Filosofie over Occultisme

uit de cursus ‘Occulte Wijsbegeerte’ (hoofdstuk 10) – juli 1968

Filosofie over occultisme

Men spreekt van het occulte duister en het verhulde. Maar in feite spreekt men van zijn eigen beperking. Er zijn vele voorbeelden te geven van menselijke zintuigen, die tekort schieten. Als wij denken aan b.v. een filmvertoning, dan weten we dat de traagheid, waarmee het oog een beeld kan vatten, de beweging veroorzaakt.Kijken we naar een schilderij, dan zien wij dat twee kleuren, op een bepaalde wijze naast elkaar gezet, a.h.w. een tussentint geven. Er is een andere kleur bijgekomen, die er in feite niet is. Met geluiden is het al precies hetzelfde. Wij interpreteren geluid. We horen bepaalde dingen wel andere niet. Niet alleen omdat we ze niet kunnen horen, maar eenvoudig omdat we er zo aan gewend zijn, dat we er niet op letten. Want alle waarneming van de mens geschiedt met de zintuigen. Elke waarneming kan op zich objectief zijn, maar ze wordt altijd subjectief geïnterpreteerd. Het is dan ook geen wonder, dat een zeer groot gedeelte van het menselijk leven en denken occult is, zonder dat men begrijpt, dat er hier geheimen schuilen, dat er duisterheden zijn,
Wie in de praktijk werkt met het z.g. occulte, het magische, zal al heel snel ontdekken, dat het niet gaat om een technische perfectie, maar om een indruk, een emotie. Denkt u nu niet, dat dat iets is, wat alleen maar geldt voor degenen, die zich met geestelijk werk bezighouden of die geesten oproepen. Voor de goochelaar geldt immers precies hetzelfde. Een groot gedeelte van zijn trucs zijn eigenlijk niets anders dan het verkeerd richten van de belangstelling van de mensen, zodat ze niet zien wat er gebeurt, ofschoon ze het eigenlijk wel zien, maar ze letten er niet op.
Wij hebben ons in de afgelopen tijd beziggehouden met alles, wat er met het occultisme zo ongeveer aan de hand kan zijn. Maar als we er zelf gebruik van willen maken en als we verder willen gaan dan alleen wat wijsgerige beschouwingen, dan moeten we toch beginnen met de feiten te constateren. Die feiten zijn heel eenvoudig.
1. Niet datgene wat is, maar datgene wat schijnt, bepaalt de reactie van anderen.
2. Niet de objectieve waarneming die ik doe bereikt mij, maar mijn interpretatie.
3. Op het ogenblik, dat ik bewust een interpretatie forceer, zal mijn gehele wezen hierop reageren als op een werkelijkheid.
4. Alles, wat ik dus desnoods ondanks de feiten of met misachting van de feiten op deze wijze als interpretatie tot stand breng, heeft voor mij de waarde van een werkelijkheid.
Dat zijn punten, die u eigenlijk allen wel zoudt moeten kennen. Maar toch is dit de basis, waarop men moet werken. We kunnen spreken over goden en over demonen; wij kunnen afdalen in de werelden, die normaal niet gezien worden; wij kunnen opstijgen tot de hemelsferen, die nog veel minder gezien worden; wij kunnen alles proberen en vaak bereiken. Maar bij elke bereiking moeten wij uitgaan van de werkelijkheid, waarin we leven. De occulte, de verborgen wereld omvat veel meer dan een mens ooit zal kunnen zien, begrijpen of denken, dat is waar. Maar wij kunnen met die wereld werken door te reageren, alsof de dingen er zouden zijn. Omdat wij feiten, die wij niet waarnemen aanvoelen, kunnen wij reageren op die feiten. Maar het feit is object; het is objectief. Er is geen sprake van een subjectieve werkelijkheid, die wordt geschapen. Er is sprake van een reële wereld, die normaal door de mens niet wordt gezien of gekend en die de mens zij het dan via allerhande gelijkenissen, interpretaties voor zichzelf waarmaakt. U zult begrijpen, dat als ik op iets reageer, wat mentaal en verstandelijk beschouwd niet bestaat, ik toch altijd, indien er maar iets is om op te reageren, oorzaak en gevolg moet krijgen. Oorzaak en gevolg, een wet. Een wet, die in de tijdloze eeuwigheid natuurlijk niet bestaat, maar die wij als werkregel toch altijd kunnen hanteren. Dan kunnen we dus het volgende zeggen:
De dingen, waarvan ik aanvoel dat ze er zijn of zouden kunnen zijn, kan ik gebruiken, alsof ze er reëel waren. Indien nu mijn gevoelsmatige benadering heeft gevoerd tot een begrip van iets, wat feitelijk bestaat, zal er een feitelijk, een kenbaar gevolg ontstaan. Als een gevolg in mijn wereld expliciet materieel is, is het natuurlijk onloochenbaar geworden.
Er zijn echter andere dingen, waarmee je misschien wat meer moeite hebt en die toch wel kenbaar zijn. Als het humeur van een mens verandert, dan is er iets feitelijks veranderd. Als de benadering van het leven door een mens verandert, is, er ook iets feitelijk gebeurd; ook al zullen we die dingen dan moeilijker kunnen definiëren en vastleggen, Hier rijst dus in de eerste plaats wel de vraag: Moet de occultist uitgaan van verschijnselen, die voor hem of haar volledig kenbaar en duidelijk zijn of niet? Eigenlijk is dat voor de mens natuurlijk wel het prettigst, maar het is niet noodzakelijk. Het gaat erom dat degene, waarop ik reageer, voor mij volgens mijn gevoel aanwezig is.
U kunt mediamieke arbeid verrichten, zonder zelfs maar te beseffen dat er een geest aanwezig is. U reageert eenvoudig harmonisch op die geest. U volgt de inspiratie, die hij geeft en u weet toch niet dat hij er is. U bent helemaal niet weggezonken in een diepe trance, u bent niet gehypnotiseerd, u verkeert niet in een toestand van onwerkelijkheid, u hoort uzelf spreken en u weet wat u zegt; alleen u weet het misschien pas zeer kort, voordat u het gaat zeggen of misschien pas als u het zegt. Mediumschap is op deze wijze (met de z.g. spontane reactie) vaak te bereiken. Op welke voorwaarden?
1. Ik moet het gevoel hebben van een sfeer, een noodzaak, een gedrevenheid. Zonder deze bereik ik niets.
2. Ik moet zo mogelijk het gevoel hebben, dat entiteiten mij nabij zijn.
3. Ik moet zozeer opgaan in hetgeen ik dan in feite doorgeef, ofwel zo weinig erbij geïnteresseerd zijn, dat ik niet tot overwegingen kom, het maken van een voorbehoud of zelfs maar het aanbrengen van wijzigingen.
