Inwijding (1980)

uit de cursus ‘Groeiend bewustzijn‘ (hoofdstuk 4 ) – januari 1980

Een inwijding is niets anders dan een faseverschuiving in het bewustzijn. De meeste mensen nemen aan dat een inwijding bestaat uit het vernemen van geheimen, het verkrijgen van nieuwe krachten en een nieuwe rang. Dat is niet feitelijk waar. Een inwijding bestaat uit een realisatie van capaciteiten en kwaliteiten die men reeds bezit en daardoor het verwerven van een nieuw inzicht in de wereld rondom.

Wanneer we bezig zijn met ontwikkeling van het ‘ik’ te bevorderen, dat is bij een groeiend bewustzijn een belangrijke factor, dan zijn we als vanzelf ook bezig met een inwijding. Die inwijding zal tot stand komen op het ogenblik dat in het ‘ik’ zoveel spanningen zijn opgebouwd dat hierdoor een doorbraak naar een ander niveau van bewustzijn onvermijdelijk wordt. Misschien kan ik u dat duidelijk maken als ik u een voorbeeld geef van de manier waarop zoiets zich kan voltrekken.

Wij hebben te maken met iemand die zich interesseert voor het paranormale. Hij experimenteert, meestal met matige resultaten. Hij houdt zich bezig met vele theorieën. In de ogen van anderen wordt hij langzamerhand wel een warhoofd. Dat wil zeggen dat hij de situatie niet meer kan aanvaarden. Hij kan niet terug, want alles wat hij heeft geleerd blijft een rol spelen in zijn denken. Hij kan ook niet zeggen ik ga vooruit, want hij weet niet waar hij naar toe moet. Het resultaat zien we dan o.a. in droombelevingen, in allerlei symbolen.

Wij zijn voortdurend bezig te worstelen tegen iets. Wij proberen ons te bevrijden. Wij zijn steeds op zoek naar iets waarvan we niet eens weten wat het is. Zo’n periode blijft een tijd duren. Daarvoor of daarna krijgen we meestal de tijd van het afgesloten zijn.

Dit afgesloten zijn kun je misschien het best zo omschrijven: het is net alsof iemand een glazen stolp over je heen heeft gezet. Je ziet de wereld nog wel, ze beweegt nog wel en ze spreekt ook wel, maar eigenlijk dringt het niet meer tot je door. Het is alsof er niets je kan beroeren. En dan ineens …… is die stolp weg. Ineens worden al die symbooldromen, belevenissen, afwijkingen van het gedrag dermate dringend en spannend dat je er geen raad mee weet. Op dat ogenblik komt er a.h w. een ontlading. Het is een flash. Je kunt het niet anders uitdrukken. Maar door die flash, met dat plotselin­ge bijna verstard staan alsof je onder een enorme stroomsterkte staat, ga je ineens de dingen anders zien. Het is net alsof alles begint te kantelen, te bewegen en te draaien en de caleidoscoop van je leven geeft plotseling een nieuw beeld te zien dat symmetrischer en aanvaardbaarder is dan het vorige.

Nu weet ik wel dat inwijding heel vaak met genootschappen en dergelijke wordt vereenzelvigd. Dat is begrijpelijk. De oudste oudheid heeft al inwij­dingsgenootschappen gehad, esoterische en andere. Er werd feitelijke ken­nis en er werd innerlijke kennis overgeleverd. Er werden technieken ontwik­keld waardoor die innerlijke bewustwording werd bevorderd.

Kijk naar de Borobudur dat is een aardig voorbeeld. Als je het ziet is het een enorm bouwwerk met heel veel beelden en beeldhouwwerk en een oneindig aantal stoepa’s. Maar als je het van boven zou bekijken, dan zie je dat het een soort mandala is, een voorstelling van de kosmos. Een symmetrie rond een kernpunt.

Als je nu tegen zoiets aankijkt, dan is het net als in het normale leven. Je kijkt tegen de dingen aan. Je kunt alle voorstellingen zien, al­le details. Het is soms verbluffend. Je kunt zo nu en dan een paar stapjes hoger gaan, je kunt misschien een heilig beeld aanraken, maar iets mankeert er toch aan. Het is nog geen geheel geworden.

