Het woord

image_pdf

 17 maart 1961

Aan het begin van de avond moet ik u er op wijzen dat wij, sprekers van deze groep, niet alwetend of onfeilbaar zijn, zodat het noodzakelijk is, dat u over het gebrachte zelf nadenkt. Vandaag zou ik met u willen spreken over: Het woord.

Zoals u bekend zal zijn, speelt het woord een belangrijke en allesbepalende rol in de menselijke samenleving. Er zijn bij bepaalde hogere diersoorten talen aan te duiden, waarbij wij eveneens klankenreeksen aantreffen, die iets op een woord lijken. De betekenis hiervan is zó omvattend en algemeen, dat deze mogelijkheden tot uitdrukking geen verdere discussie toelaten. Voor de mens is het woord geworden tot een middel, waarmede men alle – ook abstracte waarden – kan uitdrukken.

Hoe belangrijk de mensen zelf het woord vinden, blijkt wel uit de aanhef van het boek Genesis “In den beginne was het woord enz.” Het woord geeft uitdrukking aan alle begrippen. Het woord geeft de mens de mogelijkheid tot een intensere samenwerking in groepen – en zelfs met hem onbekenden – te komen, dan anders ooit mogelijk zou zijn. Het woord wordt in de menselijke maatschappij helaas niet alleen gebruikt, maar ook misbruikt.

Bij de oudste volkeren op aarde was de woordenschat betrekkelijk beperkt. Dertig tot veertig duizend jaren geleden vinden wij vele primitieve volkeren, waarbij de vocabulaire bestaat uit 60 tot 80 woorden. Wanneer de mens zijn mogelijkheden uitbreidt, wordt ook de woordenschat uitgebreid en wel hoofdzakelijk aan de hand van geluidsnabootsingen. Een dergelijke woordvorming vinden wij ook heden nog wel. In de Bahasa Indonesia vinden wij bv. vele nieuwere woorden, die in feite alleen bestaan uit herhalingen of geluidsnabootsingen. Meervoud wordt eenvoudig door herhaling gevormd.
Zo wij redelijkerwijze aan kunnen nemen, dat de eerste woorden alleen geluidsnabootsingen waren, zo vinden wij een dergelijke taal bij vele dieren terug. Denk hierbij aan de spotvogel, papegaai enz. Een geluidsimitatie blijft dit en niet meer: er is geen besef voor de betekenis van het geluid in samenhang met andere geluiden. Elke nabootsing blijft op zich bestaan. Indien men komt tot een overlegd gebruik van geluiden, waardoor associaties mogelijk worden, zo zullen deze – bij gelijksoortige wezens onder ongeveer gelijke omstandigheden – ook ongeveer gelijk zijn. Ik meen dan ook dat de eerste taal van de mensen ongeveer universeel is geweest. Het binnen deze taal bestaande aantal woorden is natuurlijk zeer beperkt geweest.

Rond 20.000 jaren geleden bedraagt de gemiddelde vocabulaire binnen groepen – voor de meer intelligenten onder de primitieven – rond 500 tot 800 woorden. Met een dergelijke woordenschat is het reeds mogelijk praktisch alle begrippen redelijk uit te drukken en te omschrijven. Toch is het nog moeilijk met een dergelijk aantal woorden ook abstracte begrippen aanvaardbaar te omschrijven. Wil men minder concrete voorstellingen uitdrukken, zo zal men deze door gelijkenissen duidelijk moeten maken. Deze wijze van spreken en denken is vooral in het oosten van de wereld behouden gebleven.
De oosterse volkeren spreken gaarne – en vooral wanneer het om abstracte waarden gaat – haast altijd in gelijkenissen en verhalen. Zij impliceren daarin waarden, die zij niet direct en ronduit kunnen of willen uitdrukken. Vroeger was het niet mogelijk dergelijke dingen op meer directe wijze te zeggen. Juist hierdoor was het mogelijk reeds met een beperkte woordenschat te spreken over niet-zichtbare machten, niet-gekende krachten enz., maar bleven dergelijke begrippen vaag en bepaald door de persoonlijke interpretatie.

Helaas kent men de verhalen uit deze dagen ten hoogste uit overleveringen, die, zeker door de lange tijd van mondelinge overdracht, een deel van hun oorspronkelijke eenvoud reeds hebben verloren. Toch kan men zelfs nu nog aanvoelen, hoe de mens dacht en sprak in de oertijd, wanneer het gaat over fetisjen, talismans, taboes enz. Deze dingen worden nooit geheel omschreven, of zelfs duidelijk aangeduid, maar omschreven en geïmpliceerd. Daarbij maakt men bij voorkeur gebruik van woorden uit het dagelijkse leven, die door hun samenhang met de andere woorden een geheel nieuwe betekenis krijgen voor de mens, die inzicht in deze dingen heeft. De ouden verborgen het abstracte binnen het normale woordgebruik, waardoor vele van hun verhalen een vreemde dubbelzinnigheid schijnen te hebben. Dat bij het onderscheiden van hetgeen in feite bedoeld werd, ritmiek en toonhoogte een rol speelden, lijkt mij haast onvermijdelijk.

Indien wij nagaan, hoe de nu bekende oude talen en rassen zich over de wereld verspreid hebben, komen wij steeds weer terug bij het gele ras en wel hoofdzakelijk in de buurt van het huidige China. Ook in het geloof van de meeste mensen speelt Azië een grote rol. Zo projecteert men op grond van de Bijbel bv. het Paradijs in Mesopotamië. Nu is in geheel Azië, maar vooral in China, de toon en zelfs vaak de toonstijging of toonsval bepalend voor de letterlijke betekenis van een woord. Hieruit concludeer ik: waar er een oertaal bestaan moet hebben, zal deze oertaal waarschijnlijk ontwikkeld zijn door het variëren van nabootsingsgeluiden met verschillende intonaties. Het werd de mens daardoor mogelijk meer abstracte waarden en niet aanwezige personen of voorwerpen te bespreken. Ook acties werden waarschijnlijk door een afleiding op een bepaalde toon uit te spreken aangeduid.

