Menselijke krachten en natuurkrachten

uit de cursus ‘Filosofische esoterie‘ (hoofdstuk 5 ) – februari 1983

Menselijke krachten en natuurkrachten

In elke mens bestaat een grote hoeveelheid verschillende krachten. Er is een levenskracht- circulatie, zelfs twee circulaties. Er is een astrale circulatie die voor een groot gedeelte nog de lichaamslijnen volgt en in sommige gevallen met de hoofdaderen meeloopt. Daarnaast zijn er een viertal verschillende, wat wij wel geestelijke circulaties kunnen noemen.

Dan is er nog een fluïdum: een soort fijne materie die wel astraal van aard is maar die door haar lading met levenskracht nog een heel eigen stroompatroon vertoont. Er zijn dus heel wat circulaties in de mens. Als een van die circulaties het laat afweten, dan krijgen we heel eigenaardige resultaten.

Een bekend voorbeeld is de seance. Vooral een donkerkamer‑seance, waar allerlei fysieke fenomenen worden gepresenteerd. Het medium is inderdaad diep in trance maar gelijktijdig wordt een groot gedeelte van de astrale energie geprojecteerd. Dan blijft de astrale circulatie wel in stand maar heeft eenvoudig geen mogelijkheid meer om zich te herstellen. Als er dan iemand op dat ogenblik aan hem komt, dan is er een onder­breking; die onderbreking kan dan resulteren in een laesie, een kwetsuur. Dat kunnen soms zelfs open wonden worden of zenuwkwetsuren. Het zal niet zo vaak voorkomen maar als voorbeeld mag dit dienen.

Als we nu kijken naar de wereld, dan zien we iets dergelijks. Er is een magnetische circulatie, het z.g. aardmagnetisch veld, waar in afwijkingen magnetische stormen kunnen optreden. Er zijn een aantal stralingen die voor een deel radiëren (dus van de aarde weggaan), maar voor een deel ook tot de aarde terugbuigen. Wij zouden het een tweede soort circulatie kunnen noemen.­

Dan hebben we de watercirculatie. Die is er in vele vormen. Denkt u maar aan het fenomeen verdamping ‑ regen enerzijds en anderzijds aan een golfstroom, warm of koud.

Dan zijn er bovendien nog een aantal atmosferische circulaties, die voor een deel worden bepaald door het draaiingsmomentum van de aarde. U kent daarvan waarschijnlijk het begrip ‘jetstreams’, de bijzonder snelle luchtstroming in de stratosfeer. Als nu een van die stromingen wordt ge­stoord of onderbroken, dan kunnen daar allerlei gevolgen uit voortkomen.

Stel dat er een zodanig sterke zonnestraling is met nogal wat gammadeeltjes waardoor het evenwicht van de normale luchtcircula­tie t.a.v. de jetstream wordt onderbroken, dan krijgen we opeens een reeks wervelstormen en orkanen. We krijgen te maken met eigenaardige wisselingsverschijnselen, vooral op de grens van troposfeer en stratosfeer. Dat heeft dan een heel grote invloed op het weertype. Dat kan zorgen voor stormen, regen en kan ook de oorzaak worden (dat is vaak ernstiger) van allerlei stofstormen.

Als je dat bekijkt, zeg je: Er is dus een overeenkomst tussen de mens en de wereld. Ik denk dat die overeenkomst nog heel wat verder gaat als we wat meer gaan kijken naar de persoonlijke frequenties en waarden die erin zitten. Want u heeft wel a1 die frequenties en stromingen maar de kern van elke stroming is a.h.w. een persoon. Die per­soon is nu toevallig een deel van u, in elkaar gezet als zo’n babush­kapopje; als je het ene eruit haalt zit er een ander in enz. U heeft dus een persoonlijke kern.

Als we nu aannemen dat de aarde ook een kern heeft en dat die be­zield is, net zoals u bezield bent, dan zouden er een aantal verschil­lende voertuigen zijn. Die voertuigen zouden lager zijn naarmate ze meer onmiddellijk met de aarde zelf te maken hebben, d.w.z. met het stoffelijk bestaan. Dan komen we tot de conclusie dat stormen, zoals die van astra­le aard bij u kunnen optreden, vergelijkbaar zijn met de storingen die door een magnetische storm kunnen worden veroorzaakt, ook in de relatie tus­sen de aardschotsen. Het vulkanisme wordt hier en daar erdoor opgewekt. Er zijn dus nogal wat overeenkomsten te vinden.

De aarde heeft een eigen besef. Dat besef kent een directe relatie met de zon, een minder directe relatie met de andere planeten en daar­naast een heel stel fragmentarische relaties met wat u de sterren noemt. Al die relaties samen plus het gebeuren in het eigen lichaam (dus de aarde en al wat daar gebeurt) vormen het besef van de aardgeest of de aardziel.

Wanneer u diep in uzelf verandert, dan verandert er ook iets in uw hele gedrag. Uw lichaam gaat anders reageren. Maar u gaat ook anders den­ken. U straalt andere gedachten uit naar de mensen; uw relatie met de om­geving wordt een andere. Dat kent de aarde ook. Maar omgekeerd komt het voor dat u b.v. alleen maar door een bij wordt gestoken. Een bij zou voor de aarde b.v. de inslag van een behoorlijke meteoor kunnen zijn. Op dat ogenblik gaat uw lichaam anders reageren maar ook uw bewustzijn wordt beïnvloed. Die beïnvloeding kan, indien u niet zeer bewust en beheerst bent, doorgaan zelfs naar bepaalde geestelijke voertuigen, zeker alle vorm-ken­nende. Wanneer de aarde dus wordt beroerd, zal haar lichaam (de aarde zelf) daarop reageren. Er zullen andere magmaspanningen ontstaan. Er kan een lichte verandering plaatsvinden in de drift van de continen­ten b.v. Daarnaast zal ook het weertype worden aangetast.

Het aardmagnetisme gaat afwijkingen vertonen, de jetstreams veran­deren van intensiteit. In tenminste twee gevallen is het zelfs gebeurd dat ze aanmerkelijk zwakker werden. Alles bij elkaar genomen, wanneer er een invloed van buiten komt, kan hierdoor het geheel, inclusief de toch meer esoterische of geestelijke delen, worden beïnvloed terwijl ook het omgekeerde geldt: van binnenuit kan een invloed worden uitgeoefend die alle delen, ook de meest stoffelijke, beïnvloedt.

