Historie

uit de cursus ‘De wet achter het mirakel‘(hoofdstuk 8 ) – mei 1978

Historie

Het mirakel heeft een heel lange geschiedenis. Als we achter de wetten ervan willen komen, dan denk ik dat we in die geschiedenis moeten proberen te zien wat er eigenlijk aan de hand is.

We gaan maar eerst terug naar de dagen van Abraham, nog iets daarvoor. In die dagen was er een maangodin (Ishtar), die orakels gaf. Een van de meest wonderlijke zaken daarbij was de vijver van die maangodin. Die vijver was tamelijk diep gelegen. Met volle maan en op bepaalde data met wassende maan werden daar enkele mensen toegelaten. Zij mochten dan kijken naar de weerkaatsing van de maan in het water. U zult zeggen: dat is wel aardig, maar wat heb je eraan? Die mensen dachten toen dat ze daardoor een begrip zouden krijgen van de toekomst of een visioen zouden hebben. Nog wonderlijker was dat dit inderdaad heel vaak gebeurde. Wat was nu de achtergrond van dit wonder?

De priesters waren erg handige jongens. Ze hadden n.l. wat leerlingen (daarvoor durfden ze niet eens slaven te gebruiken) die een kabbeling veroorzaakten zodat het water een beetje rimpelde. Dat deden ze door middel van een houten schot dat zich in de wand van de vijver bevond en het water in beroering kon brengen zonder dat iemand het zag.

Als de mensen nu gefascineerd stonden te kijken, dan ontstond er door het voortdurend veranderen van de reflex een soort hypnose. Ondertussen werd er gebeden en gezongen. Er waren afschuwelijke instrumenten bij, een beatband met een rinkelbom en een soort toeter. Daardoor werden ze geconfronteerd met het feit: wij kijken in de toekomst. Als die mensen op die manier in de toekomst keken, dan zagen ze vaak dingen die voor hen belangrijk waren. Was dit nu werkelijk zien in ruimte en tijd? Ach neen. Het was zeer waarschijnlijk alleen een opwekken van onderbewuste kennis en daarnaast misschien ook het erkennen van samenhangen die redelijk gezien aan een mens voorbij gingen. Maar het antwoord was er.

Wij horen later ook heel veel over allerlei orakels. Zoals dat in Delphi waar de Pythia, de priesteres, in trance werd gebracht door wat iedereen beschouwde als vulkanische dampen. Maar dampen, die o.a. versterkt werden met het blad van de oleander en nog van andere planten, noem ik niet meer direct vulkanisch. Een roesveroorzakend middel dus.

Nu was zo iemand verder getraind in het zich openstellen voor de godheid. Anders gezegd, het was een goed medium. Zo’n medium kon dan vele uitspraken geven die goed waren. Als er een twijfelgeval was, dan verwisselde men eenvoudig de Pythia voor iemand die niet gevoelig was, men liet bepaalde kruiden weg uit de brandbuilen die naar beneden werden gegooid, het rijmpje was tevoren geleerd, dat werd netjes opgezegd en dan kreeg men ook gelijk. Omdat het voor tweeërlei uitleg vatbaar was, was het eenvoudig onmogelijk dat ze ongelijk had. Hier was het dus ook weer mediumschap. De oorzaak van dat mediumschap is weer hypnose.

Laten we nu eens kijken naar de experimenten van de heer Mesmer. Mesmer gebruikte ook hypnose om een trance te veroorzaken. Hij probeerde dan de geschiedenis van het medium terug te volgen, een experiment dat later vaak is nagedaan. Hij gaf zijn medium opdrachten om waar te nemen op afstand. Het wonderlijke was dat ook hier een groot aantal toch wel verbluffende resultaten verkregen zijn. Er waren mensen die hem voor een heksenmeester hebben gehouden, anderen zeiden dat hij wonderen deed. De werkelijkheid was weer: hypnotische trance waarmee het sujet dat hij gebruikte, kon worden gericht op bepaalde fasen, hetzij van eigen voorbestaan, hetzij het bestaan van anderen, hetzij op waarnemingen op grote afstand. Dit is dus een parallel die doorloopt in de geschiedenis. Vandaag de dag zijn er nog van dat soort mensen.

Hoe zit de regel in elkaar waardoor dit alles steeds weer werkt? Ik zal proberen het eenvoudig uit te leggen.