Deze grondregels hanteren betekent: in staat zijn als mens heel vaak krachten van de geest te verklanken, zichtbaar te maken, etc.
Dan de helderziende. Moet je werkelijk wachten tot je een geest ziet staan wenken, doorzichtig of niet? Heel vaak rijst alleen maar een voorstelling in je. Een beeld, dat je niet helemaal kunt thuisbrengen en dat je ergens mee associeert. Het is geen werkelijk beeld, dat weet u; dat weet ik: Maar datgene, wat u als beeld vertaalt, is uw aanvoelen, uw weergave van iets wat wel degelijk en concreet bestaat. Uw weergave daarvan zal indien u het niet te veel probeert te interpreteren of te corrigeren over het algemeen bruikbaar zijn. U zult ontdekken, dat u op die manier bepaalde waarnemingen kunt doen, zonder dat u eigenlijk weet waarom. Zodra u teveel vraagt “waarom”, werkt het niet. Eerst werken; dan eventueel later verklaren.
Helderhorendheid valt onder hetzelfde.
Genezing: Het lijkt allemaal zo kolderachtig, dat iemand u kan genezen alleen met een handgebaar, met het uitspreken van een gebed of iets dergelijks.
Maar in feite zijn er in u veel meer krachten van regeneratie aanwezig, dan u beseft. Er zijn in uw wezen allerlei krachten aan de gang. Je zou ze met elektriciteit, of met magnetische velden kunnen vergelijken. Er zijn 1001 vergelijkingen mogelijk. In ieder geval, er zijn krachten, ook al zie je ze niet en al weet je het niet. Als je daarop kunt inwerken, moet het hele organisme reageren. Als men dus iemand wil genezen, dan is er alweer nodig:
1. Het gevoel, dat je het kunt natuurlijk; een sfeer.
2. Het spontaan handelen en reageren. Zodra je gaat nadenken, loopt het fout.
3. Je niet afvragen, of er genezing mogelijk is, maar eenvoudig aan het werk gaan. Later zul je wel zien wat er aan de gang is; of het gelukt is of niet gelukt is. Hoe meer u op die manier werkt, des te groter resultaat u boekt. U ziet, het zijn allemaal doodeenvoudige regels. Ze gaan uit van het feit, dat u niet moet werken met alle dingen, die u geleerd en beredeneerd hebt, maar dat u moet leren af te gaan op allerhande niet redelijk omschrijfbare waarden en impulsen. U zult vragen: Waarom? Wel, omdat u eigenlijk uw hele leven niets anders doet.
Nu zijn er natuurlijk heel veel dingen, die in de mensheid liggen verankerd. Als ik u nu zou vragen: Neemt u eens even een getal in uw gedachten tussen de 3 en de 10 (doet u dat eens even, dan hebben de meesten van u 7 gekozen. U zou zeggen: Dat is telepathie. Nu zou het voor mij gemakkelijk genoeg zijn om het op die manier te weten. Maar het is eigenlijk, heel eenvoudig. U bent op een bepaalde manier opgevoed. U heeft de neiging als u 3 en 10 hoort, dan trekt u het eigenlijk een beetje van elkaar af: dat is dan 7. 7 is bovendien een heilig getal. Dus: 7. Maar die reactie (al weet u dat niet en al bent u er verbaasd over) is maar een van de vele reacties, die er in u bestaan. Zo kun je dus eigenlijk veel beter een mens begrijpen, als je gaat beseffen dat hij aan vaste regels is gebonden, Niet omdat iemand ze hem heeft voorgezegd, maar omdat die uit zijn milieu, uit zijn opleiding voortkomen. En als je eenmaal een mens kunt begrijpen (het ontstaan van een zekere empathie), dan kun je dus ook weten wat die mens voelt. Alleen, je moet het niet zelf gaan interpreteren; je moet alleen maar constateren. De mensen hebben zoveel gemeen, dat je in het occultisme altijd weer kunt teruggrijpen naar dergelijke grondregels. Ik gaf u een kleine demonstratie, helemaal niets belangrijks, maar aardig. Die demonstratie vertelt u dat u dergelijke dingen ook kunt doen, indien u er maar begrip voor hebt.
U leeft in een wereld. U heeft uw eigen manier van denken, natuurlijk. Maar wat is de achtergrond? Wat zijn de dingen, die overal blijken te bestaan? Niet alleen bij u (ik wil u niet allen tot de ouden van dagen rekenen, dat is een beetje hatelijk); maar u bent toch ook niet allemaal van de jongsten meer; maar dat geldt ook voor de teenagers, voor de minirokken en baardapen, voor dat kleine grut, Ze hebben allemaal hetzelfde. Begrijpen wil zeggen: een aanrakingspunt vinden. Een contact vanwaaruit een begrip mogelijk is.
Nu kunt u dat natuurlijk niet met een enkel cijfertrucje doen. U kunt echter mensen beïnvloeden door alleen maar een bepaalde suggestie te geven. Dat moet u nooit opvallend doen. Kent u het gedachtenlees trucje van de goochelaar? Hij neemt een boek kaarten en hij houdt het zo eventjes voor u open. Dan vouwt hij het weer dicht en zegt: Aan welke kaart denk je? Ik zal het je zeggen. Hij noemt dan een kaart.
Nu zult u zeggen: Dat is een handigheidje. Welneen, dat is gewoon een psychologisch regeltje. Deze man, let op, al laat hij het niet merken welke kaart het meest zichtbaar is. De kaart, die hij zich herinnert, zal door ongeveer 85 tot bijna 90 % van de aanwezigen in gedachten genomen worden, wanneer hij dat trucje laat zien. In feite reageert men dus gelijk. En het vreemde is: die reactie krijg je van de bankdirecteur, maar ook van de loopjongen. Ze doen het allemaal.
Er zijn dus zoveel gemeenschappelijke reacties, dat ik in het occultisme zeker ook mag uitgaan van gemeenschappelijke waarden. Weet ik die waarden aan te voelen of te vinden, dan kan ik krachtens wat wij gemeenschappelijk denken of doen bepalen wat we verder gaan doen. Kan ik bepalen wat we verder gaan doen, dan kan ik ook bepalen wat we denken. Indien we gezamenlijk aan hetzelfde denken, ontstaat er een sfeer, een harmonische mogelijkheid. In die harmonische mogelijkheid kunnen andere werelden, andere sferen, tot uiting komen.
