De eindeloze herhaling

uit de cursus ‘Wereldontwikkeling‘ (hoofdstuk 3 )- december 1982

De eindeloze herhaling

Wanneer wij kijken naar het gebeuren in de wereld, dan valt ons op dat we steeds weer herhalingen zien. Het is niet zo dat alles precies hetzelfde is maar toch zijn er vergelijkingen te trekken.

Als je denkt aan bijvoorbeeld de Punische oorlogen en je transponeert dat weer naar de grote Duitse oorlogen, je transponeert het naar Napoleon, dan blijkt dat in het verloop der dingen veel punten van overeenkomst zitten. Het is erg belangrijk dat we begrijpen dat het geheel van de invloeden in de tijd (dus niet het gebeuren maar de invloeden in de tijd) een voortdurende herhaling is.

Er zijn de zuiver menselijke ritmen. U kent ze waarschijnlijk allemaal. De meeste mensen hebben een 21‑daags, 28‑daags, 32‑daags, 33‑daags ritme. Dat zijn de verschillende ritmen die in hun lichaam een rol spelen. Maar er zijn ook mensen die daarnaast een 17‑jaars ritme hebben. Dat betekent, dat ook in het leven van die mensen bepaalde situaties in het lichaam zich herhalen, maar dan rond 17 jaar later. Dan ben je zelf veranderd. Het is net als de Drie Musketiers en 20 jaar later. Zo is het hier ook.

Je bent anders geworden, je reageert anders. Deze reacties, daar moet je nu rekening mee houden voor jezelf, maar ook ten aanzien van hetgeen je uit het verleden hebt geleerd. Als je dit nu zou doen in de historie, dan zou je een aantal golven kunnen ontdekken, onder andere van buitengewoon hoge geestelijke activiteiten.

Dan zullen we heel ver moeten teruggaan en dan vinden de rob-achtigen. Het is maar een naam ervoor. Het waren geen robben of aanstaande robben, maar rob-achtigen die heel ver vooraan liggen in de evolutie en eigenlijk de verste voorvaderen zijn van het menselijk geslacht. Het waren dieren die nog amfibisch leefden. Het waren koudbloedigen. Ze werden door hun ontwikkeling ten dele warmbloedig (mutatie) en van daaruit ging het verder.

Er was sprake van een directe communicatie met de groepsgeest. Van daaruit zien we de Mu‑situatie. In het land Mu was er geen direct contact meer met de beschermgeest zonder meer. De groepsgeest trad dus niet meer specifiek op voor het geheel maar had wel toegang tot verschillende personen (wezens). Ze waren nog geen priesters. Wij zouden ze misschien met een beetje fantasie een soort medicijnmannen kunnen noemen.

Kijken we naar de Atlanten, dan zien we dat de gewone mens eigenlijk bijna geen contact meer heeft met die goden en de krachten van die goden en dat er zich een kaste heeft ontwikkeld die we het best ‘filosofen’ kunnen noemen. Ze zijn geen echte priesters en toch zijn zij (de voorvaderen van de Witte Broederschap) in de eenzaamheid voortdurend in contact met de geest.

Dan maken we weer een sprong en denken we aan de ontwikkelingen zoals we die zien in India, maar ook in Perzië, in Egypte, om maar weer een paar beschavingen te noemen. Hier blijkt plotseling dat paratalenten veel sterker opkomen dan normaal. Het paranormale, vooral op het gebied van suggestie, hypnose, telekinese en telepathie, was zeer sterk ont­wikkeld in Egypte. Het vermogen van suggestie, hypnose en gedachtele­zen, zien we daarnaast ook sterk ontwikkeld in India en reeds dan in de hooglanden. Nog niet in Tibet maar we zitten toch wel aan de voet van de Karakorum. Daar vinden we zelfs gemeenschappen die zich hebben ge­specialiseerd in het zogenaamde kenbaar uittreden, d.w.z. dat men een astraal dubbel weet te verdichten en op afstand zichzelf manifesteert.

Dan horen we een hele tijd daar niet veel van. 0 zeker, de orakels blijven. De Apollo‑tempel, de Pythia. Dan weet je, de stem van de goden klinkt nog overal. Ook de auguren, als belangrijke mensen in de Romein­se beschaving, kennen we. Maar het is net of het afzakt. Zeker, het christendom komt op en je kunt dat de schuld geven. Maar ook zonder het christendom zal waarschijnlijk toch een groot gedeel­te van het paranormale zijn weggeëbd.

Als je dan een periode neemt van ongeveer 1000 jaar vanaf het Ro­meinse rijk, dan kom je terecht in de jaren 1200 ‑ 1300. Wat zien we? Opleving van paratalenten. De zogenaamde witches (de tovenaars en tovenaressen) treden op. Daarnaast zien we echter plotseling allerlei eigenaar­dige uitbarstingen van nieuwe esoterie. Wij worden geconfronteerd met allerlei vernieuwingen. We zien ook, en dan moeten we weer een paar eeuwen verder gaan, dat heksenvervolging komt en dat daarmee de talen­ten voor een deel verdwijnen, voor een ander deel worden omgezet in iets anders. Dan denk ik aan de zogenaamde dokters die grote gaven hadden, zoals Von Hohenheim. Ik denk aan bepaalde magiërs, priesters zoals Agrippa von Nettesheim. Er zijn er nog meer te noemen.

Na die omzetting wordt het eindelijk rustig. We horen van het pa­ranormale betrekkelijk weinig. Tot ongeveer 1850. Het neemt dan een heel nieuwe gedaante aan. Het wordt het zogenaamde spiritisme. We weten dat er zeer veel eigenaardige verschijnselen zijn getoond. Een deel daarvan is ongetwijfeld ook zwendel geweest, laten we dat er maar meteen bij zeggen. Dat heb je bij alle vormen van paranormale begaafdheid. Er worden ver­keerde uitleggingen verzonnen of de hele zaak wordt vervalst omdat het zo voordelig is.

