Hoe willekeurig is een incarnatie

24 oktober 1989

Laat ik het zo stellen: wanneer je incarneert, dan moet daar een reden voor zijn. In sommige gevallen is die reden het gevoel een bepaalde taak te moeten volvoeren of zelfs het bewust op je nemen van een bepaalde taak. Dan krijg je te maken met het bewust op je nemen van wat we noemen de volledig bewuste incarnatie. In dit geval weet je welke kwaliteiten genetisch aanwezig moeten zijn om dat helemaal uit te werken. Daarna kun je aan de hand van het verloop van de historie en waarschijnlijkheid hoofdzakelijk, kun je dus nagaan wat de beste plaats is.

Pas wanneer het juiste ouderpaar en de juiste plaats samentreffen, dan incarneer je. Hier is dus sprake van een volledig bewustzijns-incarnatie en je brengt dan over het algemeen een hele hoop energie meer mee dan normaal, zodat de omgeving daardoor als het ware ook nog door beïnvloed kan worden. We hebben de incarnatie natuurlijk van iemand die in Zomerland zit en denkt ja, ik kan niets meer bijleren en ik zou toch wel graag toch nog wat verder gaan, wat is mijn uitweg? Meestal zijn die uitwegen niet vele. In enkele gevallen is het mogelijk te gaan werken in wat men noemt een lagere sfeer, maar dat is niet altijd even gemakkelijk en dan moet je ook over een zekere energie kunnen beschikken of je moet terug naar de wereld. In dat geval kijk je uit naar iets dat een beetje beantwoordt aan het idee van wat je leren moet. Hier is dus nog sprake van een selectie. De meer bewusten zullen verder nagaan wat de werkelijke inhoud van de ouders is.

De minder bewusten gaan meestal af op de omstandigheden van het ogenblik, dus zeg maar op het ogenblik van de bevruchting, de stemming van de ouders, de sfeer, de omgeving.  De meer bewuste die kiest dan weer voor mogelijkheden. De minder bewuste kiest in feite alleen voor een bepaalde reeks ervaringen. Dan heb je degenen die eenvoudigweg incarneren omdat ze geen andere uitweg zien. Dat zijn degenen die in schaduwland leven of nog  duisterder en die de mogelijkheid krijgen om te ontsnappen aan de, ik zou haast zeggen, de monomane monotonie van zijn duistere wereld. Ja, die grijpen meestal de eerste de beste kans aan. En er zijn er een hele hoop die alleen maar denken: ja hier is het niet meer lekker, weet je wat, ik ga naar het station en de eerste trein die komt daar stap ik in. Dat zijn degenen die helemaal niet weten wat er gaande is. In het laatste geval kun je zeggen dat het volledig willekeurig is. Maar je zit hier met het geval dat het bewustzijn plus het willen, het verlangen, eigenlijk bepalend zijn voor het al of niet willekeurig zijn.

Dan zijn er ook mensen die zeggen dat je altijd incarneert na zoveel tijd, maar dat is ook niet waar. Een incarnatie kan theoretisch althans na ongeveer vijf tot negen maanden plaats vinden en de langste tijd die we zo’n beetje weten, dat kan wel tot 2000 jaar liggen. Dus het is ook weer in welke sfeer kom je terecht, wat kun je daar verder doen. Als u in Zomerland zit en u bent in staat om uw bewustzijn voortdurend uit te breiden door contact met degenen die al weer verder zijn, dan wordt u in hun wereld opgenomen en misschien kunt u daar nog verder komen. Dan hebt u geen haast om te incarneren. Bovendien, wanneer je van de ene sfeer naar de andere jezelf bevordert, daar komt het eigenlijk op neer, dan heb je over het algemeen wel het gevoel dat je voor degenen die nog niet zo ver zijn iets moet doen en dan is er ook altijd een heel behoorlijke periode van activiteit.

Alles bij elkaar ja, wat is willekeur? Nu zou je kunnen redeneren dat het begin en de beginontwikkeling de omstandigheden hebben bepaald. Dat is voor elk bewustzijn ongeveer hetzelfde, maar wat er dan gebeurt en hoe je dan bewust wordt of niet, kun je zelf niet beïnvloeden. Maar daardoor worden wel alle volgende bewustwordingskeuzen bepaald. Alle verdere incarnaties. Je zou dus kunnen zeggen: ergens in het begin is vastgelegd wat je allemaal zult moeten zijn en wat je door moet maken. Maar je hebt er dan zelf kennelijk ook wel grote invloed op.

  • Hoe komt dat dan?

Nou, dat is heel eenvoudig. Wanneer u geboren wordt op Eskimo, dan is de kans zeer waarschijnlijk dat u in Eskimo blijft. U kunt eventueel aan kunst gaan doen, u kunt misschien gaan werken, enfin u zult altijd wel in noordelijke steden blijven en u hebt een bepaalde achtergrond, een bepaalde mentaliteit. Kunt u het volgen? Wie als neger geboren wordt, midden in de rimboe, die kan misschien óók dokter worden aan een universiteit in Nederland of ergens anders bezoeken, maar die zal altijd weer door de tradities en de achtergronden van zijn eigen gemeenschap gebonden blijven. Je kan dus niet zeggen dat je door over te stappen naar een ander land een ander kunt worden. Je blijft die je bent.

  • Heeft dat iets met de groepsgeest te maken?

