Het wrekend atoom

12 januari 1959

We hebben dit onderwerp een titel gegeven, die een klein beetje ‑ laat ik zeggen ‑ opwindend klinkt: het Wrekend Atoom. En men zal zich afvragen: “waar moeten we naartoe met een dergelijke titel, die eerder geschikt is voor een moderne ruimtevaartfilm van het goedkoopste soort dan voor een lezing met esoterische inslag”. Toch is het noodzakelijk dat we ons realiseren dat het atoom inderdaad een zekere wraak neemt op de mens.

Daarnaast staat de moeilijke kwestie van de zgn. afvalproducten. U weet allemaal dat elke stof, elk element, ontleed kan worden in verschillende onderdelen of isotopen. En die isotopen zijn heel vaak in meerdere of mindere mate radioactief. De medische wetenschap heeft gebruik gemaakt van deze isotopen om haar onderzoek te vereenvoudigen. Men gebruikt ze voor het testen van de plantengroei, kortom overal kan men er iets mee doen, mits de hoeveelheid klein genoeg is. Maar wat gebeurt er nu bv. wanneer ik een reeks isotopen krijg van zuurstof of van andere gassen uit de atmosfeer? Isotopen die actief zijn en die juist door dit verschil in activiteit heel vaak zich in de bovenste luchtlagen gaan bewegen. Dan ontstaat er dus een stralingsketen rond de aarde, die in sterkte zal toenemen, naarmate de proeven met het atoom, het gebruik van atoomkracht op deze wereld, verder gaat.

Op den duur zou dit kunnen leiden tot een zeer sterke verandering van klimaat en ook een verandering van de eigen werking en intensiteit van het aardveld. Gebeurt dit, dan zien we zeer plotselinge veranderingen, zoals er bv. in de ijstijd zijn voorgekomen. Dan zal men weliswaar niet meer over vele jaren de vluchtende mammoets ingevroren vinden in het plotseling opkomend ijs, maar dan vindt men misschien hele steden begraven onder iets dergelijks. Dan worden misschien bij de noordpool tropische gebieden geboren, zodat in de verre toekomst wellicht een ander ras gaat baden ergens bij Spitsbergen, zoals u dat doet aan de Mediterranée en ligt de Sahara begraven onder een korst van sneeuw en ijs, die onvoorstelbaar groot is. Het klinkt erg fantastisch, maar het is het niet. De mogelijkheid is er, wanneer het atoom verder de vrijheid wordt gelaten om zo te reageren, als het op ’t ogenblik doet, vrij en voortdurend de omgeving besmettend.

Ook de zogenaamd “eenvoudige” proeven met atoombommen hebben grote gevaren. Niet alleen het gevaar dat we bv. hebben gezien in Japan en bij de proeven in de Zuidzee. Toch wil ik er even op wijzen dat een explosie van een middelgrote A‑bom een uitval veroorzaakt van radioactieve regen gemengd net stofbestanddelen over een afstand van bijna 400 mijl. En wat betreft de langzame werking van dit atomaire gif is het misschien goed u eraan te herinneren dat in Japan nu nog jaarlijks meer dan 30 mensen sterven als gevolg van een atoomaanval, die voor de meeste al bijna in het vergeetboek staat. Hier alleen reeds wordt ons duidelijk dat het atoom met zijn giftige stoffen gevaarlijk is; zo gevaarlijk dat het voor de mensheid niet verantwoord is te veel te spelen op de rand van een afgrond. Een afgrond, die de ondergang van homo-sapiens kan betekenen. Een afgrond waarachter het spookbeeld ligt van een wereld vol van vreemde vormen, van mutaties die een eigen leven en karakteristiek beginnen te krijgen op een zodanige manier dat de mensheid erdoor wordt bedreigd. 0 ja, vrienden, het atoom wreekt zich voor elk misbruik.

Let wel, u hoort mij hier niet zeggen dat de kracht van het atoom niet op een redelijke wijze gebruikt kan worden. Zelfs met de atoomsplitsing die op het ogenblik bestaat, is een verantwoord werken wel mogelijk. Maar is het verantwoord, wanneer we bv. sterk radioactieve afvalstoffen eenvoudig in grote loden emmers verpakken (eventueel ingieten in cement) en doen zakken naar de diepzee? De vervaltijd van deze producten is soms enorm lang. Dat zijn perioden van honderd, honderden, soms duizenden jaren. Meent men nu werkelijk dat het lood geen omzetting zal ondergaan, wanneer het langdurig wordt gebombardeerd door deze actieve massa die erin besloten is? Meent men dat een eenvoudig blok beton voldoende is om het geweld en de druk van de wereldzeeën te weerstaan? In de ongeziene diepten van de oceaan sluipt het atoomgif rond. Het wordt ingeademd door de kleine wezens van de zee. 0, u vindt nog haast geen radioactieve vissen op de markten en de controle die op het ogenblik gehouden wordt, lijkt soms wel wat overbodig. Ik ben het direct met u eens. Maar daar in de diepte leven vreemde wezens, weet u dat? Heel vreemde wezens. Wezens die op ’t ogenblik reeds beginnen te muteren in de omgeving van sommige stortplaatsen van radioactieve afval. En dat is niet zo mooi. Want die wezens dragen hun eigenaardig gif weer naar de bovenste lagen. Het kan 50, het kan misschien 70 tot 80 jaar duren, maar na die tijd zal blijken dat in de wereldzeeën mutaties ontstaan van wieren, van kleinere diertjes, dan in plankton – infusoriën en dergelijke – maar ook van vissen. En de mensheid breidt zich uit. Ze heeft behoefte aan het voedsel dat de zee kan geven. En het is helemaal niet zo fantastisch om te beweren dat de mensheid over 1 1/2 à 2 eeuwen aangewezen zal zijn op de voedingsproducten die de zee geeft. Dit grote oppervlak dat op het ogenblik nog bijna niet gebruikt wordt, maar dat in zich schatten bergt die de hele mensheid kunnen voeden, onderhouden, kunnen kleden zelfs. Een dergelijk rijk erfdeel werpt men eenvoudig terzijde, wanneer men voortgaat op de wijze waarop men thans is begonnen. Nu nog is het niet gevaarlijk. Nog zijn deze mutaties betrekkelijk geleidelijk. Nog vinden we niet die gedrochtelijke wezens die ons in een of andere droom worden voorgespiegeld, maar ze zijn er. Er staat ergens een fabriek, waarin proefnemingen worden gedaan en waar men ‑ ook bij wijze van een soort proef ‑ door middel van radioactiviteit elektrische kracht, elektrisch vermogen opwekt.

U zult zeggen: “dat is toch heel gewoon”. Inderdaad. Het is heel gewoon dat de mens streeft naar een nieuwe krachtbron. Maar het is niet gewoon dat hij de gassen die daarbij ontstaan, afvoert in de atmosfeer. Zelfs wanneer dat zo wordt gedaan, dat de boel 1000 meter ongeveer wordt omhoog gestoten voordat het zich met de atmosfeer kan mengen. Het is niet redelijk om maar aan te nemen dat ‑ omdat het maar hoog genoeg is ‑ het net als vliegas bv. onschadelijk wordt. Dat is niet waar! Dan bestaat er op het ogenblik een te grote voorliefde om radioactieve preparaten te pas en te onpas te gebruiken. Men zegt: wij willen de voedingsgewoonten van een plant nagaan. Zeer natuurlijk. Daarom brengt men met radioactief jodium bv. gemengde kunstmest in de grond en men ziet, hoe die stof wordt opgenomen. Men controleert met de geigerteller hoe ze in de bladeren uitwerkt. Men zoekt verder en verder, tot men uiteindelijk precies begrepen heeft hoe het voedingsproces van een plant zich afspeelt. Maar vernietigt men die plant? Neen. Deze plant, die radioactief besmet is, wordt eenvoudig weer gebruikt voor verdere teelt. En er zijn ons gevallen bekend, waarbij men graan evenals aardappelen trouwens aan dergelijke proefnemingen hebben onderworpen, waarna het poot‑ of zaaigoed eenvoudig weer ter beschikking werd gesteld voor algemene landbouw. En zelfs als veredeld product. Dat was niet juist. De omzetting van stoffen in deze planten was een ge­heel andere geworden. En al zijn ze niet direct giftig, hun voedingsgehalte is zodanig veranderd dat bij een voortdurend gebruik van dergelijke gewassen de mens niet zou kunnen voortbestaan. O.a. vindt hierdoor een aantasting van bepaalde enzymen in zijn eigen bloedsomloop plaats, in zijn eigen lichaam.

