Veranderingen van bewustzijn

uit de cursus ‘Doe het zelf’ (hoofdstuk 4 ) – januari 1976

Veranderingen van bewustzijn

Ons normaal bewustzijn is ‑ hoe we ons verder ook hebben ingesteld en hoezeer we overtuigd zijn van onze totale persoonlijkheid en van paranormale krachten ‑ sterk gebonden aan het zuiver stoffelijke. Dat betekent dat ons waarnemingsvermogen over het algemeen beperkt blijft tot wat stoffelijk gebruikelijk is, dat onze reacties alleen op stoffelijke waarden bewust plaatsvinden en dat we de krachten zowel in ons lichaam als in de omgeving niet bewust kunnen zien, hoogstens vaag aanvoelen. Dit impliceert dat willen we goed werken met paranormale kwaliteit, wij ons bewustzijn zullen moeten veranderen.

Nu bestaan er hiervoor heel veel verschillende methoden. Ik zal u enkele zeer eenvoudige geven waarmee u mijns inziens zeer veel kunt bereiken.

Eerste methode

Altijd eerst ontspannen voordat we aan paranormale taken beginnen. Dit heeft u al meermalen gehoord. Als ik het gevoel heb dat ik mijn bewustzijn moet verplaatsen naar een geestelijk niveau, dan is het belangrijk dat ik mij lichamelijk ontspan. Wij masseren dan licht met de vingertoppen de plaats bij de slapen en wel speciaal waar de ader loopt. We masseren met een licht draaiende beweging. Als we dat gelijkmatig doen, zonder al te veel eraan te denken, dan zullen we ontdekken dat we een eigenaardig gevoel van ontspannenheid krijgen. Het denken wordt iets vager. Op het ogenblik dat we merken dat we eigenlijk niet meer bewust denken en waarnemen, maar een beetje aan het fabuleren gaan, dus op het punt staan om onszelf sprookjes te gaan vertellen, dan gaan we beginnen aan onze taak, onverschillig welke die is.

Gaat het om genezing, dan is het duidelijk dat we dat moeilijk bij een patiënt kunnen doen. Maar we kunnen dit enige tijd tevoren doen, als we de bewustzijnstoestand maar behouden. Dit betekent dat we zo weinig mogelijk bewust denken en bewust reageren.

Uw lichaam heeft in deze periode de mogelijkheid om instinctieve reacties te vertonen, d.w.z. dat u net zo goed alle taken kunt verrichten waaraan u gewend bent als wanneer u daarbij denkt, soms zelfs beter. U zult bv. in het verkeer automatisch vaak veel vlotter en juister reageren dan als u het allemaal eerst wilt overleggen.

Als u bij de patiënt komt, gaat u ook niet denken aan de patiënt. De conversatie die u met hem voert gaat u weinig of niets aan. Het enige dat u doet is wachten tot u een gevoel krijgt van koude, warmte, licht e.d.. Hoe die invloeden bij u worden verwerkt is een meer persoonlijke kwestie. Waar de een koude en warmte aanvoelt, zal de ander misschien licht, duister zien, een derde zal kleurverschillen constateren en iemand die heel dicht is gekomen bij een toestand van onstoffelijke waarneming, zal misschien een combinatie zien van kleuren en lichtstralingen, geluiden of wervelingen die wat duister zijn. Wij onthouden dan verder dit:

Bij genezing is het niet belangrijk te zeggen wat men specifiek wil genezen. Het is wel belangrijk om te egaliseren. Wij moeten dus proberen om vooral de donkere wervelingen, die we bij de patiënt of in zijn omgeving waarnemen op enigerlei wijze te verdrijven.

Een van de kenmerken voor het bereiken van de juiste toestand is het gevoel dat je iets groter bent geworden. Als je het gevoel hebt dat je net een hoofd groter bent dan normaal (dat is dus een menselijk gevoel), dan neem je gedeeltelijk paranormaal waar. Bij de meesten zal dit een kwestie zijn van de ontwikkelde delen van het top‑ of kruinchakra. Is dat daar niet voldoende ontwikkeld, dan zullen we zien dat het voorhoofdchakra of tenminste het borstchakra geactiveerd is. Bij het borstchakra hebben we de gevoelens van groter worden eveneens, alleen het aantal variaties dat we rond ons kunnen waarnemen wordt wat minder.

Is er duister of een warreling van duister die we aanvoelen of zien in de buurt van de patiënt, dan richten wij niet de stoffelijke ogen maar de geestelijke blikken op dit duister en we zenden ons licht uit. Stel u gewoon maar voor dat u geestelijke ogen heeft met een knopje. Als u erop drukt, komt er net als bij een schijnwerper een lichtstraal uit. Het is voldoende dat u gewoon weet: ik richt mijn aandacht daarop en ik zend daar licht heen. Is er licht, dan zult u zien dat de werveling eerst heftiger wordt en dan de neiging vertoont opzij te gaan. Volg met uw licht zo goed mogelijk die werveling, daarna verdwijnt ze. Ze wordt zoiets als zwart fluweel dat langzamerhand wazig wordt. Is dat het geval, dan heeft u krachten in de omgeving die onrust baren of die voor een kwaal aansprakelijk zijn eenvoudig verdreven of althans tijdelijk onschadelijk gemaakt.

Richt u zich op de patiënt zelf, dan geldt: overal waarin wij kleur waarnemen (een heldere, een donkere kleur of een doffe vuile verkleuring) daarop richten wij onze aandacht. Wij proberen wederom ons eigen licht uit te stralen en we trachten het licht dat normaal in de aura is a.h.w. over die vuile plek te trekken. Hierdoor brengt u namelijk contacten die verbroken zijn weer tot stand. U zult zelf het gevoel hebben dat het duister zich langzaam maar zeker aan het oplossen is en wegstroomt in het geheel. Dit is niet belangrijk. Een storing die plaatselijk is kan schadelijk zijn, maar een storing die over het gehele lichaam is verdeeld zal alleen de reacties van het gehele lichaam als een stimulans iets wijzigen. Verder is er niets aan de hand.

Heeft u alleen gevoel van warmte en koude (dat gebeurt meestal wanneer u werkt met manualen, handbewegingen), dan kunt u het volgende onthouden:

Warmte is altijd het kenteken van overstimulatie. Waar warmte is daar nemen we weg. Daar onttrekken we energie en als het even kan laten we die circuleren. Met de andere hand, die we dan in de buurt van een koude plek brengen (waar we dus kilte aanvoelen), geeft u die energie af als een gloed. Op deze manier bereiken we weer een evenwichtigheid in het lichaam.

Nu krijgen we een stukje theorie.

