Homoseksualiteit

31 juli 1959

Goedenavond, vrienden. Wij zijn niet alwetend, of onfeilbaar. Wij hopen dat u dus zelfstandig na wilt denken. Is er een onderwerp? Homoseksualiteit.

  •  Wij nemen aan de wet van oorzaak en gevolg en dus dat homoseksualiteit een gevolg kan zijn van een oorzaak in een vorig leven. Sociaal psychologische oorzaken worden als secundair gezien. De vraag is: Wat kan de oorzaak in een vorig leven zijn dat dit homoseksualiteit tot gevolg heeft in dit leven? Of kan het een noodzaak zijn om in dit leven een speciale ervaring op te doen? Wat is de taak van de homoseksueel gedurende dit leven en welke levenshouding acht u aan te bevelen?

In de eerste plaats geloof ik er goed aan te doen te stellen, dat homoseksualiteit zeker lang niet altijd het gevolg is van gebeurtenissen in een vorig bestaan. Het is mogelijk, maar lang niet noodzakelijk. Wanneer u dit probleem aan de orde stelt is dat in zekere zin voor ons een onaangenaam probleem, omdat wij het gevaar lopen mensen te choqueren, of op de tenen te trappen. Als het onderwerp naar voren gebracht wordt, moet men m.i. dit op de koop toe nemen.

De doorsneemens van beide seksen draagt in zich bepaalde eigenschappen. Er zijn maar heel weinig voorbeelden te geven van een man die zuiver mannelijk en alleen mannelijk is, of van een vrouw die zuiver vrouwelijk is. Dat is begrijpelijk, wanneer wij nagaan hoe de samenstelling van de genen is. Wij vinden dan ook vanzelf een menging van karaktereigenschappen die tevens de glandulaire afscheiding enigszins beïnvloeden. Homoseksualiteit is een uiting die in deze periode, in deze tijdeenheid van de geschiedenis dus niet wordt geaccepteerd. Ik zeg dit er uitdrukkelijk bij, omdat er vele landen waren – en soms nog zijn – waarin homoseksualiteit als normaal werd gezien.

Wij moeten voorop stellen dat de seksuele drang in de mens een zeer belangrijke is, zeker gedurende de jeugdjaren. Hierbij spelen dan in de eerste plaats lichamelijke factoren een rol, terwijl later ook het voorstellingsleven ermee verknoopt wordt. In de huidige tijd bv. wordt een zekere mate van seksualiteit gezien als een noodzaak om mee te tellen. Wanneer u rond u kijkt, ziet u overal sekssymbolen, zij het dan, dat het niet meer de fallus van Osiris is, maar misschien de reclame voor tandpasta, of voor een nieuwe auto. De seksualiteit vraagt dus een uiting. Die uiting wordt op vele wijzen gezocht binnen de mogelijkheden van de maatschappij. De maatschappij is opgebouwd op een gezin. Het gevolg is dat homoseksualiteit binnen die maatschappij moeilijk getolereerd kan worden en zeker niet getolereerd kan worden wanneer zij ziekelijke uitingen krijgt, die wij niet alleen bij de homo, maar ook bij de heteroseksuelen regelmatig op zien treden. Ik denk hierbij de voorkeur van sommigen voor seksueel onrijpen zoals kinderen. Het is erg treurig dat deze dingen bestaan, maar ook hiervoor is een verklaring te geven.

Ik geloof dat de werkelijke homoseksueel van jongs af aan deze kwaliteiten in zich draagt, als gevolg van een onjuiste genetische werking. De chromosomen zijn dan niet op de juiste manier bij elkaar gekomen en wij krijgen een uiting, waarbij lichamelijk de kenmerken van een bepaalde sekse gehandhaafd blijven, terwijl daartegen de psychische eigenschappen van een andere sekse overheersen. In enkele gevallen gaat het lichaam daar met mee en dan krijgen wij te maken met mensen die dus kentekenen – uiterlijk – van beide seksen kunnen vertonen. Uit een vroeger leven zou dit alles kunnen stammen als gevolg van een ofwel grote losbandigheid, dan wel het leven in een periode, waarin men bv. als schandknaap gediend heeft, of een periode waarin men binnen een of andere priesteressenorde, klooster, of zoiets, tot lesbische liefde is gekomen. Ik wijs er uitdrukkelijk op, dat deze uitingen op zichzelf niet als abnormaal moeten worden geacht. D.w.z. dat de mannelijke partner in een homoseksuele verhouding – waar dus twee van hetzelfde geslacht elkaar beminnen – over het algemeen iemand is, bij wie het niet een kwestie is van lichamelijke, maar zuiver van psychische afwijkingen. Voor de vrouwelijke elementen bestaat de mogelijkheid – het is ongeveer half om half – dat ook bepaalde lichamelijke drijfveren aanwezig zijn.

Bestrijding van de homoseksualiteit is een typische uiting van de huidige maatschappelijke verhouding. In Griekenland daarentegen was het heel normaal dat men een schandknaap erop nahield. In het oosten komt dit nog voor. De veelal bewonderde ridders van Arthurs Tafelronde, waarmee ik dus een bepaalde periode wil aanduiden, waarin ook deze ridderromance tot stand kwam, maakten van hun schildknapen evenzeer gebruik als schandknaap, wanneer zij zich langere tijd buiten de bewoonde wereld bevonden. Aan het hof van Karel de Grote kwam dit regelmatig voor. In de kloosters van de middeleeuwen vinden wij regelmatig bepaalde aanduidingen, dat z.g. slechtere kloosters, veel homoseksuelen, soms alleen homoseksuele geslachtsuitingen kenden. Wij hebben hier dus niet te maken met een perversiteit per se. Het is een vaak normaal verschijnsel in perioden, dat normaal seksuele gemeenschap niet, of moeilijk mogelijk is. Zeker is dit het geval in een maatschappij die het seksuele op de achtergrond tracht te verdringen. Dat was tot zeker 30 – 40 jaar geleden in de westerse wereld sterk het geval. De uitspattingen kort na de eerste wereldoorlog zijn een onderbreking daarvan, eerder het gevolg van een oorlogsmentaliteit.