Begint u te begrijpen dat de titel: het wrekend atoom, niet zo vreemd is? Het atoom wreekt zich voor misbruik. Misbruik door mensen, die menen dat een proef er nog wel even mee door kan; of dat het zo gemakkelijk is dat we het nu maar zo moeten doen. Ik wil u nog een paar voorbeelden geven. Tijdens een proefneming in Arizona werden ruim 3000 man van het leger blootgesteld aan een straling, welke intensiteit, zoals men zei, niet gevaarlijk was. Bij decontaminatie ‑ ontsmetting dus ‑ werd inderdaad vastgesteld dat met enkele tabletten het euvel verholpen zou zijn. Vruchtbaarheid is er niet mee teloor gegaan; ook daar heeft men proeven mee genomen. Maar wat men niet heeft gezien ‑ of niet heeft kunnen zien klaarblijkelijk ‑ is, dat de dragers van erfelijke eigenschappen in de zaadcellen veranderd waren. De wezens, die geboren worden door de paring van deze mannen met normale vrouwen, zullen abnormale eigenschappen bezitten. Eigenschappen die misschien uiterlijk niet zo sterk naar voren treden – ten hoogste in een verschil van teint (pigmentering dus) en haarkleur ‑ maar innerlijk heel vaak in een afwijking bv. van de bouw van de hersenen, een afwijking in de interne secreties. Wezens, die ‑ gezien vanuit het standpunt van de huidige wereld ‑ in hun volwassenheid net een heel klein tikkeltje geniaal en waanzinnig tegelijk worden. Een land kan ongetwijfeld rustig een 150 à 200 van deze wezens opnemen en zelfs nuttig gebruiken. Maar stel nu eens dat die proeven herhaald worden en nog eens herhaald, steeds met anderen. Een land als de Verenigde Staten kan niet meer dan 6000 van deze wezens in zich bergen, zonder een absolute omwenteling van cultuur en economische samenleving te ondergaan. Dat vindt u misschien overdreven? Maar 6000 op zo velen? Maar dit kleine aantal beschikt over eigenschappen, die juist door het ietwat waanzinnige en de wijze, waarop dit tot uiting komt, op de massa een grote invloed hebben. Dan krijgen we, met door geboorte “manische” elementen te maken. En het woord manisch, betekent dus zodanig eenzijdig, dat we ons bv. een Hitler kunnen voorstellen als een dergelijk soort maniak. Onplezierig? Zeker, het atoom wreekt zich op de mens die geen respect heeft voor de geheimen van de eeuwigheid en de krachten van de eeuwigheid. Een ander punt: op het ogenblik dat je begint het atoom te ontbinden en de stralingskrachten van het atoom te gebruiken, begin je tevens een omzetting in de wereld te veroorzaken. In het begin wordt dit heel gemakkelijk genezen. Het is als een kleine infectie bij de mens, een puistje dat na 3 of 4 dagen vanzelf uitbreekt en weggaat. Maar als deze aantasting van stoffen en materialen steeds wordt voortgezet, wat gebeurt er dan? Dan ontstaat er iets dat je het best met een soort kanker kunt vergelijken. Een verandering van eigenschappen van de materie, die in het begin chemisch niet, maar later chemisch zeer sterk tot uiting komt. En uiteindelijk bent u als mens aangewezen op omzettingsproducten van chemicaliën, van zouten. Want dat is de voeding van de plant. En via het plantenleven voedt zich alles. Ook de vleeseter, want die eet de planteneter. Gaat het iets verder in u doordringen, hoe vreemd deze wraak is?

En nu begint men op het ogenblik met proefnemingen om door middel van atoomkracht en ook al met atoomstraling – in Rusland heeft men o.a. een dergelijke proef kortgeleden genomen ‑ een enorme pressie uit te oefenen op de stof, en wel zo groot dat zij a.h.w. tijdelijk tot een magma-toestand terugkeert. Men stelt zich voor dit te gebruiken bij mijnbouw maar ook bij het boren van tunnels. De stelling die verkondigd wordt, is dat na gebruik van zekere, chemische stoffen ter ontsmetting ongeveer 3 jaar nodig zijn om alle activiteit te doen wegvallen.

Dit is niet waar! Alle stof die wordt aangetast op deze wijze, ondergaat een primaire omzetting die niet meer tenietgedaan kan worden; en deze omzetting baart chemische kwaliteiten waardoor ook andere stoffen van gelijk gehalte kunnen worden aangetast. Het vreet door net als roest. Het eigenaardige is dat dit verschijnsel het sterkst optreedt in graniet, in basalt en ‑ in een ietwat mindere mate ‑ in leisteen. Gra­niet, basalt en leisteen zijn zeer belangrijke bestanddelen van de basis der continenten. Wat moet er gebeuren, wanneer deze steen wordt aangetast, waardoor uitzettingen maar ook inkrimpingen ontstaan, grote holten in de aarde? Het is werkelijk wel vreemd dat de wetenschap nog steeds meent deze risico’s te mogen nemen. Vanaf het begin van het bestaan heeft het atoom ‑ al wist de mensheid dat misschien niet ‑ een zeer belangrijke rol gespeeld.

In het begin van het ontstaan van deze aarde was er radioactiviteit. Radioactiviteit die soms bijzonder groot werd en we kunnen daarvan nog de getuigenissen terugvinden. Er zijn hele loodmijnen, zelfs welke loodinhoud bestaat uit een vervalproduct van radioactieve stof. Ze is er geweest. En wat heeft deze radioactiviteit gedaan? Zij heeft de voortdurende mutatie mogelijk gemaakt, waardoor thans de vertebraten ‑ dus indirect de zoogdieren en de mens ‑ de regeerders van de wereld zijn. Was dat niet gebeurd, dan zouden op deze wereld de insecten meester zijn. Treedt nu een dergelijke stroming weer op ‑ nu kunstmatig veroorzaakt ‑ dan zou een ondergang van het mensdom er zeker uit voortkomen.

Nu hebben wij een dergelijk betoog elders gehouden en daar was iemand die in de discussie onmiddellijk repliceerde: “ja, maar we hebben op aarde geen krachtbronnen meer en we hebben kracht nodig. We hebben voortdurend meer energie nodig.” Was dat waar? Neen, dat is niet waar. Want op het ogenblik wordt enorm veel energie en arbeid verspild door het vervaardigen van producten die bestemd zijn om weg­geworpen te worden. Enkele voorbeelden: een radiofabriek in de Ver. Staten maakt toestellen die erop gebaseerd zijn dat ze na 2 jaar vernieuwd moeten worden, onbruikbaar zijn geworden. Een ander voorbeeld: een Nederlandse fabriek maakt gloeilampen die slechts 1/17de van de mogelijke levensduur bezitten, om de omzet ‑ zoals men zegt – in stand te houden. Kledingfabrieken kunnen weefsels vervaardigen (en dus ook kleding), die praktisch onverslijtbaar zijn. Integendeel, men maakt over het algemeen juist stoffen die aan een behoorlijk slijtageproces onderhevig zijn, ofwel andere verschijnselen vertonen, waardoor zij bv. na 3 of 4 jaar zeker onbruikbaar zijn; dan hebben we zelfs een goede kwaliteit. Wanneer u dat allemaal zo hoort, zult u toch bij uzelf ook wel gaan zeggen: “hé, daar deugt iets niet. Daar wordt enorm veel energie verspild”. Dat is inderdaad waar. Maar stel je nu eens voor dat ener­gie goedkoper wordt. Dat dus het productieproces steeds minder gaat kosten, terwijl door een techniek, die met grote hoeveelheden energie mogelijk is, uit het oude materiaal praktisch alle grondstof kan worden herwonnen. Wat krijgen we, dan? Dan krijgen we een razende cyclus van steeds sneller ondergaande producten, die zogenaamd goedkoper zijn, maar steeds meer energie vergen. Daardoor zal steeds meer energie verwekkend materiaal moeten worden vervaardigd. Het gevolg daarvan zal weer zijn dat er steeds meer radioactieve afvalstoffen komen. Niet alleen dat de verbruiker slechtere kwaliteiten krijgt en dus uiteindelijk steeds sterker bij de neus wordt genomen; niet alleen dat zeer veel arbeid nutteloos wordt verricht, zodat er minder gelegenheid tot rust en geestelijke ontwikkeling op de wereld bestaat; maar ook een vergroting van afvalproducten. En wat die betekenen heb ik u zo-even al verteld.

Laten we nog een stap verder gaan. Op het ogenblik zijn de raket­wapens in bepaalde wetenschappelijke laboratoria allang weer ouderwets. Men heeft al nieuwe methoden gevonden. Eén daarvan is een methode, die men “dusting” noemt. Het systeem is zeer eenvoudig. Wanneer een vijand in te kleine concentratie in een landschap aanwezig zou zijn om het ge­bruik van een atoombom rendabel te maken, kan men volstaan met het uitstrooien van bepaalde afvalproducten die sterk radioactief zijn. Deze vergiftigen de atmosfeer zodanig, dat praktisch alle levende wezens ‑ zelfs een deel van de planten ‑ in zeer korte tijd uitgeroeid zijn. Is door deze “dusting” het gebied eenmaal kaal gemaakt, dan stuurt men een tweede “duster” uit ‑ dus weer een vliegtuig dat sproeit ‑ en deze vloeistof bevat een bepaald alcalium (kalk en nog wat bijzondere stof­fen (laboratoriumgeheimen) en deze stoffen zijn dan zo samengesteld dat binnen 3 maanden dat terrein weer toegankelijk is voor de mensen en dat men het na ongeveer 2 jaar weer normaal kan exploiteren. Hoe komt de mens ertoe om dergelijke wapens uit te vinden. Hoe komt iemand met enig verantwoordelijkheidsbesef, met enig weten, met enige moed en durf er toe om dit de mensheid te willen aandoen. Het atoom heeft ongekende wegen tot macht opengemaakt! Er ligt een hele nieuwe wereld open. Een wereld die zich zo dadelijk misschien gaat uitstrekken tot in het heelal; een wereld die elk voor zich op­ eist. Een wereld die macht en machtswaanzin steeds verder opvoert. Een wereld die zo krankzinnig wordt dat ze geen besef meer heeft voor de zelfvernietiging die ze bezig is te veroorzaken. Deze wapens zijn niet beproefd. Dit zijn laboratoriumwapens. De proeven die men heeft genomen? Ach, die zijn eigenlijk alweer een beetje verouderd. Dat is alleen maar iets wat men reeds in productie heeft en wat men – zoals een auto die men even laat rijden op een proefbaan ‑ wil testen of het nu wel deugt en of het niet nog een klein beetje te verbeteren is. Deze machts­waanzin is misschien wel de grootste wraak die het atoom kan nemen voor een ‑ zonder voldoende geestelijke inhoud ‑ aantasten van kosmische geheimen. Zowel in de Verenigde Staten, in Engeland als in Rusland, plus in enkele la­boratoria in kleinere staten, worden op het ogenblik proeven genomen én met straling én met bepaalde soorten van radioactiviteit die voor deze wereld een absolute vernietiging zouden kunnen betekenen. Wapens die zoveel te ge­vaarlijker zijn, omdat ze schijnbaar niet dat absolute kennen van de bom. Per slot van rekening, als je een bom met een kobaltmantel afgooit, dan is het wel zeker dat je een half continent ontvolkt. Ten eerste door de grote vernietiging van de bom, ten tweede door de grote “fall‑out” ‑ dus de zeer grote radioactieve neerslag, die daarop volgt ‑ die praktisch een heel ge­bied ontvolkt. Maar ja! Dan kun je daar de eerste paar jaren niet naar toe. Dan heeft dat eigenlijk geen zin. Want je hebt niet alleen je vijand overwon­nen, maar je hebt het ook voor jezelf onmogelijk gemaakt om van die winst enig profijt te trekken. Dit is nog niet zo gevaarlijk als het lijkt; daar zijn de zakelijke elementen en de zakelijke instincten van de mens te sterk op tegen. Dat is een risico dat je alleen in de uiterste noodzaak misschien zou nemen, wan­neer je zelf eigenlijk al onder de voet gelopen bent. Maar deze “kleine”, deze gemakkelijk te hanteren stoffen, waarmee je zo even het leven verandert, waarmee je mensen verdooft, waarmee je het weer misschien wijzigt, ach, die zijn zo gemakkelijk te hanteren en die zijn zo gemakkelijk weer onschadelijk te maken. Het zijn over het algemeen producten met een betrekkelijk korte vervaltijd. Na enkele jaren is er al niets meer van over. Is het eigenlijk geen duivels spel? Het is of deze laatste ontdekking van de wetenschap de mens ertoe brengt om steeds meer op de rand van het hellevuur te dansen. Daarbij tegen zichzelf zeggende, als een soort atomaire Tarzan: “Ik ben de baas. Ik kan het en niemand anders.” En laten we nu de andere kant eens even bekijken. Denkt u dat er wer­kelijk geheimen zijn op commercieel gebied, op militair gebied? U vergist u, 99% en misschien meer procent van alle Amerikaanse ontdekkingen is in Rusland bekend en omgekeerd. Overal heeft men stempeltjes: “ZEER GEHEIM”, “TOP‑SECRET”. Maar die stempeltjes helpen niet. Dat wil zeggen dat wanneer ergens op de wereld zo ’n eigenaardige stof wordt uitgebroed, de hele wereld daarvan wéét en zich op zijn beurt gaat voorbereiden op dergelijke proeven en steeds weer probeert afweerwapens te vinden. En dan zijn we er nog niet. Het is gebleken dat we met radioactieve stralingen, bepaalde cultures van bacteriën kunnen muteren. En wel op een zo­danige wijze dat ze de meest verschrikkelijke ziekten kunnen veroorzaken en praktisch onuitroeibaar zijn behalve door degenen die ze ontworpen hebben. Het is gemakkelijker dergelijke cultures ‑ die zich vaak bovendien door de­ling zeer snel vermeerderen ‑ te vervaardigen dan een geneesmiddel daartegen te vinden. Ik geloof dat u het met me eens zult zijn dat hier sprake is van waan­zin. Een fantastische waanzin!