Indien ik dus een geest wil oproepen, is het helemaal niet nodig dat te doen met alle rituelen van de magie, al zijn ze soms nuttig. Als ik maar weet wat voor gevoelsgebied (voor mij is een sfeer een gevoelsgebied); als ik op aarde ben ik a.h.w. wil aanboren, waarmee ik contact wil hebben. Dan moet ik zorgen, dat er een denkbeeld in de gemeenschap ontstaat dat klopt en dat gevoelsmatig met die bepaalde sfeer associeert. En dan heb ik dus een contact met hogere werelden en sferen geschapen. Het is allemaal eigenlijk doodeenvoudig.
Ik weet, dit is geen directe filosofie. Maar het komt er erg dicht bij. Filosofie is tenslotte niets anders dan het opbouwen van stellingen op bepaalde bestaande en bekende waarden; en dan zo mogelijk enigszins logisch. Ik zeg opzettelijk “enigszins”, want logica is nu eenmaal een wapen dat zich zelf pleegt te verslaan. En dat hebben we niet nodig. Ik geef u een paar voorbeelden (er zijn er veel meer te vinden) van reacties, die door mij kunnen worden bepaald, zonder dat u weet dat ik ze bepaal. Is het dan niet mogelijk om een sfeer te bepalen? Om een relatie van mens tot mens zelfs te bepalen, indien dit werkelijk noodzakelijk is?
Je kunt eigenlijk alles voor een groot gedeelte bepalen. Maar als je iets kunt bepalen en je doet het niet, dan ben je eigenlijk stuurloos. Een groot gedeelte van de mensen komt nooit tot een merkelijke bereiking, omdat ze niet in staat zijn te begrijpen wat er tussen hen en de mensheid aan gedeelde mogelijkheden en denkbeelden ligt; omdat ze daarnaast waarschijnlijk ook niet beseffen, hoe belangrijk het is om een sfeer op te bouwen. Want die sfeer is in het occultisme eigenlijk een van de meest belangrijke dingen die er zijn.
Als ik in een vervelende sfeer zit en ik wil seanceren, dan kan er een heel goedmedium zijn, dan kan iedereen het beste willen; maar als de sfeer onprettig is, dan krijgen we óf een geremde uiting in het beste geval of in de meeste gevallen wat men dan spotgeesten noemt. Kortom, een verminkte, onbelangrijke communicatie en alles wat erbij hoort.
Als u wilt genezen, dan is het al precies hetzelfde. Als de sfeer niet goed is, als er tussen u en uw patiënt een soort strijd moet worden uitgevochten en u heeft geen respect voor elkaar, wat kunt u dan nog bereiken? Niets. Hoogstens negatieve dingen. Het zal u kracht kosten.
Als je b.v. tot uittreding wilt komen en je doet dat in een vertrek, waar de sfeer nu niet direct erg prettig is en bovendien in een stemming, die ook niet al te aangenaam is, dan moet u zich niet voorstellen, dat u naar een prettige Zomerlandwereld kunt uittreden. U bent eenvoudig niet daarop gericht.
Dan zit er verder nog iets bij, waar je toch ook rekening mee moet houden. Dat is nl. de neiging van de mens om zichzelf te misleiden. Zijn zintuigen doen dat soms voor hem. Denkt u maar eens aan de voorbeelden van een cirkel. Als je die cirkel in het midden onderbreekt, krijg je twee boogjes. En dan ziet iedereen: dit is een cirkel. Zodra ik echter dezelfde cirkel neem, maar de uitgangen een beetje deze kant opschuif, zodat ik hier een iets langer streepje krijg, hier een kleiner boogje en daar een groter, dan is het voor de mens geen cirkel meer maar een puilend, misvormd ovaal. Gezichtsbedrog, zeker. Maar de waardering is een andere. En dat gaat zover, dat bij bepaalde vlaggen, b.v. de Franse vlag. Deze bestaat uit drie banen. Die drie banen echter zijn omdat de kleuren een verschillende indruk op u maken niet van gelijke breedte. U kunt het eens een keer navragen en nameten. Het is vaak een verschil van enkele centimeters. Waarom? Omdat de mens symmetrie wil zien. Maar die kan hij niet zien, als de kleur op hem inwerkt. Gezichtsbedrog dus. Een dergelijk gezichtsbedrog, maar ook mentaal zelfbedrog, regeert eigenlijk de wereld. Je kunt de mensen niet leren om een vlag uit gelijke banen bestaand als een harmonisch geheel te zien. Je zult er dus mee moeten knoeien. En zo gaat het met heel veel dingen.
Er zijn denkbeelden, die voor een mens absoluut onaanvaardbaar zijn, indien ze volkomen regel, concreet en rechtlijnig worden weergegeven. Maar zodra je hier wat afneemt en daar wat bij doet, wordt het ineens een ideaal. Dan leef je als mens dus eigenlijk mentaal en ook zintuiglijk in een wereld, waarin het gezichtsbedrog je meester is; waarin de vertekende werkelijkheid regeert. Als ik nu weet, dat ik in een vertekende werkelijkheid leef, dan kan ik de dingen nagaan. Als u het voorbeeld van die cirkel neemt (u kunt het zelf misschien eens tekenen), dan zult u ontdekken dat het voldoende is om even de vingers te leggen op de uitsteeksels, die poortjes, welke aan de boogjes vastzitten, en u ziet ineens: het is een cirkel. Zo kunnen wij heel vaalt door schijnbaar ergens bijbehorende waarden en geassocieerde ideeën eens even weg te nemen, mentaal vaak ook een werkelijkheid vinden.
Als wij b.v. spreken over vaderland, dan is daar allerlei mee geassocieerd: vaderlandsliefde, maar ook eigenbelang, gemeenschapsbelang, opvoeding, taal, zelfs godsdienst en rassen eigenschappen; het speelt allemaal een rol. Als je nu wilt weten wat vaderland precies is, moet je al die dingen, die er niet bijhoren, eerst bedekken. Je moet zeggen: Dat moet ik er even van afdoen. En dan zie je wat vaderland werkelijk is. Dan verdwijnen de misvormingen van de andere dingen en zul je misschien ook zien, dat het vaderland niet zo mooi is, als je had gedacht. Dan ga je begrijpen wat er aan de hand is.
