Hoe het vandaag is geworden

uit de cursus ‘De wereld en haar achtergronden'(hoofdstuk 3) – december 1986

Hoe het vandaag is geworden

We hebben nu een aardig gedeelte van de geschiedenis doorgedraafd, we komen nu zo langzamerhand aan het punt, dat we ons ook met mentaliteit moeten gaan bezighouden. Dat geeft ons meteen de gelegenheid naar de wat modernere tijd te kijken. Want als je wilt weten wat er eigenlijk vandaag is gebeurd moet je kijken naar de eigenlijke achtergronden van de wereld. En die zijn voor een groot gedeelte christelijk, dat weet u.

Er is een hele tijd geweest, dat het christendom in feite vanuit een koninkrijkje werd bestuurd. Maar dat werd steeds minder. Uiteindelijk was er een paus, die alleen nog dankzij de franse soldaten zijn kleine rijk (in feite niet veel meer dan een vervuild stuk stad) zijn werkelijk rijk kon noemen. Juist in die tijd werd het heel erg belangrijk, dat er dus toch op een of andere manier weer macht werd veroverd.

Men heeft dat toen gezocht in het stellen van dogmata. Tijdens de regering van de paus Pius IX waren er kort na elkaar twee punten die tot op dat ogenblik zullen we zeggen als zeer vraagwaardig werden beschouwd. Het eerste was de maagdelijke ontvangenis van de maagd Maria. Tot op dat ogenblik had iedereen er zo zijn eigen gedachten over. Maar toen de paus zag, dat zijn burgerlijk gezag aan het slinken was, probeerde hij zijn greep op de gelovigen te versterken door een geloofsartikel te verkondigen. Deze zendbrief werd zullen we zeggen met enige voorbehoud ontvangen. Het bleek dat niet het geheel van het christendom zonder meer bereid was zich neer te leggen bij de besluiten die deze paus had genomen.

Daarop nam hij een tweede besluit, namelijk om de onfeilbaarheid van de paus uit te roepen. U kunt begrijpen, dat dat nog veel meer opzien baarde. Er werd dus een concilie bijeengeroepen. U weet wel, zo’n gelegenheid waarbij ongeveer 700 witbemijterde heren tegen elkaar in het Latijn zitten te sinterklazen. Daar is eigenlijk gevochten tussen twee partijen. De ene partij zei: ja, de onfeilbaarheid van de paus moet dan toch wel zeer beperkt zijn. Anderen zeiden juist: die onfeilbaarheid van de paus hebben we nodig. Want als een koning iets zegt, is dat ook wet in het land. Als de paus dus iets zegt, moet het in ons geestelijk rijk ook zo zijn.

Het einde is dus geweest, dat een onfeilbaarheid ex-cathedra werd gestipuleerd, waarbij echter het begrip ex-cathedra nogal wat moeilijkheden baarde. Het is namelijk nooit volledig gedefinieerd. Toen er gestemd werd (dat is misschien een leuke anekdote) was er een ontzettend onweer. Vanaf het ogenblik dat de eerste stem werd uitgebracht was er geen enkel ogenblik dat de donder niet rolde. Beide partijen riepen toen uit: ziet, dat is de stem Gods. “Degenen, die voor waren zeiden: “God rolt met de donder omdat Hij ervoor is.” En de tegenpartij riep: “God maakt duidelijk, dat als jullie dit aannemen het donderen wordt.”

Zo is eigenlijk een verandering gekomen in het religieuze denken. We zitten dan ongeveer in het Victoriaanse tijdperk. Overal is men bezig terug te zoeken naar de heerlijke oude waarden, waarin de onderdanigheid, de horigheid en dergelijke, de deugd niet te vergeten, een grote rol spelen. In Engeland zien we o.m. dat men door de werken van Manning, eerst een episcopaals bisschop, later overgegaan naar de kerk van Rome en uiteindelijk zelfs kardinaal geworden, bezig is terug te gaan naar de oude tijd.

Bewegingen, die we steeds weer tegen zullen komen. Want het Christendom ontleent zoals menige andere godsdienst eigenlijk zijn macht, zijn betekenis en zijn waarde aan het kritiekloos aanvaarden van de gelovigen. Dat betekent dat er de meest krankzinnige dingen kunnen gebeuren.

U heeft allemaal wel gehoord van Gordon en de val van Khartoum. De strijd tegen de Maadi. Hij was misschien een eigenwijs man, maar hij was heel vroom. Hij was zo vroom, dat hij meende dat God hem had geroepen. Hij offerde nodeloos en door eigen onachtzaamheid een groot gedeelte van het leven van de bezetting van Khartoum op. Om maar niet te spreken van die van de burgers.

Hij zou zelf een zeer waardige dood gestorven zijn, maar dat is ook niet helemaal waar. De man was erg moedig. Met een pistool en een sabel heeft hij een krankzinnige strijd geleverd. Toen hij werd neergestoken (hij werd door twee lansen doorboord) was dat het begin van zijn einde. Daarna hebben ze hem kort en klein gehakt. Volgens ooggetuigen stond het schuim hem op de lippen.

Misschien is het typerend voor de ontwikkelingen die plaatsvinden, – eigenlijk zeg maar vanaf 1700 tot heden. Het zijn de geestdrijvers, de geestelijk ongezonden die op de gang van de historie een grote invloed hebben. Dat moet ook wel invloed hebben op de mentaliteit van de mensen.

Wanneer we denken aan de Franse revolutie, dat is dan vroeg in die periode, we denken aan een Robespierre, aan een Maraat, we denken aan de wijze waarop deze mensen regeerden, dan zien wij eigenlijk hoe er zelfs in die revolutionaire beweging aan de ene kant een keiharde, zeg maar formalistisch gelovige in strijd is tegen alles wat anders is en anders denkt. Aan de andere kant een “laat ons gezellig leven en er het beste van maken” mentaliteit, waarbij de revolutie eigenlijk alleen maar een middel is om de gezelligheid te vergroten. Je weet dan wel niet hoe, maar het gebeurt in ieder geval.

Ditzelfde zal verder aldoor een rol spelen. Ik had het zo net over Pio Nono. Die heeft dat te danken gehad aan Napoleon III. Die heeft een lange tijd de Vaticaanse staat verdedigd. Ook in die tijd was het eigenlijk al zo, dat iedereen konkelde. Wat men in die tijd diplomatie noemde was in feite een geheime koehandel, die dan later openbaar bevestigd werd door uiterst waardige om niet te zeggen folkloristisch uitgedoste groepen van waardigheidsbekleders. In een dergelijke maatschappij is er altijd een botsing tussen vooruitgang en behoudzucht. Die botsing wordt elke keer herhaald omdat elke keer de jongeren een poging doen om zelf te denken.

Dat zelf denken betekent ook, dat ze het niet eens kunnen zijn met de gevestigde orde en de gevestigde waarden. Het is natuurlijk niets nieuws. Uiteindelijk weten we, dat we zelfs in de late middeleeuwen de studenten vanuit l’Ile de France, in het midden van Parijs, allerlei strooptochten hielden en zich van het gezag niets aantrokken. Dus zo ongeveer als de voetbalsupporters in deze tijd

Het belangrijke is dat de denkers gaan onderzoeken. Je kunt zeggen dat vanaf ongeveer 1600 een wetenschappelijke reeks veranderingen op gang komt. Er komen nieuwe uitvindingen, er komen nieuwe benaderingen. In die Victoriaanse tijd worden inderdaad vele ontdekkingen gedaan. Overigens door particulieren, heel vaak werkende in kleine, bekrompen laboratoria, door denkers en filosofen die ook hun theorieën nog op de proef durven stellen. Er is zelfs een voortdurend duel tussen wat zich de gevestigde wetenschap noemt en degenen die bezig zijn om de natuur a.h.w. meer te ontleden.