Als je met een inwijding te maken hebt, dan verplaatst je besef zich: d.w.z. dat je in plaats van tegen die Borobudur aan te kijken er a.h.w. van bovenaf naar kijkt. Je ziet ineens het schema van een kosmos. Dat schema op zich is dan een verlichting. Je kunt bepaalde capaciteiten gemakkelijker gebruiken. Je bent niet meer zo gebonden met je bewustzijn aan bv. plaats ­en tijdsverhoudingen. Maar aan de andere kant moet je nog steeds dat kosmi­sche beeld op je laten inwerken, want pas daardoor krijg je begrip van de relatie die er bestaat tussen het ‘ik’ en de kosmos.

De inwijding is tenslotte niets anders dan de vereenzelviging van ik en kosmos. Een genootschap kan dat nooit tot stand brengen. Een genootschap is als de Borobudur als je er voor staat: mooi, massaal, vele omgangen met vele verschillende trappen die je kunt beklimmen, met heel veel heilige beelden allemaal netjes ingebouwd in kleine, nette graftempeltjes. Maar de zin ervan gaat teloor, tenzij je op een nieuwe manier kunt kijken naar het ge­heel.

Als wij nu bezig zijn om het ‘ik’ te ontwikkelen, het bewustzijn verder te ontplooien, dan zal er altijd een punt komen waarop wij ons afvragen: kom ik nog wel ergens? De meeste mensen denken dat inwijding alleen maar een kwestie is van vreugde. Laat mij u zeggen dat de werkelijke trap van inwijding wordt vooraf gegaan door een enorme frustratie. Je zou willen en je kunt niet. Je hebt het gevoel dat het mogelijk is en het gaat niet. Je zou de hele wereld willen veroveren en verbeteren en je bent niet eens in staat om iets van je eigen lot te stipuleren en te bepalen. Het is uit de machte­loosheid dat de verlichting ontstaat.

Als wij nu in het verleden, dus in de tijd dat we misschien voor de tem­pel stonden, druk bezig zijn geweest met onze innerlijke kwaliteiten en onze paranormale kwaliteiten te ontwikkelen, dan zullen we daardoor ongetwijfeld bepaalde mogelijkheden in onszelf hebben ontplooid. Dit speelt wel degelijk een rol bij de inwijding. Het is niet zo dat iemand je een woord toefluistert en je hebt ineens genezende kracht of het tweede gezicht of iets dergelijks. Laat staan dat ze het derde oog voor je doorprikken, geestelijk of anderszins. Je ponst het bewustzijn niet; je verwerft het.

Neen. Het is zo dat u bepaalde dingen heeft gedaan in uw leven. Daarbij bent u altijd uzelf gebleven. Iemand die lastig is, blijft ontzettend lastig ook als hij alleen maar uit naastenliefde lastig is. Iemand, die altijd gemakzuchtig is geweest, blijft lui en gemakzuchtig ook als hij toch het beste na­streeft voor anderen. Daar verander je niets aan. Maar op het ogenblik dat je die capaciteiten ziet openbloeien, dan wordt die luiheid ineens een be­dachtzaamheid waardoor je een veel beter overzicht krijgt; dan wordt je ge­haastheid eerder een zuiverder selectie van de beste mogelijkheden; dan wordt dat beetje wat je aan genezing hebt gedaan een erkenning van een kosmische macht die in en rond je aanwezig is en die kun je dan gewoon zichtbaar voor jezelf manipuleren. Als je wat gedaan hebt aan telekinese, dan heb je opeens a.h.w. honderd armen en benen erbij als het nodig is.

Als u dit gaat begrijpen, dan wordt ook een betere ontwikkeling van het bewustzijn noodzakelijk wanneer wij naar de inwijding toegaan. Want als u alleen zomaar wordt ingewijd, dan staat u nogal hulpeloos. U verkrijgt geen macht alleen door het overzicht. Maar het overzicht maakt het voor u wel mogelijk de macht, die u zeer beperkt innerlijk heeft nagestreefd en beze­ten, de kennis die u eens heel beperkt en onsamenhangend misschien heeft vergaard nu om te zetten in een werkelijke en geheel beheerste macht. En al dat zoeken en stuntelen zet u dan plotseling om in een beheerste kennis en doorzicht, dus een vorm van wijsheid.