Het gehele lichaam bestaat uit op zichzelf wankele evenwichten. Deze worden weerkaatst in de gehele aura. Als er een evenwichtsverstoring is, kan die nooit op één plaats alleen zijn. Er zijn altijd tenminste twee plaatsen in de aura waar een verstoring plaatsvindt. Er zijn altijd twee plaatsen in het zenuwstelsel waar de gevoeligheid bestaat. Er zijn altijd twee plaatsen van actie bij zuiver lichamelijke processen. Er is dus altijd een weerkaatsing. Het is op die weerkaatsing dat we moeten in werken.

Medicamenten kunnen we natuurlijk moeilijk voorschrijven, dat is duidelijk. Maar soms hebben we het gevoel dat er voor iemand iets nodig is. Als u dan bij wijze van spreken tomaten ziet, zeg dan rustig: eet eens wat tomaten. Maar zeg nooit: je moet elke dag drie of vier tomaten eten, want dat kunt u niet constateren. U kunt wel associëren en door die associatie komt er bij u een beeld naar voren van bepaalde fruit‑ of groentesoorten, kruiden, zelfs complete gerechten waarin de bestanddelen zitten die het lichaam op dat moment goed kan gebruiken om een evenwicht te vinden en verder te stabiliseren.

Tweede methode

Deze methode voor het veranderen van het bewustzijn is ook heel eenvoudig, maar ze kan niet bij bewustzijn worden doorgevoerd. In het eerste geval kon u gewoon reageren. U kon in die toestand over straat gaan. U bevond zich in een toestand van gespannenheid waarin niet alleen genezing, maar ook vele paranormale gaven zonder meer ontplooid konden worden. Deze methode is er een waarmee u zich uit uw eigen wereld a.h.w. verwijdert. Hierbij wordt het besef van het ‘ik’ zo sterk uit de stoffelijke omgeving geprojecteerd, dat de reacties van het lichaam te traag worden. Deze traagheid is zo groot dat er ongelukken van kunnen komen, indien u zich in een omgeving bevindt waar enig gevaar is. Om het heel eenvoudig te zeggen: u kunt in die toestand dus niet wandelen, fietsen, een kopje thee inschenken of de kachel oppoken, want u bent niet in staat om uw acties juist te overwegen. U fietst tegen iemand op, u wandelt zonder te beseffen dat u de straat oversteekt, u giet de thee in de suikerpot in plaats van in het kopje en de pook steekt u door het ruitje heen in plaats van daarin waar u hem wilt gebruiken. Hier moeten we dus volkomen ontspannen zijn en daarom geldt hier als voorschrift:

Wie met deze methode wil werken, dient zich ontspannen neer te vlijen hetzij op een bed, een chaise‑longue, een luie stoel, kortom, op elke plaats waar enige tijd rust genoten kan worden en waar niet het gevaar bestaat dat men snel lichamelijk zal moeten reageren. De aanwezigheid van z.g. storende invloeden, zoals andere mensen in de kamer, huisdieren, verkeerslawaai of iets dergelijks doet in dit geval minder ter zake. Die kunnen wel aanwezig zijn, omdat uw reactie daardoor verslapt.

Methode:

Probeer aan één ding te denken, het geeft niet wat. Elke afwijking van uw gedachten moet worden herleid tot het eerste begrip. Als u bv. denkt aan peper en zout, dan kunt u wel denken aan de zomerhoed van tante, maar ga dan verder en zeg: haar is peper en zout van kleur, dan bent u weer terug bij de twee potjes. Een voortdurende kringloop dus waarbij alles wordt herleid tot één denkbeeld.

Terwijl u dit doet ademt u langzaam en rustig. Probeer zo ontspannen mogelijk adem te halen, geen extra diepe, geen extra oppervlakkige ademhaling, maar een regelmatige. Zorg, als het even kan, dat uw handen ontspannen liggen of als u in een stoel zit dat de polsen vrij kunnen afhangen. Ontspan u geheel. Als u het gevoel heeft dat het voorwerp waaraan u denkt voor u concreet begint te worden, kunt u een vraag aan uzelf stellen. U kunt ook een bepaald punt, onderwerp of gebeuren in de plaats gaan stellen van het onderwerp. U heeft nu namelijk de neiging gekregen om alles uit uw gehele persoonlijkheid te betrekken op één vraag, één punt, één onderwerp, één voorstelling. Als u een vraag stelt, onthoud dan altijd dat het geen ja-vraag of neen-vraag mag zijn. Dus niet: word ik morgen rijk of niet? Hierop kunt u zichzelf namelijk geen antwoord geven. U krijgt alleen een teruggave van uw eigen verwarde dromen of verwachtingen en teleurstellingen.

U kunt wel vragen wat in een bepaalde relatie tot een mens, een baan of wat dan ook belangrijk is. Vraag naar belangrijkheid. U zult in de meeste gevallen zeer snel beelden opbouwen, soms zelfs dromen. U ziet ze. Ze worden visueel en alles wat u daarin ziet is inderdaad een aanduiding van iets wat nog niet is gebeurd. Op deze manier kunt u komen tot prognostiek.

Heeft u te maken met mensen en wilt u bepaalde eigenschappen of kwaliteiten van die mensen nader bezien, dan is het verstandigst u in te stellen op één bepaald deel van een gelaat waardoor u bijzonder geboeid bent: een neus, een oor, een oog, de lippen, een baard. Door u op een bepaald deel van het gelaat in te stellen gaat u zich in harmonie brengen met het geheel. Dit omdat in de materie tot op zekere hoogte geldt dat de innerlijke eigenschappen mede worden weerkaatst door uiterlijke kwaliteiten, zult u deze in u voelen opkomen. Het beeld dat u krijgt is niet zonder meer bepalend voor die mens, maar wel bepalend voor de eigenschappen en kwaliteiten van die mens zoals ze op dit moment worden geuit of binnen afzienbare tijd zullen worden geuit.

Dan heeft u ook de mogelijkheid een beperkte uittreding door te maken. Bij de beperkte uittreding is kenmerkend dat er voorstellingen ontstaan die altijd in kleur zijn. Soms zijn dit volkomen natuurlijke voorstellingen, in andere gevallen zijn ze schetsmatig of zelfs uit symbolen opgebouwd. Daar u nimmer zult weten wat symbolen betekenen in zo’n toestand, is het gewenst dat u in dit geval belangrijke punten, zoals ja of neen, links of rechts, verbindt aan een kleur en een symbool. Dus niet elke driehoek betekent ‘ja’. Neen, een driehoek in rood betekent ‘ja’. De betekenis van de andere kleuren (blauw, geel, groen e.d.) ken ik nog niet. Door ontkennende en bevestigende antwoorden aan kleur en symbool te verbinden zult u namelijk altijd een juist antwoord krijgen. Want in de droom waarin alles zich in volkomen natuurlijke kleuren en vormen schijnt te voltrekken, zult u dan die symbolen ook zien opduiken. Een voorbeeld:

U vraagt zich misschien af hoe een bepaalde gebeurtenis zal aflopen. U ziet op de achtergrond opeens een neonreclame met een driehoek die lichtend rood is. Dan weet u dat het antwoord dus ‘ja’ of ‘neen’ is naar gelang u het zelf heeft bepaald.