In deze periode wordt kennis en denken meer algemeen verbreid. Wanneer we kijken bv. rond 1860 – 1870 dan zien we hoe de arbeiders in opstand komen. De eerste vakbonden ontstaan, kijken we wat verder, dan zien we het eerste begin van de suffragette die later, vooral na de eerste wereldoorlog de suffragettes maakt tot de bekendste voorstanders van vrouwenkiesrecht en wat dies meer zij. Maar ook de jeugd heeft diezelfde neiging.

Denk eens aan de zestiger jaren. In de zestiger jaren is een groot gedeelte van de toenmalige jeugd in opstand gekomen tegen wat men dan het establishment noemt. De bestaande orde, de bestaande gezagsverhoudingen. Daar is hard gevochten. Of je nu gaat kijken in Frankrijk waar bv. Cohn Bendit indertijd een grote rol heeft gespeeld of je gaat kijken in Nederland, dat met zijn provobeweging zeker niet achteraan heeft gelopen in die dagen, we zien allemaal dat degenen die toen de revolutionairen waren, in feite weer bourgeois zijn geworden.

Maar het zijn bourgeois, die ruimer denken dan de andere bourgeois. Het verschil is uiterlijk niet meer te zien. Toch is er een verschil in mentaliteit en in benadering gekomen. Dat betekent dat er steeds grotere belangen, tegenstellingen ontstaan. In de tijd van vakbonden bijvoorbeeld zien wij dat er een tegenstelling ontstaat tussen werker en kapitaalgever, een klassenstrijd die officieel nog steeds voortduurt, maar die op het ogenblik op een ander niveau is gekomen. Nu is het niet alleen maar de strijd tegen de uitbuiters, nu is het ook de strijd tegen de milieuvervuilers, tegen degenen die zich door allerlei internationale fusies af weten te zetten tegen de plaatselijke belastingenregelingen en wat dies meer is. Een kapitaalvlucht, het schuiven met valuta enz.

Het is duidelijk, dat in een dergelijke cultuur en dergelijke maatschappijveranderingen niet kunnen uitblijven. Veranderingen die nooit direct kenbaar zijn aan de top. Wanneer je aan de ene kant mensen hebt die nog vasthouden aan het oude arbeidersprincipe of aan het oude orthodoxe principe van “de macht is de macht en het gezag is het gezag” dan zeg je: Ja, wat is er dan feitelijk aan de hand? De wetenschap werd industrie.

Wetenschappelijk onderzoek is in feite een vorm van industriële onderneming geworden. Gelijktijdig echter zijn er steeds meer wetenschappers die zelf zijn gaan nadenken en die zich op welke manier dan ook proberen af te zetten tegen de heersers, die van wetenschap weinig weten maar die macht en machtsmiddelen en winst boven alles beminnen. Dan krijg je conflicten als dat van de Oppenheimers bv. in de Verenigde Staten. Dan krijg je de eigenaardigheid dat bepaalde mensen uit grote bedrijven in Zwitserland en Duitsland voortdurend gegevens doorgeven aan degenen, die zich tegen milieuvervuiling proberen te verzetten.

Dan krijg je mensen, die plotseling gegevens gaan verstrekken over atoomcentrales en de menselijke fouten die er kunnen optreden, terwijl iedereen alle moeite doet om het geheim te houden. Er ontstaat een sluikse openheid aan de ene kant, aan de andere kant een voortdurend groter wantrouwen tegen alles wat met gezag wordt gesteld.

Als vroeger een baas, een wetenschapper, een priester, zei: “Zo is het,” dan was het zo. Het was een soort medicijnmanachtig vermogen dat zij bezaten en daaraan onderwierp de massa zich gaarne. Wanneer nu iemand iets zegt, of het nu een politicus is of een fabrieksdirecteur, dan begint iedereen zich al af te vragen: “waarom zegt hij het”, want hij zal wel liegen.

Op dezelfde manier begint men zich te verweren. We moeten goed begrijpen dat geweld altijd al geweld heeft uitgelokt. Wanneer we kijken naar de Franse revolutie dan kunnen we wel zeggen: ja, het is de schuld van de encyclopedisten, maar de werkelijkheid was, dat de adel in steeds mindere mate zich betrokken voelde bij de plattelandsbevolking, waaraan ze toch probeerde grote inkomens te onttrekken. Daardoor ontstonden grote wantoestanden die zo groot werden, dat ze de revolutie werkelijk aanmoedigden.

In de meer eenzame streken, waarin dus de adel bij de landsbevolking nog meer betrokken was bv. de Vendé, is dat nooit zo ver gekomen. Daar heeft men een hele strijd moeten uitvechten voordat eindelijk de bevolking zei: nu ja, die revolutie is toch wel goed.

Op het ogenblik gaat het eigenlijk precies zo. Er zijn gebieden, waarin de beloningen en de verhoudingen tussen werkgever en werknemer zodanig goed zijn dat iedereen zegt: “Nou ja, dat kleine beetje risico moet je dan maar nemen.” En ja: “wij laten ons toch niet aantasten in datgene, wat toch onze broodwinning is”. Daar moet men dan maar een zeker gevaar voor over hebben. Wetenschappers roepen uit: ”ja, maar onze ontdekkingen zijn zo belangrijk.” Dat de boel dan misschien ontploft is jammer, maar die kans is zo groot niet. De wetenschap moet verder. Maar het is een wonder dat de gewone mens zegt: “Je kunt mij nog meer vertellen, maar ik wil dit of ik wil dat en het kan me niet schelen waar het vandaan komt “

Winkeldiefstallen nemen toe daardoor. Doodgewoon omdat iedereen uitgaat van het standpunt. Ik heb er ook recht op en als ik het niet kan kopen, dan neem ik het zo wel mee. Dan bespaar ik ze meteen de moeite om het aan de belasting op te geven. Het scheelt omzetbelasting. Dat is een manier van denken.

Wanneer wij kijken naar de ontwikkeling van de godsdiensten, dan zien we elke keer toch weer pogingen om er op een of andere manier weer een beetje ordening in te brengen. Ik heb de Oxfordbeweging genoemd die in feite episcopaals christelijk was. We zouden kunnen spreken over andere vernieuwingsbewegingen. Over bepaalde utopisch georiënteerde groeperingen, die misschien aan de hand van bepaalde romans een eigen beeld probeerden te krijgen over de richting waar de mensheid heen moest. Maar al deze mensen vergaten een ding, een mens leeft in zijn eigen milieu. In zijn eigen wereldje. Je kunt hem daar niet zonder meer uit losmaken. De gewone mensen leven een leven waarbij hun aansprakelijkheden beperkt zijn. Zij zoeken dus altijd weer leiders die verantwoordelijkheid voor hen willen dragen. Ze durven zelf geen besluiten te nemen. Ze zoeken iemand die besluiten voor hen neemt. Wanneer dat dan verder gepaard gaat met, een betreffende het volk aanspreken in retoriek, zoveel te beter.

Wanneer we denken aan figuren in deze tijd zoals een Churchill en een Hitler als twee tegenstanders, of zelfs als een Roosevelt, sociaal bewogen, maar eigenlijk toch ook vooral de politicus die dacht aan herkiezingen. Dan worden we geconfronteerd met mensen, die gewoon een beroep doen op de eenvoudige massa om hun eigen oordeel terzijde te stellen en deze roepstem te volgen en omdat ze gelijktijdig zeggen, “Maar we zullen voor jullie zorgen” is men bereid enorme offers te brengen. We moeten niet vergeten, dat Hitler niet alleen een man is van de concentratiekampen. Hij is ook de man geweest van Kraft durch Freude. Hij is de man geweest, die als eerste het voor de doodgewone arme arbeiders en burgers mogelijk maakte om eens een weekje met een schip naar de Noorse fjorden te gaan of iets dergelijks. Hij is niet alleen de man geweest, die voortdurend maar zijn terreurgroepen de straat op stuurde. Hij was ook wel degelijk de mens, die ervoor zorgde dat het volk zijn amusement kreeg. Dat theatergroepen door het hele land rondreisden. Dat er overal tot in de kleinste dorpen toch altijd wel weer iets te doen was. Dit ging dat dan gepaard met enige propaganda, dat nam men graag op de koop toe.

