Het vinden van de juiste vorm

Ik kan mij voorstellen dat de meeste mensen zich hebben afgevraagd waar dat over zou moeten gaan? Het is een nogal complex onderwerp, maar de basis van deze stelling ligt eigenlijk in het maçonnieke vlak. Daar spelen andere dingen een rol in zoals bv. de Gulden Snede en zelfs de harmonische principes die in vibratie en vorm kunnen worden uitgedrukt. Laat mij beginnen niet het maçonnieke gedeelte. Elke mens, die streeft naar dit soort inwijding, moet a.h.w. een bouwsteen zijn in de ware Tempel. Dat betekent, dat voor een maçon de juiste vorm, gewoonlijk wordt uitgedrukt in een soort kubus. Dat is natuurlijk niet helemaal waar, want er zijn zeer veel verschillende stenen nodig om een kathedraal werkelijk goed te bouwen. Elke steen heeft zijn eigen karakteristiek. Er zijn wigvormige bij, er zijn er ook bij die trapeziumvormig zijn. Elke steen op zijn eigen plaats kan juist daardoor zijn functie vervullen. Dat is symboliek, zeker, maar de juiste vorm wordt hier eigenlijk uitgedrukt als het vermogen om te functioneren in harmonie en samenwerking met alles wat om ons heen is. Dat is de kern van de zaak.

Een vorm kan nooit worden uitgedrukt in de termen van uiterlijk. Het uiterlijk is een variabele, het verandert. Als u dat niet geloof, neem een foto van uzelf toen u nog heerlijk op het vachtje van de fotograaf lag, kijk dan naar dat gezichtje en vervolgens in de spiegel. U zult het dan met mij eens zijn dat de uiterlijke vorm op aarde een zeer vergankelijke is. De innerlijke vorm is iets anders. De innerlijke vorm is een structuur die je opbouwt. Daarvoor is eerst nodig een mate van rechtlijnigheid. Je hebt een basis nodig die alleen kan liggen in het begrip voor de eigen wereld. Er zijn wel mensen die zeggen: Je moet in de geest beginnen. Maar je in de geest begint, dan heb je de hoogte zonder dat je grond onder de voeten hebt en dat resulteert in een doodsmak. Het opbouwen van de juiste innerlijke vorm geschiedt dus door het erkennen van hetgeen er rond mij in mijn wereld gebeurt, de poging om de harmonieën en samenhangen hierin te erkennen en daardoor mijzelf harmonisch en eerlijk op te stellen t.o.v. het totale gebeuren. Pas als ik dit heb bereikt, kan ik gaan zoeken naar de verdere betekenissen ervan.

Doordringen in de symboliek van het leven betekent dan het opbouwen van een verticale lijn. Daarnaast heeft men nodig de aanvaarding van het leven, men zegt ook wel de liefde voor het leven. Dat is de tweede verticale lijn. Tussen deze beide ontstaat dan iets wat men wel menselijk zijn, begrip voor de mensheid en soms ook wel Godsbegrip noemt. Die namen zijn overigens geen van alle helemaal juist. Ze geven echter wel aan dat de begrenzing van ons wezen tussen het kennen van het symbolisch ware in ons bestaan en onze liefde voor het bestaande een erkenningsmogelijkheid schept op een hoger niveau. Hoe nu de verhoudingen en de samenhangen zullen zijn dat ligt aan de manier waarop wij functioneren in onze wereld. Ik zou daarop ongetwijfeld veel verder door kunnen gaan, maar uitgaande van het gemiddelde van de aanwezigen vind ik dat dit op dit terrein voorlopig voldoende is.