Nu wil ik de volgende punten naar voren brengen: In vele gevallen kan bij het kind een haat tegen de moeder bestaan. Deze haat wordt soms overgedragen op het vrouwelijk geslacht. Dan zal iemand, gedreven door zijn seksuele nood, ongeacht het feit dat hij een normale seksuele aanleg heeft, er vaak toe hellen om – zo zich de gelegenheid voordoet – te beginnen met homoseksuele praktijken. Is dit eenmaal geschied, dan kunnen wij hier huwelijken zien tussen man en man en tussen vrouw en vrouw, daarnaast echter kunnen wij heel vaak zien dat men een zoekend bestaan leidt, omdat het verwerpen, minachten, of haten van het vrouwelijk geslacht verhindert, dat men tot de begeerde seksuele gemeenschap kan komen.

Dan wil ik wijzen op de vaak verderfelijke invloed van contact, vooral tussen jongere mensen en oudere homoseksuelen. Het is misschien erg jammer dat wij hierop moeten wijzen, maar wanneer een jongere mens wordt vertroeteld als een vrouw – en het is een man – dan betekent dit vaak een hele reeks van voordelen. Als u rond u ziet, bemerkt u dat de jeugd in het algemeen (geneigd Red.) is zich op te sieren, zich niets aan te trekken van geslachtskenmerken, maar een vaak haast vrouwelijke mode (wenst Red.) te gebruiken. Dat kunnen wij zien, wanneer wij de gewoonten van de New Edwardiaans in Engeland bekijken en the New Victoriaans. Daar zien wij namelijk dat de jongelui – ongeacht hun verdere normale seksualiteit – vaak overhellen tot het gebruik van armbanden, zelfs beenkettingen. Een typisch verschijnsel van sier zoeken. Dit is in de meeste jonge mensen in zekere mate aanwezig. Aangemoedigd door de royaliteit en de ongebondenheid van een homoseksueel verkeer, worden deze mensen vaak tot homoseksuelen gemaakt, maar altijd van de vrouwelijke kunnen bij de mannen en van de z.g. mannelijke kunnen onder vrouwen. Dat is de rol die zij spelen in het verkeer. Hierbij hebben zij voordelen veroverd die praktisch zonder risico kunnen worden verworven. Deze voordelen prijs te geven kost zeer veel. Wij horen dan ook heel veel van jongelui die ouderen – die aan deze kwaal lijden – uitbuiten, alsof zij een soort van melkkoetje zouden zijn en vaak erger zijn dan de lichte dames die in ieder geval een vast bedrag van tevoren vaststellen.

In een maatschappij, waarin de jeugd zo langzamerhand de gewoonte krijgt om iets voor niets te eisen, is de verleiding daartoe bijzonder groot natuurlijk. Vooral wanneer een bromfiets erg belangrijk wordt voor het aanzien en een leren vest vaak meer betekent dan alle eergevoel. Het is maar een klein deel van de jeugd, maar het is zo. Degenen die nu in de ban van dit soort van seksueel verkeer eigenlijk gebonden raken, zullen dat later ook doen.

U vraagt waar de plaats van de homoseksueel is. Daarop kan ik helaas geen antwoord geven. De homoseksueel heeft volgens de maatschappelijke opvattingen, geen plaats. Dat is misschien de grote tragedie. Wanneer hij namelijk door bepaalde genetische ontwikkelingen tot homoseksualiteit gedreven wordt, dan staat hij in een voortdurende strijd met de maatschappij en wordt over het algemeen niet, of slechts zeer ten dele daar geaccepteerd en voelt zich genoopt, als een schuldig geheim, voortdurend zijn eigen lust en geaardheid te verbergen.  In andere gevallen toont hij zich juist opzichtig, maar staat daarmee a.h.w. buiten de maatschappij. Het is treurig, maar wij kunnen er niets aan doen. Een werkelijke plaats is er voor de homoseksueel in de maatschappij niet. Hij verovert zich wel vaak deze plaats, en wanneer hij dit doet, is dit altijd in de richting van de z.g. vrijere beroepen. Wij vinden onder de homoseksuelen zeer grote kunstenaars. Dan denk ik heus niet alleen aan Oscar Wilde. Ik denk hier aan kunstenaars, zelfs in Nederland, die op dezelfde wijze als homoseksuelen, misschien gehuwd voor de schijn, in Nederland, maar ook in vele andere landen een grote betekenis hebben, zowel voor de ernstige als voor de lichte muze. Deze mensen hebben namelijk, gezien de innerlijke spanningen waaronder zij verkeren en de orgastische neigingen die uit deze nood voortkomen, vaak een buitengewone capaciteit tot uitdrukken van waarden. Zij zijn goede schilders, maar nog betere reproducerende musici, vooral echter zeer vaak vindingrijke toneelspelers, tekstschrijvers, compositeurs en dichters. Hetzelfde geldt voor de vrouwen.

Het zal u te veel schokken om u de gehele geschiedenis der homoseksualiteit te vertellen. Het is zeer veel voorgekomen, zo dat, bv. in de jaren 1900 – 1910 zelfs hier in den Haag, huizen hebben bestaan, waarin men knapen kon verkrijgen, of jonge vrouwen. En wel speciaal voor degenen die hun eigen sekse liefhadden. Vandaag de dag bestaan er nog dergelijke gelegenheden in Nederland. Het is niet iets van gisteren. Het is zo oud als de mensheid zelf. Een verkeerd begrip van de betekenis van het homoseksuele heeft deze groep mensen buiten de maatschappij geplaatst en zij achtervolgt hen voortdurend. Dit buiten de maatschappij staan betekent dat zij zich tegen de maatschappij wenden en in vele gevallen dus niet in staat zijn op andere dan minder prettige wijze – ik zou haast zeggen orgastische wijze – te pogen om toch nog ergens een band te vinden en tot uiting te brengen.