In diezelfde tijd zien we ineens veel meer aandacht voor spookhui­zen. Veel meer mensen houden zich bezig met goden en demonen. Er ont­staat zelfs een gothische griezelmystiek (the gothics) die haar weer­slag vindt in een groot aantal verhalen en dergelijke. Lord Dundee heeft er aar­dig wat van geschreven.

Wat zien we dan weer in het verdere verloop? Van een spontaan be­gin, van een wildgroei zoals je een 700 jaar geleden ook hebt gehad, gaat het zich langzaam maar zeker institutionaliseren. Er ontstaat de spiritistische beweging. Er ontstaat het parapsychologisch onderzoek. Er ontstaat een nieuwe benadering van talenten zoals we dat in het verleden ook hebben gezien. En daarmee zitten we eigenlijk in deze tijd, in de 20e eeuw.

Wat heeft de 20e eeuw gedaan met dergelijke dingen? In de eerste plaats heeft ze geprobeerd ze te bannen uit het toch wel materialistische systeemdenken dat overal, zelfs in de kerken, overheerst. In de tweede plaats is in het volk de invloed van de paranormaal begaafden aanmerkelijk groter dan je oppervlakkig zou veronderstellen. De auguren van vroeger zijn vervangen door de mediums, de waarzeg­gers, de aflezers, de signalen, de helderzienden. Ze zijn er allemaal. Ze zijn er onder andere namen en ze worden geraadpleegd. Als het werkelijk een goede astroloog is, een goede helderziende, een goede psycho­metrist, dan staan vaak ook mensen, op hoge plaatsen gesteld, in de rij om consult te krijgen. Dat wijst ons eigenlijk in de richting van de invloedssfeer die ontstond uit de heksenbeweging en de natuurverering.

Een logische conclusie zou zijn dat een aantal van de gaven ongetwij­feld werden omgezet in wetenschappelijke zaken of een schuilplaats vonden in de wetenschap en dat over een honderd jaar normalerwijze er dus weer een vervolging zou moeten uitbreken.

Het is interessant om dat te zien want dan moeten wij ons nu be­vinden in een periode waarin het paranormale, zowel voor als tegen, zich steeds duidelijker gaat aftekenen. Wij moeten ons bevinden in een periode waarin de begaafdheden aanmerkelijk toenemen, dus bij vele per­sonen voorkomen en in vele gevallen ook meer openlijk gebruikt gaan worden. En dan kun je ook nu al aanvoelen waar het gevaar schuilt.

Wij hebben in een van de lessen reeds gezegd: denk eens aan pater Pio. Hij was paranormaal begaafd, zeker. Maar hij werkte binnen de kerk, onder het kerkelijk gezag. Dientengevolge wordt hij aanvaard. Wij hebben een soortgelijk verschijnsel gezien in Rusland. Paranor­male genezing b.v werd afgekat. Ze werd zelfs vervolgd totdat een paar hooggeplaatsten worden geholpen door een paranormale genezeres. En kijk, ineens begint de paranormale genezing overal op te bloeien. Het is interessant te zien hoe het naar buiten komt. Dan moeten we ons afvragen wat de fout is die altijd ergens weer wordt gemaakt, zowel door de mensheid als geheel dan wel door de begaafden in het bijzonder. Dan blijkt in de eerste plaats dat de paranormaal begaafden zich onbe­wust meerwaardig achten ten aanzien van de anderen. Dat kan kwaad bloed zetten. Dat schept juist bij degenen die geen uitweg zien en geen mogelijkheden hebben, een neiging tot progrom, tot vervolging. In de tweede plaats zien wij dat heel veel paranormaal begaafden de nei­ging hebben om ofwel hun gave te gelde te maken, dan wel, wat ook vaak gebeurt, zich zeer sterk te binden aan een bepaalde macht of een of­ficiële instantie. Dat hebben we in het verleden gehad.

Vandaag de dag weten we dat er helderzienden zijn en bepaalde tele­paten die werken voor instanties, zeker in het Kremlin of in Washington. Wij staan hier eigenlijk in een tijdperk waarin dat zich binden eigenlijk het gevaar vormt voor de werkelijke ontwikkeling. Dan moeten we ons gaan indenken wat de oplossing zou zijn volgens deze tijd. Want als we inzicht willen hebben in de wereld en de ontwik­keling van de wereld in deze dagen, dan moeten we ons niet alleen beper­ken tot de ontwikkeling van de enkele mens. Dan moeten we wel degelijk kijken hoe die mens staat binnen het geheel, wat zijn de waarden, wat zijn de dreigingen van het geheel. En dan vallen mij een paar eigenaar­dige dingen op.

Er blijken op het ogenblik in het zuiden van de USA, onder andere in Mexico, enkele mensen te zijn die in staat zijn infectieziekten te genezen, ook als dit medisch gezien onmogelijk is. Het zijn er nog maar een paar. Wat zien we als een van de grootste dreigingen op de achtergrond? Het is namelijk niet alleen de atoombom, het is de bacteriologische oorlogsvoering. En dat zou kunnen botsen.

Dan zien we dat op het ogenblik overal inlichtingendiensten bijzon­der actief zijn. Ze zijn zelfs zo ontzettend actief dat niemand meer weet wie voor wie heeft gespioneerd. Behalve natuurlijk in Nederland, daar kijken ze eerst of je een goede padvinder bent geweest. Zo ja, dan behoor je ook bij de goede jongens. Daar tegenover staat het eigenaardige verschijn­sel dat gegevens uitlekken zonder dat een lek geconstateerd kan worden, zelfs bij het meest ijverige onderzoek. Er wordt dan wel een zondebok aan­gewezen, daar gaat het niet om.

Er zijn op het ogenblik in Engeland een viertal spionageprocessen gaande. Laten we dan constateren dat van die vier spionageprocessen er slechts een is waarbij men over een feitelijk bewijs van spionage be­schikt. In de drie andere gevallen gaat het om het verklaren hoe gegevens, die top-secret waren, zijn uitgelekt. U weet wat top-secret is. Als je bijvoorbeeld zegt: de minister‑president is een idioot (niet dat ik het zeg), dan kun je dat als ambtenaar alleen doen als je dat top- secret maakt. Dus dat top-secret idee werkt niet meer. Maar er is niet alleen sprake van lekken van informatie in Engeland. Er bestaan ook grote zorgen in het Pentagon omdat gegevens over strategische plannen en ontwikkelingen zijn uitgelekt en ten dele zelfs gebruikt dreigen te worden in een komende verkiezingscampagne.

