Waarden en waarheden

uit de cursus ‘Groeiend bewustzijn‘ (hoofdstuk 5 ) – februari 1980

Waarden en waarheden

In het geestelijke groeien van de mens spelen vele pseudo-waarheden een rol. Dat is begrijpelijk, want de mens heeft als compensatie voor al datgene wat hij niet kan begrijpen nu eenmaal een geloof waardoor het onbegrijpelijke opeens aanvaardbaar en hanteerbaar wordt. Daarnaast heeft hij te maken met waarden, d.w.z. in zijn materie uitdrukbare en verwezenlijkbare denkbeelden en de eventuele gevolgen daarvan.

Als een mens in deze moderne tijd streeft naar inwijding, dan zal hij geneigd zijn om in de eerste plaats terug te grijpen naar de oude geloofstradities. Daartegen is op zichzelf geen bezwaar, maar het wordt natuurlijk moeilijk als je het geloof boven de feiten gaat stellen en dat gebeurt nogal eens. Het resultaat is een dualisme waardoor het geestelijke proces zeer sterk afwijkt van hetgeen uiterlijk mogelijk en verwezenlijkbaar is. Om te komen tot een moderne inwijding moet men dus eerst uitgaan van de waarden van deze tijd. Dat zijn de kenbare en aantoonbare waarden.

Er is een tijd geweest waarin een inwijding voor vrouwen alleen denkbaar zou zijn geweest in een specifieke vrouwengemeenschap. Een gemengde gemeenschap zou minder goed denkbaar zijn geweest en the top of the hill zou natuurlijk weer door een mannelijk inwijdingsgenootschap worden vertolkt. Dit zou in een periode als de huidige minder goed passen.

De vrouw is in zoverre vrij geworden van vele vooroordelen dat zij op het ogenblik wel degelijk beschouwd kan worden als een ook mentaal en innerlijk gelijk zijnd wezen t.a.v. de man. Dat impliceert dat zij recht heeft op dezelfde inwijdingsmogelijkheden en dezelfde plaats in de maatschappij. Het is duidelijk dat je een verschil maakt tussen een priester en een priesteres. Als je dat doet op grond van geloofswaarden, dan kan ik daar nog inkomen. Maar als je dat doet op grond van capaciteit of van mogelijkheid, dan is dat voor mij onaanvaardbaar.

Wie wordt geconfronteerd met de waarden van deze tijd, begrijpt ook dat man en vrouw gelijke inwijdingsmogelijkheden bezitten en dat voor beiden alle wegen van inwijding begaanbaar zijn, zodat niet sommige specifiek voor mannen en andere specifiek voor vrouwen moeten worden gereserveerd.

Interessanter wordt het nog als we nagaan hoe wij met de waarheden plegen om te gaan. Er zijn geloofswaarheden te over. Elke geloofswaarheid blijkt alleen hanteerbaar middels interpretatie. Dat houdt in dat de waarheid wel wordt erkend, maar dat ze voortdurend wordt aangepast aan de behoefte van de belijder. Wij moeten begrijpen dat de kern van het leven een onveranderlijke is. Er is geen enkele mogelijkheid om te ontkomen aan die ene onveranderlijke waarheid. Die waarheid kan niet geïnterpreteerd worden, die kan niet vermystiekt worden of op een andere manier verwijderd worden van het feitelijke bestaan. Zij is er. Juist de waarden van deze tijd maken het noodzakelijk de waarheden van deze tijd onder de loep te nemen.

Bij een groeiend bewustzijn van de mens – en dat veronderstellen wij toch wel in deze dagen – zal de mens zelf de betrekkelijkheid moeten gaan inzien van al datgene wat hij als vaste waarde heeft geconstateerd. De wetenschap is een eiland van kennis te midden van het onbekende. Het geloof is een vaak vraagwaardige verklaring voor het onbekende en een veronderstelling t.a.v. feiten die we nooit kunnen bewijzen.

Wie werkelijk zich bewust wil worden, wie werkelijk wil doordringen tot de werkelijkheid, die zal ongetwijfeld de waarheden zowel als de waar­den van deze tijd onder ogen moeten zien en hun betrekkelijkheid voor zich­zelf moeten constateren. Dat houdt niet in dat een mens die een inwijding zoekt nu alleen maar rekening heeft te houden met wat men noemt de kille feiten. Daar komt hij niet verder mee. Wat hij nodig heeft is daarentegen een erkenning van de betrekkelijkheid ook van zijn eigen waarheid. Pas als wij bereid zijn om toe te geven dat al datgene wat in ons bestaat slechts een weerspiegeling is van een zuiver persoonlijk beleven, is het mogelijk dat wij bij nieuwe ervaringen ook komen tot een steeds weer nieuwe waarheid en daaruit meer hanteerbare en toepasselijke waarden kunnen voort­brengen.

