Occulte beweging

uit de cursus ‘Wereldontwikkeling‘ (hoofdstuk 10 ) – juli 1983

Occulte beweging

Voor ik deze laatste les van de cursus geef, zou ik erop willen wijzen dat u, als u de cursus goed heeft bestudeerd, toch ook het laatste gedeelte van Cursus I goed moet bekijken. Daar staan veel dingen in die ik anders nu nog een keer moet zeggen.

De gehele wereld is in een staat van voortdurend wisselend evenwicht. Dit kan men op elk terrein zien. Of het nu gaat om natuurkrachten of dat het gaat om de politiek, de economie of wat anders. Deze voortdurend wisselende evenwichten worden voor een deel mee bepaald door niet zichtbare krachten. Door invloeden, komend uit bepaalde sferen (geestelijke invloeden), en daarnaast invloeden op het niveau van zon, aarde en dergelijke. Dus de grote bezielde wezens die eigenlijk een beetje de goden spelen voor wezens als de mens.

Wij allen proberen altijd weer ons bewust te worden van de wereld waarin wij leven. Dit je bewust worden impliceert ook wel degelijk dat je ook probeert de invloeden aan te voelen en op te vangen die behoren tot al die andere, niet menselijk waarneembare gebieden. Het is wat men noemt de occulte begaafdheid van de mens. Het is occultisme, het is magie en er zijn ook wel andere namen voor te vinden.

Laten we proberen om op deze laatste bijeenkomst dan een paar punten ten aanzien van die wereld eens heel duidelijk te stellen.

In de eerste plaats. De wereld zelf reageert voortdurend op de gedachtenuitstralingen van de levende wezens die op deze wereld wonen. Er is een gestage wisselwerking waardoor de aarde zowel het leven op de aarde beïnvloedt als ook omgekeerd. Als wij deel daarvan zijn, kunnen wij een groot gedeelte van de invloeden van de aarde ontvangen, indien wij daar maar een beetje gevoelig voor willen zijn. Dat betekent in feite openstaan. Voorbeeld. Wanneer een uitbarsting van een vulkaan, een aardbeving, een bijzonder zware storm etc. opkomst is dan zult u zien dat de gevaarlijke gebieden soms reeds dagen, maar in ieder geval uren voordat het gebeuren plaatsvindt, worden ontruimd door de dierlijke bewoners daarvan. Waarom? Zij voelen aan wat er gaat gebeuren. Een mens voelt diezelfde tekens ook aan, alleen weet hij ze niet meer te interpreteren.

In de tweede plaats moeten we dan stellen, er zijn kosmische werkingen die de aarde beroeren zowel vanuit de kern van het Melkwegstelsel als ook vanuit andere sferen, werelden of dimensies. Deze invloeden hebben gewoonlijk voornamelijk betrekking op wat men het mentale of geestelijke leven of het Welbehagen van de mens noemt. Het gaat hier om invloeden die niet direct stoffelijk schadelijk zijn, maar die wel indirect, door inwerking op uw bewustzijn, veranderingen in uw stoffelijke status tot stand kunnen brengen. De bronnen daarvan zijn zo ver verwijderd en zo sterk dat een reactie onzerzijds daarop geen en­kele tegenreactie kan veroorzaken. Ten aanzien van de aarde is dit wel mogelijk.

Een voorbeeld. Wanneer u wordt getroffen door ‑ laat ons zeggen – de rode straal, dan zult u in die rode straal een zekere mate van vitali­teit ervaren. U zult daarbij echter wat gejaagd zijn. U zult in vele ge­vallen ook strijdlustiger zijn dan normaal. Als u dit alles bij uzelf ontdekt, dan kunt u die invloed niet on­gedaan maken. Maar u kunt haar wel voor een deel van uw bestaan neutra­liseren door daaraan een bestemming te geven. Wie probeert een derge­lijke rood‑invloed om te zetten in arbeidsvermogen, zal moeten kiezen voornamelijk voor lichamelijke arbeid, dat is duidelijk. Hij zal dan meer presteren dan normaal. Hij zal ook in die inspanning zelfs een zekere ontspannenheid vinden zodat de strijdlustigheid, de gejaagdheid enz. vanzelf op de achtergrond komen.

Dan hebben wij bij de beïnvloedingen van de aarde ook nog te maken met, wat men noemt de grote cycli. Grote cycli zijn voor een deel astronomisch of astrologisch aantoon­bare ritmen die in het Al bestaan. De meest bekende cyclus loopt 2172 jaar. Er zijn er ook die 3 jaar, 9 jaar lopen. Dergelijke ritmen herhalen zich. De invloed van de ritmen op zichzelf varieert niet.

Het is een heel belangrijk gegeven. Als wij weten, we zitten nu in een 9‑jarige zonnecyclus, dan kunnen we zeggen, negen jaar geleden heb­ben zich soortgelijke verschijnselen voorgedaan. Het wordt pas gevaarlijk of onberekenbaar wanneer er meer cycli samenvallen, want dan zou men precies de intensiteit daarvan moeten kennen om uit te rekenen welke feitelijke resultante ze opleveren, wat er werkelijk op aarde daardoor gaat gebeuren. Dit is niet zo gemakkelijk te doen. Ik wil daarover dus niet al te veel zeggen. Voor een mens geldt echter wel het volgende.

In uw eigen leven kent u een levenscyclus. Die kan uiteenlopen bij sommigen van de 5‑jarige tot maximaal de 9‑jarige. De meest voorkomen­de ligt tussen de 6 en de 7 jaar.

Elke keer dat u, gerekend vanaf uw geboorte, een dergelijke perio­de heeft volbracht, komen er in uw leven veranderingen. Die veranderin­gen hebben een bepaald karakter. Dit karakter wordt in zijn resultaten mede bepaald door de kosmische werkingen van het ogenblik. Toch kunt u aannemen dat in uw leven deze tendens altijd vergelijkbaar zal optreden. U kunt dus, op grond van een verleden, berekenen wat u in het heden of in de nabije toekomst eventueel aan invloed te wachten staat.