En wanneer ik spreek over het wrekend atoom, dan bedoel ik vooral deze waanzin, die in vele overigens zeer verantwoordelijk denkende en ernstige mensen is ontstaan. Het lijkt wel of aan de ontbindings­mogelijkheden van de stof een geestelijke ontbinding reeds nu voorafgaat. Of de gedachte aan ongekende energie en aan ongekende macht de mens verblind heeft voor elk ethisch, reëel denken. Er is een tijd geweest dat Pilatus zei­: “het is beter dat één mens sterve dan een heel volk”. Want van hem is deze uitspraak ‑ naar ik meen als een van de eersten ‑ afkomstig. Tegenwoordig zegt men: “beter dat een heel volk sterve, dan dat men de juistheid van onze stellingen zou verwerpen of overwinnen”. Een kleine verandering in mentali­teit. En laten we dan de toestand bezien zoals ze op het ogenblik is. Er is een geestelijke leegte. Een leegte die zo groot wordt, dat de mens erin moet doordringen, wil hij verder bestaan. Een ongekend gebied, dat hem voortdurend uittart en waarvan hij toch de feitelijke waarde niet kent. Deze leegte wordt ten dele gevuld door kerken, esoterische genootschappen, ge­heimscholen ook, maar slechts zeer ten dele. Voor de grote massa bestaat er een leegte die gevuld kan worden met holle leuzen.

De kracht van de geest werkt daar tegen. Er is een wereldmeester aan het werk op het ogen­blik. Er wordt door ingewijden zowel op aarde als in de geest enorm veel gedaan om dit onbekende terrein voor de mensheid a.h.w. bekend te maken. Maar daar, waar men dit niet kan of wil aanvaarden, daar moet men wel een andere kant uitgaan. Daar moeten ze gaan zeggen: “ja, nu moeten we stoffe­lijk, materieel, hier datgene verkrijgen wat het onbekende ons misschien geestelijk voorspiegelt”. Er bestaat een blad van atoomgeleerden. Het is een heel klein blaadje en ‑ voor zover mij bekend ‑ heeft men reeds enkele malen dit blaadje in beslag genomen, zogenaamd omdat er “geheimen” in stonden. In feite om­dat erin werd gewezen op de dwaasheid van een wetenschap, die volledig in handen komt van de politici, waarbij de wetenschapsmens niet meer de verantwoordelijke persoon is, die streeft voor de mensheid, maar de dienaar van bepaalde politieke groeperingen en belangen. En zegt u nu niet dat dit niet bestaat. Rusland heeft hele universiteiten opgebouwd alleen om dit doel te bereiken. En ook in de Verenigde Staten is het Pentagon langzaam maar zeker een soort producent geworden van wetenschapsmensen, onmiddellijk beconcurreerd door alle andere machten – commerciële en wat dies meer zij ‑ die er maar in het land bestaan.

De ver­antwoordelijkheid in de wetenschap is gestorven. En vreemd genoeg is die juist gestorven toen het atoom kwam. Voor die tijd waren er nog mensen met wroeging en kon er bv. een Nobelprijs worden ingesteld. Maar de explo­sieven die thans zijn uitgevonden en vooral deze vormen van straling die men thans leert hanteren en gebruiken, zullen niet meer de mogelijkheid laten om later nog door middel van een prijs, een stichting voor cultuur of voor vrede, de vervaardigers ervan te vereeuwigen. Dat moeten we goed begrijpen. Het is nu niet meer een “proefneming”. Het is voor deze wereld op het ogenblik: “kun je jezelf aan, en daardoor ook het atoom leren beheersen, of ga je onder?

Dan zult u misschien weer diezelfde tegenwerping willen gebruiken die ik zo-even al aanhaalde: “ja, maar de wereld heeft energie nodig, de ener­giebronnen raken uitgeput. We moeten toch ergens de kracht vandaan halen om de maatschappij te laten voortbestaan”. Dan wil ik u op een paar eigen­aardige dingen wijzen. Er zijn mensen die onder omstandigheden levitatie presteren, omkering dus a.h.w. van de zwaartekracht. Er zijn mensen die in staat zijn elektrische ladingen in zichzelf te verzamelen, zo sterk dat anderen door de schok van deze ontlading alleen neervallen. 0, ik weet het, wetenschappelijk wordt dat verklaard. Ze lopen op rubberzolen en zo. Alleen zijn er ook fakirs die op blote voeten lopen en die dat tóch doen. Er zijn mensen ‑ en dat is meerdere malen aangetoond ‑ die door een ander gezichts­bereik in staat zijn a.h.w. te zien of te ruiken, waar bv. water, edelste­nen, ertsen en mineralen zich bevinden. Maar er zijn ook mensen die deze gaven niet bezitten, maar ze zich weten te verwerven en ze aan‑ en uit­schakelen, zoals u het licht aan en uit doet. Er zijn mensen die alleen door de kracht die zij hypnotisch misschien bezitten, in staat zijn u veel vreemdere taferelen te tonen en van veel grotere samengesteldheid dan het moderne filmdoek. Het zijn allemaal eenvoudige mensen die alleen werken met gedachte­kracht en zelfscholing. Deze mensen waren klaarblijkelijk zo sterk, dat ze in staat waren zeer grote grotten en gangen te doen ontstaan, zoals in som­mige van de tempelbergen in Indië, maar ook zoals enkele kunstmatige grot­ten, die zich bevinden op de vulkaanhellingen in Mexico. Ook al zijn ze nog niet alle gevonden, enkele zijn bekend. Deze mensen hadden toch niet – dat zult u met mij eens zijn ‑ de beschikking over explosieven. Toch deden ze die dingen. Zij konden door de beheersing van de gedachtekracht evenveel bereiken als de mens op het ogenblik met al zijn zoeken naar het atoom. De hele wereld heeft uitgeroepen: “wat een zegen dat er eindelijk chloroform is, dat er ether is, dat er verdovingsmiddelen zijn. Maar in Egypte was de hypnotische narcose al zeer gebruikelijk. Vreemd, nietwaar? Vreemd dat die gedachtekracht van de mens in staat is tot ongeveer hetzelfde als veel van uw moderne voertuigen, uw moderne hulpmiddelen, uw moderne techniek. Maar het is nog vreemder: er zijn mensen die in vuur kunnen lopen, dus een zeer grote hoeveelheid infrarode straling in zichzelf opnemen en op een of andere manier verwerken of weerkaatsen, die anderen absoluut vernietigt. En dan bedoel ik niet alleen de vuurlopers die alleen maar over het vuur lopen, maar mensen die midden in vuur staan en onberoerd blijven. Denk eens aan de drie jongelingen in de vurige oven. Of aan de heks die niet wou verbranden in Reims in het jaar 1605. Er zijn mensen die stralingen kunnen verwerken en deze klaarblijkelijk kunnen gebruiken voor hun eigen doeleinden, dan wel absoluut kunnen weerkaatsen. Er bestaat dus klaarblijke­lijk een geestelijk middel dat in staat is elke werking van het atoom te beheersen. En nu ga ik nog een stap verder: één van de meest heftige en meest fatale reacties die de mens kent op radioactief gebied, is het omzettingsproces in de vaste materie van de zon. Een mens die zichzelf voldoende zou beheersen, zou deze stof in de hand kunnen dragen, zonder dat er iets gebeurde, omdat de eigenaardige frequenties van het gedachteleven en het geestelijk leven sterk genoeg zijn om elke straling af te buigen en onschadelijk te maken.

