Hoe wetenschappelijk is de wetenschap

 27 maart 1984

De wetenschap baseert zich op een weten, dat door de uitsluiting van wat ze niet weten een schappelijk beperkt weten genoemd kan worden. Aangezien dit schappelijk beperkt weten de basis is van de wetenschap, is zij niet wetenschappelijk ten aanzien van elke soort weten die ze niet volgens haar eigen normen als wetenschap kan omschrijven.

De wetenschap is gebonden aan net menselijk ken- en waarnemingsvermogen. Het houdt in, dat ze alleen kan werken met zeer algemene regels, geldig in uw eigen continuüm, geldig voor de mens, dat moeten we erbij zeggen en aangaande die mogelijkheden en verschijnselen die door de mens direct of middels hulpmiddelen controleerbaar zijn.

Het zou dwaas zijn om te ontkennen, dat wetenschappelijk denken grote voordelen heeft. Wetenschappelijk denken betekent, dat je een verschijnsel ziet. Je probeert het te begrijpen. Aan de hand van enkele proefnemingen kom je tot een hulpthese en van daaruit ga je verder. Je probeert zo aan te tonen, dat hetgeen je als hulpstelling hebt aanvaard, uiteindelijk voortdurend geldig is en vanaf dat ogenblik kom je met een wetenschappelijke vaststelling.

Deze vaststelling op zichzelf is echter niet, zoals velen denken, een dogma. Ik ben me ervan bewust, dat er heel wat wetenschappers zijn die, vanuit hun eigen standpunt redenerende inderdaad van hun stellingen een dogma maken, maar dat is de font van de wetenschappers en niet van de wetenschap.

De wetenschap gaat uit van het standpunt, dat elke stelling voortdurend opnieuw bewezen zou moeten kunnen worden. Dat is punt één.

Punt twee is: elke toevoeging waardoor een betere en juiste verklaring kan worden gevonden aan de hand van proeven en verschijnselen, moet worden aanvaard als geldig argument en als voorlopige regel of als hulpregel voor verdere onderzoeken.

Op zichzelf hebben we niet zoveel op die wetenschap tegen, dat moet u goed begrijpen.

Voor datgene wat door wetenschappers wordt gepresteerd op hun eigen terrein, hebben ook wij aan onze kant alle respect. Er zijn helaas enkele verschijnselen – in de wetenschap en ook verder in de maatschappij – waardoor je toch een wat wrevelig gevoel vaak niet kunt onderdrukken.

Wanneer we kijken naar de wetenschap dan ontdekken wij, dat ze langzaam maar zeker een industrie geworden is. Dat mag niet prettig zijn als je het zo zegt, maar het komt er wel op neer. Zij heeft dus ten doel bijvoorbeeld aanzien, een bevestiging van reputaties tot stand te brengen en al wat erbij behoort.

Dit leidt tot zeer sterke specialisatie. Er zijn dus steeds meer mensen die steeds meer weten over steeds minder. Dan moeten we niet denken, dat zo’n wetenschapper een verstrooide professor is die bij wijze van spreken zich alleen bezighoudt met de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke kuikens en op grond daar van een reputatie heeft opgebouwd en verder alleen maar stottert totdat je kuiken zegt.

Maar de wetenschapper is over het algemeen een mens met een redelijke algemene ontwikkeling zijn wijze van denken, zijn systeem van denken ontleent hij echter niet alleen aan zijn basiswetenschappelijke vorming – dat zou nog aanvaardbaar zijn – maar veelal aan de specifieke eisen van dat deel van de wetenschap waarmee hij zich bezighoudt. Anders gezegd: iemand die zich bezighoudt bijvoorbeeld met onderzoek naar de kleinste delen, is geneigd om deze als analogie te gebruiken voor alle verschijnselen en zal daarbij heel vaak de menselijke kwaliteiten bijvoorbeeld uit het oog verliezen.

Iemand die alleen bezig is met de historie zal alles willen zien in historische lijnen. Hij komt tot het verwaarlozen van de verschijnselen die voor de mensen van heden veel belangrijker zijn en heeft vaak meningen die helemaal niets meer te maken hebben met de werkelijkheid waarin je leeft, maar die alleen maar een poging zijn om de historische lijn die hij gevonden meent te hebben voort te zetten in het heden. Ik noem nu maar een paar voorbeelden.

Naarmate er meer specialisatie is in de wetenschap ontstaat ook nog een ander verschijnsel.

Een wetenschapper weet, dat als hij iets nieuws op het spoor is, zijn reputatie daarmee gemaakt kan zijn en misschien kan daardoor zijn inkomen ook verbeteren. Het gevolg is, dat iemand die dit onderzoek pleegt, geneigd is dit zeer beperkt te houden, in kleine kring te doen en wanneer het al niet mogelijk is bepaalde proefnemingen uit te besteden zonder te vertellen waarvoor ze zijn.

Nogmaals, maatschappelijk gezien begrijpelijk, maar het resultaat is wel, dat men proeven herhaalt die God weet al ik weet niet hoe vaak reeds door anderen genomen zijn. Zou men dit weten dan zou men dus veel sneller en veel juister kunnen reageren. Men zou ook beter de consequenties begrijpen.

Ik heb het gevoel, dat de wetenschap bestaat uit een aantal idiote genieën. Dat is niet de betekenis die ik toeken aan een ieder die zich met wetenschap bezighoudt, maar het doelt eenvoudig op een zo eenzijdige belangstelling, een zo eenzijdige geneigdheid, dat daardoor elke mogelijkheid tot het overbruggen van een aantal speciaal-gebieden eigenlijk uit het oog wordt verloren.

Coördinatie is een van die dingen die men het meeste vermist in de wetenschap, neemt u me niet kwalijk dat ik het zeg. Wanneer het om werkelijk belangrijke dingen gaat is men geneigd langs elkaar heen te werken, zelfs wanneer men werkt voor eenzelfde laboratorium of eenzelfde firma, zelfs wanneer men zich bezighoudt met twee onderzoeken die elkaar – zoals men zegt – niet zullen bijten omdat ze beide een verschillend doel hebben. Dan nog is men niet bereid om te zien, dat men het kan coördineren.

Daar krijg je dan de vraag hoe wetenschappelijk de wetenschap is, want – als ik even mag afwijken – waarom geloven de mensen iets?

