Wat ben ik?

‘Filosofische esoterie’

Inleiding

Als wij spreken over filosofische esoterie, dan is dat niet zonder enige betekenis. Een filosoof is iemand die uitgaat van feiten en op grond van deze feiten een verklaring construeert of een aantal veronderstellingen.

Esoterie is eigenlijk de kunde van het naar binnen kijken. Als zodanig is het geheel van onze veronderstellingen in deze cursus in de eerste plaats gericht op de innerlijke mens. Er komt echter meer bij kijken want de mens is verbonden met het gehele Al. Door deze verbondenheid is er een voortdurende wisselwerking tussen de gebeurtenissen buiten hem en de ontwikkelingen in zijn persoonlijkheid. Er ontstaat daarnaast een voortdurende beïnvloeding van de natuur door de mens en omgekeerd wordt ook de mens door de natuur beïnvloed.

Dit alles zou misschien niet zo belangrijk zijn, als niet elke mens zijn innerlijke waarden en gevoelens toch voor een groot gedeelte weer moet uitdrukken in de beelden en begrippen die behoren tot de wereld die hij op dat ogenblik de zijne acht. Juist daarom moeten wij het innerlijk benaderen vanuit de werkelijkheid. En juist daarom ook zullen wij onze veronderstellingen, gebaseerd op uiterlijke feiten, moeten uitbreiden tot een verklaring voor de processen die zich in de mens afspelen.

In deze inleiding heb ik allereerst geprobeerd u de titel en de indeling van de cursus verder te verklaren. Maar wij hebben ook nog te maken met een paar grondstellingen. Deze kunnen wij in de indeling het best even afdoen, dan weet u waar u aan toe bent.

In de eerste plaats: alles bestaat uit één en dezelfde kracht (deze stelling zal u bekend zijn) ofwel: alles is in God en bestaat uit God.

In de tweede plaats: de werkelijke krachten die er in ons diepste innerlijk zijn, zullen – omdat ze identiek zijn, dus volkomen gelijk zijn aan de krachten die in alle natuurverschijnselen en in alle zijnstoestanden voorkomen – altijd een respons geven op al datgene wat er in die kracht gebeurt.

In de derde plaats: verschijnselen zijn niets anders dan een manifestatie van de innerlijke processen zoals ze zich in de mens en in al het andere afspelen. Hierdoor kan de mens met enig begrip voor de wereld buiten hem, enig begrip ook voor de beperktheid van zijn verklaring als hij het innerlijk benadert, zich een beeld verwerven van zijn werkelijke mogelijkheden, zijn werkelijke toestand en vooral ook van het grote verschil tussen de werkelijkheid en de door de mens zo vaak gekoesterde utopische dromen.

Hiermee gaan wij over tot de eerste les van onze reeks lezingen.

uit de cursus ‘Filosofische esoterie’ (hoofdstuk 1 ) – oktober 1982

Wat ben ik?

Het ‘ik’ is een constructie die bestaat uit vele verschillende mogelijkheden tot waarnemingen en bewustzijn welke, tezamen als geest aangeduid, tijdelijk zich manifesteren voor de mens door het lichaam. Het ‘ik’ omvat dus eigenlijk vele mogelijkheden en werelden die niet onmiddellijk tot uiting kunnen komen in de wereld waarin u vandaag leeft. Hierdoor bouwt u grenzen in u op. Die grenzen zijn niet alleen maar de bekende van wat goed is en wat kwaad is, wat hoort en wat niet hoort; het zijn wel degelijk ook grenzen van voorstellingsvermogen. Er zijn dingen die men zich gewoon niet kan voorstellen. Dat impliceert dus dat het ‘ik’, zolang het op aarde is, gebonden is aan menselijke en aan de mens ontleende waarderingen, beelden en theorieën.

