Werken met de chakra’s

uit de cursus ‘Doe het zelf’ (hoofdstuk 2 ) – november 1975

Werken met de chakra’s

Wij hebben u de vorige maal een aantal proeven voorgelegd. Ze lijken wat speels. Het is echter belangrijk dat u deze proeven probeert te doen en daarmee een redelijk resultaat behaalt. Hierdoor namelijk komt u gemakkelijker tot het projecteren van uit eigen kracht. Dat is voor een ieder, die praktisch geestelijk wil werken, van het grootste belang.

Ten aanzien van hen, die menen met de beschreven proef werkelijk het slangenvuur te hebben gewekt, moet ik opmerken: dit is niet het werkelijke slangenvuur. U heeft hoogstens een aanmerkelijke versterking van uw energie kunnen constateren en deze als een warmtegevoel ondergaan. Indien u met deze proef verdergaat, zal zij altijd de chakra’s stimuleren omdat de opladingsprocedure gebaseerd is op het stimuleren van het laagste chakra.

Wij hebben echter meer chakra’s. Elk daarvan kan op een bepaalde manier worden gebruikt. Elk chakra kan men onderscheiden in een aantal z.g. trillingen of bladen. Elk blad kan eventueel met een klank worden aangeduid, u kan het ook met een kleur omschrijven. Belangrijk is dat u weet hoe een chakra werkt en daardoor leert met een chakra te werken.

Het is duidelijk dat de hogere chakra’s niet bij een ieder even sterk ontwikkeld zullen zijn. Maar je kunt praktisch geen mens zijn met een redelijk bewustzijn, als niet tenminste het zonnevlechtchakra is ontwikkeld én daarnaast het hart- of borstchakra ook voor een redelijk deel ontwikkeld is. Wij zullen ons in het volgende voornamelijk met deze beide chakra’s bezighouden. Met deze kunt u direct leren werken en ‑ zonder misschien te weten hoe ‑ resultaat behalen.

Als een chakra werkt, dan hebben we te maken met een aantal verschillende trillingen, die tot alle voertuigen behoren. Wij vinden daarin dus levenskracht zowel geestelijke, astrale, mentale en zuiver stoffelijke impulsmogelijkheden. Een chakra is dus een soort orgaan in de aura, niet in het lichaam. Het is een orgaan dat een aantal verschillende gevoeligheden heeft en dat zowel ontvangen als zenden kan. Aangezien zenden in de lagere chakra’s over het algemeen zeer beperkt is, kunnen we niet spreken van een volledige projectiemogelijkheid, tenzij we het voorhoofdchakra voor tenminste driekwart hebben ontwikkeld.

Met het zonnevlechtchakra kunt u levenskracht projecteren. Daarnaast kunt u ermee aflezen. Dit chakra neemt geestelijke uitstralingen, maar ook astrale en mentale beïnvloedingen op en kan als zodanig de trillingen van een voorwerp aflezen. Als u ontvangt zullen die trillingen worden omgezet in signalen, die voor uw zenuwstelsel een beetje wonderlijk zijn, maar die resulteren in associatieve beelden. Dit laatste is belangrijk. U associeert dus. U ziet niet werkelijk. U heeft geen absolute zekerheid, maar u ontvangt een indruk die u uitbeeldt in de bij u beschikbare begrippen en voorstellingen. Het is zelfs zo sterk dat wanneer u een tijdje bezig bent geweest met bv. een bekend werk uit de literatuur, Don Quichote misschien, u kunt zeggen: als ik Spaanse beelden of molens tegenkom in mijn visioen, dan wijst dat niet op een werkelijk aanwezig zijn ervan, maar eerder op een associatie met bepaalde gevoelens die ik bij het lezen van het boek heb gehad. Het is dus niet iets waarmee je zonder meer kunt werken. Je ontvangt en je verwerkt. Omgekeerd kun je het natuurlijk ook doen.

Als u water magnetiseert, doet u dat normaal met beide handen. Maar u kunt ook het water in een glas gewoon op tafel voor u neerzetten en u voorstellen dat er vanuit de zonnevlecht een straal daar naartoe gaat. U kunt namelijk levenskracht (bepaalde vormen van vitaliteit) hiermee ook overdragen. Dat is soms gemakkelijker, omdat u dan niet heel plechtig te werk behoeft te gaan.

Zonnevlecht- en borstchakra

We gaan nu kijken wat we als proef met dit zonnevlechtchakra het gemakkelijkst kunnen doen.

Stel u voor dat u een 20‑tal voorwerpjes van verschillende kleur en vorm en als het even kan ook van verschillende origine netjes inpakt in precies gelijke pakjes: die doet u in een doos waar u niet in kunt kijken. U laat dat alles een paar dagen staan, totdat u bijna niet meer weet wat erin zit. Dan begint u met de gebruikelijke oefeningen.

U ontspant u, u concentreert u even, u kunt zelfs wat mediteren. Als u het gevoel heeft: nu ben ik werkelijk ontspannen, ik kan elke invloed aanvaarden, dan neemt u één pakje uit de doos, u drukt het tegen het middenrif net onder de maagstreek. U drukt het meestal met de rechterhand ertegen, maar dat is niet zo belangrijk. Nu gaat u nadenken wat zit hierin. Als u een beeld krijgt (kleur, vorm, eventueel herkomst), neemt u een potlood en schrijft u dat op het pakje. U pauzeert even, daarna gaat u verder met het volgende voorwerp. U probeert uit een twintigtal voorwerpen niet meer dan vier te definiëren, anders kan het onderbewustzijn een te grote rol gaan spelen. U zult ontdekken dat u in het begin van de vier die u doet op de twintig er waarschijnlijk één goed heeft. Als u echter verder komt dan dit en u heeft er twee goed, dan staat u ver boven het gemiddelde. Dat wil zeggen: dat u een gevoeligheid heeft en kunt gaan psychometreren. U herhaalt de oefening verscheidene keren. Op een gegeven ogenblik haalt u drie uit vier. U kunt dan voorwerpen van een ander lenen en ze onopvallend tegen de zonnevlecht aandrukken, maar eerst even goed ontspannen. Onderwijl praat u gewoon door en laat de indrukken opkomen. U zegt bv.: heb je die vulpen bij V en D gekocht of komt hij uit Frankrijk? U gaat dus testen.

Dit aflezen van voorwerpen kan erg belangrijk zijn. Wie deze gevoeligheid ontwikkelt, krijgt ook een grotere gevoeligheid voor zijn omgeving. Het chakra wordt hierdoor steeds meer geactiveerd. Als u dit chakra activeert, dan gaat in elk hoger liggend chakra een vergelijkbare functie actiever werken. Het is dus niet zo dat je alleen hier met het zonnevlechtchakra werkt en dat ontwikkelt zich. Neen, elk chakra waarin vergelijkbare functies aanwezig zijn, dus elk hoger chakra ontwikkelt tevens deze functies, maar zal daardoor ook zijn eigen gevoeligheden gemakkelijker ontplooien en ontwikkelen.