Op het ogenblik dat het waakbewustzijn van een mens is afgesloten dan wel volledig van de werkelijkheid kan worden vervreemd, zal elke suggestieve factor als werkelijkheid worden beschouwd. Op grond van deze werkelijkheid van het ‘ik’ kunnen alle suggesties worden gevolgd met dien verstande dat ze uitvoerbaar moeten zijn via een astraal lichaam, via de astrale wereld of gelegen moeten zijn in de eigen geestelijke of genetische voorgeschiedenis van het sujet in kwestie. Hier is weer de verklaring: een mens heeft een astraal voertuig dat mogelijkheden heeft. Normaal worden ze niet gebruikt. Onder bepaalde omstandigheden komt men wel tot het gebruik ervan en vele wonderlijke verschijnselen zijn dan zonder meer verklaarbaar.

In de dagen van Abraham hebben we nog meer vreemde zaken gehad. Als we eens denken aan de wonderen die Mozes heeft verricht; het is dan wel een tijdje later.

Mozes had een staf. Hij gooide hem neer, het werd een slang. Hij pakte hem weer op en het was een staf. Dit is te verklaren. Je kunt namelijk, als je handig bent, een slang strekken; het beest kan zich dan niet meer verroeren. Je doet net alsof het een staf is. Zodra je het neergooit, wordt het weer een slang. Als je heel handig bent, kun je de slang weer achter de kop oppakken, er een zweepslag mee uitvoeren waardoor de ruggengraat volledig ontspannen raakt en als er geen afzet mogelijk is, blijft het beest hangen als een dode paling.

Er wordt nog meer verteld. Op een gegeven ogenblik deden de priesters van de Farao dit ook. Dat is ook geen wonder want het is een bekende truc die daar werd vertoond. Maar het wonderlijke is dat de slang van Mozes de slangen die de anderen van hun staf hadden gemaakt, opat. Het kan natuurlijk symbolisch zijn. Ik ben zo vrij geweest na te gaan wat hierbij een rol kan hebben gespeeld.

Wanneer de priesters van de maangodin in Ur (later in Uruk en in nog wat van die steden) bezig waren om hun godin te manifesteren, gebruikten ze bepaalde suggestieve technieken. Suggestie is iets waarmee een goochelaar ook kan werken. Hierdoor wordt de betekenis van hetgeen de mensen zien voor hen anders. Op grond van die betekenis komen ze dan tot belevingen die niet op de werkelijkheid stoelen.

Dan gaan we eens kijken wat er met Mozes en met de Farao aan de hand is geweest. Mozes had een priesteropleiding. Hij is priester geweest bij de Egyptenaren, zoals alle prinsen van den bloede. Hij heeft ongetwijfeld veel geleerd van magie. Als hij nu een grotere kracht had dan een ander, dan kon hij dingen laten zien die er niet werkelijk waren. Zelfs een oprapen en wegwerpen van stokken terwijl anderen nog steeds dachten dat er slangen over de vloer kronkelden. Het is nog steeds eenvoudig verklaarbaar maar weer speelt hier het suggestief vermogen een grote rol. Dat zeg ik niet zonder meer. Er zijn heel veel van die gevallen bekend.

Wanneer de Nijlgod met de krokodillenkop (Sebek) werd geëerd, dan zagen de mensen niet alleen de grote krokodil die de veroordeelde kwam consumeren, maar ze hoorden het beest ook spreken. Dat is heel waarschijnlijk een kwestie geweest van suggestie en buiksprekerij. Die wonderen zijn niet allemaal echte wonderen maar ze worden tot wonder omdat er suggestie bij gebruikt wordt. Laten we Sebek maar buiten beschouwing later.

Er werden goden en godinnen ingehaald. Goden gingen op bezoek bij andere goden in de tempel. Wanneer zo’n stoet door de straten trok of op een bark de Nijl kwam afzakken, dan zagen de mensen allerlei lichtverschijnselen. Ze zagen wonderlijke dingen; het beeld van de god scheen soms te leven, de ogen bewogen zich. Er kon iemand in het godenbeeld zitten die met de ogen zat te rollen. Maar toch, alles bij elkaar zijn dat verschijnselen die niet helemaal verklaarbaar zijn, tenzij we weer uitgaan van suggestibiliteit van de massa en we ons realiseren dat de mens in dergelijke gevallen datgene hoort wat hij wil horen, datgene ziet wat hij wil zien.

Denk niet dat dat alleen in de oudheid zo is. Denk eens aan Mussolini. Die man hield een toespraak. Dat was een serie Italiaanse hysterische kreten geuit met een overmatig naar voren gestoken onderkaak op een balkon. Maar de mensen zagen daarin de bevrijding van de staat, de vernieuwing van alle dingen, de zekerheid van het onverslaanbaar zijn zelfs. Waarom? Omdat ze het verwachtten.

