Het werken met innerlijke kracht

Dinsdag, 24 mei 1977

Nou dan kunt u wel meteen aan het werk. Kijk eens, het werken met innerlijke kracht is een heel mooi woord. Wat die kracht precies is, is moeilijker. Want die kracht is bijna niet te definiëren, tenzij je uitgaat van de totale opbouw van de mens en daarbij betrekt ook het geestelijk deel van zijn bestaan, de banden, die geestelijk kunnen bestaan en daarnaast nog eens een keer het totaal bewustzijn, dat van de mensheid dus uitstraalt en bovendien nog eens een keer rekening houdt met het feit, dat er bepaalde vormen van energie zijn, die ook in de atmosfeer aanwezig zijn en op het menselijk lichaam ook wel inwerken.

Als je dat allemaal bij elkaar neemt, dan kom je op een punt waarop je zegt, dat je al je mogelijkheden door je wil kunt activeren. Nu is willen iets, wat je meeste mensen krampachtig doen. Wil je werken met innerlijke kracht, dan moet je eerst het voornemen opbouwen zo goed mogelijk. Daarna moet je je zoveel mogelijk ontspannen. Dus eenvoudig de zaak laten gebeuren, dan ook niet beredeneren, wat je op dat ogenblik wel of niet zoudt moeten doen. In enkele gevallen kan het helpen er een bepaald ritueel op na te houden, zodat je dan een gewoontepatroon hebt geschapen, dat in het “ik” geassocieerd is met die kracht en daardoor de zaak makkelijker wekt. Er zijn duizend methoden te vinden, waarop je die kracht zoudt kunnen wekken. Een ding is zeker: ze bestaat.

Wat zijn de meest kentekenende verschijnselen van die kracht? In de eerste plaats: wanneer iemand een persoonlijkheid heeft, die projecteert – die een zeker overwicht uitstraalt of een zekere liefde of zelfs een zekere kilte, dat kan ook voorkomen – dan kun je zeggen, dat dit een vorm is van geestelijke kracht. Hier wordt namelijk vanuit de persoon, zonder dat daar stoffelijk enig kenmerk aanwezig is, waardoor je beïnvloed kunt worden, een bepaalde gevoelswaarde, een emotionele beïnvloeding geprojecteerd en daarop reageer je. ’t Is zo: een goed predikant bijvoorbeeld, maar ook een goed docent, heeft iets van deze uitstraling. Die uitstraling, hoe sterker hij dus naar voren komt, hoe sterker ze ook invloed heeft op de mensen. Communicatie van denkbeelden kan sterk worden beïnvloed door deze projectie, doordat ze een emotionele achtergrond schept, waardoor een betere absorptie – ook van feitenmateriaal – mogelijk wordt.

Dan hebben we een tweede punt, dat de meesten ook wel kennen, dat noemen ze dan – naar gelang de methode waarmee wordt gewerkt – gebedsgenezing, magnetisme, geestelijke genezing, paranormale….. enfin u kent het allemaal. U kunt eventueel in een woordenboek nagaan, hoeveel begrippen ze daar aan gewijd hebben.

Er bestaat een engels woordenboek waarin alleen voor dit begrip van krachtoverdracht liefst 37 verschillende benamingen voorkomen, terwijl de verschillen, die in dit zogenaamd occult woordenboek worden gegeven, dermate gering zijn, dat je kunt zeggen, dat het allemaal identiek is behalve dat de methode verschilt. De rest is hetzelfde.

Dat is nou precies hetzelfde als wanneer je zegt dat een bloemkool een bloemkool is, maar dat het geen bloemkool is, wanneer hij In het volk zit. Het wordt een luxe gerecht wanneer hij in de Financial Times zit, en dat soort dingen. Dat is natuurlijk onzin. In de eerste plaats: wat is de basis van de kracht? Elk mens heeft in zich een bepaald aantal levensstromingen, u kunt ook zenuwstromingen zeggen, hetgeen niet helemaal juist is. Deze levensstromingen kunnen geprojecteerd worden, wanneer ze een voldoende evenwicht bezitten – dat is erg belangrijk – en daarnaast een voldoende intensiteit.

Iemand, die ziek is en geestelijk volledig gezond, kan daardoor bijvoorbeeld zijn eigen lichaam weer tot harmonie brengen. Zo iemand zal in veel gevallen ook – ondanks zijn eigen onevenwichtigheid – een ander kunnen helpen. Toch is in het laatste geval de energie, waarover hij beschikt, beperkt en zal hij heel wat suggestie nodig hebben om dat tekort op te heffen. De kracht wordt gericht. In de praktijk kun je zeggen, dat ze wordt gericht vanuit de aura, de eigen uitstraling van de mens. Er zijn een aantal centra, men noemt ze chakra; elk chakrum heeft de mogelijkheid die energie uit te stralen, zij het dat niet alle even complexe uitstralingen kunnen geven. Maar een mens wil voor zichzelf ook graag feeling hebben, die doet het dus meestal met zijn handen, of in andere gevallen, door zegenend de hand op te leggen. De handoplegging als krachtoverdracht is eveneens een gebaar. De werkelijke overdracht heeft er dus weinig mee te maken, dat geschiedt toch wel. Op deze manier maakt u zichzelf en de ander duidelijk, dat u kracht overdraagt. Het gebaar als zodanig heeft dus voornamelijk een suggestieve betekenis. Daarnaast helpt het je vaak om je te concentreren. Wanneer u een bepaalde kwaal wilt behandelen, is het heel goed mogelijk, dat u gevoelig genoeg bent om te weten, dat u hier een koude gevoel heeft en daar een warmte gevoel. Dan is het heel eenvoudig, nietwaar, dan straal je hier warmte in en daar haal je warmte weg, dan krijg je een kringloop, die van rechts naar links gaat over die twee punten. In de praktijk komt het er op neer, dat je een deel van het sympathisch zenuwstelsel neemt, dat je daarnaast de levensstroom activeert en soms ook nog bepaalde organen kunt stimuleren. Hoe werk je met de kracht dus? Door in jezelf zekerheid op te wekken, dat je die kracht bezit en haar kunt overdragen en vervolgens in ontspannen wijze je patiënt zo te benaderen, dat die overdracht op een voor jou – en als het even kan ook voor de patiënt – kenbare wijze plaats vindt. Is dat kenbare er niet bij, dan kan ze ook plaatsvinden, maar dan hebben we dus wel minder suggestie en dat betekent, dat de werkingen door de patiënt minder snel worden opgepakt, dat hij dus minder snel weet wat hij er mee moet doen.

