Hoe werken mens en geest samen in deze tijd

20 december 1966

Samenwerking van mens en geest. Ik zou willen beginnen me hier, en niet zonder enig leedwezen, te constateren dat de samenwerking tussen mens en geest en zeker niet alleen door de schuld van de geest nogal eens bedroevend is. De geest voelt zich gebonden met de materie, met de wereld. Niet dat zij die wereld niet verlaten kan, maar zij is deel geweest van die wereld, zij heeft in die wereld de Goddelijke totaliteit leren beseffen, deels of misschien zelfs geheel, en voelt het dus als een noodzaak van eigen leven om datgene wat zij voor zichzelf bereikt hebben te delen met zoveel mogelijk anderen.

De samenwerking met de stof echter moet gebaseerd zijn op harmonie, op vrijheid en ten laatste ook wel degelijk op het menselijk vermogen om de geest en de waarde van de geest aan te voegen. U zult begrijpen dat niet erg harmonisch kunnen samenwerken met iemand die eenzijdig denkt en daarbij zijn eenzijdige mening aan eenieder op wou leggen, of dat nu een goed katholiek is of dat een wetenschapsmens is of een politicus dat doet niet ter zake. De wereld is niet eenzijdig, zij is veelzijdig zoals de Goddelijke uiting zelf. En dat wil zeggen dat voor alle facetten van bestaan en leven, plaats en ruimte is. Dat impliceert dat alles wat bestaat en alles wat er is, goed kan zijn omdat ook dat door God is voortgebracht. Zodra wij dus met die eenzijdigheid te maken krijgen dan wordt het al zeer moeilijk om werkelijk samen te werken. Je kunt eens een keer een handje helpen, maar het is heel iets anders of je iemand een enkele keer een handje helpt, dan wel dat men met iemand voortdurend en gemeenschappelijk één en hetzelfde doel nastreeft.

Het gevoelig zijn van de mens voor de geest is ook ergens een noodzaak. Een mysticus is iemand die afdaalt in zijn eigen innerlijk en daarbij zijn God ontmoet op een subjectieve en zuiver persoonlijke basis misschien. Maar hij heeft de gevoeligheid voor het transcendentale. Hij bereikt de andere, de hogere werelden Het is deze gevoeligheid die ik eigenlijk vooral bedoel. Het gaat niet zozeer om de vraag of u nu helderhorend of helderziend bent, of kunt worden, het gaat erom of u het gevoel hebt voor die vreemde hogere waarden, die voor ons eigenlijk de adem des levens vormen en die zeker ook voor uzelf de werkelijke aanvulling van uw eigen bestaan zouden kunnen zijn. Hier ligt dus de noodzaak van harmonie en ligt de noodzaak van bewust samenwerken, Maar ligt ook de noodzaak tot vrijheid. Wanneer de geest wil samenwerken met de materie en die materie bindende voorschriften oplegt, wanneer de geest die materie dwingt om een bepaalde richting in te slaan, dan zal zij hiermede niet zoals zij beoogt, de geestelijke bewustwording en ook de grotere vrijheid en bevrijding van de menselijke ziel tot stand kunnen brengen. Een mens die geen keuze meer heeft kan niet goed of kwaad zijn, hij kan geen ervaring opdoen, hij kan alleen maar bestaan. Bestaan is waardeloos wanneer er geen ervaring aan verknoopt is. En zo zult u begrijpen dat in deze tijd er voor ons nogal wat moeilijkheden liggen op het terrein van de samenwerking. De mens moet eigenlijk zelfstandig leven en denken. In die zelfstandigheid moet hij materieel zijn weg weten te zoeken. Hij moet voor zichzelf leren beseffen wat de begrippen zijn die hij zo graag hanteert zoals naastenliefde. Hij moet vanuit zichzelf het contact met de geest begeren en ten laatste, hij moet dit contact dat dus niet spiritistisch of spiritualistisch behoeft te worden uitgedrukt, maar evengoed kan liggen in een gebed of zelfs in een zeker heimwee naar het hogere, hij moet daarin dus ook bereid zijn om als een gelijkwaardig partner op te treden. En dat laatste is voor de mens heel erg moeilijk.