Het blijkt, dat vele mensen vooral geloven in die stellingen die hen een grotere zekerheid schijnen te bieden dan wel hen tot de meerdere maken in hun eigen ogen van hun medemens.

In de wetenschap zien we dit godsdienstige effect eveneens optreden. Hier is men voortdurend bezig om meer te zijn dan een ander, om beter te zijn. Daar dit in een voortdurend zich ontwikkelende wetenschappelijke benadering eigenlijk zich niet laat verwezenlijken, kiest men maar al te vaak een aantal grondstellingen waaraan men zo mogelijk nog zijn eigen naam verbonden heeft en beschikt deze voortaan als het evangelie waaraan al het andere moet worden getoetst.

Dan krijgen we te maken met wetenschap die in zichzelf eigenlijk tot een geloof wordt omdat het geloof een rechtvaardiging inhoudt van de zelfvoldaanheid van degene die het tot stand brengt of het zelf aanhangt of verkondigt. Dan wordt het natuurlijk dubieus.

Ik heb nog een aantal opmerkingen over die wetenschap te maken. Waarom denkt u zou de wetenschap met alle paranormale verschijnselen nog voortdurend in zijn maag zitten? Dat is heel eenvoudig. De wetenschap wil werken met algemeen toepasselijke regels. Op het ogenblik, dat je te maken krijgt met de psyche van de mens, dan is elke psyche anders. Ook zal elke reeks psychische kwaliteiten anders zijn. Er is kennelijk geen algemene regel te stellen. Je kunt alleen met globale samenvattingen komen en die baseer je dan op een reeks proeven en onderzoeken die je eigenlijk niet onderling kunt vergelijken. Zelfs in de parapsychologie zijn mensen geweest, heel bekwame onderzoekers, die zonder het te weten steeds bezig waren appels en peren met elkaar te vermenigvuldigen en op te tellen. Ze keken dan heel gek wanneer een ander zei, dat het meer tomaten leken. Je wordt geconfronteerd met het onvermogen in de wetenschap, neemt u me niet kwalijk, dat ik het zeg, om af te wijken van een eenmaal bestaande tendens of norm.

Het is ongetwijfeld zelfrechtvaardiging, maar daarnaast is het ook heel vaak het onvermogen om juist psychologisch en in bepaalde gevallen biologisch te zien dat er verschillende mogelijkheden zijn of dat er verschillende richtingen zijn. Men wil nog steeds appels en peren bij elkaar optellen en vermenigvuldigen. Een aardig voorbeeld daarvan hebt u op het ogenblik. Als ik me niet vergis komt dat op het moment een beetje in de publiciteit en dat is de Moermanmethode. Nu is die Moermanmethode op zichzelf niet volledig zuiver. Laat ik dat voorop stellen. Er kleven enige fouten aan. Als u wilt kunnen we het er later over hebben, het is nu niet zo belangrijk, Aan de andere kant blijkt deze zelfde methode voor ongeveer 40 tot 50% van de hopeloze gevallen van kanker een verbetering, zelfs een genezing tot stand te kunnen brengen. Die 40% is niet veel, maar aangezien alles hopeloos is en dus eigenlijk reeds een selectie heeft plaatsgevonden van die patiënten uit degenen die veroordeeld zijn door de normale geneeskunde, moeten we zeggen dat het iets is wat de moeite waard is. Kun je dat dan bestrijden? Ik ben ervan overtuigd, dat de meesten van degenen die het bestrijden dit doen uit eerlijke overtuiging en niet alleen uit eigen belang zoals heel vaak wordt gezegd. Zij geloven nu eenmaal in de chemotherapie. Zij geloven in de mogelijkheid om chirurgisch in te grijpen. Zij zijn er helemaal op gespecialiseerd. Dat is van hun standpunt uit bijna de enige methode die je kunt hanteren. Nu komt er een ander met – neem me niet kwalijk, aanhangers van Moerman – een duivenvoertherapie aan. Dan is het begrijpelijk, dat deze wetenschappers zich de haren uit het hoofd rukken – zover ze die nog bezitten – en uitroepen: welk een dwaasheid. Dit is op zijn minst genomen volksbedrog, enzovoorts.

Is die houding wetenschappelijk? Absoluut niet. Om iets te kunnen veroordelen moet je het kunnen onderzoeken, maar heel vaak zien we (ik heb er nu een voorbeeld van gegeven, ik zou er meer kunnen geven) dat men iets beoordeelt en dat men bang is het te onderzoeken. Kijk, dan moet je zeggen, dat die wetenschap niet altijd zo wetenschappelijk is.

We hebben ook een heleboel pseudowetenschappen. Deze dingen op zichzelf zijn wel aanvaardbaar. De een doet sociologie, de tweede agogie, de derde psychologie, de theologen niet te vergeten. Laten we goed begrijpen, dit zijn wetenschappen – althans zo dienen ze zich aan – die gebouwd zijn op een reeks veronderstellingen en daarbij uitgaan van algemene aspecten zonder te willen toegeven, dat ze met die algemene aspecten over het algemeen slechts uiterlijkheden, maar niet werkelijke drijfveren, beweegredenen en ontwikkelingen onthullen.

Een econoom is een heel verstandig iemand. Een econoom is iemand die kan berekenen wat er het volgende jaar zal gebeuren en het jaar daarop duidelijk kan maken hoe het kwam dat zijn prognose absoluut faliekant verkeerd is uitgevallen. Dat is helemaal niet erg, maar wanneer die man de pretentie heeft, dat hij dus precies kan zien wat er gaat gebeuren en vraagt, dat iedereen zich daarop baseert en niet op intuïtie, dan maakt hij volgens mij een fout. Intuïtie blijkt namelijk in het zakenleven vaak veel belangrijker te zijn dan alle deskundigheid van economen, etc. U heeft net het werfschandaal bij de hand. Nou ja, schandaal, je had het eigenlijk van te voren kunnen weten. De theoretici hebben een meer intuïtief reagerend zakenman eigenlijk gevloerd. Ze hebben hem er uiteindelijk uitgewerkt. Ze deden dat omdat volgens hun theorie een versmelting van een aantal bedrijven veel beter zou kunnen functioneren. Dat was het resultaat. Hetzelfde resultaat krijgt u wanneer u uitgaat van het standpunt: ik heb hier twee rotte aardbeien. Als ik er nou maar genoeg goede bij doe dan heb ik een hele mand met goede. In feite krijg je een hele mand met rotte. Dat wordt gewoon over het hoofd gezien.