Die symbolen komen altijd weer voor. Heb ik mijzelf een symbool-opdracht gegeven, dan is dus de aanleiding van de interpretatie van alles wat ik doormaak mede gegeven. Ik kan hier niet een vraag met ‘ja’ of ‘neen’ beantwoorden. Ik kan wel stellen dat de uitleg van een bepaalde scène of situatie ontkennend of bevestigend moet zijn. Door op deze manier te werken en zo een verhoogd bewustzijn te bereiken is het mogelijk om voor een deel althans in de toekomst door te dringen, maar nimmer met een zeer specifieke gerichtheid, altijd in het algemeen vanuit een bepaald punt van vertrek, dus vanuit een algemeen beeld.

Dan is het ook nog mogelijk om bepaalde krachten en stromingen, die geestelijk rond u aanwezig zijn, te constateren en te beleven. In die uittredingstoestand is het bovendien nog mogelijk contact te maken met persoonlijkheden die lang niet altijd worden gezien als zodanig, maar die zich kenbaar maken door een antwoord of door een gedreven worden van de eigen persoonlijkheid waarin dan eveneens een bepaalde gerichtheid kan worden gelegd, zodat geestelijke bijstand kan worden verkregen in een bepaalde richting van handelen, denken, ervaren of beleven.

Ook hier is het op zichzelf niet zo moeilijk als het lijkt. Als ik het u vertel, is het erg ingewikkeld. Dat komt omdat ik dingen die in uzelf gebeuren met woorden weergeef. Zo’n beeld komt spontaan in u op. De kleuren, de symbolen ziet u spontaan. En als u nu maar weet wat u ermee moet doen, dan bent u over het algemeen al een heel eind verder.

Derde methode

Om een toestand van verhoogde gevoeligheid te bereiken.

Deze wijkt af van de twee vorige. Hier gaan we uit van: ik ben niet alleen. Er is iemand bij me. (Denk aan wat we in de vorige les hebben gezegd). Degene die bij me is zal me helpen, mij bijstaan. Ik projecteer zo een groot gedeelte van mijn paranormale waarden en krachten, die ik redelijk niet aanvaard, als een persoonlijkheid bui­ten mij, die ik nu wel kan aanvaarden. Op het ogenblik dat ik het ge­voel heb niet meer alleen te zijn (ik kan hiervoor zelfs bepaalde tekens afspreken) is het mogelijk acties te ondernemen. Hierbij houden we reke­ning met de mogelijkheid om:

  1. te genezen,
  2. contact op te nemen met bepaalde entiteiten in de geest,
  3. het ontvangen van zekere hoge krachten voor zover wij die kunnen verwerken,
  4. het ons richten op bepaalde leringen of lessen.

Het is erg belangrijk dat u bij deze oefening van projectie steeds het gevoel van ‘niet alleen te zijn’ weet te handhaven. De gesprekken die u voert, kunt u zowel in gedachten voeren als hard op. Alleen zou ik dat laatste niet doen als er iemand in de buurt is.

De gesprekken bestaan in wezen uit een dialoog die u met uzelf voert en wel tussen uw redelijke, stoffelijke persoonlijkheid en uw hoger ‘ik’ of uw totale persoonlijkheid. De totale persoonlijkheid echter is zich bewust van de gehele geestelijke wereld waartoe u behoort en van alle krachten die daarin een rol spelen. De antwoorden die u krijgt geven dus al uw mogelijkheden weer. Doordat wij een beroep doen op deze mogelijkheden als een buiten het ‘ik’ staande externe persoonlijkheid, krijgen wij de mogelijk­heid om die krachten vanuit onszelf te projecteren zonder te worden belem­merd door de aarzelingen die ontstaan, als wij denken dat we zelf iets moe­ten doen.

In deze toestand hebben we echter één gevaar, namelijk dat we op een gegeven ogenblik bang zijn, dat er niet alleen een goede maar ook een kwa­de persoonlijkheid aanwezig is (een toestand die bij vele mystici voorkomt), zodat we gelijktijdig a.h.w. engelen en duivels naast ons voelen. Om hier een scheiding te maken en het kwaad van ons weg te drijven stellen wij ons het heiligste symbool dat wij kennen lichtend voor, bijvoorbeeld een stra­lend kruis. Dit proberen wij voortdurend in gedachten te houden. Op elk ogenblik dat die onzekerheid, dat gevoel van duister nabij komt, proberen we weer dit symbool te visualiseren. Met enige training doet u dat op den duur automatisch. Hierdoor kunt u het duister van u verwijderd houden, om­dat het ‘ik’ dit symbool hanterend elke harmonie met het duister voor zich ontkent en zo afwijst. Gelijktijdig wordt hierdoor de harmonie met alle lich­tende werelden en krachten sterker.

Onder omstandigheden kunt u bezweringen doen, cirkels rond u trekken e.d.. Ik hoop, dat u er eens over heeft nagedacht hoe je het nu wel of niet moet doen en of dat nu zo belangrijk is. Dit is allemaal symbool. Vergeet u dat niet. Het speelt zich af in onze persoonlijkheid. Het is iets wat we vanuit onszelf projecteren. Daarom is de zekerheid dat we direct verbonden zijn met het licht, bv. via een lichtend symbool, meer dan vol­doende om ons veilig te stellen voor elke invloed van buitenaf. Als wij op deze manier werken, kunnen we zeggen:

Het geheel van de lichtende wereld, voor zover het voor ons bereik­baar is, zal beantwoorden aan hetgeen wij innerlijk ervaren en aan de nood­zaken die wij erkennen. Maar onthoudt u dan wel één ding: als we het reli­gieus willen stellen, dan zeggen we: wij kunnen niets aan God vragen waar­op God niet reeds antwoordt voordat de vraag volledig geuit is. Dat betekent echter niet dat God het antwoord geeft dat wij willen horen. En dat is met alle krachten zo.