Dan krijgen we de kwestie van de juiste vorm op een andere manier. Wanneer u leeft, heeft u een eigen vibratie. Die vibratie, die trilling, die uitstraling geeft weer aan wat er in u bestaat. Op het ogenblik dat u kregelig bent tegenover de wereld, straalt u die kregeligheid uit. Bent u harmonisch met de wereld, dan is ook dit naar buiten toe voelbaar. Het is niet kenbaar in een visuele term: u kunt het aanvoelen. U heeft dat wel eens meegemaakt dat u mensen heeft ontmoet en dat u zei: De uitstraling van deze of gene past bij mij of: die doet me goed of: daar voel ik mij prettig bij. Ook het tegenovergestelde is mogelijk. Nu kunt u dit zeggen: Als de uitstraling van een mens harmonisch is, zal de vorm van die mens daaraan beantwoorden. Dat betekent niet dat men ineens een heel ander figuur krijgt. Als dat het geval was, zou ik heel veel dames kennen die onmiddellijk aan hoge geestelijke wijsheid zouden beginnen. Wat er gebeurt is, dat men zich aanpast. Die aanpassing is dan op basis van hetgeen men is. Maar er komt nog iets bij. Het is net, alsof men voor de medemens een beetje verandert. In die verandering gaat men zijn contact met de wereld ook veranderen. En dat is nu het belangrijke in dit geval.

De juiste vorm ontstaat namelijk door de juiste uitstraling plus de juiste relatie. De juiste relatie is weer het juiste contact met de medemens en vandaaruit ook de eveneens juiste erkenning van het eigen “ik” temidden van de mensheid. Die trilling heeft bovendien nog iets anders. Wanneer u bent afgestemd op bepaalde hogere waarden van het bestaan, dan zult u daardoor niet blind zijn geworden voor de aardse dingen. Men denkt altijd: een kluizenaar is zo hoog in de wolken dat, als iemand hem een moorkop onder de neus houdt, hij dat ding niet eens ziet. Vergeet dat maar. Of hij moet toevallig blind zijn of zeer bijziende. Zijn consumptiedrang blijft nog steeds dezelfde, ook als hij die misschien beter beheerst dan sommige dames die aan een dieet doen. Dus wat gebeurt er? Die hogere trilling maakt je niet los van de wereld, maar ze geeft je een extra dimensie erbij. Er komen andere, nieuwe beelden en andere krachten naar voren en die gaan weer meewerken in je uiterlijk. Laat mij een heel eenvoudig voorbeeld nemen, misschien hoeft u het zelf wel eens meegemaakt: U heeft zo’n paar nare dagen achter de rug. Op een gegeven ogenblik bent u toch in staat te begrijpen dat de mensen om u heen een beetje medelijden met u hebben en heus wel voorzorgen nemen, maar u kunt er niet op reageren. Nu opeens komt er een droom. U droomt dat u in een lichte wereld bent. U dringt gewoon de zon in. Alles is mooi, lichter en u komt uitgerust en blij terug. Wat zeggen de mensen? God, je ziet er ook ineens een stuk beter uit! Zo sterk werkt dat door.

Ik wil hiermee duidelijk maken dat de vorm van de mens innerlijk mede bepalend is voor de uitstraling: dus de betekenis van zo’n vorm naar buiten toe. Ook hier is het de kwestie: wat is de juiste instelling? Nu zijn er heel veel mensen die dan kiezen voor het hogere. Er zijn mensen die lopen met een kruis voor hun kop, de ogen voortdurend op de eeuwige zaligheid gericht en hun voeten steeds in de knoop, omdat ze anderen omver schoppen zonder het te begrijpen. Waar het eigenlijk om gaat is. Je moet niet naar boven kijken maar je moet kijken naar je eigen wereld. Een mens, die leeft in zijn eigen wereld en die alles wat in zijn wereld speelt ook voor zichzelf belangrijk vindt, daaraan deel heeft, daarmee bemoeiingen blijft hebben en gelijktijdig in zich zoekt naar harmonie, naar een zo juist mogelijke relatie met een zo groot mogelijk deel van de wereld, terwijl hij zich uitdrukkelijk niet in een hoek laat trappen, die heeft de juiste uitstraling. Die uitstraling weerkaatst zowel in zijn uiterlijk als mens, als ook in de vorm die hij geestelijk heeft. De vorm, die mede uitmaakt wat zijn geestelijke mogelijkheden en vermogens zullen zij nu of later, hangt weer van zijn begrip af. U ziet het, ook hier is weer de vorm erg belangrijk.