Deze vorm van psychometrie is heel aardig. U kunt er soms goede resultaten mee behalen. Als we zover zijn dat we vormen en kleuren redelijk kunnen beschrijven en kunnen afstemmen op afstand, dan kunnen we het hogerop zoeken. De associaties, die we krijgen uit de zonnevlecht, zijn over het algemeen beeldassociaties. Er is een te grote eigen inbreng in het signaal.

Nu nemen we een stukje uit een krant of uit een telefoongids. Weer een tiental stukjes. We gaan nu proberen af te lezen wat erop staat. Dit is heel erg moeilijk. Als u van een adres uit de telefoongids alleen het telefoonnummer of de straat of het huisnummer goed heeft, dan heeft u al een goed resultaat.

U gaat nu proberen om letters te lezen. Als u vindt dat het te moeilijk is omdat de druk te klein is, dan schrijft u zelf maar met blokletters een aantal woorden neer. Dezelfde procedures een paar dagen laten staan. Zorgen dat alle envelopjes precies gelijk zijn, alle pakjes op een gelijke manier zijn dichtgevouwen, dan in de doos die zo gesloten is dat u er alleen met de hand in kunt komen, eentje eruit halen, tegen het chakra aandrukken, kijken wat zich vormt. Als u ook dit kunstje leert, dan heeft u het voordeel dat u, als het nodig is, een gesloten brief kunt lezen. Bovendien heeft u nog bereikt dat u woorden gaat opvangen. Geestelijke impulsen kunnen worden gebruikt om stoffelijk kleine verschillen te peilen. Schrift is maar een heel dun laagje kleur op materiaal, meer niet. En omdat u die woorden steeds beter gaat begrijpen, worden bovendien uw associatieve vermogens voor de hogere chakra’s aanmerkelijk ontwikkeld. U zult nu gemakkelijker woord‑telepathie kunnen doen, terwijl als alleen het zonnevlecht‑chakra open is, u hoogstens beeld‑ of associatieve telepathie kunt bedrijven. U kunt bv. aanvoelen: die en die komen later thuis, maar niet waarom. Want het is niet mogelijk een boodschap te krijgen waarin de persoon zegt: ik sta met een platte band, of er is een verkeersopstopping. Als het borstchakra volledig ontwikkeld is, is er kans dat u dergelijke bijkomstige details in woorden gaat opvangen. Overigens ligt de opvang voor telepathische impulsen in het keelkopchakra daarboven. Het is dus niet zo dat het borstchakra op zich al uw telepathische vermogens beheerst.

Ik heb u hier een paar eenvoudige proeven gegeven. U zit nu waarschijnlijk, evenals degenen die geen proef met de papiertjes hebben gedaan, u af te vragen, of u daar nu wijzer van kunt worden. Alleen als u het werkelijk probeert. Alle ontwikkeling is mede het resultaat van training. Het grootste natuurtalent is onbetrouwbaar tot het ogenblik dat door training het mogelijk is om de signalen te schiften en eruit te halen wat we willen hebben, anders krijgen we gemengde beelden.

Het is misschien aardig op te merken dat, als de twee chakra’s (zonnevlecht‑ en borstchakra) redelijk ontplooid zijn, u tevens grotere mogelijkheden heeft tot bewuste uittreding en dat die ook gemakkelijker beheerst zal kunnen worden. Hier hebben we een paar zeer eenvoudige punten ten aanzien van chakra’s.

Nu behoeft u niet eens te geloven dat chakra’s bestaan. U behoeft alleen maar de proeven te nemen. De plaatsen weet u zelf wel. Het zonnevlechtchakra ligt net onder het middenrif. Het hartchakra bevindt zich op de plaats waar u uw hart vermoedt. U zit dan dicht genoeg in de buurt. En als u resultaten zoekt, corrigeert u vanzelf de plaats als die niet juist is. Het keelkopchakra kan ons helpen als wij bv. geïnspireerd willen spreken. Hier bestaat de mogelijkheid om signalen om te zetten waardoor buiten bewustzijn en ‘ik’ om, gegevens kunnen worden ontvangen en weergegeven. Maar daaraan heeft u voorlopig niet zoveel behoefte, want een mens die werkt met geestelijke waarden en geestelijke krachten, moet dit altijd zo beheerst mogelijk doen. Het stuit‑ of vierbladig-chakra geeft de mogelijkheid om vier vormen van trilling of‑ kracht op te nemen. U zult zeggen dat zijn vier verschillende krachten. Dat is niet helemaal waar. We hebben namelijk:

  1. een geestelijke vorm van vitaliteit. Ze werkt voor ons zenuwstelsel.
  2. een vorm van stoffelijke levenskracht, die hoofdzakelijk in de weefsels kenbaar is en in de aura alleen als een roodstraling flauw zichtbaar is in een randje precies boven het lichaam. Als we nu die twee krachten gebruiken, dan werken we met het z.g. slangenvuur. Want als we gebruikmaken van de zenuwkanalen (de ruggengraat voornamelijk), dan activeren we zowel zenuwstelsel als weefsel. De activering is echter niet selectief.

Als u het slangenvuur zou opwekken, zult u daarmee de weefsels versterken. Maar als u bv. ergens een woekering zou hebben, dan is de kans dat die woekering meegroeit veel te groot. Hier moet u dus erg voorzichtig zijn. Het is dus ook de lichamelijke toestand die van belang is.

Als u zeer sterke zenuwspanningen ondergaat en u bent niet in staat u volledig te ontspannen, dan is het opbouwen van die geestelijke kracht erg gevaarlijk. Wat we dus nodig hebben in het begin is een manier waarop we beide krachten in beperkte mate samenvoegen en alleen maar vitaliserend laten werken, zonder dat een directe oplading van celweefsels of zenuwstelsel en bepaalde geestelijke capaciteiten daaruit resulteren. De daarvoor beschreven methode in de vorige les is goed bruikbaar. Zij bevat niet te schadelijke elementen die bij het opwekken van een volledig slangenvuur het gevolg kunnen zijn. Ik zou u daarom de raad willen geven deze oefeningen een enkele keer te doen en dan te kijken wat ervan terecht komt. Indien u echter duidelijk twee stromen voelt (geloof me, als u het slangenvuur voelt, is dat werkelijk een tweeledige kracht, voelt twee verschillende krachten gelijktijdig langs de ruggengraat gaan), dan moet u onmiddellijk stoppen. Niet omdat u er misschien niets aan zou hebben, maar doodgewoon omdat u het niet kunt beheersen. Alles wat we niet kunnen beheersen, moeten we herleiden tot de meest ongevaarlijke vorm, opdat we door oefening een mate van beheersing en meesterschap kunnen verwerven.