De mensheid is lang niet weerloos aan het atoom uitgeleverd. Al datgene wat ik u gezegd heb, al dat pessimistische van: “er komt een wereldondergang”, is niet onvermijdelijk, maar is afhankelijk van de mens. Zolang de mens deze dingen gebruikt met machtswaanzin, is hij kwetsbaar. Zolang de mens deze dingen gebruikt om gewin en verder niet nadenkt, is hij kwetsbaar. Zolang de mens dit onbekende gebied in zichzelf tracht te vullen met een technisch be­reiken, met de zucht naar macht, naar rijkdom, is hij kwetsbaar. Maar op het ogenblik dat de mens daar bovenuit komt, op het ogenblik dat de mens leert om dit geestelijk onbekende gebied voor zich te ontdekken en te erkennen, is hij absoluut onkwetsbaar voor het atoom, ja, is hij meester van de microkosmos geworden. Dit meesterschap is door sommige oude magiërs bereikt. Men meent, dat het dwaasheid is om te spreken over transmutatie in goud. “Dat is alleen maar alchemistische symboliek”, roept, men ons toe. Maar het is mogelijk om andere stoffen in goud te veranderen. De moderne atoomchemie heeft het bewezen, het kan. Waarom zou men het in het verleden niet gekund hebben, wanneer het mogelijk is de stralingen te beïnvloeden door een sterk gedachteveld? Ik stel hier, dat in het verleden met deze krachten ook gewerkt is, alleen op een andere manier. Ik stel hier, dat het grote geheim van oude wijzen, o.a. in China 3000 jaar voor Chr. bekend, het geheim van het atoom en “de kleine werelden” – zoals men de elektronen noemde ‑ het geheim is geweest van de gedachtekracht. Het geheim van de gedachte die in staat was het atoom te beheersen. En nu kunnen we nog een stap verder terug gaan. Dan kunnen we gaan spreken over al die eigenaardige wetenschappen van het bijna demonisch duister geworden Atlantis. En dan kunnen we bewijzen dat dit volk zeker niet beantwoordt aan de moderne termen van beschaving en cultuur. We kunnen bewijzen dat men gebruik gemaakt heeft van vulkanische machten om de uiteindelijke vernietiging te veroorzaken. Maar we kunnen ook bewijzen dat er mensen waren die in de vulkaankraters konden afdalen zonder gewond te worden. Die dus bepaalde soorten straling absoluut beheersten. Die verder onkwetsbaar bleken voor zgn. giftige stoffen. Straling kan worden omgezet in energie. Dat is bekend. De straling van het atoom kan worden omgezet in meer dan energie: het kan worden omgezet in directe levensstraling. Maar het atoom is in zijn rust gestoord door een eigenzinnige, slechts zichzelf zoekende mensheid. En het wrede is: dezelfde krachten die voor de mens leven zouden betekenen, te maken tot het meest dodelijke wapen dat er bestaat. Dat mijne vrienden, is de waarheid van het wrekend atoom. Dat is de achtergrond van het gif dat rondsluipt in uw wereldzeeën, dat zich opza­melt in bepaalde delen van uw atmosfeer. Dat is het geheim van die gevaar­lijke deeltjes die ‑ door grote oceaanwinden meegevoerd tot ver in de stratosfeer ‑ stormen veroorzaken, die met ontzaglijke snelheid de hele we­reldbol omlopen en nu eens hier en dan eens daar plotseling alarm doen ont­staan, radioactiviteit met ettelijke röntgen gestegen. Dan mogen we dus wel zeggen dat de kern van ons betoog: “Het wrekend atoom” in feite niet alleen over het atoom gaat, maar vooral over de mens. De mens die nu ‑ klaarblijkelijk onvoldoende geestelijke rijpheid bezittend ‑ speelt met het geheim van de sterren, speelt met het geheim van le­ven en dood, speelt met de krachtvelden, waaruit uiteindelijk de gehele kosmos is opgebouwd. De wraak van het atoom is geen wetende, wel berekende wraak. Het is het gevolg van onwetendheid, onbeheerstheid. Die wraak eigent de mens zich toe uit het atoom, omdat hij slaaf wordt van krachten die hij ontketent in plaats van ze te beheersen door er geestelijk boven te staan, geestelijk en moreel.

Een laatste woord: Er zijn zogenaamde stralings‑ en kleur laboratoria, waar men bepaalde voedingsmiddelen teelt, onder invloed van lichte radio­activiteit. Stralingen van verschillende frequentie, lichtstralingen zo­wel als andere. Het blijkt, dat daardoor de eigenschappen van sommige plan­ten aanmerkelijk kunnen worden veranderd; ook zelfs dat men vruchten kan verkrijgen van een buitengewone grootte. Om u een aardig voorbeeld te geven: de laatste proefnemingen hebben aardbeien op­geleverd met een gemiddeld gewicht van ongeveer 3 1/2 tot 4 kg. Dus nog meer dan het stukje vlees dat u zich permitteert zo nu en dan, wanneer de por­temonnaie weer eens vol is. Het suikergehalte bij de laatste proefnemingen was zelfs iets groter dan bij de normaal geteelde vruchten. In het begin was het te waterig. Nu heeft men dat overwonnen. Alleen, men heeft weer gebruik gemaakt van isotopen. En daardoor is het thans nog niet mogelijk om deze vruchten op de markt te brengen, want het blijkt dat de vrucht een groot gedeelte van de radioactiviteit ‑ in kleine mate bijgevoegd ‑ in zich opzoog en daardoor gevaarlijk werd. De volgende proeven zijn erop gericht om dit gevaar te elimineren door wijzigingen in de stralingskracht die men toevoegt in die activiteit.

De wereld heeft voedsel nodig. En hoe verder de mensheid gaat zonder dat een grote vernietigingsramp die mensheid weer terugbrengt tot het be­gin, hoe meer voedsel ze nodig zal hebben. Voedsel uit de wereldzeeën, maar ook voedsel dat geteeld kan worden op deze manier: rendabel. Ik weet niet, of u gehoord heeft van chlorella. Chlorella is een soort plantachtig, gifachtig weefsel. Het is mogelijk gebleken hiervan grote en betrekkelijk ruwe vezelcellen te doen ontstaan, die gekookt of gebraden zelf enige over­eenkomst met een soort kippenvlees vertonen; alleen de smaak doet een klein beetje meer aan soja denken. Wanneer men daar smaakstoffen gaat bij­voegen, zal dat natuurlijk schitterend zijn. Dan heeft men weer een nieuw voedsel dat men in de fabriek kan produceren en dat ‑ evenals soja – zeer belangrijke voedingsbestanddelen in zeer rijke mate bevat. Nu heeft deze chlorella om de verlangde groei te vertonen niet alleen nutriënten, voe­dingsstoffen nodig, maar ook straling van een zeer bepaald gehalte. Op het ogenblik is die straling zodanig dat de stof giftig wordt, wanneer ze geteeld wordt in een te snel tempo. Wanneer men echter terugkeert van deze verkeerde behandeling met straling – en zelfs ook al weer met enkele radio­actieve preparaten ‑ dan zal ongetwijfeld glorella een nieuwe voedingsbron zijn.

Het 1000‑jarig rijk ligt net om de hoek. Helaas niet om de hoek van de tijd, maar om de hoek van het menselijk vermogen en het menselijk den­ken. En wanneer het atoom zijn zin krijgt ‑ zo het al een zin heeft ‑ wanneer het de huidige tendens van steeds groter wordende vernietiging, van steeds groter wordende vrees en gelijktijdig van een steeds groter wordend geestelijk on-bewustzijn kan voortzetten, dan zal die wereld van voleinding, van voldoende eten voor iedereen, voldoende tijd voor iedereen en voldoende vreugde voor iedereen, altijd voor de mensheid blijven wegvluchten. Dan zullen misschien komende geslachten van mutanten wederom beginnen daar, waar eens de mensheid begon: bij het vuur en het eerste wiel. En dan zal misschien na zoveel en zoveel miljoenen jaren weer een atoombom ontstaan en zullen weer dezelfde proeven worden gedaan.

Dat atoom is niet alleen de bouwstof van de materie. Het atoom is de kleinste samenstelling die wij kennen van de materie; maar gelijktijdig ‑ in deeltjes ‑ het opbouwend bestanddeel van materie, doordat de kos­mische kracht en trilling in een werveling gevangen zijn. Omdat tegenge­stelde velden van een tweeledig veldvermogen a.h.w. als tegenpolen fun­geren en daardoor het bestaan van materie mogelijk maken. Kracht, die identiek is aan de krachten van de geest. Kleinste vormen en bestandde­len, identiek aan de vage ijle materie, waarin de geest zich vaak nog beweegt.

Het atoom is niet alleen de bouwsteen van uw wereld of de bouwsteen van een toekomst, zoals sommigen u vertellen. Het is niet het verderf van komende tijden. Het atoom is de grondslag van leven in welke vorm ook, zo­lang er over een individueel bestaan kan worden gesproken. En wanneer het zich dan thans wreekt aan de mens die zich aan de wetten van de eeuwigheid vergrijpt, zo zal het de nuttige, aangename dienaar zijn van iedereen die over de geestelijke vermogens beschikt om de inhoud van het atoom te be­grijpen en niet ‑ zonder begrip ‑ stoffen in de wereld te brengen, die ‑ gezien het bewustzijnspeil en de lichamelijke vorm ‑ door de onevenwich­tigheid van de doorsneemens thans niet beheerst kunnen worden.

En daarbij wil ik het dan op het ogenblik laten. Ik heb u heel wat verschillende kantjes getoond en er zijn heel wat dingen bij, die u erg sensationeel, fantastisch of misschien zelfs onmogelijk zullen voorkomen. Om daar eventueel nog verder over te praten komt er zo dadelijk een dis­cussie. In die discussie kunt u precies vertellen, hoe onzinnig u vindt, wat ik hier gezegd heb, hoe onjuist het is, of hoe ik de mensen ‑ en de wetenschapsmensen bovenal ‑ onderschat of misschien miskend heb. Wat ik hier naar voren heb gebracht is het resultaat van een studie van een 14-­tal van onze broeders omtrent het gevaar van het atoom. Het is bovendien de basis ‑ een heel kleine weergave overigens van de basis ‑ van een kracht ­die ‑ naar wij hopen – zich in de wereld zal kunnen ontplooien om daardoor op zuiver stoffelijk terrein ook te kunnen ingrijpen. Wanneer dit althans is toegelaten door de eeuwige krachten die de vrije wil tot nog toe rege­ren en dus toestaan dat de mensheid haar eigen weg kiest, zelfs naar de ondergang toe.