Maar er zijn nog veel meer dingen die belangrijk zijn. Als ik een voorwerp of een gebruiksvoorwerp heb, dan moet dat een juiste vorm hebben. Ook dat voorwerp moet in zijn vorm beantwoorden aan de behoefte van hem die het gebruikt. Het is natuurlijk onzin te zeggen, dat een stofzuiger alleen maar mooi is, als die voorzien is van bv. 77 biezen, stootkussens, wieltjes en allerlei andere zaken die er eigenlijk niet op thuishoren. Zomin als een fornuis of een wasmachine er mooier en beter door wordt, als er 27 knoppen op zitten om 13 programma’s zelf in te schakelen. Dat kan allemaal eenvoudiger. Maar vergeet u één ding niet: Een vormgeving moet beantwoorden aan iets. Laat mij een voorbeeld geven dat u allemaal kent. Er zijn mensen die vinden dat er in hun huis een luchtje moet worden verdreven. Daarvoor hangen ze dan schijven op waarin de een of andere vluchtige stof en wat geurstoffen vermengd zit die langzamerhand de stank verdringt, door de eigen grotere stank: een soort deodorant dus. Nu kan ik zo’n ding maken als een kussentje van stof dat je ergens ophangt. Je kunt het ook gaan versieren met allerhande frutsels eromheen totdat het een soort plastic bloemetje is waar de geur uitkomt. Het is meestal een afschuwelijk ding, bovendien kwetsbaar. Het neemt een hoop stof op, dus geen ideale vorm. Wat is dan de ideale vorm?

Wel, zo’n vorm is er een die:

  1. gemakkelijk overal is op te hangen of neer te leggen,
  2. het moet een afgeronde vorm zijn, opdat zo weinig mogelijk stof of vuil eraan blijft kleven,
  3. het moet ofwel zo onopvallend zijn dat je eraan voorbij gaat, dan wel het moet zo sierlijk zijn dat het de aandacht trekt zonder gelijktijdig uitdrukkelijk te zeggen: Hier sta ik te stinken, omdat het anders te erg stinkt.

Het klinkt allemaal vreemd, als je dat zo zegt. Maar kijk nu eens om u heen in de wereld. Hoeveel dingen hebben eigenlijk niet de verkeerde vorm? Stoelen bijvoorbeeld. Een paar centimeter te hoog of te laag. Een zitting, die 5 cm te lang is, maakt het u onmogelijk prettig te zitten. Maar is ze 5 cm te kort, dan beginnen de bilspieren ook te protesteren tegen de houding die men zo gedwongen wordt aan te nemen. Het moet inderdaad precies in de juiste verhoudingen zijn.

In de gehele maatschappij is de vormgeving erg belangrijk. Ze is veel belangrijker dan men denkt. Als je kijkt naar al die moderne flatgebouwen die daar staan als eindeloze steenklompen met puilogen op vele verdiepingen, dan bekruipt je een onbehagen. Loop je een lange tijd alleen maar door omgevingen waarin die steenkolossen staan, dan ga je je een beetje vervreemd, ontheemd voelen. Het is net alsof je nergens meer helemaal bij hoort. Kijk eens naar een ouderwetse straat die licht gebogen is, waarin verschillen in hoogte voorkomt, waarin verschillen van steengebruik, van ornament e.d. aanwezig is. Het wonderlijke is, dat die straat je eigenlijk het gevoel geeft dat je er bij hoort. Hoe rechtlijniger de straat wordt, hoe minder aangenaam. Hoe eentoniger de bebouwing, hoe onaangenamer. Kijk naar de arbeidersstraatjes in de arme buurten met de eindeloos lange reeksen gelijksoortige gebouwtjes, met een straatje in het midden waarin je eigenlijk verwacht overal het vuil opgehoopt te zien. En kijk dan naar de gebogen straten. Dan zeg je: Hier hoor ik bij. Dit geeft een sfeer, een gezelligheid. Het is gebroken. Maak je de gebouwen te hoog en de mens voelt zich bedolven onder de dreigende schaduwen van die hoogte. Laat de hoogte teruglopen, zodat ze een soort piramidevorm krijgt en naar boven toe wordt de ruimte steeds groter. Het verpletterende effect valt weg, maar het idee van kleinheid blijft. In uw gehele milieu speelt die vormgeving, ook de architectonische vormgeving een heel grote rol. Als u mij toestaat om de opmerking te maken. Ik vrees, dat men de laatste tijd in de grootsheid van zijn ideeën heeft vergeten dat je de mens niet tot een insect moet vernederen.