Wat zijn de kenmerken voor de waarden van vandaag voor zover deze voor een groeiend bewustzijn en een geestelijke inwijding van belang zijn?

Uiterlijke vormen zijn niet bepalend. Als de een of andere heilige man een soort vacantiedorp voor geestelijk ontspoorden opent en daarin velerlei psychologische technieken laat toepassen om de mensen weer een beetje tot zichzelf te doen komen, dan kunnen wij dat bewonderen, maar dan kun­nen wij dat niet vereenzelvigen met een geloof en de onfeilbaarheid van de heilige als zodanig. Reeds het feit dat hij gebruik maakt van bekende psychologische technieken, impliceert dat hij de menselijke beperktheid in zeer ruime mate bezit en dientengevolge ook niet beschikt over die hoogheid of onfeilbaarheid die men hem graag zou willen toekennen

Alles, maar dan ook werkelijk alles is bruikbaar. Er is geen enkele weg waarmee het bewustzijn niet met zichzelf geconfronteerd kan worden, waarmee de mens niet nieuwe waarheden kan vinden van waaruit hij kan leven en werken. Er is ongetwijfeld ook geen limiet gesteld aan de wijze waarop een mens in z.g. geloofswaarden (de waarheden die niet bewezen worden) zichzelf kan ontdoen van de noodzaak de feiten onder ogen te zien.

In een moderne maatschappij is het misschien zeer aantrekkelijk om op een gegeven moment te zeggen: ach, de hele wereld wordt geleid door God en dan de hele zaak terzijde te schuiven. Dat is erg gemakkelijk, maar kan dat ooit tot een bewustwording leiden, kan het ooit tot een inwijding voeren? De gevoelens die u ondergaat zijn voor u echt. Ontleed blijken ze voor een groot gedeelte voort te komen uit allerlei psychologische drijfveren. En nog verder ontleed blijkt er ook nog wel een mate van mysticisme en misschien hysterie in te schuilen.

Als wij dat bij onszelf erkennen is het niet erg, dan kunnen wij die weg volgen. Maar als wij weigeren te erkennen dat wij het zelf zijn die de betekenis geven aan de z.g. waarheid die we beleven en verkondigen, dan zitten we fout. Dan is er niet alleen een stilstand in de groei van het bewustzijn zelf, maar dan is er – en dat is nog veel erger – een toenemen­de onmogelijkheid om een werkelijke inwijding te vinden in deze periode.

Weet je wat je beweegt, als je een bepaalde leer aanhangt, als je een bepaald stelsel volgt, dan kun je ook beseffen welke je feitelijke be­hoeften en je feitelijke onzekerheden zijn. Alleen al de erkenning daarvan is een bewustwording en impliceert een groei van bewustzijn. Een mens die zijn eigen tekorten kent en ze zo nu en dan weet te overwinnen, heeft daarmee een brug gelegd tussen zichzelf en een nieuwe fase van bewustzijn. Hij heeft voor zich de brug gebouwd naar een nieuwe inwijding, naar een nieuwe bewustwording.

Er zijn uit de aard der zaak heel wat geestelijke zaken die voor de mens theorie zullen blijven tot na zijn overgang. Als ik u vertel van een hiernamaals, dan is dat allemaal heel mooi en goed, maar het hiernamaals kan alleen betekenis hebben als u dat persoonlijk kan betreden. En persoonlijk betreden als mens impliceert dat het geheel van de geestelijke wereld wordt geïnterpreteerd in menselijke termen. Wij hebben dus niet te maken met een reële waarneming, maar eigenlijk met een soort waanbeeld gebaseerd op geestelijke feiten. Ook dat moeten wij erkennen.

Wat is nu de werkelijkheid? ‘Alles’, zo roept de wijze uit, ‘is illu­sie’. Dat geldt ook in uw dagen zeer nadrukkelijk. Als alles illusie is, dan kan ik door mijn denken te veranderen de illusie veranderen. Het enige dat ik niet kan aantasten zijn de feiten.