Daarna ontstonden, door associatie van bepaalde begrippen, aaneenschakelingen van verschillende imitaties, die zo door reeksen van klanken de eerste woorden in de nu bekende betekenis vormden. Daarbij zullen vreemde klanken aaneengevoegd worden. Denk hierbij aan de Slavische talen, waarbij wij ook nu nog vele klinkers zonder verbinding door medeklinkers aaneen gereid vinden. Voor de Nederlander is het haast tongbrekend om dergelijke woorden goed uit te spreken. Primitieve negerstammen kennen woorden, die geheel zijn opgebouwd uit samenvoegingen van sis-, kreun- en tongklapgeluiden. De u nu bekende klanken hoeven geen al te groot deel uitgemaakt te hebben van de oertaal.

Woordafleiding uit verschillende talen doet zien, dat voor meer abstracte begrippen ongeveer gelijke klankcombinaties zijn blijven voortbestaan. Wanneer nu de stammen eenmaal over een grotere woordenschat gaan beschikken, zullen hun talen zich gaan ontwikkelen in verschillende richtingen, waarbij eigen omgeving en behoefte een grote rol spelen gaan. Daarbij zullen gelijke klankenreeksen bij verschillende stammen differente betekenissen kunnen aannemen. Voor alle mensen geldt, dat het woord een mystieke betekenis verkrijgt, zodra er voldoende verschil in woordenschat gaat ontstaan. Het woord wordt dan een zegel van de gemeenschap. Op de duur meent men, dat de ziel van het volk gelegen is in zijn taal.

Is het u wel eens opgevallen, dat vele oude godsdiensten bij voorkeur gebruik maken voor hun plechtigheden en erediensten van oude en dode talen? Men geeft in deze dagen daarvoor vele redelijke verklaringen. Gezien het feit, dat hetzelfde gebruik reeds in ere werd gehouden in dagen, dat van universaliteit van erediensten geen sprake was, acht ik de gevolgtrekking gewettigd, dat men het woord buiten zijn oorspronkelijke betekenis nog een tweede inhoud toekende, een magische waarde, waardoor het in staat zou zijn ook de werelden van het ongeziene te bereiken en te beroeren. Hoe anders te verklaren, dat wij in de oude overblijfselen van de bibliotheek van Alexandrië uit de eredienst stammende, cuneïforme kleitabletten vinden, die gesteld zijn in Akkadisch of Sumerisch, terwijl deze talen niet meer werden gesproken door de volkeren, die leefden in de tijd dat deze schriftvorm in gebruik kwam.

Uit deze tabletten en andere recentere geschriften kunnen wij besluiten, dat ook, nadat de talen in kwestie hun betekenis geheel hadden verloren, vele tempeldiensten geheel of ten dele in dergelijke talen werden geleid.
Bij de Hindoes vinden wij het gebruik van spreuken in Pali, in de taal, die wij in geschreven vorm als Sanskriet kennen. Ook hier grijpt men voor belangrijke delen van de tempelplechtigheden terug naar een oude en niet meer levende taal.
Het joodse volk houdt zich voor ritueel gebruik aan het Hebreeuws, ook wanneer dit voor alle praktische doeleinden reeds lang een dode taal is geworden. Een bepaalde joodse sekte houdt zich aan het Aramees, ofschoon ook deze taal in de dagen, dat de sekte in Oost-Europa ontstaat, praktisch een dode taal is.
De katholieke kerk gebruikt als basis voor al haar erediensten de Latijnse taal, die in deze vorm dood is. Men zegt u, dat men dit doet om over geheel de wereld de gelijkluidendheid en gelijkvormigheid der erediensten te bevorderen. Nu klinkt een dergelijke verklaring in onze dagen aannemelijk, daar wij hier te maken hebben met een kerkelijke organisatie, die over geheel de wereld verbreid is.
Het gebruik bestond echter reeds in dagen, dat deze kerk nog niet zo verbreid was en ook andere godsdiensten hadden een soortgelijk gebruik, zelfs wanneer er van een grote verbreiding van deze leringen geen sprake was. M.i. kwam men hiertoe, omdat het woord zelf de mens reeds zeer vroeg heilig was en in zich een eigen macht borg.

Zo men aan het woord een geheel eigen macht en invloed toekent, rijst de vraag, wat het woord dan wel in feite is. In de eerste plaats is het een reeks van klanken met een bepaalde betekenis. Elke klank is een samengestelde reeks van trillingen, die belangrijk zijn. Wanneer u bv. een oefening van de Tibetaanse lama’s mee zou maken, zou het u opvallen, dat deze zich vaak lange tijd bezighouden met oefeningen, die alleen tot doel hebben een bepaalde incantatie op de juiste toon en zo luid mogelijk uit te leren spreken. Het is de trilling, die het woord een belangrijkheid verschaft, die ver het begrip te boven gaat, dat door het woord aan anderen mede gedeeld kan worden.

In vele oude geschriften horen wij, dat geluidstrillingen gebruikt worden om wonderen, of althans zeer bijzondere dingen, tot stand te brengen. De ene maal gaat het om het doen wijken van wateren, het doden van vijanden, de andere maal schept men er iets mee. Een voorbeeld uit de Bijbel hiervoor is het ineenstorten van de muren van Jericho. Klanken kunnen deze dingen inderdaad wel. Anekdoten uit uw eigen tijd vertellen, hoe Caruso een glas kapot wist te zingen en Barnum, de Zweedse nachtegaal Jenny Lind, aankondigde, door te vertellen, hoe zij door hoge noten alle spiegels en ruiten had doen barsten. Ook voorbeelden uit de moderne techniek bevestigen, dat de geluidstrillingen bijzondere werkingen binnen materie tot stand wisten te brengen.

Nu weet men, dat dit alles te wijten is aan harmonische trillingen. De oude magiërs hebben omtrent dit effect van geluid ook reeds ervaringen opgedaan. Zij zullen daarbij tevens bemerkt hebben dat bepaalde klanken niet alleen op dode materie, maar ook op levende wezens een zeer bijzondere uitwerking kunnen hebben. Het is niet onmogelijk, dat de mens reeds instinctieve kennis had van deze mogelijkheden, vóór hij tot een werkelijke taal kwam. Dieren kennen dit geluidseffect instinctief. De leeuw zal, voor hij op jacht gaat, zijn kop tussen de voorpoten leggen, zodat hij vlak boven de grond komt te rusten en brult dan met alle geweld. Vandaar, dat men hem ook wel de Heer van de Donder noemt. Deze vibratie, die door de grond ver weg wordt voortgedragen, is zó schrikwekkend, dat hij alleen door dit brullen zijn prooi al opjaagt en zo de minder valide dieren van de gezonde vaak scheidt. Dit maakt het voor het dier gemakkelijker een prooi te vinden. Het geluid van de leeuw heeft klaarblijkelijk een emotionele invloed op de dieren.