Alleen indirect. Groepsgeest heeft te maken met de stoffelijke ontwikkeling, maar gelijktijdig hebben ze dus een zekere mentaliteitsuitstraling die voor een bepaalde entiteit erg attractief is, zodat ze altijd weer binnen een dergelijke groepering blijven incarneren tot daar niet meer beantwoord kan worden aan hun eigen behoefte tot verder gaan en op dat ogenblik kiezen ze dan wel weer voor een ander. Maar het is heel goed mogelijk dat u tien incarnaties achter elkaar, zeker als u hardleers bent, in Nederland blijft incarneren, of Duitsland en misschien bent u buitengewoon bewust en de ene dag zit u in Tibet en u overlijdt daar en de volgende dag wordt u al geboren in Washington D.C. Ik overdrijf nou een beetje, maar…… het is dus niet zo dat je kunt zeggen dat ergens een wet is die zegt dat je nu daar incarneren moet. Er is een algemene tendens maar die ligt in jezelf vast, die mee bepalend is voor je  incarnatiekeuze. Maar vergeet niet dat binnen die tendens het aantal mogelijkheden toch nog behoorlijk groot kan zijn. Zelfs wanneer we dat op zeker tijdstip limiteren, ach dan zijn er toch nog zeker 1000 mogelijkheden. En als we het niet aan tijd limiteren, is het aantal nog veel groter. En daar moet je dan uitpikken wat voor jou dan toevallig goed is, aanvaardbaar.

En hoe meer mogelijkheden je hebt, hoe meer je eigen voorkeur natuurlijk mee gaat spreken. Ook dat nog.  De vrijheid van de reïncarnatie is dus gelegen aan het feit dat je niet aan één mogelijkheid bent gebonden. Je hebt vele mogelijkheden, maar er is in jouzelf iets ontstaan, een bewustzijn noemen we dat dan maar, waardoor een grotere reeks mogelijkheden voor je wordt uitgesloten. Die passen niet bij je. Kun je niet, zijn niet in harmonie. Waardoor harmonische mogelijkheden nog zovele zijn dat je je daar gewoon maar in kunt storten. Dat is zoiets als een lot in de loterij kopen, hopend dat je de honderdduizend krijgt. Opdat je dat zorgvuldig kunt gaan uitzoeken met een grotere kans van slagen en als je heel bewust bent dan geeft zo’n incarnatie 90% kans van slagen. Er zijn ook die het welbewust proberen uit te zoeken en die hebben nog 50% kans van te slagen, met andere woorden dat ze de begeerde bewustzijnsuitbreiding bereiken als ze slagen.

  • Geldt dat ook als je binnen een hele korte tijd opnieuw incarneert dat je dan ook minder plannen kunt maken? Want de verwerking van een vorig leven is dan natuurlijk  met een mindere termijn en ……

Dat is niet te zeggen omdat de tijd zoals u ze op aarde beleeft niets te maken heeft met de ervaringstijd zoals ze bij ons bestaat. Wij kunnen 100 jaar beleven in wat bij u een tiende seconde is. En we kunnen misschien 100 jaar zitten kauwen over iets wat voor u een miljoen jaar duurt. Met andere woorden: onze tijd is aan de persoonlijkheid aangepast. En uw tijd is een algemeen aangenomen en mede door lichamelijke ritmen een beetje vastgelegd en mede bepaald, een vaste norm, een schijnnorm, goed, maar voor u vast. En je kunt dus wanneer je sterft in de tijd van een seconde je hele leven intens beleven. En je kunt misschien ook weken in het half duister als het ware dromen en alle scènes afzonderlijk uitrafelen.

Er is dus niet te zeggen: in zoveel tijd kan dat gebeuren. Wanneer je direct incarneert dan heb je in het algemeen toch wel een verblijf met bepaalde werelden. Zit je in een hogere wereld dan heeft die een hogere energetische mogelijkheid, dat impliceert weer een enorme versnelling van alle uitwisselingen die mogelijk zijn, van alle reacties en dan kun je dus voor je eigen gevoel je daar in zo’n hogere sfeer je bezig houden met hoe je het nu verder moet gaan doen en je incarneert en negen maanden later volgens de mensen zit je alweer bèbèbè te roepen.

Daar moet ik natuurlijk wel even afwijken. Ik kan dus dingen overleggen en anderen raadplegen tussen één woord en het volgende. Als ik langzaam spreek dan heb ik de mogelijkheid om elke zin als het ware te toetsen en volledig na te gaan met alle consequenties eraan en interpretatie mogelijkheden, terwijl u denkt: nou, die praat leuk ver. Omdat de wereld van de geest een totaal andere is dan de wereld van de mensen, kun je het tijdsbegrip eigenlijk maar heel moeilijk hanteren. Je kunt het hanteren vanuit een stoffelijk standpunt. Dan heb je te maken met een voor de mensen overal wel geldende norm. Maar zodra je het geestelijk wilt doen, kom je met zoveel onnoemlijke variabelen aandragen dat het eigenlijk niet meer zeker te zeggen is.

De tijd kun je niet meer in tijd uitdrukken. Je zou het misschien zo moeten zeggen: geestelijk gezien is tussen de eerste en de volgende incarnatie een volledige realisatie en verwerking van bewustzijn noodzakelijk. De tijd die daarvoor nodig is, is zeer uiteenlopend, kan duizenden jaren duren, kan in een breukdeel van een seconde plaats vinden. Dat ligt aan het tempo waarin je binnen jezelf in staat bent om met al die dingen af te rekenen. En daardoor kun je ook niet zeggen dat een mens gewoon maar ergens incarneert omdat hij moet! Dat vertelt men wel eens graag en dat is een heerlijke uitvlucht voor een hele hoop dingen, dan wordt er gezegd dat deze incarnatie je karma was. Het kan zijn, maar het karma is datgene wat u in u draagt, niet hetgeen wat u vroeger gedaan hebt, maar wat u geworden bent. Dat is uw karma. En alle incarnaties op zichzelf zijn eigenlijk een poging om een ervaringsproces door te maken met een schijnbaar zelfstandige buitenwereld. Ik zeg schijnbaar, want we weten niet absoluut of die zelfstandig is, maar voor ons is hij dat. In de geest echter heb ik altijd te maken met een wereld die bepaald wordt door mijn gedachte-inhoud of een mogelijkheid om op die gedachte-inhoud te reageren. Er zijn dus geen tegenstellingen mogelijk, of de tegenstellingen die in mij reeds bestaan. Dan kan ik mij wel beter realiseren wat zij zijn, maar ik kan mijzelf niet op de proef stellen om ze te overwinnen. En ik kan wat ik ben niet overwinnen, omdat wanneer ik één deel van mijzelf overwin een ander deel van mijzelf eveneens overwonnen wordt. Dan ontstaat daadloosheid.