Vierbladig chakra

Ik heb u nu verteld: chakra’s zijn organen in de aura waarmee men ontvangt en uitstraalt. Voor het vierbladig chakra geldt dit in feite niet.

Het vierbladig chakra straalt niet uit, het ontvangt alleen. Toch ontvangt het ook nog andere krachten dan de beide die wij hebben genoemd. Het ontvangt namelijk signalen, die eigenlijk het best als ‘aanvaardbaar’ en ‘onaanvaardbaar’ kunnen worden omschreven. Het is een gevoel van aanvaardbaarheid, van redelijk geluk en van onaanvaardbaarheid, van onrust of zelfs van ongefundeerde angsten. Ook hier moeten we goed begrijpen dat het ontplooide chakra niet kan worden uitgeschakeld. Wij kunnen nooit een functie van een ontplooid chakra uitschakelen, maar haar hoogstens beheersen.

Als we te maken krijgen met de levenskracht, laten we voorlopig dan maar proberen geestelijke en stoffelijke levenskracht enigermate omhoog te brengen. Als dat bij u de lendenstreek haalt, dan is dat erg prettig, want dan krijgt u lichamelijk meer weerstand en bovendien zal het in vele gevallen uw denken en vooral uw herinneringsvermogen ten goede komen. Maar als u nu het gevoel krijgt van een ongefundeerde angst, dan heeft u kennelijk een eenzijdige aflezing van de omgeving. Stel u nu zo goed mogelijk in op iets wat geluk of schoonheid is. Verander dus uw gevoelsreactie, uw emotionele instelling zo goed u kunt. Op een gegeven ogenblik verdwijnt de onrust of het angstgevoel. Maar er blijft wel iets over: er komt nu een meer redelijk tot uiting komende reactie op de omgeving uit voort.

Die reactie kan voor u eveneens belangrijk zijn. Als u probeert om elke keer, wanneer u zich zonder reden gelukkig of ongelukkig gevoelt en u wijt dat aan de omgeving, proberen of de andere factor eveneens aanwezig is, dan krijgt u al heel gauw het begrip: ik kan deze beide onredelijke emotionele reacties omzetten in iets wat tot besef wordt.

Er ontstaat dan een spanning, die eveneens langs de ruggenstreng loopt, maar die in de hersenen een begrip schept. Je zegt dan niet meer: ik voel mij hier angstig. Je zegt: er zijn hier spinnen. Ik ben bang voor spinnen, daarom vind ik dit vertrek onaanvaardbaar. Of: ik voel mij gelukkig omdat ik bepaalde verwachtingen koester. Deze worden gestimuleerd door de kleuren in het vertrek, door het zonlicht, door een plant die er staat of door iets wat een herinnering wekt. Je wordt je dan bewuster van je eigen reactie op de buitenwereld. Hiervoor is zeker het gebruik van het vierbladig chakra aan te bevelen.

Dezelfde functies zijn eveneens aanwezig in zowel het zonnevlechtchakra als het hartchakra. Maar hierin moeten wij ze niet teveel stimuleren. Als wij ze daar namelijk bewust gaan ontwikkelen is de kans heel groot dat ze alle andere gevoeligheden en projectiemogelijkheden overwoekeren. Als wij elke ontplooiing zoveel mogelijk bepalen tot het chakra waartoe ze behoort, dan zullen als vanzelf in de hogere chakra’s de gevoeligheden zich ontwikkelen zonder dat er een onevenwichtigheid ontstaat waardoor we andere zaken uitschakelen. Een voorbeeld:

Als u de verklaring van gevoelens van lust en onlust gaat overbrengen naar het zonnevlechtchakra, dan zult u daardoor geneigd zijn alle andere impulsen, die daar worden ontladen, in deze termen te verklaren. En daar associatieve verwerkingen voor de vormen van psychometrie, die ik u heb beschreven, erg belangrijk zijn, is het zeker van belang dat u leert een waarnemen met dit chakra te associëren met lust en onlust.

Een paar meer algemene raadgevingen.

  1. Als ik werk met een chakra ‑ onverschillig welke ‑ dan werk ik zeker met de astrale krachten die in mij bestaan. Werk ik met een hoger ontwikkeld chakra, dan werk ik in feite ook met de astrale wereld of met andere werelden die corresponderen met de trillingsgevoeligheid die in dat chakra is vastgelegd.
    Naarmate ik dus mijn chakra’s meer ontwikkel, zal ik meer impulsen krijgen van niet‑stoffelijke aard. Deze impulsen ‑ let u goed op en noteer dit in uw brein met onuitwisbare letters ‑ kunnen en mogen niet als een volledige werkelijkheid in stoffelijke zin worden vertaald. Alle conclusies die wij daaraan verbinden zijn in de stoffelijke wereld slechts beperkt of zelfs geheel niet van kracht. Alleen daar waar wij werken met waarnemingen, die direct op de materie betrekking hebben, is het redelijk aan te nemen dat onze reactie daarop eveneens op onze eigen stoffelijke werkelijkheid betrokken mag worden.
    Ik zeg dit met nadruk, opdat u niet zult denken nu heb ik een stem gehoord, dat is vast een geestelijke meester of een hoge geest. Het is mogelijk. Maar als u dat als vaststaand gaat aannemen zonder meer, dan heeft u grote kans dat u wegdobbert in een wereld van het onbestemde en dat u terechtkomt in een illusie, een waanwereld waaruit u zich maar heel moeilijk kunt losmaken.
    Stoffelijke zaken kun je stoffelijk nagaan en controleren. Aanvaard ze, maar controleer ze. Controleer geestelijke zaken eveneens, zeker in het begin van uw ontwikkeling indien u nog geen beheersing heeft. Interpreteer ze niet als volledig juist of waar, hoogstens als een aanduiding voor iets wat in de geest kan bestaan, maar mogelijk ook in uw eigen onderbewustzijn.
  2. Elke aura op zich is gevoelig. Dat wil zeggen dat waarnemingen in feite ook door de aura kunnen geschieden met dien verstande dat de signalen uit de aura toch worden geleid naar dat deel van de aura (het chakra) waarin deze krachten of trillingen afleesbaar zijn, waarin ze dus thuishoren. Je kunt de gehele aura vanuit elk chakra laden, maar alleen met de krachten die tot dat chakra behoren. Wie dit alles beseft, zal voorzichtig zijn met het projecteren van krachten. Maar als hij die kracht projecteert, zal hij zich niet, zoals menig mens wel eens verkeerd doet, richting-gebonden voelen.
    Bijvoorbeeld: ik kan alleen een kracht uitstralen, indien ik in een bepaalde richting kijk. Ik kan in elke richting – onverschillig welke zonder dat er zelfs een limiet aan afstand of ruimtelijke mogelijkheid bestaat ‑ uitstralen, mits mijn voorstellingsvermogen daarop is gericht.