Een gelijke invloed zouden wij bij de menselijke stem t.o.v. de medemensen kunnen aannemen. Wanneer wij een incantatie uitspreken, zo is er alleen maar sprake van woorden, die soms zelfs geheel zinloos worden, omdat hun werkelijke betekenis reeds lang geleden teloor is gegaan. Het gaat hierbij niet meer om de betekenis, die een mens aan het woord hecht, maar om de opeenvolging van trillingen, waardoor wijzigingen binnen de mens kunnen ontstaan en mogelijkerwijze zelfs ook binnen de materie. Dit maakt het woord dus op een tweede wijze belangrijk. Indien het woord goed gehanteerd wordt, kan men daarmee dan ook mensen brengen tot daden, die zij zelf nooit zouden hebben gesteld, zonder deze niet nader te definiëren invloed. Eén enkele klank, één enkel juist geplaatst woord is vaak voldoende om alle redelijke waarde van een door een ander opgebouwd betoog vol zin en intellect, geheel teloor te doen gaan voor alle toehoorders.

Indien wij al deze dingen overwegen, wordt het duidelijk dat het woord zeer heilig geacht werd in het verleden, toen men van geluidstrillingen en alles, wat daaruit voort kan komen, niets afwist, doch alleen de werkingen kenbaar werden. Begrijpelijk is ook, dat men bepaalde woorden, de z.g. machtwoorden, met bijzondere voorzichtigheid ging behandelen. Ook nadat redelijker verklaringen van de effecten mogelijk werden, bleef men aan de magische inhoud en macht van het woord geloven. Zelf nu nog vinden wij vele incantaties in Hebreeuws, Grieks, Latijn, of Sanskriet gesteld, zonder dat men de reden voor het gebruik van deze talen schijnt te beseffen.

Grote magiërs uit het westen, als bv. Albertus Magnus, gebruikten voor hun aanroepingen, evocaties en incantaties, een vaak bijzonder slecht Latijn als een bijzonder werkzame taal. Moge dit in veler ogen onzinnig zijn, zo kan het toch worden verklaard, door te stellen, dat juist in deze taal de gewenste opeenvolging van klanken kan worden verkregen, zonder dat het gesprokene alle zin verliest.

Zo wij hiermede reeds veel omtrent het woord hebben kunnen verklaren, zo is het nog niet duidelijk waarom de mens het woord gebruikt als een aanduiding van zijn God. Er zijn vele verklaringen hieromtrent in omloop. Eén daarvan luidt, dat de Naam Gods té heilig is, zodat men deze niet wil en mag noemen, daarom de naam vervangend in zijn woorden en geschriften door de aanduiding: “Het Woord”. Ik vraag mij af, waarom dan bv. in Genesis wordt gesteld: “In den beginne was Het Woord en Het Woord was God”? Wij moeten m.i. naar een andere verklaring hiervoor zoeken. Indien wij in plaats van het woord nu stellen: een machtige, alomvattende en al beroerende klankenreeks, komen wij verder. In het begin was er een reeks van trillingen, die wij God mogen noemen, omdat zij de directe manifestatie waren van het Goddelijke.

Het is begrijpelijk, dat de mens een dergelijke, machtige reeks van trillingen moet vermijden. Ook wordt nu duidelijk, dat spreken met God iets geheel anders kan zijn, dan een buurpraatje maken met een hogere macht. Het spreken met God kan desnoods uit de mens zelf voortkomen. Dit spreken openbaart binnen de mens een reeks van associaties en bewogenheden, die voor hem tijdelijk het Goddelijke, of een deel daarvan zonder meer openbaren. Onder deze omstandigheden lijkt het mij persoonlijk toe, dat het woord als een weergave van het verborgen scheppend vermogen geheel aanvaardbaar is. Dit woord verzoent mij dan ook met begrippen van kracht, die wij aantreffen in volksgeloof, bijgeloof en magie onder de betiteling: bijzondere Godsnaam.

De werking van een bepaalde naam kan inderdaad groot zijn, ook al zullen vele gebruiken dit misschien overdrijven. Er zijn volkeren, waar men het kind een ware naam geeft, maar tenminste tot de meerderjarigheid het kind met een andere naam roept om zo de demonen te misleiden en te zorgen, dat niemand op het kind een ongewenste magische invloed kan krijgen. De Tarqui of Touaregs plegen veelal hun naam geheim te houden en zullen hun ware naam alleen als een blijk van buitengewoon vertrouwen en vriendschap aan anderen meedelen. Zij stellen daarmee namelijk volgens hun overtuiging hun geest en ziel in handen van die ander. Toch is de naam alleen een klank, een woord.

Er bestaat een geloofsvorm, die nog verder gaat. Alle namen zijn aanduidingen van een deel van de Schepping, evenals alle woorden. God leeft in alle dingen, zowel als handelingen en toestanden. De mens, die een woord op de juiste wijze uitspreekt, zal een deel van de Schepping wekken – demonisch of Goddelijk – en de invloeden daarvan ondergaan. Een reden om met woorden voorzichtig te zijn. Nu zal de doorsnee mens niet altijd de juiste intonatie vinden  voor een woord. Zelfs, indien hij deze al gebruikt, zo weet hij dit niet, en hij is zelf door de gevolgen even verrast als anderen.
Ik geef u een voorbeeld, dat in uw eigen stad plaats vond. Er werd een lezing gehouden over Egypte. De spreker haalde daar een bepaalde hymne aan. Hij trachtte de eerste zinnen zoveel mogelijk in het oorspronkelijke weer te geven, ofschoon de juiste uitspraak daarvan niet bekend was. Door een toeval vond hij de juiste intonatie en werd na de eerste zes woorden reeds door een lichte duizeling bevangen. Desondanks ging hij nog even voort. Hij moest het uitspreken van de hymne aan de hand van de Egyptische klanken echter staken, omdat hij zelf de dood zich nabij gevoelde en het bewustzijn vreesde te verliezen. Hij pauzeerde een ogenblik, haalde diep ademen vervolgde zijn betoog verder met een Nederlandse vertaling. Er gebeurde verder niets. Zou deze mens voortgegaan zijn met het uitspreken van de oorspronkelijke hymne, dan zou hij zichzelf en mogelijkerwijze ook velen van zijn toehoorders in een toestand van cataleptische trance gebracht hebben, die voor de gezondheid wel eens schadelijke gevolgen had kunnen hebben. De bewuste klanken waren ook oorspronkelijk bestemd om in de mensen een zeer bepaalde reeks van emoties op te wekken.