Dan gaan we verder kijken. Soms zijn vormen noodzakelijk ‑ bv. in een voertuig ‑ omdat men met luchtweerstand. rekening moet houden. Maar dan moet de vorm toch weer zodanig zijn dat de mens zich daarmee kan associëren. Waarom? Omdat pas in dit geval de binding tussen het gebruiksvoorwerp en de mens in tact blijft. Waarom denkt u dat er nog zoveel auto’s worden gemaakt allemaal met zo’n mooi motorkapje erop? De traditie. Hier wordt a.h.w. een mannelijk krachtsvertoon weergegeven in de vorm. Toch zou men betere en veiliger voertuigen kunnen bouwen, als men juist die motorkap zou weglaten, de motor achterin zou stellen. Bovendien zou men tot een veel betere stroomlijn kunnen komen (druppelvorm bv.) waardoor het benzineverbruik zou verminderen en de veiligheid tevens zou kunnen worden vergroot. Men doet het niet. Waarom? Omdat de mens blijft vasthouden aan dat idee van ‑ ik zou haast zeggen ‑ het supermannelijke, zoals dit eens zo mooi werd uitgebeeld door Hispano Suiza waar de cabine door een enorme kap werd voorafgegaan. U zult misschien zeggen: Het is niet leuk dat u die vergelijking maakt. Toch is het zo. Vorm is iets wat we associatief beleven. Het wonderlijke hierbij is, dat de vorm voor ons mede wordt bepaald door de verhouding.

Ik weet niet, of u zich wel eens heeft beziggehouden met de verhoudingen van een kruis. Weet u hoe die verhouding is? Twee op drie. Lange balk drie, korte balk twee. De plaatsing daarvan is 1/3 van de top. Dat is het juiste christelijke kruis. Wij zien dat ook bij een pilaar. Als u kijkt naar de z.g. taps toelopende zuilen zoals de Grieken die toepasten, dan zult u tot de conclusie komen dat er een voortdurende omvangsvermindering is. Ook de Egyptenaren hebben in sommige gevallen van deze lijn al gebruik gemaakt.

Waarom trekt dit nu het oog? Omdat a. daarmee een hoogte wordt gesuggereerd, b. omdat hierdoor bovenin een zekere ijlheid wordt gesuggereerd waardoor het verpletterend zware dat bij vele oude gewelven nog bestond wegvalt. Je zoudt het misschien wel kunnen vergelijken met het tongewelf dat bij de Romeinen ook voorkwam. Een tongewelf is eigenlijk de eerste verbetering op de rechte strekking, die men in vele van de oudste kerken, maar ook wel in vele van de oudste handelsgebouwen (Romeinse basiliekbouw) kan terugvinden. In Pompeï bv. kunt u nog voorbeelden vinden van deze bouw en de reconstructies ervan. Een tongewelf is helemaal rond. Hierbij is de drukverdeling een andere, dat weten we allemaal wel. Maar het voornaamste is, dat men daar een gevoel heeft van beslotenheid. Bij het rechte vlak heb je het idee dat je wordt neergedrukt, als de hoogte niet hoog genoeg is. Maar zijn de verhoudingen van het vertrek zodanig dat de hoogte in verhouding tot de overige afmetingen iets te groot is, dan heb je het idee dat je ergens daarin verdrinkt.

Nu blijkt, dat men 5‑maal dezelfde hoogte kan bereiken met een gotische bouw zonder dat dit gevoel optreedt. Dat komt omdat de lijnen boven naar elkaar toelopen en schijnbaar elkaar kruisend kunnen doorlopen. Het is een kwestie van verhouding tussen de ruimte en de wijze waarop ze wordt besloten. Dat geldt ook voor uw eigen huis. Als u een huis heeft, dan is het meubileren ervan een kunst. Niet iedereen verstaat die. Je moet zorgen dat de muurvlakken zodanig gebroken worden dat het vertrek de moest aangename dimensies schijnt aan te nemen. Dat betekent: een lange wand moet worden gebroken. Een korte wand daarentegen moet in zijn betekenis worden onderstreept. En als het even kan, moet daarin een lengtelijn zijn aangebracht. Hierdoor schijnt de kamer breder. U kunt zeggen. Dat is een kwestie van smaak. Neen, niet alleen. Het is een kwestie van welbehagen.