In Rusland is men wanhopig omdat gebleken is dat men in Zweden be­schikte over gegevens die men nooit zou mogen kennen. Men beschikte namelijk over een deel van de aanvalsplannen die Rusland heeft gemaakt voor het geval er een oorlog uitbreekt en onder andere de manier beschrijft waarop men het gebied rond de Oostzee, maar ook de Noordzee en omgeving met de vloot wil beheersen en gelijktijdig via Polen en Oost‑Duitsland een inval wil richten op het noordelijk deel, terwijl bovendien vanuit het zuiden een aanval zal plaatsvinden.

Die plannen zijn heel mooi uitgewerkt, maar ze waren het diepste geheim. De plannen zijn slechts bekend aan 30 à 40 personen in Rusland. Allen behoren tot de hoogstgeplaatsten. Allen behoren tot de meest be­trouwbare leden van leger, partij en politie. Hoe kan dat dan? Wel, het antwoord is duidelijk: er zijn mensen die dergelijke dingen kunnen aflezen.

Een ander verschijnsel waar ze gek van worden, is het feit dat men tevoren schijnt te weten (in Afghanistan is dat vaak voorgekomen), niet alleen waar aanvallen zullen worden gedaan maar ook waar zich belang­rijke en kwetsbare transporten zullen bewegen. Er moeten spionnen zijn, heeft men uitgeroepen. Maar men begint langzamerhand te beseffen dat er mensen schijnen te zijn die dat kunnen aflezen, die dat ergens uit de lucht weten te halen. En dat wordt gevaarlijk. Want per slot van rekening, de huidige machtspolitiek is voor een groot gedeelte gebaseerd op geheimhouding. Alleen middels die geheim­houding kun je intrigeren, kun je de economie beheersen, kun je ook een politiek machtsevenwicht creëren en in stand houden.

Als je die zaken bekijkt, dan is het begrijpelijk waarom het gevaar van een vervolging van paranormaal begaafden zeker niet is uitgesloten. De enige oplossing zou zijn dat er zoveel komen dat het niet meer moge­lijk is om ze allemaal uit te roeien. Dan kun je wel degenen die de gave opvallend demonstreren te pakken krijgen, maar al die anderen die net doen of ze van niets weten, kun je net niet pakken. Ik denk dat dat in de eerste 30 jaar van de volgende eeuw nog wel een rol zal spelen.

0 zeker, ‘Aquarius’ is veel ruimdenkender dan het vorige teken, min­der dogmatisch. Aan de andere kant wat opvliegender, wat directer en vaak improviserend en impulsief in zijn handelen. Dus, wat ervan zal ko­men, weten we niet precies. Wij kunnen aan de hand van de cycli wel bereke­nen welke situatie er nu bestaat en welke er zal ontstaan. Wij kunnen zelfs de oorzaken zien voor een bepaalde benadering en zeer waarschijnlijk ten dele van een vervolging van paranormaal begaafden en de pogingen om ze te ronselen. Maar we kunnen niet overzien hoe dat verder gaat.

In het verleden namelijk is er iets gebeurd. Als we praten over At­lantis, dan vergeten we dat vaak. Toen de eerste ramp van Atlantis (80.000 jaar geleden) zou plaats­vinden, trokken er een aantal wijzen weg. Zij namen een aantal volgelin­gen met hun slaven mee. Toen 40.000 jaar geleden de laatste ramp van Atlantis dreigde, begon er een langzame uittocht die daarna werd gevolgd door een enorme uittocht van voornamelijk slavenlegers, waarbij zich boven­dien weer een aantal wit‑magiërs, priesters en dergelijken hadden gevoegd. Dezen zijn uitgeweken voor het gevaar. Waar kwam dat gevaar vandaan? Van de technocraten van die tijd, toen magiërs genoemd. Als we kijken naar deze tijd, dan ligt het grootste gevaar ongetwij­feld bij de technocraten. De bureaucraten houden het gevaar in stand, maar de technocraten creëren het nieuwe gevaar.

Wat staat daar nu tegenover? De paranormaal begaafden. Maar weg­trekken gaat nu niet. Voor de kans van een oorlog tussen de 23 en later de 11 rijken, voor de kans van enorme uitbarstingen kon je wegvluchten. Er waren gebieden in de wereld, vooral hooggelegen landen, waar je niets of weinig daarvan zou merken. Het is nu heel erg moeilijk om een plek op aarde te vinden, tenzij je naar een van de beide polen wilt gaan, waar je met enige zekerheid een komende explosie kunt afwachten en zelfs dan is die zekerheid nog maar zeer beperkt.

Dat houdt in dat, waar eens de wijzen met hun schatten konden weg­trekken, de wijzen in deze tijd, om zichzelf, hun schatten en de mensheid te beschermen, niet meer kunnen wegvluchten. Ze moeten gaan ageren. Hoe zullen ze dat nu doen? Wij weten het niet. Een dergelijke situatie is nog niet voorgekomen. Maar de cyclus waarin het verloopt, wijst erop dat men een toevlucht schept. Een toevlucht kun je in deze dagen niet meer scheppen op zuiver stoffelijke basis. Er zou dus een geestelijke toevlucht moeten worden ge­schapen.

Een geestelijke toevlucht zou kunnen bestaan uit een enorm net van paranormale kwaliteiten, van geestelijke gaven. Men zou daardoor in staat kunnen zijn om bepaalde invloeden te neutraliseren. Ik neem aan dat het zelfs mogelijk zou zijn bij een voldoende netsterkte, om via paranormaal begaafden bijvoorbeeld atoombommen het exploderen te beletten. Er zijn dus wel kansen. Maar een dergelijke zaak vergt dan weer een centrum.