Vragen

  • Er is ons vaak geleerd dat hetgeen aan de mens geopenbaard wordt, slechts gegeven wordt als de tijd er rijp voor is; d.w.z. dat de zekerheid be­staat dat het de mens ten goede komt. Wel zien we steeds dat het vaak eerst verkeerd aangewend wordt. Komen deze openbaringen steeds van goedwillende entiteiten? Of is het ook mogelijk dat zgn. duivels het aan de mens kunnen brengen?

Ja, dat is nu een heel moeilijke vraag en wel om de eenvoudige reden dat u er duivels bij haalt. Wat is een duivel eigenlijk? In doorsnee is een duivel het slechte geweten van de mens dat hij afreageert op een persoonlijkheid, die hij buiten zich projecteert en zoveel werkelijkheid verleent dat hij uiteindelijk in het astraal gebied zelfs demonisch kan ingrijpen. En dat houdt dus in dat een duivel eigenlijk niets nieuws kan geven.

Neen, de kwestie is een klein beetje anders. Er zijn entiteiten waarvan we kunnen zeggen dat ze goed zijn volgens het inzicht van de mensen en entiteiten die volgens menselijk inzicht kwaad zijn. Beiden zijn nodig, omdat eerst door de tegenstelling tussen deze beiden een totaal verschillende reeks van impulsen op de wereld wordt losgelaten, waarin de mogelijk­heid tot bewustwording schuilt. Als alles precies hetzelfde en altijd maar gelijk is, dan gaat het u net als in een nieuwe woonwijk: dan weet u ook niet meer in welke straat u staat en waar u eigenlijk bent. Dus juist die verschillen zijn eigenlijk noodzakelijk voor de bewustwording.

Wat gegeven wordt, wordt natuurlijk gegeven wanneer de tijd er rijp voor is. Logisch. Want eerst wanneer de mens gebruik kan maken van de ken­nis die hij krijgt, heeft ze zin. Die tijd is nu gekomen. Maar het staat steeds nog aan de mens om te besluiten of hij er goed of kwaad mee doet. Wat hij er ook mee doet, goed of kwaad, één ding is zeker: hij zal hier­door aan bewustzijn winnen door nieuwe inzichten die hij heeft gekregen; maar ook door een nieuwe vaststelling van eigen verhouding ten opzichte van God en een nieuwe definitie van goed en kwaad. En dat zijn heel belang­rijke punten.

Dat altijd alles eerst verkeerd wordt gebruikt is niet helemaal waar. Per slot van rekening was het zoeken naar geneeskunde en geneeskundige kruiden er al lang voor het buskruit. Het buskruit was een ongelukkig bij­product van het zoeken naar geneeswijzen, alchemistische bestanddelen en de Steen der Wijzen. Wanneer we verder gaan kijken, kunnen we zeggen dat overal op de wereld uitvindingen reeds bestonden in een onschadelijke zin, voordat ze schadelijk werden gebruikt. Dat klinkt u misschien heel vreemd in de oren. Alleen in de tegenwoordige tijd ‑ dat geef ik graag toe ‑ draait het vaak een beetje om. Maar dat komt juist omdat deze tijd rijp is voor verandering. Het is een periode van overgang.

In deze periode van overgang kan de mensheid moeilijk blijven bestaan, zoals zij is. Dat, wat thans is, is een onhoudbare toestand vanuit geeste­lijk standpunt. Verslaving van de massa aan allerhande leeg amusement, aan stimulerende middelen enz., betekent een geestelijke stilstand en dood. Daarin kun je geen bewustwording meer vinden. Dit moet dus ten einde ko­men. Dat is duidelijk. Daar staat tegenover dat wanneer een nieuwe gees­telijke wijsheid wordt gevonden die de mensheid leert te beheersen ‑ ik heb dat in het tweede gedeelte van mijn betoog ook zeer duidelijk gezegd – hij daardoor niet alleen de sleutel krijgt tot een betere wereld, maar in feite tot de essence van het bestaan, zodat geestelijk bestaan en geestelijk leven dan ook veel reëler voor hen worden en op de duur waarschijnlijk zijn eigen gesteldheid ook totaal zal veranderen. Het is een grootse periode van omwenteling, waarin u zich thans bevindt en het atoom – de ontdekking daarvan of beter gezegd: het gebruik ervan in deze periode ‑ is slechts een teken, een symbool van deze verandering, meer niet.

Ik meen dus te mogen constateren dat ‑ ondanks de pessimistische gelui­den die u natuurlijk voornamelijk hebt gehoord (want als je iets zegt, wat kwaad is, hoort iedereen het; zeg je iets goeds, dan hoort 10 % het) we toch wel kunnen zeggen, dat dit uiteindelijk goed is. Niet voor de mensheid zoals ze hier leeft, maar voor de geestelijke bewustwording van de mens ‑ het meest belangrijke deel van zijn wezen en bestaan dus – dat hierdoor wordt gedwongen om te komen tot een nieuw concept en een nieuw inzicht. Hetzij goedschiks door nu het atoom meester te worden, dan wel kwaadschiks door de gevolgen daarvan te ondergaan en daaruit nieuwe ervaring te putten.

  • Kunt u ons iets meer vertellen over dat afbuigen van die radioactieve stralen? Ik kan me niet voorstellen dat gedachtekracht dat kan.

Dat komt waarschijnlijk omdat de gedachtekracht van de meeste mensen erg verwaasd is. Om een voorbeeld te geven: wanneer ik water bevries, dan heb ik ijs en dat heeft een hoog weerstandsvermogen, nietwaar? Wanneer datzelfde waterdamp is, een zeer ijle damp, dan bemerk je niet eens dat het er is. Zo is het met gedachtekracht. De doorsneemens heeft niet geleerd zijn gedachten werkelijk scherp te richten en te concentreren. Toch is elke gedachtewerking in een stoffelijk voertuig in feite het opwekken van een elektrisch veld. U weet dat in een elektrisch veld elke emissie van elektronen ‑ en zelfs van andere delen ‑ een afbuiging kan ondergaan in overeenstemming met geaardheid en trilling van het veld. Daaruit vloeit dus voort dat wanneer wij de trillingen die worden uitgezonden, zodanig kunnen versterken dat zij in de omgeving invloed hebben, die afbuiging automatisch plaats vindt. Gedachtekracht is niet alleen ‑ zoals de mensen denken ‑ een “chimaera”, een kwestie van denken en zoetdoenerij. De gedachte is een actieve kracht, waardoor u ‑ of u het weet of niet ‑ uw medemensen beïnvloedt. Wanneer die medemens daardoor beïnvloed wordt, dan zal ook de omgeving beïnvloed worden, dat zult u met mij eens zijn. Wanneer ik leer mijn gedachten en mijn gedachtekracht aan te passen aan stoffelijke waarden in mijn omgeving, dan kan ik juist door die gedachten zeer eigenaardige effecten tot stand brengen. Mag ik u wijzen op bv. de zgn. poltergeist‑verschijnselen, waarbij onbewust ‑ let wel, maar door het scherp verlangen of denken‑ kinderen en soms ook volwassenen in staat zijn om betrekkelijk zware voorwerpen te verplaatsen, te doen breken, te doen vallen. Dat is toch wel een bewijs dat die gedachte enige kracht heeft. Stel u voor dat deze zelfde kracht, deze zelfde energie wordt omgezet in een veld, speciaal op een bepaald soort straling gericht en het zal u niet zo moeilijk meer vallen te geloven aan de mogelijkheid dat straling ook daardoor afgebogen kan worden. Dus door een enkel persoon? Door een enkel persoon desnoods. Want laten we niet vergeten: wat we nodig hebben om af te buigen is niet zo groot. Vaak is een betrekkelijk geringe baansverandering voldoende om de werking van een straling totaal te veranderen. En wanneer u daarmee rekening houdt, dat dus het momentum van de kleine deeltjes zelf weer in het veld door de afbuiging kan worden omgezet in energie (een principe dat andere planeten wel ontdekt hebben, maar wat uw eigen planeet nog niet helemaal kent), dan zult u begrijpen dat wanneer voldoende straling aanwezig is plus een primair veld dat in staat is, laten we zeggen, de eerste 10 seconden de afbuiging tot stand te brengen, door de afbuiging zelf een soort ja, kinetische energie is het eigenlijk niet maar toch iets dergelijks……… een soort energie in het veld ontstaat die van buitenaf wordt gevoed. En dan is het dus: hoe harder het bombardement, hoe groter de kracht die het afbuigt. Een heel typisch verschijnsel. U kunt dit soms zien ‑ al is het dan op een ander terrein ‑ bij geesteszieken. Heeft u wel eens opgemerkt dat wanneer we te maken krijgen bv. met monomanie, de totale energie van de persoon soms veertien‑ à vertwin­tigvoudigd? Zodat voor een eenvoudig klein vrouwtje dat men normaal met een vinger zo wegschuift, dan 10 sterke mannen nodig zijn om haar enigszins in bedwang te houden? Vraagt u er maar eens naar in een kliniek. Die ener­gie kan niet alleen uit de spierweefsels komen, zo vreemd als het u klinkt. Deze energie kan alleen het resultaat zijn van een “feedback” in het ze­nuwstelsel, waardoor eenvoudig cellen desnoods worden afgebroken om de be­nodigde energie te leveren. Maar stel nu dat u diezelfde monomanie kunt opwekken. Wat gebeurt er dan? Dan kunt u op elk willekeurig moment uw eigen kracht zozeer vergroten, dat u in plaats van één man, tien man de baas kunt. Dat volgt hieruit. En zo kun je voortgaan. U weet bv. dat sommige mensen in staat zijn zichzelf in een zgn. hypnotische trance te brengen. Autohypnose dus. Deze mensen kunnen in zo’n toestand een stuk steen op hun borst laten verbrijzelen, terwijl ze tussen twee stoelen hangen (dus alleen met hun hakken en hun nek ergens op steu­nen). Een energie die een normaal mens niet heeft, maar die door een be­paalde instelling klaarblijkelijk aan het lichaam verleend kan worden. Als u zich dit alleen maar eens realiseert, dan zult u meteen zeggen: ” ja, maar met een moker een steen kapotslaan op een mensenlichaam? Wanneer dat ge­beurt door een ondeskundige, (dus niet door de helper van de fakir, die het geval trukeert, maar zoals wel eens gebeurt door een persoon die proefnemingen doet daarmee), wanneer er dus werkelijk hard wordt geslagen, dan weet je: normaal zou je die mens zijn ribben inslaan. Hij zou allemaal gebroken ribben moeten hebben”. En iemand die in die toestand verkeert, heeft niet eens een blauwe plek. Een eigenaardig verschijnsel, vindt u niet? En zo kunnen we doorgaan. Weet u dat er een man is geweest, (het is overigens door dokters gecontroleerd met behulp van x‑stralen, dat het geen truquering was, hoor!) die zich eenvoudig een zwaard door het hart liet steken? En het leuke van het geval was, dat deze man zichzelf zo sterk onder controle had dat niet alleen de hartfunctie daardoor niet werd stilgezet ‑ iets wat anders zeer snel gebeurt bij een aanraking van het hart; dan gaat de spier fladderen en komt tot stilstand ‑ nee het hart ging normaal door met zijn werking; maar bovendien, wanneer het zwaard eruit werd getrokken, dan zegelden de wond­randen onmiddellijk de organen af, zodat er geen inwendige bloeding plaats vond; en na ongeveer 20 minuten was het hele weefsel genezen. Is dat een bewijs voor gedachtekracht, gedachteconcentratie en het vermogen daarvan of niet? Stel u nu voor dat deze energieën op een ander terrein deskundig wor­den gebruikt, u zult zich dan realiseren dat waar gedachte toch uiteinde­lijk meer aan stralingen, aan velden (vooral elektromagnetische velden) verwant is dan aan spierkracht en het opbouwen van cellen e.d., de werking daarvan nog veel groter moet zijn. Mits ‑ en dat is het enige ‑ we bij die “feedback” dus het steeds teruggooien van dezelfde impuls in de persoon­lijkheid hebben. Dat is de hele truc.