Met een begrip als vaderland is dat misschien nog denkbaar. Maar als ik ga werken met een begrip als God, als de geest, als ik werk met engelen en kan ik toch precies hetzelfde doen. Ik moet er niet allerhande associaties bij hebben. Als ik zeg: Gabriël is de bode van God (een soort joods christelijke Hermes eigenlijk), date, ga ik daarbij denken aan een engelengestalte, aan de aankondiging aan Maria en weet ik wat nog meer. Ja, dan kan ik niet meer begrijpen wat het begrip “Gabriel” betekent. Maar breng ik het terug tot “boodschapper” (de uiting, de gepersonifiëerde manifestatie desnoods van God), dan wordt het anders. En nu begrijp ik het feit Gabriël. En dit feit Gabriël, de objectieve waarde, is nu voor mij bruikbaar. Ik behoef mij helemaal niet op engelen in te stellen. Als ik die functie besef, ik richt mij daarop en is er een aartsengel Gabriel, dan komt hij ongetwijfeld in antwoord op die instelling, want dan is er harmonie, is er een verbinding.
Misschien vindt u het niet erg belangrijk om engelen dichterbij te halen. De heren denken meer aan de materiële engelen misschien en de dames aan de geliefde demonen. Ieder heeft zo zijn eigen smaak in de stof. Maar zodra het ons gaat om een occulte bewustwording, moeten wij in staat zijn ons af te stellen op een begrip. Zolang dat begrip door onze interpretatie te veel wordt vervalst, is het niet mogelijk. Zodra we dus bewust te werk willen gaan en welke occultist wil dat eigen niet zullen we moeten uitgaan van het standpunt: alle bijkomstigheden weg; wat is de functie; wat is het wezen. Niet: wat verwacht ik ervan. Alle interpretaties weg. Het wezen. Dat is het. En vreemd als je nu de objectieve waarde (al is het dan maar een mentaal beeld) hebt beseft, ontstaat daar een gevoelsreactie op, die afwijkt van de gebruikelijke. Die gevoelsreactie is de basis, waarop je verder bouwt. Er zijn natuurlijk 1001 denkbeelden te opperen omtrent het occulte en de occulte wijsbegeerte, maar ik geloof, dat de basis van alle wijsheid is: de werkelijkheid. En zo moet het ook zijn bij occultisten, die een eigen wijsbegeerte nastreven of zich daarmee bezighouden.
Een kabbalist kan met de kabbala inderdaad allerlei dingen doen. Maar hij moet niet denken, dat het alleen maar komt uit de cijfertjes. Hij moet begrijpen, dat hij net zoals trouwens sommige wetenschapsmensen door associaties wordt geleid en dat die vaak tot misvattingen kunnen voeren. Ik denk hier b.v. aan de manier, waarop men heeft willen berekenen hoe groot het aantal planeten moest zijn en wat hun massa was. Dat was een man, die dat had gezien. Daar zit een systeem in, dus dat moet zo doorgaan. Het leek in het begin zelfs dat hij gelijk zou krijgen. Maar toen men verder van de zon planeten ging ontdekken, bleek dat zij in massa heel wat minder waren dan hij had voorspeld. De afwijkingen werden te groot. Het systeem klopte niet. Hetzelfde is het met de kabbalist.
Een kabbalist kan als benaderingssysteem (omdat de associatie een grote rol speelt) inderdaad een visie krijgen op de mogelijkheden in het Al. Maar dat wil nog niet zeggen, dat hij de feiten heeft geconstateerd. Hij heeft middels cijfers, de omzetting van woorden e.d. zijn eigen associaties geprojecteerd. Maar wat ik projecteer, is heel vaak een deel van mijn werkelijk bewustzijn, dat ik normalerwijze door mijn verstand terzijde laat schuiven, terwijl daarnaast natuurlijk ook het onderbewustzijn vaak een rol speelt. Als ik die dingen tot uiting breng en ik weet ze te ontdoen van mijn gevoelens van uitzonderlijkheid, van gewichtigheid of misschien wel van goddelijke openbaring (de bijgelovige waarden, waarmee ik mij tracht te rechtvaardigen), dan heb ik feiten bij de kop. Feiten, die weliswaar uit mij zijn voortgekomen, maar die desalniettemin feiten blijven. Feiten, waarop ik dus kan reageren. Feiten, die of ze grofstoffelijk zijn dan wel heel hoog geestelijk voor mij hanteerbaar zijn. En dat is geloof ik wel het belangrijkst wat je aan het einde van zo’n reeks lezingen als deze kunt zeggen.
Alle denkbeelden, die we hebben, dienen om in ons associaties te wekken. Associaties, waardoor elke benadering van de werkelijkheid het ons mogelijk maakt een deel van de werkelijkheid te vatten. Zodra de occultist een deel van de realiteit werkelijk ziet al is dat dan maar in gedachten en niet met zijn ogen zal hij vandaaruit steeds grotere mogelijkheden krijgen. Maar zijn gevoelsinstelling moet juist zijn.
Hier is het misschien de tijd om nog eens even te filosoferen over alles, wat u als occultisme beschouwt. Dat is altijd het uitzonderlijke. U denkt dat occultisme buiten het normale leven bestaat. Maar als u nu eens kijkt naar de manier, waarop u bepaalde hoffelijkheden in acht neemt. De menselijke reacties zijn eigenlijk toch ook in wezen volkomen duister. Dat is ook occult. En toch berust het allemaal op feiten. U ziet de gevolgen van iets, wat u niet kent.
Het leven zien in waarheid betekent in de eerste plaats dus wel: in het normale, in het dagelijkse leven de mogelijkheden, de kansen zien die er, zijn maar dan zonder bijkomstigheden. Zonder bijkomstigheden betekent heel vaak: afstand doen van romantiek, van zelfrechtvaardiging, van de poging om zich uit het gewone tot iets bijzonders te maken.
Begin met jezelf te accepteren als een gewoon mens. Begrijp, dat ook de meest geslaagde occultist of de grootste ingewijde een mens is. Die ingewijde heeft dezelfde associaties, dezelfde gevoelsmogelijkheden als u, alleen, hij gebruikt ze anders. Laat het verschil eens wegvallen tussen het bovennatuurlijke en het natuurlijke. Het bovennatuurlijke is natuurlijk. Het is alleen iets natuurlijks, dat niet wordt begrepen. En veel van wat u natuurlijk vindt, blijkt als we het nader onderzoeken helemaal zo natuurlijk niet te zijn. Integendeel, het blijkt vol raadselen te zitten. Daarom moet u beginnen met alles te herleiden tot iets hanteerbaars waardoor u door slechts een enkel punt desnoods objectief te beseffen en in overeenstemming daarmee uw gevoelsleven, uw sfeer, op te bouwen een greep krijgt op een werkelijkheid, die tot nu toe niet werd beseft. Want dat is eigenlijk alles, wat u wilt doen.