Zo-even sprak ik over degenen die zich aangetrokken voelen tot de jongere mens. Vreemd genoeg komt dit niet alleen bij de ouderen voor. Het is niet de kwestie van de oude bok en het jonge blaadje. Het is in vele gevallen zo, dat iemand – een man – gaarne kinderen zou willen hebben. Vreemd, om een of andere reden schijnt hij niet bevredigend te zijn door een vrouw. Daardoor gaat hij zich langzaam maar zeker naar de kinderen wenden en waarin hij in de eerste plaats zijn vaderliefde uit, maar ook tevens de seksuele liefde daarop projecteert. Bij de vrouwen zien wij iets dergelijks. Er zijn bepaalde vrouwen die tot liefdesverhoudingen komen, zowel met mannen als met vrouwen, omdat in de eerste plaats hun moederinstinct geprikkeld is. Wij moeten begrijpen dat het psychologische afwijkingen zijn die verklaard kunnen worden, vaak uit het leven van de betrokkene. Kunnen deze dingen niet direct uit hun leven verklaard worden, dan kunnen wij meestal wel dergelijke tendensen nagaan in het voorgeslacht. Ik hel dus over tot de opinie dat de meeste oorzaken voor homoseksualiteit te zoeken zijn in het leven van de betrokkene zelf en eventueel dat van hun ouders.

Nu heb ik nog niet gesproken over de oorzaak-en-gevolg kwesties in verband met vorige levens. Toch is alles wat ik hier naar voor heb gebracht ook oorzaak en gevolg. Een oorzaak en gevolg, zover gaande, dat ik dezen in menig geval het slachtoffer zou willen noemen van een ongezond puriteinse mentaliteit in de maatschappij. Misschien denkt u dat ik de afwijking wil gaan verdedigen. Helemaal niet. Ik betreur ze en ik meen dat de mens geschapen is voor een heteroseksueel verkeer, niet voor het homoseksuele. Ik begrijp, dat, en in deze maatschappij, en in de psychische processen die de maatschappij doet ontstaan, soms de noodzaak wordt geschapen tot deze uitwijkmogelijkheid die in andere tijden als normaal werd geaccepteerd, die echter op het ogenblik “taboe” is en een stempel van uitgestoten-zijn drukt op een ieder die er maar van wordt verdacht. Treurig, niet omdat die mensen gelijk hebben met hun homoseksualiteit, maar omdat zij tot het slachtoffer worden gemaakt van een maatschappelijke opvatting, die ongezond is.

Nu kunnen wij vaak zeggen dat zo’n leven vaak ongelukkig is. Het brengt grote spanningen met zich mee. Dat moet zijn oorzaak hebben in een vroeger bestaan. Dat kan heel goed. Wanneer dit het geval is, zullen de afwijkingen in het vorig bestaan waarschijnlijk met het seksuele in het verband hebben gestaan. Het is meestal namelijk zo in oorzaak en gevolg, dat gelijk, gelijk baart, ofwel, dat er een directe relatie bestaat tussen oorzaak en gevolg. Iemand die in een vroegere tijd slavenhouder is geweest en daarbij een frustratie bij velen heeft veroorzaakt, zal nu op dit ogenblik dus de vrouwelijke eigenschappen in zich naar voren zien komen, ofwel de begeerte naar het mannelijk lichaam als man, of naar het vrouwelijk lichaam als vrouw. Ik meen dat bij een voldoende gezonde opvoeding, verder een gezond accepteren van een nu eenmaal niet te voorkomen afwijking binnen de maatschappij, de homoseksualiteit een zekere plaats kan krijgen en – wat vooral zeer belangrijk is – het door verleiding tot homoseksueel worden van jongere mensen, aanmerkelijk kan worden ingekrompen, ja, misschien zelfs voor het grootste deel voorkomen.

De problemen van de homoseksualiteit zijn niet alleen stoffelijk, maar ook geestelijk. Ik weet niet of ik u het duidelijk kan maken, ik wil het proberen. Stelt u voor dat een jongen en een meisje elkaar beminnen en dat zij niet mogen huwen. Zij kunnen alles doen wat zij willen, maar zij mogen niet huwen. Hen wordt het recht ontzegd voor de maatschappij hun verhouding te bezegelen. In de eerste plaats leidt dat tot het makkelijker afbreken van de verhouding, wanneer bepaalde spanningen optreden. Dus men heeft minder steun aan elkaar, minder zekerheid. In de tweede plaats zal een dergelijke verhouding bij beide partners ongetwijfeld, zowel voor hen als voor anderen, verleiding betekenen om de zaak uit te buiten. In de derde plaats: wanneer zij werkelijk van elkaar houden, zullen zij toch wel met elkaar leven, maar zij zullen ongelukkig zijn, omdat zij dit voor de maatschappij niet toe mogen geven. In dezelfde verhouding zijn twee vrouwen die elkaar beminnen, als man en vrouw. Twee mannen, die elkaar beminnen als man en vrouw. Dat wil zeggen, dat er psychische spanningen worden opgewekt van een betrekkelijke hoge grootorde. Er blijft – bewust of onbewust – een wrevel tegen de maatschappij bestaan, zelfs indien men leert zich aan te passen.

Ik kan mij voorstellen, dat iemand die onder de druk van de gangbare mening, van een bepaald geloof, deze neigingen heeft, ze in zichzelf onderdrukt. Laat ons het voorbeeld nemen van een mannelijke homoseksueel, die dus deze neigingen onderdrukt, misschien zelfs huwt, maar het eigenlijk niet over zijn hart kan verkrijgen om met zijn vrouw werkelijk te verkeren. Wat overblijft is hoofdzakelijk een beleefdheidscoïtus, maar verder komt men niet. Dan is in de eerste plaats de huwelijksverhouding ongezond. In de tweede plaats heeft die man voortdurend te maken met aanvechtingen, wanneer hij in contact komt met mannen die eventueel voor hem in aanmerking zouden kunnen komen. Het betekent dat hij alles gaat afbuigen. Hij gaat proberen dit op een andere manier af te reageren, maar elke keer loopt hij weer tegen een stootblok. Een absolute bevrediging is onmogelijk. In de Gevangenpoort hadden zij hier indertijd zo’n leuke kamer. Men kan die, geloof ik, nog bezichtigen. Het was een kerk(er) met tralies, recht tegenover de keuken. Degenen die er in zaten, konden zien wat er al aan heerlijks werd gekookt, alleen konden zij niet eten, want zij kregen niets, totdat zij doodhongerden. Een dergelijke instelling op seksueel gebied zou dus iemand kunnen ondergaan, die door zijn aanleg volledig homoseksueel is, of volledig lesbisch.