Nu is filosofische esoterie zoiets als zoeken naar een verklaring op grond van het innerlijk. Laten we dan uitgaan van de mens zoals u zelf bent. Wat zijn uw dromen? Wat is uw droomleven? Welke factoren spelen een grote rol in uw gedachten? Welke dingen komen steeds weer op de voorgrond, ook als u het niet wilt? Welke afwijkingen vertoont u in uw bewe­gingspatroon? Al die dingen hebben iets te zeggen. Ze vertellen u name­lijk op welke wijze de perfecte, de ideale evenwichtigheid, die zelden of nooit bestaat, verstoord is. Wij kunnen dus in de tekenen die zich in ons manifesteren, wel degelijk zien welke storingen erin ons bestaan. Daarnaast zien wij een groot aantal factoren afkomstig van buitenaf. Wij worden daardoor beïnvloed.

Bent u ook zo gejaagd als het waait? Er zijn mensen die nog erger zijn dan een kat. Deze steekt de staart omhoog en begint te hollen. Bent u van buiten beïnvloedbaar, dan kunt u die invloed, althans voor een deel, constateren.

Zijn die invloeden nu van astrale aard, dan wordt het al iets moei­lijker. U heeft nog wel fenomenen maar u kunt ze niet precies verklaren. Gaat u nog een stap verder en is er een zuiver geestelijke storing, dan is het in 9 Van de 10 gevallen zo dat u er niet achter kunt komen wat die storing eigenlijk is. Of ze van buitenaf wordt veroorzaakt of van binnenuit, wordt dan voor u altijd weer een vraag, een raadsel. In ons betoog van vandaag zou ik daarover het een en ander willen zeggen.

Als u voortdurend allerlei indrukken, beelden, verschijningen krijgt die niet stoffelijk rationeel verklaarbaar zijn, dan is er sprake van iets in uzelf dat wordt verstoord. Welke invloeden kunnen u storen? Alleen die invloeden waarmee u harmonisch bent. Vergeet dat nooit: Materie en antimaterie samenbren­gen, betekent explosie. Materie en materie kunnen reageren, antimaterie en antimaterie kunnen ook reageren. Er zijn verschillen.

Op het ogenblik dat wij worden beroerd en daardoor veranderingen in ons optreden, kunnen wij er zeker van zijn dat dat zaken zijn waarmee we tot op zekere hoogte harmonisch zijn. Zaken die dus van geaardheid niet diametraal tegenover ons wezen staan.

Je neemt de verschijnselen. Wat is er in mij? Die vraag kunt u per­soonlijk wel beantwoorden. Dan blijkt heel vaak dat een verborgen onte­vredenheid, een mistroostigheid, een zekere overmoedigheid van ‘wat kan het mij verder nog schelen’, dat die gemoedstoestand eigenlijk de eerste omschrijving is van de invloeden die u ondergaat. Komen nu de fenomenen van buitenaf, dan kunt u in ieder geval er zeker van zijn dat ze in overeenstemming zijn met deze mentaliteit.

Als u zelf naar buiten invloed wilt uitoefenen, kunt u dat ook al­leen doen in harmonie. Dat wil zeggen, u kunt wel datgene wat er in u leeft, naar buiten brengen en zelfs aan anderen overdragen of ergens in de materie vastleggen maar u kunt niet tegen uw wezen ingaan. Dat is een zaak waar heel veel mensen een beetje raar bij staan te kijken en zeggen: Wij willen het kwaad niet en we doen het toch. Dan is het ant­woord: U wilt het niet bewust maar onbewust is het een deel van uw we­zen. U verwerpt het dan alleen omdat u het onaanvaardbaar acht op gron­den die niet deel zijn van uw wezenlijk persoonlijk besef. Een beetje moei­lijk misschien, maar het is waar. Dan heb je ergens dat eerste beginsel: ik ben zus of zo. Kun je het veranderen? Dat is vaak erg moeilijk.

Wanneer de aarde een verstoring heeft, een magnetische storing, dan is het niet zeker dat die storing een, twee, drie kan worden opgeheven, zelfs als de aarde dat zou willen. Die storing moet een bepaalde baan doorlopen. Ze moet dus een aantal functies manifesteren voordat ze van de ene pool bij de andere komt. Pas weer bij de opname in de magnetische as is het mogelijk die ongelijkheid weg te strij­ken. Dat houdt in dat zo’n storing voor de aarde over het algemeen een duur heeft, bij de snelste, per ruimte‑eenheid van ongeveer 10 vierkante km die loopt van ongeveer 15 minuten opgaand met top en afgaand tot circa 27 uur. Dat is de langste periode dat zo’n storing zich precies gelijk op precies dezelfde plek kan manifesteren.

Nu zeggen de mensen: Verplaatst ze zich dan niet precies zo? Neen, dat doet ze niet. Er is een verschil in velddichtheid; het aan­tal krachtlijnen per ruimtelijke eenheid. Wanneer die vernauwing is ge­vonden, dan ontstaat er, wat men noemt, een divergeren; ze lopen uit el­kaar. En als ze uit elkaar lopen, dan ontstaat er vaak een tegenover­gesteld effect dat echter niet meetbaar is, omdat het veel meer verwijd is en daarbij minder meetbaar, het is minder geconcentreerd. Een heel eind later kunnen die zaken weer naar elkaar toebuigen. Dan ontstaat er weer een kritiek punt, een soort flessenhals waarin het verschijnsel wel meetbaar is. Daarna zal het diffuseren, maar waarschijnlijk niet meer zo ver omdat je altijd er rekening mee moet houden dat de laatste 15 tot 20 aardgraden een versnelling en verdichting van veld te zien geven en daarbij zou de meetbaarheid iets groter kunnen zijn. Absoluut niet meetbaar is het rond de nulmeridiaan, de evenaar.

Hoe zit het nu bij ons? Wij hebben natuurlijk ook bepaalde aspecten waardoor we sterk geconcentreerd zijn. Uw werkelijke zielskracht maar ook uw werkelijke levenskracht zijn op bepaalde punten bijna onaantastbaar. Ze zijn zo geconcentreerd, zo dicht bijeen dat een daarin optredende variatie eigenlijk wegvalt tegen het geweld van het geheel. Dan kunnen we zeggen: De kern van de mens is in de meeste van zijn waarden niet te verstoren. Maar de uitingen zijn wat anders. Als ik wederom blijf bij het astraal, kan ik mijn gevoeligheid aan­merkelijk opvoeren. Dat doe ik niet bewust. Maar er is een afwijking en daardoor is de gelijkvormigheid weggevallen. Er zijn punten waar een im­puls veel geconcentreerder wordt geconstateerd dan normaal. Als dan op dat punt van buitenaf een storing inwerkt, dringt ze volledig door tot het bewustzijn² terwijl ze anders alleen maar vaag en onbewust wordt waargenomen.