Het kenmerk van de ingewijde is zijn beheersing over allerlei dingen. De ingewijde staat ergens op een rots, roept tot de wolken en de regen valt precies op dat ene plekje waar hij die hebben wil. De ingewijde neemt een steen en maakt er een brood van, als hij dat op dat ogenblik nodig vindt. De ingewijde legt zichzelf neer, slaapt in en manifesteert zich een ogen­blik later vele duizenden kilometers ver tastbaar en voelbaar, volvoert zijn programma om vervolgens daar opeens te verdwijnen om terug te keren naar het lichaam dat hij heeft achtergelaten.

Die dingen bestaan. Maar als ze dan bestaan, moeten wij ons ook even afvragen waarom kan de ingewijde dat? Wij kunnen dan heel technisch alles gaan verklaren. We kunnen spreken over de beheersing van de atomaire structuur. We kunnen spreken over de uittreding en de verdichting van het dubbel, maar daarmee zijn we er niet. Wij hebben te maken met een aantal regels. Die regels erkennen is iets wat gepaard gaat met inwijding. Maar als we eenmaal die inwijding vinden (dat is dan een primaire, een kleine inwijding), dan moeten we ook leren om die er­kende regels om te zetten in de praktijk. Dat kunnen we alleen doen, indien we meester worden van de hallucinaties die rond ons de werkelijkheid heten te zijn. Ik geef u een paar van deze regels zoals ze in deze tijd van kracht zijn, want niet altijd kun je die regels precies gelijk stellen

  1. Werkelijkheid is al datgene voor mij wat ik als zodanig aanneem. Als ik de werkelijkheid ontken, dan zal er altijd een aspect overblijven dat ik niet kan beheersen. Dit niet beheersbare aspect is een werke­lijkheid waarmee ik voorlopig rekening moet houden.
  2. Alle beperkingen die ik mij of de wereld toeken zijn in feite willekeurig gekozen. Op het ogenblik dat ik een beperking in mij volle­dig kan ontkennen, houdt ze op voor mij te bestaan, tenzij ze deel is van de feitelijke en eeuwige werkelijkheid. Ik kan daardoor mijn eigen krachten en capaciteiten verder ontplooien en als zodanig mijn plaats in de werkelijkheid juister en vollediger innemen.
  3. Alle voorstellingen omtrent onstoffelijke wezens rond ons (ik spreek even vanuit een menselijk standpunt) zijn voorstellingen en niet meer dan dat. Als wij spreken over wezens, dan denken wij aan mensen. Laten we ons aanwennen te spreken over krachten. Er zijn energieën, er zijn krachten. Daarmee kunnen wij in contact treden en die kunnen resul­taten hebben. Maar op het ogenblik, dat wij niet meer ontvankelijk zijn  voor de illusie dat wij voortdurend terugkeren tot die ene werkelijk­heid die achter alles schuilgaat, blijkt dat het contact alleen plaats vindt op basis van waarheid en niet van illusie, hallucinatie e.d.
  4. Wij zijn deel van de tijd waarin we leven. Niet alleen van de periode, maar letterlijk van de tijd, van de seconden, minuten en uren. De wijze waarop wij deel uitmaken van de tijd wordt echter mede bepaald door de kern van ons wezen. Dit is niet tijdgebonden. Het is een stel­ling die we voorlopig maar moeten aanvaarden. Door een beroep te doen op het tijdloze in mij, kan ik het verloop van de tijd voor mij versnellen en vertragen. Dit betekent ook dat ik mijn handelingsmogelijkheid t.a.v. anderen kan vergroten of verminderen en wel naar believen. De erkenning van de werkelijkheid, de kracht waarvan de tijd alleen maar een beperkt verschijnsel is, impliceert een grotere vrijheid van een erkennen, van handelen en bewegen. Inwijding is niets anders dan dat.
  5. Of ik een kracht buiten mij postuleer, dan wel in mijzelf is niet belangrijk zolang de kracht voor mij benaderbaar en bruikbaar wordt. Ik zal heel vaak pseudo-waarheden, stelsel en systemen kunnen gebrui­ken om daaruit kracht te putten. Het is belangrijk dat ik hierbij be­sef dat ik geen feitelijke omschrijving geef van de krachtbron, maar alleen voor mijzelf het optreden en de hanteringsmogelijkheid van de kracht aanvaardbaar maak.