In alle wijsgerige stellingen (of we het nu hebben over de piramiden en wat daarin is gelegen, of dat we ons bezighouden met de astrologie of met alle andere wonderlijke denkwijzen en filosofieën) ergens zoeken we onszelf. Wij, zoeken een zelfrechtvaardiging, misschien een zelfverheffing; maar boven alles zoeken wij ergens een houvast in een leven, waarin alles zo onbeheersbaar, zo eigenaardig is.
Het occultisme, als het juist wordt gebruikt en dat betekent dus wel iets, verwijdert u niet van de werkelijkheid; het brengt u er dichterbij. Het geeft u contact met de werkelijkheid. Het geeft u een aanrakingspunt met de objectieve wereld en het leert u de subjectieve wereld aan te passen aan de objectieve feiten. Alle occulte resultaten zijn niets anders dan een reageren op de omstandigheden op de juiste manier.
Als u met uw emoties werkt en met een bepaalde sfeer, dan is het niet belangrijk hoe ze tot stand komen; wel is het belangrijk dat ze in overeenstemming zijn met hetgeen u wilt bereiken. En daarvoor moet u eerst weten wat u wilt bereiken.
Als u werkt met allerlei instinctieve reacties, dan is dat op zichzelf niet erg, mits u blijft beseffen dat ’t instinctieve reacties zijn en dus de gevolgen daarvan niet meer instinctief nagaat, maar probeert ze weer zo objectief mogelijk in uw wereld te zien,
Het is altijd mooi om God erbij te halen. God, dat Onbekende, dat Onverklaarbare, waarmee we geen raad weten. Maar gelijktijdig is God voor ons eigenlijk het alomvattende begrip. God is nl. een uitdrukking, die je vanuit een geloof mentaal gebruikt voor de rechtvaardiging van alle dingen. Als God zegt, dat je je buurman moet doodslaan, dan doe je het. God heeft het gezegd; het kan dus geen kwaad zijn. Maar dan is het ook duidelijk, dat God voor mij alleen betekenis kan hebben, indien ik die God ontmoet uit een besef van feiten, van werkelijkheid. En daarmee heb ik in mijn betoog een schijnbare tegenstrijdigheid ingevoerd.
Aan de ene kant zeg ik: U moet werken met uw gevoelens. Aan de andere kant zeg ik: U moet werken met de feiten. Omdat u nu eenmaal als mens altijd twee factoren zult gebruiken, nl. uw rede of verstand (hoe groot of hoe beperkt dan ook) en aan de andere kant uw gevoel. Uw gevoel omvat mogelijkheden, die verstandelijk vaak niet uit te drukken zijn. Zij worden reëler door het gevoel erkend dan door het verstand, dat zichzelf vaak bedriegt. Maar anderzijds: met gevoelens alleen kom ik er niet. Ik kan nog zoveel mogelijkheden en krachten hebben, maar als ik geen plan heb volgens welke die krachten en mogelijkheden kunnen worden gebruikt, zal ik niets bereiken, hoogstens chaos.
Ik heb dus een plan nodig. Dit plan kan alleen voortkomen uit mijn poging mijn wereld verstandelijk te erkennen, zolang ik in de stof leef. Ook in de geest is iets dergelijks noodzakelijk. Mijn gevoelens krijgen dan pas hun werkelijke betekenis. Ik weet wat ik wil; ik heb een mogelijkheid erkend; ik experimenteer a.h.w. Het hele leven is een groot experiment. Niet alleen hier, maar in elke wereld en elke sfeer opnieuw. Een experiment van een “ik”, dat de werkelijkheid niet volledig kan zien; dat volkomen bedrogen wordt door zijn eigen wezen en zijn mogelijkheden en dat toch achter dit schijnbaar natuurlijke zelfbedrog de feiten moet terugvinden.
Wie de feiten van het leven terugvindt, kan het leven beheersen. Wie het leven kan beheersen, kan de krachten van het leven beheersen. Wie de krachten van het leven kan beheersen, ontmoet de Oerkracht (hoe hij Haar dan ook ziet of noemt) en zal in die Oerkracht een objectieve werkelijkheid langzaam leren aanvoelen en erkennen, welke niet slechts zijn wezen, zijn wereld en zijn bestaan verklaart, maar ook alle samenhangen, die voor hem mogelijk zijn. De verklaarde samenhangen geven de bewuste keuzen, waarbij de Oerkracht of de goddelijke Kracht direct meewerkt in al wat je tot stand gaat brengen.
Nog een raad: Indien u zich bezighoudt met occulte waarden, moet u a.u.b. een onderscheid maken tussen studie en practicum. Theorieën opbouwen is zo ontzettend gemakkelijk. Maar eigenlijk zou elke les in occultisme moeten worden gevolgd door een werkopdracht. Want alleen de mens, die zelf heeft gezocht naar objectiviteit, die zelf heeft geprobeerd om met gevoelswaarden, met de spontaan opwellende krachten, met zijn ingeschapen menselijke reacties a.h.w. te werken, weet waar het om gaat.
De wijsbegeerte geeft ons de denkbeelden. Zij geeft ons de theorieën. En zij geeft ons soms bijna op vermoeiende wijze allerhande schijnbaar tegenstrijdige mogelijkheden. Maar en ik geloof, dat je dat toch wel moogt zeggen zij leert ons in het denken een grotere scala van mogelijkheden zien. Wij hebben een groter voorstellingsvermogen gekregen en daardoor zullen wij dingen kunnen accepteren, die in de werkelijkheid bestaan, zonder dat we ze zintuiglijk onmiddellijk waarnemen. Wij zullen leren ons eigen tijdsbesef enigszins te beheersen. Zelfs de visuele en auditieve waarneming en de tastzin te beheersen. We gaan de gewoonten scheiden van de feiten. En als de wijsbegeerte daartoe aanleiding is, dan is zij het begin van een gelukkige praktijk niet alleen meer een zielsverheffend aantal redeneringen en waarheden.

Gebruik van meditatie

Mediteren: een vorm van overwegen, waarbij men tracht bepaalde gevoelens in zichzelf te wekken en daardoor over het algemeen althans een zeker gevoel van verbondenheid te wekken met hetgeen men beschouwt. Meditatie is dus in feite een vorm van gericht denken, waarbij emotionele factoren een rol spelen.
Wie aan het occultisme zijn aandacht wijdt, zal zeker niet ontkomen aan de moeilijkheden, die meditatie, contemplatie en dergelijke methoden bieden. De grote vraag is echter: in hoeverre men daarvan een practisch gebruik kan maken en op welke wijze men in staat zou zijn door deze meditatie eigen gevoeligheid op één of meer terreinen te verhogen. Dan moeten wij allereerst uitgaan van de standaardtechniek, die voor alle meditatie belangrijk is.