Als wij deze regels goed in het oog houden, kunnen we desondanks wel een paar proeven doen. De proeven, die wij nu gaan beschrijven, zijn eveneens meer aardigheidjes. Het is dus niet iets wat u zonder meer direct praktisch kunt gebruiken. Het is alleen een oefening waardoor u leert eigenschappen van de aura praktisch te gebruiken.

Eerste proef

Wij gaan proberen mentaal een voorstelling van een persoon op te bouwen. Vervolgens stellen wij ons in op de gevoeligheid. Neemt u voor alle zekerheid voorlopig daarvoor het zonnevlechtchakra. Wanneer wij gevoelens van lust of onlust door dat chakra ontvangen, controleren wij of de persoon in kwestie inderdaad zich toen prettig of niet prettig voelde. Het zal u blijken dat grote differentiaties gemakkelijk mogelijk zijn en dat u in vele gevallen zelfs zegt: had jij gisteren niet twee dames of twee heren op visite? Of: wat heb je toch gedronken gisterenavond? Die associaties komen daar vanzelf bij. Op deze manier ontwikkelt u uw ontvankelijkheid en uw voorstellingsvermogen. Doe deze proef in het begin alleen in uw naaste omgeving of, nog beter, onderling, zodat u niet te maken krijgt met mensen die zich afvragen of u nu gek bent of niet. Als ze dat toch doen, is het niet erg. Maar als ze het doen naar aanleiding van deze cursus, zou het vervelend zijn.

Tweede proef

Wij willen proberen iets te laden. We nemen daarvoor drie proeven, die we ongeveer gelijktijdig doen.

  1. Een afgesneden bloem of stek wordt in een glas water gezet. Eerst hebben wij dat water opgeladen door vanuit ons middenrif kracht daarheen te sturen. Wij gaan vervolgens na hoe een, op ongeveer dezelfde plaats staande, gelijke bloem of stek in niet geladen water reageert.
  2. Wij proberen een voorwerp te laden. Doet u dat vooral met een gevoel van welbehagen, een gevoel van prettig, aanvaardbaar zijn. Leg het geladen voorwerp in de omgeving van uw bezoek, van personen of desnoods van huisdieren. Observeer de reactie.
  3. Als u denkt dat u reactie krijgt, neem een tweetal gelijke voorwerpjes. Laad beide gelijktijdig op met hetzelfde gevoel van welbehagen en plaats één van die voorwerpjes bij iemand anders, houd het andere bij u. Kies een periode waarin u denkt dat de ander zich normaal niet zo prettig voelt. Dus als het iemand is die last heeft van ochtendziekte en u weet dat hij om 6 uur z’n bed uit moet, dan concentreert u zich erop dat die kracht, die u in uw voorwerpje heeft gelegd, zich door zijn voorwerpje op hem zal ontladen op het moment van ontwaken. Informeer bij de buren of hij die ochtend toevallig alleen maar vriendelijke woorden heeft gesproken. Zo kunt u er achter komen of u krachten kunt overdragen. Deze proef kan zodanig worden gedaan dat het niemand direct opvalt wat u eigenlijk doet. Ze is een voorbereiding voor o.m. het zenden van gerichte krachten naar vele personen tegelijk. Dat kunt u doen aan de hand van identieke voorwerpen.

Derde proef

Deze proef moeten we eveneens in dezelfde periode nemen. Eerst ontspannen en concentratie. In de concentratie het opbouwen van één voorstelling. U kunt daarvoor nemen: een bloem, een kunstvoorwerp, een geometrische figuur. Denk u de bloem, het voorwerp of de figuur in een kleur die u het best bevalt. Geen specifiek geestelijke keuze maken. Probeer u dat te visualiseren. Vervolgens legt u één hand op het zonnevlechtchakra. Bij voorkeur de linkerhand, want de meeste mensen stralen in met de rechterhand. U gaat nu ‘zegenend’ naar de voorstelling uitstralend. Kies daarvoor een persoon of een levend wezen. Bij gebrek aan vrienden kan het een hond, een kat, een plant enz. zijn. Als u hiermee een goed resultaat heeft verkregen, zal de ander zich eveneens sterker en opgewekter voelen. Als u de persoon verkeerd heeft gekozen, zult u de ander niet iets ontnemen, maar u zult na heel korte tijd hetzelfde beeld in uw herinnering terugkrijgen, maar nu verkleurd.

Een voorbeeld: u gebruikt rood, het beeld komt roestbruin even later bij u op. In dit geval heeft u verkeerd uitgestraald. U herstelt dan de uitstraling door de kleur aan te houden, maar ofwel de vorm, dan wel de voorstelling van de bloem e.d. te wijzigen en te intensifiëren. Zo krijgt u een feedback systeem. Alles wat in uw wezen niet werkelijk harmonisch is, komt niet naar buiten, maar blijft a.h.w. in kortsluiting even in uw aura ronddwalen en stimuleert ten slotte uw bewustzijn, maar verkleurd en lichtelijk misvormd. Als u het wel uitstraalt, dan heeft u gelijktijdig een controle over de juiste manier van voorstelling, van concentratie om kracht uit te stralen.

Probeer niet in deze fase genezende kracht uit te stralen, tenzij u geoefend bent op dat terrein. Probeer ook niet iemand even te, helpen om door een examen of iets dergelijks te komen. Dat zal u zeer waarschijnlijk niet gelukken.

Beperk u in deze derde proef tot het uitstralen van uw eigen trilling of van algemene gevoelens van geluk of welwillendheid via het symbool. Op deze manier bereikt u voor anderen al enig resultaat en leert u gelijktijdig in uzelf de acties van de chakra’s goed beheersen. De gegevens, die voor deze les van het grootste belang zijn, heeft u hierbij gekregen.

Wij zullen ter wille van de volledigheid nog een paar dingen over de chakra’s zeggen.

Het keelkopchakra.

Dit chakra is erg belangrijk voor het ontvangen van bv. een geestelijke waarde of een boodschap. De meeste mensen zullen het contact voelen in de nek, bij de atlaswervel. De werkelijke ontvankelijkheid daarvoor wordt echter bepaald door het keelkopchakra. Als u dus mediamiek schrijft, schildert, tekent, wordt geïnspireerd e.d., dan heeft het altijd met dit chakra te maken.