Men denkt: de geest is wijzer dan wij, zij is hoger dan wij. Vanuit menselijk standpunt kan dit juist zijn, maar de geest is ook een entiteit, een persoonlijkheid die anders gegroeid is, die anders leeft misschien dan u nu leeft. Er zijn voorstellingswerelden die enorm veel van elkaar kunnen verschillen. Wanneer u te maken krijgt met een goedbedoelende Romein uit de tijd van 300 na Christus die probeert u hier raad te geven in uw omstandigheden is het de vraag of die raad een volledig juiste en goede zal zijn. Want hij baseert zich op materiële omstandigheden die op een heel ander niveau liggen dan wat er nu bestaat. U zult dus begrijpen dat er werkelijk sprake moet zijn van een bewust samengaan. De geest wil de mens helpen, de mens wil de geest helpen. En dan komen we vanzelf ook aan het doel van de samenwerking. Wat dus ook voor vele mensen een beetje moeilijk ligt. Het is niet onze, bedoeling om u gelukkiger te maken in de materialistische zin van het woord. We willen u niet rijker maken en we willen u niet alle kansen geven die u tot nog toe niet gehad heeft. De geest zal daartoe over het algemeen slechts zelden haar krachten volledig inzetten. Wat ze wel zal doen, is proberen u het innerlijk geluk van het leven te geven. Er moet een aanvaarding zijn van het bestaan, er moet een aanvaarding zijn ook zelfs van de dood. Er moet een aanvaarding zijn van de wereld zoals zij is en gelijktijdig een besef van datgene wat voor het eigen ik het juiste is. En daar ligt dus wel een probleem.

De mens leeft in een maatschappij. De maatschappij van heden is vijandig aan de geest en een groot gedeelte der geestelijke waarden. Zelfs ten aanzien van de ware leer van Jezus Christus bestaat in deze maatschappij verzet. Ze heeft zich zo sterk materieel georganiseerd, ze heeft zich zo sterk materialistisch ingesteld en opgebouwd dat het haar niet meer mogelijk is een ingrijpen van onstoffelijke waarden aan te nemen, te verwachten. Het is haar ook niet mogelijk de onstoffelijke argumenten boven de stoffelijke te laten gaan. En daarmede wordt voor ons het probleem, geschapen de juiste mensen zoeken. De juiste mensen die aan een kant bereid zijn om alles op te offeren. Een opoffering die zover zou moeten gaan dat die mens alles achter wil laten. Aan de andere kant moet deze mens bereid zijn om geestelijk en bewust te streven. Die mens moet aan de ene kant voldoende bewustzijn bezitten om zijn eigen weg te stipuleren. Aan de andere kant moet hij voldoende begrip bezitten voor de noodzaak tot samenwerking om ook vrijwillig te dienen, zelfs wanneer hij het niet geheel eens is met degene die hij dient. U ziet er zijn nogal wat eisen. En wanneer we die eisen hebben opgesomd en daarmee geconstateerd dat de samenwerking op aarde zeker niet volledig genoemd mag worden, dat de geest in haar benadering van de wereld zeer grote problemen ontmoet, kunnen we overgaan tot datgene wat er feitelijk geschiedt.

In de eerste plaats proberen wij op dit moment zelfs, en ik zou haast zeggen al langere tijd, om bepaalde demonen, bepaalde voor de mens schadelijke invloeden te weren. Er is dus een kwestie van bescherming. De voornaamste taak daarbij werd voltooid rond 1963 maar helaas schept de mensheid voortdurend haar eigen demonen verder, zodat de strijd zeker nog niet is afgelopen. De mens zelf die beseft dat alles wat er op aarde bestaat niet helemaal goed is en niet goed kan zijn, op zijn beurt zal trachten een vernieuwing tot stand te brengen. Daar is een ontmoeting tussen geest en stof mogelijk en kan ongeacht de verschillende wijze van benadering der problemen een steun worden ontleend aan het streven van de mens zodat de geest op aarde meer vermag, terwijl gelijktijdig de geest haar krachten ter beschikking stelt van de mens zodat deze meer bereikt en meer volbrengt.