  • Dat lukt ook niet met de ervaring van anderen?

Dat lukt niet met de ervaring van anderen. Ja vrienden, u hebt mij een onderwerp gegeven en ik zie dat we een heel eind aan het afdwalen zijn. Als u het erg vindt roept u ho! hè?  Kijk, het is eigenlijk zo: Kijk, wanneer ik de hoofdkleuren ken en een ander praat over tussentinten, kan hij die misschien aanduiden met te zeggen: tussen twee hoofdtinten. Wanneer ik nu ga begrijpen hoeveel variaties er zijn tussen die twee hoofdkleuren, dan komt er misschien een ogenblik dat ik het besef krijg van een paar pasteltinten. En wanneer anderen dan over die pasteltinten praten of ze uitzenden, dan kan ik ze wel niet volledig definiëren want ik heb er geen stoffelijke voorstelling van, maar ik kan iets projecteren wat voor die ander die kleur wekt en gelijktijdig voor mijzelf weten wat voor intentie de samenstelling is van de invloed die ik ontvang. En als ik dan terecht ga komen in een wereld waarin alleen pasteltinten zijn, dan is het mogelijk dat ik tot een zekerheidswisseling kom, maar echter één ding ontbreekt: de mogelijkheid om ze als zelfstandige waarden te zien. Ik kan ze alleen zien als een relatie tussen de hoofdtinten. Het resultaat is dan dat ik op een gegeven ogenblik zeg ja, maar dit wordt te verwarrend. Ik ga eens kijken of ik die tussentonen ook te pakken kan krijgen. En dan incarneren. Stel mijzelf een aantal problemen. Waarbij die, zeg maar zwart wit oplossing, op welk terrein dan ook niet mogelijk is, maar waarbij het compromis in zichzelf een verandering en een vernieuwing impliceert. De ervaring die ik dan opdoe, maakt het mij mogelijk voor mijzelf die pasteltinten dus te definiëren en niet alleen erover te praten. En dan kan ik zien dat die pasteltinten van een samenspel weer een heel ander palet van mogelijkheden hebben. Ik geef dit maar als een voorbeeld.

Misschien hebt u wel eens gehoord van mensen die uitgetreden of na overlijden terugkomen, die sprekende dus, iets zeggen over Zomerland. Dan zult u zo vaak horen dat er zulke mooie kleuren zijn, maar ze zijn niet te beschrijven. Waarom niet? Niet omdat het kleuren zijn, maar omdat het uitstralingen zijn. In de uitstraling zit van alles opgenomen, er zit vitaliteit in. Niet alleen weerkaatsing en absorptie. Er zit in opgenomen misschien ook een uitwisseling van levenskrachten. Er is een wisselwerking van vitaliteit die tezamen bepaalt dat voor degenen die in de geest leeft of hij de kleur noemt van zijn bloemen. De vorm ook. Er zijn mensen die komen u vertellen dat als je in Zomerland komt daar hebben ze zulke mooie tulpen! Nou, het zijn heus geen bollenvelden die je daar hebt. Maar ja, wat is het? Voor hen is de tulp een bepaald symbool. Het is gelijktijdig een natuurervaring geweest. Dan grijpt hij die vorm want die duidt als het ware de uitstraling een beetje aan en dan ga je spreken over de kleur, maar die kleur omvat dan alle fijne variaties die je stoffelijk zijnde niet kunt uitdrukken. Ik denk dat dit één van die curieuze zaken is waarmee je geconfronteerd wordt als je overgaat. De wereld is de wereld, die in jezelf leeft. Niet een buitenwereld zonder meer.

  • Dat zou je nu dus moeten kunnen weten.

Dat zou je nu dus moeten weten, maar je weet het niet omdat je in stoffelijke denkbeelden, voorstellingen, leerstukken en dergelijke toch een beetje gepredestineerd bent om tot een interpretatie te komen waar juist de variatie die de werkelijkheid die de geest is, ontbreekt.

  • Mag ik dit parallel trekken met iemand die je dus tegenkomt en die een bepaalde uitstraling heeft die je dus treft, je kunt hem niet omschrijven, de mens kan feitelijk wezen, maar de uitstraling trekt je en die mens treft je.

Ja, nu moeten we daar erg voorzichtig mee zijn. Wanneer het om een zuivere uitstraling gaat, die je zelfs op een afstand waarneemt, dan is er dus een harmonie die je niet kunt omschrijven. Er is een wederkerige erkenning zonder dat je weet wat je herkent. Hier spreken we dan inderdaad van een harmonische balans. Die harmonische balans bestaat alleen zolang er een gelijksoortige inhoud in beide aanwezig is en de wisselwerking daartussen blijft bestaan.

  • Is dat met de kleuren in Zomerland niet hetzelfde?

Tot op zekere hoogte, ja. Datgene wat wij mooi vinden is uit de aard der zaken datgene wat voor ons harmonisch is. En datgene wat wij daarin zien en beleven is in feite een geheel dat gevormd wordt door allerlei uitsplitsingen van onze eigen ervaring in relatie tot die harmonie.

  • Vandaar dat ik op het idee parallel kwam.