Een moderne mens kan dergelijke emoties niet meer zonder innerlijk verzet aanvaarden en in zich opnemen, zodat deze onder de dwingende klanken zijn bewustzijn prijs geeft en komt tot een onbewuste en krampachtige reeks van bewegingen of totale verstarring. Dit voorbeeld maakt u reeds duidelijk, dat men met klanken voorzichtig om moet gaan. Vandaar, dat een woord buitengewoon belangrijk kan zijn en buiten zijn betekenis nog een uitstralen van zeer bepaalde gevoelens en emoties in kan houden. Zelfs bezien in het licht van de moderne psychologie kan het woord een abnormaal grote betekenis krijgen, wanneer het op de juiste wijze wordt uitgesproken en de mens tot associaties kan brengen, tot handelingen verleiden, die niet in zijn eigen wezen liggen. Wanneer wij nog een schrede verder gaan, kunnen wij stellen, dat het woord ook andere krachten uit naburige werelden of sferen kan beroeren en aantrekken. Hieruit volgt, dat woorden vaak werkingen kunnen veroorzaken, die op het terrein van het paranormale thuis horen en nimmer binnen de bedoeling van degene, die ze uitspreekt kunnen hebben gelegen.

Wat moeten wij dan denken van instellingen in uw wereld als de UNO, waarin onnoemelijk veel woorden worden gebruikt, over het algemeen met daarin verborgen bepaalde tendenzen van eigenbelang, zelfzucht, haat e.d.? Elke vergadering bevat duizenden woorden in verschillende talen. Wanneer slechts enkele van deze vele woorden de juiste geluidstrillingen veroorzaken, zou hierdoor tevens bereikt worden, dat alle daar aanwezigen een bepaalde invloed ondergaan, die niet meer redelijk is. Stel nu, dat iemand in een dergelijke gemeenschap spreekt en – tussen veel wat onbelangrijk is of anderen ten hoogste wrevelig kan stemmen – enkele klanken voort brengt, die een duistere betekenis hebben. De Tibetaan noemt dergelijke klanken onderwereld woorden, gezien hun demonische werking. Dan zullen – alleen hierdoor – binnen alle aanwezigen onredelijke emoties ontstaan, die het gehele denken en spreken op een ander vlak en in een ander spoor brengen. De reactie zal dan ook geheel anders zijn. Zelfs indien allen werkelijk daar aanwezig zouden zijn uit behoefte vrede en eendracht te bereiken, zal één enkel woord voldoende zijn om deze intenties geheel te verdrijven om daarvoor in de plaats de meest verbeten belangenstrijd te doen ontbranden.

Er zijn meerdere, voor de menselijke geschiedenis, belangrijke ogenblikken aan te wijzen, waarop dergelijke woorden werden gesproken en op het verdere verloop van de gebeurtenissen een zelfs beslissende invloed hebben gehad. Voorbeeld: een kabinetscrisis kan ontstaan door enkele woorden met bijzondere werking, uitgesproken door iemand, die een rede houdt. De Kamer wenst geen crisis en het cabinet is niet onredelijk. Toch komt het – onder invloed van deze klanken – tot een later door allen betreurde crisis. Minister de Quay kan daarover meespreken. Indien woorden zó belangrijk zijn, rijst de vraag, of men in een redelijke wereld wel veilig Woorden kan gebruiken om met elkaar in contact te komen.
Mijn antwoord hierop luidt: men kan en moet natuurlijk woorden gebruiken, omdat men alleen zo tot een redelijk begrip voor elkaar kan komen. Maar het is uit den boze, wanneer men woorden gebruikt om een als noodzakelijk gevoelde daad uit te stellen, overbodig te maken, of daarachter eigen ideeën te verbergen. Wanneer men dit doet, zal men in de woorden een andere emotie en dus ook klank leggen dan normaal, waardoor de mogelijkheid zeer groot is, dat men bepaalde magische krachten wekt.

Er wordt in uw wereld teveel gepraat. Hoe meer woorden worden gebruikt, hoe groter de mogelijkheid, dat dit primitief-magisch concept – dat binnen alle mensen als een stoffelijk erfdeel voortleeft – binnen een woord herleeft en de mens tot primitieve en onredelijke reacties dwingt. Hoe groter ook de mogelijkheid, dat alle menselijkheid en redelijkheid ondergaat in vervormde emoties, en daden ontstaan, die men later zal moeten betreuren. Nu spreek ik nog niet eens over al wat er ook aan geestelijke invloeden binnen een woord verborgen kan zijn.

Dat ook u beroerd kunt worden door klanken, moge blijken uit dit voorbeeld. In de opera “Der Freischütz”, tweede akte, herhaalt iemand drie malen de woorden “Samiël, Erschein”. De naam zelf heeft – zo gesproken – minder beduiding, dan u zou denken. Wel is het een oude engelennaam, die ook binnen de magische astrologie wordt gebruikt, maar er is een zeer bijzondere incantatievorm nodig, om deze naam een geestelijke betekenis te geven. Wanneer in deze opera een basstem deze woorden met een ongeveer goede intonatie zingt, lopen alle aanwezigen opeens de koude rillingen langs de rug. Men voelt zich beklemd, alsof inderdaad zo dadelijk een duivel zal verschijnen en vergeet even, dat het alleen gaat om een zangspel, dat op de Bühne wordt opgevoerd. In de opera Carmen komt een gelijksoortige sequentie van geluiden voor, die slechts zelden geheel juist wordt weergegeven: de afscheidsaria van Don José. Wordt hier voor de tekst de juiste intonatie gevonden, dan brengt deze melodie zeer eigenaardige spanningen teweeg.