En inderdaad, wanneer we kijken naar de periode van 1926, 1928 in Duitsland en we kijken dan naar de periode 1934, 1935 dan blijkt dat die mensen het veel beter hebben gekregen.

Datzelfde kun je zien bij Mao. Mao is advocaat van beroep (dat heeft hij met Fidel Castro gemeen) en is revolutionair. Oorspronkelijk vecht hij samen met Chang Kai Check voor de onafhankelijkheid van China. Maar Chang Kai Check is een echte oorlogsheer. Dat wil zeggen, hij buit het land en de mensen uit. Mao verzet zich daartegen en begint een revolutionaire mars. Dat wordt de beruchte lange mars, waarbij men probeert anders op te treden dan normalerwijze de troepen van de oorlogsheren doen. Men is vriendelijk, men is hoffelijk, men stelt tegenover hetgeen men dan toch moet opeisen om te leven, bepaalde diensten. Men geeft medische verzorging. Men probeert de mensen op een andere wijze iets te bieden, al is het maar wat zang en dans.

Dat betekent dat de mensen in hem een leider zien, want hij denkt aan hen. Dat de heer Mao Tse-Tung daardoor het gevoel krijgt dat hij een soort halfgod van het communisme is, ach, dat doet min­der ter zake. Belangrijk is dat hij verbeteringen brengt. En wie zich realiseert hoe in de tijd van bezetting door de Japanners, de strijd van de Kwo Zin Tang en dergelijken, de situatie is geweest, die kan begrijpen dat de mensen blij waren dat er eindelijk een beetje rust en orde was en dat ze het beter kregen. Dat de landheren, die hen hadden uitgebuit, die oorlogsheren, eindelijk eens op hun nummer werden gezet. Zeker. Ik wil niet zeggen dat het leven in China vanuit een Westers standpunt ideaal is. Maar voor die men­sen was het een enorme verandering en ook een enorme verbetering. Daar zien we dan weer wat uiteindelijk het resultaat is. Men be­gint een volgeling te worden van zo’n leider en men is kritiekloos. De leider wordt als het ware het geloofsartikel. Als die leider dwaze dingen doet, zoals de zogenaamde culturele revolutie, dan durft men er eigenlijk niets tegen te zeggen. Want hij is het gezag. Maar hij is ook een klein beetje een soort stem van een niet bestaande godheid geworden.

Wanneer Churchill de mensen oproept om te vechten op de stranden en te vechten op de velden enzovoorts, dan is dat retoriek maar het is ook ernstig bedoeld. Het betekent: jullie zullen offers moeten brengen. Bloed, zweet en tranen verkondigt hij. Het hele volk zegt: Ja, want wat er anders komt weten we niet. Dan moeten we die man volgen. Dat we hier te maken hebben met een zeer eigenwijs en eigenzinnig man, dat deze man proeven heeft genomen en heeft laten nemen, wapens heeft willen ontwikkelen die op zijn minst genomen amoreel zijn, dat wordt gewoon buiten beschouwing gelaten. Daar wordt niet over gepraat, hij doet het, dus is het goed.

Dat heb je bij de Reagan-volgelingen op het ogenblik ook. Die zeggen: Goed, hij heeft wel dit en dat gedaan, en wapens aan Iran. Maar hij moest dat wel doen. Want hij weet wat goed is en wij weten het niet en jullie weten het ook niet. Nou ja, ik weet het helemaal niet meer als ik ze zo hoor praten. Ik kom tot de conclusies dat we te maken hebben met een ondergrondse revolutie, die zich voortdurend sneller afspeelt en die in haar facetten zeker in de laatste tien jaren sterk in een anarchistische richting gaat. Dat we daarnaast te maken krijgen met een groepering mensen, die hoe dan ook een leider zoeken. Je zou kunnen zeggen: je hebt te maken met een kudde schapen en met een stelletje rammen, die het op hun eentje proberen te klaren.

In deze gehele ontwikkeling wordt eigenlijk iets afgespiegeld van de geschiedenis van de mensheid. Als je je afvraagt: hoe is het vandaag en je probeert te ontleden hoe het allemaal tot stand is gekomen, dan ontdek je eigenlijk dat in het verleden dergelijke dingen zich ook hebben afgespeeld. Dan zien we overal dat mensen die misschien toch een klein beetje eerlijker proberen te zijn in de politiek, worden weggebonjourd.

Vroeger zagen we dat men Alexander de Grote (zo werd hij later genoemd) aanmoedigde om een krijgstocht te beginnen tegen de Perzen en alsjeblieft niet thuis te komen. Ga nou maar een beetje verder van huis. Want dan had men tenminste het heft in handen. De intrige om de macht is bijna zo oud als de wereld. Gekonkel en bedrog, ach, ze maken altijd weer deel uit van de menselijke geschiedenis. Omkoperij, pogingen om de massa tevreden te houden, ze zijn niet veel veranderd. In deze tijd subsidieert men het voetbal, vroeger had elke senator wel zijn eigen cliënten, die hij zo nu en dan een halve schepel graan gaf en een kaartje voor het circus.

Waar geen waardigheid is, waar geen eerlijkheid bestaat, waar men zich maar voortdurend wil aanpassen aan een schijnresultaat, daar moet het vertrouwen steeds minder worden, maar waar het vertrouwen steeds minder wordt, krijgen steeds meer mensen het gevoel dat ze alleen staan tegenover de hele wereld en dat je met alle middelen moogt vechten als je jezelf maar kunt handhaven.

De vernieuwingen op geestelijk terrein komen voor een deel voort uit deze eenzaamheid, uit dit gevoel je ondanks alles verlaten te voelen in een maatschappij, overbevolkt als ze is en geregeld als ze is. En dan ga je nadenken. Je gaat zoeken naar een weg die voor jou zelf aanvaardbaar is. Dan komen er ook heel veel mystici, die van mystiek geen kaas hebben gegeten en die dan kaasmakers worden die op een mystieke manier hun kaas beter noemen dan een ander. Maar tussen dat alles wordt de aandacht gewekt voor datgene wat in de mens leeft.

Het is niet zonder reden dat bv. de laatste 10 jaren zo ontzettend veel aandacht is gegeven aan zaken als vliegende schotels aan de ene kant en reïncarnatie aan de andere kant. Het zijn twee aspecten. De vliegende schotel is een poging om een toch nog weer aanvaardbaar ingrijpen van een hogere macht op aarde je voor te stellen, los te komen van het idee dat je er niet meer uit zult komen. Reïncarnatie is het zoeken naar verklaringen. Het zoeken gelijktijdig ook naar een zin in een bestaan, dat in vele gevallen anders zinloos lijkt en alleen maar met problemen beladen.

U ziet, ik hou me maar voornamelijk met het Westen bezig. Dat is voor die laatste tijd ook erg belangrijk. Vergeet niet, dat het Westen bijvoorbeeld een heel grote invloed heeft gehad in het gehele Zuid-Azië, dat het grootste gedeelte van Afrika direct of indirect is beïnvloed door allerlei beschavingen. Er is zelfs een land, Oeganda, waar je nu nog bepaalde gebruiken en gewoonten aantreft en bepaalde opvattingen, die eigenlijk stammen uit de tijd van een Duitse bezetting.

In de noordelijke staten van Afrika vind je nog steeds allerlei aan Franse beschaving, cultuur en denkwijze en ook aan handelwijze ontleende methoden. Want datgene wat men bv. een heerser van Tunesië, van Algiers, van Syrië zelfs, aanwrijft is voor een deel te danken aan de achtergronden, die ze in Europa hebben gevonden en de invloe­den die Europa heeft gehad op de ontwikkeling in hun land.