Elke invloed, die bewust wordt erkend, kan worden afgebogen. Dat wil zeggen, ze kan niet ongedaan worden gemaakt, maar ze kan worden gericht op een bepaald doel. Daarmee bereikt u dat het doel gemakkelijker wordt bereikt en verwezenlijkt en tevens dat de spanningen, die in een dergelijke cyclus het ik gewoonlijk ondergaat, afnemen. Dit zijn een paar punten waarmee u als mens op aarde rekening moet houden.

Hoe kunnen we nu de aarde ongeveer bekijken. De hele wereld heeft zich altijd ontwikkeld vanuit een bestaand punt. Dat zijn in een heel ver verleden een soort robachtige wezens geweest. Daarna hebben we gekregen de eerste, bijna simiaanse bewoners, de voorva­deren van aap en mens. Vervolgens de eerste mensachtigen (the missing link) en dan krijgen we de verschillende soorten mensen.

Kijken wij naar de manier waarop elk van deze soorten leeft, dan blijkt dat elk ras, elke soort die ontstaat, begint men met een eenvou­dig samenlevingsverband dat voert tot taakverdeling. In deze taakver­deling spelen over het algemeen geestelijke (ook wel ideëel genoemde) elementen een rol. Is de taakverdeling eenmaal voldoende tot stand ge­komen, dan zal op grond hiervan een prestatiecyclus volgen. De soort gaat bepaalde dingen uitvinden, ze gaat dus voortbrengen. Ze gaat haar milieu voor een deel aan zich onderwerpen. Dan is de vraag alleen maar, hoe ver gaat dit?

Nu blijkt, dat elke opeenvolgende soort het verder heeft gebracht in de beheersing van het milieu, maar dat gelijktijdig de samenlevings­banden, bij een al te grote beheersing van het milieu, sterk lijden. Dat wil zeggen, de eensgezindheid, de eendracht, de samenwerkingen, zelfs de indeling van de gemeenschap, lijden daar onder.

Als we verder kijken, dan zien we dat er altijd wisselende zwaarte­punten zijn. Er is een tijd geweest dat er een zwaartepunt was in Byzan­tium. Dat was in het begin van het christendom. Voor die tijd lag er een zwaartepunt in Rome. Maar al ver voor die tijd heeft er een zwaarte­punt gelegen in India, in China. Gaan we nog verdere, dan blijkt dat er ook in Zuid‑Afrika bepaalde, tamelijk hoge beschavingen zijn voorgekomen, zo goed als in Zuid‑Amerika. Hieruit kunnen we afleiden dat er dus al­tijd weer toppen van beschaving ontstaan.

Wat is het kenmerkende van een gemeenschap die haar directe samen­hang begint te verliezen en dus gaat zoeken naar een ander patroon? Want daar komt het eigenlijk op neer.

De inwerking van de brandpunten wisselt steeds sneller. De invloe­den werden in het begin altijd bepaald door de Palastijnse heuvel in Rome gedurende het Romeinse rijk. Later werd een groot gedeelte van deze macht overgebracht naar o.a. Capri en verschillende andere delen van het toen­malige gebied. Er is zelfs een tijd geweest dat de werkelijke invloed in Rome voor een groot gedeelte kwam van een klein Grieks eilandje.

Als we dus zien dat die zwaartepunten zich steeds sneller gaan ver­plaatsen op de wereld, dan kunnen we op grond daarvan aannemen dat er gelijktijdig een nieuwe tendens ontstaat. Deze heeft altijd magische of pseudo‑magische tendensen. Zoals het begin van de gemeenschap ligt in een magisch besef, zo ligt het einde van een gemeenschap doorgaans eveneens in een zoeken naar een magische oplossing.

Magie, dat weten we allemaal, is niet alleen maar wat je met een geest kunt doen. Het is doodgewoon een soort wetenschap. Het is als het ware de mathematica waarin de onbekende werelden mede betrokken worden bij de werkingen op de eigen wereld.

Stel u nu voor dat u op dit ogenblik uw wereld bekijkt. Wat kunnen we vaststellen?

  1. De werkelijke machtsbrandpunten wisselen betrekkelijk snel. Ook als ze voor de grote massa nog steeds gefixeerd zijn onder meer in Washington en Moskou.
  2. Het magisch denken neemt hand over hand toe. Er wordt niet meer vanuit feiten en werkelijke maatschappelijke verhoudingen ge­reageerd. Er wordt gereageerd op een basis van allerlei idealen, geloofsartikelen of eventueel stellingen die men niet wil prijs­ geven. Dat betekent dat het zogenaamde onwerkelijke element op het ogenblik in uw wereld dominant is.

Wie in die onwerkelijkheid gevangen wordt, bevindt zich in een tuin vol illusies. Je weet niet meer wat echt is en wat niet. Om dat te ont­dekken moet je je onttrekken aan de uiterlijke verschijningsvorm. Dan heb je dus inderdaad een vorm van helderziendheid of helderhorendheid nodig om voor jezelf uit te zoeken wat wel en wat niet echt is. Kun je dit niet, dan word je meegesleept in een soort droomleven. En dan zie je als vanzelf de ondergang van een maatschappij waartoe je behoort en mogelijk zelfs van het ras waartoe je behoort, zich rond je voltrekken.

Wat hebben we nodig?

In de eerste plaats. In de wereld van vandaag hebben we een mate van kennis nodig. Zonder kennis is er geen mogelijkheid tot communicatie. Als wij niet kunnen communiceren, we kunnen geen contact krijgen met de wereld om ons heen, dan is elk erkennen van de werkelijkheid op zichzelf zinloos geworden.

In de tweede plaats hebben we nodig openstaan of gevoeligheid. Openstaan of gevoeligheid begint bij de gewone mens doorgaans met meer aandacht te geven aan meer inspiratieve of instinctieve reacties. Het is namelijk zo, dat men gevoelsmatig heel vaak schijn als zodanig er­kent, maar verstandelijk niet in staat is de sprong te maken naar een bewust verwerpen van een illusie.

Gaat u uit van uw instincten, dan komt u langzaam maar zeker tot een nieuwe benadering van het bestaan, van het eigen leven maar ook van de gemeenschap. Daarmee komt u vanzelf ook terecht op een punt waarop de signalen die u van buitenaf bereiken, vooral de niet‑stoffe­lijke, een veel intensere kwaliteit hebben en daardoor voor u een grote­re betekenis verkrijgen. Die betekenis moet u nooit overdrijven.