Als we te maken krijgen met fenomenen die ons heel erg treffen, dan moeten ze wel tussen de uitersten van ons wezen in liggen. Dat is net in dat gebied waar onze interesse schijnbaar minimaal is. Onze al­gemene stemming bepaalt wel de afstemming maar interesse in het ver­schijnsel dat het voortbrengt, is eigenlijk bijna nihil. Juist op die pun­ten ontstaan de meeste verschijnselen die ons beroeren.

Er zijn mensen die zeggen: Ik heb innerlijk stemmen gehoord. Maar wanneer hebben ze die gehoord en hoe? Proberen we na te gaan wat de mededelingen van die stemmen zijn, dan staan we voor een vreemde keuze. Er zijn mensen, die laten de stemmen zeggen wat zij willen horen; dat komt voor. Maar bij de meeste mensen die dat niet doen, hebben de mededelingen van die stemmen iets vreemds. Ze zijn te ver van je af. Ze grijpen niet werkelijk in je leven in. Er zijn ook mensen die bijna fy­sieke verschijnselen ondergaan. Zij zeggen: Het is absoluut onverklaar­baar voor mij. Die onverklaarbaarheid komt voort uit het verschijnen van juist deze indrukken op die punten van de eigen uitstraling waar een minimum aan interesse maar gelijktijdig een maximum aan energie-samenvoeging ont­staat.

Nu heb ik gesproken op astraal niveau. Laten we het nu eens op geestelijk niveau doen. Het geestelijke niveau is veel gelijkmatiger dan de andere niveaus, al zou je dat niet zeggen, zeker als het de hogere geestelijke niveaus zijn waarvan we willen spreken. Bij het geestelijke niveau geldt dat zolang er een normale circulatie is, de onaantastbaarheid bijna 100 % is. Dan zijn er zulke sterke storingen nodig, zulke grote verschijnselen dat die niet alleen tot het geestelijke beperkt kunnen blijven maar zullen dan ook astraal en meestal ook stof­felijk kenbaar worden. Maar daar staat weer iets anders tegenover. Als er geestelijk eenmaal een verandering is opgetreden, dan zal die verandering zich een hele tijd handhaven. Vergelijkenderwijs: Windsterkteverschillen per minuut komen aan de oppervlakte van de aarde voor. In de jetstream komt dat niet voor. Daar kun je dat alleen in uren, en meestal vele uren, meten. Het is alsof daar een veel langzamer ritme bestaat. Zo is dat met uw geestelijke werking ook.

Wanneer u een geestelijke gevoeligheid heeft bereikt, dan kan dat een heel lange tijd doorgaan; soms duurt dat jaren. Maar er komt een ogenblik dat u weer terugkeert naar normaal. Dan valt deze gevoeligheid weg, tenzij u in staat bent om van binnenuit door uw wil en vanuit uzelf deze onregelmatigheid te herscheppen en daarmee uw gevoeligheid te behouden. Dit is een van de vele verklaringen die je kunt aandragen voor mensen die zeggen: Ik ben een hele tijd ontzettend mediamiek geweest. Ik was helderziend, helderhorend en nu heb ik niets meer. Zij hebben het nog wel maar ze zijn niet in staat om hun geestelijk evenwicht zodanig te overzien dat ze daarin bewust de juiste verstoring tot stand kunnen brengen en in stand kunnen houden.

Op deze manier zijn er heel veel overeenkomsten te bedenken tussen de aarde en de mens. Het eigenaardige daarbij is eigenlijk dat in alle opzichten de mens een soort replica is van de natuur waarin hij leeft. Hij is niet gelijk aan de aarde. Dat is maar goed ook. Wat zou de aarde er soms gek uitzien als ze op sommige mensen moest lijken. Omgekeerd ook natuurlijk. Dan zou de slanke lijn er ineens uit zijn en krijg je de afgeplatte vorm. Maar als we dat bezien in essentie, in de stromingen die er zijn, in de verschijnselen die daardoor kunnen optreden, dan blijkt de parallel bijna volkomen.

Wie probeert na te denken over het innerlijke van de mens, over de krachten die daarin spelen maar ook de schepping, God en al wat erbij hoort, die zal juist dergelijke punten graag voorbij gaan. Want dan moet hij stellen dat er een grote overeenkomst is tussen de aarde en de mens. Dat doet hij niet graag. Hij wil zeggen: Er is een overeenkomst tussen het Koninkrijk der Hemelen en mijzelf. Dat is natuurlijk niet waar en iedereen kan het zien maar de mens denkt het graag.

Wat is de basis? Laten we aannemen: er is een kracht. Die kracht was rustend tot het eerste ogenblik waarop de eerste botsing plaatsvond tussen twee verschillend gerichte krachten. Zij deelden zich in verschillen. In de verschillen ontstonden botsingen, door de botsingen ontstonden krachtswervelingen, daaruit resulteerden weer allerlei stofbestanddeeltjes en zo krijgen we dan The Big Bang (waar ze voor een groot gedeelte alweer van zijn afgestapt): de eerste explosie waaruit de sterrennevels en de rest zijn ontstaan.

Dat is voor een stoffelijk heelal heel aardig, maar hoe moet dat zijn gegaan met de vorming van de ziel, het eerste zelfbewuste deel van de kosmos? Dat kan niet zo zijn geweest dat er maar een ziel was. Er was wel een bewustzijn en daarin rustten alle zielen. Dat wil ik aannemen.

Stel verder dat er nu een verschil van gerichtheid ontstaat. Dat is niet een kwestie van goed of kwaad. Dat is doodgewoon een kwestie van: er ontstaan botsingen. Door die botsing ontstaan de eerste wervelingen. Die werveling is een in zichzelf besloten krachtveldje dat daardoor zijn eigen relatie kan gaan bepalen ten aanzien van het geheel waarin het zich bevindt t.a.v. alle andere soortgelijke krachtveldjes.

Het is aan te nemen dat er een betrekkelijk groot aantal zielen bijna gelijktijdig is ontstaan. Dat het lang geduurd heeft voordat deze rond zich alle middelen hadden verzameld waardoor een denken en een stoffelijk worden tenslotte mogelijk was, laten we dat maar op de koop toe nemen. Van het eerste moment van de schepping totdat de eerste mens op aarde verscheen, is er heus wel meer verlopen dan 7 dagen.