Inwijdingen komen voor in heel veel verschillende trappen, zoals u altijd heeft geleerd. Dat kun je doen, als je het menselijk beredeneert. Als je gewoon de werkelijkheid in ogenschouw neemt, zeg je: de inwijding is het betreden van een nieuwe wereld waarin de aspecten van de oude wereld allen vertegenwoordigd zijn, maar in een nieuwe samenhang.

De moeilijkheid hierbij is dat je die samenhang niet aan een ander kunt duidelijk maken. Men heeft wel eens gezegd: een ingewijde mag de gehei­men niet verraden. De werkelijk ingewijde kan zijn geheimen niet verraden, want hij kan een ander niet duidelijk maken wat de relaties zijn die hij be­seft. Hij kan een ander niet duidelijk maken hoe hij een kracht beleeft. Hij kan zeggen dat die er is, maar hij kan niet zeggen hoe hij haar kan ge­bruiken. Dat is iets wat voortkomt uit zijn wezen, uit zijn kwaliteiten en berust op zijn benadering van de kosmos.

Nu zult u zeggen: dat is allemaal heel mooi en heel aardig, maar wij zijn niet ingewijd. Daar heeft u waarschijnlijk wel gelijk in, ofschoon u in de ogen van mensen die 10.000 jaar geleden leefden allen ingewijden bent. Want u weet hoe u met een druk op een knop een bel kunt la­ten rinkelen en met een knop die u even omdraait of op een andere manier beroert licht kunt laten schijnen. Dat konden die mensen niet. Voor hen is dat een bewijs dat u meer bent. Voor u niet, want u bent eraan gewend.

U heeft een gemiddeld niveau. Nu zit u hier en u houdt zich bezig met deze materie, omdat u uw bewustzijn verder wilt ontwikkelen. Dat is eigen­lijk een begin van de inwijding. Maar dat begin van de inwijding kan nooit ge­schieden op die prettige manier waarop u het zich voorstelt. Zo van: nou, jongens, geef ons nu maar een lesje. Op een gegeven ogenblik dan is het: klik, en we zijn er. Uw inwijding is een proces waarbij datgene wat u bent, niet wat u zoudt willen zijn, in zijn meest perfecte vorm tot uiting komt. Dat is heel wat anders.

Het betekent ook dat u gewoon gefrustreerd bent. Want de meeste men­sen dromen ervan dat ze de inwijding met ontstellend veel mogelijkheden tege­moet zullen treden, dat ze opeens a.h.w. kosmische heersers worden die on­der het mom van gewone mensen door de wereld heen sloffen om goede daden te doen. Elke dag een goede daad!

Neen. Juist als u de richting uitgaat van de inwijding, dan gaat het niet. Want u zoekt naar een wereldbeeld. U zoekt naar een beeld van uzelf dat strijdig is met hetgeen u in de kosmos vertegenwoordigt. Daar denkt u wel eens niet over na.

Er zijn mensen die zeggen: je gaat anders leven, dan ga je leven als een heilige. Ik gun het u van harte als u dat graag wilt, maar ik raad het u niet aan. Leven als een heilige is niet alleen moeilijk, maar het is ont­zettend vervelend. U bent uzelf. De een is misschien een losbol, een ander is vroom en weer een ander is misschien nog erger. Maar hoe het ook zij, u bent uzelf. Het klinkt wat vreemd als ik het zo zeg: een lichtekooi die een inwijding ontvangt, blijft een lichtekooi, alleen op een ander niveau. Een wijsgeer die een inwijding ontvangt, blijft een wijsgeer, alleen op een an­der niveau. Zelfs een timmerman die een inwijding ontvangt, blijft in wezen een timmerman en blijft redeneren en kijken als een timmerman, alleen wel op een ander niveau. Het is de verschuiving van niveau die een rol speelt, niet de verandering van de persoonlijkheid.