Wij hebben op het ogenblik nog steeds te maken met het centrum in de Andes. Dat is een van de belangrijke krachtbronnen, een van de be­langrijke perioden van ontwikkeling. Opvallend is echter dat men nu langzaam en heel voorzichtig bezig is om weer terug te gaan naar Azië. Een deel van de schatten zal waar­schijnlijk in de komende 4 à 5 jaar weer worden overgebracht naar Azië. Er is een grote kans dat ook Tibet weer deel gaat uitmaken van het zogenaamde oostelijke krachtcentrum. Dan moet ik concluderen dat dergelijke krachtcentra op ontoegankelijke plaatsen niet meer voldoende zijn. Er zouden bepaalde centra moeten komen waar de gewone mensen misschien niet eens van weten en die ergens midden in de stad liggen.

In de middeleeuwen hebben we bijvoorbeeld Avignon gehad. Avignon was een centrum waar eigenlijk van alles samenkwam, niet alleen de geestelijkheid. Ze hebben daar zelfs een tijdlang een paus gehad. Later heeft daar nog een tegen‑paus geresideerd. Er waren in Avignon een groot aantal centrale punten waar bijvoorbeeld al­chemisten elkaar ontmoetten, maar ook zuiver magiërs. Er waren in die stad steeds gegevens aanwezig die van belang waren voor astrologen. Het is bekend dat een Oostenrijkse hofastroloog regelmatig naar Avignon is gereisd. Dat deed hij heus niet omdat hij daar zo prettig kon kuren. Ik neem aan dat dergelijke centra weer zullen ontstaan. En aangezien de wereld nu verder ontwikkeld is, kun je niet met een centrum volstaan. Ik neem aan dat ergens in een grote stad in de Verenigde Staten of in een grote stad in Europa een centrum zal worden gesticht en dat een dergelijk centrum een soort ruilbeurs wordt voor paratalenten.

Met dit beeld heb ik geprobeerd u weer een beetje inzicht te geven in ontwikkeling. Een ontwikkeling van de wereld, maar ook een ontwikkeling waarbij u zelf direct of indirect betrokken bent. Want velen van u hebben in meer of mindere mate bepaalde gevoeligheden ontwikkeld.

Ik weet het, u beheerst ze niet, U weet nog niet wat u ermee kunt doen. U zoekt het misschien te technisch of te mystiek te verklaren. U loopt vast in bespiegelingen over wat leuk of mooi zou zijn. U bent nog niet aan het praktisch erkennen van uw nieuwe begaafdheden toe maar u heeft ze. U bent niet de enigen want dit is maar een heel klein groepje.

Het wordt tijd dat mensen wakker worden. En aangezien het scheppen van de juiste sfeer, het ontstaan van een klimaat van geweld, van enorme spanningen, van onvoorstelbaar snelle vorderingen, van enorme machts­strijd, de mens daarin zodanig gespannen moet maken dat hij innerlijk op een gegeven ogenblik doorbreekt, dat hij uit zijn norm losbreekt en komt tot een nieuwe manier van leven, een nieuwe manier van denken. Daardoor komt hij onbewust tot een nieuwe manier van doen, waartoe hij dan de tot nu toe niet erkende zintuigen of kwaliteiten weer inzet.

Wij gaan misschien de goede kant uit. Maar wij moeten een ding goed begrijpen. Al deze gaven hebben weinig zin indien niet in de mens de verandering plaatsvindt waardoor hij zich niet alleen daarvan bewust is, maar ook meester daarvan is.

De technische ontwikkeling van deze wereld is ontstellend snel ge­weest. Maar in die ontstellend snelle ontwikkeling is de innerlijke mens, of moet ik zeggen: de menselijke ethiek en de menselijke moraal in het geloof, dat toch ook nood­zakelijk is voor de mens, niet meegegroeid. Daardoor wordt de mensheid op het ogenblik voor een deel beheerst door de technieken die hij zelf heeft geschapen. Dat mag niet gebeuren. Als wij met de paranormale ont­wikkelingen verder gaan die in de eerstkomende honderd jaar wel van groot belang zullen zijn, dan moeten we eerst leren ons innerlijk te be­heersen. Het gaat er niet om wat u naar buiten toe kunt doen. Het gaat er vooral om wat u innerlijk kunt waarmaken.

Er bestaat een omschrijving, alleen maar een omschrijving, van de in­nerlijk weg. De meeste mensen denken: ik moet omhoog naar de hoogste sfe­ren. Je zou het ook anders kunnen zeggen: ik moet afdalen tot in het diepst van mijn eigen wezen. Het is het afdalen waardoor je dichter komt bij wat je God noemt, niet het stijgen. Het stijgen doet je vaak vervreemden van de werkelijk­heid en ook van jezelf, je taak en mogelijkheden. Maar diep in jezelf de waarheid vinden, dat betekent ook dat je diep in jezelf de regel en de wet moet vinden van waaruit jij kunt en moet leven.

Het betekent dat je in jezelf niet alleen de bron van kracht vindt waaruit je kunt putten, maar ook in jezelf precies de wetten gaat be­seffen volgens welke je zelf kunt functioneren. Er is niets belangrijker in deze tijd dan het vinden van een innerlijke wet. Het vinden van een innerlijk licht, van innerlijke waarheid. En als je deze dingen samen weet te voegen, dan bereik je tenslotte persoonlijk die ontwikkeling waardoor je in staat bent gesteld de ontwikkelingen van de tijd, van de perioden en de impulsen zoals ze overal optreden, te begrijpen, daarbinnen jezelf te beheersen. En begrijpend en jezelf beheersend gebruik te maken van al datgene wat zonder beheersing of zonder begaafdheid misschien toch de ondergang zou kunnen betekenen.

  • Het overplaatsen van het centrum in de Andes weer terug naar Tibet, wat zijn de achterliggende motivaties daartoe? Waar zullen de centra zijn die zullen opkomen in Europa en de USA?