De werkelijkheid kan wel zeggen dat iedereen blind is. Maar als ie­dereen denkt dat hij kan zien, dan moet je nooit zeggen dat hij blind is. Je moet alleen proberen net iets duidelijker de waarheid te zien en daar net iets duidelijker op te reageren dan de anderen in hun verblindheid, maar menend dat ze ziende zijn, zullen doen. Op deze manier kan men voor­uit lopen op de ontwikkeling.

In de derde plaats. Als je krachten in jezelf erkent, kun je die krachten met anderen delen. Het maakt weinig verschil uit of je je brood met een ander deelt of het licht dat in je leeft. Dat lijkt in het begin een heel eigenaardig geloofsartikel, maar het heeft wel degelijk zin.

Kijk, in uzelf heeft u een zekere kracht. Die kracht kunt u met an­deren delen. Kunt u dat bewust doen, dan gaat u genezen of u gaat waar­nemen. U kunt dat ook doen op een minder spectaculaire manier door de werkelijkheid in een ander aan te voelen en niet op de voorstelling van de ander, maar op de werkelijkheid te reageren. Daar u kennis genoeg moet bezitten om een omschrijving te vinden die nog net past bij de eigen voor­stelling van de medemens, kunt u hem zo helpen om dichter bij de waarheid te komen.

Dan hebben we ook nog de kwestie van de kosmische krachten die voor een deel voor een mens bruikbaar zijn.

U heeft allen wel eens gehoord van od‑kracht, van prana e.d. Het zijn in feite ladingen, die je vanuit de omgeving, meestal de atmosfeer, kunt opnemen in je zenuwstelsel. Daarnaast zijn er bepaalde geestelijke krachten die je zelf kunt opslaan. Als je deze krachten wilt opnemen, ben je altijd beperkt door je mogelijkheid om die kracht op te nemen. Op het ogenblik echter dat je die kracht gebruikt, gebeuren er twee dingen. In de eerste plaats kun je veel meer kracht uitstralen dan je zelf ooit be­zeten hebt. In de tweede plaats, doordat voortdurend deze stroming in je op gang komt, kun je ook te gelegenertijd meer energie in jezelf opslaan. Je vergroot dus je eigen vermogen en tevens de mogelijkheid die je hebt ten aanzien van anderen.

Hiervoor is een zekere instelling nodig. U moet een beetje geloven. Geloven is iets wat in weten niet uitdrukbaar is. Als u gelooft, dan geeft het ook niet hoe u dat geloof formuleert. Of u nu denkt in de termen van de oude goden, in de termen van de moderne religie, danwel in de termen van er is wel een God, maar we kennen hem toch niet, dat maakt niets uit. Er is gewoon een punt van concentratie nodig waardoor u het gevoel van verbondenheid met de kracht in uzelf kunt opwekken. Bent u zover dat u het gevoel heeft dat deze in of rond u werk­zaam is, dan begint de tweede fase.

Wij kunnen die kracht alleen gebruiken buiten ons. Wij moeten nooit die kracht direct op onszelf richten. Wanneer we buiten ons werken, dan zal in ons als vanzelf een grotere hoeveelheid energie ontstaan en als we ons werk hebben beëindigd, blijft die in ons behouden. We zijn er rijker door geworden en daarmee kunnen we dan iets voor onszelf doen.

U moet nooit denken dat u een mens kunt genezen van een kwaal die anders dan zuiver lichamelijk is. Elke kwaal, die een geestelijke bron heeft, vergt eerst het ontstaan van een geestelijke harmonie of een terugkeer tot een bepaalde geestelijke evenwichtigheid voordat een stoffelijke genezing werkelijk volledig bereikbaar is.

Ditzelfde geldt ook voor mensen die bezig zijn met problemen die schijnbaar niets met lichamelijkheid te maken hebben. Als u te maken heeft met economen, politici, wetenschapsmensen, managers, directeuren, vakbondsleiders of met wie dan ook, dan is het heel vaak mogelijk die mensen te helpen. Zij functioneren namelijk voor een groot deel uit een zekere geestelijke onevenwichtigheid. Geef hun de evenwichtigheid terug en u zult zien dat hun denken, dat voor een deel irrationeel leek, opeens terugkeert tot een rationaliteit, dat er opeens weer gereageerd wordt op werkelijke feiten en niet alleen op grond van veronderstellingen. Ook daarvoor kunt u de kracht gebruiken. Maar u kunt haar niet gebruiken om alle economen, alle politici of alle managers etc. te helpen. U kunt het alleen doen, indien u zich richt op een persoon.

In de ontwikkeling van de wereld schijnt meermalen iets dergelijks gebeurd te zijn. Het klinkt misschien een beetje vreemd, als ik u wijs op Alexander de Grote. Men zegt dat deze man voor het merendeel van zijn mogelijkheden feitelijk afhankelijk is geweest van een hem bijna vergodde­lijkend volk dat hem niet alleen aanvaardde, maar eigenlijk boven de mas­sa en boven de norm heeft uitgeheven.

In uw tijd heeft u, zij het op beperkter schaal, een soortgelijk ef­fect kunnen zien. Als u kijkt naar Juliana, eens koningin der Nederlanden, en u ziet hoe haar ontwikkeling is verlopen, dan zult u met verbazing zien dat juist de gevoelens die de mensen, volkomen onredelijk, haar als het ware hebben toegestraald een snellere en veel betere vorming hebben mogelijk gemaakt voor haar dan anders in haar positie ooit bereikbaar zou zijn geweest.

Een tweede voorbeeld is uw huidige koningin. Deze wordt in veel min­dere mate aanvaard en aanbeden. Hierdoor heeft zij, zowel in haar particu­liere sfeer als anderszins, veel grotere moeilijkheden te overwinnen en kan zij voor zich veel minder gemakkelijk als het ware de oplossingen vinden die in haarzelf nog niet leven. Zo is dit de gehele historie van de mensheid door gegaan.