Neem een houding aan, waaraan u gewend bent. Zorg, dat u volledig ontspannen bent. Sluit desnoods de ogen, tenzij u bang bent in te sluimeren. Zorg ervoor, dat niets u kan afleiden. Neem een denkbeeld, waarmee u zich gewoonlijk ook bezighoudt. Dat kan zijn het lijden van de mensheid, de betekenis van naastenliefde, kortom, elk willekeurig onderwerp, maar bij voorkeur wel van meer abstracte aard. Tracht met deze grondgedachte te werken door steeds alle mogelijkheden te beseffen, die voor u daarmee verbonden zijn, maar keer altijd weer tot deze grondformule of grondgedachte terug.
Als u op deze wijze mediteert, breidt u uw besef t.a.v. het gehanteerde begrip uit. Daarnaast krijgt u meestal een gevoel van verbondenheid met of begrip voor datgene, wat met de meditatie in verband staat.
Wil men deze techniek nu gaan richten op het occulte, dan moeten wij ons niet, zoals menigeen zal veronderstellen, richten op de geest. De geest is een deel van het occulte gebeuren, dat is waar. Maar hij zal zeker niet de directe oorzaak zijn. De oorzaak van het occulte gebeuren ligt altijd mede in onszelf. Wij moeten dus uitgaan van onszelf.
Een groot gevaar hierbij is, dat we een dagdroom kiezen. Menigeen heeft de neiging vooral indien hij in het leven op bepaalde punten niet geslaagd meent te zijn om allerhande dagdromen naar voren te brengen, waarin hij zelf centraal staat en waaruit hij zijn eigen grootheid tracht te beleven. Daar hebben wij niets aan, want dit is gebaseerd op de ressentimenten, die men heeft tegen de wereld en mogelijk tegen zichzelf. Wat we nodig hebben is een denkbeeld, dat tamelijk reëel is; iets wat in verband staat met ons eigen wezen en door ons wordt aanvaard en goedgekeurd. Verder zullen wij moeten uitgaan van een doel.
Meditatie behoeft normalerwijze niet doelgericht te zijn. Zij kan alles omvatten wat maar enigszins denkbaar is. Maar op een gegeven ogenblik wil ik mijn occulte mogelijkheden vergroten. Dan zal ik dus een doel moeten stellen in mijn meditatie. Ik ga dan niet slechts uit van een grondbegrip gekozen zoals ik beschreven heb maar ik richt mij uit dit grondbegrip op elke associatie met het occulte.
Als ik denk over naastenliefde, dan moet ik dus nadenken over begrip voor de naaste, harmonie met de naaste, maar ook ontvangst van krachten en gedachten van de naaste, overdracht daarvan aan de naaste. Door op deze wijze te werk te gaan, wek ik in mij een sfeer (een gevoelswaarde), waarin voor mij het contact met de ander op niet menselijk normale wijze ineens aanvaardbaar wordt. En daarmee heb ik een van de eerste remmingen overwonnen, aangezien door deze meditatie techniek nu de normale verstandelijke afwijzing van of angst voor het z.g. occulte wegvalt. Ik zal dan mijn meditatie niet moeten beperken tot alleen het bereiken van deze gevoelswaarde, maar ik zal moeten trachten mij een voorstelling te maken van contact, van harmonie. Hier is wederom het gevaar, dat men gaat dagdromen; dat men dus egocentrisch denkt. Nu zal de doorsnee mens in deze fase egomorf denken en dus aan alles een menselijke, aan hem verwante voorstelling verbinden. Hiertegen bestaat geen bezwaar.
Heeft men het gevoel van verbondenheid of contact, dan mag onder geen voorwaarde worden getracht daaraan een vorm in woorden of in visualisering te geven. Het gevoel van contact gaat tijdens de meditatie gepaard met een stil zijn, waarin alleen het grondbeeld en het doel nog worden overdacht en herhaald. Voor de rest is het een afwachten t.a.v. de spanning, die men in zichzelf gevoelt.
Ik moet hier tussenvoegen, dat deze fase vaak betrekkelijk snel kan worden bereikt, maar dat het gevolg vaak lang op zich laat wachten. Men moet hier n.l. over een drempel heen: de drempel van het gevoel, dat er iets kan gebeuren en het besef dat er iets gebeurt. Daarom zullen wij de meditatie, indien er na enige tijd van spanning geen verdere manifestatie of een verder besef of denkbeeld is ontstaan, eenvoudig besluiten om haar te gelegener tijd te herhalen. Blijkt echter, dat zich in ons denkbeelden gaan vormen of dat er in ons gevoelens opstijgen, die wij niet redelijk kunnen verklaren op dat moment, dan zullen wij zonder naar een verklaring hiervoor te zoeken deze ondergaan en trachten ze met het grondbegrip in verband te brengen. Dus elk denkbeeld, dat spontaan in mij ontstaat, moet ergens een verband hebben met de grondgedachte, waarvan ik ben uitgegaan. Hierdoor krijgt de grondgedachte in het associatief denken, dat in de meditatie sterk overheerst, een bijzondere nadruk in de richting van gevoeligheid en eventueel ook bereiking. Omdat u het doel regelmatig stipuleert, zal ook dit doel kenbaarder worden en gemakkelijker worden omschreven. Ik geef hier een voorbeeld:
Indien u b.v. helderziendheid als doel hebt gesteld, dan zult u zich niet moeten voorstellen dat u iets ziet, maar de mogelijkheid aanvaarden dat iets wordt gezien en een voorstelling of gedachtenbeeld dat in u ontstaat, tijdelijk moeten beschouwen als reëel, als een waarneming. Hierdoor krijgt u een gevoeligheid voor vormen, die met het normale gezichtsvermogen niet waarneembaar zijn.
Een ander voorbeeld:
Als het hier gaat om een contact met een bepaalde entiteit, dan moet ik mij niet gaan voorstellen, dat deze aanwezig is. Maar ik ken het doel. Ik ben van een grondgedachte uitgegaan. Onwillekeurig zal ik die grondgedachte interpreteren volgens mijn besef of mijn voorstelling van de entiteit, waarmee ik harmonie zoek. Dan komt er een ogenblik, dat het gedachtenproces wordt overgenomen, zodat men het eigenlijk niet meer beheerst. Men droomt weg. Maar in dit wegdromen komen meestal in symboolvorm een aantal gegevens naar voren, die behoren tot de gedachtenwereld of sfeer van de entiteit waartoe men zich heeft gericht. U ziet dus, dat de spiegeling gaat plaats maken voor receptiviteit.