Ja, absolute parallellen bestaan niet.

  • Hoe moet ik het dan zeggen?

Dat is het juist en diezelfde moeilijkheid heeft zich voor mij op het ogenblik gemanifesteerd. Want ik moet praten over een wereld die u niet kent en proberen duidelijk te maken wat het verschil is tussen de wereld van iemand stoffelijk geïncarneerd en de geestelijke wereld.

  • Jawel, maar u kent onze wereld wel.

Ik ken uw wereld.

  • Dus u weet waar ik het over heb, maar u ziet het niet meer.

Nee, ik zie het niet meer, het is voor mij een herinnering, een basiswaarde. Dat betekent dat ik een hele hoop verfijningen af moet schaffen om tot een beeld te komen van een menselijk bestaan. Ik denk dat je je het beste zo kunt uitdrukken: elke reïncarnatie is niets anders dan het erkennen van het onvermogen om tot een verdere verfijning te komen. Het is als het ware een ambtelijk apparaat dat in je is gegroeid en dat zo complex is geworden, dat het niet meer kan reageren. Alleen zichzelf continueren. En op dat ogenblik moet je gaan vereenvoudigen. Want naarmate het aantal instanties kleiner wordt, wordt de mogelijkheid tot beslissing en de snelheid van beslissingstijd steeds korter. Daardoor kun je directe wisselwerking meer aangaan. Maar doe je dat, dan zit je ook gelijktijdig weer met de noodzaak om tot de ervaringen te komen die op een dergelijk humaan niveau ligt. En dan incarneren. Nu moet u niet denken dat u niks bent, hoor.

  • Hoe zit het nu met die groepsincarnatie?

Groepsincarnatie komt inderdaad voor, maar alweer: het is geen verplichting. Wij hebben samen geleefd en wij zijn samen bij wijze van spreken Atlantiërs geweest, daarna zijn we Egyptenaren geweest, daarna zijn we Roodhuiden geweest en nu zitten we in Nederland. Trouwens een Indiaan in Nederland lijkt me toch een gekke incarnatie. Dat is of je van schelp naar kaas gaat. Een groepsincarnatie moet u zich zo voorstellen. Een aantal mensen leven in eenzelfde periode, eenzelfde omgeving, eenzelfde tijdsbestek. Daar ondergaan ze ongeveer een gelijke reeks van indoctrineringen, ervaringen, hebben dezelfde denkbeelden en hun emoties, ongeacht de variaties die denkbaar zijn, zullen toch ergens een gemeenschappelijke basis hebben. Wanneer een dergelijke groep overgaat, dan zal de incarnatiebehoefte over het algemeen wel liggen in de buurt van datgene wat voor iedereen wenselijk is. Dan ontstaat er dus een periode waarin al die entiteiten weer incarneren. Het kan gespreid gebeuren. Er zijn gevallen denkbaar, bepaalde groepen die tussen 1400 en 1600 geleefd hebben in Noord-Italië, die zijn voor een deel in Frankrijk en voor een deel in Nederland geïncarneerd. Waarom? Op het tijdstip van incarnatiemogelijkheid hebben één of twee bewusten gekozen en gezegd: hier kan ik verder gaan, daar ontmoet ik nieuwe mogelijkheden. De anderen hebben gezegd: hé, daar is iets bekends en het is harmonisch, gauw in die buurt ook wat pakken.

Op die manier ontstaan er dus groepsincarnaties. Nu is de grote moeilijkheid dat heel veel mensen denken dat een groepsincarnatie toch bepaald wordt door een groepsgeest, maar dat is niet waar. Een groepsgeest is een entiteit, een geest, die bepaalde groepen, en dat zijn dus stoffelijke groepen, probeert te geleiden op hetzij geestelijk of hetzij stoffelijk terrein. Dat gaat van genetische veranderingen en evolutie tot innerlijke verdieping toe. Een dergelijke geest is bij u betrokken omdat u het milieu, de middelen verschaft. Het is zoiets als de onderwijzer op school, die uitmaakt op welke manier die klas functioneert. Ja, sommige onderwijzers geloven dat niet als je dat zegt, die denken dat het omgekeerd is, maar het is toch werkelijk waar. De onderwijzer bepaalt eigenlijk de sfeer in zijn klas en daarmee ook de basis van het leergedrag. De groepsgeest heeft dezelfde functie. Maar als die leerlingen naar huis gaan, heeft meester niets meer te zeggen. Je wordt er wel eens bij betrokken maar eigenlijk moet je dat een beetje op een afstand houden, want je kunt niet het leven gaan bepalen van je leerlingen. Je kunt alleen de leerstof en de opname daarvan zo goed mogelijk bepalen.

  • Maar dat kan wel tot teleurstellingen leiden.

Ja, dat kan. Bij de groepsgeest kan dat evenzeer het geval zijn. Je kan incarneren met het idee: ja, we hebben samen grote dingen gedaan, die anderen zijn in de buurt, we gaan wel weer iets groots doen. Waarbij je geen rekening hebt gehouden met het feit dat de wereld is veranderd, dat de hele mentaliteit waarbinnen je terecht komt, de genetische achtergrond waarbinnen je terecht komt, veranderd is en dat daardoor de wijze waarop je jezelf moet uiten en je kunt ontwikkelen eveneens veranderd is. Je kunt je droombeeld niet verwezenlijken, je kunt alleen het in je koesteren. En wanneer je het tot uitdrukking brengt dan is het een zuiver persoonlijke uiting die al dan niet door de groep aanvaard kan worden maar het is nooit een verwezenlijking van de essentie van de groep. Het is dus wel denkbaar dat een groep door zijn gezindheid met een andere groep in contact kan komen.

  • Met personen ook?