Als we bezig zijn met inwijdingen, dan lijkt het erop of de mensen den­ken: wij gaan naar de geestelijke kapper toe. Een nieuw kapseltje, een nieuwe make-up, een nieuw pak of een nieuwe jurk aan en we zijn geheel andere men­sen. Neen. Inwijding is meer datgene worden wat je al bent, maar ook meer bewust. En dat is juist de aanleiding tot al die frustraties waarmee wij te maken krijgen.

Een mens die voortdurend bezig is met paranormale verschijnselen op te roepen en het lukt maar niet, heeft het gevoel: wat zou ik dan moeten doen? Want hij wil meester van de geest worden of supermedium of iets derge­lijks. Maar als hij nu toevallig net timmerman is, dan moet hij de haakse ver­houdingen der dimensies net zo goed kunnen lichten als hij de rechte hoek in een raam stelt. Maar daar denkt hij niet aan. Toch is dat zijn functie. Dat wil zeggen dat je bij een inwijding juist al datgene wat je erin zoekt zelden vindt.

Heel veel mensen zullen zeg: nu, dan hoeft het voor mij niet. Maar dat komt omdat ze niet weten wat het betekent om de wereld anders te zien. Want dat is een grote onafhankelijkheid. Het is niet het meesterschap, het profeteren, het meer zijn dan de koningen dezer aarde. Dat is tegenwoor­dig gemakkelijk als je maar geld hebt. Het is echt gewoon jezelf uitdiepen, je kwaliteiten. Op een nieuwe manier gebruiken. En dat wil je niet.

De doorsnee mens streeft naar een groeiend bewustzijn. Hij denkt: als ik een groter bewustzijn heb, dan zal ik vanzelf anders zijn. Hij begrijpt niet: dat naarmate mijn bewustzijn verder groeit, zal ik intenser zijn wat ik nu ben.

Toch is dat een feit. Daarom wil ik u in deze les in de eerste plaats afra­den om uzelf al teveel te willen veranderen. Dat heeft zo weinig zin.

U kunt natuurlijk vele jaren aan uzelf blijven knutselen. Dan is het net een salontafeltje dat door een amateur wordt gemaakt. Hij zaagt net zolang aan de poten totdat het tafeltje zo dadelijk op de grond staat, maar dan met het tafelblad.

Je kunt niet jezelf blijven beperken en beperken. Je moet juist jezelf waarmaken. Dat waarmaken wil niet zeggen dat wat je gisteren hebt gedaan nu door de inwijding niet meer gebeurt. Het wil alleen zeggen, dat het in betekenis verandert, dat de samenhangen daardoor veranderen, dat je al die krachten en kwaliteiten, uitwisselingen en besefswaarden, die eens onbewust en daardoor ongericht verliepen, nu ziet voor wat ze zijn en er gebruik van kunt maken.

U kent allen wel dat bekende verhaal van de man die een inwijding na­streefde. Hij verliet zijn huis. Hij kwam bij een kluizenaar in de woestijn. Daar heeft hij een tijdje geleefd. Toen zei de kluizenaar: ik heb je niets meer te leren, ga maar verder. De man ging verder en kwam in het oerwoud terecht. Ook daar verbleef hij weer een tijd. Toen kwam hij in de bergen te­recht en het werd steeds ellendiger. Eindelijk zei de laatste leermeester: nu ben je klaar. Ga nu maar over deze berg, dan kom je waar je wezen moet. En waar kwam hij terecht? Thuis, in zijn eigen huis. Dat is misschien wel het meest typerende voor de inwijding. Je denkt dat je wegtrekt van hetgeen je bent, van je mogelijkheden en je verplichtingen. Dat is niet waar. Je keert er gewoon naar terug. Alleen, nu ken je ze voor wat ze zijn. Eens was je niet in staat om dat te beseffen.