Nu mag men stellen, dat dit effect in de eerste plaats ontstaat door een werking op het menselijke zenuwstelsel, dat weer in direct verband staat met de menselijke uitstraling of aura. De uitwerking van de menselijke gedachte buiten het menselijke lichaam is reeds nu te meten. Men heeft een experimenteel toestel vervaardigd, waarbij het mogelijk is door middel van zeer gevoelige inductiespoelen en zeer vergrote versterking, op een afstand van ongeveer een halve centimeter van de schedel, de gedachtenimpulsen van de mens op te vangen en zelfs enigszins te meten.

Het is redelijk te stellen, dat uw eigen reactie op een magisch woord door de aura buiten u wordt uitgedragen. Alle krachten, die voor u niet zichtbaar zouden bestaan en leven, zouden door uw eigen uitstraling, zo zij hiervoor gevoelig zijn, worden beroerd. Dit is natuurlijk niet wetenschappelijk en logisch meer volgens het menselijke weten. Maar desalniettemin is het waar en juist.

Neemt men het gestelde aan, dan volgt hieruit, dat men – juist ook om invloeden uit andere werelden niet te veel aan te trekken en te beroeren – het magisch werkende woord met groot voorbehoud en grote voorzichtigheid zou moeten hanteren. Indien de mensen aan het woord zijn oorspronkelijke inhoud en betekenis weer terug zouden geven, zo zou het woord kunnen worden tot een directe uiting, die een direct contact met de medemens en andere krachten in de natuur logisch inhoudt, in plaats van slechts een façade te zijn, waarachter de mens zijn werkelijke Ik verbergt. De mens zal dan weer door zijn stemgeluid een groter deel van zijn wereld kunnen beheersen en regeren. Dan wordt het volkomen logisch en duidelijk, dat enkele woorden, die met inzet van de gehele persoonlijkheid duidelijk en juist geïntoneerd worden gesproken, in de plaats kunnen treden van vele moeilijker wegen, die men nu volgt, terwijl zij bovendien meer zullen zeggen, dan nu met duizenden woorden achtereen kan worden uitgedrukt.

Nu zijn er in de huidige wereld grotere veranderingen gaande. Deze vallen buiten de menselijke beheersing en hangen samen met de komst van de Aquariusperiode. Een van de gevolgen hiervan is de crisistoestand, waarin geheel de wereld op het ogenblik verkeert. Indien de mens een redelijk meesterschap over de omstandigheden wil leren behouden, zal hij afstand moeten doen van een teveel aan woorden en van het woord als façade, als camouflage voor zijn werkelijke Ik. Belangrijk zal in de komende tijd vooral zijn, dat het woord logisch met de daad gerelateerd wordt. Hierdoor wordt de mens niet alleen meester van zijn wereld, maar leert hij ook weer zijn eigen wezen in waarheid kennen en waarderen. Zolang het woord vol innuendo en verborgen betekenissen blijft in het dagelijks gebruik, zal de mens de slaaf van zijn omstandigheden en zijn eigen onbegrepen Ik worden. Indien het woord niet in zijn juiste betekenis en volgens eigen juiste intenties gebruikt wordt, gaat het zijn waarde veranderen en brengt het op de duur de mens tot een wereldbeleving die niet meer werkelijk is.

Het woord, met zijn eigenaardige nevenfrequenties en psychische inwerkingen is op het ogenblik oorzakelijk voor vele van de revoluties, die steeds weer plaats vinden. Het is in zijn onbegrepen waarde meer aansprakelijk daarvoor dan geheel de wereldpolitiek, economie en de verschillen tussen Oost en West. Voor degene, die dit alles beseft, is er wel alle reden niet te veel woorden te gebruiken en vooral eigen gedachten en taal te beperken tot het eenvoudige, het rechtlijnige en noodzakelijke, wanneer er geen bewuste magische nevenbedoelingen met het woord verknoopt zijn. Indien men deze eenvoud in woorden ook van anderen steeds meer verlangt en verwacht, kan hierdoor de verhouding van mens tot mens weer op een redelijker en waardiger basis komen, terwijl de mensheid in sterkere mate dan tot nu toe meester blijft over de gevoelswereld en alle daaruit voortkomende onbeheersbare nevenwerkingen.

In deze bijeenkomsten wordt weliswaar een groter aantal woorden gebruikt, dan noodzakelijk schijnt, maar daarvan is de bedoeling een magische band tussen mens en geest te scheppen, die kan blijven voortbestaan ook na de beëindiging van de bijeenkomst, wanneer de mens daartoe tenminste geneigd is.

Hiermee heb ik dan het eerste deel van mijn betoogje beëindigd. In het tweede deel wil ik de nadruk leggen op enkele eigenaardige eigenschappen van het woord. De belangrijkste daarvan is wel, dat men door het juiste gebruik van het woord – het citeren van een gedichtje bv. – niet alleen voor anderen, maar ook voor zichzelf – een vervreemding van de werkelijkheid kan veroorzaken. Men kan namelijk zichzelf in het woord verliezen. Men maakt daardoor zichzelf voor een ogenblik tot een onbeschreven blad in het grote levensboek. Gedurende een dergelijke toestand is de mens tot prestaties in staat, die ver liggen boven eigen bewuste kennis en vermogen, terwijl hij onder de juiste stimulansen van buiten af tot een beantwoorden van vragen en problemen in staat is, evenals een redelijke opbouw, die eveneens ver buiten het eigen normale kunnen gelegen zijn. Het woord alleen kan de mens dan ook tijdelijk los maken van zijn werkelijkheidswereld en de verhoudingen van de bewustzijnsdrempel aanmerkelijk wijzigen.