Deze samenwerking wordt dus hoofdzakelijk gebruikt voor wat wij kunnen noemen, kleine groepen en kerngroenen die over de hele wereld verspreid zijn en in verschillende vormen van begrip en intensiteit werkzaam zijn. Hier hebben wij iets waardoor wij de wereld kunnen beïnvloeden en in zeer vele gevallen zijn dergelijke groepen voor ons in de eerste plaats een soort actiebasis, een punt van contact op aarde waardoor het werk van de geest ook zonder dus de stoffelijke activiteit van de groep gemakkelijk kan worden volbracht. Daarnaast wordt getracht door de geest om inwijding te geven. Het aantal ingewijden op aarde is enorm opgelopen in de laatste jaren, maar u zult wel begrijpen dat de bevolkingsaantallen haast nog sneller wassen, zodat in verhouding de ingewijden op aarde nog ongeveer hetzelfde percentage uitmaken van bv. 150 jaar geleden.

De ingewijde heeft een direct contact met de geest. Hier is een reële samenwerking mogelijk, omdat je bij wijze van spreken, samen in een kantoor kunt gaan zitten en precies na kunt gaan wat wel en niet wenselijk is en op grond daarvan ook gezamenlijk een plan van actie kunt opstellen. Deze activiteiten hebben echter over het algemeen grotere doeleinden. Ik denk hier bv. aan het beïnvloeden van de bevolking, het beïnvloeden van gehele staten, van regerenden. Hiermee wordt bereikt dat de eigen tendensen, van deze toch wel zeer materialistisch ingestelde wereld kunnen worden afgeremd en dat bepaalde ernstige gevolgen kunnen worden voorkomen. U zult daarvan ongetwijfeld in het komende jaar wel enkele proeven zien, en ik wil er dus absoluut ook op wijzen dat het gevaar voor werkelijke wereldbrand in het komende jaar weer zeer groot zal zijn. Oorlogshandelingen zullen niet overal vermeden kunnen worden, maar toch blijft alles beperkt, dat is mede te danken aan de samenwerking van de ingewijden met ons uit de geest.

Dan krijg je dus de vorm van beïnvloeding waarbij wij uit moeten gaan van het innerlijk van de mens ongeacht zijn bewustzijn en zelfs ongeacht zijn al of niet erkennen van het bestaan van de geest. Wanneer in de mens innerlijk een, al is het nog maar zo’n klein, deel van de ziel hoofdzakelijk en mede enigszins van de geest harmonisch kan zijn met dat deel van de Goddelijke kracht dat wij trachten te openbaren dan is het mogelijk om die mens kracht te geven. Door hem die kracht te geven op de juiste momenten bereiken wij dat hij slaagt in schijnbaar onbelangrijke taken die echter voor de omgeving een langdurige beïnvloeding kunnen inhouden. Daar waar een absoluut tegengestelde aanwezig is, een absolute disharmonie is een beïnvloeding eveneens mogelijk. Hier kunnen wij in vele gevallen die disharmonie dwingen haar eigen wezen te openbaren zodat de mens duidelijker ziet wat er op aarde geschiedt. Wij kunnen hierdoor het begrip Maya wat verminderen, wij kunnen de schijnvertoning dus wat kwetsbaarder maken. Dan is er natuurlijk de samenwerking om de menselijke geest te helpen en dat gaat niet alleen ten aanzien van hen die overgaan. Er wordt in de laatste tijd heel vaak geprobeerd juist degenen die door een of andere situatie in een bewusteloosheid zijn gekomen, in een verdoving, in een toestand waarin zij dus a.h.w. gevoelig zijn voor onze wereld, in korte tijd veel te geven. Veel lering. Hierbij worden we weleens belemmerd door het onvermogen van de mens om veel op te nemen. Bv. Wij kunnen een normaal mens intense lering geven vanuit de geest gedurende 3 minuten per uur van ontspannenheid. Dat is niet veel. Iemand die getraind is, die werkelijk geoefend is, kan daarentegen ongeveer 20 tot 25 minuten per uur ontspannenheid lering opnemen. De inzichten die we dus kunnen geven zijn uit de aard wat beperkt en zijn voornamelijk gericht op een juiste oriëntatie ten aanzien van de materie.