Met personen is het weer iets anders. Dat is niet noodzakelijkerwijs een groepsincarnatie, maar dat kan een zogenaamde binding zijn, die kan uit haat en nijd of uit liefde bestaan, dat maakt niet uit. Het kan bestaan uit een gedeelde ontwikkeling plus besef van taak of noodzaak. Mensen die op een dergelijke manier naar elkaar zoeken, die worden inderdaad steeds weer met elkaar in contact gebracht. En nu moet u niet denken dat dat altijd in een gezin is bijvoorbeeld, het kan heel goed dat Jantje in Velp wordt geboren en Klaartje in Wolfheze. En een afzonderlijke jeugd hebben, tot ze een keer naar de disco gaan en botsen. En dan klikt het op de één of andere manier en ja, als ze dan ook innerlijk nog in staat zijn die saamhorigheid te beleven, ja dan gebeurt er wel het één of ander. Het kan vriendschap worden, het kan een huwelijk worden ook. Dat zijn twee dingen waar ik wel een verschil tussen maak en het kan ook zijn dat ze gewoon met elkaar in contact treden of elkaar wijzen op bepaalde dingen die interessant zijn. Dat kun je niet met zekerheid zeggen. Het kan ook wel dat zij als broertjes of als broer en zus geboren worden, dat kun je nooit met zekerheid zeggen. Het kan binnen een gezin. Het kan ook dat de één in dit huis wordt geboren en de ander in het huis vlak ernaast, of misschien drie huizen verder.

  • Gebeurt dat vaak?

Vaak, ja……. vaak, wat noemt u vaak? In procenten uitgedrukt, wat wij nog al eens graag doen bij de Orde, zou ik zeggen dergelijke incarnaties die komen zo ongeveer tien tot twintig op duizend voor. Van ons uit: veel. Of u het veel vindt weet ik niet.

  • Als we hier nu zitten hebben wij dan ook, kunt u dat nagaan, ook al contact  gehad in vorige levens?

De meesten van u hebben onderlinge verbindingen, maar het eigenaardige is dat die voor sommigen duizenden jaren terug liggen in de tijd gerekend, anderen stammen uit 1820 of zoiets en er zijn ook anderen waarbij die relatie ontstaan is rond zeg maar 1400, 1600. Dus het is wel gevarieerd. Wat u samen brengt is een bepaalde behoefte en een bepaalde mentaliteit. En dat wil zeggen dat er een harmonische factor is, ongeacht al het andere. U bindt zich toch in een bepaalde belangstelling, bepaald werk, maar daardoor ook met z’n allen in een zeker onderling begrijpen. En dat is over het algemeen iets heel moois, want daar kom je verder mee. Zodat u voor een volgende incarnatie waarschijnlijk weer wat bewuster kunt gaan kiezen, waar u dan naar toe gaat.

  • Dus eigenlijk dat je hiervoor gekozen hebt is al een voordeel.

Is dat een voordeel of een berekening? Het is gewoon het bereiken van een bepaald niveau waarop je geestelijk vrijer verder kunt gaan en toch jezelf kunt blijven. En dat is een hele stap vooruit. De meeste mensen lopen met krukken van godsdienst of ideologie en sommigen laten zichzelf helemaal in een slavenketen slaan daardoor, maar u bent zover gekomen dat u zegt: nee, ik ben zelf. En in dit; zelf-zijn; ontdek ik toch weer harmonieën. En die kunnen bestaan met arme slaven, met krukkenlopers of misschien met degenen die zweven en vliegen, maar ik met mijn harmonieën kan daardoor mijn eigen begripswereld vrijer uitbreiden dan voor een ander mogelijk is. Ik ben minder eenzijdig.  Wie de werkelijkheid van de geestelijke bloei wil kennen, moet eerst het dualisme kennen van de redelijkheid.

  • Wilt u dat nog eens zeggen?

Het is heel eenvoudig. Denkt u aan een bloemknop die door schutbladen wordt beschermd. Dit is de rechte lijn. De redelijkheid. Maar pas wanneer die redelijkheid niet meer één lijn trekt en zich openplooit kan de bloesem het licht ontvangen. En dan ontstaat pas de werkelijke vruchtbaarheid tot plant.

  • Je moet soms de redelijkheid laten vallen.

Nee, je moet de redelijkheid ontplooien. Is menselijke redelijkheid niet de banier waarmee men zwaait wanneer iemand zijn gevoelens niet wil overbrengen en is uiteindelijk emotionaliteit niet de stuwkracht waaruit alle ontwikkelingen van redelijkheid ontspruiten?  Het kan niet, je kunt die twee niet scheiden. De mensen proberen het wel, maar als de mens niet zo bezitszuchtig en machtsgierig was geweest was de mensheid niet in een technische eeuw terecht gekomen waarin zij nu verkeert. Met andere woorden, de hele ontwikkeling, maar ook alle mogelijkheden die we zien en alle nadelen zijn voortgekomen uit eigenschappen die aan het menselijk ras eigen zijn. En dan zitten we meteen weer op de lijn van: is er een voorbestemming of niet. Je kunt zeggen door deze achtergrond is het menselijk ras bestemd om op een bepaalde wijze te leven en zelfs op bepaalde wijze zichzelf bijna te gronde te richten. Ik zeg niet totaal, bijna. Wanneer we dat begrijpen dan zullen we zeggen: ja, hebt u een gedeelde voorbestemming voor ons? Als we deel zijn van de mensheid zitten we in die tendens en daarin ligt onze bewustwording. We zijn niet in staat om zo maar over te stappen naar iets anders. Zomin als uw industrie ineens naar absolute milieubescherming over kan stappen, zonder zichzelf te vernietigen. En als je dat in de gaten krijgt dan zeg je: ja, er is dus wel een bepaalde bestemdheid maar het is geen absolute voorbestemming, waarbij jezelf geen inspraak hebt. Alleen de inspraak, die je hebt wordt bepaald door wat je zelf bent en wat je verworven hebt. Een mens kan niet kiezen voor iets waarvan hij niet weet dat het bestaat.