Als u evenwichtigheid in het laagste chakra tot stand brengt en een zekere beheersing leert, dan betekent dit tevens dat u grotere evenwichtigheid bezit in alle chakra’s, dus ook in het keelkopchakra.

Naarmate u een grotere meesterschap krijgt over uw energieverloop, zult u beter in staat zijn om op grond van eigen harmonieën te selecteren uit alle krachten rond u welke invloed u, wel en welke u niet, wilt ontvangen. Probeer nooit eerst te ontvangen en dan uw evenwicht te vinden, want dan kunt u heel snel het slachtoffer worden van krachten en entiteiten rond u die misbruik van u maken en die u door gebrek aan eigen evenwichtigheid en aan de juiste kracht en geladenheid in de aura niet kunt afwijzen.

Het voorhoofdchakra.

Dit chakra is heet sterkst stralende chakra. Het is namelijk in zijn stralend vermogen sterker dan zelfs de kruinchakra. Het voorhoofdchakra zullen wij voornamelijk gebruiken voor het uitzenden van kracht. om deze kracht op de juiste wijze uit te zenden hebben we heel veel ervaring nodig. Deze kunnen wij opdoen door te werken met de mogelijkheden van de lagere chakra’s. Komen wij eenmaal tot het uitzenden van krachten, dan moeten wij onthouden:

Wanneer ik met een groot (samengesteld) chakra actief ben, is het mogelijk kracht te ontvangen en gelijktijdig te ontladen. Wat u hiermee kunt vormen is in feite een soort geestelijke laserstraal waarmee u vijanden zou kunnen afweren, neerwerpen, voorwerpen naar u toe halen en dergelijke.

Het kruinchakra.

Dit chakra bevat alle waarden van de geest. Is het volledig ontplooid, dan heeft u daardoor de mogelijkheid om stoffelijk volledig bewust deel te hebben aan vele verschillende werelden. Tevens moet u er rekening mee houden dat dit kruinchakra ook de plaats is waar de eigen geest een band mee moet hebben. Het is niet mogelijk voor de geest deze verbinding geheel prijs te geven zonder gelijktijdig alle beheersingsmogelijkheden over het lichaam terzijde te zetten. Er zou dan een toestand van schijndood kunnen ontstaan. Een werkelijk overlijden is natuurlijk ook mogelijk.

Probeer nooit met de hogere chakra’s te werken voordat u de lagere heeft ontwikkeld.

Als u nog een paar praktische kunstjes wilt leren doen, probeer dan het volgende eens:

Neem een voorwerp in een ander vertrek dan waarin u zich bevindt. Probeer dit voorwerp naar u toe te trekken en dan van u af te stoten. U kunt dit het best met de handen aanduiden door gebaren te maken van het naar u toehalen, ofschoon het net zo goed met chakra’s alleen zou gaan. Als u bv. een propje papier aan een draadje zou ophangen in een kamer waar een ander dit kan zien, dan zou deze door uw signalen kunnen zeggen: hier zijn kennelijk vier afzonderlijke slingeringen voorgekomen, want vier keer heb ik het ding met grote kracht heen en weer zien gaan en daarna bengelde het maar wat. Voor een dergelijke proef moet u wel met zijn tweeën zijn. Het geeft een reuze leuk effect.

Dan wil ik u erop wijzen dat alle sterk geconcentreerde gedachten van een mens invloed hebben op zijn spieren. Als u nog geen goede telepaat bent en u wilt het toch eens proberen, oefent u zich dan op spierlezen.

Spierlezen kunt u als volgt doen: u pakt een ander bij de pols. U laat de duim licht rusten ongeveer op de slagader. De hand sluit u verder zo dat tenminste één vinger boven de pols terecht komt, zodat u de armspier kunt voelen. Laat de ander van tevoren een voorwerp verstoppen en dan moet hij (degene die de signalen geeft) u daarheen leiden, want hij weet waar het is. Ik zal door zijn concentratie op het voorwerp geneigd zijn om er naartoe te gaan. Als ik de verkeerde kant uitga, dan voelt u enorme weerstand, het is net alsof u eraan moet trekken. Dat is niet goed en u moet meegaan. Als u de pols veel sneller voelt kloppen, dan bent u vlak bij het juiste punt of het voorwerp. Heeft u daarbij goed geoefend met de chakra’s die we vandaag bij voorkeur hebben behandeld, dan bent u zelfs in staat om woorden en bevelen te krijgen. Maar met spierlezer alleen kunt u al een heel eind komen.

Al is het een spelletje, het heeft één voordeel: zij leren u bewust te reageren op kleine tekens. Voor iemand die wil werken met de krachten uit de geest, met de krachten van zijn eigen geest en zijn eigen levenskrachten is het erg belangrijk dat hij leert letten op de kleine, schijnbaar onmerkbare tekenen. Want daardoor verkrijgt men een grotere mogelijkheid tot beheersing zowel van zichzelf als van de omgeving.

Vragen

  • Een vraag over het instralen met de rechter‑ of linkerhand

Wanneer we instralen, dan is één hand de gevende en de ander de nemende. Wij nemen gewoonlijk aan dat het bij de meeste mensen de rechterhand is. Maar als u de proef doet met het draaiend papiertje, dan zult u op grond daarvan ontdekken dat u door om te polen, dus door uw handen om te zetten, de zaak ook in een andere richting kunt laten draaien. Dat wil dus zeggen, dat u in staat bent om de kracht te veranderen.

U zou de proef eventueel kunnen aanvullen en, uitgaande van de houding, beide handen bijna gesloten om het papiertje dat kan draaien, met uw wil dan de zaak omzetten. Maar als u met uw wil het papiertje tot stilstand kunt brengen of het de andere kant uit kunt laten draaien, dan betekent dat dus dat u de eigen lichaamsstromen door uw wil van rechts naar links of omgekeerd kunt verplaatsen. Theoretisch zou dus iedereen in staat zijn om, naar verkiezing, met beide handen te stralen alleen door zijn wil. In de praktijk komt het erop neer dat sommige mensen bij voorkeur de rechterhand, anderen bij voorkeur de linkerhand gebruiken. Er is geen absolute voorkeur. U moet het dus zelf weten. Als u verder maar rekening houdt met het feit dat uw instelling, uw denken, veel belangrijker is bij dergelijke dingen dan alle voorschriften en theorie  in boeken. U moet het doen. Het is uw denken en uw voorstellingsvermogen waarmee u alles tot stand brengt. U zult dan vanzelf begrijpen dat u instinctief kunt reageren. Als u instinctief links geeft, dan doet u dat links. Geeft u instinctief rechts, dan doet u het rechts.