Dan hebben we natuurlijk nog het beïnvloeden van de krachten die rond de mens werkzaam zijn. En zo zullen wij zien dat de geest in vele gevallen probeert om een bepaalde kosmische werking voor de mens juister, aanvaardbaarder te maken en tot betere resultaten te doen voeren. Het doel voor deze jaren is ervoor te zorgen dat tussen 1967 en 1972 een wereldoorlog voorkomen kan worden, eveneens te voorkomen dat bepaalde revoluties die niet vermeden kunnen worden een te grote invloed hebben op deze wereld, zodat er een absolute economische ineenstorting zou komen, die veel ellende zou betekenen en gelijktijdig de dierlijke elementen in de mens nog sterker zouden wakker roepen. Hier heeft u dus het doel voor de komende jaren.

Misschien vraagt u zich nu af of u er zelf iets kunt aan  bijdragen. Dat is een vraag die gebruikelijk is. Ik zou zeggen: ja. Wanneer u leert om in uzelf zoveel mogelijk harmonisch te zijn met het leven. Wanneer u niet alleen alle sombere dingen voortdurend ziet en opsomt, maar leert ook in het leven ook blijheid te vinden en een beetje te lachen. Wanneer u in uw medemensen ook het goede ziet zonder u te bedriegen overigens omtrent hun wezen. En wanneer u probeert al dat goede rond u een beetje te stimuleren, te helpen, dan heeft u al  een klankbord geschapen voor de kracht uit de geest. Wanneer u daarnaast bereid bent om – en dat moet eerlijk zijn, – krachten van God te vragen en krachten van God te projecteren, dan zal u met enige oefening blijken ook hieraan mee te kunnen werken en u zal daarmee niet alleen bv. vitaliteit, levenskracht kunnen uitstralen, maar wel degelijk ook bewustzijn.

U zult verder ontdekken dat alleen al uw concentratie op bepaalde punten uw geest vatbaar maakt voor bepaalde invloeden. Wanneer u voortdurend bezig bent met de duivel, dan zullen de krachten in de kosmos die het meeste dat beeld benaderen, met uw ziel, uw geest uw lichaam harmonisch zijn. Het is duidelijk dat juist deze destructieve krachten zich dan in u en via u kunnen manifesteren. Ontken niet dat er duister is, dat er kwade krachten zijn, maar richt uzelf op het licht, op het goede als harmonie, op de uiteindelijke bereiking die toch een zekerheid is volgens Gods Wil in alle dingen. Door u daarop te richten maakt u uzelf dus gevoelig voor de geest die het goede wil en u schakelt gelijktijdig een groot gedeelte van de meer chaotische beïnvloeding uit.