Op het ogenblik, dat een mens een soort god wordt en anderen die mens gaan vereren, wordt ook de feitelijke potentie van die mens verhoogd tot het meervoud van de norm. Daardoor is er een groot aantal mensen dat eigenlijk helemaal niet op grond van hun verstandelijke of technische gaven, maar op grond van hun zuiver menselijke gaven voortdurend zijn geslaagd.

Het maakt bijvoorbeeld duidelijk waarom Gen. Montgomery in zijn verschillende campagnes meermalen heeft gefaald. Hij faalde, omdat hij niet werd gezien als de man die voorging. Dat hebben ze later geprobeerd van hem te maken, maar het is nooit gelukt. Daarentegen waren anderen zoals Gen. Patten, die strategisch gezien ongetwijfeld de mindere is geweest van Montgomery, maar die bepaalde zaken met goed gevolg heeft weten te volbrengen waaraan Monty ongetwijfeld zeer veel troepen zou hebben opgeofferd, zon­der een feitelijk resultaat te behalen. Patton was voor zijn mannen in die tijd een soort godheid, een lichtend voorbeeld. Iemand waar je on­willekeurig aan dacht bij alles wat je deed en die je daardoor eigenlijk voedde met alle gegevens die je bezat, maar ook met een deel van de kracht die toch door je pulseert. Zo werd het die man mogelijk gemaakt om juist op ogenblikken, dat een ander geen oplossing meer wist, instinctief de juiste houding te kie­zen en instinctief precies die risico’s te nemen die elke verstandige strateeg in zijn geval vermeden zou hebben.

Dit zijn zeer typische voorbeelden. De hele historie van de mens­heid wemelt van dit soort typen. Wij zien het zelfs op het gebied van wetenschappers. Er zijn wetenschapsmensen bij die zich nooit kunnen door­zetten, totdat er opeens een deel van een volk hen begint te vereren.

Neem eens Pasteur. Pasteur had verscheidene ontdekkingen op zijn naam staan. Hij werd niet gewaardeerd. Hij werd zelfs wetenschappelijk niet aanvaard, totdat hij iets kon doen aan de wiegedood, de besmetting waaraan kraamvrouwen en hun borelingen ten onder gingen. Vanaf dat mo­ment werd hij ‑ en voornamelijk door het gewone volk en niet door de me­dische stand en de wetenschap ‑ vereerd. Het is deze verering die hem de mogelijkheid gaf om zich verder te manifesteren, erkenning af te dwingen, maar gelijktijdig ook een aantal processen in werking te zetten die tot op deze dagen, door de geneeskunde, hun stempel drukken op de praktijk.

Ik weet het, het zijn voorbeelden. Misschien heeft u meer dan ge­noeg van dergelijke voorbeelden gehoord in de loop der tijd. Maar u be­vindt zich toch eigenlijk in precies dezelfde positie. Ook u, of u nu paranormaal bewust of niet bewust bent, begaafd bent u allemaal, maar de een is zich daarvan bewust en de ander niet.

U heeft in u deze kracht. Kunt u komen tot een aanvaarding door anderen, tot een betekenis voor anderen, dan zult u zien dat uw eigen ik, uw levenskracht, sterker en groter wordt. Dat u opeens meer din­gen juist gaat zien, dat u beter gaat reageren en dat u steeds zorg­vuldiger selecteert tussen de illusies die de hele wereld om u heen vertoont en de feiten die voor de meeste mensen daar achter schuil gaan.

Doordringen in de werkelijkheid. Dat betekent, dat je ook kunt doordringen in de werkelijkheid van je eigen wezen. Iemand die zich­zelf volledig kent, is in staat alle kosmische krachten die hem be­roeren ‑ onverschillig tot welke cyclus ze behoren of uit welke bron ze stammen ‑ in zich te erkennen, juist te richten en te gebruiken en daardoor gelijktijdig zichzelf aan een te sterk emotionele of andere beïnvloeding te onttrekken.

Paranormale gaven ontwikkelen is natuurlijk heel mooi en ik gun het u allen van harte. Maar met paranormale gaven alleen komt u er niet. Als er niet deze harmonie is, deze innerlijke waarheid waardoor u op de waarheid om u heen kunt reageren.

Ik wil er verder nog op wijzen dat deze wereld voor een groot deel medebepalend is voor de manier waarop men zijn medemens benadert. Een typisch voorbeeld.

In een tijd dat medici en staatslieden veel minder presteerden dan degenen die vandaag de dag aan het werk zijn, hadden zij toch vaak meer mogelijkheden. Zij waren een afzonderlijke stand geworden en hadden als het ware een magisch aureool. De onaantastbaarheid stelde hen enerzijds in staat om hun stommiteiten voort te zetten in een mate die tegenwoordig ondenk­baar is, maar gaf hun anderzijds ook het vermogen om dingen tot stand te brengen die op het ogenblik niemand zich meer zou kunnen voorstellen. Zij konden dingen bereiken.

In deze dagen is de medische stand langzaam maar zeker aan het terugvallen op een soort mecanicienstatus. Degenen die bloed komen verversen en eventueel foute onderdelen een beetje komen bijstellen.

De politici en bestuurderen zijn langzamerhand teruggevallen op een klasse apart die eigenlijk wordt gezien als egoïstisch (wat ze meest­al ook zijn) en daarnaast ook als onbetrouwbaar. Dat wil zeggen, dat hun mogelijkheden minder worden, maar ook dat hun scherpte van inzicht aan­merkelijk achterblijft bij, vergelijkenderwijs, wat in het verleden der­gelijke staatslieden bezaten. Mensen als een Richelieu of Bismarck zijn heden ten dage niet meer denkbaar. Ze zijn ontluisterd, ontdaan van die extra bijdrage die ze nodig hadden en die ze verkregen door te behoren tot een afzonderlijk gebied in het leven dat als het ware ontvankelijk was voor alles wat de mensen gaven.

Ook dit beseffen is belangrijk. Want waar die samenhang, dit abso­lute voelen, dit vertrouwen en het daaruit voortvloeiende gezag niet meer feitelijk aanwezig zijn, daar ontstaat een ontbindingsverschijnsel in elke gemeenschap en maatschappij. Dit betekent, dat eenvoudiger groe­pen waarin een dergelijke discipline, een dergelijke aanvaarding, aanbid­ding enz. wél bestaan, daardoor de boventoon gaan voeren. Dan kun je over alle technische middelen beschikken die je je maar kunt voorstel­len, je bent niet in staat om die anderen werkelijk te onderdrukken. Een typisch voorbeeld.