Het volgende kan ik u niet bewijzen. Ik verzoek u dit voorlopig van mij aan te nemen. Het woord kan meer dan alleen dit. Het woord zelf kan in de mens groeien tot een Goddelijk woord, een machtswoord van zuiver persoonlijke betekenis en inhoud. Elke mens heeft een eigen denken, eigen vermogens en gaven. Elke mens heeft een eigen timbre van stem, een eigen wijze van denken, spreken en reageren. Bij elke mens is de vorming van klank anders. Elke mens kan voor zich een reeks van klanken en woorden vinden, die in en vanuit zijn wezen in het bijzonder een bepaalde kosmische relatie uitdrukken. Zo kan de mens in zich reeksen van klanken ontdekken, die een zuiver scheppende functie voor hem bezitten op geestelijk terrein en zelfs wel op stoffelijk gebied. Het is mogelijk – al kunnen wij de gebeurtenissen zelf veelal door het z.g. toeval verklaren – een directe relatie voor onszelf aan te tonen, tussen het slagen van een bepaalde taak en de woorden, die men daarbij gebruikt. Het blijkt, dat het prevelen van de juiste woorden bij het dobbelen, bij de daarvoor gevoelige personen, de val van dobbelstenen helpen bepalen. Ook al is deze mogelijkheid niet onbeperkt en komt men gemiddeld niet boven de 65-68% juiste worpen, zo ligt dit toch aanmerkelijk boven normaal volgens de toevalsberekening.

Ook hieruit, evenals uit andere, door mij nu niet genoemde voorbeelden, blijkt wel, dat het woord door de mens bewust en met grote zorg gehanteerd dient te worden; dat de mens zal moeten zoeken naar een voor hem belangrijke reeks van klanken. Wanneer het hem maar even mogelijk is, dient hij te zoeken naar de juiste reeksen van klanken, die samengaan met het verrichten van een bepaalde arbeid, het zoeken naar God, of naar bepaalde wijsheid. Even belangrijk is het de klanken te vinden, die voor het Ik de juiste uitdrukking van vorm, van behoefte tot contact met de geest, en de klanken, die kunnen dienen om het Ik tijdelijk op een hogere trap van innerlijk bewustzijn te plaatsen, of uit te grijpen naar hogere machten en sferen.

Volgens mij kan elke mens ook bewust in zich het geheim dragen van een dergelijke klankenreeks, die voor hem gelijk komt aan de Naam Gods. Deze reeksen van klanken verbinden de mens dan – zij het niet volledig – met het Woord. Dat was in den beginne. Ik wil u niet verleiden tot het gebruiken van overbodige klankenmagie, maar wijs u op het bestaan van deze dingen. Wanneer u voor uzelf de juiste woorden weet te vinden, is het gebruiken daarvan niet belachelijk, ook al denken anderen dit misschien. Wanneer het opzeggen van een eenvoudig schoolversje – wat wel voorkomt – het u mogelijk maakt juister en sneller dan anderen te reageren, zo dient men dit te gebruiken en zich aan anderen daarbij niet te storen. Wanneer u er behoefte aan hebt eens aan uw wezen uitdrukking te geven in voor anderen onsamenhangende klanken, zo heeft het geen zin dit te rationaliseren, of te bevorderen tot de taal Gods, of een vergeten vreemde taal. Het feit, dat de klanken u een uitingsmogelijkheid bieden, waaruit iets goeds voort kan komen, is op zich voldoende. Besef, dat u ook hierdoor eigen wezen los kunt maken van eigen wereldbindingen en daardoor ontvankelijker kunt worden voor hogere waarden, wijsheid en krachten.

Bovenal zou ik u de raad willen geven in uzelf te streven naar de geheime Godsnaam, die voor u bestaat, de geheime sleutel, die u schijnbaar zo geheel van eigen leven en wezen los kan maken: de sleutel, die u toegang geeft tot een extra innerlijke krachtreserve, een groter begrip en een beter inzicht in eigen roeping en leven. Hebt u deze naam gevonden, zo dient u deze zorgvuldig te behoeden. Wanneer een dergelijk woord bij u past en in handen van een ander komt, door een ander gevocaliseerd wordt, is het gevaar groot, dat uw geheugen niet meer eigen vocalisatie, uitspraak en cadens, maar die van de ander als juist aanneemt en daarmee de sleutel voor uzelf waardeloos maakt.

Meen niet, dat het dwaas is u te beroepen op een bepaalde meester of geest. Er zijn er onder u, die een van ons – Josef, Henri e.d. – vragen hen even te helpen. Dit blijkt voor velen zinvol, daar zij, zelfs indien zij geen werkelijk contact met ons zouden verkrijgen op deze wijze, toch tot een zuiverder reageren en denken komen, waardoor de hulp, die zij verlangen, in feite overbodig wordt. Dit lijkt u misschien kinderlijk. Aan de hand van de schijnbare toevalligheden, die de werkingen schijnen te bevestigen alleen al, kunt u afmeten, dat deze dingen toch wel een werkelijke waarde voor u kunnen bezitten. Bedenk steeds weer, dat deze dingen niet belachelijk zijn. Het gaat zelfs niet eens om de meester, of de geest, die u komt helpen. In vele gevallen hebben alleen reeds de woorden, die u gebruikt om hun hulp in te roepen, voor u een magische, een krachtige werking.  Als u die werking proefondervindelijk voor uzelf vaststelt, gunstig acht, is het slechts redelijk deze mogelijkheid te gebruiken.

Bedenk wel: In den beginne was het Woord. Maar het woord leeft nu onder de mensen. Het woord leeft in de mens, ook het scheppende Woord. Als je het vinden kunt, heb je in jezelf bewust de grootste schatten van het leven gevonden. Velen blijken zich hiervan onbewust, zodat zij nimmer bewust hiervan gebruik kunnen maken. Anderen lachen hierom en weigeren deze dingen te gebruiken uit angst door anderen voor dwaas te worden gehouden. Weer anderen maken een dergelijk woord tot middelpunt van een ritueel, waarin de krachten van het woord voor hen weer teloor gaan.

Alle uiterlijke dingen zijn onbelangrijk. Het is slechts belangrijk, dat u – ook door de woorden – de sequenties van geluiden die U als sleutel van uw wezen in de stof met U draagt, in staat bent een nieuw deel van eigen leven voor u te openen. Want door middel van de klank grijpt de mens naar de oermens in zich terug en verkrijgt vele gaven, die door beschaving en maatschappij uiterlijk teloor zijn gegaan.