Er zijn mensen die aan ons vragen wat moeten wij dan op aarde precies doen. Daarop is geen antwoord te geven. De mensen verschillen in alles, zowel wat hun stoffelijke capaciteiten en mogelijkheden betreft, alsook wat hun geestelijke inhoud, geestelijke achtergrond betreft. Er is dus geen gezamenlijk voorschrift te geven. Want wat voor de een goed zou zijn, zou voor de ander nadelig zijn. Er is alleen te zeggen: er zijn dingen waarvan je weet dat je ze kunt doen, waarvan je voelt dat je ze moet doen. Wanneer je dit ziet als iets met een geestelijk doel en een geestelijke achtergrond, dan is dit zeker jou weg. Zie je er geen geestelijke achtergrond bij bedenk je dan nog maar eens een keer goed. En wanneer je geen mogelijkheden in iets ziet, geestelijke mogelijkheden, wanneer je wezen iets feitelijk afwijst, begin er dan niet aan. Dat is heel algemeen. Maar een samenwerking van de geest met de mens is een samenwerking, dat moet u wel begrijpen, die uiteindelijk altijd op een individuele basis moet berusten. De geest als totaliteit bestaat uit entiteiten met ieder een andere inslag, een andere opvatting, andere delen van de schepping. De mensheid bestaat uit verschillende individuen. Er is zeker een grootste gemene deler te vinden, waarin al die factoren kunnen worden ondergebracht, maar zouden wij krachten, die algemeen geldende alleen moeten opereren, dan zou er niets bereikt kunnen worden. Er is dus een behoefte aan een persoonlijke benadering, aan een persoonlijk contact. Dit neemt wel niet de vorm aan van een leraar die tot zijn leerling spreekt, maar ze komen toch wel in een dergelijk verband te liggen omdat u geïnspireerd wordt door een bepaalde entiteit. Men noemt dat wel beschermgeest. Het is niet altijd dezelfde entiteit misschien, maar het is iemand die dus met u harmonisch is, die uw problemen kan begrijpen, die uw moeilijkheden kan begrijpen en die de weg weet om voor u een zo groot mogelijke harmonie te scheppen met het streven van de geest als geheel. Zo moet dat op aarde ook zijn. Er kan geen algemene wet bestaan. Toch moet er een zekere ordening zijn.

Een ordening kan bindend zijn, dan denken wij aan een wet. Zij kan ook vrijelijk bestaan, dan denken wij aan onderling aangenomen regels. De regel, want iets anders, wetten, kunnen het nooit zijn, waarin een groep met de geest samenwerkt, moet gebaseerd zijn op de erkenning in de eerste plaats van de consequenties die een samenwerking inhoudt, de krachten die ermee worden opgebouwd, de krachtvelden die evt. gebroken kunnen worden. In de tweede plaats zal men rekening moeten houden met eigen materiële mogelijkheden, eigen materiële kennis en kunde, men kan geen regels stellen waarbij men meer moet zijn of doen dan men in wezen kan zijn of doen. En zoals bij elke kwestie waar orde of regels moet bestaan, zal er sprake moeten zijn van een zekere leiding. Die leiding wordt natuurlijk ook door de geest gegeven, maar er moet ook materieel een zekere leiding zijn. En wanneer een dergelijke groep nu op de meeste juiste wijze is georganiseerd en met elkander een zo groot mogelijke harmonie heeft gevonden dan zien wij het volgende.