Het conflict in Vietnam waarin de Verenigde Staten met alle technische meerderheid tenslotte kon kiezen, een nederlaag lijden of te­rugtrekken. Daar kwam het op neer.

Wij zullen nog heel wat van dergelijke situaties zien. Maar laten we ons daar niet teveel mee bezighouden, want wij hebben te maken met onszelf, met ons eigen ego, met de krachten die in deze fase van de maatschappij moeten worden gebruikt.

Wat is op het ogenblik het cyclisch geheel. Wij zitten in de top van een 11‑jaar cyclus met een aankomende top van een 9‑jaar cyclus, terwijl we aan het eind van het volgende jaar bovendien een vaak minder gunstige, grote 330‑jaar cyclus kunnen ver­wachten. Daar deze invloeden gewoonlijk langlopend zijn (de 7‑jaars, de 9‑jaarcyclus lopen nog een maand of vijf, de 330‑jaars cyclus loopt over het algemeen in haar gehele werking bijna 12 jaar), mogen we aannemen dat zeer grote spanningen in de mensheid zullen ontstaan.

Laten wij ons daarin meesleuren, dan zullen we het slachtoffer worden van het geheel van de invloeden die ons treffen. De verschillen­de illusies die er om ons heen bestaan, worden sterker, we zijn steeds meer gebonden, we worden steeds machtelozer. Indien we daarentegen le­ren open te staan, al is het maar op instinctief vlak, voor deze beïnvloedingen en op grond hiervan onze keuze maken met een zo groot mogelijke kennis van wat we zelf zijn en wat we eigenlijk willen, dan zul­len we die invloeden voor onszelf grotendeels ten gunste kunnen ombui­gen. Daarnaast zullen we de grote cycli met hun langere duur vaak kun­nen gebruiken om te ontkomen aan de gevolgen daarvan, die zich op som­mige plaatsen ongetwijfeld zullen manifesteren, en gelijk tijdig gebruik te maken van de heersende tendens om voor onszelf meer kracht, meer energie en eventueel een betere taak te verwerven. Het is erg belangrijk dat wij dat doen.

In het geheel van de wereldontwikkeling kom je ontzettend veel din­gen tegen. Het is duidelijk, dat die in deze cursus lang niet allemaal aan bod zijn geweest. Ik heb geprobeerd in dit afsluitende betoog nog enig inzicht te geven in zaken die op het ogenblik vooral spelen.

Wat moet u op dit ogenblik verwachten? Er is op dit moment een invloed die tijdelijk voor de meesten van u aangenaam is. Ze zal echter al zeer snel overgaan in een soort zenuwspanning, een soort ongedurigheid. Voor de meeste mensen zijn conflicten op aller­lei gebied te verwachten of zijn reeds in ontwikkeling. Dit is een korte termijn diagnose. Wat te doen?

In de eerste plaats. Spaar uw krachten. Probeer alleen die dingen te doen die u werkelijk prettig vindt. En voor zover het uw taak betreft, zorg dat u die taak van tevoren nauwkeurig afbakent en dat u haar nauw­keurig indeelt. Juist door deze indeling en de begrenzing van hetgeen u moet doen, zult u meer zekerheid verwerven. Hierdoor kunt u zich aan allerlei onzekerheden en beïnvloedingen onttrekken.

Heeft u het gevoel dat uw medemensen u niet erkennen, trek u op dit moment daar niet teveel van aan. Probeer ook niet uw gelijk te krij­gen. Ga rustig verder. Door rustig verder te gaan krijgt u in uzelf iets van de kracht van deze tendens en deze zal u later dan (al zal het voor de meesten van u wel een kwestie zijn van 6 à 7 weken) in een positie brengen waardoor u werkelijk iets kunt bereiken.

In de tweede plaats. De algemene beïnvloeding van de wereld op dit ogenblik (ik heb dat al enigszins aangestipt) houdt in, dat er een groot aantal spanningen zullen zijn. Hierbij zal ook de aarde zelf gaan reageren. Wij moeten, zoals u bekend zal zijn, rekening houden met een aantal onverwachte natuurverschijnselen. Niet alle daarvan zijn even pret­tig en gunstig. Stel u hiervoor open. Wees niet bang voor iets. Verwacht niets. Probeer blank te zijn.

Wanneer u echter een gevoel van onrust krijgt, probeer niet die on­rust te verklaren, maar vraag u af op welke manier die onrust het een­voudigst kan worden opgelost. U zult merken, dat u dan bijna op instinc­tief vlak beslissingen gaat nemen die in deze tijd juist zijn. Houdt u deze manier van werken de eerst komende 2 maanden maar aan. U zult er veel voordeel van hebben.

In de derde plaats. Tegen het einde van dit jaar begint de invloed van een bepaalde zonne‑cyclus. Daarnaast speelt een oude aarde‑cyclus een rol. Dan hebben we nog een aankomende kosmische cyclus die zich al heel voorzichtig gaat manifesteren.

Hier is het schijnbaar een kwestie van strijden, een oplossing vin­den door anderen als het ware te dwingen om jouw denken, jouw manier van re­ageren en redeneren te volgen. U zult daarmee zeker tot mei volgend jaar (1984) geen succes kunnen hebben. Realiseer u dit. U kunt geen plotselinge veranderingen tot stand brengen. U kunt ook niet anderen tijdelijk dwingen om juist te handelen. Het enige dat u kunt doen, is uw eigen handelen aan te passen aan al datgene wat u rond u ziet. Probeer hierbij steeds weer, wanneer in u een probleem oprijst dat door de buitenwereld wordt veroorzaakt, u af te vragen wat is de werkelijk­heid hier achter? Stel u die vraag intens en ga over tot de orde van de dag. Wanneer een antwoord in u opkomt, bijna instinctief, noteer het, ga nog enige tijd verder volgens de orde van de dag en als u een rust­tijd kunt inlassen, beschouw het antwoord dat u heeft gekregen niet op grond van waarschijnlijkheid, maar op grond van de handelwijze die voor u ‑ indien dit waar zou zijn ‑ de meest raadzame is. Kies deze richting van handelen nu zover u kunt zonder anderen tot slachtoffer te maken.