Wanneer ik een theoloog hoor vertellen wat God wil dan vind ik dat heel erg mooi. Ik ben het er vaak heel erg mee eens. Ik vraag me alleen af hoe hij aan die wetenschap komt. Dan blijkt dat hij aan die wetenschap is gekomen door een aantal woorden waarvan hij niet kan bewijzen, dat ze van God stammen, onderling zodanig te vergelijken, dat hij op grond daarvan eigen conclusies kan trekken en aan de hand daarvan een aan de huidige tijd aangepaste interpretatie kan geven van oude waarden als, noemt u maar op, islam, christendom, etc. Is dat reëel?

Er is een heel bekend verschijnsel geweest. Er zijn een aantal proeven genomen in 1926 of 27 meen ik, die toen eigenlijk al de voorlopers zouden moeten zijn van onder andere de penicilline. Maar wat blijkt nu? Er waren een aantal handboeken. In die handboeken waren een paar komma’s verschoven in getallen. Iedereen zei, dat die handboeken in orde waren, dat het de grootste wetenschappers waren die het geschreven hadden.

Iedereen ging dus uit van getalswaarden, die overal tienmaal te groot ofwel tienmaal te klein waren. Het resultaat was, dat alle proeven in de soep draaiden. Het is dan ook opvallend, dat penicilline door een ongeval ontdekt is. Wanneer we dat in de gaten houden dan moet dacht ik ons vertrouwen in al datgene wat zich wetenschap noemt, beperkt zijn. De wetenschap is namelijk alleen wetenschappelijk in haar onderzoek en haar benadering. Zij is alles behalve wetenschappelijk in vele van haar toepassingen, laat staan in vele van haar pretenties. Daarnaast heeft men onderzoek op zichzelf wetenschap genoemd. Dit is natuurlijk niet juist tenzij je proefondervindelijk bewijzen kunt leveren. Men heeft op grond daarvan een reeks takken van filosofie (zo zou ik ze willen noemen) verheven tot wetenschap. Het wonderlijke is, dat deze pseudo-wetenschappen heel vaak richtinggevend en bepalend zijn voor de mogelijkheden die de werkelijke onderzoekende wetenschap zal verkrijgen.

Daar staan we dan. Hoe wetenschappelijk is de wetenschap? Ik denk, dat we van de wetenschap zelf kunnen zeggen – een aantal van deze filosofieën even buiten beschouwing latend – ze is reëel, ze is wetenschappelijk, natuurlijk. De wetenschap is een systeem van registratie van verschijnselen plus een mogelijkheid om afleidingen uit die verschijnselen aan te tonen en daarmee te bewijzen. Maar op het ogenblik, dat ik die wetenschap losmaak van datgene waarvoor zij werkelijk staat, op het ogenblik, dat ik de wetenschap ga gebruiken voor één zeer specifiek terrein met minachting voor al datgene wat op andere gebieden wordt bevonden, wordt aangetoond, wordt verondersteld, dan ben ik niet wetenschappelijk meer. Want wetenschappelijk zijn betekent niet gezichtspunt vernauwen. Het betekent integendeel een eigen specifieke kennis op grond van aantoonbare feiten ontwikkelen en door het coördineren van je eigen ontwikkelingen en die van anderen een synthese tot stand te brengen, waarbij meerdere takken van wetenschap elkaar helpen om tot een juiste definitie van verschijnselen en ontwikkelingen te komen. Dit mis ik ten zeerste.

Samenwerking blijkt er alleen te zijn wanneer het gaat om het ontwikkelen van een nieuwe tv-buis, waar je wel veel reclame voor kunt maken en waaraan je toch kunt verdienen. Dan staakt er ergens iets bij mij. Wanneer ik zie hoe mensen bijvoorbeeld voor een paus jubelen en juichen, knielen en de hand kussen en zo, dan zeg ik: ach, eigenlijk is het goed. Bijna elke mens heeft symbolen nodig om zichzelf in zijn eigen bestaan te bevestigen. Als zo’n symbool nou de paus heet, dat mag. Hij mag met Alitalia vliegen, hij mag op het podium staan, voor mij mag hij er nog doorzakken ook als hij dat wil, daar heb ik helemaal geen bezwaar tegen. Maar op het ogenblik, dat men dan zegt, dat dit de levende vertegenwoordiging is van Christus op aarde, dan wordt het voor mij dubieus, want dan moeten we kijken naar wat pausen in de loop der tijden hebben gedaan. Er zijn pausen geweest die werkelijk een voorbeeld zouden zijn voor elke seksclub-exploitant van deze tijd. Er zijn pausen geweest die onder het mom van bewaren van enige vrede tussen kerk en staat onrecht hebben toegelaten in zeer vele staten, zonder zich te verzetten. Er zijn kerken geweest die geleid werden door pausen die alleen maar dachten aan de glorie die zij konden verwerven. Zo is bijvoorbeeld de St. Pieter gebouwd. Weet u wat een St-Pieterspenning is? Het wordt zelfs tegenwoordig nog wel eens geïnd voor het onderhoud. Men vroeg van de gelovigen elke keer een penning bij te dragen, dus door het hele geloof heen, om die ene kerk te bouwen. Ik moet zeggen, dat ze er een groots kunststuk mee gewrocht, een fantastisch iets. De enige vraag is of het nu redelijk is, een dergelijk paleis te bouwen voor een God die het niet nodig heeft opdat zijn volgelingen in heerlijkheid kunnen stralen op kosten van een arme die het eigenlijk niet kan missen.

Ik heb tegen de paus als symbool niets, maar ik wel iets tegen het geheel wat eraan is vastgegroeid. In feite een soort exploitatie inclusief zelfs een complete staatsindeling. Iemand heeft eens gezegd – en ik kan hem geen ongelijk geven – de eerste, de oudste, de grootste de machtigste international is de Rooms Katholieke kerk. Vervelend om te horen misschien, zeker als je katholiek bent. Is het echter niet ergens waar?