Een geest kan niet kiezen voor een leven, waarin niet ergens een antwoord ligt op wat er in hemzelf leeft. Hij kan niet kiezen voor een leven dat totaal anders is dan wat hij in zich draagt. Er is een continuïteit noodzakelijk omdat ontwikkeling nu eenmaal een continu proces is, waarbij elke volgende fase mede gebaseerd moet zijn op de voorgaande en daardoor de komende fase mogelijk moet maken. Dus geen oorzaak en gevolg zonder meer, maar het komt er dicht in de buurt. En als ik dat zo zeg, dan hoop ik u duidelijk te hebben gemaakt dat er van een absolute voorbestemming geen sprake is, maar wel van de beperkingen die door uw eigen zijn en uw eigen ontwikkeling bestaan, bij een volgende incarnatie.

Datzelfde geldt voor geestelijke werelden. Je kunt enkel binnentreden in die geestelijke werelden die in u, hoe dan ook, bestaan. U kunt binnen die werelden schijnbaar door irrelevante inhoud van uw persoonlijkheid met die nieuwe wereld vaak komen tot een leerproces, uitbreiding van besef dus en daardoor uitbreiding van uitwisseling. Maar het is altijd weer wat je bent. Als je hoger gaat is het opvallend wat je kunt beleven en zijn! Het zijn geen machten van buiten. De religieuzen die leren ons heel vaak: onze God is een recht- vaardige God. Wat is een grotere rechtvaardigheid dan u te benoemen tot uw eigen rechter, uw eigen beul en dan niet in illusie maar in een werkelijkheid die veel intenser is en niet bij je gebonden is zoals hier op aarde. Ook hier kunnen we zeggen dat wij uiteindelijk allemaal bestemd zijn om deel te worden van het grote geheel. We zijn het eigenlijk nu al, we weten het alleen niet. Het hele bewustwordingsproces, inclusief alle incarnaties is bedoeld om iets te begrijpen van de veelvuldigheid van het geheel, opdat we het geheel kunnen aanvaarden als belangrijker dan de schijn van zelfstandigheid die we hebben opgebouwd in de werelden van geest en stof.

  • Maar dat is natuurlijk erg moeilijk, jezelf zo helemaal los te laten.  

Ik denk niet dat dat hoeft, je groeit er naar toe. Ik zou het zó willen zeggen: de vruchtbaarheid van het leven, de vreugde en de smart van de wingerd, leeft door de wijn, als je echte wijn hebt tenminste. Er zijn er ook waarin het winstbewustzijn van de apotheker meer telt dan de benaming op de fles. Wat ik probeer duidelijk te maken: het is een groeiproces.

Je kunt van een kind van drie maanden niet verwachten dat het algebra begrijpt. Wanneer het vijf jaar wordt zou het iets kunnen begrijpen van de relaties, maar nog niet op de realistische manier waarin de stelkunde door volwassenen wordt beoefend. Je kunt van jezelf niet verwachten dat je de voltooiing van het hele proces op één gegeven ogenblik bereikt. Het ligt ver boven je, het duurt nog zolang. Maar het komt automatisch. Want je groeit steeds verder en elke keer als je naar een hogere wereld gaat, ga je je één voelen met meer dingen en je gaat minder dingen als belangrijk voor jezelf ervaren. En zo groei je daar langzaam naar toe. Het is niet moeilijk, het is een proces. Een verwerkelijking van je eigen leven.

  • Het eigen ik blijft dus altijd?

Dat ligt eraan hoe je ik wil definiëren. Als je zegt: de kracht waarrond het besef Ik zich heeft opgebouwd, dan zeg ik: die kracht blijft altijd bestaan. Het besef blijft eveneens bestaan, maar niet meer als definitie van eigen wezen.

  • Ik had met iemand een gesprek over het al of niet verliezen van je persoonlijkheid. We werden het niet eens.

Het al of niet verliezen van je persoonlijkheid zou ik zo willen bekijken: als je een aardappel bent, blijf je een aardappel ook al gaat hij in de stamppot. Zonder te begrijpen dat die aardappel in de stamppot alleen als gestructureerd gedeelte van het geheel, déél heeft aan het geheel. Wanneer hij zichzelf blijft, wordt hij eruit gegooid. Het is altijd moeilijk om zulke dingen eenvoudig te zeggen, maar ik dacht dit klopt wel ongeveer. Het is dus zo: wat je dient te zijn, ben je in wezen niet. Dat impliceert gewoon dat wat je werkelijk bent, je werkelijke ik, eigenlijk omgeven is door een schaal van illusies. Die illusies raak je kwijt. Dan ben je dus niet meer de persoonlijkheid die je altijd geweest bent in eigen oog. Maar je bent nu de werkelijke persoonlijkheid die je altijd binnen het grote geheel bent geweest. Heb je nu jezelf verloren of niet? Nee. Je bent dus ergens nog ik. Je bent niet meer ik zoals dat menselijk gedefinieerd wordt en zoals op dit ogenblik jezelf zou willen wezen. Dat zijn altijd problemen waarmee je te maken krijgt, mensen denken allemaal zo eenvoudig, er moeten vaste regels bestaan. Nou, misschien bestaan er wel vaste regels, maar dat zijn dan kosmische wetten. Gelijkblijvende velden enfin, noem maar op. Maar dat zijn de beperkingen waarbinnen ons bestaan mogelijk is. Het zijn geen wetten die ons bestaan reguleren, anders dan door de begrenzing die zij doen ontstaan. Dat is iets wat de meeste mensen ontgaat. Zij denken God vertelt ons wat wij moeten doen. Nee. Het is zo, dat de oerkracht het ons onmogelijk maakt om andere dingen te zijn, ja zelfs te beseffen of te denken dan diegenen die passen binnen het kader dat hij door zijn wetmatigheid van zijn persoonlijkheid voor ons heeft geschapen. En dat impliceert dan weer dat wij dus beperkt zijn in iets wat voor ons oneindig is. Dat wij beperkt zijn door wetten, maar dat die wetten grenzen zijn en daardoor voor ons in hun wezen niet kenbaar. En dat wij regels en wetten scheppen om het te grote geheel zodanig onder te verdelen dat het voor ons hanteerbaar wordt. Een wet of een regel is niet in zichzelf van waarde of van betekenis.