Dit alles is echter enigszins passief van aard. Ik zou daarom ook enkele voorbeelden willen geven van werkwijzen, waarmee meer positieve resultaten te behalen zijn.
U gaat normaal te werk tot aan de door mij genoemde drempel. Nu gaat u echter de grondgedachte opbouwen in directe samenhang met hetgeen u wilt bereiken. Om een eenvoudig en in Nederland niet gemakkelijk waar te maken voorbeeld te geven:
Morgen moet de zon schijnen. Alle associaties daarmee verwerkt u normaal. Kunt u over de drempel heen komen en is er een gevoel van geladenheid, dan verandert u van de vragende of bepalende vorm in de stellende vorm: Morgen zal het mooi weer zijn. U zult ontdekken, dat dan zeer eigenaardige spanningen rond het “ik” optreden; vaak wervelingen, die een gevoel van koude, van prikkeling in de huid en daarbij ook enige trekkingen soms zelfs steken in het hoofd ten gevolge hebben. Laat u hierdoor niet afleiden. Dit is een bewijs, dat er krachten werkzaam zijn. Omschrijf nu nadrukkelijk hetgeen u wilt en de redenen waarom u het wilt. Wees hierin voor alles eerlijk. U zult ontdekken, dat u in het begin t.a.v. kleine wensen in de nabije toekomst mogelijkheden creëert en dat u bij een regelmatig gebruik zelfs zover kunt komen, dat u meeromvattende projecten tot stand kunt brengen: b.v. het karakter van een samenkomst van een aantal mensen, het vinden van een voorwerp, het zoeken naar een bepaald product dat anders moeilijk te krijgen is. Door u op deze wijze daarop in te stellen. krijgt u resultaten.
Typerend bij deze manier van werken is verder, dat door de voortdurende herhaling tijdens de meditatie het geheel in het onderbewustzijn is verankerd en de eigen reactie en daarmee ook de uitstraling van gedachtenkracht en eventueel de ontvankelijkheid voor hetgeen er rond u is mede bepaald is. Dus als u een product zoekt dat u nergens hebt kunnen vinden en dat u graag wilt hebben (een voorbeeld dat al heel eenvoudig is), dan zult u gaan opmerken waar dit product te vinden zou kunnen zijn. U ziet dan alle mogelijkheden en loopt daaraan niet voorbij, zoals gewoonlijk. U brengt daarmee de vervulling vanzelf al dichterbij.
De meditatie kunnen wij verder gebruiken voor het doen ontstaan van mentale communicaties. Dat is dus een vorm van telepathie, gedeelde dromen en dergelijke dingen. Hierbij gaan wij uit van het standpunt, dat de persoon tot wie wij ons richten hetzij in de geest of in de stof op tenminste een punt een gelijke belangstelling met ons moet hebben. Dit punt moeten wij overdenken. En als wij zeker zijn dat de belangstelling voor dit punt wederkerig is, verbinden wij hieraan de voorstelling van de persoon in kwestie.
Door op deze manier te mediteren hebben we een psychisch contactpunt met de persoon, die wij zoeken. Is die persoon in ruste, dan zal een onmiddellijke communicatie plaatshebben. Wij vinden dan de uitgezonden gedachte weerkaatst met wijzigingen.
Typerend voor de resultaten is vaak de vraag: Wie bent u eigenlijk? Zorg ervoor, dat u in dergelijke gevallen uw communicatie zo eenvoudig mogelijk houdt. U kunt geen normaal gesprek voeren, zeker niet met iemand op aarde. U kunt echter wel door woorden nadrukkelijk te denken, korte communicaties tot ongeveer 20 woorden overbrengen. Gaat u verder dart dit, dan zal de boodschap niet in het bewustzijn van de persoon in kwestie verankerd zijn na het beeindigen der communicatie. Korte boodschappen; herhalen; nadrukkelijk en langzaam denken.
U zult in het begin veel moeilijkheden hebben, omdat de ander deze impuls natuurlijk niet vertrouwt. Maar in heel veel gevallen zult u dan toch een zekere overeenkomst zien tussen de overgebrachte boodschap en de reacties van de persoon. Als u dat enkele malen hebt gedaan, kunt u zelfs een betrekkelijk regelmatig contact met zo’n persoon tot stand brengen (dit geldt ook voor entiteiten in de geest), met dien verstande, dat wij ons op de persoon en op de relatie met de persoon moeten richten, echter nooit op bepaalde handelingen, daden of de omgeving. Stoffelijk kan men dit wel doen. Elke zo ontstane harmonie wordt dus een gesprek. Een gesprek onder bepaalde voorwaarden, maar een gesprek.
Wen u eraan om vanaf het ogenblik dat de communicatie een echo krijgt, u te concentreren op de boodschap en steeds rustig af te wachten. Dit laatste kan belangrijk rijn. U zult geneigd zijn die boodschap steeds te herhalen. Hierdoor maakt u het de ander onmogelijk tot u door te dringen. En het gaat. toch om een wederkerig contact.
Zend uw boodschap scherp uit. Wacht, totdat u een reactie hebt; desnoods 5 minuten. Heeft u na die tijd geen antwoord ontvangen, zend hernieuwd uit.
Kies voor personen in de stof bij voorkeur die periode, waarop zij niet druk bezig zijn. Heeft u langs deze weg een communicatie uitgezonden, zonder dat er antwoord kwam, ga na of u een tijd hebt gebruikt, die misschien voor de ander niet gunstig is. Indien dat het geval is, herhaal de proef nu op een tijdstip, dat u van de ander aanneemt dat hij ontspannen is, bij voorkeur alleen, desnoods slapend. Herhaal uw boodschap dan slechts één keer en zonder verdere voorbereiding zeer intens en stel u daarbij de persoon tot wie u zich richt voor. Wacht op antwoord. In vele gevallen is het, of u een sleutel omdraait en krijgt u een conversatie teruggespeeld, waarbij ook uw eigen aandeel daarin a.h.w. van buitenaf op u wordt afgedrukt. Dit zijn dan onbewuste reacties van de persoon in kwestie. Corrigeer alleen in de conversatie, indien het strikt noodzakelijk is en bij voorkeur nadat de ander zwijgt. Onderbreek dus de ander niet.