Wanneer we nu kijken naar de wetenschapsmensen die die kerk heeft voortgebracht. Wat ontdekken we dan? Dat er zeer groten onder zijn. Mensen die zuiver als wetenschapper een fantastische betekenis hebben. Die gelijktijdig in hun mogelijkheden werden geremd en omgebogen omdat zij zich moesten conformeren aan de regels van de orde waartoe zij behoorden, de voorschriften van de kerk, etc. Dan zeg ik, dat een theologie die een feitelijke macht probeert in stand te houden, is geen juiste wetenschap, integendeel. Het is zeer waarschijnlijk een zelfmisleiding, die men wel probeert anderen op te leggen.

Wanneer we kijken naar de zogenaamde moderne theologie dan valt op, dat deze theologie de kerk in vele opzichten afvalt. Ze doet dat niet openlijk, maar ze legt wel de vinger hier en daar op de wond. Wat blijkt nu? Ook deze theologie is niet aanvaardbaar; sommigen worden daardoor de kerk uitgebonjourd waarna ze dus voor zichzelf kunnen beginnen. Anderen herformuleren de zaak zo, dat een deskundige nog wel weet wat ze bedoelen, maar dat een leek er wel wat anders achter zal zoeken.

Economie. Economie is in feite een getallenleer. Ze gaat uit van bepaalde verschijnselen. Ze neemt aan, dat tendensen een zekere continuïteit hebben. Ze neemt verder aan, dat periodieken zich met dezelfde periodiciteit zullen herhalen. Er zit echter een foutje in. Die economie heeft het niet alleen over productie. Productie alleen is niets waard. Je hebt ook afzetmogelijkheid nodig. Met andere woorden: een werkelijke economie kan alleen daar bestaan waar productie en verbruik elkaar in evenwicht houden en er gelijktijdig de mogelijkheid bestaat door het verbruik het productieapparaat in stand te houden. Op het ogenblik, dat je de productie voorop gaat zetten kom je terecht in een situatie als bijvoorbeeld Rusland heeft. De oorspronkelijke ontwikkeling van de zware industrie in Rusland is voortgekomen uit het onvermogen van de vroegere socialisten om zich te realiseren, dat ook landbouw industrieel bedreven kan en in de moderne wereld zelfs moet worden. Het resultaat was dat men zocht naar een mogelijkheid om een land van boeren en enkele intellectuelen om te vormen tot de staat, de industriële staat die als basis diende en als uitgangspunt voor de theorieën van Marx. Toen dat niet ging omdat de solidariteit die verondersteld werd, in feite nooit volledig bestaat, is men overgegaan naar een dwangsysteem. Er zijn ongetelde mensen omgebracht, vervolgd, in dwangposities gebracht. Dat is nu voor een groot gedeelte afgelopen. Ach, er is nog wel zoiets als een Goelag Archipel en zo, maar in verhouding tot vroeger is het niets. Als je rekent, dat er in 1928 in de Oekraïne 200.000 mensen zijn doodgeschoten, vermoord, omdat ze als boeren geen zin hadden om samen te werken op een manier zoals de staat het dankzij de economen het meest juiste vond, dan moet je zeggen, dat het tegenwoordig heel fatsoenlijk is. Er is nog steeds sprake van een industrie die voor een groot gedeelte uitgaat van de theoretische behoefte van bepaalde groepen en staatsfuncties, en niet van de reële verbruiksmogelijkheden en noodzaken en daaraan aangepast de rationele productiemethoden. Dat wil niet zeggen, dat de Russen minder zijn dan bijvoorbeeld de Amerikanen en de Nederlanders. In vele opzichten zijn zij hun gelijken en in sommige opzichten zelfs hun meerdere. Eén ding hebben zij niet. Zij hebben geen kans om een steeds wisselend evenwicht tussen productie en verbruik op welke manier dan ook in evenwicht te brengen. Datzelfde ziet u ook bij de EEG. Als je tegenwoordig EEG zegt denk je aan iemand die een berg boter op zijn hoofd heeft. In feite hebben ze dat. Hier zijn mensen die economen zijn, sociologen, meesters in de rechten die nu eens uit willen maken hoe je het boerenbedrijf op de meest juiste manier kunt organiseren. Daar komt het eigenlijk op neer. Het is begonnen met staal, dus de zware industrie met daarnaast de belangrijkste bevolkingsgroep. Dat zijn in de meeste landen nog steeds de boeren. Toen heeft men gezegd, dat men moest zorgen dat die boer ook voldoende verdient. Men heeft echter niet gezegd, dat men moest zorgen, dat die boer het juiste produceert. Het resultaat is een overproductie op bepaalde gebieden en een onderproductie – en daardoor een te duur product – op andere terreinen. Amerikanen hadden ook van dergelijke deskundigen. Die hebben het heel anders bekeken. Ze hebben gezegd: “We hebben teveel graan. Wanneer we nu een boer betalen om geen graan te verbouwen en hij doet dat ook niet, dan zijn we wel kwijt wat hij met dat graan in zijn werk verdiend zou hebben, maar dan hoeven we het niet op te slaan en te verwerken. We zitten niet met een teveel.” Dat betekende wel, dat graan tweemaal zo duur werd, in feite, dankzij die belasting die gelegd werd op de granen die nog wel geproduceerd werden, want daardoor moest men betalen voor de granen die niet geproduceerd werden. Het was in feite een bijna Italiaans toneeltje. Voor een hoop mensen werden de druiven te zuur, terwijl een hele hoop boeren juist op hun krent bleven zitten.

Ik kan zo voortgaan met het opsommen van allerlei dwaasheden. Wat moeten we denken in de moderne tijd van strategie die zich ook bezighoudt met de wijze waarop Hannibal de Kartager zijn falanxen wist op te stellen om bepaalde Romeinse tradities te doorbreken. Daar heb je heel weinig aan. Op het ogenblik zou strategie in de eerste plaats moeten liggen in het vermogen om de ander, de tegenstander te begrijpen, niet om zijn plannen tegen te werken, neen, te begrijpen wat de motivering is. Wanneer ik iemand voldoende leer kennen om te weten waar hij naar toe gaat, kan ik er altijd eerder zijn dan hij. Dan kan ik iets voorkomen. Maar wat zeggen de meeste mensen op het ogenblik? Defensie is in feite een voortdurend je eigen krachten opvoeren om de vrede te handhaven. Dat komt omdat men oorlog als een normale toestand van de mens is gaan beschouwen. Al weer een verblindheid, die ik wel kan begrijpen. Ik neem heus aan, dat de mensen die zeggen, dat we meer atoomwapens op moeten stellen volkomen eerlijk zijn, wanneer ze zeggen, dat het ze gaat om het afschrikeffect.