Als we proberen door de geschiedenis een lijn te trekken (ik heb maar enkele punten aangestipt, ik zou nog enkele christelijke wonderen kunnen aanhalen in dit verband), dan kom ik alweer tot de conclusie dat de toestand waarin een mens emotioneel en mentaal verkeert, bepalend is voor hetgeen hij veronderstelt waar te nemen. Dan is het wonder, althans in vele gevallen, een wonder dat zich eerder in de geest van de mens voltrekt dan op aarde. Een situatie die voor iemand die gelooft in werkelijke mirakelen niet al te aangenaam is. Want deze zou juist het middel willen hebben om gewoon wonderen te laten gebeuren zonder dat daar iets geestelijks bij te pas komt, althans bij hem zelf.

Wat zijn er dan voor wonderen verder gebeurd? Er zijn in het verleden heel veel vreemde dingen geweest. De bouw van de Piramide b.v. Daar speelden orkestjes terwijl de slaven aan het werk waren. Ze speelden zeer bepaalde melodieën en er stonden zeer bepaalde mannen bij. Dezen hadden een soort flessen van tamelijk troebel glas en een zilveren spiegeltje waarmee ze stonden te spiegelen. En dan gingen de blokken steen naar boven met een gang die onvoorstelbaar was. Het is natuurlijk een leuk sprookje als je dat zo hoort, maar waarom komt dat ook elders voor?

Bij de Sioux b.v., die trouwens ook een adelaar vereerden (een van de belangrijke delen van de totem van de goden en voorouderreeks), kende men het adelaarslied dat maar heel zelden werd gezongen. Het ging gepaard, zoals de meeste plechtigheden bij de indianen, met een schuifeldans. Men vertelde dat hierdoor iemand kon vliegen; hij kon dus de vijand zien aankomen. En als je die legende moet geloven, dan zijn er heel wat domme jongetjes geweest die zo hoog vlogen dat ze precies zagen waar de vijanden zaten en zo hun eigen volk voor rampen hebben behoed. Alweer de combinaties muziek, of klank, en vliegen.

Er bestaan heel veel legenden over geheime dorpen en verborgen tempels in de Himalaya. Wat horen we daar? Daar zijn mensen die ingewijd zijn of althans adeptus minor zijn. Zij gaan met z’n allen op een grote steen zitten en beginnen “aum” te roepen, maar dan wel met een heel bijzondere intonatie. Waarna die steen plotseling denkt dat hij een lift is, stijgt en iedereen de kans geeft om de top van een berg te bereiken zonder al te veel moeite. Verhalen? Misschien. Maar waar komen ze vandaan?

Als we gaan kijken naar andere pogingen om te vliegen, dan komen we weer terecht in Tibet waar mensen in afzondering dit proberen. Ze doen dit door met gekruiste benen op een leren kussen te gaan zitten in een volledig afgesloten en lichtdichte ruimte en zo goed ze kunnen naar boven te springen. Degenen onder hen die werkelijk gevlogen zouden hebben (het is alweer legende voor de moderne mens), zouden dit hebben bereikt als er eerst een zeer snel roffelend ritme werd gehoord alsof ze met hun lichaam zo snel van het kussen probeerden op te springen dat het inderdaad een geluid werd als van een doffe trom. Ik vind het maar gek dat je altijd weer geluidstrilling in verband ziet brengen met vliegen, met lichter worden, met zwaartekracht. Is het redelijk? Daarover kun je een tijd nadenken.

Als we nu eens het volgende zouden stellen: materie heeft een eigen vibratie. Deze vibratie is verwant met het aardmagnetisme en de verhouding die dit materieel t.a.v. de aarde heeft. Wanneer geen krachtsstromingen en geen magnetisme in de materie voorkomen, dan is het niet mogelijk om de mensen te laten vliegen. Dat horen we ook nergens. Een mens heeft in zich tenminste een tweetal krachtsstromingen; eigenlijk nog een derde van astrale aard. Ook deze trillingen hebben een heel eigen ritme, een eigen circulatieritme. Op het ogenblik dat de klanken die worden voortgebracht resoneren, ontstaat er opeens een soort omkering van polariteit. Dat wil zeggen dat het aardmagnetisch veld opeens afstotend gaat werken. En dit in grotere mate naar gelang de toon krachtiger is geweest en het voorwerp of de persoon vollediger omgepoold is t.a.v. de aarde. Het is eigenlijk een heel natuurlijke situatie als we het goed bekijken.

Dat dat alleen met geluid kan gebeuren, zou bijgeloof moeten zijn want de wetenschap kan het niet verklaren. Op zichzelf zou ook dit weer een bewijs moeten zijn dat achter het mirakel wetten en regels schuilen die, als we ons er lang genoeg mee bezighouden, niet meer onbegrijpelijk worden.