Er zijn een aantal inwijdingssystemen. Het onze is: klets maar lang ge­noeg tegen de mensen, misschien dat ze dan ook zelf gaan denken. Weer anderen zeggen: Wij hebben regels, die moet je bestuderen. Er zijn mensen die zeggen: Je moet je met jezelf confronteren in voortdurende meditatie. Weer anderen zeggen: je moet je helemaal leeg leren maken. Nu, als je nog nooit in een vliegtuig hebt gezeten, ga op een stormachtige dag een reisje maken in een klein vliegtuig, dan lukt dat wel.

Leegmaken kun je jezelf toch niet. Je kunt je toch niet ontdoen van jezelf. Je kunt de grenzen die aan het ‘ik’ zijn gesteld anders beleven, zeker. En wat eens een scheiding was, kan nu juist een communicatie, een verbinding betekenen. Je kunt jezelf niet leegmaken. Er zijn er ook die zeggen: wij geven u de regels en als u die aanvaardt, dan komt alles in orde. Ik noem dat altijd de papale benadering.

Ik kan u wel regels geven. Maar als ik ze u geef, ook voor een in­wijding, dan kan ik ze u alleen geven onder voorbehoud. De regel is vaak een algemeen geldende benadering. Maar als ze voor u niet toepasselijk lijkt, moet u die a.u.b. niet gebruiken.

Doe uzelf geen geweld aan. Wees u van uzelf bewust. Beheers u zoals u bent. Laat u nooit meeslepen. Probeer uzelf niets op te leggen en wees niet onderdanig aan anderen zodanig dat het eigen ‘ik’ daardoor in het ge­drang komt. Zo is het met die regels ook.

Als je een inwijding zoekt, dan is het eerste dat je moet doen: je af­vragen wat je bent. Dat houdt in dat je de illusies die er buiten je be­staan en dat wat anderen je vertellen terzijde legt. Als iemand je vertelt dat je een genie bent, dan moet je dat niet geloven. Als iemand je vertelt dat je een flapdrol bent, dan laat je dat ook voor rekening van die ander.

Wie ben ik? En dan niet in de zin van: hoe zie ik eruit? Of: wat zijn mijn geestelijke taken? Of: tot welke straal behoor ik? Je staat onder de straal waartoe je behoort. Maar wat geeft dat. Zeg gewoon: wat ben ik als ik de illusies weglaat? Wat beweegt mij? Door dit te doen namelijk doorbreek je vele illusies, maar gelijktijdig word je je meer bewust van de dingen die voor jou werkelijk belangrijk zijn. Dat zijn natuurlijk niet altijd mooie dingen. Menigeen denkt dat hij een groot zakenman is en als hij een zelfonderzoek doet, komt hij tot de conclusie dat hij een dief is die minder risico’s neemt. Aanvaard dat nu maar.

Het tweede dat je moet doen, is je afvragen wat de wereld voor jou betekent. Wat doet de wereld jou? Wat doet ze je aan? Wat geeft ze je? En dan niet in de termen van: deze geeft mij dit, die geeft mij dat, maar als een geheel. Wat betekent de wereld voor jou? Als je je daarmee bezighoudt, dan ga je beseffen waar op dit moment voor jou de grenzen liggen, want je omschrijft in wezen wat de wereld jou aan mogelijkheden geeft en gelijktijdig wat je zou willen zijn als je de mogelijkheden had. Hierdoor kom je dich­ter bij je eigen werkelijkheid. Dat houdt in dat je een hoop overbodige vraagstukken opzij schuift.

Er zijn mensen die een half leven spenderen met zich af te vragen wat God eigenlijk is. Dat is natuurlijk kolder. Dit is net zoiets als iemand die het getal Pi tot de laatste decimaal wil uitrekenen. Daar kun je ook een heel leven aan besteden. Maar als je bereid bent gewoon naar jezelf te kijken, dan word je je opeens bewust dat er een verschuivings­mogelijkheid is. Omdat ik ben wie ik ben, kan ik de betekenis die de wereld voor mij heeft beïnvloeden. Maar dan kan ik ook de betekenis die ik voor de wereld heb veranderen.