Als ik dan zo bezig ben, is de kern van mijn wezen het enige dat ik niet kan beïnvloeden. Want dat is de factor die kan beïnvloeden en moet, maar die in zichzelf onaantastbaar blijft. Dan kom je natuurlijk met tijd in moeilijkheden. Maar met de tijd veranderen wij, zeggen we dan. Verandert uw werkelijk ‘ik’ wel met de tijd? Of is de verandering die u in tijd registreert, eigenlijk niets anders dan het beleven van de verschillende niveaus van tijd? Wij zouden daarover een heel discours kunnen houden en misschien zelfs komen tot een zesdimensionaal stelsel waarvan we allemaal deel zijn. Maar we komen slechts tot een driedimensionale herkenning plus de afmeting van de gezamenlijke werking van de drie andere onder de naam tijd.

Nu stel ik dit: Als de kern van de aarde de basis is van haar totale mogelijkheden, als de kern van mijn wezen de basis is van mijn totale mogelijkheden en in beide gevallen de kern het enig onaantastbare is, dat slechts in verschijningsvorm kan veranderen zonder daardoor in wezen te veranderen, dan heb ik de oplossing.

In mij is het onveranderlijke. Dit zal uit zichzelf zijn ontstaan volgens een wetmatigheid. Er is een kosmische of een natuurwet waaruit dit allemaal is voortgekomen, niet alleen maar de menselijke ziel maar ook alle bestaansmogelijkheden. Dit houdt in dat bij vergelijkbare ontwikkelingen van bewustzijn ook vergelijkbare ontwikkelingen van voertuigen, middelen en mogelijkheden moeten zijn ontstaan. Let wel, vergelijkbare, niet gelijke. Er kunnen veel afwijkingen zijn. Als ik dit allemaal bij elkaar voeg, dan kom ik een eindje verder opeens voor de vraag te staan betreffende de aard.

De aarde droomt, maar ze droomt heel traag en langzaam. Misschien dat wij, wanneer we op aarde leven, dit ondergaan als een beïnvloeding zodat er daardoor een zekere tendens ontstaat in ons denken en ons reageren. Dat is heel goed mogelijk want we weten uit ervaring dat mensen maar voor een tamelijk gering deel in de werkelijkheid leven. Zij leven in een interpretatie van de werkelijkheid en deze wordt ‑ zeggen zij ‑ door het milieu beïnvloed.

Het milieu is echter een beetje meer dan de mensen waartussen je leeft: Het is de hele aarde met alles wat eraan vastzit. Op soortgelijke wijze zal ik al datgene wat tot mij behoort, ook beïnvloeden. Ook ik zal door hetgeen ik ben a.h.w. afwisselend tendensen uitstralen, die in alle voertuigen (ook in de hoge geestelijke) mede tot uiting komen en gelijktijdig aanleiding kunnen zijn tot schijnbare verstoringen in evenwicht, die een lange tijd worden gehandhaafd. Op het ogenblik dat ik mij hiervan bewust ben, kan ik mijn waardering voor al datgene wat mij beroert, wijzigen.

Die waardering is iets wat per voertuig kan worden bepaald. Hierdoor zal de oerkracht in mij de overhand krijgen. En wat zien we dan? Er treedt een aanpassing op. Aanpassing is wat moeilijk om dat precies uit te leggen. Laten wij het zo zeggen;

U weet, dat er op aarde allerlei milieustoringen zijn. Dat wil zeggen, het bestaande milieu is er niet meer of het wordt bedreigd door b.v. teveel zwavel of wat anders in de lucht. Maar als u goed kijkt, dan zult u zien dat terwijl de ene plantensoort afsterft er een andere soort opkomt. Datzelfde zien wij bij de dieren. Als dieren onder stralingsomstandigheden hebben geleefd zoals dat op bepaalde atollen het geval is geweest, dan veranderen zij hun vorm. Maar in die vorm zijn ze aangepast aan een milieu met een bepaalde straling. Pas wanneer die straling wegvalt, worden ze hulpeloos. Zolang echter de straling er is, hebben ze een perfecte aanpassing.

Als de aarde verandert, al is het maar dat ze anders gaat dromen, dan zal er op en om de aarde veel veranderen. Het evenwicht wordt verstoord, zegt men. Maar je zou veel beter kunnen zeggen: Het oude evenwicht wordt langzamerhand vervangen door een nieuw. Zaken die er eens waren, verdwijnen en daarvoor in de plaats komen andere zaken sterker op. Denk maar aan het verdwijnen van die grote salamanders, de sauriërs. Ze zijn betrekkelijk snel verdwenen, dat is waar. Maar gelijktijdig zien we dat de hondachtigen, de katachtigen, de paardachtigen, kortom de voorvaderen van huidige dieren zich veel sneller zijn gaan ontwikkelen en dat ze in verhouding groter worden. Dat is opvallend. Dus als het ene verdwijnt, groeit het andere. Het is dan in staat zo weer een uiting te geven aan dat evenwicht. Dat kan bij de aarde. Kan dat dan bij ons niet? Wij veranderen toch ook.

Als we ons steeds bezighouden met het bestrijden van de uiterlijke veranderingen zonder meer, dan lopen we vast. Want ook in ons kan de droom veranderen. Geestelijk kan er een nieuw besef ontstaan, een nieuwe benadering van de werkelijkheid. Die kun je dan stoffelijk verstandelijk niet volgen, maar ze betekent een verstoring. Deze verstoring zul je sterker ervaren als je uiterlijk probeert het oude in stand te houden, je denken nog steeds in de oude maatstaven te binden, dan als je bereid bent om altijd het nieuwe te aanvaarden, a.h.w. daarin te groeien en je daaraan aan te passen.

De bewustwording van een mens is eigenlijk een uitbreiding van zijn mogelijkheid tot ervaring en besef. Als zo’n verandering optreedt, is dit een bewustwording op het ogenblik dat je het nieuwe niet probeert te bestrijden of te verwerpen maar tracht het als essentie, als beleving in je op te nemen. Dan zouden we een situatie kunnen krijgen die vergelijkbaar is met de wereld op het ogenblik dat er een grote verandering plaatsvindt.

Alle voertuigen worden beïnvloed. De atmosfeer van de aarde is veranderd in de tijd dat de sauriërs uitstierven, in de tijd dat de plantengroei plotseling heel sterk begon te veranderen, dat ook het dierenleven andere vormen naar voren ging brengen en zelfs steeds meer variëteiten. Zo gaat het bij ons ook.