Dan kennen we ook de zogenaamde wilsoverdracht bij hypnose. Een hypnose is natuurlijk in feite suggestie. Deze suggestie gaat uit van de verzwakking van de eigen reactie van een patiënt. De patiënt denkt, maar voelt en leeft ook voor een groot gedeelte, door zijn hersens. Wanneer je die patiënt zover kunt brengen, dat hij jouw bevelen beschouwt als de enige juiste reactie, dan zal hij dus reageren volgens de suggestiebeelden en niet meer – dat is heel erg belangrijk – volgens de beelden, die het lichaam brengt. Daardoor kun je compenserend optreden. Je kunt ook bijvoorbeeld voorstellingen veranderen. Een gebruikelijke methode is dus die van het vermoeien, dat kan zowel oraal als optisch gebeuren. Ik wil hier geen demonstratie geven, anders zit u zo dadelijk allemaal te snurken, dat gevaar bestaat toch wel, vrees ik. Dan heb je dus het optisch systeem. Laat iemand maar naar de slinger van een kick kijken, laat iets voor zijn ogen heen en weer slingeren, gebruik een draaiend lampje, waarin verschillende kleuren glas in lood zitten zodat er een voortdurende kleurwisseling komt. Dat biologeert. Je kunt een ritme gebruiken. Je kunt iemand als het ware een verminderd bewustzijn aanpraten. Het is dus een cadans. Hoe moet ik dat nu doen, zonder dat ik dus ieder in slaap praat. Een klein voorbeeld kan geen kwaad misschien. Wanneer ik nu gewoon zit te praten tegen u, dan loopt dat allemaal wel een beetje, dat werkt ook wel suggestief, want om u te bereiken heb ik ook een mate van suggestie nodig. Maar ik kan dit nu gaan doen op e e n  w i j z e  w a a r o p  h e t  t r a g e r  e n  t r a g e r  w o r d t  e n  d a n  m o e t u  g o e d  b e g r i j p e n  d a t  d e  g e l u i d s s t e r k t e  a f  g a a t  n e m e n  e n  d a t  w e  a l l e m a a l  h e e l r u s t i g  z i j n …..he, he.

Ik moet oppassen anders vliegen er nog een paar in ook. Dit is dus wat je bedoelt met een cadans, dit is een aflopende cadans. Je hebt ook gewoon geluiden gebruiken. Neem bijvoorbeeld het ruisen van een waterval. Wanneer je dat iemand met een behoorlijke geluidssterkte laat horen, dan werkt dat ook verdovend. Kun je nu je stem daar zo tussen voegen, dat die woorden eigenlijk niet bewust verstaan worden, dan kun je een sujet allerhande gekke dingen laten doen, zolang ze maar stroken met zijn eigen ervaren tot op zekere hoogte. Je kunt dus niet tegen iemand zeggen, wanneer hij zelf overtuigd is van zijn zwaarlijvigheid, dat hij een vogel is en vliegt, dat kost teveel moeite. Je kunt wel zeggen, dat hij een olifant is. Dan begint hij op een gegeven ogenblik al te kijken of hij al een ring aan zijn been heeft, misschien zit hij ook te kijken waar zijn slurf gebleven is.

Een beetje spotten. Dat is dus wel iets wat je hiermee kunt doen. In feite projecteer je je eigen denkbeelden en wel op een zodanige manier, dat het eigen denken, het eigen reageren wordt afgeremd. Het gaat een sujet teveel moeite kosten en daardoor gaat hij heel graag jouw suggesties aannemen in de plaats van zijn eigen werkelijkheidsbesef. Hij blijft dus wel beseffen wat hij doet, meestal, maar het interesseert hem niet op dat ogenblik. Hij vindt het veel te leuk cm te doen. Het is makkelijk. U ziet, dat de gemakzucht ook iets is, waar je een beroep op kunt doen en bij de hypnose doe je dat in feite.