De mens heeft zelf bepaalde verhoudingen. Ik weet niet of u daarover wel eens heeft nagedacht. Als je een mens neerzet, dan kun je dat verbeelden met een vijfpuntige ster. Maar het betekent wel, dat dan alles ongeveer gelijkwaardig is. Als je de armen en benen bekijkt bv., dan zijn ze gelijk­waardig ten aanzien het hoofd in de verhouding van het geheel. Een kun­stenaar kan U precies vertellen welke de verhoudingen zijn. Nu heeft de mens de neiging de verhoudingen, die hij uit zijn omgeving kent, toe te passen op zichzelf en omgekeerd. Daar hij zich uit de aard der zaak al­tijd als maatstaf gebruikt voor al hetgeen hij rond zich ervaart, al hij bijna associatief alles onderwerpen aan een kritiek waarbij zijn eigen afmetingen, zijn eigen beeld in de ruimte worden gebruikt om de betekenis van een ruimtelijke indeling rond hem vast te leggen. Denkt u nu niet dat dit een beetje binnenhuisarchitectuur of zo iets is: het is veel meer. Wij kennen namelijk de methode om door een kunstmatig geschapen omgeving, waarbij vorm maar ook kleur erg belangrijk kan zijn, een meditatieruimte te scheppen waarin men tot de meest krankzinnige belevingen kan komen. Het vreemde is, dat dat niet alleen geldt voor ie­mand die daaraan gewend is, die dus de meditatietechnieken beheerst. Als je iemand neemt, die helemaal niet getraind is en je kunt hem ertoe brengen om ‑ laat ons zeggen – anderhalf uur (90 minuten) in zo’n soort man­dala te blijven zitten, dan zal hij daardoor in een toestand van veranderd besef komen. Of dat aangenaam is of niet, dat ligt aan de persoon zelf. Het is niet beheerst. Er ontstaat dan een absolute verandering. In sommige gevallen is het resultaat even erg als een stevige LSD‑trip.

Denkt u niet dat dit een praatje is. Men heeft dat experimenteel vastgesteld. We moeten dus zeggen dat de omgeving rond ons mede bepalend is voor ons vermogen, maar ook voor ons vermogen van concentratie, ons vermogen om door de uiterlijkheden heen de kern te zien. Dus alles verandert voor ons, wanneer we in de juiste omgeving zitten. Dan wordt ook begrijpelijk waarom men experimenteert met de z.g. kantoorruimten. Waarom men probeert ruimte, licht, temperatuursverhoudingen, kleurverhoudingen af te stemmen op de arbeid die in een bepaalde ruimte moet worden verricht. Het is begrijpelijk geworden waarom men gebruik maakt van kleuren voor bepaalde therapieën. De geest van de mens reageert op het uiterlijk, maar elke weerkaatsing van dit op zich geestelijk of astraal ervaren wordt weer teruggespiegeld naar het lichaam. De juiste vorm is belangrijker dan we denken. Het is niet alleen maar een kwestie van: is het praktisch. Het is wel degelijk een kwes­tie van: beantwoordt het aan ons mens‑zijn. Schep een wereld die nogal chao­tische aspecten heeft. Laat die wereld bovendien een aantal storingen heb­ben of onzuiverheden en plaats daar mensen in. Die mensen worden agressief. In New York heeft men geconstateerd dat de grootste agressiviteit bij de mensen voorkomt in die wijken waar de grootste vervuiling bestaat. Samenhang? Iedereen zegt dat het belachelijk is, maar het schijnt wel degelijk een rol te spelen. Maar laten we het een beetje anders zeggen.

Als wij leven in een wereld waarin geen geestelijke vervuiling aan de gang is, dan zal daardoor de mens harmonischer op zijn omgeving reageren, maar ook innerlijk juister reageren. Wat zou die geestelijke vervuiling nu moeten zijn? Geestelijke vervuiling is al datgene waardoor ons eigen vormbewustzijn en levensbewustzijn op welke wijze dan ook wordt geschaad. Dus alles waardoor de natuurlijke relatie, die tussen ons en het leven bestaat, op enigerlei wijze wordt beschadigd, veranderd of tot andere relaties wordt omgevormd. Maar ben ik nu dan ook niet weer terug bij het maçonnieke begin van daarnet? Het is maar een vraag. Stel het u eens voor. Wij zijn mensen onder elkaar. Wij kunnen elkaar natuurlijk allemaal met een scheel oog bekijken. Het resultaat is, dat iedereen scheel wordt en op den duur niet meer weet waar hij moet blijven. Wij kunnen ook proberen elkaar te aanvaarden zoals we zijn.

