Het wezen der waarheid

21 november 1954

Wij zullen heden trachten in te gaan op enkele citaten uit het boek, dat heet: De waarheid oftewel het wezen der waarheid.

Het boek is zelf van oud-medische oorsprong en wordt naar men verteld terug geleid tot de uittocht van Atlantis. Ik kan echter niet met zekerheid bevestigen, dat het werk zelf zo oud is, waar het gekopieerd is op houtplaten en daardoor toch wel aan te nemen is, dat het toch wel uit een latere periode stamt. In hoeverre hier sprake is van een overnemen van oude werken, die sedertdien teloor zijn gegaan, wil ik dan verder buiten beschouwing laten. Het werk is een studie over het wezen der dingen. Reeds in het tweede hoofdstuk d.w.z. op het vierde blad, dat houten plankje, daar vinden wij dan een eigenaardig citaat, dat de beschouwing m.i. voor ons allen zeer zeker waard is. Ik vertaal hier volledig, inplaats van alleen maar de steekwoorden te gebruiken, die geschreven staan, zodat u er rekening mee moet houden, dat u een aanvulling van het gesprokene mijnerzijds krijgt.

“De waarheid is de onbepaalbare kracht, die in de dingen leeft. Zonder die leven zou geen waarheid mogelijk zijn. Maar indien de waarheid zich uit, wordt zij tot leugen. Want ziet, de waarheid is als de adem, de waarheid is als de zee en de wezens, die daar in leven, onbemerkt, verborgen en diep. En wij weten niet, welk verschijnsel aan de oppervlakte komt. Zo men een vis uit het water neemt, verliest zij haar glans. Zo men uit de zee der waarheid en werkelijkheid een waarheid naar boven haalt, verliest zij haar leven, want de waarheid kan slechts leven in het leven zelf, maar niet buiten of door dit leven geuit worden”.

Deze beschouwing is belangrijk, omdat zij niet even zo vele woorden stelt, dat het onmogelijk is om de waarheid te spreken. Onverschillig wat je bent, of je bent een grote lichtende geest, of een eenvoudig mens, die pas heeft leren denken, je kunt nooit een waarheid zeggen. Je kunt wel een waarheid beleven. Alle dingen in zichzelf zijn waar en reëel, maar de wijze waarop deze waarheid naar buiten komt maakt, althans volgens de schrijver, deze uiting op zich zelf tot een leugen. In hoeverre moeten wij dit toepassen op ons eigen denken, ons eigen bestaan? Wij geloven in een groot aantal dingen, wij weten een groot aantal dingen, maar het eigenaardige is dat, hoe wij ze ook zouden willen uitdrukken en hoe wij ze ook zouden willen verwerkelijken, altijd de uiting onvolledig is. Een onvolledige waarheid is vaak een volledige leugen. Zo wordt ons hier dus rustig verteld, dat ons leven naar buiten toe nooit en te nimmer als een waarheid mag worden gezien. Het is misschien erg bitter en het zal zwaar bestreden worden door diegenen, die in dogmatisch denken gevangen zitten en zich kerken en godsdiensten geschapen hebben, diegenen die trachten te leren en lessen te geven, zoals wij en diegenen, die esoterische leringen verbreiden. Maar deze spreuk staat er. Hoe goed je het probeert om te zeggen en wat je ook zegt, het blijft een leugen, Niet omdat wij proberen te liegen, maar om de doodeenvoudige reden, dat het onmogelijk is de waarheid, zoals je die kent en begrijpt en realiseert te berde te brengen. Al wat wij dus zien en waarnemen is dus onvolledig. Het onvolledige noemt de schrijver: de leugen. Zestien pagina’s verder, zestien plankjes verder beschrijft hij dit beter, zeggende:

“Ziet ik leg, wat in mij leeft en het gieten in letters doe ik de waarheid te kort en toch wil ik trachten de waarheid te benaderen. opdat mijn leugen waarheid zij voor diegenen, die de leugen van hun eigen leven nog niet hebben leren bezien”.

Hij gaat dan verder en dit is ook weer buitengewoon belangrijk en interessant:

“De droom, die in de mens gedroomd wordt, is waar, tot hij tracht ze uit te drukken in zijn gedachten. Het gevoel, dat omhoog stijgt in de mens is waar, totdat hij er uiting aan geeft. Waar zijn alle dingen, waar is de bloem totdat zij beschouwd wordt,- waar zijn de vogel en de vlinder tot zij worden waargenomen of spelen met anderen? Het is onmogelijk om het ene en ondeelbare in delen te zien, Het ene nu is de waarheid. Wanneer dus een deel van die waarheid zich als een aparte eenheid en entiteit voordoet, dan wordt dit de grote leugen van het Al.”

Ik geloof niet, dat daar verder commentaar op nodig is. Wij gaan dan weer een paar bladzijden verder en komen nu terecht bij het wezen der waarheid zelf.