(Door technische moeilijkheden verkort en niet geheel woordelijk)

Vragenrubriek

  • Kunt u een voorbeeld geven van een machtige klankenreeks, eventueel met explicatie  van het effect?

Het is mij – tot mijn spijt – niet mogelijk in dit gezelschap en deze omgeving een dergelijke klankenreeks zonder gevaren en met goed gevolg uit te spreken. Ik herinner u aan de werkingen van de algemeen bekende klank Aum, welke, indien zij juist wordt geïntoneerd, niet alleen een grote werking op de mens zelf uitoefent en hem tot deel kan maken van krachten, die groter zijn dan de eigen kracht der aarde, maar bovendien bepaalde vormen van meditatie schept, die de Lung-gom-pa als meditatiepunt dient en hem zijn snelle en langdurige wandelingen mogelijk maakt, en de mens zeer grote mogelijkheden biedt van innerlijke belevingen en verzinkingen in het Ik. Een meer definitieve uiting van een machtwoord lijkt mij hier niet juist. In een sfeer, die niet harmonisch genoeg is, kunnen dergelijke waarden gevolgen hebben, waarvoor ikzelf niet gaarne de verantwoordelijkheid wil dragen.

  • In een van de verslagen las ik: op de duur is de waarde van een geestelijke band altijd tweeledig. Wie zich bindt met krachten van duister, zal een grotere duisternis leren kennen dan de geest, waar hij zich mee verbonden heeft. Wie zich bindt met een geest van licht, zal een groter licht kunnen kennen dan de geest, waarmee de band werd gesloten. Gaarne verduidelijking.

In enkele apocriefe geschriften omtrent Genesis wordt het standpunt verdedigd – ook binnen de Christelijke leer en het Jodendom – dat Lucifer, de Zoon van de Morgen, uit het hemelrijk werd uitgeworpen, omdat hij niet wilde gedogen, dat de mens boven hem zou worden gesteld. Toch worden de engelen uitgezonden om de mens in zijn bewustwording bij te staan. Het antwoord op uw vraag luidt: wanneer een mens een zekere hoeveelheid Licht in zich draagt en de Lichtende waarden van een ander daarbij absorbeert, zal hij meer Licht bevatten dan in degene, uit wie hij lering heeft geput. Daarnaast heeft hij alle trappen van Licht, die tussen zijn oorspronkelijke Licht en het uiteindelijk bereikte Licht bestaan, geheel bewust leren kennen, wat voor iemand, die alleen Licht heeft gekend niet – of zeer moeilijk – op dezelfde wijze mogelijk zal zijn. Hij is bovendien zich van het Licht vaak bewuster dan degene, die hem helpt.
Wanneer men zich tot het duister wendt, draagt men in zich reeds een zeker kwaad, een zeker duister. Wanneer men alle fasen van duister heeft doorlopen, zal men niet alleen een groter duister kennen dan de helper, maar bovendien bekwamer zijn in de zaken van het duister dan degene, die u op dit pad heeft gevoerd. Genoemde stelling is dus juist.

  • Spreken de stemmen van gene zijde tot ons uit vrije wil, of krachtens een opdracht? Blijven zij door dit contact niet aardgebonden? Is er bij hen geen verlangen tot hogere geestelijke sferen over te gaan?

Mag ik een vergelijking maken? Wij zijn a.h.w. geestelijke forensen. Ons thuis is in de sferen, de werelden van Licht. Wij gaan, omdat wij daaruit een zekere verdienste putten, gaarne in de stof werken. Wij komen uit vrije wil, wetende, dat wij – indien wij op deze of andere wijze niet werkzaam zouden zijn – geestelijk niet verder zouden komen. Wanneer voor ons de tijd is gekomen om tot een hogere sfeer te gaan, zo zullen wij uit sentiment nog wel eens, maar niet zo vaak meer, terugkeren op de plaatsen, waar wij gewerkt hebben. Ook onder de sprekers zijn er enigen, die nog uit hun hogere sfeer afdalen en spreken, ofschoon zij normalerwijze vanuit deze sfeer geen contact meer met de mensen op deze wijze op zouden nemen. Wij zijn ook in de hogere sferen levend even vrij als u, wanneer u de jaren van het A.O.W. hebt bereikt, dat u immers – theoretisch – onafhankelijk maakt. U kunt hieruit de gevolgtrekking maken:

  1. Dat de taak, die wij aanvaarden, weliswaar volvoerd zal kunnen worden onder de leiding van hogeren en meer wetenden, maar dat de aanvaarding van deze leiding geheel vrijwillig geschiedt, terwijl wij het recht hebben om elke ons toegewezen taak al dan niet te aanvaarden.
  1. Dat het werken op deze wijze, zowel op aarde als in lagere sferen, voor ons geen belemmering bij een verdere bewustwording inhoudt, maar daarentegen een aanvulling kan betekenen van hetgeen wij leren en beleven in eigen sfeer. Daardoor wordt voor ons het proces van bewustwording over het algemeen aanmerkelijk versneld.
  1. Dat het ons geheel vrijstaat deze taak op elk door ons gewenst ogenblik te onderbreken, of voorgoed te beëindigen, over te gaan naar andere sferen enz.
  1. Dat de liefde, die wij koesteren voor het totaal van de mensheid ons beweegt deze taak te aanvaarden en zelfs, wanneer dit voor ons niet geheel noodzakelijk is, toch blijvend contact op te nemen met mensen in de wereld, zij het op deze, of wel op een andere wijze, zo hen tot een gelijk geluk en een gelijke vrede verheffende, indien mogelijk, zoals wij die zelf mogen kennen.
  • Hoe kan men een grote suggestibiliteit overwinnen?