  1. beginnen met het milieu.
  2. verwijder daaruit alle elementen die door u als niet‑harmonisch worden ervaren, laat die alleen als een versiersel toe, maar niet als hoofdwaarde.
  3. bouw zo een wereld om u heen waarin begrip en wederkerigheid een grote rol spelen en kom dan vanuit dit begrip terug op uzelf.

Wat krijgen we dan? Dan krijgen wij de mens die in zijn vorm geestelijk beantwoorden kan aan de krachten die geestelijk en anderszins rond hem aanwezig zijn. Wij krijgen de absolute aaneenvoeging van waarden waardoor het eigen vermogen, begripsvermogen en inzicht van de eenling voortdurend wordt verdiept juist door zijn verbondenheid met die ander of met het andere. Wij zitten nu eigenlijk erg dicht bij een inwijdingsleer, een bewustwordingsleer. U zult mij niet horen zeggen dat de ene leer beter is dan de andere. Over het algemeen denk ik, als het om leerstellingen gaat op aarde, dan is het meer leer om leer dan wat anders. Het resultaat is King Lear. Dan ga je onder in de storm. Daar moet u wel even over nadenken.

Wat ik probeer duidelijk te maken is dit: Het gaat niet om de leer of de inwijdingsleer, maar het gaat om de houding, de juiste vormgeving. Die vormgeving blijkt niet alleen beperkt te zijn tot ons geestelijk streven. Ze moet worden weerkaatst in de omgeving waarin wij wonen. Ze moet worden weerkaatst in onze relatie met de medemensen, ook buiten onze geborgenheden. Ze moet worden weerkaatst in alles wat wij zijn, denken en zien. Wij moeten met onze aandacht voortdurend datgene proberen te vatten waardoor wij a.h.w. worden bevestigd in onze saamhorigheid, in onze levensverbondenheid, en dan is al het andere bijkomstig. Nu heb ik, sprekend over de perfecte bouwsteen gezegd. Je moet ook iets opbouwen uit de symboliek van het zijn. Er zijn heel veel dingen in het leven die je kunt aanvoelen, maar die je niet kunt uitleggen. Er zijn waarheden waarvoor eigenlijk geen woorden bestaan zelfs met de grootste beeldende kunst nooit tot uitdrukking kunt brengen, maar die in je leven. Dat zijn de dingen waarvoor wij symbolen vinden. Wij vinden daarvoor omschrijvende of weergevende tekens, handelingen eventueel of wat dan ook in onze stoffelijke wereld. Maar ze betekenen gelijktijdig onze verbondenheid met hogere niveaus die niet meer redelijk uitdrukbaar zijn. Dat is ongetwijfeld noodzakelijk, want als wij willen komen tot dat totaalbegrip waardoor het “ik” in staat is om met de hoogste waarden bewust contact te hebben, dan is het duidelijk dat wij dat niet meer kunnen doen op grond van redelijke argumenten. Dan moeten we eerst die toren van symbolen opbouwen totdat we beschikken over een aantal tekens waarmee het onzegbare toch weer gezegd kan worden. Een soort algebra van de geest. Maar we zijn er nog niet, want we hebben nog iets anders nodig, namelijk de tegenpool. Die tegenpool heb ik levensliefde of mensenliefde genoemd. Het is maar hoe je dit wilt noemen.