Wanneer we kijken naar India en Pakistan en wat erbij hoort of zelfs naar de emiraten dan ontdekken we dat de Christelijke beschaving daar in zijn exploitatiepogingen, in zijn kolonisatiepogingen een stempel heeft gelegd op de ontwikkeling zoals die verder gaat.

Zelfs een land als Japan heeft zichzelf daarvan niet kunnen los maken, het kon niet onafhankelijk blijven. Nadat het verslagen is, is het het meest verwesterste land geworden in zijn opvattingen en gebruiken, dat je je maar kunt denken in het Aziatisch brein. Gelijktijdig heeft het natuurlijk een groot respect voor zijn eigen cultuur. Maar dat vinden we bij al die zogenaamde primitieve volkeren terug. In India heeft men ook teruggegrepen naar vele oude gebruiken. Maar men heeft de administratiemethoden en voor een gedeelte de productiemogelijkheden, handelsmethoden aangehouden die er in de Engelse tijd zijn ontstaan.

Wat Indonesië betreft, is het wel eigenaardig, dat zelfs in deze tijd, de opvattingen van de bestuurders niet veel verschillen van de opvattingen, die ze er al op na hebben gehouden in de tijd dat ze voor het eerst daar hun gouverneur en generaals hebben ingezet.

Dus laten we alsjeblieft begrijpen, dat wanneer je spreekt over die laatste periode, dat je te maken hebt met een Christendom. Maar een Christendom dat verdeeld is tegen zichzelf. Vergeet dat niet. Er zijn ontelbare kerken die elkaar steeds weer geestelijke vliegen proberen af te vangen, terwijl ze als kwakende kikkers in een moeras van menselijke wanhoop rondzwemmen. Het is de verdeeldheid van het Christendom die bevrijdend kan werken op de benadering in koloniale gebieden. Wanneer alle christenen werkelijk streng christen waren geweest volgens hun bepaalde opvatting dan zou het Christendom waarschijnlijk een groot gedeelte van Azië en Afrika op het ogenblik beheersen. Maar ze hadden ruzie met elkaar. Daardoor kwam er een mogelijkheid van interpretatie. Datgene wat Pius IX heeft geprobeerd te voorkomen met zijn onfeilbaarheid ex-cathedra, heeft feitelijk het gehele Christendom voortdurend waargemaakt en de kerk van Rome heeft daaraan niet minder mee gewerkt als alle andere genootschappen, de hervormden, de baptisten en hoe ze nog meer mogen heten.

Het is deze tegenstrijdigheid in alle dingen, waardoor het Westen eigenlijk in de gehele wereld een reeks verschillende opvattingen, interpretatiemogelijkheden heeft toegelaten. Hoe deze uitwerken wordt duidelijk wanneer we bv. kijken naar Abessinië. Abessinië is zogenaamd een socialistisch of communistisch land.

Gelijktijdig echter heeft men daar de wetten van het communisme zodanig geïnterpreteerd, dat men in staat is geweest iets van de oude toch sterk oligarchische verhoudingen te herscheppen en met wreedheid te herstellen waar het met zachtheid niet ging. Het is een moorddadig regime daar omdat het zichzelf ziet als enige maatstaf.

Maar zien we datzelfde niet overal elders? Zeker, op een gegeven ogenblik is er een culturele uitwisseling. Dan zien we bv. dat China om zelf verder te kunnen komen, contacten met het Westen nodig heeft. Het resultaat is een vrijere productie en handelsmogelijkheid maar dat betekent gelijktijdig een verandering van de officiële communistische strategie. Zoals bij de kerk blijft de leer onaantastbaar. Maar de interpretatie verandert.

Hetzelfde zien we op het ogenblik in Rusland gebeuren, waar ook, een nieuwe en wat zakelijker generatie steeds meer invloed wint en waarbij dus ook grotere vrijheid van productie en handel ontstaat. Dat wil niet zeggen dat men nu plotseling bereid is om zijn ideeën over een wereldrevolutie op te geven, helemaal niet, maar men past zich aan. Men gebruikt de middelen die ook anderen gebruiken.

In de tijd dat geprotesteerd werd tegen de oorlog in Vietnam, in de USA is er door ondermeer de burgerwacht, delen van het leger en politiegroepen nogal wreed opgetreden tegen demonstranten. Niet algemeen bekend is geworden, dat in bepaalde gevallen toen zij vuurwapens gebruikten, scherp en gericht door veteranen werd teruggeschoten. Ze hadden wapens. Dat is een van de redenen geweest dat men geprobeerd heeft die zaak te kalmeren. Anders had men waarschijnlijk geprobeerd om de zaak langzaam maar zeker in een groot protest te laten ontaarden.  En die mocht dan voor het Witte Huis even demonstreren of voor het monument van Abraham Lincoln en daarna zouden ze met een toespraak naar huis worden gestuurd, zonder dat er iets gebeurde. Maar toen ze terugschoten, veranderde er iets. Kort daarop kwam plotseling een wetgeving op gang, terwijl men toch die Vietnamoorlog doorzette, waardoor aan de veteranen allerlei rechten werden toegekend, die hen tot op dat ogenblik waren onthouden.

Dat heeft een zekere lering meegebracht. Mao heeft eens een keer gezegd: “Macht komt uit de loop van een geweer”. Deze mensen hebben van de Staat geleerd, dat macht ontstaat door terreur. Dat heeft het terrorisme op gang gebracht dat overal zo rond zich grijpt. Als ik terugdenk aan de Tim Finn in Ierland dan vragen we ons af of die gewelddadigheden eigenlijk ooit zo ernstig zouden zijn geworden, als de Britse troepen niet met heel veel geweld en vaak onnodig geweld waren opgetreden tegen demonstraties, die toch eigenlijk hoofdzakelijk verbaal waren. Daardoor konden er strijdgroepen ontstaan. De huidige MI3, met al datgene wat zij representeert, is uiteindelijk maar een flauwe afschaduwing van alles, wat er indertijd in de naam van het recht door Engeland aan terreur is uitgeoefend.

Datzelfde zien we op het ogenblik met de Unionisten in Noord-Ierland. Zij worden geconfronteerd met terreur. Het is niet mogelijk om daar een redelijk antwoord op te vinden. Het resultaat is, dat op het ogenblik autobommen, sluipmoorden e.d. ook door de Orangisten worden gehanteerd als intimidatiemiddel. Het is jammer, maar het is waar.

Deze maatschappij dwingt de mens zich los te maken van die maatschappij, dan wel als hij in die maatschappij een bepaalde ontwikkeling wenst, deze met geweld af te dwingen. Het is niet leuk om dat te zeggen, dat weet ik wel, maar dat is een mentaliteit die gekweekt is. Wanneer we daar allerlei historische parallellen bij halen dan kunnen we bv. wijzen op de Spartacusopstand van de gladiatoren.

In die tijd was het ook niet bepaald reëel dat je een gladiator kon kopen en dan tot de dood met een andere gladiator kon laten vechten, gewoon voor een weddenschap en een aardigheidje. Toch was dat het geval. Gladiatoren waren over het algemeen geen mensen die dit zelf wensten. Het waren mensen die daar eenvoudig voor bestemd werden, omdat ze niet gehoorzaam genoeg waren waarschijnlijk of volgzaam genoeg om op een andere manier een betere slaaf te zijn. Die revolutie is uiteindelijk ook onderdrukt. Ja, een paar jaar later met behulp van een inzet van legioenen, die ongeveer gelijkkomt aan datgene wat men heeft ingezet voor de verovering van heel Gallië. Toen bestond het ook al.

Daar kunnen we toch wel een eigenaardige conclusie uit trekken, namelijk dat er mensen zijn, die zichzelf een God en een recht scheppen, waardoor zij in staat zijn gesteld anderen met alle middelen aan zichzelf en hun eigen inzichten te onderwerpen. Als je dan niet de directe machtsmiddelen hebt, dan kun je misschien sociale machtsmiddelen gebruiken.