Dat is dan een vorm van bevrijding. Het houdt in dat je met een zeke­re gelatenheid door het leven kunt gaan. Maar de spanningen die in je heb­ben bestaan, doordat je de buitenwereld verkeerd interpreteerde, vallen weg. Wat er overblijft zijn de persoonlijke spanningen.

Elke mens staat ergens een beetje op voet van oorlog met zichzelf, geloof dat nu maar. Daardoor is de mogelijkheid geschapen dat de frustra­tie en de spanning die voor de werkelijke inwijding nodig zijn in hun zuiverste vorm ontstaan. Als u nu denkt dat past niet voor mij, dan kiest u een andere weg.

Dan heb ik nog een raad voor degenen die inwijding zoeken en het groei­end.bewustzijn willen zien als iets anders dan alleen maar het begrijpen van de wereld en de kosmos.

Kijk naar de dingen die bij u passen. Waarom kiest u bepaalde kleuren? Waarom geeft u de voorkeur aan bepaalde vormen? Vraag u dat eens af.

Als u dan langzaam maar zeker doordringt tot de feiten, dan blijkt dat er eigenlijk maar één of twee oervormen zijn die u overal tracht terug te vin­den. Waar u ze meent terug te vinden zegt u: het is mooi, het is aange­naam. Waar u ze niet kunt terugvinden, daar haalt u de schouders op of u vindt het onaanvaardbaar.

Met kleuren is het precies hetzelfde. U kunt het ook nog met klan­ken doen. Dan moet u niet letten op de klank zonder meer, maar op de rit­men. Welke ritmen zeggen u iets? De een voelt voor een mars, de ander voor een wals, de derde voor bv. een samba. Maar waarom? Wat is dat ritme? Waarom zegt het mij iets? Door u daarmee bezig te houden namelijk gaat u ook weer kwaliteiten definiëren. U weet dit niet, maar iemand die van een mars­tempo houdt zal over het algemeen geneigd zijn erg orde en regelmaat na te streven. Daardoor zal hij willen proberen alles in te delen. Als u dat van uzelf beseft, zeg dan: oppassen, want ik deel teveel in. Ik moet meer de totaliteit bekijken.

Als u het samba-idee heeft, zeg dan: ik ben toch wel geneigd de din­gen erg ongelijkmatig door elkaar te hutselen. Wat zijn de verschillende basisritmen waaruit de samba is opgebouwd? Wat zijn de zaken die mij interesse­ren? Wat betreft de basisritmen zult u zien dat u er ook de vierkwartsmaat in vindt plus nog eens een beat van een driekwarts en van een vijfzesde maat.

Als u dat doet dan gaat u begrijpen wat uw relatie is met de wereld. U ziet hoe u de verschillende waarden door elkaar schuift. U ziet met welke verwachting u de wereld benadert. Nu u beter weet wat u in de wereld zoekt, wordt u ook geconfronteerd met al die dingen die anders zijn. Alweer een frustratie natuurlijk. In het begin is dat altijd het geval, want je wilt je­zelf opleggen aan de wereld. Maar daardoor is er ook een spanning waardoor je zoekt naar de orde die ligt achter de chaos die je rond je ziet. De een­heid die er is achter al die verschillende neigingen, de verdeeldheden die je rond je ziet. En als je dat voor elkaar brengt, dan heb je weer een in­wijding doorgemaakt.

Dan is er nog een punt waarop ik de nadruk wil leggen. Er zijn heel wat inwijders. Er zijn geestelijke inwijders en er zijn er ook verscheidene in de stof. We hebben meesters, we hebben goeroes en wie weet wat nog meer. Er is een man in Puna die zichzelf beschouwt als een bevrijder van de mense­lijke geest. Hij bevrijdt ze ook van hun poen, vandaar dat hij in Puna zit.

Een eindje verder is iemand die mediteert alleen maar en laat ande­ren toe rond hem te mediteren. Ze betalen er niet voor, maar ze moeten wel voor zijn levensonderhoud zorgen. Ieder op zijn eigen manier. Zijn dat dan in­wijders of zijn die geesten de inwijders? Welneen. Het is maar de vraag wat heb je nodig? Welke impuls heb je nodig om af te stappen van het te enge gefingeerde beeld dat je hebt van jezelf in de wereld? Daarom raad ik u ook niet aan om al teveel weg te lopen met een meester.