Nu kun je ook zeggen, dat je iets anders wilt, dat je iets groters wilt. Een aantal mensen, die tesamen denken – dat kan bidden zijn, dat kan een liedje reciteren zijn of een spreuk uitspreken – die zullen daardoor niet alleen kun gedachten gelijkschakelen, dan zullen die mensen samen gaan werken. Dat betekent, dat die aura’s allen tezamen energie hebben en dat ze die met dezelfde intentie en frequentie – want er zit een bepaald trillingselement in- uitstralen. Wat gebeurt er nu wanneer iemand daar inkomt. Heeft hij een eigen uitstraling, die helemaal strijdig is daaraan, dan wordt hij onrustig, ongedurig, dan weet hij geen raad. Treft het iemand, die het op een enkel punt toch wel aanspreekt, dan zal hij daardoor overweldigd worden. Bijvoorbeeld, je wilt liefde en vrede uitstralen. Nu is er iemand, die een hekel heeft aan ruzie, aan vrede gelooft hij niet en aan liefde ook niet. Hij heeft een hekel aan ruzie. Vrede is voor hem dus het niet-bestaan van twist. Dan is dat punt voldoende om die mens te vangen. Hij gaat reageren. Maar begint hij met een deeltje te reageren, dan wordt de rest van zijn instelling minder kritisch. Dat wil zeggen, dat hij dus steeds meer emotionele golven ondergaat, denkbeelden in zich ziet rijzen, die in overeenstemming zijn met hetgeen in die groep wordt uitgestraald. Dat kun je als eenling ook wel doen, maar dan is het effect meestal niet zo groot. Doen mensen dat gelijktijdig, dan kunnen ze alleen diegenen bereiken, die dus een mate van afstemming hebben. Het is een heel grote energie, je kunt er vaak heel wonderlijke resultaten mee bereiken.

Wat hebben we dan verder nog voor mogelijkheden van geestelijke kracht.

*  Massa hysterie, is dat ook zoiets?

Ja, massa hysterie, dat is een werkelijkheidsvervreemding, die ontstaat, doordat men althans op een punt gelijk gericht is – en daar is dan meestal een brandpunt voor nodig. Op het ogenblik, dat die eensgezindheid zo van een punt uit ontstaat, valt elk kritisch vermogen buiten dat ene punt weg. Dat ene punt in zichzelf heeft bij massa hysterie meestal wat men noemt een bias, een bevooroordeeldheid, dus een eenzijdigheid. Het resultaat is, dat de massa komt tot reacties, die elke mens voor zichzelf nooit werkelijk waar zou willen maken, maar die hij door de gemeenschap, waarin hij vertoeft, als het ware vanzelfsprekend gaat vinden.

Dat is massa hysterie. Is het tot zover duidelijk?

*  Mag ik nog even iets vragen? Ik vroeg zonet naar het ritme van dat dansen, waar u het over had. Die negerdansen zwepen zich ook op tot een kracht, die vrij komt. Zoudt u daar nog iets over kunnen zeggen? En dat analoog met de huidige dansen van West Europa.

Ik geloof, dat die analogie heel moeilijk te vinden is, omdat de oorspronkelijke negerdans mede voortkomt uit een geloof. Het is dus de uitdrukking van een relatie met de kosmos, de wereld, de aarde, de planten, de dieren en ook met elkaar. Ik geloof niet, dat je dat in de moderne muziek terug kunt vinden. Daarom zal de moderne dans veelal een emotionele verwarring veroorzaken, welke soms verdoving nabij komt en resulteren in een gevoel van onvrede. Terwijl dus de negerdans – hoe vaak ze dus ook ritmische patronen vertoont, die met moderne dansen te vergelijken zijn – is juist een vervulling.

Dat betekent, dat de climax in het ene geval – moderne dans – is het verbreken van een illusietoestand, met een honger naar de illusie als resultaat, terwijl het bij de neger juist is een overgaan uit de illusie van de belangrijke beweging naar meer kosmische verbondenheid, waarbij in vele gevallen een of meer mensen in een trance komen en daarbij zaken uitspreken, die niet tot hun normale bewustzijn behoren. Let wel, ik zeg niet, dat het altijd geesten van voorouders of goden, het kan heel goed zijn, dat het een bewustzijn is, dat alleen bij wijzeren bestaat of een erkenning van feiten, die bijvoorbeeld op een afstand plaatsvinden. Er zit dus vaak een element van schouwen bij. Hoe het ook zij, in die negerdans is het opzwepende ritme op zichzelve middel en geen doel. De mens verliest zich hierdoor in een totale roes van lichamelijkheid, waarbij op den duur het juiste bewegen voor die mens een vervreemding wordt. Elke spier gaat juist, er is niets meer, wat je tegen kan houden. Op dat ogenblik kun je verder en verder gaan. Je komt dus aan een grens, waar het lichaam zelf zegt, dat het de zenuwkracht niet meer op kan brengen. Op dat ogenblik krijgen we het preken, waarbij dus een trance mogelijk wordt. Overigens, in Zuid-Amerika bestaan nog heel wat sekten – en nu bedoel nog niet eens de mensen, die zich met voodoo bezig houden en die dit systeem gebruiken (ook spirististen trouwens)- die op deze manier werken.

Wanneer je een vergelijk trekt, dan zou ik zeggen: de oerdans werkt bewust toe naar een apotheose; de moderne dans laat je daarentegen juist vrij in een onbestemd heelal, in een niets eigenlijk. Het geluid stopt en daar sta je. Dan heb je alleen maar te hopen, dat het weer gauw opnieuw begint, want anders blijft er een leegte over, die je niet zo makkelijk verwerkt. Ik hoop niet, dat iemand daar bezwaar tegen heeft. Ik heb helemaal geen bezwaar tegen dansen. Ik heb alleen bezwaar tegen dansen, dat een levensvervulling dreigt te worden, waarin men het dansen niet meer ziet als het middel, hetzij tot het scheppen van een sociaal contact, hetzij voor andere doeleinden, maar men werkelijk in zichzelf een vervulling dreigt te worden. Op dat ogenblik is het gevaarlijk. Heb ik u voldaan hiermede?