Zoiets leidt ofwel tot abnormaliteit, dan wel tot haat tegen de wereld. Deze dingen worden niet alleen uitgedrukt binnen de eigen bewustwording, of binnen de eigen geest, waar zij hun nut misschien nog kunnen hebben, maar zij worden ook uitgedrukt tegenover de omgeving. Het is typisch dat een groot gedeelte van degenen die sadisme in de wereld zouden uitleven, wanneer zij de mogelijkheid krijgen, op enigerlei wijze met die homoseksualiteit verbonden zijn. Ook wanneer zij ook eventuele heteroseksuele genoegens kunnen kennen, verwerpen zij de andere relatie niet en over het algemeen zijn zij daarmee ook verbonden. Dat is een verwrongenheid, die dus voor een groot gedeelte voortkomt uit de ongezonde houding die men aanneemt tegenover deze dingen.

De reden waarom de christelijke maatschappij er zo tegen is gekant, kan ik ook nog wel even opsommen. Wij vinden in het Oude Testament het bekende verhaal van Onan. Over het algemeen wordt het alleen betrokken op datgene wat heden ten dage onanie heet. Dat is eigenlijk fout, want deze vervloeking wordt uitgesproken, omdat “hij zaad verloren doet gaan”. Ongeacht op welke wijze. Dat geldt ook voor degene die op enigerlei wijze de injectie van zaad bv. niet juist doet plaatsvinden. Deze begrippen hebben langzaam maar zeker vat gekregen op een wereld die er geen behoefte aan heeft. Voor de woestijnstammen echter was een sterk nageslacht noodzakelijk. Een sterk nageslacht kon niet verkregen worden, wanneer de mannen en vrouwen onder elkaar onderlinge liefdesgenoegens kenden. Het kon ook niet verkregen worden, wanneer men kwam tot zelfbevrediging, of – zoals ook in de Bijbel wordt vermeld – met dieren verkeert. Het moest inderdaad de man-vrouw-verhouding zijn. Het was noodzakelijk voor het in stand houden van de stam in haar zeer moeilijke levenscondities. Op het ogenblik ligt de situatie al een beetje anders. Maar de wereld is steeds verder gegaan met te hameren op de huwelijksverhouding. En waar wij die huwelijksverhouding – vreemd genoeg – hoofdzakelijk zien in een haast orthodox-joodse zin: het kind is een zegen van God, je moet dankbaar zijn dat het komt. Je mag dus niet beletten dat er een kind ontstaat. Het is duidelijk dat deze haast ongezonde nadruk op het baren van kinderen als het enig doel van het huwelijk de natuurlijke eigenschappen van de mens onderdrukt heeft. De seksuele vrijheid van de mens is langzaam maar zeker teloor gegaan en wordt alleen getolereerd – althans officieel – als een middel tot het voortbrengen van het nageslacht. Alles wat daarbuiten geschiedt, heet zondig, is schuldig. De meesten denken er zo over.

Ik meen dat dit niet gezond is. In de mens leeft een dierlijk element. Wanneer dit dierlijk element niet tot zijn bevrediging kan komen, dan moeten wij stellen dat daar op een of andere manier een explosie op volgt. Een explosie zowel op psychisch, op geestelijk terrein, als op meer fysiek terrein. Verder wil ik erop wijzen, dat de zelfbevrediging niet alleen bij mensen voortkomt, maar ook bij dieren. Ook dieren kennen homoseksuele, of lesbische genoegens. U hebt misschien wel eens koeien met elkaar zien spelen in de weide. Dat is een soort van lesbische liefde. Er zijn geen stieren, dus bevredigt men zich onderling. Wanneer u twee rammen, konijnen bij elkaar sluit, dan zullen zij zich met elkaar bevredigen als er geen voedster in de buurt is. Dat is de normale drang tot de bevrediging. Het “doel” is een natuurlijk gevolg, meer niet. De maatschappij heeft echter het gevolg tot de enige zin gemaakt van het seksuele, wat ethisch en moreel misschien erg mooi is, maar dat praktisch niet te verwerkelijken is. Het resultaat is geweest dat men vele kasten van uitgestotenen heeft geschapen, ongezonde schuldcomplexen die alle in de bewustwordingscyclus ongetwijfeld een onaangename invloed zullen uitoefenen, zowel op de omgeving, als op de personen die er door getroffen worden.

  •  Welke levenshouding acht u aan te bevelen?

Beperk je zoveel mogelijk in je lusten. Probeer nimmer anderen te verleiden tot jouw wijze van denken, wanneer je het voorkomen kunt. Blijf zoveel mogelijk bij gelijkgestemden. Probeer de seksuele drang in jezelf om te zetten in een andere scheppingsdrang en op deze manier aan de mensen iets te geven, wat wel de moeite waard is. Schaam je er niet voor, wat je bent. Zie het in de eerste plaats niet als zondig, maar besef, dat de enige manier om te leven in de maatschappij is, te leven met die maatschappij en volgens de regels van die maatschappij. Tracht vooral te voorkomen, dat je mensen die onschuldig zijn op seksueel terrein, je eigen richting in dwingt. Op het ogenblik dat je dat doet, schep je voor jezelf namelijk een steeds groeiend schuldcomplex, dat uiteindelijk in een seksuele razernij en uitputting kan eindigen, dat je leven vergalt en verbittert en dat in je voortdurende nood doet ontstaan. Een nood, waaraan je moeilijk kunt ontkomen. Probeer scheppend te werken. Zie jezelf niet als minder dan een ander. Begrijp wel, dat je als homoseksueel geen specifieke taak hebt in de maatschappij, anders dan de taak van elke mens. Zorg voor een gelukkige, vredige en gezonde samenleving. Zorg in jezelf voor een doelbewust streven naar het welzijn van anderen.

  •  Hoe moet de maatschappij zich instellen?