Een wet wordt pas van betekenis en regel ook, wanneer voldoende persoonlijkheden die regel tot gedragsnorm maken. Pas op het ogenblik dat ze binnen mensen is gaan leven, is het werkelijk een wet. Anders is het een voorschrift dat alleen bestaat om ontdoken te worden. Wat dat betreft, kijk eens naar de wetgeving van uw eigen landen! Dan zult u zien dat zelfs het ontduiken een zeer nationale sport is geworden. En dat betekent dus dat de wetten niet reëel bestaan. Het zijn woorden, maar geen werkelijkheden.

  •  Ik wou nog vragen over die uitstralingen die wij opvangen.  Zijn die van geestelijke aard of….

U bedoelt tussen mensen? Nou, de uitstraling die u hebt is de weergave van uw totale persoonlijkheid, wel gebonden aan uw ik-voorstelling van het ogenblik. Wanneer we kijken naar het harmonisch reageren tussen mensen bijvoorbeeld voor het vinden van een gemeenschappelijk doel of een gemeenschappelijke aanvaarding, dan hebben we hier te maken met voor een groot gedeelte geestelijke energieën plus echter ook persoons- voorstellingen die alle tezamen komen tot een aanvaardbaarheid van iets wat misschien niet eens helemaal formuleerbaar is. Dat kan tussen twee mensen zijn, dat kan voor een groeps- incarnatie gelden, dat kan gelden voor een bepaald volk, voor het deel hebben aan een be- paalde ontwikkeling, het speelt allemaal een rol die zijn harmonische tournee bepalen.

  • We hadden het zonet over een stukje herkenning in de ander, dat wij als prettig  en harmonisch beleven. Komt dat door eigenschappen in de ander waarvan wij denken  dat wij ze niet hebben?

Je kunt alleen eigenschappen herkennen in de ander wat in u niet bestaat. Met andere woorden: wanneer u denkt dat u het niet hebt, dan hebt u het wel, maar u hebt het niet in een voor u hanteerbare of te uiten vorm. De ander toont dit nu wel, dat is een moment van harmonie en u zult van de ander de mogelijkheid ontvangen om de in u bestaande niet geuite waarde dus te ontplooien. Het gevoel van meer jezelf te worden door datgene wat schijnbaar in tegenstelling met jezelf, je persoonlijkheid is, dat is eigenlijk alle mensen eigen. Omdat de ik-voorstelling van de mens altijd zeer beperkt en bekrompen is en in die mens allerlei vooropgezette denkbeelden leven die inconsequent en irreëel zijn. Goed en kwaad bij voorbeeld kunnen nooit vaste normen zijn. Heb ik het goed bedoeld, heb ik het uiterste gedaan wat ik kon, ja, dan is het goed. En als een ander nu zegt dat het kwaad is, nou dat is jammer voor die ander. We zijn niet harmonisch. Maar omgekeerd ook. Wanneer ik iets wat die ander doet verkeerd vind, dan wil dat niet zeggen dat het verkeerd is of kosmisch zelfs reden van een toornige God om u later in de braadolie te laten roteren, hè. Dat is absolute onzin. Goed en kwaad is je bestaan, de aanvaarding van bepaalde krachten in je bestaan en de wijze waarop je daaraan uiting geeft. Die uiting is noodzakelijk omdat de ongeuite gedachte niets anders is dan een droom die door de werkelijkheid verdrongen wordt. Maar de daad is de werkelijkheid die je in en vóór jezelf hebt gesteld en die daardoor van alle dromen deel zal zijn. Dat is het grote verschil.

  • Is er verband met het Watermantijdperk en alles wat er nu gebeurt ook de  losbandigheid en zo?

 Natuurlijk, natuurlijk. Luister. Wanneer een slaaf geen vrijheid heeft gekend en vrij wordt, weet hij er geen raad mee. Misschien zeg ik dingen die jullie verkeerd vinden, maar ik heb altijd gezegd dat een arbeider in feite een slaaf is die afhankelijk is van zijn lol in plaats van het goede humeur van zijn baas. En dat is nog steeds waar. Maar op een gegeven ogenblik zal iedereen, dus ook een arbeider moeten begrijpen dat hij alleen kan zijn wat hij wil. Hij kan ook verkrijgen wat hij wil, wanneer hij bereid is rekening met anderen te houden en met wat zij willen. Met andere woorden: samenwerken! Maar hoe kun je samenwerken in een maatschappij die op conflicten is opgebouwd. Dat is een omwenteling die nog wel een tijdje weg is. Maar we moeten naar een samenwerking maatschappij. En niet een contrast- maatschappij. Daar wordt druk aan gewerkt en als ik kijk wat de Witte Broederschap daar allemaal mee voor heeft, dan ben ik misschien een beetje te klein maar dan zie ik dus bij het streven naar samenwerking sommige contrasten die mij doen denken, nou jongens, het had ook anders gekund!