*  Heeft innerlijke kracht iets met leeftijd te maken?

Neen, wonderlijk genoeg niet. Er zijn kinderen van een jaar of zeven, acht, die een uitstralingen hebben met iemand, ja zoek nou maar eens iemand, Ko van Dijk. Ik weet niet of u Ko kent, oud genoeg om koperen Ko te heten, hij maakt ook soms lawaai genoeg, in ieder geval, dit is dus een man, die enorm projecteert. Datzelfde kan een klein kind soms doen. Alleen, vergeet een ding niet. Wanneer de acteur het doet, dan ondergaat men dat, men is dus bereid het te aanvaarden, bij het kind wekt het juist vaak weerstanden, omdat je je eigen zekerheid, je eigen grootheid als volwassene voelt aangetast. Dat betekent, dat reacties wel eens verschillend kunnen zijn, maar dat neemt niet weg, dat de projectie even sterk is.

*  Mensen met een sterke uitstraling ondervinden heel vaak weerstanden bij anderen, terwijl dat helemaal de bedoeling niet is.

Nou komen we wel even in de problemen. Ik hoop, dat u het niet erg vindt, dat we even een paar omwegen maken. Beschouw het maar niet als een intercity, maar als een stoptreintje. Wanneer je dus een bepaalde uitstraling hebt, dan kun je altijd nog – ongeacht het feit, dat je zelf een sterke uitstraling hebt – reageren op de uitstraling van de ander, dwz. dat je in jezelf de persoon aanvaardt en in die aanvaarding probeert een harmonische reactie te geven. Op het ogenblik, dat je uitgaat vooral van jezelf – er zijn heel wat mensen, die dat onbewust toch doen – dan stoot je die ander af. Juist omdat die ander niet de mogelijkheid heeft zichzelf tegenover jou uit te drukken; hij kan zichzelf niet meer waarmaken, hij voelt zich in het nauw gedreven. Allicht dat hij dan onvriendelijk is. Als je je dat lichamelijk voorstelt, dan moet je je dat voorstellen als volgt: een enorme vent, die komt daar met de beste bedoelingen. Nou komt daar zo’n klein ventje en die loopt zo bijna tegen hem aan. Die ander drukt hem bijna tegen te muur en die zegt:'”t Is mooi weer vandaag, hé?” wat denk je dan? “Is die vent gek, wat wil hij van me? Wordt dat een beroving?” Juist. Dat is iets wat heel veel mensen eigenlijk hebben. Er zijn ook mensen, die denken, dat ze de waarheid kennen. Dan hebben ze dus ook een behoorlijk sterke uitstraling. Dan hanteren ze hun verbale waarheid als een soort knuppel, waarmee ze de ander de hemel in willen slaan. Dan vinden ze het heel erg vreemd, dat die mensen zich zo moeilijk laten bekeren.

Je moet die overtuiging hebben voor jezelf, maar het gaat om de ander, het gaat niet om jou. Hoe sterker die uitstraling is, hoe sterker dat op de voorgrond gaat treden in je contacten met de wereld. Jij moet reageren op die ander, niet die ander op jou. Alleen op het ogenblik, dat je dus automatisch brandpunt bent. Het kan zijn als je acteur bent, wanneer je een toespraak houdt, voor mijn part een toast op een bruiloftspartij, op dat ogenblik dan kun je projecteren en dan mag het ook. Dan is iedereen klaar om te ontvangen, wat je projecteert. Dan wordt het niet weerkaatst, dan ontstaat er geen chaos, geen angst ook voor de pressie, die je eigenlijk uitoefent. Ik zou zeggen, dat dit een fout is van heel veel mensen, die geestelijke krachten kennen en er eventueel mee werken. Ze hebben de neiging deze de ander als het ware boven het hoofd te houden. Zoiets van: “Hier is de geestelijke kracht, bekeer u of wordt gauw beter.” Of: “Nu moet je maar eens even glimlachen, want anders….” Ja. Het is mij in mijn jeugd gebeurd (ik hoop niet, dat u mij kwalijk neemt, dat ik het even illustreer), dat ik dus mee werd genomen naar een feestje. Er waren heel veel volwassenen en ik vond het allesbehalve leuk. U kent het wel, vadermoordende heren, opgetutte dubbelgeregen dames, altijd zo in die gevallen, dat je denkt: “Nou barst er wat of houdt het nog.” Die waren er eigenlijk aan het converseren. Ik stond er met een gezicht bij van zeven dagen onweer. Daar komt m’n vader bij me en die kneep me zo venijnig in het oorlelletje en zei met een liefkozend gezicht, dat ik niet zo gek moest kijken, en eens een beetje moest lachen. Nou ik begon onmiddellijk te grienen, ja dat had hij er van. Je kunt tegen een mens wel zeggen, dat hij vreugde in het leven moet hebben. Als die mensen je dan een beetje gek aankijken: “ja, nou vreugde in het leven!” en dan geef je er een stoot energie bovenop, dan kan die ander z’n plezier wel op. Je moet die zaak eenvoudig bereiken. Als u het niet erg vindt, dan gaan we heel langzaam naar de hoofdstroom terug.