Als wij die innerlijke veranderingen accepteren, ontstaat er een gelijkgerichtheid tussen de ziel en de hoogst bewuste geestelijke voertuigen. Dit betekent dat de geestelijke voertuigen een bijzonder grote invloed kunnen gaan uitoefenen op b.v. het astrale levenslichaam. Deze gaan dus ook mee. Zolang ons direct bewustzijn en ons stoffelijk handelen zich niet honderd procent verzet, maar de nieuwe situatie, de ontwikkeling aanvaardt, zullen wij zien dat bepaalde dingen teloor gaan en dan andere dingen sterker opkomen.

Wij verzetten ons wel. Er wordt dan een toenemende onevenwichtigheid geschapen tussen de zielen, eventueel bepaalde voertuigen en die andere voertuigen. Die andere voertuigen kunnen niet meer reageren. Op dat moment ontstaan overgevoeligheden. Zien wij een zelfsuggestie optreden die tenslotte kan resulteren in wat men noemt ‘gespleten persoonlijkheden’, dan kunnen we daaraan ten onder gaan of wij kunnen daardoor, tegen wil en dank, veranderen. Die verandering is dan niet evenwichtig en daardoor niet zo aangenaam.

Dit brengt mij tot het laatste stukje van dit betoog: de geestelijke werelden. Een geestelijke wereld is eigenlijk niets anders dan een belevingsniveau voor het ‘ik’. Als er een onevenwichtigheid is, zal die daarin gereflecteerd zijn. Het is niet zo dat geestelijk een absoluut stoffelijke norm te hanteren is. Laat mij het maar heel eenvoudig zeggen: Als u geestelijk harmonisch bent, dan ziet u een fantastisch mooie chrysant. Als u disharmonisch bent, ziet u die chrysant ook maar als u in de buurt komt, verandert die in een wezen dat probeert naar u te bijten. De in basis gelijke impuls wordt in het ene geval als schoonheid, als harmonie vertaald. In het andere geval echter slaat men in zijn verwerping over naar vrees. Dat moment van vrees wordt dan omgezet in de schrikbeleving, de angst en daardoor weer in de vlucht in de wereld.

Het is kenmerkend dat van de mensen die overgaan, ongeveer driekwart te enigerlei tijd in de lichtwerelden terecht komen en daar een tijd kunnen vertoeven. Er is ongeveer een kwart dat daartoe niet in staat is. Men meent nu dat ze dan in een heel andere wereld zijn terecht gekomen. Dat is eigenlijk niet waar. Ze zijn beland in een persoonlijke sfeer waardoor ze de waarden, die voor iedereen in de geest gelijk bestaan, proberen te veranderen, aan te passen aan hun eigen beeld en niet aan de kern van hun wezen. Die strijdigheid resulteert dan in dreiging, in verstikking, in hellewerelden, kortom in alles wat u aan verschrikking ooit heeft gehoord en daardoor ook geestelijk zou kunnen beleven.

Voor ons is het belangrijk te begrijpen dat wij volgens dezelfde wetten leven als de rest van de natuur, dat we zelfs geschapen zijn op een vergelijkbare wijze als al het andere. Wij zijn niet identiek, maar wij zijn wel vergelijkbaar. Op grond daarvan moeten wij ons eigen leven indelen. Wij moeten begrijpen dat zo goed als er op aarde zaken zijn die niet meer zijn terug te draaien of te veranderen, er in ons bestaan ook ontwikkelingen zullen zijn, die eenvoudig niet te veranderen, niet terug te draaien zijn.

Het heeft dan geen zin om je daar verder mee bezig te houden. Het is belangrijk dat je juist dan, zoals ook de wereld doet, verder gaat vanuit het nieuwe gegeven. En zoals de wereld in zich toch alle mogelijkheden van leven en schoonheid heeft geborgen, die daar met allerlei geestelijke medewerking tot stand is gekomen, zo moet het ook bij ons zijn.

In ons zijn krachten die ons in staat zullen stellen om schoonheid te scheppen uit chaos. In ons zijn krachten die ons in staat zullen stellen om een harmonie te scheppen uit een schijnbare onsamenhangendheid. Wij hebben de mogelijkheden maar die kunnen we alleen gebruiken indien onze ziel, de kern van ons wezen, de werkelijk bepalende factor wordt in elk evenwicht. Dat wil zeggen dat we een evenwicht niet kunnen beredeneren maar het slechts in het diepst van ons wezen kunnen aanvoelen.

Uitgaande van voortdurende ervaring plus de aanvaarding van het ervarene zullen wij op den duur komen tot een erkenning van althans iets van hetgeen die innerlijke waarden reflecteert in alle werelden en daardoor tot een evenwicht van alle stromingen die tot ons behoren. Hebben wij dat evenwicht gevonden, dan hebben wij al datgene gevonden wat men noemt geluk, gezondheid, hemelwereld enz.

De harmonie is de kern, maar de ontwikkeling is ook in de harmonie aanwezig. De verandering zal ons eigen blijven tot het ogenblik dat wij in staat zijn met de kern van ons wezen weer alle kernen van het Al te aanvaarden en te beleven. Daarom is de verandering voor ons iets wat we moeten aanvaarden omdat wij alleen op grond van die verandering een voortdurend evenwicht, een voortdurende innerlijke vrede en een inwerking van harmonie ook naar buiten toe kunnen bereiken.

Noot
Ik heb niet veel aandacht besteed aan de invloeden van buitenaf. In dit verband zijn ze ook niet zo belangrijk. Want invloeden van buitenaf die worden aanvaard, betekenen vanzelf dat elke aanpassing verloopt volgens de kern van ons wezen. Het is de verwerping waardoor wij datgene tot tegenstander maken wat onze dienaar zou kunnen zijn.

Herinneringen

Herinneringen zijn over het algemeen zaken waardoor je je laat verleiden om het heden te miskennen. Als je denkt aan het verleden, dan zie je daarin alleen bepaalde punten.

Men is nu druk bezig met te herdenken dat 50 jaar geleden de dubbelganger van Charlie Chaplin aan de macht is gekomen. Als je dat hoort, dan is dat één ellende, al ellende. De man heeft ook veel goeds gedaan. Het is allemaal verkeerd afgelopen, dat is waar. Er zijn onvoorstelbare gemene en slechte dingen gebeurd. Ook dat is allemaal waar. Maar waarom bezien we maar een kant? Het is de herinnering aan de wreedheid van anderen waaraan men zich op het ogenblik spiegelt en waarmee men waarschijnlijk ook zijn eigen onredelijkheden probeert te rechtvaardigen.