Verder gaan ze uit van het standpunt, dat oorlog een normale toestand is en dat er vrede is op het ogenblik, dat de oorlog in een wapenstilstand ontaardt. Maar werkelijke vrede is een wederkerig begrip en samenwerking tussen mensen. Een socioloog kan dat nu weer aantonen, maar die kan waarschijnlijk weer niet begrijpen, waarom een groot aantal mensen dingen doen die toch sociaal gezien onaanvaardbaar zijn. Als je hoort wat men allemaal heeft in te brengen tegen discriminatie in deze tijd, dan krijg je het gevoel, dat men een wetenschappelijk gefundeerde benadering van een juiste houding bij de bevolking tot stand heeft gebracht. Men vergeet alleen maar één ding: dat zou opgaan voor een maatschappij waarin iedereen tenminste enigszins sociale wetenschappen had gestudeerd. Jan die voor smid heeft geleerd of voor loodgieter of voor verwarmingsinstallateur of huizen-isolateur die ziet, dat er een Turk komt, een Marokkaan komt, die niet alleen zijn baantje overneemt, dat zou nog niet eens zo erg zijn misschien, dan zou hij van de steun kunnen leven, maar die bovendien er bovenuit komt, terwijl hij nog steeds rioleert of isoleert of wat dan ook. Hij ziet, dat die ander een winkeltje heeft of een cafeetje of dat hij een grotere auto heeft – dat is ook een zonde tegenwoordig – bovendien heeft die man dan nog de brutaliteit om anders te denken en anders te leven en er anders uit te zien.

De discriminatie is in feite niet in de eerste plaats in een land als Nederland het werkelijk discrimineren van medemensen, je moet gewoon begrip hebben voor de situatie. Het is in feite de zelfverdediging van een blanke groep met weinig uitzichten die probeert zichzelf te handhaven door zich af te zetten tegen anderen waarvan men vreest dat ze anders beter zouden zijn.

Dat is hetzelfde probleem wat men indertijd heeft gehad met de negers. De negers worden in de Verenigde Staten niet officieel maar in werkelijkheid wel steeds nog gediscrimineerd. Maar wie waren vroeger degenen die werkelijk wreed waren, die de negers tot slaaf wilden maken? Dat waren de arme blanken die vaak slechter leefden dan een huisslaaf bij de één of andere voorname planter. Dat zijn degenen die de negerhaat hebben ingevoerd en de KKK bijvoorbeeld.

Voor dergelijke ontwikkelingen is men schijnbaar blind. Men begrijpt niet waarom het gaat. Wanneer deze Turk, Marokkaan of waar iemand ook vandaan komt zich zou gedragen als een Nederlander dan zou men misschien nog geneigd zijn hem enigszins te adopteren. Nu hij echter zichzelf wil blijven en dan in vele gevallen bovendien nog beter blijkt te zijn – in sommige opzichten – dan zijn buren hier, dan kun je toch niet anders verwachten?

Ik vind het allemaal zo dwaas. Er zijn een heleboel mensen die zeggen, dat we uiterst links moeten zijn. Dan blijkt, dat er een heel wetenschappelijk instituut bestaat, dat precies weet uit te rekenen wat de juiste koers links is. De rechtsen hebben er ook zo een. Dan hebben we ook nog een weerhaan instituut, dat zit in het midden. Die kijken welke koers het voordeligste is voor de partij en dat is dan de juiste. Al die mensen weten dat wetenschappelijk te onderbouwen. Houden ze echter wel rekening met het feit, dat het hier helemaal niet gaat om dode dingen of om een machine, maar dat het gaat om mensen? Uiterlijk wel. Uiterlijk zijn ze menselijk bewogen. Allemaal. Maar in de praktijk denken ze niet aan mensen. Op het ogenblik, dat een wetenschapper geen verstand heeft van het materiaal waarmee hij werkt, veroorzaakt hij ongelukken. Dan is de wetenschap niet wetenschappelijk meer. Dan is  ze alleen nog maar hoogmoedig.

Neem nu bijvoorbeeld het occultisme en de astrologie. Dat is toch geen wetenschap? Dat is bijgeloof. Geleerde heren kunnen uitrekenen op grond van allerlei berekeningen, dat op grond van de beweging van de hemellichamen, weliswaar tegenwoordig – althans enigszins – juist gevonden kan worden – nooit geheel – maar dat die dingen zo ver weg staan, dat ze hier op aarde geen invloed hebben. Maar heeft een van hen wel eens de moeite genomen om uit te rekenen welke – op zichzelf misschien niet juiste – zwaartekrachtverschillen ontstaan wanneer planeten in verschillende banen en grotendeels onder verschillende baanhoeken zich ten aanzien van elkaar verplaatsen? Dan is weliswaar voor de zon die invloed ongeveer gelijk, maar niet voor de andere planeten in de baan.

Nu zou astrologie misschien wetenschappelijk gefundeerd kunnen worden wanneer we niet zouden zeggen, dat het de planeten zonder meer zijn die het doen, maar we zouden kunnen zeggen, dat het de evenwichtsverschuiving in het zonnestelsel is die dit veroorzaakt. Dan zouden we misschien verder kunnen gaan en ontdekken, dat er kosmische invloeden zijn en dat deze kosmische invloeden heus niet altijd uit geestelijke sferen stammen, maar voor een deel kunnen worden veroorzaakt door explosies God weet hoe ver weg.

Door eenvoudige verschuivingen bijvoorbeeld in de melkwegnevel met als gevolg, dat ergens in de uitlopers waar zon en aarde zich bevinden er veranderingen van situaties ontstaan.