Dat is bij een concentratie, waarbij verrukking optreedt bv. ook het geval. Dan gaat steeds dezelfde gedachte terug en versterkt zichzelf bij el­ke terugkeer, omdat de eerste gedachte nog niet is uitgeklonken en bij de tweede keer in dat gedachtespoor alweer de prikkel komt. Zo voert dat zich­zelf op tot een betrekkelijk grote hoogte.

Er is een mogelijkheid ‑ dat moet ik erbij vertellen ‑ dat de kracht die wordt toegevoerd, te sterk is en dan is krankzinnigheid het gevolg. Dus het uitbranden van bepaalde neuronenpaden, waardoor dus de zenuwcellen a.h.w. hun haakvormige aanhangsels, waarmee ze contact hebben, verliezen. Maar we kunnen ontzettend veel doen met die kracht van de gedachte. En die gedachtekracht op zichzelf is een fluctuerend, trillend veld. Daar heeft u dus alles wat er nodig is voor de afbuiging van elektronen en dergelijke en. …

  • Daar moet je toch kennis voor hebben en zeer deskundig zijn?

Daar behoef je betrekkelijk weinig kennis voor te hebben. Mag ik een voorbeeld nemen, ja? Kunt u het knopje van het elektrisch licht omdraaien? (Ja). Dat is alleen een handeling, alleen een wéét. Dan hoeft u niet te­ weten hoe die elektronen lopen, hoe het komt dat dat draadje gaat gloeien en waarom het in een luchtledig moet zijn of in wat anders. Dat hoeft u niet te interesseren. Kunt u een auto starten? Toch weet u niet hoe de motor loopt. U weet alleen welke wekprikkel u moet gebruiken om een bepaald effect te krijgen. Voor uw bewustzijn is het dus voldoende dat u leert deze wekprikkel te gebruiken, plus – wat noodzakelijk is ‑ dat u voldoende kennis kunt krijgen van de straling die u omgeeft. Dat u dus automatisch bij deze wekprikkel u op diezelfde straling, de hardheid daarvan, de buigingsmogelijkheid, de massa van de partikels enz., afstelt. Maar zelfs dat kan op de duur instinctief worden aangevoeld. Dus dat kan overgeschakeld worden op een soort intuïtie. Er zijn heel wat grote wetenschapsmensen die ook zo met intuïtie werken. Die voelen aan waar ze mee te maken hebben. En op dat aanvoelen baseren ze hun onderzoek, waardoor ze bewijzen dat ze gelijk hebben gehad met het aanvoelen. Dat is heel typisch. Op diezelfde manier zou u dat dus ook kunnen. Maar ik geef u graag toe: op ’t ogenblik is de mensheid nog niet zover. Je zou de eerste proef op de elektrische stoel moeten nemen om te weten wat er gebeurt. Dat is helemaal niet nodig. Maar u spreekt hier over de elektrische stoel. Heeft u het geval wel eens gehoord van die neger, die 4 keer geëlektrocu­teerd was en die men toen uiteindelijk begenadigd heeft tot levenslang? Daar heeft u een heel eigenaardig geval. Men heeft het geweten aan de eigenaardige gesteldheid van deze mens, maar dat was in feite niet waar. Deze mens was sterk overtuigd dat die elektriciteit hem nooit dood kon krijgen. Ze hadden hem met één loden kogeltje dood kunnen maken maar met geen 500.000 volt. Kracht van de gedachte! Waarbij ‑ typisch ‑ een aanpassing van de persoonlijkheid plaats vond, waardoor via de kracht van het zenuw­stelsel, geleid door deze gedachte-impuls, de huid sterk geleidend werd, terwijl gelijktijdig in de weefsels zelf een soort isolatie optrad. Het ge­volg was dat de stroom werd afgeleid langs de buitenste huidweefsels en wel met een zodanig geringe weerstand, dat praktisch geen verhitting ontstond en ook geen verbranding. Daar heeft u dus weer een voorbeeld. U ziet, het is niet zo dwaas als het lijkt. Weet u een afdoend middel om radioactieve stoffen te vernietigen? Ja, daar bestaat een afdoend middel tegen, maar dat behoort tot een klasse die op het ogenblik nog niet geopenbaard is (wordt binnenkort). Misschien heeft u gehoord dat zowel in Engeland als in een theoretische groep in New‑Jersey men op het ogenblik bezig is de implosiemogelijkheid (dus het aan elkaar solderen van kleine delen) te berekenen. Het typische is, dat zo­dra men deze kennis beheerst het op zeer simpele wijze mogelijk is ‑ o.a. zelfs door het uitzenden van een bepaald veld, dat op de hoogte ligt van de cm.‑golven, die dus gewoon via een antenne uitgezonden zouden kunnen worden om als het ware met een zeer grote kracht (die is er voor nodig, hoor; honderdduizenden kilowatts zijn er voor nodig) binnen een betrekkelijk grote omvang (en ik denk dan aan een straal van 40 à 50 mijl) alle isotopen aan elkaar te solderen. Tenzij deze volledig beschermd zijn, hetzij door een kooi van Faraday, hetzij door een zodanig dikke isolering, dat die korte golven daarop weerkaatsen. En dat systeem zal – de eerste publicaties zijn geweest in november nog twee jaar, voordat de proefnemingen daarvan meer bekend worden – dan waarschijnlijk over 10 jaar door de techniek voldoende beheerst worden om daarmee de betere en nieuwe methode van atoomgebruik (dus het implosiegebruik) te stellen in plaats van de huidige splitsing. Men gaat atomen aan elkaar solderen en daarmee krijgt men ook energie vrij. Dat is heel eigenaardig. Als ze dat systeem eenmaal hebben, hoeven we voor die atomen ook niet meer ze bang te zijn. Want daarmee heeft men tegelijk de kennis om radioactieve stoffen op een betrekkelijk eenvou­dige wijze weer op non‑actief te stellen. Een andere methode, die ook bruikbaar zou zijn, wanneer men precies weet met wat voor stof men te maken heeft en met welke isotoop, is om ver­schillend geaarde isotopen bij elkaar te brengen, die elkaar dan neutraliseren. Dit is het principe, waarop o.a. de bestrijding van bepaalde “fall­-out stoffen” gebaseerd is en wel speciaal in verband met dat “dusting”, dus dat strooien van radioactieve stoffen, waar ik in het eerste gedeelte van de avond over heb gesproken. Maar dat is niet afdoende. Het andere wel.

  •  Maar waarom heeft die implosie geen slechte gevolgen?

Kijkt u eens, wanneer ik een atoom splits, maak ik deeltjes vrij. Wanneer ik echter een implosie veroorzaak, dan veroorzaak ik door een bijvoeging van deeltjes plus een grote spanning, die een zekere druk oplevert, een verkleining van banen binnen het atoom en daardoor een verandering van de geaardheid van het atoom. Die verkleining van banen betekent dat er energie vrijkomt, maar dat zijn geen partikels. Dus we hebben niet meer te maken met het gevaarlijke van de straling. U moet zo rekenen: de kracht van een atoombom ‑ laten we die als voor­beeld nemen ‑ is natuurlijk wel zeer groot, maar de vernietiging, veroorzaakt door de warmte plus de ontstane drukgolven die door de explosie ontstaan, bestrijkt maar een betrekkelijk klein areaal vergeleken bij dat, waarin de straling dodelijk is. En als u dat nu maar in de gaten houdt, dan zult u begrijpen dat de straling eigenlijk veel gemener is. Daar komt bovendien bij dat wie door warmte wordt vernietigd of door druk, of ineens weg is, of de kans heeft te herstellen. Maar wie door straling wordt aangetast, wordt a.h.w. langzaam maar zeker door o.a. een soort bloedarmoede aangetast. Het is dus a.h.w. een vorm van leukemie die ontstaat. Het beendermerg levert geen nieuwe bloedlichaampjes meer op en zo, waardoor je langzaam te gronde gaat. Verder: kracht, onverschillig in welke vorm, zal nooit een dergelijke beschadiging aan chromosomen teweeg kunnen bren­gen als bv. een harde gammastraling of een bètastraling.