Als u een toestand van verhoogd bewustzijn bereikt waardoor in de gehele persoonlijkheid bepaalde paranormale kwaliteiten bijzonder actief worden, dan leeft u in een wereld die niet meer zal beantwoorden aan hetgeen voor u stoffelijk belangrijk of juist is. U leeft dan in een wereld waarin heel andere waarden en waarderingen bestaan. Als u die waar­deringen en toestanden vertaalt in stoffelijke begrippen, dan moet u wel begrijpen dat deze begrippen overdrachtelijk en nimmer letterlijk te nemen zijn. Ter verduidelijking:

Als je in die toestand van verhoogd bewustzijn volgens de laatste methode een contact zoekt met God (je hebt het lichtend kruis, je hebt de behoefte om goed te zijn en goed te doen), dan kan het voorkomen dat iemand het gevoel van eenheid met de mensen krijgt, maar dit geconcreti­seerd in een wel zeer materialistische voorstelling van twee‑eenheid. Dan is hiermee niet gezegd dat dit de juiste actie is. Hiermee is alleen gezegd dat deze overgave aan het bestaan van de ander, de volkomen gelijk­waardige beleving met de ander, het antwoord is op je vraag.

Als u ziet dat in een droombeeld een baksteen ineens een broodje wordt, dan moet u niet proberen bakstenen te kopen en die als brood uit te venten. Dat helpt niet. Het betekent wel dat er in en rond u en in uw wereld bepaalde zaken zijn die voor u hard en onveranderlijk lijken. Zaken die u altijd als vanzelfsprekend heeft aangenomen, maar die eigen­lijk voor u weinig betekenis hebben. Nu zegt dit symbool u niet dat het brood wordt, maar dat het voedsel wordt want brood is voedsel. Als zo­danig richt u uw aandacht op die schijnbaar onveranderlijke en harde zaken rond u, want daarin ligt uw mogelijkheid voor geestelijke voeding en vaak ook voor stoffelijke voeding.

Ik hoop dat ik het nu een beetje duidelijker heb gemaakt, want we lopen nogal eens snel vast in allerlei symboliek, zeker als we werken met de kwaliteiten en eigenschappen die paranormaal worden genoemd. Wij zijn ook geneigd om soms de zaak te materialistisch te benaderen. Laat mij u een aardig voorbeeld geven:

Er zijn mensen die het karakter, het wezen, de erfelijke kwaliteiten van een ander beoordelen aan de hand van diens uiterlijk. Lombroso heeft er een heel systeem voor ontworpen. Dit is natuurlijk dikwijls, maar niet altijd juist. Als ik kijk naar het type van een mens om hem als zodanig te definiëren, dan kom ik meestal tot een verkeerde conclusie. Maar als ik nu die toestand van gevoeligheid heb, zelfs als ik normaal enigszins ge­voelig ben voor geestelijke en paranormale waarden, dan kan ik naar een mens kijken en hem in zijn geheel aanvaarden zoals hij is zonder oordeel en dan in de beschouwing plotseling bepaalde disharmonieën zien. Dit zijn vaak heel onopvallende dingen. Het is misschien één rimpel die buiten het normale loopt, een traanzak die op een bepaalde manier wat scheef hangt. Het kan zijn dat de kleur van het gezicht een wat eigenaardig ver­loop vertoont. U ziet het normaal niet eens. Nu springt het naar voren.

Deze dingen geven dan weer een associatie. Men noemt het wel micro­fysionomie: dat wil niets anders zeggen dan letten op de kleine, bijna niet kenbare tekens van het gelaat. Op grond hiervan kunt u niet alleen t.a.v. ziekte een diagnose stellen, maar u kunt ook zien welke grote men­tale en emotionele problemen er voor een mens op een gegeven ogenblik be­staan. Heeft u geleerd op deze manier die reacties waar te nemen, dan zult u veel gemakkelijker en zuiverder datgene kunnen doen wat goed en harmo­nisch is in relatie tot die persoon. Dit is maar een van de vele voorbeel­den.

Als wij een andere methode willen benaderen (ik ga nu naar een heel andere manier van bewustzijnsverplaatsing), dan kunnen we bv. gaan kaart­leggen.

Kaartleggen is een systeem. Onthoudt u één ding: ga nooit kaartleg­gen voordat u het systeem beheerst. Zolang u nog in een boekje moet naslaan wat een bepaalde combinatie van kaarten mogelijk zou kunnen beteke­nen, kunt u geen kaartleggen. Maar indien u in staat bent de kaarten neer te leggen, onverschillig in welk patroon ‑ en onbewust te associëren, dan heeft u iets belangrijks bereikt. De actie van het kaartleggen is na­melijk een wilsconcentratie op de andere persoonlijkheid en op bepaalde as­pecten daarvan. Het betekent, het openstellen van het eigen ‘ik’. Omdat u visueel de kaarten voor u heeft kunt u uw associaties gaan verbinden met zaken die daarmee eigenlijk geen verband hebben. Dan kunt u bij de een zeggen: hier ligt schoppen twee en daar ligt harten zes – u krijgt van fa­milieleden een onaangename tijding. Terwijl u voor een ander zegt: u geeft hier een verkeerde voorstelling van zaken en daardoor gaat u iets zeggen waar u last van krijgt. Dit ligt dus geheel aan de persoonlijkheid. De dui­ding is niet gebonden aan vaste regels. Het systeem is het concentratiemiddel waardoor het werkt.

Als we dit doen, dan hebben we in feite onze bewustzijnstoestand veranderd. We zijn namelijk overgestapt van het spelletje kaartleggen naar een concentratiemethode.

Diezelfde methode kunt u gebruiken met een kristallen bol of een schaal met water met een wolkje inkt erin. Dan moet u wel een koperen, een zilveren of een wit-porseleinen schaal gebruiken. Als u inkt gebruikt, dan bij voorkeur zwarte inkt. Wat gebeurt er nu eigenlijk?

Wij gaan kijken naar iets; we verwachten dus iets te zien. Als we ver­wachten iets te zien, dan wekken we innerlijk voor ons eigen ‘ik’ voor­stellingen die we gaan projecteren op bv. de verspreiding van de draden inkt door het water of de weerkaatsingen die we zien in het water in de schaal of de lichtglans die we menen te zien – met flauwe weerkaatsingen – in een kristal. Dit is dus ook een concentratiemethode.

Nu iets zonderlings: als u zover komt dat u in het water een concrete voorstelling ziet (dus niet een vage aanduiding of een aantal ideeën die u uitspreekt, maar werkelijk een soort televisiebeeld een ogenblik daarin beleeft) en een ander kijkt mee, dan kunt u door uw hand op de ander te leggen (bij voorkeur op diens schouder of in de buurt van de nekaanzet, om­dat daar de gemakkelijkste overdracht krijgt, of desnoods alleen maar de hand vast te houden) de voorstelling, die op dat moment in uw aura een be­heersende impuls is geworden, overdragen aan de ander. De ander ziet de voorstelling die u ziet in het kristal, in het wateroppervlak, in de inktwolken in het water. Zo ver gaat dat. Denkt u niet dat u het de eerste keer al kunt bereiken. Deze dingen vergen oefening

Ik meen, dat u met deze verschillende methoden om uw bewustzijn wat te veranderen toch de kans heeft om uzelf wat beter te gaan beschouwen.