Als ik nu ga kijken naar de kern van het ‘ik’, dan is het heel eenvoudig. Wij zeggen gewoon: de kern is gelijk aan alle oerenergie, waar zij ook bestaat, en maakt daarvan eigenlijk ook deel uit. Maar die energie heeft een bewustzijn gevormd. Het is juist dat bewustzijn wat de structuur ‘ego’ bepaalt. Dan kunnen wij het misschien als volgt formuleren: al datgene wat ik aan ervaring ken, bepaalt mijn mogelijkheid tot waarnemen, tot erkennen en tot definiëren. Het zijn deze waarden die in mijn bewustwording de meest wezenlijke rol spelen. Hier worden we geconfronteerd met het ‘ik’, niet meer als een aantal uitzonderlijkheden waardoor wij bestaan. Het is eerder een complex van gebeurtenissen, een complex van ervaringen – waarvan een groot gedeelte zeker niet door onszelf is bepaald – welke tezamen uitmaken wat we zijn, wat we kunnen, wat wij doen. Dan kan ik de vraag ‘wat ben ik?’ alleen maar beantwoorden door te stellen: ik ben deel van een geheel dat mij heeft gevormd tot wat ik ben.

Nu zult u heel vaak dingen hebben gehoord, ook bij ons, die een beetje vreemd lijken. Bijvoorbeeld: er is een ramp gebeurd in de natuur. Een natuurlijke oorzaak dus. Maar de mensen hebben die mee veroorzaakt door hun mentaliteit. Dat klinkt absoluut onaanvaardbaar. Maar als wij het ‘ik’ nu gaan zien als iets wat de werkelijke kracht (de oerkracht) op een bepaalde wijze binnen een bepaald aantal dimensies en verhoudingen manipuleert, dan ligt de zaak iets anders. Ach, als een mens een bepaald denkbeeld koestert, dan zal dat zo gauw niet uitkomen. Kleine dingen kun je misschien op die manier tot stand brengen maar meer ook niet. Als echter tienduizend mensen bang zijn voor iets, dan scheppen zij een beeld daarvan. Dat beeld wordt geschapen in de gedachtewereld. Die gedachtewereld is een vluchtige vorm van diezelfde oerenergie. Dit wil zeggen dat het beeld a.h.w. wordt opgedrongen aan alle vormen van energie die zich binnen die dimensies manifesteren. Dan volgt hieruit dat, wanneer een groot aantal mensen bang zijn – dat kan zijn voor pokken of voor de atoombom – die angst wordt uitgestraald als een onevenwichtigheid want de aarde zelf kan niet bang zijn voor pokken of voor de atoombom. Dat zijn beelden, die zeggen de structuur van een wereld zeer weinig. De angst betekent echter tegenstelling, gespletenheid, verbroken evenwicht.

Is het dan een wonder dat opeens de normale verhouding tussen wind en getijden en aarde worden verbroken? Dat er opeens spanningen ontstaan op breuklijnen waardoor aardbevingen ontstaan of dat vulkanisme plotseling voorkomt op plaatsen waar je ze eigenlijk niet had ver­wacht. Het klinkt vreemd, maar is een dergelijke relatie niet denkbaar? Dan moeten we nog een stap verder gaan. Als je zelf positief bent ingesteld, dan kun je jezelf in positieve zin beïnvloeden. Dat is duidelijk. Maar kun je dat ook anders doen? Dan krijg je te maken met een situatie waarin persoon tegen persoon kan zeggen: wij zijn twee krachten en we staan misschien wel diametraal tegenover elkaar maar wij kunnen elkaar niet beïnvloeden. Als u dat wilt bekijken, is dat heel eenvoudig. Als u twee potloden heeft, dan zet u ze met de punten tegen elkaar en drukt ze stevig aan. U kunt kracht uitoefenen zoveel u wilt, zolang de potloden recht op elkaar staan heffen ze elkaar niet op; alles blijft zoals het is. Vraagt u dan een vriend om, al is het maar met een strootje of een veertje, een heel klein tikje te geven op het punt waar de potlo­den elkaar raken. Wat zult u zien? Uw handen vliegen naar elkaar toe, de potloden vliegen weg en wel in een richting die wordt bepaald door de druk plus de hoek waaronder de verstoring plaatsvond. Het klinkt technisch maar u kunt het thuis proberen, dan wordt het vanzelf duide­lijk.