Dit zijn enkele kleine mogelijkheden, die er in meditatie schuilen. U zult begrijpen, dat dit alleen maar beginnelingenwerk is. Wie zich in meditatie zover kan brengen, dat hij zijn eigen wereld en persoonlijkheid in deze vorm vergeet, kan zich een andere wereld of werkelijkheid voorstellen (mits deze voldoende analoog is met een bestaande werkelijkheid) en daarin als persoon in verschijning treden en handelen. Datgene, wat daar geschiedt, wordt in de herinnering (de hersens) vastgelegd en kan na afloop van de procedure a.h.w. worden afgelezen, zodat men dan precies weet wat er aan de gang was. Dit zijn natuurlijk eenvoudige voorbeelden. Maar ik kan mij voorstellen, dat u ook nog behoefte heeft aan het werken met een geest of een geestelijke geleider. In dergelijke gevallen echter kunt u zelf niet bepalen wie uw geestelijke geleider of helper zal zijn. Dit is nl. niet afhankelijk van vroegere persoonlijke relaties, maar van nu bestaande harmonieën en mogelijkheden. Tracht in een dergelijk geval dus niet een gestalte op te bouwen. Indien u antwoord krijgt (u gaat weer te werk als bij een normale communicatie met de geest), dan zult u ook niet moeten trachten daaraan een naam te verbinden. Zodra u namen verbindt aan een dergelijke entiteit of leider, ontstaat er nl. een misleiding. Uw eigen associaties gaan een zeer grote rol spelen en de ontvangen boodschappen worden onzin, geprojecteerd door het eigen onderbewustzijn of wensleven. Door de kracht niet te benoemen en daaraan geen eigenschappen toe te schrijven, doch slechts harmonie daarmee te zoeken, laat u de geestelijke leider of helper de grootste mogelijkheid zijn persoonlijkheid uit te drukken.
Op den duur kunt u dan misschien iets van een naam of vaker nog van een gestalte waarnemen. Dit echter is nimmer bepalend, daar het uw eigen interpretatie is. De harmonie moet worden opgebouwd door meditatie, waarbij de gevoelservaringen van vorige contacten na meditatie als eerste punt van overweging worden gebruikt.
Uittreding naar de sferen zou op een soortgelijke wijze mogelijk zijn. Maar hierbij is het gevaar voor dagdromen zo groot, dat ik dit alleen voor zeer gevorderden zou aanbevelen via meditatieve weg en gerichtheid.
Ik hoop hiermede een zij het onvolledig dan toch bruikbaar beeld te hebben gegeven van wat met meditatie kan worden gedaan. Meer dus dan alleen maar overwegingen of innerlijke wijsheid verwerven. Men kan uit de meditatie door een geschapen harmonie en sfeer zeer vaak belangrijke resultaten naar buiten toe bereiken. Ook voor hen, die met geestelijke genezing op afstand willen werken, zou ik de raad willen geven:
Mediteer. Maar doe het dan regelmatig en ga steeds uit van één en hetzelfde grondidee. U zult ontdekken, dat u door als doel verschillende personen of ziekten te kiezen langs deze weg ook betere resultaten krijgt.
Hiermede hoop ik deze kleine bijdrage te mogen besluiten.

Eeuwigheid

Begrip, dat niet omschrijf baar is en nauw doorvoeld met de gedachte niet omschreven wordt.
Tijd, die oneindig schijnt en toch slechts een kringloop is, waarin steeds hetzelfde zich als mogelijkheid in wezen kan herhalen.
Eeuwigheid is ruimte, die samenvalt tot een punt, waarin toch alle mogelijkheden van ruimte bestaan. Het is een tijdloosheid, die alle verschijningsvormen, die in tijd denkbaar zijn, bevat.
Wij zijn eeuwig, want wij bestaan in alle tijden. Maar zolang wij nog bestaan in het besef van tijd, zijn wij niet eeuwig. Eeuwig worden wij eerst, indien wij beseffen hoe ons werkelijk wezen in alle tijd slechts de uiting is van iets, wat in de kern van het bestaan ligt. Zoals we de ruimtelijkheid van ons wezen voorlopig nog niet zullen kunnen ontzeggen misschien en toch eerst alle vormen als eenheid moeten leren beschouwen; ook alle vormen, die wij geweest zijn of volgens eigen besef zullen zijn, voordat wij iets van eeuwigheid in onszelf beleven.
Het is gemakkelijk te zeggen, dat God de eeuwigheid is, omdat de eeuwigheid op ons wacht, als we op aarde braaf zijn. Maar eeuwigheid is niet iets, wat later komt. Eeuwigheid is alomvattend; zij, bestaat vandaag. Tijdloosheid is iets, wat alle tijd omvat. Het zijn zonder ruimtelijke beperking is iets, wat alle ruimte in zich moet bevatten, anders is de onbeperktheid niet mogelijk.
Wij beseffen het onbeperkte van ons eigen wezen nog te weinig. En strevende naar eeuwigheid en naar God zijn wij steeds weer geneigd om voort te blijven rennen in een en dezelfde cirkelgang, altijd weer dezelfde figuren en dezelfde gedachten herhalend; een soort eindeloze pavane, gedanst aan het hof van een krankzinnige keizer.
Wij moeten anders worden. Wij moeten eeuwigheid niet zien als morgen, maar als vandaag. Wij moeten onszelf niet zien als alleen wat wij nu zijn, maar als alles wat we ooit geweest zijn en ooit zullen kunnen zijn volgens ons besef. Nu ben ik tijdloos, eeuwig. Zo wordt God voor mij pas werkelijk. Zo kan ik iets aanvoelen van het mentaal niet omschrijfbare begrip van onbeperktheid.
Elk beeld, dat de mens heeft geschapen om eeuwigheid weer te geven, was slechts een bespotting van eeuwigheid. Zelfs de cirkel, die eeuwigheid moet uitbeelden, is in zichzelf een beperking, die aangeeft dat er daarbuiten nog meer kan bestaan.
Buiten eeuwigheid kan niets bestaan. Laat ons daarom zoekende naar wijsheid en waarheid beseffen, dat ons beroepende op de onbeperktheid, die de kern is van ons bestaan, wij alle dingen van alle tijden en alle ruimten kennen in onszelf en het eeuwige, het onbeperkte tot uiting kunnen brengen, zelfs in de schijnbare beperktheid van een vorm, die men nu nog het eigen “ik” noemt; zelfs binnen de gang van tijd, geketend als een slaaf, die men leven noemt.
Ik besta. Bestaan is meer dan leven. Ik ben. En zijn is meer dan ruimtelijk bestaan.
God noemt men: Hij, Die Is. Maar ik zeg u: Ik ben eveneens, die ben Onbeperkt. Uit deze onbeperktheid ben ik verwant met de Schepper. Uit deze onbeperktheid ben ik een met Schepper en het geschapene gelijktijdig. Uit deze onbeperktheid alleen kan ik de krachten vinden en het besef, dat mij de schijnbare beperkingen van een persoonlijk bestaan doet overwinnen.