Misschien zouden we ook nog eens verder kunnen gaan en kijken wat beweging in ruimte betekent ten aanzien van materiedichtheid in de zogenaamde ledige ruimte. Dan zouden we ook weer tot allerlei eigenaardige conclusies komen. Het is veel eenvoudiger om je schouders op te halen en te zeggen, dat het geen wetenschap is. Dit neem ik dan de wetenschapper kwalijk. In het occultisme komt een hele hoop onzin voor, zonder meer toegegeven. Ongeveer 50% van het occultisme kan worden herleid tot psychologie, psychologische beïnvloeding en eventuele suggestiemethode. Dan blijft er toch nog een percentage van 50 over. Gaan we dat verder ontleden dan komen we tot de conclusie dat van die 50% dus ongeveer 30% te herleiden is, wanneer we ons de moeite getroosten tot bestaande en ten dele reeds wetenschappelijk gecontroleerde en bevestigde wetten en regels. Alleen worden ze op een andere manier toegepast en effecten worden op een andere manier veroorzaakt. We reageren echter volgens dezelfde regels, ze werken binnen hetzelfde kader.

Blijft over 20%. Die 20% is voor een groot gedeelte onverklaarbaar, maar wanneer we de parapsychologie erbij halen en we beginnen alleen maar eens te controleren, we hoeven ons niet eens met geesten bezig te houden, wat er tegenwoordig bekend is op het gebied van telekinese, andere para-eigenschappen, telepathie en dergelijk, dan kunnen we een groot gedeelte ervan eveneens binnen een wetenschappelijk kader brengen.

Wanneer we dan overblijven met zeg 5% niet rationeel verklaarde of benaderbare uit de wetenschap, dan komen we tot de eigenaardige ontdekking, dat juist die 5% juist zeer rationele resultaten weet te bewerkstelligen, maar dat de wijze waarop het gebeurd sterk afhankelijk is van degene die ze veroorzaakt en de wetmatigheid waaronder hijzelf meent te kunnen werken.

Dan staan we niet voor een raadsel, dan staan we doodgewoon aan de grens van het onbekende, dat Jung al veronderstelde in het bewustzijn van de mens: het witte gebied, het onbetreedbare onbenaderbare gebied.

Misschien zouden we het anders moeten zeggen. De wetenschap is uiteindelijk in haar kwaliteiten apolonisch. Dichtkunst, andere kunstvormen zou je als dionisch kunnen omschrijven, geladen door inspiraties en door gevoelens. Het blijkt, dat zeker de laatste 5% van het occultisme geheel dionisch is, dat het uitgaat van gevoelens, van innerlijke toestanden en een poging om die naar de wereld toe in effecten te vertalen. Dat betekent niet, dat we dat kunnen verwerken. Dat betekent alleen, dat we bij het onderzoek uit moeten gaan van het dionische, van de gevoelswaarde, van de gevoelswereld, de gevoelsreactie. En dan komen we tot de conclusie dat er andere werelden of toestanden schijnen te bestaan. Krachten die normalerwijze niet in verschijning treden, maar die op een gegeven ogenblik kunnen worden geactiveerd.

We kunnen dan misschien nog verder gaan en constateren, dat een deel van de zuiver fysieke effecten mede veroorzaakt schijnt te worden door onttrekken van warmte aan de omgeving. Dan zou je wetenschappelijk zijn. Is het dan wetenschappelijk om te zeggen, dat dit onzin is? Dat men zich daarmee niet bezighoudt? Neen, in dit opzicht is de wetenschap niet wetenschappelijk.

Vooral omdat diezelfde wetenschap die doordringt in de grootste geheimen van de natuur, die in nevelkamers de kleinste deeltjes op een baan weet te volgen, gelijktijdig theologische dogmata aanhangt die niet bewezen en niet bewijsbaar zijn. Een gesloten persoonlijkheid. Een gelovig wetenschapper is voor mij iemand die in feite of geen wetenschapper of geen gelovige is. Je kunt niet allebei tegelijk zijn. Dat kun je alleen wanneer je je bewustzijn scheidt in een religieus gedeelte en in een wetenschappelijk gedeelte. Maar dat betekent, dat je uit het geheel van de fenomenen een gedeelte op de gronden van geloof en gevoel uitschakelt. Dat is niet wetenschappelijk.

Dan ga ik nog een klein stukje verder en dan kom ik op nog een aspect van vooral de moderne samenleving.

U leeft in een wereld waarin eigenlijk alles als een bekend wordt ervaren. Misschien dat er van de Nederlanders 5% ooit in Parijs is geweest, maar 99% heeft de Eiffeltoren heus verschillende keren gezien van alle kanten. Begrijpt u wat ik bedoel? Er is zo weinig over dat nog achter de horizon ligt. De wetenschap zal dat misschien niet zo gemakkelijk beseffen omdat ze juist in haar specialisatie, haar verfijnen naar een enkel doel toe met voldoende onopgeloste problemen wordt geconfronteerd om daar een leven aan te wijden en daar betekenis aan te ontlenen.

Een niet-wetenschapper heeft die kans niet. Nu zou je zeggen, dat die wetenschap moet proberen om een nieuwe uitdaging te vinden. In zekere zin hebben ze dat gedaan elektronische spelen. Vroeger was het brood en spelen en tegenwoordig is het een computerspelletje en patat. Dat is het verschil. De mens heeft behoefte aan iets waardoor hij zichzelf bewijst. Zichzelf bevestigt. Dit is aantoonbaar, niet alleen in deze tijd maar zelfs over vele generaties. Nu zou je van de wetenschap verwachten, dat ze met enig begrip voor de mensheid zou proberen voor die mensheid ook een nieuwe uitdaging tot stand te brengen. Maar ja, hoe gaat dat. Net als het zover komt is het bandje afgelopen en moet je het omdraaien. Met andere woorden dan begin je opnieuw. Je begint met heel iets anders. Maar de continuïteit is onderbroken, is zoek. Bij het bandje kunnen we nog zeggen, dat het uiterlijke fenomenen registreert en daardoor dus een schijn van continuïteit weet te handhaven. Van de wetenschap kunnen we dat niet zeggen. Zij wordt zelf met uitdagingen geconfronteerd, reageert daarop deels zuiver wetenschappelijk, deels emotioneel, vindt daarin voor een groot gedeelte haar eigen voldoening, doel in het leven. Maar terwijl ze gelijktijdig de weerstanden voor anderen in het leven proberen te verminderen, kunnen ze die mensen niet geven wat hij nodig heeft: de uitdaging. Dan zonder verder te oordelen, lopen de mensen naar de geheimscholen, naar de goeroe, naar de Bhagwan. Waarom gaan die mensen daar in op? Omdat ze terechtkomen in een andere wereld, een wereld waarin de uitdaging bestaat en wel op een geheel nieuwe manier. Wanneer de volgelingen van Bhagwan in zaken gaan dan is dat heus niet alleen omdat Bhagwan er rijker van wordt – dat is misschien een neveneffect – het gaat er vooral om, dat ze een nieuwe uitdaging hebben gevonden. Dat ze iets doen op een manier waarop het nog nooit gedaan is. Bewijzen, dat ze het kunnen. Iets wat de maatschappij niet toelaat. Die jongens die over hun haren lopen te klagen in een geel gewaad, u weet wel de Hare Krishna mensen, zijn die ook eigenlijk niet bezig om buiten deze maatschappij en deze wereld te stappen? Omdat die wereld hen niets biedt? Dat laatste met nadruk. Die wereld biedt hen niets. Hoe komt dat? Dat komt omdat tegenwoordig de gehele samenleving steeds meer wetenschappelijk gerund wordt. Omdat de wetenschap zich langzaam maar zeker verkrampt heeft tot een bureaucratie. Omdat de wetenschap langzaam maar zeker los is geraakt van het menszijn en de persoonlijke uitdagingen en zelfs de persoonlijke overgave die eens de gentleman-wetenschapper nog had, zelfs in de 18e of 19e  eeuw.