“De waarheid is het ongevormde zijn. Waarheid, die vorm aanneemt, beperkt zichzelf. De waarheid in zichzelf moet volledig, volmaakt en oneindig zijn. Het volledige, het volmaakte en oneindige is niet uit te drukken in welke vorm of welke mogelijkheid dan ook. Het gehele bestaan, dat gekend wordt door hen, die dwalen in de diepe afgrond van Vulcanus (hier wordt een andere vulkaangod aangehaald overigens), zij die dwalen in de hoge sferen van licht, die men noemt de hemelen, zij, die een ogenblik aarzelen op de grens van de grote levende vergetelheid, zij kennen niet het wezen der waarheid, zolang zij trachten buiten zich deze waarheid te ervaren. Wanneer men nu weet, dat men een leugen is, terwijl het wezen der waarheid wel in het “ik” verborgen ligt, maar door het “ik” niet geuit kan worden, zo zal men niet beoordelen degene, die een leugen spreekt. Wij zullen slechts zeggen: deze leugen is goed en gene leugen is slecht. Wanneer de koningscobra zich verheft en dreigt, dan zeggen wij: dit is schrikbarend. Men zou ook kunnen zeggen; deze leugen is slecht, want ze is een dreiging en wordt als dreiging ervaren. Toch is zij in zich zelf waarheid en volmaaktheid. Op het moment, dat de waarheid in mij de waarheid van de werkelijkheid nadert, zijn wij wezens-één, de cobra en ik. Hij zal mij hoeden en schaduwen, hij zal mij brengen vreugde en kracht, zover hij kan, omdat wij één zijn. Dit is een deel van de waarheid, dat het wezen der waarheid benadert. Er is echter geen woord te vinden, geen klank en geen gebaar; er bestaat geen kleur, geen stof en geen vorm, die waar is. Omdat elk deel van de waarheid, gesteld tegenover de waarheid tot leugen wordt. Wij echter zoeken het wezenlijke en in het wezenlijke betreden wij werelden van geesten en invloeden, die deel der waarheid zijn en of wij hen noemen de groten, de machtigen, de goden, of wij hen noemen de gedrochten en monsters der afgrond, het is een leugen, die onze mond spreekt. Het is een leugen, die onze gedachte naar voren brengt. Het is een leugen, die wij waarnemen. Wanneer echter in ons zelf, onuitgesproken, de waarheid is, dan zal niets deze waarheid kunnen beroeren of verstoren. Vervallen en veranderen kan de vorm, voor anderen, maar de waarheid blijft zichzelf gelijk en is oneindig. Zij is de totale uiting van het bestaan, de totale wezenheid van het bestaande”.

Dit citaat, u ziet, het is geen zwaar werk in de werkelijke zin van het woord, het is niet versleuteld of versluierd, het komt er eerlijk voor uit, is de moeite van het denken waard.

Schijnbaar is dus niet ons uiterlijke bestaan of gedrag de vorm of de wereld waarin wij leven bepalend voor ons zijn en de wijze waarop wij deel hebben aan het zijn. Hier wordt n.l. opgemerkt, dat, wanneer wij de waarheid in ons dragen en niet trachten ze te uiten, want dan wordt zij tot een leugen, dan zullen wij door deze waarheid een verwantschap treffen met andere wezens. Deze waarheid, de waarheid van de grote éénheid, leidt ons dan van zelf tot een contact, dat niet kan worden uitgedrukt in enigerlei stoffelijke of geestelijke term. De uiterlijke verschijning zal dan misschien nog een leugen zijn, maar zij zal niet meer zijn de flagrante leugen, die ontkent de werkelijke bestaanswaarden, maar alleen de gebrekkige omschrijving van iets, dat sterker, krachtiger en hoger is. Het voorbeeld, dat gegeven wordt met de cobra, is waarschijnlijk gebaseerd op vele verhalen over heiligen en over groten, later zelfs over incarnaties van Boeddha’s Boddivata’s, incarnaties van Hindoegoden, heilige mensen, die allen de cobra als hun vriend beschouwen, terwijl hij tevens de meest gevreesde doodbrenger is in de streken van India. Daaruit mogen wij wel de conclusie trekken, dat hier de schrijver een tegenstelling heeft willen brengen op de eerste plaats. En ten tweede een bestaande plaatselijke legende heeft willen ontsluieren. Maar hij spreekt de waarheid en de werkelijkheid, want wij kennen voor de termen, die hij waarheid noemt iets anders, dat wij zouden kunnen noemen, liefde voor al het geschapene.

Wanneer wij n.l. het geschapene als deel van ons wezen aanvaarden en dit is een waarheid, die in ons schuilt, dan zouden die wezens langzaam maar zeker tegenover ons veranderen, tot zij met ons inderdaad als eenheid handelen. Als extensies van dezelfde persoonlijkheid, inplaats dat zij vijanden zijn of vrienden. Er zit dus hier inderdaad veel in, dat later in andere vorm naar voren werd gebracht. En nu wil ik nog een citaat doen, dat nog een klein eindje verder ligt. Het ligt praktisch aan het einde van het boekwerk, dat in het geheel bestaat uit veertienhonderd, neen, ruim zeventienhonderd houten tafeltjes in een grootte van ongeveer 80 bij 120. Ja, dat is niet gemakkelijk te lezen. U denkt dat daar. U heeft gelijk. Het is misschien goed, dat het niet zo gemakkelijk te lezen is, omdat veel van de dingen, die ik nu oversla zuiver magisch gebaseerd zijn en misschien machten zouden kunnen wekken weer, ook in het heden, die niet zeer wenselijk zijn, waar zij de bewuste leugen zijn, want:

