Hiernamaals en overgang

27 november 1955

Ik zou deze morgen willen wijden aan een beschouwing over het leven hiernamaals, zoals de mens het ziet en de filosoof het ziet.  Ik heb voor u dan ook een spreker, die dit graag vanuit zijn standpunt nog zal belichten.  Ik verzoek u echter eerst een ogenblik mij te aanhoren, terwijl ik u tracht uiteen te zetten, hoe deze dingen eigenlijk in elkaar zitten.

Een hiernamaals, een leven na de dood, wordt praktisch altijd en overal verwacht.  Men ziet reeds in de primitieve tijden, hoe de doden hun reisgiften meekrijgen.  Hoe men hen zelfs tot gezelschapsdieren en mensen meegeeft in het graf.  We zien hoe in latere tijden het concept van een andere wereld zich langzaam ontwikkelt, tot dit een paradijs wordt.  Dit is echter een ontwikkeling.

Broeder Ambrosius heeft in zijn levenstijd het volgende neergeschreven hierover: “Wanneer de mens nog dicht bij de natuur staat, begrijpt hij de continuïteit van het leven, maar hij zoekt niet naar de bevrediging van het eigen wezen daarin.  Hij begrijpt een voortzetting in een andere wereld, maar hij begrijpt ook, dat deze noodgedwongen gelijk moet zijn aan het leven, dat men op aarde heeft gevoerd.”

Vooral deze laatste zin verzoek ik u een ogenblik te onthouden.  Want uiteindelijk is hemel en hel van de Christenen, van de Mohammedanen, de vele onderwerelden en hogere sferen van het Rad der Boeddhisten, eigenlijk niets anders dan een recapitulatie van het leven zelf.  Je gaat naar de hel, omdat je slecht bent geweest, in je leven, welteverstaan.  Je gaat naar de hemel, omdat je goed bent geweest.  De wereld hiernamaals wordt in de ogen der mensen wel aangepast aan het leven op aarde.  Maar zij vergeten erbij, dat bewustzijn een grote rol speelt.  En dat er geen hemel kan bestaan voor een primitieve mens.  De primitieve mens kan zich geen volmaaktheid denken.  Zo kan hij ook geen volmaaktheid beleven.

Hierover vinden wij een aardig gezegde in het ver verleden. “Hoe ik leef, is mijn zaak, en niet de zaak der Goden.  Wanneer ik sterf, zal ik voortleven in de wereld der Goden.  Dan is het hun zaak, hoe ik leef.  Maar wanneer ik een God niet ken, wat zal hij mij deren?  Indien ik een demon niet aanvaard, hoe zal hij mij dan vrees inboezemen?  Want ik ben, wat ik ben, altijd en overal.”

Ook dit zult gij moeten onthouden: “Ik ben, wat ik ben, altijd en overal”

Dat wat in U leeft, Uw bewustzijn, Uw geest, kan niet veranderd worden, behalve door Uzelf.  Wanneer gij die mens zijt, dan zult gij die mens blijven, door alle werelden heen.  En of gij zult incarneren in een aardworm, of in de hogere sferen de gestalte verkrijgen van een engel, het maakt niet veel uit.  Gij zijt Uzelf.  En dat is de kunst van het leven.  Dat is de noodzaak van het leven.

Een hiernamaals kun je op duizend verschillende wijzen schilderen.  Maar waar is dan deze wereld, zo niet in U?  Gij kunt U de kwellingen van de verdoemden en de vreugden van de zaligen schetsen.  Gij kunt ze beleven aan heel de wereld, zoals sommige dwazen op aarde doen.  Gij kunt andere dwazen misschien onder Uw gezag brengen door Uw vreeswekkende schilderingen van ondergang en verdoemenis.  Maar waar zijn die dingen dan?  Waar bestaat het dan?