We zitten nog steeds met die geestelijke kracht. We hebben gezegd, dat je ze kunt gebruiken. Je kunt je dan ook nog afvragen waar ze vandaan komt. Dan is er een dooddoener, die doet het altijd: Onze kracht komt van God. Dat is zoiets als wanneer je zegt, dat alle bananen van Fyffes zijn, nee Chiquita heet dat tegenwoordig. Dat is natuurlijk kolder. De natuur komt uit God voort, in die zin heb je gelijk, maar er zijn zoveel verschillende krachten. Neem nu eens bijvoorbeeld luchtelektriciteit. Wanneer de lading van de atmosfeer toeneemt, hetzij op aarde ten aanzien van lucht of omgekeerd, en je bevindt je in dat spanningsveld, dan gaat je zenuwstelsel daar op reageren. Wanneer er een wijziging optreedt, wijzigt zich de verhouding in je zenuwstelsel. Dat beïnvloedt je reactie en je stemming. Dat zal bekend zijn met een onweer of zo. Alleen heeft men bewezen, dat is ondermeer in Italië geweest, dat je hetzelfde effect ook kunt krijgen wanneer je dus twee elektrisch geladen platen opzet, een soort supercondensator, waarbij de mens dan door die elektricum mag lopen. Hier blijkt de mens emotioneel en anderszins grote afwijkingen te ondergaan op het ogenblik, dat die spanning bestaat. Maar nu het vreemde. Het bleek, dat deze spanning bij mensen, die al een lichamelijke zwakte hadden, vaak voerde tot een verbetering. Ze waren ineens hoofdpijn kwijt, dat reumatiekje was niet zo erg meer, dat soort dingen. Er waren ook mensen, die er heel opgewekt in gingen en eruit kwamen met een gezicht van: Lach dan Faljazzo.

Daaruit blijkt dus al, dat luchtelektriciteit wat doet. Waarom? Wel, omdat ons eigen lichaam, wanneer we op aarde zijn, niet alleen sterk reageert op elektrische ladingen, maar ook omdat er bepaalde geleidingskanalen zijn in het lichaam – ondermeer de zenuwstrengen – waarbij een elektrische lading een reactieverandering tot stand brengt. Het kraagje van een neuron zal onder een bepaalde spanning vijf tot tien keer zo snel reageren als anders. Dat kunnen zenuwspanningen zijn, maar het kan ook luchtelektriciteit zijn. We kunnen ook nog gaan praten over aardstralen. Dat wordt dan erg somber, want dan moeten we gaan vertellen wat aardstralen zijn. Aardstralen zijn in feite niets anders dans kleine afwijkingen in de dichtheid van het aardmagnetisch veld. Zeer kleine. Door de wisseling tussen het normaal magnetisch veld en de op dat punt bestaande situatie ontstaan er bij de mens uitwasemingen van kracht of absorpties van kracht, het kan beide het geval zijn. Dat kan ook een rol spelen.

Dan hebben we datgene, wat de astrologen als wetenschap beschouwen en de wetenschapsmensen vaak als onzin, namelijk, dat de invloed van de stand van de planeten op aarde aanwezig is. Je kunt zeggen, dat het een verschuiving van evenwicht is, ook al door die verschuiving van banen, waarbij dus zeer kleine zwaartekrachtverschillen ontstaan. Zwaartekracht is het eigenlijk niet. Het is namelijk gelijktijdig een verandering van tijdsverhouding omdat massabeweging daardoor wordt beïnvloed. Dat werkt ook weer in. Een verandering in de normale reactie. Dan krijg je ook stemmingen. Dat beïnvloedt de energie. Als je weet, dat het gebeurt, dan kun je er gebruik van maken. Dat is met al die dingen.

Dan kunnen we nog gaan kijken naar de kosmos zelf. De kosmos heeft ook haar eigen energieverhoudingen. Zij heeft haar absorpties. De zwarte gaten bijvoorbeeld. Dat is een kwestie van een totale massaverdichting, waardoor een totale lichtafbuiging kan ontstaan zonder ontsnappingsmogelijkheid.

Daarnaast heb je bepaalde radiovelden. Die produceren nog wel meer dan alleen maar radiogolven. U hoort ze op de radio, dat is waar. Ze hebben echter een veel breder spectrum van trillingen, dat ze uitstralen. Wanneer die trillingen intens genoeg zijn, dan is het mogelijk, dat die de aarde bereiken. Dan reageert u daar lichamelijk op, meestal ook nog op astraal terrein – het is fijn-stoffelijk -; heel vaak is die astrale invloed zelfs sterker. Een astraal lichaam zou je kunnen vergelijken met heel fijn verdeelde stof, dus geen atoom eigenlijk, maar meer losse onderdelen. Wat is nu het geval. Een stofje in een zonnestraal reageert op lichtdruk. De druk van het licht is voldoende om een stofje te laten bewegen. U staat in het licht en vindt dat lekker, want u heeft de infrarood factor er hoofdzakelijk van te pakken. Als de röntgenfactor te hard wordt, dan heeft u het ook wel te pakken, maar dat is niet leuk meer.

Daardoor ontstaan allerhande variaties, die kunt u astraal aanvoelen. Dat aanvoelen wordt omgezet in het bewustzijn in voorgevoel. Dat voorgevoel betekent weer afstemming zowel op een bepaalde emotionele toestand, als wel een vertekening van de redelijke processen. Dat betekent dus weer, zuiver lichamelijk en mentaal, een oriëntatie in een bepaalde richting, waardoor sommige verschijnselen meer dan normaal opvallen, maar ook die verschijnselen – en dat is dus het belangrijke – een veel grotere rol gaan spelen in je eigen reacties, dan eigenlijk gerechtvaardigd is.