Zo is men ook druk bezig met te herdenken (gisteren en vandaag) dat Zeeland onder water heeft gestaan. De ramp wordt veel rampzaliger als je terugkijkt dan ze is geweest. Aan de andere kant is ze veel afstandelijker geworden; je hebt er niet zo direct meer mee te maken. Het is eigenlijk een goede les voor wat men nu moet gaan doen. Kijk, dat zijn dingen die ik allemaal kan begrijpen en verwerken, maar die herinneringen zijn niet zuiver, ze zijn interpretaties geworden.

Zo gaat het met u ook. Per slot van rekening, als je terugdenkt aan je jeugd, dan zijn er ogenblikken van: dat was toch zo verschrikkelijk. Blij dat ik dat nooit meer behoef mee te maken.’ Maar als je diep in je hart kijkt, wilde je dat je de kans kreeg. Vroeger was het toch allemaal veel beter: Alles was goedkoper, de mensen waren veel vriendelijker er was meer ruimte. Vergelijk het nu eens met vandaag en kijk wat vandaag heeft wat gisteren niet had.

Herinneringen zijn dus eigenlijk een soort speelbal geworden waarmee je de toekomst en ook het heden probeert te veranderen of te ontkrachten door je interpretatie van een verleden, dat maar eenzijdig wordt belicht. Daarmee kom je natuurlijk niet verder.

Als ze zeggen b.v.: Hitler, dat was het fascisme; dan zou ik een aantal mensen tegenwoordig ook wel een handje kunnen geven. En als ze zeggen: Die watersnoodramp was verschrikkelijk, ik weet niet of die nu de enige is. Als je kijkt wat er in Wales is gebeurd, als je kijkt wat er nu aan het gebeuren is in Duitsland, aan de noordkust van Duitsland zijn ook wel een paar gekke dingen aan de gang. Het is heus niet zo, dat het alleen hier is geweest.

Het enige dat je zou kunnen zeggen is: We kunnen er iets uit leren. Zover je herinneringen iets worden waaruit je leert, word je iets wijzer. Maar dan bind je je ook niet aan het verleden. Je gebruikt het verleden gewoon om de toekomst beter te maken. En dat lukt niet altijd.

Herinneringen zijn erg misleidend, zowel in de historie, in het nabije verleden, zelfs ten aanzien van je eigen persoonlijkheid. Wij moeten proberen herinneringen een nieuwe inhoud, een nieuwe betekenis te geven. De betekenis is dan de ervaring van het verleden die wordt toegepast op de mogelijkheden van het heden en daardoor een beeld beginnen te ontwerpen van de toekomst.

A1 die verhalen die ik u nu zit te vertellen zijn niets anders dan de grondslagen voor een goede reïncarnatie. Daar heeft u waarschijnlijk niet over nagedacht, maar het is eerlijk waar. Wanneer je doodgaat, laat je een leven achter je. Er zaten heel veel goede dingen in en ook heel veel slechte. De fragmenten, die je wat te vertellen hebben, behoud je een hele tijd. Het is zelfs zo, dat je in staat bent om een groot gedeelte van die herinneringen nog weer vast te leggen in de wordende cellen van je nieuwe lichaam. Die dingen hebben toch alleen maar betekenis als je daar wijzer van wordt.

Als je terugdenkt aan de tijd dat je Marcus Aurelius was of Cleopatra of een andere hoge en weelderige persoon, dan ben je niet tevreden met wat het heden je geeft. Als je wordt geboren met pretenties op grond van zo’n verleden, dan kun je ze nooit waarmaken. Maar op het ogenblik dat je in staat bent te begrijpen dat de ervaring niets anders is dan een omschrijving van bepaalde facetten en mogelijkheden van je persoonlijkheid, dan kom je verder.

In elke mens bestaat een heel stelletje van die herinneringen. Tegenwoordig hebben ze daarvoor een heel mooie therapie, regressie heet dat. Ik moet zeggen dat het ook vaak ten aanzien van de geestelijke mogelijkheden regressief kan werken. Want je wordt geconfronteerd met het verleden als een verklaring voor het heden weliswaar, maar gelijktijdig bewust gemaakt van zaken die je nu niet meer nodig hebt en die je onwillekeurig toch gaat gebruiken om jezelf a.h.w. houvast te geven in het heden. Dat betekent dat het verleden voor jou steeds meer bepalend wordt voor hetgeen je bent en dus zult kunnen worden.

Reïncarnatie is iets waarover ontzettend veel is gevochten en waarover wij al eindeloos hebben doorgezeurd. Maar diep in onszelf zijn en blijven wij een en dezelfde persoonlijkheid. Daar kunnen wij eenvoudig niet aan ontkomen.

Je bent iemand. Die iemand bestaat buiten alle begrip van tijd zoals wij dat kennen. Die bestaat buiten elk begrip van begrenzing zoals dat voor ons nog onvoorstelbaar zou zijn. Want er is geen werkelijke grens tussen wat wij zijn en wat het A1 is. Er is ook geen werkelijke begrenzing tussen wat we geweest zijn en wat we zullen worden. Die dingen zijn allemaal een geheel. Dat geheel te leren leven, betekent teruggaan naar de kern van je wezen. Maar dan moet je wel je herinneringen een beetje anders leren waarderen. Ze niet meer zien als een opsomming van wat je hebt gehad, maar eerder als een opsomming van wat je hebt geleerd.

Je zult ook je denken een beetje moeten aanpassen. Hoe vaak wordt niet (ik geef maar een voorbeeld) datgene wat je nu bent, minderwaardig geacht door hetgeen je je herinnert uit het verleden of wat je verwacht voor de toekomst? Dat elk bestaan op zichzelf volkomen volwaardig is en als leerproces op zichzelf onvervangbaar, dat vergeet je eenvoudig. Diep in jezelf weet je dat wel. Diep in jezelf zul je het ook wel kunnen aanvaarden, maar die aanvaarding komt niet naar buiten. Er zitten zoveel verschillende schillen omheen. Wat dat betreft is de mens net een ui. Je kunt hem pellen, je krijgt er tranen van in de ogen en als je tot de kern komt, blijft er niets meer over wat je kunt vastpakken.

De werkelijkheid is gewoon, dat we in elke schil proberen om andere schillen te imiteren. De herinnering is een andere geworden waarmee we ons willen verzekeren tegen de veranderingen van de tijd. Elke dag brengt toch weer zijn eigen verrassingen, teleurstellingen, verbazing misschien en ook zijn verveling. Elke dag confronteert ons toch weer met hetgeen wij zelf zijn, niet met wat de wereld is. Onze herinneringen zijn altijd dat vroeger de wereld anders was.