Dat zijn een paar eenvoudige grondregels die iedereen in deze tijd kan ge­bruiken.

Elke mens heeft vele mogelijkheden. Een heel klein deel daarvan wordt gerealiseerd. Dat is mede te danken aan het feit dat de mens door waan­beelden, eigenlijk door z.g. waarheden, zichzelf beperkt en daardoor niet meer in staat is de waarden van zijn bestaan volledig te openbaren. Ik stel nu dat wij in de huidige periode een enorme onevenwichtigheid ervaren van alle z.g. waarden, omdat dit gepaard gaat met een voortdurend sterkere aantasting van de pseudo-waarden die zich aan de mens nog steeds in de vorm van geloof of ideologie proberen te manifesteren. Het is belang­rijk dat men beseft dat dat juist in deze tijd het geval is. Want er zijn pe­rioden dat weer andere dingen aan de beurt komen.

Een tijd als deze zal hooguit 20 jaar duren. Daarna gelden weer andere mo­gelijkheden en komen er misschien. nieuwe waarden en waarheden te voorschijn waar een aantasting plaatsvindt van de waarden waaruit men meent te leven of van de waarheden waarop men meent zich te mogen beroepen, dient men zeer goed te begrijpen dat deze aantasting gelegen is in de onvolledigheid van hetzij de waarden, hetzij de waarheden.

Een geloof is onaantastbaar, indien het zichzelf kan bewijzen. Als een geloof dus aantastbaar wordt, dan is dat een gevolg van het feit dat het zichzelf niet kan bewijzen. En als het dan pretendeert voort te komen uit de een of andere almachtige kracht, dan bewijst het dat deze kracht die al­macht niet bezit of binnen het kader van deze z.g. waarheid niet wenst te openbaren. Dan is er voor ons geen reden om ons te binden aan waarheden die zichzelf niet kunnen bewijzen die niet feitelijk kunnen aantonen dat zij datgene zijn wat zij pretenderen te zijn.

Met waarden gaat het al precies hetzelfde. Een waarde is iets wat je stelt. Het is niet een onaantastbaar iets. Als je zeg: deze munt koopt voor mij vandaag één brood, dan kan ze morgen voor mij misschien één snede brood kopen of ook wel 20 broden. Wie zal het zeggen? Dan is dit geen vaste waarde op het ogenblik dat ik het vertaal. Deze munt is deze munt. Dat is alles wat ik kan zeggen. Er zijn heel veel dingen die in deze tijd een enorme waarde hebben, bv. werk.

Werk is datgene wat de mens nodig heeft, want staat er niet geschre­ven in de bijbel: de mens zal in het zweet zijns aanschijns zijn brood verdie­nen. Dan zijn er een hoop mensen die althans het zweet in deze bijbelwoorden proberen te ontlopen. Maar is arbeid te omschrijven als nuttige of produc­tieve arbeid of is leven op zichzelf arbeid? Men zou het zich moeten afvragen.

Het bestaan op zichzelf betekent een voortdurende confrontatie met invloeden; het verwerken daarvan, het reageren daarop. Dat is arbeid. Dan is arbeid in de gebruikelijke zin van het woord geen vaste waarde. Wel, het leven en de daaruit voortkomende noodzaak om jezelf te zijn en voort­durend waar te maken. Dan kan ik niet uitgaan van de noodzaak van de arbeid.

Dan kan ik alleen uitgaan van de noodzaak te zijn en mijzelf in stand te houden.

Als je spreekt over de heiligheid van het leven, dan is dat heel begrijpelijk vanuit een gemeenschap waarin men het werkelijke bestaan ver­wart met de stoffelijke manifestatie daarvan. Maar is een stoffelijk leven veel waard op het ogenblik dat het alleen maar een fase is, een verschijn­sel, een soort kleed van de werkelijkheid? Het is heel gewoon dat een mens die een hemd heeft dat versleten is of dat vuil is geworden dat verwis­selt voor een ander. Waarom zou men het stoffelijke bestaan waar een ziel de enig werkelijke levende kracht is de vorm anders beschouwen? Dat houdt nog niet in dat je een ander het hemd kapot moet scheuren. Natuurlijk, dat is niet netjes, dat hoort niet. Maar het impliceert wel dat we onze visie op het leven zouden moeten veranderen.