Als je begint om in het leven alleen maar die dingen te zien die niet aangenaam zijn, dan kun je ook niet meer reageren op hogere waarden die wel goed zijn. Want dan kun je alleen op het goede in geestelijke zin antwoorden door het stoffelijke te verwerpen. Maar je hebt het stoffelijke nodig, omdat daaruit eerst dit geestelijke benaderbaar is. Dus moet je beginnen met de aanvaarding van wat er is. Liefde voor het leven, zeker. Liefde voor het bestaande maar ook voor de mensen, voor alles wat eigenlijk jou ook omschrijft, wat je vorm, je betekenis uitmaakt. Door die liefde kom je tot een aanvaarding. En juist in die aanvaarding krijgt het emotionele symbool zijn spanning, zijn geladenheid, zijn innerlijke belevingswaarde, zijn “ik”‑erkenning. En als we dan het uiterste hebben bereikt in onze mogelijkheid van symbolische opbouw, dan zijn we automatisch aan het einde gekomen van de, betekenis die de liefde voor het leven en van al datgene wat ermee gepaard gaat, voor ons betekent. De spanning tussen deze beide noemen we dan God. Maar we kunnen het net zo goed het juiste “ik”‑erkennen noemen of de realisatie van God in mijzelf.

Die juiste bouwsteen kan alleen bestaan, indien de wereld het mogelijk maakt dat hij bestaat. Denk niet, dat u temidden van een disharmonische we­reld een innerlijke harmonie en een innerlijke symboliek kunt opbouwen waarmee u het hoogste kunt bereiken, terwijl gelijktijdig de wereld rond u in een steeds grotere chaos ten onder gaat. Dat kan eenvoudig niet. U moet bij de wereld betrokken zijn en er iets goeds uit puren anders kunt u het niet tot stand brengen. Het is niet alleen maar een kwestie van het innerlijk, hoe mooi dat ook klinkt. Het is een kwestie van de eigen betekenis in de kosmos. Het is het vinden van wat u werkelijk bent, maar dan wel met de erkenning van de gestalten, de vormen, de omschrijvingen waarin uw “ik” existeert. Zo ziet u, het is eigenlijk maar één stap van een schaar voor linkshandigen naar de maçonnieke geheimen. Het is maar één stap van industriële vormgeving naar de grote Arcana van het Rozenkruis. Het is maar één stap van de juiste architectuur op aarde naar de theosofische beleving van een harmonische kosmos.

De juiste vorm vinden betekent: jezelf vinden in de weerkaatsing van de wereld en in jezelf de kracht beleven en ervaren van datgene wat je bent en wat er in je bestaat. Het vinden van de juiste vorm is de juiste, harmonische relatie tussen het “ik” en het andere waardoor het geheel van het beleefbare tezamen wordt tot een tempel waarin God Zich inderdaad kan openbaren.

Dit heb ik voorgelegd als inleiding. Ik kan mij voorstellen dat sommigen denken: Wat moeten wij daarmee aan. Als u er zo overdenkt, laat het dan maar. Als u zich afvraagt: Is het wel helemaal zuiver? Dan wordt het wat anders en kunt u na de pauze vragen stellen. Als u zegt: Er ontbreekt iets, dan zult u wel gelijk hebben, want ik ben betrekkelijk summier geweest. U kunt dat dan ook zeggen. Wij kunnen dan samen misschien een volledigheid opbouwen waardoor dit geheel wordt tot een werkelijk perfect bouwstuk.

Slotrede:

Wat wij altijd weer vergeten is, dat de uiterlijkheden mede door het innerlijk worden bepaald. De wereld die ik zie, is de wereld die mijn innerlijk mij doet interpreteren. De wereld zoals ik die emotioneel beleef, is niet alleen een wereld die mij benadert. Neen, het is mijn eigen emotionele instelling waardoor ik zo op de wereld reageer.

Zelfs bij de hoogste geestelijke waarden kun je niets anders zeggen dan. Een geestelijke kracht die zich aan mij op welke wijze: dan ook toont of zich in, door of rond mij manifesteert, kan alleen een kracht zijn die ook in mij aanwezig is. Want als het niet in mij bestaat, is er geen kenbaarheid buiten mij. Dat brengt ons altijd weer terug tot de belangrijkheid van het eigen “ik”. Het is natuurlijk onzin de mensen altijd weer toe te roepen: Ken uzelf. Want als je jezelf kent, dan is het vaak heel moeilijk de waarheid te aanvaarden. Het is wel degelijk zo, dat je de relatie moet leren kennen tussen datgene wat buiten je is (de vorm van het leven, de betekenis van het leven) en de geest (de inhoud) die in je bestaat. De juiste harmonie tussen deze beide is bepalend voor wat je bereikt. Niet alleen voor de mogelijkheden die je op aarde vindt, ofschoon ook daar deze harmonieën zeker een rol spelen, maar vooral ook voor hetgeen je geestelijk bereikt. Want vergeet één ding niet: In de vormenwereld van nu speelt u nu wel een rollenspel, maar de betekenis van die rollen en van die vormen, uw beleving daarvan maken tezamen uit wat u innerlijk bent en betekent, wat u innerlijk kunt bereiken.