Iemand die wil werken met paranormale krachten kan alles zelf doen, indien hij maar in staat is ook zichzelf te zien zoals hij is. Op het ogen­blik dat je bepaalde aspecten van je persoonlijkheid gaat vergeten, word je geconfronteerd met onverklaarbare impulsen die je in visioenen weglaat, die je in boodschappen probeert om te buigen tot iets anders en dan is het gevaar van misleiding natuurlijk veel groter. Probeer dus uzelf wat beter te kennen. U kunt uzelf meestal niet gemakkelijk veranderen. Wel kunt u bepaalde aspecten van uw persoonlijkheid nadrukkelijker beleven dan andere. Dan is dit de raad die ik onmiddellijk hieraan moet verbinden:

Als u namelijk uitgaat van de goede aspecten van uw persoonlijkheid zonder te ontkennen wat uw fouten en onvolmaaktheden zijn ‑ en zeker deze niet af te schuiven op anderen als zijnde hun schuld ‑ dan zult u in uw on­derbewustzijn uw gehele wezen actief laten zijn. Dit betekent dat alle uit het onderbewustzijn komende associaties waarop elk visioen, elke beleving, elke projectie van kracht mede gebaseerd is evenwichtig moeten zijn. U zult bepaalde aspecten niet over het hoofd zien, bepaalde symbolen niet verdringen, wegpraten of een andere betekenis geven. U zult in uw asso­ciaties de gehele toestand voortdurend zien oprijzen. En juist omdat die met uw persoonlijkheid weinig of niets te maken heeft, zult u die ook gemakkelijker kunnen uiten of de krachten die optreden gemakkelijker kunnen richten.

Dan heb ik hiermee de les van vandaag gegeven. Het klinkt misschien eenvoudig, maar voordat u het allemaal heeft geprobeerd, bent u alweer een maandje verder.

Ik heb voor u nog een paar eenvoudige opdrachten, die samenhangen met de pogingen het bewustzijn te verplaatsen.

Eerste proef – Training van de fantasie: het associatievermogen.

Bekijk een plaatje. Bij voorkeur een getekend plaatje, dus iets wat geen werkelijkheidssituatie is. Probeer, terwijl u ernaar kijkt u voor te stellen dat u binnentreedt in dit plaatje als in een werkelijkheid. Indien u het zover brengt dat u meermalen het gevoel heeft die werkelijk­heid te betreden, dan kunt u er zeker van zijn dat uw totaal associatief vermogen behoorlijk is ontwikkeld, dat u over voldoende zelfsuggestie be­schikt (dat is ook een belangrijk punt om de stoffelijke waarden en be­wustzijnswaarden terzijde te zetten, indien dit noodzakelijk is).

Onthoudt u verder: wanneer u binnentreedt in zo’n plaatje, dan is het zeer belangrijk om zodra u alles ziet te kijken wat daar nog meer is dan op het plaatje zelf zichtbaar was. Als u bij wijze van spreken binnen­stapt in een landschap, dan kijkt u wat er links en rechts is achter de zijkanten van het plaatje. Hierdoor realiseert u zich dat u in een andere wereld bent, dat daar andere relaties bestaan. Daarna moet u onmiddellijk tegen uzelf zeggen: nu heb ik dat gezien, nu ga ik weer gewoon kijken, want het is maar een plaatje. Op het ogenblik dat u dit besef weer laat spelen, keert u terug naar de werkelijkheid, maar de associaties die u heeft gehad blijven bestaan. Het is overigens niet gevaarlijk. Zou u soms een beetje te veel wegdro­men, omdat het zo’n leuk plaatje is, de eerste klap die u krijgt als u buiten bent laat u weer met een schok wakker schrikken. Dus gevaar zoals u bij een astrale uittreding in moeilijkheden kunt komen, bestaat bij deze procedure gegarandeerd niet.

Tweede proef – naar buiten wandelen

Terwijl u in bed ligt en op het punt staat te gaan slapen, loopt u in gedachten even naar buiten, dus de gang door, de trap af, de voordeur uit en u gaat kijken of u iets of iemand op straat ziet. Daarna maakt u rechtsomkeert, u gaat tot aan de deur van uw slaapkamer en zeg dan: ik lig in bed. Het laatste stukje moet u niet bewust doorlopen. Het is namelijk een kleine uittreding. Als u zichzelf zou zien, zou dat mis­schien een schok kunnen zijn. Dus niet doen. Gewoon zeggen: ik lig in bed en ik slaap. Dan bent u in bed en dan schrikt u wakker.

Deze oefening moet u een paar malen herhalen. Het geeft u de moge­lijkheid het uittreden te oefenen. En als u daarmee inderdaad heel veel resultaten heeft gehad, dan kunt u ook nog proberen u voor te stellen een vogel te zijn (een duif of een meeuw) en gaat u nog even de stad van boven bekijken. Probeer dergelijke belevingen altijd te beperken, dus nooit te lang te maken. Gevaar is hier praktisch niet bij aanwezig. Het wachtwoord is: ik lig in bed en slaap. Op het ogenblik dat u zich dit realiseer, heeft u namelijk elke binding met de buitenwereld verbroken en bent u weer in direct contact met uw lichaam.

Derde proef – handen: krachtsuitstraling

We gaan bij voorkeur niet in een al te licht vertrek het proefje herhalen met de handen.

U legt de handen met de palmen en de vingers tegen elkaar, zo on­geveer als een vroom biddende wel eens wordt voorgesteld. Dan gaan de handpalmen van elkaar, terwijl u de vingertoppen tegen elkaar aan houdt totdat de vingertoppen in een rechte lijn tegenover elkaar staan. Nu trekt u ze iets van elkaar en u probeert daartussen een kracht te voelen. Indien u meent die kracht te voelen ‑ en niet eerder ‑ gaat u met geloken ogen (tussen de oogharen door) kijken wat zich daar tus­sen de vingers kan bevinden. Als u daar een lichtend lijntje ziet, dan is dat voor de eerste keer meer dan voldoende.

Probeer echter de volgende malen te kijken of daar één of meer kleuren tussen de vingers zijn. Indien u in staat bent om daar tenminste drie verschillende kleuren te zien, dan weet u wat de optimale werking is van uw eigen uitstraling, dus waarvoor uw kracht het best geschikt is. Is daarbij een levendig geel, dan heeft u veel energie en kunt u die over­dragen. Is de kleur voornamelijk blauw, dan kunt u wel een ander rust brengen. U kunt ook zenuwen en geestelijke problemen gemakkelijker benaderen door uw uitstraling.