  • Een vraag over het opwekken van het slangenvuur

Als u geen resultaat heeft met het opwekken van het warmtegevoel dat zich langs de ruggengraat beweegt, dan kan dat aan de volgende omstandigheden liggen:

  1. U heeft niet voldoende ontspanning bereikt voordat u begon.
  2. U heeft niet de juiste mandala. U heeft dus niet de juiste voorstelling of klank gebruikt.
  3. Dit kan zeer belangrijk zijn, u heeft met uw concentratie bewust het warmtegevoel te sterk willen opdrijven en u heeft zich niet meer in het algemeen op het ontvangen van kracht ingesteld. U kunt namelijk niet zeggen: ik wil die kracht op een bepaalde manier voelen rijzen. Met het gegeven systeem moet u zich slechts voorstellen dat u de kracht aantrekt en dat ze dan zelf werkzaam is. Hoe, dat zult u wel merken.
  4. Dan moet nog worden opgemerkt: warmtegevoel behoeft niet direct een golf van gloed te zijn, het gevoel alsof je ruggengraat ineens bloost of iets dergelijks. Het hangt samen met de bloedsomloop. Het is voldoende als u het gevoel heeft dat de energie rond uw ruggengraat aanwezig is. Het warmtegevoel kan bij sommigen eerder het gevoel zijn van een spanning of vibratie. In al deze gevallen geldt nadrukkelijk: indien deze spanning, deze kracht te hoog stijgt, dan moet u onderbreken. Als na enkele pogingen de kracht niet is opgewekt, dan doet u er beter aan u voorlopig op de beheersing en ontwikkeling van de verschillende chakra’s toe te leggen.
  • Is het mogelijk de draaiing van de papiertjes tot stand te brengen zonder eerst de concentratie op het stuitchakra?

Wanneer we de proeven hebben gedaan met de strookjes papier, dan moet worden opgemerkt dat deze verschijnselen door iedereen wel met concentratie tot stand te brengen zijn, indien men over een redelijke eigen vitaliteit beschikt. Het is dus niet zo dat we met alle geweld eerst grote resultaten moeten hebben verkregen (langs de ruggengraat kracht naar boven voelen kruipen) voordat we in staat zijn hiermee resultaat te hebben. De proef waarmee u probeert uw lichaamskracht en uw gevoel van energie groter te maken, kan van belang zijn, omdat u daarmee de verschijnselen gemakkelijker, sneller en onopvallender tot stand kunt brengen. Alle proeven, die zijn beschreven zijn tot nu toe te doen zonder dat daarvoor andere speciale toestanden zijn gewekt, uitgezonderd de ontspanning en concentratie die voor het slagen van elke proef voor een ieder noodzakelijk zijn.

  • Gesteld wordt: Als wij de hand over een foto strijken, dan kunnen daardoor in het ‘ik’ bepaalde reacties worden gewekt. Bij de hier genoemde foto van Rama Krishna zou een grote warmtegolf ontstaan, die langs de ruggengraat omhoog trekt. De vraag is hoe dit kan.

U kunt op een foto alleen dan reageren, indien u elementen in u heeft die harmonisch zijn met datgene wat is afgebeeld en waardoor u eigenlijk contact krijgt met de werkelijkheid die achter het afgebeelde staat. Dit vergeten veel mensen. Zij denken: ik lees de foto af. Dat is niet waar. Door de concentratie op de foto leest u bepaalde impulsen van de persoon af. Als het gaat over personen die geestelijk heel hoogbewust zijn, die grote energieën bezitten, dan is het ook mogelijk dat er geen gevormde gedachten, maar eerder energie wordt waargenomen. Daar energie door de doorsneemens niet anders wordt verwerkt dan via de invoer bij het laagste chakra, zal men dan het gevoel krijgen van warmte langs de ruggengraat, zoals andere afbeeldingen misschien een gevoel van koude en kippenvel kunnen wekken langs dezelfde ruggengraat. Hier is dat meestal de lust‑ en onlustreactie die wordt gestimuleerd.

Bij grote figuren als een Rama Krishna, en wat dat betreft misschien bij een afbeelding van Jezus die u zeer aanspreekt, zult u echter de totale kracht, dus de vierbladige kracht, ontvangen. Alleen als hogere chakra’s meer ontwikkeld zijn zult u daaruit bovendien nog bepaalde inspiratieve waarden kunnen verkrijgen, welke dan weer kunnen worden omgezet in woorden, begrippen en beelden.

  • Waarom is er altijd sprake van opstijgende trillingen en niet van neergaande trillingen?

Het antwoord is eenvoudig, omdat wij bezig zijn om in een soort doe‑het‑zelf‑cursus u te ontwikkelen. Daarbij zijn de opgaande trillingen van het grootste belang. Een neergaande trilling kan inderdaad voorkomen en wel onder de volgende condities

  1. Er moet een invloed van buitenaf zijn die ‑ op welke wijze dan ook ‑ op u inwerkt
  2. Een deel van uw kruin‑ of voorhoofdchakra moet ontwikkeld zijn en moet reageren op deze kracht.
  3. Er moet daardoor een trilling in de eigen levenskracht ontstaan waardoor een gerichte wijziging van de normale levenskrachtomloop in het lichaam plaatsvindt. Het resultaat hiervan is een neergaande trilling, welke dan zelfs koud kan beginnen en eindigen in een warmte‑explosie of omgekeerd.
  • Hoe kan men zich daartegen wapenen?

U kunt zich daartegen wapenen als u zich afsluit voor alle trillingen die u disharmonisch acht. Op het ogenblik dat u bent ingesteld op een maximum aan harmonie, kan geen enkele kracht op u inwerken die beheersend is. Anders gezegd: u zult deze rillingen langs de ruggengraat, opgaand of dalend, niet ervaren. U zult daarentegen wel vele voorstellingen in uzelf zien opkomen, maar deze kunt u dan verstandelijk benaderen. U kunt er niet instinctief door worden beheerst zoals in het andere geval vaak voorkomt, zodat uw lichamelijke gevoelens in feite zonder uw wil in een bepaalde richting geconditioneerd zouden worden.

  • De waarde van symbolen

Als wij bepaalde symbolen gebruiken, zal hun waarde voor een groot gedeelte gelegen zijn in onze eigen associaties die daarmee verbonden zijn. Om het heel eenvoudig te zeggen: als ik een kruis als symbool gebruik, dan moet ik geloven in de macht van het kruis, anders zal het kruis nooit een machtsmiddel of een afweermiddel tegen geestelijke krachten kunnen zijn.

Ga ik uit van een bepaalde tekening (we denken aan magische cirkels, zegels, formules e.d.), dan is het erg belangrijk dat degene die ze opstelt (dus niet degene die ze ontvangt) bewust weet wat hij daarin heeft gelegd, met welke kracht hij dus werkt, hoe hij het zegel in feite als symbool weergeeft.