Stel u nu eens voor, een mens is innerlijk bewust genoeg om positi­viteit te zien als noodzaak. Die mens stelt zich voortdurend positief op tegenover elke mens en zeker ook tegenover iemand waarmee hij veel te maken heeft. De ander is echter op dat ogenblik negatief ingesteld. Zolang die twee nu ongeveer even sterk zijn, gebeurt er in feite niets; er verandert niets. Je kunt nog zo sterk positief denken, daarmee zul je alleen maar de pressie van het negatieve vergroten. Pas op het ogen­blik dat het evenwicht, hoe dan ook, wordt verstoord, ontstaat er een verandering. Die verandering ligt echter niet in de richting van onze bedoeling. De kans is heel groot dat die ongeveer een hoek van 90 graden met die bedoeling vormt. Er gebeurt dan iets wat wij met ons positief streven niet hebben bedoeld en wij hebben het gevoel dat we gefaald hebben. Is dat waar? Neen. Want wij hebben wel degelijk een schaakmat‑positie doorbroken.

 Zeker, bij ons is er iets veranderd, maar ook bij de ander. Ook de ander wijkt ineens van de norm af. Daardoor wordt zijn negativisme evenzeer veranderd en beïnvloed als uw positivisme met uw instelling. U zult dan weer moeten zoeken naar een evenwicht. Dat evenwicht zal dan waarschijnlijk een grotere gelijkmatigheid kennen.

Ik werk dit zo uitvoerig uit in de hoop u duidelijk te maken dat het bekende verhaaltje: ‘als je nu maar positief denkt, wordt iedereen positief’, niet zonder meer waar is. Stel nu dat er tien mensen positief denken en dat er één mens is die negatief denkt. Dan wordt het negativisme door het positivisme overvleugeld; met andere woorden, het wordt tot zijn essentie herleid. En dan gebeurt er iets typisch wat in het innerlijk van de mens bijna onverklaarbaar is. Op het ogenblik namelijk dat een probleem of vraag­stuk diepinnerlijk (dus onder de gevoels‑ en gedachtewaarde) door­dringt tot het ware ‘ik’ en als dat daar gecomprimeerd komt, dan moet het verwerkt worden. Het wordt om­gezet in een symbool. Dit symbool echter heeft niet meer het actie-element. Je zit nog wel met het negativisme in jezelf maar het is nu meer een begrip geworden dan een drang, een neiging of een lust bij som­migen. Hierdoor kan de gedragsfactor veranderen.

Nu heb ik aangenomen dat bij twee mensen de invloed even sterk is maar dat is natuurlijk ook niet altijd waar. Er zijn mensen die in hun negatief denken en beleven dermate verbeten en sterk zijn dat je, als je alleen maar denkt: ik moet nu toch positief zijn, wel van heel goede huize moet zijn om dat een tijd vol te houden. Dan ben je gemakkelijk te overrompelen en krijg je dus zelf negatieve ervaringen. Dit houdt in dat positief streven in jezelf altijd belangrijk is. Maar het houdt tevens in dat dit positivisme niet gebaseerd mag zijn op een enkel verlangen of op een enkel denkbeeld.

Er zijn mensen die zeggen: God is goed en wat God wil, is goed. Wat God heeft gedaan, is wel gedaan. En als je dan zegt: wat denk je dan van concentratiekampen? Dan zeggen ze: als dat Gods wil is …..God is raadselachtig, wij begrijpen hem niet. Maar dan moet het ook zinvol zijn, het moet goed zijn. Tot op een dag hun eigen kind wordt overreden en de persoonlijke ervaring komt in de plaats van het beeld op een afstand. En dan is er geen God meer. God is een duivel die moet worden aangeklaagd.

Als je op die manier werkt, dan is er geen sprake van een diep innerlijk geloof, van een diep innerlijk weten. Dan is er geen sprake van iets anders dan een soort schil, een vernisje dat je over de persoonlijkheid gooit en waaraan je je gemakkelijk blijft conformeren tot het ogenblik dat iets doordringt, ook beneden de redelijkheid en beneden de algemene gevoelens zoals je die in uw wereld nu eenmaal meent te moeten waarderen. Op dat ogenblik komt je ware ‘ik’ naar buiten. Dat houdt in dat heel veel mensen, die schijnbaar positief zijn, dit alleen maar zijn door de omstandigheden die in de mensheid zijn ontstaan. Zij hebben een bepaalde moraal.