Ik heb u in het begin gesproken over Pius IX. Toen een bepaald iemand zijn recht aanvocht, het was een Frans priester, om uitspraken ex-cathedra te doen op naam van de zendbrief over orde die nogal erg orthodox was uitgestuurd (over orde en zeden om precies te zijn).  Deze priester had gezegd: dat kan niet ex-cathedra zijn want het is tegenstrijdig, zei Rome. “Gij zijt anathema”. Met andere woorden, U bent in de ban gedaan, u bent uitgestoten. Wat voor een priester in die tijd heel moeilijk was. De man is nog wel voor zichzelf begonnen maar het is altijd maar een heel klein zaakje gebleven.

Realiseer je dus, wat in deze geschiedenis van de mentaliteit op dit ogenblik is ontstaan. Iedereen wacht op verandering en vernieuwing. Iedereen hoopt dat het van de leiders komt. En de leiders hebben er geen belang bij om de situatie te veranderen. Want als alles goed gaat zijn ze niet zo nodig meer. Elke keer wanneer ze weer democratisch verkozen moeten worden, dan gebeuren er een paar dingen. Dan heeft men een paar succesjes nodig. Daarna gaat men rustig zijn eigen gang. Men melkt het volk uit – neem me niet kwalijk dat ik dat zeg – gaat zijn eigen liefhebberijen na en houdt zo nu en dan roerende toespraken voor het volk, die dan met alle middelen worden verbreid. En daarin zitten de mensen, die steeds meer gaan begrijpen, dat ze voortdurend en aan alle kanten worden bedonderd. Vergeef me dat ik het zo zeg.

Als voor elke foute uitspraak en leugen, alleen hier in de Eerste en Tweede Kamer, de donder zou moeten rollen, zou u allemaal geluidskleppen moeten dragen in Den Haag. London zou onleefbaar zijn en in Parijs zou het niet eens genoeg zijn met alleen donderen, maar zou de bliksem ook nog regelmatig moeten inslaan. Ik noem maar een paar hoofdsteden, er zijn er meer.

Het verzet kan echter niet liggen in terreur. Je kunt de wereld niet verbeteren door gelijk te worden aan degene die je wilt bestrijden. Daardoor ontstaat op het ogenblik een nieuwe mentaliteit van net door alle mazen heen glippen. Dat bestaat zakelijk en dat gaat ook heel vaak om overleven, neem me niet kwalijk dat ik het zeg. We zien het aan de andere kant bij mensen, denk aan de krakers bv. in Nederland en ook in andere landen, aan bepaalde communes die zich gevormd hebben overal, die zich eigenlijk via alle mazen onttrekken aan de maatschappij en gelijktijdig toch bewijzen dat het ook anders kan.

Dat is eigenlijk het enige teken van verandering en vernieuwing dat we in deze tijd kunnen constateren.

Nu wil ik even kijken naar hetgeen er vandaag geestelijk aan de gang is. Er zijn op het ogenblik weinig goede trance mediums zoals u waarschijnlijk weet, maar wel vele zeer goede helderzienden, vele zeer goede geïnspireerde sprekers en spreeksters. Waarom? De mens is zelf bang om zich over te leveren aan de geest. Men wil zelf controle behouden. Dat speelt ook in uitingen van het paranormale een heel grote rol. Maar er komen er wel steeds meer. Elk probeert vaak op zijn eigen wijze daar op een of andere manier wat beter van te worden. Natuurlijk.

Hier is een pastoor die paranormaal geneest. Maar intussen wel zijn portret voor een paar rijksdaalders verkoopt, al dan niet voorzien van zijn handtekening. Vermoedelijk kost dat ook nog geld. Hij straalt water in en rekent voor de flesjes een prijs, waarvoor je toch een heel aardig flesje parfum kunt kopen. Dan kun je zeggen, ja, die man doet het ten goede. Want hij gebruikt het heus niet allemaal voor zichzelf maar de vraag is, mag hij het doen?

Er zijn helderzienden die goed zijn, maar die voor een consult rustig Fl. 50, Fl. 60, op tafel laten leggen en daarvoor dan 5 tot 10 minuten met een sujet bezig zijn. Deze mensen maken een beter uurloon dan een werkster. Dan kun je zeggen: Waarom? Omdat de mentaliteit nog steeds is: “Ik moet voor mijzelf zorgen. Ik moet voor mijzelf middelen en mogelijkheden scheppen tegenover een maatschappij die mij verwerpt”. Maar de veelheid van de verschijnselen en de toename van het aantal mensen, die van hun gaven toch uiteindelijk meer gebruik maken ten bate van anderen dan ten bate van zichzelf, is veelzeggend.

Er is een geestelijke revolutie gaande. En daar was men zo bang voor, dat in Engeland waar, zoals u weet, het spiritisme veel vastere voet heeft gehad dan in het toch wat nuchterder, misschien en vooral wat koelere Nederland, werd in 1824 een Schots schrift gepubliceerd waarin stond: media daar moest je niet op vertrouwen. Want een medium zou vandaag of morgen paranormaal weleens goede dingen kunnen doen en dan zeggen: Ik ben de herboren Messias. Dat zou dan weleens de antichrist kunnen zijn.

Wanneer we kijken naar Nederland, dan verschijnt er in 1921 een geleerd betoog, dat zogenaamd zich bezighoudt met het paranormale maar waarbij in feite wordt betoogd, dat al die dingen alleen maar door duivels tot stand kunnen komen. Kijk, zo bang is men ervoor. Dat in deze tijd het heel normaal is geworden dat men in kranten en tijdschriften even naar zijn horoscoop kijkt, waar men natuurlijk niet in gelooft en zeer terecht, maar waar men toch erg nieuwsgierig naar is, ten onrechte, kunnen we zeggen, dat het paranormale, de andere wereld, meer acceptabel is. Ze is meer aanvaard.

Dat houdt in dat mensen, die bij zichzelf paranormale kwaliteiten ontdekken, niet opeens opgewonden gaan rondlopen van: ik ben ook helderziend. Of: ik kan ook genezen en hoe moet ik dat nu even doen? Maar het houdt ook in dat heel veel mensen langzaam groeien. In die groei ligt de grote hoop van de toekomst. We moeten af van alle dogmata. We moeten af van gezagsverhoudingen die bestaan zonder dat ze het recht op hetgeen ze eisen voortdurend ook bewijzen. We moeten af van predikers, die zeggen dat God altijd wonderen doet, maar zelf nog niet eens in staat zijn om een stukje vlees te snijden zonder hun vingers erbij te doen.

We moeten af van theoretici, die wel bereid zijn om een of ander hatelijk virus te ontwikkelen, maar als ze dan de antistof hebben gevonden niet bereid zijn om zichzelf daarmee in te enten om te kijken of de antistof wel werkt.

We moeten af van de mensen, die niet proberen vanuit zichzelf het bewijs te brengen voor wat ze geloven en wat ze zijn. Het is deze geestelijke omwenteling, die de laatste 20 jaren doet verschillen van een lange periode daarvoor. Zeker, we hebben de heksen gehad, in feite de natuurvereerders. We hebben te maken gehad met verschillende sekten waaronder zeer goede denkende Catharen en dergelijken, die op hun wijze een Christendom beleefden, dat wel degelijk ook tekenen met zich mee bracht, dus wat men zou noemen wonderen of paranormale manifestaties.

We moeten af van kruisridders die in bijeenkomsten bepaalde mystiek magische belevingen hebben, zoals bij de Johannieters het een tijd het geval is geweest. En die uiteindelijk dan misschien worden aangeklaagd tovenaars en duivelsdienaars te zijn.

We moeten af van al dit voortdurend geïsoleerd zijn van een innerlijke werkelijkheid van de mens, die toch ook in zijn dagelijkse werkelijkheid doorwerkt of je het wilt of niet. En die daardoor ook bewust daarin beleefd moet worden.

