszins bekocht uit is gekomen, omdat hij oorspronkelijk dacht dat hij de ‘vragenrubriek’ kon leiden, maar aan de hand van de gestelde vragen, vonden we het beter dat ik het op zou knappen.

Nou, dan dank ik u voor uw aandacht, als u niets meer vragen wilt, en geef ik het woord aan Henri de grote.

(Het door Henri gesprokene achten wij voor publicatie minder geschikt en zullen daarom dit babbeltje achterwege laten).

Het schone woord

Wij zullen dan deze bijeenkomst, zoals gebruikelijk, gaan besluiten met ‘Het Schone Woord’. Ik zou gaarne van u een drietal onderwerpen hebben, zo mogelijk in 1 woord uitgedrukt waarmee wij op waardige wijze dan een slot aan deze avond kunnen maken. Mag ik u verzoeken?

  • Bevrijding – Muziek – Gebed – Beproeving

Dat zijn er vier. Ik zal trachten alle vier voor u te verwerken.

Bevrijding : gebonden, geketend, gekluisterd.
In het duister, zo diep als de nacht, lig ik aan de aarde gebonden door de begeerte haar macht.  Overladen met de zonden vraag ik mij aarzelend af:  Word ik door ’t licht gevonden  of is dan dit mijn graf? Een lichtstraal priemt door het duister, voorbij is de sombere straf,  een oord van licht en luister is dat wat leek een graf.
Bevrijding van de waanzin die komt uit zinnenwaan. ’t Licht Gods is overal, maar wie kan het verstaan?

Gebed: dan knielt men neer, zegt dankbaar en stil een kort gebed.
Gij, Heer, Gij hebt mijn ziele, mijn zijn, mijn ‘al’ gered. Gij draagt mij, op Uw handen en voert mij veilig voort door alle vele landen waarin ik werd bekoord door ’t begeren der zinnen, de duivel van binnen, de kracht die mij steeds weer belaagt.
Ik ben veilig in U, mijn Heer en mijn God, die beschikt mijn leven en leidt mijn lot en met Uwe krachten mij draagt.

Muziek : en verstilt het gebed, dan klinkt er een klank die heel het Al doortrilt.
Het is of plotseling al ’t geluid door deze klank verstilt. Het klinkt als een jubelende melodie die toch zo statig gaat. ’t Is als werd klank mij tot een zon die stralend aan de hemel staat en leven geeft.
Mijn wezen beeft maar ‘k kan de stem verstaan. In ’t lied van ’t Al is voor mijn ziel een poort opengegaan die voert tot hemelen, Licht en sterk, die maakt de kosmos tot een kerk waarin de Heiland troont,  waarin de waarheid, waarheid spreekt en zo het leven loont.

Ik ben opgestaan uit duistere waan. Ik ben mijn weg gegaan bevrijd van kluisters in de luister van een nieuw bestaan. Ik ben gegaan met vreugdige lach in de nieuwe dag van God en ik heb er bezongen met wondere muziek het leven als heerlijk lot.
’k Heb er gedankt in een lachend gebed. M’n God die de wereld mij geeft, m’n God waarvan ik weet dat overal en altijd Hij met mij is en in mij leeft.
Zo ben ik tevreden en ben ik vrij, ben ik meester van heel het lot. Voor mij bestaat slechts ene kracht, slechts één bestaan: mijn God.

image_pdf