Er is een groep in de materie waarbij de krachten van de groep zich centreren in een persoon. Of die persoon nu toevallig de leider is of niet doet eigenlijk nog niet eens ter zake. Belangrijk is dat er een brandpunt is. Er is in de geest een aantal entiteiten die met die groep samenwerkt. Dat kan veel groter zijn dan het aantal leden van de groep in de stof, dat kan kleiner zijn. Dat ligt er maar aan. Maar zeker is dat ook zij een gezamenlijk streven moeten weergeven en zij kiezen daarvoor dan een bepaalde entiteit die dan met het gezochte brandpunt en het gevonden brandpunt een beste harmonie heerst. Dat is een entiteit die a.h.w. verbindingsman gaat spelen. In de samenwerking van een geestelijke groep en een stoffelijke groep is er dus een geest die de schakel vormt met alle geestelijke leden, een persoon in de stof die de schakel vormt met alle leden in de stof en deze beiden ontmoeten elkaar. In deze ontmoeting wordt meestal inspiratief soms ook op andere wijze de weg die men gaat uitgestippeld. Dat is dus een weg die beide groepen aanvaardbaar vinden. Maar nu komt het mooie. Nadat deze algemene regel dus aanvaard is, ontstaan is, dit gezamenlijk doel  gevonden is, gaan de entiteiten uit de geest volgens hun persoonlijke eigenschap en capaciteiten degenen helpen met wie zij het meest harmonisch zijn, terwijl de mens in de stof binnen het kader van die regels elk hun eigen wijze van werken en hun taak zoeken, ook weer in overeenstemming van hun persoonlijke eigenschappen. Ieder werkt dus en leeft in vrijheid en volgens zijn persoonlijkheid, maar streeft naar een gezamenlijk doel en heeft in dit doel een gezamenlijk aanvaarden en goedgekeurde orderegel voorlopig geaccepteerd. Dan blijft in een dergelijke groep alleen nog het element voorlichting bestaan en de voorlichting kan minder zijn naarmate dus de innerlijke banden met de geest groter worden.

Die voorlichting zal meestal bestaan uit lering, beperkte lering, daarnaast uit enkele aanwijzingen misschien en een enkel keer een uitstorting van krachten. Maar dat alles kan dus vanuit de geest direct eveneens geschieden. En wanneer groepen dit direct contact eenmaal bereikt hebben dan blijkt dat zij zich stabiliseren, zij hebben dan meestal heel veel bijkomstigheden verloren, maar zij zijn dan wel stabiel. Wanneer in die stabiliteit dus geen kwesties van angst of van behoudzucht een rol spelen, maar alleen het eerlijk streven naar het geestelijk doel dan is hier tevens een brandpunt gevormd waardoor de kosmische krachten die op aarde in verschijning treden als een van de 7 stralen gemakkelijk kunnen worden gericht en gemodificeerd gevormd en naar de behoefte vanuit een dergelijke groep in de wereld kunnen uitstralen. Er is dan dus een dubbele activiteit geestelijk en materieel met een gezamenlijk brandpunt.

De resultaten van die samenwerking zijn voor de huidige tijd: beperking van gewelddadigheden, beperking van niet noodzakelijke schade, een aanpassing van de wereld aan haar werkelijk behoeften zover dit mogelijk is en het veroorzaken van een nieuwe geestelijke ideële stroming die het materialisme kan overschaduwen en waardoor het geestelijk element ook in de normale maatschappij en voor de normale mens meer en meer aanvaardbaar wordt als een zuiver persoonlijke zaak die in vrijwillige samenwerking en zonder evt. sancties als vagevuur of hel kan worden beleefd.

  • U heeft gesproken dat de geest de mens wil helpen en ook de mens de geest. Hoe ziet u dat laatste?