Als de maatschappij reëel wil zijn, dat zij zich de homoseksueel niet stelt als een vijand. Wanneer de eigen neigingen, wat heel vaak voorkomt, door opvoeding, geloof e.d., het onmogelijk maken om dit te accepteren, laat die mens dan zijn eigen leven leiden en bemoei je er niet mee, tenzij je ziet dat hij – bewust of onbewust – schade toebrengt aan anderen. Waarschuw eerst die mens en neem daarna pas verdere maatregelen. Wat de rest van de maatschappij aangaat, degenen die het kunnen tolereren, probeer de homoseksuelen te accepteren als normale mensen en behandel ze als normale delen van hun eigen sekse. Dus neem niet de zich vrouwelijk voordoende man als vrouw, of de mannelijk voordoende vrouw als man. Neem ze als delen van hun eigen sekse, accepteer hun eventuele afwijkingen, maar schenk er niet de minste aandacht aan. Vermijd zoveel mogelijk op deze dingen terecht te komen en spreek er niet over. Dat is voor die ander, als voor jezelf het best.  Een uitzondering slechts moet ik hier aanbevelen, dat is: wanneer u merkt dat homoseksuelen, lesbische, trachten minderjarigen te verleiden tot hun eigen praktijken, dan bent u niet alleen verplicht de persoon zelf te waarschuwen, maar tevens – wanneer u dit kunt doen op een redelijke wijze – de bevoegde instanties te waarschuwen. Hoezeer wij ook medelijden kunnen hebben met deze mensen: het kan niet worden toegelaten dat zij het leven van anderen misschien grondig in de verkeerde richting leiden voor de eerstkomende jaren. Indien de maatschappij handelt op een dergelijke wijze ten opzichte van de homoseksueel en misschien zelfs zover wil gaan om de bestaande verhouding tussen volwassenen, die dit uit eigen vrije wil doen, te tolereren en te accepteren, dan geloof ik, dat de homoseksueel in de maatschappij gelukkiger zal kunnen zijn en dat daardoor de excessen van de homoseksualiteit minder zullen worden en dat het, juist doordat men accepteert, gemakkelijker zal worden jeugdigen te beschermen en te voorkomen dat ze als slachtoffer vallen van seksuele maniakken.

  •  Kan homoseksualiteit als oorzaak hebben de drankzucht bij de ouders?

Dat is wel mogelijk, maar het is lang niet altijd de enige oorzaak, maar het is er een uit vele mogelijkheden. Wanneer wij namelijk drankzucht van de ouders hebben, dan ontstaan vergiftigingsprocessen, waardoor de vrucht mee kan worden aangetast en dus een abnormale ontwikkeling van de vrucht het gevolg is. Dat kan zich natuurlijk ook met de klieren, die met de sekse samenwerken, mee in verband staan. Daardoor kunnen onjuiste afgaven van enzymen ontstaan, waarmee dus de gevoelens te vrouwelijk, of te mannelijk kunnen worden. Het is mogelijk, maar er zijn evenveel andere oorzaken aan te duiden. Het is niet als definitieve oorzaak aan te geven. Dit is over het algemeen niet de enige oorzaak.

  • In Griekenland waren jongelingen die vriendschappen hadden met ouderen. Ging  die vriendschap over in homoseksueel verkeer?

 Ja, dat was gebruikelijk.

  • Naderhand gingen die mensen ook huwen om voor het nageslacht te zorgen.  

Hier hebben wij te maken met een heel andere maatschappij dan de huidige. Het is namelijk vooral in Athene dat zich dit geval afspeelt en wel in de enige werkelijke democratie die wij hier in het westen gekend hebben, de enige werkelijke volksregering. Het staatje was klein. Daarin was ook de persoonlijke vrijheid voor de vrijen veel groter. U moet niet vergeten dat praktisch bij alle kinderen – nu komen wij even bij kinderpsychologie terecht – perioden voorkomen van een grotere voorkeur voor kinderen van hun eigen geslacht. Het zal natuurlijk heel moeilijk zijn om er achter te komen, à la Mc  Kinsey, hoeveel van die gevallen naar voren komen, maar ik denk dat er heel veel gevallen te noemen zullen zijn van jongetjes van 12 – 15 jaar, die met hun vriendjes seksuele grapjes uithalen, en voor meisjes bestaat er ongeveer hetzelfde. Er is dus een periode altijd in het normale geweest, waarin de homoseksuele tendens zeer sterk was. Omdat men in Griekenland dit normaal accepteerde en het seksueel verkeer zelf niet met enig odium verbonden was, was een uitleven daar mogelijk. Daar was seksualiteit iets normaals. Men aanvaardde het rustig dat de courtisanes van die tijd, hetearen enz. door de straten gingen. Er werden feestgelagen gehouden, waarbij niemand zich schaamde voor een eventuele bevrediging, ook in het openbaar.

Het is zeker een latere tijd geweest, die dit alles later ging verstikken achter de beddengordijnen en daarna langzaam maar zeker maakte tot een spelletje, dat alleen privé gespeeld mag worden.

De ouderen kenden aan de seksualiteit namelijk een heel andere betekenis toe en vaak een Goddelijke functie. Wij zien dan ook bijvoorbeeld in vele oude tempels bepaalde tempelmaagden die aan de God zijn gewijd, maar daarnaast anderen die ter wille van de Godheid geslachtsverkeer plegen met alle mensen die daartoe het begeren kenbaar maakten. Dat ziet er natuurlijk vanuit het huidig standpunt uit of dit dames zijn die in de moderne tijd onder het tippelverbod zouden vallen. In die tijd was het seksuele iets heel anders. U had het over de Griekse gebruiken. Mag ik u erop wijzen dat er in Griekenland en ook nog in Rome altijd weer bepaalde perioden waren, waarin het vrouwen zelfs een plicht werd gemaakt gedurende deze dagen, ter ere van de God of Godin, seksueel verkeer met anderen dan hun echtgenoot te plegen? Hier is een totaal andere mentaliteit aan het woord. Daardoor kon deze homoseksualiteit zo bekend zijn, dat men er zelfs in Athene over sprak bloemen te gaan plukken op de Achora. Dat betekende dus, dat men een van deze jongelui ging zoeken, en dat dit, door zijn normaliteit, niet geestelijk misvormend werkte. U moet niet vergeten dat de misvorming niet in de eerste plaats ligt in het ietwat anders seksueel gebruik, maar in het geestelijk proces wat ermee samenhangt. Wanneer je als jonge man een vrouwelijke rol kunt spelen t.o.v. een oudere en toch daarbij weet dat je niet als mindere, of abnormaal, wordt aangezien door de meisjes, dan richt je je aandacht net zo goed op de meisjes. Dan ben je eigenlijk deutero-seksueel. Beide seksen zijn voor je even interessant. Dit is een tendens die praktisch in elke mens ligt, maar niet in elke mens evenzeer ontwikkeld wordt.