Wat is moraal eigenlijk anders dan een bepaalde levenshouding, gebaseerd op een aantal aangenomen waarderingen. Het is dus erg belangrijk dat je bij jezelf heel goed moet nagaan wat je eigenlijk werkelijk bent. Er zijn mensen die zeggen dat iemand die zegt dat dit leven niet meer hoeft voor hem, dat die altijd een zwakkeling is geweest. Hij denkt negatief. Dat is helemaal niet waar; het omgekeerde is meestal het geval. Heel vaak is het juist de behoefte om het innerlijk positief-zijn in de wereld buiten u gemanifesteerd te zien waardoor je je afsluit voor een wereld die in jouw ogen of in jouw beleven te negatief is. Je vlucht niet weg voor een probleem maar je weet niet meer hoe je jezelf kunt zijn en blijven onder de pressie die op je wordt uitgeoefend.

U ziet, als we het ‘ik’ zo benaderen, dan wordt het uitermate belangrijk om de omstandigheden, de natuurkrachten en alles wat er verder bij is, onder de loep te nemen. Wij moeten proberen om tenminste de grenzen te bepalen waarbinnen de mens leeft. Wij moeten proberen om uit te maken hoe hij binnen deze grenzen alsnog de krachten, die in hem leven, kan gebruiken. In deze eerste les zullen wij dat maar zeer algemeen kunnen doen. Toch zou ik u een paar heel eenvoudige voorbeelden willen geven.

U bent in de natuur, ergens buiten. Op het ogenblik dat u zich met de natuur werkelijk één voelt, vallen niet alleen uw problemen tijdelijk weg maar het is net of u sterker wordt of dat u een ander wordt. U begrijpt dan vaak niet dat u uw krachten tot evenwicht brengt diep in uzelf door het aanvaarden van de evenwichten die buiten u bestaan. Een typisch voorbeeld is de mens die in een bos onder de bomen gaat liggen slapen, dan verfrist wakker wordt en zo helemaal genezen is van zijn vermoeidheid dat hij zich haast niet kan voorstellen hoe je met een kort dutje van een kwartier, 20 minuten of hooguit een uur je je lichamelijk zo sterk veranderd kunt voelen. Dan zegt men dat dat de invloed van de zuurstof is die de bladeren produceren. Dat is de straling van de aarde, dat is de uitstraling van de bomen. Zeker, dat zijn namen. Maar is het niet veel eerder dat je bent opgegaan in de harmonie die er in een woud ondanks alles bestaat? De rust en de gelatenheid misschien van het plantenleven, maar ook de vruchtbaarheid van de grond die ook aanwezig moet zijn. Al die dingen die plaatselijk bij elkaar komen, heb je geabsorbeerd. Je bent daardoor innerlijk positief geworden. Eerst die positiviteit maakt het je mogelijk om je zenuwstelsel op te laden, maakt het je mogelijk, om op de juiste manier en met de juiste verhouding energieën uit de omgeving op te nemen.

Het is duidelijk, wij kunnen in ons contact met de natuur heel vaak door de manier waarop wij het beleven voor ons de grenzen anders leggen. Dingen die onmogelijk schijnen, kunnen mogelijk worden. In ons rijzen plotseling beelden op die anders zijn. Als wij die dan niet vergeten wanneer wij terugkeren van onze wandeling of ons dutje in het bos, in de duinen of waar dan ook maar ze proberen vast te houden, dan hebben we daarmee niet alleen een vergroting van onze eigen veerkracht bereikt maar we hebben tevens de grens van ons ervaren verruimd en daarmee onze mogelijkheid om onze wereld te interpreteren maar ook om onszelf in die wereld beter te manifesteren, doen toenemen.