U zult begrijpen dat er tussen onze wereld en de uwe toch wel enig verschil is. Dat ligt o.a. in de energieën die in onze wereld primair zijn en de energieën die bij u primair zijn, verder een kwestie van trillingsgetallen van bewustzijnsinhoud en bewustzijnswaarde. Wanneer de mens de geest wil helpen dan wil zij dus niet a-priori de mensheid helpen, dat moeten we goed begrijpen. Maar door zich te richten op dit hogere ontstaat een werking die ook in de mens belangrijk is. Misschien kan ik het best een vb. geven. Franciscus van Assisi is een heel eigenaardige figuur. Hij zoekt de wereld niet, hij zoekt ook niet de mensen in de eerste plaats zelf, hij zoekt God, en hij wil a.h.w. de wil Gods beleven en voor zich waarmaken. Er is geen sprake van het grijpen van Franciscus naar de wereld, hij grijpt naar het hogere. Hij vindt daar op zijn wijze, hij is een groot mysticus, een contact met God dat zoals de meeste van die contacten ongetwijfeld veel persoonlijke factoren inhouden. Maar wat is het resultaat? Dat hij een kracht ontwikkelt waardoor hij in zijn tijd als een hervormer optreedt. Niet alleen als een kerkelijk hervormer, maar vooral dus als een hervormer van de menselijke waarden en de begrippen van menselijke waarden die in zijn tijd altijd vreemd liggen. Door dus God te willen helpen of te willen dienen en aanvaarden, ontstaat de kracht Gods in Franciscus en vanuit die kracht verandert hij misschien zonder zelf te beseffen hoe en waarom iets in de wereld rond hem, waardoor bepaalde krachten van licht en goed sterker kunnen doordringen in het Italië van zijn tijd. Als ik u dit voorbeeld geef dan begrijpt u misschien wat ik hiermee bedoel. De mens helpt de geest. De mens die de geest en de waarde van de geest, dus de wereld van de geest kan aanvaarden, ja die verder kan gaan en die kan beseffen dat de geest, zeker de goede lichtende geest slechts de openbaring van de Goddelijke Kracht is, zal door zijn aanvaarden van die geest en van God, komen tot het geven van mogelijkheden en krachten waardoor die geest kan werken op aarde, waardoor de wil Gods op aarde manifest wordt.

Iets over het kerstfeest

Jezus is geboren op aarde in Bethlehem. Maar al was hij niet geboren dan zou de komst van het Goddelijke Kind op aarde beantwoorden aan een menselijke behoefte. We hebben de behoefte om goed te zijn wanneer we op aarde zijn. Wij hebben de behoefte om, een zekere gebondenheid te gevoelen wanneer we leven als mens. Het Kerstfeest is de uitdrukking van deze geborgenheid. In de geestelijke intimiteit misschien, in de wat luidruchtige feesten in lokalen, in de plechtigheden in de kerken zelfs in de stille herdenking van Jezus geboorte door een mens alleen. Doordat die Jezus er is, heeft de mens het idee dat ook hij ergens nog niet verloren is, dat er goedheid is. Die goedheid, dit leven dat verder gaat dan alleen maar door het noodlot gezweept voortlopen langs een door anderen gebaand pad, is de essentie van het hele Kerstgebeuren. We hoeven alleen te praten over het gevoel dat je goed moet zijn. Op die dag komt er ergens iets van de goede wil die de mens toch in wezen bezielt naar boven. Hij laat voor een ogenblik zijn praktische gevoelens los, hij laat alle voorbehoud even vallen, men is bereid om alle mensen in Vietnam te doden, maar niet op Kerstmis. Want op Kerstmis mag je niet doden. Men is bereid om iedereen het vel over de oren te halen, om iedereen af te zetten, om iedereen te misbruiken, maar niet op Kerstmis. Kerstmis dan moet je geven, dan moet er iets zijn van gulheid, van het geestelijk geborgen zijn. ‘t Is deze betekenis van het Kerstfeest dat in deze dagen de meest belangrijke is. Al het andere is versiering. Kerstbomen, stalletjes, al dan niet buitenshuis of in de kerken, al die dingen zijn alleen maar reclame. Daarachter schuilt de behoefte aan goedheid. De goedheid druk je uit door wat te geven. Door welbehagen te scheppen, door een ogenblikje misschien gelukkig te zijn. Het is de taak van de mens om altijd te geven, daarin kan hij zichzelf het beste terugvinden. Maar dan moet hij ook geen berouw kennen, hij moet niet zeggen ik geef, maar met mate. Hier mag hij teruggrijpen op het beeld van een kind dat op aarde komt om aan het kruis te sterven. Een hoge geest die zich vernedert tot het geketend zijn in de menselijke vorm, die zich met een zekere trots nog zoon des mensen durft te noemen. Er zijn geen perken, er is alleen de goedheid die wij moeten uiten. Met Kerstmis wordt het bewustzijn wakker. We zoeken het misschien in anderen, we zoeken het misschien via Gods wil in de naam van de Verlosser, maar kun je wel zeggen dat Kerstmis waarlijk feest is wanneer je niet zelf wat vreugde hebt gegeven aan anderen? Kun je zeggen dat het werkelijk kerstmis is wanneer je in je vesting van burgerlijke gezelligheid zit en er buiten op de wereld mensen van armoe en pijn verrekken. Dat kan niet. Je moet iets doen. Kerstmis vraagt een daad. Welke daad, ach dat moet u zelf weten. U zult zien dat u wanneer u er even over nadenkt, zelf beseft dat u er ook  bij hoort bij dat kerstfeest. U kunt niet alleen staan en kerstmis vieren. Kerstmis is verbondenheid. Kerstmis is vreugde. Niet de vreugde van een bereiking, van een pijnloos bestaan. Het is de vreugde van een begin, een begin dat strijd kan betekenen, een hele hoop ellende kan betekenen maar dat gelijktijdig door het offer desnoods betekent de erkenning het waarmaken van het Goddelijk Licht, de overwinning op de dood zo u wilt.