“Het wezen der waarheid is éénheid. Waar de éénheid tot gedeeldheid wordt gemaakt, ontstaat de onwaarheid. Waar bewust de verdeeldheid wordt bevorderd, leeft de leugen. Wie nu één, die niet bewust is van de volle waarheid, wil onderbrengen of verdoemen, dat hij hem of haar leidde tot de grote verdeeldheid. Wanneer men iemand wil ketenen en boeien, dat men de waarheid teniet doen door de veelheid der leugen. Want dit is de wet, die uit de werkelijkheid voortvloeit. En niet waar is, zoals ik ze kan schrijven, nog zoals ik ze kan spreken. Maar waar is ze, zoals ze in ons allen leeft, wanneer wij gaan zoeken en zeggen, ziet, de waarheid zal de mijne zijn, weten wij, dat het alleen waar is, wanneer wij vliegen met de vogels en zwemmen met de vis, wanneer wij groeien met het kruid en de bomen, wanneer wij leven en lachen met de mensen. Niet in eenzaamheid kan ik een zijn, want ook de eenzaamheid en de afzondering is een leugen, omdat zij de éénheid van al het geschapene en de gelijkwaardigheid daarvan ontkent. Gelijkwaardig echter zijn alle dingen. Gelijkwaardig de slang en de worm en de mens. Gelijkwaardig het insect, dat koraalrots werpt tussen de bladeren en het grootste wezen, dat op aarde geschapen werd, want één is alles, ondeelbaar is alles. Elk bewustzijn, dat een deling aanvaardt, liegt. En toch dromen wij slechts en denken wij slechts in leugen. Leugen, de magische wereld der begoocheling, houdt ons allen gevangen en wij kunnen niet ontkomen. Laten wij dan trachten onze leugen niet een veelheid van kleine leugens te maken, maar een grote. Hoe meer wij in ons bewustzijn de éénheid der dingen benaderen, hoe groter onze leugen wordt. Hoe groter de leugen, hoe dichter zij de waarheid benadert. Het vreemde is, dat waarheid en onwaarheid elkaar verwant zijn, dat de waarheid uit de onwaarheid voortkomt, zoals de waarheid de onwaarheid baart. Wanneer wij trachten te denken in de onstoffelijke, onpersoonlijke en onvormelijke termen, die ons dichtbij de waarheid stellen, zullen wij ons verwarren. Zo laat ons beeldend scheppen, naar beelden, die als éénheid gezien het grootste en hoogste vertegenwoordigen. Laten wij dergelijke krachten uitzenden om onze werken te doen en laten wij niet vergeten, dat zij deel zijn van een éénheid. Laat onze leugen zo groot zijn, dat zij het Al en de Kosmos omvat, went dan zal op het moment, dat wij in deze leugen zelf één en ondeelbaar met al hetgeen wat er in bevat werd, de waarheid gebonden zijn. Zo is dit het wezen der waarheid; zij baart leugen, doch uit de leugen zal de waarheid opnieuw geboren worden. Geheel verknoopt en geheel verstrengelt vormen zij tezamen de werkelijkheid en de bewustwording”.

Met dit laatste citaat zouden wij gevoegelijk kunnen besluiten, wanneer ik niet nog een paar woorden daaraan toe zou willen voegen. Ik weet niet, of het nodig is. Onthoudt u één ding goed: de bewuste leugen is een dubbele leugen en daarover wordt niet gesproken. Maar wat deze schrijver dus als kern van zijn waarheid zegt, is dit: Neem al het kenbare aan als éénheid, tracht er mee te leven als met een éénheid en op het moment, dat je jezelf een onscheidbaar deel van deze éénheid gevoelt, blijkt dat een nieuwe waarde ontstaat, die de waan verdrijft en de werkelijkheid op de voorgrond brengt. Zolang je aan jezelf denkt als een persoonlijkheid, als een gescheiden deel van een geheel, leef je noodzakelijkerwijze in een wereld van waan. En dan kunnen wij daarop antwoorden: Hoe kunnen wij anders bestaan, want zouden wij deze scheiding van het andere verliezen, wij zouden niet zijn.

Althans niet, zoals wij ons zijn en bestaan voorstellen. Laat dus deze leugen rustig verder bestaan, maar laten wij trachten om de éénheid, die ons toch verbindt als werkelijkheid en waarheid met alle dingen te doorvoelen en niet te formuleren. Laten wij niet in woorden bouwen, noch in gedachten, naar in daden en gevoelens. Dan komen wij dichter bij de waarheid dan ons op andere wijze mogelijk is. Ik meen hiermede,  u voldoende stof tot een ogenblik van overpeinzing te hebben gegeven.

o-o-o-o-o-o

De verknoping van twee werelden

Ik zou u willen spreken over de verknoping van twee werelden door het toenemen van de atoomchemie en de atoomenergie op aarde.

Nu, kijk dan eens: onze wereld zoals sommigen uwer zeker kunnen weten, of de meesten van u mag ik wel aannemen, is een wereld, die bestaat uit trillingen. Deze trillingen zijn op een zodanige wijze samen gesteld, dat de kleinste delen der materie voor ons de eigenlijke wereld, de eigenlijke stof uit maken. Wanneer men nu op aarde experimenteert met kernreacties, dan betekent dit, dat trillingen en versnellingen der kleinste delen worden opgewekt, die overeenkomen met verschijnselen in onze wereld. Gelukkig niet met gewelddadige verschijnselen; voor ons kan weldoend zijn, wat voor de aarde vernietigend is. Maar in ieder geval is daardoor een band geschapen, die bepaalde eigenaardige consequenties met zich mee brengt. Hoe hoger n.l. de versnelling en het eigen trillingsgetal van de kleinste delen hoe meer, wij uit de aard der zaak komen in een hogere sfeer.

Dit komt nu betrekkelijk weinig voor en kan alleen bereikt worden bij sommige explosies die qua radioactiviteit heel weinig over laten. Dus dat zijn die waterstofbommetjes, waarbij de waterstof, ja, laten wij maar zeggen, zonder bijmengsel werd gebruikt. Echter worden er ontzettend veel derivaten en afval producten bij deze verwerking van radioactieve stoffen geproduceerd, die door hun eigen straling een tijd lang een intensiteit verwerven, die doordringt in of wel parallel loopt met onze laagste werelden. Het vreemde is nu, dat wanneer men er toe overgaat om deze stoffen op een bepaalde plaats een langere tijd ergens te storten en te verzamelen, hierdoor een betrekkelijk blijvend veld van radioactiviteit wordt geschapen, dat tevens een voedingsveld wordt voor de laagste van onze sferen. En dat is wel belangrijk, want per slot van rekening, een man, die uit de laagste sferen komt en daarin een laag trillingsgetal heeft, behoort toch wel onder, wat de eenvoudige en primitieve volkeren noemen, de demonen. De wijze, waarop men op het ogenblik werkt met de atoomchemie, brengt met zich mede, dat de aantrekkingskracht voor demonen groter en groter wordt. Vandaar dat wij verwachten dat de pressie, die wordt uitgeoefend op de mensheid om grote vernietigende krachten, die echter radioactiviteit produceren en niet plotselinge explosie en vernietiging en ontbinding wel op de voorgrond zullen komen. Nu ontdekken wij hierbij weer een eigenaardig probleem n.l. de weerstand in de mens zelf. Er zijn zeer veel wetenschapsmensen en geleerden, die juist voor dergelijke experimenten niets voelen.