We hebben te maken met een verstard geheel. Soms zijn er nog nieuwe ontdekkingen, werkelijke vernieuwingen. Maar het grootste deel van de wetenschap is niets anders dan een poging om oude principes een beetje verder uit te werken om er nog een meer speciale duiding aan te geven. Het is niet de vernieuwing, het is niet het zoeken naar en het verleggen naar de horizon. Het is een poging om elke gaatje om aan de zogenaamde wetenschappelijk bewezen feiten te ontkomen, toe te metselen. Ook voor degenen die daarin niet op kunnen gaan. Ook voor degenen die niet de sleutel hebben van een speciale training van denken, tot een bepaald vermogen tot opnemen van feiten, een bepaalde visie in zichzelf. Zijn degenen die dat wetenschap noemen nu werkelijk wetenschappelijk bezig? Tot op zekere hoogte misschien. Maar voor een groot gedeelte zijn ze filosofisch bezig. De werkelijke wetenschapsmens is een denker, een dromer, een filosoof. Want zonder denken, dromen en filosoferen kom je niet tot nieuwe combinaties die je niet kunt onderzoeken, kom je niet tot het construeren van een nieuw onderzoek en eventueel een nieuw uitgangsthema.

Moet je dan dat laten prevaleren? Ik ben bang, dat als de wetenschap tot een industrie verworden is langzaam maar zeker in feite een soort geheime macht te worden die probeert – al lukt het nog niet altijd – zich overal te vestigen en het leven van een ieder te bepalen. Dan is zij volgens mij niet wetenschappelijk, dan is ze volgens mij dictatoriaal. Wanneer ze daarbij uitgaat van haar eigen en heersende belangen en niet van werkelijke feiten en mogelijkheden, wanneer ze daarbij uit­gaat van samenhangen die slechts gepostuleerd en nimmer bewezen zijn, wanneer ze daarbij uitgaat van haar eigen recht om te beslissen over een ieder die dan misschien wetenschappelijk niet zo op de hoogte is, dan zeg ik dat de wetenschap gefaald. Ze is in feite geworden tot de dictatuur van het vernuft op grond van een slechts deels bewezen stellingen welke in het geheel worden gepresenteerd als een onaantastbaar fort van de rede dat gebouwd is op het moeras van een onzeker geloof.

*  Zijn de werken van Steiner wetenschappelijk?

Wanneer we de werken van Steiner bezien en lezen dan zullen we ontdekken, dat ze voor een groot gedeelte mystiek zijn. Mystiek kan nooit wetenschap zijn. Met andere woorden: Steiner is in de eerste plaats een mysticus. Daarnaast echter en dat is interessant, heeft hij een mate van wetenschappelijk denken. Deze mate van wetenschappelijk denken brengt hem ertoe nieuwe verbanden te postuleren die in de wetenschap van zijn tijd en soms in deze dagen nog niet erkend worden. Hierbij komt hij tot een andere benadering van het weten van de mens en streeft hij zelfs in de meeste van zijn werken en zeker in het werk van zijn volgelingen in feite na de kennis van de mens te maken tot het instrumentarium waardoor de mens mens kan zijn en niet zoals vele andere tot het korset dat de mens belet te groeien zoals hij geboren is.

*  Zouden zijn stellingen wel wetenschappelijk te bewijzen zijn?

Een aantal ervan ongetwijfeld. Ten aanzien van groeiprocedures waarover hij het een en ander heeft gezegd zijn er een aantal bewijzen geleverd, zelfs in Duitsland.

Een groot gedeelte ten aanzien van zijn stellingen over kleuren is, zij het nog niet volledig erkend, reeds toegepast en blijkt resultaten te leveren. Alleen de redenen waarom zijn nog niet wetenschappelijk onderzocht, maar het onderzoek is op gang. Dit zijn twee punten. Ik zou er meer kunnen noemen. Het lijkt me voldoende om aan te kunnen tonen, dat veel van hetgeen Steiner eens gezegd heeft zelfs omtrent de ritmiek van de kosmos uiteindelijk in deze tijd langzaam maar zeker begint te worden van tenminste wetenschappelijk onderzoek. Dat houdt in, dat een deel van zijn stellingen bewijsbaar is. Maar een deel van zijn stellingen die in feite betrekking hebben op het bovenzinnelijke, het gevoelsleven, het innerlijk leven van de mens zal volgens mij nooit wetenschappelijk bewezen kunnen worden. Wel omdat hier geen algemene regels kunnen worden gesteld en een algemene prognose ten aanzien van gevolgen kunnen worden gemaakt, dat het in de gemeenschap zonder meer toepasbaar is.

*  U stelt, dat mystiek niet wetenschappelijk is.

Alleen wanneer de wetenschapper een mysticus is die bovendien nog in staat is ten aanzien van zijn belevingen en erkenningen afstand te nemen. Dit is een zeer zware eis.

*  Opmerking over scheiding bewustzijn.

Dat heb je ook niet. Ook in dit geval niet. U vraagt of het mogelijk is mystiek wetenschappelijk te onderzoeken. Ik geef u de voorwaarde waaronder dat mogelijk is.