Ik zou zeggen: een mens die door de weide van alle geestelijke waar­heden gaat, moet zich gedragen als een koe die zich de weelde van de kies­keurigheid kan veroorloven. Je kijkt naar het sappigste sprietje. Je probeert je vol te stoppen met het allersmakelijkste. Het klinkt misschien gek, maar automatisch selecteer je dan de dingen die het best bij je passen.

Als u vele verschillende stellingen en verhalen op geestelijk terrein heeft gevolgd, probeer u dan eens niet vast te klampen aan één daarvan, ook niet aan de Orde. Kijk gewoon naar de dingen die tot u spreken en pro­beer van alle dingen die speciaal tot u spreken, die u iets zeggen, de essen­tie te vinden en voeg die samen. U krijgt dan het totaal van uw neigingen, maar ook van uw bewustwordingsmogelijkheid. Dit kan u zeer te stade komen als u de schok van de nieuwe bewustwordingsmogelijkheid doormaakt en daar­door wordt ingewijd.

Inwijdingen zijn er zoveel als er mensen zijn. Geen enkele inwijding is gelijk aan de andere. Er is geen gelijkheid in procedure, er is geen gelijkheid in resultaat. Er kan een vergelijkbaarheid zijn, als je het vanuit een menselijke wereld beziet, maar zelfs die vergelijkbaarheid is dan toch maar heel summier.

In uw wereld zijn er altijd voor u de z.g. lusten en lasten. Ik stel ze tegenover elkaar omdat de lasten (de frustraties) die we ondergaan voor ons de aansporing vormen om te vechten tegen het leven. De lusten zijn te­vens de stimulans om dat gevecht, die strijd in een bepaalde richting te voeren. De balans tussen lasten en lusten lijkt het menselijk leven te do­mineren. Maar op het ogenblik dat je gaat beseffen dat de lasten noodza­kelijk zijn, het complement vormen van de lusten en omgekeerd, ga je er an­ders over denken. Dan zit je niet meer in een soort weegschaal tussen goed en kwaad. Dan heb je een geheel waarin de verschillende elementen onontbeerlijk zijn. Zonder dit is dit mijn leven niet meer. Dan is het ook niet meer belangrijk wat je eigenschappen, kwaliteiten, neigingen en gedra­gingen zijn en wat de problemen zijn die daaruit voortkomen. Dan is belang­rijk dat zowel de problemen als de neigingen, gedragingen, eigenschappen en kwaliteiten deel zijn van jezelf. Het begrip voor deze eenheid schept de grote spanning waaruit de inwijding kan voortkomen.

Als we echter een inwijding zoeken en we willen een nieuwe wereld accepteren, dan moeten we wel beseffen dat we altijd worden geconfronteerd met iets wat uit onszelf voortkomt. In bepaalde romans is dat wel eens ‘De wachter aan de poort’ genoemd. Maar ja, het is geen geestelijke Lily Marleen die onder de lantaarn voor de poort staat te wachten totdat u komt. Het is eerder datgene van uzelf wat u nog niet kunt aanvaarden. Alles wat u bent – of dat nu goed is of kwaad of u het prettig vindt of liever niet zou weten – hoort bij u. U kunt er niet aan ontkomen. En dan kan men van u zeggen/ kwajongen of slechte meid, maar u bent uzelf. Al die dingen zijn deel van u.

Zolang u bereid bent uzelf met uw duistere kanten te aanvaarden, kunt u groeien naar de werkelijke eenheid en dan is dat nieuwe beleven aan­vaardbaar. Maar als u wegloopt voor een deel van hetgeen u bent, kunt u nooit die werkelijke inwijding, die nieuwe visie, die eenheid verkrijgen. En dit brengt mij vanzelf tot het gebruik van gaven en kwaliteiten.