Zolang deze wereld nog ergens meer viert op kerstmis dan de gelegenheid om op een paar vrije dagen veel te eten en veel te drinken en vrolijk te zijn, is het voor die wereld nog niet hopeloos. Er zijn veel mensen die misleid misschien in hun bestrevingen denken aan dat kind in de kribbe. Mensen die omentwille van dat kind een daad stellen, en die misschien zo ver kunnen komen dat niet alleen omentwille van het kind maar omwille van God, van het hele bestaan voortdurend die daad stellen, die daad van onbeperkte naastenliefde. Die daad van geven zonder terug te vragen, geven zonder je af te vragen hoeveel het je kost. Het is de tijd van de hergeboorte. Elke mens die in deze feestdagen de vrolijkheid en vroomheid van Bethlehem herbeleefd, zou moeten weten dat dit een begin is. Dit is niet het vieren van wat geweest is, dat heeft weinig zin. Het moet zijn, het beginnen van een levensweg, begin van een innerlijke vernieuwing van een innerlijke kracht.

Laten we nu de feiten even stellen zoals ze zijn op het ogenblik. Er zijn nu honderden mensen die zichzelf bedriegen dat zij meer zijn dan een ander, dat zij meer weten dan een ander, alleen maar omdat ze niet beschikken over de werkelijke naastenliefde waardoor zij kunnen dienen en in het dienen leren en bewust worden. Er zijn ongetelde miljoenen mensen die eigenlijk de goedheid van het geven in zich wel begeren, maar die zich afvragen hoeveel het kost, zij willen behouden wat zij hebben, zij menen dat hun bezit en hun bereiking dat dat hun eigen ik is. Het eigen ik, eigenlijk te vaak meer daardoor geketend dan daardoor in standgehouden. De wereld hunkert naar vrede, naar harmonie en de oorlogsvoorbereidingen worden steeds sterker. De behoefte aan die vrede, aan die goedheid, dit toch ergens je verbonden voelen met de simpele eenvoud van Bethlehem is in ieder geval een zaad dat kan ontspruiten. Wat nu niet is kan komen.

Wanneer ik zeg ik wens u alleen een gezegend kerstfeest, dan bedoel ik dat ik u wens, de zegening van een herkenning van het begin dat kerstmis is en de kracht om op een levensvatbare wijze die herkenning te doen groeien tot een waarlijk werken met de krachten Gods, waarlijk uitdragen van de Goddelijke Waarheid, waarlijk leven van de werkelijke Christelijke naastenliefde. Wij moeten samenwerken, ook wanneer wij de Godsvrede op aarde eens waar willen maken. Slechts waar geest en stof in vrijheid en in vrijwillig aanvaarden van een samengaan, daar kunnen zij gezamenlijk vrede op aarde waarmaken voor allen die van goeden wille zijn en in alle mensen welbehagen.