Theoretisch is het op het ogenblik, geloof ik, wel mogelijk voor hen om door bijmenging van bepaalde stoffen, o.a. kobalt en nog zo’n paar een bom te ontwerpen, die bv. het vaste land van Europa bij éénmalige explosie in drie a vier weken door sterke radioactiviteit absoluut ontvolkt van alle leven. En een dergelijk iets zou voor sommige lagere sferen zeer attractief zijn. Maar de vernietiging van leven en het zonder enig beginsel vernietigen van alle menselijke waarden heeft gelukkig hier een rem geschapen.

Zover wij weten zijn er althans twee of drie processen, die wel door geleerden zijn ontdekt, maar die werden vernietigd, onmiddellijk na de ontdekking om te voorkomen, dat er gebruik van zou worden gemaakt. Daar staat tegenover, dat andere wijzen van verwerking der radioactiviteit en hier bedoel ik vooral het voortdurend circuleren van actieve materialen in besloten keten, ook velden van hogere spanning, kan wekken daarin. Het eigenaardige verschijnsel, dat zich dus voor zal doen, wanneer de aarde meer en meer van de atoomkracht gebruik gaat maken is dit: daar waar de atoomkracht in de eerste plaats vernietigend wordt gebruikt, vinden wij een soort middensfeer, die zeer zeker niet demonisch van instelling is. Dit is een tijdelijke verbinding, een tijdelijke stasis, tussen uw wereld en een deel van de geestelijke werelden daarnaast, krijgen wij waar hogere versnellingen worden bereikt een onmiddellijk contact met hogere werelden en het lijkt mij helemaal niet uitgesloten, dat daardoor uiteindelijk manifestaties in uw wereld van hogere invloeden zeer vergemakkelijken en daardoor ook leiding, geestelijke leiding, zij het dan langs de weg van de magische techniek, weer zal kunnen worden gegeven aan bepaalde delen van de wereld. Waar echter vernietiging en laag frequente radioactiviteit de wereld zou kunnen gaan beheersen op sommige delen, krijgen we te maken met demonen. Het eigenaardige is, dat de mens zich nog niet realiseert, hoe dat in zijn werk gaat en bv. het juiste treffen van dodelijke asregens op die punten, waar mensen ermede geschaad kunnen worden, beschouwt als een samenloop van omstandigheden. Dat is helemaal niet waar. Hier wordt vaak definitief en bewust een vernietigende leiding gegeven aan invloeden, die in de atmosfeer zich bevinden, omdat men een veld heeft gevonden, waarop men zich uit kan werken, waarop men zich kan uiten en waardoor men deze wereld kan benaderen. Verder hebben wij het eigenaardige vastgesteld, dat op het moment, dat radioactiviteit wordt geschapen in voldoende mate, een veel sterkere beïnvloeding door het menselijk gedachteleven op onze sfeer mogelijk is. Een veel acuter en accurater uitwisseling van gedachten vindt plaats. Het vertragingselement, dat vaak in het aflezen van een gedachtebeeld der massa plaatsvindt valt voor een groot gedeelte weg; kortom, er wordt een veel inniger contact gelegd tussen de wereld van de geest en de wereld van de stof. Ben ik tot dusver duidelijk genoeg geweest?. Nu vind ik dit op zich zelf natuurlijk erg interessant, maar waar ik toch eigenlijk de aandacht op zou willen vestigen, zijn de consequenties, die dit in de toekomst zou kunnen hebben. Wanneer wij dit absoluut blijven verwerkelijken op aarde, dan zou de onsterfelijkheid van de mens op aarde, die aardgebonden is een praktisch feit worden, waarbij het verval van het lichaam een secondaire waarde wordt en de persoonlijkheid zelf zich voortdurend kan blijven uiten. Dat zou kunnen leiden tot heel veel wonderlijke en lastige gebeurtenissen. Op grond daarvan meen ik wel u er op attent te moeten maken, dat elk gebied, waar radioactieve straling voorkomt, laag frequent, absoluut moet worden gemeden. Ook wanneer u zich onder omstandigheden wel voldoende kunt beschermen. Wij menen dat, wanneer men verder gaat met het nemen van proeven, waarbij vliegtuigen en luchtvaartuigen zich in de buitenste grenzen van sommige explosieve wolken gaan wagen, experimenten, die men op het ogenblik op touw aan het zetten is, wij met het eigenaardige verschijnsel te doen zullen krijgen, dat door waanzin bevangen, zoals men dat zegt, of door ongelukkige samenloop van omstandigheden, zo als men het dan misschien zal noemen, bombardementen zullen worden uitgevoerd door deze vliegtuigen of neer zullen storten, niet in de zee, waar ruimte genoeg is, maar precies op de schepen waar onderzoekers e.d. aanwezig zijn. De vernietigingsdrang zal sterker geuit worden naarmate de lagere sfeer meer op aarde wordt los gelaten. Nu bevinden op deze aarde zich op het ogenblik, aangetrokken door het gemiddelde denken der mensen, al een heel groot aantal minder goede entiteiten. Natuurlijk wordt er van de kant van het witte, van het lichte, ook wel degelijk gewerkt om invloed te krijgen, maar per slot van rekening bestaan wij uit onze eigen sfeer, terwijl deze entiteiten, die het slecht met u menen, hun voedsel vinden in uw eigen gedachten en gevoelsleven. De bekrompenheid en beperktheid, die op is getreden op allerhande gebied; moreel, religieus, politiek gebied, economisch gebied, noemt u ze maar op, die vormen over het algemeen frustraties in de mens en deze frustraties hebben tot gevolg, dat zijn denkleven ongezond wordt en daardoor waarden schept, die voedzaam zijn voor deze geesten. Ja, dat is dan wel heel erg onaangenaam,want je zit er dan toch naar mee opgeschept. Nu hopen wij, of het zal gebeuren in de nabije toekomst, betwijfel ik; ik denk, dat dat nog wel een jaar of drie de tijd zal hebben, dat op een gegeven moment explosies plaats zullen vinden op aarde, hetzij experimenteel, hetzij als deel van een krijgsvoering van zo hoge intensiteit, dat een tijdelijke verbinding met onze eigen wereld tot stand wordt gebracht en wij de waarden van onze sfeer op aarde kunnen verplaatsen. Overigens mag ik erbij voegen dit verslag, u neemt het nu wel op, is ten hoogste bestemd voor de aanwezigen hier en niet voor verdere discussies. Dus niet voor verbreiding. Ik hoop, dat u mij dit niet kwalijk neemt. Het is niet mijn bedoeling u in uw handelingsvrijheid zakelijk of anderszins te beperken. Maar wij kennen elkaar zo langzamerhand een beetje en het is hier een studiekring, dus kunnen wij hier nog wel eens iets zeggen, dat voor de buitenwereld niet geheel geschikt is in deze vorm.