Laten we een eenvoudig voorbeeld nemen: tegenwoordig weet men dat een metalen schijf, die magnetisch sterk gevoelig is en die gemagnetiseerd is, in een sterk wisselend elektromagnetisch veld kan zweven en zelfs door de fluctuatie van het veld te verhogen of te verlagen, de schijf kan laten stijgen of dalen. Dat hebben ze in laboratoria gedaan. Maar waarom zou nu het aardmagnetisme op de een of andere manier niet gebruikt kunnen worden in plaats van die fluctuerende magnetische zaak? Waarom zou het alleen mogelijk zijn als het veld rond de magneet fluctueert en zou het fluctueren van het voorwerp zelf magnetischerwijze t.a.v. de omgeving niet eenzelfde resultaat opleveren? Als je daarover gaat nadenken, dan lijkt het soms of heel veel van die z.g. magische dingen heel dicht bij een gewone werkelijkheid liggen. Een werkelijkheid waarmee je natuurlijk heel wat meer moet verbinden dan je gewoonlijk doet.

Er zijn zoveel dingen waarvan de mensen eigenlijk nog niets weten. De laatste tijd heeft men ontdekt dat je bepaalde sporen (o.a. mangaan en nog andere sporen van metalen die men in tamelijk grote doses van tussen de 200 mg à 300 mg) kunt gebruiken om mensen minder kwetsbaar voor ziekte te maken. Men heeft zelfs ontdekt dat het mogelijk is om bij kanker uitzaaiingen op die manier te voorkomen; dus de groei van de ziekte te beperken. Overigens, de experimenten op muizen en apen zijn natuurlijk niet beslissend voor hetgeen het voor de mens zou kunnen betekenen. Wetenschappelijk zijn ze nog niet ver genoeg om het u direct als medicijn aan te bieden.

Waar gaat het nu om? Hier worden metaaldelen (in feite metaalsporen) gebruikt om iets te veranderen in de mens. Gaan we nog een stap verder, wat zegt een heel oud bijgeloof? Als je een zoon wilt hebben, dan moet je wachten tot de 14e dag na de stonde en moet je in de tijd tussen het ophouden van de vloeiing en het contact elke dag spinazie eten. Als we nu eens nagaan wat er aan de hand is, dan blijkt het volgende: in de eerste plaats is die gegeven periode voor de doorsnee vrouw vergelijkbaar met het loskomen van de nieuwe eicel. In de tweede plaats, door 14 dagen zoveel spinazie te eten, wordt de hoeveelheid ijzer in het lichaam aanmerkelijk opgevoerd; d.w.z. dat er een optimale conditie is voor zuurstoftoevoer en voor vervoer van andere stoffen in het gehele lichaam waardoor er een sterkere eruptie mogelijk is met grotere overlevingskansen. En blijkt ineens dat die volkswijsheid helemaal niet zo stom is. Ze is alleen gebaseerd op dingen die men toen niet wist.

Zo hoor je mensen ook beweren: als je die en die kwaal hebt, dan moet je vooral – en dan komen de recepten – b.v. elke dag cantharellen eten of, in andere gevallen, heel veel radijs. Aanvankelijk lijkt dat onzin totdat je je gaat realiseren dat er in de verschillende groenten en vruchten stoffen aanwezig zijn die inderdaad het lichaamsevenwicht beïnvloeden.

Het wonder valt weg op het ogenblik dat wij ons gaan realiseren dat we werken met bepaalde stoffen; en wat meer is, we werken met stoffen in een biologische oplossing. Het is niet zomaar ijzer, het is ijzer dat zich in een oplossing bevindt in een levende stof. Dan wordt het veel begrijpelijker want de opname door het lichaam zal daardoor sneller geschieden, de verdeling zal sneller en regelmatiger gaan en het effect zal dus groter zijn. Het zijn deze eenvoudige dingen die je door de hele geschiedenis heen hebt en die je kunt leren.

Er is een tijd geweest dat de mensen hier in het Westen stomverbaasd waren over de genezingen die de Bosnegers tot stand konden brengen. Wat deden zij? Zij namen een stukje van een varen, een stukje bast, een onderdeel van het een of andere dier erbij, ze maakten daarvan een soepje en dan werd de patiënt behandeld met vele uitspraken plus het soepje. Dan zult u denken: nu moet dat wel in de soep lopen maar de patiënt wordt beter. Veel later heeft men ontdekt dat er in die brouwsels werkzame stoffen aanwezig waren. Men heeft zelfs ontdekt dat er stoffen in zaten waarvan de wetenschap niets afwist.