U heeft gaven. U heeft kwaliteiten. Als mens probeer je over het al­gemeen daaraan een betekenis te verbinden. Je ziet het niet als een gewoon deel van jezelf. U bent bezig te genezen en u haalt daar God, de geest en misschien ook de duivel bij, als er maar resultaat komt, want zo bewijst u iets. U behoeft niets te bewijzen. Als u werkelijk bent afgestemd op harmonie, dan zal zelfs een beroering van uw schaduw die harmonie bij een ander kunnen wekken. Het gaat er dus helemaal niet om dat u zich bewust bent van wat u kunt doen. U moet zich bewust worden van wat u kunt zijn.

Kijken in de toekomst. O ja, dat is een kunstje. Het lukt niet altijd, maar wel vaak. U moet niet zeggen: die toekomst is voor mij belangrijk. Neen. Belangrijk is het feit dat niet alleen het heden maar ook het verle­den en de toekomst deel uitmaken van mij en mijn wereldbesef. Dat is normaal voor mij.

Een ingewijde ziet zijn gaven niet als iets bijzonders. Hij denkt er eigenlijk niet eens over na. Hij is datgene wat anderen zijn gaven noemen. Als u bezig bent om alles te ontwikkelen, dan is dat eigenlijk u spelender­wijs voorbereiden op datgene wat u eens zult zijn. U kunt alleen slagen in die dingen die u eigenlijk al bent. U kunt nooit iets waarmaken wat niet in uw wezen zit.

Wat u wel kunt, en ik meen dat dat heel belangrijk is, u kunt uzelf aanvaarden zoals u bent en de impulsen in u ten aanzien van het lijden of de bestemming van een ander gewoon hanteren als een deel van het normale be­sef. Niet als een bijzondere inspiratie, bijzondere intuïtie, de steun van de geest of van een meester die u iets zegt of influistert, maar gewoon als een deel van uzelf. Als u leert leven met uw z.g. paranormale of occulte begaafdheden als een normaal deel van uw bestaan, dan groeit u weer naar die toestand toe waardoor de inwijding op den duur slechts de beheersing betekent van hetgeen u tot dan toe niet geheel heeft beseft.

Nu heeft u heel wat gehoord over inwijding. U heeft echter niet ge­hoord dat u uitgekozen kunt worden. Maar wij hebben geen Mies Bouwman die nummertjes draait om te kijken wie deze keer zal winnen.

Inwijding is iets wat voor iedereen komt in dit leven, in een ander leven of in een volgend stoffelijk leven. Dat kun je niet zeggen. Alles wat u nu doet om in de richting van die persoonlijke eenheid en zelferkenning te komen draagt daartoe bij. De gehele wereld is gevuld met richtingaanwij­zers, met richtlijnen die u allemaal zeggen hoe u beter uzelf kunt zijn en hoe u juister uzelf kunt erkennen. U moet er gewoon op kunnen letten. Dat kunt u alleen indien u juist bent ingesteld. Richt u daarom altijd op de eenheid met het hoogst voorstelbare. Houdt u dat maar elke dag een keer voor ogen. Ik zeg uitdrukkelijk niet: ga bidden. Bidden is bedelen bij een onbekende in de hoop dat je iets meer krijgt dan je hebt gevraagd, want God is de meest overvraagde kracht in de kosmos.

Alles wat u nu van uzelf als deel van uw persoonlijkheid, van uw we­zen gaat aanvaarden, dat zal het u zo dadelijk gemakkelijker maken om te zijn, maar nu in beheerste en perfecte vorm, wat u nu in aanleg bent. U zult nooit een ander zijn dan u nu bent, want uw wezen is een eeuwige werkelijkheid. U zult nooit beschikken over gaven of capaciteiten die niet nu reeds in u – zij het rudimentair – aanwezig zijn. U bent reeds nu de ingewijde, maar u bent zich niet daarvan bewust. U moet zich bewust worden van uw wezen, van uw relatie met de totale kosmos en uw functie daarin, dan bent u ingewijd. Om zover te komen moet u menige frustratie overwinnen, zult u heel wat lie­velingsdenkbeelden toch terzijde moeten zetten, maar het is de moeite waard als u het eindelijk bereikt.