  • Het is anders een probleem van heel groot belang. Een waarschuwing.

Weet u, de waarschuwing, die gaat over het algemeen aan de mensen voorbij. Al degenen, die zich deze waarschuwing aantrekken, zijn degenen, die er toch geen invloed op hebben.

Maar degenen, die met deze experimenten bezig zijn en er zeggingschap over hebben, zullen zich zeker van onze boodschap niets aantrekken, begrijpt u? Over het algemeen is het dan beter om dergelijke mededelingen, die zouden kunnen worden uitgebuit door sommige groeperingen om hun eigen mening door te zetten, die verder onrust zouden kunnen zaaien in grotere kring, die niet verder te verbreiden dan hoogst noodzakelijk is. Dat wij dit hier met u bespreken is een zeker blijk van vertrouwen uiteindelijk. Daarom hoop ik, dat u mij niet euvel duidt, dat ik dit althans voorlopig gaarne vertrouwelijk zie behandeld.

  • Mag er nog iets gevraagd worden? (Jazeker). Speciaal u heeft hier over die derivaten gesproken. Dat zijn dus stoffen, die worden geplaatst in de buurt van fabrieken, die de atoomsplitsing bevorderen, nietwaar?

Dat is niet helemaal juist. Zij worden ofwel diep in de aarde begraven en dan daar waar in de buurt geen mensen wonen; dus vaak op een behoorlijke afstand van de fabriek zelf. Maar wel met een voortdurend contact, doordat radioactieve stoffen met voertuigen regelmatig de weg tussen de fabriek en de stortplaats afleggen, ofwel ze worden in zee gegooid, we moeten dat natuurlijk even nauwkeurig vastleggen hier. Zo nu kunt u verder vragen.

  • Dan zou ik graag weten, die plaatsen waar gestort wordt, zijn dat de plaatsen waar speciaal die lagere invloeden optreden?

Ja inderdaad, dat heb ik ook betoogd.

  • En nemen die dat dan mee over de hele wereld, of is het plaatselijk? Gelokaliseerd?

 Nu, zij kunnen die radioactiviteit natuurlijk niet mee nemen, maar om een vergelijking te maken, voor hen betekent een dergelijk veld van uitstraling, wat: voor een auto een tankstation betekent. Nietwaar. U kunt daardoor uw voertuig gemakkelijk en snel voortbewegen, terwijl u anders u moeizaam moet voortbewegen. U kunt dus uw actieradius aanmerkelijk vergroten, mits u maar zorgt, dat u regelmatig terug kunt keren op één van die punten, opdat u daar opnieuw kracht op kunt doen. Hoe meer van die stortplaatsen er dus komen, hoe gemakkelijker en vrijer de beweging van de lagere entiteiten over deze wereld.

  • Is zo een gevolg waar u over spreekt de zogenaamde krankzinnigheid die optreedt?

Nu, neen. Dat is geen krankzinnigheid hoor. Juist krankzinnigheid treedt door radioactiviteit niet op. Er kan wel krankzinnigheid als resultaat van een shock optreden, maar krankzinnigheid door de radioactiviteit zelf veroorzaakt, zien wij niet. Wel zien wij uiteindelijk een totaal verval van het lichamelijke, waarbij natuurlijk de hersenen ook wel mede aangetast worden. Maar van een onmiddellijke krankzinnigheid door radioactiviteit alleen is geen sprake. Dus dat kunnen wij buiten beschouwing laten.

  • Hoe moeten wij staan tegenover de nieuwe ontwikkelingen, waarbij men de atoomenergie meer en meer gaat gebruiken voor vreedzame doel einden?