  • Dit is een uitleg die u geeft over de uitwerking ervan. Maar in beide gevallen gaat men toch ingrijpen in de krachten van de natuur?

Inderdaad. Maar u vraagt me, is dat ongevaarlijk? Natuurlijk moet ik toegeven dat ook implosie een gevaar zou kunnen zijn. Maar wat vernie­tiging betreft is de ontbinding of de splijting van het atoom een reëel, betrekkelijk goedkoop te gebruiken middel dat bovendien in gemakkelijk transportabele eenheden kan worden ondergebracht. Bij implosie echter heb ik te maken met een enorm groot veld dat ik moet genereren om daarbinnen dit tot stand te brengen. Heb ik eenmaal dat veld gewekt ‑ dat is mijn begin dus ‑ dan krijg ik vanzelf in besloten banen de nodige versnellingen plus veldwerking, waardoor in het atoom dit gebeurt en de kracht vrijkomt. De kracht, die “vrijkomt”, is veel groter dan de kracht die nodig is om het veld in stand te houden en ik houd dus een zekere resultante over. Maar ja, dat ga je niet gebruiken als een bom of als een strijdmiddel. Dus in deze zin is het ook psychologisch gezien veel minder gevaarlijk. Per slot van rekening als je tegen een modern mens zegt: “ik heb hier een schitterend wapen voor je; alleen het is zo groot als de stad Amsterdam”, dan zegt niemand: “Ik ga het bouwen.” Maar als je zegt: ik heb hier een wapen, waar je heel Amsterdam mee kunt vernietigen en je kunt het met een proppenschieter afschieten, dan zijn er onmiddellijk zeer vele staten, die kapitalen overhebben voor zo’n kostbaar, klein en gemakkelijk transportabel wapen. En daar zit hem de kneep. Wat is de beste manier om de afvalstoffen te lozen? We mogen deze toch ook niet het heelal in sturen, zoals daarvoor ook al plannen bestaan? Nu, het heelal insturen is niet zo gevaarlijk, wanneer dit gebeurt met een voldoende versnelling, dan komt men in de ruimte. In de ruimte bestaat in de eerste plaats al voldoende straling En het is juist de atmosfeer die normalerwijze een groot deel van die straling filtert. Dat wil dus zeggen dat wanneer u buiten de aardatmosfeer komt ‑ en dan moet u een aardig eind op weg naar de maan zijn, want het is veel hoger dan we over het algemeen zeggen ‑ wanneer je eenmaal boven de ionosfeer bent en dergelijke, dan is die straling ook zo groot dat een mens daar niet lang in kan leven. Dus dan hebben we hetzelfde gevaar daar. Een beetje straling meer of minder? Wat is de massa van een paar afvalvaten tegenover een paar zonnen? Dat is niet zo erg. Daar kan dat betrekkelijk onschadelijk zijn. En zelfs als men een paar duizend van die vaten de ruimte in zou sturen, wanneer die versnelling zo groot is dat ze in een excentrische baan rond de zon gaan lopen – dus niet allemaal tegelijk opkomen, of zo dicht bij elkaar zijn dat ze een soort zwerm vormen ‑ waarbij ze in ieder geval niet meer de aardatmosfeer mogen snijden, dan zijn ze ongevaarlijk. Net als een drijvend wrak in de zee. Als je weet waar een wrak is en je kunt er een boei bijzetten, dan ben je klaar. Je gaat er eenvoudig omheen. Dat zou voor de toekomstige ruimtevaarder dus betrekkelijk eenvoudig zijn. Je berekent eenvoudig een koers die niet die van de bekende koers van de afvalvaten kruist. U schijnt het antwoord tamelijk komisch te vinden, maar het is volkomen nuchter hoor. Dat kan toch alleen theoretisch? Niet alleen theoretisch. Dat is praktisch ook mogelijk, mits ‑ en dat is voor de aarde nu nog de moeilijkheid ‑ men beschikt over een voertuig dat in staat is: a) de zwaartekracht ten dele te niet te doen, dan wel om te keren tot een afstotende werking: b) gebruik te maken voor zijn eigen voortbeweging en versnelling van hetzij een zeer kleine maar praktisch eeuwigdurende krachtbron, hetzij ‑ zoals op andere planeten geschiedt ‑ gebruik te maken van de kosmische straling en de werkingen van de planetaire velden zelf om daar een kracht aan te ontlenen. Heb je dat, dan ben je klaar. Want per slot van rekening, al gaat u nu nog niet naar Mars en Venus toe, er zijn anderen die dergelijke kunstjes al lang verstaan en al veel grotere sprongen in de ruimte hebben ge­maakt. En die hebben dan geleerd dat het heel eenvoudig is om “bekende tra­jecten” a.h.w. van planeten, sterren, meteorieten, kometen en dergelijke te vermijden. Als je weet: op die tijd ongeveer is het daar en daar ‑ en dat kun je berekenen, als je de baan eenmaal kent ‑ dan zeg je doodgewoon: “dan ga ik een klein beetje uit dat vlak en ik wijzig desnoods later mijn koers”. Heb je die krachtbron, dan is dat niet gevaarlijk. Dan kan er hoogstens eens een keer een vertraging zijn. En dan komt dus de raket naar Mars bv. 20 minuten te laat, omdat zij even heeft moeten wachten totdat er een meteorietenzwerm voorbij was. Dat is dan in de moderne tijd zoiets als een koe op de rails in de oude dagen van het spoorwegverkeer.

Een massale heropvoeding van het verantwoordelijk deel van de mensheid eist tijd. Indien dan een belangrijk deel van de mensheid tot beter inzicht van levenswaarden komt, is het dan al niet te laat om het nu in gang zijnde proces te stuiten? Het is mij niet duidelijk, hoe een reële oplossing moet plaats vinden. Kunt u daar iets meer over zeggen?

Ik wil het althans proberen. Geest als vormende kracht is de meerdere van de stof. Zodat de materie uiteindelijk wordt beheerst door de energie en niet omgekeerd. Op deze wijze kan de geest elke misvorming en vervorming van de stof voorkomen, mits ze sterk genoeg is. Er zit slechts een fout in uw stelling: de heropvoeding van het verantwoordelijke deel. Dat is eigenlijk fout, want elke hernieuwing van de wereld gaat van de basis uit. Toen de Boeddha predikte, waren het de bedelaars die hem begrepen en volg­den als eersten; en later kwamen de anderen. Toen Jezus predikte, nam hij zijn volgelingen uit de heffe des volks. En eerst veel later, toen de slaven allen reeds het Christendom begonnen te kennen en daarin leefden, kwa­men er enkele voornamen die er ook bij hoorden. Als je een piramide bouwt, begin je aan de basis en nergens anders. En op deze wijze moet dus de gehele wereld leren. En de wijze, waarop die wereld wordt heropgevoed – want daar is inderdaad sprake van ‑ die kunt u dagelijks beleven. Dat is onder meer een voortdurende zenuwoorlog – een kunstmatig gekweekte spanning, die lang niet altijd reëel of nodig is – waardoor het volk lusteloos, moe en apathisch wordt ten opzichte van gevaren, maar zo hongerig naar vrede, dat het begint met een vlucht uit de werkelijkheid. Die vlucht uit de werke­lijkheid kun je niet onbeperkt voortzetten. Ook daaraan komt een einde.

En dan komt voor de gewone man de noodzaak een nieuwe waarde te vinden voor het evenwicht tegen dit van boven opgelegde, dat uiteindelijk ontstaan is uit het onbegrip van de massa: dit spel van machten en krachten van “ik ben meer dan jij”. En zo begint die heropvoeding. En dat betekent dus dat de heffe des volks of de massa waarschijnlijk eerder geestelijk rijp zal zijn dan degenen die thans daar boven staan. Dat is ook logisch. Want laat ons eerlijk zijn: zolang deze wereld haar moderne beschaving heeft, hebben de intellectuelen verstek laten gaan, wanneer het erop aankwam aan verplichtingen te voldoen. De intellec­tuelen van deze wereld hebben voortdurend gefaald, omdat ze zich de meerde­ren voelden, de machtigen en meenden de massa rustig te kunnen laten voortbestaan in een nutteloos dierlijk bestaantje. Op het ogenblik geeft men de massa enige kennis, maar onjuiste en eenzijdige kennis. Door dit falen heeft de intelligentsia zichzelf veroordeeld om achter te blijven, wanneer de massa haar nieuwe groei begint. Een uitzondering kunnen we alleen maken voor degenen die hun intellect hebben gebruikt om ook een geestelijk bewustzijn te verwerven en die hun daden niet hebben doen richten door gemak, door stand of door opvoeding, maar door hun bewustzijn van geestelijke verantwoordelijkheid. Wat kunnen wij doen om een eventuele vernietiging te voorkomen? Wij hebben dit al een paar keer beantwoord, maar in het kort gezegd: werk aan jezelf; probeer de vrede in je omgeving steeds groter te maken; beschuldig niemand, maar wijs op de gevaren, niet van een atoombom, maar van een onverantwoordelijk gebruik van macht; een onverantwoordelijk strijden om macht. Bewijs door uw eigen leven, uw eigen streven dat uw gedachte is gericht op harmonie tussen alle mensen, alle rassen. Draag dit metterdaad uit en u zult anderen in een toestand brengen, waarin ze langzaam maar zeker rijp worden voor hetzelfde, dat u tot dit inzicht heeft gebracht. Voldoende? Bij de P.T.T. in het voormalig Ned. Indië bestond voor de oorlog een con­trole systeem, gebaseerd op de overweging dat 96 % van de mensheid oneerlijk en slechts 4 % eerlijk is. Bij een reorganisatie der voorschriften werd van de tegenovergestelde mening uitgegaan, zonder dat hierdoor meer werd gefraudeerd. Mogen wij t.a.v. het atoommisbruik niet op dezelfde gunstige ontwikkeling rekenen? Ik ben bang dat de verhoudingen enigszins anders liggen. Kijk eens, hier is sprake van eerlijkheid of oneerlijkheid. M.a.w. wanneer iemand ver­trouwen in je stelt, kost het moeite om te frauderen. Wanneer iemand je uitdaagt om te frauderen, dan heeft het nog enige sportiviteit om het te pro­beren en te slagen. Smokkelen kan een beroep zijn. Maar het is voor velen die het helemaal niet nodig hebben een zeer interessante sport, omdat het niet mag. Zou het mogen, dan zou onmiddellijk de smokkel voorbij zijn. Het verbod in zichzelf brengt het vergrijp met zich mee. Maar het gaat hier niet om oneerlijkheid. Het gaat om een geestes­ziekte die op den duur ontstaat, wanneer je jezelf tot monomaan maakt, steeds zeggende dat het jouw eer, jouw plicht, jouw verantwoording is en welzijn van de wereld dat iedereen jouw mening deelt, jouw wil opvolgt en jouw macht en kracht erkent. En het is juist deze fout die wordt gemaakt.