Er zijn mensen die zeggen: Moet je nu eens zien, in nog geen 50 jaar is de sigarettenprijs omhoog gegaan van 15 cent voor redelijke sigaretten tot f 3.25 voor slechte. Ze hebben gelijk, ongetwijfeld. Maar is dat belangrijk? Is het wezen van de sigaret of van de verslaving veranderd? Neen. Is het wezen van de prijs zoveel veranderd? Als je kijkt naar wat je vroeger, 50 jaar geleden, verdiende en wat je nu verdient, is zelfs dat verschil zeer gering. Je kunt wel terugdenken aan dat oude paradijs, maar dat paradijs bestaat niet meer voor je.

Een paradijs ligt altijd vooruit en nooit achter iets. De krachten, die ik gisteren heb gehad, heb ik vandaag misschien niet, maar vandaag zal ik de krachten hebben die ik vandaag nodig heb. De mogelijkheden van gisteren bestaan misschien niet meer, maar vandaag openbaren zich nieuwe mogelijkheden, nieuwe wegen. En ik ben degene die moet beslissen hoe ik die wegen zal gaan en op welke manier. Dat is, meen ik, voor elke mens een van de meest belangrijke dingen: dat je van­daag beslist wat je vandaag wilt zijn, niet wat je morgen wilt zijn, dat kun je niet helemaal bekijken. Niet wat je gisteren bent geweest, want dat is voorbij of je dat prettig vindt of niet.

Herinnering wordt ontzettend veel misbruikt. Herinnering wordt ge­bruikt als een rechtvaardiging voor het niet aanvaarden van hetgeen er nu is. Herinneringen worden aanvaard in de plaats van een profetie ten aanzien van de toekomst waarmee de werkelijkheid steeds verder opzij wordt gedrukt. Wij leven in de werkelijkheid.

Als ik kijk naar de vervalsingen van de geschiedenis, dan zult u het met mij eens zijn: het is niet zo geweest, het was anders. Als u kijkt naar de vervalsingen van het verleden, dan zult u als u eerlijk bent moe­ten toegeven: het was vroeger ook niet alles.

Natuurlijk, je was jong. Maar was je toen soms ook niet doodongelukkig omdat zij naar een ander keek of hij niet naar jou keek? Tranen met tuiten, diepe weemoed, zelfmoordgedachten. En dan die enorme worsteling om vooruit te komen. Je zult wat bereiken in de wereld, dacht je. Ja, ja, maar het ging niet door. En dan blijf je je koesteren in de tijd dat het nog mogelijk leek, in plaats van te zien wat je vandaag kunt doen, wat je vandaag aan mogelijkheden hebt.

Allemaal stoffelijk, ik geef het toe. Maar wat stoffelijk bestaat, is de weerspiegeling van wat er geestelijk bestaat. Vergeet dat niet. Het is niet zo dat je kunt zeggen: Ach, die wereld rond mij draait wel en ik blijf er geestelijk wel bij. Neen, wat de wereld voor jou is, wordt bepaald door je innerlijk, door wat je geestelijk bent. De afweer die je hebt tegen de wereld, de aanvaarding die je kent voor de wereld zijn niet alleen maar zaken uit je bewustzijn en uit een paar stoffelijke emoties zonder meer. Het is iets wat uit de kern van je wezen voortkomt.

Die kern van je wezen is nu toevallig tijdloos; die heeft niet met gisteren en met morgen te maken, die is er alleen maar. Als je de waar­den werkelijk weet te kennen, dan heb je geen herinneringen nodig, dan heb je alleen het eeuwig blijvend nu. En het eeuwig blijvend nu is een heer­lijke term waarmee nooit iemand iets heeft kunnen doen.

Ik zal proberen het heel kort en simpel te zeggen: Juist datgene wat u bent, komt naar buiten door alles wat vandaag bestaat. Uw herinneringen van gisteren zijn geen werkelijke weergave van de innerlijke persoonlijkheid die je bent. Zo min als uw dromen voor morgen een weergave kunnen zijn van hetgeen u werkelijk bent. Ze zijn slechts de weergave van combinaties van gedachten. Maar de wereld van vandaag geeft je antwoord.

De wereld is a.h.w. een voortdurende echo op de werkelijkheid die je zelf bent. De werkelijkheid, die je zelf nog bewust weet te concretiseren rond de eeuwige kern, die de basis is van je wezen. Dan moet je proberen om vandaag in alles een kern te vinden die toch beantwoordt aan jezelf. Je moet geen grenzen stellen tussen jezelf en het andere. Je moet juist zoeken naar de weerkaatsing, het toch weer één en hetzelfde zijn. Want al datgene waarin we onszelf terugvinden, is voor ons een verrijking van er­varing. In het denken blijft dan een herinnering. Maar de herinnering is gelijktijdig een ontwikkeling, een lering. En omdat we er geen beroep op doen, zullen we datgene wat we hebben geleerd, voortdurend blijven toepas­sen.

Het is al zo oud als de weg naar Rome. Het staat al geschreven in het Sanskriet “Je bent jezelf en je weerkaatst jezelf naar de wereld. Wat de wereld voor je is, is niets anders dan de weerkaatsing van het­geen je bent.”

Dat is nu wat ik probeer te betogen. Door herinneringen, door verwachtingen, door dromen en idealen zo goed als door verwerping van het heden en van het verleden, vervalsen we de waarden van ons ‘ik’ voor onszelf.

Waar zijn, werkelijk zijn, dat betekent niet alleen maar de dingen over je heen laten komen. Het betekent dat je probeert in alles wat er is, te vinden wat voor jou positief is, waarop je kunt antwoorden zon­der gelijktijdig met afkeer of verwerping daartegenover te staan. Dat deel van de wereld dat je zonder voorbehoud op dit moment kunt aan­vaarden is voor jou pas een werkelijke erkenning, ook van je innerlijke waarden. A1 het andere is bijkomstig.

Reïncarnatie is niet een voortdurend herbeleven van hetzelfde totdat je je lesje hebt geleerd, al lijkt het er vaak op. Reïncarnatie is het weer uitdrukken van wat je bent in een andere vorm om dan toch hetzelf­de antwoord te ontvangen. Het is dat antwoord dat belangrijk is, niet het beeld van een structuur of van een gebeuren.