U heeft mij horen zeggen, dat elke reactie binnen een besloten veld voortdurend herhaald, een veld van hoger intensiteit en stralingskracht op ; wekt, dat voor de hogere sferen vatbaar is; ik breng het u maar in herinnering, dus geldt het hier zeer zeker niet. Waar hier een zo hoge intensiteit wordt gegeven, dat die lage intensiteit is voor een lage geest benzine, maar deze hoge intensiteit en hogere spanning wordt voor zo’n geest uiteindelijk een soort van vulkanische uitbarsting. Dat kan dus alleen iemand, die in zo’n sfeer en atmosfeer gewend is te leven, verdragen, maar niet een lagere intelligentie, die wordt hierdoor weg gejaagd. Dat is juist het eigenaardige. Alles duidelijk nu, dan gaan we verder. Op grond van het voorgaande moeten wij natuurlijk onze eigen houding tegenover deze atoomreacties en kernsplijting bepalen. Nu geloof ik, dat de mens verstandig doet, het volgende in aanmerking te nemen:

Men kan u door atoom- en kernreacties geen kwaad doen. Het ergste wat u kan gebeuren is een totale lichamelijke vernietiging, terwijl, wanneer u zich houdt aan de beschermingsvoorschriften en dat is voor de meesten van u gemakkelijker dan u denkt, omdat het gebruik van spiegels bv. als dekking in de richting van de explosie, het gebruik verder van wit materiaal, vooral om het lichaam te dekken, vaak al voldoende is om de hittewerking zodanig te verminderen dat van verbranding geen sprake is. U kunt door eenvoudige wassing met ontsmettende zeep, goed wassen natuurlijk, plus het verwijderen van de lichaamsharen, elk gevolg van radio-activiteit als zodanig meestal gemakkelijk voorkomen, wanneer u licht aangetast bent, terwijl degenen, die zwaarder aangetast zijn, hierin ook een middel hebben, dat gegarandeerd voldoende is tot u ergens een plaats vindt, waar men u geheel ontsmetten en behandelen kan, dus niet zo erg gevaarlijk. Geestelijk gezien bestaat er op dit gebied absoluut geen gevaar. Stoffelijk loopt het dus ook nog al los. Voedsel vergiftiging zal in veel mindere mate op kunnen treden dan men op het ogenblik vermoedt, waar in vele gevallen het spoelen in water met een bij gemengde oplossing, u zoudt het zelfs al kunnen doen met sommigen van de synthetische zepen, die in de handel zijn, uw groente en uw fruit voldoende kunnen ontsmetten om ze voor de mens onschadelijk te maken. Een mens kan n.l. heel wat meer verdragen op dat gebied, dan men op het ogenblik aanneemt. Voor akeligheid behoeft u dus niet bang te zijn, tenzij u langere tijd in een radioactieve omgeving zoudt moeten leven.

Vrees hiervoor behoeft u dus werkelijk niet te hebben. Echter realiseert u zich natuurlijk dat elke atoom explosie geestelijke krachten ten kwade op de wereld brengt en daarom zult u trachten om die kwade krachten tegen te werken en waar uw invloed niet zover reikt, dat u de atoom-explosies zelf kunt voorkomen, toch wel kunt zorgen, dat u in uzelf meer onaantastbaar wordt voor het kwaad en wel door een evenwichtigheid tussen lichaam en geest steeds meer te bevorderen en tot stand te brengen. En dan volgt natuurlijk, dat u zich in geen geval behoeft te verzetten tegen vreedzaam atoom gebruik, mits dit betekent het verbruik in gesloten keten, dus wat u  noemt een geleide ontbinding of geleide ontbranding, geleide reactie. Uitstekend, ja. De geleide reactie zal dus door haar beperkte versnelling in een besloten veld een betrekkelijk klein aantal delen uitstoten van een zodanige hoogstralende en werkzame kracht, dat zij de lagere sferen passeert, doorslaat a.h.w., daarin zelfs gevaarlijk is voor de entiteit, die in de buurt ervan komt en eigenlijk pas werkzaam wordt op het gebied der middelste of hogere sferen. Op dergelijke punten behoeft u zich dus heel niet bezorgd te maken en u behoeft zich zelfs niet bezorgd te maken, wanneer men in uw buurt zoiets zou bouwen. Geestelijk gezien echter moeten wij ons realiseren, dat de ontwikkeling der atoomchemie van de laatste tijd in meerdere landen geleid heeft tot een verscherping van de strijd wit – zwart op de wereld. Een strijd, die waarschijnlijk nog de komende vier a vijf jaren toe zal nemen. Het is voor u wel zaaks, voor uzelf uitdrukkelijk de partij van het witte te kiezen en dus alle haatgedachten en alle angstgedachten zoveel mogelijk uit Uw eigen sfeer en wezen te weren. Wanneer u zoudt kunnen leren, ik neem niet aan dat het mogelijk is, om de angst en de haat gedachte geheel in uw wezen te beheersen, dat zou het zelfs voor kunnen komen, dat voor u een atoom-explosie slechts betekent het overgaan naar een verhoogd trillingsgetal zonder meer, waarbij u dan komt in de toestand van “verheerlijkt” zijn en u, na een redelijk verbruik nog van uw resterende krachten op aarde, verdwijnt, wordt getransponeerd naar hogere sfeer, waardoor uw energie daarbij zeer sterk verhoogd wordt reeds vanaf de beginperiode. Dus nogmaals, u behoeft zich ook daar helemaal niet bezorgd over te maken. Maar gezien de consequenties van deze problemen, gezien ook de publicaties, die wij daarover in de naaste toekomst verwachten, is het m.i. toch wel interessant om eens een paar aspecten hiervan aan te snijden. Zo, indien er nu nog vragen zijn over dit of andere onderwerpen, maar niet van profane aard, wil ik u daar nog graag antwoord op geven.

  • Zoudt u misschien nog nader kunnen ingaan op het overgaan met lichaam en al, dat u naar voren heeft gebracht?