We zullen in een volgende les proberen na te gaan hoe mentaliteitsveranderingen zich door de eeuwen hebben afgespeeld. We zullen daar ongetwijfeld ook op zijn tijd aan vastknopen een poging de verdere ontwikkeling geestelijk en eventueel ook materieel te beschrijven van mensen, die een geestelijke vrijheid hebben gevonden. Want dat wordt een andere maatschappij. Het wordt een andere manier van leven. Maar het wordt ook een totaal andere manier van bestaan.

Het is nu reeds gebleken dat een mens met een positieve instelling sneller geneest dan een ander. Dat mensen met een positieve instelling in het leven veel meer vreugde vinden aan de ene kant, maar aan de andere kant ook gelijktijdig langduriger hun mogelijkheden behouden om iets te zijn, ook voor anderen. Al die dingen zijn gegroeid.

Omdat we een vergelijkingsmateriaal nodig hebben zal ik bij wijze van uitzondering overigens in een van de volgende lessen ook nog een keer spreken over de ontwikkelingen en dan bedoel ik vooral de mentale en spirituele ontwikkelingen, die een rol hebben gespeeld in Atlantis. Want deze zijn in feite de basis geworden van eerste mystieke scholen, de eerste magische scholen, die we terugvinden in wat wij dan zien als een begin van de beschaving, een begin van de mensheid.

Vrienden, ik heb geprobeerd u een beeld te geven van deze laatste tijd. Ik heb daarbij heel veel buiten beschouwing gelaten.

Ik heb getracht een zekere samenhang te vinden. Die samenhang is belangrijk wanneer je inzicht wilt krijgen in de moraliteit die bij mensengroepen altijd weer bestaat, inzicht wilt krijgen in die voortdurende aanpassing van allerlei waarden van Godsvoorstellingen en geloof af tot de meest verborgen belevenissen toe, aan datgene wat nu je wereld schijnt te eisen.

Ik hoop, dat ik met deze les een redelijke aanvulling heb gegeven van de voorgaande en gelijktijdig een brug heb geslagen naar de bewustwordingsprocessen waarvan we de volgende keer ongetwijfeld veel meer onder ogen zullen moeten zien

Bijgeloof

Het bijgeloof is het geloof dat het weligst tiert. De meeste mensen zijn op een of andere manier bijgelovig. De een vindt de 13de een geluksdag, de ander een ongeluksdag. U kent al die verhalen. Eigenlijk is dat allemaal een pervertering van geloof.

Geloof is in zich een poging om het goddelijke in jezelf te ontmoeten of om er op enigerlei wijze een relatie mee op te bouwen. Maar de meeste mensen hebben weinig behoefte aan een God, zo vreemd als het moge klinken, want ze zijn er voortdurend mee bezig. Ze hebben eigenlijk behoefte aan een soort verzekering van paranormale zijde voor het bereiken van een zeker geluk en een zekere welvaart. Omdat er geen contract voor is af te sluiten, proberen ze tekenen te lezen, waaruit dan moge blijken welk geluk ze hebben. Je zou dus eigenlijk kunnen zeggen, dat bijgeloof het overheersende geloof is en dat de sekten over het algemeen de parasieten zijn van de bijgelovigheid.

Het sektarisme wordt ook voor een groot gedeelte bepaald door bv. een uitverkiezingsgeloof. Het geloof dat God, als jij maar heel trouw bent in je verplichtingen, tegenover jou ook trouw is. Dat wil zeggen, dat Hij je welvaart en geluk geeft en op de keper beschouwd komen de meeste mensen natuurlijk toch bekocht uit. Wat de meeste mensen niet weten, is dat je per se moet leven. Als je gewoon leeft met de dag, dan is elke dag wel vol met gebeurtenissen, maar je rekent er gewoon mee af en morgen begin je opnieuw. Maar mensen denken vooruit. Tijden vooruit.

Zoals een kind dat loopt te hinkelen over een vloer met verschillende kleuren stenen zegt: ”Als ik nou maar niet aan mijn zwarte steen kom, want dan gaat het de eerste paar weken verkeerd”, zo wankelen de meeste mensen door het leven heen. Als ze toevallig zout morsen dan moet dat speciaal over de rechterschouder worden gegooid en daarna over de linker misschien ook nog, opdat de duivel die eventueel achter je staat om zo’n ongeluk te veroorzaken, het in zijn oog krijgt. Ik denk, een duivel die een oogje waagt aan een dergelijk klein ongeval is de voorzorg niet waard. Maar je kunt er anders over denken.

Men houdt voor zichzelf bepaalde regels aan. Bv. wanneer het eenmaal nieuwe maan is zal het beter gaan. Nou, die nieuwe maan trekt er zich ook geen pest van aan. Ja, astrologisch gezien kan het betekenis hebben, dat ligt aan je horoscoop. Maar die horoscoop moet dan wel goed getrokken zijn.

Het is begrijpelijk dat wanneer er een of andere meneer een algemene horoscoop opstelt, die geldt voor het gehele Nederlandse volk, je zelf voortdurend bekocht uitkomt. Een dergelijke horoscoop is dan over het algemeen ook een product, waarin iedereen alles kan lezen wat hij wil. Bijvoorbeeld “Deze dag zult u het meeste geluk vinden in de huiselijke kring. Maar als u naar buiten gaat, wees voorzichtig op reis en pas goed op de centen.” Nou ja, dat is altijd een gunstig advies, wat je ook doet, nietwaar”.

Of een ander even gunstig advies wat je kunt vinden is: “Wanneer u vandaag een contract of een voorstel krijgt aangeboden, hou het in beraad en overweeg het enige dagen, want dan kunt u een goede beslissing maken.” Nou dat is ook altijd waar. Maar er zijn mensen die zeggen: “He, dat staat in mijn horoscoop. Oei, nu komt er iemand mij een voorstel doen, laat ik er een paar dagen overdenken.” Ik vind dat een beetje krankzinnig.

Dan vraag ik me af, waar komt bijgeloof eigenlijk vandaan? Dat kunnen we natuurlijk ook historisch bezien. Vroeger moest de mens het onbekende allemaal verklaren. Omdat de mens zichzelf eigenlijk altijd heeft willen zien als het slachtoffer van allerlei krachten die op hem inwerken, waren er dus engelen die het goede voordeden eventueel gesteund door heiligen, die dan als een bemiddelingskantoor fungeerden, terwijl aan de andere kant de duivels onmiddellijk klaarstonden om alles fout te doen gaan.

Ik heb mijn voet gestoten. Dan zei men niet: “Ik heb niet uit gekeken” maar “de duivel heeft me te pakken.” Dat je er de duivel in hebt op zo’n ogenblik, kan ik nog begrijpen. Maar dat je zegt, dat hij je te pakken heeft, is natuurlijk volledig onjuist. Het is bijgeloof.

Men zegt: “Als ik een bedevaart maak naar Kevelaar met erwten in mijn schoenen dan is dat wel pijnlijk, maar als ik er kom, heb ik zo veel pijn geleden, dan zal de heilige Maagd mij een gunst verlenen”. Ja, de Heilige Maagd zal gek zijn. Dan zijn er natuurlijk ook de slimmeriken, die zeggen: “Ik vraag eerst een gunst en als ik dan kom, beloof ik met erwten in mijn schoenen naar Kevelaar te gaan.” Maar die koken ze dan van tevoren, dat loopt gemakkelijker. Waarmee ik maar wil zeggen: de mens heeft een eigenaardige relatie met het onbekende.

In allerlei kleinigheden en tekenen probeert hij af te lezen wat hij zou kunnen verwachten. Bijvoorbeeld, ze gaan de roulette spelen en zeggen: wanneer in de eerste vier ronden de 14 uitkomt, dan zal ik spelen. Komt die 14 uit, nou ja, die maakt het hem dan mogelijk om weer een paar duizend gulden te verliezen. Dan zeggen ze: “Ja maar, ik ben verraden, want het teken was gegeven.” Ze zeggen niet: “Wat ben ik stom geweest”. Want bij een roulette – tenzij die oneerlijk wordt bedreven natuurlijk – is er inderdaad een toeval bij elke gooi begint de serie opnieuw. Dat weten ze gewoon niet of ze willen het niet weten.