Maar ja, ik ben misschien te onverstandig om te zien wat zij willen. Kijk, ik had gezegd, als die aardbeving er nu toch moet komen, waarom vang je hem af als hij dan over een paar jaar toch komt. Waarom nou niet die vier of vijf punten extra door laten gaan, dan zijn ze er meteen van af! Goed, dan zijn er een paar steden helemaal naar….. maar dat duvelt niet, dan is er weer werkgelegenheid. En er is een reden om samenhorigheidsgevoel op te bouwen in een staat waar egoïsme zo langzamerhand het beste geloofsartikel is geworden.

  • Weer een vraag over crematie, de pijn en hoe kan een geest die het lichaam  verlaten heeft, nog pijn voelen?

Omdat hij denkt dat dat lichaam nog zijn persoon is. Het is het denken van die geest. Daardoor associeert hij wat er met zijn lichaam gebeurt met zichzelf en daardoor ontstaat paniek, simulatie van pijn en dergelijke. En als hij daar dan niet uit wakker wil schrikken omdat hij niet toe wil geven dat hij echt dood is, kan het een tijd duren.

  • Dan heb je toch hetzelfde proces als met de wormen?

Ja, maar dan wel een langzamer proces. Als je een ouwe jas uittrekt kan het je dan wat schelen of hij in de vuilverbranding terecht komt of twee dagen op zijn kop ligt? Maar kijk, zo denken ze er eigenlijk allemaal zo’n beetje over bij de groep waartoe ik behoor. Want wanneer jij denkt dat je die jas nog gauw moet aantrekken als hij naar de vuilverbranding gaat, is het pijnlijk. Het enige is, dat wanneer je sterft: aanvaardt dat je dood bent. Aanvaardt het.

En zeg niet dat wat je lichaam gebeurt bepalend is, maar zeg: de uitstralingen die daarom heen zijn, die zijn bepalend. Want die vertellen me wat ik wel en niet geweest ben. En als je dat eenmaal gezien hebt, luister rustig naar begrafenis toespraken, je bent dood dus je kunt je niet meer doodlachen, je ergeren gaat ook niet meer, dan ga je verder en dan bezin je je op wat je geweest bent. En als je dat weet, dan kun je gaan beseffen wat je bent. En als je beseft wat je bent, dan weet je ook wat je gaat beleven en wat je gaat doen, dan ontstaat een hele nieuwe wereld. En hoe prettiger je nou met jezelf afrekent en aanvaardt dat je niet veel zaaks bent, hoe prettiger de wereld waarin je nu terecht komt. Al ben je op aarde een heilige geweest, als je denkt dat je de hemel verdiend hebt, dan kun je die niet krijgen en dan heb je het idee dat je in de hel zit.

  • Zou het niet zinnig zijn als we ons hier op aarde al gingen realiseren dat  inderdaad ons lichaam een jas is?

Ja, misschien wel beter. Maar denkt u ook niet dat er grote bewustwording nodig is voordat een mens zich kan losmaken van zijn identificatie, niet alleen die stoffelijke jas maar ook van alles wat er mee samenhangt. Zijn familie, zijn wereld, zijn stad, zijn bezit, zijn verplichting, zijn schulden. Ja, ik bedoel als je dat zo hoort, dat is een complete mijnbouw- onderneming, maar buiten de sfeer. Begrijp mij goed, de mensen moeten los komen van het idee dat zij zo belangrijk zijn. Hij moet begrijpen dat de belangrijkheid van wat jij bent, ligt in wat je betekent voor anderen. Op het ogenblik dat je dat in de gaten hebt, kun je meer worden. Dan ben je vanzelf ook vrij van al die ruzies. Het gekke is dat de meeste mensen denken dat het hiernamaals door hun geloof bepaald wordt. Laat me je één ding vertellen. Alles wat de geloven je prediken over het hiernamaals is nog groter onzin dan ik ooit zou kunnen bedenken en dat betekent wat. Er is gewoon een voortgaan van de werkelijkheid, maar nu een soort droomwerkelijkheid. Waarbij je eigen problemen, je eigen inhoud en conflicten als een werkelijkheid moet worden ondergaan. En op het ogenblik dat je dit kunt aanvaarden blijken er overal lichtpunten te zijn en langzaam maar zeker wordt de nachtmerrie een mooie droom. En is de mooie droom eenmaal bezig dan ontdek je dat achter de droom stukjes werkelijkheid schuil gaan. Ja, wat dat betreft, als je bij ons komt ook, dan zie je er een heel stel, ik ook! En nu moet ik ook zeggen dat mede dank zij een dronken vader heb ik een ruggegraat die als model voor een S-bordenbocht zou moeten staan en daar had ik dan nog een mars (marskramer red.) op, omdat ik geen kracht had. Ik moest dus in de handel mijn vertier zoeken. Heel veel mensen die kritiek op mij hadden, en dan kom je vanzelf in een toestand dat je, zullen we zeggen, nogal hatelijk bent. En dat heb ik heel langzaam moeten overwinnen, maar ik heb er ook één gekend, die was eerst studentikoos en die liep het water in. Het was veel bier, veel water, blub,blub blub en toen zat hij in het hiernamaals. Die wou verder gaan met “Wein, Weib und Gesang”. Maar… zingen kon hij niet horen, wijn kon hij niet proeven en Weib bleek plotseling volledig gelijkwaardig zonder die kleine verschillen die het voor hem juist zo interessant hadden gemaakt. Hij heeft dus zijn studierechten verlegd en is nu een redelijk lid geworden van de O.D.V. Zelfs als spreker opgetreden hier en daar. Zo zijn er nog wel een paar. Je moet gewoon groeien, geestelijk ook. En aanvaarding van wat je geweest bent. Niet het goedkeuren ervan, maar gewoon aanvaarden. Dat is de kunstmest voor de geestelijke groei. Dat waren weer enkele wijsgerigheden.