Zijt ge mensen, omdat ge een menselijk lichaam hebt?  Is Uw mens-zijn afhankelijk van de manier, waarop ge met ledematen begiftigd zijt?  Of is het Uw bewustzijn, dat U tot mens maakt?  Wanneer men U de rede ontneemt, zijt ge een dier hier op aarde, niet meer en niet minder.  Maar wanneer men U rede geeft en men stelt U in een dier, dan zult ge U nog als mens kunnen gedragen.  Mens zijn is bewust zijn.  En het bewustzijn van de mens is onmiddellijk verknoopt aan zijn geest.  Niet de vorm, die ge zijt, is de mens.  Het wezen, dat gij zijt, datgene, wat in U leeft, dat is de mens.

En de mens sterft niet, ook wanneer het lichaam neerzijgt en de bevrijde geest opwiekt naar andere sferen en ander beleven.  Ge blijft mens, mens met alle gebreken, met alle deugden, met alle bewustzijn, zoals ge altijd geweest zijt.

Ik zei U reeds: er zijn veel verschillende gebruiken en veel verschillende opvattingen; opvattingen, die soms tragisch of belachelijk lijken.  Maar zij zijn alle gebaseerd op het bewustzijn.  En dat is het, wat Uw plaats bepaalt op elke wereld, in elke sfeer.  Dat is het, wat Uw kracht kan betekenen en Uw kracht kan zijn.  Anders niet.

Uw hiernamaals leeft nu reeds in U, zoals God in U leeft.  Zoals alle bestaan en alle leven in U bestaat.  Omdat gij het zijt.

Wat deert het U dan, wat er met Uw lichaam gebeurt?  Wat deert het U dan of de wereld verzinkt?  Wat deert het U dan, of men U dreigt met hel of een hemel belooft?  Gij zijt Uzelf.  En omdat ge Uzelf zijt, kunt gij in de rijkdom van Uw bestaan, Uzelf de volmaking zijn.  En dat is meer dan elke andere mogelijkheid.

Ge zult begrijpen dat dit onderwerp van vele kanten belicht  kan worden.  De spreker die ik vandaag voor U als gast heb, zal waarschijnlijk door middel van een contact moeten spreken, want het is al zo lang geleden, dat hij Uw wereld heeft verlaten.  Deze spreker dan zal trachten U een inzicht te geven van wat “hiernamaals” werkelijk betekent voor hen, die het beleven en beginnen te begrijpen.  Ik vraag dan ook Uw attentie voor deze spreker.

Gastspreker

Er is mij gevraagd U te spreken over datgene, wat overgang betekent voor ons, die het wezen der dingen kunnen doorgronden.

Overgang betekent een verandering in eigen leven en eigen bewustzijn.  Het is een magisch gebeuren, omdat het krachten in ons wekt, en dat deze krachten van ons uitgaande, al wat buiten ons is, beroeren.

Wij zijn voor onszelf de levende kracht.  En deze levende kracht blijven wij in elke gedaante en elke gestalte.

Het is eerst onze taak te leren onszelf te beheersen.  Wanneer wij meester geworden zijn van onszelf, wanneer wij geleerd hebben het leven te aanvaarden – zo te dragen en te verwerken, dat het voor ons bewustwording betekent tot in de hoogste graad – dan vinden wij uit dit beheerste ik de mogelijkheid om onze omgeving en wereld te beheersen.  Wanneer de geest dan bevrijd wordt uit de vorm die de stof nu eenmaal oplegt aan al wat daar leeft, dan is de geest zelf in staat om haar eigen wereld te scheppen en te beïnvloeden.

Hiernamaals betekent dan ook een oneindige veelheid van werelden, die soms veel op elkaar gelijken, maar toch altijd weer verschillend zijn.  Er is geen mens die kan zeggen: “Ik deel mijn wereld uit het hiernamaals met een ander”, want ziet wij beleven deze wereld geheel gelijk.