Anderen zeggen: “Ja, maar je moet het mathematisch kunnen uitrekenen,” Als we kijken naar de prestaties van het bureau voor statistieken dat een jaar voorspelt (en dat gebeurt toch allemaal heel serieus) en we zien later wat er van terecht komt, dat kunnen we heus zeggen: nou, met statistieken kom je ook niet ver. Zeker niet wanneer je je persoonlijk lot eraan wilt verbinden. Voor het hele volk zal het misschien nog gaan, maar voor die ene kleine mens deugt er ook niets van.

Bijgeloof is altijd dat we aannemen dat er een kosmische wet is en dat die wet dan heel exact en precies ook voor ons zal werken.

En dat we elk ogenblik, dat er iets gebeurt met die wet geconfronteerd worden. Daarbij schakel je jezelf gewoon uit. Ik zou zeggen een groot gedeelte van het bijgeloof is een poging om te ontlopen aan het besef van je eigen falen en je eigen noodzaken.

Als we dat zo bezien, dan kunnen we natuurlijk nog een stap verder gaan en zeggen: Eigenlijk is heel veel van het bijgeloof een restant van de vroegere tovenarij. Want als iemand een zieke tand had begon men eerst met een hocus pocus en bezweringen. Zelfs Theofrastus Bombastus van Hohenheim, Paracelsus, deed het ook. Als u bij hem kwam met kiespijn begon hij niet met de tand te trekken, o nee. Hij begon eerst met de aanroeping van de daarvoor bestemde planeetgeesten om daarna nog de bescherming van de Engel van het Uur en de Engel van de Dag in te roepen, dan gaf hij een dreun op je kaak en als de kies eruit was, dan was je ervan af.

Het waren misschien allemaal gekke methoden, maar in die tijd was dat zo. Alles was paranormaal met elkaar verbonden. De alruinwortel lijkt op een mens, dus is het een soort menselijk wezen. Hij groeit in het bijzonder onder de galgen, tenminste dat dacht men. Als zodanig is hij dus een vrucht des kwaads. En geloof me, er waren mensen die zeiden: je kunt ze niet plukken. Want als je ze plukt geven ze een gil en hun doodskreet is dodelijk. Nou, het enige wat dodelijk is, is de belachelijkheid die je op de hals haalt als je dergelijke dingen gelooft.

Waarom? Alweer, de alruin was een magisch instrument, je moest ervan af blijven. Dus zei men dat het gevaarlijk was. Want als je zegt dat het gevaarlijk is, komen de mensen er niet aan. En dan kun je dus zelf wanneer je het nodig hebt, die dingen gemakkelijk vinden. Er is een tijd geweest, dat hetzelfde werd beweerd over belladonna. Als je belladonna plukte, zou je vergiftigd worden alleen al door het plukken. Toch waren er voldoende heksen die het gingen plukken, vooral de nacht na volle maan en dan bij voorkeur nog als er dauw was gevallen. Dat was zo mooi, dan had je iets waarvan je heksenzalf kon maken. Dan had je het gevoel te vliegen, je zag ze vliegen, alles vloog. Dat was gewoon de trip van die tijd.

Laten we ons eens realiseren hoe vaak dat in de moderne tijd wordt doorgevoerd. Alle atoomkracht is levensgevaarlijk. Natuurlijk, het is levensgevaarlijk, dat geef ik toe. Maar in hoeverre? Ze is alleen levensgevaarlijk wanneer de mensen het aannemen als iets vanzelfsprekends. Door dus voortdurend met het gevaar bezig te zijn breng je de mensen er in feite toe op te letten op die kleine tekenen die het gevaar kunnen voorkomen. Zolang dat nou maar lukt gaat het best. Maar op het ogenblik, dat de mensen denken: nou is het doodgewoon, dan gaat het juist fout.

Zelfs met een auto zou je eigenlijk moeten zeggen: de mens die erin stapt, begeeft zich in levensgevaar; want er zijn magische machten die proberen hem in de slip te dwingen, die proberen met hem te botsen. Hij moet zelf uitkijken. ­

Bijgeloof is eigenlijk vaak ook nog een soort beschermingsmiddel oorspronkelijk – ik geef het toe – gebruikt door heksen en magiërs en tegenwoordig vaak gebruikt door politici. Ze zitten bv. nog steeds te zeuren over al hetgeen er 40 jaar geleden is gebeurd. Dat vind ik helemaal niet erg hoor, ze mogen van mij. Maar is het eigenlijk niet een beetje bijgeloof om te denken, dat je door dat verleden nu te vervolgen voorkomt, dat je zelf fascistisch denkt? Ik geloof dat het tegendeel waar is. Ik geloof dat je juist, door je steeds weer daartegen af te zetten, je tot een eenzijdigheid komt die dezelfde karakteristiek vertoont. Maar het is gewoon een bijgeloof. Wanneer wij al het slechte nu maar bestrijden, zal het nooit meer voorkomen.

Kijk maar eens in Iran. Ja, Iran is een verschrikkelijk land. Daar moeten we afblijven. Verwerpelijk! Demonisch. De rechten van de vrouw misacht! Mannen eenvoudig afgeslacht. Tussen twee haakjes, meneer de Iraniër, hoeveel raketten hebt u nodig? En wat kunt u ervoor betalen. Die mensen zijn niet bijgelovig, die drijven er handel mee.

Bijgeloof is gewoon iets om je ergens vanaf te houden. In Amerika zijn heel veel nogal strikte Christenen. Natuurlijk niet in handel en wandel, maar die vind je nergens, maar strikt in het geloof. Stel je nu eens voor, stel het je alleen maar eens voor, dat alleen in het mid-westen, de middelstaten, alle mensen zouden zeggen: “Wij willen dat de christelijke wet wordt nageleefd”. Beste mensen, dat zou een revolutie zijn in het Witte Huis. Dan zouden er handelsbelangen mee gemoeid zijn. Het Pentagon zou een beroerte krijgen. Niet dat dat erg is. Maar ik gun het ze wel, laat ik eerlijk zijn. Niet in hatelijke zin hoor. Dan kunnen ze bij ons komen leren, dat vrede belangrijker is dan macht.

Realiseer je even hoe gevaarlijk het is. Dus moeten we iets anders hebben. Dan geloven wij in onze democratie waarin we geen pest te zeggen hebben. We vechten voor ons vaderland dat ons maar heel stiefmoederlijk pleegt te behandelen. En zo ga je door. Men zegt dan: “Ja, maar wij weten het”. Nederlanders die zich op de borst kloppen alsof er een stel berggorilla’s is ergens in de jungle. “Wij zijn belangrijk, wij weten het. Wij zijn een belangrijk land.”

Bijgeloof is al datgene, waar we voortdurend ons aan vastklampen zonder dat we begrijpen of het zin of betekenis heeft. Bijvoorbeeld: Eigendom is heilig. Is er bij u al eens iets onteigend? Hoeveel belasting betaalt u? Als u denkt dat uw eigendom heilig is, dan wordt u toch bedonderd bij het leven? Neem me niet kwalijk, dat is ook bijgeloof hoor.

Bijgeloof is een verdedigingsmethode die gehanteerd wordt door bestaande machten. Wanneer ik dan zo-even heb gezegd. De parasiet van het bijgeloof is de sekte, dan is dat ook heel begrijpelijk, want per slot van rekening als al die mensen op een of andere manier zoet gehouden moeten worden, voor mijn part halen we dan een Maharishi erbij. Misschien dat de man op zich heel goed is. Maar daar gaat het niet om. Het gaat er om, dat zijn volgelingen zoet zijn. Als er te veel rellen zijn, laten we dan in godsnaam de Hare Krishna erbij halen.