De eerste vraag is heel eenvoudig beantwoorden. Men heeft indertijd Tibet en India verlaten omdat daar een zeer grote onrust en omwenteling gaande was. Het gaat dan niet alleen om strijd en oorlog, maar om een totale verandering in denken en leven van de mensen daar.

Nu zich dat stabiliseert kan men daarheen terugkeren. Men zal er nooit volledig naar terug keren, maar men kan er ten dele naar teruggaan omdat men nu de mogelijkheid begint te krijgen om binnen de ontstane veranderingen toch zijn geestelijk stralingsveld weer voldoende op te bouwen. Dat is belangrijk omdat je daarmee eigenlijk heel Eurazië kunt beïnvloeden. In Zuid‑Amerika zijn die mogelijkheden, gezien het stralingsveld en de afstanden, toch wat moeilijker. Ofschoon je daar weer een betere greep hebt op de Zuid-Amerikaanse en Noord-Amerikaanse ontwikkelingen. U moet dat dus gewoon zien als een praktische overweging waarbij men is uitgegaan van zekerheid die men nu meent te vinden. Dan kunnen we daar nog aan toevoegen, zeer waarschijnlijk wordt voorlopig de Aziatische nederzetting een soort dependance en zeker nog niet onmiddellijk het hoofdkwartier.

Wat de tweede vraag betreft, als u goed heeft geluisterd, heeft u mij dit niet als zekerheid horen stellen. U heeft het kunnen afleiden. Dat impliceert al dat ik hier niet met volledige zekerheid kan en mag spreken. Het heeft dan ook weinig zin om u te zeggen: hier of daar zal de nederzetting zijn. Want zelfs als ze ter plaatse zou zijn, dan zou u moeten beschikken over een bijzondere innerlijke kracht, innerlijke vermogens, paranormale vermogens ook om de sleutel te vinden tot deze specifieke gemeenschap die zich binnen een dergelijke stadscultuur heeft geïntegreerd.

Weest u niet boos dat we het vandaag niet zo geestelijk hebben gemaakt, maar dat we even hebben gekeken naar al die eigenaardige wisselwerkingen, ten dele reeds in de twee vorige lessen genoemd en besproken, en die we nu tot een geheel hebben samengevoegd. Want als je inzicht wilt krijgen in de dingen, dan moet je toch ook een beetje weten hoe het kan komen.

De wijsheid van de twijfel

Het is namelijk op het ogenblik zo dat er heel veel belangrijke mensen zijn, ook belangrijke geestelijken, die zich steeds meer afvragen of het wel zo is of niet. Zij zeggen: ik weet het niet. Menige pater die je tegenkomt, is geen pater zonder meer, dat is een pater‑agnosticus. Juist die twijfel waarvoor de meesten mensen ontzettend bang zijn, is eigenlijk een grote wijsheid.

Er zijn mensen die tegenwoordig met een mate van stelligheid beweren dat als we zo verder gaan, dan krijgen we een greep op de werkeloosheid. Als we dat doen, dan vergroten wij de veiligheid van Europa. Als we zus handelen, dan wordt het klimaat weer beter en de natuur natuurlijker. Ze weten het allemaal zo precies dat ze eigenlijk in hun zekerheid bijna onwijs zijn. De wijsheid van de twijfel is gelegen in het feit dat je begrijpt hoe beperkt eigenlijk je inzicht is in de werkelijkheid.

Wie de wereld op het ogenblik overziet, die kan op zijn vingers wel het een en ander natellen. Als iemand tegen u zegt dat er met kerstmis en Nieuwjaar niet alleen vrede en vrede op aarde zal zijn maar dat zeer veel glaswerk zal sneuvelen en dat ook menigeen zijn feestelijkheden in het ziekenhuis zal moeten besluiten, dan is dat geen dwaze prognose. Dat kun je zo wel overzien, dat is heel waarschijnlijk. Maar is dat ze­ker? Dan blijkt dat het voor een groot gedeelte toch ook wel ligt aan de mensen zelf.

Heel veel ruzies zijn overbodig. Heel veel feesten die mislopen, zouden beter gevierd zijn in afzondering, dan was er niets gebeurd. Als de mensen begrip krijgen voor de situatie waarin ze leven, dan zul­len ze vaak zeggen: ja, ik weet niet of het goed is of kwaad. Ik weet niet of ik dit moet doen of dat andere. Laat mij dus eerst maar eens zien wat op dit ogenblik goed en redelijk is. Kijk, dat noem ik wijsheid. Want op het moment dat wij ons verwijderen van de werkelijkheid die we kunnen beheersen, komen we terecht in een fantasiewereld.

Als iemand beweert dat je bijvoorbeeld door snoeien van overheids­uitgaven zonder meer de tekorten van de Nederlandse Staat kunt wegwer­ken, dan zeg ik: daar hebben ze wel gelijk in, maar ze moeten het dan wel goed aanpakken. Ze kunnen bijvoorbeeld alleen al op Defensie ruim een mil­jard per jaar besparen zonder dat ze in moeilijkheden komen, behalve met de heer Luns.

Als ik zo kijk naar het onderwijs, dan zeg ik: natuurlijk, daar kun­nen ze heel veel aan doen. Daar kunnen ze ook veel op besparen als ze eens alle overbodigheden overboord zouden zetten en zich gewoon weer zouden beperken tot wat het onderwijs dient te zijn. Het bijbrengen van de kennis die maatschappelijk nuttig en noodzakelijk is. De ouders moeten de rest dan maar doen. Daar ben ik het direct mee eens en dan kun je op het onderwijs een hoop bezuinigen, ook al kan ik begrijpen dat heel veel zeer sociaal denkende onderwijzers daardoor toch wel zeer geprikkeld zul­len raken. Maar dat zijn dingen van dit ogenblik.

Je kunt niet zeggen: ik bezuinig deze keer een miljard op Defensie, dus zullen we dat de komende jaren herhalen. Zomin als je kunt stellen: we zullen nu op kosten van de bureaucratie 2% bezuinigen en dat doen we het volgende jaar dan weer. Wie weet hoe het dan is. Je moet zien wat nu mogelijk is en niet wat morgen wenselijk zou zijn. Er zijn aan alle din­gen grenzen gesteld. Die grenzen bestaan op dit moment, morgen zijn ze anders.