Nu neem ik aan dat u allemaal, zo goed als wij, u ten doel heeft ge­steld eindelijk eens los te komen van dit aardse tranendal. Loskomen van dit ‘tranendal’ is gewoon loskomen van een disharmonie, loskomen van on­ze angst, loskomen van onze neiging om te vergelijken met zaken die nooit kunnen zijn of die allang geweest zijn en die niet terugkeren.

Reïncarnatie is een terugkeer tot jezelf als het juist wordt beleefd. En als je die juist beleeft, dan vind je niet slechts de eenheid met de wereld om je heen op een manier dat je als de een of andere heilige man op een bergtop kunt zeggen: Nu even ophouden met waaien, even ophouden met regenen. Het betekent ook dat je in een plant die bloeit iets terugvindt van jezelf en dat je misschien iets van jezelf kunt geven aan een plant, die niet goed tot bloei kan komen en dat ze dan toch tot bloei komt.

Het betekent ook dat je aanvoelt en begrijpt hoe een dier is en daar­door het dier iets kunt geven van jezelf waardoor er tussen jou en het dier een begrip ontstaat dat veel verder gaat dan voor een dier normaal zou zijn of voor een mens aanvaardbaar.

De hele wereld kun je naar je toe trekken, indien je bereid bent om de wereld, zoals ze nu is, zoals ze nu is met alle mogelijkheden en erva­ringen die je op dit ogenblik hebt, te ontmoeten en haar gelijktijdig te zien als een deel van jezelf.

De vrijheid, die we allemaal nastreven, dit opgaan in het geheel, dit verliezen van de voortdurende worsteling met tegenstellingen en ellende, is precies hetzelfde. Het is het streven naar het doen wegvallen van de strijdigheid en het vinden van de eenheid, van de harmonie. Of we dat nu doen met magische rituelen, met kerkdiensten, met te traag gezongen psal­men, of we dat doen bij allerlei buitenissige geestelijke leiders of al­leen maar doen in een confrontatie met onszelf, dat doet niet ter zake.

Het is zo gek dat de mensen denken dat de manier waarop je ergens komt, bepalend is. Neen, de manier waarop je bent, is bepalend, niet hoe je ergens komt. Wij gaan niet ergens naar toe. Wij zijn iets, maar we moe­ten het beseffen.

Wij zijn niet bezig om onszelf op te bouwen. Wij zijn alleen bezig om de grenzen te doen vervagen tussen wat we nu ons besef noemen en de wer­kelijkheid van het begrip te beseffen van wat we zijn. Pas als we op die manier gaan denken, kunnen we een stap verder komen. En dan zult u ont­dekken dat u één kunt zijn met de natuur, dat het hele wereldgebeuren niet meer een voortdurende bedreiging voor u vormt maar een illustratie begint te worden van uw wezen en gelijktijdig een stimulans voor uw poging om ondanks alles uzelf te zijn. Er is niets dat negatief behoeft te zijn, ten­zij u zelf negatief bent. Daarmee heb ik een eindconclusie bereikt, denk ik.

Beste mensen, laat u niet overheersen door uw herinneringen. Verdiep u niet teveel in dromen van wat wel eens zou kunnen zijn. Wees gewoon uzelf.

Zoek uzelf terug te vinden in de wereld. Zoek de wereld terug te vinden in uzelf en leef. Want door te leven, zult u van sfeer na sfeer, van wereld na wereld steeds bewuster worden en zonder herinneringen maar met weten en kunnen de eenheid kunnen bereiken die zonder dat, geloof mij, nooit bereikbaar zal zijn.

Omschakeling

Omschakeling betekent dat ik ingeschakeld ben. Het houdt in dat ik een bepaalde functie, een bepaald bestaan, een bepaald denken bezit. Op het ogenblik, dat ik moet omschakelen, betekent dat dat ik mijzelf zal blijven, maar dat datgene wat mij bereikt op een andere manier wordt geuit of dat datgene wat ik ontvang een andere weg zal volgen. Dat is wel zo moeilijk:

Wij zijn er niet zo voor om om te schakelen. Wij zijn een beetje lui. De werkelijkheid zegt ons echter dat niets buiten ons gelijk blijft. De droom van gisteren is vandaag alweer begraven. Laten we dan bereid zijn om voortdurend onszelf bewust aan te passen aan wat er nu is, wat er nu mogelijk is. Alleen op deze manier zullen we dus voorkomen dat we verstard zijn, dat we volkomen verkeerde dingen doen, dat we volkomen verkeerde gedachten denken, dat we ondergaan in een aantal goede signa­len die wij vervormen tot iets dat niet bruikbaar is.

Wij zijn deel van een kosmos. Wij zijn deel van een geheel. Soms is er iets van buitenaf dat ons schijnt te zeggen: Het wordt tijd om te verande­ren. Soms is er iets in ons dat zegt: Nu moet je omschakelen naar een andere manier van denken, een andere manier van leven. Nu moet je leren om op een andere manier te werken. Als we daar gehoor aan geven, dan ko­men we verder.

De kracht waar het om gaat, wordt niet bepaald door de schakelaar. Maar als de schakelaar de juiste weg moet bepalen zoals wij, dan zullen wij de verantwoordelijkheid moeten dragen voor hetgeen we doen met wat ons bereikt.

Het eeuwige antwoord is steeds weer: Als we de krachten, die ons bereiken, kunnen terugvoeren naar die ene kracht waaruit we bestaan, dan is dat goed. Daar waar wij proberen die krachten terug te draaien naar iets anders, zal het altijd in het eind verkeerd gaan.

Daarom is omschakelen voor elke mens, voor elke geest, voor elk wezen dat nog niet de totaliteit als het werkelijke vaderland heeft be­reikt, noodzakelijk.

Mimosa

Kleine gele bollen, vaag nog geurend naar de zon, sprekend nog van verre dalen. Ach, kon ik even toch verstaan wat zij zeggen voor zij vallen en stervend pluis ten onder gaan.

Zij spreken van een zee, fel blauw, van bloemen en van geuren, van land dat in het spelend licht steeds wisselt weer zijn kleuren en huwt de schoonheid door de Schepper juist daarvoor geschapen en als vermaan tot tijdelijk zijn gericht.

Hoe leeft het in onze herinnering? Een klinken van verleden dat zeggen wil: Bedenk hoe het verleden ook heden nog bestaat, hoe God dezelfde kracht nog geeft en al nog altijd verder streeft om tot Hem op te gaan.

Laat niet het kostbaar beleven in herinnering vervallen als mimosa, verstoft en vergaan. Draag de herinnering mee als ware schat van het leven, Gods wil in uw bestaan.