Het is gemakkelijk genoeg te zeggen. In mij is de kracht en dus trek ik mij van de wereld niets aan. Maar dat speelt u niet klaar, lieve mensen. U kunt wel zeggen: Ik leef met de wereld en ik neem haar zoals ze is. Ik probeer in de wereld mijn eigen harmonie voortdurend te beleven en uit te breiden, zodat ik al datgene waarmee ik te maken heb toch weer als een harmonie met mijzelf kan beleven. En dan is er in mij een kracht, die ik inderdaad door deze harmonie gemakkelijk kan manifesteren. Dan pas is die kracht zinvol. Een mens, die afgesloten blijft van de wereld rond hen, die geen relatie daarmee heeft, geen harmonische reactie daarop kan hebben, wat is die anders dan een ballon? Dan mag de goddelijke Kracht in je stromen, maar je raakt alleen naar opgeblazen totdat je uit elkaar spat. Maar indien je in staat bent om de kracht die in je komt te delen met al het anderen, dan vergroot je het licht niet alleen voor jezelf, maar voor allen. Datgene wat in ons is moeten we uiten. Wij geven daaraan vormen. De juiste vorm vinden is soms moeilijk. Het is vaak al moeilijk om het juiste woord te vinden. En wat is een woord anders dan de vorm die we geven aan een gedacht die in ons bestaat. Maar het vinden van de juiste vorm dat is in feite het vinden van een uitlaat waardoor datgene wat in ons bestaat en dat ook in al het andere aanwezig is tot uiting kan worden gebracht.

Een harmonie die wij nastreven is niets anders dan een verband zoeken waarin die krachten, die in ons ‑ ondanks alles ‑ voortdurend actief zijn zich kunnen manifesteren. En dan gaat het er niet om welke namen wij eraan geven. Wij kunnen het religieus, mystiek of sociaal bekijken. Wij kunnen het op honderd‑en‑één manieren bekijken, want de uitdrukking die we eraan geven is een kwestie van termen. Maar als de vorm juist is waarin we die termen en die denkbeelden gebruiken, dan zullen wij onze innerlijke kracht overdragen aan de wereld en onze kracht vanuit die wereld weerkaatst vinden in een harmonisch samengaan. Dat is het belangrijke. Het vinden van de juiste vorm is in feite het vinden van de harmonische schakel tussen jezelf en anderen, tussen de wereld buiten je en de wereld binnen je. Indien u daartoe in staat bent, dan bereikt u de bewustwording, dan wordt u langzaam maar zeker meester over het uiterlijk. Want dan kunt u door uw harmonie de vormen steeds sterker aanpassen aan de goddelijke harmonie die in u bestaat en aan de kracht die van u uitgaat naar anderen. Dan kunt u daardoor misschien uzelf niet veranderen, maar u kunt uw relatie met de wereld zo wijzigen dat ze totaal anders wordt beleefd: dat haar zin, haar betekenis verandert en de vorm waarin ze zich aan u manifesteert een ander is geworden. Dat is het belangrijke punt, het vinden van de juiste vorm het vinden van het juiste contact. Het contact tussen uzelf en de werelden om u heen. Het contact tussen het “ik” en de krachten die buiten het “ik” bestaan.

Wie daarmee werkt, zal de bewustwording bereiken die hij nastreeft. Wie vanuit deze harmonische beginselen werkt, zal in zijn wereld steeds meer vormen kunnen creëren waaruit de menselijke harmonie steeds sterker tot stand komt én waarin de tegenstellingen tussen de mensen steeds meer een onderlinge aanvulling worden in plaats van een onderlinge strijd. Laat ons hopen, dat het eens zover zal komen.