Een te grote suggestibiliteit zouden wij gelijk kunnen stellen met een bewust of onbewust té gering beoordelen van eigen bewustzijn en weten. De mens, die in zeer grote mate suggestibel is, laat zich voortdurend overtuigen, dat zijn eigen gedachtegangen minder waard zijn dan die van anderen. Daarom is het eerste, wat men dient te doen: zich overtuigen van wat men werkelijk weet. De juistheid van eigen standpunt en handelen toetsen aan eigen innerlijk weten en kennis zonder inmenging van anderen.
Wanneer men dit heeft gedaan, zo lijkt mij voor de mens in de stof de volgende raad goed: Schrijf alles op, wat u juist acht en alles, waaraan u niet alleen uiterlijk, maar ook van binnen uit, gelooft. Schrijf daarnaast alles, wat u verkeerd acht en onjuist acht. Lees dit dan elke dag over en zeg uzelf steeds weer: “Zie, dit ben ik”. Het gevolg is, dat u uw eigen denk- en leefwijze sterk in uzelf vastlegt. U zult dan niet meer zo sterk suggestibel zijn, tenzij het gaat om suggesties, die in overeenstemming zijn met eigen geloof, denken en leven.

Daartegen zijn – naar ik meen – geen grote bezwaren in te brengen. Onthoudt verder, dat alle té grote onderworpenheid aan de gedachten en meningen van anderen voort zal komen uit een jezelf niet werkelijk uitgeven voor wat je bent, of jezelf niet willen erkennen voor wat je bent, terwijl men daarnaast steeds weer blijft aarzelen eigen denken, eigen behoeften, begeerten en angsten tot uiting te brengen. Degene, die deze dingen wel doet, zal vaak tot conflicten komen, omdat al deze dingen door anderen kunnen worden afgewezen, maar hij is in ieder geval steeds zichzelf en zal, mits hij vanuit eigen standpunt steeds ten goede streeft en handelt, voor de wereld als geheel toch aanvaardbaar blijven.

Degene, die zich laat suggereren, dat dit of dat juist of goed is, een innerlijke toestand, of zelfs een bepaalde kwaal is, zal, doordat hij zichzelf niet in waarheid geeft, de onwaarheden van anderen mede aanvaarden, deze tegen zichzelf richten en er onder lijden. Wie tegen zichzelf niet waar durft zijn, zal ook niet kunnen onderscheiden, wat in anderen waar of onwaar is en zo gemakkelijker slachtoffer worden van suggesties, die met kwade intenties gegeven worden. Wie steeds zichzelf in waarheid tracht te zien en te kennen, in waarheid te spreken en te handelen, zal in anderen waarheid en onwaarheid leren kennen en daardoor zonder aan suggesties van anderen te sterk onderworpen te zijn, voortdurend in zijn contacten met anderen, harmonisch eigen wezen, bewustwording en leven leren uiten.

  • Volgens de zwaartekracht zouden alle dingen worden aangetrokken in de richting van het middelpunt van de aarde. Er zou ook een andere kracht bestaan, een soort zuigkracht: water, dat valt, moet eerst stijgen. Hoe? Waarom groeit een appelboom naar boven en niet naar beneden? Hoe komen appels in de hoogte? Een zekere Schauburg heeft deze kracht onderzocht en een soort implosiemotor uitgevonden. Wat kunt u hierover zeggen?

De feiten zijn mij toevalligerwijze bekend.

  1. De zwaartekracht doet alle dingen inderdaad naar het middelpunt van de aarde vallen, tenzij zij zich op de aarde steunen en door eigen behoeften en kracht zich in een andere richting bewegen.
  1. Door vermindering van essentiële dichtheid – water wordt waterdamp – zullen de stoffen, die hiertoe komen onder druk van de zwaardere materie – gassen bv. – naar boven, naar de ijlere luchtlagen drijven; zodra hun dichtheid verandert, zullen zij weer dalen tot een peil, dat aan die dichtheid is aangepast. Dit wat het water betreft.
  1. De appel groeit aan de boom. Waar zij door de boom gevormd wordt met behulp van voedsel en vloeistof, die door middel van capillaire processen – cohesiewerking van kleine delen in kleine vlakken – zal zij zich daar bevinden, waar de boom hiertoe door een vruchtbeginsel gedrongen, haar doet ontstaan.
  1. Een implosiemotor heeft bedoelde heer niet uitgevonden. Wel een methode:
    – tot sneller vervoer van vloeistoffen, waarbij gebruik wordt gemaakt van een werveling binnen de vloeistof in overeenstemming met de draaiing van de aarde, die de totale beweging van de vloeistofmassa aanmerkelijk versnelt. Bij dit proces wordt kinetische energie door de vloeistof opgenomen, maar dankzij de werveling in het krachtveld van de aarde in bewegingsenergie omgezet. Vandaar, dat geen temperatuurstijging als gevolg van hogere snelheid, maar eerder vaak een lichte temperatuurdaling in de vloeistof als geheel op zal treden.
    – hij vond namelijk ook een mogelijkheid om dergelijke wervelingen in de atmosfeer tot stand te brengen zoals in een cycloon een luchtledig veroorzaakt, zo is dit ook bij deze snelle werveling van gassen het geval. Wanneer men de aandrijving van de werveling staakt, ontstaat een grote druk naar dit ledige kerndeel toe. Van werkelijke implosie is daarbij nog geen sprake. Deze mens trachtte inderdaad dit beginsel zo te formuleren, dat een brandstof besparende motor met weinig bewegende delen gebouwd kon worden, doch heeft daarvan nooit een werkend model kunnen vervaardigen. Ook heeft hij dit betreffende geen enkel patent aan kunnen melden.

Er is geen veld of bepaalde kracht, die vanuit de aarde en tegen de zwaartekracht in dingen naar boven voert. De zwaartekracht zelf is een veldwerking, die ontstaat door de beweging van de aarde, haar wentelingen rond haar as, rond de zon en met de zon rond een bepaald centrum in het Melkwegstelsel. Elke beweging kan dan ook – indien de beweging op de juiste wijze wordt gevoerd – zij het in atomen en moleculen, dan wel in het lichaam van een bepaalde stof – een tijdelijke opheffing of vermindering van die zwaartekracht betekenen. Eigen zwaartekrachtwerking voor alle lichamen, die zich binnen het aardveld bevinden, bestaat eveneens. Isolatie van de werkingen van zwaartekracht zal eveneens mogelijk zijn, maar hiervoor heeft men bepaalde snel wisselende magnetische stromingen van hoge dichtheid nodig, die – zover mij bekend – op aarde nog niet kunnen worden gewekt. De werveling van de velden dient dan  tegengesteld te zijn aan de wenteling van de aarde en de wervelingsrichting van natuurlijk stromend water.

image_pdf