Praktisch elke reeks symbolen is de weergave van een deel van de kosmische ordening. Als zodanig is het een versterking van het weergegeven deel t.a.v. de persoon die deze spreuk, dit zegel enz. enz. bij zich draagt.

Die versterking kan geneeskundig worden gebruikt. Wij weten bv. dat Paracelsus vaak magische formules heeft gebruikt tegen bepaalde ziekten. Hierbij ging het om het compenseren van onevenwichtigheden. Hij deed dit door krachten aan te roepen die tegengesteld waren aan de negatieve verstoring, dus positief inwerkend.

Als wij gebruikmaken van zegels die geluk, vrede enz. moeten brengen (voor alles bestaat er wel een zegel), dan hebben we weer te maken met een schets van kosmische samenhangen. In de meer eenvoudige zegels gaat het in hoofdzaak om het stellen van een bepaalde onderlinge werking van hemellichamen (dit is astrologisch), terwijl daaromheen of daarin, beide is mogelijk, een aantal z.g. kosmische namen wordt geschreven, die in feite gebieden weergeven van de hogere geest. In al deze gevallen moeten de symbolen gekend worden door degene die ze opstelt en wordt het symbool geladen door het bewustzijn van de vervaardiger. Als u een zegel maakt zonder te weten wat het betekent, zal het u niets opleveren. Als iemand die bewust weet wat hij doet een dergelijk zegel maakt, dan is het inderdaad geactiveerd.

Verder gaat men uit van het standpunt dat wij religieuze handelingen moeten verrichten om een zegel werkzaam te maken of een symbool een bijzondere kracht te beven. We denken hierbij aan bewieroking, gebedsformules e.d.. Nodig zijn ze niet. Al wat we doen om de waarde van het symbool te bevestigen, wanneer wij het hanteren, is in feite het wekken in onszelf van het besef van de krachten die voor ons ermee verbonden zijn. Alle krachten die in symbolen gelegen zijn ‑ hoe dan ook ‑ stammen dus mede uit het ego van de gebruiker of beschouwer.

Als eenmaal een voorwerp voorzien is van een symbool, dan is het mogelijk dat men daarin een kracht legt die door anderen ervaren zal worden. Een aardig voorbeeld daarvan zijn de vloekformules die in Egypte in de piramiden en de verschillende koningsgraven zijn aangetroffen. In al deze gevallen gaat het om formules, die op zichzelf geen betekenis hebben en eigenlijk niet veel meer zijn dan een aanroeping van bepaalde goden of demonen. Maar ze werden op een zodanige manier vervaardigd dat degene die deze tekens aanbracht, dat deed met materiaal waarvan hij geloofde dat het de kracht zou kunnen behouden. Hij deponeerde een groot gedeelte van zijn eigen plasma daarin, was georiënteerd, dus ontvankelijk voor een straling ten aanzien van bepaalde krachten.

Het maken van een dergelijke vloekzegel was dus helemaal niet het scheppen van een kracht waarin een demon gebonden was of iets dergelijks. Het was het scheppen van een deel van je eigen wezen in een vorm waarmee die geïsoleerde levenskracht was verbonden met de kosmos, maar niet meer met een persoonlijk bestaan dat zelfstandig kon reageren. Het is hetzelfde als het opbouwen van een astrale schil, die ook ‑ zolang er energie aanwezig is – blijft werken volgens de ingelegde tendensen.

Wij gebruiken zelf ook heel veel symbolen. Als wij een bankrekening hebben, dan is dat ook een symbool. Niet alleen een statussymbool, maar ook het symbool van een bezit dat theoretisch bestaat, omdat het neergeschreven is zonder dat het feitelijk aanwezig behoeft te zijn in de vorm van reële specie of zelfs goud. Het is een fictief ruilmiddel. Maar fictieve ruilmiddelen zijn wel degelijk bruikbaar, als we allemaal maar aannemen dat ze waarde hebben. Als u gelooft dat een bankoverschrijving hetzelfde is als baar geld, dan is dat hetzelfde, althans feitelijk. U zult deze benadering van het symbool moeten onthouden en gebruiken wanneer u ooit zelf gaat werken met symbolen.

Als u een voorwerp laadt met uw eigen kracht, dan is dat een gewone bewuste handeling. Er is verder niets aan de hand, alleen heeft u wat van uw kracht in het voorwerp gelegd. Als u daaraan bovendien bepaalde kwaliteiten toekent, dan zullen ze tot uiting komen. Niet omdat het voorwerp die kwaliteiten bezit, maar omdat u ze erin heeft gelegd. Anders gezegd: het is een soort bankrekening. U schrijft de symbolen neer en anderen kunnen ze aanvaarden en ervaren als een werkelijkheid, zelfs als de feitelijke krachten die erbij betrokken zijn betrekkelijk gering zijn.

Men spreekt in dit geval wel over een z.g. lawine‑effect. De kracht, die wordt gebruikt in een zegel e.d., is over het algemeen tamelijk gering, maar zeer sterk afgestemd. Op het ogenblik dat zij wordt geactiveerd door de omstandigheden (de krachtsverhoudingen in de omgeving) betekent dat het stimuleren van een evenwicht of een onevenwichtigheid waarop in het begin slechts een geringe druk kan worden uitgeoefend. Alles in de omgeving zal nu op die druk reageren en daardoor ontstaat er een enorme kracht die wordt ontleend aan de omgeving, aan bepaalde sferen of aan de astrale wereld, misschien ook aan de levenskracht van de aanwezige mensen, zodat het eindresultaat het veelvoud is van wat men ooit zelf zou kunnen bereiken. Daarom zegt men ook wel: magische zegels, beeldjes en andere symbolen zijn eigenlijk niets anders dan de sleutels die ik wil gebruiken om bij anderen de rustende krachten in beweging te brengen onder condities die wij, door het gebruik van het symbool, hebben bepaald.

Als u in uw huis symbolen heeft waarin u gelooft ‑ of dit nu een kruisbeeld is, een kris of iets dergelijks, dan moet u goed onthouden: zolang u in de kracht daarvan gelooft, heeft het kracht. Als u bv. aan de kris de kracht toekent van wachter en beschermer, zal de beschermende werking daarin inderdaad actief zijn. Als u alleen maar aanneemt dat er wel iets van uitgaat, is de werking veel minder gericht en veel minder definitief. Als u aanneemt dat een kruisbeeld boze krachten uit uw huis verdrijft, dan zal dit inderdaad het geval zijn doordat uw gerichtheid op de levende kracht  het duister onmogelijk maakt in de omgeving te opereren. Als u alleen maar aanneemt dat het kruis God dichterbij haalt en dat Hij het dan wel weet, dan kunnen ook duistere krachten wel degelijk in de nabijheid zijn. Men vergeet steeds weer bij dergelijke symbolen dat wij zelf moeten bepalen wat ze zijn en wat ze doen.