Ja, natuurlijk kan ik daar op ingaan. Kijkt u eens, de z.g. verheerlijking betekent dus eigenlijk niets anders dan dat, terwijl de onderlinge binding van het lichaam nog blijft behouden, de moleculaire rotatie in de cellen zelf zodanig wordt versneld, dat van een werkelijke binding slechts zeer oppervlakkig sprake is. Als zodanig vraagt dan het vasthouden van de vorm of het terug vinden van de vorm een voortdurende wilsact; deze wilt; echter lichamelijk uitgedrukt, moet een beroep doen op het elektrisch vermogen, dat in de mens aanwezig is. Dit wordt nu in veel mindere mate geproduceerd dan anders, omdat de bindende kracht, lichamelijk gezien meer en meer afneemt. De versnelde moleculaire rotatie lijdt echter ook tot een verhoogd trillingsgetal in het atoom, zodat de materiële of stofwaarde in het lichaam sterk verandert. Wij hebben a.h.w. te doen met een gesublimeerde stof, die op elk moment dreigt in haar energetisch equivalent uiteen te vallen. Wanneer wij daar mee leven, met het lichaam, dan hebben wij de eigenaardigheid, dat wij door alle deuren en muren heen kunnen gaan. Onze verhoogde trillingstoestand maakt al dat wat tot nu toe vaste materie scheen voor ons naar verkiezing vast of los. De wilsacte bepaalt hier de wijze, waarop wij reageren, terwijl wij gelijktijdig reeds de andere sferen betreden krachtens ons trillingsgetal. Op het moment echter, dat ons wilsvermogen niet voldoende is, ons lichaam verder te handhaven, zal dit lichaam zich vervluchtigen en als een gesloten veld geladen met zeer veel meer energie dan de geest normalerwijze bezit blijven bestaan in één van de hogere sferen over het algemeen.

  • Dit is dus hetzelfde effect als bv. Christus heeft gehad?

In principe. Ja en bij Elias en nog zo’n heel stelletje. Kijkt u eens. Het resultaat, om het nu eens precies uit te drukken, dan behoeven wij nog niet over een Christus hemelvaart te spreken, maar dan kunnen wij nog beter spreken over wezens, die soms- in stoffelijke vorm op aarde terug keren, daar enige tijd vertoeven en daarna weer heen gaan, want als je nl. deze krachten hebt, kun je zodra je wilskracht genoeg hebt ook weer een lichaam vormen. Je hebt het totaal van de materie en de energie aanwezig en je behoeft niet zoals een ander, die zich wil manifesteren daarvoor eerst bepaalde stoffelijke krachten te gaan lenen, zodat je dus een volledig lichaam kunt scheppen. De moeilijkheid daarvan is, het handhaven daarvan kost voortdurende kracht.

U daarentegen kost het meestal nogal een beetje kracht om de geest even los te maken van het lichaam, vandaar dat wij weten, dat er van die wezens zijn, die neerdalen, uren, ja, soms zelfs dagen op aarde vertoeven, maar over het algemeen niet meer dan zeven of acht dagen en daarna heengaan. De maximale periode ons bekend, dat men in deze toestand vertoefd heeft is drie-en-zestig dagen geweest. Zo, nu weet u er een klein beetje van.

  • Dit gaan door muren en deuren, is dat een passeren door de intermoleculaire ruimten?

Kijkt u eens, wanneer u nu uw eigen zonnestelsel eens neemt. Zullen wij dat eens vergelijken met een atoom? Hoeveel ruimte is niet en hoeveel gevormde materie ten opzichte van die ruimte, denkt u? Zoudt u dit in één tot een paar miljoen uit kunnen drukken? M.a.w. er is veel meer ruimte dan er materie is en deze materie is gevormd uit en wordt gebonden door een veld dat in voortdurende beweging het  massaverschijnsel mogelijk maakt. Op het moment nu echter, dat een ster, een komeet, een meteoor komt met een versnelling, die groter is dan de versnelling, die het krachtveld tot stand brengt zon-aarde, zon-planeten, dan zal zij zich door dit krachtveld kunnen bewegen zonder te botsen of te storen en direct daarop wederom verdwijnen. U kunt het toch begrijpen? Nu stelt u zich dan eens voor, dat wij onze eigen krachtdeeltjes, dus als een soort meteorenregen door die ruimte kunnen laten gaan. Dan zullen misschien van de paar miljoen een stuk of tien deeltjes inderdaad met de materie in botsing komen. Maar die deeltjes zijn zo klein in verhouding tot het geheel, dat het er eigenlijk niet op aankomt, die kunnen wij best missen. Zo verplaatsen wij ons dan dus heel rustig door alle materie heen, of dit nu een aardlaag is en een betonmuur er achter van tien meter dikte, of een triplexdeur, zoals tegenwoordig de mode schijnt te zijn, je gaat dus niet alleen door die intermoleculaire ruimten, maar zelfs door de atomaire ruimten. Niet de interatomaire ruimten, maar de atomaire ruimten. En als u nu rekent de afstand van zon tot zon, die op zijn minst 20.000 tot 200.000 keer zo groot is als de afstand planeet-zon dan zult u wel begrijpen, dat tussen de atomen zelf ook nog weer een hele grote ruimte is. Wanneer wij dan de wending van een molecuul gaan bekijken, dan kunnen wij dat vergelijken met een soort primitieve sterrennevel. Tussen sterrennevel en sterrennevel is de ruimte zo groot, dat er geen vergelijking mogelijk is. Je kunt zeggen, dat ongeveer veertig triljoen keer de eigen doorsnede de afstand is die tenminste ligt tussen nevel en nevel. Dit wordt allemaal in de microkosmos, de kleine wereld, gereproduceerd. De verhoudingen afstand massa blijven ongeveer gelijk. Dus u ziet wel, er is zoveel ruimte om je heen, dat je heus je neus niet hoeft te stoten.