In je eigen leven is dat toch precies hetzelfde. Wat vandaag goed is, blijkt morgen verkeerd te zijn geweest. Waar je vandaag dacht een gro­te stommiteit uit te halen, daar heb je morgen toch wel weer de nuttige rendementen van. Twijfelen is wijs, vooral als het gaat over de dingen die je niet kunt overzien.

Het is gemakkelijk uit te roepen dat alle politici onbetrouwbaar zijn. Ik weet het eerlijk gezegd niet, dus twijfel ik slechts. Als ik het wel zou weten, dan zou ik tegen u zeggen: u weet het niet, dus twijfel slechts want er zijn geen zekerheden. Dat is op het ogenblik, meen ik, een springend punt.

U bent zo zeker in vele gevallen. De geest is dit en dat en hij doet dat. Maar weet u het ook? Is het niet veel verstandiger om een beetje wijzer te worden en te zeggen: ik weet het niet. Maar met wat er vandaag is, ben ik gelukkig of ongelukkig. Kan ik iets doen of kan ik niets doen?

Dit is misschien een vreemd pleidooi dat ik hier zit te houden. Ik kan mij voorstellen dat de mensen liever hebben dat je zegt: in de toe­komst zal het zo en zo gaan. En als u dat zo en zo doet, dan komt u bij ons en dan vindt u in Zomerland uw woning al netjes gestoffeerd en inge­richt. De meubels mag u zelf meebrengen. Dat is toch onzin. Er is een leven na de dood, zeker. Ik weet het proefondervindelijk. Misschien als u zich heel goed herinnert, dat u dan tot de conclusie komt dat u het ook wel geweten moet hebben. Maar bent u daar zeker van?

Er zijn ook mensen die zeggen: dood is dood. Maar hebben ze daar een bewijs voor? Twijfel dan. Zeg gewoon: ik handel vandaag volgens hetgeen ik vandaag als juist heb ervaren. Ik zal aanvaarden wat op dit ogen­blik mij aanspreekt, maar ik bind mij er niet aan.

Ongebondenheid wordt op aarde heel vaak verward met losbandigheid. Dat is erg jammer. Want het maakt duidelijk dat men niet begrijpt dat on­gebonden zijn iets anders betekent dan alle banden verbreken. Ongebonden zijn betekent dat je zelf bepaalt wat de banden zijn, wat de regels zijn die voor jou gelden. Je laat je niet beïnvloeden door een ander. Als de ander zegt dat je dan in de hel komt, zeg je: dat zullen we later wel zien, als we elkaar daar ontmoeten. Als de ander zegt dat, als je zo handelt, je zeker in de hemel kunt ko­men, dan zeg je: ik hoop dat we daar samen nog wat zullen klapwieken en je gaat verder. Het gaat er niet om wat er later gebeurt. Het gaat erom wat er nu is.

Wijsheid is het doorschouwen van de dingen, veel meer dan het veel weten. Ook een verwarring waaraan men nogal eens laboreert in deze we­reld. Het doorzien van de dingen is toch alleen mogelijk ten aanzien van de din­gen die je kent, niet ten aanzien van de dingen waar je weinig van af weet of waar je alleen een theoretische kennis van hebt.

Als je met je schriftelijke danscursus van Fred Murray en de bezem­steel hebt geoefend, dan moet je helemaal niet verbaasd zijn als je eer­ste partner op de dansvloer zich snel terugtrekt vanwege een paar gebro­ken tenen. En dat je mooi ingestudeerde passen eerder lijken op het zwab­beren op een wat te gladde vloer.

De theorie, daarmee kunnen we zoveel doen als we willen, maar de fei­ten die we kunnen doorschouwen, daarmee kunnen we iets beginnen. Over al het andere, laat daar maar de twijfel bestaan.

Bent u in uw vroeger leven een slaaf geweest of een hogepriester? Bent u misschien een moedig krijgsman geweest of een nederige concubine of nog erger, ach, wat maakt dat uit? Als je die dingen weet, dan is dat aardig, maar ze helpen je niet verder. Je kunt misschien, psychologisch gezien, een paar verklaringen daaraan ontlenen en zeggen: nu kan ik ten minste begrijpen waar ze in dit leven vandaan komen en daar blijft het dan bij. Maar je situatie in dit leven verandert niet. Het is de situatie in dit leven die je moet doorzien, niet die van een vorig bestaan.

Je kunt je natuurlijk voornemen om een volgende maal zo te incarne­ren dat je alle ellende van deze incarnatie niet hebt. Misschien lukt je het zelfs en dan word je met een geheel nieuwe ellende geconfronteerd. De ellende van vandaag ken je. Probeer te zien wat de oorzaak daarvan is. Probeer te zien hoe je zelf bent, hoe je wereld is. En probeer dan van ogenblik tot ogenblik uit dat begrip een keuze te maken.

Ik denk dat de grote fout van de wereld van vandaag is dat men voortdurend bezig is om de volgende jaren te bepalen. Zo in de stijl van: In 1986 moeten wij het financieringstekort hebben teruggebracht tot onge­veer 3 %. Dat kun je gemakkelijk zeggen want het betekent dat je er nu geen moeite voor behoeft te doen. En als u zegt, dat u streeft naar een geestelijke bewustwording waardoor u innerlijk verlicht zult opgaan in de totaliteit, dan is dat mooi. Maar neem mij niet kwalijk, u spreekt nu over de innerlijke verlichting, maar heeft u al een aansluiting?

U weet nu waar het om gaat. Of het zo zal zijn, laten we het hopen, maar we weten het eenvoudig niet. 0f God zo genadig is als wij veronder­stellen, laten we het hopen, maar we weten het niet. Of de mensen zo slecht zijn als we denken? Ja, we hebben onze redenen misschien, maar ze­ker weten doen we het niet.