Doet u dit, dan zult u merken dat u in de meeste gevallen in deze lang lopende periode uzelf eveneens kunt ontdoen van allerlei hinderpa­len, allerlei remmingen. Aan de andere kant kunt u voor uzelf juist die discipline en evenwichtigheid opbrengen die nodig zijn om toch in de we­reld geestelijk resultaten te boeken.

In de vierde plaats. Er is op het ogenblik een invloed gaande van geestelijke aard waarvan wij eveneens moeten aannemen dat ze tenminste tot mei volgend jaar, waarschijnlijk langer, zal aanhouden.

Deze invloed wordt grotendeel veroorzaakt door entiteiten die proberen deze wereld te benaderen. Daaronder zijn zeker ook enkele hogere. Wanneer deze invloeden u benaderen, kunt u dit aanvoelen als een soort prikkeling. Heel vaak gaat het gepaard met schijnbaar helderzien­de waarnemingen of plotseling ruiken van vreemde geuren, vaak bijzonder lekkere. Als u daar dus “last” van heeft, dan kunt u de volgende pro­cedure toepassen.

Ontspan u volledig, ook lichamelijk. Probeer niet te denken. Er ontstaan fantasieën. Laat die fantasiebeelden door u heen razen. Geef er niet bijzondere aandacht aan. Probeer ze zeker niet in een spe­ciale richting te leiden. Het einde van deze beelden is meestal een conclusie. Deze conclusie zult u zich gewoonlijk heel goed herinneren, vaak nog dagen nadien.

Deze conclusie is de aanwijzing voor een persoonlijke verbetering van contacten met geestelijke sferen en een persoonlijk juister gebruik van geestelijke kracht en eventueel ook geestelijke hulp.

Als u ook met dit punt rekening houdt, zult u in de wereld van vandaag geestelijke hulp steeds meer ervaren. U zult ontdekken dat ze het u steeds prettiger maakt om te leven en gelijktijdig uw leven meer betekenis geeft voor anderen.

Indien u daarin slaagt, zult u zeggen, ik heb in dit deel van de wereldontwikkelingen in ieder geval mijn eigen geestelijke ontwikkeling niet verwaarloosd. Ik heb in mij een zekere mate van inwijding ondergaan en ik zal, als ik later ooit nog op aarde moet terugkeren, beter in staat zijn om met behulp van geestelijke sferen en krachten zowel als met erkenning van stoffelijk bestaande beïnvloedingen mijn leven tot een volmaaktheid te voeren die verdere incarnatie overbodig maakt. Hiermee zou ik deze cursus willen beëindigen.

Wij hopen dat u in de cursus zo hier en daar aanwijzingen heeft gevonden die u in staat zullen stellen om zelf verder te gaan zowel met de ontwikkeling van paranormale kwaliteiten als ook met een beter begrip ten aanzien van de wereld waarin u leeft.

  • Wat u heeft gezegd van die personen, die beïnvloed zijn door krach­ten om hen heen, kunnen daartoe ook Hitler en Napoleon gerekend worden?

De mensen, die beïnvloed zijn door de krachten om hen heen, zeer zeker. Hitler had zonder de aanbidding, die hij bij zijn gehoor wist te wekken, nooit de status bereikt die hij heeft bereikt. Maar hij zou ook aan die monomanie zijn ontkomen, die nu voor hem en voor het Duitse Rijk de ondergang is geweest. Voor Napoleon zou het precies hetzelfde zijn geweest. Het is de aanbidding, de verering van een groot gedeelte van zijn volk waardoor hij zijn eigen beperkingen over het hoofd zag, maar ook prestaties kon leveren die ver lagen boven datgene wat de oorspronkelijke 2e luitenant in zich had.

Godsdienst

Als wij de hele wereld bekijken door alle tijden heen, dan blijken de mensen allemaal een soort godsdienst te hebben. Soms met onbestemde goden, soms met de verering van de natuur, soms met oppergoden en ten­slotte zo hier en daar ook met een God.

Waarom eigenlijk? Je kunt natuurlijk redeneren dat de mens het nodig vindt om het onbekende te verklaren en daardoor een God postuleert. Maar ja, je kunt er geen spinazie van maken tot ergernis van Popeye ongetwijfeld.

Als je kijkt naar de wijze waarop men gelooft, dan komen we tot een heel andere conclusie. De godsdienst is altijd een kader geweest, een soort filosofie, een soort verklaring voor het magisch denken en han­delen van de mens.

De goden, ach, die konden nogal eens wisselen. Met God kun je ook in deze tijd nog heel aardig marchanderen. Maar je hebt behoefte aan de gebruiken die erbij zijn. Het is alsof de mens, naarmate hij verder komt af te staan van de natuur en van de werkelijkheid die hij rond zich ziet, meer behoefte heeft aan dit eigenaardige magische denken, waarbij krachten kunnen worden ingeschakeld om de mens bij te staan, om hem al­les te vergeven of hem eventueel te belonen.

Naarmate de maatschappij complexer wordt, zien we ook meer het denk­beeld van een hiernamaals oprijzen. Ook dat is opvallend. In het begin is het hiernamaals iets belangrijks voor een enkeling. Maar wanneer de maatschappij ingewikkelder wordt, zijn er zoveel mensen die menen dat ze in dit leven tekort komen dat ze behoefte hebben aan een tegenwicht. Dit tegenwicht kun je geven door een hiernamaals te beloven dat niets te maken heeft met het werkelijke voortbestaan, maar dat een soort symbo­lische uitbetaling, van al hetgeen je op aarde zou hebben gedaan, pleegt in te houden.

Als we dat zo bekijken, dan is het ook begrijpelijk dat naast een hemel er natuurlijk ook een hel moet bestaan. Er moet een straf zijn. Onderwerelden hebben we altijd wel gehad. Maar in de eenvoudige geloofs­soorten is die onderwereld eigenlijk alleen een minder prettige omge­ving. Zoiets als je zegt, je kunt natuurlijk emigreren, maar als je braaf bent, mag je naar Wight toe. Als je niet braaf bent, dan ga je haar Groenland, maar dan in de winter natuurlijk. Op die manier ont­staat het machtsmiddel Godsdienst.