Dan is daar de kwestie van het gebeuren. Wij zullen daar natuurlijk later nog verder en meer in details op ingaan. Laten we het maar heel eenvoudig stellen: u leeft in een stad. In die stad is alles beklad. U wordt daardoor tot een zekere wrevel gebracht. Die wrevel verstoort uw rust. U bent niet meer harmonisch met het milieu waarin u leeft. Nu worden andere factoren, die normalerwijze aan u voorbij zouden zijn gegaan, steeds meer storend. Mensen worden agressiever. Het verkeer wordt levensgevaarlijk. Er zijn allerlei schijnbare toevalligheden waardoor juist u in het nauw wordt gebracht. Uw ergernis heeft zich omgezet in een negatieve benadering. Negativisme zal negativisme gebruiken om zichzelf te versterken. Er is in een stad veel negatiefs. Uw hele beleven wordt anders. Hierdoor gaat u uw verwachting van de wereld veranderen. U verwacht het goede niet meer. U kijkt er dus niet meer naar. U bent als iemand die zegt: Ach, wat heb ik eraan. Het geld zou op straat moeten liggen. En het ligt op straat. Maar u loopt voortdurend naar de lucht te kijken, dus ligt er geen geld voor u op straat. U gaat aan de dingen voorbij.

Een typerend beeld van wat er gebeurt: je gedachtewereld wordt negatief. Je stuurt negatieve beelden uit. Je interpreteert je hele wereld met al haar gebeuren en bedoelingen steeds negatiever. Je wordt hierdoor zelf steeds mistroostiger en innerlijk vaak ook chaotischer. Op deze manier kan de omgeving en het gebeuren in de omgeving wel degelijk een grote invloed uitoefenen op hetgeen u innerlijk bent. Alleen als u innerlijk zo’n grote evenwichtigheid weet op te bouwen dat de uiterlijke verschijnselen en hun tijdelijke interpretaties daaraan niets kunnen veranderen, zult u in staat zijn het gebeuren buiten u te beïnvloeden.

Het is altijd weer een kwestie van: wie is de sterkste? Ik weet dat in deze democratische tijd het recht van de sterkste niet iets is wat op prijs wordt gesteld. Maar kosmisch gezien is uw eigen instelling bepalend omdat zij het voortdurend moet opnemen tegen al die toch ook gerichte en ingestelde energie om u heen. En dan gaat het erom: Ben ik sterker dan de invloed die ik ontmoet? Nu is er één ding waar u heel goed aan moet denken. Het lijkt misschien of u in dit geval hulpeloos bent want de wereld is nu eenmaal zo negatief en zo romantisch, dus u zult ook wel negatief worden. Maar dat is niet waar. Om u, als u een innerlijk evenwicht bezit, tot onevenwichtigheid te brengen, is een enorm grote en continue invloed noodzakelijk. Daar u echter op het positieve reageert en innerlijk uw positivisme versterkt en daarmee uw harmonie, zal ook het negatieve steeds minder greep op u krijgen.

Als alleen de wereld negatief zou zijn in al haar uitingen, haar uiterlijkheden, haar verschijnselen en u zou positief zijn, dan zou u er zeker onderdoor gaan. Maar juist omdat de wereld in alle aspecten zoveel varianten toont en er zoveel kleine en grote harmonieën zijn, bent u als eenling in staat u te voeden met het positieve en daardoor uw kracht te behouden tegenover het negatieve.

Een paar laatste regels voor deze eerste les die we niet te lang willen maken.

  1. Wanneer u zich bezighoudt met het geheel van de gebeurtenissen op aarde, dan moet u er toch op letten hoe vaak u voor uzelf een uitzondering maakt. Er zijn mensen die absoluut strijden voor de gelijkheid van de vrouw maar in hun eigen gezin gelijktijdig blijmoedig de onderdanige en moederlijke dienares zijn van hun man en kinderen.
  2. Er zijn mensen die een moraal prediken, zo ontstellend preuts, dat je eigenlijk niet eens een douche kunt nemen tenzij je tenminste bepaalde delen van je lichaam nog door kleding bedekt houdt. Dan moet je eens zien wat diezelfde mensen allemaal in hun leven doen. Dan kom je tot de conclusie dat velen van hen – althans op seksueel gebied – niet alleen de blootheid eren maar ook nog een simultaan spel spelen.
  3. Je maakt voor jezelf een uitzondering. Dat kun je niet doen. Je kunt nooit een ander beoordelen aan de hand van maatstaven, die jezelf niet waarmaakt. Op het ogenblik dat je dat gaat doen, vervals je je ik-beeld. Maar daarmee vervals je dus ook alle wereldervaring, alle mogelijkheid om de wereld te beïnvloeden en de betekenis van alle invloeden die vanuit de wereld jouw innerlijk wezen bereiken.