Ziet u fel rood, fel groen of fel wit bij deze kleuren, dan betekent het dat u over kwaliteiten beschikt die u niet volledig beheerst. Dat impli­ceert dat u dus voorzichtig moet zijn bij paranormale genezing en bij uit­tredingen, omdat u in contact kunt komen met delen van uw wezen die u nog niet kunt beheersen. Dit zijn de felle lichtende kleuren. Als u tus­sen de oogleden doorkijkt, dan is het alsof een buisje van een brandende neon‑reclame zich tussen de vingers bevindt. Wat daaromheen zit is dan meestal iets vager en als een soort aura daar langs getrokken.

Deze laatste proef mag u wat mij betreft elke dag één‑ of tweemaal herhalen mits u ‑ als u kracht voelt ‑ uw periode van kijken beperkt tot maximaal 1,5 minuut. Als u dat namelijk langer doet, dan wordt u door uw eigen energie gebiologeerd en ontstaat er een toestand van verminderd reactievermogen die enige tijd kan aanhouden. Daar u aan de waarneming van anderhalve minuut genoeg heeft, heeft het geen zin om uw redelijke vermogens en reactievermogen te beperken voor een tijd alleen om de waar­neming nog wat beter te kunnen doen.

Dit zijn dan de drie opgaven. Als u ermee bezig bent, zult u zich wel afvragen of u nu gek bent of niet. U zult ontdekken dat de een het wel kan en de ander niet. Dat komt ook elke keer voor.

Alles wat als proef wordt gegeven is op den duur door iedereen te vol­brengen. Maar niet iedereen heeft een gelijke primaire geschiktheid. Als u dus ontdekt dat bepaalde dingen bij u erg goed gaan en anderen niet, werk eerst met de zaken die voor u belangrijk zijn. Houd de andere proeven ernaast als een soort nevenoefening, zoiets als een schaatser die gaat wielrennen om in training te blijven. Op die manier kunt u dan de andere proeven toch regelmatig herhalen. Het is een goede training.

Doe het zelf

Als u begint met iets zelf te doen, dan moet u altijd heel voor­zichtig beginnen. Iemand die ineens een heel meublement wil gaan maken omdat hij toevallig heeft besloten om dat zelf te doen, zit de eerste paar jaren alleen maar in de ellende. Hetzelfde geldt voor het geeste­lijke doe‑het‑zelf. Als je met die dingen begint, dan moet je wel weten dat je begint met de kleine dingen. Alles heeft vaardigheid nodig, alles heeft opbouw nodig.

Een mens, die wil gaan genezen, kan het best beginnen met een hoofdpijn weg te nemen. Hij moet zich niet aan kiespijn wagen, daar kun je toch niet tegenop boksen. Je moet dus werkelijk proberen de eenvoudige dingen eerst te doen. En pas als je het gevoel hebt dat je meer kunt doen, ga je het proberen.

In de eerste plaats. Onthoud: iemand die bezig is een geestelijke opbouw voor zichzelf mogelijk te maken, is steeds, als hij iets nieuws benadert, weer aan het proberen. Het is een experiment, het is geen zekerheid.

Als je zegt: nu ga ik uittreden, dan kan je dat best gelukken. Maar om dan onmiddellijk te zeggen: ik ga naar een lichtende wereld uit­treden, is een beetje brutaal, want je weet nooit waar je terecht komt. Misschien wel in een buurt met rode lichtjes, maar die behoort toch niet tot de lichtende sferen. U moet dus absoluut eerst beginnen met de eenvoudige dingen.

In de tweede plaats moet u als u iets zelf doet, goed onthouden: u bent zelf het instrument. Voor gewoon handwerk kunt u overal de instru­menten kopen en ook heel veel elektrische apparaten die het werk gemak­kelijker maken. Maar als u werkt met het paranormale, dan bent u zelf het enige instrument waarmee u kunt werken. Dat houdt in dat u eerst uzelf in een goede conditie moet brengen. Iemand die moe is, zal over het algemeen wel gemakkelijk kunnen uittreden. Zijn lichaam heeft er helemaal geen bezwaar tegen dat de geest een tijdje weggaat, dan heeft het tenmin­ste de kans om beter te recupereren (kracht op te nemen). Maar als diezelf­de mens iemand wil gaan genezen, dan wordt het een beetje lastiger. Want, dan is er al een tekort aan energie, er is een tekort aan concen­tratievermogen en nu zou hij nog kracht van buiten moeten opnemen en die nog moeten afgeven. Meestal lukt dat niet goed. Houd dus rekening met de conditie waarin u zich bevindt.

Als u het zelf wilt doen, best. Maar onthoud dan: de conditie waarin u op dat moment verkeert, maakt uit welke mogelijkheden u heeft. Het is niet mogelijk stoffelijke belemmeringen zonder meer uit te schakelen, tenzij u zover bent gevorderd dat u een grote ingewijde bent en dan heeft u deze lessen absoluut niet nodig. Maar zolang u nog deze lessen nodig heeft en deze proeven moet gebruiken om uzelf te bewijzen dat u meer kunt dan u dacht, zult u rekening moeten houden met uw lichamelijke toestand, met uw stemming. Als je agressief bent, dan kun je in die agressieve bui misschien wel enorme gedachtekracht uitstralen, je kunt iemand heel goed genezen, maar in diezelfde situatie kun je niet uittreden zonder in grote geva­ren te komen in de astrale sfeer of mogelijkerwijze zelfs in een duistere sfeer terecht te komen. Je kunt in die toestand niet werkelijk de toekomst zien, omdat je agres­sie het je onmogelijk maakt om alles te aanvaarden zoals het zich toont, maar het voortdurend probeert te dwingen in een bepaalde richting. Het is duidelijk dat iemand die op het terrein van doe‑het‑zelf wil werken dus wel aan bepaalde beperkingen vastzit. Mag ik ze kort voor u opsommen?

  1. Alle werk waarvoor u grote concentratie moet opbrengen, vergt een mate van uitgerust zijn, ook mentaal en niet alleen lichamelijk. Alleen dan kunt u werkelijk tot een optimale poging komen en zult u dus ook gemakkelijker resultaten boeken.
  2. Elk werk waarbij de krachten van het eigen lichaam, het eigen fluïde een rol spelen, kan alleen dan goed geschieden, indien u in staat bent om zelf redelijk ontspannen te zijn en uw lichaam niet oververmoeid of ziek is.
  3. Wanneer u probeert proeven te doen die een ander betreffen, dan zult u zelden een volledige zekerheid hebben, tenzij u een der­gelijke proef reeds vele malen voordien heeft gedaan. Daarom zult u nooit voor een ander een zekerheid stellen al mag u een sug­gestie van bv. een zeer waarschijnlijke genezing of een bereiking van geestelijke contacten wel geven om een sfeer te scheppen die voor u gunstig is.