Nu komt in deze tijd steeds sterker de beleving van het hiernamaals naar voren. Steeds meer mensen worden daar op de een of andere manier mee geconfronteerd. Dan is het toch logisch – en niet meer of minder dan dat – dat de waardering voor het stoffelijke leven als een onaantastbare eenheid vermindert. Als wij dan een compensatie moeten vinden, dan kunnen wij die alleen vinden vanuit het werkelijke geestelijke bestaan en nooit vanuit al­leen stoffelijke samenhang.

Inwijding is niets anders dan dit inzicht verwerven. Het inzicht in de werkelijke betekenis, in de werkelijke waarde. Iemand die een inwijding zoekt, kan nooit uitgaan van datgene wat wordt verkondigd. Hij kan alleen uitgaan van datgene wat hij in zichzelf beleeft en zelfs dan zal hij die beleving nog als een betrekkelijke moeten beschouwen.

Als ik kijk naar de totale ontwikkeling zoals deze zich op het ogen­blik afspeelt, dan word ik geconfronteerd met een groot aantal inwijders in de geest en een tamelijk groot aantal inwijders in de stof die elk voor zich en ieder op zijn eigen manier hun werkzaamheden verrichten op aarde. Hun werk kan echter nooit bestaan uit het verschaffen van geheimen zonder meer. Het kan alleen bestaan uit het mogelijk maken dat men zelf ontdekt. Dat is een groot verschil.

De inwijders van deze dagen zullen dan ook voortdurend bezig zijn om de waarden en waarheden van deze tijd aan te tasten. Zij zullen u confron­teren met schijnbaar belachelijke situaties en denkbeelden. Zij zullen u al­door met tegenstellingen confronteren waarmee u geen raad weet, tenzij u kunt teruggrijpen naar uw innerlijk als zijnde de enig belangrijke en voor u maatgevende invloed. Aangezien de mensen nog teveel hangen aan allerlei oude tradities is het zeer waarschijnlijk dat zeer veel mensen aan deze mo­gelijkheid nog voorbij zullen gaan. Toch neemt het aantal mensen dat vrijer leven en denken toe. Dat betekent dat het aantal mensen, dat voor inwij­ding in aanmerking komt, een werkelijke inwijding, eveneens toeneemt.

De situatie zoals ik die op dit moment overzie, houdt in dat we nog 3 tot 4 jaar te gaan hebben voordat de oude normen werkelijk helemaal aan het wankelen worden gebracht. Het houdt ook in dat pas in die periode veel van de z.g. waarheden hun betekenis voor de mensen gaan verliezen en dat een herwaardering van de z.g. waarden van het menselijk bestaan onvermijde­lijk worden.

Tot die periode zal de inwijding zeer selectief zijn. Maar als ze se­lectief is, dan betekent dat tevens dat degene die wordt ingewijd gaat be­schikken over de mogelijkheden en middelen om in de komende grote verande­ringen anderen tot een juister besef te brengen en daarmee de kracht en de handelingsvrijheid te geven die ze nodig hebben om een geestelijk juist le­ven te leiden onder variabele stoffelijke omstandigheden. Daarna moet er een periode komen waarin steeds meer mensen door teleurstelling, door wan­hoop misschien, in andere gevallen alleen maar in een gelaten verwerping van alles wat tot nu toe waarde heette te hebben, bereid zullen zijn om de nieuwe inwijdingsleer te aanvaarden.

Zullen zij echter de kracht bezitten om zich te beroepen op zichzelf? Indien dit laatste het geval is, moeten we aannemen dat na ongeveer 4 jaar, (dus in 1984-85) een toenemend aantal ingewijden op aarde komt. Dit aan­tal ingewijden zal voor een behoorlijk groot gedeelte bestaan uit mensen die ook hebben geleerd hun geestelijke mogelijkheden en krachten op aarde te ac­tiveren. Wanneer dat gebeurt, dan zullen zij daarmee zeker de komende 20 á 25 jaar gaan beheersen, dat is namelijk niet te vermijden. Want degenen die beschikken over de krachten, de mogelijkheden, de inzichten om buiten de tijd om desnoods de werkelijkheid te erkennen, kunnen anderen helpen om op te bouwen wat zonder dit teloor zou gaan.