Het is niet alleen het fiere “Wiens Neerlands bloed, enz.”, dat dergelijke gevoelens wekt. Het is ook: “Amerika moet sterker zijn”. In Engeland: “Brittania still rules the waves”, enz. In Duitsland: “Deutschland herlebt, Deutsche arbeidskraft uberalle”. Een kleine variant vrienden, maar het blijft bestaan! Het meerderwaardigheidscomplex, de behoefte om meerwaardigheid te bewijzen, de behoefte om de meerdere te zijn, is wel een bewijs dat het merendeel der mensheid nog in een puberteitsstadium verkeert. En dit is het: dus een eerlijke overtuiging, die tot atoom misbruik zou leiden.

Het is noodzakelijk dat de mensheid volwassen wordt; niet slechts dat de verhoudingen door een omkering gelijk blijven. Hier is het niet een kwestie van frauderen, van oneerlijkheid, noch van een afwijking van het oorspronkelijk gestelde. Hier is de kwestie: een volkomen verkeerd begrip van de belangrijke waarden in de wereld, ontstaan door een te egocentrisch denken, waarbij het ego vaak wordt vereenzelvigd met de gemeenschap, waar­in men leeft.

  • Er zijn toch zeer veel mensen die voor vernedering en zelfs geweld niet te vinden zouden zijn, als ze er maar begrip van hadden. Deze kennis ontbreekt hun en wordt hun ook niet bijgebracht. De school bv. kweekt geen mensen maar denkmachines, waardoor de mensheid op dit punt niet bij is.

In hoeveel scholen zou u denken, dat het Christendom onderwezen wordt?

  • In vrij veel.

Bemin uw naasten gelijk uzelf.

  • Ja, dat wordt niet écht onderwezen. Dat wordt alleen maar gezegd.

Het wordt door heel velen zelfs echt onderwezen. Maar de moeilijkheid is dit: dat de meeste mensen op het ogenblik theoretisch dingen erkennen, maar te lui, te laks, te moedeloos zijn om ze in de praktijk te brengen.

Het ligt niet aan de scholen, het ligt niet aan de opvoeding. Het ligt in een volkomen verkeerd systeem van reactie, waarbij de mens steeds meer wordt gemaakt tot een “unit in the political machine”. De politieke appa­ratuur vat de individuen tezamen als delen van zijn lichaam. De Staat doet hetzelfde. Foutief! Het individu moet zichzelf zijn. En uit dit zich­zelf zijnde individu zal een gemeenschap groeien die ‑ met een zo groot mogelijke vrijheid ‑ een zo groot mogelijke zelfstandige verantwoordelijk­heid, maar tevens een zo groot mogelijk begrip voor de naaste schept en een veel juistere verhouding, dan door volkomen onredelijke en onlogische dwangmaatregelen thans wordt beoogd. Die maatregelen zijn misschien bedoeld om een bepaald systeem te bevorderen ‑ onverschillig of we dit nu willen zien als Rooms‑politiek of rood‑ of zwart‑ of blauwpolitiek. Maar zij behoren alleen bestemd te zijn om het de mensheid mogelijk te maken goed te zijn. En dat betekent enerzijds: leer de mensheid de con­sequenties van eigen optreden volledig aanvaarden en maak het hun niet mogelijk om er met een koopje van af te komen. Anderzijds: geef haar vrijheid. Voorbeeld: in het verkeer. Stel iedere automobilist vrij om zo hard te rijden als hij maar wil. Maar stel daartegenover als consequentie dat elke schade door hem berokkend, volledig door hem moet worden vergoed. Niet alleen met geld, maar met werken. Dat, wanneer hij iemand doodrijdt, hij zijn leven lang voor het gezin van die persoon moet zorgen. Dat, wanneer hij iemand verwondt, hij niet alleen het geld hoeft te betalen voor de ziekenhuiskosten en voor de verzekering (of zijn verzekering kan laten betalen), maar dat hij verplicht is gedurende die tijd elke dag ten dienste te staan van degene, die hij heeft aangereden. En dit op straffe – niet van een gevangenisstraf maar van gewelddadig dezelfde verwondingen te ontvangen. Op deze manier wordt enerzijds de harde natuurwet wat meer geïmiteerd; aan de andere kant wordt de mens een veel grotere vrijheid geboden om ‑ volgens zijn eigen oordeel ‑ zo juist mogelijk te handelen. En dan zal iedereen zich wel eens vergissen en niemand zal die vergissing kwa­lijk nemen, want ieder zal er voor boeten op een wijze die voor de gemeenschap een volledige ex‑honoratie (?) inhoudt. (Ik zie het er al van komen: automobilist heeft meisje aangereden, gebroken arm; politieagent ter plaatse brak de arm van de automobilist, waarop beiden naar het ziekenhuis werden vervoerd. Dat is natuurlijk een schertsend beeld, maar ik wil hier­mee alleen maar duidelijk maken waar het om gaat: hoe meer je de mens bindt, hoe meer je hem dwingt te vluchten in een droomwereld en hoe groter zijn onverschilligheid wordt voor datgene, waarop hij zelf praktisch geen invloed heeft. Vergroot de invloed van de mens en je vergroot zijn verant­woordelijkheidszin. Vergroot zijn verantwoordelijkheidszin en je vergroot de vrede in de wereld en de welvaart van de mensheid. Commentaar?

  • De naam “Het Wrekend Atoom” lijkt mij niet geheel juist gekozen. Want dit doet mij denken aan de “God der Wrake”, die er immers niet is, daar God alleen Liefde is. Wat als wraak beschouwd wordt, is toch alleen de terug­slag van onze eigen tekortkomingen door krachten te ontketenen, waarvan wij de draagwijdte nog niet kennen. Het atoom wreekt dus niet, maar wij hebben ons eigen onbegrip te incasseren.

Volledig juist, met enkele overwegingen daarbij: Ten eerste: Je moet een titel vinden, waarmee de inhoud van een lezing enigszins is gedekt. Ik meen dat dit met deze titel althans enigszins het geval was, waar het geheel tracht weer te geven: de wisselwerking tussen mens en atoom, de mogelijkheden en de gevaren die daarin schuilen, plus de weg om daaraan te ontko­men en bevrijding en eenheid zelfs met de kracht van het atoom te vinden. De wraak, die het atoom op ons neemt, wanneer wij als mens dingen doen met het atoom die fout zijn, is het gevolg van onze eigen handeling. Zolang wij dit echter niet erkennen, zal het een wreedheid van het atoom ten opzichte van ons eigen wezen zijn. De titel is in overeenstemming met de mentaliteit van de doorsneemens en m.i. dus een juiste titel. Oorzaak en gevolg. Inderdaad. Maar wat is de “God der Wrake” anders dan oorzaak en gevolg. En in deze zin heb ik dus een term gebruikt die door vele predikers wordt gebruikt voor hetzelfde. Ik heb het alleen toegepast op het atoom.

En dan ten laatste: in de keuze van deze titel hoopten wij een zeke­re attractiviteit te scheppen, zodat onze beschouwingen en mededelingen hieromtrent door velen zouden worden aangehoord. Ik meen dat het wrekend atoom zich in dit opzicht schijnbaar op ons gewroken heeft.

Ik ben erg blij, dat uit uw vragen is gebleken dat hoofdzakelijk de ethische kant van het probleem uw aandacht heeft getrokken. Wanneer u zoekt naar een oplossing volgens de in u liggende morele bewustzijns­norm, dan zult u voor uzelf een handelingswijze vinden, waardoor u de “wraak van het atoom” ‑ ik gebruik de gewraakte term nu nogmaals – zult kunnen afwenden. Want deze mensheid kan ‑ zelfs in stoffelijke vorm ‑ volgens de oude opvatting “God-gelijk” worden, omdat de mens het Paradijs kan herscheppen dat eens verloren ging toen het dier tot mens werd. Het atoom is een machtig middel hierbij. Laat de mens leren waarlijk mens te zijn en hij zal ontdekken dat de materie hem dient. Laat de mens echter het dierlijke element spreken, terwijl hij gelijktijdig met de werktuigen van de mens tracht om te gaan, dan zal hem blijken dat hij hierdoor zijn eigen ondergang tekent. Dit is een beschouwing uitgaande van de feitelijke toestand. Er is echter een geestelijke vernieuwing gaande op dit ogenblik. Er is op dit ogenblik een steeds sterker wordende invloed van ‑ wat wij noemen ‑ lichtende kracht en lichtende geest op deze wereld. Er is dus ook de zekerheid dat onze wil tot bewustwording en de honger naar geestelijk weten en naar de innerlijke vrede ‑ die toch bij een groot deel van de mensheid steeds intenser wordt ‑ hier in het voordeel van de totale mensheid zal werken. Zodat we niet met een pessimistische maar met een zeer optimistische noot mogen besluiten: wat het wrekend atoom wreken zal, is het onbewust zijn van de mens. Maar de mens die zoekt naar bewustwording zal het machtig atoom dwingen te zijn: de dienaar van de geestelijk machtige mens.