Als we nu teruggaan tot een heel ver verleden, dan zien we dat de nomadenstammen en de jagers ook dergelijke medicijnen gebruikten. Daar gebeurden dan schijnbaar wonderen mee. Het was zelfs mogelijk mensen immuun te maken voor bepaalde ziekten die andere stammen eenvoudig uitroeiden. In die tijd was het een mirakel. Maar als we nu rekening houden met een opgelegd dieet aan die mensen, bepaalde oefeningen plus de reiniging van deze mensen en hun omgeving, dat is ook noodzakelijk, dan komen we tot de conclusie dat het eigenlijk het toedienen is van immunicerende stoffen en het herstellen van een betere hygiënische omgeving. Dus ook hier is achter het mirakel de wet aanwezig.

Dan wordt het nu hoog tijd dat we ons gaan bezighouden met die heel wonderlijke dingen waarvan we soms iets horen maar waarvan nooit veel schijnt uit te komen zodra je zelf gaat kijken.

We horen van wijzen die over water lopen. Het eerste wat je natuurlijk denkt, is: nu ja, zij hebben grote platvoeren en dan gaat het wel een beetje peddelen. Maar dat is niet het geval. Deze mensen lopen over water terwijl ze in een bepaalde geestesgesteldheid verkeren. Zeg niet dat het sprookjes zijn tenzij u wilt zeggen dat het Evangelie uit sprookjes bestaat.

Herinnert u zich Petrus? Jezus liep over het water naar de boot toe. Petrus sjokt achter zijn heer aan want dat was hij gewend. Hij sjokte dus ook over het water totdat hij plotseling denkt: wat ben ik eigenlijk aan het doen? En floep, zakte hij in het water. Hij riep: Heer, help mij, ik verdrink. Wat is hiervan nu de oorzaak?

Wij hebben al gehoord dat je door een bepaalde geestesgesteldheid of door bepaalde klanken voorwerpen kunt laten vliegen. Wat is nu over water lopen eigenlijk anders dan een vorm van je bewegen onder omstandigheden die bij normale zwaartekracht niet denkbaar zijn. Stel u nu eens voor dat u uw levensstromen kunt beheersen en dat u die levensstromen zodanig instelt dat uw hele wezen niet erkent dat water u niet kan dragen. U bent daar helemaal in verdiept. Zolang dat verdiept zijn bestaat, zult u over water lopen. Wat is hier het geval? Uw hele uitstraling is bezig om het water, daar waar u de voeten zet a.h.w. dragend te maken. Misschien zou je het met een beetje ironie zo kunnen uitdrukken: onder de suggestie waarin je verkeert, loop je op stelten van ectoplasma. Dat klinkt heel vreemd maar was er niet een mijnheer David Hume die op een gegeven ogenblik tijdens een séance een luchtje ging scheppen, het ene raam uit, het andere raam in maar wel zonder balkon en op de derde verdieping. Dat is levitatie, zegt men dan. Hoe deed die man dat? Als we er toch mee bezig zijn, hoe komt het dat we in het verleden steeds weer horen over die eigenaardige vliegverschijnselen; vliegende kleden, vliegende paarden, vliegende bezemstelen (de stofzuiger was nog niet uitgevonden)? A1 die dingen bij elkaar maken duidelijk dat vliegen en de vliegdroom bij de mensen heel vaak voorkomen.

Nu kunnen we natuurlijk veronderstellen dat dit alleen maar dromen zijn en dat heel mooi psychologisch gaan uitleggen. Aan de andere kant zijn er echter een aantal raadselachtige verhalen waarin sprake is van door anderen geconstateerde lijfelijke aanwezigheid van die mensen. Wat moet daarvan de oorzaak zijn?

Het is hetzelfde als het wandelen op water en zelfs het gaan door vuur, de vuurloop. Wanneer een mens, onder welke omstandigheden dan ook, innerlijk een zodanige evenwichtigheid van zijn levensstromen bereikt en een uitstraling dat hij geen abnormale condities accepteert (dus alles herleidt tot het normale), dan zal elke beweging die hij op dat ogenblik maakt, worden voortgezet als normaal, ook als de bodem opeens vuur of water wordt. Hij zal dan vanuit zijn eigen uitstraling alles compenseren wat nodig is om die toestand van schijnbare normaliteit voor hem te handhaven.