Godsdienst doet een beroep op de onzekerheid van de mens ten aan­zien van zijn eigen voortbestaan. De magische riten hebben niet alleen maar ten doel om de maatschappelijke of de lichamelijke toestand te ver­anderen of te verbeteren. Neen, ze hebben nu direct te maken met het lot in het hiernamaals. Het is allemaal heel aardig opgezet, maar het houdt ontzettend weinig werkelijke waarde in, als u het mij vraagt.

Dan kom je op het punt waar de godsdienst een machtsapparaat is geworden. Als je de mensen kunt beheersen door hun angst voor een hel en hun verlangen naar een hemel, dan kun je iemand die bang is voor de hel misschien wel tot een nalatenschap bewegen in de hoop dat daar een beetje hemel bij zit. Je kunt natuurlijk ook iemand, die eigenlijk met zijn lot erg ontevreden zou moeten zijn, een hele tijd rustig houden door te zeggen, je krijgt het later terug. Dan kun je ook als een politieke macht gaan werken. Denkt u nu niet dat het specifiek iets is wat voor het christendom geldt. Als we nu eens kijken naar de boeddhisten. Een heel andere leer waar­in veel minder onderwereld bij te pas komt en ook geen directe hemel, maar alleen een persoonlijke bereiking als doel geldt. Dan zien we toch dat de monikken gaan optreden als leiders van allerlei politieke bewegin­gen, dat kloosters ook brandpunten worden van machtsbeluste groeperin­gen. Op die manier wordt eigenlijk de godsdienst langzaam maar zeker een politieke zaak, welke wordt goedgepraat door de wil des Heren. En daar staan we dan voor de vraag, wat doet de mens ermee?

Het blijkt dan dat die mens eigenlijk aan de ene kant een beetje onzelfstandig is. Hij wil graag leiding hebben. En of hij die nu krijgt in de preek van de een of in het heilige boek van de ander, dat doet weinig ter zake. Hij moet een gezag boven zich hebben. Waarom. Omdat hij niet bereid is de volledige verantwoordelijkheid voor zijn eigen daden en zijn eigen wezen te dragen. Dat is een logisch antwoord vind ik.

Hij heeft bovendien behoefte aan allerlei riten waardoor zijn eenheid met het andere of met God, met het hogere in het bijzonder, wordt benadrukt. Het is een beetje een ‘Prinsjesdag’ mentaliteit. Wij gaan kijken naar de Gouden Koets en dan weten we weer het is Oranje Boven. Op dezelfde manier drommen de mensen naar plaatsen als fatima Lourdes, Kevelaer en andere dergelijke oorden. Zij werken zichzelf op tot een bijna hysterische geloofsbeleving alleen maar bij de gedachte dat hier eens de H. Maagd aanwezig is ge­weest en dat ze misschien nog wel terug zou kunnen komen. Het is alle­maal bijna zielig.

Ik wil niet zeggen dat er geen God is, dat is dwaasheid. Het on­bekende is er. Daaraan kan niemand zich onttrekken. En dat er een voortbestaan is, heb ik ook geleerd, zij het uit eigen ervaring nu. Dus ik heb helemaal niets te maken met al die sprookjes en ik kan toch zeggen, er zijn een paar dingen die wel waar zijn. Maar ze zijn niet waar zoals ze worden verteld. Kijk, en daar zit nu juist het wringende punt.

Als iemand u belooft een perfecte vliegenmepper te leveren, mits u daarvoor zoveel overmaakt op postrekening, dan verwacht u inderdaad dat het iets is waarmee u iets kunt doen. Dan krijgt u na twee weken een pakje thuis. Daar zit een plankje in en er zit een houten hamertje bij. De gebruiksaanwijzing luidt, leg de vlieg op het plankje en sla er met het hamertje op. Het werkt altijd gegarandeerd perfect.

U lacht erom. Maar neem mij niet kwalijk, van u wordt verwacht dat u uw gehele leven gaat wijden, in volledige gehoorzaamheid als het even kan, aan deze of gene geestelijke leider, Goeroe, Baghwan of wat er toevallig voorhanden is. Van u wordt verwacht dat u dan in absolute gehoorzaamheid de innerlijke zaligheid zult ervaren van het gehoorzaam zijn. Want dit alles brengt u, zo zegt men u, tot de bevrijding, de in­wijding. Het is als het ware uw entreebiljet voor het koninkrijk der hemelen. Maar wat krijgt u daarvoor?

Als u de prijs heeft betaald, dan gaat u, net als ieder ander, dood. En als u dood bent, dan gaat een groot deel van uw ik, zoals u het op aarde kent, verder. Niet plotseling klapwiekend met een harp en in swingende heerlijkheid of van horens en puntstaart voorziene ellende naar al te tropische onderaardse gewelven. Neen, u gaat gewoon verder zoals u zelf dacht te zijn. En alle ellende waarvan u meende dat u er nu toch van verlost zou worden, neemt u met u mee die moet u nog steeds zelf oplossen. Is het voorbeeld van het plankje en het hamertje wel zo gek?

Als ik de hele wereldgeschiedenis beschouw, dan kom ik tot de wat treurige conclusie, dat er altijd mensen zijn geweest die gelovig, of mis­schien willende geloven, zich omhoog hebben gewerkt in de gemeenschap tot een gezagspositie. En vanaf dat ogenblik vanuit hun standpunt de wereld hebben gedecreteerd wat de mens, wat de maatschappij zou moeten doen. Ik kom dan tot de nog treuriger conclusie, dat vele van deze he­ren meer doden veroorzaken, meer menselijk lijden, meer menselijke ellen­de dan menig generaal. Dan zeg ik, deze godsdienst kan nooit goed zijn.