*  U had het ook over intuïtie. Wat is dat eigenlijk en hoe kun je dat bij de wetenschap bevorderen.

Intuïtie bestaat uit een heleboel verschillende factoren. Ik wil de geest in dit geval niet uitsluiten omdat vanuit onze werelden inderdaad contacten tot stand worden gebracht waardoor men grotendeels onbewust of gevoelsmatig geleid wordt in de richting van bepaalde conclusies of beelden, maar daarnaast hebben we het intuïtief reageren doordat onbewuste waarnemingen mede verwerkt worden bij het beschouwen van een bepaald object of onderwerp. Menige goede medicus bijvoorbeeld weet wel hoe je een diagnose moet stellen, maar wanneer aan de hand van verschijnselen tien verschillende diagnoses mogelijk zouden zijn, kiest hij er toch één uit. Als het een goede medicus is, is het wel de juiste. Hier bepaalde hij intuïtief zijn keuze. Intuïtie is een samenwerking van waarnemingen die niet geheel tot het bewustzijn doordringen, onbewuste inhouden en misschien vergeten kennis van de mens, een samenvloeien bovendien van bepaalde bovennatuurlijke waarden en ook – al is het laatste weer niet wetenschappelijk bewijsbaar – een in zodanige resonantie komen met het gemeenschappelijk bewustzijn van alle mensen, dat hierdoor kennis en waarde bij anderen aanwezig als het ware worden aangevoeld en als een corrigerende factor worden toegepast op de eigen kennis, eigen waarneming en eigen besluitvaardigheid.

*  Bevorderen?

Wanneer je leert om je bewust te zijn van het ogenblik waarop je onlogisch reageert en toch uiteindelijk een logisch en verklaarbaar resultaat krijgt, dan zou je daar inderdaad weer  kunnen doen, zelfs in de wetenschap. De meeste mensen zijn bang hiervoor. In het wetenschappelijk denken is men zo zeer gebonden aan vaste feiten, logische samenhangen, oorzaken en gevolg werkingen, dat men al wat dit kader doorbreekt voor zichzelf wegdrukt omdat het niet past in het beeld dat men heeft van de eigen persoonlijkheid.

*  Kun je dat ongedaan maken, dan kan de wetenschapper zich ook meer van zijn intuïtie bewust worden. Chelatietherapie, etc.

Ik geloof, dat de Chelatietherapie iets beter is dan de andere, de vasolastinetherapie en dat ze inderdaad wel resultaten kunnen brengen. Ik meen echter wel, dat ze zoals elke nieuwe geneeswijze te vaak wordt toegepast zonder dat met alle criteria van veilige toepassing rekening wordt gehouden. Het kan gevaarlijk zijn.

Dat betekent, dat je aan de Chelatietherapie in feite alleen kunt beginnen wanneer je niet alleen de fouten hebt geconstateerd bijvoorbeeld in het aderstelsel, maar daarnaast hebt geconstateerd in hoeverre de afwijkingen zijn van de werking van bijvoorbeeld lever, milt, nieren, etc. of in hoeverre de longfunctie volledig of onvolledig is, in hoeverre de interne secretie wel of niet in balans is, voert tot het aanwezig zijn van niet meer dan noodzakelijke adrenalineafscheiding. Daar heb je heel wat mee te doen. Op het ogenblik vergeet men heel vaak, dat het een betrekkelijk ingrijpende procedure is, al lijkt het zo eenvoudig, omdat namelijk het geheel van het stofwisselingsstelsel plus het zuurstofvoorzieningsstelsel mede beïnvloed worden. Wanneer daar een verstoring plaatsvindt, die niet in de organen onmiddellijk kan worden opgevangen dan zitten we met moeilijkheden. Wanneer we – in andere gevallen – werken met bijvoorbeeld met het inbrengen van kleine plastic deeltjes in de bloedbaan om daardoor bijvoorbeeld een adervernauwing deel ongedaan te maken, dat kan heel goed zijn. Dan moet er echter geen zwak punt in de aderwand zijn. Daar moeten we dus eerst heel zeker van zijn. Ten tweede moeten we het zo in de circulatie inbrengen, dat er geen trombose-achtige resultaten kunnen ontstaan.

Dat zijn allemaal dingen waarvan men de samenhang heel goed moet bestuderen en begrijpen voordat men met absolute veiligheid dit kan toepassen. Nu heb ik een stelregel en dat is misschien een heel vreemde: ik geloof namelijk, dat wil de eed van Hypocrates er niet een van hypocritis worden, de medicus verplicht is om alles te doen om een mens gezond te maken en in leven te houden. Dit onafhankelijk van de risico’s die hijzelf daarbij aangaat en dat hij daarbij ook verplicht is op verzoek van zijn patiënt nadat hij duidelijk gemaakt heeft hoe groot die risico’s zijn, in te grijpen niet alleen chirurgisch, maar met elke andere therapie die dienstig zou kunnen zijn om een genezing of verlenging van leven van een patiënt volgens diens wens tot stand te brengen.

Op het ogenblik, dat je dat wegneemt, dat je zegt, dat zij de toverdoktoren zijn en dat uitmaken welke middelen gebruikt mogen worden en welke niet, dan zitten we in een heel groot gevaar. Dan wordt namelijk de patiënt niet meer degene die door de arts gediend wordt, maar wordt in feite het productieresultaat van een werknemer die waarschijnlijk bovendien per verrichting betaald wordt. Dat zou levensgevaarlijk zijn voor een patiënt, maar ook voor het moreel en het moraal van de medische stand.

Ik heb geprobeerd om het onderwerp zo populair mogelijk te behandelen. Ik heb ook duidelijk willen maken, dat niemand het recht heeft wetenschap op welke wijze dan ook aan te klagen of te verwerpen, maar dat men de wetenschappers heel vaak wel mag aanklagen omdat zij hun wetenschap niet wetenschappelijk verantwoord toepassen en gebruiken. Wanneer u het daarmee eens bent kunnen we rustig eindigen. Als u het er niet mee eens bent moet ik toch eindigen, maar dan kunt u onder elkaar misschien nog een beetje kankeren over die gekke geest. Dat op zichzelf is opluchtend. Want dat is wetenschappelijk bewezen, wanneer je ergens op schelden kunt voel je je meteen een eind beter.