Sfeer is een woord dat hierbij ook een grote rol speelt. Sfeer is eigenlijk niets anders dan wat men de ‘ambiance’ noemt, de om­geving, de waarde van die omgeving, de krachten die daarin zijn, de stem­ming van de mensen, ja, zelfs de stemming waarin de wereld verkeerd. Een sfeer waarin u kunt werken, is een sfeer waarmee u harmonisch bent. Op het ogenblik dat u onrustig bent in een bepaalde omgeving, zult u zelfs de hoogste geestelijke manifestatie daarin niet kunnen waar­nemen, u zult daarin zelfs geen contact kunnen krijgen met krachten die zich speciaal op u richten, u zult niet in staat zijn om gerichte krach­ten uit te stralen hoe sterk u normaal ook bent.

Werk met paranormale krachten altijd in een omgeving waarin u zich voldoende thuis voelt en waarin een sfeer hangt die voor u aanvaardbaar is. Alleen degenen die zeer geroutineerd zijn, kunnen ondanks een sfeer, die hun niet geheel ligt toch redelijke resultaten bereiken. U als begin­neling kunt dat zeker niet. Waag u er niet aan. Onthoud verder dat elke mislukking die u ondergaat juist als u be­gint een tegenslag is, die ook mentaal en emotioneel verwerkt moet wor­den. Het wil niet. Je hebt het gevoel dat je het niet kunt. En naarmate je meer mislukkingen riskeert ‑ juist op belangrijke punten ‑ zul je ook een groter gevoel van machteloosheid krijgen. Dit betekent dat je voor jezelf het gebruik van je kwaliteiten en krachten steeds minder waarschijnlijk maakt.

Als u houdt van mystiek en al wat daarbij behoort, dan heb ik voor u ook nog een paar korte raadgevingen. Mystiek is niets anders dan de verklaring die we geven voor het onbekende. Deze verklaring is een aanduiding van dit onbekende zonder tevens een volledige omschrijving daarvan te kunnen inhouden.

Mystiek is het beleven van de hogere toestanden die we niet kun­nen weergeven.

Mystiek is het hanteren van krachten waarvan we het wezen en de kwaliteiten niet kunnen overzien. Daarom kunnen wij in mystieke belevin­gen en werkelijkheden nooit komen tot een omschrijving, die stoffelijk aan­vaardbaar is. Omgekeerd kunnen we geen enkele omschrijving, voorschrift of reglement geven waardoor mystieke beleving zonder meer mogelijk wordt.

Mystiek hangt nu eenmaal samen met het ongekende, het onbegrepene. Alle termen die we later daarvoor vinden zijn in feite slechts gelijkenis­sen waarmee wij proberen de beleving voor onszelf te kunnen herhalen.

Wie een mystieke beleving doormaakt, kan niet zeggen dat ze onder gelijke omstandigheden weer zal optreden. Daarvoor zijn er teveel onbeken­de factoren die je niet kunt overzien als mens. Wel weet je dat be­paalde grondbegrippen bij elke mystieke beleving een rol spelen. Ga van die begrippen uit. Probeer zoveel mogelijk te vermijden dat je mystieke en geestelijke belevingen bindt aan te rigide rituelen. Hoe meer je werkt met een ritueel, hoe meer je van elk detail afhankelijk bent.

De afhankelijkheid van stoffelijke perfectie betekent gelijktijdig het onvermogen om geestelijk goed te functioneren, indien die perfectie niet bereikbaar is. Maar het werkelijke ‘ik’ heeft een geestelijk wezen dat de totale wereld kan bereiken, ook de hoogste werelden van licht. Als die niet beleefbaar zijn, mentaal niet omschrijfbaar zijn, doet dat niet ter zake. Wij kunnen altijd in contact treden met het Goddelijke, met de Geest. Wij kunnen altijd krachten ontvangen en krachten uitstralen. Wij zullen echter dit alleen kunnen doen op het ogenblik dat wij zelf voelen dat dit bereikbaar is. Wij moeten de grens die bestaat tussen ons en de wer­kelijkheid op een gegeven ogenblik kunnen slechten. En dat kan alleen op gevoelsbasis, niet op verstandelijke basis. Ga dus altijd uit van het standpunt: ik werk zoals ik voel dat het op een bepaald moment juist is.

Voor degenen die zich met mystiek en mystieke ontwikkelingen bezig houden nog dit punt:

Stoffelijke procedures kunnen voor het ‘ik’ belangrijk zijn zonder dat ze mystiek of geestelijk belangrijk zijn. Die procedures zijn misschien voor u hanteerbaar en goed zonder dat ze voor een ander ooit belangrijk kunnen zijn.

Degene die geestelijk streeft zal moeten uitgaan van hetgeen hij als geestelijk juist erkent, niet van datgene wat anderen zeggen dat goed is.

Onthoud, dat de gehele natuur en de gehele wereld doordesemd zijn van dezelfde krachten die in u bestaan en dat het hoogste licht dat in u bestaat daardoor ook wordt weerkaatst in al het zijnde, onverschillig in welke sfeer of wereld het bestaat. U bent dus deel van alle dingen en u kunt in alle dingen inderdaad beleven en werken. Maar op het ogen­blik dat u niet beseft deel te zijn van het geheel, op het ogenblik dat u bepaalde beperkingen aanbrengt, op het ogenblik ook dat u voor uzelf een grens stelt, sluit u zich af van het geheel.

Het stellen van grenzen is voor de mens noodzakelijk. Het is ech­ter geen noodzaak omdat hij alleen zo tot een hoger bewustzijn komt, maar wel omdat hij alleen zo de voor hem juiste sfeer, de juiste harmonie, de juiste beleving kan scheppen waaruit het hogere bewust voor hem bereikbaar wordt. En eerst in de bereiking van het hoger bewustzijn kunnen dan later dergelijke grenzen worden geslecht.

Dan nog iets voor degenen die als doe‑het‑zelvers ijverig leren. Ik kan begrijpen dat iemand die zelf aan geestelijke ontwikkeling wil doen zich voortdurend bezighoudt met literatuur van allerlei aard. Dat is helemaal niet erg, want elke expert zegt wel iets waar je wat aan hebt. Maar onthoud wel dit: geen enkele expert zegt altijd dingen waar je altijd wat aan hebt, ook wij niet. Probeer daarom uit het geheel datgene te puren wat voor u belangrijk is. Als iemand u een complete cur­sus geestelijke bewustwording geeft en er zitten vijf regels in die voor u van belang zijn, werk met die vijf regels en laat de rest maar even rusten. Het is voor ons niet zo belangrijk dat wij precies alles weten, maar wel dat we het beleven. Uit de beleving komt als vanzelf een weten en uit het weten kan een beheersing ontstaan. Lees alles wat u interesseert, sluit niets uit. Maar als u het heeft opgenomen, besef dat alleen datgene waarop uw innerlijk wezen ‘ja’ heeft gezegd belangrijk voor u kan zijn. Probeer daaruit dan maar weer een ge­heel te maken waarmee u verder kunt gaan.