Het is er allemaal. We hebben natuurlijk ook nog geestelijke werelden. Wij hebben ook een wereld. Niet dat u het een wereld noemt, hoor, er zijn hier weinig problemen en als er geen problemen zijn, dan is er geen wereld meer, denken de mensen. Het einde der tijden is nabij. Dat vind ik een heerlijke leus. Weet u waarom? Omdat u allemaal nu al geen tijd meer hebt! Denk er maar eens even over na. De tijd is iets wat eenvoudig ondergaan moet worden, zonder dat het gemeten wordt. Zodra je de tijd moet, onderga je ze niet meer, dan is de tijd eigenlijk al voorbij. Als u op een horloge kijkt, dan zegt u in feite, dat er zoveel tijd voorbij gegaan is, maar u zegt niet, dat uw toestand nu deze of gene is. Dat komt dan te laat, omdat u eerst naar die tijd kijkt. Dan kijkt u weer en u zegt: “is het nu al zo laat.” Dan is weer alles te niet gedaan. Maar dit even terzijde. Ik ben voor u op een zijspoor gegaan, waarom dan niet voor mezelf? Ik wil er alleen op wijzen, dat wij een andere wereld hebben dan de uwe. Een deel van onze wereld spreekt echter aan op uw wereld. Dat is bijvoorbeeld een deel van uw gedachte-uitstraling. U weet waarschijnlijk, dat er in uw hersenen een soort bio-elektrische functie plaatsvindt, welke samenhangt met de doorlaatbaarheid, vergrote eiwitcellen en de rest. Die rest kunt u in het handboek opzoeken, dus dat hoef ik niet te vertellen. Wat u nu met een encefalograaf kunt meten, (een apparaat, waarmee je dus stroompjes van de hersenen op bepaalde plaatsen boven vermoedelijke activiteitscentra kunt meten; je kunt die stroompjes inductief afluisteren. Als er gedacht wordt, komt een stroompje vrij, dat loopt naar een versterker, die versterker geeft weer een grotere stroom, de grotere stroom hanteert een magneet, de magneet trekt een armpje, aan het armpje zit een soort schrijfstift, daaronder loopt een stuk papier, zo kun je precies zien welke processen zich op een bepaald moment hebben afgespeeld. Ook of in de onderlinge verhouding van die punten afwijkingen voorkomen, of in het normaal ritme – want het gemiddelde is altijd normaal, daarom is bijna niemand normaal, dus misschien op een bepaald punt zodanige afwijkingen worden geconstateerd, dat men moet zeggen, dat dit mentale reacties zijn, die a-normaal zijn en dus een grote voorzichtigheid waarborgen, dan wel wijzen op pressie in de hersenen, etc.) We gaan weer verder met het verhaal. De dingen, die u dus kunt meten, die zijn voor ons een betrekkelijk sterke inductiestroom. Dat wil niet zeggen, dat wij uw hersenprocessen precies kunnen aflezen, dat vraagt weer allerlei concentratie, bepaalde methoden, maar het betekent wel, dat uw uitstraling in onze wereld een reactie te weeg brengt. Nu kan het zo zijn, dat die reactie zo is, dat we ons daardoor gegrepen voelen. We zijn er mee verwant. Dan zal vanuit de geest ook gereageerd worden en dan ontstaat kracht. Er is een potentiaal verschil tussen onze wereld en de uwe. U moet me niet kwalijk nemen, dat ik de onze eerst noem. Die heeft namelijk het hoogst energetisch vermogen, omdat de energie daarin veel minder gebonden voorkomt, dan in uw eigen wereld. Dan wordt die kracht afgegeven, maar waar komt deze terecht? Die komt terecht bij het mentale gedeelte van uw wezen en zal daardoor eerst omgevormd moeten worden tot een kracht of een signaal, die in uw eigen lichaam werkt en dan kan het ook eventueel levenskracht worden en als zodanig worden uitgestraald, worden geprojecteerd en wat dies meer zij.

Er zijn natuurlijk een hele hoop sferen. Vanuit ons standpunt is eigenlijk de energiemogelijkheid in elke sfeer wel het zelfde, maar u moet maar zo denken, dat niet alle sferen even ver van uw wereld, van uw mentaal niveau verwijderd zijn. Het gaat net als met een kogeltje. Een kogeltje van een gram valt, maar wanneer u dat laat vallen van een grote hoogte, heeft het meer doorslagkracht – het heeft namelijk meer energetisch vermogen verzameld – dan zo’n dingetje, dat je van een meter hoog laat vallen. Op dezelfde manier gaat het dus met een hogere sfeer, men beschikt over een energie, wanneer deze u bereikt heeft ze een groter doordringingsvermogen. Daardoor kan ze een grotere verandering in u tot stand brengen. Dat is er ook nog.

*  Kan men zich afschermen tegen de gedachtekracht van anderen?

Van mensen, ja. Van entiteiten van een behoorlijke grote energie, moeilijker.

*  Hoe moeten we dat doen?