Wat in die tijd kon, kan in deze tijd echter niet. Vroeger was het seksuele meestal een uitdrukking van vriendschap, van gastvrijheid zelfs. Er zijn stammen geweest die om hun reinheid zeer bekend waren en die toch een geëerde gast de bijslaap aanboden van hetzij de vrouw des huizes, of de oudste en mooiste dochter des huizes. Dat was normaal, dat was beleefdheid. In Indië heeft dat nog zeer lang bestaan. Ik geloof dat daar die gebruiken zo’n beetje gingen sterven in 1890 – 1900 en dus wat meer onderdrukt werden. Deze andere mentaliteit maakt eigenlijk voor mij hier het meest belangrijke uit.

Wij hebben het hier over het probleem van de homoseksuelen. Maar wat is het ergere hiervan? Het psychisch beschadigen, het ontstaan van een psychisch trauma, het ontstaan van een wereldhaat, van achtervolgingswaan, van een overdreven noodzaak tot uiting, die eigenlijk voortkomt uit een angst voor eigen onvermogen, of een gevoel van eigen minderwaardigheid. De nadruk, die op het seksuele gelegd wordt in de moderne tijd, is op zichzelf ongezond. Hoe minder men hierop de nadruk legt en hoe meer het als een normaal deel van het leven wordt beschouwd, hoe eenvoudiger zich het seksuele voltrekt en hoe minder afwijkingen daarin op kunnen treden en hoe minder mensen dus door bepaalde innerlijke lichamelijke, of geestelijke, misvormingen het slachtoffer daarvan zullen worden.

  •  In een van de Tien Geboden staat: “gij zult niet begeren….”

Dat is inderdaad een heel mooie gebod. Maar de mens doet niets dan begeren. Wij kunnen ons wel bezig houden met de Geboden, maar dan moet ik alweer ketters gaan worden. Dan moet ik gaan zeggen: deze geboden zijn niet direct door God gegeven geboden. Zij zijn geboden die noodzakelijk waren om uit een zeer heterogene massa van overgebleven stammen, woestijnstammetjes, joodse slaven e.d. één volk te smeden. Wanneer wij de geschiedenis nagaan, dan vinden wij, dat de Tien Geboden worden weerspiegeld in veel vroege regeringen. Wij vinden ze onder andere, hoewel veel meer uitgebreid, in de wetgeving van Hammurabi, wij kunnen ze daarvoor ook vinden bij bepaalde vorsten. Het is dus niet iets wat voor de eerste maal op de wereld kwam, het is een normale gedragsregel die men nodig heeft om een volk in een beslotenheid gezond te houden.

Het is precies hetzelfde, als de godsdienstige geboden, die elders weer bestaan, bv. waarbij het verboden is in de stam te huwen, waarbij dus kleinere stammen proberen inteelt te voorkomen. Als je het op die manier gaat zien, dan kun je zeggen, dat die Tien Geboden machtig en goed zijn, en als je je er werkelijk aan houdt, dan leef je werkelijk als goed mens. Maar het is praktisch onmogelijk al deze geboden naar de letter te volbrengen. Ik geloof dan ook dat met “begeren” wordt bedoeld: een onrechtmatig begeren. Dat wordt dan ook uitgedrukt, wanneer wordt gezegd: “Gij zult niets begeren van hetgeen een ander toebehoort, noch zijn goederen, noch zijne kudden, noch zijne huisvrouw.” Respect voor eigendom dus. Gij zult niet begeren betekent dus, gij zult niet onrechtmatig begeren. Onrechtmatig begeren is m.i. ageren tegen de tendensen die God Zelf geschapen heeft in de wereld. Op het ogenblik, dat je gaat proberen de Tien Geboden te gebruiken om de mens aan het dierlijke te ontworstelen, zonder daarbij de praktijk van het dierlijk “zijn” te erkennen, dan ben ik bang dat je van die Tien Geboden maakt, wat men er helaas vaak van heeft gemaakt: een benauwend keurslijf, waarachter de zonde zich verbergt, een masker voor schuldgevoelens en onbewustzijn. Breng liever een paar geboden minder in de praktijk, maar doe het dan helemaal.

  • Het mannelijke en vrouwelijke komen in elke mens voor. In de perfecte mens  zouden beiden geheel aanwezig zijn. Het heteroseksuele is dan maar onvolmaakt.

Maar dit berust op een heel andere basis. Het gaat terug naar de legende van de Rode Adam en de van daaruit bestaande mogelijkheid tot de geboorte van de perfecte hermafrodiet. Dat is degene die in zichzelf alle kwaliteiten, mannelijk en vrouwelijk, beheerst en bezit, en, zoals dat heet, uit zichzelf baart. In de esoterie, die ermee samenhangt, vindt men namelijk het schepsel, door God geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Beeld en gelijkenis betekent: zelfscheppen zonder andere middelen. Dit zelfscheppende zou zich ook moeten uitdrukken in het vermogen zichzelf te scheppen, dus zijn eigen beeld en gelijkenis. Het is hierdoor, dat men is gekomen tot de voorstelling van de hermafrodiet, die dus uit zichzelf zijn eigen evenbeeld baart, die niet verdeeld is in een tweeledigheid van sekse, maar waarbij het mannelijke en het vrouwelijke elkaar perfect aanvullen, zodat een al-begrijpen, een al-weten, een al-voelen kan bestaan. Wij weten dat de vrouwelijke denkwijze, reactie en gevoelswereld een andere is dan die van de man. Wij kunnen begrijpen dat wanneer die beide werelden elkaar aanvoelen, het juiste vermogen is geschapen om de schepping als het ware te doorvoelen. Dit heeft echter met de seksuele uiting niets te maken. Wanneer men het dus terug wil brengen tot dierlijke factoren, dan maakt men een fout. Het menselijke geslacht zal, wanneer het het mannelijke en het vrouwelijke in zich beheerst, niet meer behoefte hebben aan de stoffelijke uitdrukkingsvorm en dus niet meer stoffelijk leven.

  • U hebt het m.i. te veel bekeken van de kant der homoseksuelen. Maar de maatschappij die er tegenover staat, gaat die niet een soort mode volgen? Zoals het vroeger een grote mode is geweest in Duitsland, zoals het in de voorname kringen veel is voorgekomen. Het was een teken van voornaamheid.  Zullen dan niet vele mensen geneigd zijn dat te volgen?  