Ik hoop in deze korte les duidelijk te hebben gemaakt dat u zelf daaraan kwaliteiten moet toekennen. U moet erin geloven. Als u er niet in gelooft, dan is de kans erg klein dat ze voor u betekenis zullen hebben. Alleen indien een ander met grote intensiteit daarin heeft geloofd, zal het voorwerp nog steeds het lawine‑effect bij bepaalde reacties en in de omgeving bepaalde gebeurtenissen tot stand kunnen brengen.

U kunt dit ook doen met foto’s van overledenen. Ik raad u echter wel zeer sterk aan: probeer die foto’s nooit te zien als het middel waardoor een overledene zich tot u zou kunnen richten, ook al is die verleiding erg groot. In een dergelijk geval werkt u met een voorstelling. U werkt niet met een feitelijke werkelijkheid, omdat de feitelijke persoonlijkheid maar slechts zeer zelden beseft en gekend wordt tijdens het contact op aarde. Ook in de meest intieme contacten vind je nooit de volledige werkelijkheid van de ander in geestelijk opzicht. Het zal u dus duidelijk zijn dat het beter is om het te zien als een symbool van een lichtende wereld of een lichtende kracht. De persoon in kwestie zal zich dan nog altijd kunnen manifesteren, maar er is geen manifestatiedrang waaraan zich iedereen, maar dan alleen binnen een bepaalde vorm, kan overgeven.

Wilt u planten, bepaalde voorwerpen in uw huis een bijzondere nadruk geven of gelooft u dat ze een zekere uitwerking hebben, onthoud dan altijd: zelfs een voorwerp dat zeer sterk geladen is kan ontladen worden, indien uw gerichtheid op een andere wijze ligt dan de in het voorwerp aanwezige kracht. Het lawine‑effect wordt dan vervangen door een lek‑effect, er wordt voortdurend kracht aan onttrokken.

Oude meubelen, oude sieraden e.d., die misschien een minder prettige uitstraling hebben, kunnen ‑ als u, laten we zeggen eenmaal per week die dingen bewust beschouwt en zegt dat er een goede kracht in zit – langzaam maar zeker hun slechte eigenschappen en kwaliteiten verliezen. Geef u niet over aan het aanvaarden van de uitstraling van deze voorwerpen, anders zult u met uw denken de kracht, die erin zit, licht versterken en dan kan het lawine‑effect optreden.

Elke mens, die zoekt naar licht en naar kracht, dient zich verder te realiseren: wij hebben allen onze symbolen voor licht en kracht. Het zijn deze symbolen die wij met bijzondere nadruk altijd in onze omgeving moeten plaatsen. Het zijn deze dingen waarin wij geloven of waarvan wij aanvoelen dat zij goed zijn die wij voortdurend moeten hanteren. Wij zullen misschien de gekste dingen gebruiken om daarin kracht te vinden. Maar al is het een oude pop, een hobbelpaard, misschien een stukje van de eerste auto of de hoed van overgrootmoeder, als u daarin licht ziet, gebruik dan dit symbool. Behoed het, bewaar het, bescherm het. Ziet u er licht in, richt u er regelmatig op. Als u met een bepaald probleem zit of met een bepaalde keuze wordt geconfronteerd, neem uw symbool erbij, denk eraan en laat dit licht inwerken op het probleem waarover u dan even niet nadenkt. U zult zien dat zich dan spontaan gedachten gaan vormen en gevoelens opkomen waardoor het probleem kan worden opgelost en dat u in en rond uzelf de werking van het licht wel degelijk kenbaar ondergaat.

Symbolen kunnen erg belangrijk zijn voor de mens. Niet omdat zij in zich en onafhankelijk van al het andere energie bezitten, maar wel omdat zij door het geloof eraan en de wijze waarop men ermee werkt de bron kunnen worden van vele krachten, die anders moeilijker voor ons toegankelijk zijn. Zij kunnen ons de bescherming geven waaraan wij op een andere wijze niet kunnen geloven, maar waaraan wij door iets stoffelijks te kiezen als kern van zo’n uitstraling en instelling wel degelijk grote resultaten kunnen ontlenen, waaruit we dus grote krachten kunnen halen.

Ik meen, dat dit voldoende is. Ik hoop, dat met deze les u tevens bent gekomen tot de conclusie dat u uw eigen huis en de wijze waarop u bepaalde dingen daarin bijzonder beschermt of bijzonder waardevol acht, nader zult moeten onderzoeken. Op deze manier vindt u misschien in uw nabijheid bronnen van licht en kracht waaraan u nooit heeft gedacht. Activeer ze. Daardoor zult u veel meer kunnen presteren, grotere innerlijke kracht en zekerheid verkrijgen en bovendien ‑ en dat is ook weer heel belangrijk uzelf ‑ tegen menige misleiding kunnen beschermen.

Magie

Een weten dat niet is te vangen in het weten van de rede. Feiten die niet passen in de reeksen feiten die we rangschikken als we menselijk zijn en denken.

Magie. Een wetenschap van het niet‑redelijk kenbare. Een erkenning van de kracht die niet onmiddellijk manifest is. Een werken met het wezenlijke van onze eigen persoonlijkheid, uitgaand boven de uiterlijke stoffelijke vorm en stoffelijke uitstraling.

Magie is niets anders dan het leggen van een band tussen de krachten van de kosmos en jezelf om zo volgens de wetten, die bestaan in de kosmos en in jezelf, resultaten te krijgen in overeenstemming met datgene wat je voor jezelf wenst.

Magie is niet altijd alleen maar datgene wat als zodanig wordt genoemd. Er zijn vele krachten, mogelijkheden en feiten die niets te maken hebben met wat u als magie beschouwt.

Als u in uw kerk bidt tot God en uw gebed wordt verhoord, dan is dat magie. Maar dan is het wel nodig dat uw instelling juist is, dat uw gebed een juiste uitdrukking is van uw behoefte en dat u door uw geloof aan God kosmische kracht in u heeft opgenomen waardoor u een verwezenlijking van het gevraagde zelf tot stand kunt brengen.

Magie is overal. Magie is het onbegrepene dat de mens vaak opzij zet. Het is niet nodig dat u bewust aan magie wilt doen. Wel is het noodzakelijk dat u gebruikmaakt van alle krachten ‑ ook de niet‑redelijke krachten ‑ die u in uzelf en in uw omgeving vindt.

Wij allen zijn deel van een kosmos die zich ook door ons in haar volledigheid kan manifesteren, indien wij maar in staat zijn haar te ontvangen en bereid zijn die manifestatie door ons wezen te doen plaatsvinden. Daarom zou ik u willen zeggen: DOE HET ZELF.