Dan heb ik nog iets voor profeten in spé.

Onthoud één ding goed: driekwart van een profetie bestaat uit het zodanig uitdrukken van hetgeen je meent te moeten zeggen dat iedereen denkt dat je het zeker weet, ofschoon je er zelf nog niet zeker van bent. Daarom zijn de meeste profetieën als zodanig dus niet volledig waarde­vol, maar ze hebben altijd weer elementen die te maken hebben met dege­nen die luisteren naar de profetie.

Als u echter de toekomst wilt zien en kennen, dan kunt u dat nooit volledig doen. U zult altijd maar fragmenten zien. U zult altijd fragmen­ten beleven, u zult nooit totale samenhangen kennen, maar alleen bepaal­de aspecten daarvan. In de erkenning van die aspecten (van de kleine de­len) bestaat voor u de mogelijkheid een redelijk beeld op te bouwen van een toekomstige ontwikkeling, indien u rekening houdt met de personen en niet de wereld waarin alles zich ontwikkelt. Wij kunnen delen van een mozaïek of van een legpuzzel wel op hun plaats leggen, al zijn niet alle omringende stukjes aanwezig. Maar het betekent ook dat we een fout kunnen maken.

Profeten kunnen veel zeggen omtrent de toestand, de toekomst, de persoonlijke ontwikkelingen of misschien de algemene problematiek. In alle gevallen kunnen zij slechts:

  1. datgene weergeven wat met henzelf harmonisch is en
  2. alleen zo fragmentarisch dat de samenhang waarin het geheel wordt geplaatst niet een vast verloop betekent, maar eerder wordt een voorlopig invoegen van geconstateerde mogelijkheden in een mentaal beeld, dat gebaseerd is op de feiten zoals een mens die meent te kennen.

Dit is voor u niet alleen belangrijk wanneer u probeert in de toekomst te zien en uw toekomstbeeld te concretiseren voor anderen. Het is even­zeer belangrijk, wanneer u te maken krijgt met anderen, die u een toe­komstbeeld of een voorspelling geven, een boodschap uit de geest of een aankondiging van toekomstige gebeurtenissen.

In alle gevallen is de samenhang iets wat moet worden bepaald (vergeet u dat niet) aan de hand van wat de verkondiger (de profeet) zegt. Hij heeft zijn eigen concept van de wereld en van de ontwikkelingen daarin. De delen, die hij noemt, zijn juist. De samenhang daarvan is niet werkelijk zo bepaald.

Als u gaat letten op bepaalde kentekenen in profetieën, dan zult u zien dat ze heel vaak wel uitkomen, maar niet in de samenhang waarin ze werden geprojecteerd. Door het ervaren van de profetie wordt ze bruik­baar. Want als we enkele malen dezelfde afwijking van de werkelijkheid in profetieën hebben gezien, dan leren we hoe de beelden, die als werkelijk­heid in het geheel altijd weer verschoven zijn, geïnterpreteerd moeten wor­den vanuit ons standpunt. Daarmee hebben we voor onszelf dan een begrip geschapen van toekomstige mogelijkheden, verplichtingen of dreigementen dat hanteerbaar is ook al verschilt het van hetgeen anderen zeggen.

Hiermee hebben we de profetie gehad, we hebben wat over de mystiek gezegd en we hebben in het algemeen nog iets gezegd over doe‑het‑zelf.

Ik hoop, dat u deze regels niet gewoon beschouwt als een kleine herha­lingsoefening. Er zitten werkelijk enkele nieuwe elementen in en ze bevat­ten zekere elementen, die erg belangrijk zijn als u persoonlijk werkt met toekomst, met sferen, met paranormale krachten. Juist het besef van het­geen je doet en de beperkingen en gevaren ervan maken het je mogelijk om er juister mee te werken. Ik hoop, dat ik hiermee iets heb bijgedragen tot deze cursus.

Geluk

Voor de meeste mensen is geluk een meevallertje. Wanneer heb je een meevallertje? Op het ogenblik dat je zodanig in harmonie bent met je omgeving dat je daardoor al datgene wat geschiedt als bijzonder pret­tig en aanvaardbaar ervaart. Dat wil zeggen dat wat vandaag geluk is, morgen ongeluk kan zijn. De manier waarop je zelf staat tegenover de din­gen is bepalend.

Elke mens zoekt naar geluk, maar slechts weinig mensen beseffen wat geluk in wezen is. Geluk kan nimmer worden geconcretiseerd in feiten of omstandigheden. Het kan slechts worden geconcretiseerd aan de hand van de relatie tussen het ‘ik’ en de wereld.

Het werkelijke geluk is in feite de absolute vrede, gepaard gaande met de absolute eenheid met het Al, waardoor het geheel van alle mogelijk­heden en belevingen zonder verstoring van de innerlijke vrede voor het ‘ik’ beleefbaar wordt. Dit is het geluk dat ligt in Nirwana en daarboven. Voor de doorsneemens is dit niet bereikbaar.

Droom niet van het grote geluk dat onbereikbaar is. Droom voortdu­rend van die kleine harmonieën met de wereld rond je, waardoor je in die wereld een prettiger weerkaatsing van je persoonlijkheid ervaart en de feiten zich ook meer naar je eigen hand zetten.

Onthoudt u maar één ding: zoals dieren beseffen dat een mens hen vreest of niet, zo zullen de dingen ook wel degelijk aanvoelen of weer­kaatsen wanneer een mens ze prettig of niet prettig vindt. Datgene wat u geprikkeld benadert, weerkaatst de geprikkeldheid en schept zo tussen u en het voorwerp een onzekerheid, zelfs als in het voorwerp zelf geen denkvermogen aanwezig is. Dan kunt u zeggen dat u pech heeft, dat het een ongeluk is, dat alles tegenloopt op zo’n dag. In feite is het echter uw eigen mentaliteit, uw eigen instelling waardoor uw relatie met voor­werpen werd veranderd.

Zoekt u naar geluk, zoek dan naar harmonie met al het zijnde. En als u niet in staat bent om met al het zijnde gelijktijdig harmonisch te zijn, zoek dan een enkel aspect uit dat voor u belangrijk is. Probeer daarmee harmonie te bereiken, dan zult u als vanzelf een mate van geluk ervaren.