Dan wordt voetballen ineens vervangen door biljarten. Je hebt meer aan mensen die zingen, dan aan mensen die banken aan puin gooien ofzo.

Trouwens, dat een bank onaantastbaar is, vind ik ook zo’n bijgeloof. Een bank is een instelling die voortdurend leeft van het u lenen wat u niet nodig heeft, om failliet te gaan op het ogenblik, dat u zou zeggen: Ik heb de bank nodig. Begrijpt u. Dat wordt dan niet helemaal officieel gezegd, want er is natuurlijk een regeling voor.

Kijk, en die regeling is ook weer een bijgeloof. Want als je ziet wat die regeling inhoudt dan betekent ze in feite, dat u altijd veel minder krijgt dan u toekomt. U krijgt een hoge rente. Maar reken nou eens uit wat je precies krijgt. Als er een waardevermindering is van de valuta met 6 en u krijgt de hoge rente van 7 % dan houdt u dus 11/4% feitelijk interest. Maar daar bent u er niet mee. Want u betaalt op uw kapitaal ook nog eens belasting, en dat is 2%. Dan zit u al met een – ¼% Dan betaalt u ook nog eens bankkosten en dat is ongeveer 1/2 %. Nou, dan bent u ¼% kwijt door het feit, dat u een ander over uw geld de baas laat spelen.

Het is gewoon bijgeloof als je denkt dat je er beter van wordt. De enige die er beter van wordt om geld te lenen, is iemand die zo veel heeft, dat hij het zelf kan uitzetten tegen het percentage dat hem belieft. Dat kun je zien wanneer je 7 1/2 of 7 1/4% kunt krijgen gewoon als je aan een bank je geld in bewaring geeft, dan is de hypotheekrente zeer waarschijnlijk 12 à 12 1/2%, misschien 13%. Dat betekent, dat die 6% dan het verschil uitmaakt, dat is de winst van de bank en die houdt dan nog 3 tot 4% over hetgeen ze uitgezet heeft over. U betaalt er 2% op toe.

Er zijn meer van die bijgelovigheden. “We willen meer verdienen” Dat vind ik ook bijgeloof. De mensen zeggen; “Ja dit jaar verdie­nen we toch ruim fl. 20 in de maand meer. Dat heeft de bond dan toch maar voor ons gedaan. Maar dan wordt de koffie duurder, suiker duurder, brood duurder, tabak duurder, benzine duurder, huur duur­der, alles duurder. Als je nou ziet wat je meer gaat uitgeven, dan is dat f.50 en ben je f.30 in de min. Het is gewoon bij­geloof dat grote getallen betekenen, dat je er beter van wordt.

In regeringen heb je ook dat bijgeloof. Als ze iets zouden kunnen doen met fl. 100.000, dan is dat niet belangrijk, dat laten ze liggen. Weet u waarom? Omdat het pas echt belangrijk wordt als het om minstens tien miljoen gaat. Dus doen ze iets voor tien miljoen waar niemand iets aan heeft en laten ze datgene van fl. 100.000, waar iemand wel wat aan zou hebben rustig liggen. Want hun bijgeloof is, dat de grootheid van de bedragen waarmee ze werken de belangrijkheid bevestigt, die ze voor zichzelf menen te bezitten en dat ze hun aanzien willen ontlenen aan de bedragen die ze uitgeven. Niet aan dat wat ze voor de gemeenschap in feite verdienen.

Wist u, dat dat ook allemaal bijgeloof is? U dacht dat is niet onder een ladder door lopen, hé? Het onder een ladder door lopen, kan heel verstandig zijn. Want als er iemand met een verfpot bovenop staat, dan weet je nooit waar hij een klodder laat vallen.

Zo zijn er heel veel vormen van bijgeloof waarvan je zegt: het lijkt misschien wel krankzinnig maar het heeft wel zin. Maar de grote vormen van bijgeloof, waar elke mens voortdurend in zijn leven de kosten voor betaalt, waardoor hij voortdurend wordt meegesleept, de zaken die hij helemaal niet wil, die worden nooit als bijgeloof gezien.

“Dat is ons heilig vertrouwen, dat is onze geroepenheid.” Neem me niet kwalijk, als alle mensen die denken geroepen te zijn voor anderen iets op een bepaalde manier te doen, werkelijke roeping hebben, dan mogen ze weleens een export van hoestpastilles beginnen naar de hemel. Want dan hebben ze zich allemaal schor geschreeuwd.

Neen, het is zo, lieve mensen, je hebt een zendinglicht in jezelf, maar die is deel van jezelf. Wanneer je dat waarmaakt vanuit jezelf zonder het anderen op te leggen, prima. Dan beantwoord je aan dat wat je moet zijn. Maar op het ogenblik, dat je denkt dat je het recht hebt je innerlijke zending aan anderen op te leggen en daar zo druk mee bezig te zijn, dat je er zelf niet aan toekomt, dan is dat bijgeloof.

Als ik het zo allemaal even mag samenvatten, vrienden, dan zou het toch werkelijk belangrijk zijn om in deze moderne tijd uzelf eens af te vragen, wat is eigenlijk bijgeloof en wat niet? En dan dit niet alleen te beperken tot al die eigenaardige kleine gebruiken, maar gewoon uit te breiden tot al die geloofsartikelen, die u kent van trouw aan en noemt u maar op, de kerk, het vaderland, enz. In hoever is het bijgeloof? In hoever is het zinrijk?

Als de mens leert te zoeken naar de zin van de dingen en leert het zinrijke te doen, dan zal hij veel illusies moeten prijsgeven. Hij zal veel verantwoordelijkheid voor zichzelf moeten nemen, die hij op het ogenblik zo graag aan anderen delegeert. Aan de andere kant zal hij bewuster en gezonder leven.

Dat was mijn bijdrage. Ik hoop dat ze kort genoeg was en toch voldoende stof tot nadenken heeft geboden. Is dat niet het geval, dan zal het wel aan mij liggen. Maar als u denkt, dat het aan mij ligt, is het dan bijgeloof of niet?

Intuïtie

Het leeft in mij. Het zegt mij, al begrijp ik nog niet hoe of waarom, waartoe, zo te zijn, zo te doen en zo de zaak te bezien en dan dien ik werkelijk ook op deze wijze te reageren, omdat in mij krachten zijn die ik verstandelijk niet erken. En toch mij ook verstandelijk leren mij aan te passen aan een zijn, waarin ik waar mijzelve ben. Intuïtie, het samenvoegen van lang vergeten waarden, die in denken nog bestaan en iets misschien van waan, die heel de wereld nog omgeeft en iets wat geestelijk in mij leeft en teruggrijpt tot een vorig leven en de gegevens mij verstrekt, waardoor het in mij het gevoelen wekte – zo is het juist. Je wordt door intuïtie niet gedreven. Intuïtie is een kracht die in en uit jezelf ontstaat, waarbij het ik een grotere waarheid dan het verstand beleeft, in zich ondergaat, van daaruit uitdrukt en beleeft en zo zichzelf de mogelijkheden geeft om juist en goed zichzelf te zijn en als zichzelve in de stof ook steeds bewuster te gaan leven. Want intuïtie is het begin. Daaruit volgt snel al het begrip en het ontwaken tot besef van wat je zelve bent en bent geweest, en al tezaamgevoegd, maakt het je tot een kracht die uit zichzelve verdergaat en onbevreesd de toekomst tegemoet durft zien. Intuïtie, een begin, een eerste stap misschien? Maar laat ons dan wanneer zij komt haar niet tot tegendeel laten vergaan. Laten we de stem die in ons leeft aanvaarden, beproeven en zo verdergaan totdat wij weten, waarom in ons die vreemde kracht ons steeds weer tekens geeft.

Dan zijn we daarmee aan het einde van de bijeenkomst. Ik hoop dat ik het zo heb gedaan, dat iedereen er nog net tevreden mee is.