Ik kan begrijpen waarom u het stelt. Ik wil het nu eens anders stellen. Is in een dergelijke overbevolkte gemeenschap belangrijk dat er kinderen komen? Ik geloof dat het zelfs belangrijk is, dat dit geremd wordt. Dit argument, wat vroeger gold bv. in de joodse stamgemeenschap: “er moeten kinderen komen”, is hier op zijn minst genomen een beetje uit de tijd. U zegt, het wordt een mode. In de hogere kringen was het mode. Ja, dat wordt mode, wanneer alleen de hogere kringen zich dat kunnen permitteren. Wanneer het een zonde is, die tegen enig geld, of door invloed en stand op een schotvrije manier begaan kan worden. Dan is het een sensatie voor verweekte zenuwstelsels. Maar de maatschappij zelf hoeft zich werkelijk niet te verweren tegen iets, wat niet exclusief is, want dat is dan al heel gauw geen mode meer. Kijkt u maar eens rond. Als twee dames elkaar tegenkomen met dezelfde hoed op, dan heb je kans, wanneer zij weinig geld hebben, dat zij zelf gaan zitten prutsen om er wat anders van te maken, en dat het anders in de vuilnisbak, of naar de dienstmeid verdwijnt.

Ik heb niet gepleit voor de vrijheid der homoseksuelen. Ik heb alleen voor hun bestaansrecht gepleit in die zin, dat het voor de maatschappij wreed is en zinneloos deze mensen, meer dan noodzakelijk, te vervolgen, zodat men zich maatschappelijk ertoe heeft te beperken m.i. te voorkomen, dat door hen grote schade wordt aangericht. Wat mijn antwoord op uw vraag betreft, over hoe men zich uit de maatschappij daar tegenover heeft te gedragen, licht dit m.i. voldoende toe. Wanneer u zegt dat ik uit het standpunt der homoseksuelen spreek, dan hebt u ongelijk. Ik spreek niet vanuit het standpunt van de maatschappij en niet vanuit de homoseksuelen. Ik spreek – en dat kan ik vanuit mijn standpunt waarschijnlijk makkelijker doen dan u – vanuit het standpunt van de mens, van de geest. Niet met een goedkeuren, niet met een verheerlijken, maar met een nuchter constateren van feiten. Ik constateer het feit dat de maatschappij juist door haar ongezonde reacties, het gevaar van de homoseksualiteit verscherpt. Dat zij de verbittering in de homoseksualiteit groter maakt en deze aldus een gevaar maakt in de maatschappij.

Ik stelde verder – en dat is zeker niet vanuit het standpunt van een homoseksueel geredeneerd – dat de maatschappij met enige tolerantie, een beter inzicht in de ware verhoudingen krijgt, dan wanneer zij de zaak wegdrukt. Ik mag misschien een vergelijkend voorbeeld geven: Laten wij eens twee steden nemen. De ene stad schept een zekere faciliteit voor de dames van de demi-monde en erger. Er zijn bepaalde wijken, waarin zij hun beroep straffeloos en zelfs met bescherming, uit kunnen oefenen. In een dergelijke stad zal bv. het gevaar van heren die van deze dames leven, veel kleiner zijn. De dames hebben namelijk een redelijke politiebescherming. Het gevaar voor geslachtsziekten zal minder groot zijn, omdat men juist nu dus controles regelmatig kan doorvoeren. Nu gaan wij het anders stellen. Wij gaan nu deze dingen niet openbaar toelaten. Wij gaan daarentegen zoveel mogelijk proberen die dames te verdrijven. Dan komen wij, of tot het Hollands systeem, waarbij oogluikend in bepaalde buurten prostitutie wordt toegelaten, maar waarbij de controle op deze dames en hun activiteiten uit de aard der zaak kleiner wordt en vooral de mogelijkheid tot het verijdelen van uitbuiting door ongezonde figuren van de andere sekse, zeker kleiner is, terwijl de regelmatige doorvoering van controles zeer bemoeilijkt wordt. Vooral omdat er nu geen voordelen staan tegenover deze openlijkheid, en zeer velen eerder als amateurs een dergelijk beroep zullen uitoefenen, dan als professional, met het gevolg dat de volksgezondheid daar een aanmerkelijke bedreiging van ondergaat. Als wij een land krijgen waar het helemaal wordt onderdrukt, weet u dan wat wij daar krijgen? Ik denk hier aan bepaalde staten in de U.S.A., dan wordt de prostitutie toch bedreven, maar wordt nu een middel om voor gewetenlozen, degenen die van die instelling gebruik maken, zowel als de dames die zich daaraan wijden, af te persen, zodat steeds ongezondere toestanden ontstaan.

Nu is de vraag: wat is voor de maatschappij aanvaardbaar? Dan kunt u gaan zeggen, dat wij geen prostitutie kunnen toestaan. Wij kunnen het niet toestaan, maar zij is er. Zij is een gevolg van uw eigen structuur, van uw eigen denken. Hoe meer u haar verloochent, hoe groter zij in feite een probleem wordt. Alleen de problemen die je in het oog ziet, kun je oplossen. Dat kunnen wij nu toch niet toegeven? Wij doen net alsof wij er niets van weten. Wij houden er een goed oogje op….. Zeker, de maatschappij vindt dat heel erg prettig, maar daardoor beneemt u zich de mogelijkheid van een werkelijke goede controle en het in de hand houden van het probleem. Het resultaat is, dat zeer velen zich aan de dan niet meer redelijke geachte maatregelen onttrekken en daardoor te maken heeft met een dubbel probleem, namelijk met een open en een verborgen prostitutie, waarbij de verborgen prostitutie de gevaarlijkste wordt. Ziet u, wat hieraan verbonden is?   Laten wij dat gaan omzetten op de homoseksualiteit. Verbied ze absoluut. Zet er grote straffen op. Halsstraffen, wat mij betreft. Denkt u dat u die hartstochten werkelijk kunt onderdrukken? Neen, alleen zullen degenen die dan deze fouten begaan, geneigd zijn om maatregelen te nemen om de slachtoffers die ze gemaakt hebben, de mogelijkheid tot spreken te ontnemen. Het feit dat men zich juist tegen deze wijze van seksualiteit zo sterk verzet, is in bepaalde perioden aanleiding geweest tot kindermoord. Regelmatig moord dus op de slachtoffers van deze lusten.