Dit alles lijkt uiterlijk gezien niet zo belangrijk. Per slot van rekening, wij zijn oud en wijs genoeg maar die anderen zijn nog simpele zielen, die hebben leiding nodig. Zij moeten door ons, de wijzen, de geleerden worden geleid. Deze mensen zullen echter nooit reageren op wat u preekt maar wel op hetgeen u doet. Maar is het dan niet logisch dat mensen, die b.v. absolutistisch denken terwijl ze de democratie prediken, daarmee het dictatoriale gedrag aanmoedigen, ook bij degenen die normaal oorspronkelijk daartoe niet bepaald aanleg hebben? Iemand die uitgaat van het standpunt dat hij door zijn positie alles mag doen, alles mag hebben, alles mag nemen, mag niet verwachten dat de simpele zielen onder zijn bekwaam democratisch geleid beleid anders zullen reageren. Die zullen net zo erg alles naar zich toe slepen. Die zullen ook zeggen: Een ander moet maar voor zichzelf zorgen maar dit vind ik mijn recht, dit is voor mij noodzakelijk. Maakt u die fout a.u.b. niet. Tracht niet aan de wereld normen te stellen. Stel een norm aan uzelf en probeer die dan in de wereld te erkennen. Dan ontstaat er niet alleen een harmonie maar op grond van de ervaringen, die in al dat andere buiten u aanwezig zijn, wordt u in uw eigen wereldbeeld verrijkt. De grenzen van uw denken worden ruimer maar uw innerlijke grenzen van reageren en beseffen, breiden zich nog veel verder uit. Want daar waar uw denken stokt, daar is altijd nog het innerlijk ervaren van harmonieën en disharmonieën, het innerlijk constateren van beelden of beïnvloedingen die u dan wel onvolkomen weergeeft, maar die gelijktijdig uw band met de kosmos vergroten. Onze cursus zal daaraan in de eerste plaats gewijd zijn.

Het innerlijk van de mens is natuurlijk het belangrijkste dat de mens bezit. Alles wat je verder hebt, ach, dat raak je wel kwijt. Je geld laat je achter. Kleren heb je niet meer nodig wanneer je heengaat. Zelfs van je schoonheid blijft er tenslotte niet veel anders over dan een redelijk natuurlijke meststof. Maar het innerlijk besef dat je hebt opgedaan, blijft bij je. Want het ‘ik’ zoals het zich in je vormt, de oerkracht, zoals ze zich manifesteert via jouw gevormd bewustzijn, is bepalend voor alle werelden die je kunt betreden; het is bepalend voor alle mogelijkheden tot contact en harmonie die er voor jou bestaan. Niet alleen in een menselijke wereld maar ook in al die voorstelbare werelden en mogelijkheden, die een totaliteit omvatten, die verder gaat dan de stoffelijke kosmos alleen.

In elk beseffen is een zoeken naar de innerlijke mens maar ook de moed hebben om erover na te denken, om erover te filosoferen, om er stellingen over op te bouwen en desnoods weer af te breken. Want juist uit dit spel binnen de grenzen van het ogenblikkelijk uitdrukkingsvermogen en bewustzijn wordt de mogelijkheid geboren de innerlijke mens intenser te beleven. Het is die beleving waardoor de relatie tussen mens en gebeuren, tussen mens en natuur, ja, tussen mens en het totaal van het zijnde wordt bepaald.

Wij zullen het 2e gedeelte van deze cursus gebruiken om u wat verder te voeren in het rijk van de natuur, in het gebeuren op de wereld, de werkelijke invloeden die optreden etc. Dit zal door afwisselende sprekers worden gedaan. Voor zover het mogelijk is, hoop ik het eerste gedeelte van de cursus zelf te kunnen blijven verzorgen.