De agnosticus is de wijsgeer van deze tijd. Het is degene die te midden van ontzettend veel eenzijdigheden, vaststaande wetten en zekerheden einde­lijk heeft beseft dat het heden nu is en niet morgen. Dat wat je vandaag bent en kent, vandaag gebruikt kan worden maar dat je niet eens weet of het morgen nog zo zal bestaan. Dat is natuurlijk niet zo leuk.

Ik gun u allen de glorierijke intocht in ons rijk waar de Orde klaar staat om u welkom te heten. Maar een verdrongen schuldbesefje en wij kun­nen u niet eens benaderen. Dan moet u daarmee eerst afrekenen. Dus laten we nu niet bezig zijn met wat we later krijgen maar wat we vandaag zijn en wat we vandaag kunnen doen.

Ik heb heel wat collegae meegemaakt. Sommige van hen zijn bij ons aan­gekomen met al even dwaze voorstellingen als op het ogenblik de zielen en ook nog vele mensen teisteren. Denkbeelden omtrent hemelwerelden. Denkbeelden omtrent oneindigheden in een vagevuur. Gelukkig dat althans de voorstelling van het vuur voor hen vaag is gebleven.

Ik heb ze zien binnenkomen met een begrip van eigen deugden die nooit bestaan hadden, met een zware schuldenlast die ze zichzelf hadden aangemeten omdat ze nooit wezenlijk heeft bestaan. Ik heb ze zien binnen­komen, die door God gedreven en gezonden waren. Alleen, God was een ande­re naam voor een deel van hun ego. Ik heb ze zien binnenkomen, die zich zagen als slachtoffers van het noodlot, die in feite in zichzelf de wet­matigheden van de kosmos en van de schepping voortdurend aan zichzelf hebben gedemonstreerd zonder dat ze het begrepen.

Laat mij maar niet over mijzelf praten. Per slot van rekening, een schuldbelijdenis ligt mij niet zo. Laat mij het maar zo zeggen: toen ik overging, was ik ook een grote idioot. Ik dacht aan een mystiek land waar­in de wetenschap en zelfs de cijferkunde zouden worden samengevoegd tot een goddelijke openbaring. Als u nu naar mij luistert, weet u dat dat niet waar is.

U leeft uw eigen leven, maar u bent niet zo zeker van de dingen als u wel denkt. U bent zelfs niet zeker van de beweegredenen en de in­houden van andere mensen. En als we eerlijk zijn, als u kijkt naar uw geuite beweegredenen, uw dromen en u onderzoekt ze, dan zijn ze ook niet zo vast en zo waar als u zou denken. Laten wij maar rustig twijfelen. Twijfel zelfs aan onszelf zo nu en dan. Niet aan hetgeen wij zijn en nu kunnen, hetgeen we nu tot stand brengen, maar twijfel aan de verklaring die wij onszelf geven. Geen twij­fels ten aanzien van de uiterlijkheden zonder meer, maar alstublieft een klein beetje voorzichtigheid bij het aannemen van vaststaande en onverander­lijke normen.

Het leven in de wereld betekent leven in het heden. Leven in het heden impliceert gewoon dat je heel veel dingen niet kunt overzien. Stel dan daar geen zekerheden tegenover. Beperk je tot de dingen die je kent. Heel veel mensen leven en zijn voortdurend bezig te vertellen wat anderen zijn en zouden moeten zijn, maar je weet niet eens wat ze werkelijk in het diepst van hun wezen zijn. Projecteer dan geen zeker­heden. Werk gewoon maar met de dingen zoals je ze ziet en ze begrijpt.

ik heb gehoord dat u in het begin een wat historisch overzicht zou krijgen. Altijd nog beter dan een hysterisch . Ik zou daarbij wil­len aanhaken. Herinnert u zich nog die mooie speldjes met ‘nooit meer oorlog’? Kijk eens naar de wereld, toch waren die mensen er toen al van over­tuigd dat ze het voor elkaar zouden brengen. Kijk nu eens naar al die mensen die lopen te schreeuwen “ban de bom”. Misschien lukt het hen de bom te bannen.

Wat zijn de werkelijk gevaarlijke ontwikkelingen op dit moment? Liggen die niet eerder in de ontwikkeling van allerlei pseudo‑strijdmid­delen en soms zelfs middelen voor verdere technische ontwikkelingen die de wereld langzaam maar zeker onleefbaar maken? Het is maar een vraag. Als je het niet weet, vraag je dan eens af wat op het ogenblik belangrijk is en handel daarnaar.

Als je kijkt naar de hele wereld met al die staatslieden die het allemaal zo buitengewoon goed weten en die de hele wereld overvliegen om anderen te vertellen wat ze weten, terwijl ze van elkaar weten dat ze niet voldoende weten. Denk dan niet dat daar het heil vandaan komt. Heus, geen staatsbezoek van de Paus, van Koningin Beatrix, van presi­dent Reagan of van de een of andere VIP (ik vind dat zo’n mooi woord VIP, het herinnert mij aan het Engelse woord viper) haalt iets uit. O, ze zeggen wel dat het zo is. Maar eigenlijk is het niets anders dan het zichtbaar maken van iets dat er al was of het camoufleren van iets waarvan niemand wil weten dat het er is. Daar komt het op neer. Al die mensen die zo zeker er van zijn dat ze precies kunnen vertellen wat er gaande is, krijgen er wel eens de zenuwen van.

Kort geleden heb ik iemand geholpen bij zijn overgang, die zich be­schouwde als een vooraanstaand kremlinoloog. Ik had dat woord nog niet gehoord en heb er dus gedachten over uitgewisseld. Deze man dacht dat hij op grond van datgene wat in persberichten niet werd gezegd, kon weten wat er werkelijk gedacht werd. En omdat hij dat dacht, dacht een ander dat hij het wist. Maar hij wist het niet. Zijn zekerheden waren veronder­stellingen.
Onze veronderstellingen zijn vaak in wezen onzekerheden. Laten wij dat begrijpen. Wij kunnen de toekomst en ook het verleden niet bepalen. Wij kunnen zelfs het heden niet beheersen. Het enige dat we kunnen doen, is al datgene waar we geen voldoende gegevens over hebben, opzij zetten en zeggen: dit is een punt van twijfel.