De opbouw van uw wereld zal in de komende tijd afhankelijk zijn van de­genen die een geestelijke inwijding hebben ondergaan. Daarbij is het mooie dat die inwijding in deze periode zich lang niet altijd op een volledig be­wust vlak afspeelt. U moet niet denken dat de inwijding van vandaag een plotseling helderzien is waardoor men de hele kosmos opnieuw kan waarderen. Het is vaak een onderbewust proces waardoor voortdurend nieuwe accenten naar buiten treden, waardoor je steeds meer gaat begrijpen in welke cycli het leven op aarde zich afspeelt, waardoor je steeds meer inzicht krijgt in de betekenis van alle dromen en werkingen in jezelf en zonder het te weten je reactie op de wereld begint aan te passen.

U kunt van uzelf misschien niet zeggen dat u ingewijd bent. En zeker met de methoden, die in deze periode vanuit de geest worden gehanteerd, geloof ik ook niet dat iemand terecht kan uitroepen: nu ben ik ingewijd. Want hij heeft eenvoudig geen maatstaf om dit te meten. Maar er is wel een ander kenmerk.

Op het ogenblik dat de inwijding zich zelfs onderbewust voltrekt, hanteert de mens steeds meer geestelijke en innerlijke krachten en is daar­door beter in staat om de wereld buiten zich, waar dit wezenlijk belangrijk wordt, naar zijn hand te zetten. De beheersingsmogelijkheid groeit. In het denken zien we dat gelijktijdig de emotionele ondertonen veranderen. Je bekijkt het leven anders en je weet zelf nog niet eens waarom.

Ik heb een poging gedaan, toen ik hoorde dat ik moest inspringen om voor deze cursus een schatting te maken van het aantal mensen dat deze vorm van inwijding op dit moment ondergaat of reeds heeft ondergaan. Ik kwam daarbij tot de waarschijnlijke som van tien tot vijftien miljoen men­sen. Laat ons zeggen, over de gehele wereld verspreid het aantal inwoners van Nederland. Dat is in verhouding niet veel. Maar elk van hen is een bron van invloed waardoor inwijdingen in de omgeving gemakkelijker kunnen voorko­men, waardoor mensen gemakkelijker in de richting kunnen gaan van het nieuwe, het enig werkelijke, de waarheden die in de mens zelf hun basis vinden en de waarden die ook naar buiten toe op grond daarvan hanteerbaar zijn geworden. Ik neem aan dat in de komende 5 tot 10 jaar, ik durf het niet precies te zeggen, dit getal zich kan vertien- tot verhonderdvoudigen. Als zekerheid beschouw ik tenminste een vertienvoudiging.

Dit impliceert dat geestelijk gezien de wereld in de komende tijd enor­me veranderingen tegemoet gaat. Het betekent tevens voor u dat u zeer waar­schijnlijk bij deze procedures en processen bent betrokken, ook al zult u dit voor uzelf nog niet kunnen omschrijven of uitleggen. U heeft een mate van inwijding ondergaan of u ondergaat deze zonder dat u die zelf kunt afschatten.

Mijn conclusie:

De waarden van deze tijd zijn voornamelijk gelegen in het vermogen om van­uit je innerlijk de kleine zaken zodanig te beïnvloeden dat de grote en schijnbaar onveranderlijke zaken daardoor in een bepaalde richting worden ge­dreven.

De waarheden van deze tijd berusten op het erkennen van de onzekerheid. Juist daar waar de onzekerheid in het ‘ik’ steeds duidelijker wordt beseft, zal men zien dat achter alle onzekerheden toch een enkele motiverende kracht aanwezig blijft. Naarmate die kracht duidelijker wordt erkend, komt men dichter bij een waarheid die niet meer pseudo is, die niet meer stelling is, maar die voortdurend beleefbare werkelijkheid plus beleefbare energie betekent. En dan zou mijn boodschap dus hoopgevend zijn.

In de geest wordt door zeer grote aantallen entiteiten, waarvan som­migen over zeer veel krachten beschikken, gewerkt aan het toch nog hand­haven van vrede op aarde, aan het toch nog weer tot stand brengen van in­keer en vernieuwing. Dat is zeker niet beperkt tot de mensen die geloven. Het is een werk dat zich over de gehele aarde in deze tijd afspeelt. U kunt daarvan geen deel zijn door bepaalde oefeningen. U kunt er alleen deel van worden doordat in uw wezen de werkelijke betekenis en de waarheid van deze tijd duidelijker kenbaar worden.