Er is en blijft een verschil.  Een verschil dat niet groot behoeft te zijn, maar dat toch kentekenend is, omdat het ons eigen wezen is, dat tot ontplooiing komt.  Hiernamaals is altijd ons eigen wezen.

Maar dat wat men vrije, lichtende wereld noemt, hemelen, kan alleen worden beleefd door de mens, door het wezen dat een volledig gezag heeft over zichzelf.  De onbeheerste uiting betekent onevenwichtigheid; daardoor contrasten scheppend met anderen, die niet door het ik worden verwerkt.  En dit op zijn beurt betekent: terugkeer in waan, in lijden, ondergang en haat.  Ook de hel wordt geboren uit de mens zelf, zoals alle dingen uit de mens geboren worden, behalve het leven.

Zo zal ik U zeggen, wat de werkelijke betekenis is van het bestaan: IK BEN.  En ik weet, dat er onder mij een grote werkelijkheid is.  Een werkelijkheid, zo groot dat zij voor mij eens de wereld zal moeten zijn en worden.  Maar dan moet ik eerst mijn vorm verliezen.

Het is mij of ik, uitgaande van een wereldzee, bevroren ben tot vormvastheid van de mens en vandaar mij vormend tot kristallen, neerdwarrelend tot ik rust op de boezem van het Goddelijke, waaruit ik ben voortgekomen.  En langzaam maar zeker zal ik mijn vorm verliezen.  Langzaam maar zeker zal ik indringen in de wereld die mij draagt, in het Goddelijke leven, dat mijn wezen uitmaakt.  Dan zal ik daarmee één zijn – ik weet niet hoe of op welke wijze.

Maar voor die tijd heb ik mijn eigen wezen en mijn eigen vorm.  En stel U voor dat een kristal, een sneeuwkristal, zou zeggen: “Ziet, naar mijn vorm zijn alle kristallen gemaakt.  ” De microscoop, het vergrootglas zelfs, zou het heten te liegen.  Zo is het een leugen, als wij onszelf zien als anderen.  Een leugen, wanneer wij onszelf zien – vooral wanneer wij een geestelijke vorming beginnen te krijgen – als gelijk aan ieder ander.

Maar in onszelf zijn we altijd harmonisch en volmaakt, omdat dit de ware ontwikkeling van de bewuste is.

Er is geen ogenblik – zelfs in Uw wereld – dat men onharmonisch behoeft te zijn.  Omdat men, teruggrijpend op dat, wat in eigen wezen leeft, altijd weer een evenwicht zal vinden, dat sterk maakt tegen alle geweld, tegen dood en overgang.  Dat U in staat stelt Uw wereld te beheersen in de sferen en zo Uw eigen wereld van het hiernamaals te betreden, of dit een jachtveld, een woud of een hemelse stad is.

En eens zult gij, ontgroeid aan deze waan, de grote werkelijkheid begrijpen van de lichtende kracht, die voor ons allen het werkelijk hiernamaals is: Licht en Vreugde en Vrede.  En daarachter een versmelten en opgaan, waarin onze eigen wereld eindelijk ondergaat.  Dit is de laatste overgang; de overgang die is een opgang in God en bevrijding van het al, wat ons nog gebonden heeft.

Overgang is in werkelijkheid jezelf gelijk blijven.  Het is een verandering van uiterlijke omstandigheden.  Tot de laatste keer.  Want eens moeten wij leren onszelf te zijn, volledig.  Dan moeten wij leren de wereld rond ons vanuit onszelf te beheersen.

Dan moeten wij leren deze wereld in onszelf terug te nemen.  Hebben wij deze wereld in ons teruggenomen, dan kunnen wij – ons wezen veranderende – opgaan in de volmaaktheid.

Ik hoop, dat deze redevoering voor U duidelijk genoeg is geweest om U een klein beeld te geven van wat overgang en hiernamaals betekent.

Ik wens U allen een gezegend leven en een grote bewustwording.