Of er een God is of niet, ik meen te weten dat er een is. Ik meen te weten, maar u mag twijfelen. U zult uw eigen God scheppen. Waar­schijnlijk zoals ik de mijne heb geschapen. Maar wat werkelijk is, dat weten wij niet. Dan zijn we toch wel krankzinnig als we gaan leven vol­gens de wetten van een God, als we niet eens weten of hij bestaat. Zolang dat geen kwaad kan, waarom zouden we dat laten. Maar op het ogenblik dat deze zogenaamde wetten Gods in directe strijd zijn met hetgeen wij als menselijk verplicht en juist in ons erkennen, moeten wij toch wel onze twijfel hanteren en zeggen: ik weet niet zeker of het zo moet, maar op dit ogenblik weet ik dat dat de meest juiste benadering is.

Hoe vaak wordt de droom niet tot werkelijkheid gemaakt? Hoe vaak wordt de ontvluchting aan de werkelijkheid niet als basis genomen voor een zekerheid die nooit kan bestaan? Ik zeg u dit omtrent deze dagen, daar mag u dan eens over nadenken. Alle illusies die de mensen koesteren, alle zekerheden waarover ze schijnen te beschikken, zijn niets anders dan de middelen waarmee zij zich overleveren aan het onbekende en gelijktijdig de zeggenschap over zichzelf verliezen.

Je bent een mens. Er zijn kosmische wetten, ook al is het niet zeker dat, wat wij als zodanig formuleren, de enige of de meest belang­rijke zijn. Binnen die wetten zult u gevangen zijn. Dat zijn de grenzen, daar kunt u niet overheen. In al het andere echter bent u verplicht om uzelf te zijn. Dat kunt u alleen op grond van hetgeen op dit moment voor u waar is, op grond van hetgeen op dit ogenblik voor u doenlijk is en vooral op grond van datgene waarvan u nu zeker kunt zijn.

Leven in onzekerheid is niet zo aangenaam, ik weet het. Maar leven in een schijn van zekerheden zonder te beseffen hoe vraagwaardig ze zijn, is nog erger. Ten aanzien van wat u nu bent en ook ten aanzien van het­geen u na uw dood ongetwijfeld zult worden, indien mijn ervaring ook op u van toepassing is, is het beter te twijfelen. Want in de wijsheid die door de twijfel ontstaat, ontdoen wij ons zelf van de zekerheden die ons belet­ten onszelf te zijn. Maar wij ontdoen ons gelijktijdig ook van de beperkingen en de twijfels die ons beletten de krachten die in ons leven, het wezen dat wij zijn, de zin van zijn die wij voor onszelf erkennen, waar te maken. Leven in waarheid is belangrijker dan het vinden van een schijnzekerheid. Leven op grond van de feiten waarmee je te maken hebt, is belangrijker dan alle zogenaamde zekerheden en openbaringen die oncontroleerbaar blijven en waarvan u de ware betekenis of oorsprong niet kunt overzien.
Wanneer u dus ooit nog tot de geestelijke stand zou toetreden, zo hoop ik u te ontmoeten als pater of mater agnosticus.

Overgave

Jezelf overgeven, weerloos zijn. Niet meer voor een ogenblik zelf regeren, maar aanvaarden wat je overkomt. Soms is het onvermijdelijk, soms is het deel van je bestaan. Maar kun je ook zeggen dat het altijd redelijk is? Een overgave die er vandaag is, verandert misschien morgen al in een neiging tot heerschappij. En de overgave die vandaag wordt geroemd, is de aanleiding tot over­geven morgen. Laten we reëel zijn.­ Wij kunnen ons overgeven aan God. Maar dan alleen aan de God van wie wij weten dat hij bestaat. Wij kunnen ons overgeven aan een mens, aan de hartstocht, aan een idee. Maar alleen op het moment dat we dit voor onszelf als volledig juist ervaren. Alleen op het ogenblik, dat wij het mee op grond van de feiten als een zekerheid zien. En dan nog met het besef dat het morgen anders kan zijn.

Een overgave voor altijd bestaat niet want dat zou betekenen dat je zelf zou sterven. Het enige dat overblijft, is de echo van het andere waaraan je je hebt overgegeven. Zolang je niet weet of dat andere bestaat en wat dat anders is, is een dergelijke overgave waanzin. Dan ben je jezelf niet meer maar je bent ook niets anders meer. Dan word je een leegte.

Indien u zich wilt overgeven aan God, doe het, maar dan aan een God die in u leeft. Een God die voor u dagelijks weer Zijn bestaan bewijst op grond van feiten. Zie het niet als onveranderd, als eeuwig en onbeperkt. Zie het als iets wat voortkomt uit uzelf en daarom ook door uzelf kan worden beëindigd.

Overgave kan nooit een binding zijn of een plicht. Een plicht van uzelf, van de ander of het andere. Het is het ogenblik. Dat ogenblik kan steeds weer worden herhaald en bevestigd, maar dan alleen op grond van datgene wat u bent, wat het andere of de ander is op grond van de feiten die u of de ander of het andere omringen. Alleen zo komt u tot een werkelijk begrip van een feitelijke onwerkelijke overgave. Alleen zo vindt u vanuit uzelf de ware kracht, het ware bestaan en een begrip voor de werkelijke wereld zoals die nodig zijn voor de uitbreiding van uw bewustzijn.

Wat ik heb gezegd, heeft hand en voet. Het is niet zomaar een verhaal. Juist de mensen die streven naar de ontwikkeling van hun persoonlijkheid, hun kwaliteiten en hun gaven, zullen moeten werken met de werkelijkheid want als je begint met illusies, dan ben je zover weggedroomd dat de feiten je treffen als iets ongerechtvaardigs, een voortdurende donderslag, een soort bomaanslag op een heiligdom dat je wel zelf hebt geschapen maar dat nooit wezenlijk bestond. Denk daar maar eens over na.