Mensen, die langzaam maar zeker wakker worden, zullen dat gaan be­grijpen. Je kunt niet met een beroep op de hoogste kracht, menselijkheid verwisselen voor gelijkhebberij. Dan moet er een nieuw geloof komen. Want zoals gezegd, zonder een geloof en ook zonder de riten van een geloof heeft de mensheid tot nu toe niet kunnen leven. Het is niet aan te nemen dat ze dat binnen een paar jaren plotseling wel zou kun­nen.

Laten we dan eens proberen om de godsdienst van de toekomst onder ogen te zien. God heeft alle dingen geschapen, ook mijn naaste. Als ik God wil eren, moet ik dus ook mijn naaste eren. Als ik wil dat God mij goed doet, moet ik ook tegenover Hem een zekere mate van goedheid manifesteren. Zijn werkelijke Wezen kan ik niet bereiken, maar zijn uitingen zijn rond mij. Laat ik mij dan daar maar mee bezighouden.

Hier zit al een magisch denken in. Een soort overdracht als het ware. Wat wij hier op aarde doen, zal in de hemelen geschieden. Maar er zit meer bij. Het hindert niet hoe iemand God eert, mits hij zijn medemens niet verloochent.

Dan zie ik de nieuwe riten ontstaan als riten die in de eerste plaats verbondenheid en broederschap uitdrukken. Dan zie ik de magie van de nieuwe godsdienst niet liggen in de een of andere hokus pokus. Ik zie haar liggen in het naar elkaar willen luisteren, met elkaar willen spreken. En dan zie ik de kracht van de nieuwe godsdienst, voor zo­ver ze magisch is, eerder ontstaan in de zin van een innerlijke kracht die je met anderen deelt en waar je samen mee werkt, dan in een elkaar plechtig zegenen of voor elkaar bidden.

Neemt u mij niet kwalijk, ik vind dat zo zielig. De mensen zitten zo druk voor elkaar te bidden dat ze geen tijd overhouden om elkaar echt te helpen. Dat komt heel vaak voor en dat lijkt mij helemaal niet aanvaardbaar. Gelukkig groeit men in uw tijd daar meer en meer uit.

Goed leven lijkt mij het enige juiste gebed. Luister, wat je tegen God zegt, is een verhaaltje dat je jezelf vertelt. Maar wat je bent, is iets wat je in de hele kosmos waar maakt, ook ten aanzien van die onbekende kracht.

Ik denk dan ook, dat het samenkomen een uitdrukking zal zijn van gezamenlijkheid, van een te samen willen bereiken, van te samen willen doen. En dat elk religieus denken en werken in de toekomst ook een praktische kant zal hebben. De kant van wat kan ik zijn voor een ander?

Ik heb het gevoel, dat men minder dan voorheen boodschappen zal willen uitdragen. Er is weinig behoefte aan predikanten op deze wereld. Zelfs de wijze waarop u naar mij luistert op het ogenblik maakt mij dit weer eens duidelijk. Zelfs Jezus heeft dat kennelijk ook een beetje anders bekeken, want hij zei niet tegen zijn leerlingen, jongens, ga nu maar vertellen dat ik het in orde heb gemaakt. Hij zei, verkondig de waarheid aan alle volkeren. Maar hij zei ook, drijf de duivelen uit en genees de zieken in mijn naam en in de naam des Vaders. Met andere woorden, het praktische werk met geestelijke en magische krachten was voor hem een inherent deel van een verkondiging.

Ik denk, dat in de toekomst deze eis meer en meer zal worden gesteld aan een ieder die werkelijk een godsdienst wil uitdragen. Dat hij zijn God bewijst door hetgeen hij is en volbrengt.

Ik zie een magische gloed in de nieuwe tijd van hulp. Het wonderbaar­lijke gebeuren dat niets meer heeft te maken met verstandelijkheid en menselijk denken alleen, maar dat voortkomt uit een innerlijke verbondenheid van de mensen onderling en van de mensheid met God.

Dan denk ik, dat er geen bezwaar meer zal zijn om in elkanders kerken te komen en de eenheid daar te beleven. Dan denk ik, dat er geen vraag meer zal zijn van, gelooft gij dit? Maar van, kunt gij mijn innerlijk aanvaarden van God met mij delen?

De godsdienst zal nog heel wat vreemde klappen krijgen. Ik geloof dat, als er dan een godsdienst moet bestaan, er geen stof­felijke mens aan het hoofd daarvan moet staan. Niet in naam of op grond van studie en wijsheid of misschien uitverkiezing. Een moderamen is om in te lijsten. Ook de Paus kun je er naast hangen. En al die andere geestelijke leiders hang je er ook maar bij in de buurt. Een Ayatollah misschien als een nieuw religieus mopje. Want deze leiders zijn het die de verdeeldheid in stand houden. Zij zijn het die het geloof van de mens maken tot een farce. Zij zijn het die de illusies prediken zonder te beantwoorden aan de werkelijke eisen van de leer waarop zij hun gezag en uitverkiezing in feite baseren.

Ik denk, dat er heel wat zal gaan gebeuren. Ik kan medelijden heb­ben met al degenen die daaronder zullen lijden. Zelfs met een Simonis. Maar ik kan gelijktijdig mij verheugen, want eerst wanner de mens vrij wordt van de mens, kan hij vrij zijn voor God.

Eerst de mens die vrij is voor God, kan het onbekende in zich be­levend ervaren, door zich uiten en zo de waarlijk menselijke mens worden die waardig is om in te gaan tot een koninkrijk dat niet alleen in de hemelen bestaat, maar die door de mensen, levend uit de kracht, op aar­de wordt gemanifesteerd en hen zo in staat stelt om de grootste harmonieën in het geestelijke bestaan te beleven. Zo zie ik godsdienst. Misschien bent u daar niet van gediend. Wat mij betreft is het onderwerp hiermee afgesloten.

Beste vrienden, dank voor alle aandacht op alle avonden en ook voor al de andere sprekers, ook de paar die het niet zo goed deden. Het ga u goed. Verwacht niet teveel zon, want er komt ook regen. Verwacht niet teveel regen, want er komt ook zon. Pas u aan de om­standigheden aan. Weest gelukkig en probeer in uzelf de kracht te vin­den waardoor u het geluk rond u uitbreidt en alle onaangenaamheden langzaam maar zeker in het vergeetboek brengt.