Er is een tijd geweest dat men allerlei wonderlijke inwijdingen kende. U heeft er duizend keer over gehoord, dus ik behoef ze niet allemaal op te sommen. Het verbazingwekkende daarbij is niet zozeer dat al die mensen zijn veranderd na afloop (een zware psychische schok kan hetzelfde tot stand brengen), maar dat deze mensen allemaal niet precies gelijke maar vergelijkbare beelden hebben van hun belevingen tijdens de inwijding. Toch moeten we aannemen dat, als er sprake is van een suggestie, een volledige gelijkheid bijna onvermijdelijk is. Hoe komt het dan dat de een zich door planten heen moet worstelen die a.h.w. met kunstgebitten naar hem happen, de ander door een slangenkuil gaat en met een heel grote slang moet worstelen, terwijl de derde door vuur gaat en op een gegeven ogenblik het zwaard moet kruisen met een van de machtigste demonen? Als je tracht daarvoor een regel te vinden, dan is dit volgens mij alleen te verklaren uit de eigen psychische opmaak van de mens. Er zijn zeker allerlei kosmische invloeden die een rol kunnen spelen maar zo’n grote dat daardoor de beleving wordt veranderd, dat lijkt mij in een dergelijk geval niet erg aanvaardbaar.

Wat gebeurt er? In de eerste plaats, de mens moet zichzelf ontmoeten, de eerste angstbeleving. In de tweede plaats; hij moet de wereld ontmoeten die hij vreest en haar overwinnen. De één is bang voor tijgers, de tweede voor planten, de derde voor slangen. Het overwinnen van de angst is een strijd die je met jezelf voert, vandaar de symboliek die wij in al die belevingen terugvinden. In alle gevallen kom je vervolgens in een ruimte waarin de lusten een rol spelen. Grote zalen waarin heerlijke orgieën worden gevierd. Je mag alleen kijken maar niets doen, ofschoon iedereen je uitnodigt.

In andere gevallen krijg je koninkrijken aangeboden. De mens wordt geconfronteerd met zijn begeerte. Die begeerte behoeft hij niet te overwinnen, dat is het wonderlijke. In geen van die dromen overwint hij de begeerte door het andere uit te blussen. Hij laat het bestaan maar trekt zich ervan terug. Hij wil niet degene zijn die opgaat in het spel van de ander.

U zult zeggen: dat is een psychisch proces waardoor de mens zijn angsten verliest, zijn begeerten overwint en dan voor het eerst objectief tegenover de wereld staat. Waarom zouden die ingewijden dan al die paranormale kwaliteiten moeten hebben? Iets wat overigens lang niet zeker is. Onder ons gezegd en gezwegen waren er ook bij die wat dat betreft een grote flop waren. Wat ze echter wel bereiken, is objectiviteit, het wegvallen van een groot gedeelte althans van de illusies die men als mens met de werkelijkheid pleegt te verbinden. Dit houdt in dat ook emoties, die niet normalerwijze een rol spelen, opeens beheersbaar worden. Ze zijn werkelijk een voertuig geworden van de energieën die je uitstraalt en niet meer de stormen waardoor je zelf gedreven wordt. In dat geval kun je veel meer overzien, veel meer doorzien, veel meer juist beoordelen dan een normaal mens. Je staat dichter bij de waarheid. Iemand die dichter bij de waarheid staat, die is volgens mij onweerlegbaar zeker van zichzelf en zal daardoor juister handelen. Als hij een raad geeft, zal die gebaseerd zijn op werkelijkheid en niet op interpretatie en illusie.

Alle wonderen van ingewijden hangen dus al direct samen met gewone werkelijkheidszin. Maar als je beseft dat je in je een kracht vormt en dat, als deze kracht voortdurend in contact komt met andere krachten en je daarbij je relatie met die krachten zelf kunt bepalen zolang je van jezelf bewust bent, dan zou het helemaal niet zo vreemd zijn om even door vuur te lopen, over water te wandelen en als je van wandelen genoeg hebt een eindje te gaan vliegen. Waarom zou je dan ook niet een geestelijk dubbel kunnen uitzenden? Als een mens via een astraal voertuig kan waarnemen op afstand, waarom zou hij dat voertuig dan niet ook voor anderen waarneem­baar kunnen maken zodra hij weet wat dat voertuig is. Werkelijkheidszin ligt dus aan de basis van heel veel van het magisch gebeuren en als zodanig, meen ik, ook op de achtergrond van vele mirakelen.

Nu zijn er ook veel mirakelen die eigenlijk nooit mirakel zijn geweest. Het wonder van vele wonderen is dat de gelovigen denken dat het een wonder is. Als je dat gaat ontleden, dan blijft er namelijk niet veel van over. Een typisch voorbeeld: er waren in Europa vele Kurorten waarheen alle deftige mensen, voor­zien van veel vrije tijd en jicht, zich begaven om daar te veranderen, hetzij om hun vrije tijd te besteden hetzij om minder jichtig te worden. In die da­gen ontstond Lourdes.