De gedachten van mensen afschermen, dat betekent eenvoudig een suggestief proces. U kunt daarbij cirkeltjes trekken bijvoorbeeld. U kunt gebruik maken van talisman, zegel, waarin u ook maar gelooft. De hoofdzaak is, dat u in uzelf de overtuiging hebt, dat u niet bereikt kunt worden. Op dat ogenblik reageert u dus afwijkend én afwijzend op elke energie, die u bereikt, ook die gedachtekracht. Niet iemand, die zich wanhopig verzet tegen gehypnotiseerd worden, komt nooit onder hypnose. Het is juist diegene, die zegt: “je kunt me wat. Ga je gang maar, ik doe wel mee.” Die is niet te hypnotiseren. Waarom? Die zit zich te veel te amuseren, om die suggestie in te laten werken. Die heeft niet het gevoel van onaantastbaarheid als een krampachtigheid, want dat is een erkenning van de energie van een ander. Die heeft het rustige gevoel van: Kijk nou maar eens of je me aan kunt. Daardoor heeft hij het veerkrachtige vermogen om suggestie en andere energie af te wijzen. Dat geldt dus tegenover mensen. Tegenover entiteiten ligt het een beetje anders. Daar geldt dus eigenlijk, dat je – en daar kun je meestal nog het best symbolen voor gebruiken – dat je in jezelf een zodanig geloofseenheid tot stand moet brengen, dat je geestelijke voertuigen worden geïnstrueerd om bepaalde krachten af te wijzen. Hierdoor ontstaat een afscherming, die zowel geestelijk als stoffelijk is en door iemand, die alleen geestelijk of alleen stoffelijk is moeilijk te overwinnen. Dat was weer uw zijpad. We zijn bijna op het einde, want ik moet aan het medium denken.

Dan zou ik er op willen wijzen, dat er ook nog andere dingen zijn. Je denkt. Denken is een proces. Een bepaald denkbeeld zou kunnen worden uitgedrukt als een figuurtje in die curve van die encefalograaf. Stel nu, dat een ander precies zo denkt. Wat krijg je dan? Een versterking. Wanneer het denkbeeld van die ander nu verder gaat, dan uw eigen denkbeeld, is de kans groot, dat uw eigen denkbeeld deels wordt aangevuld met de denkbeelden van een ander. Ik hoop, dat u dat kunt aanvaarden, anders wordt het te veel uitleggen. Nu moet u zich voorstellen: alle mensen denken. Alle gedachten hebben in meerdere of mindere mate een astraal bestaan.

Daarnaast hebben ze nog een bestaan van energie op mentaal gebied. Een gedachte, die intens is gedacht, bestaat veel langer dan een vluchtige gedachte. Een gedachte, die vaak herhaald intens wordt gedacht, kan een bestaan hebben van vele jaren. Iemand, die nu een gelijksoortige energie heeft, krijgt als het ware contact met dit gedachtebeeld in het totaal bewustzijn en leest zo uit het verzameld bewustzijn van de mensen, dat nog actief is op dat ogenblik, al datgene af wat samenhangt met zijn eigen denkbeeld of zijn eigen probleem. Dit proces gaat voor de mens gemeenlijk via het onderbewustzijn. Dat betekent een hergroepering van eigen reacties en denkbeelden in het onderbewustzijn in overeenstemming met het in algemeen bewustzijn, gewoon bewustzijn, bestaande denkbeeld, waardoor de beredenering, het redelijk proces, verandert en we dus komen tot een in feite emotioneel gekozen nieuwe verklaring of aanvulling, die – wonderlijk genoeg – vaak de juiste blijkt te zijn.

Ook hier dus geestelijke kracht eigenlijk. Een wisselwerking. Uw gedachte is een signaal. Als dat signaal of de juiste manier plaatsvindt, dan krijgt u een reactie uit het totaal bewustzijn van de mensheid, waarbij denkbeelden aanwezig zijn, die misschien al duizenden jaren in stand worden gehouden, dat ze steeds opnieuw gedacht worden en waarbij andere zijn, die door een uitvinder misschien pas kort geleden zijn gedacht en die u nu plotseling op een idee brengen, waar u anders nooit op was gekomen. Die mogelijkheid bestaat dus ook.

Dan heb ik hierbij maar een heel oppervlakkig en globaal beeld gegeven, wat geestelijke kracht kan doen. Je kunt die kracht nog naar andere werelden projecteren, omdat je zelf geestelijke voertuigen hebt is het namelijk mogelijk een deel van je eigen levenskracht over te brengen naar zo’n voertuig. Dat is eigenlijk een bewustzijnsniveau, een energieniveau. Dan kun je vanuit dat energieniveau weer anderen bereiken in vergelijkbare situatie en toestand. U kunt dus die kracht nog in geestelijke werelden hanteren en gebruiken. Er zijn ontelbare mogelijkheden. De basis is voor de mens altijd weer: de levensenergie. Wanneer je je eigen levensenergie in een juist ritme en een juist evenwicht pulseert, dan kun je daaruit zoveel kracht ontlenen, dat je ook in staat bent klimaatinvloeden en dergelijke gewoon af te wijzen. Je kunt je lichaam beheersen, omdat je voor het lichaam als het ware een eigen milieu kunt scheppen. Dan kun je rustig naakt over de noordpool wandelen, dan gebeurt er niets, want jij hebt het lekker warm. Nou ja, er gebeurt niets, als ze er achter komen, dan denken ze dat je gek bent. Het kan. Op dezelfde manier kun je rustig door een gloeiende oven heen lopen, zonder dat je veel last hebt, zelfs zonder dat je overmatig transpireert. Die mogelijkheden zijn er allemaal. Wanneer kun je zo gebruiken. Dat is dan het laatste wat ik ga zeggen. Het is niet voor enige discussie of aanvulling vatbaar. Ik mag namelijk maar tot een bepaalde hoogte gaan.