Ik zou u daarom de raad willen geven u voortdurend af te vragen wat veronderstelling en wat zekerheid is. Welke waarheid alleen wordt aanvaard op grond van invloeden van anderen en welke waarheid er in uzelf bestaat. Ik geef u tevens de raad u bij voortduring af te vragen welke krachten er in u bestaan. Gebruik ze als vanzelfsprekend, maar u moet wel eerst voelen dat u ze heeft.

De mens die probeert zich op deze wijze aan te passen en zijn geeste­lijke en blijvende werkelijkheid te injecteren in de voortdurende verandering van het aardse bestaan, zal als vanzelf één worden met dit grote leger en­titeiten dat probeert de mensheid te helpen de volgende fase van bewust­wording te bereiken.

Het bewustzijn van de mensheid groeit, ook in deze dagen al zou je dat misschien niet zeggen. Het bewustzijn van de mensheid groeit in zoverre dat zij alleen nog maar kan kiezen tussen een nieuwe vorm van beleven, een nieu­we waarheid, nieuwe waarden en erkenningen of ten onder gaan aan de overla­denheid van hun oude tradities. Dit beseffend hoop ik dat u allen in staat zult zijn de innerlijke krachten die ook in u bestaan te activeren. Ik hoop voor u dat u zult beseffen hoe gering de zekerheden zijn die u be­zit, opdat u de enige zekerheid in uw wezen (het ‘zijn’ zelf en de emotionele erkenning van de bron daarvan) voor u een hoofdrol kan gaan spelen in al uw uitingen.

De tijd van de verandering ligt zo dichtbij dat het zin heeft u daarmee bezig te houden. De tijd van verandering op zichzelf moge verwarringen bren­gen, maar het is de storm die het dode hout breekt voordat in de lente al­les in bloei komt. De goede tijden zijn niet zo ver af als u denkt. Maar de moeilijkheden zullen stormachtiger en feller zijn dan u nu kunt veronderstel­len, tenzij u in staat bent met uw innerlijke kracht voor uzelf die zeker­heid en veiligheid tot stand te brengen waaruit u ook anderen hulp kunt verlenen.

Geweten

Ben ik schuldig? Heb ik kwaad gedaan? In mij bestaat een kracht die mij zegt: dit was niet goed, dat deed je juist heel slecht. Maar goed bezien en wel verstaan is mijn geweten een waan in stand gehouden door de mensen, die mij verteld hebben waar de grenzen liggen tussen goed en kwaad.

Want wie zichzelf gadeslaat, ontdekt dat goed en kwaad versmelten.

Er is geen grens die zo bestaat.

Maar een mens die in zijn medemensen de vrijheid van het leven haat,

die wordt door wet en orde vaak bezeten en schenkt zijn medemensen dan het zogenaamd geweten.

Toch in mij is wel een kracht die zegt: hier ben ik zelf juist terdege uitgedrukt.

En daar heb ik het wel gezocht, maar het is mij toch mislukt.

Hier werd ik zelf waar, daar kon ik het niet bereiken.

Zou dat misschien veel meer dan het andere op een echt geweten lijken?

Ik weet in mij: dit is voor mij persoonlijk goed of kwaad,

omdat het één mij wel bevalt en door het andere een spanning in mijzelf ontstaat

waardoor ik het niet verwerken kan.

Dan is het geweten heus geen kracht, het is de erkenning van het bestaan

waardoor de mens zichzelf duidelijk maakt, te midden van alle waan, dit is mijn wezen,

het is de zin van wat ik ben en van mijn bestaan.

En het andere gaat eraan voorbij, zodat ik beter doe ook zelf daaraan voorbij te gaan.

Een geweten is datgene wat je in wezen niet bezit totdat een andere het je geeft en wat door de andere dan wordt gebruikt om jou te belemme­ren in datgene wat je zonder geweten tot stand zou brengen. Het wonder­lijke is echter dat degenen die je dat geweten schijnen te schenken, zelf geen geweten bezitten, anders zouden ze niet zo gewetenloos van de gewetenskwalen van de anderen gebruik maken. En als u daaruit uw conclusies niet zelf kunt trekken, kan ik u nog maar een raad geven.

Ga nooit in tegen datgene wat u innerlijk als goed of kwaad ervaart. Als het goed is volgens u, maak het maar waar. Het behoeft niet werkelijk goed te zijn, maar het zal u vrede geven met uzelf.

Wat u als kwaad ervaart, behoeft geen kwaad te zijn, maar u kunt er beter de vingers van afhouden, anders krijgt u alleen maar innerlijke ellende.