In Lourdes is één van de belangrijke punten het bronwater. Genezingen in andere Kurorten zijn nooit als mirakel geregistreerd. Zelfs halve gene­zingen werden in Lourdes wel als mirakel beschouwd tot ongeveer 60 jaar geleden; toen zijn de mensen wat kritischer gaan denken. Dan zijn we ook hier weer van een deel van het mirakel af, tenzij we teruggaan naar de stel­ling dat bepaalde sporen van metalen en andere stoffen in voldoende mate in een menselijk lichaam ingebracht, daardoor de resistentie van dat lichaam kunnen vergroten dan wel de werking van dat lichaam kunnen beïnvloeden. En dan hebben we precies te maken met wat er bij alle geneeskrachtige bron­nen kan gebeuren.

Er zijn ook veel mensen die zeggen dat radioactiviteit een rol speelt. Misschien wel. Er zijn inderdaad grotten geweest, ook in een ver verleden, waar de mensen naartoe gingen en daarin enige tijd doorbrachten om dan, zo­als ze zeiden, gereinigd en genezen naar buiten te gaan. Het blijkt dat die grotten voor bepaalde infectieziekten goed werken, daarnaast ook voor ontregelingen in de stofwisseling. Er zijn nu in Duitsland nog steeds der­gelijke grotten waar patiënten, nu echter tegen behoorlijke betaling, een lange tijd in mogen zitten om daarna via een modderbad (men moet iets geven voor het geld) weer iets gezonder naar buiten te gaan. Waarom zouden we in deze tijd zeggen dat dit een mirakel is? Vroeger waren die dingen wel mira­kelen op het ogenblik dat ze in relatie werden gesteld tot God of tot go­den. Ik heb dan de neiging te stellen: het merendeel van de z.g. mirakelen is verklaarbaar. Vele mirakelen zijn kennelijk normale gebeurtenissen of ontwikkelingen waarvoor men de ver­klaring weliswaar niet kent, maar die alleen als mirakel worden beschouwd indien het past binnen het kader van een verering.

De begrafenisgewoonten van de mensen zijn altijd wel een beetje anders geweest. Indianen en ook enkele andere volkeren hadden de gewoonte hun doden hoog te begraven. Ze werden ingewikkeld en hoog in de bomen gebracht. Andere volkeren hadden juist de neiging om het lichaam te verdelen of als prooi te laten voor de dieren des velds. Weer anderen verbrandden of mummificeerden het lichaam. Sommigen bewaarden het lijk in speciaal daarvoor gemaakte huizen of ook wel kruiken. Anderen daarentegen wilden juist een graf hebben dat in de vrije natuur lag, bij voorkeur op een helling of zelfs een bergtop. Waarom?

Het beeld dat de mens heeft van het leven na de dood, zal hierbij een rol spelen, dat is duidelijk. Maar nu, de wonderlijke verschijnselen die daarmee verbonden zijn. Er zijn bepaalde bergen waar men doden begraaft en waar­ van men dan zegt dat de doden dáár kunnen spreken en niet ergens anders. Als we dan gaan kijken, dan liggen de graven altijd op heel behoorlijke hoog­te. Meestal liggen ze op een minimum hoogte van 2000 m. boven de zeespie­gel. Daar zou dus, zeker voor dalbewoners, wel een beetje zuurstofnood kun­nen ontstaan. Dat zou betekenen dat ze zich wat duizelig en enghoofdig gevoelen. En dat zou weer kunnen betekenen dat hun zintuiglijke waarnemingen in verhouding tot de innerlijke waarnemingen zwakker worden, dat suggestieve innerlijke telepathische factoren veel sterker optreden dan normaal. Dan zou het wonder van dergelijke plaatsen vertaald moeten worden als mensen, die zich in een toestand bevinden waardoor een contact mogelijk wordt. De plaats van de begrafenis is dus in de eerste plaats bedoeld om het contact daar te fixeren.

Kijken we naar de indianen met hun begraafgewoonten – het lichaam in de bomen maar dan wel goed ingewikkeld in vellen en riemen opdat het kan ver­drogen; eigenlijk een vorm van mummificatie – dan blijkt dat men naar die plaats toegaat en wil men met de doden spreken, dan werkt men weer met trommen, dus geluid.