U kunt net doen alsof het niet bestaat. Als u dat doet, dan zullen er velen zijn die met hun homoseksualiteit doorgaan de jeugd te bederven, omdat die het makkelijkst te benaderen is. Hoe vindt u dat dan? Accepteer ze openlijk. Wanneer u dat doet, dan zullen de meesten van hen gaarne bereid zijn om allerhande beperkingen te aanvaarden, mits zij in die maatschappij kunnen bestaan. Zij verlangen net zo goed als u naar de maatschappelijke verhoudingen. Dan krijgt u vanzelf een beter inzicht in het probleem. Dan durf ik mijn hand ervoor in het vuur te steken, dat in een dergelijk geval de homoseksuelen zelf vele excessen zullen trachten te beperken bij de onverantwoordelijken onder hen, om te voorkomen dat zij weer uit de maatschappij gegooid worden.

Wij menen dat de seksuele verhoudingen in deze wereld onjuist gesteld zijn. Dat de wetten en regels die daarmee samenhangen, niet gelukkig gekozen zijn. Wij menen dat heel veel van de maatschappelijke problemen indirect tot deze onjuiste regelingen zijn terug te voeren. Ik spreek dus niet vóór de maatschappij, of tegen de maatschappij, voor een homoseksueel, of tegen een homoseksueel. Ik spreek hier de mening uit, die velen van ons aan onze kant hebben omtrent de noodzaak voor de mens zijn aandacht eindelijk eens te verplaatsen van de seksualiteit naar belangrijker dingen.

  • De mensen waarmee ik in kennis ben gekomen en die homoseksueel zijn, hebben zoveel prettige eigenschappen. Behulpzaam tegenover anderen.  

Een van de meest ellendige dingen van de mensen is dat, wanneer zij iets horen over seksualiteit, onmiddellijk geneigd zijn te zeggen: “Bah, wat vies!” Dan vergeten zij, dat er andere beschavingen en volkeren zijn geweest, die daar werkelijk hele rituele verhandelingen aan gewijd hebben, die daarover hele boeken hebben geschreven en heus boeken, volgens de norm van die maatschappij, moreel zeer hoogstaand, die zich bezig hielden met bevredigings- technieken en alles wat daarbij kwam. Alleen, omdat op deze wijze, met een vaste, normale plaats van het seksuele in het leven, een aanvaarde plaats die niet overbelangrijk is, maar een deel van het normale bestaan, het mogelijk is verder te komen met geestelijk werk. Als je nadruk legt op de dingen, dan heb je de psychologische mogelijkheid al geschapen tot misbruik. Op het ogenblik dat je jongetjes en meisjes samen in het zwembad ziet en je zegt: “Bah, wat zondig”, dan gaan zij elkaar bekijken en denken: “Hoe zou dat komen?” Dan zien zij misschien een mogelijkheid om het zondig te maken. Op het ogenblik dat je de dingen natuurlijk ziet en benoemt, dan is het gevaar zo groot niet. Dan zal er misschien wel eens iets gebeuren, wat beter niet gebeuren zou, maar aan de andere kant zal het dan zeker niet een kwestie worden van: “nu gaan wij eens even lekker ondeugend zijn”. Dat ondeugend zijn heeft de moderne jeugd zo hier en daar de kop al gekost. De moderne jeugd, waarin ook de homoseksualiteit en het te vroeg komen van het seksueel verkeer een ziekelijke mate bereikt in sommige kringen, omdat de maatschappij daar zo op hamert en dus een volkomen verkeerde psychische ondergrond geeft voor kinderen die in het leven staan en niet weten wat zij doen moeten.  Het gaat niet alleen om de homoseksueel, dat is maar één kant van het probleem. Het probleem is, dat de mensen, met al hun goed willen, in feite vaak de zaak verknoeien, omdat zij hun eigen benepen en vaak dorpse maatstaf voor een hele wereld, of een universum willen zien gelden.

  •  Komt dit probleem over de hele wereld voor?

Homoseksualiteit bestaat zolang als er mensen bestaan hebben.

  •  Als wij terug zouden gaan tot de naaktcultuur, zoals Adam en Eva leefden,  zou er geen prikkel ook meer zijn.

Naaktcultuur is weer iets anders. Het scheppen van een ongewone preutsheid en zedigheid is hier natuurlijk uit den boze. Als u hier een heel jaar als Adam en Eva zou willen leven, dan ben ik bang, dat u met een reeks van longontstekingen, verkoudheden, heel gauw ergens terecht zult komen, waar u helemaal geen kleren nodig hebt. Mag ik misschien nog even een grapje debiteren? Een Ier beklaagt zich over zijn zoon. Hij zegt: “Die jongen is zo lui, zo ontzettend lui, dat ik heb gezegd, nu moet je een baantje gaan zoeken. Wat denk je dat hij begonnen is? Nu heeft hij een modezaak in een nudistenkamp”.

  • Wij moeten de geesten toch weer een nieuw voertuig geven. Maar u zegt, dat  wij het kinderaantal zoveel mogelijk moeten zien te beperken.  

Mijn waarde vriend, ik heb noch gezegd, dat u zich moet beperken, noch wat anders. Ik heb alleen gezegd, gezien de huidige toestand van de wereld, een beetje beperking wel prettig zou zijn. U zegt, dat wij voor die geesten huizen moeten scheppen. Maar als u te veel huizen gaat bouwen, dan wordt de buurt slecht, want dan trekt er ook tuig naar toe. Zo is het met de mensheid precies zo. Zorg dat er, wanneer er een voertuig gemaakt wordt, dit gemaakt wordt uit de absolute eenheid van mensen, met een perfecte vreugde eraan, dat dit voertuig op de wereld komt, omdat het begeerd wordt, omdat het verlangd wordt, dat het verlangd is, dan heb je de kans dat daar een goede geest in komt en dat daar een goed mens uit groeit. Maar fok nu maar eens 17 kinderen voor de kinderbijslag, of omdat je er niets aan mag doen voor meneer pastoor, terwijl je zegt: “God, wat moeten wij er eigenlijk mee beginnen?” Gaat u ergens naar binnen, waar ze zeggen: “daar heb je hem weer, ik wou dat hij weg bleef….” Dat doet u ook niet, als het niet noodzakelijk is, als u niet heel erg omhoog zit. Zo gaat het met de geesten precies hetzelfde.