  • Wanneer wij uitgaan van de aarde, wanneer wij aannemen, dat de aarde een bepaalde uitstraling heeft,dan heb ik mij wel eens afgevraagd, of de atoom explosies, die wij hier mee maken een invloed zouden kunnen hebben op de straling van de aarde ten opzichte van andere planeten en of het mogelijk is, dat deze aarde in de baan, die zij beschrijft een zodanige verandering krijgt, of een verandering van de stand der aardas optreedt, zodat ons klimaat verandert en het leven op deze aarde wijzigingen zal ondergaan?

Theoretisch is het praktisch niet mogelijk, dat de aardbaan veranderen zal door een atoom explosie op deze aarde, tenzij wij te maken krijgen met een explosie, die de ontbinding van een groot deel dezer aarde tot stand brengt. Dus stelt u zich voor een zo krachtige atoombom, dat zij bv. de wereldzeeën doet ontbranden en verbranden, dan zou waarschijnlijk een wijziging van de aardas plaats vinden. Bij een normale atoomexplosie echter gebeurt dit niet. Wanneer een groot aantal explosies gelijktijdig of praktisch gelijktijdig op een bepaald deel van het aardoppervlak plaats zou vinden, zou hierdoor inderdaad een veldverandering plaats kunnen vinden, die slechts gecorrigeerd kan worden door een verandering van asstand, zodat de stand van de aardas op de aardbaan inderdaad wel gewijzigd kan worden. Verder kunnen wij opmerken dat atoom explosies, zelfs van betrekkelijk geringe aard, mits niet geleid en niet beperkt, op de eigen straling van de aarde een invloed laten, die onaangenaam kan zijn voor andere planeten. Evenzo goed als een uitbarsting bv. op de zon voor uw eigen planeet al wel heel onaangenaam kan zijn. waar echter de af stands verhouding aarde-zon, aarde-buurplaneten wel anders ligt, de aarde staat veel dichter bij haar buur planeten dan bij de zon, nietwaar, is het begrijpelijk, dat in verhouding de kracht van een dergelijke atoom explosie wordt vergroot. Het is zelfs zo, dat de kracht afneemt met het kwadraat van de afstand. U kunt hier wel uit concluderen, dat een gewone atoom explosie op Mars en Venus een zeer grote invloed zal hebben en een normale atoombomproef met een H-bom, haar werking kenbaar maakt tot Saturnus. Niet verder. Hieruit kunt u voor uzelf de conclusie trekken, dat wanneer er op aarde iets werkelijks ernstigs zou gebeuren met atoom explosies, een totale wereldramp, de mensheid dit niet zal overleven. Dat wel betrekkelijk kleine veranderingen op kunnen treden, maar dat daarbij een waarschuwingstijd van 48 tot 72 uur gelden zal.

  • Wanneer wij uitgaan van het begrip straling is er ook wel eens geponeerd de stelling, dat zonnevlekken een bepaalde invloed uit oefenen op ons mensen, zodat wij ziekteverschijnselen zouden krijgen, die daar het gevolg van zijn. Nu vraag ik mij af, of de atoom explosies, die wij daar mee gemaakt hebben op de zelfde wijze in het menselijk lichaam reacties op kunnen roepen, waardoor bepaalde ziektetoestanden en ik heb hierin het oog, toestanden, die verband houden met ons evenwichtsorgaan, een gevolg zijn van de atoom-explosies, die plaats vonden hier op deze wereld.

Neen. U ziet hier in verband met straling verkeerd. Dat kan wel in de onmiddellijke nabijheid van de explosies voorkomen en wel in een cirkel van ongeveer 300 tot 400 km. Uitgaande van een H-bom en rekenend van de plaats van explosie af. Maar het eigenaardige is, dat deze straling in de atmosfeer betrekkelijk scherp gedempt wordt. Het grootste deel van de straling richt zich naar de stratosfeer, waar een voortdurende vermindering van weerstand een voortdurende versnelling mogelijk maakt, terwijl in de gelijk dicht blijvende atmosfeer bovendien geremd door de explosieverdichting, het terug vloeien dus van de lucht, naar de ruimte van explosie een zeer grote demping mogelijk maakt, zodat in feite de uitwerking bv. op de planeet Mars groter zal zijn dan laten wij zeggen op ongeveer 1250 km, afstand van de explosie op aarde. Buiten een zekere kring zullen dus hieruit geen evenwichtsstoornissen voortkomen.

  • Zou niet, zoals bij de radiogolven, een terugkaatsing door de atmosfeer kunnen komen? Ik meen, dat een atomaire straling even goed terug zou kaatsen op de stratosfeer naar andere gebieden op deze aarde.

Gezien de enorme versnelling niet. U moet niet vergeten, terugkaatsing op de stratosfeer vindt in werkelijkheid nooit plaats. Wij hebben hier te maken met het z.g, Heavyside-effect. Het Heavyside-effect berust hierop, dat in de bovenste luchtlagen in de stratosfeer zelf bepaalde edelgassen overheersend zijn en dat deze edelgassen geïoniseerd worden onder invloed van de zonnestraling en als zodanig een reflecterend vlak vormen. Maar er wordt geen rekening gehouden met de werkelijk zeer hoge frequenties en versnellingen, die bereikt worden bij één atoom explosie. De krachtsverhouding is eenvoudig niet af te lezen: of u een paar honderd kilowatt de lucht ingooit, of dat u daar ettelijke duizend miljoenen kilowatt in vergelijk van energie dat verschilt nogal wat. Dus wordt, wanneer al een ionisatielaag van enige sterkte zou bestaan op het moment van de explosie, deze volledig te niet gedaan door de grote kracht, die daar optreedt en is van enige reële terugkaatsing praktisch geen sprake. Zo dat is dat dan.