In de eerste plaats: besef, dat je kracht hebt. Je kunt niet leven zonder kracht. Realiseer je, dat die kracht een verbinding vormt met de kracht van de kosmos, hoe je je die ook voorstelt.

Beroep jezelf op die kosmos, of je die God noemt, heelal of natuur. Probeer je voor te stellen, dat je absorbeert. Het denkbeeld is belangrijk. Het denkbeeld namelijk verandert uw eigen relatie ten aanzien van de energieën buiten u. Wanneer u dit hebt gedaan, ontspan u, maak het je makkelijk. Ik wil niet direct zeggen, dat u een borrel moet drinken. Ik heb trouwens laatst iemand gesproken, die zei dat Hollanders overgingen op hoppiger pils. Ik vroeg of ze nu al zo ver gezonken waren. Het schijnt, dat de STER zijn invloed ook bij ons doet gelden. Ontspan u dus en in de wetenschap, dat u die kracht bezit, het moet gewoon automatisch zijn, ga niet eerst berekenen wat je moet doen, je kijkt wat er moet gebeuren, stuur die kracht daar naar toe. Als je het niet kunt zonder het je voor te stellen, denk je, dat er een zoeklicht uit je voorhoofd gaat, realiseer je dat er spanning tussen je handen bestaat, dat kun je zelf vaak voelen. Als je denkt, dat het van God moet komen, omdat dat voor u het enige aanvaardbare is, dan bidt je en geef je Gods’ kracht, het is allemaal in feite hetzelfde.

In de tweede plaats: Wie krachten wil gebruiken voor zichzelf, kan ze alleen gebruiken in overeenstemming met de harmonie, dus het evenwicht, dat hij bezit. Wanneer u lichamelijk onevenwichtig bent, probeer mentaal een evenwicht te krijgen, door aanvaarding van de toestand en de erkenning van de mogelijkheid, dat u toch een mate van meesterschap over uzelf blijft bezitten. Dat is alles. Richt dan die kracht op uw eigen evenwicht. De kans is groot, dat u het herstelt, omdat u uit bent gegaan van een psychisch beeld van uw evenwicht. Wanneer u die kracht wilt gebruiken cm uw eigen bewustzijnsmogelijkheden te vergroten, realiseer u, dat de instelling erg belangrijk is. Wanneer u ingesteld bent op een juist gebruik en een omzetting in kennis van die kracht, dan komt er een ogenblik, dat u eenvoudig kunt zeggen: “Nu stop ik.” Wanneer er een probleem komt, dan zal het geheel van mijn bewustzijn, inclusief onderbewustzijn, geestelijk bewustzijn en mijn gevoeligheid voor alle invloeden van buitenaf, zodanig groot zijn, dat ik spontaan of inspiratief, de juiste gegevens vind, zij het dat ik ze zal uitdrukken in de termen, waarover ik kan beschikken.

Ten laatste: alle kracht is als een atmosfeer, waarin u zich normaal beweegt. Opnemen van energie, het verwerken ervan is voor u bijna zo normaal als ademhalen. Wanneer je echter ademoefeningen doet, kun je het zuurstofgehalte van je bloed verhogen. Wanneer je de geestelijke oefeningen doet, dat zijn over het algemeen mentale oefeningen, soms aangevuld met ademoefeningen of lichaamsoefeningen, wanneer u daar het gevoel voor hebt, dan zult u hierdoor in staat zijn, tijdelijk uw energetisch vermogen op geestelijk en zelfs biologisch terrein zodanig op te voeren, dat u kunt komen tot prestaties, die ver uit gaan boven hetgeen wat voor u normalerwijze te verwachten zou zijn.

Dat zijn een paar eenvoudige tips. Wilt u verder doorgaan op deze materie, dan moet u eerst proberen om die kracht te voelen. Wanneer u zover bent, dat u die kracht in u werkelijk aanwezig voelt, dat u wezenlijk ontspannen met de wetenschap, dat u kracht heeft, u kunt richten tot een bepaalde taak, dan zult u ontdekken, dat de weg zich als vanzelf wijst. Gebruik die kracht altijd zo veel mogelijk voor anderen. Voor jezelf is het alleen toegelaten in noodgevallen. Wanneer je te veel voor jezelf eist, dan ontstaat een te sterk egocentrisch gericht zijn. Dit betekent veelal een verlies van energie pp den duur en geen winst. Dan hoop ik alleen maar, dat diegenen, die daar interesse voor hebben, hier een aanwijzing hebben gevonden en het gaan proberen. Je moet niet zeggen:”Nu heb ik de boodschap ontvangen, nu is het woord gesproken, nu ga ik beginnen.” Dat is heel erg mooi en ook suggestief, maar dan loopt u zichzelf over de kop. U probeert dingen waar u niet rijp voor bent en u gebruikt krachten, die u eigenlijk nog niet weg kunt geven. Dus doet het maar kalm en rustig aan. Probeer het gewoon. Zo hier eens een keer, daar eens een keer. Kijk eens hoe je er zelf op reageert. Wanneer u dat namelijk doet, dan zult u daarvan heel wat meer nut hebben, dan anders van een avond als deze verwacht kan worden.