Geluid, dat hebben we al gehoord, kan een heel vreemde inwerking hebben­ op materie en het kan zeker ook op de zinnen van de mensen een heel eigenaardige invloed hebben. In dit geval ziet het er wel naar uit dat de mensen eigenlijk zichzelf in de nabijheid van het graf aan suggestie onder­werpen en gelijktijdig door de muziek zodanig vervreemden van hun stoffelijke werkelijkheid dat ze geestelijke signalen gemakkelijker ontvangen. Maar nu de mensen die alles aan de dieren des velds geven (laat het maar opeten door de gieren), wat doen die met hun doden? Zij bewaren iets van die doden, meestal een voorwerp, in enkele gevallen een lokje haar of zelfs een stukje nagel. Dat wordt dan in een schrijntje gezet. Dit schrijn is dan voor hen de plaats van concentratie. Op welke manier bereiken zij dan het contact? Wonderlijk genoeg door een eentonige, meestal op drie verschillen­de tonen gezette litanie af te werken, begeleid door een schommelende lichaamsbeweging terwijl ze daarmee bezig zijn. En alweer hetzelfde effect. Laten we proberen hieruit enkele regels te trekken die voor ons van belang zijn.

  1. Een wonder is een wonder omdat we niet weten hoe het tot stand komt.
  2. Bij bijna alle wonderen speelt onze eigen geest en suggestie een rol.
  3. Wanneer wij gebruikmaken van de juiste factoren, kunnen wij onze relatie met de omgeving veranderen, hetzij geestelijk hetzij zelfs stof­felijk. Hierdoor ontstaan de verschijnselen die voor anderen onbegrijpe­lijk zijn.
  4. Wanneer wij een werkelijke inwijding doormaken, dan moeten we af­stand doen van onze angsten, daar we die moeten overwinnen of eraan te gronde gaan. Onze begeerten moeten wij meester blijven zodat wij be­wust onze houding te midden van het begeerde kunnen bepalen. In dergelijke gevallen zien wij de werkelijkheid. Hij die de werkelijkheid, ontdaan van illusies rond zich en in zich erkent, is in staat het ge­heel der ontwikkelingen goed te schatten en kan, door een juist ingrij­pen, effecten veroorzaken die door iemand die wel illusies koestert, onverklaarbaar worden geacht.

Achter de mirakelen liggen wetten en regels die én in de geest van de mens schuilen én in de eigenschappen van de materie. De trillingspatronen van materie (magnetische, elektrische, biologische en geestelijke) spelen hierin een voorname rol. Hierdoor kunnen al die wonderen tot stand worden gebracht. Hierdoor kun je zelfs materie van aard doen veranderen. Hierdoor kun je je in de tijd anders oriënteren, kun je zelfs leren om je cellen opdrachten te geven zodat ze zich sneller vernieuwen en afvalstoffen gemakkelijker afvoeren waardoor je langer blijft leven. Al die mogelijkheden bestaan. Het zijn geen mirakels die buiten alle redelijkheid liggen. Het zijn wonderen die gebeuren door een juist gebruik van die regels, kwaliteiten en wetten waaraan de doorsnee mens in deze tijd nog voorbij gaat.

Wederkerigheid

Ik kan niet alleen zijn. Wanneer ik alleen ben, kan ik slechts leven met mijn dromen en ik weet dat mijn dromen dromen zijn. Ik vernietig mijzelf wanneer ik mijn dromen leven wil geven. Ik vernietig mijn dromen wanneer ik mijzelf besef. Slechts als er buiten mij iets bestaat dat antwoord geeft op mij, kan er sprake zijn van een werkelijk leven. Zo is alle leven in feite wederkerigheid.

Wederkerigheid kan elk aspect van het leven bevatten maar wederkerigheid is vooral een begrip, het antwoorden op de ander, hoe dan ook. Dit antwoord kan zelfs negatief zijn, want ook een negatief antwoord is een antwoord. Maar waar geen wederkerigheid bestaat, waar men elkaar verwerpt zonder elkaar te horen, daar ontstaat het meest gevaarlijke dat er bestaat: isolement. Het is een verwerping van de werkelijkheid.

Om het heel eenvoudig te zeggen: waar er geen duister is, daar wordt geen licht beseft. Waar het licht bestaat, kent men het duister niet. Daarom zal duister spreken tot het licht en in de veelheid van de openbaring tussen licht en duister ligt de luister van de schepping.

Waar de mens spreekt tot de mens en ook verstaat de mens, daar kan het zijn als licht en duister en toch uit wat tussen hen ontstaat, bloeit het bewustzijn, de luister van de werkelijkheid weer op.

Wederkerigheid is noodzaak. Niets kan alleen bestaan of van maar één kant. Slechts daar waar men elkaar verstaat, ook geest en mens en mens en geest, of men in streven samengaat of niet, daar schept men een wereld waarin kan worden erkend. Zonder bewustwording leef je niet.